Issuu on Google+

medium tijdschrift voor communicatiewetenschap #2 februari 2008

Zolang sex sells, wordt het aangeboden De aardigheid van zelfstandig werken Zwarte pakken met een spacy muziekje Werkzaam zijn in het centrum van de wereldpolitiek

februari 2008 medium




cover Michael Groen

Colofon

Info

Hoofdredactie Tim Jansen Eelke Mol

Medium is het tijdschrift voor Communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en verschijnt vier keer per jaar. Abonnement: 10 euro per jaar. Overmaken op rekeningnummer 393851818 t.n.v. Mercurius Amsterdam o.v.v. ‘Medium abonnement’. Gratis voor leden van studievereniging Mercurius

Redactie Niels Appelo Elsbeth Asbeek Brusse Mijke Broerse Natasja van Est Evelien Flink Maud Janssen Mirjam de Jong Aviva Nethe Frank Siera Jesse Verdonk Sam de Voogt

E-mail: Telefoon: Adres: Oplage:

mediummail@gmail.com medium.studieverenigingmercurius.org (020) 525 39 88 Kloveniersburgwal 48, 1012 CX Amsterdam 1400

TDS Printmaildata, Schiedam ISSN-nummer: 1382466X De meningen in de opgenomen artikelen zijn niet noodzakelijk gelijk aan die van de redactie. Medium behoudt het recht ingezonden brieven in te korten of niet te plaatsen.

Eindredactie Peter-Paul de Jong Eelke Mol Art-Director Michael Groen Beeldredactie Charlie Helmijr Coördinator Mercurius Natasja van Est Redactieraad Ester Meerman Jan-Harmen Meijerink Dennis Mijnheer Amy van Zutphen



medium

februari 2008

Reageer Vanaf eind 2007 werkt Medium samen met communicatieblog Spotlighteffect.nl. Hierdoor wordt het mogelijk om via internet te reageren op de artikelen die in Medium verschijnen. Kijk hiervoor op: www.reageeropmedium.nl


Inhoud De Verneukte Beeldcultuur

8

Seksualisering van de maatschappij

Benoemen en Genadeloos Afrekenen

16

Nieuwe Buurtbewoner Gezocht (m/v)

