Page 1

1


HOOFDSTUK 1

Een vreselijke lucht

David West liep nog een stapje verder. In het donker kon hij nauwelijks een hand voor ogen zien. Die stomme zaklamp ook! Waarom moet hij juist nu uitgaan? Stap voor stap schuifelde hij terug naar de stenen poort, waar hij vandaan was gekomen. In zijn gedachten leek de ruimte veel kleiner. Hij voelde een koude luchtstroom langs zijn benen naar boven klimmen. Het leek op een wervelstorm die bij zijn voeten begon. ‘Sienna?!’ Zijn stem klonk een beetje hees, alsof hij uren had geschreeuwd. Geen antwoord. De angst bekroop hem. Waarom hadden ze die poort toch ook geopend? Vlak bij hem in de buurt klonk een schrapend geluid; er kwam iets dichterbij in de donkere ruimte. David’s adem stokte. Hij voelde dat zijn nekhaartjes overeind gingen staan. ‘Sienna, ben jij het? Ik vind het echt niet grappig! Het spijt me dat ik je met al dat wc-papier in de lobby achterliet.’

2


Op de tast zette hij een stap dichter naar de muur en wreef met zijn handen over de ruwe zandstenen. Gruis dwarrelde langs zijn vingers. Hij kon duidelijk de lijnen van de hiërogliefen voelen, eeuwenoude tekeningen die in de stenen waren gekrast. Er klonk gemompel op de plek waar eerst het schrapende geluid vandaan kwam. David bleef angstig tegen de muur staan. Hij knipperde een paar keer met zijn ogen, in de hoop iets te zien. Naast hem hoestte iemand. Onmiddellijk gingen zijn nekharen weer overeind staan. ‘Sienna, ik w-weet dat jij h-het bent,’ stotterde hij. ‘St-stop hier alsjeblieft mee.’ Het licht van zijn zaklamp ging opeens weer aan. Eerst kon David nauwelijks iets zien door het felle licht van de lamp, maar toen zijn ogen gewend waren, zag hij in het midden van de ruimte iets wat hij niet kon plaatsen. Hij had al veel gezien in de verschillende kamers, maar dit sloeg alles. ‘DAVID!’ Het was de stem van zijn tweelingzus, Sienna. ‘We mogen hier helemaal niet zijn.’ David kon zijn ogen niet afwenden van het voorwerp dat hij zag in de kleine ruimte. Het was alsof hij ernaar moest blijven kijken. Zijn voeten leken ineens een eigen wil te hebben en gingen richting het midden van de ruimte. Hij strekte zijn armen en probeerde het vreemde voorwerp met zijn vingers aan te raken. Op dat moment werd het weer donker, en viel hij flauw.

Een paar dagen eerder. In het hotel.

3


Sienna lag al een poosje onder het bed van een hotelkamer, waar ze bijna lag te kokhalzen door de rottende geur. Ze wachtte gespannen tot de kust veilig was, en ze langs haar broer kon rennen om dit spelletje te winnen. Hij stond bij de deur en scheen met zijn zaklamp recht op de plek waar ze zich had verstopt. Hij zou haar ieder moment … Snel kroop ze onder het bed uit en ging staan. Bij de deur van de Nachtegaalkamer greep ze de zaklamp uit de handen van David. ‘Ik win!’ riep ze, terwijl ze langs hem door glipte. Ze rende door de gang, richting de grote, steile trap die naar boven leidde. ‘Wacht op mij!’ riep David. ‘Geef die zaklamp terug.’ ‘Ik dacht het niet!’ antwoordde Sienna. Ze bleef halverwege op de trap staan, draaide zich om en knipte de zaklamp aan. Hiermee scheen ze recht in de ogen van haar veertienjarige tweelingbroertje. Zij was 10 minuten eerder geboren, waardoor ze zijn grote zus was. Ze was een koppig, eigenwijs meisje, dat altijd alles voor elkaar kreeg wat ze wilde. Met haar kort, piekerig haar en stoere kleding werd ze wel eens voor jongen uitgemaakt. David daarentegen was een stuk rustiger. Hij miste Nederland en zijn oude vertrouwde omgeving. Toch weet hij zijn emoties erg goed verborgen houden. Juist in moeilijke situaties, heeft hij de hulp van Sienna nodig om zich te redden. Ze hield van hem, omdat ze met hem over alles kon praten. Of hij ook echt luisterde was een ander

4


verhaal. David raakte nog wel eens verzonken in zijn eigen gedachten. David greep naar de leuning en hield een hand voor zijn ogen. ‘Ben je gek geworden? Je verblindt me!’ ‘Watje! Je moet eens wat meer durven.’ ‘Sienna, schei alsjeblieft uit met het door de gangen rennen. En pest David niet altijd.’ Hun moeder Lillian verscheen aan het einde van de gang uit een andere kamer en droeg een mand met handdoeken. ‘Sorry, mam,’ zei Sienna. ‘We vervelen ons. En verstoppertje spelen is ook niet meer zo spannend. Het stonk daar in de Nachtegaalkamer. Waarom gaan we niet terug naar Nederland?’ Sienna zag een blik van heimwee in haar moeders ogen, een blik die haar eraan herinnerde dat ook zij haar vriendinnen en familie had achtergelaten. ‘We zijn hier opnieuw begonnen,’ zei haar moeder. ‘Hier ligt onze toekomst en daar moeten we samen aan werken.’ Sienna herinnerde zich nog goed hoe het gesprek met hun vader verliep, zes jaar geleden. Toen vertelde hij voor het eerst van zijn plannen aan het gezin. Dat hij een groot luxe resort wilde bouwen, inclusief een hotel dat anders was dan alles wat ze tot dan toe hadden gezien. Onder het zand lag namelijk een enorme piramide, op de kop. Die gebruikte hij om het hotel verder uit te breiden. Met Hamad had hij geregeld dat er niemand op het stuk grond mocht komen. Hamad was een rijke sjeik die goed bevriend was met oom Jonathan, een broer van hun vader en een bekende archeoloog. Ze zouden nog

