Page 1

11 pionieren in panama

‘We hebben expats zien komen en gaan’

Thorwald en Saskia hebben een bed & breakfast in Panama-Stad, Karen doet onderzoek bij het Panamakanaal en Hans en Terry werden per ongeluk koffieboer in Boquete. Op bezoek in Panama bij de expats.

Saskia Swartz komt al bellend het terras op lopen. De bouwvakker die vandaag zou komen klussen in de nieuwe gastenkamers, is niet komen opdagen. ‘Ik dacht toch dat we gisteren een duidelijke afspraak hadden gemaakt. Maar nu is hij aan het winkelen in de stad.’ Thorwald Westmaas zet zijn bril af. ‘Si Dios quiere’ oftewel ‘Als God het wil’, antwoorden Panamezen als je vraagt of ze komen werken. Schertsend zeg ik dan dat het me niet kan schelen wat God wil. ‘Ik betaal je en ik wil dat je komt.’ Maar dat helpt eigenlijk ook niet. Thorwald leeft al twintig jaar zonder agenda. ‘Dat heeft toch geen zin in Midden-Amerika.’ Ruim een jaar geleden begon het stel de bed & breakfast in Balboa, een ruim opgezette wijk in Panama-Stad, met vrijstaande huizen en tropische tuinen. ‘We vonden hier een geschikt huis en dat hebben we omgebouwd.’ De negen kamers van de Balboa Inn zijn voor 65  procent volgeboekt. Vooral door Amerikanen, waarvan sommigen ooit in Panama-Stad woonden omdat ze voor het Panamakanaal werkten.

niet meer in Nederland woont. Op taalreis in Costa Rica raakte hij bevriend met een Spaanse lerares en hielp haar een school op te zetten. Drie weken werden drie maanden. Uiteindelijk besloot hij te investeren in de talenschool. ‘Ik ben een beetje anarchistisch. Europa is te vol, je mag niks. Naar het buitenland gaan zag ik als avontuur waar ik mijn eigen plannen en ideeën vrij kon uitwerken. Na een paar jaar wil je niet meer terug.’ Ook voor Saskia bleef de taalreis naar Costa Rica niet zonder gevolgen. Ze ontmoette Thorwald. Na hun huwelijk duurde het nog vier jaar voor de stewardess naar San José verhuisde. ‘Ik wilde mijn baan niet opgeven. Ik stelde hoge eisen: leuk werk, dat ook nog een beetje verdient. Geen 500 dollar, het gemiddelde maandinkomen hier.’ Toen Saskia bij de ambassade mocht beginnen, liet ook zij haar leven in Nederland achter zich. In de negen jaar dat ze met plezier in Costa Rica werkte, kregen ze drie kinderen. Thorwald: ‘Toen we ons leven eindelijk op orde hadden, was het tijd voor iets nieuws. Ik zei tegen Sas: “Panama is leuk, ga eens mee!”’ ‘De eerste dag regende het zo hard dat we de auto niet eens uit konden’, herinnert Saskia zich. Ze bezochten de Kanaal‘Expat worden was geen keuze, eerder zone, Albrook en Clayton. ‘Mooi aangetoeval’, vertelt Thorwald, die sinds 1985 legde wijken, heel groen. Met sportparken en een school.’ Ook Thorwald was verkocht. ‘Het is hier veiliger dan in Costa Rica, waar het geweld toeneemt. De huiKaren: ‘Toen we met de bus door de bergen zen in San José zijn omgeven door tralies. reden, kneep ik in hun armen. Kijk eens hoe mooi, hier wóón ik gewoon!’ Je voelt je opgesloten.’ Het stel hakte de

Tralies

| 137


van het zakencentrum. Saskia: ‘Op zondag gaan we vaak naar een strand waarvan welgestelde Panamezen zeggen: “Ga je dáárheen?” Wij vinden het leuk om bij een eenvoudig strandtentje te zitten, terwijl de kinderen lekker in het zand spelen.’