18

Muziek bij Reclame

24

GeenStijl introduceert de Britse tabloid journalistiek: genadeloos afrekenen

Wijkpromotie voor probleemwijken

Pag. 8

Op zoek naar de goede combinatie van muziek, merk, en beeld

Kogels & Krantenkoppen

32

Media-invloed op schietpartijen

Reclame voor Religies

36

De marketing van religieuze bewegingen

Pag. 14

Rubrieken Voorwoord

4

Kort

6

Nieuws

In de Wandelgangen

11

De mening van CW’ers

Over de Grens

12

Werkzaam in het centrum van de wereldpolitiek

Interview Emilie van Rappard

20

Via een andere weg dan Communicatiewetenschap

Onder de Loep

27

Rens Vliegenthart - Anti-immigratie partijen en media-aandacht

Medium Loopt Mee

28

Een kijkje bij een jong productiebedrijf

Column

36

Met een knipoog

Mercuriuspagina

38

Nieuw licht op de zaak

februari 2008 medium




Voorwoord Wie ooit redacteur is geweest, weet waar ik het over heb. Nadat je je idee van alle kanten hebt bekeken en besloten hebt dat dit is waar je over gaat schrijven, slaat het toe. Tentamens. Familiefeestjes. Vakantie. Eerst denk je ‘Ik heb nu even geen tijd, maar volgende week schrijf ik dat artikel gewoon in één keer’. Onmiddellijke ontspanning van de geest volgt. De week erna biedt helaas ook geen momentje rust of creativiteit. ‘Hè jammer, maar ik heb nog wel even tot de deadline.’ En dan opeens is het moment daar: morgen moet je een meesterstuk ingeleverd hebben en er staat nog geen letter op papier. Daar zit je, de zweetdruppeltjes op je voorhoofd, voor een leeg ‘document 1’ en je realiseert je dat je creativiteit nu zelf vakantiedagen heeft opgenomen. Zo voel ik me nu ook, terwijl ik dit voorwoord schrijf. Steeds heb ik het voor me uitgeschoven met allerlei op dat moment vreselijk legitieme redenen, en nu moet ik een leuk inleidend stukje uit mijn digitale pen persen. De volgende keer begin ik op tijd, zoals ik mezelf de vorige keer ook al beloofd heb… Terwijl onze lezers zich verdiepten in Medium 1, was de redactie alweer druk bezig met schrijven voor de tweede editie van ons tijdschrift. De mannelijke helft van de hoofdredactie bevindt zich op dit moment in Frankrijk in de sneeuw, vandaar dat dit voorwoord in de eerste persoon enkelvoud staat. Tim is een paar maanden lang reisleider in Briançon, waar hij hoopt zelf ook nog wat sneeuw te kunnen happen. In april is de hoofdredactie weer gewoon tweekoppig! In deze editie van Medium worden wat serieuze onderwerpen belicht. Deskundigen, studenten en docenten worden aan de tand gevoeld over de seksualisering van de maatschappij. Zijn we echt zo verdorven als sommigen beweren? En gingen we vroeger nog braaf en devoot op kruistocht, tegenwoordig kun je reclame voor religies veel dichter bij huis aantreffen. Hoe zit het ook met al die beroemdheden die reclame voor hun geloof lijken te maken? Het goede nieuws deze Medium: de meest chagrijnige mensen van Nederland krijgen een opknapbeurt van hun flats. Medium ging op onderzoek uit naar de methoden van deze wijkpromotieactie. Daarnaast hebben we natuurlijk weer een afgestudeerde CW’er, een uitgebreid interview met een professional op communicatiegebied, een vrolijke column en kun je over de artikelen je ei kwijt op reageeropmedium.nl!

Veel leesplezier, Eelke Mol

beeld Michael Groen



medium

februari 2008


- advertentie -

Kobalt is het grootste mediabureau van Nederland, sinds kort een zusterorganisatie van de Thieme Media Groep. Met ruim 180 gemotiveerde collega’s helpen wij gerenommeerde adverteerders als ABN AMRO, Ahold, ING, Vodafone, Heineken, Laurus, Mars en Rabobank met hun mediastrategie, media-inkoop en graďŹ mediaactiviteiten. Dit alles vanuit de overtuiging dat alleen het resultaat van onze adverteerders telt: sterke merken en meer omzet.

Kobalt zoekt jou! De mediawereld is op vele fronten in beweging: moeilijk bereikbare doelgroepen, een versnipperd mediagebruik, nieuwe vormen van media en technologische veranderingen. Dit stelt adverteerders voor nieuwe uitdagingen. Kobalt ondersteunt hen. Met professionele en vernieuwende oplossingen die onze klanten overal herkenbaar maken: via alle denkbare advertentievormen.

Wat bieden we?

Kobalt is een solide organisatie die voorop loopt in de snel veranderende mediawereld. De bedrijfscultuur is open, informeel en gedreven. Een inspirerende, dynamische omgeving voor initiatiefrijke studenten en afgestudeerden die graag het verschil willen maken en samen met collega’s interessante uitdagingen willen aangaan. Kobalt heeft meerdere mogelijkheden voor studenten Communicatiewetenschap, Bedrijfskunde of Bedrijfskundige Informatie. Zo hebben wij onze mediaplanning- & strategie afdeling, afdeling Interactive en niet te vergeten onze onderzoekstak Media Kennis Centrum.