5


vier jaar nodig hebben om de hele piramide te verbouwen. Drie jaar na het gesprek verhuisden ze met het hele gezin naar hier, met als doel een nieuw leven op te bouwen. De verbouwing duurde toen nog een jaar. Hun vader was vooruit gereisd om onder andere mede toezicht op de bouw te houden. Toen bekend werd dat een groot stuk van de woestijn gebruikt werd voor het resort, was het binnen de kortste tijd volgeboekt. Ze hadden een ware goudmijn te pakken, want met een enorm buitenzwembad, een grote golfbaan, en een nachtclub was er genoeg ontspanning voor de gasten. De verschillende oases die deel uitmaakten van het terrein, schitterden luxueus. Er was een oase met palmbomen, ligstoelen en een groot ondergronds zwembad, een oase waar je heerlijk chocolade ijs, vruchtenijs en zelfs exotisch ijs kon eten. Voor gasten die liever cultuur wilden bezichtigen, waren er een paar oases waar nog oude ruïnes overeind stonden. De absolute trekpleister was natuurlijk het hotel zelf, met honderden themakamers. ‘Vanavond is er een voorstelling in de Flamingozaal,’ zei haar moeder. ‘Jullie zullen het vast en zeker geweldig vinden. Tante Nora zingt één van haar nieuwe nummers. Ik zal trouwens aan papa vragen of hij kan nakijken waar de geur vandaan komt, want ik ruik het nu ook. Het lijkt wel iets dat weg ligt te rotten.’ Tante Nora was de vrouw van oom Jonathan en haar horen zingen was wel het laatste waar Sienna op zat te wachten. Om haar moeder niet te beledigen, knikte ze en liep ze de trap op naar boven.

6


De gangen van de piramide waren smal, en doordat hij op zijn kop in het zand stond, was de hele constructie nogal vreemd. De oude kamers en ruimtes waren er volledig uit gesloopt, en sommige muren liepen zo schuin dat ze er een nieuwe wand voor hadden geplaatst. Tot slot kwamen de hotelkamers op hun plek en werd alles ingericht. ‘Sienna, wacht, ik ga met je mee.’ David haalde haar in en trok met een ruk de zaklamp uit haar hand. Hij stopte deze snel in zijn broekzak en liep door de lange gang. Aan weerskanten waren mooie versierde houten deuren, waar de hotelkamers achter lagen. Iedere deur zag er anders uit. Iedere kamer had een eigen naam, met een eigen thema. ‘Heb jij ook gemerkt dat pa nogal afwezig is?’ vroeg David. ‘Volgens mij heeft hij problemen die hij ons niet wil vertellen.’ Sienna bleef staan, waardoor haar broer tegen haar aan botste. Ze draaide zich om. ‘Natuurlijk vertelt hij ons niets. En weet je waarom niet?’ David schudde zijn hoofd. ‘Hij moet er iedere dag voor zorgen dat de regering, of andere mensen, niet achter het bestaan van de piramide komen. Anders wordt het werelderfgoed. Dat betekent dat we het resort moeten sluiten, en dat er allerlei mensen op zoek gaan naar overblijfselen van vroeger. Dat kunnen we er nu echt niet bij hebben.’ ‘Maar Hamad zorgt er toch voor dat die mensen bij ons vandaan blijven? Hij heeft genoeg geld om mensen om te kopen.’

7


‘Hamad heeft misschien veel geld, maar daar kan hij niet alles mee gedaan krijgen. Ook hij moet zich aan regels houden. Hij heeft al een heleboel verzwegen over zijn stuk land, zodat pap in alle rust aan zijn resort kon werken.’ David hield zijn hoofd omlaag. ‘Misschien moeten we dan zelf op zoek gaan naar geheimen in de piramide. Stel je voor wat we allemaal zouden kunnen vinden?’ Sienna begreep wat bij bedoelde, maar ze dacht ook aan de woorden van hun oom Jonathan. Als ervaren archeoloog wist hij maar al te goed waar hij het over had. De piramide herbergt nog steeds een groot mysterie. De kern wordt niet voor niets verborgen gehouden door dikke muren en poorten, er schuilen duistere krachten die ons verstand te boven gaat. Als deze krachten vrijkomen, dan is een ramp niet te overzien. Ga er dus niet naar op zoek! Sienna was Sienna niet als ze niet daarnaar op zoek was gegaan. De piramide was zo groot, dat ze niets aan de plattegrond had. Deze bleek namelijk onvolledig te zijn. De top, die beneden zat, was het enige deel waar bouwvakkers niet konden komen. Dikke muren hielden hen tegen, waardoor ze besloten om dit gedeelte dicht te laten. ‘Slecht plan,’ zei ze kortaf. ‘Zullen we maar teruggaan? Ik heb het hier wel gehad.’ Het was laat in de middag en Sienna had honger. In de buurt van de Oase van Geluk kreeg ze superlekker ijs. De oase maakte onderdeel uit van het hele resort, het was een plek om te chillen. In het

