Page 1

stad van kennis & cultuur

Sterrenkundige Frans Snik is op zoek naar een nieuwe aarde

Colin Benders ontvangt creatieve Fransen en Duitsers met open armen in Kytopia


STAD VAN

GĂźlnaz Aslan , Colin Benders , Luuk Boelens, Walter de (pag. 36)

(pag. 12)

Boer, Doreen Boonekamp, Geri Bonhof, Godfried Boogaard, Albert Bosman, Jouke Bouma, Claudia de Breij, Arie Brienen, Thom Broekman,

Bruinsma

Bart

, Gerlach Cerfontaine, Cindy

(pag. 16)

Dekkers (pag. 40), Sjarel Ex, Tirso Frances, Hanneke van Geuns, Frank Herman de Groot, Jan Grootswagers, Kees van Haastrecht, H. Hartogs, Zef Hemel, Sam Hermans (pag. 34), Femke Hovinga, Marion Jacobse, Remko Kempen,

Arne Koefoed

,

(pag. 16)

Maarten KĂśnigs, Evert Kurver, Koen van Lier, Gaby Lafeber, Helen Land, Marien de Langen,

 / Utrecht stad van Kennis & Cultuur


Marjorie de Man

, Mattijs van

(pag. 26)

Mansfeld (pag. 34), Jerson Martina (pag. 35), Klaas Meester, Eugène Meulemans, Dennis Nolte (pag. 18), Frank van Oort, Eveline Paalvast, Quinten Peelen, Ellen Peper,

Herbert Pesch

, Boudewijn Rijff (pag. 19),

(pag. 28)

Louis , Frans van Seumeren, Frans

Alexis de Roode (pag. 41), Yvonne van Rooij,

Schijve Snik , Marc Sprenger, Daphne Stam (pag. 30)

(pag. 38)

, Kees

(pag. 19)

Stap, Cuno van Steenhoven, Paul Tankink, Helwin Teunissen, Carole Thate,

Jos Thie

, Herman

(pag. 42)

van Tongeren, Bart Vink, Jan Vrijhof, Olof van de Wal,

Sytse Wils Nelleke Wuurman, Joris van Zoelen Paul Westra, Viktor Wijnen,

,

(pag. 22)

(pag. 20)

Utrecht stad van Kennis & Cultuur / 


 / Utrecht stad van Kennis & Cultuur


REDACTIONEEL

U

trecht is een knooppunt van Kennis & Cultuur. Dat is niet alleen de uitkomst van vergelijkingen tussen de grotere steden in Nederland, maar inmiddels ook een aanvaard profiel voor het bestuur van de stad. Het is een verdieping van de ‘gezelligheid’ en ‘bereikbaarheid’ waar de stad in het land om bekend staat. Maar leeft die verdiepingsslag wel onder de bevolking? Hoe denken vertegenwoordigers van grote Utrechtse organisaties en bedrijven daarover? Hoe leeft dit profiel onder de grote groepen mensen die er met elkaar voor zorgen dat Utrecht deze claim waar kan maken? De gemeente Utrecht heeft daarom de afgelopen anderhalf jaar gesprekken gevoerd met enerzijds vertegenwoordigers van de belangrijkste organisaties en ondernemingen in de stad, en anderzijds hoofdzakelijk jongere Utrechters, die allemaal werkzaam zijn op het snijvlak van Kennis & Cultuur.

ondanks de vaak stevige kritiek die er is op ‘het bestuur’. Daarmee wordt veel meer bedoeld dan alleen de stedelijke overheid. Ook de grotere organisaties en bedrijven worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid om er met elkaar iets van te maken in Utrecht. Die betrokkenheid van Utrechtse burgers moet gekoesterd worden. Als dat het effect is van deze uitgave, is de opzet geslaagd. Welke kant wil Utrecht op? Het lijkt erop of Utrecht daarbij op een cruciaal moment in zijn geschiedenis is aangeland. Wil het een ‘groot dorp’ blijven? Of kiest het voor een meer grootsteedse vorm van leven? De geïnterviewden hebben daar wel een mening over. Maar wat ze in ieder geval willen is gehoord worden, meepraten. Ze leven niet voor niets in een stad van Kennis & Cultuur. Dat schept wederzijds verplichtingen.

Sociale netwerken

De belangrijkste uitkomst van de gevoerde gesprekken is dat de meerderheid vindt dat de stad ‘groter en belangrijker’ is dan het bestuur en de volksvertegenwoordiging vaak denken. Om die reden omarmen de meesten ook grote ambities, zoals het streven om Culturele Hoofdstad van Europa te worden in 2018. De Culturele Hoofdstad-organisatie is daarom in een later stadium aangehaakt bij dit interview-project, om meer inzicht te krijgen in het draagvlak bij de bevolking voor deze ambitie.

De laatste groep is voor bestuurders veel onbekender, omdat ze zelden aanschuiven in allerlei overlegstructuren. Ze zijn relatief willekeurig gekozen uit een aantal sociale netwerken, zoals LinkedIn en Hyves. Wat hen bindt is dat ze opvallen. Ze blinken uit, waardoor ze prijzen krijgen, aangewezen worden als voorbeeld of door anderen genoemd worden als inspiratiebron. Het zijn mensen die met elkaar een groep betrokken burgers vormen. Ze willen stuk voor stuk meehelpen om de stad te verbeteren, en zijn bereid om daar energie in te steken. Velen doen dat al in hun eigen omgeving.

Verantwoordelijkheid In Utrecht wonen en werken relatief veel van deze mensen. Daarom kan de stad zich ook knooppunt van Kennis & Cultuur noemen. De hier gekozen groep is vele malen te vermenigvuldigen. Dan waren hier andere mensen geportretteerd. Maar ook dan zou zijn opgevallen hoe rijk de stad is, en hoe betrokken de Utrechters zijn bij hun stad,

Ambities omarmen

Fijn oud decor Weliswaar vinden de meeste Utrechters de stad ‘gezellig overzichtelijk’, stad en dorp tegelijk, en heeft het een historische binnenstad die als een ‘fijn oud decor’ voor ontmoetingen wordt ervaren. Maar het belangrijkste is toch dat het een jonge, dynamische stad is die groeit als kool, en dat nog wel even zal blijven doen door de grote uitbreiding aan de westelijke kant van de stad. In een aantal aansprekende kaarten is te zien hoe de ‘creatieve klasse’ zich ook over de hele stad aan het verspreiden is, waarbij

nieuwe werkplekken en onconventionele ontmoetingsruimtes ontstaan. Er wordt volop gebruik gemaakt van de stad als laagdrempelig ‘open podium’: de pleinen, parken en werven als steeds wisselende locaties voor de vele festivals die de stad rijk is. Er zijn volgens sommigen krachten aanwezig die van Utrecht een uitzonderlijke stad kunnen maken, die internationaal aantrekkelijk is voor een jongere generatie met een gevarieerde culturele achtergrond. Daarom voelen zij dat ‘Utrecht overal is’.

mag wel een paar satellieten krijgen: in Lombok, in Zuilen of in de Uithof. Er is ook behoefte aan goed ontworpen woningen, beter gebruik van het groen en beter gebruik van de vele waterwegen die de stad doorkruisen. Men wil meer uitgaansgelegenheden voor de groep dertig plussers, die zich nu soms wat verloren door de jonge studentenstad voortbeweegt. De kennis van de universiteit zou beter gebruikt kunnen worden, en de universiteit zelf zou zichtbaarder moeten worden in de stad.

Fietsen en lopen

What would Google do?

De bijzondere kennisinstituten trekken bijzonder talent. De open culturele netwerken trekken jonge kunstenaars uit heel Europa. Daarbij helpt de centrale ligging van de stad, de goede treinverbindingen en de nabijheid van Schiphol. Die worden ook als eerste genoemd wanneer een top drie van kwaliteiten van de stad wordt gevraagd. Let wel: dit is een generatie die hoofdzakelijk openbaar vervoer gebruikt, fietst, en soms zelfs uitsluitend lóópt binnen de stad (zoals Colin Benders=Kyteman). De gemoedelijke sfeer, en de hoogopgeleide bevolking zorgen verder voor een aangenaam klimaat. De mensen maken de stad, vindt vrijwel iedereen. Natuurlijk zijn er ook punten voor verbetering. Zo maakt iedereen zich zorgen over de bereikbaarheid van Utrecht, niet in het minst de bereikbaarheid binnen de stad zelf. Er wordt gevraagd om tijdelijke oplossingen voor bestaande knelpunten, zoals een goede doorstroom van fietsverkeer tussen West en Oost. En men wenst een voorbereiding op een grote revolutie: de verandering van vervuilend benzineverkeer in schoon elektrisch privévervoer.

Waar al deze betrokken burgers vooral om vragen is samenwerking, co-creation, tussen alle groepen in de stad die niet alleen meningen hebben maar ook praktische voorstellen ter verbetering van hun omgeving met een visie op de lange termijn. What would Google do? – als Utrecht Google zou zijn. Dat is de vraag die voor ligt. Het antwoord daarop bepaalt de toekomst van de stad.

autonome zones Er is behoefte aan vrijplaatsen, tijdelijke autonome zones, waar zonder al te veel regels experimenten mogelijk zijn op het gebied van wonen, werken en vrijetijdsbesteding. Het als te klein en te vol ervaren oude centrum Utrecht stad van Kennis & Cultuur / 


HET DNA VAN EEN GEZELLIGE STAD Drie gemeentelijke directeuren over Utrecht, stad van Kennis & Cultuur

• José Manshanden

R

eindert Hoek, José Mans­handen en Jo de Viet zijn respectievelijk directeur van de dienst StadsOntwikkeling, de dienst Maatschappelijke Ontwikkeling en het Programmabureau Stadspromotie. Daarmee vertegenwoordigen ze de ruggengraat van het ambtelijk apparaat van de gemeente Utrecht. Het is opmerkelijk dat vanuit die organisatie twee jaar geleden het initiatief is genomen om de stad een duidelijker profiel te geven. Als uit recent landelijk onderzoek blijkt dat de meeste mensen Utrecht een goed bereikbare, gezellige stad vinden, dan zien zij dat vooral ook als een bevestiging van de nieuwe koers. Hoek: “Allereerst kiezen we voor Kennis & Cultuur om ervoor te zorgen dat de stad, die volop dynamiek kent, zich naar buiten toe beter kan profileren. Dat is de afgelopen tientallen jaren niet duidelijk genoeg gebeurd. Als je kijkt naar de historische lagen van Utrecht dan heeft de geschiedenis veel meer van doen met Kennis &  / Utrecht stad van Kennis & Cultuur

Cultuur dan met gezelligheid. Natuurlijk hoort gezelligheid daar bij, is het zelfs een wezenlijke voorwaarde. Maar we hernemen ons nu. We grijpen eigenlijk terug naar wat honderd jaar geleden door Fockema Andreae in gang is gezet: Utrecht als stad van Kunst en Wetenschap. In feite is dat nu vertaald in ‘Knooppunt van Kennis & Cultuur’. Daar zit onder meer die gezelligheid al in. Want ik vind dat Utrecht ook gezien moet worden als een leefbare stad, waar het fijn is om te zijn. Dat betekent dat je niet alleen met fysieke componenten aan de slag moet om er iets van te maken, of alleen sociale componenten, maar dat je dat in samenhang moet beoordelen. Als je kenniswerkers aan de stad wilt binden, heb je een rijk cultureel leven nodig.” Manshanden: “Dat is er gelukkig ook en we moeten het blijven koesteren en verder ontwikkelen. Utrecht heeft een enorme potentie: de stad herbergt niet voor niets het hoogste percentage creatieve klasse. We zien ook hoe belangrijk cultuur is bij de ontwikkeling van nieuwe vormen van sociale cohesie en binding in de stad. Kijk maar naar Leidsche Rijn en de rol die een organisatie als Cultuur19 daar speelt.” De Viet: “Ik denk dat met ‘gezellig’ ook ‘persoonlijk’ bedoeld wordt. Utrecht is een persoonlijke stad. De stad groeit, heeft ook een groot ontwikkelingspotentieel, maar dat je in die groei het persoonlijke handhaaft, dat je een stad blijft waar je nog eens iemand tegen kunt komen, is heel belangrijk. De enorme groei moet je wel rond de goede dingen ontwikkelen. De keuze voor kwaliteit is belangrijk voor deze stad. Als je succes

hebt, dan is er veel vraag naar je, dan willen veel mensen en ondernemingen hier wonen en werken. Zo’n profiel helpt ook om richting aan te geven aan de ontwikkeling die je door wil maken.” Hoek: “Je kunt op verschillende manieren naar een stedelijke ontwikkeling kijken. Je kunt naar Utrecht kijken als provinciehoofdstad, of als verzameling van winkels en kantoren, maar het meest wezenlijke van de stad is de samenstelling van de mensen die hier acteren, elkaar hier willen ontmoeten. Er moet een relatie zijn met wat er in de verschillende wijken gebeurt en de binnenstad.” Manshanden: “Culturele organisaties beginnen oog te krijgen voor hun toegevoegde waarde voor de wijk, waardoor die kruisbestuiving steeds beter plaatsvindt. Cultuurhuis Stefanus is daar een mooi voorbeeld van, maar ook het prachtige Vorstelijk Complex dat binnenkort zijn deuren opent. Ik vind het fantastisch wat Zimihc daar gaat doen. Het kost een paar centen maar dan heb je ook wat.” De Viet: “Soms stá je op iets en dan zie het nog niet. Door er met elkaar en mensen van buiten over te spreken is ons duidelijk geworden dat Kennis & Cultuur eigenlijk het DNA is van de stad. Ik denk dat heel veel mensen dat herkennen als ze erover nadenken. Dat duiden wat je eigenlijk bent, en het als inspiratie kiezen voor verdere ontwikkelingen: dat is eigenlijk een heel verstandige keuze voor de stad.” Hoek: “Wat ik ook van belang vind, is waar in het verleden gesproken werd over Utrecht

als organisatie van zeventien autonome gemeentelijke diensten, de keuze voor juist deze thematiek ook bindend werkt in de gemeentelijke samenwerking. Hij zorgt ervoor dat je met elkaar met een bepaalde ontwikkeling bezig bent, waar ieder ook zijn bijdrage aan kan leveren. Dat helpt om de organisatie te richten naar wat we naar buiten toe willen zijn. Dit komt van binnenuit, en wordt niet van buitenaf opgelegd. Twee jaar geleden bleek het om meerdere redenen urgent om hiermee bezig te zijn. De rijksoverheid was bezig een internationaal profiel voor de hele Randstad neer te zetten. De afzonderlijke steden moeten dan wel iets te bieden hebben. Daaruit kwam het profiel Kennis & Cultuur voort. Daar hebben we voluit op ingezet. Aan de andere kant merkten we in contacten met sleutelfiguren, zowel lokaal als regionaal, dat iederéén bezig was met de vraag hoe we Utrecht beter op de kaart konden zetten. Het beeld was eigenlijk: Utrecht is overal en nergens mee bezig. Dat beeld wilden we doorbreken. Met die doorbraak hebben we gemerkt hoe belangrijk het is om anderen verhalen over Utrecht te laten vertellen, ook buiten de stad.” De Viet: “Er zijn natuurlijk heel veel partijen die hier investeren. Die hebben allemaal behoefte aan een heldere marktpositie van zo’n stad. De reputatie van een instelling, zoals bij voorbeeld de Universiteit, hangt samen met de reputatie van de stad. Utrecht schitterde vaak door afwezigheid en een onduidelijk profiel.” Hoek: “Het is evident dat Utrecht veel relaties heeft met Amsterdam. Maar toch willen we ons eigen profiel hebben omdat we merken dat de ontwikkeling van de stad heel duide-


• Jo de Viet

• Reindert Hoek

moet gestalte krijgen. Want als je een mooie stad bent maar je bent niet bereikbaar, dan is dat de dood in de pot. Utrecht moet dé HOV stad van Nederland worden, met een groot tramnetwerk. En we moeten volop inzetten op de ontwikkeling van de Uithof als regio waar alle kennisinstellingen hun plek krijgen. Ik vind het ook van lef getuigen dat we een werkgebouw voor de Utrechtse muziekensembles in Ondiep hebben neergezet; dat we inzetten op functiemenging in krachtwijken. Dat kan een vermenigvuldigend effect hebben.”

lijk ook een regionaal effect heeft – denk aan de samenwerking in de NV Utrecht. We zijn een netwerkstad in onze regio. Als we sec zouden zeggen: we behoren tot de Amsterdam Metropolitan Area of ‘de noordflank van de Randstad’ zou dat onrecht doen aan de ontwikkelingen die we juist de laatste jaren hier gezien hebben. Dat laat onverlet dat die relaties gekoesterd moeten worden.” De Viet: “In het buitenland profileren we ons uiteraard wel gezamenlijk, zoals nu tijdens de Wereld-expo in Shanghai.” Wat hebben jullie het nieuwe college met voorrang onder de aandacht gebracht? Hoek: “Dat de thematiek van Kennis & Cultuur te vertalen is naar het dagelijks handelen. In de Beleidsagenda die

we gezamenlijk hebben gemaakt, die we Stadsagenda hebben genoemd, hebben we vijf elementen beschreven waarop we willen koersen: de ontwikkeling van dynamische kennisen opleidingscentra; het te gelde maken van kennis in kennisintensieve bedrijvigheid; het realiseren van aantrekkelijke woonen werkmilieus; het bevorderen van een openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeting; en het creëren van culturele podia en werkplaatsen in een ‘Culturele Hoofdstad’. Als dat de leidende agenda kan zijn voor de komende jaren, kun je er allerlei projecten aan koppelen. We moeten er bij voorbeeld voor zorgen dat er een ventiel op de binnenstad komt, juist ook aan de overkant van het spoor, zodat de binnenstad groter wordt, met woningbouw voor kenniswerkers daarin. Hoogwaardig openbaar vervoer

Manshanden: “We moeten nieuwe vormen van communicatie vinden met alle geledingen in de stad. We hebben de doelgroepen daar zelf bij nodig. We moeten jonge mensen vragen om daar een beter plan voor te maken.” De Viet: “Ik hoop dat de mensen die dit magazine krijgen, begrijpen dat dit het begin is van een proces dat we alleen samen kunnen realiseren.”

Manshanden: “Ik houd ze voor dat je focus nodig hebt, een identiteit. Dat is heel belangrijk. En dat je om het sociale beleid van de stad te realiseren, ook aandacht moet besteden aan de top. Dat is niet elitair, maar nodig om de onderkant mee te trekken. En de internationale uitstraling is van belang. Werkgelegenheid in de stad, geld in de stad, is essentieel. Kennis vatten we heel breed op. Het gaat niet alleen om de universiteit en hogescholen, maar ook om talentontwikkeling in het primair en voortgezet onderwijs. En laten we de ROC’s met hun kunstopleidingen niet vergeten. We zien trouwens een toenemend aantal creatieve partnerschappen tussen onderwijsinstellingen en culturele organisaties.” De Viet: “We moeten goed duiden wat er achter die begrippen Kennis & Cultuur zit. Van de uitbreiding van voorschoolse opvang tot ruim baan geven aan het UMC, dat hoort bij deze agenda thuis. En ten tweede moet je laten zien dat anderen er belang bij hebben dat de stad een richting heeft gekozen waar ze op kunnen vertrouwen.” Utrecht stad van Kennis & Cultuur / 


U

trecht wordt gemaakt door mensen met een passie voor de stad, die hier allemaal wonen en/of werken. Een aantal daarvan is gezichtsbepalend. Hun is de afgelopen tijd vaak gevraagd om hun mening over de koers van Utrecht en de aspecten waar aan gewerkt zou moeten worden. Het oordeel is eensluidend: Utrecht is het best bewaarde geheim van de Randstad. Dat geheim mag best bekend worden gemaakt!