Meer informatie

Wil jij meer weten over Kobalt? Wil jij weten wat jou mogelijkheden tijdensof na jouw opleiding zijn bij Kobalt? Neem dan contact op met de afdeling P&O via telefoonnummer 020-799 88 56, via personeelszaken@kobalt.nl of bezoek onze website (www.kobalt.nl).

acquisitie naar aanleiding van deze advertentie wordt niet op prijs gesteld

februari 2008 medium




Kort



medium

februari 2008


tekst

Lees meer op wwww.spotlighteffect.nl

medium Medium is vernieuwd! Vanaf eind 2007 werkt Medium samen met communicatieblog Spotlighteffect.nl. Hierdoor wordt het mogelijk om via internet te reageren op de artikelen die in Medium verschijnen.

Kijk hiervoor op: www.reageeropmedium.nl februari 2008 medium




De Verneukte Beeldcultuur Over de invloed van media op de seksualisering van de maatschappij tekst Elsbeth Asbeek Brusse beeld lacoccinelle.net

We worden er dagelijks mee geconfronteerd; gewillige dames in videoclips, seksuele escapades in reallifesoaps, billboards met schaars geklede stoeipoezen en tienermeisjes die seksuele handelingen verrichten voor een flesje prik. De zogenoemde ‘seksualisering van de maatschappij’ beleeft hoogtijdagen en de media spelen hierin een belangrijke rol. In de Emancipatienota van minister Plasterk wordt deze ontwikkeling ter discussie gesteld. Waar sommige politici vinden dat er hiermee een soort nieuwe preutsheid wordt bepleit, achten anderen ingrijpen vanuit de overheid noodzakelijk. Maar is deze ontwikkeling echt zo slecht en is overheidsbemoeienis wel gewenst?



medium

februari 2008

Hoewel ‘sex sells’ tegenwoordig geen onbekend fenomeen meer is, lijkt er de laatste tijd een toename te zijn van de hoeveelheid seks waarmee de kijker via de media geconfronteerd wordt. “Er is momenteel een maatschappelijke discussie waarin men vraagtekens plaatst bij de portrettering van meisjes en vrouwen als lustobject, onhaalbare schoonheidsidealen en de toenemende vercommercialisering en seksualisering van het vrouwelijk lichaam in de media”, zo stelt minister Plasterk in zijn Emancipatienota. Jochen Peter, universitair hoofddocent bij Communicatiewetenschap (UvA), doet onderzoek naar de invloed van blootstelling aan online seksueel expliciet materiaal op de seksuele socialisatie van adolescenten. Volgens Peter is er niet alleen sprake van een kwantitatieve toename van

makkelijker en via meerdere mediatypen beschikbaar. Ook zijn de discussies over seks veranderd. Waar in de jaren ‘50 de discussie was of seks voor het huwelijk wel mocht, is het vandaag de dag meer de vraag of seks wel oké is als je met die persoon eigenlijk niks wilt. Daarin zie je een duidelijke casualisering van seksualiteit.”

seksualiserende content, maar is er ook een kwalitatieve verschuiving. “Seksualiteit in de media is explicieter geworden en dringt meer door tot de mainstream media. Wat vroeger alleen op de Wallen en in de videotheek verkrijgbaar was, is nu

zien hoezeer vrouwen tegenwoordig worden beïnvloed door een onrealistisch schoonheidsideaal en de grote invloed van de media op deze ontwikkeling. Makers van glossymagazines, feministen, wetenschappers, artsen en vrouwen

Playboyvagina’s Er is tevens een sterke tegenbeweging zichtbaar van vrouwen die protesteren tegen de portrettering van vrouwen als lustobjecten. Zij verzetten zich tegen onhaalbare schoonheidsidealen, de vercommercialisering van het vrouwelijk lichaam en de toename van plastisch-chirurgische ingrepen. In de documentaire ‘Beperkt Houdbaar’ laat documentairemaakster Sunny Bergman


met en zonder chirurgisch gecorrigeerde playboyvagina’s komen aan het woord. Bergman laat zien dat vrouwen een vertekend beeld van de werkelijkheid krijgen door alle ‘gephotoshopte’ vrouwbeelden die zij om zich heen zien. Dit zorgt ervoor dat zij zich gaan vergelijken met en streven naar een onbereikbaar ideaalbeeld dat niet realistisch is.

