Page 1

V e rsc h ijn t tw e e w e k e lijk s (n ie t in j u n i, ju li , a u g u s tu s e n s e p te m b e r), A fg ifte k a n to o r 1 0 5 0 B ru s s e l 5 ,

V.U.: D. Vaccaro

De%Moeial Studententijdschrift van de V rije Universiteit Brussel in samenwerking met B S G , Studiekring Vrij Onderzoek en Dienst Kuituur

(

Interview

EXAMENREGLEMENT: p. 1 4 - 1 5 ~ )

De aangekondigde externe SoR-Audit(I)

D e M o e ia l p o o g d e m et N ic k D e Schacht (STU DEN T) een blik ach­ terw aarts te w erpen na ongeveer 5 m aanden SoR-beleid? I HAVE A DREAM DE M OEIAL: Wat denkt u na enkele m aanden SO R-ondervoorzitter te zijn? N IC K D ESC H A C H T: W at denk ik daarvan?... Ja dat dit een lastige jo b is, dat er veel werk bij kom t kijken en dat het niet altijd zo gem akkelijk is. Je botst bij w ijze van spreken op vele muren. H et is niet altijd zo gem akke­ lijk om ideeën te verw ezelijken om ­ dat je zit m et een aantal logge structu­ ren die het niet altijd even m akkelijk maken om je creativiteit direct in een beleid om te zetten. Je m oet als het w are bergen w erk verzetten om rela­ tie f kleine veranderingen te kunnen aanbrengen. Jam m er genoeg heeft dat besef d a tje m aar een beperkte invloed hebt een dem otiverende w erking op cnke\e studentenvertegenw oordigers.

Tussen droom en daad staan immers praktische bezwaren. D E M O EIA L: Het contact tussen de studenten van de Sociale Raad (SoR) en de diensthoofden loopt dat goed? O f is dit al een eertse bron van frus­ tratie? N ICK DESCHACHT: Ja, het is soms wel een bron van frustratie. Vooral in­ z ak e h u isv e s tin g o n d e rv in d e n we m oeilijkheden. Tem eer, huisvesting was ook één van onze program m a­ punten voor de verkiezingen. Wat be­ treft onze program mapunten... DE M OEIAL: Nee nee, we vroegen hoe het contact gaat tussen de dienst­ hoofden en de studenten. Is het mak­ kelijk om dingen samen te doen? NICK DESCHACHT: Ah ja, om din­ gen samen te doen. Wel, zolang wij op één lijn zitten m et de administrade is e r natuurlijk geen enkel probleem . De problem en stellen zich w anneer onze

ideeën botsen m et de ideeën van de adm inistratie. Zij hebben natuurlijk zelf ook een program m a en een eigen visie. Dat is normaal, zij zijn er ook al langer mee bezig. Het zou zelfs jam ­ m er zijn m oesten ze zelf geen visie h eb b en . M a ar j a , som s b o tse n de ideeën en laaien de discussies hoog op. Zo waren e r grote discussies rond huis­ vesting en de huurtoelagen, waar ju l­ lie in jullie vorige M oeial ook al over hebben bericht. Dat was dus naar aan­ leiding van heel de historie toen op de SoR. Daar was toen een agendapunt op het allerlaatste m oment in feite van de SoR gehaald, op een volgens ons nog altijd ongeoorloofde manier. Ik denk dat we eerlijk moeten zijn. We hebben gepoogd de prijsstijgingen van vorig jaa r terug te dringen. We heb­ ben dat geprobeerd, we hebben een voorstel gelanceerd dat kwam van de voorzitter van de comm issie Tim E n­ gels. Dat voorstel werd dan goedge­ keurd op de commissie huisvesting, op de com m issie sociale dienst en werd vervolgens dan geagendeerd op de so­

SoR-ondervoorzitter Nick De Schacht ciale raad om er dan weer te worden afgehaald. Allé, de bekende historie. D an w as e r nog een a an g etek en d schrijven van twee leden van de SoR waaronder m ezelf - om dat punt toch nog op de SoR te brengen. M aar toen is de boel hier echt beginnen escale­

ren. Je merkte dat het te snel ging. Er kwam en dus m eer en m eer problem en en dan hebben we besloten om de brief terug in te trekken. W e zijn in feite met ons hoofd op een soort, ja , m uur ge-

INHOUD

Editoriaal Ouer objectiuïteit en andere waanbeelden aanraking komen. Dit principe zegt dat de w erkelijk vrije onderzoeker uit feiten andere feiten deduceert z o n d e r g e le id te w o rd e n door buitenfeitelijke dogm a’s, vooroor­ delen, ... “O bjectiviteit” , met andere woor­ den, is de basisinstelling van de “vrij onderzoeker”. Transponeren we dit naar de jour­ nalistiek, dan kom en we in een wel erg bizarre situatie terecht.

M isschien is dit wel h e t geschikte m om ent om eens terug te blikken op w at het voorbije jaa r ons zoal ge­ bracht heeft. Toch zal ik het daar niet over hebben. Ik wil het hebben over de m anier w a a r o p “ D e M o e ia l” h ie r o v e r berichtgeeft. Eenieder die aan de VUB kom t stu­ deren, zal wel eens met Poincarés principe van “Vrij O nderzoek” in

De Moeial

In de journalistiek, en over andere gebieden spreek ik me hier n iet uit, bestaat e r nam elijk niet zoiets als objectiviteit! (Ik verm oed trou­ wens dat dit het eerste is d a tje leert in de les “ Historische Kritiek”) De journalist neem t onm iddellijk al een standpunt in door de keuze van zijn onderwerp, van de ondervraagde, de locatie enz. Z o ontstaat er meteen een subjectieve invulüng van het on­ derw erp w aarover v erslag gegeven wordt. Een interview van Filip Dew inter op een Joodse begraafplaats door iemand w ie n s g r o o tv a d e r o m k w a m in Birkenau, zal fundamenteel anders zijn dan een interview van Dewinter in café “De Leeuw van Vlaanderen” door een oud- O ostfront-soldaat, al worden de-

18dejaargang - nummer 5 -1 6 mei 2001

zelfde vragen gesteld. O ok het “objectief op een rijtje zetten van de feiten” is niet objectief: welke feiten kiest een verslaggever uit, aan welke feiten besteedt hij/zij geen aan­ dacht? D e motivatie zal misschien niet meteen gekend zijn, m aar het resultaat is steeds gekleurd. Als ik een encyclopedie samenstel van de Twintigste Eeuwse m uziek en geen w oord besteed aan jazz, geef ik een duidelijk signaal, hoewel ik toch al­ leen m aar feiten weergeef. N og een voorbeeldje: 1. “In 1998 wordt de Bologna-intentieverklaring ondertekend die het hoger onderw ijs grondig m oet hertekenen.” 2. “In 2000 beslist de VUB mee te gaan m et deze intentieverklaring.” 3. “In 2002 wil men overstappen van het oude systeem naar het BachelorM aster-systeem .” W at w eet je m eer na d it “o b jectief weergeven van de feiten” , dat, zoals boven aan getoond w erd, zelfs niet obejctief is: als ik tussen punt 2. en 3. had geschreven dat 200 studenten aan de VUB het rectoraat hadden bezet om te protesteren tegen de beslissing van

de VU B om in de B ologna-boot te stappen, zou ik een volledig andere betekenis geven aan de “opgesomde feiten” . Ten tweede, hoe kan je met deze “ob­ jectiviteit” het publieke debat stim u­ leren o f duideüjk m aken dat de burger waakzaam m oet zijn, dat er mogelijke problem en schuilen in een evolutie? Hoe kan je achterliggende mechanis­ m en betrekken bij het onderzochte? U it feiten 1., 2. en 3. kan je niet opm a­ ken dat er eveneens een ernstige eco­ nom ische motivatie is voor het door­ voeren van de Bologna-verklaring. Dit econom ische aspect staat weliswaar ogenschijnlijk niet in direct verband m et feiten 1 tot en met 3, doch het is van cruciaal belang. Als je de lezer wil bewust maken van dit onderliggende mechanisme, over­ schrijd je genadeloos de grens van Poincarés “objectiviteit” , m aar kan je tenm inste de volgende stap zetten en de lezer vragen o f aanzetten zich te inform eren bij verschillende andere bronnen en zelfs te reageren . Een “krant” die enkel rigoureus probeert de feiten objectief w eer te geven is zonder betekenis. E r zijn natuurlijk deontologische en ethische regels die in acht genomen moeten worden. M et andere woorden, het principe van “objectiviteit” blokkeert elke vorm van m aatsch ap p elijk en g agem ent en is bovendien even denkbeeldig als Sin­ terklaas. M aar probeer dat eens te ver­ tellen aan een vijfjarige! Stefan Prins

pagina 2 Vervolg *L)e aangekondigde externe SoR-Audit( I )' pagina 3

pagina 4 *De aangekondigde externe SoR-audit (II)' pagina 5 Koen Raes over onderw ijs pagina 6-8 P ierre Boulez pagina 9-10 jazz en kortverhalen pagina 11 colum n en ucos reageert pagina 12 Brusselse poëzie pagina 13 F abeltjeskran t pagina 14-15 Exam enreglem ent


De Moeial

botst. H et was te v er gegrepen om het zo te zeggen. N u, w at betreft huisves­ ting w ordt er een discussie gevoerd in het najaar over een soort m eerjaren­ plan voor huisvesting. M eer bepaald over de problem atiek van huisvesting vanaf het academ iejaar 2002-2003. We hopen natuurlijk van daar een inbreng in te hebben op dat lange-termijn plan. Volgend jaa r blijven de prijzen dus zoals ze nu zijn. (vervolg lees p.2) (vervolg van p .l) D E M OEIA L: Zelfs m et de argum en­ tatie dat er zogenaam de correcties zijn aangevoerd w aar nie­ m and uiteindelijk last van ondervind? N ICK DESCHACHT: O ns in zie n s w as het ste lsel van d e h u u r­ toelagen zelf, die overgang van huurprijzen naar huurtoelagen, een stap die bedoeld was om geld op te brengen. D at brengt geld op. Er is in fe ite een a lg e ­ m ene ten d e n s o p de universiteit, en ook in de m aatschappij in het algem een, om de alge­ m ene voorzieningen af te bouw en en ze te ver­ v a n g e n d o o r in d iv i­ duele voorzieningen. Een soort OCM W dus: ‘Jouw d o ssie r is van die aard en dus gaan we je zoveel geld geven’. O ns pro­ bleem daarbij is dat er een extra drem ­ pel w ordt gecreëerd. Je m erkt dat, als je individuele voorziening inbouwt, er een aantal m ensen sow iezo uit de boot dreigen te vallen o p het einde van het verhaal. D at is ons probleem daarm ee. D at geldt ook voor het systeem van huurtoelagen aan de VUB. We m oe­ ten dus vaststellen dat er een groep van studenten vandaag m eer betaalt dan vorig jaar.

D E SL O G A N S VO O RBIJ? O F ACH TER NAH O LLEN O P BLOTE VO ETEN D E M OEIAL: Wat is er al gerealiseerd ro n d s tu d e n te n in sp raa k en so ciale voorzieningen? Inspraak Uno N IC K D E S C H A C H T : W at b e tre ft studenteninspraak, daar vind ik dat we w el e e n g o e d e a a n z e t h e b b e n gegegeven. W e hebben open-vergaderin g e n g e o rg a n isee rd , w at d a t een goede zaak is. Vervolgens plannen we nu volgende m aand om een document op de S o r te brengen met betrekking tot openbaarheid van bestuur wat één van de belangrijkste peilers was in ons program m a. Je kunt imm ers niet ver­ w achten van studenten dat ze deelne­ m en o f participeren aan het beleid als ze niet op de hoogte zijn van d e w er­ king van de Sociale Raad. Te weinig studenten weten dat de SoR bestaat. Te w einig studenten weten w aar ze m ee bezig is en waarover ze beslist. Die openbaarheid van bestuur willen we in de eerste plaats door de versla­ gen voor iedereen toegankelijk te m a­ ken. N u m ag een verslag zelfs niet openbaar gemaakt worden. Wij vinden dat iedereen het verslag m oet kunnen inkijken, iedereen m oet kunnen weten w at dat e r gezegd is o p die SoR , wat hu n verteg en w o o rd ig ers te zeggen

2

hebben. Volgens mij moeten we zelfs nog verder durven gaan. Waarom zou­ den we de vergaderingen van de SoR niet openbaar m aken? O p die manier zouden de studenten z elf kunnen ko­ men kijken zoals in de gemeenteraad o f het parlem ent. Zo kunnen studen­ ten m et hun eigen ogen zien wat hun vertegenwoordigers zeggen op de So­ ciale Raad. Nu, die openbaarheid van bestuur is er nog altijd niet hoor. Het is nog een voorstel en hopelijk komt het erdoor. DE M O EIA L: H oe bereik je de stu­ denten?

N ICK DESCHACHT: Hoe bereik je d e stu d e n te n . V oor m ij is d a t een prioritair punt. Ik zou graag zien dat e r bij de verkiezingen van volgend jaar v e rsch illen d e lijsten opkom en m et heel veel kandidaten. Om dat dit ge­ w oon een teken is van bereidheid tot participatie en wil om iets te doen o f iets te veranderen. Hoe doe je dat? D aar is natuurlijk geen wondermiddel voor. Ik denk dat je m oet werken met verschillende elem enten. In de eerste plaats moeten we werk maken van een transparante structuur en informatie­ doorstroming. Daarnaast ook het open­ baar m aken van de SoR-vergaderingen. Z o kunnen studenten die geïnte­ r e s s e e rd z ijn in s tu d e n te n ­ vertegenw oordiging en -politiek eens kom en zien hoe het er aan toe gaat op de SoR. O p die m anier toon je de stu­ denten hoe belangrijk de zaken zijn die w orden bediscussieerd. DE M OEIAL: G a je d it alleen vanaf boven a f doen? Vanuit de studenten­ kringen en het verenegingsleven? Zij zitten tenslotte met hetzelfde probleem van de participatie. Is het niet beter dat van o nder uit te doen? N ICK DESCHACHT: Ik denk dat we d at proberen d o o r ons systeem van open vergaderingen. Wat omgekeerd ook een heel belangrijk elem ent hierin is, is de deelnam e van onderuit aan die Bologna-actie. Het zijn de studenten zelf die dat hebben gedaan. En dat is ook inspraak, dat is deelnam e aan po­ litiek, dat is nadenken over waar naar toe m et de universiteit en de m aat­ schappij. Precies dat is het schitterende van de actie eigenlijk. Dem ocratisch O nderwijs Secundo D E M OEIAL: Wat betreft de sociale voorzieningen?

N ICK DESCHACHT: Bon, voor de sociale voorzieningen hebben we een beetje het geluk gehad. Ludo Sannen van Agalev is zelf met een voorstel ge­ k o m en : d e z o g e n a a m d e JO K E R b e u rs . D a t is e e n b e u rs v o o r beursgerchtigde studenten die om uit­ zonderlijke redenen, bijvoorbeeld om ­ dat ze bissen, geen beurs zouden krij­ gen. Ze kunnen éénmaal deze beurs aanvragen: hun jo k er inzetten. Vandaar de naam, de JOK ER-beurs. In tegen­ stelling tot de andere universiteiten gaf de VUB vroeger al beperkte beurzen voor bissers. Nu zal dat geld van de o v erheid kom en w aard o o r w e z elf

m inder uitgaven moeten doen. Er ko­ m en dus w at m iddelen vrij om andere interessante initiatieven uit te bouwen. Wat betreft dem ocratisering hebben we m eegewerkt aan het Bologna-debat over de hervorm ingen van het ho­ g er onderw ijs in Europa. Die verkla­ ring van Bologna is uiterst belangrijk en even gevaarlijk voor de toekomst. Op de VUB hebben alle studenten die hebben m eegedaan met de protesten tegen de Bologna-verklaring een be­ langrijk punt opnieuw op de politieke agenda gezet, het punt om trent de de­ m ocratisering van het onderwijs. Hier­ over wordt vandaag opnieuw gedebat­ teerd. Je m erkt dat in de persberichten die Agalev verspreid en aan aan de uit­ spraken van Patrick Janssens van de SP. E r kom t opnieuw aandacht voor die democratisering van het onderwijs. E n ik denk dat wij daar op de VUB een belangrijke rol in hebben gespeeld. Het is bijvoorbeeld schitterend dat ie­ mand als Koen Raes een artikel schrijft tegen Bologna en daarbij in grote lij­ nen onze argum entatie aanhaalt. Als je merkt dat de Vlaamse Regering een docum ent heeft m eegegeven met M i­ nister van O nderwijs M arleen Van der Poorteren om die te gaan verdedigen in Praag met een aantal van onze ei­ sen, dan denk ik dat we het één en an­ d er hebben bereikt. Ik zeg niet dat het werk gedaan is en we in onze luie ze­ tel m ogen gaan zitten. We zullen ons moeten blijven m engen in de discus­ sie. Wat de Sociale Raad betreft: te­ gen die Bologna-verklaring kun je heel weinig doen vauit de SoR. Proteste­ ren tegen zoiets kun we m aar door al­ lemaal samen onze stem te laten ho­ ren. D at doe je m et veel studenten, liefst m et alle studenten. En dat heb­ ben we goed gedaan. Het rectoraat is een tijdje bezet geweest. Er waren de­ batten, we hebben banden gezocht met andere universiteiten en hogescholen en dan de m anifestaties. H et is op die m anier d a tje bezwaren van die grootorde op de agenda plaatst. Ik denk per­

soonlijk dat we dat goed gedaan heb­ ben, achteraf gezien. Bon voor ons programmapunt huisves­ ting zijn er inderaad problem en ge­ weest waarbij we dus op een m uur zijn gebotst. Een aantal m ensen van onze lijst zijn een beetje gedem otiveerd door het feit dat we niet vlugger voor­ uit geraken en te weinig invloed heb­ ben. Er zijn een aantal problem en met de studentenvertegenw oordigers van ‘De Lijst’. M aar die spanningen zijn stilletjes aan het bekoelen denk ik. Nu moeten we er voor zorgen dat e r op­ nieuw werk wordt gem aakt van een versneld beleid. De laatste m aand zijn we een beetje in een vertraging geraakt om dat we niet overeenkwam en, zodat commissies minder samen kwamen en nu kom en de exam ens eraan. In de loop naar het volgend academ iejaar moeten we nog een aantal belangrijke zaken doen. Bijvoorbeeld inzake de doopzaal. Dit jaar werd er een com ­ m issie ‘doopzaal’ opgerichten om een soort dialoog aan te gaan met de VUBoverheid. Voor volgend jaa r lijkt er alvast een oplossing te bestaan. Een doopzaal voor volgend jaar vinden was het m eest acute probleem o p dat vlak. Nadeel is dat we nog steeds geen defi­ nitieve oplossing hebben. We hebben wel gezien dat e r een bereidheid is, een goede wil bij de academ ische over­ heid. M aar ze zijn natuurlijk wel wat voorzichtig en terughoudend als het op financieel vlak aankomt. Dit probleem zal in het najaar hoedanook aangepakt moeten worden. Anders zitten we vol­ gend ja a r met het zelfde probleem . M aar we zullen wel zien. DE DAAD B U H ET W OORD DE M OEIAL: Als ik u zo hoor m oe­ ten de plannen die u vandaag heeft nog eigenlijk grotendeels w orden uitge­ voerd. NICK DESCHACHT: Als u die open­ baarheid van bestuur en die definitieve doopzaal bedoelt, hebt u gelijk natuur­ lijk. M aar die openbaarheid van be­ stuur zit al in een, euh... vergevorderde fase. D at punt wordt in juli op de So­ ciale Raad besproken. M aar het is in­ derdaad nog lang niet goedgekeurd. En voor huisvesting wordt dat het najaar. Voor de kwestie van inspraak en par­

ticipatie w ordt dat de voorbereiding van de verkiezingen. Ik hoop die ver­ kiezingen goed voor te bereiden en de studenten goed in te lichten dat ze daar aan kunnen deelnemen. D at er zoiets is als die SoR en dat die SoR belang­ rijk is. W ant veel studenten zijn blijk­ baar nog altijd niet op de hoogte van wat die SoR precies is.

De Moeial

D E M OEIA L: M et een videospotjc bijvoorbeeld? NICK DESCHACHT: Ja, dat is een m ogelijkheid (lacht). Die informatie blijft uiterst belangrijk. Vooral naar eerstejaarsstudenten toe. Daar gaan we dus werk van m oeten m aken in het begin van het volgend academiejaar.

SOR, SOftware Revaluatie VERSIE 30.0 DE MOEIAL: Er is ook de afgelopen weken en maanden een audit gebeurd, er zijn werkgroepen opgericht die vol­ gens de rector moeten nagaan wat de actuele ‘core com petence’ is van de SoR. M et andere woorden het herden­ ken van de functies die SoR vervuld. Hoe zijn die w erkgroepen nu bezig? NICK DESCHACHT: Eerst en vooral is die herdenking vrij snel m oeten ge­ beuren. Ik heb de indruk dat we daar onvoldoende in hebben gedaan. We hebben twee m aand lang alle proble­ men geïnventariseerd in die rectorale w erkgroepen. Van die w erkgroepen wordt nu een verslag opgemaakt en die teksten vormen dan de aanzet tot de eigenlijke discussie. H ie r hetzelfde geval, die discussies m oeten worden gevoerd in het najaar. Tot nu toe werd er onvoldoende ten gronde gediscus­ sieerd. M aar hopelijk, en daar ben ik eigenlijk van overtuigd, kom t die dis­ cussie er in de kom ende maanden. DE MOEIAL: Het idee van deze werk­ groepen kom t van het recotraat. Is dat geen spijtige zaak? De SoR had toch beter h ierz e lf het voortouw m oeten nemen. NICK DESCHACHT: Inderdaad, die discussie is trouwens ook vrij hevig gevoerd in de SoR. De SoR had beter zelf het initiatief genomen. N u geven we de controle een beetje uit handen. W e z ijn d an to ch in gegaan o p de uitnoding van het rectoraat om dat we ervan overtuigd zijn dat er een evalua­ tie m oet w orden gem aakt. E r lopen inderdaad een aantal zaken fout op vlak van studentendem ocratie, parti­ c ip a tie , fin a n c ië n , e n z ... D us die werkgoepen zijn nodig. We hopen er het beste uit te halen.

Om het m et de woorden van de rector te zeggen: ‘pro-actief denken!!!’. D E M OEIAL: Bedankt voor dit ge­ sprek Pieter Vissers en Ruth Lemmens.

