Issuu on Google+

pittig tijdschrift met aandacht voor Milieuzorg Op School

De draagkracht van de aarde

nr. 23, november 2013

BRUSSEL X – VERSCHIJNT 3 MAAL PER JAAR

mosterd

het ecosysteem aarde, ons kapitaal! kasteel wordt duurzame leerplaats voor kinderen opwaardering door creatief hergebruik

mosterd23_kaft_vtim.indd 1

21/10/2013 9:47:03


Inhoud 1

MOSterdsaus

1

In de leraarskamer

2

Ere wie ere toekomt

3

Ons kapitaal is het ec systeem aarde, dat mogen we niet oppeuzelen! MOSterd sprak met Dirk Barrez over een wereld die nog nooit zo spannend is geweest

11

Creazi: Opwaardering door creatief hergebruik

13

De Hoev in Zonhoven Een sociaal en duurzaam project

15

Kasteel wordt duurzame leerplaats voor kinderen Freinet basisschool Klimop uit Oostkamp geeft pedagogische visie ruimtelijk vorm

23 24

Natuurkunsten in Basisschool GO! De Tovertuin in Lokeren Leerlingen 4 en 5 Hout van TechnOV Vilvoorde in de bres voor de wilde bijen

26

U vraagt

26

Tuinieren op school

28

Luchtkwaliteit in de buurt van scholen

29

Duurzaam op schoolreis

30

Tochten over water Spring mee aan boord van de milieuboot

32

WWF-projecten voor basis- en secundair onderwijs

32

Virunga in actie

32

De beestige klas

33

De mythe van de groene economie

34

Dikketruiendag 14 februari 2014: MOS-aanbod voor basisscholen

35

Hier laten we je los M...

36

Colofon

Coverfoto: met dank aan Ter Leie, gemeentelijke kleuterschool Gent

mosterd23_kaft_vtim.indd 2

21/10/2013 9:47:03


mosterd

Mosterdsaus

In de leraarskamer

MOSterdsaus

In de leraarskamer Milieukwesties, zegt de geograaf, kunnen best in het vak aardrijkskunde worden behandeld. Aardrijkskunde is immers multidisciplinair, verschillende wetenschappen komen erin samen. Hier geen te specialistische invalshoek waarbij de context van het leven en de impact op de wereld worden vergeten. De kennis van specialisten is wel onmisbaar, maar het is de toepassing op mensen die de feiten pas echt interessant maakt. Je bedoelt dus dat je de kennis van specialisten in grafieken en cijfers absoluut nodig hebt, zeggen de wiskundige en de fysicus tegelijk. Je moet m.a.w. een beroep kunnen doen op correcte statistische gegevens. Meten is namelijk het begin van weten. En daarbij zijn kennis van chemische processen en je verdiepen in de technologieĂŤn die de industrie toepast van groot belang, poneert de chemicus. Hoe kun je anders milieuverontreiniging detecteren, meten en analyseren? Vergeet niet dat dan ook exacte gegevensover-

dracht noodzakelijk is, zegt de communicatiewetenschapper. De keuze van het juiste communicatiekanaal is cruciaal. En dus correct taalgebruik, stelt de germanist. De taal is heel de mens. Kritisch denken veronderstelt constructie van zinnen en uitbreiding van woordenschat. De noodzakelijke confrontatie met verschillende opvattingen en nuances maakt kennis van verschillende talen onmisbaar. Veel interessante informatie is immers in een andere taal geschreven. Maar om te begrijpen, merkt de historicus op, is ook een historisch perspectief essentieel. Niet alleen door studie van de chronologische ordening van gebeurtenissen, maar ook door kritisch bronnenonderzoek, kom je tot inzicht. De situatie van vandaag is het resultaat van veranderingen die meestal, maar niet altijd, door mensen werden veroorzaakt. En toch, meent de bioloog, is natuur- en milieueducatie terecht ontstaan in de lessen biologie. Een ecologische basiskennis is nodig om

een blijvende en zorgende houding voor natuur en milieu op te wekken. Kortom, noodzakelijke voorwaarde voor eerbied voor het leven. En bovendien is het zo dat wie zich het best heeft aangepast aan de omstandigheden, de grootste kans heeft zich voort te planten en dus te overleven. Moeten we geen nieuw leervak in het leven roepen, vraagt de econoom, want naast de ecologische dimensie moeten tegenwoordig toch ook de sociale en de economische aspecten en belangen aan bod komen. Bingo, zegt de classicus, ik stel me kandidaat, want de klassieke talen worden tegenwoordig duidelijk ondergewaardeerd. Grondige analyse van een Latijnse volzin, in eerbied en onderdanigheid, leert je nochtans respect te hebben voor de inhoud en vorm van andermans boodschap. Je leert op die manier ieder mens te waarderen. Maar als de maatschappij van vandaag dat niet meer naar waarde weet te schatten, mag wat mij betreft Educatie voor Duurzame Ontwikkeling als vak worden ingevoerd. Allemaal waar, zegt de sportleraar, maar de wereld heeft enkel toekomst als de mens zowel intellectueel als sportief bezig is. Mens sana in corpore sano, vergeet het anders maar. Geest ĂŠn lichaam gezond houden is een noodzakelijke voorwaarde, want hoe we ons voelen, heeft grote invloed op onze manier van leven. En die manier van leven houdt in dat we met zijn allen moeten rekening houden met de draagkracht van de aarde.

Eric Craenhals

1


mosterd

Ere wie ere toekomt!

Ere wie ere toekomt!

De redactie van MOSterd was unaniem. De slogan van VTS 3 : “Heel de wereld waterpas” was de ideale titel voor het MOSterdthemanummer over water. We stuurden dan ook gezwind een fotograaf naar Sint-Niklaas om een coverfoto te maken met de leerlingen. Door een communicatiefout tussen fotograaf en redactie siert echter een verkeerde foto de cover van de MOSterd nr. 22. Onze oprechte excuses aan VTS 3 Sint-Niklaas en meer specifiek aan de leerlingen van klas 131 uit het 3de jaar bouw. Hierbij de juiste foto en een beeld van hun zelf ontworpen spandoek naar aanleiding van het project ‘Loop naar de Pomp’ (zie ook MOSterd nr. 22 p. 8). Als startmoment van het project ‘Loop naar de Pomp’ kregen de scholen een grafische ont-

2

werper over de vloer die samen met de leerlingen een banner ontwierp over het thema water. Leerlingen van klas 131 uit het 3de jaar Bouw van het VTS 3

kwamen na een brainstorm en een associatieoefening over ‘water’ met volgende slogan op de proppen: ‘Heel de wereld waterpas’. Achterliggend idee is natuurlijk dat iedereen waar ook ter wereld het recht heeft op water. Het onevenwicht tussen Noord en Zuid moet worden weggewerkt. De lat moet gelijk liggen. Waterpas dus! Dat de jongeren bouw dagelijks met een waterpas aan de slag gaan is natuurlijk ook mooi meegenomen…


mosterd

Ons kapitaal is het ecosysteem aarde, dat mogen we niet oppeuzelen!

MOSterd sprak met Dirk Barrez

Ons kapitaal is het ecosysteem aarde, dat mogen we niet oppeuzelen! MOSterd sprak met Dirk Barrez over een wereld die nog nooit zo spannend is geweest De meeste MOSscholen zijn vertrouwd met de principes van duurzame ontwikkeling. Duurzame ontwikkeling wordt vaak voorgesteld door het drie P’s-model: people (mensen), planet (planeet) en profit (winst). Die staan respectievelijk voor de sociale, de ecologische en de economische dimensies van het begrip. Met een MOSproject focust de school meestal op de ecologische dimensie. Het sociale en het economische aspect komen veel minder vaak aan bod.

MOSterd ging op de koffie bij Dirk Barrez en schotelde hem de vraag voor wat hij verstaat onder duurzame ontwikkeling. Dirk Barrez werkte jaren als VRTjournalist en documentairemaker, onder meer bij Panorama. Hij is auteur van verschillende boeken over de Noord-Zuidproblematiek en het andersglobalisme, stond mee aan de wieg en is hoofdredacteur/coördinator van de websites www.DeWereldMorgen.be en www.PALA. initiatiefnemer van New B- van de be en is pleitbezorger- o.a. als mede- coöperatieve gedachte.

De biofysische grens

Het begrip duurzaamheid wordt meestal voorgesteld als de gulden doorsnede tussen de drie pijlers: het sociale, het ecologische en het economische. Het drie P’s-model: People, Planet en Profit. Houden we rekening met deze 3 principes en bevinden we ons in de doorsnede van de drie sferen, dan zouden we goed zitten. Samen met andere critici vind

ik dat we ‘duurzaamheid’ op een heel andere manier moeten voorstellen. Je hebt een buitenste cirkel: de aarde. Daar moeten we het mee doen. De aarde is een ecologisch gegeven met biofysische grenzen. Binnen dat ecosysteem, binnen dat gegeven werkt de samenleving. In de samenleving heb je een economische poot die gebruik maakt van de mogelijkheden van de bevolking en van de ecologische mogelijkheden en draagkracht van de planeet. Wanneer we buiten de grenzen treden van wat een samenleving aankan of van wat het ecosysteem aarde kan dragen, dan komen we vroeg of laat – en vandaag eerder vroeg - terecht in een crisissituatie. Geen enkel economiehandboek begint met de vaststelling dat elke economie zich afspeelt bin-

nen die beperkte grenzen van de fysische ruimte van het ecosysteem aarde. Er wordt bovendien nergens aangegeven dat ook de samenleving haar grenzen kent. Het is niet aanvaardbaar dat we willen dat iedereen de klok rond produceert of continu aanspreekbaar moet zijn. Zo vernietigen we diezelfde samenleving. Het economisch-financieel bestel zou deze beperkingen moeten respecteren. Maar tot op de dag van vandaag is de remedie tegen de crisis: we moeten door de crisis groeien! Terwijl je onmogelijk kunt blijven groeien in een fysisch beperkt systeem. Dat is wiskundig en wetenschappelijk onmogelijk. De economie baseert zich hier niet op wetenschappelijke gegevens en dat maakt haar nonsensicaal. Dat is echt een fundamenteel probleem.

3


mosterd

Ons kapitaal is het ecosysteem aarde, dat mogen we niet oppeuzelen!

MOSterd sprak met Dirk Barrez

Economische groei ≠ welvaart Je pleit dus voor een concentrisch model van Planet – People en Profit? ‘Profit’ vind ik niet zo’n goed woord1. Economie maken is namelijk welvaart en welzijn produceren en verdelen. Ook de not-for-profit sectoren - bijvoorbeeld scholen, ziekenhuizen en culturele instellingen – spelen hierbij een belangrijke rol. Dat zijn ook economische structuren, maar zij zijn niet belust op winst. Hier is geen sprake van financiële winstuitkering. Er is wel sociale winst, culturele winst, maatschappelijke winst. De not-for-profit sectoren produceren welvaart en maken bijgevolg een belangrijk deel uit van de economie. Het onderwijs is één van de belangrijkste notfor-profit sectoren. En hopelijk blijft het dat ook. Waarmee ik niet wil zeggen dat efficiëntie niet belangrijk is. In alle economische systemen is efficiëntie

belangrijk. Alleen is de geldelijke maatstaf of het financieel rendement niet de beste en zeker niet de enige basis of maatstaf voor efficiëntie. Daarenboven… kan een leerkracht veel productiviteitswinst realiseren in vergelijking met vroeger? Kan een ober een pintje efficiënter serveren dan zijn collega’s 100 jaar geleden?

Dat geldt ook voor andere waardevolle zaken. Hoe kun je de efficiëntie van een theatervoorstelling of een optreden opdrijven? Misschien kan men in een grotere zaal een groter publiek bereiken. Maar men kan niet sneller spelen.