Pure ranzigheid Ook Ariel Levi spreek zich uit over de zogenaamde ‘bimbocultuur’. In haar debuut ‘Female Chauvinist Pigs: Women and the Rise of Raunch Culture’ (2005) verbaast zij zich over de normalisering van “pure ranzigheid” en de actieve rol die vrouwen hierin spelen. Strippers op televisie die de kijker gedetailleerd uitleggen hoe een man het beste tot een orgasme te brengen, de kledingkeuze van Charlie’s Angels in de gelijknamige film uit 2000, de overdaad aan videoclips waarin vrouwen zich welwillend aan de mannelijke blik tentoonstellen; Levi heeft er geen goed woord voor over. Ze bestrijdt de stelling dat de vrouw van nu seksueel bevrijd is en het feminisme geslaagd is in haar doelen. Daarentegen maakt zij plausibel dat vrouwen tot pornografisch lustobject zijn gemaakt door onder meer de massamedia, met daarin een grote rol weggelegd voor de muziekindustrie, televisie en tijdschriften met tevens de alomtegenwoordige reclame-uitingen. Volgens Levi is dit geen bevrijding, maar juist een beklemmend en vernederend keurslijf.

van seksualiteit redelijk homogeen; de boodschap is eigenlijk steeds hetzelfde. Ten tweede wordt dit vooral door jongeren als ontzettend realistisch waargenomen; ze zijn minder in staat om te relativeren. Voor internetpornografie geldt daarbij ook dat er een nu nieuwe golf is waarin jongeren zelf gaan participeren, waarbij mensen heel intieme dingen op het internet publiceren. Daardoor wordt bij veel mensen de indruk gewekt dat dit iets ontzettend realistisch is. Bij adolescenten is dit nog sterker, omdat zij relatief weinig ervaring hebben.”

Ook sociaal psychologe dr. Saskia Schwinghammer, verbonden aan de Universiteit van Tilburg (UvT), erkent de

geen duidelijke functie vervulden maar vooral afgebeeld werden als lustobject, of beelden van vrouwelijke rolmodellen. Dit waren mooie, aantrekkelijke vrouwen die wel een functie vervulden, zoals een debatterende politica en een presentatrice van een reisprogramma. Na het zien van de seksuele clips bleken de jongens veel traditioneler ingesteld te zijn dan na het zien van rolmodellen. Zo was deze groep het in sterkere mate eens met stellingen als ‘Een vrouw mag werken, maar haar belangrijkste taak is moeder zijn’. Dit gold ook voor stellingen als ‘Als vrouwen te slim zijn is dat niet goed voor henzelf’ en ‘Vrouwen zijn emotionele wezens en kunnen minder helder nadenken dan mannen’, wat duidt op een toename van seksisme.

invloed van seksuele inhoud in de media.

Schwinghammer: “Als je bedenkt dat

Seksuele muziekclips

‘Je moet wel erg dom zijn om je hierdoor te laten beïnvloeden!’ het hier slechts een blootstelling van 15 minuten betreft en mannen het vervolgens meer met deze stellingen eens zijn, dan geeft dat natuurlijk wel te denken. Zeker als je bedenkt dat jongeren in het echte leven erg veel naar dit soort zenders kijken en dus veel van dit soort beelden zien.”

