Page 1

Groei van het christendom

Onderzoek naar de mate waarin de vroegchristelijke literatuur heeft bijgedragen aan de snelle groei van het christendom

Š J.M. Pauw, 2001


© J.M. Pauw

De vroeg-christelijke literatuur als wapen in de strijd tegen het heidendom Themasyll. 2000-2001

Inhoud INHOUD ................................................................................................................................................................. 1 1 INLEIDING .................................................................................................................................................................. 2 2 PERIODISERING ........................................................................................................................................................... 2 3 DE GRIEKSE VROEG-CHRISTELIJKE LITERATUUR ................................................................................................................... 3 3.1 Het Nieuwe Testament ................................................................................................................................... 3 3.2 De apocriefe boeken ....................................................................................................................................... 5 3.3 De Apostolische vaders ................................................................................................................................... 6 3.4 De apologeten ................................................................................................................................................ 7 3.5 Strijd tegen de ketters..................................................................................................................................... 9 3.6 De Alexandrijnse school .................................................................................................................................. 9 3.7 Vanaf de 3e eeuw .......................................................................................................................................... 10 4 HELLENISERING VERSUS KERSTENING ............................................................................................................................. 11 5 SLOTBESCHOUWING ................................................................................................................................................... 12 LITERATUUR ................................................................................................................................................................ 13

1


© J.M. Pauw

De vroeg-christelijke literatuur als wapen in de strijd tegen het heidendom Themasyll. 2000-2001

De vroeg-christelijke literatuur als wapen in de strijd tegen het heidendom Het thema van dit jaar richt zich op de confrontatie tussen Kerk en wereld in verleden, heden en toekomst. Het vroege christendom is een belangrijk onderdeel van het verleden met als een van zijn kenmerken: confrontatie, strijd. Het christendom heeft zich in enkele eeuwen razendsnel uitgebreid van een kleine vergadering tot staatsgodsdienst. Reeds vanaf het begin van deze groei heeft het zich moeten verantwoorden en verdedigen tegenover vijanden van buitenaf, maar ook van binnenuit: overheden, Joden, heidenen en ketters. Dit leidde tot een enorme grote productie aan christelijke geschriften om de christelijke leer uiteen te zetten en te verdedigen. De meeste hiervan zijn helaas verloren gegaan, maar toch is nog een aanzienlijk deel overgeleverd. In dit artikel richten we onze aandacht op deze geschriften, vanuit de vraag in welke mate ze gezien kunnen worden als wapen ter uitbreiding en bescherming van het christendom.

1 Inleiding In de loop van dit artikel zullen, na een afbakening van de te beschrijven periode, enkele genres belicht worden uit de literatuur1 die de vroeg-christelijke Kerk2 heeft voortgebracht. Na een beschrijving van een genre volgt een korte analyse, waarin uiteengezet wordt welke plaats ze inneemt in haar strijd tegen ongeloof en dwaling.

2 Periodisering Als we spreken van de vroeg-christelijke Kerk, bedoelen we daarmee de Kerk in de beginperiode van het christendom. Het christendom is de facto begonnen op het moment dat Christus op aarde volgelingen kreeg, c.q. riep: Zijn discipelen.3 Alle geschriften die vanaf dat moment4 geschreven werden door de volgelingen van Christus, mogen aanspraak maken op de titel ‘christelijke literatuur’.

1

Ik zal me hier niet wagen aan een moderne definitie van literatuur, gezien de vele controversen die erover bestaan. Bovendien

gaat elke vergelijking van de vroeg-christelijke literatuur met de moderne mank. In dit artikel heeft literatuur daarom de waarde van: alle geschreven boeken. 2

Om de Kerk vanaf de eerste eeuw na Christus aan te duiden, prefereer ik de term ‘vroeg-christelijke Kerk’ boven de term

‘vroege, of oude Kerk’, omdat laatstgenoemde impliceren dat de Kerk haar oorsprong heeft in het begin van onze jaartelling. De Kerk vinden wij echter reeds in Oude Testament, terwijl de christelijke Kerk in de Nieuwtestamentische tijd opkomt. Als ik in dit artikel af en toe de term ‘vroege Kerk’ gebruik, houde men dit in gedachten. 3

De algemene ‘status’ van christen kregen zij pas ruim een 10-tal jaren later; Reallexikon für Antike und Christentum, Stuttgart,

band II. Christennamen C.II.2. Te Antiochië werden zij voor het eerst ‘christenen’ genoemd; Hand. 11:26. 4

Het jaar 30 wordt altijd genoemd als het aanvangsjaar van Jezus’ omwandeling in Israël, hoewel dit eigenlijk niet correct is,

omdat Christus op 30-jarige leeftijd begon rond te trekken en de christelijke jaartelling enkele jaren na Zijn geboorte begint. Zie

2


© J.M. Pauw

De vroeg-christelijke literatuur als wapen in de strijd tegen het heidendom Themasyll. 2000-2001

De vroeg-christelijke literatuur omvat zowel Griekse als Latijnse werken. Omwille van de lengte van dit artikel zal ik me beperken tot de geschriften van Griekse bodem en als eindmarkering de 5e eeuw nemen.5