Daarom wordt tegenwoordig meestal “PROSPERITY” i.p.v. “PROFIT” gebruikt (red.) Interessante brochures over duurzame ontwikkeling: “Duurzame Ontwikkeling voor Dummy’s” (VODO: www.expertisepunt.be/organisatie/352 ) en “A Safe and Just Space for Humanity” (www.oxfam.org/en/grow/category/report-type/discussion-paper)

1

4

Kan een leerkracht veel productiviteitswinst realiseren in vergelijking met vroeger? Kan een ober een pintje efficiënter serveren dan zijn collega’s 100 jaar geleden?


mosterd

Ons kapitaal is het ecosysteem aarde, dat mogen we niet oppeuzelen!

MOSterd sprak met Dirk Barrez

Er is nog ruimte om bij te sturen Als we kijken naar de wereld kunnen we toch enkel concluderen dat het niet goed gaat. Het klimaat is op drift, in Griekenland zet men de publieke tv uit… Kunnen we in alle eerlijkheid jongeren en leerlingen nog vragen: zet je in, er valt nog iets aan te doen?

We hebben nog de ruimte om bij te sturen. Laten we van ‘die gewonnen tijd’ met hernieuwd enthousiasme ten volle gebruik maken en omschakelen naar een sociaal-ecologische economie. Het is gevaarlijk om je uit te spreken over de toestand van onze planeet. Je moet langetermijndynamieken en trends bekijken. Een interessant boek dat vorig jaar verscheen is ‘2052’ van Jorgen Randers. Het is een vooruitblik, 40 jaar na ‘Grenzen aan de Groei’, het manifest van de ‘Club van Rome’ uit 1972. De trends die we nu meemaken werden toen al aangekondigd. Bovendien zitten we nu in het slechtst mogelijk voorspelde scenario. De positievere boodschap luidt echter: de crash waarbij alle crisissen van de diverse systemen op elkaar inwerken en alles instort wordt niet voorspeld vóór 2050. Deze voorspelling is natuurlijk waard wat ze waard is. Er zijn veel aspecten aan een systeemcrisis en een aantal daarvan zijn redelijk goed te objectiveren. Hoe samenlevingen daarop reageren is uiteraard veel moeilijker in te schatten.

We hebben dus nog de ruimte om bij te sturen. Laten we van ‘die gewonnen tijd’ met hernieuwd enthousiasme ten volle gebruik maken en omschakelen naar een sociaal-ecologische economie en niet vervallen in de gedachte ‘oef, het zal mijn tijd wel duren. Een heel vervelend gegeven voor iedereen die wil verduurzamen is dat we leven in een democratie die, zoals ze nu functioneert, niet erg geneigd is om vandaag dingen te doen met het oog op tien, dertig of vijftig jaar later. Met betrekking tot het energievraagstuk weet iedereen dat we niet bij fossiele brandstoffen kunnen blijven. Maar de balans is uit evenwicht als de fossiele brandstoffen bovendien het voordeel genieten “onderprijsd” te zijn en veel verdoken subsidies genieten. Daar een afdoend antwoord op formuleren is niet evident. De groenestroomcertificaten zijn goed om de balans

te herstellen, maar dat veronderstelt dat overheden betrouwbaar zijn en afspraken nakomen. Als je een ander energiesysteem in de plaats wil schuiven van de fossiele brandstoffen, dan moet je heel veel kapitaal investeren. Dat zijn langetermijninvesteringen. De ondoordachte manier waarop is omgegaan met de zonne-energiesector of met aannemers die daken isoleren, is onfatsoenlijk.

5


mosterd

Ons kapitaal is het ecosysteem aarde, dat mogen we niet oppeuzelen!

MOSterd sprak met Dirk Barrez

De energiewende Hoe kunnen we dit legislatuurbeleid tegengaan? In het verleden hebben we sommige erg belangrijke maatschappelijke kwesties – denk bijvoorbeeld aan het schoolpact of het cultuurpact - over de logica van regeerperiodes en toevallige meerderheden van partijen getild. We hebben dus een traditie om moeilijke problemen te ontmijnen op een duurzame wijze. Een goed voorbeeld is de “Energiewende” in Duitsland. Onder impuls van een roodgroene regering begonnen de energieproducenten volop in te zetten op hernieuwbare energie. Duitsland investeert massaal in winden zonne-energie, overigens ook met ecologische nieuwbouw en

6

vernieuwbouw. Zowel rood als groen scoorde hiermee bij hun achterban. De groenen met het verhaal van de hernieuwbare energie, weg van kernenergie, en rood met de werkgelegenheid die hierdoor ontstond. Als later de groene partner verdwijnt voor een christendemocratische partner en nog later de socialisten worden vervangen door de liberalen blijft het energiepact toch behouden. Er is weliswaar een poging ondernomen door bondskanselier Merkel om het pact bij te sturen, maar toen kwam Fukushima en moest ze onder druk van massale betogingen tegen kernenergie afzien van die plannen. Toch blijven er ook heel wat negatieve aspecten aan de Duitse

energiepolitiek. Ik denk bijvoorbeeld aan de Duitse lobbymachine die er voor zorgt dat er nog altijd wagens worden gebouwd met motoren die veel meer CO2 mogen uitstoten dan zinnig is. Maar, hier is wel degelijk sprake van een doordachte strategie. Er ligt een wereld van verschil tussen het consistente Duitse energiebeleid en het energiebeleid in België en vele andere landen. Niet alles is opgelost in Duitsland natuurlijk, maar het energiepact werkt.


mosterd

Ons kapitaal is het ecosysteem aarde, dat mogen we niet oppeuzelen!

MOSterd sprak met Dirk Barrez

De maat der dingen Zie je hier bij ons ook lichtpunten? Het besef dat we een andere richting moeten kiezen, groeit. Ook bij ons. Het is wel jammer dat we in België en Vlaanderen niet gewoon zijn sterk beleidsmatig te werken. Neem de bouw van passiefscholen. Toenmalig minister van onderwijs Frank Vandenbroucke ging in Luxemburg en Duitsland passiefscholen bezoeken. Hij kwam terug en zei in eerste instantie: “We gaan er ook vier bouwen”. Dat is goed maar…in Vlaanderen zijn meer dan 3500 scholen. Wat betekenen dan vier scholen? Dat is niet de maat der dingen. Er zou

een plan moeten zijn om, pakweg tegen 2035, de netto emissie van ons scholenbestand tot nul te reduceren. Dat zou de ambitie moeten zijn. Vervolgens moet je terugplannen en zien wat er valt te doen vanaf nu om die doelstellingen effectief te halen. Vaak wordt er dan gezegd dat hiervoor geen geld is, maar dat is geen valabel argument. Het is een leugen dat er in België geen geld is. We zijn hét land in de wereld met het meeste spaarvermogen. Als we niet opletten eindigen we met rijke burgers in een publieke ruimte die niets meer waard is. Hoe rijk ben je

dan nog echt? De minuitgave aan energie is ruimschoots voldoende om de meerkosten van een lening voor een passief gebouw te financieren – zeker met de huidige rente. De overheid zegt dan ‘Ja, maar we mogen geen schulden maken’. Er is echter een groot verschil tussen investeringsschulden en consumptieschulden. Investeringsschulden worden niet snel gemaakt omdat je de effecten niet dadelijk ziet. Maar op de duur zijn er veel putten in de weg. En wat passiefbouw betreft, er zijn moeilijk meer verantwoorde investeringen te doen!

We vreten ons beginkapitaal op De vraag is natuurlijk: hoe pak je dat aan? Economie is illusoir wanneer ze doet alsof de wereld nog altijd leeg is. Je kunt 2000 jaar lang, of sinds het begin van de landbouw, het verhaal vertellen zoals het nu in de economiehandboeken staat. Maar dat kun je niet meer sinds de jaren zestig, zeventig. Toen kwamen de eerste bewijzen dat we met grenzen worden geconfronteerd. Het gat in de ozonlaag was op dat moment een overschrijding van de grenzen. Het enige mondiale ecologische probleem trouwens dat we geremedieerd hebben. Ook het eerste onderzoek naar CO2 gebeurde toen. Het rapport van de ‘Club van Rome’ kwam eraan. Vanaf dat ogenblik kon je daar als wetenschapper of als econoom niet meer naast kijken.

Het is inherent aan het begrip economie: “Hoe ga je op de meest efficiënte manier om met de beperkte middelen aan werk, grondstoffen, kennis, kapitaal…. Hoe zet je die op de beste wijze in?” Als het natuurlijk kapitaal aangetast geraakt, dan weet je dat je op termijn op een ramp afstevent. Net als een bedrijf dat zijn kapitaal begint op te peuzelen, afstevent op een faillissement. Een bedrijf dat elk jaar in het rood eindigt, wiens kapitaal verdwijnt, gaat finaal failliet. Het is gek dat men er vanuit deze economische logica niet in slaagt om te zeggen “ons kapitaal is het ecosysteem aarde”. Dit startkapitaal zijn we aan het oppeuzelen. We zijn dus antikapitalistisch bezig! Er valt op

De economische logica slaagt er niet in om te zeggen “ons kapitaal is het ecosysteem aarde”. Dat startkapitaal zijn we aan het oppeuzelen. We zijn dus antikapitalistisch bezig! die manier geen duurzame economie te bedrijven op termijn want we vreten ons beginkapitaal op. Opnieuw: elk economiehandboek zou hiermee rekening moeten houden.

7


De rol van het onderwijs Kan het onderwijs hierbij een rol spelen en economie meer aandacht geven? Ja. Maar je moet het vak economie dan wel ruim bekijken. De centrale vraag moet zijn: hoe maak je welvaart? Hoe bouw je een welvarende samenleving waarin je goed kunt leven, waar er geen materiële gebreken zijn? Waar je in staat bent om collectieve goederen te financieren als onderwijs, cultuur en sociale zekerheid. Hoe bouw je een sa-

menleving met een goed openbaar wegennet, een goed functionerende politie en justitie? Nu gaat economie, zeker in de massamedia, vooral over de productie door grote bedrijven, vaak privébedrijven die beursgenoteerd zijn. Economie wordt verengd tot de beurs en tot winstcijfers. Dat eindigt met de vraag op de radio aan steeds weer dezelfde beursspecialist of een aandeel nu wel of niet gekocht moet worden. Dat is een

problematische afzwakking van het begrip economie. Echte industriëlen willen welvaart creëren en willen trouwens op geen enkele manier afhankelijk zijn van de beurs. De beurs belet je op lange termijn te denken. Het beursgenoteerde Umicore bijvoorbeeld, besliste intussen geen kwartaalcijfers meer, maar halfjaarlijkse cijfers te publiceren. Gewoon om de stress wat te vermijden.

