Page 1


Hands of Time

1


2


3


4


5


72


73


74


75


76


77


Johan De Wilde

Hands of Time

MER. Paper Kunsthalle

91


92


Het schervengericht Enkele woorden over het werk van Johan De Wilde Hans Theys

Inleiding In de tuin woont een blauwe pauwhaan, die ’s avonds naar een nabijgelegen park vliegt om er te gaan slapen in een hoge boom. De pauw woonde al in het park toen De Wilde het huis betrok. De uitverkiezing van de tuin als dagverblijf kwam later. Dat zegt iets over de tuin. Een eerste poging om het dier aan een vrouwelijke compagnon te helpen, in de lente van dit jaar, ­mislukte door het mysterieuze overlijden van het nieuwe dier, maar een tweede poging resulteerde in een nest met drie kuikens, die ik vandaag voor het eerst heb gezien. De kuikens en de moeder wonen voorlopig in een hok, omdat ze beschut ­moeten blijven tegen de regen. Elke dag krijgen ze onder meer handenvol notensla aangereikt, die welig groeit in de tuin. In die tuin hadden de vorige eigenaars een zwembad aangelegd, dat door de toevoeging van een openschuifbare zwembadkap werd omgebouwd tot een serre waarin tientallen verschillende variëteiten tomaten en paprika’s worden geteeld. ­Groenten, fruitbomen en sierplanten leven harmonisch naast elkaar. Sinds kort is er ook een kleine vijver. Wat het eerst opvalt als ik het atelier betreed, zijn enkele reusachtige, opgeprikte vlinders, waaronder een atlasvlinder. De Wilde vertelt dat hij en zijn stiefzoon een sigarendoos met poppen ten geschenke hadden gekregen en dat de poppen beurtelings waren ontploft tot vlinder. Tegelijk somber en vrolijk als wij zijn, bedenken we samen het vreemde lot van vlinders en meikevers, die eigenlijk niets meer zijn dan de gevleugelde voortplantingsorganen van rupsen, die zelf jarenlang onder de grond of in het verborgene leven. Zo is het ook met onze tekeningen en teksten, vermoed ik: ze fladderen een beetje doelloos rond, hopend met hun kleurenpracht of specifiek geritsel enige aandacht te wekken van soortgenoten, in de hoop het voortbestaan te verzekeren van enkele ervaringen van hun in het duister ­arbeidende en tobbende makers. Voorbij het eenduidige beeld Vaak moeten we innerlijke hindernissen overwinnen om ons te verlossen van de indruk dat een kunstwerk zich aan ons wenst te onttrekken, dat het zich niet wil geven. Een oude manier van kijken belet ons dan te zien waarin