3 De Griekse vroeg-christelijke literatuur Na zijn ontstaan groeide het christendom met name op in het Oost-Romeinse rijk. Weliswaar was het Oosten al in handen van de Romeinen, maar gedurende de eerste eeuwen van onze jaartelling bleef het Hellenisme intact. Dat betekende onder meer, dat het Grieks nog steeds de voertaal was en dat verklaart waarom we in de eerste eeuwen van de kerkgeschiedenis slechts Griekse werken tegenkomen.6 3.1 Het Nieuwe Testament Na 3 jaar dagelijks onderwijs gekregen te hebben van Jezus Christus, hun Leermeester, werden de discipelen erop uitgestuurd om de Kerk van Christus uit te breiden.7 En al gauw na de hemelvaart van Christus, wordt op de dag van Pinksteren die Kerk uitgebreid met 3000 leden en ‘de Heere deed dagelijks tot de Gemeente, die zalig werden.’ (Hand. 2:47). De Kerk groeide snel en verspreidde zich al gauw over heel Klein-Azië.8 De allereerste christenen in deze tijd moesten het vooralsnog doen met het Oude Testament en de mondelinge verkondiging van wat wij nu in de vier evangeliën en Handelingen kunnen lezen. Een Nieuwe Testament, zoals wij die hebben, hadden zij nog niet. Mede door de verstrooiing van de christenen werd het echter noodzakelijk om op papier te stellen wat vooralsnog mondeling werd doorgegeven, opdat het voor een groter publiek toegankelijk zou worden en opdat men kon teruggrijpen

bijv. H. Mulder, Gids voor het Nieuwe Testament. Kampen 1962, p. 155 (tijdtabel) en W.J. Ouweneel, in: Bijbel en Wetenschap, nr. 215/216, 1999, p. 199. Daadwerkelijk werd eerst enige jaren later de eerste christelijke literatuur geschreven. 5

Meestal wordt Johannes Damascenus (-749) beschouwd als de laatste vertegenwoordiger van de Griekse patristiek. A.M.

Malingrey, J. Fontaine, De oud-christelijke literatuur. Aulapocket, Utrecht/ Antwerpen 1972, p. 117 6

e

In de 3 eeuw komt daar verandering in: ten eerste is het romaniseringsproces in volle gang, en ten tweede breidt het

christendom zich ook steeds verder uit naar het westen. Langzaam maar zeker wordt het Latijn de (schrijf)taal van de kerkvaders. De eerste christelijke geschriften in het Latijn zijn bijbelverklaringen en martelaarsakten. Met de komst van Minucius Felix en e

e

Tertullianus (2 / 3 eeuw) neemt de Latijnse theologische literatuur een aanvang. Voor meer informatie over deze omwenteling, zie: Klaus Sallmann, Handbuch der Lateinischen Literatur der Antike, 4. Band: Die Literatur des Umbruchs. Von der Römischen zur christlichen Literatur. 117 bis 284 n. Chr. München 1997, § 466 7

Matth. 28:19. Het Griekse woord voor ‘onderwijzen’, maqhteuvw, betekent eigenlijk ‘leerlingen, discipelen, volgelingen

maken’. Op deze wijze wordt hetzelfde werkwoord in Hand. 14:21 vertaald. Vgl. Bauer-Aland, Griechisch-Deutsch Wörterbuch zu 4

den Schriften des Neuen Testaments und der übrigen urchristlichen Literatur, Berlijn 1952 , maqhteuvw. 8

Aanvankelijk was er slechts een christengemeente te Jeruzalem, maar na de steniging van Stefanus, de eerste martelaar, kwam

daar een eind aan. Hand. 11:19. De diaspora onder de christenen was begonnen.

3


© J.M. Pauw

De vroeg-christelijke literatuur als wapen in de strijd tegen het heidendom Themasyll. 2000-2001

op een geschreven bron. Daarom namen de apostelen de pen ter hand en schreven, door Gods Geest geïnspireerd, de evangeliën en de zendbrieven. De eerste Nieuwtestamentische boeken zijn Mattheüs, Jakobus en de meeste zendbrieven van Paulus, die omstreeks het jaar 50 gedateerd worden.9 Snel daarop volgden de andere brieven en evangeliën, met als laatste de Openbaring aan Johannes in het jaar 90. Op dat moment is het Nieuwe Testament compleet10 en is hiermee het wapen van de christelijke literatuur voor het eerst gehanteerd. De vraag is nu: wat karakteriseert de boeken van het Nieuwe Testament in haar strijd voor het christendom?11 Om achter een antwoord op deze vraag te komen, is het goed om te proberen ons te verplaatsen in de mensen die in die tijd leefden en die het Nieuwe Testament in eerste instantie hoorden of lazen. Een belangrijk gegeven hierbij is, dat de hellenistische literatuur haar hoogtepunt reeds bereikt had.12 Combineren we dit met het feit dat de (joods-) christelijke literatuur in haar wezen geen hellenistische literatuur is13, hoewel wel in het Grieks geschreven werd, dan moet het wel duidelijk worden, dat het Nieuwe Testament in literair opzicht een vreemde indruk maakte in de hellenistische wereld. Immers, het is duidelijk dat, hoewel de boeken van het Nieuwe Testament niet stijlloos zijn, de nadruk veel meer gelegd werd op de inhoud dan op de vorm. Zowel de inhoud als de vorm zullen voor de Grieken een dwaasheid zijn geweest. De vraag rijst dan meteen: Hoe kon men dan de Grieken bereiken in de aanval tegen het heidendom en hen winnen voor het christendom? Door de apostelen gebeurde dat niet in geschrift, maar door mondelinge prediking en disputaties.14 Dit wil echter niet zeggen dat de strijd voor het christendom geen gestalte kreeg in de literatuur. Hoewel het Nieuwe Testament niet werd geschreven aan de heidenen, had het toch een 2-ledige functie in de strijd voor het christendom. Ten eerste werd ze geschreven aan bestaande (Joods-)christelijke gemeenten en ten tweede is ze geschreven, weliswaar niet aan, maar wel vóór de heidenen. Wat het eerste betreft, diende ze tot onderwijs en opbouw van de gemeente. Juist de inhoud van het Nieuwe Testament was beslissend voor 9