Urker Kotter

Thorwald kijkt vanaf Cerro Ancón uit over Casco Viejo, het koloniale stadscentrum.

knoop door en opende een talenschool in Clayton. Die school is inmiddels alweer verkocht, nu houden ze zich vooral bezig met de bed & breakfast. ‘Genoeg gepraat. Tijd om je Panama-Stad te laten zien.’ Met de Mitsubishi pickuptruck rijden we naar Cerro Ancón, het hoogst punt van de stad. De weg slingert omhoog langs tropische planten en riante villa’s, waar tot tweeduizend Amerikaanse generaals woonden. De vochtige lucht ruikt kruidig. Vanaf de ene kant van de berg kijk je uit op torenflats en Casco Viejo, het koloniale stadscentrum. Aan de andere kant is de infrastructuur te zien die de Amerikanen hebben aangelegd. Het vliegveld van Albrook, een haven met honderden containers en woonwijken voor duizenden Amerikanen, die het Panamakanaal tot tien jaar geleden in handen hadden.

Tropische droom Over de Calzada de Amador, een pier van twee kilometer met palmbomen, rijden 138 | hoe word ik expat?

we naar een jachthaven met restaurants en terrasjes. Tijdens de wandeling langs de dure boten vertelt Thorwald over de expats die ze hebben zien komen en gaan. ‘Zelfs een idyllisch hotelletje aan zee gaat na een tijdje vervelen. Dan komen er kinderen en die moeten op een gegeven moment naar school. Maar in pittoreske plaatsjes is geen goed onderwijs. Dan verhuizen gezinnen naar de stad, maar daar is het niet zo leuk en vaak stukken duurder. Een goede privéschool kost zo’n duizend dollar per maand als je een paar kinderen hebt. Sommige expats keren berooid terug als de tropische droom niet zo makkelijk te verwezenlijken blijkt. Panamezen beloven veel, maar je moet het allemaal zelf doen. Verwacht niet dat ze staan te springen om Nederlandse en Belgische ondernemers en de gewone banen zijn voor Panamezen. Als je hier komt wonen, moet je zelf werk creëren. Je hebt voldoende startkapitaal nodig. Honderdduizend euro is zo op en reken niet op de hulp van banken!’ Thorwald en Saskia boeren goed, maar zijn niet elk weekend te vinden op dit luxeterras met uitzicht op de skyline

Op naar Clayton, de wijk waar het gezin woont. Links van de weg ligt het Panamakanaal. De bovenkant van een containerschip piept boven het landschap uit. Deze joekel wacht totdat hij de Mirafloressluizen door mag. Rechts rijden we Ciudad del Saber binnen. Instanties als Unicef en het World Food Program hebben een kantoor in deze kennisstad. Belastingvoordelen moeten internationale organisaties naar deze plek lokken. De rest van het oude Amerikaanse bastion is woongebied. Thorwald en Saskia wonen hier nu vijf jaar. Saskia: ‘Er was veel leegstand. Nu wordt het leuk, appartementen worden opgeknapt en er is zelfs een minisupermarkt.’ Ze wonen in een ruim huis, waarvan ze de helft verhuren. De tuin staat vol

Facts & Figures Van 1502 tot 1821 was Panama een provincie van Spanje, waarna het is opgenomen in Groot-Colombia. Het land is opgesplitst in negen provincies en daarnaast nog vijf indiaanse gemeenschappen, de zogenaamde comarca. Het kanaal werd begin 1900 in een verdrag ‘voor altijd’ tot Amerikaans eigendom verklaard. Op 31 december 1999 kreeg Panama echter volledige soevereiniteit over het Panamakanaal. Panama heeft een nat, tropisch klimaat, waarbij de droge periode tussen januari en mei loopt. De kust is vlak, maar de binnenlanden zijn bergachtig. Met 3477 meter is de Volcan de Chiriqui de hoogste berg van het land.

exotische planten, onder het afdak staan kinderfietsjes. Hun dochter (10) en de tweeling  (8) kunnen gewoon op de fiets naar de internationale school. Het gezin

Het Panamakanaal is 81 kilometer lang en er kunnen schepen door met een maximale breedte van 32 meter.

pionieren in panama | 139


heeft ook een dienstmeisje, die het huis schoonmaakt en kookt. Thorwald: ‘Een lieve meid uit Colombia. Ze heeft haar eigen kamer met badkamer. Dat zat al in het huis, want de Amerikanen hadden ook een empleada. Wij moesten erg wennen aan die hiërarchie, maar zij vindt dat normaal.’ Thorwald is hier op zijn plek, hij blijft nieuwe projecten opzetten. Nu is hij bezig met het ombouwen van een Urker Kotter naar een luxueuze motorjacht. ‘Ik wil mensen meenemen op expeditie, zodat ze het belang van natuurbehoud inzien.’ De ondernemer wijst naar het bos. Clayton is aangebouwd tegen een natuurpark. ‘Ik word ’s ochtends wakker van de vogeltjes. Het leven is hier goed.’