93


dit werk verschilt van alle andere, wat er uitzonderlijk aan is en waaraan het, in die zin, zijn bestaansrecht ontleent. Waaraan heeft dit maaksel zijn persoonlijkheid te danken en hoe komt het onze ervaringswereld verbreden, verdiepen, verzwaren, verlichten of verscherpen? Misschien heb ik tijdens mijn laatste bezoek aan het atelier van Johan De Wilde iets nieuws begrepen. Plots verscheen er een beeld, bedoel ik, dat diens passie gestalte leek te geven. ‘Een schervengericht’, dacht ik, ‘het is als een schervengericht!’ De kunstenaar toonde mij het gedeeltelijk voltooide, nieuwe werk Hands of Time, bestaande uit vierentwintig tekeningen waarin alle elementen van zijn oeuvre lijken samen te komen. De tekeningen werden na ­elkaar ­gemaakt, ­zonder dat de tekenaar keek naar de voltooide tekeningen die voorafgingen. Toch vormen ze diptieken en triptieken. Het niet kijken naar de v­ orige tekeningen, denk ik, was een methode om te ontsnappen aan de ­neiging tot het maken van composities. Misschien was het ook een manier om het ­collageachtige, incongruente effect te versterken: omdat de tekenaar alleen kon rekenen op zijn geheugen, gebeurden er misschien allerlei soorten kleine vergissingen? Het was in elk geval een strategie om te ontsnappen aan de nauwgezetheid van de kunstenaar. De Wilde had de tekeningen van Hands of Time nog nooit aan iemand getoond en had ze zelf ook nog nooit samen gezien. Hij vroeg zich af wat hij te zien zou krijgen. Ik ook. Ging ik wel iets zien, denken of voelen? En zo ja, zou het iets te maken hebben met wat hij had proberen te maken? Wie zijn gebundelde brieven leest in Tot nu toe was alles in orde (S.M.A.K., 2010) kent het belang van die laatste vraag. Zijn werk vertrekt immers van de overtuiging dat het onmogelijk is een beeld te maken dat door een toeschouwer op een eenduidige manier kan worden gelezen of ervaren. Dat beelden niet eenduidig zijn, is geen nieuws. Het volstaat te vergelijken hoe de buste van Nefertiti wordt beschreven in drie algemene kunstgeschiedenissen. Voor de ene historicus ziet ze er hovaardig uit, voor de andere nederig, voor de ene is ze sensueel, voor de andere koud. En dit geldt ook voor werken die veel dichter bij ons staan, zoals Olympia van Manet. Zelfs mensen die Manet persoonlijk hebben gekend, verschilden van mening over zijn bedoelingen, zijn teleurstellingen en zelfs zijn intelligentie. De fundamentele openheid, onbepaaldheid, onbeslistheid of meervoudigheid van het beeld roept bij De Wilde echter een nieuwsgierigheid op naar de beelden die worden opgeroepen bij de toeschouwers. Fantaserend over wat die zou kunnen denken of ‘zien’ bij het kijken naar een werk, gaat De Wilde omgekeerd te werk, en probeert hij een textuur te creëren die past bij het beeld dat gezien of gedroomd zal worden. Zijn tekeningen worden ‘triggers’: opwekkers van beelden die De Wilde nooit zal zien, maar die hem begeesteren.

94


Ik vermoed dat sleutelwerken zoals Hooglied en π zo tot stand komen, al ben ik er niet zeker van. Hooglied bestaat uit een reeks tekeningen waarvoor de bekende Bijbelpassage werd omgezet in braille. In plaats van uit kleine opbollende puntjes, bestaan de leestekens echter uit gebrande putjes, zodat zelfs een blinde persoon de tekst niet kan lezen. Wat overblijft, is een raadselachtig ritme, een onleesbare taal, een verzameling tekens die samen een ongrijpbaar beeld vormen: een doolhof, een verdwijnpunt van de liefde en het lichaam, een soort van nulpunt van de visuele kunst. Iets soortgelijks gebeurt in π, dat bestaat uit een eindeloos voort te zetten reeks tekeningen waarin het getal π moet voorkomen met een eindeloze reeks cijfers na de komma. Dit betekent dat elke nieuwe tekening een nieuwe reeks getallen na de komma bevat. Wie de eerste tekening nooit heeft gezien, zal waarschijnlijk nooit iets zinnigs kunnen opmaken uit de reeks getallen die hij of zij aantreft op een van de tekeningen. Het beeld dat wordt opgeroepen is vergelijkbaar met het beeld van de misschien oneindige bibliotheek van Borges (waarin alle mogelijke combinaties van de letters van het alfabet geboekstaafd blijken), inclusief de onvermoeibare reiziger die op zoek is naar één leesbaar boek of één leesbare zin. De tekenaar wordt een monnik, die uit nederigheid en eerbied voor de schepping onbegrijpelijke boeken kopieert en verlucht. Anderzijds komen uit deze strategie tekeningen voort die bekende of onbekende fragmenten bevatten die bij de kijker op een bewuste of onbewuste manier andere beelden kunnen oproepen of kunstwerken in herinnering brengen. Soms is het beeld volstrekt onbegrijpelijk, bijvoorbeeld wanneer De Wilde in een tekening, op basis van een luchtfoto, de boomkruinen rond zijn geboortehuis evoceert. (Het beeld doet denken aan hoog in de hemel ontploffende projectielen van luchtafweergeschut.) Soms herkennen we de vorm van een wolk, een voorwerp of de afbeelding van een lichaamsdeel. Soms herkennen we een boom, maar we weten niet dat het gaat om de enige eik die in 1989 was overgebleven van aanplantingen rond het Olympisch stadion in Berlijn: een oude, sprakeloze getuige. Sommige tekeningen van De Wilde ontroeren op een directe manier (bijvoorbeeld de afbeeldingen van wolken, de prachtige silhouetten van bomen of de droombeelden), sommige verrassen ons (bijvoorbeeld de vervormde Olympische ringen of het Duitse graf van de onbekende soldaat) en sommige dwingen ons tot een machteloze overgave. Als je ze echter allemaal samen ziet, doen ze zich voor als een lofzang op de liefde, het leven en de kunst, als een nieuw Hooglied, een Stabat Mater, een Ecce Homo, gestrooid rond de baslijnen van Charles Mingus, bij elkaar gelogen en op het ware leven gebaseerd zoals de verhalen van W.G. Sebald, versnipperd en onzichtbaar met elkaar verbonden, lichtvoetig en zwaar tegelijk.

