Issuu on Google+

BRUSSEL X – VERSCHIJNT 3 MAAL PER JAAR

mosterd pittig tijdschrift met aandacht voor Milieuzorg Op School

MOS calling!

nr. 20, maart 2012

school zoekt school

Ados Ecolos, eTwinning verruimt de horizon De schoolmuren slopen Energieprestatiecertificaat. Moet onze school een EPC hebben? mosterd20_kaft.indd 1

27/03/2012 15:15:29


Inhoud

1

MOSterdsaus

1

Kampvuurgevoel

2

MOS calling. Eerder reis dan bestemming

2 3 6 8 8 9 10 11

Comenius Puppets with a green mission Think global, act local: een reis met een bestemming Onvergetelijke avonturen / Building Our Future / The Ecocentricity Chase / Europe Goes Green / Zorgen voor ons leefmilieu

12 12 16 18 23 24

Uitwisselingsprojecten en inleefreizen Ados Ecolos, eTwinning verruimt de horizon Flat Stanley reist de wereld rond De schoolmuren slopen Met maats in Belgie kommunikeer Over het muurtje kijken

25

Enkel concrete verhalen van mensen spreken leerlingen aan

28

U vraagt

28 29 29

Energieprestatiecertificaat. Moet onze school een EPC hebben? Wat met composteerbare bekers? Warm, warmer, warmst

30

Daar kun je wat mee

30 31 31 32 33 33 34 34 35 35 36 36

Met je klas het water op Boerenlandschap in ’t vizier. Wandeling met gids De Waterkant, natuur- en milieueducatie in de Dendervalei Vormingen in De Helix, voorjaar 2012 Da’s proper: een nieuw licht op afvalbeheer Fairtrade@school De grote verkeerstoets voor vijfde leerjaar op 24 mei 2012 Het grote fietsexamen voor zesde leerjaar Google-Puy, Puy-book en Puy-quiz: tentoonstelling in Puyenbroeck Oxfam Lerarendag 2012 Veldwerk voor pubers Tentoonstellingen met educatief aanbod voor basisonderwijs

Op www.milieuzorgopschool.be Omarm de aarde (2) in BuBao De Spycker Duurzame markt in De Leefschool, Oosterzele

mosterd20_kaft.indd 2

27/03/2012 15:15:29


mosterd

Mosterdsaus

Kampvuurgevoel

MOSterdsaus

Kampvuurgevoel Het “Energy Ambassadors’ Programme” in Holt Hall, Norfolk van 14 tot en met 16 februari 2012, bracht jongeren uit Norfolk, Suffolk en Zweden en Noorwegen samen. Ze kwamen er leren hoe ze sensibiliserende acties kunnen opstarten om energie te besparen in hun eigen school. (zie ook “Enkel concrete verhalen van mensen spreken leerlingen aan” p. 25). Organisator Sue Falch-Lovesey (“Environmental and Outdoor Learning, Norfolk County Council) verdient een stevige pluim, maar dat wil niet zeggen dat we niet enkele punten van kritiek hebben.

Leiderschap Naast grondige aandacht voor communicatie en communicatiemiddelen, werd er gefocust op leiderschap. Het zijn de leiders die voor verandering zorgen. Zij bepalen de visie en de waarden. Leerlingen moeten daarin dus worden getraind. Legt MOS dan te weinig gewicht op individuele vaardigheden? Misschien wel? Maar MOS benadrukt vooral de sterkte van de groep, de organisatie van participatie en betrokkenheid. Dát is voor MOS een belangrijker procescriterium.

Gemiste kansen De casestudy die de leerlingen kregen voorgeschoteld in het nabijgelegen Holkam Estate was interessant: hoe zorg je ervoor dat de gebouwen van het domein opnieuw kunnen worden gebruikt op een duurzame wijze? Het onderzoek, de bespreking en de discussie speelden zich echter te veel af in

een leslokaal, terwijl het mooie landgoed met oude, historische gebouwen die geklasseerd zijn, lag te wachten op actieve onderzoekers. Ook de Trias Energeticas werd niet ter sprake gebracht. Opnieuw een gemiste kans, want om met hernieuwbare energie toe te komen, zal het energieverbruik eerst drastisch moeten dalen.

Informeel contact Maar, en dat is toch het belangrijkste, jongeren uit verschillende landen met elkaar in contact brengen en over eenzelfde milieuthema actief doen nadenken, heeft alleen maar voordelen. Voor henzelf, voor de school en voor het milieu. Zo’n contact draagt bij tot hun opvoeding tot wereldburgers. Het verruimt hun horizon. Ze leren de dingen bekijken vanuit een ander perspectief. Ze ontdekken dat jongeren van hun leeftijd in een andere cultuur leven en dus soms ook anders denken over dingen. Ze leren daar respectvol mee omgaan en stereotypen doorbreken. Kleine voorbeelden uit het leven van alle dag maken bovendien complexe mondiale problemen heel concreet. Hoe goed of slecht een programma ook is, het belangrijkste is en blijft het informele contact. Daarvoor alleen al is uitwisseling met leerlingen uit een ander land voor alle betrokkenen boeiend genoeg. Ik heb het weer eens met mijn eigen ogen kunnen zien. Jongeren die elkaar ontmoeten en gedurende enkele dagen met elkaar optrekken, krijgen tamelijk snel een kampvuurgevoel: een kampvuur geeft warmte, door het

vuur voel je je veilig, het vuur is constant in beweging en je blijft er gefascineerd naar kijken. Het kampvuur is een plaats om even op te laden met warme, positieve energie, om even op adem te komen. Je kunt er belevenissen delen, heerlijk staren in het vuur, luisteren naar muziek en je verwarmen aan de verhalen van anderen. Elkaar van nabij leren kennen.

Aanrader En woorden zijn daarbij vaak ontoereikend. Communiceren doe je ook met je lichaam, met bijvoorbeeld muziek of dans, zelfs met geur. Communiceren is delen. Je bent namelijk geen eiland. Je ontmoet mensen die jou iets te vertellen, te leren hebben. En ook omgekeerd. Hopelijk laat deze MOSterd jou zien dat uitwisselingsprojecten niet alleen voor de leerlingen, maar ook voor de leraren aantrekkelijk kunnen zijn. MOSterd wenst je alvast een boeiende reis. Eric Craenhals

1


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Comenius

MOS calling, eerder reis dan bestemming Alle MOS-scholen die het der- tot een wereldwijd netwerk extra > MOS-internationaal. Alle de logo hebben behaald, zijn van scholen die zorg voor het MOS-scholen kunnen van het geregistreerd als Eco-School milieu en duurzaamheid na- formulier gebruikmaken. Je en kunnen zich kandidaat stel- streven. Een logo-3 school die hoeft immers geen derde logo len om de Groene Vlag te beha- in verband met een milieu- behaald te hebben om contact len. Het is geen ‘must’, maar thema contact wil zoeken met te zoeken met andere scholen. het zou een stimulans kun- een andere Eco-School kan het Er zijn namelijk tal van projecnen zijn om de MOS-werking contactformulier invullen en ten en programma’s die voor nog beter te verankeren en de bezorgen aan de MOS-coör- alle scholen van toepassing zijn. start om te ‘netwerken’. MOS dinatie. Je vindt het op www. MOSterd verzamelde een aantal behoort door dit lidmaatschap milieuzorgopschool.be > MOS- inspirerende voorbeelden.

Comenius

Het Comeniusprogramma is één van de vier sectorale programma’s van het Europese Programma ‘Een Leven Lang Leren’ en richt zich tot alle geledingen van het schoolonderwijs: het kleuter- en lager onderwijs, alle vormen van het secundair onderwijs (aso, tso, (d)bso en kso), het buitengewoon (basis- en secundair) onderwijs maar ook de lera-

2

renopleiding en –nascholing. Een project omvat altijd twee jaar. Het programma biedt jongeren en onderwijspersoneel de kans de culturele en taalkundige diversiteit in Europa te ontdekken. In het Comeniusproject zijn de schoolpartnerschappen wellicht het meest gekend. In het secundair onderwijs wordt

vaak het taalaspect aangehaald als de grote troef van Comenius. Leerlingen gaan via klasuitwisselingen in interactie met hun collega’s uit het buitenland en doen dat in verband met een gemeenschappelijk thema. Maar ook voor lager onderwijs en kleuteronderwijs heeft Comenius veel te bieden.


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Comenius

Puppets with a green mission

Puppets with a green mission

De Sint-Jansschool van KnokkeHeist stapte in het Comeniusavontuur ‘Puppets with a mission’ in 2008. Ondertussen zijn ze al aan een vervolgproject bezig: ‘Puppets with a green mission’.

September 2008 Gesprek tussen de klaspoppen Pompom en Jules Pompom: Wat ben ik blij met alle vakantiekaartjes die de kinderen ons toestuurden. Jules: Ja ik ook … Pompom: Kijk, er zitten zelfs kaartjes bij van mijn vriendjes Trol, Smurf en Draak. Jules: Leuk … Pompom: Waarom kijk je dan zo verdrietig ? Jules: We hebben wel veel kaartjes maar zelf gaan we nooit op reis … Pompom: Ja, dat is waar Jules. Ik droom er ook van om eens mijn vriendjes te kunnen opzoeken en te kijken in welke school ze wonen, wat ze allemaal met de kindjes doen, … Jules: Waar wonen ze? Pompom: Trol woont in IJsland, Smurf in Wallonië en Draak in Hongarije. Jules: Wauw, mag ik mee Pompom? Pompom: Ja hoor. We vragen de kinderen of ze onze valies willen maken en we trekken er samen op uit!

3


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Comenius

Toen de kleuters van de SintJansschool uit Knokke-Heist dit gesprek hoorden, werd het even stil. Hun klaspoppen waarmee ze dagelijks lief en leed deelden, zomaar op reis! Het afscheid zou sommige kleuters zwaar vallen, maar zo’n avontuur konden ze hun poppenvriendjes

Puppets with a green mission

toch niet ontnemen. Bovendien kwam er telkens een klaspop uit een ander land op bezoek. Dat kon spannend worden! Zo begint het Comeniusavontuur ‘Puppets with a mission’ in 2008. Vier scholen namen eraan deel : Vrije Basisschool ‘St. Ghislain

et Ste. Barbe’ in La Louvière (Wallonië/België), Teddy’s Club in Szeged (Hongarije), Dvergasteinn in Reykjavik (IJsland) en Sint-Jansschool in KnokkeHeist (Vlaanderen/België). Het project speelt zich af op kleuterniveau.

September 2011 Pompom: Jules, wat ben ik blij dat we samen met de kindjes zo goed afval kunnen sorteren in ons afvalstraatje. Jules: Ja ik ook. Het lukt al prima. Zouden ze dat in andere landen ook zo doen? Pompom: Misschien. Jules: Zouden we dat niet aan onze vriendjes in andere landen gaan vertellen. Dan kunnen de kindjes dat daar ook leren! Pompom: Goed idee, Jules. En zij kunnen aan ons komen vertellen hoe zij goed voor de aarde zorgen.

Een dagje uit het leven van een kleuter De klaspoppen uit de verschillende landen gaan drie keer per jaar voor enkele weken bij elkaar op bezoek. Dat gebeurt simultaan en met een doorschuifsysteem. In hun koffer zitten een paspoort, een dagboek, een typisch verhaal over de pop of zijn land, TIEN aan te leren woorden, een eenvoudig lied, een PowerPoint over school en land, een muzische activiteit, een recept en een dvd over een dagje uit het leven van een kleuter. “Het werd een prachtige tijd.

4

De kleuters leerden elkaar en elkaars gewoonten kennen via de poppen. We creëerden webcamcontacten tussen de klassen, stelden elkaar vragen en lieten aangeleerde liedjes en woorden horen. Met de klas uit Wallonië organiseerden we gezamenlijke daguitstappen naar het strand. De leerkrachten bezochten de verschillende scholen en bekeken de verschillende onderwijsmethodes van nabij en we organiseerden gastactiviteiten.”

Dat smaakt naar nog De kleuters worden er zich van bewust dat de wereld groter is dan hun nabije omgeving. Dat er in andere landen kinderen wonen net als zij, of net een beetje anders. Ze komen in contact met andere talen en culturen. Zomaar afscheid nemen van het project kunnen we niet. Pompom en Jules hebben trouwens de smaak van het reizen te pakken gekregen. Zo ging ons tweede Comeniusproject ‘Puppets with a green mission’ van start. De basis van het eerste project werd behouden maar deze keer kregen de poppen er een duidelijke groene missie bij. Negen landen nemen eraan deel : Nederland (Friesland), Turkije, Litouwen, Portugal, Roemenië, Spanje, Slovenië, IJsland en België.


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Comenius

Puppets with a green mission

Milieudoos Ieder land focust op een milieuonderwerp waarmee het een zekere band heeft. België kiest voor afval, Nederland voor water, Portugal voor fauna, Slovenië voor energie, Litouwen voor flora, IJsland voor vuur, Roemenië voor lucht, Turkije voor gezonde voeding en Spanje voor groen transport. De poppen brengen naast hun koffer een milieudoos mee met daarin een verhaal, een muzische activiteit en een simpel lied over het onderwerp. Driemaal per jaar vindt er ook een meeting plaats voor de leerkrachten. Hierbij staat het milieuonderwerp van het gastland centraal. Tijdens de samenkomst bespreken we hoe de verschillende landen met dat milieuaspect omgaan op niveau van de klassen, de school en de maatschappij.

Zo hadden we het in Friesland over de problemen i.v.m. water. We ontdekten wat de impact is als het zes maanden niet regent, zoals in Portugal. Of hoe IJsland helemaal niet zuinig hoeft om te gaan met water. De IJslanders kunnen genieten

van vele warmwaterbronnen. In België hadden we het over afval. Als MOS-school toonden we ons afvalstraatje, waar de kleuters al heel jong aan de hand van een dierenverhaal leren sorteren.