H. Mulder, a.w. p. 155 (tijdtabel). Over de datering van sommige bijbelboeken echter bestaat veel onenigheid tussen de critici. 6

Voor een andere tijdtabel zie: A.F.J. Klijn, De wordingsgeschiedenis van het Nieuwe Testament; Utrecht/ Antwerpen 1978 ; p. 242-245 10

Het voert binnen het kader van dit artikel te ver om hier in te gaan op de totstandkoming van de canon van het Nieuwe

Testament. Voor dit buitengewoon interessante onderwerp volsta ik met een verwijzing naar: G. v.d. Brink, Op betrouwbare grond. Over oorsprong en gezag van het Nieuwe Testament, Heerenveen 1999. 11

Deze vraag is niet zozeer theologisch, als wel literair bedoeld.

12

A. Sizoo, a.w. p. 2

13

Ze vindt haar wortels immers in het Oude Testament, dat geschreven is in de Semitische taalwereld, dat zeer weinig verwant

is aan de Griekse. Inhoudelijk blijkt dit verschil uit het theocentrische uitgangspunt van de bijbelschrijvers, in tegenstelling tot het antropocentrische karakter van de hellenistische wereld- en levensbeschouwing. 14

Waarvan we talrijke voorbeelden vinden in de Handelingen der Apostelen. Deze mondelinge strijd valt buiten het bestek van

dit artikel.

4


© J.M. Pauw

De vroeg-christelijke literatuur als wapen in de strijd tegen het heidendom Themasyll. 2000-2001

het heidendom. Ze bood de christenen immers de wapens om de vijand te kunnen weerstaan.15 Het gevolg was, dat de christenen door dit onderwijs een steeds sterker fundament kregen om op te staan en te bouwen16 in de confrontatie met de heidense buitenwereld. Dit actief opereren vond echter pas plaats in het werk van de apologeten van de 2e eeuw. Zoals reeds gezegd, is ze in de tweede plaats ook geschreven voor de heidenen. Tezamen met het Oude Testament (!)17 bood ze (en biedt ze nog steeds) de basis voor prediking, zending en evangelisatie, mede onder de heidenen. Door dat Woord is het christendom gegroeid en het heidendom voor velen verloren gegaan. En nog steeds ondervindt Kerk en wereld de kracht van dit Geschrift18, waaruit blijkt dat dit wapen uit Gods hand scherper is dan een tweesnijdend zwaard.19 3.2 De apocriefe boeken Vaak wordt wel gedacht dat de zogenoemde apocriefe boeken van het Nieuwe Testament ook omstreeks dezelfde tijd zijn geschreven als het Nieuwe Testament zelf. Dit is echter een misvatting, die opgeroepen wordt door de inhoud die pretendeert apostolisch te zijn.20 De verschillende genres die in het Nieuwe Testament voorkomen, vinden wij ook in de Nieuwtestamentische apocriefen.21 Door de grote overeenkomsten die ze vertonen met de apostolische geschriften, zijn ze in de kerkgeschiedenis vaak voor apostolisch aangezien en soms ook als canoniek beschouwd. De apocriefe boeken zijn echter niet reeds in de 1e eeuw geschreven, maar gedurende de eeuwen die daarop volgden. Vele werden steeds opnieuw bewerkt totdat ze de uiteindelijke vorm kregen zoals wij ze nu kennen. De schrijvers zijn veelal onbekend of ten onrechte aan een titel verbonden. Ze behandelen o.a. Bijbelse onderwerpen, zijn vaak gericht op de praktijk van het leven en dikwijls uitgebreid met allerlei fantastische legenden, ketterijen, etc. 15

Vgl. Ef. 6: 10vv. In het hele Nieuwe Testament vinden we geen brieven aan heidenen of ketters, maar de christenlezers

worden gewaarschuwd tegen de vijanden van buitenaf en ook van valse leringen van binnenuit (heidenen, valse profeten, antichristen, etc.). Ze worden ertegen gewapend. Ook in 2 Tim. 3: 16 lezen wij dat de Schrift geschreven is aan de christenen opdat zij onderwezen zouden worden in kennis, én de heidenen en valse leraars (ketters) zouden kunnen weerleggen. 16