Het coöperatieve model

8

Het is absurd dat de berichtgeving over economische kwesties meestal wordt beperkt tot informatie over grote multinationals en de beurs terwijl wereldwijd coöperatieve ondernemingen aan meer mensen een job verschaffen dan die multinationals. We zijn de coöperaties uit het oog verloren. Zwitserland bijvoorbeeld heeft het duurzaamheidstraject op tal van terreinen veel beter uitgewerkt dan wij. Voor een groot stuk door toedoen van de slagkrachtige Zwitserse coöperaties. Binnen een coöperatie hebben mensen eenzelfde belang. Mensen verenigen zich in een economisch project, zijn medeeigenaar en hebben ook aandacht voor andere objectieven dan louter winst maken. Die objectieven kunnen cultureel zijn, sociaal, ecologisch…van allerlei aard. In Zwitserland zijn de grootste supermarktketens COOP en MIGROS coöperaties. Die coöperatieve bedrijven halen hun kapitaal uit hun eigen activiteit, keren geen winsten uit

aan aandeelhouders, zijn niet beursgenoteerd en wenden heel hun structuur en middelen aan voor hun bedrijvigheid. Ze zijn succesvoller dan Aldi, Lidl en alle andere concurrenten samen. Managers van COOP moeten hun tijd niet steken in geld verzamelen om hun activiteiten te ontplooien. COOP heeft zelf kapitaal genoeg. Ze hebben ook niet de ambitie om zoals Carrefour in heel Europa filialen te openen. Dat is niet hun missie. Toch vind je in de Europese top drie van de meest winstgevende distributiebedrijven, de twee coöperatieve Zwitserse bedrijven terug. In de financiële ranking! Maar ze investeren hun winst in de toekomst. In het kader van duurzaamheid is hun coöperatief ondernemen een interessant gegeven. Managers verdienen er geen fortuinen. De bedrijven zijn financieel gezond, respecteren steeds beter de draagkracht van de planeet en realiseren sociale rechtvaardigheid. MIGROS is bv als eerste met loodvrije benzine op de markt gekomen, nam als eerste de biosector serieus

en bleef hierin investeren ondanks enkele aanvangsjaren van verlies. COOP heeft een eigen spoorwegbedrijf aangekocht om maximaal vrachtwagens van de weg te kunnen halen. Het bedrijf neemt dat zelf in handen. COOP doet daarvoor zelfs aan ‘insourcen’ terwijl de meeste bedrijven nu ‘outsourcen’. Dat is ondernemen met duurzaamheid als maatstaf. Het is dramatisch dat de coöperatieve beweging in ons land zo lang verwaarloosd is geweest. Voor de realisatie van een aantal maatschappelijke ambities is niet de staat en ook niet “de privé” de meest aangewezen partij. Let wel, dit is geen antistaat of antiprivé uitspraak. Het is alleen dom om niet ook coöperatieve bedrijvigheid maximaal te bevorderen en zo een economisch vruchtbare veelzijdigheid te ontwikkelen. Dat is een vorm van economische biodiversiteit: met zelfstandigen, kleine en grote privébedrijven, overheidsbedrijven, tal van maatschappelijke organisaties die welvaart voortbrengen én coöperatieve structuren.


Greep op het geld Met New B sta je mee aan de wieg van een coöperatieve bank. Een spaar- en kredietsysteem is er eigenlijk op gericht om te kunnen investeren in de economie van morgen. Die welvaartsproductie en de verdeling ervan heb je nodig om goed te kunnen leven. In feite is dat de rangorde der dingen. Het geldsysteem in functie van de reële economie. De reële economie om individuele en collectieve goederen en diensten te creëren om goed te kunnen leven De laatste 30 – 35 jaar is deze rangorde compleet omgedraaid. In feite beheerst en domineert het financiële systeem de reële economie. In 1980 ging in de VS 10% van alle financiële winsten van de economie naar de banken, in 2007 was dat 40% terwijl de banken dan al ongelooflijk slecht functioneerden. Dat is een houdgreep op de reële economie. De reële economie zou die winsten moeten tevoorschijn toveren en dat kan enkel ten koste van de werknemers, wiens aandeel in de verdeling van de welvaart alsmaar daalt wereldwijd in drie decennia met 10%. Bovendien gebeurt dat op de kap van de planeet die zich onvoldoende weet te beschermen. De beurslogica zegt: ik wil mijn winst vandaag, hoe groot de kosten die ik veroorzaak ook zijn. Als je een stuk oerwoud beheert, dan doe je dat normaal gezien op een duurzame manier, zodat er altijd opnieuw welvaart uitkomt. In de logica van de beurs en het kapitaal zoals die vandaag regeren, kap je dat oerwoud en haal je alle winst maximaal binnen. Je creëert dan wel een ecologische woestijn. De allerbelangrijkste inspanning die we als samenleving kunnen doen, is de greep op het geld herstellen. Succesvolle duurzame bedrij-

ven als MONDRAGON, MIGROS of COOP hebben greep op hun geld. Ze kunnen geld aanwenden om te investeren en de economie te bouwen die ze nodig hebben. Ze doen dat door geld maar ook andere middelen in te zetten: de inzet en expertise van de werknemers, scholing… MIGROS en COOP hebben allebei hun spaarbank, die niet dient om al het zwarte geld uit de hele wereld te ontvangen - een beeld dat we niet geheel onterecht hebben van heel wat andere Zwitserse banken. Hun spaarbanken dienen om het Zwitserse geld in te zetten in de reële economie. Greep krijgen op het geld is een voorwaarde om duurzame economie te maken. Dat is ook wat we willen bereiken met New B. Ik zou niet liever willen dan dat er in ons land enkele overheidsbanken zijn én heel wat coöperatieve banken. We gaan die banken immers nodig hebben om het geld te draineren naar daar waar het geld het meest nodig is. De essentie van duurzaam bankieren is dat de bankier weet dat hij dienstbaar is. Een bankier beseft dat hijzelf op geen enkele wijze welvaart

voortbrengt. In het beste geval helpt hij anderen om welvaart voort te brengen. Met New B willen we een duurzame bank zijn in dienst van een duurzame economie. Eén van de principes van onze duurzame bank is: geen variabele verloning en de man of vrouw met de topjob verdient maximaal vijf keer het inkomen van wie het minst wordt betaald. En alles wat casinobankieren is, doen we niet. Maar het meest essentiële is dat we een duurzame bank willen zijn om de reële economie te ondersteunen. In het perspectief van een economie die tegen 2050 aan de volgende doelstellingen beantwoordt: 90% CO2-reductie en 90 % materiaalreductie. Wanneer we als samenleving deze ambities nastreven, dan moeten we absoluut opnieuw greep krijgen op het geld zodat we de sociale en ecologische economie kunnen bouwen die we nodig hebben. Dat wil zeggen, een economie die financieel gezond is, die sociale rechtvaardigheid teweegbrengt en die de draagkracht van de planeet respecteert. Interview Philippe Moreau, Mike Stoens

9


mosterd

Ons kapitaal is het ecosysteem aarde, dat mogen we niet oppeuzelen!

MOSterd sprak met Dirk Barrez

Over de noodzaak van een sociaalecologische en democratische economie en samenleving schreef Dirk Barrez de voorbije jaren o.a. deze twee boeken Van Verontwaardiging naar Verandering (2011) http://www.pala.be/nl/product/van-verontwaardiging-naar-verandering Van eiland tot wereld. Appèl voor een menselijke samenleving (2008) http://www.pala.be/nl/product/van-eiland-tot-wereld-app%C3%A8l-voor-een-menselijke-samenleving De wereld is nog nooit zo spannend geweest (inleiding uit het boek ‘van Verontwaardiging naar Verandering’) http://www.pala.be/opinie/de-wereld-is-nog-nooit-zo-spannend-geweest “2052” vertelt hoe stom mensen de volgende 40 jaar zullen zijn (dit boek verscheen 40 jaar na het rapport Grenzen aan de Groei) http://pala.be/nl/artikel/2052-vertelt-hoe-stom-mensen-volgende-40-jaar-zullen-zijn Op zoek naar de Zwitserse kampioenscoöperaties Coop en Migros - artikelreeks http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2012/09/21/op-zoek-naar-de-kampioenscooeperaties-coop-en-migros De lange weg naar een nieuwe coöperatieve bank http://pala.be/artikel/de-lange-weg-naar-een-nieuwe-co%C3%B6peratieve-bank Interessante brochures over duurzame ontwikkeling: “Duurzame Ontwikkeling voor Dummy’s” (VODO: www.expertisepunt.be/organisatie/352 ) en “A Safe and Just Space for Humanity” (www.oxfam.org/en/grow/category/report-type/discussion-paper)

10


mosterd

Creazi: Opwaardering door creatief hergebruik

Dat is duurzaamheid / Noem iets, wij hebben het

Creazi: Opwaardering door creatief hergebruik

In een grote fabriekshal op de Research Campus in Hasselt vinden kunstenaars en andere creatievelingen hun gerief. Onverkoopbare materialen van de lokale Kringwinkel en bedrijfsafval worden hier herleid tot grondstoffen voor creativiteit. Creazi is ongeveer 2 jaar geleden ontstaan als spin-off van de Kringwinkel van Hasselt. Dennis Simons van Creazi: “We zagen in de kringwinkel dat er nog heel wat werd weggegooid. Nochtans is het doel van de kringwinkel: de afvalberg verminderen. Een defect

Rita Kelchtermans gebruiksvoorwerp kan wel niet meer worden verkocht, maar het bevat misschien wel nuttige onderdelen voor een nieuw ontwerp. We zien ook dat bedrij-

ven veel leuke materialen weggooien. We geven deze tweederangs materialen een creatieve toekomst. Creazi staat voor opwaardering of upcycling.”

Dat is duurzaamheid Creazi is een succes. Na een jaar telt het project al meer dan 1200 leden. Kunstenaars, ontwerpers en leerkrachten vinden hun weg naar deze creawinkel op industriële schaal. De materialen zijn allemaal gratis, op voorwaarde

dat je lid bent en dat je laat zien wat je met de materialen doet. Dennis: “Dat kan door ons een paar foto’s te bezorgen, maar we organiseren ook jaarlijks een Upcycling Festival waarop onze klanten kunnen tentoonstellen.

Het creatieve resultaat is voor ons heel belangrijk. Onze materialen moeten bijdragen tot nieuwe voorwerpen of kunstwerken en mogen geen afval blijven. Dat is duurzaamheid.”

Noem iets, wij hebben het Het aanbod is indrukwekkend. Dennis: “Bedenk het en wij hebben het hier liggen. We zullen zeer zelden materialen weigeren en we gooien ook bijna niets weg.” In de hal gonst het van de bedrijvigheid. Vrijwilligers van Creazi zijn in de weer om de voorwerpen die nog ‘in één stuk zijn’ zoveel mogelijk te demonteren vooraleer ze in de winkelrekken worden geplaatst. Hoe

Door voorwerpen te demonteren, bevorderen we het creatieve proces en worden de aparte delen opgewaardeerd.

rijm je dat met upcycling of opwaardering? Dennis: “Door het voorwerp te demonteren zetten we bewust een stap terug. Dat is cruciaal omdat je anders moeilijk voorbij de bestaande voorwerpen kunt kijken. We zijn ervan overtuigd dat we zo het creatieve proces bevorderen en dat de aparte onderdelen daardoor sterker worden opgewaardeerd.”

11


mosterd

Creazi: Opwaardering door creatief hergebruik

Ontmoetingsplaats

Ontmoetingsplaats Opwaarderen door creativiteit, kun je dat leren? Worden de klanten daarin begeleid? Dennis: “We willen niet alleen een leverancier zijn van ideeën en technieken, maar ook een ontmoetingsplaats, waar die ideeën en technieken worden uitgewisseld. In de winkel kun je verschillende creaties bewonderen en vrijwilligers aan het werk zien. We zien hier meer en meer creatieve leerkrachten snuisteren tussen onze rekken, maar ook hele klasgroepen vinden de weg naar de winkel voor een alternatief kunst- of knutselproject. Klassen kunnen hier een workshop volgen.” Nieuwe ontwerpen kunnen leiden tot een product. Het project Flag bag, een opleidings- en tewerkstellingsproject waarbij afgedankte vlaggen herschapen worden tot nieuwe, leuke hebbedingen zoals winkeltassen of i-padhoezen, is het oudere zusje van Creazi. Cleo Lemmens van Flagbag: “Ook bij Creazi overwegen we nu de mogelijkheden om eigen ontwerpen aan te bieden aan externen. Creazi heeft een statafel ontworpen uit grote kabelbobijnen. Gecombineerd met

12

Rita Kelchtermans een kleurrijke hoes van Flagbag wordt dat een afgewerkt product. Wie weet hebben overheden en bedrijven wel belangstelling voor deze blikvanger in het kader van een duurzame receptie?” Meer informatie op www.creazi.be Geïnteresseerde leerkrachten kunnen zich wenden tot Creazi voor een workshop op maat. Philippe Plessers


mosterd

De Hoev in Zonhoven

Een sociaal en duurzaam project

De Hoev in Zonhoven Een sociaal en duurzaam project Wie het kleine biowinkeltje aan de Hoeveweg 10 in Zonhoven bezoekt, zou nooit durven vermoeden dat achter het gebouw een inspirerende tuin ligt. Elke dag zien duizenden

automobilisten van op de drukke gewestweg, de noord-zuidverbinding achter de tuin, de snelle ontwikkelingen op het terrein. In welk hokje past dit project? De keten

van akker tot winkelrek is dan wel kort, maar de lijst van toepassingen van duurzame ontwikkeling des te langer.