Europese burgers We vieren allemaal de internationale milieudagen in de verschillende scholen: op 16 oktober Internationale Dag van de Gezonde Voeding, op 22 maart Wereldwaterdag en op 22 april Internationale Dag van de Aarde. Doorheen het project groeien ook nieuwe ideeën. We hebben bijvoorbeeld zaden uitgewisseld. We hopen in de lente van ons Europees bloementuintje te kunnen genieten. Op het einde van het project zullen alle scholen 9 experimenteerboxen hebben over milieu. Net als bij ons vorig project willen we een brochure uitgeven waarin alle activiteiten en informatie terug te vinden zijn. Ieder land maakt ook een ge-

zelschapsspel over zijn milieuthema: uitwisseling volgt. Het einde van het project is gepland voor mei 2013 in Reykjavik waar we met kosteloos materiaal een milieumodeshow zullen brengen. De kleuters experimenteren en ontdekken nieuwe culturen. Ze worden bewuster van de natuur om hen heen. We hopen dat onze kinderen opgroeien tot Europese burgers met een groot milieubewustzijn. De natuur is er voor iedereen, laten we er dan ook samen voor zorgen. Juf Magali Marey, Sint-Jansschool, Knokke-Heist

Disclaimer: Dit project werd gefinancierd met de steun van de Europese Commissie. De verantwoordelijkheid voor deze publicatie (mededeling) ligt uitsluitend bij de auteur; de Commissie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het gebruik van de informatie die erin is vervat.

5


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Comenius

Think global, act local

Think global, act local Een reis met een bestemming Comeniusprojecten blijken leerrijk en boeiend te zijn, want ook zij overwegen om een nieuw project in te dienen. De Hoedjes Van Papier, een kleuDe Hoedjes van papier uit Deurne terschool uit Deurne, is de trekker stapte samen met ’t Klavertje uit van het Comeniusproject “Think Borgerhout in het project ‘Think global, act local”. global, act local’ in 2011. De school heeft het project vorig

6

MOSterd: Waarom neemt de school deel aan dit Comeniusproject? HVP: Ik had vroeger op een andere school al deelgenomen aan Comenius en vond dat een boeiende ervaring. Ik vond dat de leerkrachten en de kleuters hier dat ook eens moesten meemaken. Er was een contactseminarie in het kader van milieu. Omdat we vorig jaar ons eerste MOS-logo behaalden en gestart zijn met onze moestuin, vond ik dat het thema nauw bij onze schoolwerking aansloot. Ik stelde het project aan de leerkrachten voor en ze waren allemaal heel enthousiast om deel te nemen. We hebben dus niet getwijfeld om in te tekenen. MOSterd: Hoe verliep het contactseminarie? HVP: Het contactseminarie was in Slovenië en stond in het teken van milieu. Je kon deelnemen aan lezingen van professoren over de opwarming van de aarde en andere milieugerelateerde onderwerpen. Je kon er ook workshops volgen om ervaringen uit te wisselen. Er waren een zestigtal landen aanwezig en het is de bedoeling om een vijftal partnerscholen te zoeken die samen aan dezelfde thema’s willen werken gedurende twee jaar. De grote krijtlijnen hebben we dan

jaar ingediend en is in september van dit schooljaar van start gegaan. MOSterd sprak met directrice Vera Van Steenbergen en leerkracht Tamara Van Herck (MOS-juf ) van de Hoedjes Van Papier over hun ervaringen tot hiertoe.

daar ter plaatse samen met de partnerscholen opgesteld. Het project uitschrijven bezorgde ons toch nog veel werk. Eerst en vooral omdat de voertaal Engels is, maar ook omdat je met de vijf deelnemende scholen moet overeenkomen. Overleg gebeurde via mail of Skype. Je steekt er natuurlijk veel tijd in omdat je graag wilt dat het project wordt goedgekeurd. Ons project is ingediend bij het nationaal agentschap van Ierland. MOSterd: Welke thema’s hebben jullie gekozen? HVP: We hebben er samen met de andere partners voor gekozen om vooral aandacht te hebben voor afvalpreventie, energie, mobiliteit, gezonde voeding en water. Het zijn veel thema’s,

maar dat moet wel lukken over een periode van twee jaar. MOSterd: Wie zijn jullie partnerscholen? HVP: Twee scholen uit Ierland (Dublin, Cork), een school uit Engeland (Manchester), een school uit Mallorca (Palma), een school uit Slovenië en twee scholen uit België, wij en ‘t Klavertje uit Borgerhout. MOSterd: Wat zijn de gemeenschappelijke acties? HVP: We doe met zijn allen mee aan “Happy Bike Day”, “Warm Sweater Day” en “World Water Day”. Via een gemeenschappelijke site communiceren we over wat de andere landen die dagen doen. We wisselen tips en ideetjes uit om de acties op een ludieke manier aan te pakken.

Kriebelversje in Slovenië


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

l Tijdens de feestdagen hebben we kerstkaartjes gemaakt met gerecy- cleerd materiaal en die naar onze part nerscholen gestuurd. l We hebben afgesproken dat elke school een moestuin aanlegt, zodat we op het einde van het project een kookboek kunnen maken met lekkere recepten met groenten uit de moestuin. We willen het boek op- vrolijken met foto’s van de kinderen die aan het oogsten of koken zijn. l We hebben een gezamenlijke kalen- der gemaakt met foto’s van alle deel- nemende scholen. l We hebben zaadjes uitgewisseld: het is de bedoeling om te zien wat er in de verschillende landen kan overle ven en wat niet. Het is leuk om aan de kinderen mee te geven waarom er hier geen palmbomen groeien en op andere plaatsen wel. Zo kun je uitleg gen waarom je beter inheemse plan- ten zaait.

Comenius

Think global, act local

Leuk idee

Natuurles in Dublin

MOSterd: Wat is de meerwaarde voor de school? HVP: Vooral tijdens de projectvergaderingen, die drie keer per jaar in een ander land plaatsvinden, doen de leerkrachten heel veel ideeën op. Ze ervaren daar hoe andere landen met milieuzorg omgaan en hoe ze dat in de klassen behandelen. In Ierland hebben we het wormenhotel leren kennen. Het was geweldig om te zien hoe de kindjes de wormen op hun handen lieten kruipen. In Slovenië hebben we gezien hoe je bijna alle schoolmateriaal met recyclagemateriaal kunt maken. Ze hebben daar met gebruikte PET-flessen een bord gemaakt om aan te duiden in welke speelhoeken er nog plaats is voor de kindjes. Wil een kleuter in de poppenhoek spe-

len, dan draait hij het schroefdopje met zijn symbooltje op de fles. In Slovenië hebben we dan weer het slakkenhotel en de slakkenrace leren kennen. MOSterd: Hoe betrekken jullie de leerlingen? HVP: Elke school heeft een eigen mascotte met een dagboek en die reist naar alle landen. Onze pop is eerst naar Spanje gegaan en is nu in Ierland. De kindjes zijn super gehecht aan de pop en om traantjes te vermijden, hebben we een dubbelganger, het broertje van de mascotte, die in de school blijft. In het dagboek houden we alle activiteiten i.v.m. Comenius bij. Ook zaken die typisch zijn voor de plaatselijke cultuur worden genoteerd. En natuurlijk zijn

er foto’s van de kinderen. Het is telkens weer een feest om de nieuwe mascotte te verwelkomen en het dagboek in te kijken. Met Kerstmis hebben de kinderen zich verkleed en via Skype kerstliedjes voor elkaar gezongen. Ook al verstaan de kinderen elkaar niet echt, ze vinden het superleuk om te communiceren met kinderen van andere landen. MOSterd: Hoe betrekken jullie de ouders bij het project? HVP: Op de eerste infoavond hebben we de ouders verteld dat we in het Comeniusproject zijn ingestapt. Op een centraal punt hebben we een Comeniusmuur met een kaart van Europa en de deelnemende landen. Al het nieuws over het project houden we hierop bij. Op de website

7


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Comenius

van de school posten we geregeld nieuws. Je kunt het filmpje dat we hebben gemaakt voor het grote startmoment in september bekijken op: https://picasaweb.google. com/104345262453928419418/Comenius#5668499607773799202

Onvergetelijke avonturen

MOSterd: Hoe verloopt de samenwerking met de andere Belgische school? HVP: We zijn met onze kleuters te voet hun moestuin gaan bezoeken. Verder loopt de samenwerking zoals met de andere partners. Alleen is het wel veel gemakkelijker om te overleggen omdat ze zo dichtbij gelegen zijn. MOSterd: Hoe beoordeel je zelf het verloop van het project? HVP: Alleen maar positieve ervaringen tot hiertoe. Het is onwaarschijnlijk leerrijk. Zowel op professioneel als op sociaal vlak. Het is voor ons ook een bevestiging dat we ons kleuteronderwijs hier goed aanpakken. Vanaf volgend schooljaar kunnen we al terug een project indienen. Het is

Disclaimer: Dit project werd gefinancierd met de steun van de Europese Commissie. De verantwoordelijkheid voor deze publicatie (mededeling) ligt uitsluitend bij de auteur; de Commissie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het gebruik van de informatie die erin is vervat.

Onvergetelijke avonturen Building Our Future

8

Het Sint-Paulusinstituut uit Herzele ging samen met 4 andere Europese scholen (uit Duitsland, Engeland, Hongarije en Tsjechië) op zoek naar oplossingen voor milieuproblemen op school. In oktober verscheen een special editie van een copaper: ‘The Sint-Paulus Herzele Environmental Edition’. In deze ‘groene’ krant brengt Sint-Paulus artikels over de MOS-werking van de school maar ook meer achtergrond over de milieu-aspecten in België. De leerlingen uit het buitenland kregen ondermeer informatie aangereikt over Dikketruiendag (Warm Jumper Day), een overzicht van de milieu inspanningen van de school, een artikel over het afvalbeleid en een fotoverslag van de groene week. Tijdens de uitwisseling naar Hongarije stelden de leerlingen van het Sint-Paulusinstituut hun milieuraad voor aan de hand van een fotostrip.

tot hiertoe al zo boeiend geweest dat we dat zeker overwegen. De kleuters kunnen de omringende landen al wat beter situeren en beseffen dat zorg dragen voor het milieu belangrijk is. Ze leren dat men daar ook in andere landen mee bezig is. Een belangrijke tip: zorg ervoor dat het hele schoolteam erachter staat. Je moet samen het project dragen. Er komt toch wel wat extra werk bij kijken en dan is het belangrijk dat je taken kunt verdelen. Op de website www.eposvlaanderen.be kun je vinden welke contactseminaries er gepland zijn. Epos kan je ook helpen bij het invullen van projectformulieren. Interview: Sofie Van hove


mosterd

De deelnemende leerlingen formuleren milieuproblemen waarmee ze de andere leerlingen, leerkrachten, ouders én de betrokken scholen confronteren. Al gauw stelden ze vast dat het problemen zijn die niet gebonden zijn aan de school zelf, maar ook in de deelnemende landen op de voorgrond treden. l België, Herzele: Het afval

komt niet altijd in de vuil- nisemmer terecht l Engeland, Marlborough: Hoe nog meer het openbaar vervoer promoten? l Hongarije, Pècs: Verkeers- problemen in de onmiddel- lijke schoolomgeving l Duitsland, Kassel: Kauwgom

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Comenius

Onvergetelijke avonturen

l Tsjechië, Praag: Zwerfvuil,

ook in het stadspark

Terug in België zitten de Vlaamse leerlingen in Herzele rond de tafel. In de lessen Nederlands en Engels zoeken ze naar mogelijke oplossingen. Na brainstorming, discussies en debatten ontwerpen ze posters met oplossingen. Een leerling-regisseur en begeleidende leerkracht Engels gieten het kauwgomprobleem in een filmpje. Het promotiefilmpje kaart het probleem aan en toont hoe we best de kauwgom bannen op school. Lena Quintyn Sint-Paulusinstituut uit Herzele http://groenebevers1.wordpress.com/

Uit het Comeniusverslag Sint-Paulusinstituut: “Building our future” in year two focused on shared identities leading to a common European identity. Through the shared problems the young people identified (about the environment) they recognised they were ones we all face. Each school presented a challenge to the partnership who then worked on providing innovative solutions.

The Ecocentricity Chase Hoofddoelstelling van het uitwisselingsproject van SintBavohumaniora (Gent) is het langetermijngedrag van leerlingen, leerkrachten en directies van de deelnemende scholen tegenover milieuvraagstukken positief beïnvloeden. Dat lezen we op de gemeenschappelijke blog van de 4 deelnemende scholen (naast Sint-Bavohumaniora ook secundaire scholen uit Duitsland, Engeland en Zweden). Als vergelijkingsmateriaal onderzoekt elke school de ecologische voetafdruk van de betrokken leerlingen. Dezelfde oefening maken ze om de impact van de school op het milieu te berekenen. In een laatste fase van het project brengen leerlingen de attitude ten opzichte van milieu van ieder land in kaart. Om het Comeniusproject tenslotte ook op andere scholen te promoten, maken ze tijdens de lessen ICT en Plastische Opvoeding postkaarten en posters. De postkaarten zullen ze naar andere scholen uit de omgeving sturen om leerlingen aan te sporen hun ecologische voetafdruk

te verlagen. Op de projectwebsite vinden leerkrachten methodieken om in hun lessen de ecologische voetafdruk te bespreken op leerling-, school- en omgevingsniveau. Je kunt ook inspiratie putten uit een aantal workshops die in het kader van het project werden gehouden om de ecologische voetafdruk te verlagen (o.a. maken van tassen en porte-

feuilles uit brik en pimpen van tweedehands sweaters tot handschoenen). Sint-Bavohumaniora is ook ambassadeur van onze MOS-Dikketruiendag. Ze introduceren ‘Warm Jumper Day’ in de Engelse partnerschool. Karel Dhondt - Sint-Bavo Gent https://sites.google.com/site/ ecocentricitychase/

9


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Comenius

Onvergetelijke avonturen

Uit het logboek van de trip naar Engeland (VHSI Sint-Michiels) Dag 2 Faversham – Gravesend, 69 km gefietst gemiddelde snelheid: 15,2 km topsnelheid 46,4 km 843 Kcal verbruikt effectieve fietstijd: 4.16 u.