18dejaargang - nummer 5-16 mei 2001


De Moeial

Bologna

De Cramp van Van Camp

T h e S ta te U n iv e r s ity w h ic h is c e n tr a lis e d (a n d b u ro c ra tic), a n d o fficia lly e q u a l to a ll o thers in the country, with absolute equivalence o f degrees a n d a p roportional rig h t to research subsidies, will disappearJ D e p ro g ressieve tra n sfo rm a tie van h e t t e r t ia i r o n d e r w ijs v a n e e n overheidssector naar een dienstensec­ tor is onafw en d b a a r? U niversiteiten hebben de p lic h t m ee te evolueren m e t de m aatschappij^ Ieder van u heeft op 10 m ei jl. een m ailtje ontvangen, geschreven door Frank W inter en getekend door Ben Van Cam p, en verstuurd “m et m ede­ w eten van de academ ische overheid". H et is dus een soort regeringsverkla­ ring. E n zoals bij alle regeringsverkla­ ringen het geval is, staat de duidelijk­ heid van de fo rm u le rin g in o m g e ­ keerde evenredigheid tot het belang van de inhoud. W ant dat het belang­ rijk is, laat daar geen tw ijfel over be­ staan. H et bericht betreft de zgn. “bestuur­ lijke associaties” tussen universiteiten en hogescholen, die de Vlaam se rege­ ring “op vrijwillige basis” wil opleg­ gen aan de voom oem de instellingen. Wat ze op het oog hebben kan m is­ schien nog het beste vergeleken wor­ den m et dc paraplustructuur “Uni­ versiteit A ntw erpen” , opgericht als reactie op de besparingen in het be­ ruchte C oensdecreet uit 1991^. Deze “associatie” bestaal uit drie onafhan­ kelijke universitaire instellingen (UIA, UFSIA en RU CA ), die een aantal be­ stuurlijke taken overgedragen hebben aan een gem eenschappelijk beheer. M en zou ook de vergelijking kunnen m aken m et de “Scholengroepen” in het secundair onderw ijs. Deze zijn eveneens opgericht onder vrijwillige dwang van het Vlaams gouvernem ent, en w aren nodig om de rationaliserin­ gen^ d.m.v. “ schaalvergroting” op te vangen. D at be lo o fd du s n iet veel goeds. Wat zegt nu het tekstje van het duo W inter-Van C am p over de rede­ nen voor deze nieuwe associaties? Dat ze liggen in he t verlengde van het hogeschooldecreet, dat aan het perso­ neel van de hogescholen de verplich­ ting oplegt om hun onderw ijs weten­ schappelijk te ondersteunen. Vermits het onderzoek bijna uitsluitend aan de universiteiten verankerd is, kan het p e rso n e e l van d e hogescholen n iet anders dan zich op één o f andere m a­ nier in verbinding stellen m et een uni­ versiteit (...). G e zoudt bijna denken dat het deze keer iets positief is! Wacht, wacht, niet te rap! E r zit toch een vlieg aan de lam p. N iet dat m en m oet sa­ m engaan, m aar m et wie: O m te begin­ nen ligt de VUB geografisch gezien erg slecht in vergelijking m et b.v. Ant­ w e rp e n o f G e n t ( e r z ijn w e in ig Vlaam se hogescholen in Brussel), en bovendien buiten de katholieken hun m a c h ts p o s itie in h e t V la a m se onderw ijslandschap voor de zoveelste keer goed uit: De KU L m aakt zich sterk dat het (sic) een grote associatie zal vormen m et a l de overige katholieke hogescholen over héél Vlaanderen en B r u s s e l. N a a r v e r lu id t d u w t de G uim ardstraat ook hard in die rich­ ting (...). D it laat de VUB in een wei­ nig aantrekkelijke positie. Het under­ statem ent is een stijlvorm: de VUB zal

De Moeial

en

andere

kronieken ener collaboratie v o lk o m e n g e m a r g in a lis e e rd w orden,zeker nu quantitatieve slag­ kracht door alm aar extremere “schaal­ vergrotingen” en “ kwaliteitscontroles” hoe langer hoe belangrijker wordt in de door de opeenvolgende onderwijs­ m in isters g ecreërd e en kunstm atig opgevoerde concurrentiestrijd om fi­ nanciering (en dat zal onder dit gou­ vernem ent nog veel erger worden)^. Het doet dan ook een beetje vreemd aan te lezen dat in de bew uste mail w ordt opgeroepen alle contacten die deze associaties met de VUB zouden kunnen bevorderen, aan te spreken. G eloven de opstellers dan echt dat zij o o k m aa r en ig teg en g ew ich t in de schaal kunnen werpen? En eens te m eer Bologna... Natuurlijk geloven ze dat niet. De in­ houd van de mail is daarvoor trouwens het beste bewijs. Laten we eens kij­ ken n aar d e achtergronden van dat m erkwaardige docum ent.A l op regel één van de aan het begin van de mail g e c ite erd e ‘C o n cep tn o ta ' aan de Vlaam se regering (01/05/01, zie hier­ naast) wordt verwezen naar de Verkla­ ringen van de Sorbonne en Bologna. B o lo g n a? M aar dat ken n en we al: B achelor/m aster-systeem en externe “accreditering” (erkenning) o p zijn Am erikaans, in naam van de zgn. in­ ternationalisering. En de bedoeling was toch de creatie van een Europese H o g e r O n d e rw ijs m a rk t p a rd o n “O nderw ijsruim te” , w ith the objec­ tieve o f increasing the international c o m p e te tiv e n e s s o f th e E u ro p ea n system o fh ig h e r education en alle ge­ v o lg e n v o o r d e d e m o c ra tis e rin g (inschrijvingsgelden...), de academ i­ s c h e v r ijh e id (g ro n d w e tte lijk e onderw ijsvrijheid...) en de culturele verscheidenheden (verengelsing...) in het Europese onderw ijs vandien? Dat­ gene dus waartegen we bezet en b e­ toogd hebben, en w aarover Van Camp op papier beloofd had dat deze gevol­ gen e r absoluut niet zouden komen, w ant daar ging hij bij de m inister van onderw ijs voor zorgen, sèh. Uiteraard w ist iedereen w ist toen al dat hij loog. E n voor degenen die zich zelf wijs­ maakten dat ze daaraan twijfelen moge dit volstaan: in het m ailtje van ons o lijk e d u o w o rd t e r n a a r d e Bolognaverklaring n iet één keer ver­ wezen! M aar waarom zou ‘Bologna’ gebaat zijn bij “associaties” tussen Vlaamse h o g esch o len en un iv ersiteiten ? Dit heeft gew oon te maken m et de manier w aarop men hier de hogescholen van het lange type (zoals b.v. de industri­ eel ingenieurs, de toegepaste econo­ m isten en d e architecten), in heel dat b a c h elo r/m a ste rssy ste e m w il laten m eestappen: om de gelijkschakeling van de graden der hogescholen met die der universiteiten m ogelijk te maken, moeten de eersten “ wetenschappelijk ondersteund” academ isch onderw ijs kunnen aanbieden, en wetenschappe­ lijk onderzoek, dat is tot nu toe vooral de verantwoordelijkheid van de uni­

18dejaargang - nummer 5-16 mei 2001

versiteiten. Elke hogeschool m ag kie­ zen (daar waren de katholieken er wel rap bij om de grondwettelijke keuze­ vrijheid van onder het stof te halen!) aan welke universiteit zij per decreet ‘vastgeplakt’ zal worden om haar “uni­ versitaire” waarde te garanderen. Dat die hogeschoolstudenten daardoor met hun handen en voeten aan de erken­ nende universiteit gebonden liggen, is een détailke waarover we liever niet te m oeilijk gaan doen, ook n iet op grondw ettelijke gronden. H et kom t erop neer dat w ie het gros van de ho­ gescholen binnenrijft, zijn m achtspo­ sitie (ook financieel, want de financie­ ring der hogescholen zal binnenkort eveneens veranderen) onvergelijkelijk versterkt. Van de onder het mom van rationaliseringen doorgevoerde fusies tussen de Vlaamse hogescholen g af de toenmalige “socialistische” onderwijs­ m inister Van Den Bossche z elf al toe dat ze een aanfluiting van het School­ p a d - en dus van de G rondw et - bete­ kenden. Wij stellen sinds meer dan tien jaa r dat dergelijke aanfluitingen deel uitm aken van een industriële en poli­ tieke lange-termijnstrategie op Euro­ pees vlak en nooit, in geen enkel ge­ val, getolereerd m ogen worden. Het Vlaamse landsgedeelte van de Lidstaat België trekt mee het voortouw van deze “onverm ijdelijke” evolutie, om ­ dat de twee belangrijkste lobby’s, de grootindustrie en de katholieke zuil, hier om historische redenen een ste­ vige voet in huis hebben7. Hoezeer dit waar is, wordt nog eens ten overvloede bevestigd door een m et m oeite getem ­ p e rd trio m f a lis tis c h s tu k je van Vlaanderens schrijvende schorpioen Guy Tegenbos voor De Standaard**, over de verkiezing van Oosterlinck in het buro van de European Universities A ssociation (EUA), een nieuwe naam voor de Europese rectorenconferentie, een club waar iedereen lid van is m aar een select groepje de dienst uit maakt. Zij bereiden namens de Europese uni­ versiteiten de invoering van Bologna voor en spelen gesprekspartner voor de R aad van O n d e rw ijsm in iste rs. Tegenbos vermeld dat Oosterlinck ver­ kozen is m et de hoogste individuele score, en dus d u id elijk n iet alleen V la a n d e re n of B e lg ië vertegenwoordigdt. Zeker als ge weet dat die m annen daar niet eens als ver­ tegenw oordiger voor eigen hun land zitten, m aar enkel om hun eigen w in­ kel te verdedigen: E r spelen d a a r wel nationale ofdeelstaatreflexen, m aar de transuniversitaire netw erken zijn er evenzeer van belang. Naarm ate e r één Europees hoger onderwijs groeit, wor­ den de netw erken van onderling sa­ m enw erkende en gelijkgestem de u n i­ versiteiten alm aar belangrijker. Dat dit niet zonder belang is, moge blij­ ken uit het onm iddellijke vervolg: Zij hebben de kenmerken van alle netwer­ ken: ze bescherm en elkaar (wisselen studenten, docenten en onderzoeks­ projecten uit en erkennen eikaars op­ leidingen ) en sch erm en zich tegelijk ook wat a f van de anderen. Studeren in een universiteit van een bepaald netw erk bepaalt in hoge m ate de k a n ­

sen o m toegang te hebben to t vervolg­ opleidingen en onderzoeksprojecten van de andere universiteiten van dat netw erk. Hoewel tegenbos de redene­ ring om draait, is de essentie duidelijk: Oosterlinck is verkozen door (vooral) de leden van één zo ’n netwerk, en zit daar om de belangen van die groep tebescherm en. De subtiele leugenach­ tigheid (één van Tegenbos’ grote spe­ cialiteiten) zit ‘m echter niet eens in die omkering. Essentieel is dat het net­ werk waar Oosterlinck over spreekt, al jaren lan g bestaat, sterker nog, in 1985 d o o r z ijn v o o rg an g er aan de KUL, Roger Dillemans, is opgericht: het C oïm branetw erk. het netw erk van “de oude, p restig ieu se en van christelijke oorsprong zijnde univer­ siteiten in Europa” . Dit gebeurde na een oproep van de paus tot de katho­ lieke universteiten om opnieuw het voortouw te nemen van het intellec­ tueel leven in Europa. In 1987 sprak Dillem ans tijdens zijn academ ische o p e n in g s re d e al o v e r c e n tr e s o f excellence, de toekomstige elite-universiteiten in europa. In 1989 herbergt Leuven de eerste, gesloten workshop in sam enw erking m et de Europese comm issie ter voorbereiding van het M em orandu m on H ig h e r E d u c a tio n , de eerste openlijke - en m islukte - poging om vanuit de Euro­ pese bureaucratie, om de hand te leg­ gen op het hoger onderwijs in de Lid­ staten, in samenwerking met de Euro­ pese industrie. De ERT brengt in dat­ z e lfd e j a a r tro u w e n s h a a r e e rs te o n d e rw ijs ra p p o rt E d u c a tio n and European Com petence uit. In 1997 duikt Dillem ans opnieuw op als hoofd van de wetenschappelijke cel onder­ wijs van... d e ERT, terw ijl hij zich eveneens onledig hield met het schrij­ ven van “optim aliseringsrapporten voor Van Den Bossche. Bij het begin van de nieuwe legislatuur hadden we e v e n tje s h o o p , to e n d e lib e ra le o n d e rw ijs m in iste r V an d erp o o rten D illem an s b eleefd b u iten zw ierd e, m aar het heeft niet m ogen zijn. G e­ steund door een hele batterij techno­ craten van het type jo n g en ambitieus, meestal afgestudeerden van onze ei­ gen Alma M ater dan nog, werden de zaken weer snel in hun ju iste perspec­ tief geplaatst: het m oet renderen, zon­ der teveel gezever over archaïsmen als g r o n d w e tte lijk e v rijh e d e n (cfr. Vanderpoortens beleidsverklaring!), en m et vrij spel voor de ene en ware alleenzaligm akende Markt: Ook tal­ rijke andere stakeholders, zoals het VEV en andere beroepsverenigingen, hebben in d e loop van d e voorbije maanden hierover standpunteen inge­ nomen heet het in de Conceptnota, na de regel die we aan het begin van dit artikel hebben geciteerd. Dat de VUB door het steunen van deze politiek tot d e o b je c tie v e b o n d g e n o o t v an de Leuvense is verworden, is al erg, dat wij m edeplichting zijn aan de vernie­ tiging van de grondvoorwaarden waar­ o nder een universitair hum anistisch project, dat de VUB nog altijd preten­ d eert te verdedigen, überhaupt kan b estaan, is ronduit schandalig. Wij

worden door Van Cam p en Cie. in hun p a m fletje v rie n d e lijk u itg e n o d ig d steun te zoeken voor en m ede te wer­ ken aan de voorbereiding van onze geprogramm eerde ondergang. Zou het niet eerder tijd worden om eens op­ nieuw te beginnen denken aan de or­ ganisatie van een résistancel

Karin Vereist 1 a n s , R ., H ig h e r E d u c a tio n and Europe after 1992. Proceedings o f a W o rk sh o p h e ld a t th e C a th o lic U n iv e rsity o f L e u v e n 2 1-23 June 1989, p. 47 2 Luwel, M., Conceptversie van nota Vlaamse Regering over de herziening van het tertiar onderw ijs, p. 1. 3 Van Cam p, B., interview in De M orgen van 4 decem ber 2000. 4 O pgericht louter en alleen om on­ der de rationaliseringsnormen van het Coensdecreet uit te kunnen komen. 5 Besparingen en herstructureringen op basis van “efficiëntie” en “qualiteit” 6 We herinneren ons O osterlinck: Als Vlaanderen w il dat de K U L uitgroeit tot één van de to p u n iversiteiten in E uropa, d a n d ie n t d e o v e r h e id s ­ financiering gedeeltelijk o f helem aal losgekoppeld te worden van het aan­ tal studenten. D it lijkt in te druisen tegen de dem ocratisering van onder­ wijs, m aar dat is een verkeerde per­ ceptie. Beide zijn zeer g oed sam en te realiseren, m a a r a llich t n ie t binnen één en dezelfde universiteit. (DM 18/ 1/99). Het citaat is niet enkel veelzeg­ gend door O osterlinck's kenmerkende boertige arrogantie, m aar vooral om ­ dat hij toegeeft dat Leuven m aar “top­ universiteit” kan worden door een on­ d e m o c r a tis c h fin a n c ie r in g s m echanism e in te voeren. Deze ont­ koppeling is ondertussen door onze li­ berale onderwijsminister doorgevoerd, in a fw a c h tin g v an e e n n ie u w financieringssysteem “op basis van objectieve criteria” ! 7 M archel C ro ch et, rector van de Université Catholique de Louvain ant­ woordt op de vraag o f de Europese Ronde Tafel van Industriëlen invloed uitoefent op het onderwijsbeleid: Oui, j e V e s p è r e ! C e tte Table R o n d e Européenne, qui a écrit deux rapports to u t à f a i t re m a r q u a b le s : “Une é d u c a tio n e u ro p e é n n e , v e rs u n e société qui apprend" et "Investir dans la connaissance", montre l ’utilisation des moyens modernes qu 'on peut faire p o u r m ie u x apprendre. Ces deux d o cu m en ts vraim ent rem arquables f o n t p o u r le m o m e n t le to u r des universités europeénnes et étrangères. Ils tracent des voient étonnantes tel­ les que l ’im portance d ’une chaîne éducative qui va aujo urd'hui de la égalem ent ce que doit être l'éducation et ce q u ’on attend d ’une form ation, qu ’elle soit dans une haute école ou à l ’université. Ces traces rejoignent com plètem ent celles données p a r le C o n seil des recteurs europeéns ou d ’autres instances. Sélys & Hirtt, Tableau Noir. Résister à la privatisation d e l ’enseignement, EPO. Brussel, 1998, p.54. 8 www.standaard.be/nieuws/ print.asp?article (2 april 2001).

3


De Moeial

Interview N a N ic k D e S c h a c h t r ic h tte De M oeial zich tot de andere kant van h e t b u r e a u , w aar E ls A m p e (De Lijst), voorzitser van de SoR , aan een gelijkaardig interview werd on­ d e r w o r p e n . H aar v isie o v e r het voorbije jaar. T IM E IS O N M Y SIDE, O Y E H IT IS DE M OEIAL: W at is uw algemene in­ druk van het SoR -beleid van de voor­ bije m aanden? ELS A M PE: Ik denk dat ikzelf toch wel heel w at heb ondernom en. Er is veel verandering m ogelijk als je daar voldoende tijd in investeert. Wat ik wel vervelend vind is dat de tijd d a t je voorzitter bent of SoR-lid niet zo goed is aangepast aan het academ iejaar, dus zou ik in elk geval graag zien dat er dit jaar, o f over tw ee jaar, w ordt nage­ dacht over het m andaat aan te passen aan het academ iejaar en niet aan het kalendeijaar.Nu hebben w e zo de si­ tuatie dat na de paasvakantie alles stil­ valt tot oktober, en nog m aar weinig initiatieven genom en worden. En in oktober is iedereen dan weer bezig met de verkiezingen. DE M OEIA L: Dus volgens u wordt het goede beleid hierdoor verhinderd? ELS AM PE: Bah, neen, dat wordt daar n iet d oor verhinderd. H et is alleen m aar vervelend. D at is hetgeen dat mij in feite het m eest stoort. M aar ondanks die euvel is er toch heel wat te verwe­ zenlijken. Als ik even de beleidslijnen van De L ijst overloop: het ICT-beleid bijvoorbeeld. W ij hebben ervoor ge­ pleit dat e r exam enregelingen, lessenroosters, contactadressen en dergelijke m eer op het internet zouden te vinden zijn en dat er m eer P C ’s m oeten ko­ men. Ik heb ook een tekst opgesteld van het ICT-beleid die op de vorige SoR is gekomen. D aarin staan al die verzuchtingen eigenlijk opgesom d. Ik heb ook bij de studenten rondgevraad wat e r allemaal te doen is rond die ICT en w at e r allemaal van problem en wa­ ren. O nder andere een groot tekort aan com puters. Toen heb ik dat in een do­ cum ent gegoten van ongeveer zeven pagina’s, en dat is dan behandeld g e­ w eest op de Com m issie Studieadvies, w aar dan nog eens een aantal ideëen zijn aan toegevoegd. Dat is twee keer op de com m issie geweest en zo is er ee n d o c u m e n t to t sta n d gek o m en w aarin de belangrijkste problem en, zowel praktisch als tijdens het leerpro­ ce s, kunnen opgelost w orden door ICT. DE M OEIAL: Denkt u dat die beleids­ nota vlug geïm plem enteerd zal wor­ den? ELS AM PE: Wel euh, het is eigenlijk niet aan de S oR om da t nu z e lf te implem enteren. D at is onm ogelijk. De VU B is materie voor de Onderwijsraad en dus voor de Raad van Bestuur, die daar een beslissing m oet nemen, m aar als SoR -lid vind ik, zeker om dat het in onze beleidslijnen stond, dat het toch ook voor de studenten belangrijk is om daar advies in te geven. N u is het de bedoeling dat het door de Com ­ m issie O nderw ijsvernieuw ing wordt behandeld. Ik heb ondertussen al con­

4

De aangekondigde externe SoR-Audit(II)

tacten gehad m et T h ea D erckx, die daar verantwoordelijk voor is. Dan heb ik ook de tekst doorgestuurd aan de v ice-rector van O nderw ijs, R osette Segers. En de rector die is er ook van o p de hoogte, dus ik denk wel dat het via C om m issie O nderw ijs vernieu­ w ing, naast andere projecten, in de Raad van Bestuur terechtkomt. Als dat toch niet gebeurt dan zullen we dat via de studenten toch doen, denk ik. Ik denk dat het belangrijk genoeg is dat e r veel klachten zijn van studenten, om dat ze h eel het gebouw m oeten afzoeken om een uurrooster te vinden, dat ze hun boeken en cursussen op al­ lerlei verschillende plaatsen moeten zien te bem achtigen en dat dit alles dringend m oet gecentraliseerd w or­ den. Het is w el dringend tijd dat daar iets aan verandert. Vandaar dat ik zo snel m ogelijk die tekst trachtte te ma­ ken. D E PU NTJES O P DE i? D E M OEIAL: Zijn e r nog andere pun­ ten van De L ijst die verw ezenlijkt werden o f die dat nog moeten worden?

E L S A M PE : Ja, b ijv o o rb e eld een puntje over het examenregelement. Ik heb in het begin van het jaa r een adhoc C o m m is s ie V e rk ie z in g en geinstalleerd die ook tot doel heeft eens na te gaan wat zoal oudbollig is aan het exam enregelem ent en wat er zou kunnen veranderen. Onder andere het feit dat de examenroosters pas b e­ kend gemaakt worden een maand voor de examens. Wij zouden willen zien dat dat toch al op het begin van het jaar uitgehangen wordt, zodanig dat de studenten een planning kunnen opm a­ ken en dat het dus gemakkelijker is om te beginne studeren. Dat zal dus be­ paald worden in de ad-hoc Com mis­ sie Verkiezingen, naast de verkiezin­ gen zelf, waar ook zal nagedacht wor­ den over de aanpassing van het m an­ daat aan het academiejaar. Daarnaast zal o o k nagedacht w orden over de m eest dem ocratische m anier van ver­ kiezingen. DE M OEIA L: En is daar al een resul­ taat uit gekomen? ELS A M PE: Neen, daar is nog niet e c h t een d o c u m e n t v an opgesteld. M aar ik denk toch dat dat tegen okto­ ber m oet af zijn. Het zelfde voor de Com m issie Veiligheid en Mobiliteit. Wij hebben ons beleidsplan ook ge­ richt op veiligheid op de campus. Meer belichting en dergelijke. Ook de vraag o f e r eigenlijk onveiligheid is zal wor­ den aangekaard. In die zin heb ik dan een ad-hoc Com m issie Veiligheid en M obiliteit geïnstalleerd waarin dat de opdracht er in bestaat om een studie te laten uitvoeren over onveiligheid op de campus. Is het hier zo onveilig o f is dat gew oon een algem ene indruk, een soort van m aatschappelijke trend? Is het aantal incidenten toegenomen? M et enkele professoren zal ik binnen­ kort een afspraak hebben over ten eer­ ste de zin van het onderzoek en ten tweede over de modaliteiten en de ver­ wachtingen. Dat is ook nog een puntje dat w e dan op de verkiezingen had­ den aangehaald. Verder was er ook een p u n tje o m tre n t h e t c o m m u n icatie­ beleid. E r is een probleem omtrent de c o m m u n ic a tie tu ss e n de

gemandateerden en de kiezers. Ik heb een com m unicatiev era n tw o o rd e lijk e aangesteld... D E M O E IA L : En hebben we daar al van gehoord?