Valse bescheidenheid Utrecht is een gezellige, historische stad met grachten en singels. De stad ademt niet alleen de sfeer van de universiteit, maar ook voel je de cultuur in de stad. Alleen lijden de inwoners ten onrechte aan valse bescheidenheid. Zo wordt in het buitenland verteld dat Utrecht ‘near Amsterdam’ ligt. Dat is een onderschatting van de unieke kwaliteit van de (historische) stad: de grachten met haar werven, de Domtoren, de centrale ligging, de grootste universiteit van het land en verschillende kennisinstituten. Maar ook: “Het metropolitane landschap tussen Amsterdam en Utrecht, met daarbinnen de Loosdrechtse Plassen, is goud. Als je dat commercieel zou uitbuiten wordt dat landschap economisch nog interessanter.”

Internationaal Daarnaast herbergt Utrecht een schat aan musea, monumenten en moderne architectuur. De geïnterviewden onderscheiden dragers op verschillend niveau. Internationaal heeft Utrecht Rietveld en Dick Bruna, het Catharijneconvent, de Dom en het Festival Oude Muziek. Iets waar andere steden jaloers op zijn. Nationaal gezien zijn de moderne architectuur op De Uithof, het Museum van Speelklok tot Pierement, het Spoorwegmuseum, het Nationale FilmFestival en het winkelaanbod volgens hen trekpleisters. Lokaal vormen De Culturele Zondagen en architectuurcentrum Aorta het culturele aanbod.

Ontmoeting Onderzoek in de stad, provincie en landelijk laat zien dat mensen Utrecht zien als  / Utrecht stad van Kennis & Cultuur

ontmoetingsplaats waar mensen uit heel Nederland bij elkaar komen. Tegelijk is het kennis- en cultuurprofiel van Utrecht landelijk onduidelijk1. Om de positie van de stad te versterken en uit te bouwen moet Utrecht meer gebruik maken van haar kwaliteiten en tegelijkertijd meer focus aanbrengen om weloverwogen keuzen te maken. Zoals één van de geïnterviewden zegt: “Je moet kiezen, en al je beleid naar die kant duwen. Heldere keuzes vasthouden en daarop investeren, dan ontstaat er iets.”

Enorme dichtheid De aantrekkelijkheid van Utrecht vertaalt zich in de enorme dichtheid van kennis- en cultuurmakers in de stad (zie middenpagina van dit magazine). Met een universiteit die behoort tot de top van Europa en de aanwezigheid van een groot aantal kennisinstellingen in de stad/regio is Utrecht dé kennisstad bij uitstek. Hoewel de gesprekspartners bij het thema kennis met name aan de universiteit denken is ook de Hogeschool Utrecht, met haar 35.000 studenten, een belangrijke speler. Daarnaast leveren kennisinstellingen, onderzoeksbureaus en creatieve bedrijven een belangrijke bijdrage als het gaat om het kennisklimaat in de stad. De ontwikkelingen die De Uithof de laatste jaren heeft doorgemaakt, bevorderen de kennisuitwisseling tussen onderwijs en bedrijvigheid. Door de komst van woningen, voorzieningen, bedrijvigheid en moderne architectuur, bezoeken inmiddels niet meer alleen studenten en hoogleraren De Uithof. Het wordt steeds meer een ontmoetingsplek. En daarbij moet Utrecht niet koersen op de massamarkt maar op de veelzijdigheid van het aanbod.

Kenniseconomie Utrecht heeft een bloeiende kenniseconomie. De hoogopgeleide bevolking speelt hierin een belangrijke rol. In en rond Utrecht zijn gerenommeerde instellingen gevestigd, zoals Ecofys, SenterNovem, RIVM, TNO en het Milieu- en Natuurplanbureau. Een betere samenwerking tussen de onderwijsinstituten en het (regionale) bedrijfsleven is wel van belang. Door op de hoogte te zijn van elkaars

belangen, ontwikkelingen en innovaties, kan men beter op elkaar inspelen. Ook hebben zij elkaar nodig wanneer het gaat om innovaties op het gebied van (design)opleidingen, de gamingindustrie en tastbare technische innovaties als The Wall, de aansprekende geluidswal ter hoogte van Leidsche Rijn. De toppositie die de Universiteit Utrecht nu bekleedt, kan alleen worden behouden als er internationale studenten worden aangetrokken. Om dit te bewerkstelligen is het nodig om randvoorwaarden te creëren, zoals passende huisvesting voor hoogleraren, onderzoekers en studenten, een rijk cultureel aanbod, goede bereikbaarheid van de universiteit en de hogeschool, en een uitbreiding van congresfaciliteiten en hotelcapaciteit. En daarvoor is een rijk cultureel aanbod van belang: “Serious games (als onderdeel van de creatieve industrie) zijn economische producten. En om mensen vast te houden die in deze industrie werken, is cultuur je honing.” Daarnaast zal verdere functiemenging op De Uithof de aantrekkelijkheid voor de (internationale) bezoeker vergroten.

Cultuur als magneet

Stadspodium

Actieve houding

Het culturele aanbod is divers, maar verborgen. De gesprekspartners hebben geen eenduidig beeld bij het begrip cultuur. Het aanbod is vaak kleinschalig. Waar voor Amsterdam direct enkele grote culturele trekpleisters worden genoemd, ademt Utrecht met haar monumentale binnenstad cultuur en is het een stadspodium voor allerlei evenementen. Het aanbod is er, de kwaliteit is aanwezig en, belangrijker, de gesprekspartners waarderen het aanbod. Wel is de bekendheid en zichtbaarheid van de culturele instellingen en activiteiten een aandachtspunt. Een van de geïnterviewden zegt hierover: “Zorg dat je cultuur spreidt, in kleine theaters. Zodra je alles onder één dak brengt, wordt er juist klein gedacht.” Dit geldt voor alle schaalniveaus. Enerzijds vinden sommigen dus dat Utrecht een grote trekpleister mist, zoals het Amsterdamse Rijksmuseum. Anderzijds wordt het kleinschalige en gedifferentieerde cultuuraanbod erg gewaardeerd. Om op (inter)nationaal niveau mee te tellen moet Utrecht meer keuzes maken, want “met festiviteiten waarvoor je de koningin uit kunt nodigen, kan Utrecht zich beter positioneren.”

De stakeholders van de stad praten met passie voor en over de stad, en willen graag een intensievere samenwerking met de gemeente. Ze zijn bereid om in de stad te investeren. Bij de ontwikkeling van de stad moet de gemeente gebruik willen maken van de kritiek, suggesties en ambities van de verschillende marktpartijen. Bijvoorbeeld door duidelijke keuzes in beleid op weg naar 2018: “Als je Culturele Hoofdstad wil worden, moeten die fietsen van de gracht af, en niet meer geparkeerd staan aan relingen of monumenten. En er moet één wethouder voor ondernemers komen.” In ieder geval vraagt dit een actieve attitude van de gemeente: luisteren en een visie ontwikkelen. Verschillende sprekers zijn het erover eens dat het Utrecht tot op heden kwam aanwaaien. Utrecht moet ‘wakker worden’ en een meer actieve houding aannemen. De externe gerichtheid van de culturele sector in Utrecht is beperkt. Dat moet veranderen. Men moet meer begrip tonen voor elkaars argumenten, partijen meenemen in de afwegingen van de gemeente en trotser naar buiten treden.

Cultuur werkt als een magneet voor inwoners, bedrijvigheid en toerisme. Tegelijkertijd maakt investeren in (wijk)cultuur de stad leefbaarder en daarmee sterker. Met initiatieven als de Vrede van Utrecht en Utrecht Culturele Hoofdstad is de route vastgelegd, waarlangs de positie van Utrecht als stad van cultuur kan worden versterkt. Veel van de geïnterviewden hebben behoefte aan een culturele hotspot in Utrecht. Zij vinden het belangrijk dat er in één gebouw, of in één gebied meerdere aansprekende culturele functies worden ondergebracht als de trekpleister voor cultuur. Om op (inter)nationaal niveau mee te tellen moet Utrecht de kans grijpen om erboven uit te stijgen. Wees uniek als stad. Op gebied van theater ligt er een kans voor een comedytheater en op museaal vlak is een Science Museum genoemd. Optimalisering van het culturele aanbod moet wel hand in hand gaan met een toename van het hotelaanbod en een verbetering van de bereikbaarheid.

1) Onderzoek Motivaction maart 2010


FACTS AND FIGURES Utrecht: • Is vestigingsplaats voor bijna 6.000 creatieve bedrijven, verspreid over de hele stad en heeft de hoogste kennis­ intensiteit van Nederlandse steden. • Heeft het hoogste percentage hoogopgeleiden van Nederland (44%). • Heeft de jongste beroepsbevolking (Atlas Nederlandse gemeenten 2009). • Blijft van alle Randstad-steden het langste groeien. • Staat in de top tien als het gaat om aanbod van podiumkunsten (Atlas Nederlandse gemeenten 2009). • Is de belangrijkste universiteitsstad van Nederland. • Heeft een hoge concentratie van kenniswerkers in de stad en regio, is één van de R&D-steden in de Randstad en is het centrum voor innovatie (onderzoek Universiteit Utrecht, 2009).

• Levert als regio, als tweede na Amsterdam, een bijdrage van bijna 9 % bij aan het Bruto Nationaal Product. • Is de tweede dienstenstad van Nederland en vormt een landelijk centrum voor publieke en zakelijke dienstverlening. • Is de tweede stad die Nederlanders aantrekkelijk vinden om in te wonen (Atlas Nederlandse gemeenten 2009). • Is tweede monumentenstad van Nederland (Atlas Nederlandse gemeenten 2009). • Heeft met 44% het hoogste percentage creatieve klasse (Atlas Nederlandse gemeenten 2009). • Heeft de meeste cultuurmakers. • Heeft de meest cultureel actieve bevolking van de G4 (87% bezocht in 2009 minstens 1 maal een culturele activiteit – Utrecht Monitor 2010).

Utrecht stad van Kennis & Cultuur / 


Ñ “De kracht van Utrecht dat zijn de inwoners van de stad. Gemiddeld worden ze steeds jonger, ze zijn ontzettend creatief, afkomstig uit alle windstreken. En al die culturen beïnvloeden elkaar. We willen ook graag dat ze van elkaar leren, elkaar beïnvloeden, elkaar inspireren en dat maakt de stad heel vitaal…..Culturele Hoofdstad 2018 past naadloos bij de stad. De stad is zo gevarieerd en zo rijk aan mensen, rijk aan variëteit aan mensen. Ik denk dat een keuze voor Utrecht, een keuze is voor het Europa van de toekomst.”

Ñ “Iedereen die in Utrecht komt is positief verrast. Wat ik in Amsterdam had verwacht, heb ik hier in Utrecht gevonden. Dus buitenlandse bezoekers gaan hier heel blij vandaan.” Floris De Gelder voormalig wethouder Cultuur gemeente Utrecht

Ñ “Ik vind Culturele Hoofdstad een fantastisch initiatief. Wat mij betreft Aleid Wolfsen zou het twee dingen mogen opleveren. Burgemeester van Utrecht Een is dat Utrecht eindelijk eens trots op zichzelf wordt. Utrecht praat altijd Ñ “We zijn een stad van kennis, cultuur, een beetje met gêne over zichzelf. Die en ook werken. Ik denk dat door doorbraak zou ik geweldig vinden. Het Culturele Hoofdstad te worden die drie tweede is dat ik het prachtig zou vinden aspecten een extra impuls krijgen en als minstens vijf plekken in de stad daarmee de economie versterkt.” er ineens zouden zijn en het nieuwe Michaël Kortbeek Utrecht laten zien of het vernieuwde voorzitter Kamer van Koophandel Midden Nederland Utrecht laten zien. Daar zit ook wat mij betreft wat wij zouden kunnen doen als woningbouwcorporatie. Een aantal van dat soort plekken of minstens een van die plekken zouden wij willen dragen. Dan heb ik het over de Merwedekanaalzone of de Cartesiusdriehoek. Of dat soort gebieden in de stad.” Marien de Langen directeur Mitros Woningbouwcorporatie

10 / Utrecht stad van Kennis & Cultuur


Ñ “Het is onze ambitie om Utrecht Culturele Hoofdstad te maken van en voor de Europeanen.” Roel Robbertsen Commissaris van de Koningin, Utrecht

Ñ “De kracht van Utrecht ligt in kennis en onderwijs. Dat moeten we combineren met een aantal hele mooie voordelen die we ook hebben. De ligging, het woonklimaat, de leefbaarheid en de omgeving. Als we kennis en onderwijs verder uitbouwen en we weten dat te combineren met een internationale cultuur en we weten kenniswerkers aan te trekken, dan zijn we concurrerend bezig met de andere steden… Het is een doorgaand proces, waardoor je voortdurend investeert in de infrastructuur van die cultuur. En ook in internationalisering. Het is na dat jaar niet afgelopen.” Gerlach Cerfontaine voorzitter bestuur Vrede van Utrecht

Ñ “Utrecht heeft de opdracht om oud met nieuw te verbinden en dan in de breedste betekenis van het woord. Oude bewoners met nieuwe bewoners, oude Nederlanders met nieuwe Nederlanders, oude studenten, waaronder ook Nobelprijswinnaars die natuurlijk al overleden zijn, met nieuwe studenten. Maar ook oude delen van de stad met nieuwe delen van de stad. Het allerbelangrijkste is dat ook als wij het niet worden, als we verliezen, we iets hebben gehad aan alle voorbereidingen. Het is mijn droom dat Utrecht een modelstad wordt voor een relatief bescheiden stad die op het gebied van Kennis & Cultuur actief is. Ik hoop dat ik mee kan werken om dat te realiseren.” Martin Boisen docent geografie en sociale planologie Universiteit Utrecht

Utrecht stad van Kennis & Cultuur / 11


“Je hebt hier een kleine culturele samenleving die zich eigenlijk niets aantrekt van commercie of roem.�


Colin Benders/Kyteman

Colin Benders (23) is Kyteman. Sinds hij zich begin 2009 in Groningen tijdens het Noorderslag festival presenteerde, is hij ook landelijk een fenomeen. Benders is Utrechts, en laat dat ook merken. Hij loopt bij voorkeur door de stad die hij als zijn broekzak kent, van Overvecht tot Kanaleneiland. Zonder enige sterallures laat hij de plotselinge roem over zich heen komen. Hij begrijpt heel goed dat hij met iets bezig is waarvoor je een lange adem nodig hebt. Die heeft hij. Als trompettist zeker. In november 2009 investeerde hij vrijwel alles wat hij het afgelopen jaar met zijn hiphop-orkest heeft verdiend met zijn spectaculaire

doorbraak in de realisering van een droom: een eigen plek, een serie huizen met oefenruimtes, waar hij vanaf nu Kytopia kan vestigen: een vrijplaats voor muzikanten en andere kunstenaars die zo gezamenlijk tot grote werken kunnen komen, waardoor het leven en de kunst in elkaar overvloeien. Benders: “Eigenlijk voel ik me vooral volledig thuis in de stad tussen de mensen die hier zitten. Dat heeft ook te maken met de ontwikkeling die ik hier heb gehad. Ik ben vrij snel na groep 4 van de basisschool naar de Kathedrale Koorschool gegaan aan de Plompetorengracht. Daar heb ik half om half muziekles en school gekregen. Daarna ben ik naar Den Haag gegaan, naar het conservatorium, en heb ik mijn middelbare school gedaan. Ik heb die overigens niet afgemaakt. Het live spelen begon steeds meer van me te eisen. Ik heb nog wel twee jaar doorgestudeerd – vooral Eric Vloeimans

heeft me heel goed gestuurd. Die zei gewoon: hier op school kunnen we je niets anders leren dan de grammatica van de muziek - als je wilt leren verhalen vertellen moet je dat buiten school doen. Ik vond dat heel eerlijk. Je moet eerst leven. Ik kwam er intussen achter dat het Utrechtse cultuurklimaat heel speciaal is. Maar daarbij loopt de cultuur wel enigszins op de stad vooruit. De mensen zelf maken meer mogelijk dan dat er middelen zijn. Als je kijkt hoe ik mijn project heb moeten inrichten: het hiphoporkest wordt gesteund door het Productiehuis Oost Nederland. Utrecht heeft er door een gebrek aan vertrouwen dat het allemaal zou lukken, geen steun aan willen geven en Oost Nederland is er meteen in gestapt. Die zijn er echt op gericht om gekke projecten aan te nemen, die een culturele bijdrage leveren zonder dat het commercieel aantrekkelijk hoeft te zijn.” Waarom is Utrecht dan wel belangrijk voor je? “Omdat ik hier de mensen om me heen heb die ik om me heen wil hebben. Er is hier een hele aparte creatieve sfeer en dat heeft er vooral mee te maken dat afgezien van de Urban Dance Squad en C-mon & Kypski er vrij weinig over Utrecht bekend is. De

media hebben er nooit greep op gekregen, wat ervoor zorgt dat de artiesten die hier werkzaam zijn het vooral gewoon doen om leuk muziek te maken. Het is een kleine culturele samenleving, die zich eigenlijk niets aantrekt van commercie of roem of wat dan ook. Dat heeft heel erg een stempel gedrukt op de muziekscene van Utrecht. Ze hebben zich niet hoeven conformeren aan wat er op een bepaald moment gevraagd werd van artiesten.”

