Issuu on Google+

Jean Frijns en Albert Roëll:

“Integer pensioenbestuur essentieel voor herstel van vertrouwen” Pensioenfondsen worden voor het eerst in hun geschiedenis geconfronteerd met een snel afnemend vertrouwen van deelnemers in hun pensioenfonds. Een van de manieren om dit wantrouwen weg te nemen is integer bestuur. Op 21 mei presenteerde de Werkgroep Integriteit Pensioenfondsen haar rapport ‘Kijken in de spiegel’ aan Kick van de Pol van de Pensioenfederatie.

T E K S T T JANDR A ONK EN FO T O GR AFIE FRED LIBOC H A N T

Voorafgaand aan de presentatie heb ik een gesprek met Jean Frijns, voorzitter van de werkgroep en Albert Röell, één van de werkgroepleden. Andere leden zijn onder meer Peter Borgdorff, Benne van Popta en Guus Boender. Het initiatief voor deze werkgroep is genomen door de Nederlandse tak van Transparency International (TI-NL). Dit is een wereldwijde, maatschappelijke organisatie die de strijd tegen corruptie leidt. “De aanleiding voor dit rapport is een poging om het tanend vertrouwen van deelnemers in hun pensioenfondsen te herstellen. De reden voor deze vertrouwensbreuk zijn grotendeels externe oorzaken als de financiële crisis en de stijging van de levensverwachting. Er zijn binnen de pensioensector gelukkig geen integriteitsproblemen als zelfverrijking of corruptie”, zegt Albert Röell, CEO van KAS BANK. “Transparency International werkt samen met partners in regeringen, bedrijfsleven en het maatschappelijke middenveld om integriteit te bevorderen. Vanwege de complexiteit van vraagstukken binnen de pensioenwereld, speelt integer bestuur hier een belangrijke rol en daarom heeft TI-NL gekozen om binnen deze sector een werkgroep op te richten. De opdracht aan de werkgroep was aanbevelingen te ontwikkelen voor een beter pensioenfondsbestuur in het licht van recente ontwikkelingen, waarbij rekening moest worden gehouden met een versterkte verantwoording door pensioenfondsen over hun beleid en de wijze waarop zij aan het beleid uitvoering geven.”

Reflectie pensioenfondsbestuurder op eigen handelen Jean Frijns vult aan: “Dit rapport daagt bestuurders van pensioenfondsen uit te reflecteren op eigen handelen: kijk in de spiegel en stel jezelf de vraag waarom je als bestuur de dingen doet, zoals je ze doet. Het rapport is geen handboek voor integer en transparant besturen, en is ook niet bedoeld als code, dat zou tekort doen aan de eigen verantwoordelijkheid van bestuurders. We wil-

4 PensioenAdvies - juni 2013

004-007_PA06_INT.indd 4

len hiermee een bijdrage leveren aan het dichten van de vertrouwenskloof tussen deelnemers en pensioenfondsbesturen. Daarvoor zijn transparantie en integer bestuurlijk handelen een randvoorwaarde. Vertrouwen is eigenlijk alleen maar te herstellen door gedrag en niet met uitsluitend woorden. Die twee moeten congruent zijn. Eigenlijk gaat het dus om gedragsverandering van bestuurders. Pensioenfondsbestuurders gaan vaak voorbij aan een open verkenning en blijven op Pavlov-achtige wijze hun standpunten verdedigen, en hebben een bijna natuurlijke neiging dezelfde mantra’s te blijven herhalen. De dialoog ontbreekt, en het ontbreken van een brede verkenning is juist een deel van het probleem.” “We willen met dit rapport bestuurders prikkelen dit te doorbreken, initiatief te tonen en meer ‘principle based’ te werken”, zegt Röell. “De routekaart in hoofdstuk drie van het rapport helpt hierbij. Een routekaart (zie kader) die balans brengt in de afwegingen die tot een besluit leiden en daarmee het besluit dragen. Als je dat goed doet, ontstaat er een correct proces waar bestuurders zich persoonlijk prettig bij zullen voelen, omdat het beleid of besluit van een fonds veel beter uit te leggen valt. In de wet staat niet beschreven hoe dat moet, daarom dus deze routekaart.”

