Issuu on Google+


Onze Onze Travelplanners Travelplanners thuis thuis inin Canada. Canada.

AdviesAdviesenen prijsgarantie prijsgarantie Wij Wij bieden bieden u de u de garantie garantie dat dat ons ons advies advies altijd altijd goed goed is is enen dat dat u voor u voor exact exact dezelfde dezelfde reis reis bijbij een een andere andere collega collega nooit nooit voordeliger voordeliger uituit bent. bent.

Volledig Volledig assortiment assortiment Zonvakanties, Zonvakanties, cruises, cruises, safari’s, safari’s, verre verre vakanties, vakanties, autovakanties, autovakanties, stedenreizen, stedenreizen, weekendjes weekendjes weg, weg, zakenreizen zakenreizen ofof reizen reizen opop maat maat gemaakt? gemaakt? UU vindt vindt zeze bijbij onze onze Travelplanners. Travelplanners.

Prijsvergelijking Prijsvergelijking Transparant Transparant enen objectief. objectief. Iets Iets gevonden gevonden opop het het internet? internet? Laat Laat ons ons ditdit weten. weten. Van Van dede 1010 keer keer zullen zullen wijwij 8 keer 8 keer met met een een gelijkwaardig gelijkwaardig ofof kwalitatief kwalitatief beter beter aanbod aanbod komen. komen. Kunnen Kunnen wijwij niet niet matchen, matchen, dan dan zeggen zeggen wijwij dat dat eerlijk. eerlijk.

Beste Beste service service enen kennis kennis Zoals Zoals u van u van ons ons gewend gewend bent bent staan staan wijwij garant garant voor voor dede beste beste service, service, kennis kennis enen advies. advies. TravelXL TravelXL is is een een samenwerkingsverband samenwerkingsverband van van een een groot groot aantal aantal onafhankelijke, onafhankelijke, gerenommeerde gerenommeerde kwaliteits kwaliteits Travelcenters, Travelcenters, XLXL staat staat voor voor excellent. excellent.

www.travelxl.nl www.travelxl.nl Noordwijk Noordwijk Voorhout Voorhout Abraham Abraham van van Royenstraat Royenstraat 9191 Herenstraat Herenstraat 8383 2202 2202 EM EM Noordwijk Noordwijk 2215 2215 KGKG Voorhout Voorhout 071 071 - 3610500 - 3610500 0252 0252 - 232022 - 232022 noordwijk@travelxl.nl noordwijk@travelxl.nl voorhout@travelxl.nl voorhout@travelxl.nl noordwijk@travelxl.nl voorhout@travelxl.nl

Lisse Lisse Kanaalstraat Kanaalstraat 2424 2161 2161 JLJL Lisse Lisse 0252 0252 - 419138 - 419138 lisse@travelxl.nl lisse@travelxl.nl lisse@travelxl.nl

Scheveningen Scheveningen Badhuisstraat Badhuisstraat 148 148 2584 2584 HLHL Scheveningen Scheveningen 070 070 - 3541688 - 3541688 scheveningen@travelxl.nl scheveningen@travelxl.nl scheveningen@travelxl.nl


Belangwekkend in deze is ook de wereldwijde geneesmiddelenmarkt. Huijts: “Er zijn helaas nog veel landen waar geneesmiddelen op de markt zijn die niet zijn wat ze op de verpakking claimen te zijn. Vaak blijken die fake geneesmiddelen niet de werking te hebben die ze zeggen te hebben en erger nog, ze zijn in bepaalde gevallen zelfs schadelijk voor de gezondheid. Dit is nu zo’n mooi voorbeeld van hoe ik de kerntaak van de overheid zie, dat we deze risico’s bestrijden. Als burger wil je er vanuit kunnen gaan dat het goed is”. HET DILEMMA VAN DE VANZELFSPREKENDHEID Huijts stelt dat het uitstekend is dat we in Nederland het zo goed geregeld hebben, dat mensen het vanzelfsprekend vinden dat de genoemde collectieve maatregelen werken en we als gevolg daarvan een goede gezondheidsbescherming hebben. Toch kleeft daar ook een keerzijde aan: het is goed geregeld, dus hoeven we het er niet over te hebben. “En dat is een reëel gegeven, dat als we het te vanzelfsprekend gaan vinden, we niet altijd beseffen welke inspanningen nodig zijn om ons huidige niveau van bescherming te handhaven. En dat zelfs waar we nu een hoge bescherming hebben, we natuurlijk niet voor honderd procent de risico’s kunnen afdekken; anders gezegd, we kunnen geen risicoloze samenleving garanderen”.

