Issuu on Google+

© J.M. Pauw

Hermeneutische aspecten van exegese

DC - Themasyllabus 2001-2002

Hermeneutische aspecten van exegese De exegeet op zoek naar waarheid HERMENEUTISCHE ASPECTEN VAN EXEGESE .................................................................................................... 2 1. INLEIDING .......................................................................................................................................................... 2 2. OPZET ............................................................................................................................................................... 2 3. EXEGESE ............................................................................................................................................................ 2 3.1. BETEKENIS....................................................................................................................................................... 2 3.2. OBJECT ........................................................................................................................................................... 3 3.3. DOEL EN METHODE ........................................................................................................................................... 3 3.3.1. HISTORISCH-KRITISCHE METHODE ..................................................................................................................... 4 3.3.1.1. NEGATIEF AFGESCHILDERD............................................................................................................................ 4 3.3.1.2. TEN ONRECHTE .......................................................................................................................................... 4 3.3.1.3. VOORDELEN .............................................................................................................................................. 5 3.3.1.4. GEVAAR.................................................................................................................................................... 5 3.3.1.5. VEILIG ...................................................................................................................................................... 6 3.3.2. APPLICATIEVE METHODE ................................................................................................................................. 6 3.4. SAMENVATTING ............................................................................................................................................... 7 4. HERMENEUTIEK ................................................................................................................................................... 7 5. EEN HERMENEUTISCH VRAAGSTUK .......................................................................................................................... 8 5.1. MEANING EN SIGNIFICANCE ................................................................................................................................ 8 5.2. SIGNIFICANCE .................................................................................................................................................. 9 5.3. MEANING ....................................................................................................................................................... 9 5.4. EIGEN STANDPUNT .......................................................................................................................................... 10 6. SLOTOPMERKING ............................................................................................................................................... 11 GERAADPLEEGDE LITERATUUR .................................................................................................................................. 12

1


© J.M. Pauw

Hermeneutische aspecten van exegese

DC - Themasyllabus 2001-2002

Hermeneutische aspecten van exegese De exegeet op zoek naar waarheid MICHEL PAUW Dit thema-artikel vormt een introductie op de lezing van ds. P. den Butter over exegese van de Bijbel. In deze introductie zullen enkele exegetische en hermeneutische aspecten en principes voor de lezer uitgestald worden. Het beoogt daarmee de lezer een interpretatiekader aan te reiken om de in de lezing te behandelen materie te kunnen plaatsen, alsmede om de lezer een voorzichtig standpunt in te kunnen laten nemen ten aanzien van de problemen waarmee een exegeet geconfronteerd wordt, en die in de lezing wellicht ruimschoots aan bod zullen komen. 1. Inleiding Op veel verschillende manieren kun je een brief schrijven. Je wilt iemand vertellen en op de hoogte stellen van een bepaalde gebeurtenis, of een ander aansporen om iets te doen. Je wilt je blijdschap of verdriet uiten, of juist blijk geven van medeleven; je kunt (om) iets vragen... Kortom, allemaal dingen die je met het schrijven van een brief kunt doen. Hetzelfde geldt voor een boek. En al naar gelang het doel, dat je voor ogen hebt, kan het genre per brief/ boek verschillen. Toch hebben al deze ‘pennenvruchten’ één ding gemeen: iedereen die schrijft, om welke reden of op welke wijze dan ook, die wil de lezer iets meedelen. Ofwel: élke tekst betekent iets en heeft een boodschap voor een al dan niet select publiek. Welnu, exegese is erop gericht te analyseren wat nu de betekenis en de boodschap is van een bepaalde tekst. 2. Opzet In het verdere verloop van dit artikel zal ik allereerst ingaan op het fenomeen exegese. Hierbij zullen de betekenis, het object en de methoden van exegese ter sprake komen. Na een excurs over een tweetal methoden van exegese komt de hermeneutiek aan de orde, waarbij ik eerst het begrip zal toelichten om daarna een selectie te maken uit de vele hermeneutische vraagstukken ten aanzien waarvan een exegeet voor zichzelf een duidelijk standpunt in moet nemen, alvorens aan de eigenlijke exegese te beginnen. Deze introductie wordt tenslotte afgerond met een slotopmerking over wie zich met exegese moet/ mag bezighouden. 3. Exegese 3.1. Betekenis Zoals vele woorden in ons taalgebied, is ‘exegese’ afgeleid uit het Grieks. Het stamt van het Griekse werkwoord ejxhgevomai (spreek uit: exhègeommai), dat letterlijk ‘uit-leiden’ betekent. Je leidt een