Vgl. Ef. 2: 19vv

17

Het feit dat het Oude Testament hier onbesproken blijft, zegt uiteraard niets over de waarde ervan t.o.v. het Nieuwe

Testament! Het Oude Testament wordt door velen ten onrechte onderschat, dikwijls wegens onbegrip. Voor een prachtig pleidooi voor het Oude Testament leze men H.F. Kohlbrügge, Waartoe het Oude Testament? Kampen 19883 18

e

Luther wist het prachtig onder woorden te brengen in zijn strijdhymne Een vaste Burcht is onze God, het 4 couplet, ‘Gods

Woord houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken!’ 19

Hebr. 4:12

20

A. Sizoo, a.w. p. 26.

21

Om een willekeurig aantal te noemen: Evangelie naar de Hebreeërs, Evangelie van Petrus, Handelingen van Thomas, Brief van

Barnabas, Openbaring van Petrus.

5


© J.M. Pauw

De vroeg-christelijke literatuur als wapen in de strijd tegen het heidendom Themasyll. 2000-2001

Dat brengt ons meteen bij de vraag die we zojuist ook m.b.t. het Nieuwe Testament hebben gesteld, namelijk welke rol de apocriefe boeken hebben gespeeld in de strijd voor het christendom. Voorop gesteld dient te worden, dat de apocriefen ver achter staan in verhouding tot het Nieuwe Testament. Ze zijn niet door Gods Geest geïnspireerd en missen mede daardoor de diepgang die we in het Nieuwe Testament wel aantreffen. Ook het waarheidsgehalte laat veel te wensen over.22 Betrekken wij daarbij de vele ketterijen die hun oorsprong vinden in de apocriefen, of die ze juist hebben beïnvloed, dan lijkt het alsof ze het christendom slechts kwaad hebben berokkend. Dit is echter de ene kant van de zaak. Een meer positieve benadering is echter ook mogelijk. Ook het doel van vele apocriefe boeken is onderwijzing en opbouwing in het geloof, terwijl de aandacht uitgaat naar het leven van de Kerk en de vrome christen.23 De mensen werden aangespoord om te wandelen in de voetstappen van Jezus, Die op z’n minst als grote Voorbeeld geprezen werd. Wat geloofszaken betreft, de wezenlijke zaken van het christendom, moesten zij echter ‘bouwen op het fundament der apostelen en profeten’ (Ef. 2:20). Zeer ten dele zijn de apocriefen dus een goed middel geweest om het christendom te voeden en op te laten groeien.24 Het grootste werk deed het Nieuwe Testament. Vormden de apocriefen een soort volksliteratuur van de 2e-5e eeuw, in de eerste helft van de 2e eeuw kwam nog andere geschriften te voorschijn: die van de Apostolische vaders. 3.3 De Apostolische vaders Met deze metonymia worden de geschriften aangeduid van enige leerlingen25 van de apostelen, eveneens geschreven aan de bestaande christengemeenten. Ze vormen voor ons de belangrijkste bron van kennis over het leven en denken van de christenen in de eerste helft van de 2e eeuw, een tussenperiode van de apostolische tijd naar de tijd van de apologeten. De Apostolische vaders bouwen duidelijk voort op de leer van hun leermeesters, de apostelen. Dit blijkt uit o.a. en met name hun taalgebruik26, maar ook uit de inhoud. In vergelijking met de boeken van het Nieuwe Testament ontbreekt echter, evenals in het Nieuwe Testament, de diepgang in de Apostolische vaders. Ook kan

22

Dit, en ook het gebrek aan diepgang, hangt mede samen met het feit dat vele apocriefe boeken anoniem verschenen zijn, als

gevolg van mondelinge overleveringen. Ze doen vaak denken aan volksliteratuur, zoals sprookjes en anekdotes. Vgl. A. Sizoo, a.w. p. 26. 23

A. Sizoo, a.w. p. 31

24

Hier wijs ik op een overeenkomst met het N.T., n.l. dat ook de apocriefen geschreven waren tot de christenen en niet tot de

heidenen. 25

Clemens, Barnabas, Papias, Hermas, Ignatius en Polycarpus. Voor een vertaling van deze Apostolische vaders: Apostolische

vaders, ingel. en toegel. door A.F.J. Klijn, 2 dl. Kampen 1981-1983. 26

Bijv. veel woordelijke citaten uit het N.T.

6


© J.M. Pauw

De vroeg-christelijke literatuur als wapen in de strijd tegen het heidendom Themasyll. 2000-2001