Rapport draagt bij aan dichten van vertrouwenskloof tussen deelnemers en bestuur van pensioenfondsen

Ruimte laten voor dialoog “We hebben als werkgroep ook een soortgelijk proces doorlopen. We hebben namelijk allemaal verschillende achtergronden en de uitdaging voor onszelf was om moeilijke onderwerpen eerst alleen nog maar bespreekbaar te maken, zonder direct in de oplos-

juni 2013 - PensioenAdvies

6/12/13 8:56 AM


Albert Antoine Rรถell (1959) is sinds 1 december 2004 werkzaam bij KAS BANK. Als bestuursvoorzitter (sinds mei 2005) is Rรถell verantwoordelijk voor de algemene strategie van KAS BANK. Albert Rรถell studeerde Rechten aan de Universiteit van Utrecht. Daarna volgde hij diverse internationale vervolgopleidingen in binnen- en buitenland. Rรถell is daarnaast onder meer bestuurslid van het Holland Financial Centre, de Vereniging van Effecten Uitgevende Ondernemingen (VEUO) en is lid van de Commissie Toezicht NVB.

Professor Jean Marie Guillaume Frijns (1947) studeerde econometrie aan de Universiteit van Tilburg, waar hij in 1979 promoveerde. In 1995 werd Jean Frijns hoogleraar Beleggingsleer aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, tot 2012. Van 2005 tot 2008 was hij voorzitter van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code. Op 23 april 2008 werd Frijns benoemd tot vice-voorzitter van de Raad van Commissarissen van KAS BANK. In 2009 vroeg toenmalig minister Donner hem als voorzitter van de Commissie Beleggingsbeleid en Risicobeheer. Hij is in 2012 toegetreden tot de Raad van Commissarissen van Delta Lloyd Groep.

juni 2013 - PensioenAdvies 5


brengen en hoe je daar mee om wilt gaan. Zoals wij dat als werkgroep ook in ons eigen proces hebben gedaan. Die uitdagingen voor fondsen liggen: 1) op het gebied van governance en verantwoording, 2) op het gebied van evenwichtige afweging van de belangen van de verschillende groepen deelnemers, en 3) op het gebied van communicatie en op het gebied van de inrichting en uitvoering van de beleggingen. Omdat de materie te complex is en de verschillen tussen pensioenfondsen te groot, maar vooral omdat een eenduidig goed antwoord niet mogelijk is, hebben wij de uitdagingen beschreven in de vorm van een aantal bestuurlijke dilemma’s (zie kader). Dilemma’s die het wezen van de pensioenfondsen en het pensioenstelsel raken. Toen wij voor onszelf de dilemma’s waar pensioenfondsbesturen zich voor gesteld zien staan, hadden benoemd, hebben wij deze vervolgens getoetst in een werkconferentie met mensen uit de gehele pensioensector. Herkenbare, aansprekende en zeker geen nieuwe dilemma’s voor de sector, maar wel uniek dat we ze allemaal in dit rapport hebben benoemd en beschreven. Zonder daarmee een oplossing aan te bieden maar meer om een proces in gang te zetten.”

Jean Frijns: “Neem verantwoordelijkheid voor gemaakte keuzes.”

sing te schieten. Met een oplossing neem je namelijk ook een standpunt in en dan ontneem je ruimte voor dialoog. Dus zijn we als werkgroep begonnen met het expliciteren van alle pijnpunten, inclusief hun voors en tegens. Het effect was dat er een basis van onderling vertrouwen ontstond om moeilijke problemen niet uit de weg te gaan en bespreekbaar te maken. De natuurlijke neiging is namelijk defensief gedrag en de oorzaak van een pijnpunt bij iets of iemand anders te leggen. Neem nou het pettenprobleem bij deelnemers aan het cao-overleg die daarnaast ook pensioenfondsbestuurder zijn en dus twee petten op hebben. Wat is daarbij het werkelijke probleem? Ligt dat aan de wet of zit er iets anders achter? Wat dan? Dat is interessant om in een open verkenning met elkaar te onderzoeken.”