95


106

In Flanders Fields™ #5, 2012. Oil on archival cardboard, 14,5 x 10, 5 cm. Collection of the artist


107

Fetish, 1993. Oil, polyurethane, lead on canvas on plywood, 15,5 x 25 cm. Collection of the artist


Shattered and Shining A few words about the work of Johan De Wilde Hans Theys

Introduction The garden is home to a blue peacock, which flies off to a nearby park in the evenings where it sleeps high up in a tree. The bird was living in the park when De Wilde moved into the house; only later did it decide to take up residence in the garden during the daytime. That says something about the garden. The first attempt in the spring of this year to set the bird up with a female companion failed owing to the mysterious death of the latter, but a second attempt resulted in a nest with four chicks, which I saw today for the first time. The chicks and the mother are currently living in a pen, as they need protection against the rain. Their daily diet includes handfuls of rucola, which grows rampantly in the garden. The previous owners had built a swimming pool and, with the ­addition of a protractible cover, the pool was turned into a greenhouse where dozens of different varieties of tomatoes and peppers are grown. Vegetables, fruit trees and ornamental plants live harmoniously side by side. There is now a small pond as well. On entering the studio, my attention is immediately drawn to several gigantic, pinned lepidoptera, including an atlas moth. De Wilde tells me that he and his stepson were given a cigarette box containing chrysalises and each chrysalis in turn exploded into a butterfly. With an odd mixture of sobriety and joy, we consider the strange lot of butterflies and May-bugs. They seem to be no more than the winged reproductive organs of caterpillars, which themselves live for years underground or hidden away. It is the same with our drawings and texts, I suspect: they flutter around rather aimlessly, in the hope that their rich colouring or rustling will attract the attention of fellow artists and writers, thereby ensuring the survival of a few of the experiences of their makers who have toiled and fretted in the dark. Beyond the unambiguous image We often have to overcome inner obstacles to shake off the impression that a work of art is trying to evade us, that it is reluctant to give itself up. An old way of looking at a work prevents us seeing how it differs from all the o ­ thers, what is unique about it and therefore gives it its raison d’être. To what does

108


this creation owe its personality and how does it broaden, deepen, reinforce, lighten or intensify our world of experiences? Perhaps during my last visit to Johan De Wilde’s studio I came to understand something new. By this I mean that an image suddenly appeared, which seemed to crystallize his passion. “Ostracism”, I thought, “it’s like ostracism.” The artist showed me his new, partially completed work Hands of Time. It consists of twenty-four drawings and seems to contain all the elements of his oeuvre. The drawings were made one after the other and though the draughtsman did not look at the already completed drawings, they form diptychs and triptychs. Not looking at the previous drawings was, I think, a way of sabotaging a tendency to make compositions. Perhaps it was also a way of reinforcing the incongruous, collage-like effect: could it be that because the draughtsman could only rely on his memory, all sorts of little mistakes crept in? It was at any rate a strategy to escape the artist’s meticulousness. De Wilde had never even seen the Hands of Time drawings together before, never mind shown them to anyone else. He wondered what he would see. So did I. Was I going to see, think or feel anything? And if so, would it have anything to do with what he had tried to make? Those who have read his collected letters in Tot nu toe was alles in orde (S.M.A.K., 2010) know the importance of that last question, for his work starts from the conviction that it is impossible to make an image that can be read or experienced unambiguously by an observer. That images are not unambiguous is not news. You only have to compare the descriptions of the Nefertiti Bust in three general histories of art. The one historian considers the queen to be proud, the other humble, for the one she is sensual, for the other cold. The same applies to works which are much closer to us, like Manet’s Olympia. Even people whom Manet knew personally fail to agree about his ­intentions, his disappointments and even his intelligence. However, the fundamental openness, indefiniteness, uncertainty or plurality of the image makes De Wilde curious about the images evoked for the viewer. Fantasizing about what the viewer might think or ‘see’ on looking at a work, De Wilde sets to work in reverse, trying to create a texture which fits the image that will be seen or imagined. His drawings become ‘triggers’ which precipitate images De Wilde will never see, but which inspire him. I suspect that this is how key works like Hooglied (Song of Songs) and π came about, though I am not sure about this. Hooglied consists of a series of drawings for which the well-known book in the Bible was turned into Braille. Instead of raised dots, the punctuation marks consist of tiny burnt indentations, so that even a blind person cannot read the text. What remains is a mysterious rhythm, an illegible language, a collection of signs which t­ ogether