Parijse banlieus “Er vindt heel veel uitwisseling plaats op eigen initiatief met artiesten uit Frankrijk – er is een hele sterke connectie met dj’s, rappers en muzikanten, die een week naar ons toe komen en blijven slapen en dingetjes komen doen, Het is hetzelfde oprechte stukje familiegevoel wat wij ook hebben. Ze komen uit Parijs uit de banlieus, en uit Marseille. Daar hangt ook dezelfde sfeer. De brug wordt geslagen met Frankrijk. Maar ook met Duitsland. We zijn bezig om die mensen met open armen te ontvangen, al die creatieve input van buitenaf. Omdat we er heel erg in geloven dat zo’n internationaal karakter heel inspirerend kan zijn.” Utrecht stad van Kennis & Cultuur / 13


Is de stad gastvrij voor die mensen? “Het ligt eraan wat je met de stad bedoelt. De mensen wel, vanuit de stad zelf, vanuit bepaalde hoeken. Utrecht staat heel erg bekend als de stad van de oude muziek. Dat vind ik echt prachtig. Maar wat er in mijn ogen mist is de aansluiting met nieuwere generaties. In de plannen om Culturele Hoofdstad in 2018 te worden zie je ook weer die kamermuziek opduiken. Mijn zorg is echt dat de aansluiting daardoor mist met de mensen die nu 12, 13 zijn en zich laten inspireren door wat er nu mogelijk is. Als die niet de middelen of de coaching krijgen om zich verder te ontwikkelen, dan zullen die of uitwijken naar andere gebieden, of afhaken.” Wat zou jij gehad willen hebben toen je 14 was? “Dat weet ik eigenlijk niet. Ik heb heel veel gehad toen ik 14 was. Ik had muzikanten om me heen. Het enige wat er ontbrak was repetitieruimte. Maar waar ik vooral later tegenaan liep was praktische steun om dingen uit te werken. Ik heb het vaak gezocht, maar ben het alleen tegengekomen buiten de stad. Ik ben er nu zelf mee bezig met Kytopia, een grote studio waar iedereen in vrijheid moet gaan spelen. Maar dat waren wel schakels die ikzelf erg heb gemist. Ik wil dat graag gaan invullen. Ik geloof er heel erg in. Ik ben er blij om dat Utrecht een redelijk leeg vel is wat dat betreft. Ik zou makkelijk naar Amsterdam of Den Haag kunnen uitwijken nu, dat is me vaak gevraagd. Maar daar is het allemaal al geformaliseerd. Utrecht heeft het nog niet, maar zou het wel kunnen krijgen. Dan vind ik het leuker om hier te blijven en het zelf uit te werken dan dat ik moet inhaken op andermans werkzaamheden. Dan heeft het ons karakter. Utrecht zou helemaal niet het pad van Rotterdam of Den Haag hoeven volgen, want Utrecht is Utrecht, dat heeft iets veel sterkers.” Hoe zou je Utrecht omschrijven? “Dat is altijd heel lastig. In mijn ogen is er een heel integere groep hier. Er wordt veel aandacht besteed aan onderzoek. Voor de rest: omdat het een vrij leeg vel is, worden er veel kilometers gemaakt door mensen die zelf een idee hebben. Ik wil hier iets mee gaan doen. Dat maakt het op dit moment wel lastig om een stempel te drukken op wat Utrecht is.” Dat is een heel verhaal, dat zeg je vast niet tegen een zanger uit Londen. “Als ik Utrecht uitleg zeg ik altijd dat Utrecht Amsterdam is zoals het zou moeten zijn. Dat is mijn uitleg. Maar echt. Als ik naar Amsterdam ga, lijkt het wel of ik in Madurodam rondloop, maar dan in het groot. Het is een groot museum, een grote toeristentrekpleister. Dat heeft Utrecht niet. Utrecht vind ik ook een mooiere stad, maar dan met de mensen die er leven. Het heeft een veel minder plastic karakter. Het is gewoon echt een sterke stad die een goede brug weet te slaan tussen vroeger en nu.” Gebeurt dat overal? “Ja, op de meeste plekken waar ik ben geweest wel. Als ik in Overvecht kijk, zie ik dezelfde zielsconnectie tussen mensen als die ik in het centrum tegenkom. Je merkt ook erg dat mensen naar elkaar toe kruipen. Daarom leven we nu in die straat. Hij heet de Zeedijk, maar we gaan hem nog wel omdopen.” 14 / Utrecht stad van Kennis & Cultuur

Ander Utrecht “Persoonlijk vind ik het erg fijn om te merken dat de gemeente Utrecht steeds meer openheid begint te krijgen en luistert naar suggesties. Ik heb daarvóór vaak het idee gehad dat je aan de ene kant de gemeente had en aan de andere kant de stad en dat het Utrecht waar ik het over had een ander Utrecht was dan dat van de gemeente. Met politieke partijen heb ik sowieso weinig op. Daarbij doen mensen alleen iets voor elkaar als de ander iets terug doet. Terwijl ik er meer vanuit ga ‘Dit moet er komen en hoe gaan we dat regelen’. Daar vandaan zoeken we naar alle samenwerking die we kunnen krijgen. Ik probeer mijn wereld steeds verder te verbreden. Ik probeer de kunst zo te zien dat het een geheel is waar de muziek slechts één blik op biedt. Ik begin daar de laatste tijd veel meer geïnteresseerd in te raken. Een muzikant probeert heel erg vanuit zijn eigen visie iets neer te zetten, en maakt iets vanuit zichzelf. Een acteur krijgt een personage en die moet zich juist heel erg verplaatsen in andermans rol. Maar er is wel een verschil tussen compleet jezelf uitdiepen en compleet iemand anders uitdiepen. Dat geeft al een heel ander eindresultaat. Dat vind ik erg interessant. En dan heb ik het nog niet eens over beeldende kunst, het tijdloze dat daaraan vast zit.” Het wordt opera zo als je niet oppast. “Ja, daar was ik al bang voor. Tegelijkertijd is opera ook weer interessant, want als je alle kenmerken van opera zou strippen van wat het zou moeten zijn, dan krijg je een perfecte samensmelting van beeldende kunst, dans, muziek en theater. Dat kan op nog op veel meer manieren worden geuit. Opera zoals we dat

die Europa zal overstijgen. Als Utrecht zich wil ontwikkelen om Culturele Hoofdstad te worden, laat ze dan vooral niet vergeten dat daar een zekere mate van esthetiek bij hoort. Niet alleen in de muziek, ook in het straatbeeld. Kleine parken, alles. Utrecht heeft daar al een voorsprong in, maar er zijn heleboel kansen, veel braakliggende terreinen. Er is nog een hoop mogelijk. Ik houd niet van vierbaanswegen in de stad. Als ik kijk naar het verkeersplein bij het begin van de Amsterdamsestraatweg naar de Vleutenseweg, daar durf ik bijna niet over te steken. Het is ontzettend groot en middenin de stad. Ik zou zeggen: schuif dat een stuk op en maak daar wat kleinere wegen. Zelf doe ik alles lopend. Maakt me niet uit waar ik heen moet, Lunetten of Overvecht. Ik vind dat gewoon heerlijk. Betere fietsroutes zou ook nog wel kunnen. Dat is altijd welkom. Alleen: pas op met asfaltwegen. Je kunt beter bredere fietspaden maken waar ook elektrische auto’s op kunnen.” Vind jij Utrecht een stad van Kennis & Cultuur? “Ik heb wel het idee dat dat sterk aan de hand is – de verscheidenheid aan opleidingen bij voorbeeld, twee gymnasia in de binnenstad. Maar dat kan nog sterker worden door het faciliteren van onderzoek waar dat nodig is. Uiteindelijk: kennis vergaar je door kilometers te maken, uitvinders aan de slag te laten gaan. Als je dat uitbreidt, krijg je steeds meer Eureka-momenten die zullen worden teruggekoppeld naar nieuwe generaties. Eigenlijk zou er een plek moeten zijn waar continu aandacht wordt geschonken aan ontwikkeling. Die heb je wel voor de

je extra opdrachten moet vervullen – dat is tijd die je soms beter had kunnen besteden, om dingen te doen waar het echt om gaat. Dat probeer ik te vermijden”

Geen reclamebord Je werkt nu samen met het programma­­bureau Stadspromotie. “Ik had dat niet gedaan als er geen openheid en steun was geweest. Daar ben ik heel eerlijk in. Ik heb meerdere malen de afgelopen jaren het gevoel gehad, vooral in de muziekscene, dat we spartelden, zoekend naar steun voor dingen. Ik heb vaak gedacht: het Utrecht dat ik aan het opbouwen ben is niet het Utrecht waar jullie mee bezig zijn. Maar nu we de laatste tijd steeds meer met elkaar in gesprek zijn, er steeds meer oren zijn naar de plannen die we hebben en er ook echt steun komt, kan ik me heel goed affilliëren met het Utrecht gevoel van bovenaf. Ik doe dit ook niet zomaar voor anderen. Ik ben er oprecht trots op dat ik mijn kunsten in Utrecht heb geleerd.” In hoeverre heeft de Utrechtse muziek­ geschiedenis (Urban Dance Squad) invloed op je gehad? “Ik ben geboren in het jaar dat de Urban Dance Squad groot werd, en werd me pas daarna bewust wat de echte straatcultuur is in Utrecht, vanaf mijn twaalfde, dertiende. Maar toen merkte ik wel dat er geen sportgedachte is achter de muziek hier. Er is geen concurrentie over het succes. Je denkt: we willen samenspelen en dus gaan we dat doen. Dat merk je alleen al aan het feit dat alle Utrechtse groepen die nu aan het rondtoeren­ zijn, allemaal voortgesproten zijn uit dezelfde groep, namelijk 6 Of Your Best Friends. Van ­daaruit zijn alle wegen steeds verder gaan vertakken. Als ik ze nu tegenkom, kunnen we weer meteen samen spelen. Daar is geen competitie. Dat heeft me heel erg geholpen denk ik. Het gebrek daaraan, waardoor succes niet de maatstaf was, maar gewoon puur het fijne gevoel van spelen, samenwerken, de intentie om iets te ontwikkelen om het ontwikkelen zelf. Ik weet niet in hoeverre dat buiten Utrecht mogelijk is. Ik hoop dat dat de komende jaren gaat blijven.”

“Utrecht moet een wijk beschikbaar stellen en daar alle artiesten huisvesten die nu hier willen komen wonen, dan krijg je een Utrechtse culturele sfeer die Europa zal overstijgen.” kennen begint een beetje gedateerd te raken. Het wordt tijd voor een nieuwe vorm, passend bij een nieuwe tijd. Maar we hebben er een hoop aan gehad, aan dat Gesamtkunstwerk.” Wat moeten we doen om Utrecht als stad te verbeteren? “Als je het stadscentrum van Utrecht neemt, dan heb je in mijn ogen een van de mooiste binnensteden van Nederland. Als je kijkt naar wat er gebeurt zodra je buiten dat centrum komt, dan heb je eerst een vierbaansweg die er helemaal omheen trekt en daarbuiten heb je nieuwbouw en flats en eigenlijk een soort Vinex-wijken die compleet niet aansluiten bij de rest van het gevoel van de stad. Sinds wij in die straat zitten ben ik platgebeld door driekwart van de muzikanten van Nederland die daar ook willen komen wonen. Dus als Utrecht zegt wij stellen een wijk beschikbaar en daar stoppen we alle artiesten in die daar naartoe willen gaan, dan krijg je een Utrechtse culturele sfeer

beeldende kunsten, maar niet voor de muziek. Dat zou erg interessant zijn voor een stad van Kennis & Cultuur.” Hoe is je huidige werkplaats ontstaan? “We zijn zelf naar een projectontwikkelaar gestapt om een loods te huren en toen bood hij een hele straat aan. Daar ben ik meteen bovenop gesprongen en we hebben hem direct gevuld. Er wonen nu tien kunstenaars en muzikanten en tekstschrijvers. Ik heb subsidie gehad om de loods te kunnen betalen, en de rest is eigen inleg, met wat ik het afgelopen jaar heb verdiend. We hebben echt ontzettend veel cd’s verkocht. Daar is best wel wat kapitaal door vrij gekomen. Ik vind het een prima investering en ik kan me ook geen betere bestemming voorstellen door wat er nu ligt verder te ontwikkelen. Ik wil niet op de knieën en mijn hand ophouden. In een subsidierelatie heb je meteen een ‘I owe you’, dat je bij iemand in het krijt staat. Daar zitten wat factoren aan waardoor

Het is te mooi om waar te zijn. “Dat is het ook. Mensen kijken me ook gek aan als ik zeg: de markt let niet op ons, dus wij letten niet op de markt. Vragen ze: wil je dan geen succes? Eerlijk gezegd: ik zou alleen maar succes willen als ik me niet in bochten hoef te wringen om dat te bereiken. En met mij half Utrecht. Zo lang dit de sfeer is van waaruit we kunnen werken, blijf ik dat doen.”

Colin Benders/Kyteman www.kyteman.com


MAAK HET ZICHTBAAR Wink

A

rne Koefoed (42) en Bart Bruinsma (41) vormen de directie van Wink, dat in 1996 ontstond. Ze studeerden niet alleen in deze stad (HKU), ze bleven er ook, en maakten van Wink een succesvolle onderneming in ‘experience marketing’ een vorm van aankleding van omgevingen waarmee een imago wordt overgebracht. Ze genieten internationale bekendheid door de vormgeving van de modebeurs Bread & Butter in Berlijn. Koefoed maakte al tijdens zijn studie in Utrecht naam door het organiseren van feesten in Fellini, een club onder het stadhuis, en in toenmalige culturele vrijplaatsen als het gerechtsgebouw aan de Catharijnesingel, Sophie’s Palace, met zijn club de Sociëteit. Bart Bruinsma werkte daar bij restaurant Het Koninkrijk, en organiseerde er beeldende kunst tentoonstellingen. 16 / Utrecht stad van Kennis & Cultuur

Wink staat voor knipoog. Bovendien is alles wat Wink doet een momentopname. Het is voorbij voor je het weet, soms in drie minuten soms in drie dagen. Bruinsma: “We hebben nog nooit iets gebouwd wat er nog staat.” Dat brengt ook een bepaalde vrijheid met zich mee die ze koesteren. Wink begon met het organiseren van bedrijfsfeesten, maar dat groeide al snel uit naar complete omgevingen voor productpresentaties, vooral in de modebranche. Het bedrijf heeft tien werknemers en biedt daarnaast werk aan veel freelancers. Koefoed: “De centrale ligging van Utrecht is een groot voordeel voor ons. Bovendien is het een prettige stad met veel tolerantie, waardoor je zelden voor gek loopt op straat. Utrecht heeft een grootstedelijke mentaliteit en biedt tegelijkertijd een dorpse gezelligheid. De lage toeristendichtheid is wel prettig. Dat stoort me vaak in Amsterdam. Daarom zitten we ook liever hier. Het is zo gegroeid. We studeerden hier en zijn niet meer weggegaan.” Bruinsma: “Natuurlijk weten we dat in Amsterdam het spel wordt gespeeld als je op de Nederlandse schaal kijkt, maar omdat wij internationaal opereren is dat niet erg. Onze klanten zitten toch voor een groot deel in België, Italië en Duitsland. In Nederland werken we eigenlijk alleen maar vast voor Bacardi, Diesel Nederland en Oxfam Novib.” “In het buitenland zeggen we dat Utrecht dertig kilometer van Amsterdam ligt, want daar kent iedereen alleen maar Amsterdam als je mazzel hebt. De snelle treinverbinding van Utrecht met Schiphol zet ons daarbij wel op de kaart. We zeggen ook wel: Utrecht is net Amsterdam maar dan in het klein.

Daarom weten we niet hoe grootstedelijk Utrecht moet willen worden, eerlijk gezegd. We vinden het zo wel goed. Maar het is waar dat de stad weinig autonomie heeft. Dat komt ook omdat je van hieruit redelijk snel bent op plekken waar het gebeurt. In Maastricht of Groningen is er veel meer nachtleven en zijn er veel meer kroegjes en clubs. Dat moet ook, want je kunt nergens anders naartoe. Maar in Utrecht zit je aan de rand van de Randstad. Je kunt overal heen. Een Utrechter vindt het niet moeilijk om naar Amsterdam te gaan. Andersom is het onmogelijk. Dat is de energie van Utrecht, een hele tolerante, open energie. Maar daardoor mist de stad de autonomie.” Bruinsma: “Soms maken we wel gebruik van de bijzondere geschiedenis van Utrecht. Dan huren we een bootje en varen met gasten de grachten over. Dat is wel leuk. Maar daarbij blijft het.” Koefoed: “De laatste tijd zijn er wel goede dingen gebeurd. Zoals de mogelijkheid om op het Neude terrassen te plaatsen. Dat verandert de stad. Ook is het ontzettend leuk dat Utrecht tegenwoordig zoveel evenementen heeft: Tweetakt, Impact, Festival aan de Werf en Summer Darkness, dat zijn allemaal sympathieke festivals. We hebben wat minder met het filmfestival en het festival Oude Muziek. Dat is eerder een subcultuur die dan even de stad in komt. Ook de jaarlijkse Parade sluit goed aan bij de mentaliteit van de stad. Het is duidelijk dat Utrecht zich profileert als festivalstad. En elke week een nieuw festival is hartstikke leuk.” Koefoed: “Maar laten we het niet overdrijven. We wonen en werken hier vooral, en voor de rest doen we er weinig mee.”

CU 2030 Naast lof is er ook kritiek. Bruinsma: “Het zou fijn zijn als het stationsgebied een keer af was. Zo’n bord waarop staat Vredenburg 2013-2030. Laat het dan maar!” Koefoed: “Ik woon zelf in Lombok. Ik maak dagelijks mee dat de westelijke toegang de afgelopen jaren vrijwel dicht zit, onder andere door het gekronkel rondom de afslag in Oog en Al van de A2. Je gaat er dan maar vanuit dat er iemand is die hier het overzicht over houdt. Wat we ook missen is een centraal park in Utrecht. Een goed park zou leuk zijn. Wat je écht mist in Utrecht, maar dat is bijna niet te plannen, zijn culturele broedplaatsen waar de belangrijke dingen gebeuren zoals op het NDSM-terrein in Amsterdam. We zitten hier in Hooghiemstra. Vroeger was dit pand gekraakt. Het is een van de weinige industriële panden in Utrecht, want Utrecht heeft natuurlijk geen industrieel verleden. Het enige wat je hier hebt zijn rechtbanken en universiteitsgebouwen. Had je maar oude industriële wijken waar oude lege pakhuizen staan waar kunstenaars werken. Als stad heb je zulke tijdelijke autonome zones nodig die je als vrijstaatje kunt laten borrelen. Dat zou kunnen in Rotsoord. Dat is een gebied waarvan je zou moeten zeggen: daar kan even een paar jaar iets gebeuren.” Koefoed: “Het kan aan onze leeftijd liggen, maar het lijkt ook wel of er nu helemaal geen leuke feestjes meer worden georganiseerd. Vroeger deden wij dat zelf. Maar daar hadden we ook de ruimte voor.” Bruinsma: “We zijn ook niet zulke meedoeners. Maar als zich een gelegenheid voordoet, zouden we best onconventionele horeca kunnen starten ergens. Zoiets als Werklust, een tijdelijk marokkaans-nederlands restaurant, in het voormalige Sociale Dienstgebouw, de Toren van Babel, was een goed initiatief. Dat soort dingen vinden we heel leuk. Maak de bovenste


etage van de Neudeflat maar leeg en zet daar rare horeca in. Als het nieuwe Stadskantoor er straks is, en de ambtenaren eruit gaan, kan dat een geweldige nieuwe plek worden voor exposities, feestjes, een restaurant.”

Iemand kunnen bellen Bruinsma: “Maar om dat soort dingen mogelijk te maken heb je binnen de gemeente wel een afdeling of een persoon nodig die dit soort dingen mogelijk maakt, je helpt met het vergunningstraject en zo. Iemand die je op kunt bellen, waar je mee kunt praten.” Koefoed: “Utrecht heeft de grootste kunstopleiding van Nederland. Die indruk krijg je alleen niet als je om je heen kijkt. Die studenten zijn

best wel onzichtbaar. Hun exposities worden niet groot aangekondigd. Er is ook weinig sprake van kruisbestuiving. Ze kunnen veel laten zien en ook best wel cutting edge. Games bij voorbeeld, daar lopen we in Utrecht mee voorop. Projecteer die op een goed gebouw in de binnenstad. Het is raar dat dat niet gebeurt, ondanks de festivalcultuur. We hebben een hoop creatief talent rondlopen maar er wordt te weinig gebruik van gemaakt.” Het grootste probleem van Utrecht vinden Koefoed en Bruinsma toch het parkeren. Bruinsma: “Dat is echt een drama. Gelukkig zijn wij redelijk goed bereikbaar, maar we zitten ook niet in de binnenstad. Daar kunnen we ook nooit zitten, want daar krijgen we maar één parkeerplaats. Dus zoeken we ergens anders, want hier moeten we nu echt

weg. Er moet nu een ander jong bedrijf in. Maar vind eens iets met een bepaalde uitstraling van zo’n driehonderd vierkante meter wat zowel goed bereikbaar is met openbaar vervoer als met de auto en toch nog een beetje te betalen is. Dan wordt het al snel een pand in Lage Weide en daar word je niet blij van als je er elke dag heen moet rijden.” Koefoed en Bruinsma zijn in ieder geval trots op het feit dat zij een bijdrage hebben geleverd aan de Utrechtse muziekscene, waar Kyteman nu uit voortgekomen is. Koefoed: “Ik ben daar ook een schakeltje in geweest. Veel van die funk en jazz dingen, die cross overs, werden in die tijd voor het eerst gedaan door mensen die bij ons zijn opgegroeid, zeg maar. Mensen die nu bij Kyteman zitten, zijn daar als jochies geweest. Je krijgt daar

bijna vaderlijke gevoelens bij. Echt te gek en ook echt hartstikke goed.” Maar zelf uitgaan doen ze alleen nog voor hun beroep. Koefoed: “We gaan eerder eten. In Luce ofzo. In café’s zit voor 90% studenten en wil je gaan dansen dan kom je bij Tivoli uit.” Bruinsma: “Daar kom jij niet meer in.” Arne: “Is dat zo?” Bart: “Ja, daar ben je te oud voor.” Het dilemma is dat ze niet van oubollige muziek houden maar ook niet meer gaan dansen tussen achttienjarigen. Dus draaien ze ‘s avonds thuis muziek. Koefoed: “Dat is ook logisch. Je moet het ergens overdragen.”