Lokale munt In de boerderijwinkel maak je kennis met de eigen lokale munt, de AR. Een eerste bewijs dat het project veel meer inhoudt dan kweken en verkopen van groenten. Andre Rutten, initiatiefnemer van de Hoev: “Van die munt kun je een hele geschiedenis af-

lezen. Ze is namelijk een exacte weergave van een oorspronkelijke Zonhovense munt uit de middeleeuwen. In die periode waren er in Limburg een dozijn lokale munten in omloop. Anno 2013 wil de AR de pasmunt zijn van de AR-gemeenschap, een samenwerkingsverband van actieve bewoners en diverse organisaties in Limburg. Je kunt de munt aankopen, verdienen en ruilen. De munt maakt ook deel uit van de sociale voedsel-

pakketten in de gemeente. In de boerderijwinkel koop je er biogroenten (‘sociale kruidenier’), diverse duurzame streekproducten en ook lokale ambachtelijke producten als klompen, gevlochten manden, houtsnijwerk en tuingereedschap mee. Als pionier kregen we onlangs nog bezoek van een Europese delegatie, nu Europa de waarde van lokale munten herontdekt heeft.“

Sociaal project De Hoev is ontstaan als een sociaal tewerkstellingsproject met een focus op “korte keten”landbouw en eigen voedselvoorziening. Ook bewoners van het naburige bejaardentehuis werken een uur per week in de grote moestuin. Veel van deze mensen hadden vroeger een groentetuin en zij gaan dan ook enthousiast aan de slag. In de moestuin kunnen de bezoekende klassen kennismaken met een grote diversiteit aan bekende en vergeten groenten, kruiden, bloemen en fruitbomen. Lieve Vandeput, educatief medewerker van De

Hofmakerij vzw (www.dehofmakerij.be), begeleidt de klassen: “Sommige leerlingen kennen zelfs het onderscheid tussen een appel en een tomaat niet meer. Een koksopleiding kwam naar hier om de aardappelplant te leren kennen. In de keuken zien de leerlingen enkel geschilde aardappelen in een plastic zak. Hier zien ze de groenten en planten ‘in vol ornaat’. We gaan ook met de zintuigen aan de slag. Tijm doet kinderen denken aan pizza. Muntsoorten zijn heel herkenbaar voor kinderen van allochtone origine.”

Volkstuinen Centraal in de tuin bevinden zich een complex van 25 volkstuinen. Het OCMW Zonhoven, Limburg.net en vzw Werkende Handen hebben dit project gerealiseerd in samenwerking met Velt en de gemeente Zonhoven en met steun van de provincie Limburg. Ook de lokale Zonhovense afdeling van de Vlaamse Volktuin vzw – Werk van de Akker - helpt mee. Je kunt er zowel een perceel van 80 m² huren of een moestuinbak. Opvallend zijn de verschillende types moestuinbakken. Een moestuinbak voor rolstoelpatiënten is laag en heeft rondom een verharde ondergrond. Een moestuinbak voor mensen met rugproblemen is zo gemaakt dat zij zich niet moeten bukken: hoge bakken met beneden

13


mosterd

De Hoev in Zonhoven

Een sociaal en duurzaam project

een uitsparing voor de voeten. Verschillende leeftijden (van 15 jaar tot 87 jaar) en nationaliteiten gaan hier aan de slag. Planten water geven gebeurt met emmers en een oude waterpomp. Oudere tuinders vragen hiervoor wel eens de hulp van jongere collega-tuinders. De afvalintercommunale Limburg. net voorziet een compostbak per perceel en promoot ecologisch tuinieren via opleidingen door Velt vzw. Met deze doorgedreven aandacht voor sociale cohesie, ecologisch tuinieren én toegankelijkheid verricht De Hoev pionierswerk.

Aanbod voor scholen Eén van de percelen in het volkstuinencomplex is bestemd voor scholen. Heel het jaar door is er een aanbod voor scholen: zaaien en planten, composteren en de tuin winterklaar maken. De handen uit de mouwen dus. Een klas die de Hoev bezoekt zal echter eerst een rondleiding krijgen doorheen het hele terrein. Er is erg veel te zien en te beleven. Er worden verbanden gelegd met lokale legendes en geschiedenis, met ambachtelijke technieken, kunst en natuur. Zo is het ‘insectendorp’ het creatieve ontwerp van één van de sociaal tewerkgestelden, gerealiseerd met afvalmaterialen. Het blauwe glas symboliseert het rijke waterpatrimonium van ‘De Wijers’ in Zonhoven en alle gehuchten van Zonhoven worden erop weergegeven. Het eindpunt van de rondleiding is een wensput.

14

Met een AR-munt mag de klas een wens doen. Lieve Vandeput: “Meestal wensen de leerlingen een beter leefmilieu en een duurzamer toekomst. Het is opvallend dat de kinderen liever een gezamenlijke wens doen, eerder dan ieder voor zich.” Uiteraard kun je De Hoev bezoeken met MOS-poppelepeepasjes. Voor Limburgse scholen kan een geleid bezoek passen in een door het Limburgs provinciebestuur gesubsidieerd educatief klimaatproject. Karel Coenen, Philippe Plessers


mosterd

Kasteel wordt duurzame leerplaats voor kinderen

Freinet basisschool Klimop

Kasteel wordt duurzame leerplaats voor kinderen Freinet basisschool Klimop uit Oostkamp geeft pedagogische visie ruimtelijk vorm Op één van de eerste warme en zonnige dagen na de lange winter van 2013 zak ik af naar Freinet basisschool ‘Klimop’ in Oostkamp. Tien jaar geleden heeft een moedig en vastberaden team van leerkrachten, ouders, vrijwilligers en kinderen het kasteel “Macieberg”, dat toen een ruïne was, verbouwd tot een duurzaam schoolgebouw. Aan het kruispunt van de Fabiolalaan en de Loppemsestraat kun je door de smeedijzeren spijlen van het toegangshek al een glimp opvangen van het kasteel dat met Amerikaanse eik, tamme kastanje en esdoorn is omgeven. Via de parking, verscholen achter een beukenhaag, langs de kruiden-

tuin en een goed bewaarde serre, bereik ik het secretariaat en de leraarskamer. Vroeger waren dat schapenstallen. Daar heb ik een afspraak met Klaas Mulder, coördinator van de school, en met Filip Vlaeminck, de architect die de duurzame verbouwingen

zo’n 10 jaar geleden aanpakte. We zetten ons op een bankje naast de schapenstal met een mooi uitzicht over de prachtige tuin rondom het kasteel. Her en der zijn jongeren bezig met het onderhoud.

Kasteeltuin Het onderhoud van de kasteeltuin van 4 ha hebben we aanvankelijk onderschat. In het begin probeerden we dat samen met de ouders te doen, maar het domein haalt je na verloop van tijd in. Sinds 5 jaar doen we een beroep op BuSO Huize Tordale vzw uit Torhout. De school betaalt hen enkel de kosten die

het onderhoud met zich meebrengt, plus de vervoerskosten. Met hun begeleider komen ze een tweetal dagen per week het kasteelpark onderhouden. Zo leren de jongeren werken met de machines en wordt hen een gepaste werkhouding bijgebracht. De samenwerking loopt fantastisch. De jongeren uit Tordale

en onze kinderen leren elkaar bovendien kennen. Voor de veiligheid worden alle activiteiten stilgelegd tijdens de speeltijden. De leerkrachten beseften al snel dat ze in een enorm bevoorrechte situatie waren terechtgekomen, met een uniek gebouw omgeven door een prachtige tuin.

15


mosterd

Kasteel wordt duurzame leerplaats voor kinderen

Freinet basisschool Klimop

Op zoek De onafhankelijke Freinet basisschool ‘Klimop’ huurde vroeger gebouwen van het gemeenschapsonderwijs in SintAndries. Toen werd het huurcontract opgezegd en hadden we de keuze: aansluiten bij het gemeenschapsonderwijs of onafhankelijk blijven. Na lange en moeilijke besprekingen kozen we voor onafhankelijkheid, ondanks de gebouwenproblematiek. We moesten dan wel op zoek naar een nieuw gebouw,

“Het gebouw moet een belevingswereld worden, waarin kinderen leren vanuit een zinvolle context, een plaats waar ze leren door te doen.”

want we stonden letterlijk op straat. In Brugge was alles te duur ofwel was er te weinig buitenruimte voor de kinderen. Een architect vergezelde ons bij de bezoeken om mogelijkheden en hindernissen op voorhand in te schatten. We vonden een tijdelijk onderkomen in een voormalig jongerencentrum met een veel te kleine speelplaats. Er was zelfs geen teamlokaal. Een grote garage en een kippenhok werden gebruikt als klaslokaal.

Zinvolle context En toen ontdekten we kasteel Macieberg (1700). Het kasteel stond al lang leeg. Klimop kocht het kasteel met 70% overheidsgeld. De grote vraag was: “Hoe maak

“Het is belangrijk dat de architect verstaat waarover het gaat en zich betrokken voelt bij de pedagogische uitgangspunten van de school.”

je nu in een hoog tempo van een kasteel een schoolgebouw?” Al snel beseften we dat er ruimte te kort was om alle klassen een plek te geven. Stedenbouwkundig moest het kasteel bovendien in zijn huidige vorm behouden blijven. Uitbreiden was niet mogelijk. Dus moesten we de ruimte binnenin optimaal benutten. Het gebouw moest een belevingswereld worden, waarin kinderen leren vanuit een zinvolle context. Een plaats waar ze leren door te doen, door alle kanten van iets te bekijken en te onderzoeken, dingen te manipuleren, zelf op zoek te gaan. Kinderen, ouders en leer-

krachten maken immers samen school. Die aspecten wilden we ook graag zien en voelen in de architectuur van de school. We hadden nu de mogelijkheid om zelf een school in te richten en daarvan wilden we optimaal gebruikmaken. Het pedagogisch team vertrok samen met enkele ouders op prospectie door Vlaanderen en Wallonië, gewapend met camera’s, fototoestellen en notitieboekjes om leuke ideeën te sprokkelen. We hadden niet alleen aandacht voor de inrichting van de bezochte scholen, maar ook voor de materiaalkeuze. Dat is inherent aan onze schoolvisie.

Waar vind je de duurzame architect? Op de website van de Groene Gids of Memogids (www.memogids.be) vind je een lijst van architecten, aannemers en leveranciers die zich ertoe verbinden milieuvriendelijke toepassingswijzen na te streven. Wanneer het Vibe-logo naast hun naam staat, werken ze volgens de basisprincipes van Vibe (zie daarvoor www.vibe.be). Op www.vibe.be vind je een uitgebreide ledenlijst van architecten en aannemers die bio-ecologisch bouwen. Een interessante bron van partijen die met energiezuinige projecten ervaring hebben is de ledenlijst van het passiefhuisplatform (www.passiefhuisplatform.be). Bekijk ook de website van de Bond Beter Leefmilieu. Verscheidene architecten en aannemers hebben er het Energiecharter ondertekend dat energiezuinig bouwen voorschrijft. (www.bondbeterleefmilieu.be/klimaatnet/)

16

Jürgen Loones, coördinator Educatie voor Duurzame Ontwikkeling, LNE


mosterd

Kasteel wordt duurzame leerplaats voor kinderen

Freinet basisschool Klimop

Werkgroep Macieberg Een van de laatst bezochte locaties was een Ardens kleuterschooltje in Henri Chapelle. Elke klas had er zijn eigen “praatronde”. De overige ruimtes waren gemeenschappelijk, maar kon je indien nodig akoestisch en visueel afsluiten. Als we dat konden toepassen in ons kasteel, zouden we heel wat ruimte winnen. De leerkracht verloor dan wel een stuk privacy en de beslotenheid van het eigen klaslokaal. Werkgroep Macieberg werd in het leven geroepen om alle ideeën te centraliseren en uitgangspunten te formuleren. Enkele mensen uit de

werkgroep berekenden of dit alles wel financieel haalbaar was. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat je na een aantal jaar moet stoppen, omdat je het niet meer kunt afbetalen. De kinderen kregen de tijd om na te denken over hun wensen. Ze maakten tekeningen en maquettes. Ook de ouders van Klimop hebben we al zeer snel ingeschakeld in het hele proces. Alle klassen bezochten de ruïne die het kasteel op dat moment was. Sommigen hebben in de tuin overnacht in tentjes om alles goed te bekijken en de sfeer te voelen.