Europe Goes Green Het Comeniusproject van het Vrij Handels en Sportinstituut uit Sint-Michiels, Brugge in samenwerking met 3 partnerscholen uit Engeland, Italië en Turkije stond in het teken van ecologisch reizen. Via verschillende onderzoeksmethoden stelden de leerlingen hun eigen impact op het milieu in vraag.

10

In een eerste fase van het project berekenden ze de ecologische mobiliteitsvoetafdruk van iedere school. Ze concentreerden zich op de weg van en naar school, de schooluitstappen en de privéreizen van leerlingen en leerkrachten. In de lessen Engels maakten de leerlingen een mobiliteitsenquête die in de lessen informatica werd gedigitaliseerd en vervolgens ingevuld.

De leerlingen vergeleken hun voetafdruk met die van de partnerscholen. Nadien stelden ze toeristische fiets-, trein- en tram-uitstapjes in de omgeving van Brugge of een beetje verder op. Met filmpjes en interviews maakten ze uiteindelijk een online brochure met ecologisch verantwoorde uitstappen vanuit Brugge. Trouw aan het opzet van het project hebben ze alle verplaatsingen zo ecologisch mogelijk uitgevoerd. “Met de ferry en de fiets ging het richting Slough, zo’n 60 km buiten Londen. Voor de uitwisseling in Isparta in Turkije spoorden we drie dagen en nachten dwars door Europa. Daarna met de ferry over de Bosporus om tenslotte de nachtbus vanuit Istanbul richting Isparta te nemen. Op zich al een onvergetelijk avontuur.” Dirk Mahieu Vrij Handels en Sportinstituut Sint-Michiels Brugge http://www.vhsi.be/projecten/ comeniusproject/index.html


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Comenius

Onvergetelijke avonturen

Zorgen voor ons leefmilieu Het HIVSET (Hoger Instituut voor Verpleegkunde St. Elisabeth, Turnhout) is al enkele jaren een sterk gemotiveerde MOS-school. Om de milieuwerking nog meer te integreren in de school en te zorgen voor een breder draagvlak, startte de school in 2010 met een Comeniusproject ‘Zorgen voor ons leefmilieu’. De activiteiten hiervoor vinden plaats in de vakken PAV (bso/ OKAN), tso: GIP, aardrijkskunde, geschiedenis, godsdienst, biologie en Engels. Er is uitwisseling (in het Engels) met het ‘Lanesboro College’ uit Ierland en het ‘Collège Chateaubriand’ uit Frankrijk. Een delegatie van de school bezoekt de partnerscholen en communiceert hier-

Het project betekent voor de school en de leerlingen een zeer positieve ervaring. Het is belangrijk om het project concreet te houden en een draagvlak op school uit te bouwen. Er is meer Europese betrokkenheid in de scholen bij leerkrachten en leerlingen, meer aandacht voor MOS en voor concrete ecologische initiatieven op school. Vooral het bezoek aan Ierland is ons bijgebleven. Daar hebben we dan ook de Dikketruiendag gelanceerd. We kijken uit naar de slotontmoeting die in maart in onze school plaatsvindt.

over naar de hele school. De partnerscholen willen hun kernwaarde van ‘zorg’ valoriseren naar duurzame ontwikkeling door samen te werken, uit te wisselen en te reflecteren met de leerlingen, leerkrachten en al wie betrokken is bij het schoolgebeuren. Hiervoor zoeken de scholen naar een werkbare definitie van ‘het milieu waarin we leven’. Op deze manier worden taaldrempels overwonnen. De leerlingen leren een zorgzame Europese gast te zijn en zorg te dragen voor het leefmilieu op school maar ook daarbuiten. Er wordt gewerkt aan vier deelprojecten op het HIVSET zelf, nl. composteren, vogelkastjes, insectentoren en (op termijn) een ecotuin.

Meer informatie: Greet van Sas of Annemie Lauryssens Mike Stoens en Veerle Moons

p

ho -webs

SMS

en terialen e a m e v e s educati et Vlaam aan alle lgroepen in h e t r ln o e o e v d die doe d je n e n i ll le v a o r e h c o .b ebshop liteit vo en open voor s n mobi w.sms-w e , verOp ww over verkeer e at dus niet all len (SMS). derwijs en n a o o n t r s e h i t c a p c iele S proje ebsho secund ortom iedere me Mob als het ijs. De w onderw et project Slim wel het basis- nstructeurs, k an producten iji zo nh t, k men aa re scholen uit mbtenaren, r e maken heef t a e s e d t i i t n e a a t ili uc matie: Ook s, mob mobiliteitsed eer infor e.be r e M d u o s d keer s- en eerskun verkeer bshop. ts@verk u o b die met via de SMS-we m o n 6, dries.r bestelle 5 44 32 6 1 0 , s t u mbo Dries Ro

11


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Uitwisselingsprojecten en inleefreizen

Ados Ecolos

Uitwisselingsprojecten en inleefreizen Ados Ecolos eTwinning verruimt de horizon Dat een eTwinningproject een uitstekende manier is om een aantal leerplandoelstellingen op een motiverende manier te verwezenlijken, bewijst het verhaal van Ann Vermeiren van het Immaculata Instituut uit Oostmalle. Hoe is het gesteld met het milieubewustzijn van Europese jongeren? Dat wilden de leerlingen van 4 Handel-talen onderzoeken. Ze zochten en vonden een klas in het Schotse Aberdeen die graag wilde meewerken aan het eTwinningproject “Ados Ecolos” (Ecologische jongeren).

12

School

Immaculata Instituut

Gemeente

Oostmalle

Onderwijs

secundair

Leerkracht

Ann Vermeiren

Leeftijdsgroep leerlingen

15 - 16

Vakken

Frans - wiskunde - informatica

Projecttaal

Frans (vreemde taal)

Projectpartner

Portlethen Academy, Aberdeen, Schotland

Thema

Duurzame ontwikkeling

In het Immaculata Instituut hadden de leerlingen van het vierde jaar al enkele jaren een milieudag. Die dag werd door iedereen ervaren als zinvol. Maar eigenlijk was er te weinig voorbereiding en ook achteraf werd weinig gedaan met de ideeën van die dag. ‘Ados Ecolos’ heeft ertoe bijgedragen dat het thema “duurzame ontwikkeling” als een rode draad doorheen het schooljaar loopt. Daarnaast ontdekten de leerlingen dat “duurzame ontwikkeling” niet iets is dat zich ver van hun leefwereld afspeelt. Het kan immers gaan om kleine dagelijkse dingen en ook leeftijdsgenoten uit andere Europese landen houden zich daarmee bezig. Voor een leerkracht Frans is zo’n eTwinningproject bovendien een mooie manier om de leerlingen op een heel authentieke wijze verschillende taalvaardigheden te laten oefenen.

“Omgeving en duurzame ontwikkeling” Het project sensibiliseert jongeren en zet hen aan elke dag opnieuw zorgzaam om te gaan met het milieu. We zijn niet vertrokken vanuit de theorie, maar vanuit de praktijk. Met het project hebben we op een andere manier gewerkt aan de vakoverschrijdende eindtermen dan alleen maar met de traditionele projectdag. We passen verschillende werkvormen toe en zo gaan de leerlingen op zoek naar een eigen invulling van het begrip “duurzame ontwikkeling”. Ze delen hun ervaringen en wisselen goede praktijkvoorbeelden uit via filmpjes en presentaties. Zo kunnen ze goede gewoonten van elkaar overnemen. Met behulp van een zelfgemaakte enquête krijgen ze een kijk op hoe ecologisch Belgische en Schotse jongeren wel zijn.

Doelstellingen: de leerlingen krijgen de kans om: l te reflecteren over het be-

lang van duurzame ont wikkeling l hun kennis van het Frans aan de praktijk te toetsen l Frans te gebruiken als communicatiemiddel tussen leeftijdsgenoten l op een authentieke ma- nier verschillende taal- vaardigheden te oefenen l kennis te maken met de cultuur van een ander land en ervaringen uit te wisselen l verschillende ICT-tools te leren gebruiken


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Uitwisselingsprojecten en inleefreizen

Ados Ecolos

Integratie in het lesprogramma Frans: Alle communicatieve vaardigheden komen dankzij het project op een natuurlijke en authentieke manier aan bod in de verschillende projectactiviteiten. Bijvoorbeeld: luisteren en kijken naar de presentatiefilms, lezen van en reageren op de berichten op het forum en in de mailbox, mondeling voorstellen van de enquêteresultaten aan de partnerschool, oefening en uitbreiding van woordenschat. Wiskunde: De resultaten van de online enquête verwerken is een praktische toepassing van het onderdeel statistiek. ICT en creatief gebruik van moderne communicatiemiddelen: l Skype: voor de samenwerking tussen de leerkrachten l Google docs: voor het maken van de online enquête l bubbl.us: voor het maken van de ‘mindmaps’ l PowerPoint: voor presentaties l www.wordle.net: voor het logo l www.vsee.com: videoconfe- rentie: je kunt zowel de deel- nemers als de PowerPointpre- sentaties tegelijk zien l Windows Movie Maker: voor presentaties en filmpjes l Twinspace: delen van werken, maar ook voor communica tie via mailbox en forum

Verloop l oktober 2010 : planning en re-

gistratie van het project tijdens PDW (Professional Development Workshop) in Chantilly. l november 2010 : kennisma- king : voorstelling leerlingen, school, regio. l december 2010 : mindmaps ‘duurzame ontwikkeling’. l januari 2011: kortfilm ‘Le trop petit prince’. In beide klassen bekeken we de kortfilm die op een ludie ke manier het centrale thema van ons project behandelt. Samen maakten we hypothe ses over het einde van de film en discussieerden we over de betekenis van duurzame ontwikkeling voor ons. l maart/april 2011 : opstellen, beantwoorden en verwerken van online enquête: nadat de leerlingen genoeg basis kennis verworven hadden over duurzame ontwikkeling, hebben ze een online enquête opgesteld over het milieube- wustzijn van hun leeftijdsge noten. De enquête werd inge- vuld door een aantal klassen in onze school en door een aantal klassen in onze part nerschool in Schotland. l mei 2011 : voorstelling van de resultaten: elke leerling verwerkte de resultaten van zijn vragen tijdens de lessen wiskunde en maakte de resul taten ook visueel aantrekke- lijk met een mooie grafiek. Tijdens de lessen tekstver- werking brachten de leerlin- gen alles samen in een knap- pe PowerPointpresentatie. Tot slot gaven ze voor elke vraag nog wat extra informa- tie over hoe je meer milieube- wust kunt zijn in het dage- lijkse leven.

Le trop petit prince Een klein jongetje is de hele dag in de weer om een lelijke vuile vlek op de zon weg te schrobben. Maar hij kan er niet goed bij en de zon, ja die gaat ook altijd maar hoger staan. Gelukkig zakt ze later op de dag weer naar beneden en kan de poetsbeurt toch nog afgewerkt worden, maar dan…

Les résultats du sondage Pour apporter tes tartines à l’école, c’est mieux de prendre une boîte à tartine et pas le papier aluminium. Pour produire du papier aluminium il faut avoir beaucoup d’ énergie et c’est polluant pour l’air et pour l’eau. C’est donc très mauvais pour l’environnement. En Belgique, la moitié des élèves prend du papier aluminium à l’école. Pourtant le papier aluminium est interdit dans notre école. En Ecosse 13 élèves prennent du papier aluminium à l’école. Ce n’est pas bon pour l’environnement. Je propose d’acheter une boîte à tartines. C’est mieux pour l’environnement et vous pouvez utiliser la boîte plusieurs fois. Ines

13


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Uitwisselingsprojecten en inleefreizen

Ados Ecolos

Sterk gemotiveerd De leerlingen hebben leren samenwerken en communiceren met leerlingen uit een ander Europees land in een vreemde taal. Alle vaardigheden kwamen aan bod en werden geoefend op een authentieke manier. De leerlingen waren bovendien zeer gemotiveerd omdat hun werk werd getoond aan de partnerschool. Naast hun vooruitgang in communicatieve vaardigheden, groeide ook het bewustzijn van het

belang van duurzame ontwikkeling, maar dan wel op een zeer concrete manier die aansluit bij hun dagelijks leven. De resultaten van de enquête toonden op eenvoudige wijze welke goede

praktijkvoorbeelden i.v.m. duurzame ontwikkeling er in Schotland en België al zijn, maar ook waar nog aan kan worden gewerkt.

“Peer learning” TwinSpace (www.etwinning.be en www.etwinning.net) De TwinSpace is een virtueel ‘klaslokaal’ waar eTwinning-partnerschappen hun projecten kunnen uitvoeren. Kenmerken:

Meertalig: de interface is in de 22 talen vertaald die in de landen die voor eTwinning in aanmerking komen worden gesproken. Veilig: de toegang tot de TwinSpace is beschermd door een wachtwoord en alleen toegankelijk voor mensen die door de projectbeheerders - meestal de leerkrachten die het partnerschap zijn aangegaan - zijn uitgenodigd. Dat betekent dat je leerlingen in een veilige omgeving kunnen werken zonder het risico dat ze in aanraking kunnen komen met onbekende mensen of schadelijke informatie. Gebruiksvriendelijk: de TwinSpace is gericht op gebruikers die geen computerdeskundigen zijn. Het is een ongecompliceerd middel voor iedereen met basisvaardigheden op de computer. Projectgeoriënteerd: de TwinSpace is op maat gemaakt om alle plannings-, communicatie- en publiceerfuncties te bieden die nodig zijn om een goed samenwerkingsproject te leiden

14

eTwinning stimuleert je om op zoek te gaan naar andere werkvormen om tijdens de lessen te gebruiken. Ik heb ook geleerd dat je via een eTwinningproject een aantal belangrijke leerplandoelstellingen kunt verwezenlijken. Ik heb het project goed kunnen integreren in de les, het kwam er dus echt niet bovenop. Voor mij persoonlijk was het een uitdaging om mijn ICT-grenzen te verleggen. Ik vond het fijn om te zien dat leerlingen enthousiast reageerden op de contacten met leef-

tijdsgenoten uit een ander land. Die contacten motiveerden hen om extra hun best te doen voor de opdrachten. Tijdens de groepswerken is het me opgevallen dat ze ook veel van elkaar hebben geleerd op het gebied van ICT. “Peer learning” is echt niet alleen maar theorie! Het project ‘Ados Ecolos’ is ontstaan op de PDW in Chantilly. Tijdens de PDW kreeg ik de kans om een projectpartner te vinden en om dan samen het project te plannen. Ikzelf leerde er ook beter werken met Twinspace.