109


120


121


122


123


150


151


152


154


155


162


163


166


167


Martyr, 2002 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 50 x 50 cm Private collection

Oslo, 2006 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Private collection

March 2008, VI, 2008 Print (1/5), 50 x 75 cm Collection of the artist

Apocalyps Eye 8, 2008 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Private collection

Shopping List 100g, 2008 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Collection of the artist

Homme 01, 2001 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 50 x 50 cm Private collection

Child, 2007 Print (1/5), 21 x 28 cm Collection of the artist

History 026, 2011 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Collection of the artist

Z. T. 19, 1997 Ink on paper, 50 x 50 cm Private collection

Icarus I, 2002 Graphite, colour pencil, oil and acrylic paint on archival cardboard, 50 x 50 cm Private collection

Shopping List Soepbollen, 2008 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Collection of the artist

Portrait, 1996 Ink on paper, 50 x 50 cm Collection of the artist

78

79

March 2008, V, 2008 Print (1/5), 50 x 75 cm Collection of the artist

Fire!, 1999 Print mounted on aluminium, 50 x 50 cm Collection of the artist

Oslo, 2006 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Private collection

Drøm 02, 2009 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 42 x 60 cm Private collection

History 008, 2010 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Private collection

Road, 2009 Print (1/5), 21 x 28 cm Collection of the artist

TIR, Zot, after, 2009 Colour pencil on archival cardboard, 42 x 60 cm Collection of the artist

Recherche 03, 1996 Engraving on aluminium, 50 x 50 cm Private collection

Vive!, 1999 Print mounted on aluminium, 50 x 50 cm Whereabouts unknown

Z. T. 24, 2002 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 50 x 50 cm Private collection

History 013, 2010 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Private collection

Z. T. 07, 2000 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 50 x 50 cm Collection of the artist

80

236

81


Preuszischer Kulturbesitz II, 2003 Print mounted on aluminium, 50 x 50 cm Private collection

Preuszischer Kulturbesitz I, 2003 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 50 x 50 cm Private collection

Manual 04, VoilĂ , 1996 Ink on paper, 50 x 50 cm Private collection

Grete’s Plan, 2000 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 50 x 50 cm Collection of the artist

Recherche 04, 1995 Ink on paper, 50 x 50 cm Private collection

Landschap, 2000 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 50 x 50 cm Private collection

Z. T. 18, 1997 Ink on paper, 50 x 50 cm Collection of the artist

Conception, 2004 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Collection of the artist

Icarus III, 2002 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 50 x 50 cm Private collection

Wood, 2002 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 50 x 50 cm Private collection

Apocalyps Eye 9, 2008 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Private collection

Wat zal u op 30 oktober 1994 rond deze tijd doen?, Clair, 2008 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 42 x 60 cm Collection of the artist

82

83

Der Zauber des Lebens, 2006 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Private collection

House, 1999 Ink on paper, 50 x 50 cm Private collection

Two Landscapes for the Price of One, 2000 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 50 x 50 cm Collection of the artist

History 010, 2010 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Private collection

Z.T., 2007 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 50 x 50 cm Collection of the artist (a negative blue and black exists in private collection)

Z.T., 2004 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Private collection

History 002, 2010 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Private collection

Recolte, 1998 Print mounted on canvas, 50 x 50 cm Collection of the artist

Shopping List Soja, 2008 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Collection of the artist