2


© J.M. Pauw

Hermeneutische aspecten van exegese

DC - Themasyllabus 2001-2002

betekenis (af) uit een tekst, en je hebt een uitleiding, ofwel: een uitlegging, een uitleg. Exegese betekent dus ‘uitleg’, exegetiseren ‘uitleggen’. 3.2. Object Wanneer wij van exegese horen, denken we al gauw aan de Bijbel. Exegese op zich heeft echter niets met de Bijbel te maken, wat al afgeleid kan worden uit de hierboven gegeven betekenisconstructie van exegese.1 Het is slechts een methode of activiteit die zich op verschillende objecten kan richten. Het object van exegese kán inderdaad de Bijbel zijn, maar óók een andere tekst. De Ilias van Homerus bijvoorbeeld, of de Belijdenissen van Augustinus, The Merchant of Venice van Shakespeare, Kritik der reinen Vernunft van Kant, en ga zo maar door. In het kader van het jaarthema zal de aandacht in dit artikel na paragraaf 3 evenwel voornamelijk gericht zijn op de exegese van de Bijbel. 3.3. Doel en methode Een exegeet kan verschillende doelstellingen hebben. Al naar gelang hetgeen hij beoogt, kan hij in zijn exegese voor verschillende methoden kiezen. Doelstellingen kunnen onder andere zijn: a. Het reconstrueren van de oorspronkelijke betekenis van een tekst, of een onderzoek naar de oorspronkelijke bedoeling van de auteur (auteursintentie). De methode die hiertoe wordt toegepast, is de historisch-kritische methode. Zij onderzoekt onder andere wie de auteur en de oorspronkelijke lezers waren, wat de aanleiding was voor het schrijven van de tekst, onder welke omstandigheden de tekst is geschreven, in welke situatie de oorspronkelijke lezers verkeerden, et cetera. Het zijn voornamelijk historici en theologen die op deze manier teksten benaderen. b. Het construeren van de betekenis die een tekst heeft voor de moderne lezer, of het toepassen van een bepaalde tekst op (huidige) bepaalde situaties. Dit wordt applicatieve interpretatie2 genoemd. In de wetenschap zijn het bij uitstek juristen die deze methode hanteren. Zij moeten immers bestaande wetten of wetsartikelen toepassen (appliceren) op steeds nieuwe, concrete situaties.3 c. Het transformeren van een tekst naar een andere tekst, waarin de context en omstandigheden anders (bijvoorbeeld actueler), maar de hoofdlijn(en) en de thematiek hetzelfde zijn. Voorbeelden hiervan zijn vooral te vinden in de artistieke wereld. De laatste methode (c) laat ik verder voor wat het is. Deze kun je zeker ook toepassen op de Bijbel4, maar om daarop in te gaan, zou een uitgebreid excurs nodig zijn, dat buiten het bestek van dit artikel 1

Een vergelijkbaar misverstand is het te denken dat scholastiek verbonden is met een bepaalde theologie of filosofie.

Scholastiek is daarentegen slechts een term die een bepaalde methode aanduidt. Vgl. W.J. van Asselt en E. Dekker (red.), De Scholastieke Voetius, Zoetermeer 1995, p. 3-4 2

Interpretatie is in dit verband identiek met ‘uitleg’ of ‘exegese’.

3

Zie ook paragraaf 5.1. e.v.

4

Ik denk met name aan zending, evangelisatie en jeugdwerk, waar de bijbelse boodschap vaak in (aan de leefwereld van

het publiek aangepaste) beeldende taal wordt toegepast op het publiek.

3


© J.M. Pauw

Hermeneutische aspecten van exegese

DC - Themasyllabus 2001-2002

valt. Wel zal ik wat dieper ingaan op de eerste twee methoden, omdat zij in het wetenschappelijk debat voortdurend de gemoederen in beroering brengen. 3.3.1. Historisch-kritische methode 3.3.1.1. Negatief afgeschilderd De historisch-kritische methode wordt in de gereformeerde gezindte vaak negatief afgeschilderd. Men is er zelfs huiverig voor. Eén voorbeeld kan dit illustreren: tijdens de viering van het derde lustrum van DC hield een van onze adviseurs, dhr. L.M.P. Scholten, een lezing over de blijvende en actuele waarde van onze belijdenisgeschriften. In deze lezing refereerde hij zijdelings aan een recent verdedigd promotieonderzoek van een Leidse theoloog, dr. G.H. van Kooten. Deze theoloog ontkent in dat onderzoek het auteurschap van Paulus ten aanzien van de brieven aan Efeze en Kolosse, wat consequenties heeft voor de betrouwbaarheid van de Bijbel. Scholten wijt deze foute en gevaarlijke conclusies aan de methode van exegese die genoemde promovendus gebruikte.5 En even verder (p.14) laakt hij opnieuw de historisch-kritische methode, ditmaal toegepast door dr. H. de Leede, als zou het aan de methode liggen dat genoemde theologen tot (te) vergaande conclusies komen. 3.3.1.2. Ten onrechte Hoewel ik het niet eens ben met de, inderdaad (soms) te vergaande, conclusies van genoemde wetenschappers, wijs ik de historisch-kritische methode tóch niet af, ja, wordt ze mijns inziens ten onrechte in een kwaad daglicht gesteld. Immers, dát ze tot die conclusies (kunnen) komen, ligt niet zozeer aan de ‘a-priori’s van de zogenaamde historisch-kritische methode’, zoals Scholten zegt, maar aan de vooronderstellingen van de wetenschapper zelf! Als je vasthoudt aan de vooronderstelling dat de Schrift betrouwbaar is, en dat er geen leugens instaan, kun je nog even zo goed gebruik maken van een historisch-kritische methode. Men spreekt vaak van de historisch-kritische methode, maar ’t is en blijft een methode en geen theologie of filosofie.6 De methode is er slechts op gericht te achterhalen wat de oorspronkelijke betekenis van een tekst is en om de verleden situatie te reconstrueren.7