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Uitwisselingsprojecten en inleefreizen

Verrijking Draagvlak Het was ook fijn om te ervaren dat de collega’s van Wiskunde en Informatica, die niet van in het begin bij het project waren betrokken, toch onmiddellijk hun medewerking hebben toegezegd om de enquête succesvol te verwerken. Voor technische tips kan ik altijd terecht bij de andere collega’s op school die ook een eTwinningproject hebben. Daarnaast kunnen we rekenen op de directie die een beleid voert dat eTwinning ondersteunt. Les résultats du sondage La plupart des jeunes en Ecosse va à vélo ou à pied à l’école. Un bus est meilleur pour l’environnement que la voiture parce qu’une voiture pollue plus. Rouler à vélo est un plaisir et c’est bon pour la santé. Des petits déplacements devraient certainement être faits à vélo ou à pied. Il y a beaucoup de gens qui prennent le vélo pour aller à l’école, mais je pense que ce nombre peut toujours être augmenté. Je pense que je dois plus prendre le vélo parce que notre environnement est très précieux. Sofie

Klassen die niet rechtstreeks betrokken waren bij het project hebben ook de enquête ingevuld. Op die manier kregen zij belangstelling voor duurzame ontwikkeling en maakten zij kennis met eTwinning. Hopelijk breidt de eTwinningwerking in de school verder uit door die kennismaking. Omdat de vakantie- en examenperiodes van de projectpartners sterk kunnen verschillen, is het belangrijk dat je goede afspraken maakt over het tijdsgebruik. Je moet op regelmatige basis kunnen overleggen met je projectpartner. Uiteraard moet je ervoor zorgen dat je project je leerplandoelstellingen helpt te verwezenlijken, zodat het geen extra werk betekent. eTwinning betekent een echte verruiming van de Europese horizon, zowel voor de leerlingen als voor de leerkrachten en de school. Dit schooljaar lopen er in onze school drie eTwinningprojecten i.v.m. duurzame ontwikkeling. De partnerlanden zijn Oostenrijk, Zweden, Frankrijk en Duitsland. Het zou fijn zijn als we in de toekomst elke klas van het vierde jaar een eigen project kunnen geven, omdat het een goede voorbereiding

Ados Ecolos

Les résultats du sondage En Belgique, la plupart des élèves prend le bus à l’école. Il vaut mieux aller à l’école en bus parce que dans un bus plus de gens peuvent aller ensemble que dans une voiture. Un bus est meilleur pour l’environnement que plusieurs voitures. L’émission de co2 est bien sûr moins que l’émission de co2 de plusieurs voitures dans le trafic. Les meilleures manières pour aller à l’école sont aller à pied et à vélo parce qu’il n’y a pas d’émission de co2. Jilly is op de ‘Milieudag’ die we in onze school organiseren voor de vierdejaars in het kader van de vakoverschrijdende eindtermen ‘Omgeving en duurzame ontwikkeling’. De nieuwe inzichten en ideeën die de leerlingen op die dag verkrijgen, kunnen dan weer worden gebruikt in opdrachten voor het project. Ann Vermeiren, Immaculata Instituut, Oostmalle, ann.vermeiren@immalle.be

15


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Uitwisselingsprojecten en inleefreizen

Flat Stanley reist de wereld rond

Flat Stanley reist de wereld rond MOSterd sprak met Kristof De Waeghemaeker, directeur van Basisschool de Regenboog in Wondelgem, Gent. Het Flat Stanley Project – een uitwisselingsproject per post of e-mail tussen lagere scholen – start in 1995 vanuit Ontario, Canada. Het project baseert zich op de gelijknamige jeugdboekenreeks van de auteur Jef Brown. Wereldwijd komen meer dan 6000 scholen uit meer dan 40 landen met elkaar in contact. Het enthousiasme waarmee de directeur ons tijdens een schoolbezoek over Flat Stanley vertelde, was ons bijgebleven. (De Regenboog verdiende vorig jaar met vlag en wimpel – pun intended - de Groene Vlag) Voor dit themanummer over ‘internationale samenwerking en MOS’ trekken we dus opnieuw richting Wondelgem . Onze eerste vraag aan Kristof: ‘Hoe heb je het project leren kennen?’

Leerlingen smelten voor een klein plat ventje

16

Een 10-tal jaar geleden, ik was toen nog leerkracht in het 6de leerjaar hier op school, kom ik heel toevallig via mijn broer in contact met Flat Stanley. Een pennenvriendin uit Texas stuurt hem een Stanley op. Ik neem die Stanley mee naar mijn klas om de kinderen in Texas te tonen hoe het er in onze school aan toegaat. De kinderen uit mijn eigen klas reageren meteen superenthousiast. Die geestdrift komt vooral voort uit het idee dat een heel klein plat mannetje van de andere kant van de wereld komt, speciaal om hen te leren kennen. Je moet je voorstellen: een zesde leerjaar, allemaal stoere jongens en meisjes, die helemaal smel-

ten voor dat kleine platte ventje. Ik ben me meteen verder gaan informeren en zo rollen we in het project. In het begin werken we alleen binnen onze eigen school. We maken Stanleys in de klas en geven ze mee met kinderen die op reis gaan (of met hun familieleden of vrienden). Zo brengt Stanley verslag uit vanuit o.a. Duitsland en Frankrijk. Een Stanley vaart ook mee op een missie met de Godetia, het Belgische Marineschip, zover als Kaap de Goede Hoop. De personen die Stanley meenemen, maken foto’s (met Stanley erop natuurlijk) en brengen verslag uit over hun reizen. Stanley brengt ook dikwijls souvenirs mee. Op die manier maken we in de klas kennis met heel wat landen. Na een 3-tal jaar stappen we effectief in het eigenlijke schooluitwisselingsproject.

Stanley Lambchop is een jongen die zo plat is als een dubbeltje nadat hij in zijn slaap werd geplet door een prikbord dat van de muur viel. Dat klinkt pijnlijk, maar volgens Stanley kriebelde het alleen een beetje. Bovendien heeft plat zijn ook voordelen. Hij kan zo onder de deur glijden en wanneer hij ergens wordt uitgenodigd, sturen zijn ouders hem gewoon op in een enveloppe (met wat boterhammen erbij).


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Uitwisselingsprojecten en inleefreizen

Flat Stanley reist de wereld rond

Groot nieuws als Stanley terugkomt

Stanley doet eigenlijk alles wat de kinderen in de klas doen. Hij gaat mee op uitstap, gaat de buurt verkennen en blijft meestal logeren bij een kindje thuis. Zo ging ‘Little Stanley’ ooit op bezoek in een bedrijf in de Verenigde Staten waar je niet zomaar binnen en buiten loopt. Zonder badge kom je er niet in. Wij werken met het project in de derde graad. Soms in het vijfde, maar vooral in het zesde leerjaar, omdat het project daar het best past binnen het leerplan Wereldoriëntatie. Het vijfde leerjaar kijkt naar Europa, het zesde naar de wereld. Samen met de kinderen kiezen we een klas of een school in een land dat ons aanspreekt. Vervolgens nemen we via de site van het pro-

ject contact op met die school met de vraag of ze zin hebben in een uitwisseling. Komt er een positief antwoord, dan gaat het project echt van start en stoppen we Stanley in een envelop, samen met een informatiebrochure die de kinderen in het begin van het schooljaar maken over onze school, over Wondelgem en Gent. Met foto’s van de klas, de school, de omgeving enz. De kinderen ginder ontvangen die informatie en werken ermee in de klas. Voor ons is het intussen met spanning afwachten op zijn terugkeer. Meestal komt een Stanley terug na zo’n maand of twee, drie. Met een envelop vol materiaal. We bespreken alles in de klas. Stanley kun je natuurlijk ook uitwisselen via e-mail en sinds kort ook via de IPad. Wij opteren heel bewust voor de uitwisseling per post. Het is heel ple-

zant voor de kinderen dat ze iets tastbaar in handen krijgen. Het enige nadeel is dat er op deze manier wel eens Stanleys verloren lopen. Van de 20 Stanleys komen er gemiddeld 12 à 13 terug. Het is dan ook telkens groot nieuws als er een Stanley terug thuiskomt. In de loop van de jaren stuurden we Stanleys uit naar verschillende landen uit alle werelddelen.

Persoonlijke betrokkenheid De grote kracht achter het project is dat kinderen bijna ‘life’ contact hebben met de hele wereld en zo dingen kunnen ontdekken. Het uitzonderlijke verhaal maakt dat de kinderen meteen mee zijn met het concept. Omdat we met de hele klas aan het project werken, maar elk kind afzonderlijk zijn of haar

Stanley opstuurt, bereiken we niet alleen veel meer scholen maar krijgen we ook een zéér grote persoonlijke betrokkenheid van de leerlingen. Eigenlijk gaan ze voor een stuk zelf op reis. Het is immers hun Stanley die we de wereld insturen. De kinderen leven echt mee met het figuurtje. Als Stanley terugkomt, is de envelop ook altijd geadresseerd aan de betrokken leerling. Vroeger gebruikten we soms het standaardfiguurtje van het project maar nu maakt iedere leerling een eigen poppetje. Voor de school en de leerkracht is dit project zeer toegankelijk. De instapdrempel is zeer laag.

Je hoeft geen vuistdik dossier te maken vooraleer je van start kunt gaan. Wat niet wil zeggen dat het project vrijblijvend is. Je gaat een engagement aan en je wilt de kinderen uit het buitenland en je eigen klas niet teleurstellen natuurlijk. Maar een papierberg is het dus zeker niet. En dat alles voor de prijs van een postzegel!

17


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Uitwisselingsprojecten en inleefreizen

De schoolmuren slopen

Stanley en het milieu Met Stanley kun je allerlei onderwerpen aanraken, maar het milieu en het interculturele komen vrijwel altijd aan bod. Sowieso kijken kinderen naar hun eigen leefomgeving. Soms biedt de milieu-invalshoek zich aan door de informatie die we ontvangen. Zo bracht een Stanley ons een uitgebreid relaas over een orkaan die de streek van een partnerschool trof. Dat gegeven grijpen we dan aan om met de kinderen over milieurampen te praten. Of Stanley heeft een katoenveld bezocht. Hier pikken

we op in om over productieprocessen te praten. Met een (eco)school in Palasinan (Filippijnen) hebben we een iets diepere samenwerking. Hier gebeurt de samenwerking specifiek in functie van onze MOS-werking. Leerlingen corresponderen met elkaar en leren zo hoe de mensen in andere landen met milieuzorg omgaan. De verslagjes en foto’s die wij opsturen gaan over onze MOSthema’s. We wisselen informatie uit over onze werking, over onze milieuproblemen en hoe

we die proberen op te lossen. Je merkt het, of je nu breed wilt gaan of heel specifiek aandacht wilt besteden aan een bepaald thema: met Flat Stanley kun je alle kanten op. Dit fantastische project is een absolute aanrader voor alle (MOS-)scholen. Website Basisschool De Regenboog Wondelgem: http:// users.telenet.be/de_regenboog/ Website van het project http://www.flatstanley.com/ Interview: Wouter de Tandt en Mike Stoens

De schoolmuren slopen Een duurzaam beleid in Humaniora Kindsheid Jesu, Hasselt

Wereldteam HKJ Wie?

Aangezien de provincie Limburg voluit gaat voor klimaatneutraliteit, zetten we in de lessen aardrijkskunde van de 2de graad thema’s als de waterproblematiek in het MiddenOosten en de ontbossing van het Amazonewoud extra in de verf. We leggen ook de link naar de klimaatopwarming. In de 3de graad bekijken we de klimaatopwarming vanuit de gegevens die het IPPC1 ons voorlegt. Ook het standpunt van klimaatcritici komt aan bod.

18 1

Intergovernmental Panel on Climate Change

Een groep enthousiaste leerlingen en leerkrachten die de school bewust wil maken van de Noord-Zuidproblematiek en van de nood aan eerlijke en duurzame handel en voedsel, enzovoort… om uiteindelijk échte wereldburgers van de leerlingen te maken. Grondgedachte? Bouwen aan een respectvolle, duurzame, eerlijke en rechtvaardige wereld.


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Uitwisselingsprojecten en inleefreizen

De schoolmuren slopen

Noord-Zuid en Millenniumdoelen Het Wereldteam bestaat uit een veertigtal vrijwilligers (een tiental leerkrachten en een dertigtal leerlingen) en vergadert regelmatig tijdens de middagpauze met een eerlijk sapje erbij. Het wereldteam organiseert verschillende Noord-Zuidactiviteiten en in samenwerking met een aantal seminariegroepen van de Humane Wetenschappen en Wetenschappen ook activiteiten met betrekking tot eerlijke handel, duurzame voeding en milieu. Sinds de start in het schooljaar 2004-2005 van de “Ik ben Verkocht”-campagne, zitten we met ons Wereldteam geregeld rond de tafel om na te denken over hoe we op school leerlingen en leerkrachten actiever kunnen betrekken bij acties i.v.m. eerlijke handel en duurzamer consumeren en produceren. Zo kunnen we ons steentje bijdragen aan een propere, rechtvaardige en duurzame wereld. Hierbij laten we ons graag inspireren door materiaal van buiten de school, nl. van 11.11.11, Vredeseilanden, Kleur Bekennen, MOS, Broederlijk Delen, Oxfam Wereldwinkels, Globelink(KRAS) en Voedselteams. De rode draad door onze werking zijn de uitgeschreven millenniumdoelen.

wereldteam 2011-2012

19

Weer een auto minder In de aanloop naar de 11.11.11campagne besloten we om mee te doen met de nationale fietscampagne waarbij we de fietsplaatjes uitdeelden aan leerlingen en leerkrachten

die ook een klimaatakkoord wilden ondertekenen. Met de slogan “Weer een auto minder” verkleint onze ecologische voetafdruk en vermindert de CO2- uitstoot gevoelig.