ELS AM PE: Dat is b ijn a o n m o g elijk . D e b e d o e lin g was van een website te m aken, en die is nu af. Dus m oet de site enkel nog geplaatst worden op de cen­ trale pagina’s van de VUB. Daar wachten we nu nog op. Ver­ der hebben we een U R L -ad res g ekreg e n (www.sor.vub.ac.be). B in n en k o rt zal dit aangekondigd wor­ den in een affiche­ cam pagne en zal de VUB volhangen m et affiches. Dan is e r ook nog de comm unicatie van Jette. Om de twee weken stuur ik een mailtje naar de ver­ antw oordelijke in Jette over wat hier allemaal gebeurt. Sedert de vorige SoR wordt een beknopt verslag opgemaakt van de vegadering en wordt dat door­ gestuurd naar d e kringen. De Moeial: En stroom t dat dan ook door naar de kiezers zelf? ELS AM PE: Ja, dat is een beetje het probleem . Wij zouden dat ook willen doorsturen naar alle VUB-leden, maar dat m oet ik dan eigenlijk nog vragen aan de PR-dienst o f dat wel mogelijk is. M aar het is toch wel een eerste aan­ zet. We proberen in die richting te w erken, m aar als je daar m aar met twee voor bent is dat ook niet altijd evident om dat dan snel te realiseren. Ik zeg het, in ju ü zal ik ervoor zorgen dat er nog wat zaken op poten worden gezet om de comm unicatie te verbete­ ren. Ik vind ook dat er een beter comm unicatie-beleid m oet zijn in de so­ ciale sector zelf, dus niet enkel tussen de gemandateerden en de kiezers. DE M OEIAL: En hoe verloopt de in­ terne com m unicatie tussen het dienst­ hoofd en de leden? ELS AM PE: Wel, in het begin is aan alle leden van de SoR de begroting uit­ gelegd en ik heb daar ook een docu­ m ent ro n d g ed e e ld m et een tak e n ­ pakket, waarin staat dat zij als comm issie-voorzitter regelm atig contact opnemen m et het diensthoofd zodat ze op de hoogte zijn van de problemen. DE MOEIAL: Worden daar dan ideëen o v e rg e n o m e n o f is h e t m e e r een éénrichtingsverkeer vanuit het dienst­ hoofd? ELS AM PE: Wel, ik zeg het, ik heb er bij de com m issie-voorzitters op aan­ gedrongen in het begin van de m an­ daten dat ze met het diensthoofd een m axim aal overleg zouden hebben en dat ze ook zouden duidelijk maken dat zij het beleid van de dienst waar ze veran tw o o rd elijk v o o r zijn zouden bepalen. En daar komt het eigenlijk op neer. Ze zouden m oeten duidelijk m a­

ken wat hun ideëen zijn en ook dat ze luisteren naar de ideëen van de adm i­ nistratie, die geen beleid voert m aar toch wel volgens mij hun ideëen zou­ den m ogen uiten. Dus hangt het een beetje a f van de wijze waarop de comm issie-voorzitters hun communicatie voeren, intem dan. Binnenkort zal ik ook een evaluatievergadering houden met de comm issie-voorzitters, in de bedoeling dat we de problem en kun­ nen bespreken. D E M OEIAL: Rond de afhandeling van het dossier Huisvesting zijn in de vorige SoR enige problem en geweest (zie vorige M oeial). Wat vond u daar­ van? ELS AM PE: Ja, er is een groot ver­ schil nissen de meningen over de inhoud van het voorstel en de reden waarom het voorstel uiteindelijk niet op de SoR is geweest. DE M OEIAL: W elk verschil was er dan? ELS AMPE: Euh, ik zal mischien eerst even de historiek schetsen. Er is een comm issie Huisvesting geweest twee w eken voor de SoR-vergadering van 15 maart. O ver die commissie was, als ik mij niet vergis, geen agenda rond­ gestuurd, dus ik dacht niet dat daar enige fundam entele discussies zouden plaatsvinden. Als laatste puntje kwam d e w ijziging van huurtoelage. D at voorstel op zich toont inhoudelijk en­ kele fouten. Er werd geen rekening ge­ houden met de maatregelingen van de huurtoelage die reeds was ingevoerd bij de berekening van de huurprijzen. Dus dat werd eigenlijk al vergeten. Enfin, er waren nog een aantal zaken die konden veranderen. Ik vond het een beetje vervelend dat ik totaal niet o p de hoogte was van het feit dat er een voorstel was en dat er ook totaal geen overleg was gepleegd tussen de com m issie-voorzitter en het dienst­ hoofd. Er werden enkel maar gegevens opgevraagd. Ik vond het eigenüjk fan­ tastisch dat die m an dat initiatief had genomen. Ik vond het goed dat het op de comm issie kwam, m aar ik vond het jam m er dat hij dat meteen ook op de SoR wou plaatsen. Niemand was daar eigenüjk over ingelicht en ik wilde dat

De Moeial

dan op de com m issie behandelen als w erkdocum ent en dan op de één of andere m anier m ijn ideëen kenbaar m aken aan de adm inistratie en de an­ dere leden van de com m issie die ook niet op de hoogte waren van het docu­ ment. Zodat eigenüjk iedereen op de­ mocratische wijze zijn m ening daar­ over kenbaar zou kunnen maken op in­ houdelijke vlak. W aarmee we dan al dan niet het docum ent aanpassen naar­ gelang de m ening van de m ensen die daar zitten en dat als werkdocument naar de SoR te brengen. N u, da t dan op de SoR behandelen tw ee w eken later is vrij onmogelijk. In die twee we­ ken m oet je dan toch een paar keer samen kom en m et de comm issie om dat verder te bespreken. M aar eigen­ lijk wilde de com issievoorzitter hier niet veel van weten. D at m oest en dat ging op de SoR kom en van 15 m aart. D aar ging eigenlijk de discussie over en niet zozeer om de inhoud. Ik vind dat als je een voorstel doet om terug te keren naar een systeem van twee jaar g eleden dat is voor mij iets als ‘je koopt een auto, een nieuwe dan, en dan zie je d a tje toch w eer zin hebt om met die oude auto te rijden.’ Ik vind dit een rare m anier van werken. Ik heb altijd gezegd dat het kom t op de SoR, m aar niet op de SoR van 15 m aart. Ik ga er niet m ee akkoord dat iem and vind dat zijn idee heilig is en dat iedereen dat zom aar m oet aanvaarden. Ik was er wel mee akkoord dat e r een evaluatie, die zelfs niet gepland was, op de SoR ging kom en zodat we het voorstel op de volgende SoR konden plaatsen. M aar de evaluatie was toen nog niet af, dus ik zei bon, dan kunnen we het ook niet op de SoR behandelen. Ik heb d a a r d e d a g e rv o o r m et N ic k D eschacht en Ann W inter over gepraat en zij bleven aandringen om het toch nog op de SoR te plaatsen. D it wilden ze desnoods bereiken met handteke­ ningen. N u ja, ik voelde m e toen toch wel h a lf bedreigd. DE M OEIAL: Hebben ze het recht niet om dat te doen? ELS AM PE: Ja, natuurlijk hebben ze dat recht, m aar toen o p de dag van de SoR zelf de evaluatie nog niet af was, heb ik gezegd dat het er gewoon niet op kon. Ik wou gewoon weten wat er

18dejaargang - nummer 5 -16 mei 2001


De Moeial

verkeerd is aan de huidige regeling. Indien zou blijken dat die regeling niet aan de verw achtingen van het sociale beleid voldoet, wat nu bewezen is dat niet het geval is (zie: laatste SoR), dan vind ik dat er een nieuw voorstel op tafel m oet liggen en dat e r daar dan over w ordt gedebatteerd/ BO LO G N A et sause com m e ca DE M OEIAL: Wat vindt u nu van de hele B ologna-affaire? Is uw m ening hierover gewijzigd? ELS AM PE: M ijn m ening is absoluut niet veranderd. Ik ben van m ening dat de Bologna-verklaring voor m eer pro­ blem en zal zorgen dan voor m eer kwa­ liteit. Zeker uit wat betreft de laatste o p m e r k in g e n in de m e d ia van Oosterlinck en anderen blijkt duide­ lijk dat w aar wij angst voor hadden toch tot stand kom t. We hadden de vrees dat e r universiteiten zouden ont­ staan zoals in Am erika, die beter wa­ ren en slechter en beoordeeld worden op de hoeveelheid sterren die ze toe­ bedeeld kregen. V roeger zei m en dat het idee van sterren niet bestaat, m aar nu blijkt dat deze ideën toch aanw e­ zig zijn. W ij konden enkel een docu­ m ent op de VU B opstellen waar we er duidelijk voor pleiten dat de eigenheid van de VU B niet zou verloren gaan in die Bologna-structuur. En ook dat we de m anier van onderw ijs, waarin de nadruk wordt gelegd op algem ene vor­ m ing en dat dus ook de “ universitas”gedachte niet verloren zou gaan. Op het m om ent van de betoging vond ik da t w e de h ogescholen on d er druk m oesten zetten en dat we ook enkele politici m oesten betrekken in de hele

Bologna

affaire. Nu zitten w e m et het probleem dat bijna iedereen in het Vlaamse landschap voor B ologna is gewonnen. We m oeten ons geen illusies maken, het is duidelijk dat het eigenlijk te laat is. A ls ze nu reeds in het stadium zitten sterren te geven aan universiteiten, ja, d a n m o e te n w e o n z e c o n c lu s ie s trekken.Ik zit in de W S -w e rk g ro e p (Vereneging van Vlaam se Studenten) en de VLIR heeft expliciet gevraagd aan VVS om ons standpunt te kennen over ze sterren w illen o f niet na de a c c r e d ite r in g e n d e k w a lite its vergelijking van de universiteiten. Wij h e b b e n h e t als V U B-standpunt op d e w e rk g ro ep g e­ zegd d a t we geen sterren w ilde voor d e u n iv e rs ite ite n . Wat er dus gebeurde is dat voorzitter van VV S een standpunt g e v ra a g d v a n de verschillende afde­ lin g e n w a a ro n d e r de V U B, G ent, de hogescholen. Voor de sterren waren we g e e n v o o s ta n d e r om wille van het feit dat k w aliteit daar­ door niet gaat ver­ b e te re n . D o o r die sterren zouden we ons dan gaan verg a lo p e re n en o n s alleen nog gaan blindstaren op die sterren. In de W S hebben ze ons standpunt dan opgeno­ men w ant ook een aantal anderen wa­ ren daar mee akkoord. De VVS-voorzitter is m et dat standpunt vervolgens n aar d e V L IR gegaan. M aar in de VLIR bleek dat er ook een aantal an­

deren die hiertegen waren. TO EK OM STPLANNEN DE MOEIAL: Zijn er nog andere plan­ nen voor het kom ende h alf jaar? ELS AM PE: Dus vooral die com m u­ nicatie w ordt een belangrijk punt. Ik zou graag in de eerste week van okto­ ber, als alle studenten hier aankomen, e e n s o o rt v a n in tro d u c tie w e e k organiseren.voor de SoR. Dit zou dan los moeten staan van de verkiezingen, m aar gew oon een algem ene introduc­

tie in de VUB-politiek. A ls ik genoeg m ensen vind, zou ik een filmpje in el­ kaar willen steken en dan in de aula’s een voorstelling geven en ik hoop dat de proffesoren daaraan m eewerken, want ik vind het belangrijk de studen­ ten te mobiliseren, want nu is het wel erg gesteld. Het gebrek aan com m u­ nicatie is enerzijds wel onze schuld.

m aar aan de andere kant zijn er ook weinigen geïnteresseerd. M isschien is dit een soort vicieuze cirkel en m oe­ ten we die trachten te doorbreken. Dit is wel wat ambitieus, m aar we kunnen toch de m oeite doen hé. DE M OEIAL: In de laatste SoR was er ook een audit over het voorbije jaar. Enige reacties? ELS AM PE: G oh ja , het is zo dat het rectoraat de toekomst wil bespreken van de sociale sector en de sociale raad. Wij hadden natuurlijk de nodige a rg w a a n ten o p z ic h te van die bespreking, o m d at wij e i­ g e n lijk b e te r v o o r ons z e lf zouden naden­ k e n w a a r we n a a r toe z o u ­ den w ille n . M aar de rector heeft dat initia­ t ie f g e n o m e n en de bedoe­ lin g zo u z ijn dat er in rectorale krin­ g e n zo u g e ­ s p ro k e n w o r­ d e n o v e r de toekomst en dat er een discussietekst zou opgesteld worden uit de resulta­ ten van de werkgroepen. Die discussie­ tekst zou dan in de SoR besproken worden en dan later in november op de Raad van Bestuur.

ELS AM PE: Ja, ik vind dat dat een spijtige zaak is. want uiteindelijk heeft de SoR al dertig jaa r autonom ie geno­ ten en is e r al die tijd weinig inmen­ ging geweest in de SoR. Er is natuur­ lijk altijd inmenging in die zin dat ie­ dereen altijd zijn gedacht wil zeggen o v e r om het ev en w at, dus kun je eigenljk nooit inmenging vermijden. H et is dus afhankelijk van de SoR-leden in hoeverre ze zich laten beïnvloe­ den. Je kunt je niet laten beïnvloeden -dat is perfect m ogelijk- en je kunt je maxim aal laten beïnvloeden. D E M OEIAL: Bent u beïnvloedbaar? ELS AMPE: Neen, ik denk dat ik niet echt beïnvloedbaar ben, m aar dat is w aarschijnlijk ook de reden dat dat artikel in de vorige De M oeial stond. Ik vind het belangrijk dat de SoR haar autonom ie heeft en dat de leden daar­ van het beleid voeren, en niem and an­ ders. Ik luister wel naar de anderen, in die zin dat de administratie hun me­ ning mag kenbaar maken, m aar dat wil zeker niet zeggen dat ik die zal vol­ gen. Dus ik vind het belangrijk dat de SoR-leden in alle autonom ie handelen en zich zeker niet laten beïnvloeden, tenzij ze die beïnvloeding natuurlijk positief vinden. Ik snap wel dat de rec­ tor over de SoR wil nadenken, want als ja dat niet doet zou het kunnen dat je ergens naar toe gaat waar je niet wil naar toe gaan.A an de ene kant vind ik het spijtig, m aar aan de andere kant is het wel gelukkig. O ok voor ons zelf. DE M OEIAL: Bedankt voor dit ge­ sprek.

DE MOEIAL: Is dat een spijtige zaak? P ie te r V issers en M a u g er M o rtie r

EUROPA IS EEN HOER,

KOEN RAES OVER DE ONDERWIJSHERVORMINGEN VAN DE EUROPESE COMMISSIE K oen R a es s c h r e e f in het a p r il­ num m er van ’ Sam enleving en Poli­ t ie k ’ o v e r d e B o lo g n a - e n de Sorbonne-verklaringen D e Europese G em eenschap, zo werd ons toch altijd voorgehouden, is een econom isch sam enw erkingsverband. Dat w ordt iedereen voor de neus ge­ w orpen, die opkom t voor een m eer sociaal Europa. Kijk, dat ligt moeilijk, het is niet echt onze bevoegdheid. Dat contrasteert fel m et de flair waarmee diezelfde Europese G em eenschap, o f althans toch haar C om m issie, zich thans op het H oger O nderw ijs heeft g e w o rp e n e n m et h e rv o r m in g s ­ voorstellen op de proppen komt die dat Hoger Onderw ijs grondig zullen ver­ anderen. N u heeft Europa volstrekt geen enkele bevoegdheid inzake on­ derw ijs, m aar m en heeft een achter­ poortje gevonden om die ganse m ate­ rie toch naar zich toe te trekken, na­ m elijk het concurrentieverm ogen van de uitgereikte diplom a’s. En van con­ currentie, daar w eet de Europese G e­ m eenschap natuurlijk alles van. Het vrijm aken van de handel op w ereld­ vlak zal ook het vrijm aken van de m arkt der diplom a ‘s m et zich bren­ gen en om te verhinderen dat we overspoeld w orden m et A m erikaanse di­ plom a’s, indien zich hier al geen Am e­ rikaanse universiteiten zouden vesti­ gen die op com m erciële basis werken,

De Moeial

1 m iljoen frank inschrijvingsgeld in­ clusief. H et is m aar best dat we ons voorbereiden door zoveel als mogelijk het A m erikaanse H oger O n­ d e rw ijs m o d el te im iteren . N iet dat ons H oger Onderwijs slecht zou zijn, verre van daar, het is in heel w at opzichten zelfs beter en dem ocratischer dan het A m erikaanse, m aar Am erika is nu eenm aal norm ­ stellend: W ie de economische en de m ilitaire m acht heeft, die heeft het voor het zeggen. En A m erika is de enige super­ m acht. Aldus geschiedt. In tw ee ver­ klaringen m et ronkende n a­ m en , d e B o lo g n a - en de Sorbonne-Verklaringen, w er­ den de krijtlijnen uitgetekend van hoe het nieuwe landschap van het Hoger Onderwijs e r in Europa m oet uitzien, bij voor­ keur zo snel m ogelijk. Voor­ eerst m oeten w e onze graden a a n p a s s e n aan h e t A m e ri­ k a a n se sy steem : B ach elo r, M aster en Advanced Master. D at de nieuwe wereld deze archaïsche, m iddeleeuw se term en koos om haar nieuw e cultuur enige envergure te ge­ ven doet er niet toe en het scheelde geen haar o f m en zou onze m oderne n o tie s v an k a n d id a a t en lic e n tia a t

18dejaargang - nummer 5-16 mei 2001

schroomteloos hebben vertaald in Vrij­ gezel en M eester, als zou er hier nooit een vrouwelijke em ancipatiegolf heb-

ben plaatsgegrepen. De eerste graad, Bachelor, heeft in de Verenigde Sta­ ten een b eroepsgerichte uitstroom oriëntering? Goed, dan zullen we dat ook wel proberen, al moeten hierdoor alle algem een vormende vakken sneu­

velen. Alsnog geven we wel nog de v o o rk e u r aan e e n d o o rstro o m Bachelor, die voorbereidt op een M aster-graad, m aar als het moet, dan m oet het m aar en persen we alles in de Bachelor. Het m iddelbaar onder­ wijs kan dan meteen al beginnen met zevende, achtste en negende studie­ jaren in te richten. Kwestie van heel goed voorbereid te zijn. M aar het gaat verder. De taal van de wetenschap, dat is al een tijdje zo, is het Engels. Dus moeten we onze stu­ denten grondig vertrouw d m aken m et deze taal w illen zij op de diplom a-m arkt gelijkwaardig kunnen concurreren. Het gebruik van hand­ boeken in het Engels wordt dus aang em oedigd. H et zijn tenslotte de beste op de markt. M aar waarom stu­ denten niet ook laten meeprofiteren van Engelstalig onderw ijs zodat zij het juiste taalbad krijgen voor hun toekom stige h abitat? O ok dat zal worden gestim uleerd. Opleidingen die zich willen profileren als ‘Cen­ ters o f Excellence’ doen er goed aan hun lessen en cursussen in het En­ gels aan te bieden, hoe amechtig en schabouwelijk het Engels van de plaat­ selijke lesgevers ook moge zijn. De nog m aar vijftig jaa r geleden gewon­ nen strijd voor de vernederlandsing van het Hoger Onderwijs is er alweer aan voor de moeite. W aar w e vroeger

het Franstalig imperialisme hekelden, om arm en we het Engelstalige im pe­ rialism e zonder problemen. Wie had gedacht dat Europa trots zou zijn op haar m illennia oude cultuur is e r dus aan voor de moeite. D at uitge­ rekend de universiteiten van Bologna en Sorbonne, met een eeuwenoude tra­ ditie, werden uitgekozen om verkla­ ringen af te leggen die er de uitver­ koop van p roclam eren is p uur cy­ nisme. Als we de Europese Com m is­ sie volgen, en dat doen we altijd, dan is Europa niets m eer dan een hoer, die zich prostitueert voor de alm acht van een Big Brother, waarvan de aanm ati­ gingen niet eens m eer in vraag wor­ den gesteld. Onderwijs een culturele aan g elegenheid? Vergeet het maar. Onderwijs is big business, en zal in die richting gestroomlijnd worden. Even­ tueel vanaf de kinderkribbe. copyright Koen Raes

KOEN RAES is ethicus en m oraal­ filo s o o f aa n de R ijk su n iversiteit Gent H oofdredacteur van ‘Sam enleving en Politiek’, tijdschrift voor een de­ m ocratisch socialism e.

5


De Moeial

BS9 Pierre Boulez en de feniks van de traditie Een eerste versie Inm iddels bijna een ja a r probeer ik vorm te g ev en aan d it e s sa y o v e r com ponist, dirigent en polem ist Pierre B o u le z (° 1 9 2 5 ). N a e e n e e rs te , opw indende periode van ontdekken, lezen, schrijven, en vooral luisteren, volgde een vacuüm . Nu denk ik te w eten hoe het verder moet. M aar ik beschouw w at volgt slechts als een tijdelijke versie, en voorzie revisies en aan v u llin g en in de n abije en verre to e k o m s t, n e t z o a ls B o u le z z ijn com posities schrijft, uitvoert, en vaak tientallen jaren later herziet, verrijkt o f slechts een “ kern” e ruit isoleert en daarm ee een nieuw werk bouwt. H et Verhaal Boulez is van een onge­ kende com plexiteit en weerspiegelt in feite het verhaal van de tw intigstee e u w se m u z ie k g e sc h ie d e n is . W ie B oulez zegt, en vooral w ie B oulez schrijft, schrijft m odernism e, radica­ lism e, John Cage, A m old Schönberg, Igor Stravinski, traditie, toekom st, ob­ je c tiv ite it, en dus autom atisch ook p o s tm o d e rn is m e , c o n s u m p tie , M auricio Kagel en Helm ut Lotti. In deze eerste versie zal ik voornam e­ lijk aandacht besteden aan de bijzon­ d ere m an ie r w a a ro p de m o d ern ist B oulez tussen de traditie en de toe­ kom st staat, en w elke implicaties dit heeft voor zijn scheppend werk. Ten­ slotte zal ik het voorgaande trachten te illu s tr e re n aan de h a n d v a n "R é p o n s " , B o u le z ’ m o n u m e n tale com positie voor solisten, ensem ble en elektronica.

idee, een voorstelling, een uitgangs­ punt. Som s breekt e r dan een fa se aan waarin ik probeer n a a r beste vermo­ gen het probleem rationeel in kaart te brengen. Soms, n iet altijd. En dan g e­ beurt het nog a l eens d a t veel van het rationele afbrokkelt, w anneer ik ga com p o n eren . W aarom ? O m d a t het m uzikale object to t leven komt. D it impliceert dat het oorspronkelijke con­ cept n iet alleen m oet worden aange­ past, m aar som s zelfs totaal moet wor­ den verlaten. ” O f nog: “Eerst m aak ik een construc­ tieve gevangenis, w aar ik dan tijdens het componeren u itb reek" R a d ic a lis m e : B o u le z v e r su s de traditie B oulez’ esthetische visie werd in be­ langrijke m ate gevorm d in de jaren 1 9 4 3 -1 9 4 7 . M id d e n in d e o o rlo g (1943) trok de zeventienjarige Boulez

ontdekt. Alles, d a t w il zeggen de fu n ­ dam entele werken, van “Le Sacre du P r i n te m p s ” v a n S tr a v in s k y to t W ebem s “Tweede Cantate". D at a l­ les op acht maanden tijd - ik kan u verzekeren dat dat een aangrijpende ervaring is. Vandaar d a t radicalisme. D e wereld die ons omringde werd ein­ d elijk - m et één beweging - w egge­ vaagd. " De Feniks van d e traditie In de loop van de kunstgeschiedenis zijn kunstenaar op uiteenlopende ma­ nieren m et het verleden en de traditie omgegaan. Een eerste categorie kunstenaars, de conservatieven, koestert de traditie als een absolute waarheid en assimileert die traditie zonder daar iets wezenlijks aan toe te voegen. Dit zijn meestal ook de k u n ste n a a rs d ie snel tu ssen de plooien van de geschiedenis verdwij-

gaan. MB: Met andere woorden, als je op een lager dan het door u geschetste niveau gaat zitten, neem je feitelijk niet deel aan d e tijd waarin je leeft, sta je aan de zijlijn, ben je verloren. PB: Verloren, ja , een beter w oord kan ik er ook niet voor bedenken” Een tw eed e c a te g o rie ku n sten aars heeft haar wortels in de traditie, m aar bezwijkt haast onder de last van de vruchten uit het verleden. Deze kun­ stenaars voelen een behoefte om bij te dragen tot de “vooruitgang" en doen dit door de traditie “uit te breiden” . Zij nemen geen afstand van wat e r in het verleden is gebeurd, m aar zetten en ­ kel consequent de volgende stap in de evolutie; het zijn de evolutionairen. Schönbergs naam is al vaak gevallen, en ook hier kan ik hem als voorbeeld aanhalen, te m eer daar Boulez een erg dubbelzinnige relatie met hem heeft.