Voorstellen van de kinderen: l

de mogelijkheid om zich terug te trekken l een praatronde per klas l elk kind een eigen plekje l kleurig, fleurig, veel licht l mogelijkheid tot spelen, ook bij slecht weer l zowel binnen als buiten mag het spannend en avontuurlijk zijn, overal natuur.

Eigen nest Het gebouw is uiteindelijk niet ingedeeld in aparte klaslokalen. Er zijn veel gemeenschappelijke ruimtes met eigen plekjes, hoekjes en torenkamertjes waarin de kinderen zich kunnen terugtrekken. Er zijn kijkgaten om visueel contact te kunnen houden met elkaar. De praatrondes zijn het vertrekpunt van het dagelijks onderwijs. Hiervoor werd voor elke groep een ruimte voorzien, de kinderen noemen

De kinderen kregen de tijd om na te denken over hun wensen. Ze maakten tekeningen en maquettes. Ook de ouders van Klimop hebben we al zeer snel ingeschakeld in het hele proces. het “hun nest”, een plek van een groep waar geen andere groep in mag. Ook na de speeltijd kan iedere groep zich even terugtrekken in de eigen praatronde voor het koek- en sapmoment. Het nest is ook ideaal om ieder-

een weer rustig te krijgen en om afspraken te maken. Op de benedenverdieping hebben we gekozen voor vloerverwarming. De kleuters kregen er hun leefruimtes omdat zij veel op de grond spelen.

Pedagogisch model vormgeven Architect Filip, die toen kinderen bij ons op school had, heeft met zijn kennis i.v.m. duurzaam bouwen en verbouwen mee zijn schouders gezet onder het project. Het is belangrijk dat de architect begrijpt waarover het gaat en zich betrokken voelt bij de pedagogische uitgangspunten van de school. Het gaat hier immers niet over een bedrijf of een kantoor, maar over een plaats waarin dagelijks 200 mensen leven, ontdekken, experimenteren, exploreren... Het pedagogische model vertaald

17


mosterd

Kasteel wordt duurzame leerplaats voor kinderen

krijgen in de keuzes die gemaakt worden bij de inrichting van het schoolgebouw is niet gemakkelijk. Aan de buitenkant van het kasteel mocht niets worden veranderd. Maar binnenin mochten we doen wat we wilden. Kinderen en leerkrachten mochten

Freinet basisschool Klimop

onbegrensd ideeën spuien. Of iets realiseerbaar was, was niet hun maar mijn probleem, zegt Filip. Het gebouw was een ruïne. Alleen de buitenmuren stonden er nog. Het dak was slecht. Het gebouw was helemaal ontmanteld binnenin. De trap stond er

nog wel. Er zaten grote gaten in de houten vloeren van de verdiepingen. In het gebinte zat houtzwam. Het hele gebinte moest weg. Er moest een heel nieuw dak op. Maar bij de daken van de torentjes is enkel het hout behandeld.

Uitdaging Eén van de grootste uitdagingen was het kasteel perfect te isoleren. De bestaande buitenschil bleef zoals ze was en we maakten een goed isolerende, winddichte binnenschil. In de vloer is polyurethaan gespoten, tegen de wanden is een binnenwand gezet op 20 cm van de buitenmuur. De ruimte ertussen werd dan vol geblazen met papiervezels. Deze cellulose-isolatie werd volgens een energiearm recyclageproces uit Belgisch krantenpapier vervaardigd. Een mengeling van boorzout en natriumfosfaat beschermt de papiervlokkenisolatie tegen ontvlambaarheid, schimmels en ongedierte. Met vrijwilligers hebben we heel het dak afgeplakt, geïsoleerd en winddicht gemaakt. De vloeren van de verdieping werden opgebouwd uit gelamineerde houten spanten waarop een staalplaat werd gelegd, dan een betonlaag. Het geheel werd afgewerkt met onderhoudsvriendelijke, isolerende linoleum. De onderkant werd geïsoleerd (warmte en geluid) en nadien afgewerkt met gyproc. We hebben overal spaarlampen. In de gangen en trappen gaat het licht aan en uit met bewegingscensoren. Beneden is de centrale bediening, waarmee de laatste

18

die het gebouw verlaat alles kan uitschakelen. Ieder hoekje en kantje in het gebouw werd benut. En altijd werd er rekening gehouden met de

brandveiligheid. Het torenkamertje moest bijvoorbeeld twee toegangswegen krijgen. De kelder werd verder uitgediept en is dus ook een extra ruimte.


mosterd

Kasteel wordt duurzame leerplaats voor kinderen

Freinet basisschool Klimop

Duurzaam bouwen Duurzaam bouwen is duurder, maar je wint die meerkost na een aantal jaren sowieso terug. Ons elektriciteitsverbruik is enorm gedaald sinds we zonnepanelen hebben en alleen spaarlampen gebruiken. De verwarmingskosten zijn laag door de uitstekende isolatie van het gebouw. Het waterverbruik is meer dan gehalveerd door het gebruik van regenwater voor de toiletten. Alle sanitaire gedeeltes per verdieping werden centraal boven elkaar geplaatst. Zo is er maar één centrale af- en toevoer nodig.

“Duurzaam bouwen is duurder, maar je wint die meerkost na een aantal jaren sowieso terug.” De elektrische bedrading en de aansluitingen van verlichting en stopcontacten zijn moduleerbaar. De bedrading ligt in kabelgoten aan het plafond zodat aanpassing aan verschillende noden mogelijk is. We hebben binnen veel glas gebruikt, zodat je niet het gevoel krijgt in afgesloten ruimten te zitten. Ruimten kunnen vergroot en afgesloten worden met schuifdeuren. Deuren zijn beschilderd met bordverf. Je kunt er met krijt op schrijven.Alle wanden werden afgewerkt met FSC-gelabeld dennenhout dat alleen onderhouden wordt met natuuroliën. De ouders die poetsen weten welke milieuvriendelijke producten ze mogen gebruiken op welke ondergrond.

19 19


mosterd

Kasteel wordt duurzame leerplaats voor kinderen

Freinet basisschool Klimop

Hoe herken je de duurzame architect? De duurzame architect… l l l l l l

l l l l l l

is een vertrouwenspersoon die luistert naar de (ecologische) wensen van de school en ze ook uitvoert creëert een omgeving die de behoeften en de gevoelens van de schoolpopulatie weerspiegelt betrekt de leerlingen en het lerarenkorps bij het bouwproces voelt zich medeverantwoordelijk voor het project, denkt actief mee en doet gedurfde voorstellen kent zijn/haar vak op conceptueel en technisch vlak (om dat te weten: bekijk enkele van zijn/haar realisaties) heeft voldoende kennis van compact bouwen, met het juiste evenwicht tussen open en gesloten vlakken, van isoleren en hoe isolatie op de juiste wijze te plaatsen, van passieve technieken weet hoe je koudebruggen en kieren vermijdt en milieuvriendelijke bouwmaterialen integreert houdt rekening met de context en de buurt (integratie en aansluiting op de omgeving) houdt rekening met de mogelijkheid dat noden kunnen wijzigen in de toekomst maakt een duidelijke afweging tussen de investeringskost en de werkingskost van de gebouwen kent de regio, de ondergrond, plaatselijke vaklui, de stedenbouwkundige dienst en plaatselijke reglementen houdt de andere spelers tijdens het proces bij de les en inspireert en stimuleert hen om alles met een goede zorg uit te voeren Jürgen Loones, coördinator Educatie voor Duurzame Ontwikkeling, LNE

20


mosterd

Kasteel wordt duurzame leerplaats voor kinderen

Freinet basisschool Klimop

Betrokkenheid en engagement De schoolraad, met twee leerlingen van elke klas, komt iedere week vrijdag samen om klasoverschrijdende zaken te behandelen. De raad wordt begeleid door een ouder of iemand

van het team. De kinderen van 5/6 proberen de raad te leiden en het verslag te maken. Tijdens de verbouwingen was de inrichting een wekelijks puntje op de agenda. Onderwerpen die ter

sprake komen op de leerlingenraad, komen ook aan bod op de wekelijkse teamvergadering. Zo werd het een project dat door iedereen werd gedragen.

Verantwoording Het is niet altijd gemakkelijk, om na de 1001 ideeën die mensen hebben, te komen tot een gezamenlijk concept. Meestal kwamen we tot een consensus. De ouders die betrokken waren bij het hele proces, zijn ondertussen de school uitgegroeid. Wat je dan wel merkt, is dat je de “nieuwe” ouders moet uitleggen waarom er destijds bepaalde keuzes werden gemaakt. We proberen de laatste jaren die zaken duidelijk op papier te zetten, om de discussies uit het verleden niet telkens opnieuw te moeten voeren. Bepaalde beslissingen worden voortdurend opnieuw in vraag gesteld. We moeten telkens weer onze visie verantwoorden: waarom gebruik van natuurverven, waarom het hout van de ramen niet

“Voor de kinderen die nu instromen is het gebouw zoals het er nu staat een evidentie. Het is dus belangrijk, op bepaalde momenten, alles opnieuw te duiden.”

behandelen. Maar ook de aankoop van biosapjes en koeken en het wegbranden i.p.v. bespuiten van onkruid… We hebben heel wat werkgroepen. De verantwoordelijken van die werkgroepen komen maandelijks samen om dingen op elkaar af te stemmen of te tonen waar elke werkgroep mee bezig is. Op die plek komen die discussies opnieuw naar boven. Een ouder heeft bijvoorbeeld een gratis aanbod van verf, maar het is geen natuur-

verf. Waarom neem je dat niet aan? Het kost de school bijna niets? Waarom betaalt de school dan geld voor de natuurverf ? Vooral voor de mensen die het hele proces niet hebben meegemaakt proberen we alles te bundelen in één document. Hetzelfde verhaal zien we bij de leerlingen. De kinderen die toen kleuter waren zijn nu bijna allemaal weg. Voor de kinderen die nu instromen is het gebouw zoals het er nu staat een evidentie. Dus is het ook voor hen belangrijk, op bepaalde momenten, alles opnieuw te duiden.

Milieuzorg Op School Veel ouders en kinderen voelen zich aangetrokken door het mooie, kindvriendelijke domein. Maar wat uiteindelijk primeert is het pedagogisch project

dat wij hier willen realiseren. Een mooi domein biedt natuurlijk meer mogelijkheden. Al onze leerkrachten zijn heel actief met MOS bezig. Het groe-

ne gedachtegoed en de MOSgroep hebben we meegebracht van de vorige locatie. Zo’n domein leent zich daar uiteraard uitstekend toe. Nu de verbouwingen al een tijdje achter de rug zijn, is de MOS-groep toch nog constant op zoek naar nieuwe dingen, meestal niet naar de meest voor de hand liggende. Misschien heeft het verbouwingsproces die dynamiek wel aangezwengeld? Geregeld komen er scholen op bezoek die inspiratie zoeken voor de inrichting van hun eigen schoolgebouwen. We willen een modelschool zijn om anderen te inspireren. We willen EEN voorbeeld zijn, niet HET voorbeeld.