“Onze taak is te vergelijken met de vanzelfsprekendheid van een facilitaire voorziening. Als het goed gaat horen we er niemand over, maar o wee als er toch iets aan de hand zou zijn” .

Dat het hier gaat om een serieus dilemma wordt duidelijk als Huijts toelicht dat in Nederland wel degelijk vaak de impliciete aanname bestaat, dat we wel risicoloos kunnen leven. Huijts: “Heel menselijk en begrijpelijk. Er zijn risico’s en wij zetten ons in om deze te beheersen. Toch moeten we goed met dit vraagstuk omgaan, want deze inzet brengt bepaalde kosten met zich mee. En zoals we vaak zien bij dit soort taken, krijgen die niet altijd de hoogste prioriteit bij budgettoekenning. Voor iets wat niet altijd goed zichtbaar is willen wij meestal niet teveel uitgeven. Het wordt pas actueel bij een incident, waarbij eigenlijk altijd de verwachting wordt geëxpliciteerd dat dit incident nooit had mogen gebeuren. Zie hier het dilemma: we willen 100% risicoloos, maar zien niet welke inspanning en kosten gepaard gaan met het niveau van gezondheidsbescherming wat we nu hebben”.

in het veld, waar het proces eigenlijk begint. Daarom maken deze partijen ook onderdeel uit van dit nummer van VOZ Magazine, omdat hun rol cruciaal is. Wij spreken als over- heid de uitvoerders in het veld zelf aan op hun eigen kwaliteitsprocessen, of dat nu een importeur is van speelgoed, een geneesmiddelenfabrikant of een restaurant. Wij hanteren wel onze eigen controlemechanismen om deze kwaliteit te toetsen. Hanteert de producent kwaliteitsprotocollen, is de geneesmiddelenfabriek GMP-conform en worden de procedures goed doorlopen? We passen ook risicogestuurd toezicht toe, juist omdat we willen focussen op de kritische aspecten in de samenleving. En ook grijpen wij zo snel mogelijk in als er, helaas, toch iets fout is gegaan”. De breedte van het werkdomein is indrukwekkend en Huijts licht dat als volgt toe: “Het domein volksgezondheid is inderdaad breed en grijpt in op veel sectoren. De afgelopen jaren heb ik mij bezig gehouden met een grote verscheidenheid aan onderwerpen zoals oesterkwekerijen, zalm, geitenfokkerijen, import van geneesmiddelen, kinderspeelgoed uit China en nog veel meer. Teveel om op te noemen. Wij richten ons dan uiteraard op deze sectoren waar het gaat om het effect op de volksgezondheid, want daar kan ook de minister van VWS op aangesproken worden. Dit geheel bij elkaar maakt ons systeem dus zodanig geraffineerd, dat de burger in Nederland gerechtvaardigd kan denken dat het goed geregeld is en dat die zich bijvoorbeeld niet hoeft af te vragen “Durf ik dit restaurant wel in?”. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat er nooit iets fout gaat”.

“De burger in Nederland kan gerechtvaardigd denken dat het goed is geregeld. Hij hoeft zich niet af te vragen “Durf ik dit restaurant wel in?”.

PUBLIEKE PERCEPTIE VERSUS WETTELIJKE BEPALINGEN Een opvallende constatering is dat de afbakening van verantwoordelijkheid tussen overheid, veldpartijen en burger niet altijd gelijk worden gepercipieerd. Ook wordt de perceptie van de verantwoordelijkheid niet altijd bepaald door hoe die wettelijk is vastgesteld.

“Bijzonder is dat als er iets fout gaat de allereerste vraag die gesteld wordt is: wat heeft de toezichthoudende instantie verkeerd gedaan? We zijn blijkbaar vergeten om eerst de vraag te stellen wat het betrokken bedrijf of organisatie achterwege heeft gelaten. Dat is mijns inziens de verkeerde volgorde”.

