Page 1

De familie Maelwael-Van Limburg In de tweede helft van de veertiende eeuw is de kunstenaarsfamilie Maelwael-Van Limburg in Nijmegen actief. Beroemde telgen zijn Jan Maelwael en de gebroeders Paul, Herman en Jan van Limburg. Het werk van de gebroeders Van Limburg is wereldberoemd geworden onder de naam van hun opdrachtgever Jean de France, Duc de Berry (1340 - 1416) die afwisselend in Bourges en Parijs verbleef. De gebroeders Van Limburg werken aan zijn hof onder meer aan het kopiëren, samenstellen en vooral het illustreren van manuscripten als Les Belles Heures en Les Très Riches Heures.

In Bourgondische dienst Johan en Herman van Limburg, neefjes van Jan Maelwael, arriveren op initiatief van hun oom in Parijs. Daar gaan ze in de leer bij de edelsmid Alebret de Bolûre. Na een tussentijds verblijf in Nijmegen, waarbij ze tijdens hun reis zelfs nog gegijzeld worden, keren ze rond 1402 terug. Enige tijd later voegt hun broer Paul zich bij hen, waarschijnlijk eveneens op uitnodiging van oom Jan, die hen een opdracht van hertog Philips de Stoute bezorgt. De drie broers treden in dienst van de hertog en werken in het huis van zijn lijfarts aan een Bible Moralisée, een fraai verlucht handschrift dat een gemoraliseerde bijbelbewerking bevat

en, eenmaal voltooid, meer dan 5000 miniaturen dient te tellen. Helaas overlijdt Philips voordat deze grote opdracht voltooid kan worden; de gebroeders zijn niet verder gevorderd dan de eerste drie katernen, waarin ze zo'n 384 miniaturen hadden aangebracht.

Naar de hertog van Berry Philips de Stoute bezocht tijdens zijn leven regelmatig zijn broer Jean, de hertog van Berry. De hertog van Berry kende daardoor de talenten van de hofschilders van zijn broer, de gebroeders Van Limburg. Wanneer Philips in 1404 overlijdt, neemt de hertog van Berry de gebroeders Van Limburg dan ook in dienst. Uit een charter uit 1405 blijkt dat de gebroeders op dit tijdstip al voor hem werken. Jean de Berry is een gepassioneerd verzamelaar van allerlei rariteiten, juwelen, exotische dieren en relieken en spendeert er enorme sommen geld aan. Echter, zijn grootste passie is verluchte handschriften. Hij koopt ze, vraagt ze ten geschenke, en geeft ze in opdracht. Het bijzondere talent van de gebroeders zet hij dan ook in voor het vervaardigen van twee bijzondere

handschriften, waarvoor hij hen rijkelijk beloont.


Naar Parijs en Bourges Mogelijk is Paul van Limburg betrokken bij de decoratie van het kasteel van Bicêtre bij Parijs, één van de vele verblijven die Jean de Berry laat bouwen of verfraaien. Jammer genoeg gaat dit kasteel later verloren bij een volksoproer. Jean de Berry heeft inmiddels zoveel vertrouwen in de gebroeders Van Limburg dat hij hun de opdracht geeft voor een nieuw getijdenboek, dat uniek in zijn soort moet zijn. Dit manuscript wordt later bekend als Les Belles Heures de Jean, duc de Berry. De hertog van Berry schenkt aan Paul van Limburg een groot huis in Bourges, om deze getalenteerde schilder aan zich te binden. De broers ontwikkelen zich, zoals hun oom Jan Maelwael en diens vader Willem al eerder deden, tot intimi van de hertog die in zijn directe omgeving verkeren. Ze schoppen het tot hovelingen aan het hertogelijke hof van Jean de Berry, die hun na Les Belles Heures opdracht geeft tot een getijdenboek dat alle andere getijdenboeken moet overtreffen, de zogenaamde Très Riches Heures. In 1415 overlijdt Jan van Limburg. Herman en Paul werken aan het handschrift tot aan de

dood van hun opdrachtgever en vriend, Jean de Berry, in 1416. Het werk is dan nog niet voltooid; ongeveer één derde van de geplande miniaturen zijn daadwerkelijk uitgevoerd. Enkele maanden later overlijden ook Herman en Paul, onder omstandigheden waarover niets bekend is; mogelijk worden zij het slachtoffer van een epidemie. Er valt te speculeren over de pest, die vanaf de veertiende eeuw geregeld uitbreekt. Wellicht heeft het ook te maken met de verdediging van de stad Bourges, waaraan alle weerbare mannen deel dienden te nemen. De gebroeders zijn op het moment van overlijden niet veel ouder dan 35 jaar, dus onmogelijk is dit niet.