8


luxe zwembad, met whirlpools en watervallen waar grotten achter te vinden waren. Er heerste altijd een gezellige sfeer. Sienna bladerde daar vaak in reismagazines, waarbij ze droomde over verre reizen. Samen met haar broer liep ze een steile, stenen trap op. Gelukkig waren ze niet zo heel erg diep in de piramide afgedaald, waardoor ze binnen vijf minuten in de lobby van het hotel arriveerden. Hier zaten mensen in ruime fauteuils en kletsten met elkaar over de dingen die ze nog van plan waren om te gaan doen. Ook liepen er reisgidsen mee richting de touringbus om naar de stad te gaan. Hun vader liep gehaast met zijn mobiel in de hand de balie voorbij. Zoals gewoonlijk droeg hij een strak, zwart pak. ‘Nee, die moesten vandaag bezorgd worden,’ hoorde Sienna hem zeggen. ‘Ik zeg het niet nog een keer!’ Hij verbrak de verbinding en keek naar zijn kinderen. ‘David … Sienna. Weten jullie waar mama is?’ ‘Die was op de eerste verdieping handdoeken aan het verschonen,’ zei David. Hun vader liep snel richting de lift, en liet een paar medewerkers met onbeantwoorde vragen achter bij de balie. Sienna versnelde haar pas en trok haar broer mee, terug naar de trap, waar ze net vandaan waren gekomen. ‘Wat is er?’ vroeg David. ‘Waar ga je nu naartoe? De Oase van Geluk ligt buiten. Ik dacht dat je trek in ijs had?’ ‘Vergeet dat ijs maar, ik heb een ander idee,’ zei Sienna.

9


Terwijl ze de lange trap terug omlaag liepen, dacht ze weer aan de kamer waar ze net nog onder het bed had gelegen. ‘Zeg nu gewoon wat je van plan bent,’ zei David, die buiten adem was en achter haar aan holde. ‘Weet je nog wat je de vorige keer zei over die sarcofaag die in kamer 347 op de derde verdieping staat?’ ‘Die grafkist waar de dochter van Cleopatra in ligt?’ Sienna bleef even staan en draaide zich om. ‘Je hebt niet eens gekeken of het wel waar is.’ David liep een paar treden verder en haalde haar in. ‘Natuurlijk heb ik het gecontroleerd. Hij was leeg.’ ‘Je hebt niet goed gekeken. Er zit een dubbele bo…’ ‘Sienna, stop met die onzin. Het is gewoon niet waar! De enige geheimen hier in de piramide liggen verborgen in de top. Daar zullen we nooit komen. Je weet dat het onmogelijk is om daar binnen te komen.’ ‘En daarom heb ik een nieuw plan.’ Ze ging over op fluisteren, terwijl ze samen verder de trap afdaalden. ‘Ik kan het niet verklaren maar toen ik net in de Nachtegaalkamer onder het bed lag, stonk het. Het rook er echt verschrikkelijk.’ ‘Misschien is Eline er nog niet aan toegekomen om de kamer schoon te maken.’ Eline was het hoofd van de schoonmaakploeg in het hotel. ‘Ik weet het niet. Het rook eerder naar iets dat weg lag te rotten, alsof je vlees te lang buiten de koelkast bewaard hebt.’

10


Terug bij de kamer waar ze zich net nog verstopt had, keek David haar vragend aan. ‘Wat is er?’ vroeg Sienna. ‘Durf je opeens niet meer?’ ‘Wat als we iets verschrikkelijks aantreffen?’ Iets verderop hoorde ze haar ouders praten. Haar vader verhief zijn stem, maar ze kon niet horen waar het over ging. De stemmen klonken in de gangen vervormd en gedempt. Sienna opende de deur. Ze ging als eerste, terwijl David haar volgde. Ze deed het licht aan en hield vanwege de stank haar adem in. Er was niemand te zien. In de kamer, bekleed met donkerblauw behang met sterretjes, lagen spullen verspreid alsof er mensen ruzie hadden gehad. De flatscreen televisie aan de linker muur hing scheef, en allerlei decoraties die haar moeder met zoveel zorg had gekocht en neergezet, waren van de dressoirs gegooid. ‘Was die troep er net ook al?’ vroeg David. ‘Geen idee, niet op gelet,’ zei Sienna. ‘Toen hoopte ik alleen dat jij me niet zou vinden.’ Verstoppertje speelden ze vaker op deze etage, als een kamer niet geboekt was. ‘En moet je dat bed zien!’ David wees naar het laken, dat voor meer dan de helft over de rand was geschoven. Hij kneep zijn neus dicht en zei met een nasale stem: ‘Het stinkt hier behoorlijk.’ ‘Dat rook ik eerder dus de hele tijd.’ Ze vond het vreemd dat de kamer zo’n puinhoop was. Haar moeder richtte iedere kamer persoonlijk in en hield zich daarbij altijd aan een bepaald thema. In deze kamer had ze zich laten inspireren door de nachtegaal, wat duidelijk

