Page 1

BELGIQUE-BELGIE P.P - P.B. 4099 Awans BC 30805

MMM BUSINESS MEDIA - Zeswekelijks informatietijdschrift - Nederlandstalige uitgave - Prijs: 10 EUR - Kantoor : Awans - P205029

Het automagazine van de beheerders - #195 juni - juli 2013 www.fleet-business.com

DOSSIER

LEASING & CONSULTANCY

segmenttest Mazda6 fiscaliteit definitie lichte vracht van&business nieuwe Mercedes Sprinter event Fleet&Business Awards


INHOUD

DOSSIER LEASING & CONSULTANCY In ons dossier laten we zowel de leasingmaatschappijen als de vlootconsulenten uitgebreid aan het woord over hun dienstverlening. Het eindresultaat is geen exhaustieve opsomming maar een representatieve leidraad voor de vlootbeheerder. 08 \ Vrienden als Herodes en Pilates

Fleet

Business Awards

06 \ AWARDS 2013

43 \ FLEET PARTNER

De winnaars van de Fleet & Business Awards zijn bekend!

Na de overname van Macadam Unlimited is Belcar de grootste logistieke dienstverlener voor de automotive sector in ons land.

46 \ NIEUW

52 \ SEGMENTTEST

De nieuwe Mercedes-Benz Sprinter is klaar voor Euro 6.

De verrassende Leasing Car of the Year 2013, de Mazda6, in een vergelijking met zijn belangrijkste concurrenten.

10 \ Enquête leasingbedrijven 18 \ Gilde met diversiteit 24 \ Ruimte voor besparing 27 \ Prijsbeest

is an edition of

MMM BUSINESS MEDIA sa/nv Complexe Arrobas Parc Artisanal 11-13 4671 BLEGNY-Barchon (Belgium) Phone: 00 32 (0)4 387 87 87 Fax: 00 32 (0)4 387 90 87 info@mmm.be www.mmm-businessmedia.com.

4 / Fleet Business # 195 - juni - juli 2013

EDITORIAL TEAM Editor in chief: Tony De Mesel (tdemesel@mmm.be) Deputy editor in chief: Dirk Steyvers (dsteyvers@mmm.be) Team: Ferre Beyens, Charles Demoulin, Olivier Maloteaux, Jos Sterk, Michaël Vandamme Experts: Daniel Debrouwer (EuroFleet Consult), Benny Gers (Progressio), Paul Gestels (Gloriant), Yannick Mathieu (Fleet Profile), Danny Meulenberghs (Partes), Bart Vanham (Expert Autofiscaliteit), Joeri Van Mierlo (Vrije Universiteit Brussel), Michel Willems (Mobilitas)

SALES & MARKETING TEAM Sales Director: Marleen Neukermans (mneukermans@mmm.be) Account Manager: Tom Janssens (tjanssens@mmm.be) Sales assistant: Patricia Lavergne (plavergne@mmm.be) Marketing: Sophie Demeny (sdemeny@mmm.be) PRODUCTION Head: Sonia Counet EDITOR Editor/CEO: Jean-Marie Becker

© Reproduction rights (texts, advertisements, pictures) reserved for all countries. Received documents will not be returned. By submitting them, the author implicitly authorizes their publication.


EDITO FLEET&MOBILITY 31 \ FLEET ECHO'S 31 Actualiteit uit de fleet- en leasingwereld 36 BMW gaat (later dit jaar) elektrisch met zijn i3.

38 \ TECHNOLOGIE Magneetloze elektrische motoren

40 \ EVENT Sustainable Experience Day 2013

VAN&BUSINESS 49 \ LICHTE VRACHT Lichte vracht als fiscaal vriendelijk alternatief

AUTO 52 \ SEGMENTTEST MAZDA6 en zijn concurrenten

SUBSCRIPTIONS www.fleet-business.com/shop

Price: 71 EUR - 1 year 122 EUR - 2 years

GEEN 'BUSINESS AS USUAL' De zomer is in het land en die wordt aangekondigd met de Fleet&Business Awards. Hopelijk was u er bij. Zo niet, dan vindt u verder in dit nummer een overzicht van de winnaars. Het was dit jaar een bijzondere editie van de Fleet&Business Awards. Eén die de traditie oversteeg. Geen business as usual dus. Voor het eerst was er een forum. In totaal kwamen drie aspecten van het vlootbeheer aan bod. Eerst ging de aandacht naar ‘Risk management & Safety’ met in totaal drie sprekers die elk een deelaspect hebben belicht. Daarna kreeg de ‘Total Cost of Mobility’ de aandacht en last but not least werd nagegaan welke de toekomstige rol is van de vlootbeheerders en de leasingmaatschappijen. Na de zomer gaan we verder op ons élan want bij Fleet&Business ontbreekt het niet aan ideeën. In het najaar komt een nieuwe editie van onze Directory en die zal vollediger zijn dan ooit. Zo gaan we voor het eerst aandacht besteden aan de basisbegrippen van het vlootbeheer. Overbodig? Helemaal niet want uit onze contacten met kleine vlootbeheerders blijkt dat de meesten onder hen geen car policy hebben of niet eens weten wat dat te betekenen heeft. Het vlootbeheer leeft duidelijk in twee snelheden. Grotere bedrijven, die meer middelen en mankracht hebben, zitten al meer dan één versnelling hoger. Het strikt omlijnde vlootbeheer van weleer evolueert er steeds meer naar het uitwerken van mobiliteitspakketten. Dag vergt nieuwe inzichten, een andere aanpak en toont duidelijk dat niet alles langer zijn vertrouwde beloop kent. Geen business as usual dus! Tony DE MESEL Hoofdredacteur

Parc Artisanal 11-13 4671 BLEGNY-Barchon (Belgium) Phone: 00 32 (0)4 387 87 87 (abo@mmm.be)

Fleet Business # 195 - juni - juli 2013 / 5


FLEET&MOBILITY AWARDS 2013

DE LAUREATAN VAN DE FLEET&BUSINESS AWARDS 2013

Heidelberg Cement Group haalt opmerkelijke score Met de Fleet&Business Awards, die dit jaar op 20 juni plaats vonden, weten we welke bedrijven en personen zich dit jaar op het gebied van vlootbeheer in de kijker hebben gewerkt. Bij deze editie was het vooral de Heidelberg Cement Group die indruk maakte met maar liefst drie podiumplaatsen waarvan één de Award van Fleet-owner of the Year 2013 opleverde. Tony De Mesel – Dirk Steyvers

Fleet

Business

Awards 2013 Fleet-owner of the year 2013

Laurence Surkijn (Heidelberg Cement Group) is Fleet-owner of the Year 2013 Met haar mobiliteitsbeleid maakte Laurence Surkijn van de Heidelberg Cement Group indruk op de jury. Zij loodste haar bedrijf naar drie podiumplaatsen en behaalde zelf de felbegeerde award van Fleet-owner of the Year 2013. Binnen het bedrijf krijgen de bestuurders een grote vrije keuze. Zij kunnen een CO2-arme auto combineren met een grotere auto voor de vakanties of ze kunnen gebruik maken van de ‘benefit shop’. Wie om bijvoorbeeld familiale redenen een grotere auto wil, kan dat ook mits een persoonlijke bijdrage. Deze politiek maakt het voor het bedrijf makkelijker om werknemers te behouden en aan te trekken. Verder wordt binnen het bedrijf thuiswerk, carpooling en het gebruik van de fiets gestimuleerd. Laurence Surkijn koestert nog meer plannen en wil alle bestuurders laten genieten van een aanvullende rij-opleiding in het teken van het milieu en de veiligheid.

6 / Fleet Business # 195 - juni - juli 2013


Fleet Driver Safety Award 2013 Wit-Gele Kruis Limburg zet veiligheid bestuurders centraal Met drie podiumplaatsen en de safety-prijs kon de Limburgse afdeling van het Wit-Gele Kruis bogen op een erg sterk dossier… en dan vooral op vlak van veiligheid. Via sensibilisering, opvolging en responsabilisering van de bestuurder boekt de organisatie, die in alle lagen doordrongen is van het belang van veiligheid, dan ook prima resultaten mede dankzij de keuze voor auto’s met 5 EuroNCAP-sterren.

Small Fleet Award 2013 Small Fleet Award gaat naar Aremis Belgium Voor een KMO is het niet evident om een efficiënt vlootbeheer uit te werken. Aremis Belgium, dat 59 werknemers telt en een vloot heeft van 31 voertuigen, is daar wonderwel in geslaagd. Daarbij wordt rekening gehouden met de kosten, de veiligheid en de ecologische voetafdruk. Samen met de bestuurders wordt naar een gepersonaliseerde mobiliteitsoplossing gezocht, al dan niet in combinatie met het openbaar vervoer.

Keyzee komt naar voor als de beste voor de Fleet Innovation Award for Fleet Suppliers Met Keyzee, dat ontstaan is binnen de D’Ieteren Group, krijgen we een staaltje van Belgische creativiteit te zien. Keyzee maakt het mogelijk om een voertuig met verschillende bestuurders te delen. De traditionele contactsleutel wordt vervangen door de persoonlijke smartphone van de verschillende gebruikers. Met deze virtuele sleutel kun je de staat van het voertuig registreren en de auto reserveren, starten en afsluiten.

Fleet Innovation Award 2013 for Fleet-Owners

In huis ontwikkeld programma van Electrabel scoort Na rijp beraad kende de jury deze prijs finaal toe aan het Let’s Choose-programma dat Electrabel uitrolde voor duizenden van haar werknemers. Dit uiterst complete programma omvat onder meer een aparte website waar de werknemers individueel aan de slag kunnen, maar ook jaarlijks herhaalde infosessies. Kortom, een overtuigend dossier dat Electrabel een verdiende eerste Award opleverde.

Green Fleet & Mobility Award 2013 Electrabel kiest voluit voor groene mobiliteit De geïntegreerde aanpak van het mobiliteitsbeleid van Electrabel helemaal uit de doeken doen, zou ons te ver leiden, maar weet dat het qua flexibiliteit en volledigheid zijn gelijke niet kende tijdens de verkiezing. Reken daar de concrete toekomstplannen bij en het leidt geen twijfel dat Electrabel zijn krimpende CO2-adfdruk en zal kunnen blijven verderzetten over de komende jaren.

Fleet & Business houdt eraan om alle kandidaten en juryleden van de Fleet & Business Awards 2013 van harte te bedanken voor hun deelname. In de volgende editie komen de laureaten van de verschillende categorieën uitvoerig aan bod.

Fleet Business # 195 - juni - juli 2013 / 7


DOSSIER LEASING & CONSULTANCY

DIENSTVERLENING IN DE PRAKTIJK

vrienden als Herodes e De eeuwige ‘krachtmeting’ tussen leasingmaatschappijen en fleetconsulenten gaan we niet uit de weg. Meer nog, we dragen er een steentje toe bij door het debat open te trekken via inzichten in hun onderlinge verschillen. Tijd om de Griekse tragedie te ontrafelen. Dirk STEYVERS

D

e lijdende mens die in iedere Griekse tragedie centraal staat, is zonder meer de vlootbeheerder die onder budgettaire druk en in de ultieme zoektocht naar efficiëntie soms dreigt door de bomen het bos niet meer te zien. Met dit dossier willen we dan ook geen vrijblijvende exhaustieve opsomming voorschotelen van wat leasingbedrijven en fleetconsulenten al dan niet tot hun dagelijkse praktijk rekenen, want daarmee vertel je slechts een fractie van het verhaal.

Er was eens De concurrentieslag die vandaag de dag woedt tussen leasingmaatschappijen onderling, maar ook tussen vlootconsulenten en leasingmaatschappijen is historisch gegroeid. Als alternatief voor het zelf kopen en beheren van bedrijfswagens was leasing aanvankelijk een manier om cash vrij te maken. Door het bedrijfskapitaal niet in een wagenpark te ‘blokkeren’, werd het immers beschikbaar voor de bedrijfseigen noden zodat firma’s er hun competitiviteit mee konden aanscherpen. Niet gestoord door veel achtergrondkennis of knowhow was het voor veel van die bedrijven bovendien een praktische oplossing die hun werk uit handen nam. Last but not least, stelde leasing hun in staat om een bepaald deel van het kostenplaatje van de firma onder controle te krijgen door het zo correct mogelijk (lees: zonder al te veel onaangename verrassingen) te gaan begroten.

De resulterende holdings leidden al snel tot gespecialiseerde leasingbedrijven die hun rol als toeleverancier professioneel uitbouwden. Van groot… De trend om vooral voor grote wagenparken ook het eigen vlootbeheer te gaan professionaliseren zorgde na verloop

"zij vormen als het ware een ideale waardemeter om na te gaan of de dienstverlening van uw leasingmaatschappij aansluit bij uw specifieke verwachtingen als vlootbeheerder." 8 / Fleet Business # 195 - juni- juli 2013


en Pilates

van tijd voor een duidelijke verschuiving naar financiële leasing en een maximale benutting van de eigen beheerscapaciteiten. Reken daar onze wetgeving en fiscale realiteit bij die de bedrijfswagen hoe langer hoe nadrukkelijker als een verloningsinstrument ging stimuleren en het hele leasingverhaal kreeg een nieuwe inslag. Vlootbeheerders startten met de analyse van ieder kostenaspect en dat gaf aanleiding tot een hele rist concrete vragen waar de beheerder noch de leasingmaatschappij altijd een pasklaar antwoord op vonden. Samen met die nieuwe vragen deden daarom consulenten alsook het fenomeen van unbundling hun intrede. Zeker beheerders van aanzienlijke vloten erkenden immers snel en onder groeiende financiële druk de meerwaarde van specialisten op het vlak van brandstofbeheer, verzekering, schadeafhandeling en alle mogelijke aspecten die hun taak als fleet manager behelsde.