Generaties Eerste generatie De gebroeders Van Limburg zijn direct gelieerd aan het Nijmeegse kunstenaarsgeslacht Maelwael, dat mogelijk uit Kleef of Xanten afkomstig is. De eerste generatie Maelwaels laat in 1370 in Nijmegen van zich horen: de bronnen noemen de broers Herman en Willem, en een derde broer Johan die priester is. Herman en Willem zijn schilders, die zich bezighouden met het beschilderen van schilden, banieren en wimpels met heraldische emblemen. Het Gelderse hertogelijke hof is een belangrijke opdrachtgever. Hierdoor staan deze schilders in direct contact met de hertog, het begin van een netwerk dat latere generaties zullen uitbouwen tot de machtigste hertogen in Frankrijk. Herman en Willem zijn 'zelfstandig ondernemer'. Ze werken vanuit hun eigen atelier of werkplaats en bezitten beiden een huis in de Burchtstraat te Nijmegen, die van de Grote Markt naar het Valkhof loopt. Herman is tevens wapenkoning van hertog Willem van Gülik, een belangrijke functie die hij waarschijnlijk te danken heeft aan zijn grote kennis op het gebied van heraldiek. Na 1396 verdwijnen Herman en Willem Maelwael uit de Gelderse annalen. Tweede generatie Willem Maelwael krijgt een dochter, Metta, en een zoon, die ook schilder wordt en in het atelier van zijn vader werkt: zijn naam is Jan Maelwael. Het werk van deze getalenteerde jongen valt op, zodat de Gelderse hertogin Katharina van Beieren hem bij haar nicht Isabella, de koningin van Frankrijk, aanbeveelt. Zo sleept Jan in 1396 een belangrijke opdracht van Isabella van Beieren in de wacht en reist hij af naar Parijs. Een jaar later neemt de hertog van Bourgondië, Philips de Stoute, hem in dienst en verkast Jan naar de Bourgondische hoofdstad Dijon, waar hij snel carrière maakt. Niet alleen wordt hij een van de best betaalde kunstenaars in Frankrijk, maar ook hij krijgt een officiële functie aan het hertogelijke hof. Zijn belangrijkste werk maakt hij voor het kartuizerklooster van Champmol, vlak bij Dijon, waar hij samenwerkt met grote kunstenaars als Jean de Beaumetz en de Haarlemse beeldhouwer Claus


Sluter. Uit eigentijdse bronnen blijkt dat hij behoorlijk productief was en zeer gewaardeerd werd. Helaas is er geen enkel schilderij bewaard dat we met zekerheid aan hem kunnen toeschrijven, aangezien hij, zoals in die tijd gebruikelijk, zijn werk niet signeerde. Wel zijn er enkele goede kandidaten, zoals een tondo met een afbeelding van de Pietà in het Louvre te Parijs en een Madonna met Engelen in Berlijn. Zo zet Jan Maelwael de schildertraditie van zijn vader en oom voort. Wanneer in 1404 Philips de Stoute overlijdt, volgt zijn zoon Jan zonder Vrees hem op. Jan reist vervolgens in 1405 terug naar Nijmegen, waar hij in het huwelijk treedt met Heilwig van Redinchaven, met wie hij vier kinderen krijgt. In 1415 sterft Jan Maelwael in Dijon, waar hij dan met zijn gezin woont. Jan zonder Vrees geeft het overgebleven gezin een pensioen. Derde generatie Rond 1400 besluit Jan Maelwael zijn neefjes, de gebroeders Paul, Herman en Johan van Limburg, de zonen van zijn zus Metta en daarmee de derde generatie, naar Parijs te halen. Metta was rond 1380 getrouwd met Arnold van Limburg, een beeldsnijder. Als beeldsnijder had Arnold een duidelijke relatie met de schilders of 'stoffeerders', die zorg droegen voor de kleurige beschildering van de houten beelden, zoals dat in de Middeleeuwen gebruikelijk was. Arnold neemt dan ook de leiding over het atelier over, wanneer zijn zwager Jan Maelwael in 1396 naar Frankrijk vertrekt.

Europa rond 1400 De kerk was een belangrijke factor in het maatschappelijk leven rond 1400 en maakt in die dagen een diepe crisis door. Twee rivaliserende pausen hebben elk hun eigen aanhang in Rome en in Avignon. Overal in Europa komen mensen in verweer tegen het moreel verval van de kerk, zoals John Wycliff in Engeland, Jan Hus in Bohemen en Geert Grote in de Lage Landen. Zij proberen de kerk nog van binnenuit te hervormen, maar ruim een eeuw later zal Maarten Luther de definitieve Reformatie inluiden, waardoor een afsplitsing van gelijkgestemden een feit wordt. De pestepidemieën, die tussen 1350 en 1450 telkens weer de kop opsteken en talloze slachtoffers eisen, zijn een andere belangrijke crisis uit die tijd. Eén op de drie inwoners in Europa komt erdoor om. Dit leidt weer tot een diepgaande economische en mentale crisis, waardoor de maatschappelijke structuur onder vuur komt te liggen. Sociale onrust, burgeroorlogen en roversbenden leiden tot chaos.

Nijmegen rond 1400 Nijmegen maakt een roerige periode door in de veertiende eeuw. Het inwonertal stijgt, ondanks de pestepidemie van 1350. Nijmeegse schippers voeren handel met Engeland en het Oostzeegebied en Nijmegen vindt aansluiting bij de Hanze. Ook cultureel gaat het steeds beter in Nijmegen. Geld, nieuwe ideeën, nieuwe contacten en bouw van kerken en kloosters zorgen voor werk voor kunstzinnige ambachtslieden als edelsmeden, houtsnijders, beeldhouwers en schilders. Nijmegen is de grootste en belangrijkste plaats in het hertogdom Gelre en beheerst het rivierenland tussen Tiel en Wesel. De hertogen van Gelre maken de kastelen van de rond Nijmegen wonende lagere adel met de grond gelijk. Ze hebben goede banden met Engeland en steunen het in de Honderdjarige oorlog tegen Frankrijk. De Nijmegenaren zijn opvallend ondernemend en reislustig. Willem van Gülick, Hertog van Gelre en hoofdbewoner van het Valkhof, onderhoudt veel internationale contacten, met onder meer Rome Engeland, Polen en Litouwen, en reist zelfs naar Afrika. Het is voor Nijmeegse welgestelde jongemannen niet ongewoon om in universiteitssteden als Keulen, Leuven of Heidelberg, of zelfs verder weg, in Parijs, Bologna of Rome, te gaan studeren.

De familie Maelwael en de Gebroeders van Limburg  

Beknopte beschrijving van de familie. Het leven van de gebroeders in Frankrijk.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you