Werken aan herstel van vertrouwen “Pensioenfondsen worden geconfronteerd met uitdagingen. Wil je gericht werken aan herstel van vertrouwen, dan zul je eerst de specifieke uitdagingen van het pensioenfonds in kaart moeten

“Deze dilemma’s kunnen het uitgangspunt zijn voor een discussie binnen het bestuur van een pensioenfonds. Een bestuur kan met een aantal van deze dilemma’s aan de slag gaan, niet met allemaal, maar met een paar die relevant zijn voor zijn pensioenfonds. Je proeft dat bestuurders een enorme behoefte hebben om de problemen zelf te kunnen definiëren. We verwachten dat de zwaarte van de werkgroep een zekere legitimatie geeft aan bestuurders die de stap willen zetten om dit proces in hun bestuur op gang te brengen.” “Belangrijk is dat deze dilemma’s worden benoemd als er besluiten moeten worden genomen. Vanuit de verantwoordelijkheid van het bestuur moet je hier transparant in zijn. Die transparantie gaat verder dan de wet of de toezichthouder op dit moment eist. De werkgroep beveelt daarom aan om verschillende alternatieven uit te werken voordat je tot beleid- of besluitvorming overgaat. Dat geeft de mogelijkheid de besluitvorming diepte te geven en de argumentatie te verbeteren. In hoofdstuk drie is ook een lijst met ijkpunten opgenomen die de randvoorwaarden bepalen waar de besluiten aan moeten voldoen. Ze zijn nodig om het afwegingsproces te ondersteunen. Overigens is de lijst met ijkpunten niet limitatief, dus pensioenfondsbesturen kunnen ze gebruiken, maar ook zelf aanvullen waar nodig. Komen deelnemers later met vragen, dan kun je die ook goed beantwoorden ook al was je toentertijd daartoe niet verplicht. Dat schept vertrouwen.”

1. Vraagstuk / /voorliggend besluit

2. Policy Beliefs

3. Principes

4. Resultaat

6 PensioenAdvies - juni 2013

Stel dilemma vast + Bepaal het beleidskader waarbinnen de afweging moet worden gemaakt. + Zijn ijkpunten waaraan de afweging in het concrete dilemma kan worden getoetst + Besluitvorming


De dilemma’s:

De ijkpunten of principes:

t)FUQFUUFOQSPCMFFN t7FSBOUXPPSEJOH USBOTQBSBOUJF JOUFHSJUFJUFODPNNVOJDBUJF t$POUSBDUBBOQBTTJOH t&WFOXJDIUJHFCFMBOHFOBGXFHJOHPWFSEFHFOFSBUJFT t&WFOXJDIUJHFCFMBOHFOBGXFHJOHFO&4( t8FMPGOJFUEFSJTLFO t$PNQMJBODF t)FUVJUCFTUFEJOHTEJMFNNB

t1SJODJQFWBO[FHHFOTDIBQ t1SJODJQFWBODIFDLTBOECBMBODFT t,XBMJUFJUWBOCFTUVVS t1SJODJQFWBOIFMEFSBGXFHJOHTLBEFS t1SJODJQFWBONFFUCBBSIFJE t1SJODJQFWBO[PSHWVMEJHFCFTMVJUWPSNJOH t1SJODJQFWBODPNNVOJDFFSCBBSIFJE t7FSCPEPQATFMGEFBMJOHPGATPMFJOUFSFTUSVMF t1SJODJQFWBOJOUFHFSFPSHBOJTBUJF t1SJODJQFWBONBBUTDIBQQFMJKLWFSBOUXPPSEIBOEFMFO t1SJODJQFWBOFFOUSBOTQBSBOUFTUSVDUVVSWBOEFVJUCFTUFEJOH t1SJODJQFWBODIFDLTBOECBMBODFTJOEFVJUCFTUFEJOH t1SJODJQFWBOLFUFOWFSBOUXPPSEFMJKLIFJE