Wink www.welcometowink.nl Utrecht stad van Kennis & Cultuur / 17


DENNIS NOLTE Inspirator bij stedelijke concept-ontwikkelingen, onder andere met de VIP-bus www.typischdennis.nl

“Het meest interessant in Utrecht vind ik de creativiteit die er leeft. Alleen is het vaak onzichtbaar. Mensen doen ook van alles met een andere baan ernaast. Je zou dat onzichtbare zichtbaarder moeten maken, bij voorbeeld met kleine bordjes of op Google maps. Maar mensen moeten wel blijven zoeken, want er is niets leuker dan zoeken. In Utrecht ken ik veel mensen via via; je ontmoet ze niet bij een bedrijf. Ze zijn ook vaak met heel andere dingen bezig dan bij een bedrijf. Interessant zijn de nieuwe verbindingen tussen deze creatieven. Zo ontstaan er nieuwe beroepen, projecten en ideeën. De stad wordt ook leuker als je de mensen kent. Dat is een van de overwegingen om hier te blijven. Als je Utrecht Stad van Kennis & Cultuur zegt, hoor ik te veel containerbegrippen. Je moet het zelf invullen. Er zijn hier zoveel opleidingen, zoveel ideeën waarmee mensen afstuderen, waarvan misschien 20% levensvatbaar is. Je moet die mogelijkheden versterken zodat mensen veel sneller gezien worden. Waarom is er bij voorbeeld geen kennis of innovatiewinkel in de stad naast de HEMA of de C&A? Een inspiratiewinkel waar je meer te weten kunt komen van de allernieuwste innovaties waar de universiteit bij betrokken is, een winkel waar je iets kunt beleven? Je kunt er meer vertellen over diergeneeskunde of over sterrenkunde. Laat Wubbo Ockels eens langskomen. Het moet dichtbij je huid komen en inspirerend zijn.”

18 / Utrecht stad van Kennis & Cultuur


DAPHNE STAM

Onderzoeker bij SRON, met als specialisme exo-planeten www.sron.nl “Ik krijg weleens de indruk dat de stad ons ruimteonderzoek niet kent. Wat dat betreft zou het instituut zichzelf wel beter kunnen profileren. Dat zou je kunnen doen in een kennismuseum, misschien wel speciaal voor kinderen, want voor hen is er heel weinig op het gebied van sterrenkunde en ruimteonderzoek. Bij Noordwijk is er een space-expo, maar dat is toch vrij afstandelijk. En in het planetarium van Artis kun je alleen maar in een stoel zitten en kijken. Bij Nemo hebben ze af en toe een tijdelijke tentoonstelling. Maar verder is er in Nederland eigenlijk niets. Zoiets hoeft niet persé op de Uithof gevestigd te zijn. Dat kun je ook in de stad doen. Voor kinderen is planeetonderzoek altijd een fascinerend onderwerp. Wij zouden daaraan mee kunnen werken. Zo kun je als onderzoeksinstituut een bijdrage leveren aan de stad. Voor studenten zou het goed zijn als de stad meer internationale allure krijgt. Internationale studenten denken toch vaak eerder aan Amsterdam, en de technische studenten gaan naar Delft. Juist voor het internationale profiel zou het goed zijn als de stad Culturele Hoofdstad van Europa werd. En zo’n Science Museum past daar natuurlijk prima in.”

BOUDEWIJN RIJFF

Oprichter van De Vechtclub - oefenruimtes, werkplaats en discotheek www.vechtclub.nl “Ik vind het heel leuk om als een boer naar de stad te kijken. Land is heel schaars in de stad. Ik zou veel meer groen willen zien, gebruiksgroen, daktuinen, moestuinen overal. Er moet speelruimte zijn. Rafelranden. Als je hier strak naar kijkt, hadden ze al lang de deur dicht kunnen timmeren. Bestemmingsplan–technisch klopt hier niets van. Dit is een distributiecentrum. Geen repetitieruimte en geen kantoorruimte en geen werkplaats. Maar die ruimte is wel goed voor de stad en de creativiteit. Daar zie ik ook mijn bijdrage aan de ontwikkeling van de stad. Daar is in Utrecht behoefte aan. En wat is een broedplaats? Eigenlijk is dat heel klein. Zoals hier. Mensen willen daarbij horen. Dat is anders in een atelier van Sophia in een schooltje. Dat heeft een andere sfeer. Wij hebben meer feeling voor de behoefte van mensen.”

Utrecht stad van Kennis & Cultuur / 19


NIET ZEGGEN MAAR DOEN Joris van Zoelen

J

oris van Zoelen (37) is medeoprichter en chief marketing officer van Central Park, een bureaugroep waarbinnen drie verschillende organisaties actief zijn: Organisatie-adviesbureau Mantion, Identiteit- en Merkstrategiebureau Synergie en reclamebureau Brand Republic. Mantion helpt ondernemingen bij organisatiecultuur en – strategie, Synergie bij het (uit)bouwen van een sterke merkpositie en Brand Republic bij creatieve vragen zowel on- als offline. Vanuit een voor Utrecht bijzonder historisch bedrijfspand aan de Vleutenseweg, de Jaffa Vila, sinds 1800 verbonden met Utrechtse ondernemers, werkt 20 / Utrecht stad van Kennis & Cultuur

hij met 25 medewerkers voor opdrachtgevers in heel Nederland. Brand Republic heeft ook een vestiging in Alkmaar.Van Zoelen is getrouwd met Hester en woont in de Utrechtse wijk Hoograven.

Hij studeerde communicatie aan de HEAO in Utrecht, in ‘een van de mooiste schoolgebouwen in de stad, en bedacht tijdens zijn stage bij een groot reclamebureau dat hij dat zelf ook wel zou

kunnen. Samen met een studiegenoot startte hij daarom in zijn derde jaar een onderneming en werd daarmee een van de eersten die de school doorliep met een mobiele telefoon.


Van Zoelen: “Door het projectmatig werken op de HEAO hadden we ook veel tijd voor onze klanten. Dat kon natuurlijk niet op een studentenkamer, dus dan zochten we een plek op in de stad. Dat kan in Utrecht makkelijk. Direct na ons afstuderen zijn we wel in een eigen pand getrokken aan de Hengeveldstraat – een eerste mediabroedplaats toen, en de plek waar nu RTV Utrecht zit. Synergie hield zich toen bezig met ‘Reclame Plus’, en heeft zich sindsdien ontwikkeld tot identiteits- en merkadviesbureau. We houden ons bezig met de identiteit van organisaties, met de potentie die je met die identiteit in de markt kunt realiseren. Voor een stad – bijvoorbeeld het merk Utrecht - vertaalt zich dat bij voorbeeld in de aantrekkelijkheid die je hebt voor jong talent. We helpen klanten daarmee, en daarna doen we de strategie voor de implementatie. Vaak helpen we met de aansturing van het creatief proces bij een reclamebureau. We oriënteren ons op grotere klanten. Vaak landelijk, maar zeker ook in de stad. We zien ze hier ook graag op de fiets even langs komen. Dat is goed, gemakkelijk en ook gezellig. We hebben veel passie voor de stad en de regio. Daarom heb ik het initiatief genomen voor Creative Connection – een bundeling van de beste bureaus van Midden Nederland op het gebied van creativiteit, die gezamenlijk het ondernemersklimaat willen verbeteren en een bijdrage willen leveren aan de ontwikkeling van de stad en de regio. Dat past erg bij de passie van mij persoonlijk en mijn onderneming. En zoiets slaagt alleen maar met de gepassioneerde bijdrage van vele anderen in de creatieve industrie.”

Utrecht is voor mij een stad van mensen, van netwerken. De omgeving is gewoon het decor waarin dat plaatsvindt. Dat decor is interessant. Als dat van grijs beton was, dan kwam dat elkaar ontmoeten veel minder goed van de grond. Dus is de oude binnenstad wel heel belangrijk, maar niet uitzonderlijk. Amsterdam heeft dat ook, net zoals Den Bosch, en Maastricht zeker. Utrecht is daar niet uniek in.” “De oude stad is dus niet onderscheidend. De stad is invulbaar voor veel mensen die hun eigen stad willen maken. Daarom is de stad zoekende. Als je dat laat gaan, moet je tevreden zijn met wat dat oplevert. Het gezicht is dan minder krachtig. Als je zegt: wij zijn een ontmoetingsplaats, want we liggen in het midden van het land, dan zit je niet op de betekenis daarvan. Welke unieke, motiverende voordelen biedt dat? Daarom is de keuze voor Stad van Kennis & Cultuur ook wel goed. Er wordt tenminste eindelijk eens gekozen. Ik ben benieuwd of het bestuur van de stad ook écht de rug recht kan houden. Want zeggen wat je wil zijn is één. Door anderen gekend worden op die waarden is twee. Merken bestaan in de hoofden van mensen. Als inwoners en bezoekers de stad kenmerken als uniek in Kennis & Cultuur, dán kun je een sterk merk worden.”

Verkeer accepteren

Decentraal centrum

“Utrecht mag trotser! Mag méér laten zien wat ze te bieden heeft. Gemeente en Provincie hebben daar een voorbeeldfunctie in. Toen de vraag kwam voor de merkpositionering van de Stad Utrecht, koos de stad een bureau buiten Utrecht om te helpen. Dat is dramatisch. Niet omdat wij de klus niet hebben gekregen, maar omdat wij als creatieve sector onszelf niet eens duidelijk bekend hebben kunnen maken bij de Gemeente. Het zou zo’n mooi statement zijn geweest, Utrecht Stad van Kennis & Cultuur met als bewijs gebruik maken van de topkwaliteit in de stad zelf.

“Daarnaast zou je moeten durven kiezen voor een decentraal centrum. Maak een paar mini-centra, met winkels, mooie pleinen en fijne terrassen. Er is veel potentie rond Zuilen, Lombok en de Vogeltjesbuurt. Dat vraagt om wat meer adem. Ik denk ook aan Hoograven, het Pastoe-terrein. Daar kun je een Parijs’ plein maken met platanen. Of maak van Lombok écht een Mediterraan uitgaansgebied met dito Foodmarket. Dat kan dan weer gaan functioneren voor Leidsche Rijn. Dát is visie tonen. En je vermindert de mobiliteit daarmee ook. Het is toch een feest om over de Kanaalstraat te fietsen? Maak dat feest groter! Vier je kracht als stad. Een sterk merk ontstaat door levend bewijs. De kracht van Maastricht en Parijs is niet bedacht. Die is echt, die kun je beleven.”

Er gebeuren gelukkig ook goede dingen. Bij voorbeeld het fundamentele besluit om de stad te herstructuren en na te denken over een verbinding tussen de stad en Leidsche Rijn. Het is heel goed als de werk- en de woonplek met elkaar worden verbonden. Maar de komende vijf jaar zal het wel een pokkenzooi zijn. Daar hebben we last van.” “De stad doet verwoede pogingen om te laten zien wat ze voor je doen. Krijg je briefjes in de bus met de tekst ‘Wij hebben deze week uw straat schoon gemaakt’. Maar daar

“We denken hier vaak te klein. Wij willen de gaming industrie. Amsterdam ook. Amsterdam stopt er twee miljoen in. Wij twee ton. Dan gebeurt er dus hélemaal niets. Het is het resultaat van al dat onderhandelen wat we hier doen, al dat klankborden en nooit kiezen. Amsterdam heeft meer bravoure. Ajax is voor het gevoel nog steeds kampioen van Nederland, al zijn ze dat al jaren niet meer. Voor een ambtenaar lijkt het me best uitdagend om steeds te werken met wisselende coalities binnen een politieke constellatie die gekenmerkt wordt door jarenlang niet kiezen. Het is ook lastig. Je verstaat elkaar minder makkelijk.”

“Er gebeuren gelukkig ook goede dingen. Bijvoorbeeld het fundamentele besluit om de stad te herstructureren en na te denken over een verbinding tussen de stad en Leidsche Rijn.”

“Het is zeer uitdagend voor Utrecht om zich als stad van Kennis & Cultuur te positioneren. Want je vertegenwoordigt wel alle inwoners en organisaties. Kennis & Cultuur zijn zeker zeer belangrijke waarden voor de stad. Maar onderscheid je Utrecht daarmee ook op een duurzaam positieve manier van andere steden en gebieden? Kunnen we er echt een statement mee maken? Ik ben een beetje bang dat er straks kunstmatig van alles onder ‘Kennis & Cultuur’ valt. De stad kent veel gezichten en het bouwen van een sterk merk vraagt juist om ondubbelzinnige keuzes.”

Verschillende schalen “Ik heb heel lang aan de kop van de Amsterdamsestraatweg gewoond. Daar maak je de stad wel in volle omvang mee. Als ik Utrecht moet omschrijven voor buitenstaanders, dan doe ik dat raar genoeg vanuit het negatieve. Utrecht heeft als kracht een behoorlijke doe-maar-gewoon cultuur. Daardoor weten mensen niet wat ze van je kunnen verwachten. Zo heeft de stad een betekenis voor iedereen op zijn eigen manier. Voor sommigen is het de stad van de Dom, de gezellige plekjes. Klein Amsterdam. Voor anderen is het een zakelijke meetingspot, bekend van de eeuwige files, de geur van Douwe Egberts, en musea. Voor mij is het een plek waar gevoelsmatig net een goede balans wordt gevonden tussen verschillende schalen. Het is te overzien. Je kunt je ermee verbinden en ook moderne ambities een plek geven. In Hoograven ontmoet je ook mensen die wereldwijd werken.

“Raar genoeg ging een van de eerste opdrachten die ik ooit met Synergie deed voor de Jaarbeurs, Horeca en Gemeente Utrecht, over de positionering van de stad. We hebben die klus toen teruggegeven. Dat was vijftien jaar geleden. Iemand heeft toen ‘Je vindt het pas echt in Utrecht’ bedacht. Als er nog lijfstraffen bestonden, zou ik die daarvoor gebruiken. De authenticiteit die daarmee gesuggereerd wordt, wordt maar voor een deel door deze stad bepaald, en veel meer door de mensen die er betekenis aan geven. Ik ben blij dat het bestuur en Utrecht Stadspromotie nu een nieuwe stap maken.” “Wij zitten met ons bedrijf heel bewust in Utrecht. In Midden Nederland zit een enorme hoeveelheid talent. Toen we begonnen, vermoedden we dat er in de toekomst minder kwalitatief geschoold personeel zou zijn. Dus zitten we nu op de plek waar talent zit. We hebben nooit een arbeidsmarktvraagstuk gehad. Maar de bereikbaarheid is vreselijk. En de communicatie daarover ook. We zitten in deze Jaffa-villa op een plek die voor Utrecht ook nog belangrijk is, waar rond 1800 de Utrechtse ondernemersgeest ontstond. En vervolgens wordt de afslag waar we van afhankelijk zijn gewoon dicht gedaan, zonder daarover met ons te communiceren wat het effect is. Hoeveel respect heb je dan voor ondernemers?”

gaat het niet om. Ik wil gewoon een schone straat zien. Het gaat om het doen.” “De belangrijkste ruimtelijk-economische uitdagingen voor Utrecht liggen voor de hand: verbeter de bereikbaarheid en de leefbaarheid. Zorg dat die in balans zijn. En denk niet dat als je de ruimte niet creëert, mensen niet met auto’s komen. Kijk maar naar Papendorp en de ramp die zich daar voltrekt. Je zult er maar moeten werken. Of als klant op bezoek komen! Die mensen voelen zich daardoor minder fijn in Utrecht. Maar mensen nemen daardoor niet de trein of de bus. Als dat denken niet echt doorbroken wordt, dan bereik je niets met een nieuw profiel. Op dat punt staat de stad op een 3 op een schaal van 10. Bereikbaarheid is slecht, parkeren is slecht, en in al zijn facetten is de doorstroming slecht. Die los je niet op met utopische dingen als het autoluw maken van de Catharijnesingel met een apart stoplicht. Op papier klopt dat wel, maar als je een transportland bent, zou je iets nieuws moeten kunnen bedenken. Je moet verkeer accepteren. Je kunt niet afdwingen dat mensen maar één auto hebben. Of je moet een goed alternatief aanbieden, dan wordt het een stuk makkelijker. In New York heeft niemand een auto omdat er een goed netwerk ligt van de ondergrondse.“

“Burgers en politiek spreken elkaar te weinig op waarden nivo. Dat is de crux. We hebben het te vaak over actuele problemen, over knelpunten en gedrag. Zolang we niet spreken over wat we met elkaar delen, leidt dat altijd tot arbitraire keuzes, tot dissatisfiers, tot gezeur.” Je kunt zeggen wat je wilt, maar Amsterdammers delen iets met elkaar. Of dat nu mannen met bakfietsen zijn met kinderen erin, of het getinkel van de tram, of de discussie over de Zuidas – het bindt: I Amsterdam! Bij ons is het fietsen alléén maar een probleem. Wij zijn niet eens in staat om voldoende parkeerplekken voor fietsen te realiseren. De stad is onvoldoende een eenheid. Wat ik met Creative Connection wil doen is juist die verbinding realiseren en die verbinding duurzaam maken. Eigenlijk tegen beter weten in. Laten we vieren wat we hebben, trots zijn op onze kracht en gewoon reëel blijven.”

Joris van Zoelen www.centralpark.nl

Utrecht stad van Kennis & Cultuur / 21


“Sterk aan Utrecht is de samenstelling van de bevolking, met al die studenten en een groot aandeel van alfastudenten. Er is daardoor een hele grote doelgroep geïnteresseerd in popcultuur.”


Stedelijk hangen, maar ze zijn wel belangrijk voor de stad, voor de atmosfeer en de bedrijvigheid die dat aantrekt. Tivoli heeft die groep creatieven hard nodig. Mensen die wel goed zijn in hun vak, maar die niet zulk autonoom werk leveren dat het niet meer te gebruiken is als poster of als flyer. Daar is hier veel vraag naar, en die vraag is groter dan het aanbod. Je hebt hier ook veel studies die met cultuur te maken hebben: cultuurmanagement, kunstacademie, en veel mensen die werkzaam zijn in de creatieve economie. Dat stimuleert elkaar. En dat is ook ons publiek.” “In Utrecht gebeurt veel op het gebied van cultuur. Dat heeft zeker kracht. Maar als je gaat kijken naar de beleidskant, dan komt dat meer ondanks bepaalde steun tot stand, dan dankzij subsidies. Ik geloof heel sterk in het eigen initiatief. Mijn ervaring is ook dat als overheden erbij betrokken raken, dingen vaak minder goed worden. Wat kun je er dan op tegen hebben dat er weinig echt beleid is – als je er meer last van hebt dan gemak? Ik besef dat ik daar dubbel over ben.”