… naar klein Reken daar de terughoudendheid bij van een aantal van de leasingbedrijven om meteen een gepast antwoord te formuleren en het logische gevolg is dat er binnen de fleetwereld een vlootbeheer op twee snelheden ontstond. De grote en snel groeiende bedrijven met een fors wagenpark waren met een kosten-batenanalyse makkelijk te overtuigen tot besparende uitbestedingen en een nog strakker beheer van het kostenplaatje. Kleinere bedrijven -kmo’s dus- die hun mobiel park organisch zagen groeien, waren (en zijn nog steeds) minder makkelijk te vermurwen. Toch merken we ook in de deze laatste categorie hoe langer hoe nadrukkelijker een stijgende vraag naar meer efficiëntie en een uitgepuurd vlootbeheer, liefst nog zonder enige administratieve overlast. Last but not least, is er de heel recente vraag naar mobiliteitsoplossingen waar alle betrokken partijen vanuit hun eigen achtergrond een werkbaar antwoord op proberen te formuleren. Het resulterende dienstenaanbod bij leasingbedrijven en vlootconsulenten nam er exponentieel door toe (we komen er later dit jaar nog op terug), ook al smoort de wetgever heel wat mobiliteitsinitiatieven in de kiem. Iedereen aan het woord Concreet voor dit dossier legden we ons oor te luister bij zowel de leasingmaatschappijen als een aantal vlootconsulenten. Wij kozen ervoor om aan de hand van een uitgebreide vragenlijst de concrete dienstverlening van een representatief staal van leasingmaatschappijen in kaart te brengen op het vlak van schade, eindecontract en herverkoop. Deze drie ‘contactmomenten’ zijn immers de ideale momenten om de service van uw leasingbedrijf naar waarde te schatten. Zij vormen als het ware een ideale waardemeter om na te gaan of de dienstverlening van uw verhuurder aansluit bij uw specifieke verwachtingen als vlootbeheerder. Een even ruimdenkend beeld over fleetconsulenten hebben we samengesteld op basis van individuele gesprekken met specialisten ter zake. Het eindresultaat zou een leidraad moeten zijn die u doorheen het aanbod navigeert en waar u in functie van uw vloot en uw concrete doelstellingen de nuttige informatie kan filteren.

powered by

Fleet Business # 195 - juni - juli 2013 / 9


DOSSIER LEASING & CONSULTANCY

ENQUĂŠTE LEASINGBEDRIJVEN

zoek de verschillen Aan de hand van een vragenlijst over de afhandeling en gevolgen van schadegevallen, eindecontractprocedures en de herverkoop van leasingwagens, proberen we een zo volledig mogelijk beeld te schetsen van de concrete dienstverlening bij leasingbedrijven. Een leerrijke rondrit. Dirk STEYVERS - Foto’s: Fred BAYET

H

oewel er van de zes leasingbedrijven die we aanschreven eentje zich niet verwaardigde om te antwoorden, dekken we toch een heel ruim deel van de Belgische leasingmarkt met onze respondenten. In alfabetische volgorde zijn dat ALD Automotive, Athlon, KBC Autolease, LeasePlan en Westlease. Uiteraard liet niet iedereen even diep in zijn kaarten kijken, maar een aantal tendensen kwamen wel duidelijk naar boven.

De eigenschappen van de auto, de leeftijd en de kilometerstand zijn doorslaggevend in de remarketing een leasingwagen.

10 / Fleet Business # 195 - juni- juli 2013

Potje breken, potje betalen Beginnen we maar eens met de schadeafhandeling, waar de onderlinge verschillen tussen de leasingbedrijven op het eerste gezicht relatief bescheiden zijn. Schadegevallen tijdens het leasingcontract worden op een vergelijkbare manier afgehandeld en verhaald. Dat zelfs de aangiftes in sommige gevallen volledig elektronisch kunnen verlopen, is een duidelijke praktische troef voor KBC Autolease en


binnenkort ook ALD Automotive. De afhandeling van expertise en herstelling behoren tot de interne keuken van de verschillende leasingbedrijven, maar toch tekenen zich nauwelijks onderlinge verschillen af. Elders verzekerd Niet ieder leasingbedrijf is duidelijk even happig op beschadigde auto’s waarvan de verzekering ‘unbundled’ werd. KBC Autolease waagt er zich helemaal niet aan en LeasePlan houdt het op de tactische mededeling dat een externe verzekeraar tot "vertraging in het schadeproces" kan leiden. ALD Automotive en Athlon doen dan weer geen schadebeheer wanneer de klant niet het overeenkomstige servicepakket aanvinkte bij ondertekening van het leasingcontract. Westlease gaat inzake service nog een stap verder en maakt zich sterk dat de klant in zake verwerking geen verschil merkt tussen het verzekerd zijn via het leasingcontract en het kiezen van een eigen verzekeringspartner. Over de gemiddelde tijd dat een beschadigde auto buiten dienst is en de evolutie van deze looptijd, kregen we onvoldoende feedback om een oordeel of trend te kunnen vaststellen. Westlease bijvoorbeeld heeft het over een gemiddelde van 8 werkdagen en geen evolutie. LeasePlan geeft geen concrete cijfers maar meldt wel dat de doorlooptijd over het algemeen steeds korter wordt dankzij een gedeeltelijke automatisering van de schadeafhandeling en het gebruik van smart repair. Athlon komt met een uiterst precieze 4,2 dagen het duidelijkst uit de verf, eraan toevoegend dat dit cijfer over de jaren heen licht steeg als gevolg van de elektronica en de uitrusting die moderne leasingwagens aan boord hebben.

Einde van de rit Aan het einde van het leasingcontract maakt het voor de deelnemende leasingbedrijven niets uit waar de auto verzekerd is/was. De eindecontractprocedure is immers identiek. Bovendien hanteren de meeste tijdens deze procedure de befaamde, zij het niet meer zo recente Renta-norm. Alle schade die niet aan deze norm voldoet (‘niet-aanvaardbare’ schade) wordt ten laste van de huurder gelegd. KBC Autolease probeert zich hier duidelijk te onderscheiden met een bewust streven naar een minimale herstelkost. Dat doet het door extern verzekerde klanten aan te sporen maximaal de vrijstelling aan te spreken en schade tijdens de looptijd te laten herstellen. Maar ook en vooral door grotere herstelkosten van meer ernstige contractschade slechts voor 50% aan te rekenen. Dat scheelt een slok op de borrel. Bij vroegtijdige beëindiging van de leasingovereenkomst door faillissement of ontslag van de werknemer kiezen Athlon, KBC Autolease en Westlease voor dezelfde procedure als aan het einde van het contract. ALD Automotive maakt een onderscheid tussen faillissement (geen doorrekening schade) en ontslag (wel doorrekening). LeasePlan rekent niet rechtstreeks schade aan maar wel het verschil tussen boekwaarde en de opgebrachte marktwaarde die in functie van de schade uiteraard kan verschillen. Waarde Dat schade de remarketingwaarde van een voertuig beïnvloedt, staat volgens de respondenten die deze vraag beantwoordden overigens buiten kijf. LeasePlan zoekt de reden in de steeds kleinere winstmarges van de opkopers, die dus

"uiteraard lieten niet alle leasingmaatschappijen even diep in hun kaarten kijken, maar een aantal tendensen kwamen wel boven water." De Renta-norm mag dan al niet meer van de jongste zijn, ze wordt door de leasingmaatschappijen nog altijd gehanteerd bij de afhandeling van eindecontractschade.

Fleet Business # 195 - juni - juli 2013 / 11


"dat schade de remarketingwaarde van een voertuig beïnvloedt, staat volgens de respondenten overigens buiten kijf." almaar strenger en veeleisender worden over de kwaliteit van de auto’s die zij aangeboden krijgen. ALD Automotive verduidelijkt dan weer dat de kenmerken van een auto bepalen voor welke markt en doelgroep de auto geschikt is in herverkoop en in functie daarvan varieert dan weer de invloed van de schade op de remarketingwaarde. Te veel kilometers Zoals verderop nog zal blijken is een te hoge kilometerstand misschien niet meteen van invloed op de uiteindelijke restwaarde van de auto, het is zeker wel een doorslaggevende factor in de eindecontractfactuur die een leasingmaatschappij zijn huurders voorschotelt. Dat de ondervraagden hier niet (allemaal) het achterste van hun tong laten zien, hoeft niet te verbazen. Al bij al is dit voor de verhuurders een post waarop ze heel wat kunnen recupereren.

Een auto met een schadeverleden vertaalt zich uiteraard in een lagere herverkoopwaarde.

12 / Fleet Business # 195 - juni- juli 2013

De meeste kenners zijn het erover eens dat de matrix zoals ALD Automotive die hanteert aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. Geen discussie achteraf en op basis van de matrix kan u zelfs op voorhand begroten hoe duur de extra afgelegde kilometers u te staan zullen komen. Toch werken ook de andere leasingmaatschappijen met duidelijke regels, al dan niet in functie van de looptijd. Athlon maakt daarbij een duidelijk onderscheid tussen wie zijn contractuele looptijd voldeed en wie niet. Van een voertuig dat meer dan 30 dagen ‘te vroeg’ binnenkomt omdat het aan zijn kilometers zit, wordt het contract herberekend. Minder dan 30 dagen te vroeg en meer dan 10% afwijking in de kilometerstand vertaalt zich hier in een pro rato herberekening. Zit de afwijking onder de 10%, dan volgt er een kilometerafrekening. Die 10% afwijking is ook de herberekeningsgrens voor wie zijn leasingwagen langer in dienst houdt dan voorzien.


De afhandeling van het schadedossier verloopt op een vrij gelijkaardige manier bij de verschillende respondenten.

Zelfde grens Westlease hanteert eveneens 10% als vuistregel voor de herberekening van het contract. Alles onder de 10% wordt pro rata temporis verrekend volgens de vergoeding/vermindering die contractueel zijn vastgelegd. KBC Autolease anticipeert het nadrukkelijkst door alle contracten jaarlijks te herbekijken en, indien nodig, te herberekenen. Lichte afwijkingen (percentages werden niet opgegeven) op het aantal kilometers wordt hier volgens een vooraf overeengekomen tarief afgerekend aan het einde van het contract. Ook LeasePlan past tijdens de looptijd contracten naar de realiteit aan wanneer blijkt dat de oorspronkelijke inschatting van het aantal kilometers te sterk afwijkt. Bij het einde van het contract volgt echter sowieso een kilometerafrekening in functie van de finale kilometerstand en volgens de tarieven die in het leasingcontract vermeld staan. Met een afwijking van minder dan 5% of 5.000 kilometer houden ze dan weer geen rekening. Waar naartoe? Zonder in detail de precieze verkoopmethodes uit de doeken te doen, kunnen we wel stellen dat alle respondenten een vergelijkbaar netwerk gebruiken op hun ex-leasingwagens te slijten. Zo krijgt de bestuurder bij alle verhuurders de kans om zijn eigen auto over te kopen. Gaat die bestuurder niet op dit

aanbod in, dan kunnen de leasingbedrijven bogen op een ruim netwerk van potentiële klanten dat wordt aangesproken in functie van het aanbod. ALD Automotive werkt bijvoorbeeld met een gesloten biedingsysteem en een vaste prijslijst. Westlease merkt op dat bij de verkoop nog weinig rekening wordt gehouden met landsgrenzen en dat is een gevolg van de onlineverkoop die de klanten meteen een stuk prijsbewuster heeft gemaakt. Bij Athlon maakt men de bedenking dat heel wat buitenlandse markten hoe langer hoe minder open staan voor gewezen leaseauto’s. Daar komen dan nog de behoorlijk wispelturige invoerrechten van sommige EU-landen bij, de invoerverboden voor verafgelegen markten en het beperkte potentieel van een aantal nieuwe markten… Geen wonder dat KBC Autolease zijn prijsvorming wekelijks opnieuw bepaalt. LeasePlan bespeelt de professionele markt (binnen- en buitenland) via online veiling, maar behoudt zich het recht voor een auto in te houden indien het bod onvoldoende hoog is. Een beperkte selectie wordt via hun zogeheten ‘private sales’ aangeboden wat zeker voor klanten in een open calculatieformule een meerwaarde kan opleveren. Algemeen genomen zijn de leasingwagens met een hoge kilometerstand (vaak een gevolg van de crisis) hier voorbestemd voor de export, maar die exportmarkt verschuift wel voortdurend.

"leasingwagens die hun dienst bewezen hebben, staat doorgaans nog een tweede leven te wachten." Fleet Business # 195 - juni - juli 2013 / 15


Smart repair kan helpen om de doorlooptijd van een schadeafhandeling in te korten.