5

Ik citeer uit een hele lange zin: ‘Maar wanneer zijn reconstructie van wat er gebeurd is, ertoe leidt, dat hij de brief aan de

Kolossenzen dateert circa het jaar 120 en de brief aan de Efeziërs dertig jaar later, beide tientallen jaren na de dood van Paulus dus, en daarom (…) spreekt van ‘pseudo-paulijnse brieven’, (…), is het duidelijk dat heel dit onderzoek beslissend bepaald is door de a-priori’s van het zogenaamde historisch-kritische bijbelonderzoek. Wie uitgaat van wat de Schrift ons zelf meedeelt, dat beide brieven door Paulus zelf geschreven zijn, in ongeveer dezelfde tijd, komt tot een geheel andere exegese van de in geding zijnde teksten.’ (uit: L.M.P. Scholten, Sions roem en sterkte; p. 12-13). 6

Zie voetnoot 1.

7

De facto zal het erop neerkomen, dat ik (evenals Scholten) veel historisch-kritisch onderzoek verwerp, maar dat is dan niet

omdat gebruik gemaakt is van de historisch-kritische methode, maar wegens de beïnvloeding van het onderzoek door verkeerde vooronderstellingen!

4


© J.M. Pauw

Hermeneutische aspecten van exegese

DC - Themasyllabus 2001-2002

3.3.1.3. Voordelen Wat zijn nu de voordelen van een historisch-kritische benadering in de exegese?8 1. ze erkent de nodige autonomie van de Bijbel tegenover de hedendaagse lezer, die er niet in mag lezen, wat er niet staat of wat niet is bedoeld.9 2. ze kan historisch aannemelijk maken dat kerk en christendom via goed traceerbare overlevering teruggaan op getuigen van Christus’ optreden en zo op Hemzelf. 3. ze helpt misvattingen bestrijden.10 4. ze kan ten dienste staan van de christelijke apologetiek, door te bewijzen dat bijbelse gebeurtenissen echt waar zijn.11 3.3.1.4. Gevaar De exegeet gaat echter de mist in wanneer zijn vooronderstellingen in strijd blijken te zijn met de bijbelse gegevens, en hij desondanks toch vasthoudt aan die vooronderstellingen. Eén voorbeeld is in paragraaf 3.3.1.1. al genoemd. Een ander voorbeeld is te vinden in hetzelfde betoog van prof. De Jonge waaraan ik de argumenten voor een historisch-kritische exegese heb ontleend. Hij schrijft: ‘Literair-historische vragen worden gesteld bij alle mogelijke boeken van de wereld, (…). Dezelfde vragen worden sinds de oudheid gesteld bij de boeken van de bijbel. Door haar vraagstelling is de historisch-kritische interpretatie van de bijbel dan ook deel van de literatuurwetenschap en de literatuurgeschiedenis in het algemeen. Met die vakken deelt ze de methoden en algemene vooronderstellingen.’12 Wat De Jonge hier doet, is de bijbelse geschiedenis op een lijn stellen met de profane geschiedenis, ofwel goddelijke openbaring gelijkstellen aan menselijk geschiedschrijving. In een voetnoot wijst hij op de implicaties hiervan: ‘Dat brengt met zich dat bij reconstructie van de geschiedenis (en alle geschiedenis is reconstructie) als regel geldt dat geen ruimte gelaten wordt voor bovennatuurlijke ingrepen of voor verklaringen vanuit het bovennatuurlijke, ook als de bronnen zelf zulke bovennatuurlijke invloed erkennen. Het geschiedbeeld dat resulteert, is daardoor noodzakelijk beperkt, en wel ten einde algemeen bespreekbaar te zijn.13 Wél moet de exegeet natuurlijk getrouw en volledig melden hoe de door hem bestudeerde auteur transcendente factoren laat gelden.’ Met andere woorden: bij de reconstructie van de historische, werkelijke toedracht van een gebeurtenis, mag geen ruimte gelaten worden voor transcendente factoren als wonderen en goddelijk ingrijpen. Op grond van deze gedachte komt De Jonge dan onder andere ook tot de 8

De eerste drie argumenten heb ik ontleend aan een artikel over de historisch-kritische exegese van mijn hoogleraar H.J. de

Jonge, in: Praktische theologie, 24 (1997), p. 449-450. 9

Zie verderop in dit artikel: paragraaf 5.3 en 5.4.