11


te zien was aan de donkere kleuren en de golvende doeken aan het plafond. Het had meer iets weg van een Oosterse kamer, vol met mysterieuze vazen en kisten. Daardoor paste de sarcofaag in de hoek naast de deur er helemaal niet bij. Bovendien klemde hij en kreeg je het deksel met moeite open. Sienna keek bedenkelijk om zich heen. ‘We gaan op zoek naar de oorzaak van de stank.’ ‘Zoals een stuk rottend vlees?’ vroeg David bespottend. Sienna wierp hem een boze blik toe. Ze keek om zich heen en liep naar een plank toe die vlak boven een laag dressoir hing. Ze voelde met haar hand over de plank en stootte een aardewerken pot om. Door het geluid van de brekende scherven, schrok ze en draaide zich snel om. ‘Wat doe je nu?’ vroeg David. ‘Straks hoort pap ons nog.’ Sienna keek naar de grond, waar de pot in wel honderd scherven lag. ‘Ongelukje,’ zei ze. Ze ging verder met de kastjes en keek in iedere ruimte of er iets lag. Daarna liep ze terug naar haar broer. ‘Niets,’ zei ze. ‘Alles is leeg.’ ‘Zullen we dan maar teruggaan? Ik denk niet dat we hier verder nog wat zullen vinden.’ David liep naar het bed toe en trok met een ruk het laken er vanaf. Eindelijk zag hij waar de stank al die tijd vandaan was gekomen. Hij kneep zijn neus dicht en keek naar zijn zus. ‘Bah, wat goor!’ zei Sienna.

12


Het hele bed was bezaaid met resten van vlees en groenten, dat al een tijdje lag weg te rotten. Een paar spaghettislierten kropen erdoorheen. ‘Ik weet dat het stom klinkt,’ zei David, ‘maar ik dacht heel even dat er een lijk onder zou liggen.’ Sienna schoot in de lach. ‘Gelukkig hebben we nu wel de oorzaak van die vieze lucht gevonden.’ Op de gang hoorde ze haar vader schreeuwen. Hij klonk woedend en dat was een slecht teken. ‘De deur staat open,’ zei Sienna. ‘Pa vermoord ons als hij ons hier ziet,’ zei Sienna. Ze trok het laken weer over het bed en verborg de etensresten. David deed een stap achteruit. Daardoor stootte hij tegen een stoel, die wankelde en tegen de muur klapte. Een broek die er overheen hing, viel op de grond. ‘Kijk daar,’ fluisterde Sienna. Ze zag een kleine sleutel met een hangertje naast de broek liggen. David bukte en pakte de sleutel. ‘Die is zeker uit een broekzak gevallen,’ zei hij verwonderd. ‘Wat een vreemde hanger.’ ‘Laat eens zien.’ David gaf de sleutel aan haar. Ze bekeek het oude en versleten hangertje van dichtbij en zag dat het een Ankh-teken was, een soort kruis met een ronde boog aan de bovenkant. De sleutel zag er daarentegen heel modern uit, hij was gekarteld en van metaal. Bij de deur klonken voetstappen, steeds trager.

13


‘En wat doen we nu?’ fluisterde David. ‘Pap kan ieder moment binnen komen en dan is er geen uitweg meer. Hij mag ons hier niet zien.’ ‘Vluchten kan niet,’ zei Sienna bedenkelijk. Ze keek naar de sleutel in haar hand en hield hem stevig vast. ‘Waar zou de sleutel bij horen?’ vroeg ze. ‘Denk je van een ruimte in de piramide?’ ‘Daar is hij te modern voor.’ Sienna besefte opeens iets. ‘Die broek moet van iemand zijn.’ Geschrokken keek ze om zich heen. ‘Zou er nog iemand in de kamer zijn?’ ‘Sienna? David?’ vroeg hun vader. ‘Zijn jullie hier? Mama zei dat het in de kamer stonk.’ Zijn telefoon ging af, waarna hij in een nieuw gesprek verzeild raakte. David keek naar Sienna en zij keek ook naar hem. Toen keken ze beiden naar de sarcofaag achter hen in de hoek. Ze wisten wat hun te doen stond.

14


HOOFDSTUK 2

De diva in het hotel

‘Snel, open de sarcofaag!’ riep Sienna. Ondanks dat David zijn bedenkingen had, deed hij wat zijn zus zei. ‘We kunnen toch ook gewoon zeggen wat we hier deden,’ zei hij. ‘Geen denken aan,’ zei Sienna. ‘Hij hoeft niet alles te weten.’ David zette zich schrap en liet zijn vingers door de gleuf aan de zijkant glijden. ‘Wat doe je nu?’ vroeg Sienna ongeduldig. ‘Schiet toch op!’ David draaide zich om, terwijl hij uit alle macht aan het deksel trok. ‘Het gaat niet,’ zei hij. ‘Hij klemt. Doe jij het dan.’ Sienna kwam dichterbij en ging op de plek van David staan. Ook zij kreeg de sarcofaag niet open. David keek opzij, naar de grond, waar hij een hamer zag liggen. ‘Misschien lukt het hiermee,’ zei hij. ‘Geen idee waarom hij hier ligt, maar hij komt wel van pas.’ Hij pakte hem op en sloeg zachtjes met de ijzeren kop op de