Onder invloed van de economische situatie van de individuele landen en regio’s, maar meer nog als gevolg van de steeds wisselende lokale regelgeving. Kritische leeftijd Op de vraag hoe deze verscheidenheid en continue evolutie zich vertaalt naar de kritische leeftijd en kilometerstand voor een voertuig met het oog op een zo gunstig mogelijke remarketingwaarde, komen de leasingbedrijven met aardig wat cijfermateriaal aandragen. Zo geeft ALD Automotive duidelijk aan dat de vraag naar auto’s met weinig kilometers en een verkoopprijs tot en met 10.000 euro zeer sterk toeneemt. Het logische gevolg is dat auto’s die niet aan deze criteria beantwoorden, minder makkelijk verkocht raken daar waar vroeger nauwelijks sprake was van een kritische leeftijd of kilometerstand. Bovendien maakt ALD de opmerking dat Duitse merken doorgaans hogere kritische drempels wordt toegedicht dan bijvoorbeeld Zuid-Europese of Franse concurrenten. Dat contrasteert enigszins met de bevindingen van Athlon die kleinere leasingwagens moeilijk verkoopbaar vindt door de lage nieuwprijzen. Verder geven zij een tendens aan naar meer benzinewagens bij de particuliere klant. De kritische grens voor Belgische retail trekken zij op 80.000 kilometer en zowat 4 jaar leeftijd. Net als Westlease overigens: 3 à 4 jaar en/of 70.000 à 80.000 kilometer op de teller. KBC Autolease volgt Athlon en Westlease in die mate dat vooral de lokale verkoop oog heeft voor de kilometerstand dan de leeftijd terwijl dat voor exportmarkten net omgekeerd is. LeasePlan sluit hierbij aan met de verduidelijking dat leasingwagens doorgaans 3 tot 5 jaar oud zijn en dat het dan vooral de kilometerstand en de algemene staat van het voertuig zijn die het verschil maken. Een kilometerstand van 130.000 kilo-

16 / Fleet Business # 195 - juni- juli 2013

meter en een leeftijd tussen 48 en 52 maanden blijkt het vlotst te verkopen. Oudere wagens zien hun marktwaarde gevoelig dalen, los van de kilometerstand. Voor particulieren merkt LeasePlan dat de ‘magische grens’ van 100.000 kilometer die een tot voor een paar jaar gold, vandaag verschoven is naar 125.000 tot 130.000 kilometer. Anticipatief stelt het leasingbedrijf zich wel de vraag of dat ook in de nabije toekomst nog het geval zal blijven nu de VAA-regels en de nadruk op CO2 en verbruik steeds meer leasingrijders naar kleinere motoren doen uitwijken. Klare taal Ondanks een ruim aantal gelijkenissen zullen de onderlinge verschillen tussen de leasingmaatschappijen kritische fleet managers er zeker en vast toe aanzetten om op basis van een grondige analyse de meerwaarde van smart repair en tegenexpertises in het geval van schade en bij het einde van een leasingcontract te evalueren. Uiteraard niet met de bedoeling de dienstverlening van een leasingbedrijf systematisch in vraag te stellen, want dat helpt je als vlootbeheerder niet vooruit in de eeuwige zoektocht naar efficiëntie. Anderzijds moet dit streven verzoend worden met puur economische belangen die enkel gediend zijn met ‘klare taal’.

powered by


DOSSIER LEASING & CONSULTANCY

FLEET CONSULTANTS

gilde met diversiteit Eenheid in verscheidenheid, zo zou je het selecte wereldje van Fleet Consultants kunnen omschrijven. Hun rol – het optimaliseren van het vlootbeheer van bedrijven – hebben ze gemeen en toch blijken onderling aanzienlijke verschillen bestaan. De focus wordt anders gelegd en het aanbod aan producten en diensten is ook vaak verschillend. Heeft dit een weerslag op de manier waarop zij tegen ‘fleet’ aankijken? Hun diverse achtergronden, maakt de vraag boeiend. We legden ons oor te luisteren bij drie spelers. Michaël VANDAMME

Een groot of een klein wagenpark: de problemen waarmee vlootbeheerders geconfronteerd worden, zijn vaak erg gelijklopend.

18 / Fleet Business # 195 - juni- juli 2013


tussen imago en fiscaal realisme

"ondanks de heterogeniteit in wagenparkgrootte vertonen de problemen van de bedrijven erg veel parallellen."

“Zeker sinds 2012 heeft de trend naar meer downsizing zich sterk ontwikkeld”, onderstreept Jérôme Boffé. “Ook al moet hier voor de volledigheid aan toegevoegd worden dat het eigenlijke startsein zo'n 5 jaar geleden gegeven is. Waar de aandacht aanvankelijk richting een lagere motorisatie ging, heeft de focus zich recentelijk verplaatst in de richting van de voertuigtypes. Persoonlijk vind ik het belangrijkste hierin dat men zich de juiste vragen stelt. Bedrijven zoeken op het vlak van fleet steeds meer naar een gulden middenweg tussen imago en fiscaal realisme.”

E

erste punt: hun dienstverlening. Wat kan een vlootverantwoordelijke nu precies van fleetconsulenten verwachten? “Dat we specialisten in vlootbeheer zijn, betekent niet dat we zover gaan om daadwerkelijk de dagelijkse opvolging voor onze rekening te nemen”, merkt Jérôme Boffé, Managing Director bij Technofleet, van bij het begin op. “Wij bieden knowhow aan, niet het outsourcen van werknemers, in casu de fleet-owner en zijn team. In de praktijk vertaalt deze kennis zich in een specifieke tool. Essentieel hierbij is onze doelstelling om de betrokkenheid van de bestuurder zo groot mogelijk te houden. Dit sluit nauw aan bij onze bedrijfsfilosofie die de bestuurder een centrale plaats toekent.” Een herkenbare benadering vinden we ook bij Dragintra. General Manager, Bart de Hoog: “Het is onze vaste overtuiging dat de fleetsector nood heeft aan een totaalprovider voor vlootgerelateerde oplossingen. Dit gaat van fleetmanagementsoftware tot het volledig uitbesteden van het wagenparkbeheer. Dragintra biedt dit aan. Zo kunnen wij voor elke behoefte bij de fleet-owner een dienst aanbieden die op maat gemaakt is. Diensten als Fleet & Process Scan en Fleet Insurance Scan leggen bloot wat de daadwerkelijke behoeftes zijn van een fleet-owner. Op basis daarvan kunnen wij het besparingspotentieel op het volledige wagenpark in kaart brengen. Indien men op basis daarvan beslist om binnen een fleetmanagementorganisatie voor één bepaalde oplossing te kiezen, dan kan morgen met dezelfde provider een bijkomende oplossing gevonden worden voor eventuele andere behoeften. We maken ons sterk dat deze waaier van dienstverlening bijdraagt tot onze unieke positie op de markt.”

Verschillende benadering Aan de kant van Fleet Logistics weerklinkt een ietwat ander geluid. “Het uitbesteden van taken kan op verschillende

Jérôme Boffé, Managing Director bij Technofleet.

experts zijn nodig “Laten we de dingen ruimer bekijken dan onze sector”, stelt Bart de Hoog. “In veel domeinen van het bedrijfsleven zie je dat de nood aan specialisten toeneemt. Het is niet anders in de fleet. Gezien de evoluerende complexiteit is vlootbeheer een zaak van specialisten geworden. Spreekwoordelijke generalisten die misschien wel goede noties hebben, maar niet tot de kern van de zaak doordringen, wegen anno 2013 te licht. Maar dergelijke specialisten in huis halen, is dan weer een dure zaak. Uitbesteding is voor velen een aantrekkelijk alternatief. Wij bieden kennis, best-practices en een aangepast softwarepakket aan. Op die manier combineert een bedrijf het beste van twee werelden. De expertise wordt in huis gehaald, zonder het prijskaartje van een aanwerving.”

Bart de Hoog, General Manager Dragintra.

Fleet Business # 195 - juni - juli 2013 / 19


"het cliché dat de fleet-owner zijn functie telkens opnieuw moet uitvinden, lijkt dan ook bewaarheid te worden." manieren gebeuren”, verduidelijkt Thibault Alleyn, Director Sales Steering & Pricing bij Fleet Logistics. “De taak van een consultant als verschaffer van informatie, maar belangrijker nog, van inzichten, vergt ook een inspanning bij de implementatie en het permanent monitoren van de resultaten. Daarom kiezen veel fleet-owners ervoor om ook het uitbesteden te gaan evalueren. Toch willen wij dit graag apart benaderen en dus werken we net zo goed samen met fleet-owners die geen outsourcing wensen. Ongeacht de specifieke projecten die met de klant opgezet worden, wordt steeds in samenspraak nagedacht over een optimalisatie van het vlootbeheer. In wezen is dit een permanente check. Onze ervaren mensen nemen deze adviserende taak voor hun rekening en we werken heel nauw samen met onze moedermaatschappij TÜV SÜD Group, die binnen de automobielwereld al meer dan een eeuw actief is als adviseur. We bieden de klant diverse niveaus van samenwerking aan. Dit kan gaan van een audit van hun aankopen, processen en policies, over het opstellen van tenders naar leasemaatschappijen toe, tot meer intensieve opdrachten, zoals het uitschrijven van een car-policy op

In de praktijk vertaalt de knowhow van fleetconsulenten zich vaak in een specifieke tool.

20 / Fleet Business # 195 - juni- juli 2013

Europese schaal of het evalueren van een mobiliteitsconcept. Gesterkt door onze inzichten in de fleetwereld doen we ook aan fleet-consulting voor andere spelers binnen de industrie, voornamelijk fabriktanten, importeurs en dealers, en dit via onze zusteronderneming TÜV SÜD Auto Plus.” Grote klanten, kleine klanten... Klanten kunnen in verschillende segmenten ingedeeld worden: houdt dit wel steek, of getuigt het van een ongepaste hokjesmentaliteit. Anders gezegd… Does size matter? “Wij tellen verschillende soorten vloten binnen ons klantenbestand”, weet Jérôme Boffé. “Zowat de helft zit onder de 100 voertuigen, 30% schommelt tussen de 100 en 250 en de overige 20% telt meer dan 250 voertuigen in zijn vloot. Toch is het opvallend dat ondanks deze heterogeniteit de problemen van deze bedrijven erg veel parallellen vertonen. Meestal werken ze met 2 of meer leasemaatschappijen en is het verzamelen van de relevante informatie een probleem. Elke maatschappij werkt immers op haar eigen manier, wat de transparantie van het globale vlootbeheer uiteraard niet dient.


het spook van de fleetmoeheid Een onderscheid tussen grote en kleine bedrijven en dito vloten is dat de grote vaak een eigen fleetstructuur hebben, terwijl bij de kleinere de vlootverantwoordelijke eerder iemand zal zijn die deze taak ‘erbij’ neemt.” “Je zou kunnen opperen dat de financiële repercussies van grote vloten nu eenmaal groter zijn”, pikt Bart de Hoog in. “In absolute cijfers klopt dit natuurlijk, alleen moet je de dingen in deze vooral relatief bekijken. Wat weinig is voor de ene, is misschien veel voor de andere...” “Het onderscheid tussen bedrijven met een groter wagenpark en zij die minder voertuigen op de parking hebben staan, blijft een realiteit waarmee we rekening moeten houden, voornamelijk op het vlak van aankoopvoorwaarden”, stelt Thibault Alleyn. “Toch valt het me op dat de voorbije jaren ook bij de kleinere vloten de aanpak fors geprofessionaliseerd is. Dat is zonder meer een markante en positieve ontwikkeling, waardoor de volledige fleetindustrie verder is geëvolueerd en meer geavanceerde oplossingen biedt. Bijzonder interessante tijden zijn dit, maar ook tijden die om expertise vragen en onafhankelijke adviesverlening zoals wij die pan-Europees aanbieden.” Mobiliteitsdenken Het cliché dat de fleet-owner zijn functie telkens opnieuw moet uitvinden, lijkt dan ook bewaarheid te worden. Vlootbeheer is vandaag de dag immers niet meer dan een onderdeel van een ruimer mobiliteitsbeheer. Le Fleet Owner est mort, vive le Fleet Owner. “Het is natuurlijk erg afhankelijk van de structuur waarover gesproken wordt”, legt Jérôme Boffé uit. “Bij grotere bedrijven is men doorgaans meer begaan met de zoektocht naar alternatieven, terwijl dat bij kleinere minder het geval is. Dat is zowat de belangrijkste trend ter zake.” “Er gaapt een zekere kloof tussen theorie en praktijk”, merkt Bart de Hoog op. “Het is trouwens niet omdat een bedrijf met het onderwerp bezig is, dat het ook daadwerkelijk in het beleid vertaald wordt. Er bestaan diverse alternatieven als aanvulling op de klassieke bedrijfswagen – taxi, fiets, openbaar vervoer, noem maar op –, maar die brengen onmiddellijk nieuwe vragen met zich mee. Welke administratieve last schuilt er bijvoorbeeld achter deze alternatieve formules? Als blijkt dat een extra FTE nodig is om ze te beheren, haken de meeste af. Het in kaart brengen is overigens niet zo moeilijk, de implementatie des te meer. Wanneer men een bedrijfswagen stil laat staan om van een ander – betalend – alternatief gebruik maakt, dan zorgt dat eigenlijk voor een relatieve stijging van de kostprijs van de mobiliteit/fleet. Als je bovendien ontiwkkelingen krijgt waarbij manlief-werknemer met de trein naar het werk komt terwijl zijn echtgenote op datzelfde ogenblik de bedrijfswagen in kwestie gebruikt om boodschappen te doen, dan kan je bezwaarlijk van een alternatief spreken. Het ‘of-verhaal’ dat het zou moeten zijn, wordt dan een ‘en-verhaal’ en dan schiet je je doel voorbij.”

22 / Fleet Business # 195 - juni- juli 2013

Een wijzigend fiscaal kader. Een alsmaar toenemende complexiteit. Werkt dit fleetmoeheid in de hand? “Relatief weinig”, zegt Thibault Alleyn. “De bedrijfswagen blijft een belangrijk onderdeel van het loonpakket in landen met een hoge loonlast, zonder dat er sprake is van alternatieven die door medewerkers als gelijkwaardig worden aanzien. Laten we daarnaast niet vergeten dat een bedrijfswagen een post is waar je als bedrijf op kan besparen en zelfs het gebruik ervan beïnvloeden. Keer je datzelfde bedrag als loon uit, dan ben je het sowieso kwijt, zonder mogelijke speling en met alle bijkomende kosten en bijdragen van dien. Van moeheid is geen sprake, wel is er die permanente oefening naar meer optimalisering. Dit kan je ook koppelen aan de economische context. Sommige klanten besparen op een vrij evenredige manier over al hun kostenplaatsen heen. Ook fleet moet dan inboeten, waardoor de manier van aankopen en beheren herbekeken wordt. Vaak wordt ook gekeken naar het uitbesteding van zogeheten non-core processen zoals precies het vlootbeheer. Ze zien de crisis als het ideale moment om de dingen grondig te herzien. Zijn de wagens die aangeboden worden wel de juiste? Hebben we elk onderdeel van de vloot kost reeds geoptimaliseerd? Welke leveranciers denken met ons mee, en welke stellen zich flexibel op? Welke onderdelen van de car-policy kunnen of moeten aangepast? En laten we wel wezen, dit is een situatie met potentieel voor consultants. Het is hét moment voor ons om ons belang te bewijzen.”