de dagelijkse praktijk met elkaar samenwerken aan dit infrastructurele megaproject. Met dit onderzoek hoopt de organisatieantropologe te promoveren. ‘De eerste twee maanden waren lastig. Ik wilde allerlei mensen spreken. “Dat kan zo maar niet”, hoorde ik telkens. Toen kwam Rijkswaterstaat langs om belangrijke lui te ontmoeten. Wanneer ze zagen dat ik een onderzoeker was en geen student, gingen deuren voor me open. Nu loop ik gewoon binnen bij iedereen. Maar nog steeds word ik niet voor alle vergaderingen uitgenodigd.’

Het Panamese kantoorleven is best wennen. Zo begint de werkdag al om zeven uur ’s ochtends. ‘Ik had me voorbereid op een tropisch klimaat, maar op kantoor is het door de airco hartstikke koud. Ik switch de hele dag van kleding.’ Als haar collega’s met hun bakje rijst met Karen Smits woont pas vier maanden bonen naar de magnetron wandelen, in Panama-stad. Als de achterdochtige wordt Karen opgehaald door vriendin bewakers me binnenlaten op de oude Blanca. De regen komt met bakken uit legerbasis, sta ik op het terrein van de de lucht. ‘Je kunt de klok erop gelijkzetAutoridad del Canal de Panamá (ACP). ten. Om twaalf uur barst het los, het is Vrolijk ontvangt de twintiger me op haar nog regenseizoen.’ In een mum van tijd kantoor. Op hoge hakken gaat ze me voor verandert de straat in een rivier. Algauw naar haar kamer. ‘Weet je wel dat dit de staan we vast in het verkeer. Op het rijmeest geliefde werkgever van dit land is? vak naast ons probeert het hulpje van Komt door de hoge salarissen en goede de chauffeur zijn diablo rojo, een beschilarbeidsvoorwaarden.’ De ACP is bezig derde Amerikaanse schoolbus, luidkeels met de verbreding en uitbreiding van het vol te krijgen. Kadoef. Een wiel rijdt in Panamakanaal. Karen onderzoekt hoe een gat. ‘Putdeksel gestolen’, verklaart de verschillende organisatieculturen in Blanca. Even verderop blijkt waarom het verkeer stilstaat. ‘Kissing cars’, lachen de vriendinnen. Auto’s moeten na een botKaren: ‘Panamezen zijn aardige, open en sing op de weg blijven staan totdat de hulpvaardige mensen. Ik probeer zoveel mogelijk met hen om te gaan.’ politie arriveert. De lunchpauze is te kort om het Chinese restaurant te halen. Het wordt de Libanees. De vriendinnen hebben moeite elkaar te verstaan boven de schalen falafel. Aan de overkant van de straat zijn bouwvakkers aan het boren: in het zakencentrum verrijst alweer een nieuwe kantoortoren.

Panamakanaal

‘Panama is een divers land, dat maakt het leuk. Op de eilandengroep Bocas del Toro proef je de Caribische sfeer, in de jungle wonen inheemse bevolkingsgroepen en Panama-Stad bruist.’ In het weekend gaat Karen duiken of trekt ze naar de bergen. 140 | hoe word ik expat?

Thorwald Westmaas, Saskia Swartz en hun kinderen leven zonder agenda. ‘Dat heeft toch geen zin in Midden-Amerika.’

‘Een collega heeft een privévliegtuigje. Laatst hebben we ontbeten op de SanBlaseilanden, een archipel met vierhonderd tropische eilandjes in de Caribische Zee, waar Kuna-indianen wonen. We vlogen over het Panamakanaal, prachtig. Na het snorkelen gingen we weer terug.’ Vriendinnen waren ook al op bezoek. ‘Toen we met de bus door de bergen reden, kneep ik in hun armen: “Kijk eens wat mooi, hier wóón ik gewoon!”’