15


scharnieren. Hij wilde vooral geen lawaai maken. Sienna nam de hamer over en gebruikte de klauwen van de hamer om de nagels van de scharnieren er op een voorzichtige manier uit te trekken. Toen het laatste scharnier loskwam, helde het deksel naar voren. David dook naar voren om het op te vangen. Samen met Sienna legde hij het op de grond. Hij bleef verstijfd voor de sarcofaag staan. Zijn hand ging automatisch naar zijn neus, de stank was overweldigend. Hij keek naar de inhoud van de sarcofaag en schudde zijn hoofd. Het was een dode man. Sienna, die naast hem kwam staan, hield ook snel een hand voor haar neus en mond. Voorzichtig draaide hij zijn hoofd en keek naar links. ‘Is … hij?’ ‘Dood,’ antwoordde Sienna. ‘Dat kun je wel ruiken.’ David keek weer naar de oude man in de sarcofaag. Zijn handen, die hij recht voor zijn gezicht hield, waren tot klauwen gevormd, alsof hij iemand had proberen te krabben. Hij droeg geen broek, maar stond daar in een grijs T-shirt en een boxershort. Sienna keek omlaag naar het deksel. ‘Moet je dit zien,’ zei ze verbaasd. ‘Volgens mij hebben ze hem levend in die sarcofaag gestopt.’ David zag allerlei strepen op het hout. Krassen die door nagels waren veroorzaakt. Alsof de man om zijn leven had gevochten tot op het laatste moment uit de sarcofaag wilde komen. ‘Zijn mond staat nog halfopen,’ zei Sienna, die het lijk aandachtig

16


bestudeerde. Daarbij hield ze haar neus stevig dichtgeklemd. ‘Ik denk dat hij is gestikt.’ Bij de deur van de kamer beëindigde hun vader het gesprek, waarna hij binnenkwam. Beiden trokken ze zo snel mogelijk het zware deksel omhoog. Sienna ging er met haar rug tegenaan staan, zodat de sarcofaag dicht was. De stank kregen ze niet weg. ‘Het stinkt hier behoorlijk,’ was het eerste wat hun vader, zei, terwijl hij de kamer inspecteerde. ‘Wat doen jullie eigenlijk hier?’ ‘Wij … nou,’ begon David. ‘We wilden … Eline helpen met opruimen.’ ‘Is ze nog niet hier geweest?’ vroeg zijn vader. ‘Als de kamer leeg is, moet ze hem meteen schoonmaken.’ Hij pakte zijn mobieltje. Sienna trok David naar zich toe. ‘Blijf hier staan,’ fluisterde ze, waarna ze naar haar vader rende en de telefoon uit zijn hand griste. ‘Ze was er ook net,’ zei ze snel. ‘We hebben tegen haar gezegd dat wij hier de boel zouden opruimen. Ze heeft al zoveel werk.’ Het zware deksel drukte tegen David’s rug, zodat hij bijna naar voren werd geduwd. Waarom zijn we ook deze kamer binnengekomen? Wat doen we nu met het lijk? De vraag is hoelang die man al in de sarcofaag ligt. En wie heeft zoiets verschrikkelijks gedaan? Misschien zijn er vreselijke dingen in deze kamer gebeurd. ‘Pap, ik weet dat je het druk hebt, maar wil je mij misschien helpen met de treinentafel?’ vroeg David, terwijl hij het deksel met twee

17


handen achter zijn rug tegenhield. Hij voelde de zweetdruppels over zijn voorhoofd omlaag glijden. Zijn vader keek hem verbaasd aan. ‘Je hebt er weken niet naar omgekeken,’ zei hij. ‘En nu wil je er iets mee doen?’ ‘Ik dacht dat ik dit weekend verder kon bouwen aan de treinen. We hebben anders toch niet veel te doen.’ ‘Niet veel te doen? Er is genoeg in het resort te doen. Wat dacht je van een lekkere duik bij de watervallen in de Oase van Geluk?’ ‘Pap,’ zei Sienna. ‘Help hem alsjeblieft, dan ben ik ook van het gezeur af.’ Hun vader keek nogmaals de kamer rond en liep in de richting van David. Met iedere stap die hij zette, voelde David zijn hart sneller kloppen. Er schoten allerlei dingen door zijn hoofd, maar hij wist niets te zeggen. ‘Waar komt die lucht toch vandaan? Ik zal er iemand naar laten zoeken,’ zei zijn vader, terwijl hij de nare lucht opsnoof. Hij liep nu richting het bed. Hij mag hier niet achter komen. Het hele hotel zou zwermen van de politieagenten als dit lijk ontdekt zou worden. En dat zou slechte reclame voor het resort zijn. ‘Pap, volgens mij riep mama jou,’ zei Sienna. ‘Ik hoorde haar net de trap naar boven gaan.’ Hun vader draaide zich weer om. ‘Dat is waar ook. Ik zou haar nog een paar documenten geven. Geef je mijn mobiel terug? Ik moet nog een aantal zaken regelen. En David? We hebben het later nog

18


over de treinentafel.’ Toen Sienna de telefoon terug had gegeven, verliet hij de kamer. ‘Dat was op het nippertje,’ zei David. Hij deed een stap naar voren en legde samen met Sienna het deksel voorzichtig op de grond. ‘Dat ding was loeizwaar.’ ‘Maar wat doen we met die dode man?’ vroeg Sienna. ‘Hoelang denk je dat hij in die kist ligt?’ ‘Ik wil het niet weten,’ zei David. Hij vond het al erg genoeg dat ze deze gruwelijke vondst hadden gedaan. Misschien waren er nog meer dingen in deze kamer verborgen, die ze op het eerste moment niet hadden gezien. Hij keek naar de open kasten. Vervolgens dwaalde zijn blik naar de badkamerdeur. Die kamer hadden ze nog niet gecontroleerd. Stel dat er een tweede lijk in het bad lag. ‘Sienna?’ vroeg hij voorzichtig. ‘Zullen we gaan? We maken de sarcofaag dicht en kijken er niet meer naar om.’ Sienna leek hem niet te horen. Ze stond vlak voor de kist. In haar handen hield ze een ketting die om de hals van de dode man hing. Er hing een gouden hangertje aan. ‘Dit is hetzelfde Ankh-tekentje als van het hangertje aan de sleutel,’ mompelde ze. ‘Hoe zou dat komen?’ David ging naast haar staan, terwijl hij zijn neus dichthield. ‘Sienna, hoor je me wel?’ Sienna draaide haar hoofd en keek hem vragend aan. ‘Natuurlijk hoor ik je. Maar vind jij dit niet vreemd?’