Thibault Alleyn, Director Sales Steering & Pricing bij Fleet Logistics.

“Pioniersbedrijven zijn hier reeds sterk mee bezig, want op middellange termijn zal het mobiliteitsconcept uitermate belangrijk worden, voornamelijk voor bedrijven die sterk stedelijk opereren of die een gestructureerd gebruikspatroon vertonen”, zegt Thibault Alleyn. “Maar zoiets moet gedragen worden door de eigen medewerkers. Het is een problematiek waar ook wij als trendsetters mee bezig zijn, over heel Europa trouwens, maar de realiteit is dat de algemene houding toch meer afwachtend is. Het is nog dikwijls een kwestie van aanbod, prijs, beschikbaarheid en omgevingsfactoren zoals een duidelijk fiscaal kader.”

powered by


DOSSIER LEASING & CONSULTANCY

PHILIPPE BOTTEQUIN, BOPHI CONSULT

ruimte voor besparing Jarenlang maakte Philippe Bottequin deel uit van het managementteam bij Fleet Logistics. Sinds kort werkt hij voor eigen rekening. Rekenend op zijn ruime ervaring polsen we naar zijn helikopterperspectief van het vlootgebeuren anno 2013. Rode draad in zijn verhaal: door een doordachte aanpak kan via verschillende ingrepen bespaard worden op het vlootbeheer. Michaël VANDAMME

T

ijdsgebrek en onwetendheid zijn de meest voorkomende problemen”, legt Philippe Bottequin uit. “De mate waarin deze twee problemen doorwegen, kan niet los gezien worden van de omvang van een onderneming. Neem nu een bedrijf met een bescheiden vloot. Vaak wordt hier voor één leverancier gekozen. De overtuiging bestaat immers dat men hierdoor de beste voorwaarden bekomt. Bovendien wordt de administratieve rompslomp er ook niet nodeloos complex door gemaakt. Uiteraard valt er wat te zeggen voor deze benadering, alleen zie je dat heel wat bedrijven hiervan overtuigd zijn, terwijl dat niet langer overeenstemt met hun eigen realiteit. Een exact cijfer kan je er moeilijk op plakken, maar laten we zeggen dat vanaf 100 à 120 voertuigen het multisuppliereffect begint te spelen. Vaak is het ook lucratiever om bepaalde activiteiten – verzekeringen bijvoorbeeld – uit de overeenkomst met de contractant te halen. Dikwijls zijn bedrijven zich niet of onvoldoende bewust van het schaalvoordeel dat ze daarmee kunnen doen.

Het valt me trouwens op dat de dienstverlening van de leasemaatschappijen meer en meer op deze realiteit afgestemd is. Sommigen bieden zelfs diensten van fleetmanagement aan voor vloten die niet bij hen zijn ondergebracht: zonder meer een teken aan de wand.” Geen vrije keuze De klok staat op besparing. Welk advies heeft consultant Bottequin voor bedrijven die van hun vloot een saneringspost willen maken? “De car-policy grondig onder de loep nemen”, antwoordt hij onmiddellijk. “Er zijn verschillende onderdelen waar nog ruimte bestaat om te besparen. Het begint natuurlijk bij de wagenkeuze zelf, dat lijkt niet meer dan logisch. Door dit meer te standaardiseren, kan soms een hele som bespaard worden. Werk je met één voertuig of één merk voor je ganse vloot, dan ben je plots een klant die voor een groter volume tekent en dit brengt je in een sterkere onderhandelingspositie. Dat steeds meer bedrijven afstappen van de vrije keuze, vind ik alvast een hoopgevend signaal.” Bestuurder responsabiliseren “Een ander aspect is de plaats van de bestuurder in het vlootgebeuren”, vervolgt Philippe Bottequin. “Waarom de privédoeleinden waarvoor een bedrijfsvoertuig gebruikt mag worden niet beter definiëren? Mag de auto bijvoorbeeld ook in het buitenland gebruikt worden. Want zodra er zich schade voordoet, laat een onduidelijke car-policy ruimte voor onprettige discussies. Ander punt: het responsabiliseren van bestuurders na schade. In te veel gevallen merk je dat chauffeurs te weinig verantwoordelijkheid krijgen. Het concept van een 'goede familievader' is in deze geen abstract begrip, net zomin als het doorrekenen van schade aan diezelfde bestuurder. Want door dit niet te doen, volgt de factuur op het einde van het contract.”

Philippe Bottequin: “Standaardiseren is vaak een eerste belangrijke stap in de besparingsoefening.”


DOSSIER LEASING & CONSULTANCY

TOTAL COST OF OWNERSHIP ANNO 2013

prijsbeest Professionele leveranciers zijn niet meer weg te denken uit de hedendaagse fleetwereld. Het Belgische TCO Plus van Hans Damen en Bart Vanham werd door Fleet Europe bedacht met de Industry Award 2012. Reden genoeg voor een grondige kennismaking.

T

otal Cost of Ownership, zowat een jaar of 10 geleden nog een relatief nieuw begrip in de fleetsector, maar ondertussen op heel ruime schaal toegepast. Gezien de recente evoluties in CO2-gerelateerde autobelastingen in een twintigtal Europese landen, dekt de term TCO niet meer alle aspecten van het vlootbeheer zoals dat vandaag de dag wordt gevoerd. TCOPlus combineert de prioriteiten van de fleet manager met de evoluties die de fleetwereld in hoog tempo blijvend ondergaat. Volgens het juryrapport slaagt dit

Belgisch product hierin door een succesvolle combinatie van twee innovatieve producten, GreenCube en FleetCube. CO2-verbeteringsprogramma’s Greencube is een online rapporteringstool die internationale fleet verantwoordelijken een duidelijk en geconsolideerd inzicht biedt op de CO2-voetafdruk van hun vloot. De gegevens worden weergegeven in een gebruiksvriendelijk formaat, dat individueel kan worden ingesteld, maar dat altijd een

Bart Vanham (links) en Hans Damen (rechts): de drijvende krachten achter TCO Plus.

Fleet Business # 195 - juni - juli 2013 / 27


"TCOPlus combineert de prioriteiten van de fleet manager met de evoluties die de fleetwereld in hoog tempo blijvend ondergaat." nen beïnvloeden en zo een makkelijke oplossing te vinden voor eventuele reorganisaties met de mogelijkheid een vergelijkende studie te maken van de belangrijkste elementen.

Met GreenCube kunnen multinationale vlootbeheerders alle gewenste parameters aftoetsen.

De uitgebreide rapportering die TCO Plus biedt, is zonder meer een van de grootste troeven van het systeem.

onmiddellijk zicht biedt op de belangrijkste elementen van de vlootkosten van een organisatie. Eén van de innovatieve elementen van het programma is de mogelijkheid een duidelijke kijk te hebben op de vloot vanuit een ‘wat als?’-standpunt. Dat is vooral interessant voor wie actief op zoek is naar mogelijkheden om zijn CO2-uitstoot te verlagen, het aantal gereden kilometers te verminderen, een lagere TCO te bekomen. Bovendien weet u meteen wat de effecten van de wijzigingen zijn op de directe in indirecte belastingen. De resultaten hiervan worden onmiddellijk weergegeven wat discussies vermindert, inzichten verschaft van bepaalde keuzes en beslissingsprocessen gevoelig verkort. Deze tool wordt dan ook aangewend om businesscases te ontwikkelen voor de verschillende factoren die de vloot kun-

28 / Fleet Business # 195 - juni- juli 2013

Land per land Eens de overkoepelende strategische objectieven zijn uitgezet, heeft GreenCube haar landendashboards waar per land de relevante informatie opgesplitst kan worden per categorie (zoals die in de car-policy is uitgeschreven) om opnieuw dezelfde ‘wat als?’- analyses te kunnen maken. Lokale fleetverantwoordelijken kunnen dit dashboard ook als hulpmiddel gebruiken om hun car-policy op te stellen op basis van beschikbare modellen op de markt en rekening houdend met het gemiddelde objectief gezet voor hun land. Greencube hanteert hierbij de lokale beperkingen en reglementeringen die van toepassing zijn op bedrijfsvoertuigen zowel vanuit een werknemers- als een werkgeversstandpunt. Alle informatie en gegevens worden verwerkt in vergelijkbare dashboards die op een efficiënte manier onder collega’s kunnen worden uitgewisseld. Internationaal overzicht Het tweede product van TCOPlus, Fleetcube, is dan weer een online oplossing die internationale vlootbeheerders een geconsolideerd overzicht maar ook inzicht verschaf in hun internationale vloot. Fleetcube verzamelt en ordent namelijk informatie van de gehele vloot van de klant, op basis van het VIN-nummer en inclusief de belangrijke, achteriggende HR-informatie. Deze tool weerspiegelt dan ook de organisatorische en geografische structuur van bedrijven. Dit maakt het mogelijk voor de internationale fleet manager om belangrijke vlootinformatie te bekijken per land, per regio, per entiteit, per business unit en zelfs tot op kostencenterniveau. Ook hier wordt de informatie in gebruiksvriendelijke dashboards gegoten op basis van de KPI’s die van toepassing binnen het internationale vlootbeheer, zij het met verschillende valshoeken vanuit het standpunt van de financiële verantwoordelijken, de verantwoordelijken voor aankoop, HR, fleet, enzovoort. Op die manier biedt de toepassing meer transparantie en een welomlijnd inzicht in de belangrijkste parameters die een internationale fleet manager nodig heeft om succesvol strategische beslissingen te kunnen nemen en/of onderhandelingen met leveranciers op te starten. De dashboards kunnen via het web overigens probleemloos uitgewisseld worden onder collega’s uit verschillende geografische gebieden waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende toegangsniveaus. Kortom, de internationale erkenning die het Belgische TCO Plus te beurt viel lijkt ons meer dan terecht.


FLEET&MOBILITY FLEET-ECHO'S

3 vragen aan...

Roberto Fonseca, Algemeen Directeur Arval België “Gezien de uitdagingen waarmee we in onze sector geconfronteerd worden, willen we bij Arval in de eerste plaats het verschil maken in de manier waarop we met onze klanten omgaan.”

Sinds 1 januari van dit jaar staat de voormalige directeur van Arval Griekenland, de 53-jarige Portugees Roberto Fonseca, aan het hoofd van de Belgische Arval-afdeling. Benieuwd naar de mogelijke inhoudelijke verschillen die dit met zich mee kan brengen legden wij de opvolger van Stéphane Verwilghen drie vragen voor. Dirk STEYVERS

1. Op welke manier wil u als nieuwe Algemeen Directeur uw stempel drukken op de koers die Arval in België vaart? Mijn professionele ervaring in verschillende buitenlandse entiteiten van Arval zoals Brazilië en Griekenland, leerde me dat gemotiveerde medewerkers die plezier beleven aan hun job en aan de samenwerking met collega’s, dit enthousiasme rechtstreeks vertalen naar onze klanten. In die zin wil ik dan ook de continuïteit garanderen van het werk dat Stéphane Verwilghen voor mij realiseerde. Wij zitten qua beleid immers op dezelfde golflengte 2. Welke concrete ambities koestert Arval België op middellange en lange termijn? Gezien de uitdagingen waarmee we in onze sector geconfronteerd worden, willen we bij Arval in de eerste plaats het verschil maken in de manier waarop we met onze klanten omgaan. In een zogeheten ‘flat market’ kan een geïntegreerde aanpak waar de dienstverlening centraal staat, ons immers een lengte voorsprong bezorgen op onze directe concurrenten. Net als onze klanten zijn wij mensen met een hart voor de automobiel, een passie die wij omzetten naar korte reactietijden en het valoriseren van het werk van de fleet manager. 3. Welke suggestie(s) zou u aan onze beleidsmakers doen op het vlak van bedrijfswagens? Ik heb mezelf een jaar gegund om de Belgische markt helemaal te doorgronden en dus vind ik het nog wat vroeg om hierop een concreet antwoord te geven. Ik hou het voorlopig liever bij de algemene bedenking dat wij als bedrijf de mogelijkheid moeten krijgen om duurzaam te ondernemen. Uiteraard werpen we ons daarom graag op als een gesprekspartner voor alle mogelijke beslissingen met een weerslag op onze sector.

fleet people Vanaf 1 juli zal KLAUS HEIDERER als Administratief en Financieel Directeur voor BMW Group Belux Stefan Hofer opvolgen. Deze laatste werd na 3,5 jaar in ons land immers benoemd tot CFO voor BMW Group France. De 50-jarige Heiderer is van Duitse afkomt en startte zijn carrière bij de BMW Group in 1989.

De Raad van Bestuur van D'Ieteren heeft AXEL MILLER aangeduid als toekomstige CEO voor de groep en dus als opvolger voor Jean-Pierre Bizet. De 48-jarige Miller die na zijn 14 jaar advocatuur achtereenvolgens aan de slag was bij de Dexia-groep en Petercam, is al ruim 20 jaar vertrouwd met D'Ieteren waar hij sinds drie jaar als onafhankelijk bestuurder in de Raad van Bestuur zetelt. Miller neemt vanaf 1 augustus 2013 zijn taak als gedelegeerd bestuurder en CEO op. Jean-Pierre Bizet blijft actief als niet-uitvoerend bestuurder in de Raad van Bestuur.