Sytse Wils

Het mooiste en het lelijkste centrum

S

ytse Wils (36), programmeur van Tivoli, werd in 2009 onderscheiden met het IJzeren Podiumdier door de Vereniging van Nederlandse Poppodia en Festivals als beste programmeur van Nederland (nadat hij al eerder de prijs in de wacht sleepte toen hij Ekko programmeerde). Hij werd bekend door zijn betrokkenheid bij het opvallendste festival van Nederland, Summer Darkness, en sinds 2009 door The Great Wide Open, een festival op het strand en in de duinen van Vlieland, waar hij de Utrechtse muziekscene en iedereen die daarbij wil horen voor even naar het hoge noorden wist te verplaatsen. Het werd de belangrijkste Nederlandse popgebeurtenis van 2009, volgens de Volkskrant. Wils leeft sinds zijn studie kunstgeschiedenis in Utrecht, en vindt het nog steeds een aangename woonstad. Favoriet is het oude stadshart, de kleinschaligheid en de sfeer, maar hij geeft toe dat hij allesbehalve objectief is. Hij heeft nog nooit ergens anders gewoond, al komt hij vaak in Rotterdam. Hij fietst vooral tussen de Amsterdamsestraatweg, waar

hij woont, en de Oudegracht, waar hij werkt. Dat levert een aardig beeld op van de staat van de stad Utrecht. “Ik vind dat Utrecht erg stil staat als je kijkt naar grote ontwikkelingen. Natuurlijk wordt er hard gebouwd aan de A2, maar de binnenstad waar ik iedere dag fiets lijkt op een bouwput en daar word ik zo triest van. Het is ook opvallend dat de architect die ooit het lelijkste gebouw van Utrecht heeft mogen bouwen, namelijk Hertzberger met Vredenburg, zich nu op de borst slaat dat hij Utrecht iets heel moois gaat geven met het gebouw van het Muziekpaleis. Waarom zouden we hem opnieuw moeten vertrouwen? Waarom zouden we het gemeentebestuur vertrouwen dat ons die ellendige Catharijnebaan heeft gegeven? Waarom zouden ze het nu wél goed doen? Ik zie dat het Stationsgebied in 2030 geslaagd zou kunnen zijn, maar toen daar voor het eerst die bordjes hingen met CU 2030 dacht ik: dit is zo’n gigantische communicatieblunder. Iets ophangen dat 21 jaar gaat duren. Die spanningsboog kun je niet waarmaken.” “Een toegangsroute voor auto’s, daar valt een college op, maar de partij (Groen Links) die daar de hoofdrol in speelt, heeft het al die jaren niet voor elkaar gekregen om fatsoenlijke fietspaden aan te leggen. Want dat is toch het énige echte alternatief in deze stad voor vervuilend transport. Zorg ervoor dat mensen kunnen fietsen. Als je nu om negen uur ’s ochtends eens rond het station gaat kijken zie je gewoon waanzin op de fietspaden. En dan staat daar ook nog dat halfafgebroken Vredenburg tussen.” “Op cultureel gebied zet de gemeente in op meer broedplaatsen. Dat is een goed streven. Dat zou een betere culturele diversiteit kunnen brengen. Kijk, iemand die echt kunst wil maken, maakt iets, onder alle omstandigheden. Maar daaronder zit ook een laag kunstenaars en creatieven. Die mensen zullen met hun werk waarschijnlijk nooit in het

“Utrecht is gewoon heel studentikoos, heel gezellig. Ik ken Rotterdam redelijk goed omdat ik daar wat vrienden heb; dat komt op mij heel anders over, veel grootstedelijker, veel ambitieuzer. Het maffe is dat Utrecht ook nog het mooiste en het lelijkste centrum heeft van Nederland. Alles wat er in de vorige eeuw aan is toegevoegd, is gewoon het lelijkste wat je kunt verzinnen. Het is onbegrijpelijk dat dat ooit kon. Aan de andere kant heb je de bewaarde oude stad, wat ook heel bijzonder is. Maar wat je mist is lef, zoals in Rotterdam, met die monumentale architectuur. Hier is het zo krampachtig net niks. Wat ik pijnlijk vond was de raadsvergadering waar besloten werd, dat Vredenburg voor de komende paar jaar zeven miljoen extra mocht opbranden, terwijl bedragen van 20, 30 duizend euro subsidie niet toegekend konden worden, onder andere voor podium dB’s. Dat komt niet voort uit visie, maar omdat ze moesten, ze konden er niet meer omheen.” “Zo zal die schouwburg in Leidsche Rijn Centrum er ook wel komen, maar ik zie niet dat we daar straks met zijn allen heen zullen gaan. Misschien gaan mensen wel naar Amsterdam, die paar keer per jaar dat ze naar een schouwburg willen.” “Sterk aan Utrecht is de samenstelling van de bevolking, met al die studenten en een groot aandeel van alfastudenten. Er is daardoor een hele grote doelgroep geïnteresseerd in popcultuur. De infrastructuur van de podia voor popmuziek is dan ook best uniek. Er is een heel goed netwerk om aanbod neer te zetten. Dat heeft zelfs Amsterdam niet. Daar zijn niet veel kleine zalen als Ekko en dB’s. Zelfs in bepaalde niches heb je nog veel publiek en mensen die bereid zijn iets te organiseren. Dat zie je ook in Rotterdam: je hebt het dan over dj’s, maar ook over ontwerpers, aanjagers, mensen die in de goede cafés zitten. Met die mensen zit je zaal al driekwart vol – en dan hebben we het over een publiek met kennis van zaken. Het zijn ook vaak particuliere initiatieven. Dat versterkt het klimaat. Maar Utrecht is ook groot genoeg om De Dijk of Bløf te laten

zien. Dat kun je rustig vier maal per jaar herhalen. Wij houden daar geld aan over, en kunnen er kleinschalige optredens van betalen. De mensen, die zijn echt de kwaliteit van Utrecht.” “Een mooi initiatief in Utrecht in 2009 waren de Inflatables van Paul McCarthy in de Hortus van de Uithof. Ik vond dat gaaf. Dat was in één keer boven het maaiveld, letterlijk en figuurlijk. Want er zijn wel veel leuke en kleinschalige initiatieven en heel veel muzikaal aanbod, maar het is niet allemaal even goed. Aan de ene kant vind ik het heel jammer dat er zo’n mager cultuurbeleid is in Utrecht, maar aan de andere kant zijn er ook veel slechte, rijk gesubsidieerde initiatieven. Op dat gebied was ‘dj op de Dom’ het vreselijkste dat ik ooit heb meegemaakt, vooral als je weet wat dat allemaal heeft gekost. De verhoudingen zijn zo zoek.”

Rotsoord “Daar ben ik ook bang voor bij Rotsoord. Als er iets moois uit voortkomt, ben ik met alle liefde bereid om vanuit De Helling daar iets te doen, maar ik geloof niet dat dat de weg is naar een succesvolle broedplaats. Het wordt zo snel gepamperd met subsidie, waardoor het niet meer de scherpte en de urgentie heeft die het ooit had. Zeker nu we net met Kyteman een groot succes hebben gehad, loop je het gevaar dat mensen denken dat ze dat kunnen kopiëren. Alsof er een formule voor is. Wat Kyteman met zijn hiphop orkest heeft bereikt, gebeurt nu eenmaal niet dagelijks. Vijftien jaar geleden met Urban Dance Squad, om precies te zijn. Daar tussendoor gebeurt er heus wel wat, C-mon en Kypski bij voorbeeld. Dat heeft hier in Tivoli kunnen groeien. En de toevallige economische situatie speelt ook een rol. Je merkt bij die jonge groepen dat het er niet meer om gaat wat je ermee verdient, maar om wat je doet. Dat geeft een jaren tachtig gevoel waarin nog veel mogelijk is.” “Ik ben betrokken geweest, afgelopen zomer, bij een festival op Vlieland, the Great Wide Open. Niemand heeft daar iets aan verdiend, maar het was prima. Beetje Utrecht aan Zee. Alle mensen die ik ken waren er. Daar ben ik volgend jaar zeker weer bij. En ook daar was maar beperkt subsidie voor.” “In Utrecht zie ik teveel mensen die geld krijgen, maar niet de voorhoede zijn. Ze zijn vaak alleen slim, en weten waar het geld is. Ik gun ze dat wel. En het is ook aan de mensen die het uitdelen om dat te beoordelen. Maar ik zou het anders doen. Ik had het gebouw van de Sociale Dienst, de Toren van Babel, als broedplaats gehandhaafd. Daar gebeurde zoveel. Ik ben ook heel bang voor die ambitie om Culturele Hoofdstad te worden. Dat we het zicht dan kwijtraken op de actuele dingen die gaande zijn. Dat het geld allemaal gaat zitten in dromerij over de toekomst. Als ik aangesteld zou worden om een programma voor 2018 te maken, dan zou ik er als eerste voor zorgen dat er vooral programmabudget is. Ik zou er heel erg op letten dat de programmamakers en de mensen met de ideeën de ruimte krijgen en de middelen om een fantastisch programma te maken.”

Sytse Wils www.tivoli.nl Utrecht stad van Kennis & Cultuur / 23


24 / Utrecht stad van Kennis & Cultuur


utrecht STAD VAN Kennis & Cultuur De locaties, de omvang en de dynamiek

Utrecht heeft een groeiende creatieve industrie. In navolging van TNO wordt daarvoor de volgende definitie gehanteerd: “een specifieke vorm van bedrijvigheid die producten en diensten voortbrengt die het resultaat zijn van individuele of collectieve creatieve arbeid en ondernemerschap. Inhoud en symboliek zijn de belangrijkste elementen van deze producten en diensten.” Op de kaart hiernaast is aangegeven waar de creatieve bedrijvigheid zich bevindt in aantallen bedrijven per adres per hectare. Hierbij zijn de beschikbare cijfers van Economische Zaken gebruikt per 1/4/2010. Omdat ondernemingen in de creatieve industrie vaak onderdeel zijn van grote(re), meestal informele, landelijke en internationale netwerken, is ervoor gekozen om het aantal bedrijven te vermelden (i.p.v. het aantal medewerkers). In de creatieve industrie wordt veel gebruik gemaakt van een groeiend aantal informele en/of flexibele werkplekken, die onderdeel zijn van ‘het nieuwe werken’. Hier ontmoeten zzp-ers elkaar. Deze zijn in roze blokken aangegeven. Op een aparte kaart (pagina 47) zijn de locaties gemarkeerd van de in Utrecht gevestigde instellingen voor voortgezet en hoger onderwijs en de vaste locaties voor de grote culturele voorzieningen. Omdat het informele karakter van de cultuur in een stad een belangrijke voedingsbodem is voor de creatieve industrie (in navolging van Richard Florida), is op de kaart op pagina 9 ook een overzicht gemaakt van de belangrijkste festivals die in Utrecht plaats vinden, met hun, vaak wisselende, locaties in de (semi) openbare ruimte.

LEGENDA water groen 1 creatief bedrijf per hectare 5 creatieve bedrijven per hectare

Flexibele werkplekken La Place, Jaarbeursplein Starbucks De Tijd Seats2Meet La Place, V&D Bibliotheek Dutch Game Gardens The Coffee Company Broers Igluu Maliebaan 45

Geïnterviewden Louis Schijve Joris van Zoelen Herbert Pesch Matthijs van Mansfeld Sam Hermans Sytse Wils Colin Benders Stephan Aarts / Cindy Dekkers Gülnaz Aslan Boudewijn Rijff Dennis Nolte Arne Koefoed / Bart Bruinsma Jos Thie Daphne Stam Jerson Martina / Marjorie de Man

Utrecht stad van Kennis & Cultuur / 25


EEN BETROKKEN BURGER Marjorie de Man

M

arjorie de Man (30) is verpleegkundig beleidsmedewerkster longziekten in het UMC, en woont nu zeven jaar in Utrecht. De Hogeschool Utrecht ziet haar loopbaanontwikkeling als een voorbeeld voor anderen, zodat ze onlangs werd gevraagd om de opening van het nieuwe academisch jaar luister bij te zetten. De Man startte bij de Marine in Doorn als ziekenverpleger, en volgde daarna aan de Hogeschool Utrecht een duaal traject verpleegkunde. Daarbij werkte ze in het UMC. Ze vond ook al in haar marine-tijd het UMC ‘een goed merk’. Ze was onder de indruk van de prestaties en wilde er graag werken. Ze wil verder groeien, en vindt het UMC daar de meest geschikte plek voor. De Man: “Mijn huidige functie is bijzonder omdat ik met één been in het onderzoek en het onderwijs sta en met het andere been in de praktijk. Dat betekent dat ik niet primair bij het verpleegproces zit, maar ik coach de senior-verpleegkundigen als het gaat om het opzetten van kwaliteitsprojecten. Ik organiseer scholingsdagen en schrijf mee met het beleidsplan. Daarnaast doe ik onderwijs en onderzoek. Ik heb verpleegwetenschappen gestudeerd en ben daar nu ook als docent bij betrokken. Af en toe werk ik nog direct in de verpleging om feeling met de praktijk te houden.” Omdanks het feit dat De Man primair voor haar werk voor Utrecht koos, vindt ze het 26 / Utrecht stad van Kennis & Cultuur

ook een prettige stad om te wonen. De Man: “Al in mijn tijd in Doorn gingen we vaak stappen in Utrecht. Het is een kleinschalige stad, maar heeft wel alles in huis wat een grote stad aantrekkelijk maakt. Voor mij is het een kleine, gemoedelijke stad. Typische Hollands ook. Helaas nog niet autovrij, wat ik vooral vanwege de luchtkwaliteit belangrijk vind. Ik merk daar in mijn werk natuurlijk dagelijks de effecten van. Ik vind de grachten ook belangrijk voor Utrecht. En de architectuur van De Uithof vind ik erg inspirerend.”

Drama

vormt de aanwezigheid van het ziekenhuis een enorme aantrekkingskracht volgens mij. Wat beter zou kunnen is de openbaar vervoerverbinding. Lijn 12 naar het UMC is niet ideaal. Een tram zou een enorme verbetering zijn. Bovendien mag hier wel meer gebeuren. Daarom vond ik de beelden van Paul McCarthy deze zomer in de Hortus erg leuk. Ik houd erg van beeldende kunst, maar daarvoor ga ik vaker naar andere steden.

De politiek moet bindende regels opstellen, anders gebeurt er te weinig.” “Ik voel me echt een betrokken burger van Utrecht, en zit daarom ook in allerlei organisaties, zoals het COC. Van daaruit proberen we allerlei maatschappelijke projecten te starten, bij voorbeeld voor mensen die net ‘uit de kast’ komen, zoals veel allochtone vrouwen. De gemeente zou meer gebruik moeten maken van onze kennis en er va r i n g. Dat geldt ook voor docenten. Die staan m idden i n de maatschappij en zijn een bron van informatie. Ook daarom zou er niet zoveel gekort moeten worden op subsidies voor al die clubjes, die voornamelijk op vrijwilligers draaien. Dan breek je ons netwerk weer af.”

“Mijn prioriteit voor de stad is werken aan duurzaamheid, aan zonne-energie, luchtkwaliteit, en verantwoord bouwen.”

“Ik woon hier sinds 2002, in Zuilen, en dat is wel een drama. Ik ben bestuurslid van het COC en ook vanuit die achtergrond maak ik me veel zorgen om de wijk. Er zijn al drie lesbische stellen weggepest. Gelukkig heb ik dat zelf nog nooit meegemaakt. Ik besef dat het een wijk in opbouw is en er staan ook mooie huizen. Ik zit in een bewonersgroep om mee te denken over de omgeving. Dat zijn goede initiatieven. Maar het gaat allemaal erg traag.” “Ik ga binnenkort samenwonen met mijn vriendin, en ik zou dat best in Zuilen willen doen, maar ik denk toch dat het Wittevrouwen zal worden, of ergens aan de Vecht. Dat laatste vind ik een mooi alternatief. Dat zou meer ontwikkeld moeten worden. Sowieso moet er in de stad meer binding zijn met het water en de groene plekken eromheen.” “Voor het ziekenhuis is de locatie in Utrecht gunstig, omdat we een hele centrale ligging hebben en een goede samenwerking met de universiteit. We lopen hier echt voorop met verpleegwetenschappen. Voor de stad

Ook al ga ik er niet vaak heen, ik vind het wel belangrijk dat de Culturele Zondagen er zijn, en alle festivals, zoals het Festival aan de Werf en het Filmfestival. Hier ligt een belangrijke rol voor de gemeente om dat allemaal te blijven subsidiëren.”

Lucht “Mijn grootste prioriteit voor de stad is werken aan duurzaamheid, aan zonne-energie, luchtkwaliteit, en verantwoord bouwen. Jongeren vinden dat veel belangrijker dan veel politici denken. Er moeten meer groene plekken in buurten komen waar kinderen kunnen spelen. Vooral in de krachtwijken als Zuilen moet er meer ruimte gecreëerd worden. Met duurzaamheid kun je je als stad profileren. Veel meer dan we nu doen. ‘Milieu is uit, duurzaamheid is in’, dat herken ik wel. Ik probeer er ook zelf, thuis en op mijn werk, bewust mee om te gaan. De gemeente kan daar beleid van maken.

“Ik vind zeker dat deze stad een stad van Kennis & Cultuur is. We hebben aardig wat kennisinstituten in de omgeving zitten. Er zou alleen nog wel meer aan cultuur gedaan kunnen worden. Dat is voor het ziekenhuis ook belangrijk, want het trekt mensen. Het is prettiger wonen en dat is belangrijk voor het aantrekken en houden van goed personeel. Ik moet nu te vaak naar Amsterdam voor aardige galerieën of een mooi klassiek concert. Misschien moeten we toch eens kijken wat we op dat gebied van de andere grotere steden kunnen leren. Daar horen ook stadsdebatten bij over de toekomst van de stad. Die zou je regelmatig met je burgers moeten houden.”

Marjorie de Man www.umcutrecht.nl


Keuzes maken Herbert Pesch

H

erbert Pesch (45) is directeur van Evident Interactive, een full service Internetbureau uit Utrecht met zestig medewerkers. Hij is in Utrecht zeer actief in ondernemers-verenigingen en was enige tijd voorzitter van de Utrechtse Ondernemers Sociëteit (UOS). Hij zit nu in het bestuur van Creative Connection, een recente bundeling van grotere, in Utrecht gevestigde creatieve bureau’s Pesch: ‘”Als ik in het buitenland over Utrecht praat dan doe ik dat met trots. Ik ben ook positief ingesteld. ik ben geboren Rotterdammer, getogen in Apeldoorn, heb gestudeerd in Groningen, maar ben nu een trotse Utrechter. Ik woon hier, mijn kinderen zitten hier op school, mijn vrouw heeft hier een advocatenkantoor. Dus als ik in het buitenland zit dan zal ik vertellen dat Utrecht een middelgrote stad is, stads genoeg om stad te zijn en klein genoeg om intiem te zijn. Dan benadruk ik de historische binnenstad, de prachtige grachten en het feit dat ik in het Museumkwartier woon. Utrecht is klein, maar groot. Lekker en bruisend. Ik woon aan het Lepelenburgpark, waar je rust en ontspanning kunt combineren met een Vondelpark-achtige levendigheid. Dat is erg lekker. Mijn beeld is dan: centrum van Nederland, bruisend, veel jonge mensen. Dat komt ook door de onderwijsinstellingen. De stad is prachtig, maar helaas door een foeilelijk Hoog Catharijne aan het zicht onttrokken. Toen ik jong was kende ik Utrecht alleen als Hoog Catharijne, met stinkende files er omheen. Mijn beeld van Utrecht werd daardoor gevormd. Maar als je er eenmaal woont, dan ontdek je de stad pas echt. Dat geldt voor veel van mijn vrienden die van buiten komen. Als die een keer met mij gaan stappen, dan gaat een wereld voor ze open. Ik draag de mooie kant van Utrecht uit, maar ik denk wel dat ik ze daarvan moet overtuigen. ‘Weet je wel hoe gaaf Utrecht is?’ Dat is natuurlijk een zwak punt. Sterk daarentegen is het bruisende netwerk met veel jeugd, de dynamiek, de monumentale omgeving. Wat ik mooi vind is dat bijvoorbeeld rond de Uithof iets plaats vindt met bijzondere architectuur. Je krijgt daar een La Defense-achtig, Parijs’ gevoel bij. Als

we dat nu eens wat meer laten zien? Want buiten het centrum om is Utrecht vaak saai en lelijk. Ik zou het ook mooi vinden als de Belle van Zuylen er toch kwam. Je moet dus de binnenstad extreem goed koesteren, met het fenomeen werfkelders, wat relatief uniek is, met de Domtoren. Maar zet het in de context van supermoderne, funky architectuur. Dat is een combinatie waar men in het buitenland heel sterk in is. Daar kunnen we iets van leren.” “Het was geen bewuste keuze om me hier te vestigen, meer toeval. Mijn vrouw studeerde in Utrecht. Ik ging werken bij Wegener in Apeldoorn en Rotterdam. Utrecht lag dus lekker centraal. Bovendien ben ik wel recalcitrant en dacht: ik ga dus niet naar Amsterdam of Den Haag. Uiteindelijk ben ik hier zelf een bedrijf gestart. Voor mij is de centrale ligging van Utrecht fijn, net als de aanwezigheid van onderwijsinstellingen. We werken goed samen met de Hogeschool Utrecht en enigszins met de Universiteit. De aanwas van jong talent is in Utrecht groot. Maar er werken ook veel mensen bij ons uit Amsterdam en Rotterdam en dan ligt Utrecht centraal. Voor mij persoonlijk is het belangrijk dat dit een prettige woon- en werkstad is, ook voor jonge hoogopgeleide mensen. Met het openbaar vervoer is de bereikbaarheid prima, met de auto is het tijdens de spits een enorm probleem. Als ik mensen van buiten aanneem weet ik dat ze binnen drie jaar gek worden. Zeker als ze kinderen krijgen. Ook daarom vind ik het heel belangrijk om medewerkers in Utrecht te vinden.”