T e n s lo tte z ijn er nog de postmodernisten, die het verleden zien als een grote ladenkast en voor hun eig en com posities uit om het even welke lade nemen w at ze nodig heb­ ben. Arvo Part herkauwt het Grego­ r ia a n s , H e n ry k G o re c k i is n e o romaticus en wie in de stijl van M ozart w il sch rijv en , m ag dat in de p o st­ m oderne canon evengoed.

De c o n stru c tie v e g evangenis “Een journalist vroeg m e ooit voor wie ik componeer. D e vraagstelling is ver­ keerd! Ik com poneer voor niemand, ook n iet voor mezelf. Ik com poneer uit fascin a tie voor het creatieve proces.'' Deze woorden van Boulez zijn de sleu­ tel tot diens ganse oeuvre, zelfs tot zijn persoon. B oulez’ m uziek m ag dan wel w ortelen in het expressionism e van de 'T w eede W eense School” (Schönberg, Berg, W ebem ), zij is niet geschreven om, uit therapeutische o f psychologi­ sche noodzaak, expressie te geven aan zijn eigen em otionele leven, noch om antw oorden te zoeken op existentiële o f u n iv e rs e le v ra a g stu k k e n . D eze m odernistische kijk contrasteert bij­ voorbeeld m et de m uzikale queeste n a a r “w a a rh e d en ’j van B eetho v en , W agner o f M ahler . N een, het gaat B oulez om de schoon­ heid van de conceptie en de abstracte expressie van de com positie. Wat hem interesseert is hoe een gedachte le­ vensvatbaar kan w orden cn, gevoed d oor een rijke fantasie en gestuurd d o o r een v e rfijn d e te c h n ie k , zich q u a s i-a u to n o o m to t een p rac h tig e weelde kan ontwikkelen. Op de vraag hoe een com positie bij hem to t s ta n d k o m t, a n tw o o rd d e Boulez: “E r is een vage notie van iets, het b e s e f van een richting die j e op wilt gaan. In het geval van “Répons ” was dat het beeld van zes solisten versus een centrale kern van musici. E r is een

6

m et de algem ene w esterse m uziek­ geschiedenis, m aar ook m et zijn eigen v erle d e n : h e t lo t h ie lp h ie rin een handje door een groot deel van zijn eigen partituren in een brand te laten verdwijnen. In de com posities die nog niet vernietigd waren, stak hij, voor het afreizen naar de V.S., zelf de vlam. Eens in Am erika, zette hij het traditio­ nele W esterse systeem van “ getem ­ p erd e” m uziek op losse schroeven door niet-getem perde “instrum enten” te g eb ru ik en (b ijv o o rb eeld allerlei slagwerk met niet-gedefmieerde toon­ hoogtes) en door de aandacht van het m elodische naar het ritm ische te ver­ schuiven. Bovendien verw ierp Varèse het inm iddels geïnstitutionaliseerde dogm a van “constante ontw ikkeling” van het muzikale materiaal in een com ­ positie. Jo h n C age w as nog ra d ic a le r dan Varèse, om dat hij het concept “m uzi­ kale taal” volledig opblies en alles pro­ moveerde tot “muziek” . Over Cage zal ik het straks nog hebben.

Pierre Boutez, 1964 naar het Parijse Conservatorium , waar hij enkele jaren zou blijven. Debussy, Ravel en H onegger bepaalden e r toen het m uzikale klim aat. Wat de echt he­ den d aag se m uziek betreft, w as het Parijs van rond de Tweede W ereldoor­ log een woestijn. Schönbergs twaalf­ toonstechniek bijvoorbeeld, ontstaan in 1923, was nog niet tot de Stad van het Licht doorgedrongen. Zelfs diens revolutionaire werk Pierrot Lunaire, 33 ja a r voordien geschreven in een vrije atonale stijl, zou daar pas na de tweede wereldoorlog uitgevoerd wor­ den! Toen Boulez in Parijs^ 1944) les nam bij O livier M essiaen , leerde hij de com ponisten kennen die zo belangrijk voor hem zouden worden: Schönberg, W ebem, Berg, Stravinsky, B a rtó k ,... “M essiaen w as voor m ij een bron van ontdekkingen. W anneer j e geconfron­ teerd wordt m et a lles wat j e voordien ontzegd werd, word j e radicaal. Want na de oorlog hebben we alles tegelijk

nen. D e com ponist Max Bruch is hier­ van een voorbeeld. Hij leefde tussen 1835 en 1920, h eeft dus Johannes Brahms, Richard W agner en Am old Schönberg gekend, m aar zijn muziek heeft noch het structurele vernuft van Brahms, noch de vernieuwende m u­ zikale taal van W agner o f Schönberg. Van zijn composities wordt vandaag alleen nog het Eerste V ioolconcerto gespeeld. O ver deze categorie kunstenaars heeft Boulez het in het volgende interviewfragment: “Pierre Boulez: Voor m ij vertegen­ w o o rd ig e n S ch ö n b erg , W ebern o f Stravinsky een maatstaf. Hoe j e er ook tegenaan kijkt, dit zijn de mensen die zich op een zodanig niveau hebben bewogen, dat een ieder die het com ­ poneren serieu s neem t, erd o o r zou moeten worden uitgedaagd. Ik vind het ronduit verschrikkelijk a ls m en ver­ kiest o n d er hun niveau te gaan zitten .(...) H et ga a t m ij om het niveau waarop men m et de materie m oet om ­

In het begin van zijn creatieve carrière s c h re e f S c h ö n b e rg in e e n p o s twagneriaanse stijl, met een ver door­ gedreven chrom atische taal, m aar al gauw verstikte hij in het keurslijf van de tonaliteit waaruit zelfs W agner niet was kunnen ontsnappen. In de loop van de jaren 1910 zette Schönberg dan de “logische” stap van het doorgedre­ ven chromatisme naar het atonale. Een tie n ta l ja r e n la te r, s c h ie p h ij d e dodecafone o f twaalftoonsmuziek. Dat hij hierm ee opnieuw invoerde wat hij in 1910 verwierp, namelijk een dog­ matische taal, is een andere zaak. Voor nog een andere groep kunste­ naars werkt de druk van het verleden zo verlam m end, dat zij radicaal het verleden v erw erp en en een vader­ moord op de traditie plegen. Een treffend voorbeeld van zo ’n re­ volutionair, is de com ponist Edgar Varèse (1883-1965). Toen Varèse van Berlijn naar de Verenigde Staten van Amerika verhuisde, brak hij niet alleen

De Moeial

Terug naar Boulez. Boulez heeft een erg particuliere, zelfs paradoxale rela­ tie met de traditie, en is niet in een van bovenstaande categorieën te plaatsen. (Hij zal on g etw ijfeld niet de enige zijn). Enerzijds wil hij het verleden opbla­ zen en anderzijds laat hij zich er door inspireren. Het revolutionaire is gem akkelijk te traceren in bijvoorbeeld dit interviewfragment: “Ik zie mezelf, overdrach­ telijk gesproken, geconfronteerd m et een grote bibliotheek. Dat is het beeld van de traditie zoals ik haar zie, als de geschiedenis, de cultuur die iemand ter beschikking staat. H et is één gigan­ tische bibliotheek, w aar eindeloos uit te putten valt. N u denk ik dat biblio­ theken verbrand m oeten worden, echt verbrand, o p d a t d e tra d itie a ls de fen ik s uit haar as kan herrijzen. ” Om beter te begrijpen wat hij hierm ee bedoelt, is het leerzaam te kijken hoe bij Boulez een com positie ontstaat. In het bouleziaanse creatieve proces zijn drie stadia te onderscheiden. Ten eer­ ste de putrefactio, de verrottingsfase waarin al wat niet te gebruiken valt uit het verleden m oet afsterven, totdat de bruikbare elem enten zijn overgeble­ ven. H ierop volgt het tweede stadium, de sublim atio o f reinigingsfase: een ontdekkingsreis doorheen de overge­ bleven elem enten, om hun w aarde te begrijpen, een bezinning. Tenslotte kom t de illuminatio, de onsplijtbare seconde van de conceptie, waarin aan het licht kom t welke elem enten in het kunstwerk ingepast kunnen worden en op welke manier.

18de jaargang - nummer 5-16 mei 2001


De Moeial

O p s te llin g e n s e m b le , s o lis te n , e le k tro n ic a p u b lie k in “R é p o n s ” De “elem enten” die uiteindelijk uit de afgestorven traditie opnieuw tot leven gebracht worden in een “ nieuw” werk, kunnen van allerlei aard zijn. Z o heeft Boulez evengoed geput uit de schil­ derijen van Paul Klee, de poëzie van Stéphane M allarm é als uit de com po­ sities van W ebem . A an de hand van de c o n c re te e le m e n te n d ie hij condenseert uit het werk van plastische kunstenaars en schrijvers, is het m o­ gelijk de evolutie in B oulez’ werk te traceren en typische kenm erken ervan te verklaren. D aarom zal ik eerst de invloed van de beeldende kunstenaars en de dichters (onvolledig) bespreken. D aarna volgt m et “Répons ” een con­ crete illustratie. D e beeldende kunstenaars Boulez’ seism ografïsche sensitiviteit reikt tot ver voorbij de m uziek. Zoals gezegd, hebben plastische kunstenaars en schrijvers een m instens even grote invloed uitgeoefend op deze com po­ nist, zij het op een abstracter plan. D e abstracte schilderkunst, die overi­ gens uitzonderlijk veel overeenkom ­ sten v e rto o n t m et de tw aalfto o n sm uziek, was ook pas na de Tweede W ereldoorlog in Parijs te zien. Boulez o n td e k te K a n d in s k y , K le e en M o n d ria a n in 1 9 4 7 , to e n ro n d K andinsky en K le e v o o r he t ee rst (postum e!) retrospectieve tentoonstel­ lingen opgezet werden. “Wat m ij bij Klee buitensporig fascineert, is zijn gedachtengang over ritme, visueel ritme uiteraard. (...) H eel essentieel binnen die gedachtengang is de relatie tussen voorgrond en achtergrond” Typerend is ook wat B oulez zegt over M ondriaan: “Wat M ondriaan betreft, neen, ik houd helem aal n iet van hem. Z ijn sch ild erijen zijn de m eest van m ysterie ontdane schilderijen die ooit gem aakt zijn. (...) H et is te g e n de g e m a k k e lijk h e id van M ondriaan d a t ik re­ belleer. Zulke eenvou­ dige oplossingen sm a­ ken m e niet. D e a b ­ stracte schilderijen van Klee, en zelfs van an­ deren, liggen oneindig veel dichter bij mij. De meest oprechte schilde­ rijen zijn d e ze in de­ w elke j e nooit tot een einde komt. “L e noyau i n fr a c a s s a b le d e la n u it" , z o a ls iem a n d ooit schreef (de ondeel­ bare kern van de nacht, SP). En wanneer alles g e z e g d is, is e r nog niets gezegd en men zal e r n o oit iets over ge­ zegd hebben. ” Inderdaad, Boulez ver­ m ijdt ook in zijn eigen

De Moeial

com posities de gem akkelijke, “van m ysterie ontdane” paden. Z o is e r bij­ voorbeeld de hoge graad van ritmische com plexiteit in zijn werken van de ja ­ ren 1950, die niets anders is dan het re s u lta a t v an d e c o n s e q u e n te (en m odernistische) zoektocht naar een nieuw e taal. “Waarom z o ’n complexi­ teit? Om d e expressieve variëteit van d e dodecafonie te koppelen aan een even “a to n a a l" ritmisch element. ” Het hoeft niet gezegd te worden dat een zekere openheid en een zeker ge­ duld noodzakelijk zijn om in zijn wer­ ken de w ondere poëzie te ontdekken en te smaken. M aar dat is deels zijn bedoeling. “H et mag n iet te eenvou­ dig zijn, w ant dan wordt het voorspel­ baar en raak j e afgeleid. Dan m erk je n iet m eer wat e r gebeurt. ’’ D e schrijvers Boulez heeft met alle kunstenaars die hem beïnvloedden de zoektocht naar een nieuwe “taal” gemeen. De eerste dichter die Boulez beïnvloed heeft, w as d e surrealist R ené Char (1 9 0 7 -1 9 8 8 ). R o n d d ien s w erken schreef B oulez verschillende compo­ sities voor stem en orkest/ensem ble . Het belangrijkste werk uit deze “trilo­ gie” is ongetw ijfeld Le marteau sans maître. L e m arteau ontstond n a Structures p o u r deu x p ia n o 's, p rem ier livre en Polyphonie X, tw ee w erken w aarin Boulez het seriële denken had dooreven naar elke m uzikale param e­ ter . Niet toevallig dateren deze werken uit een periode van intense corresponden­ tie m et John Cage, die op dat ogen­ blik m et d ezelfde problem en bezig was. Cage organiseerde toen in zijn M usic o f C hanges voor piano het mu­ zikale, en dan vooral ritm ische mate­ riaal op een vergelijkbare rigide ma­

18dejaargang - nummer 5 -16 mei 2001

nier als Boulez in bovengenoem de twee werken. M aar waar Boulez elke controle ov er het com positorische proces wilde behouden, werd voor Cage het toeval een steeds belangrijkere factor. Boulez m erkte na deze periode dat de “totaalseriële” weg doodloopt. De re a c tie d a a ro p w as Le M a rtea u . B oulez o v e r het totaalserialism e: “Structures I was voor m ij een tunnel die niet te vermijden was en waar ik door m oest om verder te kunnen.(...) H e t w a s een f a s e w a a rin ik d e m u z ik a le ta a l h e b m o e te n terugbrengen tot een soort ‘nulpunt'. H et w iel m oest als het ware opnieuw u itg e v o n d e n w orden. Toen ik d a t eenmaal gedaan had, met als uitkomst het eerste boek van ‘Structures / ’, ben ik a l ga u w d e beperkingen van dit proces gaan inzien. Toen heb ik die b e p e r k in g e n o p g e h e v e n (in Le M arteau, SP). ” Wat Boulez toen ontdekte, was dat het organiseren van elke muzikale para­ m eter contradictorisch genoeg alleen maar leidt tot absolute chaos. Dit bleek des te duidelijker uit de confrontatie met de toevalsm uziek van John Cage. Het open traject en de dobbelsteen. De voor Boulez in­ vloedrijkste naam uit het rijtje dich­ ters is m isschien w el d ie van S t é p h a n e M allarm é, de negentiende-eeuw se s y m b o lis t d ie B o u le z o n td ek te na René C har en die hem b ew u st­ m aakte van de no­ tie “open traject”. Mallarmé creëerde in zijn late gedich­ ten n am elijk een z e k e re keuze­ vrijheid: d e lezer kan bepalen welk tra je c t h ij a fle g t tu ssen de op een b e p a ald e m an ier o p h e t b la d g e ­ plaatste woorden. M et andere woor­ den: het m ateriaal (in d it geval de woorden) ligt vast, het traject is (bin­ nen bepaalde grenzen) vrij. Dit vormde voor Boulez een zeer bevredigende op­ lo ssin g v o o r het pro b leem van de “nieuwe vorm” dat hem al een tijdje bezighield en waarover hij eveneens van mening verschilde met John Cage. S ta m e to e o p n ieu w een m u zie k ­ historische zijsprong te m aken om dit toe te lichten. Een van de grote “problem en” voor de componisten na W ebem (1883-1945) was de “vorm ” . M et de nieuwe m uzi­ kale taal (het serialisme) moest immers ook een nieuwe vorm ontstaan. In het artikel “Schönberg est mort” verwijt Boulez Schönberg dat hij deze conse­ quentie niet heeft ingezien en dat er dus een an /irev o lu tio n aire paradox schuilt in diens gebruik van de revo­ lutionaire dodecafone m uziektaal in een traditionele, dode vorm. D e z e v o rm e n (d e “ s y m fo n ie ” , “ so n a te ” , “ s u ite ” , “ strijk k w a rte t” , “ c o n c e r to ” , ...) d a n k e n hun bestaansrecht en structuur in de eerste plaats ju is t aan de to naliteit. In de traditionele sonate bijvoorbeeld, bevat het eerste deel tw ee contrasterende muzikale them a’s, die in een bepaalde

tonale relatie tot elkaar m oeten staan. Op het einde van dit deel, na een hele reeks modulaties (de m odulatie is het to n a le w e rk tu ig b ij u its te k ), verschijnen de them a’s opnieuw, maar in een andere toonaard-constellatie. A a n g e z ie n S c h ö n b e rg e c h te r d e to n aliteit had opg eh ev en , verloren deze vongen logischerwijs ook elke betekenis . Boulez vatte de Schönberg-paradox als volgt samen: “Laten we Schönberg be­ schouw en a ls een soort M ozes die s tie r f aan de voet van het Beloofde Land, nadat hij de Wetten had meege­ bracht uit S in a ï” Het door M allarm é toegepaste prin­ cipe van “vrije vorm ” was volgens B oulez een bijzonder geschikt idee voor de nieuwe esthetiek die hij be­ oogde. De Derde pianosonate werd rond dit idee opgebouwd: het bestaat uit v ijf delen (waarvan drie zijn afge­ werkt) en de m anier om van de ene geleding naar de andere te gaan, is vrij en w ordt door de uitvoerder bepaald. Er zijn echter m aar een aantal moge­ lijke trajecten. Dit concept hanteert hij op verschillende manieren in verschil­ lende werken. De “vrijheid” is echter steeds begrensd. Want Boulez wil nooit o f te nimmer

de verantwoordelijkheid van hetcom ponist-zijn ontlopen door het creatieve proces uit handen te geven. Daarom was hij het helemaal niet eens met de ver doorgedreven vrijheid die John Cage propageerde. De ontdekking van Mallarmé en het op een abstracte m anier incorporeren van de idee “open vorm” , is opnieuw een schitterend voorbeeld van Boulez’ om gang met de traditie. B oulez’ taal onderging in die tijd bo­ vendien een verandering: “Le marteau sans maître is een bergketen die zijn carrière in twee deelde. Aan de ene kant heb je de preoccupatie met de ge­ condenseerde, agressieve poëzie van zijn tijdgenoot, Char, aan de andere kant de interesse v o o r de vern ieu ­ w e n d e , e n ig m a tis c h e p o ë z ie van M a lla rm é . V ó ó r L e M a rte a u w as Boulez een com prom isloze voorloper in d e a v a n t- g a rd e - s c è n e . N a L e M arteau, lijkt hij m inder de trends in te zetten . In de v ro eg e ja re n w as Boulez’ stijl rigoureus en soms zelfs abrasief. Na Le M arteau liet zijn tech­ niek m eer vrijheid toe en zijn muziek lijkt m eer improvisatorisch van karak­ ter en ontspannender van sfeer.”

Répons D it w erk ligt aan de b a sis van mijn fasci­ natie voor Boulez en d i e n s c o m p o s i­ tie s . Ik o n td e k te h e t o n g e­ Arnold Schönberg v e e r een omstreeks 1920 j a a r g e le ­ den en de resulterende schok voel ik nog steeds. Voordat ik “Répons” had gehoord, as­ socieerde ik Boulez m et blauw staal. Hij had iets bovenmenselijks. Een my­ thische onvatbaarheid voor de tijd en haar valstrikken leek hem te bescher­ m en. Zijn gedachten leken niet van stof gem aakt m aar van staal. M et een staalharde logica, loepzuivere intelli­ gentie, mathematische precisie. Dat in de m edia o f in zijn vele artikels en in­ terview s geen letter te vinden is over dat aspect van het leven dat niet in zijn stalen traliewerk van de notenbalk te vangen is, versterkte in mijn ogen die m ythische status. O ok zijn d irig eertech n iek leek dit beeld te rechtvaardigen. Duidelijkheid (een verre verw ant van objectiviteit) en orkestrale balans zijn, naast het tempo, volgens Boulez de voornaam ­ ste param eters in een partituur. Eens dit skelet er is, kom t de emotie en be­ tekenis vanzelf. D aar hoef je als diri­ gent niet uitbundig voor op het podium heen en w eer te springen, te lachen of te huilen, zoals zijn voorloper bij het N ew York Philharm onic Orchestra, Leonard Bem stein, dat deed. En het werkt. In B oulez’ recente op­ names van de M ahlersym fonieën bij­ voorbeeld, hoor je w a tje voorheen in deze m uziek nog nooit gehoord had. Deze uitvoeringen treffen je als de kogel van een scherpschutter. Boulez “interpreteert” niet, hij leest, a n a ly s e e rt en b re n g t v a n u it een intelligente objectiv iteit w at o p de partituur staat, wat de structuur van het werk opdraagt. Hij voert uit. In dit kader wil ik Am old Schönberg citeren: “M uziek m o et weergegeven worden, niet geïnterpreteerd. Als de uitwerking m eer van de persoonlijkheid van de interpreet dan van de com ponist laat b lijk e n , w ie k a n o n s d a n no g g a r a n d e re n d a t h e t w erk c o r re c t voorgedragen en zonder ingrijpende w ijzigingen gerealiseerd wordt? D e echte capaciteit van de uitvoerder ligt erin te doorzien wat werkelijk in de partituur staat en niet koppig te zoeken naar w at hij zou willen d a t er stond. ” En vooral de w erken die ik van de c o m p o n is t B o u le z k e n d e , de com prom isloze com posities uit de ja ­ ren ’50 (zie boven) die hem de status van avant-gardist hebben opgeleverd, leken uit dit staal gesmeed. Toen ik uit­ eindelijk het ruim 40 m inuten durende Répons ontdekte, werd duidelijk dat door de aderen van de m an wel dege­ lijk warm bloed stroomt en geen blauw staal. P

u

t

r

e

f

a

c

t

i

o

De titel van het werk “Répons” ver­ w ijs t n a a r d e “ a n tw o o rd e n d e ” ( “resp o n so ria l” ) vorm van G re g o ­ riaanse gezangen. In deze gezangen bestaat er een vraag en antwoord-spel tussen soüsten en koor, waarin twee

7


De Moeial

elem enten belangrijk zijn: de relatie tussen “de enkeling en het collectieve” en de ruim telijke bew eging van de klank, veroorzaakt door de scheiding tu s s e n s o lis te n en ko o r. H et zijn net deze ideeën die Boulez isoleert uit het verleden en een volle­ d ig e ig e n tijd s e v e rta lin g g e e ft. S

u

b

1

i

m

a

t

i

o

De relatie “enkeling - colle c tie f’ komt in R épons duidelijk naar voren in de opsplitsing van de m usici in drie a f­ zonderlijke entiteiten: de zes solisten ( c im b a lu m , p ia n o , x y lo fo o n + k lo k k e n s p e l, h a rp , v ibrafoon, pian o + sy n th esizer), een instrum entaal ensem ble van vieren­ twintig m usici (een gereduceerd orkest als het ware, m aar dan m et een zeer sterke vertegenwoordiging van de bla­ z e rs ) e n te n s lo tte e e n e le c tro acoustisch systeem bestaande uit een com puter, de “4X ” , en een set van zes luidsprekers.