Vanaf 3 juni zal MARC VAN DEN KERKHOF aan het hoofd staan van Kia Motors Belgium. Deze 45-jarige handelsingenieur van opleiding kan bogen op een jarenlange auto-ervaring, want hij was voordien onder meer actief bij D'Ieteren en Chrysler Europe. Van den Kerkhof vervangt Emilio Herrera die sinds begin dit jaar de leiding heeft over Kia Spanje.

Sinds15 april is AL PIJNACKER Automotive Business Line Manager bij Aon Belgium, een functie waarin hij de fleetgerichte groeiplannen van Aon Belux concreet vorm zal geven. Al Pijnacker kan bogen op een ruime ervaring, want hij was onder meer 6 jaar lang actief bij GE Capital. In zijn nieuwe job zal hij rapporteren aan de General Manager van Aon Belux, Philip Alliet.

Fleet Business # 195 - juni - juli 2013 / 31


FLEET&MOBILITY FLEET-ECHO'S

fleet people

project rond nieuwe wegentaksen voor trucks en personenwagens heet Viapass Het hervormingsproject van de wegenfiscaliteit dat onder meer de introductie van een intelligente kilometerheffing voor trucks en een elektronisch wegenvignet voor lichte voertuigen voorziet, werd officieel boven de doopvont gehouden. De naam van de boreling luidt Viapass. Een site, die op donderdag 23 mei werd gelanceerd en die dezelfde naam meekreeg, is volledig aan de nieuwe wegenbelasting gewijd. De drie Gewesten publiceren eveneens een aanbesteding voor de ontwikkeling van het heffingsysteem voor vrachtwagens. Het doel is om via deze procedure een privépartner (een Single Service Provider) aan te stellen voor de ontwikkeling, de bouw, de financiering, het onderhoud en het beheer van het Viapass systeem voor trucks. Meer info is te vinden op www.viapass.be.

Randstad kiest voor KBC Autolease 150 Randstad-consultenten ontvingen zopas hun nieuwe bedrijfswagen. Het gaat om medewerkers die ervoor kozen een deel van hun brutoloon in te ruilen voor een bedrijfswagen met tankkaart. Uiteindelijk gingen 80 mensen (1 op 3) op dit aanbod in en zij namen hun Renault Clio in ontvangst. De medewerkers die al met een Clio-bedrijfswagen reden, kregen op hetzelfde ogenblik de kans om in ruil voor een deel van het loon voor een Renault Scénic te opteren. 70 medewerkers gingen op dit laatste aanbod in en ook zij kregen de sleutel van hun nieuwe vierwieler in handen. Als leasingpartner koos Randstad voor KBC Autolease. “Geen zuiver budgettaire beslissing”, verduidelijkt Fleet Manager van Randstad Linda Mannaert. De goede samenwerking tijdens vorige samenwerkingen was voor Randstad immers eveneens een belangrijke factor in het maken van een keuze.

Beherman Motors, de Belux-invoerder voor Mitsubishi, heeft PIETRO AVANZINI aangeduid als de nieuwe fleetverantwoordelijk ter vervanging van Frederic Peiffer. Pietro Avanzini heeft al ruim 16 jaar Beherman-ervaring op zak, want hij werkte onder meer voor Mazda en Saab. Hij vervoegt de Mitsubishi-rangen net op het ogenblik dat het merk zijn Outlander Plug-in Hybrid Electric Vehicle lanceert.

ontdek Zoë op de site van Fleet&Business Met de nieuwe Zoë rijdt Renault zijn vierde elektrisch aangedreven voertuig voor. Deze compacte vijfdeurs, die het formaat heeft van een Clio, kan afhankelijk van de rijstijl 150 tot 210 kilometer ver met één laadbeurt en Renault drukt de aankoopprijs door de batterij via een verhuurformule ter beschikking te stellen. Wil je nog meer weten over de Renault Zoë, dan kun je terecht op de site www.fleetbusiness.com. In de bovenste keuzebalk klik je ‘autotesten’ aan en dan krijg je een lijst met de auto’s die we hebben getest. Naast de Zoë hebben we recentelijk nog twee Renault-producten proefgereden met name de Clio Grandtour en de Captur. In de testen kun je ook lezen dat de Mercedes CLA meer status dan binnenruimte heeft. Bij de nieuwe Skoda Octavia Combi hebben we ontdekt dat de laadruimte groter is dan bij de Volkswagen Passat Variant. Ook kom je alles te weten over de BMW 3 GT. www.fleet-business.com

Fleet Business # 195 - juni - juli 2013 / 33


FLEET&MOBILITY FLEET-ECHO'S

Nissan Leaf wordt betaalbaar

Net voor de zomer lanceert Nissan de nieuwe Leaf. Dit model van de tweede generatie verschilt qua uiterlijk slechts in enkele details van de oorspronkelijke uitvoering. De meer dan 100 aanpassingen van de nieuwe Leaf zijn vooral onderhuids en hebben als onmiddellijk praktisch resultaat dat de officiĂŤle

actieradius is gestegen van 175 naar 199 kilometer. Zo mogelijk nog belangrijker is de beslissing van Nissan om de batterij voortaan ook aan te bieden via een leasingformule. Dat maakt dat de basisprijs op een spectaculaire manier daalt van een steile 33.990 euro tot een uiterst toegankelijke 23.990 euro voor

de basisuitvoering. Het huurbedrag van de batterij is afhankelijk van de duur van de huur en het aantal verreden kilometers op jaarbasis. Wie over een periode van 36 maanden de batterij in leasing neemt betaalt maandelijks 79 euro als het jaarlijks aantal verreden kilometers beperkt blijft tot 12.500 kilometer. De huurprijs stijgt naargelang het jaarlijkse aantal verreden kilometers maximaal 15.000, 17.500, 20.000 en 25.000 kilometer bedraagt. Wie bijvoorbeeld per jaar tot 25.000 kilometer rijdt, betaalt maandelijks 122 euro. Voor wie een leasingovereenkomst neemt van 24 maanden evolueren die bedragen tot 89 en 132 euro. Blijft de leasingduur beperkt tot 12 maanden, dan worden die bedragen respectievelijk 99 en 142 euro. Wie meer dan 25.000 kilometer per jaar rijdt, betaalt 0,05 euro per extra verreden kilometer. De nieuwe Leaf wordt sedert eind maart in het Engelse Sunderland gebouwd en is voor het eerst in drie uitrustingsniveaus verkrijgbaar. De commercialisering gaat net voor de zomer van start.

Touring lanceert met Touring Glass een concurrent voor Carglass De Touring-groep, die gespecialiseerd is in pechverhelping, huldigde midden april haar eerste Touring Glassvestiging in Zaventem in. Touring Glass werpt zich op als een concurrent voor Carglass voor de herstelling en vervanging van de ruiten van auto's, bestelwagens, vrachtwagens en bussen. Voor deze nieuwe activiteit werkt Touring samen met Club Assist, een wereldwijd provider van diensten en oplossingen voor automobielclubs, en met Axials, een vereniging van koetswerkbedrijven. Op korte termijn zal Touring Glass nog vestigingen openen in Antwerpen, Gent en Luik om dan in de loop van het tweede semester van dit jaar het netwerk uit te breiden in onder meer Hasselt, Tongeren, Brussel en Charleroi. De doelstelling is om dit jaar 16 vestigingen in BelgiĂŤ te openen om dan tegen 2016 een marktaandeel van 15% te kunnen realiseren.

34 / Fleet Business # 195 - juni - juli 2013


FLEET&MOBILITY FLEET-ECHO'S

De i3 is een compacte vierzitter die net iets minder dan 4 meter meet. De aandrijving gebeurt via de achterwielen.

BMW gaat elektrisch BMW staat op het punt om geschiedenis te schrijven. Dit najaar lanceert de constructeur uit München zijn nieuw ‘BMW-i’ label. Onder dit insigne mogen we ons verwachten aan een reeks elektrisch aangedreven voertuigen. De eerste in de rij wordt de i3. Tony DE MESEL

Wie dacht dat de volledig elektrisch aangedreven auto stormenderhand de markt zou veroveren, moet toch wel even zijn mening herzien. Anderzijds zou het verkeerd zijn om dit type voertuig volledig naar de vergetelheid te verdoemen. Laten we eerlijk zijn, tot nu toe is het aanbod eerder beperkt met als voornaamste spelers Nissan, Renault, Smart, het trio Misubishi-Citroën-Peugeot en het exclusieve Tesla. Een andere handicap is de prijs. Nissan en Renault proberen dit te counteren door de dure batterij te leasen. Zo is Nissan erin geslaagd om de prijs van zijn Leaf met een fikse 10.000 euro te verminderen. Uiteraard is er nog de beperkte actieradius die praktische problemen stelt maar vooral ook een psychologische impact heeft op de bestuurder en de gebruiker. Dit probleem zou al voor een groot deel opgelost zijn, mochten er meer laadpalen beschikbaar zijn. De belangstelling voor de elektrische auto zal dit najaar alleszins een nieuwe impuls krijgen met de lancering van de allereerste volledig elektrische BMW die onder het nieuwe ‘BMW-i’ label op de markt zal worden gebracht en de typering i3 zal dragen. Dat de Duitse constructeur de rangen van de constructeurs met elektrische auto’s zal aanvullen, moet duidelijk maken dat vroeg of laat een groter deel van ons wagenpark een elektrische aandrijving zal hebben.

36 / Fleet Business # 195 - juni - juli 2013

Koolstofvezel Zoals we van BMW mogen verwachten, is het engagement verre van oppervlakkig. Om te beginnen is de i3 geen afgeleide van een bestaand model. Deze compacte vierzitter, die net iets minder dan vier meter meet en daarmee het formaat heeft van een VW Polo, staat voor een volledig nieuw concept en daarbij worden enkele revolutionaire productietechnieken gebruikt. Het centrale deel van de auto bijvoorbeeld, zeg maar de ‘leefzone’, is een stevige en superlichte kooiconstructie die met koolstofvezel is versterkt. Zowel vooraan als achteraan is een aluminium hulpchassis gemonteerd waarop de ophanging is bevestigd. De lithiumionbatterij wordt gedragen in een aluminium frame en bevindt zich centraal op de bodem van de auto. Dit verklaart waarom de i3 een relatief hoog koetswerk heeft. De batterij heeft een gunstig effect op de gewichtsverdeling en zorgt bovendien voor een laag zwaartepunt: twee zaken die de rijdynamiek moeten bevorderen en dus zeker voor BMW van belang zijn. Range extender De elektrische motor, die door BMW zelf wordt geproduceerd, is links achteraan gemonteerd, heeft maar liefst 168 pk in huis en drijft de achterwielen aan. De motor heeft een danig groot trekvermogen dat een versnellingsbak overbodig is. De batterij wordt in essentie via het net geladen maar tijdens het rijden wordt bij het vertragen ook elektriciteit opgewekt en in de batterij opgeslagen. Opmerkelijk is dat BMW als optie een zogeheten ‘range extender’ aanbiedt waardoor de oorspronkelijke


actieradius van 150/200 kilometer wordt verdubbeld. Die ‘range extender’ is een compacte Kymco-tweecilinderbenzinemotor die in geval van nood optreedt als generator. Bedoeling is wel dat de bestuurder zijn auto zoveel mogelijk via het net oplaadt, want het volume van de benzinetank voor deze hulpmotor blijft beperkt tot ongeveer 10 liter. Najaar De jaarlijkse productiecapaciteit van de i3 bedraagt 50.000 exemplaren en BMW zal de auto zoveel mogelijk op de markt proberen te brengen via leasing of verkoop aan bedrijven. Die verkoop zou zoveel mogelijk rechtstreeks gebeuren en er zouden voor elk land een beperkt aantal servicedealers worden uitgekozen. In het geval van België zouden er dat een achttal zijn. BMW rekent dus vooral op de vlootsector om zijn nieuw product op de markt te brengen. De i3 kan een belangrijke schakel vormen in een mobiliteitspakket en qua concept en design heeft hij alleszins heel wat kenmerken die de zogenaamde iPad-generatie kan aanspreken. Bij BMW wordt er ook stilletjes op gerekend een soort ‘community’-gevoel onder de gebruikers te kunnen creëren. Daarmee heeft BMW alleszins al ervaring in de marketing van de Mini. De definitieve productieversie van de i3 zal voor het eerst worden onthuld in het najaar tijdens het internationale autosalon van Frankfurt. BMW verwacht in eerste instantie het meest van de Noorse en Nederlandse markt omdat daar van overheidswege het meeste incentives worden gegeven om elektrisch te rijden.

Het centrale deel van de auto bestaat uit een cel die met koolstofvezel is verstevigd.

Fleet Business # 195 - juni - juli 2013 / 37


FLEET&MOBILITY TECHNOLOGIE

MAGNEETLOZE ELEKTRISCHE MOTOR

belgische elektrische m Flanders’ DRIVE, het Vlaams onderzoekscentrum voor de voertuigindustrie, werkte de voorbije 3 jaar intensief samen met 12 toonaangevende Belgische partnerbedrijven aan het project Electric Powertrain. Het Gentse Inverto speelde daarin een cruciale rol met de ontwikkeling van een nieuwe elektrische motor zonder magneten. Tony DE MESEL

Het eerste prototype met de SR-motor werd uitvoerig getest op de Lommel Proving Ground van Ford.

E

ind april was er in het Limburgse Lommel de officiële presentatie van de elektrische SR-Motor (Switched to Reluctance) die in partnership met Land Rover in een Evoque werd ingebouwd. Het eerste prototype is een voorwielaandrijver maar het is de bedoeling om in 2014 klaar te zijn met een tweede prototype dat op de vier wielen wordt aangedreven.