Ambitieniveau “Wat ik daarbij wel jammer vind: Utrecht heeft niet echt een identiteit. Ik kan me goed voorstellen dat als we in Rotterdam hadden gezeten ik me op had kunnen hangen aan dat imago, als Rotterdams bureau. Ik heb ook het gevoel dat ze daar meer samenwerken. Hetzelfde geldt voor Amsterdam. Qua hightech zit je hier wel goed, maar qua imago is het voor de creativiteit minder. Amsterdam had me meer imago gegeven, beter ondersteund. Hier moet je het zelf doen.” “Het beste wat met Utrecht is gebeurd het afgelopen jaar, is de dynamiek, de toename van festivals, museumnachten, en andere evenementen. Je wordt vaak verrast door alles wat er gebeurt in de binnenstad. Dat moet Utrecht blijven doen. Het ambitieniveau moet dan wel hoger worden. Je moet er het NOS-journaal mee halen. Dat gebeurt nog te weinig. Er moet een filmfestival-achtige

uitstraling ontstaan rond evenementen. Dat zou wel goed zijn.” “Het ambitieniveau van de stad is op dit moment te laag. Het promotiebudget voor de stad is zelfs belachelijk laag. Utrecht is echt een stad waar te veel gekankerd en geouwehoerd wordt. Als je een paar grote projecten hebt, zoals het Muziekpaleis, dan maken wij er weer een moeizaam gedoe van. Heel jammer was ook de gang van zaken rond de Grand Depart van de Tour de France. Los van de oorzaak is het typisch Utrechts dat we net niet winnen. Als we nu eens een paar keuzes maken en daar vol voor gaan, dat zou helpen. Ga vol voor Culturele hoofdstad van Europa. Doe spannende dingen. Niet heel veel dingen een klein beetje. Al dat pappen en nathouden is dodelijk.” “De ontwikkelingen rond Rijnsweerd en de Uithof zijn prima, zeker de architectuur. Geef daar een eigen identiteit aan, zodat innovatieve ondernemers gaan denken: misschien moet ik met mijn bedrijf wel die kant op. Dat is goed voor de stad. Daar moet dan ook een trendy restaurant komen, zodat ik ook wel eens naar de Uithof wil. Het stadshart is nu wel erg dominant. Creëer ook elders plekken waar mensen het fijn hebben. Die verbinding met de stad moet je wel houden. Maar niet alles moet in het centrum gebeuren, anders loopt het vol. Het moet wel het kloppend hart zijn, maar de rest moet meekloppen, en eigen faciliteiten hebben. Tegelijkertijd is het mooi en bijzonder houden van het centrum belangrijk. Dat gebeurt ook met die bloembakken. Natuurlijk denk ik: wat een geld. Maar ze hangen er en ze bloeien mooi.”

Als je dat probeert met gaming bij voorbeeld, moet je daar voorzichtig mee zijn. We hebben een enkele internationale speler, maar verder relatief weinig game producenten. Het is typisch marketing om je daarmee te willen profileren. Als dat doorgeprikt wordt, gaat het meteen tegen je werken.” “De stad moet keuzes maken en niet ieder jaar een nieuwe campagne bedenken over wat Utrecht is. Het zou fijn zijn als we nu eens tien jaar hetzelfde blijven denken. Nu moet je gas geven en er met zijn allen achter gaan staan. En dus is die leus goed, stad van kennis en cultuur, omdat er iets mee kan gebeuren. ‘Je vindt het pas echt in Utrecht’ was een erg slechte slogan, bedacht door een bureau buiten Utrecht geloof ik. Als die nieuwe nu echt wordt gedragen, dan is dat al goed.”

Herbert Pesch www.evident.nl

“Het is prima dat de stad zich gaat profileren als kennisstad. Dat klopt ook. Universiteit en Hogeschool zijn toppers en die moeten daarin gestimuleerd worden. Cultuur klopt minder vind ik. Het zou mooi zijn als we die claim kunnen maken, maar je moet je niet willen meten met Amsterdam, want dat red je niet. Het is bij voorbeeld extreem toevallig dat het filmfestival hier zit. Het kan van het ene moment op het andere naar Amsterdam gaan. Iedereen vraagt ook: waarom zit dat in Utrecht? Dat is een levensgevaarlijke situatie. Je moet daar heel voorzichtig mee zijn en dit top evenement koesteren. De hele filmbusiness vliegt één keer per jaar naar Utrecht, maar dat kan zó ophouden.” “Je moet niet proberen Amsterdam te evenaren. Daarom moet je een combinatie van Kennis & Cultuur een eigen lading geven. Utrecht stad van Kennis & Cultuur / 29


SPELLETJES VOOR PROFESSiONALS Louis Schijve

L

ouis Schijve (57) is CEO van Incontrol Enterprise Dynamics, een bedrijf met ca. vijftig medewerkers dat internationaal groot is geworden door de toepassing van innovatieve simulatietechnieken in combinatie met logistiek. Schijve bouwde het bedrijf eigenhandig op. Hij studeerde scheikunde, maar midden jaren zeventig viel daar geen droog brood in te verdienen. Hij werd omgeschoold naar IT en werkte eerst als ontwerper en daarna als projectleider. Een Amerikaans bedrijf kocht hem weg, en daar maakte hij de klassieke carrière van adviseur tot lid van de Board. In 1989 startte hij Incontrol aan de Amsterdamse Zuidas. In 2006 vestigde hij zijn bedrijf in Utrecht. In 2008 kreeg hij de Ondernemersprijs van de Kamer van Koophandel Midden Nederland. Schijve: “Wij maken eigenlijk spelletjes voor professionals. Stel je de hele bagageketen van Schiphol voor, 250 kilometer lang. Op de bagageband liggen 40 miljoen bagagestukken per jaar. Dat zet je in een simulator, en die simulator helpt je om dit systeem te besturen en te verfijnen, aan te passen aan het moment. Op een mistige dag wordt het vaak een puinhoop op zo’n luchthaven. Een andere bekende is de hele dienstregeling van de Spoorwegen. Die is anderhalf jaar getest. Je ziet nu dan ook dat er veel minder problemen zijn met dienstregelingen bij de Spoorwegen. Ze hebben een simulator draaien waar het hele spoorwegennetwerk in zit, tot op elke wissel, elke trein, elke passagier. Dat zijn hele grootschalige projecten. Grote projecten worden allemaal gesimuleerd voordat ze in de praktijk worden gebracht. Daar merk je als buitenstaander helemaal niets van. 30 / Utrecht stad van Kennis & Cultuur

Alleen is het wel prettig als het gebeurt, omdat je als gebruiker van een trein, een vliegtuig, of een oliepijplijn wil dat alles veilig is. In die zin krijgen we allemaal te maken met simulatie. Waar mensen het wat meer merken is op tentoonstellingen. Zo hebben we een simulatie gemaakt van enkele paviljoens die de Chinese overheid maakt voor de Wereldtentoonstelling van 2010 in Shanghai, via het Nederlandse ontwerpbureau Kossmann & De Jong. Daar is een opdracht voor het Nederlandse Paviljoen, Happy Street, uit voortgekomen. Aan de hand van de simulator kun je straks in China zien wat je wachttijden zijn, en je doorlooptijden, zodat je weet wat je kunt verwachten. Onze maatschappelijke processen, zoals het openbaar vervoer of het inrichten van een stad, zijn zo complex geworden dat je daar wel moet simuleren, anders kom je er niet meer uit.”

Mooie werkomgeving “Ik zit in Utrecht omdat Amsterdam een lastige vestigingsplaats was voor een hoop klanten. Het is heel gek maar in Nederland is afstand nog steeds een probleem. Als mensen vanuit het noorden of zuiden naar Amsterdam moeten komen is dat een heel ding. Daar trekken ze een dag voor uit. Als ze naar het midden van het land gaan, kunnen ze dat op een halve dag doen. Eigenlijk wilden we in de buurt van Schiphol blijven zitten, omdat dat ook één van onze grootste klanten is. Maar het werd toch Maarssen, en nu Papendorp. We wilden nadrukkelijk in het centrum van het land blijven om de bereikbaarheid voor de klanten en de medewerkers op peil te houden. We wilden ook in een mooie werkomgeving zitten in de buurt van de stad. Zeker als je veel gasten hebt, is het prettig als je naar de stad kunt gaan. Dan is Utrecht een prima stad, omdat er van alles te doen is. Het is ook een leuke stad om aan buitenlanders te laten zien. Het was dan ook een bewuste keuze om in Utrecht te gaan zitten. De huren in Amsterdam zijn bovendien nog een stuk hoger dan in Utrecht en Amsterdam is moeilijker te bereizen voor sommigen. Ook vanuit Schiphol ben je net zo snel hier als in Amsterdam. Die rechtstreekse verbinding met Schiphol was dan ook een goede zaak.” “Voor mij is Utrecht een typische Nederlandse stad met veel historie. Utrecht heeft op zich een wat te laag profiel voor de omvang van

de stad. Delft is veel bekender, net zoals Maastricht, terwijl Utrecht veel groter is. Ik vind Utrecht ook helemaal niet ‘klein Amsterdam’. Als je in Amsterdam naar de tram loopt, word je in vier talen de weg gevraagd. Dat heb je in Utrecht niet. Utrecht is veel meer een compacte stad.” “Op Kanaleneiland zijn een hoop dingen aan het verbeteren. Dat is best een mooi stuk van de stad qua ligging en positie. Wat dat betreft is dat geen verkeerde wijk. En we hopen dat Hoog Catharijne wat leuker wordt. Het openbaar vervoer is erg goed. Ik merk dat mensen hier heel makkelijk kunnen komen. Als je naar Amsterdam Zuid-Oost moet vanuit het centrum is dat een stuk lastiger.” “Je moet wel zorgen dat je veiligheid en leefbaarheid op peil blijven. Nu vind ik dat Utrecht op dit moment al veilig is. Ik eet elke middag een broodje op Kanaleneiland. Maar als je daar gewoon loopt dan valt het reuze mee. Je hoeft er niet veel voor te doen om mensen zich makkelijker te laten bewegen daar zodat ze zich veilig voelen. Als je een winkelcentrum hebt dat verwaarloosd en vervuild is, dan voelen mensen zich sowieso al onveilig en gaan ze zich anders gedragen - omdat het dan niet uitmaakt.”

Duizend-en-één loketten “Het probleem van Utrecht is dat de organisatorische infrastructuur niet op peil is. Dat zie je vaak bij gemeentes en provincies: duizend en één loketten. Het is heel moeilijk om je boodschap kwijt te raken. We hebben heel veel contacten en iedereen vindt je ideeën interessant maar het is totaal niet te traceren waar het landt en of er iets mee gebeurt. Dat maakt het heel moeilijk om bedrijven te laten participeren. We hebben ideeën over het parkeren gehad en hebben ook een vereniging voor dit terrein. Die discussie is vastgelopen in ruzie tussen de gemeente, de provincie en de politie. Die gaan met elkaar aan het werkgroepen en intussen koopt Cap Gemini zelf van die elektrische wagentjes om heen en weer te rijden naar de parkeergarage. Als je een paar keer een gesprek als dit meemaakt, denk je: hartstikke leuk daar kan wat van komen. Maar als je dan zes maanden later kijkt en je hebt niemand meer gezien, en er is niets meer teruggekoppeld, dan vraag je je af wat de zin ervan is. Ik denk dat de gemeente hier meer lijn in moet zien te krijgen, dan gaan bedrijven echt wel mee.

Ze hebben er tenslotte alle belang bij dat dit een goede en prettige leef- en werkomgeving is en blijft.”

Hoger plan “Tja en dan Utrecht stad van Kennis & Cultuur. Dit is wel een stad van cultuur denk ik. Maar de stad hobbelt teveel achteraan qua kennis. Ik zit in Utrecht Inc. Dat is een incubator voor jonge ondernemers, hartstikke goed initiatief. Maar het is wel één van de weinige initiatieven. Als je kijkt wat er allemaal aan kennis gebeurt rondom de TU in Delft en rondom Eindhoven, die zijn echt mijlen verder dan Utrecht. Ik spreek dan wel voor het vakgebied waar ikzelf het meeste mee te maken heb, de ICT. De veeartsenijkunde is natuurlijk wel heel


“Het is een prima initiatief om Culturele Hoofdstad te willen worden. Het proces ernaartoe is minstens zo belangrijk als het eindresultaat.”

goed in Utrecht, dat is wereldtop, maar dat is het enige dat ik kan bedenken. We hebben ongeveer honderd universiteiten als klant. Daar zit de universiteit van Utrecht niet bij. De Hogeschool Utrecht wel. Er is geen infrastructuur om ideeën naar een hoger plan te brengen. Ik merk dat ook bij collega’s. Die lopen tegen dezelfde dingen aan. We hebben een aantal grootschalige infrastructurele projecten, maar we komen niet binnen in Utrecht. Er heerst hier echt een oestercultuur. Op ICT-gebied is er nog een hele weg te gaan.” “Als we het over cultuur hebben, denk ik niet automatisch aan Utrecht. Ik heb abonnementen voor theater en muziek in Amsterdam. Alleen in Tivoli kom ik regelmatig. Daar komen ook aparte dingen. Vredenburg is afschuwelijk om naar toe

te gaan, dus dat houdt tegen. Dat heb je ook in de Meervaart in Amsterdam. Hoe goed een artiest ook is, je krijgt er maar geen sfeer in. Maar naar Kyteman in de Heineken Music Hall: altijd! Het zou toch veel leuker zijn als de stad Utrecht het zelf kon aanbieden, als er in Utrecht zelf veel zou zijn.” “Je zou de stad meer moeten promoten bij de gebruikers van de stad. Bereikbaarheid is altijd een thema, maar is ook een te makkelijk issue. Daar valt altijd iets aan te verbeteren. Je moet een betere infrastructuur bedenken om met je stadsgebruikers van gedachten te wisselen. Wij kunnen wel van alles willen, maar er is geen platform. Of er zijn er teveel. Ze hangen als los zand aan elkaar. En onbekend maakt onbemind. Een maandelijkse borrel voor ons soort bedrijven zou

al heel veel kunnen betekenen.” “Je moet minder zenden, meer ontvangen. Dan rijden de mensen je stad minder vaak voorbij. Er is zoveel in Utrecht wat beter gebruikt kan worden. Dat kun je goed laten zien als je Culturele Hoofdstad van Europa zou worden. Dat is een prima initiatief. Het is belangrijk om een ontwikkeling in je stad of je land op het gebied van infrastructuur van de grond te krijgen. Daar zijn dit enorm belangrijke trekkers voor. Het proces ernaartoe is minstens zo belangrijk voor de stad als het eindresultaat. En gebruik daarbij de dingen die je al hebt, in plaats van grote nieuwe gebouwen of evenementen te bedenken.”

Louis Schijve www.incontrolsim.com Utrecht stad van Kennis & Cultuur / 31


foto:Gerry Hurkmans


UTRECHT, INTERNATIONALISERING EN SIMILAR CITIES “Europe is a continent of cities, much more than of nations” Umberto Eco, Bologna

U

trecht was tot de millenniumwisseling een stad van rond de 235.000 inwoners. Sindsdien is veel veranderd en is een kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkeling in gang gezet die zich niet eerder heeft voorgedaan in de geschiedenis van de stad. Utrecht maakt momenteel een fysieke verdubbeling door en het inwonertal zal groeien naar 450.000 rond 2025. Het proces wordt niet alleen gekenmerkt door een groei van de stad, maar ook door een vergaande regionalisering van de stad en een internationalisering van de activiteiten binnen de stad en regio. Utrecht is daarmee de komende jaren één van de snelst groeiende regio’s in Europa. Deze bijzondere groei heeft de stad mede te denken aan haar ligging, de leefbaarheid in de stad, haar uitzonderlijke universiteit, en niet in de laatste plaats haar zeer hoog opgeleide en ondernemende bevolking (jaarlijks worden er in Utrecht rond de 2000 ondernemingen gestart). De internationalisering van de stad en regio heeft sluipenderwijs een enorme impact gekregen op haar kwaliteit, leefbaarheid en aantrekkelijkheid. Internationalisering betekent altijd ‘de lat een beetje hoger leggen’ als het gaat om het stimuleren van nieuwe ontwikkelingen en serviceverlening. De laatste jaren is steeds duidelijker geworden dat ‘Kennis & Cultuur’ daarbij een doorslaggevende factor van betekenis zijn. Groei vindt daar plaats, waar ‘talent’ zich concentreert. Talent vindt meer dan ooit tevoren haar basis in de wereld van ‘Kennis & Cultuur’. Innovatie en ondernemerschap zijn in veel gevallen direct aan Kennis & Cultuur verbonden. Ondertussen is echter ook duidelijk dat de investeringskaart van ‘het Europa na de crisis’ een weinig rooskleurig beeld oplevert. Vooralsnog vormen een aantal steden met een soortgelijk profiel als Utrecht een uitzondering op deze ontwikkeling van de laatste 2 jaar.