die enkel d e klank v an d e solisten tranfsorm eren, niet van het ensemble. D oor deze opstelling (zie figuur) en d o o r d e com puterm anipulaties kon Boulez de ruim telijke beweging van de klank een prom inente rol geven in de c o m p o s itie . Het structurele gebruik van het alter­ n eren tu sse n so liste n en ensem ble kom t al bij aanvang van de com posi­ tie naar voor: de koortsachtige intro­ ductie van het ensem ble voert het m u­ zikale m ateriaal aan w aaruit de hele compositie opgebouwd is. Wanneer de pulserende bew egingen overgaan in aangehouden lijnen, stijgt de spanning ten top. N et op dat m om ent scheuren de solisten dit nerveuze weefsel open m et een akkoord dat doorheen de hele compositie zal resoneren, uiteraard ge­ transform eerd en gedeconstrueerd. In d e a n d ere se cties w o rd t die tw e e ­ led ig h eid o p een grandioze m anier v e rd e r u itg e b u it. I

B o u le z ’ o n d e rz o e k naar de m o g e lijk h e d e n van e le k tro acoustische system en dateert van de jaren 1950, toen het geluid uitsluitend m et taperecorders gem anipuleerd kon worden. Tijdens een concert kon men de tape-opnam e dan afspelen, m aar aangezien e r geen directe interactie tussen technologie en m usici m ogelijk w a s , b e te k e n d e d it e e r d e r e e n beperking van de m uzikale vrijheid, da n e e n u itb re id in g ervan. Het gebruik van e le k tro - a c o u s tis c h e hulpm iddelen bleef in die p e rio d e dan oo k be p e rk t, e n a ls ze al werden gebruikt, was he t resultaat dikw ijls erg onbevredigend. In de loop van de daar­ opvolgende decennia nam de ontw ikkeling va n d e c o m p u te r ­ technologie een hoge vlucht en rond 1980 werd in het Institut de R e c h e rc h e e t de Coordinati on A o u s tiq u e /M u s iq u e (IR C A M ), to e n nog geleid door Boulez zelf, de “4X ” -machine ontw orpen die interactief te ge­ bruiken is. M et dit “4X ” -systeem is m en in staat om de klanken van de m usici in real-tim e te m anipuleren/ transform eren en op zo’n m anier door de luidsprekers w eer te geven dat er een ruim telijke delokalisatie van de k la n k m a s s a o p tre e d t. D it ruim telijk effect w ordt nog ver­ groot door de specifieke opstelling van de m u s ic i in R épons. Het instrum entaal ensem ble en de di­ rigent zijn op een podium geplaatst in het centrum van de zaal/hal. De solis­ ten w orden equidistent rond het pu­ bliek geplaatst, evenals de luidsprekers

VOETNOTEN 1 zie Moeial 17* jaargang, nr.6, Gustav Mahler en de waarheid van tegenspraak 2 zie Moeial 17'jaargang, nr.5, ...En de tijd zal niet meer zijn... 3 Dit blijkt onder andere uit diens polemisch artikel “Schönberg est mort” (1951), geschreven in een periode waarin men Schönberg aanbad als een oppergod. Zie ook infra ( “Het open traject en de dobbelsteen”). 4 Le visage Nuptial, Le Soleil des Eaux en Le marteau sans mattre, het werk dat

8

l

l

u

m

i

n

a

t

i

o

’’Répons” is een meesterwerk, een m o­ n u m e n t in d e tw in tig s te - e e u w s e m uziekgeschiedenis. Het is tegelijker­ tijd visionair én stevig in het verleden verankerd. Visionair is zonder m eer de perfecte integratie van technologie in de com ­ positie. Boulez: "O ndanks alle voetangels en klem m en heb ik altijd geloofd in de hulp die de tech­ n isc h e vern ieu ­ wingen mij zou­ den bieden. ( ...) D aarm ee w il ik niet zeggen dat ik d e te c h n is c h e verworvenheden als een middel op zich zie, allesbe­ h a lv e . Z a a k is e c h te r om d a t­ gene wat de tech­ n iek j e kan b ie ­ den, te absorbe­ ren, te v e rw e r­ ken..(...) Het doel van d e techniek in Répons is het uitbreiden van de expressiemogelijkheden. D e techniek stelt ons nu in staat om dingen te doen die m et behulp van d e conventionele instru­ m enten onmogelijk haalbaar zijn. (...) Ik w il hierm ee zeggen dat ik zeer ge­ h echt ben aan d e klank van onze in­ strumenten, m aar ook dat de grens van d e instrum entale m ogelijkheden b e­ reikt is. Nu denk ik speciaal aan de om ­ gang m et andere dan de gestandaar­ diseerde toonhoogteverhoudingen en timbres, en de wijze waarop j e die p a ­ ram eters in de tijd e n /o f ruimte toe­ past. Niettem in schept de verhouding tussen het instrumentale ensemble, de solisten en de techniek toch de m oge­ lijkheid voor de musici om hun instru-

hem in 1955 zijn verdiende plaats op de internationale hedendaagse podia bezorgde. 5 Elke toon wordt gekenmerkt door 4 parameters: toonhoogte (frequentie), toonsterkte (amplitude), duur (ritme), en klankkleur. In de twaalftoonstechniek (=dodecafori\e) zoals Schönberg ze introduceerde, werd de toonhoogte in reeksen van 12 tonen georganiseerd (aangezien een octaaf in 12 halve tonen verdeeld is). Na Webem werd dit denken in series uitgebreid naar de andere drie parameters. Ook de toonsterkte, duur en klankkleur werden in bepaalde, op

m enten ip de traditionele m anier te blijven bespelen, terwijl tevens de weg is vrijgem aakt voor a l die dingen die j e op een andere m anier n iet kunt rea­ liseren." Het principe van de constante trans­ formatie van een set basisbouwstenen, is dan weer een erfenis van vele eeu­ wen m uziekgeschiedenis, gaande van Bach over Beethoven tot Schönberg, B erg en W ebem , die de “constante ontwikkeling” van m uzikaal m ateri­ aal een nieuwe di­ m e n s ie gaven. M aar waar Boulez in h e t b eg in van zijn carrière (jaren 1950) dit principe d o g m a tisc h to e ­ paste op elke m u­ z ik ale p a ra m e te r en zo chaos creëerde in plaats van structuur, han­ teert hij v an af Le M a rte a u sans M a îtr e het o n tw ik k e lin g s ­ p r in c ip e o p e e n veel v rije re m a ­ nier. M et als resul­ taat hoogst poëti­ sche, dram atische m uziek, nu eens sensueel, dan weer bijtend agressief, m aar steeds van een buitengewone ab­ s tr a c te s c h o o n h e id . Een co m p o sitie m o et voor B oulez steeds een “gebaar” zijn, een kunst­ werk dat “an sich” kan bestaan en een ab stract verhaal te v ertellen heeft. (Boulez keurt bijvoorbeeld het ontbre­ ken hiervan in de m uziek van John C age af). Net als voor Stravinski heeft voor Boulez muziek geen concrete be­ tekenis, zij IS gewoon. Een egoloze constructie die, eens ze van de maker losgem aakt werd, de eeuwigheid moet kunnen trotseren m et een verhaal dat voor elke luisteraar en op elk ogenblik verschilt. D at Boulez zijn kunstwer­ ken na vele jaren dikwijls opnieuw bij­ vijlt, o f zelfs volledig herdenkt, doet h ie r geen a fb re u k aan. M et deze aan Diderot ontleende beeld­ spraak, verklaart Boulez zijn esthetiek: “Indien j e j e tegenover een kunstwerk bevindt dat onbekend is, dan ben j e in complete duisternis. H eb j e het een­ m aal doorgrond, dan kom j e vanuit de duisternis in het licht. En dan denk je het kunstw erk helem aal begrepen te hebben. M aar als j e j e e r w eer in b e­ geeft, is er opnieuw die complete duis­ ternis. " Referentie-opnam es B oulez h eeft tien ja a r geleden een exclusiviteitscontract getekend bij het platenlabel D eutsche Gram mophon. Al de recente opnames met Boulez als

voorhand uitgedachte, reeksen gezet. 6 Boulez heeft ook drie pianosonates geschreven, maar de eerste pianosonate noemde hij een jeugdzonde (om aldus haar zonde zeer efficiënt kwijt te schelden), de tweede is een “deconstructie” van de sonate-vorm (al even efficiënt) en de derde pianosonate, die gedeeltelijk onafgewerkt in de schuif ligt, is opgebouwd rond het concept “open traject” en heeft dus niets meer te maken met de traditionele sonate.

dirigent zijn full-price (750 BEF) op dit label terug te vinden. Vroegere op­ nam es (m e t h e t N e w York Philharm onic Orchestra) kan m en te­ rugvinden bij Sony Classical, in een z e e r k n a p p e m id p ric e -re e k s (5 0 0 BEF). O pnam es van B oulez’ eigen composities bestaan op Erato (voor­ namelijk zijn vroegere werken, tot eind j a r e n ’7 0 ), S o n y , en D e u ts c h e Grammophon (latere werken). D e u t s c h e G ram m ophon la n c e e rd e tw ee ja a r g e le d e n de re e k s 2 0 -2 1 , w a a rin b e la n g ­ rijke tw intigstee e u w se e n b in n e n k o r t eenentw intigstee e u w se m u zie k (dikwijls voor het e e rs t) e e n o p ­ name krijgt. Deze reeks bevat intusse n tw e e C D ’s m et m uziek van B o u le z , in een door Boulez ge­ leide uitvoering. D e e e rs te , m e t R épons en D ia lo g u e de l'O m bre Double, ontving in 1998 de p restig ieu ze G ram m ophone A w a rd voor de opname van de beste heden­ daagse muziek. Ook de nieuw ste CD uit deze reeks, met Boulez’ m eest re­ cente werk Sur Incises voor drie pian o ’s, d rie h a rp e n en d rie percussionisten, is intussen overal g e­ prezen en gelauwerd. Een nieuwe opname van het grootse orkestwerk Pli selon Pli, in de voorlo­ pig definitieve versie, is op kom st in een uitvoering o.l.v. de componist zelf. En het is ongeduldig wachten op het nieuwe luik in B oulez’ M ahler-integrale, de Derde Symfonie, die in fe­ bruari werd opgenomen. Op 19 septem ber 2001 tenslotte, kom t Boulez als dirigent en componist naar Brussel (Paleis voor Schone Kunsten) m et het BBC Sym phony Orchestra, koor en solisten. O p het program ma s taan Sch ö n b erg s B eg leitm u sik zu einer Lichtspielszene op.34, Bartoks één-act-opera Blauwbaards burcht en de onlangs herziene versie van Boulez’ eigen Le Visage Nuptial. Niet te m is­ sen, m aar dat had u ongetwijfeld al be­ grepen. Gustav M ahler - Symphonie 5, W iener Philharm oniker o.l.v. Pierre Boulez, DG 453 416-2 Gustav M a hler-Sym phonie 6, W iener Philharm oniker o.l.v. Pierre Boulez, DG 445 835-2 G u s ta v M a h le r - S y m p h o n ie 9, Chicago Sym phony Orchestra o.l.v. Pierre Boulez, DG 457 581-2 Pierre Boulez - Répons, Dialogue de l ’O m b re D o u b le , E n s e m b le Intercontemporain o.l.v. Pierre Boulez, A lain D am iens (klarinet), D G 457 605-2 (uit reeks 20-21) P ie r r e B o u le z - S u r In c is e s, Messagesquisse, Anthèmes 2„ Ensem ­ b le In terco n tem p o rain o.l.v. Pierre Boulez, Jean-G uihen Queyras (cello), Hae-Sun Kang (viool), DG 463 475-2 (uit reeks 20-21) Referentiewerken “Wegen naar Boulez”,Maarten Brandt, Uitgeverij Kok Lyra, 1995, p.19, 25,

De Moeial

Colofon De Moeial Tweewekelijks studententijd­ schrift van de VUB in samenwer­ king met het Brussels Studenten­ genootschap. Studiekring Vrij Onderzoek en Dienst Kuituur Ons redadactielokaal bevindt /ich naast het K ultuurK alïec Pleinlaan 2. 1050 Brussel tel: 02/629.23.38 fex: 02/629.23.37 mail: moeial@ vub.ac.be Coördinator Stefan Prins Vice-coördinator Pieter Vissers Secretaris Ruth Lemmens Penningmeester Wouter Devriese Lay-out Stefan Prins. Pieter Vissers. Ruth Lemmens. M auger M ortier Redactie Stefan. Ruth. Pieter V. Mauger. Wouter. Sven. Sami. Illustraties Kurt. Jeroen, archief Foto's Pieter Vissers, archief Achterflap Sarah Dacleman M edewerkers Pieter D. Nie P. M aarten. Cem it. Sidonie. Didier. Uti. Vincent. Tom. Sven. Ruben. Karin. Griel. Houbi. Gino. Jasm in Abonnem enten Verantwoordelijk: Ruth Stortenop rek.nr.00l - 1386975-48 met melding abo Gew oon abo: 333 Bef Steunabo: 1000 Bef Vcrunlwooulelijke Uitgever Dimienico Vaccaro Pleitil.un i . 105*) Brussel Oplage: 250» c v IV rvilaclic is niet leiantwourdeliik vuur publicaties van het BSG. V.O. en Dienst Kuituur.

46, 84, 85,1 3 5 -1 3 6 “The Boulez-Cage correspondance”, ed.J-J N a ttie z , Cam bridge University Press, 1993, p.117 “Pierre Boulez” , Dom inique Jameux, Faber & Faber, 1991, p.34 “ Spraakm akers” , TV -interview m et Johan Anthonissen, april 2000, Can­ vas. “Boulez and the M odem Concept” , Peter F. Stacey, Scolar Press, 1987, p.72 B o u le z in g e s p re k m et F ra n k M adlener, interview voor Ars M usica, P a r ijs , 2 /1 1 /1 9 9 9 , p u b lic a tie Filharm onische Vereniging Brussel, P-17 “Schönberg is dead”, the Score, nr.6 (Mei 1952), p. 18-22 Stefan Prins

18de jaargang - nummer 5-16 mei 2001


De Moeial

Standards S ta p n a a r d e d ic h ts t b ijz ijn d e p la te n w in k e l, koop tw in tig w ille k e u r ig e C D ’s u it de j a z z a f d e lin g e n v e r g e lijk de num m ers die erop staan. De kans is groot dat een aantal num m ers op m eerdere album s voorkom t. Ga nu snel naar huis, beluister een com positie die op een aantal C D ’s staat en vergelijk de verschillende versies. D e kans is groot d a tje totaal verschillende dingen te horen k rijgt Dat heel veel m ensen een bepaalde compositie spelen en opnemen, is niets b ijz o n d e rs . K la s sie k e m u sic i en coverbands d oen niets anders dan het repertoire spelen. Ze proberen muziek te m a k e n d ie z o d ic h t m o g e lijk aanleunt bij het oorspronkelijk idee van de componist. J a z z m u z ik a n te n h e b b e n o o k een repertoire van alom gekende nummers, de z o g e n a a m d e ‘s ta n d a r d s ’ . Z ij vertrekken echter van een heel ander uitgangspunt. Voor hen zijn de ideeën van de com ponist slechts het begin van een eigen interpretatie van het stuk. W ie een Standard speelt, toont m eer van zichzelf dan van de com ponist. O f probeert dat althans.

Kortverhaa Zoals altijd w as het stil in de groene buitenwijk. Voetgangers zag je er nooit . A f en toe stopte een stationcar bij één van de h u ize n die h a lf v erscholen lagen achter hoge, donkere bomen. Het was hier veilig en m ooi, als op een kerkhof. B ra m B e rg h m a n s, de s u c ce sv o lle zakenm an, ontkurkte een derde fles M argaux. Hij en ik zaten alleen aan de w itte tafel in het m idden van de grote, glanzende keuken. Alles in dit pas gebouw de huis dat B ram m et zijn vrouw G e rd a en hun tw ee kleuters bew oonde, w as g root en glanzend. V oorlopig to ch . B oven ons w aren zoontje en dochtertje de kinderkam er al aan het slopen. A f en toe hoorden we dat G erda en m ijn vriendin Nele hen daarbij stonden aan te moedigen. G e rd a had a ls in h u ld ig in g van de nieuw e w oonst w eer eens Italiaans gekookt voor ons zessen. N ele was s in d s de u n iv e rs ite it h e t tro u w ste m aatje van het echtpaar Berghm ans gebleven en ze m ocht bij geen enkele speciale gelegenheid ontbreken. Als N eles partner werd ik het laatste jaar m et dezelfde regelmaat ontboden. Veel indruk scheen ik niet te m aken: Gerda vergat steeds dat ik vegetariër ben. O ok vanavond had ik op w at macaroni m ogen knabbelen terwijl de rest zich te go ed d e e d aan een g e v a rie erd e m a a ltijd m e t d rie s o o rte n v le e s . D aarbij kon blijk b aar niem and van m ijn v o lw a s s e n ta f e lg e n o te n de nijging onderdrukken om m ateloos te zeuren over de toestand van de Dow Jones, de Nazdaq en de verrekte Bel20. N a het eten waren wij twee m annen

De Moeial

De m usicals De oorsprong van de standards ligt bij de musicals. In de eerste helft van de tw in tig s te e e u w w a re n d e z e een belangrijke bron van populaire muziek in de Verenigde Staten. De hits van toen kwam en heel v a a k u it d e m u z ik a le t o n e e ls tu k k e n d ie op Broadway en in het hele land opgevoerd werden. V eel van d e z e lie d je s w aren ech ter n iet alleen p o p u lair, ze blek en ook uiterst geschikt als basis v oor jaz z-im p ro v isaties. De g r o te m u s ic a lcom ponisten (o.a. George G e rsh w in , C o le P o rter, H o a g y C a rm ic h e l en R ic h a rd R o d g e rs ) s c h re v e n n u m m e rs d ie goed in het gehoor lagen, m aar die harm onisch rijk genoeg waren om jazzm uzikanten te in sp ire re n . C o m p o sitie s a ls ‘M y Funny Valentine’, ‘Sum m ertim e’ en ‘Love For Sale’ waren dus zowel bij h e t p u b lie k als bij d e m uzikanten gekend en geliefd.

D eze stan d ard s vorm en nu nog de basis van het ‘jazzrepertoire’. Al is het begrip in de loop van de jaren wel uitgebreid. Naast de üedjes uit de oude musicals, worden er tegenwoordig nog veel m eer com posities als standards

b e s c h o u w d . E e n S tan d ard is nu gew oon een num m er d a t d o o r alle jazzm uzikanten gekend is. H et kan uit een musical komen, m aar evengoed uit een andere cultuur (b.v. de bossanova’s v an J o b im ) o f z e lfs s p e c ia a l

g e c o m p o n e e rd jazzimprovisatie.

z ijn

voor

Houvast Een eerste functie van standards is het p u b lie k e e n h o u v a st bieden. Wie een stuk goed kent, kan de improvisatie b e te r v o lg e n . A ls d e harm onische structuur in j e hoofd zit, heb je een veel b eter idee w aar de solist heen wil m et zijn improvisatie. D a a rn a a s t d ie n e n standards als ‘basiskennis’ voor jazzm uzikanten over de hele wereld. Mensen d ie e lk a a r n o g n o o it g e z ie n heb b en , kunnen p e rf e c t s a m e n s p e le n , om dat er altijd een hoop composities zal zijn die ze allem aal kunnen spelen. Aangezien er in de jazzw ereld vaak met gelegenheidsbands wordt gewerkt, is het van onm iskenbaar belang dat m uzikanten een gemeenschappelijke basis hebben en snel samen kunnen werken.

Tenslotte is het spelen van standards vooral een m anier om je m uzikaal te bewijzen. Het is m akkelijk om indruk te maken m et een eigen compositie die v o l e ffe c te n en in g e w ik k e ld e m o d u la tie s z it, m a a r h e t is he e l moeilijk om een eigen interpretatie te geven aan een stuk dat al honderden keren is opgenomen. Wie een Standard speelt, w eet dat d e luisteraars hem genadeloos zullen vergelijken met de groten van de jazz. Een saxofonist die ‘Body and Soul’ speelt, kan niet anders dan de ‘strijd’ aangaan met de geniale John Coltrane. Jazzmuzikanten moeten dus niet alleen de taal van de jazz kennen - harmonie, notenleer, instrumentkennis - m aar ze moeten ook zeker de verhalen en de s p ro o k je s v an d e j a z z k e n n e n . Verhalen die vooral verteld worden in de m uzikale traditie van de standards en hun interpretaties. Nog veel plezier m et de twintig C D ’s die je zonet gekocht hebt.

Philip A. Breesch

nSHRHM achtergebleven. Zw ijgend vulde Bram onze glazen bij. Juist toen ik een plan p robeerde te bed en k en om h ier zo gauw m ogelijk te ontsnappen, draaide de heer des huizes zijn omvangrijke torso naar mij toe. Bram mobiliseerde z ijn j o v ia a ls te g lim la c h en onderstreepte elk w oord m et vlezige h a n d g e b are n , a ls o f hij een cursus v erk o o p tech n iek en gaf. Z ijn ronde hoofd gloeide lichtjes. ‘R ik jongen, ik hoorde onlangs een v erh a a l d a t jo u , als g ed ip lo m eerd filosoof, vast en zeker interesseert.’ ‘A ls h e t o v e r w in s tg e v e n d e beleggingen gaat, m ag je ’t voor je houden.’ Ik vond dat ik het recht had om te snauwen. N atuurlijk nam mijn h a rte lijk e tafe lg e n o o t h e t m e niet kwalijk. ‘Okay, onze vrouwen en ik hebben je p rak tisch d o e n in d om m elen. Sorry j o n g e n , m a a r a ls d rie o ude s tu d ie v rie n d e n e c o n o m ie e lk a a r w eerzien, lullen ze graag uitgebreid over beursnoteringen.’ ‘Ieder zijn kicks.’ ‘R ik , d e z a k e n w e re ld k a n vaak opw indend zijn hoor, ook voor meer w ijsgerige types. L uister m aar eens naar w at ik m eegem aakt heb. Enkele w e k e n g e le d e n z a t ik v o o r een belangrijk project in Delhi. Nadat ik zoals elke avond G erda en m ijn kleine gangsters gebeld had, pakte ik nog een pint in de hotelbar.’ M et m oeite bedw ong ik een geeuw. H o e k o n ik in v re d e s n a a m d it gew auw el in de kiem smoren? ‘W acht even. Was G erda eigenlijk je eerste liefde?’ ‘R eken maar! Ik w ist ook m eteen dat ik m et haar ging trouw en.’