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Uitwisselingsprojecten en inleefreizen

Voedselteam Omdat ontwikkelingssamenwerking in onze geglobaliseerde wereld een grote noodzaak blijft, zetten we ons verder in voor Vredeseilanden. Vredeseilandenprojecten kunnen echt het verschil maken voor de kleine boeren in Zuid en Noord. Daar krijgen we ieder jaar meer dan goede bewijzen van. Dit is bovendien het 3de jaar dat ons Voedselteam, een initiatief van Vredeseilanden, actief is. Leerkrachten vinden bij het verlaten van de school op donderdag hun kist met lokale biogroenten en fruit.

Biotuintjes We vroegen aandacht voor de klimaatslachtoffers in Peru, het land waar we vorig schooljaar op inleefreis gingen en waar we met onze eigen ogen de afsmelting van de gletsjers hebben kunnen zien. We legden biotuintjes aan in een krottenbuurt van Lima en hebben aan den lijve ondervonden hoe kostbaar water is in een woestijnmilieu. In de droge periode kunnen kleine vierkante-meter-tuintjes en piramide- en flessentuintjes een uitkomst bieden. We leerden de

20

lokale jongeren die duurzame technieken aan. Hopelijk met duurzaam resultaat? In de overgangsperiode naar onze volgende inleefreis in april 2013 onderhouden we het contact met de buurt. We ontwikkelen nu educatieve spelletjes i.v.m. groenten en fruit, eenvoudige kooklesjes, creatieve workshops die met de kinderen van de buurt kunnen worden gespeeld.

Aanleggen van biotuintjes in de wijk El Para誰so in Lima, Peru

De schoolmuren slopen


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Uitwisselingsprojecten en inleefreizen

De schoolmuren slopen

Consuminderen En dan blijft er onze wekelijkse Wereldwinkel, die onze leerlingen van de hogere graad samen met enkele leerkrachten draaiende houden. Naast wereldwinkelproducten zijn er ook Hasseltse bio-appels of al eens koekjes van het Voedselteam te koop. Ondanks het succes houden we het toch op één verkoopsmiddag. Leerlingen moeten ook de boodschap krijgen dat we moeten consuminderen, willen we als school bijdragen aan een meer duurzame samenleving.

Klimaatcasino

Verankering

Dit schooljaar spelen de leerlingen van de derde graad Wetenschappen met andere klassen het Klimaatcasino van de provincie Limburg. In de voorbereiding leerden ze de eigen voedselvoetafdruk bevragen en het verbruik van hun elektrische toestellen meten. Ze bedachten een experiment om zure regen aan te tonen. Ze produceerden in een spelvorm een duurzame jeans of leerden een duurzaam festival organiseren. Om nog meer achtergrond te krijgen, discussiëren we verder bij een aantal filmfragmenten die de overconsumptie van grondstoffen in beeld brengen en inzoomen op de uitwassen van de voedingsindustrie. Op dit moment bereiden de leerlingen een duurzame reclamecampagne voor het casino voor.

Sommige initiatieven ontgroeien het “actiestadium” en worden jaarlijks herhaald. Enkele voorbeelden. We wandelen naar de bioscoop voor ons jaarlijkse film. Zo moeten er geen bussen rijden, vermindert onze CO2 – uitstoot en maken de leerlingen een sportieve wandeling. Snoep van de Sint hebben we ingeruild voor een speculaas van De Wroeter (een zorgboerderij uit Kortessem) en het Wereldteam zorgt voor de duiding en de verdeling ervan. Het fruitsap uit de automaten is vervangen door eerlijk fruitsap van de Wereldwinkel en op recepties schenken we eerlijke wijn. En er is de jaarlijkse “Dikketruiendag”.

Seminariegroepen Voor leerlingen van de derde graad Wetenschappen en Humane Wetenschappen vullen we de uren Vrije Ruimte vakoverschrijdend in. Per leerjaar en studierichting werken de leerlingen in kleine groepjes vier tot vijf thema’s uit. Die seminariegroepen verdiepen zich in het thema: ze zoeken informatie op, nemen interviews af, leggen contacten met externe organisaties en bedrijven en

nemen deel aan activiteiten. Daarna geven ze met een interactieve voorstelling de informatie door aan de rest van de klas. De derde graad Wetenschappen verdiept zich in milieuthema’s zoals: kernenergie en de gevolgen voor de maatschappij, alternatieve energiebronnen, eigen energieverbruik, uitputting van grondstoffen, ontbossing, afval, bodemerosie en water- en luchtvervuiling.

21


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Uitwisselingsprojecten en inleefreizen

De schoolmuren slopen

Debatten en werkgroepen In het derde trimester organiseren de wetenschappelijke seminariegroepen twee debatten, een gemeenteraadsdebat en een internationaal klimaatdebat. Het seminarie Humane Wetenschappen, in de Vrije Ruimte van de derde graad, staat in het teken van de geglobaliseerde wereld met al zijn gunstige maar ook kwalijke gevolgen. Vooraf brengen de leerlingen een bezoek aan het inleefatelier Mondiapolis van Oxfam Solidariteit. Daarna kiezen ze de deelthema’s via een brainstorm. Zo zijn er

verschillende seminariegroepjes ontstaan die aandacht hebben voor ”voedsel van boeren van bij ons” en “eerlijke handel”. Zij hebben dit jaar het Voedselteam van de school bij de ouders bekend gemaakt. Het werkgroepje ‘Internationale economie en politiek’ vestigt de aandacht op bepaalde wantoestanden achter de bekende merknamen. Een groepje leerlingen trekt zich het lot van vluchtelingen in Vlaanderen aan. Nog een ander ploegje wil armoede in kaart brengen.

Gemeenteraadsdebat: Kiezen voor de meest duurzame oplossing voor de toekomstige energievoorziening van de gemeente. Klimaatdebat: Over verschillende milieuthema’s zoals broeikaseffect, bodemerosie en watervervuiling. Elke deelnemer krijgt in het debat een rol toegewezen en moet die rol grondig voorbereiden aan de hand van een aantal kernvragen en verdedigen vanuit zijn of haar standpunt. Bijvoorbeeld (voor het klimaatdebat): “Wat is het belangrijkste probleem? Hoe kan de aarde gered worden? Wie moet dat betalen?” Verschillende rollen in het debat: de Peruviaanse regering, vertegenwoordigers van MNO’s, Greenpeace, wetenschappers, economen…

Klereninzamelactie voor asielcentrum van 6 Humane Wetenschappen

Waarom zouden we?

22

We beseffen dat een duurzaam beleid voeren op onze school echt nodig is. We willen onze schoolmuren slopen. We houden oren en ogen open en proberen de actuele maatschappelijke problemen ook binnen onze schoolmuren bespreekbaar te maken en onze eigen oplossingen aan te dragen. Dat willen we toch graag proberen … Bovendien krijgen we via de uren van het project “Vrije Ruimte” ook tijd en ruimte om verschillende aspecten van duurzame ontwikkeling ter sprake te brengen en the-

ma’s onder de loep te nemen die bovendien ook aansluiten bij de studierichting die de leerlingen kozen. Als we die thema’s belangrijk vinden, dan moeten ze ook lestijd krijgen. Door de samenwerking tussen het Wereldteam en de seminariegroepen, de betrokkenheid van de hele school bij de Noord-Zuidacties, de fairtrade en duurzame consumptie acties en milieuacties, komen alle thema’s m.b.t. duurzame ontwikkeling op verschillende manieren aan bod en zijn ze geïntegreerd in een duurzaam be-

leid van heel de school. Wij kunnen zelf het verschil maken door resoluut onszelf te bevragen en uit te kijken hoe het nog duurzamer kan, door te kiezen voor korte-keten-bioproducten, eerlijke handel, zoveel mogelijk met de bus of de fiets naar school komen, energiezuinig te leven thuis en op school, enzovoort. Katelijne Cartuyvels, leerkracht aardrijkskunde, begeleider Wereldteam www.kjhasselt.be/humaniora/ activiteiten/wereldteam, http://inleefreisperu.blogspot.com/


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Uitwisselingsprojecten en inleefreizen

Met maats in Begie kommunikeer

MET MAATS IN BELGIE KOMMUNIkEER Laerskool Witpoort uit Pretoria (Zuid-Afrika) correspondeert met het Atheneum Klein-Brabant uit België. Witpoort is een van de 40 scholen die zich engageerden in het ZuidAfrikaanse project ‘Sustainable living in South-African schools’, een samenwerkingsproject van de Vlaamse overheid, de VUB en de South-West University. Een uitwisseling opstarten met een school aan het andere einde van de wereld is niet gemakkelijk. Neem bijvoorbeeld de verdeling van het schooljaar: bij ons van september tot juli en in Zuid-Afrika van januari tot november. Je moet dus minimum twee schooljaren uittrekken om een duurzaam contact te behouden. Hoe je aan zo’n project begint en hoe je het volhoudt, vroeg MOSterd aan Hedwig Wuyts (Atheneum Klein-Brabant) en Corlia Eksteen (Witpoort). Een dubbelinterview. MOSterd: Wat verwachten de leerkrachten en leerlingen van zo’n uitwisselingsproject? Hedwig: We verruimen graag onze horizonten. We hebben op twee jaar tijd al heel wat gerealiseerd in ons MOS-project en staan open voor nog meer nieuwe ideeën. Wie weet leren we die wel van onze Zuid-Afrikaanse vrienden. We willen graag regelmatig communiceren, maar hebben er dikwijls de tijd niet

voor. We zien er ook voordelen in voor de taalvaardigheid van onze leerlingen. Misschien kunnen we binnenkort Skype gebruiken? Corlia: In Suid-Afrika is die verwagting dat leerders met maats in Belgie kommunikeer oor hoe hul herwinning doen, en sommer net lekker gesels oor hulle land en ervarings. MOSterd: Hoe hebben jullie elkaar leren kennen? Corlia: Ons het die skool leer ken deur herwinningsprojek by ons skool. (red.: Corlia verwijst naar het hogergenoemde samenwerkingsproject) Hedwig: We reageerden op de vraag van MOS om partner te zijn van een Zuid-Afrikaanse school. MOSterd: Op welke wijze hebben jullie al contact gehad? Hedwig: Bijna een jaar geleden hebben onze leerlingen voor het eerst brieven geschreven naar Laerskool Witpoort in ZuidAfrika. Corlia: Ons het briewe van die skool ontvang en briewe van ons kinders saamgestuur. Ons Graad 7 leerders van 12 jaar oud is betrokke. Kontak is nie gereeld nie. Ons skool het besluit om die projek te begin om meer uit te vind hoe ander skole herwinning doen. Ons kinders van Graad 7 verlaat elke einde van die jaar die skool

om na ander skole te gaan vir Hoërskool opleiding. Dus moet die Graad 6 leerders ook elke keer betrek word. Daar is dus nie aaneelopende kontak tussen dieselfde groep nie, maar wissel elke jaar, wat dit moeilik maak. Hedwig: De leerlingen beschrijven in hun brieven alles wat met onze school en MOS te maken heeft, wat we zoal doen voor MOS. We hebben onze ZuidAfrikaanse partnerschool een dvd gegeven met daarop foto’s en filmpjes van onze MOS-activiteiten. Wij kregen van hen enkele maanden later een héél mooi pakketje terug, met 18 brieven, inheemse zaden en een dvd met foto’s. We hebben een leuk idee voor onze MOS-tuin gezien op de foto’s van de Laerskool Witpoort, namelijk een groentetuintje in de vorm van een cirkel. De cirkel is verdeeld in vier, zes of acht segmenten. Dat oogt heel mooi en wordt in Zuid-Afrika gebruikt om rekenwerk met breuken aan te leren, een goed idee, vinden we! Voor onze ren-je-MOS-quiz op de Dikketruiendag hebben we alvast een leuke vraag gehaald uit de brieven van onze Zuid-Afrikaanse vrienden: een composthoop noemen zij een “aardwormboerderij”, prachtig woord, vinden we allemaal. MOSterd: Geef eens wat raad aan

23


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

scholen die ook met een buitenlandse school een of ander project willen beginnen? Hedwig: Gewoon DOEN! We kunnen veel van elkaar leren. Com-

Uitwisselingsprojecten en inleefreizen

Over het muurtje kijken

municatie met zo’n verre partner begin kommunikeer. Hul moet blijft een heikel punt. Geduld heb- weet wie om te kontak om deel te ben en langzaam de relatie opbou- word van die projek. wen, is het meest doeltreffend. Interview: Paul Renders Corlia: Maak kontak met skole en

Over het muurtje kijken Scholenbanden, een project van VVOB Basisschool Goede Lucht, Anderlecht, heeft een band met Openbare School Clevia in Suriname. De school start met het uitwisselingsproject in 2008. Het begint heel klein: de leerlingen zoeken zelf op waar Suriname ligt en welke taal er wordt gesproken. Voor Brusselse leerlingen is Nederlands gebruiken in buitenschoolse contexten immers heel belangrijk. De kinderen schrijven brieven naar elkaar en de leerkrachten proberen om toch zeker maandelijks contact met elkaar te hebben, zodat er een band ontstaat. Samen met de Surinaamse leerkrachten stellen ze het actieplan op. Beide scholen proberen er zoveel mogelijk over te waken dat wat in België gebeurt ook in Suriname aan bod komt en omgekeerd. Het MOSproject is een dankbaar gegeven om interessante onderwerpen aan bod te laten komen. De thema’s energie, afvalpreventie en water hebben hun weg naar het zuiden al gevonden. De ‘Walk for Water’ in 2011 stond

24

in het teken van Suriname en de school heeft een postpakket met tekeningen van de kleuters, waterproefjes en informatie over ‘the walk’ doorgestuurd. De groentetuin en de kippenren op school kwamen in volgende uitwisselingsmomenten aan bod. Ook de kleuters werken mee: Nijntje (Dick Bruna) bestaat ook in een zuiderse vorm en ‘Nina’ heeft nu ook haar plaats gevonden in de Brusselse kleuterklas. Over de laatste actie i.v.m. ‘eten en drinken’ vind je tal van foto’s op de website van Scholenbanden. Het initiatief komt van een lerares die zelf, voor haar stage, drie maanden in Ghana doorbracht. Het virus om over het muurtje te kijken, is ze nooit meer kwijtgeraakt. Het is belangrijk dat de leerkrachten een kerngroep vormen om het project op de sporen te houden, want projecten met het zuiden vereisen een grote dosis geduld en creativiteit. Op www.scholenbanden.be/?q=nl/ node/1290 kun je het uitwisselingsproject volgen. Paul Renders

In de inkomhal kunnen kinderen en ouders het reilen en zeilen van het Surinameproject volgen. De schild-pad en kinderhandjes werden door de Surinaamse kinderen naar hun partner in Anderlecht gestuurd.