“We moeten ons van het risico bewust zijn, om de verzekering te willen betalen”.

EEN GERAFFINEERD SYSTEEM Huijts vult aan: “We hebben in Nederland een heel geraffineerd systeem, waar ik ook trots op ben. Het is denk ik wel belangrijk om stil te staan bij hoe wij dit systeem voor ons laten werken. We werken voor de gezondheidsbescherming van onze burgers namelijk nauw samen met de individuele partijen / producenten

8

Voor Ondernemers in de Zorg

Huijts stelt het volgende ten aanzien van deze kwestie: “Ik zie dit als de keerzijde van het succes dat we in Nederland hebben bereikt. Omdat we het in de regel goed hebben geregeld, kunnen we er slecht tegen als er toch eens iets gebeurt. Ook al hebben we het dan over enkele incidenten vanuit de statistiek bekeken, daar heeft een individu natuurlijk niets aan als het hemzelf betreft. Toch moeten we tegengas geven als de neiging ontstaat te willen dat er nooit meer iets fout mag gaan. Als we


daar aan toe zouden geven, dan leggen we eigenlijk het maatschappelijk leven stil. Een dergelijke discussie zijn we eerder geneigd te voeren als we het hebben over een sector die ver van ons af staat, maar als we geen risico willen lopen dan moeten we ook de auto’s gaan verbieden. Immers, in het verkeer lopen we allemaal veel risico. Maar dat haalt natuurlijk niemand in zijn hoofd om dat te gaan verbieden. Nee, als we daaraan toegeven, het nulrisico scenario, dan kunnen we complete sectoren gaan afschaffen. Dat willen we uiteraard niet, we willen wel economische activiteit houden. We zoeken dus naar acceptabele en beheersbare risiconiveaus in de afweging van verschillende belangen: we willen wonen, we willen recreëren, we willen de

kost verdienen en we willen ons snel verplaatsen. Dat zijn allemaal activiteiten die ook hun nadelen hebben voor de gezondheid”. Daarbij vult Huijts kritisch aan: “Overigens is niet iedereen de mening toegedaan dat dit nulrisico scenario door de burger wordt verlangd. Prof.dr. Ira Helsloot stelt dat dit issue met name bij beleidsmakers, politici en media speelt. Een belangrijk tegengeluid, daarom heb ik hem ook gevraagd een bijdrage te leveren aan dit magazine, en dus is het goed om met de burger in gesprek te blijven”.

Februari 2013 | JA ARGANG 7

9


CONTINU DE AFWEGING RONDOM EEN PASSENDE INTERVENTIE Huijts stelt dat de continue afweging welke interventie het best past op welk moment in de tijd juist ook na een uitbraak aanwezig blijft: “Bij een infectieziektenuitbraak speelt steeds de kwestie of we direct grote maatregelen in moeten zetten terwijl we nog niet genoeg weten of dat we beter nog even kunnen wachten om meer informatie te verzamelen. In het eerste geval kunnen mensen na afloop stellen dat het overkill was, zoals dat in Duitsland met de EHEC-bacterie gebeurde toen ten onrechte verschillende groenten als boosdoener werden aangemerkt met desastreuze en onnodige gevolgen voor de handel. In het tweede geval lopen we weer risico dat mensen zeggen dat er te laat is geïntervenieerd en onnodig slachtoffers zijn. Dat dilemma is inherent aan crisisbestrijding en zal je dus altijd houden. Als burger zijn wij zelf ook dubbel in wat wij een goede interventie vinden. Met voedselveiligheid zullen we bijvoorbeeld in een restaurant niet snel zeggen dat het best wat minder strikt kan, maar voor eten thuis kijken we minder nauw en zouden we overheidsregels betuttelend vinden”.

“We willen toch het liefst maximale vrijheid om zelf alles te bepalen en onze eigen risico’s af te wegen, maar aan de andere kant de overheid die met maatregelen voorkomt dat iets voor ons persoonlijk dramatisch kan aflopen”.