18dejaargang - nummer 5 -16 mei 2001

‘Kijk, zoiets is m ij nog nooit gebeurd. M eestal weet ik zelfs niet wat ik met een v ro u w a a n m o e t. M et b o e k en d aarentegen lukt me d a t doorgaans w el.’ ‘Onderbreek me dan niet. M ijn verhaal g a a t o v e r e e n b o e k , e e n heel merkwaardig boek. Daarom ben jij net d e en ig e p e rso o n aan w ie ik deze geschiedenis kan doorvertellen.' Ach zo, m eneer werd vertrouwelijk. Ik kuchte en m om pelde een excuus. ‘Sorry. G a verder.’ ‘In die hotelbar dus, zat ik naast een Schotse zakenman. Net als ik m iste hij vrouw en kroost. Hij was een echte ‘family m an’ en babbelde geanimeerd over zijn gezin, m aar na de tweede borrel veranderde hij plots van toon.’ ‘Na de tweede al?’ Bram grijnsde toegeeflijk. ‘Die m an was broodnuchter. Hij begon zacht en behoedzaam te praten om dat h ij me een g e h e im w ild e toe vertrouwen.’ ‘Wat voor geheim ?’ ‘Ah! E indelijk heb ik j e aandacht. Weet jij wat een ‘ashram ’ is, R ik?’ ‘Een w at?’ ‘Een ash-ram. M aak je geen zorgen als je het w oord niet kent, ik had het ook nooit eerder gehoord.’ Ik was het wél al ergens tegengekom en. In een boek over yoga o f zo. ‘Is dat niet een gemeenschap waarvan de leden zich vooral bezig houden met m editatie?’ ‘Correct! Die Schot om schreef het als een soort klooster, een plek waar ze contact leggen met het spirituele. Jij zou je e r wel thuis voelen. Je vindt ze tro u w en s op h e e l w at p laa tsen in India.’

Bram boog zich voorover, hij ademde Margeaux. ‘O n lan g s h ad h ij een eig en aard ig gerucht opgevangen over zo ’n ashram in het noorden, aan de voet van de Him alaja. Blijkbaar bezat men daar een boek waarin de nam en staan van iedere m ens die ooit op deze planeet heeft rondgelopen.’ E r viel een stilte. Ten minste in het gesprek tussen Bram en mij. Boven onze hoofden zette het slopersteam z ijn lu id r u c h tig e a c tiv ite ite n o n v e rb id d e lijk v e rd e r. Ik k e e k w a a rsch ijn lijk v e rw a rd o m d at het g e lo o f aan w onderlijke fenom enen absoluut niet paste in mijn beeld van Bram. Hij goot nog wat wijn in zijn roem er die inm iddels compleet onder de vettige vingerafdrukken zat.

Bij mij rees de herinnering aan een ander boek. Ik had dat eens gezien in d ru k k e r ij- m u s e u m P la n tijn . H et bevatte niets dan getallen: ieder jaar sinds 40.000 v oor Christus. Ernaast was een kaartje geplakt: ‘Dedicated to everyone who ever lived and died.’ T o en ik m e rk te d a t B ram me nadrukkelijk zat te observeren, lachte hij. ” t D o e tje wel nadenken over zaken die je nog nooit eerd er overw ogen hebt, hè?’ ‘D at v in d t ik nu een s een aardige definitie van het begrip ‘filosofie’, Bram .’ ‘Jij kan het weten. Die Schot bracht mij zeker aan het filosoferen. Vooral

9


De Moeial

toen hij m e uitlegde dat in het boek o o k d e n a m e n s ta a n v a n a lle toekom stige m ensen.’ Ik b egon m ij e rn s tig a f te vrag en w aarover de m an voor mij het had. Daarbij scheen de tem peratuur in het vertrek ook spectaculair te dalen. Ik rilde. Waarom verwarm en lui met geld h u n k e u k e n s n ie t b e h o o rlijk ? Schopenhauer zat er w aarschijnlijk niet ver naast toen hij poneerde dat dit aardse bestaan gew oon een hel is. Een koude hel o p de koop toe! Verdorie! Die gedachte deed m e ineens een link leggen. ‘Bram , ik denk dat ik het begrijp. Die Indiërs bedoelen dat als metafoor. Die m annen geloven in reïncarnatie, weet j e . V oor h e n z ijn de m en se n van g is te re n e n v a n d a a g e n m o rg e n allemaal dezelfde.’ In de v a s t o v e rtu ig in g d a t h e t denkw erk e r vo o r die avond opzat, bediende ik m ezelf eindelijk ook eens van de haast lege fles wijn. W ie weet kon ik me daarm ee verw arm en. Het dure spul deed m e weinig. O ok op het andere punt bleek ik ernaast te zitten: Bram ging im m ers door! ‘Die Schot bedoelde het anders héél concreet. Z ijn w erk bracht hem wel vaker naar het noorden en na korte tijd bevond hij zich als bij toeval in de streek van die ashram . H et gerucht over dat zonderlinge boek fascineerde hem n og s te e d s en hij w ilde een s proberen o f hij die gem eenschap kon bezoeken.’ ‘Vertel m e niet dat het zom aar lukte.’ ‘Toch wel. Hij kreeg e r onderdak en w e rd z e lfs g e d w o n g e n lan g e r d an verw acht te blijven. D e arm e kerel kon door een law ine een hele week lang g e e n c o n ta c t k r ijg e n m e t z ijn echtgenote o f zijn bedrijf.’ ‘Je w ordt nu écht ongeloofw aardig!’ ‘Ho! Ik geef alleen door w at die man mij vertelde.’ W as dat w e rk e lijk zo ? O f m en eer B erghm ans h e t h ie r te r p lek k e te v erzinnen? N iettem in w ilde ik het einde van dat sterke verhaal wel eens horen. ‘Kwam die m an betrouw baar over?’ ‘Rik, je w eet toch dat niem and mij iets wijsmaakt! O m het kort te maken: na enig aandringen bij de bewoners van die ashram kreeg hij het mysterieuze boek te zien en, hou je vast, hij heeft e r de n a m e n v a n z ijn o n g e b o re n kinderen in teruggevonden!!’ Ik moest bij m ezelf toegeven dat e r een sterke clim ax aan dit verhaal zat. Het intrigeerde m e, alhoew el ik het niet echt snapte. ‘W acht even, hier klopt iets niet. Wat b e d o e l j e m e t z ijn o n g e b o r e n kinderen? Daarnet vertelde je dat hij in die hotelbar zijn kroost m iste.’ Bram leunde achterover en maakte een cirkel m et zijn duim en wijsvinger, net o f hij een luis ging doodknijpen. ‘Hij zag het boek m aanden voor zijn ontmoeting m et m ij, op een m om ent dat zijn vrouw nog hoogzw anger was v a n h u n tw e e lin g , h u n e e r s te nakom elingen.’ N e le en G e rd a s lo p e n de k eu k en binnen. Ze vroegen o f we w at zachter w ilden praten. H et slopersteam lag eindelijk in de arm en van M orpheus. Nele vond dat het voor ons tijd werd om e e n s o p te s ta p p e n . N a d e gebruikelijke zoenen van Gerda en een ste v ig e p o o t v a n h a a r w e d e rh e lft wandelden m ijn vriendin en ik door de

benauw end stille buitenwijk naar de laatste tram. Nele klonk erg opgetogen, ze had duidelijk van de avond genoten. Dat v erheugde me en ik probeerde Brams gekke geschiedenis te vergeten. L aat de volgende morgen, het was een zaterdag, stond ik aan het raam van m ijn flat te kijken naar het levendige stadsverkeer. N ele, die was blijven slapen, kwam naast me staan en sloeg haar arm om m e heen. ‘Hey Rik, w aar denk je aan?’ ‘M ijn kop ziet e r zeker weer zorgelijk u it.’ ‘Ja, en je adem t onrustig.’ ‘H e t v a lt w el m ee. G e w o o n e e n filo s o fis c h p ro b le e m w a a r ik n iet uitkom , iets m et een oud boek, van Schopenhauer.’ Ze g iech eld e en k u ste m e op m ijn voorhoofd. ‘Die wijsgeren ook altijd. Jullie zijn echt on-be-taal-baar.’ ‘s M iddags vertrok Nele naar huis met de m ededeling dat ze tegen maandag e e n d rin g e n d r a p p o r t m o est k la a rs to m e n . Ik k o n m e z e lf n ie t vergeven d a t ik d e avond voordien geen gelegenheid m eer had kunnen v in d e n o m B ra m te v ra g e n w a a r precies die ashram zich bevond. Even nog twijfelde ik, m aar toen deed ik iets w at ik nooit eerd er gedaan had: ik p a k te d e te le fo o n e n to e ts te h e t num m er van de fam ilie Berghmans. Haast onm iddellijk hoorde ik de stem van Gerda. ‘Hoi Gerda, met Rik. Zeg, nog eens b ed an k t v o o r gisterav o n d , het was gezellig.’ ‘Ik zal een s kijken o f hij al aan te s p re k e n is , w a n t h ij h e e ft s in d s vanmorgen een houten kop.’ D e te le fo o n b le e f z e k e r een p aar m inuten alleen. Ik luisterde naar het verre gekrijs van zoontje en dochtertje en iets dat veel op het verbrijzelen van een ruit leek. Eindelijk kw am de pater fam ilias aan de lijn. ‘D ag Rik. W at kan ik voor je doen?’ H ij k lo n k ie ts m in d e r v lo t d a n gewoonlijk. ‘Bram , jo u w verhaal over die ashram houdt me nog steeds bezig. Ik vond het gisteren echt spijtig dat ik je niet kon vragen w aar die gemeenschap nu precies gevestigd is. W elke stad ligt er het dichtste bij?’ Ik h o o rd e e n k e l z ijn z w are ademhaling. ‘Bram ? Ben je daar nog?’ ‘Rik, jongen, ik zou je graag helpen, m aar ik versta je niet. Een ash-dinges, w at is dat?’ ‘G iste ra v o n d kw am j e a f m et een verhaal o v e r een b oek w aarin alle nam en staan, w e e tje w el.’ ‘Een boek m et nam en? De gele gids z e k e r, h a , h a ! R ik , h e t is z a te r d a g m id d a g e n ik h e b m ijn kinderen beloofd dat ze m ee mogen naar het shopping centre. We moeten ons haasten, anders vinden we geen parkeerplaats meer.’ ‘Sorry d at ik je gestoord heb, B ram .’ ‘G een probleem! Zeg, het beste en tot de volgende zitting, hè.’ ‘Ja, tot ziens.’ Ik legde d e hoorn neer en wandelde naar de badkam er om ijskoud water in m ijn gezicht te gooien. In de spiegel boven de w astafel zag ik mezelf.

Hij stak zijn vinger in de soep. De vrouwelijke bezoekster in de ka­ m er ernaast zweeg even. H ij h oorde h aar neus die k rachtig tekeer ging in een Kleenex, vriende­ lijk aangeboden door Francesca. “H oe is het toch m ogelijk “ was de enige zin die tussen het snikken, snui­ ven, snuiten en grienen door, te ver­ staan was. Hij luisterde naar de ma­ nier waarop de zin door snikken in let­ tergrepen werd verbroken. Eenmaal bleef de m o- zelfs zonder de -gelijk en begon het zinnetje gew oon van vooraf aan. De blaar op zijn vinger zwol. Hij liep naar het deurgat. De soep Francesca. Ze stond recht, g af een medelijdend en steunend klopje op de waterknie van de bezoekster en kwam de keu­ ken ingestapt. Hier, een tupperware doosje. Zet de soep m aar in de diepvriezer, we eten niet vanavond, uit sym pathie voor het lijden van de medemens. Voor het eerst bemerkte hij het Latijnse kruis rond haar firele hals. Ik m oet hier als de bliksem vandaan. H et was twee avonden eerder, in een bar op de hoek van de Keizerslei en de Boulevard Chaduuc dat ze elkaar ontmoeten. Een om gevallen kruk was het eerste object waar ze beiden tege­ lijk naar keken. En langzaam ontkle­ den hun blikken elkaar. V rJG Ongeh. Zkt. Knpp Sprtve jng om mijn vuilniszakken buiten te zetten. M n,jg Ongeh.Zkt Knpp Sprtve Blond mt grt brstn om m ijn vuilniszakken te vullen. En toen kw am Hij. Hij had de serie­ m oordenaar, die zijn lijken in stukjes hakte en dan in ordinaire vuilniszak­ ken stak herkend. Zelfs al wist de po­ litie nog van niets, hij had een duide­ lijk en w elonderscheiden idee dat dit de dader m oest zijn. Een h alf uur later op het politiebureau zwaaide hij geestdriftig met de “Dis­ cours de la M éthode” van Descartes. Hierin staat het mannenkens, alleen de held er en on d ersch eid en intuïtieve ideeën zijn waar. Ergo ik had een waarachtig idee toen ik dacht ( en g o d v e rd o m m e n o g ste e d s d e n k ) d a t die vent de s e rie ­ m o o rd e n a a r van Berchem was ( en nog steeds is, nondedzju ). Ergo die vent is wel deg e lijk de s e rie ­ m o o rd e n a a r van Berchem . Ergo ik had het re c h t om op z ijn bakkes te motten. De politiecomm issaris w reef over zijn konijnenbotje, zijn amulet, dat in zijn linkerborstzak zat en vond daar ook de ju iste toon om die ambetante vent aan te spreken. Die m an had u niets m is­ daan, dus u had niet het recht om hem die drie tanden m et een barkruk uit te slaan . Hij schoot vlam m end overeind, die godverdom se klootzak heeft kweetnie hoeveel m eiskes verm oord, die ik niet eens gekend heb laat staan erm ee ge­ vreeën en die vent had bovendien met zijn lompe poten een barkruk om ver geworpen met d e bedoeling om een

vrouw buiten w esten te mep­ pen. Hij kreeg een spuitje en werd een nachtje opgesloten. De vol­ gende m orgen vertrok hij met een adres van een bekende psy­ chiater in zijn achterzak. Aan e en k ran ten k io sk sto n d die­ zelfde dame als in de bar. Ze keek op en wierp een blauwe vonk in z ijn rich tin g . Is het jachtseizoen op seriemoordenaars al gesloten m isschien ? O p twee passen afstand hield hij stil. Een vrouw met cynisme, dat vroeg om een zorgvuldige aanpak. Hij glim ­ lachte nonchalant. Och, een persoon­ lijke afrekening met een oude vijand, m eer m o etje daar niet achter zoeken. i propos, hebt u soms knorr soep in huis ? Ze keek hem verwonderd aan. Eerst naar zijn kop en dan naar zijn tenen. Ongewassen, ongeschoren, eeltplek op zijn linkeroor, een ontaarde acné op zijn ooglid, afgedragen kleren dat was wat ze zag. Hij slikte. En kreeg een helder en welonderscheiden idee. Ja, ik doe nam elijk een onderzoek naar de kwaliteit van die soep, aangezien het zwijnevlees dat in die bouillon ver­ werkt zit, best wel eens besmet zou kunnen zijn m et BSE, U weet wel. He­ laas m oet ik als een ongewassen on­ geschoren vieze vuile vent verschijnen om n iet van het m inisterie te lijken want dit onderzoek m oet in het groot­ ste geheim gebeuren. E n d aarb ij, uw tas lijk t mij nogal zw aar. H ij wees n aar het stro o ien m andje m et 2,543 kilo appelsienen erin en hief het op m et een zucht alsof e r stenen in zaten. De vrouw haalde haar wenkbrauwen o p en b e s lo o t d a t hij geen s e rie ­ moordenaar was. Die verkopen zulke goedkope leugens niet. Die vent kon gebruikt worden om de vuilniszakken buiten te zetten en eventueel die af­ was van een paar dagen v erte doen en dan zet ik hem buiten o f bel de politie. Zal nog zien. Ze hepen zwijgend langs elkaar waarbij hij haar aroma van vlierb e s s e n en C h a n n e l n u m éro c in q insnoof. Daarbij deed hij nog wat in­ spiratie op en vertelde hoe hij te werk zou gaan om de so e p te te s te n . E erst zou ik ze m o eten o p w a rm en , d an m ijn vinger erinsteken ( dit was een dui­ delijke m etafoor v o o r een zefd e gebaar op een an­ dere plaats, in een a n d e re s itu a tie .Hij keek hoe ze reageerde, m aar haar blauwe ogen keken even star voor zich als ervoor. Ach de goesting zou wel komen ) en als er geen blaren opkomen, dan wor­ den uw hersenen een spons. Al uw her­ inneringen zullen eruit weglekken en Ik heet Francesca. We zijn er. Een appartement met een scheve muur, tw ee hoog en een d ak dat e r ieder moment af kon güjden. Waarom draagt dit mens Channel num éro cinq ? vroeg hij zich af. H et antw oord zou later duidelijk worden bij het zien van het

k ru is, het dien d e n atu u rlijk om de stank van het Christus üjk weg te m of­ felen. Slim gezien. Ze gingen naar binnen en ze zond hem naar beneden m et drie vuilniszakken. Hij sneuvelde bijna bij het afdalen van de steile trap en liep schaafwonden op van d e ruw e ongepleisterde m uren. M aar hij geloofde. Terug boven had ze zich in een fau­ teuil genesteld en legde drie schijfjes kom kom m er op haar ogen. Schat wil je eens die doos kwark uit de koelkast halen. En neem z elf ook wat. E r staat Biactol tegen acnÈ in de badkamer, naast het m odderbad. Hij deed wat ze vroeg m aar begon toch al g e re e r z ijn riem los te gespen. M issschien had ze ook w at aardbeien om bij die kwark te doen, w ant zui­ vere kwark lustte hij niet erg. En toen ging de bel. E en vrouw van begin de veertig storm de binnen met vissenschubben onder haar ogen. “Ja ik moest bellen want ik heb artri­ tis in mijn arm en en kan niet hard ge­ noeg kloppen “ was haar sim pele ex­ cuus om op dit gezegend tijdstip bin­ nen te v allen . De vrouw w ierp de schijfjes kom komm er in een koffiekop en veegde de kwark aan een servet. M aar M agda toch, zet u. Ondertussen liep ze naar de keuken en trok hem met zich mee. M eneer, on­ dertussen kunt u mijn soep onderzoe­ ken, de pakskes staan daar. De bezoekster die niet kon kloppen be­ gon haar verhaal m et een waterval. Ze ging verder in een overstrom ing en eindigde in een big splatch. Ertussen klonk het verhaal van haar zuster die zich had verhangen aan de deurklink van de badkamer. Ja ze neem t altijd zoveel tijd om haar m ake-up te doen dus ik dacht “Het is m ijn schuld. “ Bravo, dacht hij en roerde in de soep, vo lg en s m ij een d u id elijk e n w e l­ onderscheiden idee, kom aan M agda trap het af, verhang uzelve en laat bronstige mensen m et rust. M aar de vrouw bleef zitten w aar ze zat en Francesca had het over het geloof dat een rots is in de branding. Hij voelde nattigheid. En hete soep. Toen hij het kruisteken zag was het helemaal om zeep. Hij trok zijn jas aan en gespte zijn riem terug dicht. Uw soep lijkt mij in orde. Ik wens u nog veel geluk in uw leven en een goede gezondheid en verm ijd vriendinnen met deurklinken in uw badkam er an­ ders raakt u nooit aan een man. Ze luisterde al lang niet m eer en hield de deu r voor hem open. Een goede avond kon er ook niet m eer van a f en eenzaam liep hij door de straten. Zijn bokkenpoten eindelijk nog eens ge­ wassen in de regenplassen. De antichrist

N . Peeters - 03.05.01

10

De Moeial

18dejaargang - nummer 5 -16 mei 2001


De Moeial

Column A ls ik uit den goede hemel zou val­ len, aldus met een bepaalde snelheid naar beneden suisend, en ik zou van­ uit de lucht te zien krijgen waar ik pre­ cies te pletter zou slaan, en dit zou dan de VU B blijken te zijn, is er dan ie­ m and d ie durft te bew eren dat dit met een glim lach op het gezicht zou ge­ beuren? Iem and? Inderdaad, het lijkt m e dus bew ezen dat e r iets schort aan de VUB. M aar wat? De vub is m et haar ludieke ruïnes en glooiende heuvels ÈÈn van de m ooiere doolhoven van België. W at zeg ik? Van Europa!! Is e r een andere universiteit w aar er in het m idden een door bloesem bom en om ringde berg staat, w aar de vuile negers straks niet m eer m ogen shot­ ten, een univ die bekent staat als anar­

Sacre dieu, mijn beste ch iste n -p ro d u c ere n d e vlo o ien b aal? (Dat tw eede punt kan u ter discutie brengen, m aar in mijn verdediging kan ik opbrengen dat ik m aar een wereld­ vreem d dorpsjongetje ben; ik kom uit stad A ntwerpen.) Ja, en toch is er iets m is m et deze hem else plek: het zullen die linkse, gore punkers wel zijn, ze­ ker? Ach, schoon volk, vreest niet: de geëngageerde, actieve m ens is bijna even uitgestorven als de rest van de koudbloedige beestjes. Aan sommige tradities w ordt nog steeds heldhaftig vastgehouden, m aar dat zou weldra tot het verleden m oeten behoren. Nog even geduld, en dan is dat vervelende, linkse crapuul uitgestorven, a thing o f the past, en zijn de overblijvenden te straalbezopen om nog m eer functies

uit te voeren, naast sim pelw eg wat adem en en kotsen. M isschien is het toch wel een spijtige zaak: u itein d elijk z ijn ze toch wel schattig, die m islukte kunstenaars en filosofen. G eef toe dat ook u wel eens m et een glim lach heeft gekeken naar hun m inuscule betogingkjes. persoon­ lijk heb ik altijd genoten van hun on­ leesbare spandoekjes, en hun m oede­ lo ze k reten . H arharhar. A c h te rlijk plebs. Ik had laatst nog een haast filo­ sofische gedachte over hoe het hoofd v an z o ’n v e rv aarlijk e sc h u rk m ijn m uur n iet zou ontsieren. Z o ’n ding m oet toch prachtig zijn: de mieserige oogjes brullen nog steeds dat ze op hun rechten büjven staan, wat hun natuur­

lijk alleen m aar tot een gemakkelijk doelw it had gereduceerd, hun mond hangt dw aas open, om dat hun tong eruit is gesneden-die dingetjes zijn zo giftig dat ze zelfs zonder lijf wel eens niet stilvallen. Harharhar. Goed, waar was ik ook weer...o ja. Goed, alle gekheid op een stokje, maar ik denk toch dat we eens iets moeten ondernem en tegen d a t gegucht. Ik weet dat politiek engagem ent ons eer­ d er ontsiert en zo, m aar we kunnen toch beter onze handen eens voor een keertje vuil maken. Laatst hoorde ik een van dat tuig zijn socialistische droom uiteenzetten, jo in t in de ene hand en lijm in de andere. En snuiven m aar! Wat een w algelijk idee trou­

w ens: dat ons schoon vaderland in m arxistische w aanzin zou terechtko­ m en, en m ijn M arokaanse b uur de mogelijkheid zou hebben om evenveel te verdienen voor krek hetzelde werk! Dat is toch jereinste waanzin, gestoort zijn die figuren! E r zijn twee regels, die men gewoon niet m ag verstoren; ten eerste, vrouwen blijven achter den haard, ten tweede, wat e r ook gebeurt, je volhardt in het serene stilzwijgen. Ik stel voor dat we die vulgaire afstam­ melingen van een lui proletariaat voor eens en voor altijd uitroeien. Dromen is voor kleuters, ondoordachte daden daarentegen is echt m annenwerk. M aarten Dierckx