VVOB (Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en technische Bijstand vzw). VVOB is een vzw die bijdraagt tot de kwaliteit van het onderwijs in ontwikkelingslanden. Vanwege de werking in het Zuiden en de verankering in Vlaanderen bevindt VVOB zich in een unieke positie om een brug te vormen tussen beide werelddelen. In het programma Scholenbanden vinden scholen uit het Noorden en het Zuiden elkaar. De relatie kan heel diverse vormen aannemen. Van het verzenden van foto’s tot een fysieke uitwisseling. Van het leren van elkaars taal tot het uitwisselen van lesmateriaal. Van brieven schrijven tot ontwikkelingshulp. Hoe de band er ook uitziet, belangrijk is dat het een relatie is die voor beide partijen tegelijk zinvol, boeiend en plezierig is. www.scholenbanden.be

De leerlingen wisselen informatie over Belgische en Surinaamse gerechten uit via het internet.


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Enkel concrete verhalen

Aardrijkskunde als hét milieuvak

Enkel concrete verhalen van mensen spreken leerlingen aan Aardrijkskunde als hét milieuvak bij uitstek volgens Jonathan Hooton

Op uitnodiging van POM WestVlaanderen2 trok MOS naar Holt (ongeveer 200 km ten noordoosten van Londen). Het “Environmental and Outdoor Learning Team” van de Norfolk City Council organiseerde in Holt Hall van 14 tot 16 februari 2012 een 3-daagse energietraining voor studenten van 16-18 jaar: “The Energy Ambassadors’ Programme”. Bedoeling was om een 40-tal studenten van scholen uit Norfolk (5 scholen), Suffolk (1 school), Zweden (2 scholen) en Noorwegen (3 scholen) op te leiden tot energieambassadeurs die sensibiliserende energieacties in hun eigen school kunnen opzetten.

Jonathan Hooton is leraar aardrijkskunde aan de Notre Dame High School in Norwich, Norfolk, Groot-Brittannië. Met drie studenten nam hij deel aan het Energy Ambassadors’ Programme in Holt Hall. MOSterd had met hem een gesprek omdat zijn onomwonden mening over natuur- en milieueducatie en duurzame ontwikkeling en de rol van aardrijkskunde en vakoverschrijdend werken ons tegelijk verbaasde en intrigeerde. MOSterd: Waarom vind jij het vak Aardrijkskunde het meest geschikte vak om milieukwesties in de klas te behandelen? Jonathan: Aardrijkskunde is multidisciplinair, verschillende wetenschappen komen erin samen: fysica, chemie, sociologie, wiskunde… Een groot aantal milieuonderwerpen komen in onze aardrijkskundecursus voor en staan 2

Geography looks at environmental issues in their context, in their effect on people and countries and in connection with climate and other general aspects.

je toe om er dieper en uitgebreider op in te gaan. Andere vakken hebben een te specialistische invalshoek: ze halen het milieuonderwerp uit de context van het leven en vergeten de impact op de wereld. Ze bekijken het in detail. Bijvoorbeeld in de chemieles heeft men het louter over de chemische reacties. Aardrijkskunde kijkt ook altijd naar het effect op gewone mensen en landen. Je hebt specialisten nodig om wetenschappelijke fenomenen te begrijpen. Maar aardrijkskunde brengt al die kennis samen.

Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij / partner in het ANSWER-project

25


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Enkel concrete verhalen

Het Energy Ambassadors’ Programme brengt studenten uit verschillende landen bij elkaar om samen te leren over effectieve manieren om het gebruik van energie op school te verminderen. Het is niet alleen de bedoeling dat zij inzicht krijgen in de forse vooruitgang van de groene energieindustrie. Zij verkrijgen ook de vaardigheden, het ‘gereedschap’ en het noodzakelijke vertrouwen in zichzelf om energieen CO2-reductie in hun school te realiseren. Het is een programma van het door Europa gesubsidieerde ANSWER.

Kennis (van specialisten in grafieken en cijfers) heb je natuurlijk nodig, maar het is de toepassing op mensen die het pas interessant maakt. Het zijn de concrete verhalen van mensen die leerlingen aangrijpen. Denk bijvoorbeeld aan de effecten van de tsunami in Japan verleden jaar. De leerlingen waren geschokt. Je kunt dan in de les verder uitweiden over het stijgende zeeniveau, over stormen en platentektoniek en klimaatverandering. Sommigen beweren ook dat het stijgende zeeniveau vulkanische uitbarstingen zou oproepen. Er kun-

26

Aardrijkskunde als hét milieuvak

nen in de les dus zeer interessante discussies ontstaan. MOSterd: Waarom heeft de vakoverschrijdende aanpak volgens jou geen zin? Jonathan: Duurzaamheid is een verplicht onderwerp in Engelse scholen: het moet worden onderwezen! Maar ik geloof er niet in dat leerlingen in staat zijn om duurzaamheidskwesties die besproken worden in bijvoorbeeld wetenschappen, in talen en in drama met elkaar in verband te brengen. Wat mij vooral irriteert, is het idee dat je denkt iets aan het afvalprobleem te doen door met afval kunstwerken te maken. Na een paar maanden gooi je die dingen toch weg, zonder dat je dieper bent ingegaan op wat hergebruik en recyclage precies betekenen en waarom je het doet. MOSterd: Spreek je nu niet enkel over “kennis”. Heb je ook aandacht voor vaardigheden en attitudes? Jonathan: Binnen “environmental studies” - een vak dat de leerlingen serieus nemen omdat het een zelfstandig vak is - brengen we afvalbeheer ter sprake. We bespreken dan bijvoorbeeld of speciaal naar de glascontainer rijden om glas te brengen wel voordelig is voor het milieu. Het zou wel eens meer energie kunnen vragen dan dat het milieu er voordeel bij doet, doordat je glas sorteert. Het wordt pas goed voor het milieu als je dat glas wegbrengt op je weg

3 Nvdr: Uitgebreid onderzoek van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal (Nederland), heeft uitgewezen dat de wegwerpluier het milieu 2,5 keer zo zwaar belast als de wasbare luier. Als de luiers in de droger gaan is dat nog altijd 1,5 keer zo zwaar.

naar de supermarkt omdat je die rit toch moet maken. De interesse van de leerlingen was groot bij het onderwerp “luiers”: wat is beter voor het milieu, wegwerpluiers of wasbare luiers? Mijn broer en ik hebben daarover een andere mening. Hij is een echte ecologist en gebruikte wasbare luiers. Mijn vrouw wilde wegwerpluiers gebruiken en zij is de baas, dus… What irritates me is the idea of using waste for art work, it only postpones the inevitable: you still throw it away after a couple of months. You’re not getting down to the issues of effective re-use and recycling or why you recycle.

ANSWER (A North Sea Way for Energy-Efficient Regions) www.answerproject.eu ANSWER is een door de EU bekostigd project. Het project wil jongeren inspireren om het energieverbruik in hun school te verminderen door realtime gegevens te vergelijken. Scholen voeren hun energiegegevens in (The Energy Watch) en delen effectieve oplossingen voor energiereductie met elkaar. (Zoek in google naar “ANSWER” + “The Energy Watch” en je komt op de facebookpagina van het project)


mosterd

MOS calling, eerder reis dan bestemming

Zo eenvoudig is het antwoord niet als je een volledige LCA (levenscyclusanalyse) opstelt. Heel bepalend is hoe je de energie produceert om de luiers te wassen en hoe ver je moet rijden - eventueel naar een wasserij of om de luiers te kopen – om uit te maken wat het duurzaamst is. Zo groot is het verschil niet3. MOSterd: Hoe ben je bij dit project betrokken geraakt? Jonathan: Onze school is al betrokken geweest bij een groot aantal milieuprojecten. Wij zijn een Eco-school en hebben de Groene Vlag behaald. Wij hebben ook al altijd veel aandacht gehad voor energiemonitoring. We hadden al een systeem van meten voor het ANSWERproject. Dat was wel niet goedkoop, maar het hoofd van de wetenschappenafdeling had een subsidie om te spenderen.

Enkel concrete verhalen

En omwille van onze ervaring met monitoring werden we gevraagd mee te doen. MOSterd: Heb je al aan meer internationale projecten meegewerkt? Jonathan: Niet echt internationaal, nee. We hebben op onze school een afvalaudit gedaan (76% was papier en karton) en sindsdien houden we papier apart van de rest van het afval. We stimuleren de leerlingen om zich op een duurzame manier te verplaatsen en hebben daarom fietsstallingen geïnstalleerd. We hebben ook een vijver binnen het schoolterrein. Die wordt in de wetenschapslessen veel gebruikt. MOSterd: Hebben jullie ook voldoende aandacht voor preventie? Jonathan: Uiteraard hebben wij ook daar aandacht voor. Maar er zijn bepaalde bestaande gewoontes waar wij als leraar niet zelf over kunnen beslissen. Neem bijvoorbeeld mijn vak

Aardrijkskunde als hét milieuvak

If you drove glass to a recycling centre, you might actually quite easily be using more energy in driving than you are saving in recycling.

aardrijkskunde – we doen niet echt wat we zelf uitdragen: wij hebben hier op school “exambooklets” – wat heel veel papier betekent (foto’s, kaarten, grafieken…in kleur). Op elke vergadering krijg je stapels papier. Eén ding hebben we al wel verkregen, nl. dat onze printers standaard op recto-verso ingesteld zijn. Maar aan de andere kant zijn onze computers nu ook verbonden met de fotokopieermachines: zwart-wit en kleur. En velen van ons duwen meestal iets te snel op de printknop. We gebruiken ook minder handboeken, dus wordt er voor elke les gekopieerd… Interview: Philippe Moreau, Eric Craenhals

27


mosterd

U vraagt

Energieprestatiecertificaat

U vraagt

Energieprestatiecertificaat Moet onze school een EPC hebben?

28

Vanaf 1 januari 2013 moeten publieke gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte groter dan 500 m2 over een EPC (energieprestatiecertificaat) beschikken. Ze moeten het EPC ophangen op een voor het publiek duidelijk zichtbare plaats. Vanaf 1 januari 2015 wordt het EPC ook verplicht voor gebouwen groter dan 250m2. Het gaat over gebouwen van de federale, Vlaamse, provinciale en gemeentelijke overheden en over gebouwen waarin publieke diensten zoals onderwijs of verzorging worden verstrekt die gelegen zijn in het Vlaamse Gewest. Voor publieke gebouwen groter dan 1.000m2 geldt de verplichting al sinds 1 januari 2009. Het EPC legt geen eisen op aan het gebouw, maar het kent een kengetal toe, waardoor de eigenaar, de gebruiker en de bezoekers informatie krijgen over de energetische kwaliteit van het gebouw. Daarnaast bevat het

EPC ook een opsomming van energiebesparende maatregelen die zich op korte termijn terugverdienen. Het EPC voor publieke gebouwen wordt opgemaakt door een erkende energiedeskundige type C of door een interne energiedeskundige. Interne energiedeskundigen kunnen enkel voor de publieke organisatie waarvoor ze werkzaam zijn een energieprestatiecertificaat opmaken. De lijst met erkende energiedeskundigen type C vind je op www.energiesparen.be/epcpubliek. Om het EPC te kunnen opmaken moet de energiedeskundige over de verbruikgegevens van exact ĂŠĂŠn jaar beschikken. Om tegen 1 januari 2013 over een EPC te beschikken, moet de school dus meterstanden vanaf uiterlijk eind 2011 hebben genoteerd. Het Vlaams Energieagentschap oefent steekproefsgewijs controles uit op de aanwezigheid

en de correctheid van het energieprestatiecertificaat voor publieke gebouwen. Bij afwezigheid of misbruik kan een boete worden opgelegd tussen 500 en 5000 euro en/of kan de energiedeskundige zijn erkenning verliezen. De invoering van het EPC is het gevolg van de Europese richtlijn betreffende de energieprestaties van gebouwen (2002/91/EG). De herziene Europese richtlijn (2010/ EU/32) verplicht de lidstaten om de oppervlaktedrempel van 1000 m2 in twee stappen te verlagen naar respectievelijk 500 m2 en 250 m2. Met het Energiedecreet van 8 mei 2009, zoals gewijzigd met het decreet van 18 november 2011, wordt uitvoering gegeven aan deze richtlijn in Vlaanderen. Meer informatie over het EPC bij publieke gebouwen vind je op de website: www.energiesparen.be/epcpubliek. Je kunt ook vragen stellen via het contactformulier dat je vindt op www.energiesparen.be/info.


mosterd

U vraagt

Wat met composteerbare bekers? / Warm, warmer, warmst

Wat met composteerbare bekers? Op onze school hebben we bekers gekocht die afbreekbaar zijn. Ze zijn zelfs composteerbaar, staat op het etiket! Zijn we nu goed bezig? De ladder van Lansink leert ons dat afval vermijden – preventie dus – nog altijd het beste is. Als preventie echt niet mogelijk is, gebruik je best herbruikbare bekers of kopjes. In zeldzame gevallen is het aangewezen om wegwerpbekers te gebruiken. Als milieubewuste consument kies je in dat geval natuurlijk voor biologisch afbreekbare bekers. Toch is hier verwarring troef. Er bestaan immers verschillende labels die allemaal bijna hetzelfde betekenen, maar waar ‘bijna’ toch veel verschil in gebruik betekent.