21


mosterd

Kasteel wordt duurzame leerplaats voor kinderen

Kiezen vanuit je pedagogische visie Het is zeer belangrijk om een architect te vinden die voeling heeft met het schoolproject en dat kan vertalen naar de inrichting van het gebouw. Het hele proces is een groeimoment geweest voor het pedagogisch team. Individuele visies moesten worden gebundeld, klassieke denkpatronen losgelaten. Het verliep met vele ups en enkele downs waar het pedagogisch team versterkt is uitgekomen. Tijdens de verbouwing was het zeer belangrijk om de vinger aan de pols te houden wat de opvolging van de werken betreft. Een voortdurende controle van onze pedagogische plannen was een noodzaak. Ook de prioriteitenlijst moesten we in ’t oog houden, zodat het schaarse geld niet opging aan minder belangrijke dingen. Trouw blijven aan de keuzes die je vanuit je pedagogische visie maakt, loont zeker de moeite. Kris Fostier

22

Freinet basisschool Klimop


mosterd

Natuurkunsten in Basisschool GO! De Tovertuin in Lokeren

Beleving

Natuurkunsten in Basisschool GO! De Tovertuin in Lokeren

Onder de naam ‘De Tovertuin’ startte een enthousiast team van leerkrachten en begeleiders van de vroegere basisschool ‘De Zonnebloem’ in Lokeren op 1 september 2012 met de omvorming van de school tot ‘Brede School’. Een Brede School wil kinderen en jongeren een leer- en leefomgeving aanbieden waarin ze een brede waaier aan ervaringen opdoen. Om dat te realiseren, wordt een lokaal netwerk opgezet. De school werkt samen met verschillende andere sectoren met de bedoeling om alle kinderen maximale ontwikkelingskansen te geven. Tijdens de voormiddag

krijgen de leerlingen les volgens de klassieke structuur en in de namiddag wordt er in leefgroepen gewerkt. Samen met de regionale natuur-

vereniging vzw Durme startte de school met het project ‘Natuurkunsten’. Zowel natuur- als kunsteducatie zorgen voor verwondering, rust, fantasie en uitdaging.

Beleving Maandelijks brachten de kleuters en de leerlingen van de eerste graad een bezoek aan het Molsbroek, het 80 ha groot natuurgebied in Lokeren dat de vzw Durme beheert. Met het

project leerden ze, onder leiding van een natuurgids, de natuur in hun buurt te (her)ontdekken. Er was aandacht voor de verschillende landschappen doorheen de seizoenen en de planten en

dieren die er leven. Elke bezoek zag het Molsbroek er een beetje anders uit en waren er andere dingen te ontdekken.

Vzw Durme is de vereniging voor natuurbehoud langs Durme, Moervaart en Schelde en is actief in 11 gemeenten. Ze brengt mensen met een hart voor de natuur samen en organiseert begeleide wandelingen, tentoonstellingen, verjaardagsfeestjes, workshops, (kinder)cursussen en groene uitstappen. Meer informatie vind je op www.vzwdurme.be. Heb je nog vragen en/of wil je reserveren? Contacteer het secretariaat via info@vzwdurme.be of 09 348 30 20.

23


mosterd

Natuurkunsten in Basisschool GO! De Tovertuin in Lokeren

Het bezoek aan het natuurreservaat bestond niet uit een traditionele, klassieke wandeling met een natuurgids. De kinderen kregen kennis mee, maar de beleving was extra belangrijk. De leerlingen maakten er kennis met de enorme verscheidenheid aan vormen en kleuren in de natuur. Ze werden aangezet om al hun zintuigen te gebruiken en anders te kijken, te horen, te tasten en te ruiken.

Eigen kunstwerk Die opgedane belevingen en kennis inspireerde de kinderen om een eigen kunstwerk te maken. Niet zoals meestal, achteraf in de klas, maar onmiddellijk, ter plaatse, in het natuurgebied. Er kwamen verschillende vormen van kunst aan bod: o.a. schilderen, tekenen en Land Art. Allerlei (natuur)materialen hielpen om de kunstzinnige natuurbeleving in een vorm te gieten. Het eindresultaat van het project was een tentoonstelling met de kunstwerkjes van de kinderen in bezoekerscentrum Molsbroek.

24

Marieke De Vos

Eigen kunstwerk


mosterd

Leerlingen 4 en 5 Hout van TechnOV Vilvoorde in de bres voor de wilde bijen

Hoe het begon / Aan de slag / Een vervolg?

Leerlingen 4 en 5 Hout van TechnOV Vilvoorde in de bres voor de wilde bijen De leerlingen van 4 en 5 hout van TechnOV Vilvoorde werkten tijdens het schooljaar 2012-2013 samen met het regionaal landschap Groene Corridor aan een koesterburenproject voor de wilde bij. Samen met hun praktijkleraar maakten de leerlingen meer dan 100 bijenhotels.

Hoe het begon In de loop van het schooljaar stapte het Regionale Landschap met een concrete vraag naar de Technische School: “Willen jullie 100 bijenhotels maken?” De MOS-coördinator en de prak-

tijkleraren van de school besloten in te gaan op de vraag, want zo konden de leerlingen een aantal nieuw aangeleerde technieken gebruiken voor het maken van iets bruikbaars.

Aan de slag De leerlingen kregen eerst uitleg over de problematiek van de wilde bijen en waarom bijenblokken belangrijk zijn. Als materiaal konden ze een kerselaar gebruiken die een aantal jaar geleden was omgevallen op het schoolterrein. Elke leerling tekende zijn eigen ontwerp en ging aan de slag met boor en vijl. Naast de 100 hotels voor het regionaal landschap bouwde elke leerling ook een bijenhotel voor zichzelf. Wil je de leerlingen aan de slag zien? Surf naar http://www.technomos.blogspot.be/ en scroll naar 20 maart.

Een vervolg? Deze geslaagde samenwerking krijgt in het schooljaar 20132014 mogelijk een vervolg. Naast de studierichtingen 4 en 5 hout worden mogelijk ook andere studierichtingen ingeschakeld, bv. voor het opzetten van een winkel voor de verkoop van de bijenhotels. Op die manier wor-

den meer leerlingen betrokken bij dit koesterburenproject. Het project is een initiatief van: l Het Regionaal Landschap Groene Corridor l Technische school TechnOV Vilvoorde, hun MOS-coördi- nator en de praktijkleraren. Philippe Moreau

25


mosterd

U vraagt

Tuinieren op school

U vraagt Paul Renders

Tuinieren op school We willen een tuintje aanleggen op onze school. Hoe weten we of de grond geschikt is? Als je een schoolmoestuin wilt, zijn er een aantal zaken waar je best op kunt letten. Voor een nieuwe tuin stelt Vlaco1 het volgende stappenplan voor:

1.

2.

3.

vraag in de omgeving van de tuin (aan de buren) of zij weet hebben van historische activiteiten die mogelijk bodemverontreiniging kunnen veroorzaken: verspreiding van assen (uit de steenkoolkachel), aanwezigheid van stookolietanks…? Werd de tuin ooit gebruikt als stockageruimte of heeft het perceel al eerder dienst gedaan als tuin? Indien zich hier geen fundamenteel probleem stelt, kun je overgaan naar stap 2.

vraag aan de gemeente of er voor het betreffende perceel gegevens ter beschikking zijn in het kader van de Vlaamse Vlarebo2- of de Brusselse BBR3regelgeving (bv. voor volkstuinen bij de gemeenten vragen of er weet is van historische Vlarebo- of BBR-activiteiten). Indien zich hier geen fundamenteel probleem stelt, kun je overgaan naar stap 3.

tracht zelf een antwoord te vinden op volgende aandachtspunten / vragen (bv. in bib, op het internet, dienstencentrum…): l

Wat is de ligging van het perceel? (centrum stad, buitengebied) Wat is de bestemming van het perceel? (landbouwgebied, woonge- bied, eventuele gewijzigde bestemmingen) l Wat is de afstand van het perceel tot een drukke weg, tot industriële activiteiten, tot een waterloop… ? Indien zich hier geen fundamenteel probleem stelt, kun je overgaan naar stap 4. l

26

1 2 3

Vlaamse Compostorganisatie vzw, www.vlaco.be Vlaams Reglement rond de Bodemsanering, www.ovam.be Besluiten van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, www.brucodex.be


mosterd

4.

U vraagt

Tuinieren op school

onderzoek of het perceel sowieso moestuincapaciteiten heeft en check een aantal fysische aspecten van de omgeving: l

Is er voldoende lichtinval? (een perceel omgeven met een hoge muur, heeft heel wat randeffecten, waardoor de ontwikkeling van gewassen aanzienlijk wordt bemoeilijkt) l Is er voldoende natuurlijke vochtaanvoer? (overhangende dakran- den verhinderen regeninval, hagen en fruitbomen slorpen massa’s vocht op waardoor er in de onmiddellijke nabijheid weinig oogst te verwachten is) l Is er voldoende windbeschutting? (zijn er nergens tochtgaten waar de wind altijd doorheen giert) l Is het reliëf oké? (percelen met een hellingsgraad van >20% zijn moeilijk te bewerken en te betelen) Indien zich hier geen fundamenteel probleem stelt, kun je eventueel nog kiezen voor stap 5.

5.

wil je meer weten over de kwaliteit van de bodem, dan kun je een bodemstaal laten analyseren. In België kun je een grond- of bodemonderzoek aanvragen bij: l

de Bodemkundige Dienst van België (www.bdb.be). Je krijgt een zelf- hulp-tuindoosje toegestuurd. Je neemt hiermee een bodemstaal (in overeenstemming met de werkwijze beschreven in het doosje) en post alles vervolgens met de bijgeleverde, speciale envelop. Het onderzoek omvat o.a. bepaling van pH, grondsoort, voedings elementen, organische stofgehalte... Na ongeveer twee weken is het onderzoeksverslag klaar. Daarin staat naast het resultaat van je tuingrond ook het streefgetal vermeld. Op die manier ontdek je in één oogopslag voor welke voedingsstoffen er een tekort is en voor welke er een reserve in de bodem aanwezig is. De kost bedraagt 60 à 70 euro. l het TuinbouwLaboratorium van Terhulpen (www.brabantwallon.be/fr/Qualite-de-vie/agriculture). Dit labo biedt een gelijkaardige dienst aan.

Indien er zich bij geen van de 5 voorgaande stappen een fundamenteel probleem voordoet, dan kun je met grote waarschijnlijkheid stellen dat je bij het telen op het uitgeselecteerde perceel gezonde (school) groenten zult kunnen oogsten. Twijfel je toch nog, dan kun je

ook bakken gebruiken (vierkantemetertuinen – die kun je zelfs op de tegels van het schoolplein plaatsen) om de kinderen de beginselen van het tuinieren bij te brengen. Bron: Team ThuisKringlopen (www.Vlaco.be).

27


mosterd

U vraagt

Luchtkwaliteit in de buurt van scholen

Luchtkwaliteit in de buurt van scholen Onze kinderen gaan naar een school die dicht bij een grote weg is gelegen. Heeft het drukke verkeer invloed op hun gezondheid? Ja, en dat is onlangs nog eens aangetoond. Het VITO heeft op vraag van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, de Vlaamse Milieumaatschappij en het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, de UHasselt en het PIH onderzoek gevoerd naar de gezondheid van lagere schoolkinderen in Antwerpen. De kinderen uit twee scholen, een in een verkeersdrukke en een in een verkeersluwe omgeving, werden in de lente en de herfst van 2011 onderzocht. Ook de lucht op school en bij vijftig kinderen thuis werd geanalyseerd. Wat bleek? Verscheidene

kinderen hadden last van luchtwegallergieĂŤn. Uit het onderzoek bleek dat er een verband bestaat tussen de gezondheidsklachten en de concentratie aan polluenten in de lucht. Wat opviel was dat er bijna geen verschil werd vastgesteld tussen de twee scholen. In beide scholen werden de kinderen in gelijke mate blootgesteld aan luchtverontreiniging. In de verkeersdrukke school scheiden de hoge gebouwen de speelplaats af van de drukke weg: op de speelplaats is de concentratie aan polluenten dan ook 30 tot 70% lager dan aan de straatkant.