Moorden Er zijn ook momenten van verbazing. Karen vernoemt de lange rij geduldig wachtende mensen, die bij een loket in de supermarkt hun elektriciteitsrekening komen betalen. Winkelcentra die stampvol zijn als mensen net hun loon hebben ontvangen. ‘Laatst ging ik stappen in Calle Uruguay. In de discotheken was geen hond te bekennen. Het was de week na de feestdagen, dan is iedereen blut.’ ‘En toen ik in de sportschool op de loopband rende, zag ik op televisie hoe

iemand werd neergeschoten. Niemand reageerde. Daar schrok ik van. In sommige wijken plegen bendes twee moorden per week, de beveiligingsbeelden laten ze gewoon op televisie zien.’ ‘Ongemerkt kost acclimatiseren veel energie. Alles is nieuw: het klimaat, mijn werk en zelfs het boodschappen doen. Ik wandel hier nooit over straat, ik ga zelfs met de taxi naar de supermarkt. Dat mis ik echt: mijn fiets. Dat maakt je onafhankelijk.’ In het begin was Karen alleen maar aan het rennen, ze wilde overal bij zijn en vond alles belangrijk. ‘Toen moest ik even diep ademhalen, maar nu zit ik er helemaal in. Panamezen zijn aardige, open en hulpvaardige mensen. Ik probeer zoveel mogelijk met hen om te gaan.’ Dan steekt ze haar hand lachend uit. ‘Kijk, ik heb mijn nagels bij de manicure laten doen, als een echte Panamese.’ Karen zou hier best langer willen blijven. ‘Het is een mooi land en een leuk onderzoek. Ik voel me als een vis in het water. Maar voor het schrijven van mijn proefschrift moet ik afstand nemen om de data te analyseren. pionieren in panama | 141


dronken. Prachtig.’ Thuis bleven ze erover praten, en dus stapten ze drie maanden later weer op het vliegtuig om uit te zoeken of ze in de bergen van Boquete konden wonen. Ze praatten met dokters, makelaars en advocaten. Ze waren hun stresserende banen beu, en dus dachten Hans en Terry dat ze nooit meer wilden werken. ‘We wilden niet naar Panama om rijk te worden. Gelukkig spraken we een advocaat die ons wel kon inschatten. Hij wilde geen gepensioneerdenkaart voor ons regelen, een verblijfsvergunning waarmee je niet mag werken. “Jullie zijn nog jong, jullie gaan hier niet stilzitten.”’ De advocaat kreeg gelijk.

Koffieboeren Eerst bouwden ze een huis. Toen dat klaar was, keken ze elkaar aan: ‘Wat zullen we nu eens gaan doen?’ Het stel begon met het vrijmaken van de koffiebomen, want vroeger was dit een koffieplantage. Hans en Terry van der Vooren wonen als koffieboeren in Boquete. ‘Iemand vertelde dat we moesten gaan Op een gegeven moment hadden ze vier plukken. Dat bleek zalig om te doen. Overvliegende hectare schoon en werd de koffie rijp. papegaaien, apen die je bekogelen met houtjes.’ Terry: ‘Iemand vertelde dat we moesten gaan plukken. Dat bleek zalig om te doen. Overvliegende papegaaien, apen die je Als dit jaar erop zit, ga ik weer terug naar bekogelen met houtjes. Opeens noemde de buurman ons koffieboeren. Grappig, Amsterdam.’ zelf hadden we dat idee totaal niet; we moesten alles leren.’ Lachend haalt Terry haar schouders op. ‘Ach, we waren altijd al gek op goede koffie.’ Hans en Terry van der Vooren uit Boquete denken geen moment aan terugkeren. Op hun terras met uitzicht op dichtbegroeide bergen vertelt Hans hoe hij twaalf jaar geleden in een boom klom. In twaalf jaar tijd is Boquete veel veran‘Mooi uitzicht, laten we het maar doen’, derd. Hans vertelt over het postkantoor, riep hij tegen zijn wederhelft. En dat ter- dat nog met morse werkte toen ze er net wijl ze het prima voor elkaar hadden. Een woonden. En hun huis, dat ze zonder mooi huis in de Betuwe en succesvolle elektriciteit moesten bouwen. ‘Nu staan carrières: Hans als technicus, Terry als er computers op scholen en lopen menleidinggevende in de zorgsector. ‘Maar sen met mobieltjes. Knap hoe snel de we hadden het gehad met ons drukke mensen zich aanpassen. De meesten zijn leven’, zegt Terry. Tijdens een vakan- toch laagopgeleid.’ tie in Panama vielen ze voor dit gebied. Hoewel Boquete in 1950 al werd bezocht ‘Het was hier wildwest. In de straten van door Amerikaanse filmsterren, kwamen Boquete zag je meer paarden dan auto’s. er in het begin weinig toeristen. Hans Bistro Boquete was toen nog een bar waar en Terry verzorgden ongeveer drie kofmensen zittend op hun paard een biertje fietours per maand. ‘Leuk om te doen,