10

Zo kan historisch-kritisch onderzoek duidelijk maken dat op bijbelse gronden niet verboden mag worden om in militaire

dienst te gaan, zoals de Jehovah’s Getuigen leren. 11

Veelal maakt ze hiervoor gebruik van archeologische vondsten. Vgl. Werner Keller, De Bijbel heeft toch gelijk.

12

H.J. de Jonge, a.w. p. 446. Cursivering van mij.

13

Cursivering van mij.

5


© J.M. Pauw

Hermeneutische aspecten van exegese

DC - Themasyllabus 2001-2002

conclusie dat de opstanding niet werkelijk is gebeurd, want wij kunnen er niet over praten omdat we zelf zoiets nog nooit hebben meegemaakt. Nogmaals, de fout zit hier niet in de historisch-kritische methode, maar in de vooronderstellingen van De Jonge. Allereerst stelt hij de goddelijke openbaring gelijk aan menselijke geschiedschrijving. Vervolgens redeneert hij verder door de regels van de profane geschiedwetenschap toe te passen op de bijbelse geschiedenis. Welnu, in de profane geschiedwetenschap ontkent men het handelen Gods in de geschiedenis, dus ook in de bijbelse geschiedenis erkent men Gods hand niet. Ik zou daar voorzichtig14 tegenover willen poneren: draai de redenering om, erken Gods handelen in de bijbelse geschiedenis en (tegen de historici) pas deze werkelijk theologische benadering eveneens toe op jullie werkveld! Een ander gevaar is, dat je de Bijbel uitsluitend op historisch-kritische wijze leest. Historisch-kritisch onderzoek is namelijk descriptief van aard, niet normerend. Het enige wat we ermee bereiken is een mogelijke reconstructie van de historische gang van zaken. We mogen echter als christen niet ‘bij de feiten stil blijven staan’, maar de Schrift ook lezen als openbaring van Gods wil, ook voor ons. Hier kom ik straks nog op terug.15 3.3.1.5. Veilig Wanneer je de historisch-kritische methode hanteert, dien je dus allereerst je eigen vooronderstellingen onder ogen te zien. Wanneer deze getoetst zijn aan de Schrift en je daaraan vasthoudt, kun je met Gods hulp veilig de historisch-kritische weg bewandelen. Dan

geef je

wonderen en andere transcendente factoren een plaats in de reconstructie van het verleden, omdat de Schrift die als realiteit beschrijft. Dan probeer je op een andere wijze te verklaren waarom de brief van Paulus aan Efeze en Kolosse zoveel onderlinge overeenkomsten hebben, et cetera. 3.3.2. Applicatieve methode In paragraaf 3.3. (onder b.) noemde ik met name juristen als degenen die zich bij uitstek bezig houden met applicatieve interpretatie. Ook predikanten maken er echter gebruik van, wanneer ze moeten preken. Zij proberen immers een boodschap uit de tekst te halen, waar de hedendaagse hoorder wat mee kan doen, waar deze ‘wat aan heeft’. Zij proberen te achterhalen op welke manier een oude tekst ook nu nog actueel is. Binnen de applicatieve exegese wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende wijzen van interpretatie. Ik noem er vier:16 14

Voorzichtig omdat ik deze theorie nog niet ten volle heb kunnen ontplooien. Enige steun voor deze benadering vind ik bij

Kevin J. Vanhoozer, Is There a Meaning in This Text? Grand Rapids (Michigan), 1998, p. 29-30 en 455-456. Hij stelt daar dat ‘theology has an interpretative dimension and interpretation has a theological dimension’. Dit kun je ook toepassen op de interpretatie van het verleden, ofwel geschiedschrijving. 15

Zie paragraaf 5.4.

16

Voor de overeenkomsten met de juridische interpretatiemethoden, vgl. M.M. Henket en P.J. van den Hoven, Juridische 4

vaardigheden in argumentatief verband. Groningen, 1996 ; p. 131-134.