UCOS zet recht: Multinationals zijn fout W aar zit nu precies de fout ? Ik ver­ wijs naar bovenstaande zin: Ucos m aakt geen deel uit van het zgn. C o r p o r a te F u n d in g P r o g r a m (C FP).H et CFP is een initiatief van 6 grote Belgische N G O ’s voor ont­ w ikkelingssam enw erking en 7 grote in België gevestigde bedrijven, dat op 25 oktober 2000 boven het doop­ vont werd gehouden. De bedrijven en N G O ’s stap ten in dit initiatief m et een gelijkwaardige inbreng,m et het oog op het bevorderen van sa­ m en w erk in g tussen b ed rijven en N G O ’s, om optim aal de m iddelen aan te w end en voor het im plem enteren van socio-econom ische ontwikkelingsprojecten. Zoals uit de benam ing C F P blijkt saat het w erven van fondsen o f ‘bedrijfsgiften’ voor socio-econom ische pro­ jecten (voorgedragen door de deelne­ m ende N G O ’s) centraal. Deelnemende bedrijven zijn B ekaert nv, C oronaLotus nv, Interbrew nv, Koramic Buil­ ding Products nv, Sidm ar nv, Siem ens nv en U nion M inière nv.Ucos was, net als de rest van de B elgische N G Owereld, verbaasd over dit initiatief. Als lid van de R aad van B e stu u r van 1 1 .1 1 .1 1 , de V la a m se k o e p e l van N G O 's voor ontwikkelingssam enw er­ king, opperde U cos sterke bezw aren tegen deze nieuw evolutie binnen de civiele m aatschappij. We behoorden dan ook tot de eersten om te verne­ m en dat deze bedrijfsgiftenbank een beklonken zaak was m aar konden mee verhinderen dat 11.11.11 lid werd van de stichtende vergadering. D e Raad van Bestuur van 11.11.11. W as ver­ deeld over dit initiatief en heeft het voorlopig niet goedgekeurd. De res­ pectieve achterbannen van de stich­ tende N G O ’s werden vooreen voldon­ gen feit gesteld. D it is m eteen een eer­ ste kritiek van U cos op het gebeuren. W aarom d ien e n de to p k ad e rs van N G O ’s, die steeds openheid en dem o­ cratie hebben voorgestaan, plots een beslissing te nem en zonder eerst de brede ba sis raad te plegen ? D eze w erkw ijze is verbazend en o n ru st­ w ekkend. Getuige van deze veront­ w aardiging zijn de massale reacties die v a n u it bijv o o rb e eld de provinciale c o m ité ts v a n d e 11 .1 1 .1 1 z ijn toegstroom d. Er zijn e r echter nog vele anderen, bij elke achterban van de deelnem ende N G O ’s storm de het vra­

De Moeial

gen en ongenoegen. Daarnaast is er het principiële bezw aar van Ucos dat een concrete financiële samenwerking met dergelijke M N O ’s de onafhankelijk­ heid van de N G O ’s kan aatasten. Wan­ neer bijvoorbeeld een sociaal conflict uitbreekt bij één van die bedrijven, zal m en de kant kiezen van de werkne­ m ers o f zwijgen om w ille van het sa­ m en w erk in g sv erb an d en het geld? M N O ’s en NGO hebben beide een ver­ antw oordelijkheid inzake m aatschap­ pelijke ongelijkheid. De eersten schij­ nen m et m on d jesm aat hun verant­ woordelijkheid in deze te aanvaarden. M aar een korte blik op de dagelijkse journaals leert dat de weg nog héééel lang is. De tweede groep organisaties, w aar Ucos deel van uitmaakt, hebben de taak en de plicht die M N O ’s op hun m aatschappelijke verantw oordelijk­ heid te wijzen. Zij beïnvloeden daar­ toe de overheid die op haar beurt een w ettelijk kader schept waarbinnen de M N O ’s dienen te opereren. Wie zich herinnert wat met Renault-Vilvoorde gebeurde weet dat de onm acht van de staat t.a.v. grote m ultinationale bedrij­ ven vaak een feit is. De N G O ’s heb­ ben de verdienste daar op gewezen te hebben via publicatie van allerlei boe­ ken en artikels. W anneer nu N G O ’s in een rechtstreeks sam enw erkingsver­ band stappen m et de bedrijfsw ereld kan het niet anders dan dat ook deze m ogelijkheid tot kritiek op en verzet tegen de M N O ’s w ordt beperkt. Dit is lo g is c h . A lle e th is c h e p rin c ie p s verklaringen ten spijt. A ls dusdanig staat Ucos niet afkerig tegenover m eer sam enwerking met de bedrijfswereld. In de acties tegen de globalisering worden naast de interna­ tio n ale instellingen ook de M N O ’s v e ra n tw o o rd e lijk g e s te ld v o o r de groeiende kloof tussen N oord en Zuid. We weten nog niet hoe iets dergelijks in de praktijk werkbaar is, m aar we zijn het erover eens dat duurzam e ont­ w ikkeling iets is wat we m et z ’n allen moeten nastreven. D us is de bedrijfs­ wereld één van de belangrijkste peilers v o o r d it to e k o m s tg e ric h t den k en . Naast de politiek worden immers de M N O ’s als d e g rote verantw oorde­ lijken van de kloof tussen arm en rijk beschouw d. Som mige bedrijven doen inderdaad inspanningen op m ilieu- en m enselijk vlak om duurzaam heid na te streven. De bedrijven die vandaag

18dejaargang - nummer 5-16 mei 2001

deel uitm aken van het CFP, uitgere­ kend de pioniers van het CFP dus, heb­ ben echter niet allemaal een onbespro­ ken verleden wat b e tre ft. Sommigen w orden o.m . vernoem d in het kolo­ niale verleden van België, anderen zijn terug te vinden in artikels over bijdra­ g e n aan d e h o o g te c h n o lo g is c h e wapenproduktie en nog anderen wa­ ren in het verleden niet altijd even kri­ tisch wat betreft de doeleinden van hun klant met de geleverde goederen. U cos is van m ening dat b edrijven k om af m ogen en kunnen maken met een beladen verleden. We begrijpen echter niet goed waarom precies deze bedrijven het voorrecht krijgen hun naam met het C F P te verbinden ter­ wijl heel wat andere, zij het kleinere, bedrijven al veel langer inspanningen leveren. Die blijven in eerste instantie in de kou staan. Ik citeer een zin uit het artikel op de website van het pro­ vinciale 11.11.11-com ité te Lebbeke: “ Hoe geloofwaardig is de strijd tegen W TO, IM F en W ereldbank nog, als je weet dat deze instanties hun strategie voornam elijk laten bepalen door de lobby’s van de M N O ’s? Hoe geloof­ w a a rd ig b lijf t d e s tr ijd v o o r de Tobintaks als je weet dat de financiële afdelingen van de grote multinationals een vooraanstaande rol spelen in de financiële speculatie? Hoe zullen de N G O ’s kunnen blijven reageren tegen de voortschrijdende privatisering, de­ regulering, liberalisering, ...? Bij ons speelde de overheid tot op heden een belangrijke rol in de ontwikkelingssa­ menwerking. W anneer het C FP in de toekom st grote proporties aanneemt, zou dat wel eens het begin kunnen zijn van een gedeel­ telijke o f gehele privatisering van de ontwikkelingssam enw erking. Het ge­ vaar is dan zeer groot dat die nog m eer dan vroeger een verlengstuk zal wor­ den van onze buitenlandse handel. M N O ’s zijn geen liefdadigheidsin­ stellin g en , m aar strev en m axim ale winst na. In die logica zullen zij een zo groot m ogelijke flow back - dit is de verhouding tussen input via ontwik­ kelingshulp en de output d.m.v. con­ tracten - wensen. Het klinkt m isschien wat overdreven, m aar als men ziet dat de voorm alige chef van de Nationale B ank ? d ie een k e ih a rd e monetaristische politiek voerde ? voor­ zitter is van het CFP m oet m en zich

toch niet al te veel illusies maken. Als het te doen is om het geld, dan moeten we niet bij de M N O ’s gaan bedelen. We moeten van de staat eisen dat ze eindelijk eens voldoet aan wat ze al 30 ja a r belooft: het besteden van 0,7% van het BNP aan o n tw ik k elin g ssa m en w e rk in g .’’Het mag duidelijk zijn dat Ucos geen fonds heeft opgericht met vrijwillige bedrij­

ven w aarvan de opbrengst naar het Zuiden wordt gestort. We zijn integen­ deel vrij sceptisch en hopen dat we daarin ongelijk hebben. De feiten zul­ len uitwijzen o f onze bezorgdheid, en daarmee deze correctie, terecht was

Ucos.

U vindt ons sympathiek?U wilt wat bijleren? U houdt van geestesverrijkende leeservaringen? Of u heeft gewoon wat centjes teveel op zak?

Steun De Moeial en neem een abonnem ent! Steunabonnement: 1000 BEF Gewoon abonnement: 333 BEF Te storten op rekening 001-1386975-48 met vermelding van (steun)abo, naam en adres


De Moeial

GEVONDEN VOORWERPEN

Poëzie

GARE DU NORD/NOORDSTATION Welkom in het coole, cleane Brussel Hoewel u nu bij Bolivar en Belgacom bent uitgestapt En dat is de verkeerde kant. Geen honderd meter achter je: een spoor op dromen, Vrijkaart voor een uitverkoren elders. Ga niet terug en ga niet weg. Attentie voor die dierbare hamburger, Verorberd door een bedelknaap, Met aan zijn plastic voeten de plastic beker waarin, nog maar pas, één enkele frank. U bent nu echt wel aan de juiste kant. Attentie voor Raoul, de kale kapper, verslaafd aan het haar dat hij zelf niet meer heeft. Welkom ook in de Grande Boucherie, welgemeend welkom, bij de lillende pensen en de tricassees. In alle etalages van het vlees, wees welkom: La pom padour of Blue Lagoon, Bar Eden of Bar Edelweis. Hier heersen de vorstinnen van de Aarschotstraat. Zij kunnen smilen met hun achterste, de tedersten, u straffen met hun naaldhakken, de strengsten. Maar al hun wimpers heten u van harte welkom. Prière de ne pas stationner devant les vitrines. Laissez Travailler les filles. Welkom, mevrouw, meneer, in het gore blote Brussel. Zal ik, meneer een vuilbak voor u zijn? Vul mij, gebruik mij, misbruik mij, nü, ‘help mij dit station rein te houden, a.u.b.’ Ga door en kom terug, maar ga nooit weg.

M aarten De Keyser

Luuk Gruwez en Raphael Antoine, Ju lie Hofm ans, Karel Segers, Gerrit Spranghers, Spyridon Valsam is, Petra Van Balken, Annelies Van Cam p en Lennert Van De Gucht (6e kunsthumaniora, Sint-Lukas Brussel, 2000)

Gezocht: Jonge durvers met scherpe pen Emile Zola-wedstrijd 2002:Prijs voor het beste politieke essav Wil je in de voetsporen van Em ile Zola treden? Ben je een jonge onafhanke­ lijke geest die het allemaal beter weet? H aal dan je scherpe pen boven. Is er een politiek, sociaal, econom isch of cultureel them a dat jo u nauw aan het

12

hart ligt ? Gooi dan een beklijvend essay op papier: een vurig betoog, een verontwaardigde kijk op een boeiend them a. Schuw de controverse niet. W ie de leeftijd van 28 ja a r nog niet bereikt heeft op 30 novem ber 2001,

m ag aan deze wedstrijd deelnem en. Van de ingezonden artikels worden er drie genomineerd. De w innaar krijgt een cheque van 25.000 BEF, num mer twee krijgt 10.000 BE F en num mer drie 5.000 BEF.

De Em ile Zola-prijs wordt georgani­ seerd door het tijdschrift Samenleving en politiek, Bagattenstraat 174, 9000 Gent. Inzendingen worden ten laatste verw acht op 30 november 2001. Let op: vraag eerst het reglement!

De Moeial

Info: 09/267 35 31 e-mail: stichting.kreveld @pandora.be

18dejaargang - nummer 5-16 mei 2001


De Moeial

P E i fabdTjé^ )lËRyA0S»El Geruchten en Gedachten, waarvan niet bewezen is dat ze niet waar zijn !

Nu de bloesem s, tegen beter weten bijna, hun kleurenpracht over ons lelijke landje uitstorten en de dagen al een heel stuk lan­ ger duren dan toen de Sint nog behoed­ zaam door schoorstenen kroop, dachten wij zo bij o n s z e lf: dit m oet de m eim aand zijn. Ook het bericht dat dat ram pzalige mens in Laken eindelijk zw anger geraakt is deed het verm oeden rijzen dat e r spring in the air is. D at m et het product 'M athilde' voor de zoveelste keer bew ezen is dat h et echt jam m er is dat Robespierre zijn werk niet ten gronde heeft kunnen uitvoeren is één ding. E en a n d e r is da t v a d e r d ’A c o z ’ broodje gebakken is. Eindelijk verlost van die stijve seut, en o p de koop toe aan­ getrouwd m et de Saksen-Coburgs !! Wat heeft dit nu in godsnaam m et de VU B te m aken ? Heel veel. D at alles hier achter gesloten deuren en dichtgeknepen billen gebeurt is traditie, m aar uw lijfblad heeft connecties in Laken, en m ag zich - in te­ g enstelling tot Die Prutsers - een w are royalty w atcher noemen. Wij gaan onze bronnen natuurlijk niet prijsgeven. Volstaat het om te zeggen dat de H eer Van Aerschot ‘adviseur’ is van M athildes’ schoonbroer. Prins L aurent ? En dat Hugo S., een be­ rucht professor, graag H o o gleraar zou worden ? En dat hij daarvoor de diensten van de H eer Van Aerschot nodig heeft ? En niet die van uw lijfblad ? Feit is, dat wij heel benieuw d zijn w at Laken zo rond o ktober gaat doen. In tegenstelling tot het door de slaafse nationale m edia verspreide com m uniqué dat wil dat M athilde half no­ vem ber zou werpen, weten wij w eer be­ ter. De ontvangenis vond reeds in januari plaats ! En het verwekkend zaad kw am niet uit de zak van Filip. Wij hebben verno­ men dat één van de tw ee Kroonprinselijke teelballen reeds jüren op sterk w ater in het M useum van Tervuren rust. Ten gevolge van een jam m erlijke val met een BM X, in de jaren ’80 zeer in zwang. De andere teel­ bal kon gered worden, m aar niet voor lang. Toen Zijne Prinselijkheid w illens nillens to c h tje s m et e e n F - 16 m o est m aken, m aakte tijdens één van die uitstapjes het toestel een vrije val van 225 m eter - in luchtvaartjargon een ‘luchtzak -, en aan een slordige 1500 km /h kan dat tellen. De Tweede Teelbal hield het voor bekeken,

NO, THAT

C H fiflL ltr

DoJTSN't

flL L £ R £ \ c

MEAk/

school voor Verpleegkundigen, en de rest van de VUB wordt per opbod ver­ kocht aan de m eestbiedende. En als Rector Van Cam p b raaf blijft luiste­ ren, m ag hij w aarschijnlijk secretaris van O osterlinck worden !

B K O U JN / YOU RE

G-IRLS

j

M et al d ie r a tio n a lis e r in g s heroriënterings- en stroom lijnaudits valt het ergste te vrezen. O p het eerste zicht, want op het tweede valt dat al­ lemaal nogal mee. Z o heeft bijvoor­ beeld nog niem and ‘De K rant’ opgedoekt, een blaadje dat anders ook geen bestaansredenen heeft dan een uit de hand gelopen caféruzie. Ten bewijze : de Heer Egwin Gonthier. Dat hij e r met de jaren niet m ooier en zeker niet slan­ ker op geworden is, zullen wij hem niet ten kwade duiden. M isschien heeft hij wel één o f andere ziekte, en kan hij er dus niet aan doen. Zand erover dan.

chI itl en zocht terug de veilige geborgenheid van de Prinselijke Buikwand op. Ge­ daan erm ee ! In Laken waren ze intus­ sen m aar al te zeer vertrouw d met een Onvermogende Soeverein en niemand wou terug naar de dagen van Boudewijn I. E r m oest dus - tegen de natuur in - voor een troonopvolger gezorgd worden. En wie was hiertoe beter ge­ schikt dan Hugo S., een potente kra­ nige kerel w aar de testosteron haast vanaf druipt ? De zaak was snel be­ klonken. In ruil voor een benoeming, moest H ugo S. M athilde ‘bedienen’ het H o f zou een gezonde troonopvol­ ger rijker zijn, en Hugo S. zou als be­ loning het zo begeerde H oogleraar­ schap v erw erv en ! Om binnen een paar ja a r geen lastige geruchten de kop in te m oeten drukken over de treffende gelijkenis van Prins Boudew ijn (jaja, oo k d e n a a m , v a n d e a a n sta a n d e boreling is ons reeds bekend) met een H oogleraar aan de VUB, fluisterde de

H eer Van Aerschot volgend plan in het oor van zijn poulain. Kondig de ge­ boorte aan voor een maand na de fei­ telijke bevalling ! Dan is er tijd genoeg om een boreling op te sporen die op Filip lij k t ! De dynastie lijkt weer ge­ red... De Heer Steen Patrick is in deze weer de Grote Gepasseerde. M aar niets is beter dan hard labeur om de sores van je a f te zetten , m oet hij g e d a c h t h e b b e n . D e V e ilig h e id smaniak heeft zich als een bezetene op de laatste restjes groen ten campusse gestort. N a de ranke populieren - de schuilplaats van de Pica Pica Raptor , de zeer gevaarlijke hagen - dekking voor drugsdealers en herm afrodieten -, en de Konijnen van M egon-15 - een buitenaardse predatieve levensvorm die de gedaante van op het eerste ge­ zicht onschadelijke konijntjes aange­

nomen had -, m oet nu al wat groeit en hoger dan 15 cm is eraan geloven. Staan nog op ‘s mans program : ver­ plichte valhelmen voor elk lid van de universitaire gemeenschap, verplichte reg istratie in het vingerafdrukkenbestand van de Federale Flikken, ver­ plicht bezit (voor de dames) van een m aandverbandenrecycler (geleverd door Steen Tampon Recycler) en (voor de heren) van een set ‘gewone’ en een set ‘harde’ condooms, ondertekening van het Steen Security and Facility Charter, en een aidstest. Kill kill kill !!!! In het kader van Bologna, konden wij al een blik werpen op de plannen voor de VUB. Z o zouden de Faculteiten Rechten alsook Letteren en W ijsbe­ geerte, HILOK en het Convivium af­ geschaft worden, wegens ‘ekonomisch niet leefbaar’. De m annen van Jette gaan fusioneren met de Aalstse H oge­

Ook m et Heertje Eeraerts gaat het niet goed. Het kereltje, dat vorig jaar de buiksprekerspop van de Geheim zin­ nige M ijnheer X was, geraakt m aar n iet uit de miserie. N a eerst al zijn spaarcentjes in rook te hebben zien opgaan (hij had geïnvesteerd in L&H), vervolgens zijn Allerlaatste spaarcen­ tje s g e ïn v e s te e r d te h e b b e n in Vermaeiens Projects (hij dacht dat dat bedrijf echt bestond), heeft hij nu ook een proces aan de korte broekspijp. Toen op een tam elijk zonnige ochtend het Proxim us G SM -netw erk lag waar het thuishoorde (op zijn gat) en e r op het display van de GSM van het ke­ reltje ‘Enkel 112-nummers nog bereik­ baar’ verscheen, begon hij verw oed naar de 112 te bellen. Toen brandweer, civiele bescherming en Federale din­ ges voor de zesde keer op zijn stoep stonden, vonden ze dat het welletjes geweest was, en sm eerden ze het fi­ g u u r tje e e n g e p e p e rd pv an n ex onkostennota aan... M ensen die Gert willen steunen kunnen hem ‘s avonds bij d e gratis soepbedelingen in het Centraal Station (Bxl) vinden.

Kwal, M.

Recht Van Antwoord: niet iedereen sla a a a a a a a a p t in de M Hierm ede een recht van antw oord dat ik graag in uw periodieksel gepubliceerd zou zien. Het betreft uw artikel over de wedervaardigheden tijdens de heroische bezet­ tin g v a n g e b o u w M d o o r a n tibolognistische studenten. H et verscheen al enige tijd geleden, m aar ik heb hier ook nog andere zaken te doen, in tegenstelling tot w at de schrijver van het in m ijn ver­ keerde keelgat geschoten artikel ook moge bew eren over het personeel dat in den M tew erkgesteld is. Ik werk nam elijk zelf ook in den M , jaw el, werken dus. Uw re­ dacteur m eent het personeel van gebouw

De Moeial

M a f te m oeten schilderen als mensen die de hele dag achter hun bureau lig­ gen te slapen. Wel, dit is slechts ge­ deeltelijk waar. Bovendien zijn het ju ist de paar wak­ kere M -personeelsleden die eventueel het gewraakte artikel onder ogen kre­ g en . V an d a t h a n d v o l re g e lm a tig w akkeren ben ik m isschien de enige M oeial-lezer, op zich al een stevig be­ w ijs van m ijn wakkere natuur. Juist zij die het m inst aan het door dit arti­ kel ten onrechte versterkte stereotiep

18dejaargang - nummer 5 -16 mei 2001

beantw oorden, w orden hierdoor ge­ kwetst. Van diegenen die wel aan dat stereotiep beantw oorden heeft er na­ tuurlijk genen ene ook m aar nen halve dag w akker gelegen van jullie aantij­ gingen. Ik wel dus, en ben nog steeds doende mijn destijds opgelopen slaapachterstand in te halen. Vandaar mijn enigszins overtijdige reactie. O veri­ gens wil ik hier nog aan toevoegen dat ik dit recht van antwoord wel degelijk tijdens kantooruren geschreven heb, daarm ee het tastbare bewijs leverend dat uw veralgemening niet op gaat. Ik

hoop dat u in de toekomst een objec­ tiever en genuanceerder beeld zult op­ h a n g e n v a n h e t in g e b o u w M tewerkgestelde personeel. Anders zou ik mij uit principe genoodzaakt zien voortaan enkel nog de Krant te lezen. En daar zou ik pas echt van in slaap kunnen vallen (’tis zo niet bedoeld jo n ­ gens, zand erover?). Om u maar te zeg­ gen dat uw artikel zeker geen construc­ tieve bijdrage levert aan het door u o v ergedim ensioneerd w eergegeven probleem, integendeel, artikels van een dergelijke strekking dreigen de situa­

tie nog te verergeren, als een soort “selfullfïlling prophecy” . In de hoop dat u de em st van uw journalistieke dwaling inziet, M et beleefde groeten een doorgaans tijdens kantooruren in w a k k e re to e s ta n d v e rk e re n d pesoneelslid uit gebouw M

Naam en adres bekend bij de redactie

13


De Moeial

HET EXAMENREGLEMENT.tm s e l e c t i e K.IJ.R.: Ken Uw Rechten Zoals goedgekeurd d oor de Raad van Bestuur van 16 juni 1992 en gewijzigd door de R aad van B estuur van 15 ju n i 1993, 14 ju n i 1994, 18 m aart 1997,4 novem ber 1997, 19 mei 1998, 21 septem ber 1999,23 m ei 2000, 28 novem ber 2000 en 20 m aart 2001. H o o fd s tu k II : EXAM EN­ CO M M ISSIE A rtik e l 12 1 De studenten w orden slechts toege­ laten tot het afleggen van de examens als zij op regelm atige w ijze zijn in g e s c h re v e n v o o r he t b e tro k k e n academiejaar. 2 Een regelmatige inschrijving voor de examens is slechts m ogelijk indien alle nodige getuigschriften voor een inschrijving op de rol werden voorge­ legd en het collegegeld werd veref­ fend. Voor éénsluidend verklaarde afschriften van diplom a’s en getuig­ schriften m oeten op het adm inistratief secretariaat van de faculteit vóór 1 mei van betreffend academ iejaar ingele­ verd worden. 3 Een student kan niet geproclam eerd w orden zolang aan de vorige bepalin­ gen niet is voldaan. A rtik e l 13 1 Onverminderd de bepalingen van ar­ tikel 12, b e palen de facu lteiten de voorwaarden volgens welke de stu d e n te n to eg e la te n o f gew eig erd w orden tot de exam enzittijd. D eze re­ gels m oeten vanaf het begin van het academ iejaar bekend worden gemaakt aan de studenten. Deze regels w orden opgenom en in het aanvullend facultair reglement. 2 De studenten die niet worden toege­ laten, m oeten hiervan bij een m et re­ den om klede beslissing van de Voorzitter van de exam encom m issie, uiterlijk tw ee w eken vóór het begin van de zittijd, o f uiterlijk veertien dagen voor het einde van de normale lesperiode schriftelijk op de hoogte worden gesteld. Een afschrift van deze beslissing w ordt overgem aakt aan de Rector en de Om budsman. Binnen drie w erkdagen na de ontvangst van de beslissing, kan beroep worden inge­ diend bij de in artikel 56 § 1 bedoelde beroepscom m issie. A rtik e l 14 De studenten zijn verplicht zich voor de exam ens in te schrijven op de ad valvas bekendgem aakte dagen en mits het vervullen van de voorgeschreven form aliteiten. In uitzonderlijke geval­ len beslist de D ecaan o f een laattijdige inschrijving nog m ogelijk is. H o o fd s tu k IV : E X A M E N VE RL O O P A rtik e l 15 1 De student houdt zich strikt aan de vastgestelde uurregeling en plaats van de ondervraging. In geval van overm acht heeft de student het recht zijn exam en te verplaatsen, op voorwaarde dat hij hiertoe de nodige bewijzen levert. E lk geval van over­ m acht en de staving ervan m oet bin­ nen de drie w erkdagen na het ophou­ den van de overm acht aan het secretariaat van de faculteit w orden gem eld. In overleg m et de student en de exam inator w ordt onder de verant­ w oordelijkheid van de D ecaan een nieuw e exam enregeling opgesteld.