Dit logo betekent dat het product werd gemaakt met hoofdzakelijk ‘jonge’ koolstof. Dus niet met koolstof die miljoenen jaren geleden werd opgeslagen. Hoe meer sterren, hoe meer jonge koolstof in het product is opgeslagen.

Producten met dit label kunnen enkel worden gecomposteerd in industriële composteerinstallaties met temperaturen tot 55° à 60°. Je mag ze niet in de composthoop in de tuin (van de school) gooien omdat daar de temperatuur te laag is.

Producten met dit label mogen wel thuis (Home) worden gecomposteerd (bij lagere temperaturen). Toch is hier het verhaal niet af. Je moet je immers afvragen of het composteerbare bekertje wel zal worden gecomposteerd. Heb je zelf geen composteerplaats op school, dan komen die bekers bij het restafval terecht, vanwaar ze rechtstreeks naar de verbrandingsoven gaan. Ze mogen immers niet in de PMD-zak. Enkel als er ook een ophaling is van GFT zal het composteerbaar materiaal daadwerkelijk worden gecomposteerd.

Warm, warmer, warmst Bevestiging van een trend. We hebben weer een koude De tien warmste jaren hebben zich 1988 bedraagt 10,8°C, of 2°C hoger winter achter de rug. In het be- voorgedaan na 1988. Het jaargemid- dan het gemiddelde tijdens de pegin van 2012 liet, niet alleen bij delde van de temperaturen sinds riode 1833 – 1910. ons maar ook in heel Europa, de winter zich van zijn koudste kant zien. Ook 2010 was een relatief ‘koud’ jaar – denk maar aan de slechte zomer. Zitten we dan eindelijk op een kantelmoment? Volgens de nieuwsbrief van het KMI, was 2011 het warmste jaar sinds het begin van de tellingen in 1833. De gemiddelde jaartemperatuur bedroeg 11,6°C wat 1,1° C boven de normale waarde is. Het vorige record dateert van 2007. Alle gemiddelde maandtemperaturen gedurende 2011 waren hoger dan normaal, behalve voor juli en augustus. Het was Nog meer informatie in begrijpelijke taal over het weer en klimaat vind je in de KMInieuwsbrief die je gratis kunt ontvangen via www.kmi.be dus inderdaad een rotzomer.

29


mosterd

Daar kun je wat mee

Met je klas het water op

Daar kun je wat mee

Met je klas het water op Na de paasvakantie vaart de milieuboot nog enkele dagen tussen Hasselt en Tessenderlo, om daarna dieper Limburg in te trekken met boottochten tussen Genk en Lanaken. Langs het Albertkanaal wisselt het mooie Kempense landschap af met industrie, o.a. enkele voormalige kolenmijnsites. Het schooljaar wordt afgesloten in het uiterste oosten van Vlaanderen, op de Zuid-Willemsvaart tussen Eisden en Bree.

Schooljaar 2012 - 2013

Er-varen

In het najaar van 2012 zijn eerst de Dender en Zeeschelde aan de beurt. In het voorjaar van 2013 vaart de milieuboot verder stroomopwaarts op de Zeeschelde en gaat via de Bovenschelde naar het Kanaal Bossuit-Kortrijk. Alle scholen in deze regio’s willen we de kans geven om de waterloop in hun buurt te ontdekken. Leerlingen van de tweede en derde graad lager onderwijs, van de eerste graad secundair onderwijs en studenten lerarenopleiding zijn van harte welkom. Ze betalen elk 2 euro. Per 15 leerlingen mag 1 begeleider gratis mee. Extra begeleiders betalen 5 euro. Op woensdagnamiddagen en in de weekends zijn verenigingen, gemeenten, families, vriendengroepen en individueel geïnteresseerden welkom om met de milieuboot mee te varen.

Een tocht met de milieuboot betekent veel meer dan zomaar wat varen. Vanaf het dek er-varen de leerlingen het kanaal of de rivier vanuit een ander oogpunt. Ze steken heel wat interessante informatie op zoals de verschillende functies van de waterloop, de natuur in de omgeving en het leven op, om en in het water. In het onderdekse laboratorium onderzoeken ze hoe het met de waterkwaliteit van de waterloop is gesteld en leren ze welke invloed vervuiling heeft op het leven in het water. In de tentoonstellingsruimte wordt dieper ingegaan op de invloed van onze leefwijze op de waterloop. Daarnaast zoeken we samen naar een meer milieubewuste omgang met water.

‘Educatieve milieuboottochten’ is een project van De Milieuboot met de steun van de Vlaamse overheid, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, Afdeling Milieu-integratie en –subsidiëringen. Meer informatie over de vaartrajecten en data vind je op www.milieuboot.be. Inschrijven kan via de website of telefonisch 053 72 94 20. Arnout Willockx, vzw De Milieuboot, tel. 053 72 94 20 - fax 053 80 87 43, www.milieuboot.be.

30


mosterd

Daar kun je wat mee

Boerenlandschap in ‘t vizier / De Waterkant

Boerenlandschap in ’t vizier Wandeling met gids Op deze landelijke uitstap maak je kennis met rundveerassen, de aardappel-, graan-, bietenen maïsteelt en de kleine landschapselementen onderweg. Je ontdekt hoe landbouw en natuur respectvol kunnen samengaan. Tijdens de wandeling

De Waterkant Natuur- en milieueducatie in de Dendervallei

breng je ook een bezoek aan een melkveebedrijf. In de wandelbrochure die je ontvangt, vind je zowel de wegbeschrijving, een kaartje als de achtergrondinformatie bij de onderwerpen die onderweg worden behandeld.

De Waterkant, gelegen aan de Dender in Aalst, biedt het hele jaar door natuur- en milieueducatieve programma’s aan. Leerlingen van de 2de en 3de graad van het lager onderwijs en leerlingen van het secundair onderwijs kunnen deelnemen aan educatieve begeleide wandeltochten in de natuurgebieden Gerstjens en Osbroek. Voor leerlingen van de 2de graad secundair onderwijs biedt De Waterkant van maart tot juni en in september en oktober een ‘Denderonderzoek’ aan. Met het nodige materiaal voeren de leerlingen zelf een fysico-chemische en biologische waterkwaliteitsbepaling van het Denderwater uit. Elke activiteit is combineerbaar met een bezoek aan de grote aquaria met inheemse vissen en planten en aan de tentoonstelling ‘De Dender integraal’ in het centrum zelf. De Waterkant werkt ook edu-

Praktisch: de wandeling is gratis, maar inschrijving is gewenst, hilde.delausnay@lne.vlaanderen.be, 054 31 79 72, vertrek aan de inkom van De Helix, Hoogvorst 2 9506 Geraardsbergen (Grimminge), tijdstip: 19 u tot 21.30 u

catieve programma’s op maat uit: bijvoorbeeld een waterkwaliteitsbepaling van de beek in de buurt of een wateraudit op school. Zoek je een locatie om te vergaderen of om een vormingssessie te geven, dan kun je in de vergaderzaal terecht (15 tot 65 personen). Meer informatie en inschrijvingen: www.dewaterkant.org

31


mosterd

Daar kun je wat mee

Vormingen in De Helix, voorjaar 2012

Vormingen in De Helix, voorjaar 2012 Een aantal programma’s worden vanaf september niet meer begeleid door een Helixgids. Om leraren de kans te geven om zelf die programma’s te begeleiden, voorziet De Helix een reeks vormingen. Het bijhorende materiaal kun je in het centrum ontlenen. De vormingen vinden telkens plaats op een woensdagnamiddag van 13.30u tot 16.30u. Alle vormingen zijn gratis, inschrijving is verplicht. Handleidingen kun je downloaden via www.dehelix.be

Voor wie? Leerkrachten, directies, medewerkers van de pedagogische begeleidingsdiensten en andere geïnteresseerden in kleuter-, lager en secundair onderwijs, NME- werkers en gidsen.

Wat en wanneer? l 18 april 2012: Het bos in geu-

ren en kleuren: 6 -8 jaar Meer dan gras: 12-14 jaar Chemisch en biologisch wa- teronderzoek: 14-18 jaar l 25 april 2012: Het bos door de ogen van…: 8-10 jaar Biotoopstudie bos: 12-14 jaar Veldwerk bos: 14-16 jaar l 2 mei 2012: Beestig natuur- pad: 4-6 jaar Landschapsstudie: 12-14 jaar Chemisch en biologisch wa teronderzoek: 14-18 jaar Praktisch: inschrijven bij micheline.vanderstricht@lne.vlaanderen. be met vermelding van datum en programma of telefonisch: 054 31 79 72. Voor meer informatie: www.lne.be/organisatie/centra/dehelix/algemeen-aanbod/vorming

32


mosterd

Daar kun je wat mee

Da’s proper / Fairtrade@School

Da’s proper Een nieuw licht op afvalbeheer Da’s proper is een slimme zet voor elke school: l We maken leerlingen bewust van het afvalpro- bleem en -beleid. l Onze kant-en-klare workshops sluiten nauw aan bij de eindtermen. l Ervaren educatieve me- dewerkers leiden alles in goede banen. l De interactieve, educa tieve methodes spreken de leerlingen aan. l We benaderen het thema ‘afval’ vanuit hun eigen leefwereld. l De leerkracht kiest de werkvorm op maat van zijn/haar school en leer- lingen. l Het is volledig gratis voor de school.

Da’s proper biedt educatieve workshops aan die leerlingen uit het 4de en 5de jaar secundair onderwijs (aso, tso, bso, kso) bewustmaken van het afvalbeheer. Ze krijgen tegelijk ook oplossingen aangereikt. Da’s proper behandelt afval in een brede context en belicht uiteenlopende onderwerpen: sorteerregels, recyclage, preventie, hergebruik, zwerfvuil, sociale economie, duurzame ontwikkeling en wetgeving. Da’s proper biedt drie werkvormen aan, begeleid door een educatief medewerker van GREEN: een quiz (een lesuur), een rollenspel (twee lesuren) en een debat (twee lesuren). Da’s proper zet jongeren aan tot kritische reflectie en maakt hen duidelijk dat zij een belangrijke rol spelen. Voor meer informatie neem je contact op met GREEN vzw, 02 209 16 30 www.greenbelgium.org, www.dasproper.be, of met je afvalintercommunale. Da’s proper is een initiatief van Fost Plus vzw en is het resultaat van een samenwerking met de gewesten, de afvalintercommunales en GREEN vzw.

Fairtrade @School

Inschrijven doe je via www.fairtradeday.be > Fairtrade@School. Zet op vrijdag 11 mei 2012, op Hier vind je ook een handleide vooravond van de World Fair ding en handige actietips. Trade Day, eerlijke handel in de kijker via een opvallende of lu- Fairtrade@School is een actiemodieke actie op jouw school. Per del dat openstaat voor zowel baBelgische provincie sleept één sis als secundair onderwijs. Het deelnemende school de Fairtra- wordt aangeboden door OxfamWereldwinkels, Oxfam-Magasins de@School-award in de wacht. du monde en Miel Maya Honing, en wordt ondersteund door de provincie Vlaams-Brabant.