men ze niet leerstellig noemen.27 Er worden wel praktische regels gegeven voor de levensheiliging, maar een duidelijk omlijnd theologisch kader ontbreekt nog.28 De schrijvers zijn meer gericht op het institutionele karakter van de Kerk en de directe imitatio Christi. De inhoud van de apostolische vaders wordt ook bepaald door het uitblijven van de zo spoedig verwachte wederkomst van Christus.29 De christenheid die de komst van Christus reeds in hun dagen verwachtte, werd erdoor opgebeurd en onderwezen. Zo werd de Kerk door de apostolische vaders aangespoord om te blijven staan in de ware leer der apostelen30 en niet af te wijken van het geloof, door te luisteren naar het heidendom.31 3.4 De apologeten In het kleine tijdsbestek waarin het christendom zich een plaats had verworven in de laat-klassieke wereld, werd al snel duidelijk dat niet iedereen zich kon verenigen met deze ‘nieuwe sekte’, zoals ze door velen genoemd werden.32 Van buitenaf, maar al gauw ook van binnenuit, kwamen vijanden opzetten van de ware christelijke leer. Zo had men zich al in de 2e eeuw te verdedigen tegen het heidendom en de ketters binnen de christelijke wereld. Voor die tijd zaten de vijanden ook niet stil, maar er waren geen mensen die het in geschrift op konden nemen tegen de heidense aanvallen.33 Dit veranderde rond de 1e eeuwwisseling. Leek de christelijke leer aanvankelijk slechts aangehangen te worden door de lagere klasse van de bevolking, in de loop der tijd kwamen er ook intellectuelen tot bekering. Zij waren het die de taak op zich namen om de christelijke leer te verdedigen tegen hun belagers. Deze mannen werden apologeten genoemd34, die in hun verdediging naar buiten toe poogden weerstand te bieden aan een driekoppige vijand.35 Allereerst vroegen de christenvervolgingen, die in de

27

Toch vinden wij reeds hier de oorsprong van ketterse gedachten, waarvan sommige zich later in de Roomse Kerk ten volle

zouden ontplooien. Zo vinden wij in de Brief van Barnabas de opvatting dat het hele O.T. door de Joden verkeerd begrepen is, e

en volledig allegorisch uitgelegd dient te worden. In de 1 brief van Clemens lezen we van de successio apostolica, de directe opvolging van de (hoogste) bisschop. Bij Papias treffen wij de gedachte van het chiliasme aan en zo zijn er nog talrijke voorbeelden meer te noemen. 28

Dat zal zich enige jaren later in het werk van de apologeten ontwikkelen. Zie verderop in dit artikel.

29

Vgl. in deze themasyllabus: M. Klaassen, ‘In hope zalig’.

30

Vgl. ook Hebr. 10:22-25

31

Vgl. 1 Tim. 6:20 en 21.

32

Hand. 28:22 illustreert dat het christendom veel kritiek te verduren had.

33

Capabele mensen in de apostolische tijd zetten zich meer in voor het stichten van nieuwe gemeenten en de onderhouding

daarvan. Indien nodig werd er mondeling gedisputeerd; zie noot 15. 34

Afgeleid van het Griekse woord ajpologiva, dat ‘verdediging’ betekent. De Griekse apologetiek vond haar bloeitijd in de 2

eeuw, met mannen als Quadratus, Aristides, Justinus Martyr, Tatianus, Athenagoras en Theophilus. 35

Vgl. A. Sizoo, a.w. p. 32 en 33.

7

e


© J.M. Pauw

De vroeg-christelijke literatuur als wapen in de strijd tegen het heidendom Themasyll. 2000-2001

loop der jaren steeds meer principieel en juridisch gefundeerd werden36, om een bestaansgrond van het christendom. Daarnaast namen zij de pen op tegen de vele lasteringen die onder het gewone volk rondgingen over de christenen.37 Tenslotte kwam ook van de kant van de pagane geleerden het verzet. Dat uitte zich in heftige redevoeringen38, maar ook in polemische geschriften.39 En ook daartegen streden ze niet zonder succes. Een belangrijk verschil tussen de apostelen en de apostolische vaders enerzijds, en de apologeten anderzijds, is dat eerstgenoemden zich in hun geschriften richtten tot de christenen om hen te onderwijzen en op te bouwen in het geloof, terwijl de apologetische werken geadresseerd waren aan de heidenen, enerzijds om het christendom te verdedigen en anderzijds om tegelijkertijd met die verdediging het heidendom aan te vallen. Ook inhoudelijk verschoof het accent van de ‘praktijk van het christelijke leven’ naar de leerstukken, daartoe gedwongen door de aanvallen van heidenen en ketters. De apologeten werden genoodzaakt de christelijke leer nauwkeurig te doordenken en te beschrijven om dwalingen te bestrijden en te voorkomen. In hun strategie pasten zij zich aan aan de apologetische methode van de Hellenistische Joden en bij de kritiek van de Cynische en Stoïsche wijsgeren op de heidense godenwereld.40 Voorwerpen van bestrijding waren vooral het polytheïsme van het heidendom, de antropomorfe godsvoorstellingen en de beeldendienst. Ook stelden ze de onzedelijkheid in de heidense religie aan de kaak. Een belangrijk argument tegen de heidenen vonden de apologeten in het feit dat het christendom via het jodendom in het Oude Testament veel oudere papieren had dan de heidense religies. Zoals gezegd schreven de apologeten niet aan de eigen geloofsgenoten, maar juist aan de heidenen. Dit brengt een totaal ander schrijfkarakter met zich mee. De apologeten probeerden hun tegenstanders van de Nieuwtestamentische waarheden te overtuigen met redelijke argumentatie. Argumenten ontlenen zij niet aan het Nieuwe Testament zelf41, maar aan de Griekse wijsbegeerte.42 De apologeten hebben werk verricht van onschatbare waarde. Zij hebben gevochten voor de zuivere leer der waarheid en deze bewaard voor de Kerk.