Wildwest

Jungle

142 | hoe word ik expat?

Veel mooier kan het uitzicht van Hans en Terry niet zijn …

maar er moest geld bij.’ Dat is inmiddels veranderd. Panama raakt steeds meer in trek bij toeristen. Mensen die van wandelen, raften of paardrijden houden, komen al snel naar Boquete. Gasten die op de koffieplantage kwamen kijken, zochten een plek om te logeren. En zo bouwden de expats drie vakantiehuisjes in het bos. Met een machete maakte Hans een wandelpad vrij, zodat gasten vanuit hun huisje door de jungle kunnen wandelen. ‘Zelf hebben we veel gereisd, we doen gewoon wat we zelf graag zouden willen op vakantie.’ En dus staat er voor gasten versgebrande koffie klaar. In de tien jaar dat Panama zeggenschap heeft over het Panamakanaal, heeft het volgens Hans meer zelfvertrouwen gekregen. ‘Het land wordt volwassen. Zo moeten we meer belasting betalen en worden de regels voor bedrijven strenger. Laatst kwam de brandweer onze gastenverblijven inspecteren.’ Terry vertelt over hun buren, die eerst in een hutje woonden en nu in een stenen huis met een echte badkamer, wc en keuken.

Nederlanders en Belgen zijn allang niet meer de enige buitenlanders in het dorp. Ze schatten dat er inmiddels vijfhonderd expats zijn neergestreken. Vooral gepensioneerden uit Amerika, die met hun grote auto’s nogal opvallen in het straatbeeld. ‘De groep die vaak geen enkel woord Spaans spreekt en zich afzijdig houdt van de lokale bevolking, wordt niet altijd met open armen ontvangen’, merken Hans en Terry op.

Machocultuur Hoe zit het met de culturele verschillen? Volgens Hans hebben Panamezen een heel andere begrip van tijd. ‘Uitnodigingen voor feestjes krijg je twee dagen van tevoren. Kom je op tijd, dan is het nog maar de vraag of de gastheer er al is. Zo gingen we naar een bruiloft, waar de bruid en de bruidegom ontbraken. Hun taxi was niet komen opdagen. Toen ben ik het paar maar gaan ophalen.’ Pa­namezen verwachten op hun beurt dat er altijd warm eten is, ook als ze uren pionieren in panama | 143


Zuivere koffie Na de koffietour van Hans en Terry kun je even grasduinen in een koffiespeciaalzaak. Op de berghelling graait Hans in een koffieboom, onder de bladeren zitten groene en rode bessen. ‘Kijk, dit is arabica, dit type koffie wordt verbouwd op 1000 à 2000 meter hoogte. De meeste Nederlanders en Belgen drinken robusta. Die koffie uit het laagland heeft een body, de basiskoffiesmaak.’ Volgens Hans is arabica veel complexer, en proef je naast de body kleine smaakjes als noten, fruit of chocolade. ‘Drink je robusta koffie, dan krijg je een vervelende nasmaak in je mond. Typisch voor robusta. Koffie van deze bessen geeft je een half uur later nog een mooie nasmaak. Hoe hooglandkoffie smaakt, is net als bij wijn afhankelijk van de boomsoort.’