Het is dus belangrijk, zeker bij jonge kinderen, bij wie de longen nog niet volgroeid zijn, op de eerste plaats rekening te houden met de gezondheid. Klassen en de speelplaats zijn best aan de verkeersluwe zijde van het gebouw gelegen. Ook de verluchting van de klaslokalen moet plaatsvinden op een zo groot mogelijke afstand van de weg. Uiteraard gebeurt sporten best zo ver mogelijk van het verkeer. MOS-scholen kunnen ook acties ondernemen om het verkeer in de buurt van de school te beperken. Bekijk de zone 30 niet enkel als een zone voor verkeersveiligheid, maar zeker ook als een zone voor een betere gezondheid. Stimuleer te voet gaan, het gebruik van de fiets, carpooling‌ Leerlingen en leerkrachten kunnen de verluchting van de klaslokalen onder handen nemen en meer aandacht hebben voor de algemene luchtkwaliteit door bijvoorbeeld bij smogalarm de kinderen niet te verplichten tot zware (sport)inspanningen. Meer lezen? VMM, Verrekijker van juni 2013

28


mosterd

U vraagt

Duurzaam op schoolreis

Duurzaam op schoolreis Op onze school gaan we traditioneel op schoolreis naar Amsterdam of Rome en dit al meer dan twintig jaar. Zijn er nu echt geen bestemmingen die echt interessant en toch dichterbij zijn?

Een buitenlandse reis is voor veel leerlingen van het laatste jaar een beloning voor het harde werk dat in de vorige schooljaren werd geleverd. Het biedt ook de gelegenheid om de banden tussen leraren en leerlingen op een andere manier vorm te geven. Naast de ‘klassiekers’ zijn er natuurlijk ook tal van steden of regio’s die de moeite waard zijn om met je leerlingen te verkennen. Omdat we steevast de traditionele bestemmingen blijven kiezen, blijft onbekend onbemind. Zeeland (met de mooie steden Middelburg en Veere) is een bestemming dichtbij die zowel cultureel, sportief als historisch heel wat te bieden heeft. Een studiereis kan beginnen in Breskens, waar je de veerpont over de Westerschelde neemt naar Vlissingen. Als je zelf geen fietsen mee hebt, kun je daar een fiets huren (wel op voorhand reserveren voor een groep). Veilige fietspaden brengen je zo naar

Middelburg en Veere. Ook ideaal voor leerlingen die nog niet zo goed kunnen fietsen. Wist je dat je in Veere nog altijd de oude vestingen gratis kunt bezoeken en je via een ‘onderaardse’ gang buiten de stad uitkomt? In Zeeland zijn er nog tal van interessante plaatsen te bezoeken, allemaal op veilige fietsafstand van elkaar, ook voor de niet-geoefende fietser. Amiens is eveneens een bezoek waard en ligt op ongeveer dezelfde afstand als Amsterdam. In het centrum heb je de imposante kathedraal waarop je ’s avonds een indrukwekkende digitale lichtshow kunt zien. Overdag bezoek je natuurlijk het prachtige natuurgebied ‘Les Hortillonnages’ of de drijvende tuinen. Je kunt dit gebied van 300 ha enkel bezoeken met bootjes. De drijvende tuinen zijn al sinds de middeleeuwen in gebruik. Voor iets anders kiezen dan de traditionele bestemmingen, is

een uitdaging voor leerkrachten en leerlingen. Uitstappen dichterbij bieden tal van voordelen: je geest wordt meer open en je verruimt je blik. Je leert dat ‘ver’ op zich geen meerwaarde biedt en – zeker belangrijk voor een MOS-school – je vermindert je reisvoetafdruk.

29


mosterd

Tochten over water

Spring mee aan boord van de milieuboot

Tochten over water Spring mee aan boord van de milieuboot Van 20 februari tot 7 juni 2014 vaart de milieuboot, na vier jaar, weer op het Kanaal Gent-Terneuzen, het Afleidingskanaal van de Leie, de Brugse Vaart, het Kanaal Gent-Brugge-Oostende, het Boudewijnkanaal en de IJzer. Het is een unieke kans voor leerkracht en leerlingen om de waterloop in eigen streek op een leerrijke en boeiende

manier te ontdekken. De milieuboottochten zijn bedoeld voor de 2de en 3de graad lager onderwijs en de 1ste graad secundair onderwijs. De leerlingen krijgen een programma dat aangepast is aan hun leeftijd en voorkennis. Om de tocht voor te bereiden is er het lespakket ‘Op Sleeptouw’ met themabladen over water en waterlopen.

Beleven en ervaren Tijdens een milieuboottocht staan ervaren en beleven centraal. Tegelijk maken de jongeren kennis met alle aspecten van de waterweg in hun streek, het leven op, om en in het water, het landschap in de omgeving en de stad aan het water. In het labo onderzoeken ze de waterkwaliteit. Benedendeks hebben we aandacht voor de thema’s watergebruik, watervervuiling en -zuivering, klimaatverandering en de eigen rol in de watercyclus. Integraal waterbeheer, biodiversiteit en duurzame ontwikkeling vormen het groter kader. Deelnameprijs: € 2 per leerling. Per 15 leerlingen mag 1 begeleider gratis mee. Lees er meer over op onze nieuwe website www.milieuboot.be. Je vindt er ook een overzicht van de tochten, alle praktische

informatie en een inschrijvingsformulier. We zijn ook telefonisch bereikbaar op het nummer 053 72 94 20 of via info@milieuboot.be. Zin om samen met je familie of vrienden mee te varen? De milieuboot vaart ook op woens-

dagnamiddag en tijdens het weekend. Het project ‘Educatieve milieuboottochten’ wordt gesubsidieerd door het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse overheid.

Kanaal Gent-Terneuzen

30

Gent is een knooppunt van waterwegen en heeft al van oudsher een haven. Dankzij de aanleg en de aanpassingen van het Kanaal Gent-Terneuzen is het

zelfs een zeehaven, want het kanaal verbindt Gent via de Westerschelde met de Noordzee. Langs het Kanaal Gent-Terneuzen vind je vooral veel grote industriële

vestigingen. Je komt er nu al indrukwekkende zeeschepen tegen. Door de komst van de nieuwe zeesluis in Terneuzen zullen dat er steeds meer worden.


mosterd

Kanaal GentBrugge-Oostende Het hart van Gent is via de Coupure, de oude Brugse Vaart en het Kanaal Gent-Brugge-Oostende rechtstreeks verbonden met de zee. Langs het Kanaal Gent-Brugge-Oostende wisselt industrie af met weidse landschappen. De oude kanaalarmen en -oevers vormen een ecologisch waardevol lint. Stroomafwaarts Beernem ligt het kanaal even hoog of soms zelfs hoger dan het omliggende vlakke land, zodat je een schitterend zicht hebt op de omgeving. In Beernem zie je de statige keersluis die Brugge bij te hoog water tegen overstromingen beschermt.

Tochten over water

Spring mee aan boord van de milieuboot

Afleidingskanaal van de Leie Het Afleidingskanaal van de Leie (ook bekend als het Schipdonkkanaal) verbindt de Leie vanaf Deinze met het Kanaal GentBrugge-Oostende en mondt ter hoogte van Zeebrugge uit in de Noordzee. Het kanaal zorgt indien nodig ook voor een versnelde afvoer van het Leiewater en behoedt zo Gent en omstreken voor overstromingen. De mogelijke verbreding van dit kanaal in het kader van de Seine-Scheldeverbinding heeft voor- en tegenstanders.

Boudewijnkanaal Het Boudewijnkanaal is een zeekanaal. Het verbindt de Brugse binnenhaven via de voorhaven van Zeebrugge met de zee. Pas na de Tweede Wereldoorlog en vooral vanaf 1970 ontwikkelde de haven van Zeebrugge zich tot een volwaardige zeehaven. Door het hoge zoutgehalte vriest het kanaal zelden dicht en in periodes van strenge vorst zoeken vele duizenden watervogels er een onderkomen.

De IJzer De IJzer zoekt kronkelend door het polderlandschap van de Westhoek haar weg naar zee. Het is een typische regenrivier en door de hevige debietschommelingen soms moeilijk bevaarbaar. De IJzerbroeken langs de

grotendeels onbedijkte rechteroever vormen bij grote neerslag een natuurlijk waterbekken. Tijdens de Eerste Wereldoorlog liet men de IJzer tot ver buiten haar oevers treden waardoor de Duitse troepen tot stilstand

werden gebracht. Maar de IJzer vertelt niet enkel over de Grote Oorlog. Het is ook een van de weinige Vlaamse rivieren met een vrij goede waterkwaliteit. Op vlak van biodiversiteit valt er dus veel te beleven! Kathleen Van Damme

31


mosterd

WWF-projecten voor basis- en secundair onderwijs

Virunga in actie / De beestige klas

WWF-projecten voor basis- en secundair onderwijs

Virunga in actie Met “Virunga in actie” krijgen de leerlingen aan de hand van een terreinproject van WWF een echt duurzaamheidsvraagstuk voorgeschoteld: “Hoe kun je het Nationaal Park Virunga in de Democratische Republiek Congo beschermen en toch voorzien in de energiebehoeften van de lokale bevolking?” Verbanden die worden gelegd met de leefwereld van kinde-

ren en jongeren hier, maakt het energievraagstuk ook relevant voor de situatie in België. Met twee films, een versie voor 10-14 jarigen en een voor 14-18 jarigen, stelt WWF dit project voor. Voor elk hoofdstuk van de film zijn in de handleiding lessuggesties toegevoegd.

Bestel gratis op www.wwf.be/school.

De beestige klas Voor de campagne “De beestige klas” kunnen leerkrachten van de lagere school een laagdrempelig pakket bestellen om met hun leerlingen kennis te maken met de dieren van het Virungapark: o.a. de okapi, de berggorilla en het nijlpaard. Het Virungapark is het oudste natuurpark van Afrika en zeer rijk aan biodiversiteit. De berggorilla’s zijn het symbool van het park. Het pakket bevat zes fiches voor een beestige bewegingsles en tips

32

om in de klas over het Virungapark en de dieren die er leven te leren. Bovendien kun je meedoen aan de wedstrijd om ‘De beestigste klas 2013’ te worden door een klasfoto in te zenden. Bestel gratis op www.wwf.be/school

Sara De Winter


mosterd

De mythe van de groene economie

Effectief klimaatbeleid / De toekomst is open

De mythe van de groene economie De klok tikt ongenadig: het klimaat verandert. We moeten samenwerken: allemaal samen tegen CO2. Steeds meer ngo’s, bedrijven en politieke partijen vinden elkaar rond de slogan van de ‘groene economie’. Of spreken we beter over ‘groen kapitalisme’? Kiezen voor groen is niet alleen belangrijk om de klimaatverandering tegen te gaan, het maakt een land ook ‘sterker, gezonder, veiliger, innovatiever, competitiever en meer gerespecteerd’, dat schrijft Thomas Friedman, columnist van de The New York Times. ‘Is er iets denkbaar dat vaderlandslievender, kapitalistischer en geostrategischer is dan dat?’