6


© J.M. Pauw

Hermeneutische aspecten van exegese

DC - Themasyllabus 2001-2002

a. Grammaticale interpretatie: ofwel letterlijke interpretatie. Er staat wat er staat. Een bredere context is niet nodig. Een dergelijke interpretatie ten aanzien van de Bijbel neigt naar biblicisme. b. Historische (juridisch: wetshistorische) interpretatie: zij zoekt naar de oorspronkelijke bedoeling van de auteur.17 c. Systematische interpretatie: deze is voornamelijk van toepassing op de jurisprudentie. Een bepaald wetsartikel wordt geïnterpreteerd met een beroep op de samenhang tussen de te interpreteren bepalingen en andere wetsbepalingen. Getrouwe bijbelexegese is evenwel altijd systematisch in genoemde zin, omdat de eenheid van de Schrift het uitgangspunt is. d. Teleologisch-sociologische interpretatie: men gaat na welke functie/ betekenis een bepaalde tekst dient te hebben in de huidige samenleving. Daarbij wordt gelet op de nu gangbare opvattingen, en niet (zoals de (wets-)historische uitleg) om de opvattingen ten tijde van de totstandkoming van de tekst. 3.4. Samenvatting In het bovenstaande heb ik laten zien, dat exegese ‘uitleg’ betekent (§ 3.1) en dat exegese naast de Bijbel vele andere teksten als object kan hebben (§ 3.2). In § 3.3 werd onderscheid gemaakt tussen voornamelijk de historisch-kritische methode enerzijds, die erop gericht is de oorspronkelijke betekenis van een tekst te achterhalen, en de applicatieve methode anderzijds die erop gericht is een tekst uit het (al dan niet verre) verleden toe te passen op de moderne lezer. In § 3.3.1. kwam aan de orde hoe de historisch-kritische methode bij velen ten onrechte een negatieve klank heeft. Ten onrechte omdat men te ver gaande conclusies toeschreef aan de ‘a-priori’s van de historischkritische methode’, in plaats van aan de vooronderstellingen van de onderzoeker zelf. Met het wijzen op de voordelen enerzijds en de potentiële gevaren anderzijds, heb ik geprobeerd te laten zien hoe je wel degelijk veilig gebruik kunt maken van de historisch-kritische methode, met de toezegging dit verderop in het artikel iets verder uit te werken. In § 3.3.2. ben ik tenslotte ingegaan op de applicatieve methode en op de wijzen waarop je applicatief te werk kunt gaan. 4. Hermeneutiek In het voorafgaande hebben we ons beziggehouden met de formele, theoretische aspecten van de exegese en niet met de praktijk van de exegese.18 In feite behoren al die besproken zaken tot het gebied van de hermeneutiek. Evenals exegese heeft het woord hermeneutiek een Griekse oorsprong. Het komt van het werkwoord eJrmhneuvw (spreek uit: hermèneuoo), dat ‘verklaren’, ‘vertolken’, ‘uitdrukken’ betekent.

17

Dit lijkt op de historisch-kritische methode. Het verschil is echter dat de applicatieve historische methode normerend is,

normen ontleend aan de tekst, terwijl de historisch-kritische methode louter descriptief is, slechts beschrijft wat gebeurd is. 18

Bij wijze van illustratie verwijs ik voor een beknopte historisch-kritische exegese naar Jacob Brouwer, ‘Waarom wordt gij

een christen genaamd?’, in: Documentum 13.4, p. 29-33.

7


© J.M. Pauw

Hermeneutische aspecten van exegese

DC - Themasyllabus 2001-2002

Hermeneutiek zou je kunnen omschrijven als ‘de discipline die zich bezig houdt met de formele aspecten van de exegese’. Een andere mogelijke omschrijving is ‘de wetenschap van de interpretatieleer’. Zij houdt zich niet bezig met het interpreteren an sich, want dat is het terrein van de exegese. De hermeneutiek bevindt zich een niveau hoger. Haar vraagstelling is niet wat er in de tekst staat (dat is de vraagstelling van de exegese), maar op welke manier je de betekenis van een tekst uit die tekst kunt halen, of, anders gezegd, hoe je moet interpreteren. Kortom, wat de methode van exegese dient te zijn. Ook houdt zij zich bezig met de vraag wat interpretatie nu eigenlijk is. Het zal duidelijk zijn dat de hermeneutiek zich daarmee voornamelijk bevindt op het terrein van de (taal)filosofie.19 5. Een hermeneutisch vraagstuk Met het voorgaande hebt u voldoende bagage gekregen om nu nog wat dieper in het werkveld van de hermeneutiek te duiken. De hermeneutiek is vooral sinds H.G. Gadamer een boeiend fenomeen geworden20, een bruisende discipline binnen de wetenschap waar het heftige debat niet ophoudt. In het volgende wil ik enkele hermeneutische problemen bespreken. 5.1. Meaning en significance Er zijn geleerden die ervan overtuigd zijn dat je niet kunt spreken van de betekenis van een tekst, omdat elke tekst vele verschillende interpretaties toelaat en dus meerdere betekenissen heeft. Anderen zijn van mening, dat elke tekst maar één inherente betekenis heeft, en dat is díe betekenis die de auteur er zelf aan heeft toegekend. Met andere woorden: de enige inherente betekenis van een tekst is gelegen in de bedoeling van de auteur (auteursintentie). In dit verband is gewezen op het belangrijke onderscheid tussen meaning en significance.21 Meaning staat voor auteursintentie, ofwel de oorspronkelijke betekenis van de tekst, terwijl significance staat voor de betekenis die een tekst op een bepaald moment voor een bepaalde lezer heeft. Het zal duidelijk zijn: van meaning bestaat slechts één versie22 per tekst, terwijl het aantal significances onbeperkt is. Er kunnen evenveel significances van ene tekst zijn als er mensen zijn die die tekst lezen. De vraag nu, waarvoor een exegeet bij exegese van de Bijbel komt te staan is: moet mijn exegese nu gericht zijn op het vinden van de meaning, of van de significance van deze bijbeltekst/ -perikoop? Dit is namelijk bepalend voor de wijze waarop hij de tekst zal gaan benaderen: historisch-kritisch, als hij op zoek gaat naar de meaning van de tekst of applicatief, wanneer hij de significance van de tekst wil