36

Het christendom werd als een bedreiging gezien voor de officiële Romeinse godsdienst en dus voor de Romeinse staat.

37

Zo werden de christenen beschuldigd van goddeloosheid, omdat ze de Romeinse/ Griekse goden niet in ere hielden. Ook

werden ze ten onrechte beticht van bloedschande, het eten van mensenvlees en ezelsdienst. En om dit alles nog eens aan te wakkeren, schoof keizer Nero de brand in Rome, die hij zelf had aangestoken in het jaar 64, op naam van de christenen. 38

Een bekend voorbeeld hiervan is de redenaar M. Cornelius Fronto die in 143 een felle redevoering hield tegen het

christendom. 39

Zoals de platoonse wijsgeer Celsus in zijn werk jAlhqhv lovgo~, in 178 schreef.

40

A. Sizoo, a.w. p. 33

41

Dat was de Griek immers een dwaasheid, 1 Kor. 1:23

42

Veel apologeten waren voor hun bekering opgeleid in de retoriek van de heidense retorenscholen.

8


© J.M. Pauw

De vroeg-christelijke literatuur als wapen in de strijd tegen het heidendom Themasyll. 2000-2001

3.5 Strijd tegen de ketters Hoewel men de strijd tegen de ketters binnen de Kerk strikt genomen niet onder de term apologetiek schaart, is het toch in minder eigenlijke zin (of juist in meer eigenlijke zin), een vorm van apologetiek te noemen. Immers, in deze strijd werd de zuivere leer ook verdedigd, maar nu tegen dwalingen en afwijkende leerstukken bínnen de Kerk, in plaats van daarbuiten. Een van de eerste ketterse stromingen was het gnosticisme43, waarvan Marcion een bekende vertegenwoordiger was. Deze beweging bracht een grote hoeveelheid geschriften in omloop die grondig bestreden moest worden. Helaas zijn de talrijke geschriften van de ketterbestrijders voor het grootste deel verloren gegaan, evenals overigens de meeste werken van de ketters zelf.44 De bekendste en belangrijkste bestrijder der ketterijen was Irenaeus, bisschop van Lyon, geboortig uit de buurt van Smyrna. In zijn hoofdwerk, Onthulling en weerlegging van de valse gnosis45, bestrijdt hij het gnosticisme. Dit doet hij op een drietal wijzen. Ten eerste maakt hij gebruik van de rede, ten tweede beroept hij zich op de traditie en de leer van de apostelen, ten derde op de profeten, en ten vierde put hij argumenten uit de woorden van Christus. We zien dus, dat, in tegenstelling tot de apologeten, de ketterbestrijders zowel gebruik maakten van de rede als van de openbaring in het Nieuwe Testament. Irenaeus stond en staat bekend als de grootste theoloog van zijn tijd, die grote invloed heeft gehad, niet alleen in de strijd tegen de gnostieken, maar ook door zijn bijdrage aan de innerlijke versterking van de Kerk. 3.6 De Alexandrijnse school Aan het einde van de 2e eeuw treffen wij in Alexandrië46 in Egypte reeds de eerste christelijke school aan. Aanvankelijk was het wellicht een catechetenschool47, die uitgegroeid was tot een centrum van christelijke wetenschap. Aan deze school zijn in het bijzonder de namen verbonden van twee grote 43

Het gnosticisme, ook wel gnostiek genoemd, is een verzamelnaam voor allerlei godsdienstige leerstelsels die pretenderen hun

aanhangers de weg te wijzen tot de volmaaktheid, die bestaat in de mogelijkheid om niet-inzichtelijke, volledige kennis (gnosis) te verwerven van alle dingen. Algemeen principe is dat een volkomen en absolute kennis mogelijk is, waardoor men alle problemen die betrekking hebben op God, mens en wereld, kan oplossen. Het gnosticisme kwam men tegen in joodse, boeddhistische, maar ook christelijke kringen. Gnostische ‘christenen’ ontkennen God als Schepper, loochenen de incarnatie van Christus en Zijn verrijzenis uit de dood en leren dat de gnosis zalig maakt. 44

Het meeste wat wij weten van de ketters, hun geschriften en bestrijders, is afkomstig van de kerkhistoricus Eusebius van

Cesarea. 45

Beter bekend onder de Latijnse titel: Adversus haereses (tegen de ketters).

46

Dit was destijds een beroemde stad, vermaard om de eeuwenoude bibliotheken. Het was het centrum van wetenschap, waar

bovendien het Hellenisme tot bloei kwam. Hier was o.a. de Septuaginta tot stand gekomen. 47

Hier kreeg men het onderwijs in de christelijke leer ter voorbereiding op de doop.