STILLE KRACHT VAN DE OVERHEID VERSUS EIGEN VERANTWOORDELIJKHEID Een interessante kwestie is de eerder genoemde afbakening van de verantwoordelijkheid van de overheid, oftewel: waar eindigt de stille kracht en begint de verantwoordelijkheid van de burger? VOZ Magazine stelt dat deze discussie al een tijd gevoerd wordt gevoerd in het veld als het gaat om vaccinaties. Als we kijken naar de vaccinaties opgenomen in het RVP, dan is duidelijk dat de overheid ervoor gekozen heeft dat te zien als haar verantwoordelijkheid, de stille kracht dus. Maar zodra we het hebben over reizigersvaccinatie dan valt dat net weer onder de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Het is de moeite waard daar eens bij stil te staan, want als we weten dat een reis naar een bepaald land een verhoogd risico met zich meebrengt, is de kans reëel aanwezig dat iemand met een infectie weer terug komt en de nodige schade ondervindt in Nederland; ook voor de omgeving kan dat bij bepaalde infecties een verhoogd risico met zich meebrengen. Een andere illustratie van een dergelijk fenomeen, volgens VOZ Magazine, is het vaccineren van zuigelingen tegen hepatitis B. Inmiddels is deze vaccinatie opgenomen in het RVP, echter het toentertijd uitgebrachte advies van de Gezondheidsraad, om ook een inhaalcampagne te doen bij 12-jarigen, is net weer niet overgenomen door de minister. Juist het voorbeeld van hepatitis

10

Voor Ondernemers in de Zorg

B lijkt een relevante constatering, omdat Aart van Os, bestuursvoorzitter van Sanquin, in zijn artikel verderop in deze uitgave stelt dat bij nieuwe donoren tachtig keer vaker hepatitis B wordt geconstateerd dan bij huidige donoren. Op de vraag in hoeverre de overheid op basis van deze constatering vanuit Sanquin mogelijk bestaand beleid t.a.v. hepatitis B en het achterwege laten van de inhaalcampagne voor 12-jarigen zou moeten herzien zegt Huijts het volgende: “In Nederland hebben we het beleid rondom gezondheidsbescherming en dus ook vaccinaties voorzien van een heel groot wetenschappelijk fundament. Ons beleid leunt op medisch-wetenschappelijke analyses. Maar voor ons is het medisch advies vanuit de Gezondheidsraad, RIVM of anderszins het begin van de discussie rondom dit type onderwerpen en niet het eindpunt. Er spelen naast het medisch advies ook aspecten als kosten, maatschappelijke acceptatie en -visie, internationale verhoudingen, juridische kwesties, maar ook uitvoerbaarheid. Wij zijn daar ook volledig helder en transparant in en afwegingen van de minister zijn ook voor het publiek beschikbaar. De minister kan zich daarover ook verantwoorden. Dus in dit specifieke geval heeft de vorige minister besloten dat hepatitis B vaccinatie wel onderdeel moet zijn van het RVP, maar een andere opvatting gehad over de nut en noodzaak voor de inhaalcampagne bij 12-jarigen”. Op de vraag of het eerder ingenomen standpunt rond de inhaalcampagne voor hepatitis B bij 12-jarigen mogelijk anders komt te liggen als zich nieuwe feiten aandienen, zoals de constatering vanuit Sanquin, maar ook bijvoorbeeld de maatschappelijke acceptatie is vergroot en partijen in het veld zich daar sterk voor willen maken, zegt Huijts het volgende: “Natuurlijk kan dat veranderen. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als zich nieuwe wetenschappelijke inzichten aandienen, maar inderdaad ook als maatschappelijke preferenties wijzigen. Het is goed om eens in de zoveel tijd, niet elk jaar, maar geregeld kritisch te kijken naar het pakket aan maatregelen en vast te stellen of het nog steeds het optimale pakket is. Wel geldt hiervoor steeds dat we niet sturen op emotie maar op een degelijke afweging van feiten. Een gerationaliseerde afweging dus, telkens als we iets nieuws willen doen of bestaand beleid willen wijzigen”. TOT SLOT Huijts geeft aan dat het voor de overheid belangrijk is en blijft om ook in de toekomst haar kracht gerationaliseerd en betrouwbaar in te blijven zetten: “Het moet voor een ieder duidelijk en zichtbaar blijven dat wij samen met de experts in het veld, de wetenschappers en onze adviseurs, zoals onder andere bij het RIVM en de Gezondheidsraad, steeds streven naar de feitelijke basis waar we ons beleid op kunnen baseren. Wij vinden het ook erg belangrijk dat de producenten, experts, wetenschappers en adviseurs het podium krijgen, zoals ook in de uitwerking van het thema veiligheid in deze uitgave van VOZ. Ons past dan de bescheiden rol op de achtergrond om vanuit de betrokken invalshoeken de rationele afweging te maken en dat we daar helder over zijn, daar zijn we voor”.