Inventief Vrijwel alle elektrische motoren die momenteel in voertuigen worden gebruikt – ook bij hybriden – zijn permanente

38 / Fleet Business # 195 - juni - juli 2013

magneetmotoren. Voor die magneten wordt Neodymium gebruikt, een zeldzame grondstof die grotendeels in China wordt ontgonnen. De voorbije jaren is de prijs van deze grondstof maar liefst verzevenvoudigd. China beperkt immers de uitvoer van dit materiaal omdat het in de eerste plaats de grondstof wil behouden voor zijn eigen industrie. China wil een prominente rol spelen in de productie van elektrisch aangedreven voertuigen. Voornaamste spelers daarbij zijn Geely en Chery Automobile. China heeft immers ernstige problemen met smogvorming in zijn grote steden en om dit te counteren, wordt in de toekomst veel verwacht van auto’s met


motor in Evoque een gehele of volledige elektrische aandrijving. Om de schaarste en de hoge prijs van Neodymium te ontwijken, heeft het Belgische R&D-bedrijf Inverto de reeds bestaande magneetloze SR-Motor, die tot nu toe slechts in een beperkt aantal industriële toepassingen werd gebruikt, weer van naderbij bekeken met de bedoeling dit type motor geschikt te maken voor de aandrijving van een auto. Voor een eerste toepassing heeft het daarvoor een partner gevonden in Land Rover & Jaguar. Daarnaast werkten nog 11 andere bedrijven – allemaal Belgische – aan het project mee. Zonder magneten “Het principe van de SR-Motor is gebaseerd op de minimum magnetische weerstand”, zo verduidelijkt John De Clercq, R&D-manager bij Inverto. De opbouw van de motor is op het eerste gezicht heel eenvoudig met een stator en een rotor. In de stator en op de rotor zijn verschillende vertandingen aangebracht die eigenlijk polen zijn. De wikkelingen van de statorpolen worden sequentieel (de ene na de andere dus) onder spanning gebracht. Dit verloop wordt elektronisch gestuurd en geeft aanleiding tot koppelvorming. De vertande rotorpolen worden steeds weer door de volgende pool in de stator aangetrokken en willen zich in lijn brengen. Dit veroorzaakt meteen de draaiende beweging van de rotor en bijgevolg de werking van de motor. Door een verfijning van de elektronische sturing kan de koppelontwikkeling zorgvuldig gestuurd worden in functie van de rij-omstandigheden. De SR-Motor heeft een enorm potentieel en kan in principe een maximumkoppel ontwikkelen tussen 0 en 14.000 omwentelingen per minuut. Bovendien kan het koppel zowel positief als negatief worden ingesteld waardoor het mogelijk is om op de motor te remmen en aan energierecuperatie te doen, wat belangrijk is voor het opladen van de batterij tijdens het rijden. Vierwielaandrijving De grote verdienste van Inverto is niet enkel de verdere ontwikkeling van de SR-Motor, maar heeft vooral ook te maken met de elektronica die de werking en de koppelontwikkeling van de motor stuurt. En er is meer. In het eerste prototype op basis van de Evoque bijvoorbeeld zijn twee dergelijke motoren ingebouwd; één voor elk aangedreven wiel. Het volgende prototype zal vier motoren hebben die elk een van de wielen aandrijft. Elke motor heeft zijn eigen sturing die elk in contact staat met de batterij en een centrale sturing. Die centrale sturing bepaalt hoeveel koppel elke motor ontwikkelt. De verde-

Inverto Inverto, dat gevestigd is in Evergem ten noorden van Gent, is in 1986 ontstaan als een spin-off van de Gentse universiteit. De R&D-afdeling in Evergem heeft 35 mensen op de loonlijst staan. Daarnaast is er nog een productieafdeling in Slovakije met 65 werknemers. Inverto is in de eerste plaats gespecialiseerd in elektronische toepassingen en meer bepaald sturingen voor verlichtingssystemen, fotovoltaïsche toepassingen (zonnepanelen) en het draadloos overzetten van elektriciteit. De doorontwikkeling van de SR-Motor is ten volle gestart drie jaar geleden en kent nu dus een eerste toepassing op een Range Rover Evoque, zij het nog als prototype. Inverto is in de eerste plaats een leverancier van technologie.

De officiële presentatie van het prototype gebeurde in het bijzijn van Peter Vanvelthoven (burgemeester van Lommel), Linda Corstjens (Flanders’ DRIVE) en Ingrid Lieten (Vlaams minister van Innovatie).

ling van de aandrijfkracht tussen het linkse en rechtste wiel wordt dus elektronisch gestuurd. Hetzelfde geldt voor de verdeling van de aandrijfkracht tussen voor- en achterwielen bij het tweede prototype dat in 2014 zal af zijn. In het geval van de 4X4-toepassing is er tussen de voor- en de achteras geen enkele mechanische overbrenging en kunnen we dus spreken van ‘drive by wire’. De centrale elektronische sturing heeft een geïntegreerde antislipwerking en zelfs ESP-functies. Bovendien zijn traditionele differentiëlen overbodig. Hetzelfde geldt voor de anders noodzakelijke mechanische overbrenging tussen de voor- en de achterwielen. Het overbodig worden van deze mechanische componenten helpt gewicht besparen en is een welkome compensatie voor het gewicht van de motoren en de batterij.

Fleet Business # 195 - juni - juli 2013 / 39


FLEET&MOBILITY EVENT

SUSTAINABLE EXPERIENCE DAY

anders gaan rijden De Sustainbale Experience Day, die voor het eerst doorging op 28 mei, is uitgegroeid tot een succes. Dit evenement dat er kwam op initiatief van Fleet Corner en Fleet&Business telde ruim 200 deelnemers uit de vlootsector. Tony DE MESEL

D

e Sustainable Experience Day stond volledig in het teken van alternatieve aandrijfsystemen. De deelnemers konden op twee manieren kennismaken met het thema van de dag. Er was een praktisch gedeelte met de mogelijkheid om verschillende voertuigen uit te proberen. Zo konden de deelnemers elektrische voertuigen, al dan niet met een ‘range extender’, proefrijden. Daarnaast waren er ook verschillende types hybride auto’s, gaande van de Toyota Prius, die ondertussen alom bekend is, tot de recentste ‘plug-in’ hybriden. Tot slot waren er een hele reeks CNG-voertuigen. Naast het praktische gedeelte kregen de deelnemers ook de kans om vier verschillende workshops te volgen.

Rijdersprofiel Tijdens één van de workshops werd een overzicht gegeven van de meest courante alternatieve aandrijfsystemen. Belangrijk is dat aan elk type voertuig ook een rijdersprofiel werd gekoppeld. De tijd dat er enkel een keuze moest gemaakt worden tussen een benzineen dieselmotor blijkt definitief voorbij. Toch werd in deze workshop duidelijk dat de klassieke aandrijfvormen niet helemaal hebben afgedaan. Benzinemotoren worden steeds interessanter voor kleinere voertuigen die een beperkt aantal kilometers rijden of vrijwel uitsluitend voor korte afstanden worden gebruikt. Een dieselauto is meer dan ooit voorbestemd voor de

40 / Fleet Business # 195 - juni - juli 2013

veelrijder die hoofdzakelijk lange trajecten aflegt. Alternatieve aandrijfsystemen zorgen voor een hele reeks tussenoplossingen. Nevenaspecten Het aanbod met alternatieve aandrijfsystemen wordt voortdurend groter, maar dat betekent daarom nog niet dat alle vragen zijn opgelost. Dat mag blijken uit wat in de andere workshops werd verteld. De TCO (Total Cost of Ownership)is nog een grote onbekende. In de eerste plaats omdat niemand echt kan voorspellen wat de restwaarde zal zijn van bijvoorbeeld een elektrisch voertuig. Het is ook niet evident om het verbruik van elektriciteit om te zetten in euro’s. Bij een elektrisch

voertuig speelt ook de batterij een belangrijke rol. Zit de waarde van de batterij verwerkt in de aankoopprijs of wordt die bijvoorbeeld gehuurd? Deze laatste formule wordt gebruikt bij bijvoorbeeld Renault en sinds kort ook bij Nissan. Er was ook een workshop die zich specifiek toespitste op de remarketing van voertuigen met een alternatief aandrijfsysteem. Last but not least, was er een workshop die het heel concreet had over de implementatie in bedrijven van alternatieve voertuigen. Daarbij kwamen enkele heel praktische aspecten aan bod zoals het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen en ‘plug-in’ hybriden. Ook werd toelichting gegeven bij het voorzien van een CNG-tankinstallatie in het bedrijf.


FLEET&MOBILITY FLEET PARTNER

BELCAR NEEMT MACADAM UNLIMITED OVER

logistieke draaischijf in de leasesector Begin 2013 nam Belcar Macadam Unlimited over en wordt daarmee de grootste logistieke dienstverlener voor leasebedrijven, verzekeringsmaatschappijen en automerkeninvoerders in België. “Met deze schaalvergroting kunnen we een nog snellere en efficiëntere service leveren, en daar draait het in onze business om!”, zegt Belcar-directeur Dirk Nauwelaers. Alain LEJEUNE

M

et de overname van Macadam Unlimited verstevigt Belcar zijn positie als logistieke partner. “Door deze expansie zullen we jaarlijks meer dan 100.000 voertuigen transporteren en kunnen we ook een snellere en efficiëntere service aan onze klanten verlenen”, licht Dirk Nauwelaers de operatie toe. “Macadam Unlimited was te koop, een kans die we aangrepen om onze groei verder te zetten. Niet alleen nemen we de vloot van 16 vrachtwagens voor autotransport over, ook de klantenportefeuille is bijzonder interessant met major accounts, leasebedrijven en invoerders, die toelaat onze activiteiten nog verder uit te breiden. De overname is al op papier geregeld en nu maken we werk van het integratieproces van onder meer de boekhouding en de logistieke diensten.”

Belcar in cijfers NaaM: Belcar LIGGING: Bist 12 - 2630 aartselaar StRuctuuR: behoort tot de Beerens Group sinds 2005 DIREctEuR: Dirk Nauwelaers JaaRoMZEt: > 50 mio € tERREINoppERVLaktE: 13 ha 35.000 m2 overdekte opslagplaatsen voor wagens 3.500 voertuigen gestockeerd tRaNSpoRt: 100.000 voertuigen per jaar VLoot: 56 vrachtwagens voor autotransport koRtE tERMIJNVLoot: 650 wagens WERkNEMERS: 70 ExtRa uItRuStING: volautomatische carwash met dagcapaciteit van 200 wagens www.belcar.be Dirk Nauwelaers, directeur van Belcar, blijft geloven in meer groei.

Fleet Business # 195 - juni - juli 2013 / 43


Op het 13 hectare grote terrein van Belcar naast de A12 zijn steeds zo’n 3.500 voertuigen gestockeerd.

Ideale ligging Belcar ging in 1989 van start met logistieke steun aan de autosector en groeide door de jaren heen uit tot de voornaamste partner van de belangrijkste leasingbedrijven op vlak van operationele dienstverlening. Sinds 2005 maakt het in Aartselaar gevestigde bedrijf deel uit van de Beerens Group, die in verschillende takken van de autosector actief is. Het 13 hectare grote terrein van Belcar ligt naast de A12 die Antwerpen met Brussel verbindt. Het is dan ook geen toeval dat heel wat grote leasebedrijven (Alphabet, Arval, Belfius) en invoerders (Nissan, Mercedes, Renault, …) hier een vestiging hebben. “Het terrein heeft een ideale ligging, want we bevinden ons in het hart van de economische activiteit van ons land”, merkt Nauwelaers op. “Dat is zowel voor ons bedrijf als onze klanten een belangrijke troef. Men kan ons makkelijk bereiken en zelf zijn we in een oogwenk in alle uithoeken van België om de logistiek te verzekeren. Met een jaarlijkse trafiek van meer dan 100.000 wagens is het belangrijk is dat we hier een zeer uitgestrekt, afgesloten terrein hebben. Hier staan permanent zo’n 3.500 wagens gestockeerd. Verder is ook onze bedrijfsinfrastructuur hier ondergebracht, samen met bedrijven als Alphabet en Nissan.” kortere doorlooptijden Dirk Nauwelaers is met zijn bedrijf al bijna 25 jaar actief in de operationele dienstverlening in de autosector, die veel meer inhoudt dan enkel auto’s van A naar B transporteren. “Ik begon met twee vrachtwagens en zeven werknemers met Unilease als voornaamste klant”, vertelt de gedreven ondernemer. “Gaandeweg is onze dienstverlening verder uitgebreid en wikkelden we de afhandeling van de afgelopen contracten af voor de belangrijkste leasingmaatschappijen. Die service is steeds verder uitgebreid met naast transport, ook PDI, remarketing, expertise, stockage, poolbeheer, verkoop en verhuur

44 / Fleet Business # 195 - juni - juli 2013

van voertuigen. Op deze manier helpen we de doorlooptijden van de contracten inkorten en dat is uiteraard zeer belangrijk voor de leasingmaatschappijen.” Belcar kent een gestage groei, die ook nog een extra impuls kreeg door de integratie in de Beerens Group in 2005. “Belcar en de Beerens Group treden elkaar perfect tegemoet met activiteiten die elkaar mooi aanvullen en tegelijk konden we gebruik maken van de schaalvergroting om onze business nog rendabeler te maken”, verduidelijkt Dirk Nauwelaers. “Het is geen toeval dat onze omzet en trafiek de laatste jaren verder is gestegen. Onze jonge tweedehandswagens vinden bijvoorbeeld hun weg naar de Beerens B2 centra en zo zijn er nog meer synergieën binnen de groep.“ professionele dienstverlening De meerwaarde die Belcar levert zit in de doorgedreven professionele logistieke dienstverlening. Het bedrijf aarzelt niet om de nieuwste technologieën te implementeren om haar service efficiënter en sneller te maken. Zo wordt gebruikt gemaakt van ‘TMS online’, een transport managementsysteem dat via een online gebruikersplatform zowel Belcar als de klanten toelaat opdrachten te plannen en het verloop ervan continu op te volgen. Of het nu gaat om transport, PDI, EOC, expertiseverslagen met digitale foto’s of andere noodzakelijke informatie. Idem voor de Intake End of Contract (EOC), waar een team specialisten de ingeleverde eindecontract wagens grondig controleert op eventuele gebruiksschade of technische mankementen. Hun rapport wordt via TMS gepubliceerd en ondersteund met digitale foto’s. “Ons hele systeem slaagt er zo in de wensen van onze klanten perfect in te willigen én de doorlooptijden zo kort mogelijk te houden. Dat is de essentie van onze business!”, besluit Dirk Nauwelaers.