Een optocht met paarden in Boquete

later komen. Terry: ‘Maar wij hebben geen bedienden, zoals onze welgestelde Panamese vrienden. Een heel gedoe.’ Ook zijn er soms communicatieproblemen. Hans: ‘Eerst werd ik boos, maar dat is zinloos. Nu breng ik dingen anders; mijn directheid wordt hier niet altijd gewaardeerd.’ Terry vermeldt de machocultuur. ‘Mannen praten met elkaar, soms word ik gewoon genegeerd.’ Waar Terry haar familie en vrienden mist en eens per jaar naar Nederland gaat, vindt Hans eens in de drie jaar genoeg. Hij mist vooral de humor. ‘Die is heel specifiek. Amerikanen begrijpen mijn grappen niet, ze nemen alles veel te letterlijk.’ De ongerepte natuur vindt Terry het leukst aan het leven in Panama. De vogelaar geniet ervan dat ze uren in het bos kan lopen zonder iemand tegen te komen. Ook Hans, die vroeger nooit wilde meewandelen, is in Panama een natuurliefhebber geworden. ‘De ruimte geeft vrijheid.’ Dat is precies wat Hans nodig heeft: vrijheid. Een eigenschap die je volgens hem moet hebben om hier te 144 | hoe word ik expat?

kunnen slagen. Dan komt het verhaal over hun Amerikaanse buren, die kaalgeplukt terugkeerden naar hun land. De expats wilden driehonderd vakantievilla’s bouwen, terwijl er in de bergen geen fatsoenlijke infrastructuur is. Ze gingen met onbetrouwbare aannemers in zee en raakten al hun geld kwijt. Terry: ‘Hier iets opbouwen is niet voor iedereen weggelegd.’

Meer weten? • • •

Saskia en Thorwald: www.thebalboainn.com Karen: http://web.me.com/karensmits Hans en Terry: www.coffeeadventures.net

Hans wijst naar de bergen rond de vulkaan Barú. ‘Allemaal wereldkoffie. Toen Costa Rica, Colombia en Brazilië de koppen bij elkaar staken om de beste koffieboon te ontwikkelen, zat Panama in het slop: het waren de laatste dagen onder het bewind van dictator Noriega. De drie grote koffieproducenten kruisten hun boomsoorten net zolang totdat ze een boom hadden die drie keer zo veel produceerde, resistent was tegen ziektes en kleiner was, zodat de plukkers er goed bij kunnen. Iedereen dacht rijk te worden, maar ze vergaten één ding. Mensen drinken niet opeens drie keer zoveel koffie. Het gevolg: door het grotere aanbod daalden prijzen waardoor de koffiemarkt instortte. Een drama. Omdat Panama nooit is gegaan voor de ‘beste koffie’ en is blijven doorboeren, staan hier nog veel oude boomsoorten, die een heerlijke koffie geven. Als je alleen de rode bessen plukt, moet je tien keer over het veld, maar krijg je wél de lekkerste koffie. De bessen rijpen vijf maanden om de kleine smaakjes te ontwikkelen. Voordat de bonen worden gebrand, selecteert de machine vijf kwaliteiten. De topkwaliteit kost 500 dollar per halve kilo, de slechtste kwaliteit bonen gaat naar het busstation en op de vierde plaats staat de supermarkt. ‘Drink in LatijnsAmerika dus nooit koffie op een busstation!’ Na de machinale selectie controleren vrouwen nogmaals of het wel zuivere koffie is. Koffiebranden gaat op het oog, een horloge is verboden. Hans laat drie bakjes bonen zien met verschillende kleuren: light, medium en dark roast. De lichtste variant ruikt lekker. Maar dan volgt de smaaktest: slurpen, vooraan je mond proeven en dan achterin. De lichte variant lijkt helemaal niet op koffie. ‘Klopt, je proeft fruitige smaakjes, maar geen body.’ De dark roast, die een minuut langer gebrand is, heeft geen extra smaakjes maar wel een body, waardoor de meesten deze het lekkerst vinden. ‘Koffie Hans graait in een koffieplant. ‘Koffiebranden kiezen op herkomstland heeft geen gaat op het oog, een horloge is verboden.’ zin, je moet weten van welke boom hij komt. Verder moet je ontdekken welke kleine smaakjes je lekker vindt.’ Terry schenkt nog een bakje in: de op vier na beste koffie ter wereld, afkomstig van de Kotowaplantage in Boquete. ‘De beste koffie de we hebben, maar misschien ben je het daar niet mee eens. De beste koffie is de koffie die je zelf het lekkerst vindt.’

pionieren in panama | 145

boek expats2  

boek over expats - deel 2

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you