Jonker: “De Nederlandse drinkwatervoorziening zit aan de top van de wereld. Dit is ontstaan vanuit het gedeelde besef in de vroege jaren ‘50 van de vorige eeuw en door wetgeving ondersteund, dat schoon drinkwater een eerste levensbehoefte is zonder precedent. Wij zijn nu ‘state of de art’ als het gaat om onze kennis van schoon water en om mogelijke bedreigingen voor te blijven en het water zonder chloor te kunnen drinken. Vroeger werd op tientallen stoffen gemeten in het water, tegenwoordig doen we dat op honderden soorten. Maar we weten dat er duizenden stoffen in het water zitten, alleen kunnen we die nu nog niet allemaal meten. Waar wij met zorg naar kijken zijn de nanomaterialen. Een sportshirt bijvoorbeeld is tegenwoordig geïmpregneerd met zilverionen om lichaamsgeuren tijdens het sporten tegen te gaan. Dit zijn hele kleine materialen die tijdens het wassen van de kleding weggespoeld worden en in het rioolwater terecht komen. Er wordt momenteel onderzoek uitgevoerd om te bezien of deze materialen in het drinkwater terechtkomen en als dat zo is, of ze uit het water gezuiverd kunnen worden. De werkelijkheid nu is dat we op dit moment niet weten wat de aard en de omvang van dit type stoffen zijn en daarmee de aard van de verontreiniging van het drinkwater”.

AANDACHT VOOR DE KWALITEIT VAN DE BRON VANUIT EUROPA Jonker geeft aan dat de aandacht voor de kwaliteit van de bron een belangrijke pijler is voor gezond water. Onder de duinen zit goed drinkwater, alleen raken deze uitgeput als deze niet extra worden aangevuld. Jonker: “We brengen nu in praktijk 10 keer zoveel water vanuit de Maas naar de duinen als er regen op de duinen valt. Bij de rivier de Maas is het van groot belang dat bovenstrooms rekening houdt met benedenstrooms. Een goed functionerende Europese Unie is voor de verschillende drinkwaterbedrijven van groot belang. Immers door Europese richtlijnen en toezicht daarop is de kwaliteit van het drinkwater de afgelopen 20 jaar substantieel toegenomen”. NORMERINGEN De Europese unie en Nederland gebruiken een voorzorgsnorm voor het aantal mcg dat per stof mag voorkomen in drinkwater, te weten niet meer dan 0,1 microgram per liter voor alle mogelijke stoffen. In Amerika wordt een andere filosofie gehanteerd door per soort stof de toegestane waarden te berekenen. In Nederland blijven we door goede bronnen, regelgeving en goed beleid onder de gestelde normen. Een uitdaging voor de drinkwaterbedrijven is om helemaal geen stoffen in het drinkwater te hebben die er niet in thuishoren. “Dit is een behoorlijke opgave en ook is lastig in te schatten hoe ver we hierin moeten gaan”, legt Jonker uit. “De wetenschap legt misschien uit dat een mens niet ziek wordt van minder dan 0,1 mcg/liter, maar wat de burger ervan vindt is zeker net zo belangrijk. Een mooi voorbeeld is de discussie die nu speelt of deze norm ook toegepast moet worden op de stof carbamazepine. Dit is een anti-epilepsiemiddel welke via de urine uiteindelijk in de rivieren uitkomt. Vroeger konden we deze door de lage hoeveelheid niet eens meten maar vanwege sterk toegenomen gebruik kan dat nu wel. Nu zijn zelfs met deze toename de hoeveelheden gering. Bij een leven lang water drinken heb je nog niet de hoeveelheid van 1 normale dosis binnen gekregen die een patiënt twee keer per dag inneemt. Wetenschappelijk gezien valt het dus allemaal wel mee, maar omgekeerd als de vraag gesteld zou worden of het goed is dat in het drinkwater een beetje anti-epilepsiemiddel zit is het antwoord uiteraard dat dit eruit moet. Dit is het spanningsveld waar we nu midden in zitten. Het gaat niet alleen om ‘effect based science’, maar met name en vooral ook om het algemeen maatschappelijk gevoel”.