Voor de productiestart van de nieuwe Sprinter werden meer dan 8 miljoen langeduurtestkilometers afgehaspeld.

VAN&BUSINESS NIEUW

MERCEDES-BENZ SPRINTER

klaar voor Euro 6

Mercedes-Benz lanceert, 18 jaar na de introductie van het eerste model, de nieuwste generatie van de Sprinter en daarmee ook een aanzienlijk aantal evoluties. De nieuwe Sprinter voldoet met al zijn motoren aan de toekomstige Euro 6-norm en is voorzien van vijf nieuwe rij-assistentiesystemen zoals de Crosswind Assist en de Collisions Prevention Assist, die meteen twee premières betekenen voor de sector. Astrid HUYGHE

2

,5 miljoen. Zoveel Mercedes-Benz Sprinters zijn er al verkocht sinds de lancering van het model in 1995. 18 jaar later brengt het merk de jongste telg van de Sprinter-familie op de markt. De voornaamste vernieuwing is te vinden onder de motorkap. De nieuwe Sprinter beantwoordt voortaan immers aan de toekomstige Euro 6-norm en dat voor alle motorisaties die worden aangeboden. Euro 6 zal in voege treden vanaf 1 september 2014, wat betekent dat de nieuwe uitstootnorm pas zal gelden voor nieuwe voertuigtypes die ingeschreven en verkocht worden vanaf 1 september 2015. De nieuwe norm legt een aanzienlijke vermindering op van de maximale uitstootnormen voor stikstofoxides, net als van de gecombineerde emissie van koolwaterstoffen en stikstofoxide. De Sprinter voldoet nu al aan deze nieuwe normen dankzij zijn BlueTEC motor en de SCR-technologie

46 / Fleet Business # 195 - juni - juli 2013

die AdBlue in de uitlaatgassen injecteert. Bovendien is het brandstofverbruik van het voertuig teruggedrongen tot 6,3 l/100 km (gecombineerde NEDC-cyclus). Dat werd mogelijk door hoogrendementdieselmotoren te koppelen aan een langere achterasverhouding. Bovendien werd de aandrijflijn geoptimaliseerd en werden bepaalde accessoires aangepast. Tot slot kreeg de Sprinter hiertoe ook nog het BlueEFFICIENCY PLUS-pack aangemeten. Intelligente assistentiesystemen De andere nieuwigheid die Mercedes-Benz voor zijn Sprinter 2013 in petto had, zijn de vijf rij-assistentiesystemen. Twee ervan zijn wereldpremières voor het bestelwagensegment en werden in het vorige nummer van Fleet&Business al uitvoerig voorgesteld. Het gaat om de Crosswind Assist en de Collision


"alle motorversies van de nieuwe Sprinter voldoen nu al aan de toekomstige Euro 6-norm."

verschillende motorisaties De nieuwe Sprinter is leverbaar met dieselmotoren die over ongewijzigde prestaties beschikken. Het gaat om krachtbronnen met vier of zes cilinders die 70 kW (95 pk) tot 140 kW (190 pk) leveren. De Mercedes-Benz Sprinter is eveneens verkrijgbaar met een direct ingespoten turbogeladen viercilinderbenzinemotor, die voldoet aan de Euro 6-norm. Deze 1.8-litermotor heeft een vermogen van 115 kW (156 pk). Hij is ook leverbaar in een aardgasversie, die identieke prestaties levert. Het vermogen wordt overgebracht via een handgeschakelde ECO-Gear zesversnellingsbak of via een 7G-TRONIC PLUS zeventrapsautomaat met koppelomvormer.

Prevention Assist. Het eerste systeem helpt de bestuurder zijn voertuig onder controle te houden bij zijwind. De Crosswind Assist is gebaseerd op de ESP-technologie (Electronic Stability Program) en is actief vanaf een snelheid van 80 km/u. De Collision Prevention Assist biedt van zijn kant een bescherming tegen verwondingen bij aanrijdingen langs achteren. De Crosswind Assist wordt, als onderdeel van de ESP, standaard aangeboden op de nieuwe Sprinter. De andere assistentiesystemen zijn tegen meerprijs of in combinatie met uitrustingspacks verkrijgbaar. Design als kenmerk De nieuwe Sprinter werd uiteraard ook aan de buitenkant gemoderniseerd. Het nieuwe radiatorrooster van de Sprinter staat - helemaal in lijn met de huidige designtaal van het merk met de ster - rechter. De drie radiatrolamellen die dwars door het radiatorrooster lopen worden als het ware geperforeerd door de ster van Mercedes-Benz en zijn voortaan hoekvormig. De afgeschuinde omlijsting van het radiatorrooster komt de dynamiek van de snoet ten goede. De koplampen zijn voortaan scherper afgelijnd en de omlijsting van het lichtblok steekt wat meer vooruit en lijkt de koplampen in aparte segmenten te verdelen. De nieuwe motorkap is hoger en de vorm ervan werd volledig aangepast. De verlaging van de ophanging bezorgt de Sprinter dan weer een lagere luchtweerstandcoĂŤfficiĂŤnt en dus ook een lager brandstofverbruik. Bovendien wordt ook het laden en lossen hierdoor vereenvoudigd. Het comfortniveau van het interieur werd naar een hoger niveau getild door onder meer nieuwe zetelbekledingen. Het nieuwe stuur ligt beter in de hand en ook de knop van de versnellingspook werd hertekend. De Sprinter is eveneens voorzien van een audiosysteem van de nieuwste generatie. Meer dan 8 miljoen testkilometers De ontwikkelaars van de nieuwe Sprinter hebben erover gewaakt dat de nieuwe bedrijfswagen van Mercedes-Benz voor de start van de productie uitvoerig werd getest met

Het comfortniveau van het interieur van de nieuwe Sprinter werd verhoogd door onder meer nieuwe zetelbekledingen.

De dikkere stuurvelg ligt nog beter in de hand.

meer dan acht miljoen langeduurtestkilometers en tests in reĂŤle omstandigheden door klanten zelf. De nieuwe Mercedes-Benz Sprinter kan besteld worden vanaf juni 2013. De eerste leveringen zijn voorzien voor september.

Fleet Business # 195 - juni - juli 2013 / 47


VAN&BUSINESS LICHTE VRACHT

DEFINITIE EN FISCALITEIT

fiscaal vriendelijk alternatief? De huidige firmawagen wordt vaak bestempeld als een heilige koe, lustig uitgemolken door de schatkist. Om de belastingdruk te verminderen heeft men steeds beperktere mogelijkheden. Een lagere CO2-uitstoot of catalogusprijs (downsizing) is een veelvuldig bewandeld pad maar men kan ook overschakelen naar ‘lichte vracht’.

D

e tijd dat de ‘lichte vrachtauto’s’ halve vrachtwagens waren ligt al een tijdje achter ons. Qua luxe en rijcomfort dienen de huidige lichte vrachtwagens immers niet (veel) onder te doen voor de normale gezinsauto’s. Wegens hun functionaliteit wordt zowel professioneel als privé steeds meer een beroep gedaan op deze ‘werkauto’s’. Ook het fiscale plaatje helpt hierbij.

Fiscaliteit De aanschaf van een lichte vrachtwagen biedt immers heel wat fiscale voordelen. Om te beginnen betaalt u geen belasting op de inverkeerstelling. Het tarief van de verkeersbelasting is gelinkt aan de maximaal toegelaten massa uitgedrukt in kg en bedraagt jaarlijks tussen 34,38 en 148,76 euro (jaarlijks te indexeren). Verder zijn alle beroepsmatige kosten

van lichte vrachtwagen 100% aftrekbaar, ongeacht of u uw activiteiten uitoefent via een eenmanszaak dan wel een vennootschap. Dit in tegenstelling tot de aftrek van autokosten die voor 75% beperkt zijn in een eenmanszaak ofwel aftrekbaar zijn tussen 50% en 100% (120% voor elektrische voertuigen) in geval van een vennootschap. De lichte vracht kunt u ook fiscaal versneld (degressief) afschrijven.

Pick-ups kunnen een fiscaal interessant alternatief vormen.

Fleet Business # 195 - juni - juli 2013 / 49


"een ‘lichte vracht’ kan een fiscaal aantrekkelijk alternatief zijn, zeker indien met dit voertuig uitsluitend beroepsmatig gebruikt." Op het vlak van btw is de 50%-aftrekbeperking (of moeten we zeggen de 65%aftrekbeperking?) in principe niet van toepassing voor lichte vrachtwagens. Enige voorzichtigheid is hier echter geboden. Uit een aantal arresten is duidelijk gebleken dat indien de lichte vracht als ‘wagen voor dubbel gebruik’ kwalificeert en deze zo ook wordt aangewend, dat de aftrekbeperking die geldt voor personenwagens en wagens voor dubbel gebruik ook mogelijk van toepassing is. Indien u als bedrijfsleider (of als werknemer) met een personenwagen rondrijdt van de vennootschap, dan wordt u voor het privégebruik ervan belast als een voordeel in natura. Indien u de lichte vrachtwagen gebruikt voor privédoeleinden, dan wordt het voordeel in natura niet berekend op basis van de formule van toepassing op personenwagens maar op basis van de werkelijke waarde zoals dat geldt in hoofde van de verkrijger. Daarbij wordt rekening gehouden met het werkelijk aantal afgelegde kilometers voor privégebruik in tegenstelling tot personenwagens waar werkelijke privékilometers voor het VAA niet meetellen. In de praktijk zal het VAA als

50 / Fleet Business # 195 - juni - juli 2013

welke voertuigen aan welke voorwaarden? PICK-UPS MET ENKELE OF DUBBELE CABINE - volledig van de laadruimte afgesloten cabine die, naast die van de bestuurder, ten hoogste twee zitplaatsen bevat - open laadbak, eventueel met een dekzeil of deksel of opbouw ter bescherming van de lading BESTELWAGENS MET ENKELE CABINE - passagiersruimte die, naast die van de bestuurder, ten hoogste twee plaatsen bevat - laadruimte afgesloten van de passagiersruimte door een tussenschot van minstens 20 cm hoogte of door de rugleuning van de enige rij zetels - laadruimte waarvan de lengte minstens 50% bedraagt van de wielbasis - laadruimte die over de ganse oppervlakte bestaat uit een van het koetswerk deel uitmakende, vaste of duurzaam bevestigde horizontale laadvloer zonder verankeringpunten voor bijkomende banken, zetels of veiligheidsgordels BESTELWAGENS MET DUBBELE CABINE - idem bestelwagens met enkele cabine, behalve - passagiersruimte die, naast die van de bestuurder, ten hoogste zes plaatsen bevat - laadruimte die volledig is afgesloten van de passagiersruimte door een niet-afneembare ononderbroken wand uit een hard materiaal over de volle breedte en hoogte van de binnenruimte

volgt worden berekenend: werkelijke kosten voertuig x (privékilometers/totaal aantal gereden kilometers). Dit kan, afhankelijk van uw persoonlijke situatie zowel voor- als nadelig zijn. Verder zal, bij privégebruik, ook de solidariteitsbijdrage (voor diesels: [((CO2 in g/km x 9,00 euro) - 600)/12] x 1,1920) op basis van CO2-uitstoot verschuldigd zijn, zelfs voor de lichte vracht. Gezien deze laatste vaak een hogere CO2-uitstoot hebben, zal dit een meerkost met zich meebrengen ten opzichte van een personenwagen. Wat betreft de fiscaliteit zal bij volledig beroepsgebruik de lichte vracht steeds voordeliger zijn. Naarmate het privégebruik stijgt, zal het per geval moeten bekeken worden of de aanschaffing van een ‘lichte vracht’ soelaas biedt. Andere elementen die mee in rekening moeten worden gebracht zijn uiteraard imago, residuele waarde van het voertuig (meestal lager) en onderhoudskosten (meestal hoger), alsook de verzekering. Welk type? De belangrijkste vraag blijft uiteraard welk type lichte vrachtwagen het gunstige fiscale regime geniet? De tabel hiernaast biedt een overzicht.