‘Kennis & Cultuur’ manifesteert zich hoofdzakelijk in steden en hun regio’s. Voor Utrecht is het de uitdaging om bevolking, organisaties en bedrijven via opdrachten, projecten en samenwerkingsverbanden verder te verbinden aan internationale kwaliteit en ontwikkeling. De Utrechtse bevolking is al de meest internationaal georiënteerde in Nederland. Zo stemde Utrecht als enige stad in Nederland voor het EU referendum; en samen met Luxemburg is Utrecht de meertalige hotspot van Europa. Daarbij geldt dat internationale kwaliteit op het terrein van Kennis & Cultuur niet alleen ‘goed’ is voor een kleine elite. In Utrecht heeft 44% van de bevolking een hoge opleiding, maar juist in een snel veranderende wereld is het van het grootste belang voor iedereen om aansluiting te houden bij de veranderingen en innovaties. Dat wil ook zeggen dat de stad, bedrijven, wijken en bevolking zich steeds verder zullen integreren met de universiteit. Onlangs hebben stad, hogescholen, universiteit en provincie daartoe ook een convenant gesloten. Kennis, stedelijke ontwikkeling, innovatie en cultuur kunnen slechts hand in hand vooruitgang boeken. Juist door het centraal stellen van Kennis & Cultuur in de stedelijke ontwikkeling, is het mogelijk een tweedeling in de stad te voorkomen. Vraag is dan: Hoe kunnen we gezamenlijk met organisaties en ondernemingen in onze stad deze kwaliteitssprong faciliteren en uitbouwen? Eén van de vele initiatieven sinds 2000 is dat de gemeente zich is gaan verbinden aan internationale netwerken, die als platform dienen voor nieuwe synergie tussen steden en hun bewoners. Zo is Utrecht actief in Eurocities, het Europees netwerk van grote steden. In Eurocities wisselen steden informatie uit over de laatste ontwikkelingen in Europa en steden. Het geeft een blik op de mogelijkheden van samenwerking en concurrentie tussen steden. Steden werken met eigen projecten samen in Europese programma’s, trekken samen op in tal van lobbydossiers richting de Europese Unie, pleiten voor een goede positie van steden op het Europese speelveld en het ontwikkelt medewerkers tot spelers op internationaal niveau. De specifieke expertise van stedelijke professionals wordt ook door de Europese Commissie steeds meer gezien en gewaardeerd. Zo organiseren de stad en provincie Utrecht jaarlijks gezamenlijk een bijeenkomst met Utrechtse Europarlementariërs, officials van de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging in Brussel en van de verschillende Directoraten Generaal om de specifieke ontwikkelingen in Utrecht te bespreken.

Edinburgh

Aarhus Malmö

Utrecht Gent

Stuttgart

Bologna

Sinds 2000 zijn vele internationale initiatieven ontstaan en uitgevoerd. Vele projecten zijn in Utrecht gerealiseerd met Europees geld. Maar door internationaal te gaan werken is ook duidelijk geworden dat verdieping noodzakelijk is. Daarom hebben we 2 jaar geleden als Utrecht een netwerk vorm gegeven met steden die onze Utrechtse ambities delen. Het is een groep van steden met dezelfde schaalgrootte en dynamiek: een grote en belangrijke universiteit die als katalysator in de stad en regio functioneert, een jonge en talentvolle bevolking, met grote zorg voor duurzame ontwikkeling, cultuur en erfgoed staan hoog op de ontwikkelingsagenda, innovatieve bedrijvigheid en een grote opgave op het gebied van bereikbaarheid. Het zijn bovendien steden die de financiële crisis lijken te overleven en aantrekkelijk zijn gebleven voor investeerders. Na een vergelijking van verschillende steden in 2008 hebben Aarhus (Denemarken), Bologna (Italië), Edinburgh (Schotland), Gent (België), Malmö (Zweden), Stuttgart (Duitsland) en Utrecht inhoud gegeven aan deze nieuwe vorm van internationale samenwerking. Sindsdien worden onderlinge stages met name in deze groep van steden georganiseerd, zijn bestuurlijke uitwisseling en kennismaking op gang gekomen, is er een digitaal communicatie platform opgericht, zijn er gezamenlijke subsidieaanvragen in Brussel gedaan en wordt er gewerkt aan een overallproject waarin de culturele ontwikkeling van de steden op elkaar wordt aangesloten. Meer weten over het Similar Cities Netwerk? Gertrud van Dam, afdeling Bis, 030 286 14 85. Meer weten over Eurocities? Anneke v.d. Kluit, afdeling Bis, 030 286 14 62. Utrecht stad van Kennis & Cultuur / 33


SAM HERMANS Manager digitale media, Belastingdienst, bestuurslid Ekko, initatiefnemer van Plus Lisa, onregelmatige beeldende kunst + wijn-bijeenkomsten www.pluslisa.nl

“De buitenwijken komen steeds dichterbij. Zo zie je nieuwe wijken ontstaan en restaurants openen. Parkhaven vind ik daar een goed voorbeeld van. Daar zitten nu drie echt goede restaurants, waar ik regelmatig naartoe ga. De appartementen vind ik niet mooi, maar het uitzicht wel. Voor mij is het allemaal te nieuw. Maar ik vind zo’n gebouw waar restaurant Divinatio in zit wel aantrekkelijk. Utrecht is ook te nuchter om te streven naar het meest coole en hippe, zoals Amsterdam dat doet. Maar een beetje meer allure mag er van mij wel komen. Dat mis ik. We mogen ons daar best op profileren. Utrecht als broedplaats voor creatief toptalent spreekt mij wel aan. Als we het maar waar kunnen maken. Daar moet de stad dan faciliteiten voor bieden. Ik vind het in ieder geval niet small town, of heel suf. Dan krijgen we misschien ook een plek waar ik echt lekker kan uitgaan, want voor mijn leeftijdsgroep is er niet veel. Niet iets met allure.”

MATTIJS VAN MANSFELD

Praktijk coördinator bij het ROC Midden Nederland, leraar van het jaar in 2007 www.rocmn.nl “Onderwijs is het allerbelangrijkste onderwerp waar een stad van Kennis & Cultuur aandacht aan moet besteden. Er dreigt bijvoorbeeld een groot lerarentekort. De gemiddelde leeftijd op mijn afdeling van 24 mensen is 53 jaar. Door bezuinigingen moeten de laatsten die erbij komen er ook als eerste weer uit. Alle jongeren verdwijnen zo. Dat is dramatisch. Brede scholen vind ik een goede ontwikkeling. Misschien is dat ook wel de toekomst. De combinatie van lesgeven en naschoolse opvang, in combinatie met sport en cultuur plus Nederlandse les aan ouders, dat is belangrijk. Brede scholen moeten echt gestimuleerd worden. Daar hebben we over twintig jaar veel profijt van.”


JERSON MARTINA

Post-doc onderzoeker bij de afdeling hartchirurgie van het UMC, ontwikkelaar van steunharten www.umcutrecht.nl “Leidsche Rijn, dat vind ik echt mooi, met een mooie omgeving. Het is nieuw, rustig, maar toch bij de drukke binnenstad. Ik houd wel van die gezelligheid, daarom houd ik ook van koopzondagen. Die kunnen er niet genoeg zijn wat mij betreft. En het zou ook erg goed zijn als er een tram naar de Uithof kwam, dan gebeurt er misschien meer. En kunnen er ook woningen komen met mooie architectuur, zoals in Leidsche Rijn, misschien zelfs iets goedkoper. Want dat is echt een probleem. Ik weet niet of Utrecht een stad van Kennis & Cultuur is. Dan moet de stad wel meer aan zijn uitstraling doen. Als je aan Utrecht denkt, denk je niet meteen aan kennis, terwijl Utrecht wel de grootste universiteit van Nederland heeft. Daar moeten de gemeente en de Universiteit samen aan werken. En je kunt je ook afvragen wat Utrecht met de kennis die hier vergaard wordt doet. Je zou elk jaar een groot evenement moeten hebben om te laten zien wat de stad wetenschappelijk voorstelt, een conferentie waar studenten en faculteiten een bijdrage aan leveren. Misschien zijn ze er al, maar ik heb er nog nooit van gehoord.�

Utrecht stad van Kennis & Cultuur / 35


“We denken teveel vanuit een minderwaardigheidsgevoel hier. We moeten groter leren denken dan de Dom.�


MET DE VUIST OP TAFEL Gülnaz Aslan

G

ülnaz Aslan (47) is de drijvende kracht achter Ana’s Kuzin, een cateringbedrijf gebaseerd op de traditionele Turkse keuken. De hoogwaardige verse, zelfgemaakte typische gerechten uit de Turkse keuken van Ana’s Kuzin zijn zó bijzonder, dat ze als eetcultuur opgevat moeten worden. Gülnaz Aslan startte het bedrijf zes jaar geleden, na een carrière als programmamaker binnen de Publieke Omroep, waaronder Argos van de Vpro. Het gaf haar de vrijheid om een paar idealen te verwezenlijken. “Ik heb het mijn leven lang heerlijk gevonden om eten te koken en te tafelen,. Als je heftig discussieert, en alles tegen elkaar durft zeggen, hoort eten en drinken daarbij, zeker in mijn cultuur. Delen vinden we erg belangrijk. Turks eten is heel erg lekker. En er zijn in Utrecht heel veel Turkse vrouwen die lekker kunnen koken. Op de reguliere arbeidsmarkt zijn ze geen factor van betekenis. Een gewoon restaurant zal deze vrouwen niet in dienst nemen. Zo vond ik een fantastische combinatie. Ik

kon mijn wens in vervulling laten gaan, iets betekenen voor andere liefhebbers van lekker eten en eerlijke produkten. En ik kon tegelijkertijd een groep vrouwen economisch sterker maken. Zo ben ik in september 2004 gestart als traiteur. We cateren inmiddels veel partijen in en rond Utrecht.” “Ik ben een echte Utrechtse. Ik hoor tot de eerste generatie gastarbeiderskinderen en ben op 22 mei 1976, ik was toen 13, na aankomst Schiphol onmiddellijk naar Utrecht gegaan en nooit meer weggegaan. Het fijne aan Utrecht is dat het op zichzelf staat. Utrecht is ontzettend mooi, qua ligging en als stad. Maar Utrecht kan meer uit zichzelf halen. In het buitenland zeg ik dat Utrecht een historische stad is, gezellig, overzichtelijk, met veel museale en culturele activiteiten – maar dan jok ik voor een deel. Ik maak een mooi verhaal.” “Ik woon hier nu 34 jaar, en heb vanaf mijn vijftiende bewust om me heen gekeken. Dan valt op dat er weinig kwalitatief innovatief ondernomen wordt in Utrecht. Voor jonge mensen zijn er erg veel regels. Utrecht is zo visieloos. Ik baal heel erg van onze lokale regering. Sinds wanneer mag het volk uitmaken hoe hoog een gebouw moet zijn? Ik heb overal verstand van, maar niet van stedenbouw. Daar moet je jaren voor studeren. Het volk kan wel meedenken, maar niet overal over beslissen. Toch schijnen ze dat hier te denken. Dat heeft heel veel met visieloosheid te maken. Dat is Utrecht. Eindelijk zijn we van artikel 19 af, en dan krijgen we de ene visieloze grijze bestuurder na de andere.”

Oude postkantoor “Maar ik ben heel blij dat het oude postkantoor in Utrechtse handen blijft. Ik ben altijd dol geweest op dat gebouw. Het wordt hopelijk een mooi shoppingcentrum met status. Dat vind ik heerlijk, daar ben ik heel trots op. Je moet iets durven neerzetten. We hebben de ligging, de gebouwen en veel jonge mensen. Het is er allemaal. Maar we doen er te weinig mee.” “Waarom maken we niet één mooi industrieterrein, met allure, in plaats van al die verspreide lelijke gebieden. Maak dat aantrekkelijk met sport, kinderopvang, horeca. En zet er een mega-hotel neer. Al dat streven naar het haalbare hier. Je maakt dat zelf. Je moet niet te angstig zijn, dan lukt het ook niet. We denken teveel vanuit een minderwaardigheidsgevoel hier. We moeten vaker met de vuist op tafel slaan in Den Haag De hele wereld is in beweging, behalve Utrecht.” “Ik vind dit ook geen stad van kennis en cultuur, daarvoor gaan teveel mensen weg. Ik ging laatst naar een voorstelling van werk van Orhan Pamuk in de schouwburg. Ik heb moeten huilen omdat er maar een handjevol mensen zat. In Amsterdam en Rotterdam is dat meteen uitverkocht. Dat doet mij pijn. Dan kan ik niet zeggen dat we een stad van kennis en cultuur zijn. Ik mis de diepgang. Er wordt veel georganiseerd, maar ik zie ook vaak te weinig mensen in de zalen. Als het filmfestival opnieuw bediscussieerd wordt, ben ik bang dat het verdwijnt. En het is zo zonde. Utrecht is niet een prettige woonwijk dichtbij Amsterdam. Utrecht is

Utrecht. Het moet uitgebuit worden als een van de mooiste steden in Nederland, met de Dom, de grachten, de werfkelders. We hebben Amelisweerd! Daarnaast stelt het Amsterdamse Bos toch niets voor! En we hebben fantastische verbindingen met heel Nederland. Alleen: je moet de routes door de stad rigoureus veranderen, de stad in en de stad uit. Het moet vloeien. Het is vervuilend als verkeer zo lang vast staat.” “Een keer in de vier jaar stemmen is niet genoeg. De gemeente zou meer denktanks moeten maken met allerlei gezelschappen. De Vrede van Utrecht, Casco, zijn heel leuke clubjes, maar ze zijn erg naar binnen gericht. Je moet iets doen met alle adviezen en opmerkingen van burgers. We zijn te slordig. Als je bijzondere dingen wilt, gaat dat vaak niet door. Op alle niveaus merk je een gebrek aan passie binnen de gemeente. Mensen maken hun uren vol. Dat iemand als Riek Bakker hier met ruzie weg is gegaan – dat zegt alles. Dit is geen stad voor nieuwe ideeën. En dat terwijl we mensen nodig hebben die met je meedenken, die majestueus en grootschalig de dingen uitvoeren. We moeten groter leren denken dan de Dom.”

Gülnaz Aslan www.anaskuzin.nl

Utrecht stad van Kennis & Cultuur / 37


DE PERFECTE SCHAAL Frans Snik

“Op het Centraal Station moet al duidelijk zijn dat je aankomt in de stad van de Universiteit Utrecht.”

F

rans Snik (30) werkt aan het Sterrekundig Instituut Utrecht. Hij studeerde technische natuurkunde in Eindhoven, en zocht naar een combinatie van fundamentele wetenschap met de praktijk. Die vond hij aanvankelijk, na veel Googelen, in Hawaii, waar hij ‘aan de slag kon met een sterrenkundig project dat wetenschappelijk gaaf was, en ook nog op een leuke locatie’. In Hawaii vertelden 38 / Utrecht stad van Kennis & Cultuur

ze hem dat als hij daarmee verder wilde, hij maar eens in Utrecht moest gaan kijken. Hier studeerde hij vervolgens af op een zonnetelescoop die door de Utrechtse Universiteit op de Canarische Eilanden is gebouwd. En daarna mocht hij blijven. Naast zijn wetenschappelijke werk zet Frans Snik zich in voor het populariseren van de sterrenkunde. Hij is lid van het Nederlandse comité voor het Internationale Jaar van de Sterrenkunde . In dat kader ontwikkelt hij in

samenwerking met Universe Awareness een gastlesprogramma sterrenkunde op basisscholen, vooral in achterstandswijken. Ook probeert hij zoveel mogelijk kinderen door een telescoop naar de hemel te laten kijken. In Eindhoven realiseerde Frans Snik met een groep studenten een technisch sculptuur die werkt op zonnecellen. In Utrecht is hij bezig met het maken van het “Utrechts zonnestelsel “. Snik: ”Onze groep aan de Universiteit Utrecht is erg goed in het meten van polarisatie van sterrenkundige objecten, en ontwikkelt instrumenten die bijvoorbeeld zonnevlekken in detail onderzoeken. Die zijn heel interessant omdat ze hele grote ontploffingen veroorzaken: zonnevlammen. En dat is één van de weinige sterrenkundige fenomenen

waar we hier op aarde last van hebben. Na zo’n zonnevlam komt er een paar minuten later een heel bombardement van radioactief geladen deeltjes op de aarde af, waardoor bij voorbeeld satellieten kapot kunnen gaan. We zijn steeds afhankelijker van satellieten, dus als er veel zonnevlekken verschijnen, kun je bijvoorbeeld met de TomTom de weg kwijt raken. Daarom willen we weten waar zonnevlekken vandaan komen. Dat is één van de toepassingsgebieden van de polarimetrie. Een andere is het ontdekken en karakteriseren van exoplaneten. Het geeft je informatie over de vraag of er daar zuurstof en water in de atmosfeer zit, en of er bijvoorbeeld bladgroen is. Dat zou wijzen op een andere ‘aarde’. Dit wordt hét grote onderzoeksgebied binnen de sterrenkunde van de komende tijd. We gaan heel grote nieuwe telescopen


tussen zit. Als je van A naar B wilt dan kan dat beter een prettige wandeling zijn. Maar ja, je bent snel in de binnenstad. Die bussen werken goed.” “Als we het Harvard aan de Kromme Rijn willen worden, dan moet je daar ook de middelen voor vrij maken. Een universiteit is geen bedrijf dat direct rendement levert. Ik weet uit ervaring dat een wild idee ineens tot geweldige wetenschappelijke resultaten kan leiden. Voor zulk soort wilde ideeën moet dus ook geld vrijgemaakt worden. De Amerikaanse topuniversiteiten hebben de luxe dat ze veel middelen hebben door hun alumni. Die kunnen alles doen wat ze willen en daardoor kunnen ze veel meer experimenteren. Alle Nobelprijzen gaan nog steeds naar Amerika. We hebben er tien jaar geleden eentje gekregen in Utrecht, maar dat is nog steeds te danken aan de jaren zeventig. Hierna zie ik qua Nobelprijs nog niet zoveel gebeuren, helaas. Bij sterrenkunde hebben we de luxe dat we in een gebied zitten dat echt booming is en waar ook wel actief in geïnvesteerd wordt. Ik wil niet alleen kritiek leveren, maar het kan echt beter.”

bouwen die dat soort metingen kunnen doen. En wij als Utrechtse onderzoeksgroep zijn daar nauw bij betrokken.”

Reuzenspiegel Frans Snik is weliswaar met zijn hoofd vaak in de ruimte, maar hij is ook een enthousiaste binnenstadbewoner van Utrecht. “Veel van mijn buitenlandse collega’s kennen Amsterdam en snappen dat je daar niet wilt wonen vanwege alle toeristen. Utrecht heeft voor mij de perfecte schaal. Het is een mooie oude stad, die heel internationaal is georiënteerd. Wie in het Engels de weg vraagt, krijgt meteen antwoord. Er is een directe treinverbinding met Schiphol, er is altijd wel wat te doen, en er lopen veel studenten

rond. Dat maakt een goede indruk. Mensen vallen op de historie, de fijne sfeer. We gaan met gasten altijd even langs de Oudegracht en laten ze het uitzicht op de Dom zien. Dat werkt. En we gaan naar Sonnenborgh. Die is uniek, niet alleen in Nederland maar in heel de wereld. Je ziet nergens zo’n oude sterrenwacht met zo’n historie die nu ook nog in een museum is ondergebracht.” “Het is fijn dat de stad Utrecht met het profiel Stad van Kennis & Cultuur expliciet een ambitie uitspreekt. Het is ook goed om dat te koppelen aan de ambitie om Culturele Hoofdstad te worden. Ik zou geen andere stad in Nederland weten die dat beter zou kunnen doen. Juist de combinatie van Kennis & Cultuur maakt Utrecht uniek. Onze Culturele Zondagen zijn daar een goed voorbeeld van.”