19


‘Nee,’ zei hij kortaf. Hij had geen zin om nog langer in deze kamer met het lijk te blijven. Hoe eerder ze hier weg waren, hoe beter. ‘Ze komen er vroeg of laat toch achter,’ zei Sienna. ‘Als de volgende gast hier verblijft, ruikt die vast iets verdachts. En dan gaan ze zoeken. En dan vinden ze …’ ‘Dat is niet ons probleem,’ onderbrak David haar. ‘Stop anders een luchtverfrisser bij hem, dan blijft hij een tijdje fris.’ ‘Goed idee!’ Sienna liep naar de badkamerdeur, opende deze, en bleef op de drempel staan. David kreeg een raar gevoel in zijn buik. ‘Wat is er?’ vroeg hij. Hij zag een beeld voor zich van een bad met donkerrood water, een arm die losjes over de rand hing, en een douchegordijn dat voor de helft van de stang was gerukt. Sienna verdween in de badkamer en kwam terug met een wcspray. Hiermee spoot ze het lijk van boven tot beneden in, waarna het heerlijk naar lavendel rook. Ze deed een stap naar achteren en vroeg: ‘Zullen we hem weer verbergen?’ David knikte. Hij tilde samen met haar het deksel op en duwde deze tegen de sarcofaag. ‘En nu?’ vroeg hij. ‘De scharnieren zitten er niet meer op.’ ‘Kun je hem nog heel even tegenhouden?’ Sienna zakte door haar knieën en wreef met een hand over de donkerblauwe vloerbedekking. Een paar seconden later kwam ze overeind met een paar kleine nagels in haar handpalm.

20


‘Ik probeer de scharnieren vast te maken,’ zei ze. Terwijl David het deksel stevig dichthield, sloeg Sienna stevig met een hamer de nagels terug in de scharnieren van de sarcofaag. Het duurde niet lang voordat David voelde dat de weerstand minder werd. Opgelucht haalde hij adem. ‘We hebben dus officieel een dode in het hotel,’ zei hij. ‘Ik had gedacht dat het veel enger zou zijn, maar het valt best mee om een lijk te zien.’ ‘Vind je?’ vroeg Sienna. ‘Dat had ik van jou niet verwacht. Normaal ren je al weg als ik een spin doodtrap.’ ‘Dit is anders. Ik ben intussen ook nieuwsgierig geworden naar wat er hier is gebeurd.’ ‘Ik niet meer.’ Ze ruimde de hamer op en verliet de kamer. Op de gang riep ze David. ‘Ik kom al,’ zei David. Hij keek een laatste keer naar de sarcofaag en klopte zachtjes op het hout. ‘We komen terug.’ Op de gang keek Sienna hem doordringend aan, met haar handen stevig in de zij. ‘Wat heb jij?’ vroeg David verbaasd, terwijl hij de deur van de Nachtegaalkamer achter zich dichttrok. ‘Je mag hier tegen niemand iets over zeggen,’ zei ze. ‘Dit is ons geheim.’ ‘Meen je dat echt? Je weet toch dat ieder gezin wel een lijk in de kast heeft,’ zei hij sarcastisch. ‘Dit lijk gaat uit elkaar vallen en stinken. Als Eline morgen de kamer schoon gaat maken, vindt ze hem

21


vast en zeker.’ Sienna draaide zich om en liep naar de trap. ‘Ik meen het, David! Geen woord hierover!’

‘s Avonds was het druk op de eerste verdieping van het hotel. Iedere vrijdagavond werd er in de Flamingozaal iets georganiseerd. Dat was de grote zaal die aan het einde van de gang lag. Deze bood plek voor alle gasten in het hotel, zelfs als het helemaal volgeboekt was. David keek zijn ogen uit. Links en rechts tegen de muur stonden prachtig opgemaakte buffettafels. IJssculpturen in de vorm van flamingo’s hielden het exotisch fruit gekoeld. Het verbaasde hem dat ze de zaal iedere week zo mooi konden aankleedden. Ook vanavond zaten er veel mensen op de roze, fluwelen stoelen, te wachten tot de voorstelling begon. David liep via een smal gangpad helemaal naar voren en zocht Sienna. Normaal hadden ze hun vaste plek vooraan, maar daar was ze niet te vinden. Hij liep langs het podium en keek er vluchtig naar. Er stond een ouderwetse, sierlijke microfoon. Op de achtergrond zat de pianist al klaar achter zijn piano. Via een deur kwam David in de kleedkamer naast het podium terecht, waar tante Nora de laatste stemoefeningen deed. Toen ze hem zag, schraapte ze overdreven haar keel en trok ze haar lichtblauwe jurk iets strakker. Doordat ze iets flinker was, waren haar rondingen nog duidelijker te zien.