19

Het is vooral H.G. Gadamer geweest, in het voetspoor van M. Heidegger, die de hermeneutiek heeft ontwikkeld tot een

volwaardige discipline binnen de filosofie. G. van den Brink, Oriëntatie in de filosofie. Zoetermeer 2000, p. 303. 20

Voor een beknopt overzicht van de ontwikkeling van de (bijbelse) hermeneutiek verwijs ik naar H.W. de Knijff, Sleutel en

slot. Beknopte geschiedenis van de bijbelse hermeneutiek. Kampen, 1985. 21

E.D. Hirsch, Validity in Interpretation. Yale, 1967, p. 255

22

Die overigens wel meervoudig kan zijn, al naar gelang de auteur meerdere zaken op het oog heeft.

8


© J.M. Pauw

Hermeneutische aspecten van exegese

DC - Themasyllabus 2001-2002

vastleggen. Ik zal in het kort uiteenzetten wat de belangrijkste argumenten en of motieven zijn voor het zoeken naar de significance, respectievelijk meaning. 5.2. Significance De reeds genoemde Gadamer is iemand die pleit voor de significance van de tekst. Sterker nog, die volstrekt sceptisch staat tegenover de meaning van een tekst, waarvan hij zegt dat die nooit te achterhalen is.23 Daarmee staat hij uiteraard ook radicaal afwijzend tegenover de historisch-kritische methode. Tegen deze methode wordt ingebracht, ‘dat wij door de afstand in tijd: a. de historische auteur en zijn situatie niet kunnen kennen, b. de geadresseerden niet voldoende kunnen identificeren, c. de bedoeling van de auteur niet betrouwbaar kunnen reconstrueren, d. en de oorspronkelijke betekenis niet toereikend kunnen begrijpen. We zouden ons alleen met de tekst, niet met gegevens daarbuiten (auteur, historische context, geadresseerden, hun situatie) mogen ophouden.’24 Anderen willen wel erkennen dat je de meaning van een tekst kunt achterhalen, maar weigeren dat te doen, omdat dat ‘niet in hun straatje past’. Jeorge J.E. Gracia noemt als voorbeeld een marxist die de Summa Theologiae van Thomas van Aquino moet interpreteren. Die marxist zal proberen bij Aquino zoveel mogelijk steun te vinden voor zijn marxistische visie, ondanks het feit dat Thomas nog niet in de verste verte iets van het marxisme afwist.25 Een ander voorbeeld is een feminist die een exegese van 1 Tim. 2:8 moet geven. Zij zal het nooit met Paulus eens zijn, wanneer deze zegt dat de ‘mannen bidden in alle plaatsen’. Ze zal dit eenvoudig, applicatief weginterpreteren door te zeggen: er staat ‘ik wil dan…’, dus wat volgt is geen goddelijke norm, maar een tijdgebonden regel van Paulus zelf, netzoals het advies dat Paulus geeft in 1 Kor. 7:12. 5.3. Meaning De ook reeds genoemde hoogleraar De Jonge uit Leiden is het met Gadamer niet eens, en zou de applicatieve interpretaties van de marxist en de feminist wel geoorloofd vinden26, maar niet 23

Overigens gaat hijzelf voorbij aan het onderscheid tussen meaning en significance. vgl. E.D. Hirsch, a.w. p. 255.

24

H.J. de Jonge, Praktische theologie, 24 (1997), p. 448.