Maan, 2002 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 50 x 50 cm Private collection

Z.T., 2003 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 50 x 50 cm Private collection

Z. T. 17, 1995 Ink on paper, 50 x 50 cm Private collection

84

237

85


Rêve, 1996 Ink on paper, 50 x 50 cm Private collection

Dutch Landscape, 2005 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Private collection

Apocalyps Eye 6, 2008 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Private collection

Is it Safe, 2006 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Private collection

Escape, 2004 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Collection of the artist

Z. T. 4, 2000 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 50 x 50 cm Collection of the artist

Recherche 01, 1996 Ink and clock on archival cardboard, 50 x 50 cm Private collection

Oslo. The Park, 2009 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 42 x 60 cm Private collection

History 023, 2011 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Private collection

In Flanders Fields ™ #1, 2012 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 42 x 60 cm Collection of the artist

Renaissance, 2003 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 50 x 50 cm Private collection

March 2008, IX, 2008 Print (1/5), 50 x 75 cm Collection of the artist

86

History 027, 2011 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Collection of the artist

87

TIR, Cowboy Sunset, after, 2009 Colour pencil on archival cardboard, 42 x 60 cm Private collection

In Flanders Fields ™ #2, 2012 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 3 x (42 x 60 cm) Collection of the artist

Drøm 6, 2010 Colour pencil on archival cardboard, 42 x 60 cm Private collection

Ik Wordt, 2011 Colour pencil on archival cardboard, 42 x 60 cm Collection of the artist

88

238

Apocalyps Eye 5, 2008 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Private collection

Landschap, 2004 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 21 x 29,7 cm Private collection

March 2008, IV, 2008 Print (1/5), 50 x 75 cm Collection of the artist

TIR, 2010 Colour pencil on archival cardboard, 42 x 60 cm Private collection

The Real Sun, 2010 Colour pencil on archival cardboard, 42 x 60 cm Collection of the artist

Hommages, Olympics, 2010 Colour pencil on archival cardboard, 42 x 60 cm Collection of the artist

89


History 019, 2011 Colour pencil on archival cardboard, 42 x 60 cm Private collection

History 020, 2011 Colour pencil on archival cardboard, 42 x 60 cm Collection of the artist

Dialogue 2, 2005 Collage printed on Dibond (1/5), 59 x 59 cm Private collection Collection of the artist

2S01, 2002 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 50 x 50 cm Collection of the artist

Berlin, 2002 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 50 x 50 cm Private collection

Court Jester Manual, 1999 Graphite and colour pencil on archival cardboard, 50 x 50 cm Collection of the artist

90

239


Special thanks to: Annick Pieters, Jeroen Wille, Luc Derycke, Wim Waumans, Universiteits­bibliotheek Gent, Ellen Bilterest, Aurelie Daems, S.M.A.K., Hans Theys, Alison Mouthaan, Els Gabriëls, Galerie Tatjana Pieters, Rik Declercq, Philippe Van Cauteren, Kris Latoir, Anneleen Gabriëls, Wouter Coolens, Katrien Caron, Boris De Wilde, Rens Oomens, Louis Braille, all the owners and many others Published by: MER. Paper Kunsthalle, Gent www.merpaperkunsthalle.org Text: Hans Theys Translation: Alison Mouthaan Copy editor: Els van de Perre (dutch), Duncan Brown (english) Photography: Hilde D’haeyere, Dirk Pauwels, Johan De Wilde Book Design: Luc Derycke & Jeroen Wille, Studio Luc Derycke Layout assistance: Dylan Van Elewyck, Studio Luc Derycke Lithography assistance: Ellen Bilterest, Studio Luc Derycke Printed at Cassochrome, Waregem © 2012 Johan De Wilde © 2012 Het schervengericht, Hans Theys, Montagne de Miel © 2012 MER. for this edition ISBN 978 94 9069 33 98 D/2012/7852/111

Cover image: Infinite, 2001. Graphite and colour pencil on archival cardboard, 50 x 50 cm

GALERIE TATJANA PIETERS

240


Hands of Time, Johan De Wilde  

For many years now, Johan De Wilde’s work has been praised for its meticulous drawing style. The many solemnly applied layers that compose t...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you