22


‘Weet jij waar pap of Sienna is?’ vroeg David. Eerst deed ze alsof ze hem niet hoorde. Toen wees ze met een vinger naar de deur. David zag zijn vader aan de andere kant van de zaal, waar hij met Liam, de kok, praatte. ‘Bedankt,’ zei hij tegen Nora en liep langs de buffettafels, onder verschillende bogen met flamingo’s door, naar zijn vader. ‘Pap, pap,’ zei hij. ‘Heb jij Sienna ergens gezien? Ze zou allang hier moeten zijn.’ Zijn vader maakte zijn zin in het gesprek met Liam af en keek hem aan. ‘Hoe moet ik dat weten? Ik heb haar hier niet gezien. Maar nu je er toch bent, kan jij even tegen een bediende daarachter zeggen dat Nora een fles water zonder bubbels heeft gekregen? Ze wil alleen met prik.’ ‘David?’ hoorde hij iemand roepen. Hij keek om en zag Sienna verderop zitten. Ze zwaaide en gebaarde dat hij bij haar moest komen zitten. ‘Zeg jij het maar tegen iemand,’ zei David tegen vader. Hij liep richting zijn zus en baande zich een weg langs de zittende gasten. Af en toe trapte hij op de tenen van iemand, wat hem gemorrel opleverde. ‘Waarom zit je hier? Ik heb je overal gezocht.’ ‘Ik hield het vooraan niet langer vol,’ zei Sienna. ‘Volgens mij verwachten de mensen er te veel van.’ ‘Ik hoorde Nora net oefenen en ze klonk veel te schel,’ zei David.

23


In de zaal dimde het licht. Het geroezemoes werd minder en mensen die nog stonden, zochten snel een plek om te gaan zitten. David’s vader liep naar de kleedkamer, waar zijn schoonzus was,’ en trok de deur achter zich dicht. Op datzelfde moment werden er een paar spotjes op het podium gericht. Flamingo’s, die met touwen aan het plafond hingen, vielen omlaag, tot ze net boven de hoofden van het publiek kwamen. Met hun snavels prikten ze bijna in het haar van de gasten. ‘Soms kan mama echt overdrijven,’ fluisterde Sienna. ‘Die fantasie van haar wordt met de dag erger.’ David keek vooral naar het podium, waar ieder moment tante Nora kon verschijnen. ‘Waarom komen we eigenlijk iedere week?’ vroeg David zich hardop af. ‘Omdat we geen andere keuze hebben,’ zei Sienna. ‘Wat is er anders te doen op een avond waarop er bijna niemand meer in de rest van het hotel is?’ ‘Niks. Buiten is alles allang afgesloten. Anders hadden we nog even naar het zwembad gekund.’ Heel even dacht hij aan het lijk. Meteen voelde hij een knoop in zijn maag en zat zijn keel dicht. Met moeite slikte hij de angst weg. Wat als er in de zaal mensen aanwezig waren die er iets vanaf wisten? Sienna stootte hem met haar elleboog aan. ‘Luister,’ zei ze doodserieus, ‘ik heb een plan. Ik wil niet dat anderen het horen. Kom je

24


mee naar mijn kamer?’ ‘Wacht even tot tante Nora is begonnen. Dan valt het niet zo op.’ Ze hielden zich beiden stil tot de pianist de eerste noten aansloeg en hun tante begon te zingen. In de zaal hielden sommige kleine kinderen hun handen over hun oren en begonnen te huilen. Nora negeerde hen en zong geconcentreerd haar operanummer, terwijl ze strak voor zich uit keek. ‘Ik heb genoeg gehoord,’ fluisterde Sienna in David’s oor. ‘Ik ga.’ David wilde nog iets terugzeggen, maar zijn zus was er al vandoor. Beiden kropen ze langs de mensen richting het gangpad. Dat leverde hen verontwaardigde en boze blikken van de gasten op. Ze verlieten de Flamingozaal, liepen door de gang, en sloegen halverwege linksaf, de trap op, richting Sienna’s kamer. Achter de grote incheckbalie was een deur met een lange smalle gang erachter. Hier waren de verschillende kantoorruimtes van de medemerkers. Aan het einde ging een trap naar boven, naar de verdieping waar David met zijn familie woonde. Toen ze de trap op liepen, kwam hun moeder omlaag. Ze keek verbaasd naar de tweeling. ‘Wat doen jullie hier? Zijn jullie niet bij de voorstelling van tante Nora?’ ‘Ze bakt er niks van,’ zei Sienna nors. ‘Ik heb het geprobeerd, mam, maar ik kon er echt niet naar luisteren.’ Hun moeder liep lachend verder. Onderaan de trap bleef ze nog even staan. ‘Papa zei trouwens dat jullie nogal raar deden in de Nachtegaal-