25

‘The aim of the Marxist interpreter is not historical in this sense. (…) Nor is the Marxists interpreter interested in causing

acts of understanding, in the audience, of the meaning of the text or its purported implications, independent of what Aquinas or any particular audience thought. The Marxist interpreter is interested in relating the text of Aquinas and its meaning to certain Marxist principles which make clear the historical importance of the work in the overall scheme according to which Marxists believe history proceeds.’ J.J.E. Gracia, ‘Relativism and the interpretation of texts’, in: The Philosophy of Interpretation, edd. J. Margolis & T. Rockmore, Oxford 2000; p. 48-49. 26

In díe zin, dat ze corresponderen met de doelstelling van de interpreten.

9


© J.M. Pauw

Hermeneutische aspecten van exegese

DC - Themasyllabus 2001-2002

wetenschappelijk.27 Naar zijn mening is de enige wetenschappelijk methode om een tekst te interpreteren de historisch-kritische. Ten aanzien van de vier bezwaren die in de vorige paragraaf aangedragen werden, schrijft hij: ‘Een deel van de scepsis is gegrond. De historicus moet zich van de onvolkomenheid van zijn kennen terdege bewust zijn. (…) Maar dat historische kennis onvolkomen is, betekent niet dat de mogelijkheid van historisch kennen radicaal afgewezen mag worden, of dat historische exegese achterwege moet blijven als zou ze geen gefundeerde resultaten kunnen opleveren.’ Historisch-kritisch onderzoek laat daarentegen juist zien, hoe weliswaar ‘de traditie betreffende de ene Jezus in zoveel verschillende en tegenstrijdige getuigenissen kan zijn uitgewaaierd, maar ook dat er via de traditie toch nog iets betrouwbaars over Jezus te weten valt.’ 28 Hij erkent dat, naarmate de tijdsafstand tussen auteur en lezer groter wordt, het moeilijker wordt om in historische termen over de bedoeling van vroegere auteurs te spreken, ‘maar principieel onmogelijk wordt het niet’. Verder betoogt hij dat historisch-kritische exegese van de Bijbel, althans voor de kerk, zelfs noodzakelijk is.29 5.4. Eigen standpunt Naar mijn mening doet een exegeet geen recht aan een tekst, wanneer hij niet eerst met behulp van de historisch-kritische methode de oorspronkelijke betekenis van de tekst en de bedoeling van de auteur probeert te achterhalen. Hoewel een historisch-kritische exegese beïnvloed kan worden door subjectieve vooronderstellingen, is zij toch objectiever dan een applicatieve interpretatie, die zich uitsluitend bezig houdt met de significance van een tekst. Het is hier de plaats om mijn belofte in paragraaf 3.3.1.4. waar te maken. Daar wees ik al op het gevaar de Bijbel uitsluitend historisch-kritisch te exegetiseren. Dat kan leiden tot een flinke dosis wetenschappelijke kennis, en een verstandelijk weten, zonder zelf (innerlijk) geestelijk betrokken te zijn bij Gods Woord. Aan de andere kant bestaat er ook een groot gevaar. We mogen namelijk de Bijbel ook niet uitsluitend applicatief interpreteren omdat wij dan onvermijdelijk vervallen tot subjectieve interpretaties. Want wie bepaalt dan of een bepaalde exegese juist is, of niet? Niet de auteur, ook niet de historische context, maar de subjectieve mening van de exegeet. Voor iedereen heeft een tekst immers weer een andere significance. Zie daar: het einde is zoek. Dan mag ik een feministische uitleg niet verwerpen, omdat die dan net zo geldig is als elke andere mogelijke interpretatie. Hoe varen we nu veilig tussen deze Scylla en Charybdis door? Wel, door in eerste instantie met behulp van de historisch-kritische methode de oorspronkelijke bedoeling van een tekst te achterhalen, om de aldus verkregen betekenis vervolgens toe te passen op de moderne lezer/ hoorder. Op die manier is het gevaar veel minder groot, dat wij in een tekst iets gaan lezen wat de bijbelschrijvers er nooit in hebben willen zien. We mogen ons evenwel ook niet blindstaren op ons 27

Uitspraak tijdens een college van hem over ‘Theorie en methode van wetenschappelijke interpretatie’, d.d. 30-01-2001.

28

H.J. de Jonge, a.w. p. 448-449.