Het toezicht op de voorwaarden, zal worden uitgeoefend door de technische controle die elk bedrijfsvoertuig bij zijn inverkeerstelling moet ondergaan. Concreet kunnen de meeste luxejeeps alsook de meeste monovolumes fiscaal niet worden beschouwd als een lichte vrachtvoertuig. Luxueuzere pick-ups daarentegen kunnen een mooi en fiscaal interessant alternatief vormen. Besluit Een ‘lichte vracht’ kan een fiscaal aantrekkelijk alternatief zijn voor een gewone gezinswagen, zeker indien met dit voertuig uitsluitend beroepsmatig gebruikt. Bij privégebruik gaan een minder gunstig voordeel van alle aard en een in principe duurdere solidariteitsbijdrage deze aantrekkelijkheid verminderen. Hoeveel dat precies is, hangt af van de specifieke situatie. Berekenen is de boodschap…

Bart Vanham, Specialist autofiscaliteit, bart.vanham@bvhconsulting.eu


AUTO SEGMENTTEST

MAZDA6 EN ZIJN CONCURRENTEN

verrassing Iedereen in de vlootsector is er ondertussen aan gewoon geworden dat een auto van Europese oorsprong uitgeroepen wordt tot ‘Lease Car of the Year’. Dit jaar zorgt Mazda voor een verrassing van formaat door met zijn fonkelnieuwe 6 deze fel begeerde titel weg te kapen. We waren eens benieuwd wat deze ruime middenklasser, die het opneemt tegen onder meer klassiekers als de Volkswagen Passat en de Opel Insignia, zo uitzonderlijk maakt. Tony DE MESEL

T

oen vijf jaar geleden duidelijk werd dat Ford uit cashnood zijn participatie in Mazda wou terugdringen, besliste de Japanse constructeur om zijn SkyActiveactieplan op te starten. Het werd een veel omvattende strategie waarbij zowel motoren, transmissies als koetswerk en ophanging onder de loep werden genomen. Bedoeling was het gewicht te beperken, de constructie te vereenvoudigen, de rijkwaliteiten op te krikken, de kwaliteitsperceptie op te voeren en bovenal zuiniger motoren aan te bieden met een beperkte emissie. Een ambitieuze opzet, zoveel is zeker, maar toch wel een die zijn resultaten afwerpt. Het zit al meteen goed met de eerste indruk. De 6, die verkrijgbaar is als een vierdeurs en break, scoort met zijn look. In het geval van de vierdeurs, die we hier testen, ontdek je een elegante coupéachtige daklijn terwijl het front een opvallend koelrooster meekrijgt. Open het portier en het interieur komt bijzonder uitnodigend over door een eenvoudig en overzichtelijk instrumentenbord dat net als de rest van het interieur is aangekleed met kwaliteitsvolle materialen.

Vijf motoren Mazda voorziet vier motoren. Twee daarvan zijn 2,0-liter benzines met een vermogen van 145 of 165 pk. Voor de Belgische vlootsector, zijn het uiteraard de diesels die de aandacht verdienen. Er staan twee 2,2-liters op het programma met ofwel

52 / Fleet Business # 195 - juni - juli 2013

150 pk of 175 pk. Beiden zijn standaard voorzien van een precies schakelende manuele zesbak en als alternatief is er een zestrapsautomaat. Opmerkelijk is dat de twee diesels een uitzonderlijk lage compressieverhouding hebben. Samen met een ingenieuze bediening van de kleppen zorgt dit ervoor dat het verbruik en de CO2-uitstoot bijzonder laag liggen. In het geval van de 150 pk-motor, waarmee we de Mazda 6 hebben getest, bedraagt de CO2-uitstoot slechts 104 g/km en dat heeft een gunstige invloed op de VAA en de fiscale aftrekbaarheid. Maar er is meer. Deze motor, en dat geldt ook voor de 175 pk’er, voldoet aan Euro 6 en dit zonder een complexe bijkomende nabehandeling van de uitlaatgassen. Er is wel een roetfilter maar bijvoorbeeld geen stikstoffilter. Door te voldoen aan Euro 6 draagt een Mazda 6 die in Vlaanderen wordt ingeschreven, een uitzonderlijk laag BIV-tarief met zich mee. Ook met het verbruik valt het mee. Tijdens de test waarbij we ruim 80% op de snelweg reden, noteerden we een gemiddelde van 5,9 l/100 km. In druk verkeer wordt het verbruik in toom gehouden door een bijzonder alert stop-startsysteem. Business Line De Mazda6 is een grote auto. Hij meet 4,87 meter en is daarmee 10 centimeter langer dan de VW Passat. Parkeren is geen makkie, maar ter compensatie word je getrakteerd op


een ruim interieur en een koffer van aanzienlijk formaat. Het laden en lossen van bagage moet echter omzichtig gebeuren door de kleine laadopening. In totaal voorziet Mazda 4 uitrustingsniveaus. In de basisversie (Challenge) krijg je onder meer een manuele airco, lichtmetalen velgen, vier elektrisch bediende ruiten en een leuning van de achterbank die in twee ongelijke delen kan worden neergeklapt. Toch lijkt ons het tweede uitrustingsniveau (Active) de betere keuze omwille van de meer verzorgde afwerking van het interieur, de elektronisch gecontroleerde bizonale airco, de cruise control, Bluetooth en het feit dat je als extra de ‘Business Line’ kunt kiezen. In dit pakket steekt een geïntegreerd TomTom-navigatiesysteem, parkeersensoren, een achteruitrijcamera en verwarmde en beter verstelbare voorstoelen. Voor wie het allemaal nog wat meer mag zijn, heeft Mazda nog de Executive als vierde en hoogste afwerkingsniveau. Vlot doortrekken De voordelen van Het SkyActive-plan hebben niet enkel te maken met het verbruik, de emissies en het kwaliteitsgevoel. Ook tijdens het rijden wordt duidelijk dat Mazda zijn huiswerk naar behoren heeft gemaakt. De motor is ronduit impressionant. Vanaf een luttele 1.500 o/m ontplooit deze viercilinder een opmerkelijke werkijver en die blijft onverminderd aanhou-

Het instrumentenbord is eenvoudig en overzichtelijk opgebouwd en is net als de rest van het interieur aangekleed met kwaliteitsvolle materialen.

den tot de naald van de toerenteller de 4.000-markering nadert. Een en ander maakt dat je makkelijk aan eco-driving kunt doen en niet noodzakelijk moet terugschakelen om mee te kunnen met de verkeersstroom. Voor wie liever even sportief rijdt, is deze Mazda ook geschikt. Te meer omdat de versnellingsbak zicht laat bedienen via een goed omlijnd schakelpatroon. De ophanging tot slot, is zeker op zijn taak berekend. De Mazda 6 voelt precies aan en hij wekt meteen vertrouwen. Door de gewichtsbesparing heb je ook niet de indruk met een grote auto – wat deze Mazda toch is – onderweg te zijn.

> Fleet Business # 195 - juni - juli 2013 / 53


AUTO SEGMENTTEST

Hyundai i40: outsider D

e i40 werd eind 2011 op de markt gebracht en opende meteen nieuwe perspectieven voor Hyundai. Met deze middenklasser, die als vierdeurs en break (Wagon) leverbaar is, slaagt de Koreaanse constructeur er voor het eerst in om een deel van het D-segment (grotere middenklassers) voor zich op te eisen. Het design komt eerder Europees dan Aziatisch over. Ook het rijgedrag is op onze rijgewoonten afgestemd met een strak aanvoelende ophanging en een wegligging die voldoening kan geven. Wel voelt het sturen wat (te) licht aan en kan het veercomfort beter. Voor zijn i40 voorziet Hyundai twee turbodiesels met telkens een cilinderinhoud van 1,7 liter en een vermogen van 115 of 136 pk. De krachtigste van dit duo is de meest homogene. Jammer is dat deze krachtbron enkel leverbaar is in de duurdere uitrustingsniveaus. Precies daarom ligt de 115 pk’er, die duidelijk minder trekvermogen ontwikkelt, beter in de markt. In zijn BlueDrive-versie blijft de CO2-uitstoot beperkt tot 113 g/km. Met deze versie is het best mogelijk om het verbruik onder de 6,0 l/100 km te houden. Bij de versie met 136 pk bedraagt de

officiële CO2-uitstoot 119 g/km maar in reële omstandigheden zal het verbruik slechts in geringe mate hoger liggen omdat de motor minder hard moet werken om er vaart in te houden. De i40 is een ruime auto.

Opel Insignia: verleider V

oor Opel is de Insignia een keerpunt. Met deze ruime gezinswagen die verkrijgbaar is als vierdeurs, vijfdeurs en break (Sports Tourer) werd uitzonderlijk veel aandacht besteed aan het kwaliteitsgevoel. Dat laat zich merken in het verzorgde interieur. Daarmee wil Opel zijn imago opkrikken en zich ook kunnen meten met de premiummerken zoals Audi. De ambitie om zich hoger te positioneren, laat zich ook merken in het ruime aanbod met toebehoren zoals een instelbare schokdemping, bochtverlichting, rijstrookbewaking en verkeersbordherkenning. Verder voorziet Opel maar liefst vier 2,0-liter turbodiesels die 110, 130, 160 of 195 pk ontwikkelen. Deze viercilinders zijn van Fiat-oorsprong en laten zich opmerken door hun gewillig karakter. Wel zijn ze niet altijd even stil. Opel heeft de ambitie om met een nieuwe reeks eigen motoren naar voor te komen. Eén daarvan is een 1,6-liter turbodiesel. Tot het zover is, lijkt ons de 2.0 CDTi met 130 pk de interessantste versie omdat hij tekent voor een goed compromis tussen prestaties en verbruik. De Insignia is ondertussen vier jaar oud maar

54 / Fleet Business # 195 - juni - juli 2013

blijft toch nog een aantrekkelijke verschijning. Door zijn design is het zicht naar achteren wel beperkt.


AUTO SEGMENTTEST

Peugeot 508: terug naar de oorsprong M

et de 508 wil Peugeot zijn reputatie als producent van comfortabel rijdende middenklassers weer in de verf zetten. Dat merk je vooral tijdens het rijden waarbij er duidelijk naar gestreefd is om zich te onderscheiden door een voortreffelijk veercomfort. Gelukkig gaat dit niet ten koste van de wegligging die voorspelbaar maar niet sportief overkomt. De 508 is daarmee een bijzonder aangename auto voor het rijden van lange afstanden. Ook qua design heeft Peugeot gekozen voor een minder excentrieke stijl. De 508 oogt sober maar elegant. Het interieur is bijzonder goed afgewerkt maar de ergonomie kan beter. De bediening van de verschillende functies is vaak verwarrend en er is een gebrek aan bruikbare opbergruimtes. Ook het aantal hoogtechnologische opties is summier. Wel kan er gekozen worden voor een head-updisplay. De zuinigste is de 1.6 e-HDi met een CO2-uitstoot van 114 g/km. Deze versie is echter voorzien van een onaangename gerobotiseerde versnellingsbak. De meest homogene uitvoering is de

2.0 HDi (119 g/km). De 508 is verkrijgbaar als vierdeurs en break (SW). Van deze laatste bestaat ook een dure dieselhybrideversie met de typenaam RXH.

Volkswagen Passat: klassieker W

ie in dit segment een auto kiest, kan niet om de Passat heen die uitgegroeid is tot een ware klassieker. Zijn design met strakke lichtblokken dateert van 2011 en getuigt van een koele, zakelijke stijl. Zijn interieur is naar VW-gewoonte bijzonder duurzaam aangekleed, terwijl het instrumentenbord heel overzichtelijk is. De Passat, die bestaat als vierdeurs en break (Variant), heeft de grootste koffer in zijn segment. Het interieur is bijzonder ruim maar toch wordt de zitruimte beperkt door de hoge middentunnel wat hoogst hinderlijk is voor wie het ongeluk heeft in het midden van de achterbank te moeten zitten. Volkswagen voorziet in een reeks bekwame benzinemotoren maar het zijn uiteraard de diesels die in de vlootsector het meest weten te bekoren. De zuinigste is de 1.6 TDI (105 pk) die in de BleuMotion-versie een CO2-uitstoot van slechts 109 g/km laat optekenen. Deze versie mist echter wat kracht, zeker voor veelrijders. Een meer homogene uitvoering is de 2.0 TDI met 136 pk. Van de Passat bestaat ook een CNG versie met 1,4-liter motor. De Passat zoals we hem nu kennen moet nog een jaartje mee.

56 / Fleet Business # 195 - juni - juli 2013

Deze ruime middenklasser heeft het nadeel te moeten opboksen tegen zustermodellen van enerzijds Skoda en anderzijds Audi.


AUTO SEGMENTTEST

cijfers om te vergelijken

Mazda6 2.2D 150

Hyundai i40 1.7 CRDi 136

Opel Insignia 2.0 CDTi 130

Peugeot 508 2.0 HDi 136

Volkswagen Passat 2.0 TDI 136

diesel

diesel

diesel

diesel

diesel

cilinderinhoud (cc)

2191

1685

1956

1997

1968

fiscaal vermogen (pk)

12

9

11

11

11

vermogen (kW/pk @ rpm)

110/150 @ 4500

100/136 @ 4000

96/131 @ 4000

100/136 @ 4400

100/136 @ 4200

380 @ 2000

325 @ 2000

300 @ 1750

340 @ 2000

320 @ 1750

gemiddeld normverbruik (l/100 km)

3,9

4,5

4,4

4,8

4,6

gemiddeld testverbruik (l/110 km)

5,9

nb

6,2

6,1

6,2

CO2 (g/km)

104

119

114

119

119

rijbelasting (€)

487,74

263,87

305,71

305,71

305,71

867

495

495

495

495

BIV Vlaanderen (€)

42,65

406,64

392,28

406,64

406,64

fiscale aftrekbaarheid

90%

75%

80%

75%

75%

VAA gebruiker (€)

1.492

1.933

1.671

1.813

1.871

basisprijs zBTW/mBTW (€)

22.471/27.190

23.594/28.549

21.776/26.350

22.132/26.780

22.842/27.640

koffervolume (l)

489

503

490

473

565

brandstof

koppel (Nm @ rpm)

TMC Brussel, Wallonië, Leasing (€)

>

fleetbalans: Mazda6 2.2 D150 De Mazda6 2.2 D150 heeft een relatief grote cilinderinhoud en dat wreekt zich door een vrij hoge rijbelasting en TMC. Dit wordt voor een groot deel gecompenseerd door de aanvaardbare VAA en de fiscale aftrekbaarheid die oploopt tot 90%. Als de auto in Vlaanderen wordt ingeschreven dan blijft de BIV beperkt tot een luttele 42,65 euro! En dat heeft vooral te maken met de motor die voldoet aan Euro 6. Jammer vinden we dat bepaalde uitrustingselementen, zoals navigatie, pas verkrijgbaar is vanaf het tweede uitrustingsniveau. De Mazda 6 profileert zich als een aangename kompaan voor veelrijders.

58 / Fleet Business # 195 - juni - juli 2013


F&b195 nl complet lr  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you