Effectief klimaatbeleid ‘Dit voor een breed publiek geschreven werk bevat een verontrustende en vernieuwende analyse van de sociale achtergronden van de klimaatcrisis. Anneleen Kenis en Matthias Lievens formuleren een scherpzinnige kritiek op de dominante benadering van “de groene economie”, die weinig anders in blijkt te houden dan een technocratisch, centralistisch en slechts licht vergroend kapitalisme. Met veel durf en inzicht pleiten de auteurs voor een radicale verandering in de richting van een rechtvaardige en ecologisch verantwoorde samenleving, die breekt met het ongefundeerde vertrouwen in marktdenken en technologische oplossingen. Het boek is een absolute aanrader voor iedereen die bezorgd is over het uitblijven van een effectief klimaatbeleid.’ Dr. Marius de Geus, Politieke Filosofie, Universiteit Leiden

Het boek ‘De mythe van de groene economie’ van KU Leuven-onderzoekers Anneleen Kenis en Matthias Lievens ontrafelt die mythe in al haar dimensies: van emissiehandel tot duurzaam consumeren, van bevolkingscontrole tot technologisch optimisme. Maar het boek tekent ook een aantal krachtlijnen uit voor een alternatief. De transitie naar een duurzame toekomst kan niet zonder diepgaande maatschappijverandering volgens de auteurs. En zo’n verandering vraagt juist meer sociale gelijkheid, meer democratie en minder markt. Economische groei en ecologie staan gewoon haaks op elkaar.

De toekomst is open ‘Dit boek is een must voor iedereen die zich zorgen maakt over de toekomst van onze aarde. De meerwaarde ligt vooral in het feit dat de auteurs het klimaatdossier terug politiseren, waarbij ze de echte oorzaken van de huidige ecologische en sociale crisis op een goed gedocumenteerde wijze blootleggen. Het siert hen dat ze geen pasklare dogmatische antwoorden naar voor schuiven: de toekomst is open. Maar ze geven wel creatieve aanzetten en ik kan alleen maar hopen dat dit boek tot een diepgaand debat leidt binnen de groene beweging die zich inderdaad – zoals de auteurs in de epiloog stellen – dringend moet heruitvinden.’ Vera Dua, voormalig minister van Landbouw en Leefmilieu en expert duurzame ontwikkeling.

Anneleen Kenis en Matthias Lievens: De mythe van de groene economie, valstrik, verzet, alternatieven. isbn: 9789491297366 • 2012, EPO/ Jan van Arkel Zie ook http://demythevandegroeneeconomie.be/

33


mosterd

Dikketruiendag 14 februari 2014: MOS-aanbod voor basisscholen

Dikketruiendag 14 februari 2014: MOS-aanbod voor basisscholen Op vrijdag 14 februari 2014 is het weer zover: Dikketruiendag, hét signaal voor de beleidsmakers om het Kyotoverdrag ernstig te nemen. Nagenoeg alle Vlaamse leerlingen staan dan op de één of andere manier stil bij het probleem van de klimaatopwarming. Scholen organiseren educatieve en ludieke acties om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Voor de 10de verjaardag van Dikketruiendag biedt MOS basisscholen twee ‘Verhalend Ontwerpen’ aan, uitgewerkt door de Pedagogische begeleidingsdienst van de stad Gent. In een ‘Verhalend Ontwerp’ verlopen de leeractiviteiten als een verhaal, een verhaal dat voor een groot deel door de leerlingen zelf wordt ingevuld en afgemaakt. Kenmerkend voor een ‘Verhalend Ontwerp’ is de betrokkenheid van de leerlingen en de samenhang tussen de verschillende vakken in zinvolle contexten. Er wordt uitgegaan van de belevingswereld van de leerlingen. Leerlingen krijgen ruimte om eigen beslissingen en initiatieven te nemen.

Hoewel het voor de kinderen lijkt alsof zij het verhaal bepalen, speelt de leerkracht een ontzettend belangrijke rol. De leerkracht zorgt voor een leeromgeving die de leerlingen uitnodigt tot activiteiten. Hoewel de lesinhouden veel vrijheid aan leerlingen bieden, verlopen de lessen planmatig en is er een inhoudelijke voorbereiding door middel van een draaiboek. l

34

De jongste kinderen kunnen samen met ‘Trui’ kennismaken met het begrip opwarming van de aarde en de mogelijke oorzaken ervan.

l

Leerlingen van de tweede en derde graad ba- sisonderwijs leren het mysterie van ‘Mister C’ kennen. Deze Verhalend Ontwerpen kun je vanaf december 2013 vinden op: www.dikketruiendag.be Affiches van deze editie van de Dikketruiendag kun je verkrijgen na inschrijving op de campagnewebsite www.dikketruiendag.be Schrijf je tijdig in, het aantal affiches is beperkt. Kris Fostier


mosterd

Hier laten we je los M…

Hier laten we je los M…

Waar willen we hem plaatsen? Dat is een essentiële vraag, want er zijn er voor binnen en buiten. Niet alle soorten doorstaan alle weersomstandigheden. De winkel biedt een uitgebreide collectie in een grote glazen kast. Model M23 staat ons wel aan. Ze zijn er in glas, metaal of steen. Marmer of graniet. Rond, achtkantig, bolvormig en in de vorm van een kaars. Een engel op een rots, een gebroken zandloper. In zeewater oplosbaar of gevlochten. Vrouw op kubus, vrouw die een duif loslaat, slapende vrouw op rots - vrouwen leven toch meestal langer? Sommige hebben een abstracte uitstraling, andere ademen een nostalgische sfeer. Dat zou wel passen. Het is koel en kil in de winkel. Alsof ze ook hier nare geuren moeten voorkomen. We zien nochtans geen wierook, ruiken geen gemalen koffie. We horen ook geen lawaai. Een koelinstallatie zou te veel decibels produceren. De klanken van een Schotse doedelzak, die enkel de suggestie van staccato bereiken,

raken ons. We hadden nochtans een organist in gedachten. Dat is in onze ogen wat dramatischer. Toch is het een melancholisch en doordringend geluid. Sterker dan woorden. Zijn laatste woorden hebben we op zak. We mogen ook de bloemen niet vergeten. Een krans hoeft niet. Met bloemen kun je veel uitdrukken. We willen voor één soort en één kleur kiezen. Wit bijvoorbeeld. Wat zouden we

daarna met de bloemen doen? Achterlaten of meenemen naar huis? We zouden ze kunnen drogen als herinnering… Een vrouw treedt in de schaduw van onze gedachten en vraagt: “Kan ik u helpen?” Helpen vinden we niet het juiste woord, maar met model M23 wachten we nu thuis geduldig tot hij kan worden gevuld. De redactie

35


C0lofon

Vlaamse overheid Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Afdeling Milieu-integratie en -subsidiëringen Dienst Milieu-integratie Overheden en Maatschappij Team Milieuzorg Op School

Werkten mee aan MOSterd nr. 23 Philippe Moreau (MOS, Vlaams-Brabant), Philippe Plessers (MOS, Limburg), Karel Coenen (MOS, Limburg), Sandra Vandevelde (MOS, Oost-Vlaanderen), Kathleen Van Damme (De Milieuboot), Sara De Winter (WWF), Jürgen Loones (Educatie voor Duurzame Ontwikkeling), Marieke de Vos (vzw Durme), Klaas Mulder (coördinator Freinetschool ‘Klimop’, Oostkamp), Filip Vlaeminck (architect).

Redactie Mike Stoens, Paul Renders, Kris Fostier, Eric Craenhals

Eindredactie Eric Craenhals

Cartoons David Schelfthout

Opmaak Diane De Smet, Tim Joye

Teksten uit MOSterd mogen enkel worden overgenomen met duidelijke bronvermelding. Een groot aantal MOSterd-cartoons kun je downloaden van www.milieuzorgopschool.be. Bronvermelding is verplicht. MOSterd nr. 23 werd gedrukt op 100% kringlooppapier – PH-neutraal – chloorvrij – met gebruik van vegetale inkten en wasmiddelen.

36


Contact Provinciale MOS-teams Antwerpen

Vlaams-Brabant

Proviciaal Instituut voor MilieuEducatie (PIME) vzw Mechelsesteenweg 365, 2500 Lier Tel. 015 31 95 11, fax 015 31 58 80

Cel Natuur- en Milieueducatie Provincieplein 1, 3010 Leuven mos@vl-brabant.be, fax 016 26 72 61

Begeleiders: Elke Hermans, Sofie Van hove en Katrien Hoeylaerts (basis) tel. 015 30 61 26 en 015 30 61 27 mos@pime.provant.be Veerle Moons (secundair), tel. 015 30 61 25 mos-groeneschool@pime.provant.be

Begeleiders: Herwig Kevelaerts (basis), tel. 016 26 72 57 herwig.kevelaerts@vlaamsbrabant.be Ann Thienpont (basis), tel. 016 26 72 37 ann.thienpont@vlaamsbrabant.be Philippe Moreau (secundair), tel. 016 26 72 36 philippe.moreau@vlaamsbrabant.be

Limburg

West-Vlaanderen

Provinciaal Natuurcentrum Het Groene Huis Craenevenne 86 - 3600 Genk mos@limburg.be, fax 011 26 54 55

Dienst Natuur- en Milieueducatie Koning Leopold III-laan 41 8200 Brugge (Sint-Andries) mos@west-vlaanderen.be, fax 050 40 34 03

Begeleiders: Karel Coenen (basis), tel. 011 26 54 91 karel.coenen@limburg.be Philippe Plessers (basis), tel. 011 26 54 66 philippe.plessers@limburg.be Hilde Boiten (secundair), tel. 011 26 54 67 hilde.boiten@limburg.be

Oost-Vlaanderen Dienst Natuur- en Milieueducatie, De Kaaihoeve Oude Scheldestraat 16 - 9630 Meilegem-Zwalm mos@oost-vlaanderen.be, fax 055 49 67 98 Begeleiders: Sandra Vandevelde (basis), tel. 0475 44 94 19 sandra.vandevelde@oost-vlaanderen.be Wouter De Tandt (basis), tel. 0479 55 04 96 wouter.de.tandt@oost-vlaanderen.be Mike Stoens (secundair), tel. 0473 92 30 55 mike.stoens@oost-vlaanderen.be

Begeleiders: Joke Oosterlijnck (basis), tel. 050 40 33 80 joke.oosterlijnck@west-vlaanderen.be Donald Dupon (basis), tel. 050 40 32 66 donald.dupon@west-vlaanderen.be Marjolein Hantson (secundair), tel. 050 40 32 83 marjolein.hantson@west-vlaanderen.be

Brussels hoofdstedelijk gewest Vlaamse Gemeenschapscommissie p.a. GREEN Belgium vzw Edinburgstraat 26, 1050 Brussel Begeleider: Greet Van Nieuwenborgh (basis en secundair en hoger), tel. 02 893 08 05, greet.vannieuwenborgh@vgc.be

CoĂśrdinatie (Vlaams Gewest): Vlaamse overheid, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Afdeling Milieu-integratie en -subsidiĂŤringen Koning Albert II-laan 20 bus 8, 1000 Brussel fax 02 553 80 55, mos@lne.vlaanderen.be, www.milieuzorgopschool.be

mosterd23_kaft_vtim.indd 3

Nele Dillen, tel. 02 553 80 72, nele.dillen@lne.vlaanderen.be Kris Fostier, tel. 02 553 70 23, kristiaan.fostier@lne.vlaanderen.be Ingrid Vander Linden, tel. 02 553 80 73, ingrid.vanderlinden@lne.vlaanderen.be Christel Jansen, tel. 02 553 14 82, christel.jansen@lne.vlaanderen.be

21/10/2013 9:47:03


MOS is een milieuzorgproject voor het basis- en secundair onderwijs. De afdeling Milieu-integratie en –subsidiëringen werkt hiervoor samen met de vijf Vlaamse provincies en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. www.milieuzorgopschool.be

VERANTWOORDELIJKE UITGEVER: J.-P. HEIRMAN, SECRETARIS-GENERAAL, DEPARTEMENT LEEFMILIEU, NATUUR EN ENERGIE, KONING ALBERT II-LAAN 20/8, 1000 BRUSSEL

mosterd23_kaft_vtim.indd 4

21/10/2013 9:47:07


Mosterd23