Aards leven in de Uithof “Er moet meer in de Uithof gebeuren. De studenten trekken voor alles naar de binnenstad. Als je de kantine wil vermijden, is er één pizzabakker, één supermarkt en dan houdt het wel een beetje op. De Basketbar is leuk maar zit altijd hartstikke vol. Overdag is het hier wel druk, maar na vijf uur is het dood. Dat geldt voor iedere campus in Nederland die op deze manier is gebouwd. Het verschilt enorm met een campus in Amerika, want dat is altijd de plaats waar het gebeurt. Daar woont iedereen, daar is alles. Op de één of andere manier werkt dat hier niet. Het is ook allemaal ruimtelijk gezien wat grootser en killer opgezet. Het probleem in de Uithof is dat er gewoon wat blokkendozen staan waar loze ruimte

“Desondanks zouden alle inwoners van de stad Utrecht best wel wat trotser op haar Universiteit kunnen zijn. Vergelijk het maar met Leiden. Daar zijn ze een tikkeltje arroganter maar dat helpt wel. Dat is net wat bekender dan Utrecht en dat komt niet omdat ze nu zoveel beter zijn, maar omdat zij dat met iets meer schwung verkopen. Als je met de trein vanuit Schiphol op het station aankomt, zou er een groot logobord van de Universiteit moeten staan, zou je de halte van de bus naar de Uithof zichtbaarder moeten maken. Je moet aankomen in de stad van de Universiteit Utrecht. Misschien helpt het wel als er een speciale tram naar de Uithof komt.” “Dit soort ideeën zouden niet allemaal van de burgers zelf moeten komen. Ook de vorm daarvoor, mensen in zaaltjes, is nogal ouderwets. Op debatavonden komen mensen vaak klagen; dan krijg je geen coherente antwoorden. Laatst zag ik dat nu ook al het fietsenstallingprobleem aan de burgers wordt overgelaten. Dat vond ik een beetje raar. Als de professionals daar al geen antwoord op weten, hoe zouden de burgers dat dan moeten hebben?”

Frans Snik www.astro.uu.nl Utrecht stad van Kennis & Cultuur / 39


CINDY DEKKERS

Ontwikkelaar van online tools voor social communities en initiatiefneemster van het Designer Café www.robbienetworks.com “Designers worden hier wel opgeleid, maar het is toch regel dat als je een beetje ambitieus bent, je begint met wegwezen uit Utrecht. Dat is zonde, want Utrecht is op zich een goede plek om te werken. Dat heeft vooral te maken met het netwerk dat je makkelijk op kunt bouwen. De mensen die je nodig hebt, zijn er. Utrecht is op weg om de gamestad van Nederland te worden. Maar de grote business zit nog steeds in Amsterdam. Er is ook geen ruimte voor grote studio’s in Utrecht. Zoiets als Pastoe is prachtig, maar daar is er maar één van. En je zou ook grote en kleine ondernemingen moeten mengen. Je zou Lage Weide in één keer kunnen overnemen en bestemmen voor de game-wereld, en er dan bijzonder transport naartoe organiseren, met watertaxi’s die je erheen brengen. Dat zou geweldig zijn. Maar dan moet je het wel in één keer goed doen. En er gebruik van maken dat je centraal ligt. Je kunt je positioneren als de hub van Europa, en daar een mooi imago aan geven, net als Zuid-Korea. Daarvan denk je ook: ik ga het vliegtuig toch niet nemen om daar te gaan shoppen? Maar mensen doen het wel! In Nederland kun je dat met de trein doen. Dan kan Utrecht ook een stad worden waar je heen gaat voor een citytrip.”

40 / Utrecht stad van Kennis & Cultuur


ALEXIS DE ROODE Dichter www.alexisderoode.nl

“Het beste dat Utrecht de laatste tijd is overkomen, is de organisatie van de Culturele Zondagen. Ook de oren van Nijntje op de Neudeflat waarmee iets zwaks in iets sterks wordt omgezet vond ik geweldig. Die flat zou iedere zondag opengesteld moeten worden of op een andere manier teruggebracht naar de menselijke maat. Dat kun je ook doen door het aanbrengen van versiering, zoals een dichtregel of een kunstwerk. In de toekomst zou Utrecht de stadslandbouw moeten stimuleren om zo de mensen meer in contact te brengen met de bronnen van het voedsel. Daarnaast zouden de pleinen in Utrecht leuker en levendiger gemaakt moeten worden. Pleinen moeten meer ontmoetingsplekken voor de mensen worden, een soort etalages voor de stad. Het is een enorm rijke stad. Ik weet alleen niet of Utrecht zich daar wel altijd bewust van is. En hoe zit het met de mensen die van buiten Utrecht hierheen komen? Proeven zij die culturele uitstraling ook? Of zullen we dat geheim blijven houden?�

Utrecht stad van Kennis & Cultuur / 41


“Utrecht zou moeten zeggen dat ze het cultureel meest interessante centrum van Nederland gaat maken in Leidsche Rijn.�


WEES NIET BANG Jos Thie

J

os Thie (55) heeft bewezen op grote en kleine schaal aansprekend theater te kunnen maken voor een groot publiek. In Groningen (Werk in Uitvoering/ Grand Theatre), Rotterdam (RO Theater) en Friesland (Tryater/ Oerol) demonstreerde hij dat hij een bindende factor kon zijn die de plaatselijke en regionale cultuur omarmt en uitstraling geeft. Hij werkt sinds 2008 als artistiek leider van De Utrechtse Spelen in Utrecht. Thie is ervan overtuigd dat je in zo’n functie in een stad moet wonen, en hij eist dat ook van zijn medewerkers. Het is zijn ambitie om elke inwoner van de stad en de provincie Utrecht te bereiken. Meteen bij zijn aantreden in Utrecht liet hij zien wat hij waard is. Zijn Ingebeelde Zieke van Moliere en later Ik, Calvijn kreeg juichende recensies en trok volle zalen. Aan de muur van zijn werkkamer is een tekst van de schrijver Samuel Beckett aangebracht, die veel verklaart over de houding van Thie: “Try, Fail, Try Again, Fail Better…..” Thie: “Ik weet niet wat de culturele identiteit van Utrecht is. Niemand kan me daar ook een antwoord op geven. Rotterdam heeft een duidelijke cultuur geïnspireerd op de arbeidersstad, ‘eerst doen en dan vergaderen’. In Utrecht voel je in alles nog de provinciestad die bij de Randstad wil horen. Maar Utrecht moet wel snel naar die eigen identiteit op zoek, zeker als de stad Culturele Hoofdstad van Europa wil worden. Daar moet je reëel in zijn. Als je Utrecht aan buitenlandse gasten omschrijft, wordt het toch al snel ‘een mooie stad vlakbij Amsterdam’, waardoor

Utrecht al meteen een wijk van Amsterdam wordt. Veel mensen in het culturele veld zien het ook zo.” “Het is in ieder geval mooi aan Utrecht dat er voor theater een groot publiek aanwezig is, dat niet tot de insiders behoort. Het publiek is jong, hoog opgeleid en geïnteresseerd in cultuur. Daarmee beschikt Utrecht over veel mogelijkheden om de stad een culturele identiteit te geven. De ligging is daarbij zowel een zwak als een sterk punt. Want je bent zo in een andere stad. Maar je ligt wel in het hart van Nederland. Utrecht zou het lef moeten hebben om zich meer te richten op Nederland en zeker niet de concurrentie met Amsterdam aan willen gaan. Daarmee kun je jezelf profileren. Utrecht vormt het overgangsgebied tussen de Randstad en de rest van Nederland. Hier moet Utrecht zijn kracht aan ontlenen. En profileer je met je publiek, niet met de kunstenaars.” “In deze stad mis je aanjagers, toppers die het een en ander in de kunstenwereld in beweging kunnen zetten. Iedereen weet dat in Utrecht het kader van buiten komt. Het kader hier is niet overdonderend. Voor Utrecht zou het goed zijn om vijf toppers hierheen te halen. Als zij goed zijn, komt de rest vanzelf. Die kunnen ervoor zorgen dat het geld deze richting op komt en Utrecht Culturele Hoofdstad wordt. Maar je hoeft ze niet te verwennen. De mensen die dat kunnen, gaan daar dan zelf wel voor zorgen.”

Vrienden blijven Maar of dat ook gebeurt? Thie heeft er een hard hoofd in: “In Utrecht wil iedereen teveel vrienden blijven en is men teveel aan het overleggen. Voor veel mensen is dat een hindernis om naar Utrecht te komen. We moeten elkaar kunnen zeggen waar het op staat. Er zijn in Utrecht kansen genoeg, maar je moet ze wel willen grijpen. Ik zie het als mijn rol om daar open en eerlijk over te zijn. Als niemand het durft te zeggen, dan doe ik het maar. Als je op dit moment denkt dat je het alleen uit Utrecht kunt halen, vergeet die ambitie dan.” “Als je je als stad profileert als bron van talent, dan maak je het jezelf wel makkelijk. Want op talent alleen kun je nooit worden afgerekend. Iedere stad kan een kweekvijver zijn. Wij als cultuurmakers zullen aan bij voorbeeld het bedrijfsleven moeten laten zien waar kansen liggen voor samenwerking. Niet andersom: je moet hen niet vragen wat ze willen op cultuurgebied. We moeten hen

zelf grote interessante dingen laten zien om zich aan te verbinden.” “Voor De Utrechtse Spelen is het goed om in Utrecht te zitten, want het ontbrak tot nu toe aan een groot theatergezelschap. Het is nieuw en biedt daardoor meer mogelijkheden dan wanneer er al een traditie op dat gebied zou bestaan. Bovendien is het publiek interessant en breed georiënteerd. Om die reden komt ‘Utrecht’ terug in de nieuwe naam van het theatergezelschap. En dat ‘spelen’ verwijst ernaar dat ik meer wil zijn dan een theatergezelschap. We willen meer doen voor de stad. We spelen ook op scholen, op straat, in de natuur. Op die manier kom je werkelijk de samenleving in. Je krijgt zo ook meer eigen identiteit. In de toekomst wordt het toch allemaal veel opener tussen kunstdisciplines verwacht ik, en zal DUS samenwerken met veel partners in de stad.”

Kies voor Leidsche Rijn “De ontwikkelingen rondom de schouwburg en de wens, de ambitie om van Utrecht een Culturele Hoofdstad te maken zijn goed geweest voor Utrecht in de afgelopen tijd. Toneel is een middel om de identiteit van een stad en dus ook van Utrecht mede te bepalen. Dat kun je doen met een theatergezelschap, met een belangrijk museum of met een goed orkest. Mensen zijn er ook trots op dat een voorstelling als De ingebeelde zieke van Molière in de schouwburg van Utrecht plaatsvindt. Vanwege die hoge verwachtingen moet De Utrechtse Spelen ontzettend aan de kwaliteit werken. Anders komt het publiek niet. Alleen dan draag je bij aan gemeenschapsvorming. Dat geeft het publiek zelfvertrouwen. Je moet vooral geen voorstellingen maken waarbij het publiek de indruk krijgt dat je ze dom vindt.”

erkent en er vanaf dat moment alles uithaalt wat er uit te halen valt. Je moet het dan ook echt met zijn allen gaan doen.” “Daarom zie ik ook grote mogelijkheden voor Leidsche Rijn als het gaat om culturele ontwikkelingen. Utrecht zou hiervan moeten zeggen dat ze het cultureel meest interessante centrum van Nederland gaat maken. Dat moet je vervolgens wel hardop durven zeggen en niet bang zijn om het te laten mislukken. De culturele sector moet samen met de projectontwikkelaars werken aan de verbetering van de stad. Als dat gebeurt, zou ik best naar Leidsche Rijn willen. Maar ik wil niet alleen. Dan moeten er minstens tien instellingen bereid zijn zich daar ook te vestigen. De gemeente zou daarin moeten investeren. Die tien instellingen moeten vervolgens het beste leveren, ze moeten goed en baanbrekend zijn. Zo’n Amadeus Lyceum op de Cultuurcampus is geweldig, die combinatie tussen onderwijs, cultuur en architectuur. Ga voor die kwaliteit en zorg dat de markt, de projectontwikkelaars en de cultuur elkaar vinden. Dan kan Leidsche Rijn een succes worden. Vestig er bij voorbeeld een jeugdtheaterschool. Het is verbazingwekkend dat Utrecht die niet heeft op dit moment. In veel andere steden trekt dat duizenden leerlingen. En pas op: het publiek van de toekomst speelt zelf, heeft zelf op het toneel gestaan. Je moet kiezen, en niet bang zijn voor conflicten. Een volwassen culturele stad herbergt nu eenmaal enorm veel tegenstellingen.”

Jos Thie www.deutrechtsespelen.nl

“Utrecht is voor mij nog geen stad van Kennis & Cultuur. En als de stad wel een goede positie heeft op kennisgebied, zou de culturele sector zich beter tot de kennis sector moeten verhouden. Dan moeten we het verschil in niveau erkennen. Het zou voor Utrecht goed zijn om eens een eerlijke scan te maken van de culturele instellingen. Waar staan ze, nationaal en internationaal gezien? In Utrecht gebeurt wel veel, maar het is niet wat iedereen zegt dat het is. We zijn er hier heel goed in om elkaar allerlei verhalen te vertellen. Maar laten we nuchter zijn. Je moet ook accenten leggen. En het allerbelangrijkste is dat de stad eerlijk zijn positie Utrecht stad van Kennis & Cultuur / 43


De missie van Peter de Haan

“I

k vind het werken aan Utrecht 2018 ontzettend inspirerend. Het is een ingewikkelde klus voor mij als intendant, zeker met al die partijen die er van alles van vinden, maar het is een soort sleutelen aan je stad. Je draagt bij aan de toekomst van Utrecht, en dat doet er toe. Ik geloof heel erg in de maatschappelijke betekenis van kunst en cultuur, zoals dat zo mooi heet. Het moet ergens over gaan, iets bijdragen aan de maatschappij, daar ben ik nog lekker calvinistisch in. Als je kijkt naar eerdere Culturele Hoofdsteden kunnen de effecten gigantisch zijn. Zo’n Lille, waar je vroeger met een grote boog omheen reed, is nu voor bezoekers en bewoners een aantrekkelijke stad geworden. En toen ik in 2008 in een taxi in Liverpool, na een kwartiertje over Dirk Kuyt te hebben gepraat (‘he runs too much’), aan de 44 / Utrecht stad van Kennis & Cultuur

taxichauffeur vroeg wat hij van de ‘Cultural Capital’ vond, zij hij oprecht dat hij het van tevoren onzin had gevonden, maar dat hij nu trotser op z’n stad was. De economische effecten zijn overigens navenant: Liverpool heeft een zeer positieve ‘return on investment’ vastgesteld: directe verdiensten uit heel veel extra bezoekers, indirect uit waardestijgingen van grond en vastgoed, maar ook indirect in termen van veiligheid en sociale cohesie. In het evaluatierapport staat de gewonnen trots op 1! De economische crisis helpt niet, maar maakt de noodzaak om voor Culturele Hoofdstad te gaan niet minder groot. Het is een investering in Utrecht die positief kan uitpakken, cultureel, sociaal en economisch. Dat betekent wel kiezen. Juist nu is focussen op waar Utrecht goed en krachtig in is, maar nog sterker en internationaler in moet worden vereist: Kennis & Cultuur! In de loop van dit jaar gaan we de ‘nulversie’ van het bidbook voor 2018 presenteren. Daarin staan de uitgangspunten, de aanpak, de analyse van eerdere ‘European Capitals Of Culture’ en een beeld van de kracht en

de kansen van Utrecht. We zagen bij succesvolle eerdere steden dat draagvlak en meepraten van veel bewoners echt heel belangrijk is. Je komt er niet met glanzende boekjes, mooie plaatjes en een indrukwekkende lijst gesprekspartners. Een bidbook maak je niet met een paar mensen achter een bureau. We besloten het dus anders te doen en een ‘bidbook 0’ in de vorm van een tentoonstelling te maken. Dat werd de Werkplaats Utrecht 2018 in Het Gebouw in Leidsche Rijn.” “De werkplaats was een groot succes: half januari waren de burgemeester en de Commissaris van de Koningin met gevolg de eerste gasten, daarna volgden ondernemers, hoteldirecteuren, culturele partners, scholieren, leden van de Gemeenteraad en Provinciale Staten, het complete college van B&W, studenten, vertegenwoordigers van gemeentelijke en provinciale diensten, op vier Tumult-avonden Utrechtse bewoners, creatieve sector-types, bankiers en heel veel anderen. Totaal vonden er zo’n 60 workshops plaats met bijna 1000 deelnemers. We kregen kritisch commentaar natuurlijk (“Wil Utrecht het wel? Maken we wel kans? Utrecht heeft dat niet nodig!”), maar vaker was het enthousiasme gewoon groot en werd er stevig meegedacht. Een van de discussiepunten was bijvoorbeeld voor wie we het nou moeten doen en wat ervoor nodig is: moet Utrecht nog echt ‘grote’ werken realiseren? De brede doelgroep, “het moet ook voor alle Utrechters een aantrekkelijk programma zijn”, wordt zeker gedeeld, maar ook het feit dat Utrecht nog over z’n schaduw heen moet springen en als Culturele Hoofdstad aan internationale allure kan winnen. Er

werd enthousiast gereageerd op ‘Utrecht 2018, verbindende stad’. Na het sluiten van de Werkplaats zijn wij aan de slag gegaan met het verwerken van de informatie. Dat wordt nog een hele klus. We willen partners opdracht geven om thema’s uit te werken. En we blijven met een soort mobiele Werkplaats instellingen in de stad en de provincie bezoeken om te informeren en commentaar te krijgen. De volgende stap, eind 2010 is een ‘Open call for ideas’, een oproep om met programma-ideeën te komen. Natuurlijk bieden we een format om al teveel 1000 bloeiende bloemen te voorkomen. Een jury selecteert de beste ideeën, die in het uiteindelijke bidbook zullen komen. Dat leveren we we in september 2012 in. En dan maar hopen dat we beter zijn dan onze concurrenten Den Haag, Maastricht, Brabantsteden en Leeuwarden.”

www.utrecht2018.nl


Ñ “De schoorsteen van de energie­ centrale is een icoon. Dat moet je benutten.” Eveline Paalvast Aorta

Ñ “De belangrijkste uitdaging voor Utrecht is het maken van een plek voor startende jonge mensen.” Marien de Langen Mitros

Ñ “Met festiviteiten waarvoor je de Koningin uit kunt nodigen, kan Utrecht zich beter positioneren.”

Ñ “Serious games zijn economische produkten. Om mensen vast te houden die zulke games maken, is cultuur je honing.”

Quinten Peelen Liszt Concours

Victor Wijnen Dutch Game Garden

Ñ “Utrecht moet niet koersen op de massamarkt maar op de veelzijdigheid van het aanbod.” Paul Tankink Corio

Ñ “Het metropolitane landschap tussen Amsterdam en Utrecht, met daarbinnen de Loosdrechtse Plassen, is goud. Als je dat commercieel zou uitbuiten wordt dat landschap economisch nog interessanter.” Zef Hemel DRO Amsterdam

Ñ “Het is heel spannend om Leidsche Rijn te integreren in de stad. Daar zou ik wel iets bijzonders willen doen.” Paul Westra Broers/Zussen

Ñ “Zorg dat je cultuur spreidt, in kleine theaters. Zodra je alles onder één dak brengt, wordt er juist klein gedacht.” Claudia de Breij cabaretière

46 / Utrecht stad van Kennis & Cultuur


kennis Onderwijsinstellingen

LEGENDA

cultuur

Grotere culturele voorzieningen

Wetenschappelijk onderwijs Beroepsonderwijs Voortgezet onderwijs Musea Culturele centra

Utrecht stad van Kennis & Cultuur / 47


COLOFON Teksten, redactie en productie: gemeente Utrecht/Stichting Vrede van Utrecht / Ontwerp: Autobahn (Utrecht) / Fotografie: MichaĂŤl van Maanen (Utrecht) / Kaarten: Mendel Robbers, Studio YYY (Utrecht) / Druk: Platform P (Rotterdam) Voor informatie en opmerkingen: kennisencultuur@utrecht.nl

Utrecht, stad van Kennis & Cultuur  

Utrecht, stad van Kennis & Cultuur