33


mosterd

Daar kun je wat mee

Grote Verkeerstoets voor vijfde leerjaar / Het grote fietsexamen voor zesde leerjaar

DE Grote Verkeerstoets voor vijfde leerjaar

De derde editie van de Grote Verkeerstoets voor het vijfde leerjaar vindt plaats op donderdag 24 mei 2012. Test je leerlingen met een gratis online toets waarin ze meerkeuzevragen beantwoorden aan de hand van digitale foto’s en filmpjes. Als leerkracht of ouder krijg je door de toets een goed beeld van wat je kinderen al weten en kunnen om goed te functioneren in het dagelijkse verkeer. Aan

welke verkeersregels en vaardig- l de leerkracht krijgt een pas- heden je nog speciale aandacht woord voor elke leerling, no- moet besteden, wordt ook met- dig om in te loggen op 24 mei een duidelijk. 2012; Op 24 mei 2012 kunnen de leer- l inschrijven tot 30 april 2012 lingen van het vijfde leerjaar basisonderwijs individueel de Informatie: Grote Verkeerstoets afleggen op Vlaamse Stichting Verkeerskunde, een computer van de school. www.verkeerstoets.be, Inneke Goyvaerts, tel. 015 44 61 32, l inschrijven is verplicht op inneke.goyvaerts@verkeerskunde.be. www.verkeerstoets.be l deelname is gratis

HET Grote fietsexamen voor zesde leerjaar

34

Een fietsexamen op de openbare weg geeft je een goede kijk op de vaardigheden van de leerlingen. Zijn ze klaar om het verkeer zelfstandig te trotseren? Volgens de eindtermen moeten kinderen op het einde van het zesde leerjaar voorbereid zijn om zich zelfstandig als fietser en als voetganger in het verkeer te verplaatsen. De Vlaamse Stichting Verkeerskunde biedt je met het

project het Grote fietsexamen een kant-en-klaar pakket om zelf een fietsexamen te organiseren. Ga de uitdaging aan! Doe mee (enkel klassen van het zesde leerjaar) en schrijf je klas in op www.grotefietsexamen.be. Inschrijven kan tot 30 april 2012. Je ontvangt een doe-pakket (met een handleiding, oefenfiches voor leerkrachten, folders voor de ouders en een klasaffiche) waarmee je moeiteloos aan de voorbereidingen begint. Het hele project is gratis!


mosterd

Daar kun je wat mee

Google-Puy, Puy-book en Puy-quiz / OXFAM-lerarendag 2012

Google-Puy, Puy-book en Puy-quiz Thema 2: de natuur in Puyenbroeck: een groot bos, verschillende vijvers, planten, dieren, enzovoort. Als je er meer over wilt weten, kun je de grote Puy-quiz spelen. Je leeftijd maakt niets uit. Er zijn vragen voor iedereen. Naast de quiz kun je ook aantal vogels van naderbij bekijken én beluisteren. Zo weet je tijdens je boswandeling perfect welke vogel jou lijkt uit te lachen. Thema 3: het gebouw waarin de tentoonstelling staat. Dat is namelijk geen gewoon gebouw, het is een passiefhuis. Als je denkt dat dit een huis is waarin alles zeer rustig verloopt of dat er nu ook actiefhuizen bestaan, dan ben je mis. Wil je te weten komen wat dat wél betekent? Zoek dan naar onze interactieve projectie. Daar kom je alles te weten over passiefhuizen, alternatieve energiebronnen en hoe je je eigen huis kunt aanpassen. Jelle Biva, deskundige natuureducatie, Provinciaal Domein Puyenbroeck, 09 342 42 13, De gloednieuwe tentoonstelling in domein Puywww.puyenbroeck.be. enbroeck heeft drie grote thema’s. Thema 1: het domein zelf en de omgeving. Wat valt er allemaal te beleven in het domein en waar vind je dat? In welke regio ligt het domein en wat valt daar dan allemaal te doen? Je vindt die informatie in onderdelen met de mysterieuze namen: google-Puy en het Puy-book.

Provinciaal domein Puyenbroeck Puyenbrug 1a, Wachtebeke l vanaf 31 maart 2012 l voor iedereen l gratis

OXFAM-lerarendag 2012 cundair onderwijs die nog niet deelnamen aan eerdere lerarendagen. Wie reeds aan een lerarendag heeft deelgenomen en graag een stap verder zet, kan in de school een pedagogische studiedag organiseren. Voor leerkrachten van het secundair onderwijs met een hart voor eerlijke handel en interesse voor de werking van Oxfam-Wereldwinkels op school. Oxfam-Wereldwinkels serveert een dag vol informatie, tips en uitdagingen om het Zuiden en eerlijke handel binnen de schoolmuren een plaats te geven. Een moment om gelijkgestemde

leerkrachten te ontmoeten en ervaringen uit te wisselen. Een dag vol inspiratie om er het volgende schooljaar weer volledig in te vliegen. Op vrijdag 27 april 2012, van 9.30 -15.30 u., bij KLEUR BEKENNEN, Onderwijscentrum Brussel, Marcqstraat 16-18, 1000 Brussel. De lerarendag is gratis en bedoeld voor leerkrachten se-

Meer informatie: Hans Canters, scholen@oww.be, 09 218 88 68. Een deelnameattest wordt voorzien. De deelnemers krijgen een infomap voor leerkrachten en ondersteunend materiaal voor Wereldwinkels op school. Alle materialen van Oxfam-Wereldwinkels vzw zijn in te kijken en kunnen worden besteld. Een overzicht van ons educatief materiaal vind je op www.oxfamwereldwinkels.be/infomateriaal. Meer informatie over Kleur Bekennen vind je op www.kleurbekennen.be Inschrijven kan tot 23 april: inschrijven@oww.be of 09 218 88 99

35


mosterd

Daar kun je wat mee

Veldwerk voor pubers / Tentoonstellingen met educatief aanbod voor basisonderwijs

Veldwerk voor pubers

De West-Vlaamse provinciedomeinen zijn terreinen bij uitstek om leerlingen in het veld aan het werk te zetten. Een traject omvat een voorbereiding op school, veldwerk in een domein en verwerking terug op school. Ondersteuning door een interactieve website www.veldwerk.be maakt dit proces mogelijk en het pakket volledig.

Tentoonstellingen met educatief aanbod voor basisonderwijs

36

Bezoekerscentrum De Gavers in Harelbeke Toverbos - van 1 maart tot 30 juni Voor gezinnen met kinderen, kleuterklassen en 1ste graad. In Het Toverbos krijg je toverkracht. De kinderen gaan er op avontuur. Fee Hupsakee heet hen welkom! Ze zingt een toverliedje en maakt toversoep. De kinderen ontmoeten de bewoners van het bos: de das, de bosuil, het konijn, de eekhoorn en vele andere dieren. www.west-vlaanderen.be/gavers

Aanbod eerste graad secundair: l Veldwerk bos bespreekt de bosbiotoop aan de hand van verzamelde levende en niet-levende informatie. l Het proces van ‘landschap tot kaart’ krijgt zijn plaats in het Veldwerk landschap. Bodemboringen, hoogtelijnen uitzetten, oriëntatie en waterloop bekijken zijn enkele van de ingrediënten. Portofoons stimuleren daarbij de communicatieve vaardigheden. l Zoom in op ’t Zwin focust op een integrale wijze op de unieke biotoop van slik en schor. Aanbod tweede graad secundair: l Bij Veldwerk ecologie voeren de leerlingen een transectstudie uit en zoeken uit hoe ze de biodiversiteit een handje kunnen toesteken. l Veldwerk water is een binnen- én buitenmodule. In de basismodule onderzoeken we de waterkwaliteit van een poel biotisch. Bij uitbreiding kan ook de chemische kwaliteit onderzocht worden. Provinciedomein Bulskampveld, Beernem bulskampveld@west-vlaanderen.be Provinciedomein De Gavers, Harelbeke gavers@west-vlaanderen.be Provinciedomein De Palingbeek, Zillebeke-Ieper bc.palingbeek@west-vlaanderen.be Zwin natuurcentrum, Knokke-Heist info@zwin.be

Bezoekerscentrum De Palingbeek in Ieper-Zillebeke Merelmest, miezemuizen en hommelpap – van 1 april tot 30 augustus Joep de Merel woont in het park, Miep de Muis in een rijtjeshuis en Bep de Tuinhommel in de tuin. Ze gaan bij elkaar logeren en zo leren Joep en Bep wat miezemuizen is, vertelt Joep over alle kleuren merelmest en wordt bij Bep thuis hommelpap gegeten. Voor kinderen van 4 t.e.m. 8 jaar. www.west-vlaanderen.be/palingbeek Bezoekerscentrum Bulskampveld in Beernem Schone slapers - van 3 maart tot 24 juni Wat is slaap? Wat is slaapwandelen? Welke zijn de verschillende slaappatronen? Welke slaaphouding is ideaal om goed uitgerust te zijn? Hoe sliepen de mensen vroeger? Hoe slapen

mensen in andere culturen? Wat is slapeloosheid en wat is het nut van slapen? Slapen alle dieren net zoals mensen? Hoe slapen ze? Wat is een winterslaap? Ontdek het in de interactieve tentoonstelling. www.west-vlaanderen.be/ bulskampveld Zwin Natuurcentrum Onder dak – van 31 maart tot eind september Heel wat dieren bouwen ‘een dak boven hun hoofd’ als bescherming tegen vijanden en het weer. Sommigen hebben één huis, anderen trekken van hier naar daar, een enkeling neemt op zijn tocht zijn huisje mee. De ene hokt samen, de ander sluit zich liever af voor de buitenwereld. Ook in het Zwin zijn talloze ‘daken’ te ontdekken! Prijs: inbegrepen in de toegangsprijs www.zwin.be


Contact Provinciale MOS-teams ANTWERPEN

VLAAMS-BRABANT

Proviciaal Instituut voor MilieuEducatie (PIME) vzw Mechelsesteenweg 365, 2500 Lier Tel. 015 31 95 11, fax 015 31 58 80 Begeleiders: Elke Hermans, Sofie Van hove en Katrien Hoeylaerts (basis) tel. 015 30 61 26 en 015 30 61 27 mos@pime.provant.be Veerle Moons (secundair), tel. 015 30 61 25 mos-groeneschool@pime.provant.be

Cel Natuur- en Milieueducatie Provincieplein 1, 3010 Leuven mos@vl-brabant.be, fax 016 26 72 61 Begeleiders: Herwig Kevelaerts (basis), tel. 016 26 72 57, herwig.kevelaerts@vlaamsbrabant.be Philippe Moreau (secundair), tel. 016 26 72 36, philippe.moreau@vlaamsbrabant.be Beatrijs Maesen (basis en secundair), tel. 016 26 72 76, mos.secundair@vlaamsbrabant.be

LIMBURG

WEST-VLAANDEREN

Provinciaal Natuurcentrum Het Groene Huis Domein Bokrijk 3600 Genk mos@limburg.be, fax 011 26 54 55 Begeleiders: Karel Coenen (basis), tel. 011 26 54 91, kcoenen@limburg.be Philippe Plessers (basis), tel. 011 26 54 66 pplessers@limburg.be Hilde Boiten (secundair), tel. 011 26 54 67, hboiten@limburg.be

OOST-VLAANDEREN

Dienst Natuur- en Milieueducatie, De Kaaihoeve Oude Scheldestraat 16 - 9630 Meilegem-Zwalm mos@oost-vlaanderen.be, fax 055 49 67 98 Begeleiders: Sandra Vandevelde (basis), tel. 09 267 78 40 sandra.vandevelde@oost-vlaanderen.be Wouter De Tandt (basis), tel. 09 267 78 41 wouter.de.tandt@oost-vlaanderen.be Mike Stoens (secundair), tel. 09 267 78 42, mike.stoens@oost-vlaanderen.be

COÖRDINATIE (VLAAMS GEWEST):

Vlaamse overheid, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Afdeling Milieu-integratie en -subsidiëringen Koning Albert II-laan 20 bus 8, 1000 Brussel fax 02 553 80 55, mos@lne.vlaanderen.be, www.milieuzorgopschool.be

Dienst Natuur- en Milieueducatie Koning Leopold III-laan 41 8200 Brugge (Sint-Andries) mos@west-vlaanderen.be, fax 050 40 34 03 Begeleiders: Joke Oosterlijnck (basis), tel. 050 40 33 80, joke.oosterlijnck@west-vlaanderen.be Donald Dupon (basis), tel. 050 40 32 66, donald.dupon@west-vlaanderen.be Marjolein Hantson (secundair), tel. 050 40 32 83, marjolein.hantson@west-vlaanderen.be

BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

Vlaamse Gemeenschapscommissie p.a. GREEN Belgium vzw Edinburgstraat 26, 1050 Brussel mos@vgc.be, fax 02 893 08 01 Begeleider: Paul Renders (basis en secundair), tel. 0473 73 67 30, paul.renders@vgc.be

Nele Dillen, tel. 02 553 80 72, nele.dillen@lne.vlaanderen.be Ines Van Regenmortel, tel. 02 553 14 82, ines.vanregenmortel@lne.vlaanderen.be Kris Fostier, tel. 02 553 70 23, kristiaan.fostier@lne.vlaanderen.be Eric Craenhals, tel. 02 553 80 73, eric.craenhals@lne.vlaanderen.be

Vlaamse overheid Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Afdeling Milieu-integratie en -subsidiëringen Project MOS

Colofon

Werkten mee aan MOSterd nr. 20 Arnout Willockx (De Milieuboot), Wouter De Tandt (MOS, Oost-Vlaanderen), Ann Vermeiren (Immaculata Instituut, Oostmalle), Sofie Van hove (MOS, Antwerpen), Katelijne Cartuyvels (Humaniora Kindsheid Jesu, Hasselt), Jelle Biva (domein Puyenbroeck), Inneke Goyvaerts en Dries Rombouts (Vlaamse Stichting Verkeerskunde), Hans Canters (Oxfam-Wereldwinkels), Veerle Moons (MOS, Antwerpen),

Greet van Sas en Annemie Lauryssens (HIVSET), Dirk Mahieu ( Vrij Handels en Sportinstituut Sint-Michiels), Karel Dhondt (Sint-Bavo, Gent), Lena Quintyn (Sint-Paulusinstituut, Herzele), Philippe Moreau (MOS, Vlaams-Brabant), Magali Marey (Sint-Jansschool, Knokke-Heist), Vera Van Steenbergen en Tamara Van Herck (De Hoedjes van papier, Deurne)

Redactie

Cartoons

Eindredactie

Opmaak

Teksten uit MOSterd mogen enkel worden overgenomen met duidelijke bronvermelding. Een groot aantal MOSterd-cartoons kun je downloaden van www.milieuzorgopschool.be. Bronvermelding is verplicht.

MOSterd nr. 20 werd gedrukt op 100% kringlooppapier – PH-neutraal – chloorvrij – met gebruik van vegetale inkten en wasmiddelen.

Mike Stoens, Paul Renders, Eric Craenhals Eric Craenhals

mosterd20_kaft.indd 3

David Schelfthout Diane De Smet, Tim Joye

27/03/2012 15:15:30


MOS is een milieuzorgproject voor het basis- en secundair onderwijs. De afdeling Milieu-integratie en –subsidiëringen werkt hiervoor samen met de vijf Vlaamse provincies en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. www.milieuzorgopschool.be

locatie: commandobunker in Kemmel Dank aan het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis.

VERANTWOORDELIJKE UITGEVER: J.-P. HEIRMAN, SECRETARIS-GENERAAL, DEPARTEMENT LEEFMILIEU, NATUUR EN ENERGIE, KONING ALBERT II-LAAN 20/8, 1000 BRUSSEL

mosterd20_kaft.indd 4

27/03/2012 15:15:32


MOSterd 20