29

De argumenten daarvoor zijn reeds weergegeven in paragraaf 3.3.1.3

10


© J.M. Pauw

Hermeneutische aspecten van exegese

DC - Themasyllabus 2001-2002

historisch-kritisch onderzoek, maar juist in voortdurend gebed smeken om licht en wijsheid van de Heilige Geest bij het exegetiseren. 6. Slotopmerking Ter afsluiting wil ik nog de vraag stellen: wie moet of mag zich met exegese bezighouden? Het moge duidelijk zijn dat het tot het werk en de taak van een predikant behoort om de Bijbel uit te leggen. Zij zullen zich dus wekelijks, zo niet dagelijks, bezig houden met de exegese van de Schrift.30 Toch kan ik het niet laten er opnieuw31 op te wijzen, dat wij allen aangespoord worden de Schriften te onderzoeken (Joh. 5:39), en wij ons daarom allen met exegese bezig mogen houden. Exegese is misschien een te groots woord. Noem het dan bijbelstudie, wat in feite op hetzelfde neerkomt. Het was een van de grootste reformaties tijdens de Hervorming, dat Luther met zijn bijbelvertaling als een van de eersten de Bijbel toegankelijk maakte voor het volk, zodat het gewone volk zelf daarin kon lezen en studeren en niet meer onder het juk van de paapse exegese! Velen in onze gezindte zijn geneigd om weer terug te keren naar de roomse visie dat de exegese slechts aan de clerus voorbehouden was. Lees de Bijbel, bestudeer de Schriften, denk zelf na over de tekst, laat haar op je inwerken, worstel ermee en grijp dán pas naar de (overigens prachtige en goede) verklaringen die ons ter beschikking staan.32

30

Voor een preek geldt overigens dat de meeste informatie die de predikant bij de voorbereidende exegese heeft

verkregen, tijdens de preek zelf achterwege blijft. De exegese dient vooral als leidraad voor de preek die uiteindelijk gericht behoort te zijn op de toepassing van de Schrift. De Amerikaanse hoogleraar Nieuwe Testament Gordon D. Fee heeft een prachtig boek geschreven, dat onlangs in het Nederlands is vertaald, onder de titel Exegese van het Nieuwe Testament. Een praktische handleiding. Zoetermeer, 2001. In dit boek geeft hij een uitgebreid en praktisch stappenplan, dat je kunt volgen bij het maken van een exegese. Ten aanzien van de prediking zegt hij, dat ‘het exegetische proces in de eerste plaats beoogt dat men de bedoeling van de bijbeltekst gaat begrijpen. Exegese is echter geen doel op zich. Exegetische preken zijn vaak oersaai, soms wel informatief maar zelden profetisch of inspirerend. Het uiteindelijke doel moet dan ook zijn om de exegese toe te passen op de hedendaagse kerk en wereld.’ (p. 27). 31

Men leze ook mijn afscheidsrede als assessor, die ik d.d. 4 juli j.l. heb uitgesproken en die gepubliceerd zal worden in

Documentum 14.1. 32

Het meest basale stappenplan voor een goede, persoonlijke bijbelstudie/ exegese, is het volgende:

1.

Lees wat er staat en begrijp de grammaticale zinsopbouw,

2.

Stel een (beknopt) onderzoek in naar de oorspronkelijke bedoeling van de auteur en de oorspronkelijke betekenis van de tekst,

3.

Betrek de tekst of het bijbelgedeelte op je eigen situatie/ leefwereld.

Bij de tweede stap kunnen reeds bestaande verklaringen een hulpmiddel zijn, alsook de vele bijbelse encyclopedieën die tegenwoordig beschikbaar zijn. Verder verwijs ik naar het in voetnoot 28 reeds genoemde boek van Gordon D. Fee, dat ook voor leken een uitstekende gids is.

11


© J.M. Pauw

Hermeneutische aspecten van exegese

DC - Themasyllabus 2001-2002

Geraadpleegde literatuur - Algra, N.E.; Hol, A.M. (e.a), Profiel van het Recht. Deventer, 1997. - Brink, G. van den, Oriëntatie in de filosofie. Zoetermeer, 2000. - Fee, Gordon D., Exegese van het Nieuwe Testament. Een praktische handleiding. Zoetermeer, 2001. - Gadamer, H.G., Wahrheit und Methode, Tübingen, 1960. - Gracia, J.J.E., ‘Relativism and the interpretation of texts’, in: The Philosophy of Interpretation, edd. J. Margolis & T. Rockmore, Oxford 2000. - Henket, M.M. en Hoven, P.J. van den, Juridische vaardigheden in argumentatief verband. Groningen, 1996. - Hirsch, E.D., Validity in Interpretation. Yale, 1967. - Jonge, H.J. de, ‘De historisch-kritische exegese, in: Praktische theologie, 24 (1997), p. 446-451. - Knijff, H.W. de, Sleutel en slot. Beknopte geschiedenis van de bijbelse hermeneutiek. Kampen, 1985. - Störig, H.J., Geschiedenis van de filosofie. Utrecht, 2000. - Vanhoozer, Kevin J., Is There a Meaning in This Text? Grand Rapids (Michigan), 1998.

12


Als exegeet op zoek naar de waarheid