14

2 D e exam inator houdt zich strikt aan de vastgestelde uurregeling en plaats van de ondervraging. In g e v a l v an a fw e z ig h e id van de e x a m in a to r e n b ij g e b re k aan berichtgeving van deze laatste vervalt de exam enregeling n a een wachttijd van 1 u ur t.o.v. de voorziene schikking. De student verw ittigt zo vlug mogelijk de Decaan, die onverm inderd het b e­ paalde in artikel 11 § 4, in overleg en m et instem m ing van de student een nieuw e exam enregeling opmaakt.

A rtik e l 16 1 Het exam en wordt afgenomen door d e titu la r is v a n h e t o p le id in g sonderdeel o f door degene die als p la a ts v e r v a n g e r h e t o p le id in g s onderdeel dat jaar heeft gedoceerd. 2 In geval van overm acht of wettige re d e n v a n v e rh in d e rin g k a n de exam inator een gem otiveerd verzoek richten to t de D ecaan om ontheffing van het geheel o f een deel van zijn examen­ opdracht. De D ecaan stelt, in overleg m et de Voorzitter van de examencomm issie, een plaatsvervangend examinator, lid van het zelfstandig academ isch perso­ neel o f een doctorassistent, voor aan de Rector. 3 In geval van bloed- o f aanverwant­ schap tot de vierde graad tussen een student en een exam inator wijst de

Decaan in overleg m et de Voorzitter van de exam encom m issie een plaats­ vervangend exam inator aan. De exam inator vraagt in dit geval vóór het begin van de zittijden, deze plaats­ vervanging aan bij de Decaan. 4 O p gem otiveerd verzoek kan elke examinandus, ten laatste veertien da­ gen vóór het door hem a f te leggen examen, de Voorzitter van de exam en­ com m issie schriftelijk de aanwezig­ heid van één o f twee ZAP-leden vragen. A rtik e l 17

1 A lle tentam ens en ex am en s zijn openbaar en toegankelijk voor het pu­ bliek. Ze worden afgenom en door de verantwoordelijke titularis in een lo­ kaal van de universiteit. In uitzonder­ lijke om standigheden en m et akkoord van de Decaan kan van de plaats van het examen worden afgeweken. 2 De openbaarheid van het schriftelijk ten tam en /ex am en w ordt verzek erd door de belanghebbende inzage in de kopij te verlenen. Deze kopijen liggen gedurende een term ijn van drie werk­ dagen na de proclam atie ter inzage bij de exam inator o f op een behoor­ lijk bekendgem aakte plaats. De examinator bewaart gedurende één jaa r de schriftelijke kopijen. 3 O nverminderd het bepaalde in § 2 kan een student inzage in het schriftelijk tentamen/exam en vragen, na bekendm aking van de resultaten.

A rtik e l 18 1 De exam ens worden mondeling af­ genomen. 2 O p v o o rs te l v an de e x a m e n ­ comm issie o f titularis o f op verzoek van de studenten, kan de bevoegde facultaire instantie voor ten hoogste 1/2 van de opleidingsonderdelen v aneen voltijds o f deeltijds jaarprogram m a tot een schriftelijk exam en voor het geheel o f een deel van de materie beslissen. 3 De resultaten van het schriftelijk ten­ tam en/exam en w orden, behalve wan­

neer de mondelinge voortzetting verplichtend is, ten laatste tien werk­ dagen na afnam e ad valvas bekendge­ maakt. Voor de tweede zittijd wordt deze term ijn tot v ijf werkdagen her­ leid. 4 De studenten behouden evenwel het recht op een m ondelinge voortzetting van het examen over dezelfde materie. Het schriftelijk en mondeling gedeelte vormen één examen en ge­ ven aanleiding tot slechts één examencijfer. O p voorstel van de titularis beslist de bevoegde facultaire instantie over de verrekening van het examencijfer. 5 De beslissingen in § 2 en § 4 wor­ d en opgen o m en in het aan v u llen d facultair examenreglement. A rtikel 20 W anneer een examinandus zich niet m eldt voor de examenperiode o f zijn

De Moeial

deelnem ing stopzet, deelt hij dat onm iddellijk en schriftelijk m ede aan de Adm inistratieve Secretaris van de faculteit, die de Voorzitter en de leden van de exam encom m issie op de hoogte stelt. Bij stopzetting om m edi­ sche redenen, dient een m edisch attest te w orden bijgevoegd. A rtik e l 21 1 V astgestelde o n regelm atigheden door de student begaan tijdens het af­ leggen van de tentamina, exam ens of andere vormen van evaluatie dienen door het acad em isch perso n eelslid onm iddellijk en schriftelijk te worden gemeld aan de Decaan. 2 Elke onregelm atigheid door een stu­ dent begaan tijdens het afleggen van de tentam ina, exam ens o f andere vormen van evaluatie kan aanleiding geven tot een sanctie. Deze sanctie kan gaan tot uitsluiting u it a lle z ittijd e n van he t lo p en d e academiejaar. 3 Binnen de drie werkdagen volgend op het vaststellen van de onregelm a­ tigheden worden alle betrokkenen vooraf gehoord door de Decaan. De Decaan beslist over de onregelm atig­ heid en over de te treffen sanctie. De D e c a a n d e e lt d e b e s lis s in g m et ontvangstbewijs onmiddellijk mee aan de student. Hij deelt ook de beslissing mee aan de Voorzitter van de exam en­ commissie. 4 B innen tw ee w erkdagen na o nt­ vangst van de beslissing kan de srudent een beroep indienen bij de Voor­ zitter van de examencommissie. Binnen vier werkdagen na ontvangst van het be­ roep, roept de Voorzitter de examencomm issie bijeen, die beslist bij beroep. 5 In geval van beroep w ordt de beslis­ sing van de Decaan, bepaald in § 3 van dit artikel, opgeschort tot o p het ogenblik dat de exam encom m issie bij beroep beslist over de vastgestelde on­ regelmatigheid. 6 De beslissingen worden m eegedeeld door de Decaan aan de Rector en de Om budsman. 7 De student m ag zich steeds laten bijstaan tijdens deze procedure. Hoofdstuk V I : DELIBERATIE A rtik e l 30 De S e c re ta ris v a n d e e x a m e n ­ comm issie noteert nauwkeurig in de notulen de verrichtingen van de e x a m e n c o m m is s ie tijd e n s de deliberatie. De notulen, ondertekend door de Voorzitter en de Secretaris van de ex am encom m issie w orden zo vlug m ogelijk door de Decaan na elke zit­ tijd aan de Rector overgemaakt. A rtik e l 31 De exam encijfers worden onm iddel­ lijk na het beëindigen van de examenreeks en uiterlijk drie werkdagen vóór de beraadslaging, m eegedeeld aan de Adm inistratief Secretaris van de facul­ teit o f een door de Decaan aangeduid lid van het administratief personeel dat de deliberatie voorbereidt. A rtik e l 32 De aanwezigheid op de deliberatie en het ondertekenen van het examenblad is verplicht voor alle stemgerechtigde leden van de examen­ commissie. Wettige verhindering moet vooraf aan de Voorzitter van de

18de jaargang - nummer 5 -16 mei 2001


De Moeial exam encom m issie o f aan de Decaan wor­ den m eegedeeld. A rtik e l 33 1 D e exam encom m issie kan slechts gel­ dig beraadslagen w anneer tenm inste 2/3 van de stem gerechtigde en in hoofdorde aan de faculteit verbonden le­ d e n , d ie d e v e rp lic h te o p le id in g s onderdelen van het voltijds o f deeltijds jaarprogram m a doceren, aanwezig zijn. Is de exam encom m issie niet in voldoende aantal, dan stelt de Voorzitter van de exam encom m issie de D ecaan op de hoogte. De Decaan roept binnen de twee w erkdagen de leden o p voor een tw eede delib e ra tie , w aarbij geldig wordt beslist, ongeacht het aantal aanw e­ zige stem gerechtigde leden. 2 Voor de toepassing van dit artikel wor­ den de wettige afwezigheden m eegerekend voor het aanwezigheidsquorum . A rtik e l 34 De examencomm issie fungeert als college. S te m g e rec h tig d z ijn de led e n van de exam encom m issie die de betreffende stu­ dent ondervraagd hebben, hierbij rekening houdend m et de bepalingen van de artikels 2 en 5. Elk lid beschikt slechts over één stem , ongeacht het aantal opleidingsonderdelen waarover hij heeft ondervraagd. Elk stem gerechtigd lid van de exam en ­ co m m issie is g e re c h tig d e e n geh e im e stem m ing te vragen. A rtik e l 35 1 De exam encom m issie beslist soeverein bij gew one m eerderheid van stem m en on­ der de aanwezige, stem gerechtigde leden over het slagen al dan niet m et graad, het niet slagen, het uit­ stellen, het toekennen van bijkom ende overdrachten en het toelaten tot deel II van een deeltijds program ma. 2 Een examinandus die alle examenvakken van h e t v o ltijd s o f d e e ltijd s j a a r ­ program m a, w aarvoor hij ingeschreven is, heeft afgelegd en een ge­ middeld exam encijfer beneden 11 op 20 behaalt, is niet geslaagd. 3 Elke faculteit kan in haar facultair re­ glem ent aanvullende criteria opnem en in­ zake de te nem en beslissingen van § 1 van dit artikel. 4 Een beslissing over een bepaalde student in afw ijking van de algem ene regels, zo­ als bepaald in § 2 en § 3 van dit artikel, m oet m et redenen worden om ­ kleedt. 5 Bij staking van stem m en valt de beslis­ sing in het voordeel van de student. H o o fd stu k V II : B E K E N D M A K E N VAN DE RESULTATEN A rtik e l 38 Na de deliberatie proclam eert de Voorzit­ ter van de exam encom m issie, de Decaan o f een door hen aangeduid lid van de exam encom m issie in het openbaar de beslissing van de exam encom m issie. A rtik e l 39 ü .u n en de v ijf werkdagen na de procla­ m atie kan elke student een individueel puntenblad, met verm elding van het exam encijfer per opleidingsonderdeel zoals besproken werd door de exam en­ com m issie, tijdens de openingsuren van het adm inistratief secre­ tariaat van de faculteit bekomen. A rtik e l 40 Klachten in verband m et beslissingen van de exam encom m issie die berusten op m a­ teriële vergissingen bij het verwerken van de exam encijfers kunnen neergelegd w orden door de leden van de exam encom m issie, de O m budsm an en de betrokken student bij de Decaan, die de nodige schikkingen treft. Hoofdstuk V m : O VERDRACHT VAN PUNTEN EN V R IJSTELLIN G EN Afdeling I : Algem een

De Moeial

A rtik e l 41 Aan een voltijdse/deeltijdse student w ordt overdracht van exam encijfers toegestaan naar de tweede zittijd van é é n z e lfd e a c a d e m ie ja a r v o o r d e op leid in g so n d erd elen van het ja a r­ program m a waarover de student exa­ mens h e e ft a fg e le g d en w a a rv o o r een exam encijfer wordt behaald van 12 o f méér. A r tik e l 42 1 Aan een voltijdse/deeltijdse student w ordt overdracht van exam encijfers toegestaan naar het eerstvolgend academ iejaar w aarvoor een inschrij­ ving w ordt genom en aan dezelfde in­ stelling, voor dezelfde opleiding en voor h e t v o ltijd s o f h e t d e e ltijd s ja a r ­ pro g ra m m a w a a rin h e t b e tro k k e n opleidingsonderdeel is opgenomen, op voorwaarde dat de betrokken student: 1 ingeschreven is voor een voltijds/ deeltijds jaarprogram m a o f een indi­ vidueel aangepast v o ltijd s /d e e ltijd s ja a rp ro g ra m m a w a a rin h e t b e tro k k e n o p lcid in g sonderdeel is genomen; 2 exam ens heeft afgelegd ov er alle opleidingsonderdelen van het onder 1° verm elde jaarprogram m a (de eindverhandeling buiten beschouwing gelaten); 3 voor betrokken opleidingsonderdeel een exam encijfer heeft behaald van 12 o f m eer; 4 m instens de helft van de punten be­ haald heeft op het rekenkundig of ge­ wogen totaal van het onder 1° v erm eld e jaa rp ro g ra m m a (de eind­ verhandeling buiten beschouw ing ge­ laten). In afw ijking van de voorwaarden ver­ m eld onder § 1, punt 2, 3 en 4 kan de exam encom m issie overdracht van examencijfers toestaan aan een student die een m et goed gevolg afgelegde exam enreeks voortijdig heeft moeten afbreken, w egens overm acht vastge­ steld door de examencomm issie. 2 De exam encom m issie kan aan een student, die overdracht van exam en­ cijfers aan een andere Belgische universiteit bekom en heeft, deze over­ dracht toekennen indien tevens vol­ daan w ordt aan het bepaalde in § 1. 3 D e e x am en co m m issie kan over­ dracht van exam encijfers, bekomen in een academische opleiding, toekennen aan de examinandus, die overkomt van een andere academ ische opleiding. 4 Indien de student gedurende één o f m eer academ iejaren geen inschrijving heeft genomen, kan de exam encom m issie beslissen, in afwij­ king van de paragrafen 1 tot 3, om de overdracht van de exam encijfers te weigeren indien e r zich ondertussen g ro n d ig e w ijz ig in g e n in h e t opleidingsprogram m a o f in de stand van de wetenschap hebben voorgedaan. De beslissing van de examencommissie is m et redenen om kleed. A rtik e l 43 1 De student m ag afzien van de over­ dracht van één o f m eer examencijfers. Aan een student aan w ie het voordeel v a n o v e rd r a c h t v a n é é n o f m ee r examencijfers wordt toegekend, kan in de tweede exam enzittijd een graad w o rd en v e rle e n d . O v e rd rac h t van exam encijfers is slechts m ogelijk voor opleidingsonderdelen die o v ereenstem m en m et afzonderlijke quoteringen op d e deliberatiebladen. 2 De student m ag afzien van de over­ d ra c h t v ó ó r 15 a u g u stu s v o o r de tweede zittijd en vóór 1 decem ber voor de eerste zittijd.

18dejaargang - nummer 5 -16 mei 2001

3 Individuele regelingen van overd rach t vanw ege de examinator zijn niet toe­ gelaten. De Decaan m aakt de hem bekende gevallen, waarbij individuele overdrachten werden toegekend, aan de Rector bekend. Hoofdstuk I X : KLACHTENEN G E S C H I L L E N ­ REGELING Afdeling I : De O m buds­ man A rtikel 48 1 D e O m b u d sm a n o n t­ vangt klachten en opm er­ kingen van studenten, die betrekking kunnen hebben op de e x a m e n r e g e lin g , het examenverloop, de beoor­ d e lin g van e in d ­ v e rh a n d e lin g e n , de deliberatie, het bekendm a­ ken van de resultaten, de over­ dracht van punten en vrij­ stellingen. 2 De Om budsman bemiddelt op ver­ zoek van de studenten bij de Decaan, de Voorzitter van de examencomm issie, de leden van het academisch personeel en de faculteitssecretarissen m et als doel een m innelijke schikking van de klachten na te streven. A rtik e l 49 1 O nverminderd de taken die de Om­ budsman hem met dit reglement wor­ den toegekend, neemt hij kennis van klachten in verband m et het bepaalde in artikel 48 § 1. 2 U iterlijk d rie w erkdagen na o n t­ vangst, van de in de hier voorgaande paragraaf vermelde klacht, stelt hij een m innelijke regeling aan de D ecaan voor. 3 De Om budsman wordt onm iddellijk en schriftelijk van de definitieve op­ lossing op de hoogte gebracht. A rtik e l 50 1 D e O m budsman heeft het recht voor de uitoefening van zijn opdracht: - betrokken te worden bij de opstel­ ling van de examenregeling; - alle documenten te raadplegen in ver­ band met het bepaalde in artikel 48 § 1; - alle inlichtingen te krijgen betref­ fende elk exam en ook voor de beraad­ slaging van de examencomm issie; - d e e l te n e m e n aan d e e x a m e n ­ commissie, evenwel zonder stemrecht. 2 Hij is tot geheim houding en discre­ tie verplicht. A rtik e l 51 1 O ver zijn activiteiten brengt de O m ­ budsm an jaarlijks verslag uit bij de Rector vóór 15 november. 2 De Onderwijsraad bespreekt het jaar­ verslag van de O m budsm an in zijn eerstvolgende vergadering. 3 V óór de aanvang van het tweede se­ m ester brengt de R ector verslag uit over de werkzaam heden van de O m budsman en de bespreking in de O nderw ijsraad bij de Raad van Be­ stuur. A rtik e l 52 Indien de Om budsman stemgerechtigd lid is van de examencomm issie van de student, die op de Om budsdienst beroep doet, treedt de plaatsvervan­ gende O m budsm an op. A fdeling I I : Exam engeschillen A rtikel 53 1 De student die de deelnem ing aan

een exam enzittijd wordt geweigerd of die een beslissing van de examencommissie betwist, kan binnen drie werkdagen, volgend op de werk­ dag van de bekendmaking, bij de Voorzitter van de examencommissie de herziening van de beslissing aan­ vragen. De bekendm aking is het schrijven, zoals bedoeld in artikel 13 § 2, voor de weigering en de proclamatie van de exam enuitslagen voor alle andere be­ slissingen. 2 D e Decaan heeft steeds het recht de exam encom m issie van zijn faculteit opnieuw te doen samenkomen, teneinde een om streden beslissing te heroverwegen. 3 De Rector heeft steeds het recht een gemotiveerd verzoek aan de Decaan van de faculteit te richten binnen drie werkdagen na ontvangst van de notu­ len van de examencommissie, bedoeld in artikel 31. A rtikel 54 1 Het verzoek tot herdeliberatie wordt schriftelijk ingediend op het adm ini­ stratief secretariaat van de faculteit, en is m et redenen om kleed. Indien het verzoek klaarblijkelijk niet ontvanke­ lijk is, wijst de Voorzitter van de examencomm issie de klacht af. In de andere gevallen roept hij binnen drie w erkdagen na ontvangst van de klacht de exam encom m issie bijeen. 2 De O m budsman en de Rector wor­ den onm iddellijk van de klacht en de dag van vergadering van de examencomm issie in kennis gesteld. Zij kunnen in persoon, dan wel door m iddel van hun vervanger o f afgevaardigde, de vergadering m et raadgevende stem bijw onen. In het geval de samenroeping op verzoek van de Rector geschiedt, kan deze noch zijn vertegenwoordiger de vergadering van de examencomm issie bijwonen. A rtikel 55 1 De bepalingen van onderhavig re­ glem ent om trent de samenstelling en werking van de examencommissie g e ld e n o n v e rm in d erd . Indien een examencomm issie niet in aantal is om geldig te vergaderen, wordt de daaropvolgende dag een tweede ver­ gadering belegd. In dit laatste geval vergadert de exam encom m issie gel­ dig, ongeacht het aantal aanwezige stem ­ gerechtigde leden. 2 D e b e s lis s in g o m tre n t d e

herdeliberatie is met redenen omkleed. 3 De student wordt onverwijld en door middel van een aangetekend schrijven op de hoogte gebracht van de beslissing van herdeliberatie van de exam encom m issie. A rtik e l 56 1 A ls beroepsinstantie vergadert het Rectorencollege, uitgebreid met twee ZAP-Ieden uit d e OW R, jaarlijks aan te duiden door de RvB. Er worden te­ vens twee plaatsvervangers aangeduid. In deze beroepsinstantie zetelen noch de D ecaan van de betrokken fa­ culteit, noch een lid van d e betrokken exam encom m issie. 2 Binnen drie werkdagen na ontvangst van het in vorig artikel bedoelde aan­ getekend schrijven, kan de student m et een gem otiveerd verzoekschrift te g e n d e b e s lis s in g h o u d e n d e herdeliberatie opkom en bij de b e ro e p s in s ta n tie . (M .i.v . h et a c a d em ieja a r 2 0 0 1 -2 002 zal vol­ gende volzin aan artikel 56 § 2 wor­ den toegevoegd: Het verzoekschrift wordt g e ric h t aan d e V o o rz itte r van de beroepsinstantie, met name de Rector.) 3 De Om budsman en de Decaan van de faculteit w orden onm iddellijk van het verzoekschrift op de hoogte gebracht. Het ad m inistratief dossier wordt zonder verwijl aan de beroeps­ instantie overgemaakt. 4 Alvorens een beslissing te wijzigen, hoort d e beroepsinstantie de student, die bijgestaan kan worden door een raadsm an o f een lid van het acade­ misch personeel die niet tot de facul­ teit van de in het gedrang zijnde examencommissie behoort, de Decaan van de betrokken faculteit en de Voor­ zitter van de examencomm issie. Op de zitting van de beroepsinstantie geeft de O m budsman of zijn vertegenwoor­ diger een m ondeling niet-bindend advies. 5 De beroepsinstantie neem t na ont­ vangst van het beroep onverw ijld een beslissing. Deze kan enkel de verplichting aan de examencommissie inhouden een definitieve beslissing te nemen. De beslissing van de beroepsinstantie is m et redenen om kleed en wordt aan de student aangetekend toegezonden en aan de Decaan van de betrokken fa c u lte it en d e V o o rz itter van de examencomm issie overgemaakt.

15


'Volgens Sir George H. Darwin stond de Maan ooit heel dicht bij de Aarde. Of we nooit geprobeerd hebben erop te klimmen? Wat dachten jullie dan? Je voer er gewoon precies onder met een bootje, zette een ladder neer, en klom naar boven. Er vloog altijd een hele wolk kleine beestjes door de lucht die loskwamen uit zee en aan de Maan bungelden. We gingen daar melk verzamelen, met een grote lepel en een tonnetje. Mijn neef stak in plaats van de lepel gewoon alleen zijn blote hand onder de schubben, of maar ĂŠĂŠn vinger. Soms prikkelde hij de maan met zijn grote teen, en spoot de melk naar buiten als uit de uier van een geit.' Italo Calvino

-

Kosmikomische verhalen, De afstand tot de maan.

Jg18 05 16 05 2001