25


kamer.’ David bleef als versteend op een tree staan. Zijn zus draaide zich losjes om. ‘Hoezo raar? We wilden verstoppertje spelen, maar toen beseften we dat dat van papa helemaal niet mag.’ ‘Ik zal het er nog eens met hem over hebben. Jeremiah belde trouwens en vroeg naar jullie. Hij wilde morgenochtend hier naartoe komen. Ik denk dat hij jullie mee wil vragen naar het paleis.’ Jeremiah was de zoon van sjeik Hamad. Het was een vrolijke, smalle jongen van vijftien jaar, met donker kort haar en grote bruine ogen. Hij kwam heel vaak naar het resort, om met hen de woestijn in te gaan. Door hem hadden ze zelfs een groep nomaden leren kennen, die af en toe in de buurt voorbij trokken. ‘Leuk,’ zei Sienna. ‘Dan kunnen we misschien bij Hamad eten.’ Ze liepen door naar de kamer van Sienna. David liet zich gelijk op haar bed vallen en ondersteunde zijn hoofd met zijn handen. ‘Wat een gekke dag,’ zei hij. ‘We maken veel mee, maar zoiets als dit had ik niet verwacht.’ Sienna stond met haar rug tegen de deur. ‘Luister,’ zei ze. ‘Ik probeer het kort te houden. Het is duidelijk dat hier meer aan de hand is. We weten nog niet wat, maar we moeten onderzoeken wat er hier in het hotel aan de hand is. Die dode man is waarschijnlijk gestorven omdat hij niet meer uit de sarcofaag kwam. De vraag is: Hoe kwam hij erin, alleen of met de hulp van iemand anders? En wie is deze persoon? Het is goed dat Jeremiah morgen komt, dan kunnen we het er met hem over hebben. Hij is altijd zo slim met mysteries en puz-

26


zels.’ David ging overeind zitten. ‘Dit is geen puzzel,’ zei hij. ‘We hebben hier te maken met een dode.’ ‘Weet ik wel, maar we moeten erachter zien te komen waarom zoiets in ons hotel gebeurd. Misschien is het een vloek van de farao.’ ‘Nu ga je echt te ver.’ Hij keek via het raam naar buiten, waar de avond als een dichte sluier over de woestijn en het resort was gevallen. ’s Avonds koelde het flink af en zag alles er zo verlaten uit. Verderop stonden steigers en hoge hekken. Op die plek werd het resort uitgebreid. David zag lichtstralen op het bouwterrein. ‘Moet je dit zien,’ zei hij tegen zijn zus. ‘Zijn er nog mensen aan het werk op dit tijdstip?’ Sienna ging naast hem op het bed zitten en keek naar de bouwplaats. ‘Dat zijn zaklampen,’ zei ze. ‘En het zijn zeker niet de bouwvakkers, want die zijn allang naar huis.’ ‘Wie is dan bij de steigers?’ vroeg David. Hij dacht weer aan het lijk en vroeg zich af of dit er iets mee te maken had. ‘Geen idee, maar we kunnen een kijkje nemen.’ Sienna sprong van het bed af en pakte een vest en zaklamp uit haar kast. David hield haar bij de deur tegen. ‘Wat als we straks iemand vinden, en het blijkt een inbreker te zijn? Er is niemand die ons kan helpen. Moeten we pap niet waarschuwen?’ ‘Er zal heus niets gebeuren, we doen voorzichtig. Pap hoeft hier niets vanaf te weten.’

27


David knikte. Hij liep de gang op, opende de deur van zijn eigen kamer en raapte een trui van de grond. Deze trok hij aan over zijn Tshirt. Samen liepen ze de trap omlaag naar de lobby, waarna ze via de hoofdingang het gebouw verlieten. Buiten waaide er een frisse wind. Verderop, bij de dichtstbijzijnde oase, klonk het geluid van de waterpompinstallatie van het zwembad. Het was best eng om hier met z’n tweeën te lopen, zo in het donker. Overal lieten nachtdieren zich horen. In de verte klonk een woestijnuil, tussen de lage struiken tjirpten de krekels. David bleef dicht bij zijn zus en keek intussen om zich heen. De lichten verderop schenen nog steeds allerlei kanten op. Ze liepen langs het zwembad, over een pad van kiezelsteentjes naar het achtergelegen gedeelte van het resort. ‘Denk je …’ wilde David vragen, maar Sienna stompte hem in zijn buik. Hij keek haar kwaad aan. Zij hield een vinger voor haar mond en keek woest terug. Voor het gedeelte dat nog in aanbouw was, bleven de twee staan. Hier stond een hek. ‘Afgesloten,’ fluisterde Sienna, terwijl ze de klink van de poort naar beneden duwde. David keek door een opening tussen de poort en het hek naar de steigers. De lichten waren verdwenen. Het was er ook zo spookachtig stil, bijna alsof er iemand in de gaten had dat de tweeling er aankwam.

28


‘Ze moeten via de poort zijn vertrokken,’ zei Sienna. ‘Het hek gaat helemaal om het bouwterrein heen, dus ze kunnen er nergens anders uit.’ Ze stak haar handen in haar broekzak en haalde iets tevoorschijn. ‘Wat is dat?’ vroeg David, die in het donker niet veel kon zien. ‘De sleutel uit de Nachtegaalkamer. Het is hetzelfde merk als het slot. Misschien past hij op deze poort.’ David begreep er niets van. Hoe kwam een sleutel in de broekzak van een dode man terecht? Verderop hoestte er iemand. Er ging heel kort een licht aan en meteen weer uit. Kort daarna klonk het geluid van een vallende ijzeren paal. Toen was het weer stil.

29


Lees de rest in Het woestijnhotel Verwacht in 2014

30

Het woestijnhotel, de eerste twee hoofdstukken  

Lees nu de eerste twee hoofdstukken van het nieuwe boek van Michael Reefs. Ga voor meer informatie naar www.michaelreefs.nl/woestijnhotel W...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you