9


© J.M. Pauw

De vroeg-christelijke literatuur als wapen in de strijd tegen het heidendom Themasyll. 2000-2001

theologen: Clemens van Alexandrië en Origenes. De eerste wordt beschouwd als de eerste christelijke geleerde. Hij heeft een omvangrijk oeuvre op zijn naam staan, maar daar is helaas het meeste van verloren gegaan.48 Zijn werk is een mengeling van enerzijds apologie tegen met name de Grieken en anderzijds exegese en leerstellige theologie tot onderwijzing van de christenen. Vanaf dit moment zullen ook de meeste latere schrijvers zich in hun geschriften op meerdere terreinen van de theologie begeven. ‘Specialisten’ zoals de Griekse apologeten van de 2e eeuw treffen we onder de grote theologen zelden meer aan. De reeds genoemde Origenes is eveneens een man van kaliber geweest. Wordt Clemens van Alexandrië de eerste christelijke geleerde genoemd, Origenes was wellicht wel de grootste geleerde van de christelijke oudheid. Ook hij bestreed het heidendom, met name in de persoon van de reeds genoemde Celsus.49 Met een uitgebreide weerlegging van de heidense aanvallen op het christendom nam Origenes echter geen genoegen. Hij schreef in zijn De principiis ook een positieve uiteenzetting van de christelijke leer die hij grondt op de leer van de apostelen. Daarnaast heeft hij zich intensief bezig gehouden met bijbelexegese, waarin hij zeer allegoriserend te werk ging. Ook Origenes heeft de Kerk grote diensten bewezen, maar toch moet ook van hem gezegd worden, dat terwijl hij grote ketters, zoals Celsus, bestreed, hij aan de andere kant zelf nieuwe ketterijen invoerde,50 waarom hij op verschillende concilies is veroordeeld. Met deze twee mannen is begonnen wat men kan noemen: de christelijke wetenschap. In hun werken zien we echter ook voor het eerst een zekere waardering voor de heidense wetenschap. Deze twee zullen in de loop der eeuwen steeds meer samengaan. 3.7 Vanaf de 3e eeuw De Alexandrijnse school heeft met haar eerste christelijke wetenschappers ook zeker niet de laatste voortgebracht. Na hen zijn er nog vele mannen van naam geweest, die hun werk en leven in dienst gesteld hebben van de Kerk, tot verbreiding en versterking van het christendom en bestrijding van het heidendom. De Kerk krijgt nu te maken met het Arianisme, de leer van Arius (256-336) die de drieeenheid en met name de goddelijkheid van Christus loochende en al snel vele volgelingen kreeg. Hij werd fel bestreden door Athanasius (295-373), die ook een polemische oratio heeft geschreven tegen de heidenen. Uit dit werk blijkt reeds dat de christelijke dogma’s51 in de kerk vooruitgang hebben geboekt.

48

De Protreptikos, Paedagogos en Stromata zijn, naast een enkele preek, bewaard gebleven.

49

Hij schreef acht boeken Contra Celsum. Eusebius achtte die van zo’n hoge waarde, dat hij meende dat Origenes hiermee ook

voor later alle tegenstanders van het christendom verslagen had. 50

Zo merkte Porphyrius op dat Origenes over God en wereld dacht als een Griek.

51

Zoals de triniteit, de christologie, de ecclesiologie, etc.

10


© J.M. Pauw

De vroeg-christelijke literatuur als wapen in de strijd tegen het heidendom Themasyll. 2000-2001

In de 5e eeuw raakt de kerk in een strijd verwikkeld tegen Nestorius, patriarch van Constantinopel. Deze bestreed de onzedelijkheid in de keizerlijke stad en voer heftig uit tegen de leerafwijkingen van het Arianisme. Hij ging daarin echter te ver, omdat hij weliswaar leerde dat Christus twee naturen had, maar deze te veel van elkaar scheidde. Zowel op het concilie van Efeze in 431, als op het concilie van Chalcedon (451) werd hij veroordeeld. Op dat laatste concilie werd ook Eutychus veroordeeld, een man die de grondlegger was van het monofysitisme.52 De strijd van de kerk tegen valse leringen wordt hierna voor het grootste deel bepaald door reeds genoemde leergeschillen. Daarom zal ik deze hier nu niet bespreken.

4 Hellenisering versus kerstening Een interessante vraag die vele onderzoekers heeft beziggehouden, is of het christendom in haar strijd tegen het heidendom ook verliezen heeft geleden. Anders en iets radicaler geformuleerd: werd het heidendom gekerstend, of het christendom gehelleniseerd? Deze vraag is met name besproken in filosofische context, maar is daarmee ook van belang voor de vroeg-christelijke theologie. De meeste theologen uit die tijd waren immers geschoold in de heidense wijsbegeerte, die ongetwijfeld haar invloed heeft laten gelden in de theologie. We hebben gezien dat de Grieks-christelijke literatuur haar oorsprong ten diepste had in de Joodse traditie van het Oude Testament. In het Nieuwe Testament en ook in de apostolische vaders vinden wij meermalen de oproep om ons te hoeden voor de heidense c.q. Griekse filosofie.53 We zien hierin bij de Griekse apologeten verandering komen. Om de tegenstanders te kunnen bestrijden, is het nodig ze grondig te kennen. De apologeten waren dan ook erg goed thuis in de Griekse filosofie en in hun methode pasten zij zich aan hun tegenstanders aan. Zij bestreden het heidendom met zijn eigen wapens. Dit kwam tot uitdrukking in de vorm, maar ook in de inhoud van de verdediging. Was de eerste Griekse literatuur literair van ontroerende eenvoud, dit werd anders bij de apologeten die de christelijke leer in kunstig gestileerde taal konden uitdrukken. Wat de inhoud betreft: verscheidene, m.n. platoonse, gedachten deden al gauw hun intrede in het christendom. Later heeft het Neo-platonisme geprobeerd een ‘christelijke’ versie te geven van het Platonisme.54 Daarbij dient opgemerkt te worden dat overname van elementen uit het heidendom vaak met argumenten uit de Bijbel werd verdedigd. Sinds Origenes heeft men zich vaak beroepen op de geschiedenis van de uittocht van Israël uit Egypte. Bij die gelegenheid kregen zij van God het bevel om