Alleen het bestuur kan de vertrouwenskloof dichten Op de vraag of er aanknopingspunten zijn met het rapport ‘Pensioen, een onzekere zekerheid’ van de ‘Commissie Frijns’ uit 2010, antwoordt Frijns bondig: “De structuur en opzet zijn heel anders. Een aantal onderwerpen uit dat rapport zie je overigens ook wel in dit rapport terugkomen of zijn er aan gelieerd, zoals deskundigheid van pensioenfondsbesturen, duurzaamheid en communicatie. In een eerder interview (PensioenAdvies, maart 2010 red.) over de aanbevelingen van de Commissie, heb ik gezegd dat het pensioensysteem bij uitstek een paternalistisch systeem is dat ervan uitgaat dat de deelnemers zich niet in hun pensioen willen of kunnen verdiepen en dat zij dit daarom maar het beste geheel over kunnen laten aan het bestuur. Dat gaat goed in een tijd dat je die deelnemers niet hoeft lastig te vallen met risico’s of met tegenvallers omdat je die tegenvallers kunt opvangen via een wat hogere premie of de onderneming bijspringt.

ke vorm van onderlinge verbondenheid en solidariteit zonder winstoogmerk te laten profiteren. Röell: “Daar zijn sterke pensioenfondsbestuurders voor nodig die niet de speelbal zijn van de politiek en die een open proces durven ingaan. Die verantwoordelijkheid durven nemen. Uiteindelijk kan de deelnemer alleen maar vertrouwen op zijn of haar pensioenfonds, de politiek heeft zijn eigen rationaliteit.” Frijns: “Er is geen absolute waarheid en elke keuze heeft zijn voor- en nadelen. Maar neem verantwoordelijkheid voor de gemaakte keuze. Toon moed door uit het vastgeroeste framewerk te stappen, wees proactief door initiatief te nemen. Blijkt de effectiviteit van de UPO slecht te zijn, doe er dan wat aan en verschuil je niet achter regels, de toezichthouder of wat de rest van de pensioensector doet (kuddegedrag).”

Maar die tijd is voorbij. Dat is inmiddels ook wel bewezen. Alleen het bestuur kan de vertrouwenskloof dichten. Communicatie is daarbij cruciaal. De binding met deelnemers, de achterban, zie ik als kerntaak van een pensioenfondsbestuurder. Om die reden geloof ik ook niet in een bestuur met uitsluitend professionals, die missen die band. Het dilemma bij pensioencommunicatie is of meer communiceren in het kader van verantwoording altijd beter is. Een goede balans is van belang, want anders verlies je onderweg alsnog mensen. In het rapport ‘Kijken in de spiegel’ is de argumentatie voor maximaal communiceren afgezet tegen die van enkel het hoognodige communiceren. Denk goed na over wat de bedoeling is van je communicatie. Als het gaat over verantwoordingscommunicatie, zoals verslaglegging, dan stel je daar heel andere eisen aan dan wanneer je het over het vervullen van je zorgplicht, naar deelnemers toe, hebt. Het doel is je kunnen verantwoorden en aanspreekbaar zijn als bestuur, vakjargon en technische aspecten zijn dan toegestaan. Bij deelnemerscommunicatie is het doel effectief te zijn, begrijpelijke taal te gebruiken. Haal die twee nou niet door elkaar.”

Sterke pensioenfondsbestuurders nodig Het rapport eindigt met de oproep dat pensioenfondsen één van de grondvesten van onze samenleving vormen in termen van pensioeninkomen en opgebouwd vermogen. De opstellers houden een pleidooi om ook volgende generaties nog van deze unie-

Jean Frijns, voorzitter van de Werkgroep Integriteit Pensioenfondsen en Albert Roëll(r)

juni 2013 - PensioenAdvies 7


Interview frijns juni 2013