14

Voor Ondernemers in de Zorg


AFBREKEN VAN GEVAARLIJKE STOFFEN IS DE VOLGENDE STAP Jonker: “Uiteraard moeten we door richtlijnen voorkomen dat gevaarlijke stoffen in het water terecht komen. Daarna is het aan de drinkwaterbedrijven om met standaardtechnieken deze stoffen uit het water te krijgen, alleen is inmiddels bekend dat daarmee niet alles wordt tegengehouden. Een volgende stap kan zijn het afbreken van deze stoffen door middel van geavanceerde oxidatie. De restanten die daarna overblijven, kunnen er vervolgens weer uitgefilterd worden. Deze extra stap zal noodzakelijk zijn om het vertrouwen in ons drinkwater hoog te houden. Naast perceptieproblemen is deze stap ook noodzakelijk om de negatieve effecten van een combinatie van stoffen, die gezamenlijk kunnen leiden tot een gevaarlijke cocktail, tegen te gaan. Daarmee voorkomend dat er een nieuw gevaar voor de volksgezondheid ontstaat”. DE NIEUWE GEZONDHEIDSTAAK VAN DE 21STE EEUW Jonker: “Water drinken draagt bij aan de gezondheid, verhoogt de concentratie en het is een wapen in de strijd tegen obesitas. Wij vinden het onze taak om in de 21ste eeuw, waarbij gezond leven cruciaal wordt en de gezondheidskosten elk jaar blijven stijgen, extra aandacht te geven aan gezondheid in relatie tot drinkwater. Dit thema werken wij in de komende tijd met een aantal wetenschappers verder uit. Concreet hebben wij vorig jaar een eerste stap gezet met het plaatsen van openbare tapkranen, waar we dit jaar verder mee zullen gaan”. Het

verhaal is dat er voldoende water gedronken moet worden en dan niet in de vorm van koffie, bier of cola maar gewoon kraanwater. “Door deze openbare tapkranen stellen wij drinkwater voor iedereen beschikbaar, gewoon je flesje weer even vullen tijdens het winkelen of na het sporten”, stelt Jonker. De jeugd heeft tegenwoordig een voorkeur voor ‘sexy drankjes’. Alleen maar roepen dat water drinken belangrijk is helpt niet. Jonker: “Voor de jeugd hebben wij in dit project extra aandacht. Wij haken aan bij regionale en lokale initiatieven. Een voorbeeld daarvan is een gezondheidscampagne van de GGD Den Haag, die in klassen tijdens een gezondheidsles uitleg geven over wat water betekent voor je lijf en je tanden. Uit de eerste ervaringen blijkt dat de kleintjes daar goed in mee gaan, mits het goed behandeld is in de klas en er gebruik wordt gemaakt van waterpauzes zodat kinderen er ook de tijd voor kunnen nemen”. Jonker sluit het interview met enthousiasme af: “Wij vinden het belangrijk dat het drinken van water een gewoonte wordt. Als wij als Dunea de mensen bewust kunnen maken dat water drinken een bijdrage levert aan de eigen gezondheid dan is dat niet alleen goed voor onze eigen reputatie, maar dan gaan mensen het water ook anders gebruiken en bewuster water drinken. De gezondheidstaak breder oppakken dan alleen maar goed water uit de kraan laten komen is een mooie uitdaging waar wij in de 21ste eeuw voor staan”.

Februari 2013 | JA ARGANG 7

15


VOZ Magazine 01 2013