52

De leer dat Christus slechts één, goddelijke, natuur had, die de menselijke natuur als het ware in zich opslokt, zoals een

honingdruppel opgenomen wordt in water. K. Exalto, Kerkgeschiedenis, Zoetermeer 1999, p. 27. 53

Vgl. Kol. 2:8

54

Augustinus is bijvoorbeeld iemand die erg beïnvloed was door dit Neo-platonisme.

11


© J.M. Pauw

De vroeg-christelijke literatuur als wapen in de strijd tegen het heidendom Themasyll. 2000-2001

gouden en zilveren vaten en kleding van de Egyptenaren mee te nemen (Ex. 3:22). Zo mogen wij ook, zo redeneerde men, de goede dingen uit het heidendom overnemen.55 Hiermee is echter nog niet de vraag beantwoord die aan het begin van deze paragraaf werd gesteld. Het zou de halve waarheid zijn. De andere kant van de waarheid is, dat het christendom grote overwinningen heeft geboekt op het heidendom. Dit blijkt allereerst al uit de enorme expansie van het christendom. Bovendien is de betekenis van de vroeg-christelijke Kerk voor later tijd niet te onderschatten. Dankzij de vele rechtzinnige geschriften konden de strijders voor de waarheid, na de Bijbel, vaak terugvallen op een rijke traditie. Dit zien we bijvoorbeeld bij Calvijn die zich in de lijn weet te staan van talrijke kerkvaders. We zullen dus moeten concluderen dat er sprake is geweest van een soort wisselwerking tussen hellenisering en kerstening. Het christendom heeft grote overwinningen geboekt, maar zich ook in meer of mindere mate laten beïnvloeden door hellenistische elementen.

5 Slotbeschouwing We hebben gezien dat de christelijke Kerk in haar vroegste fase heeft moeten vechten voor haar bestaan. Het had vooralsnog geen gelegenheid om zich te wijden aan de ‘christelijke wetenschap’. Later, in wat rustiger vaarwater gekomen zijnde, moest ze de strijd aanbinden tegen de ketters om niet inwendig te gronde te gaan. Uiteindelijk heeft het christendom gezegevierd en heel het westen beheerst. De Griekse vroeg-christelijke schrijvers hebben een groot aandeel gehad in die strijd voor het behoud van de christelijke leer, zoals uiteindelijk verwoord is in de apostolische geloofsbelijdenis en de geloofsbelijdenis van Nicea en Athanasius. In dit artikel heb ik geprobeerd een schets gegeven van de literaire activiteiten van de Griekse kerkvaders, zonder in te gaan op de vele afzonderlijke werken die door hen geschreven staan. Men beseffe van welk groot belang de patristische geschriften zijn en welke invloed ze hebben uitgeoefend op de Kerk van alle tijden en plaatsen. Hoe tragisch is het dat datzelfde instituut daarna zovele eeuwen lang onder het pausdom in diepe duisternis was gehuld. Terecht klonk ten tijde van Reformatie en Humanisme de roep: Ad fontes, terug naar de bronnen van de christelijke Kerk! Bronnen, waarvan sommige voedsel zijn geweest voor superstitieus gedachtegoed en dwalingen56, maar die over een buitengewone rijkdom beschikken aan prachtige boeken en traktaten over de hoogste Wijsheid.

55

Vgl. ook Augustinus, De doctrina christiana, II.XL,144.

56

M.n. de anonieme en ‘pseudo’- geschriften.

12


© J.M. Pauw

De vroeg-christelijke literatuur als wapen in de strijd tegen het heidendom Themasyll. 2000-2001

Literatuur Reallexikon für Antike und Christentum, Stuttgart K. Exalto, Kerkgeschiedenis, Zoetermeer 1999 Apostolische vaders, ingel. en toegel. door A.F.J. Klijn, 2 dl. Kampen 1981-1983 G. v.d. Brink, Op betrouwbare grond. Over oorsprong en gezag van het Nieuwe Testament, Heerenveen 1999 H. Mulder, Gids voor het Nieuwe Testament. Kampen 1962 A.M. Malingrey, J. Fontaine, De oud-christelijke literatuur. Aulapocket, Utrecht/ Antwerpen 1972 Klaus Sallmann, Handbuch der Lateinischen Literatur der Antike, 4. Band: Die Literatur des Umbruchs. Von der Römischen zur christlichen Literatur. 117 bis 284 n. Chr. München 1997 A.F.J. Klijn, De wordingsgeschiedenis van het Nieuwe Testament; Utrecht/ Antwerpen 19786 A. Sizoo, a.w.

13

Groei van het christendom  

Onderzoek naar de mate waarin de vroegchristelijke literatuur heeft bijgedragen aan de snelle groei

Advertisement