Er is volgens Jochen Peter geen sprake van een makkelijk stimulusrespons model, waarin geldt ‘monkey see, monkey do’. Dit wordt echter wel vaak aangenomen in de publieke discussie. Hij denkt daarentegen wel, dat met name seksueel expliciete inhouden een relatief sterk effect kunnen hebben op bepaalde typen mensen. “We zien het relatief sterk in seksuele attitudes en in houdingen tegenover het andere

Zij deed onlangs onderzoek naar de effecten van seksualiserende muziekclips op jonge meiden tussen de 12 en 16 jaar. De meisjes werden blootgesteld aan ofwel een aantal muziekclips met seksuele en stereotype beelden van vrouwen, ofwel aan een aantal neutrale muziekclips. Uit de resultaten bleek, dat de meiden die de seksueel getinte muziekclips hadden gezien zich sterk met de vrouwen in de clips vergeleken. Ook zagen zij zichzelf meer als een object. Schwinghammer: “Vrouwen worden in seksuele muziekclips vaak tot seksuele objecten gereduceerd. Daardoor kan het zo zijn dat de kijkers van zulke clips zichzelf ook als object gaan zien. Dit bleek dramatisch toe te nemen na het zien van de seksuele clips, evenals de mate van lichaamsschaamte.” In een andere studie

geslacht. Dat zijn robuuste resultaten die we al uit de jaren ‘80 kennen en die we tegenwoordig ook onder adolescenten zien”. Er zijn verschillende redenen die dit zouden kunnen verklaren. Peter: “Ten eerste is de pornografische portrettering

deed Schwinghammer onderzoek naar de effecten van clips op jongens tussen de 15 en 17 jaar, met het verschil dat de jongens in dit onderzoek ofwel muziekclips met seksuele en stereotype beelden van vrouwen te zien kregen waarin zij

schoonheid niet echt is, dan kan het best zijn dat die effecten niet meer optreden. En dit bleek ook zo te zijn.” Zij toonde eerst beelden met mooie, sexy en schaars geklede modellen, waarna de ene groep studentes een samenvatting las van een

Homogene boodschap

Onbewust effect Saskia Schwinghammer deed ook onderzoek naar de effecten van onrealistische ideaalbeelden in de media. “Er is al veel bekend over de negatieve effecten hiervan, zoals lichaamsontevredenheid, lichaamsschaamte, depressiviteit en eetstoornissen. Ik onderzoek vooral hoe je deze effecten tegen kunt gaan. Ik dacht, als je mensen nu bewust maakt van het feit dat die foto’s niet echt zijn, dat die

februari 2008 medium




feministisch boek van Naomi Wolf dat het huidige onrealistische schoonheidsideaal kritisch bespreekt. De andere groep las een samenvatting van een zogenoemde ‘chicklit’ roman. Vervolgens bleek dat de studentes die ‘chicklit’ hadden gelezen, minder tevreden waren met hun lichaam. Bewustmaking van het feit dat de beelden niet realistisch zijn, bleek dus te leiden tot een positiever lichaamsbeeld en heeft dus wel degelijk effect. Schwinghammer: “Mensen roepen vaak ‘Maar we weten toch dat het nep is! Je moet wel erg dom zijn om je hierdoor te laten be��nvloeden!’, maar dit onderzoek dat gedaan is onder universitaire studenten

een grote invloed kunnen uitoefenen. “Persoonlijk denk ik dat de seksuele opinie van peers het belangrijkst is. Er zijn altijd leden van een peergroup die een grote invloed hebben. Als je die bereikt, zullen de anderen het overnemen.” Voor ouders ziet hij meer een indirecte rol weggelegd waarin zij hun kinderen bepaalde normen en waarden bijbrengen. Schwinghammer vindt het daarentegen goed om aandacht te besteden op scholen aan wat er allemaal te zien is op tv en internet. “Met name als je jong bent, heeft de omgeving en de sociale norm een grote invloed op het zelfbeeld. Internet, tv en bladen creëren een bepaalde seksuele sociale norm en die

‘Blij zijn met jezelf, dat is eigenlijk de boodschap.’

10

(dus geen domme vrouwen) toont aan dat we ons dus nog niet genoeg bewust zijn van de onechtheid van de beelden die we in de media zien. Deze beelden worden vaak ongemerkt opgenomen en de effecten hiervan kunnen zich manifesteren op een onbewust niveau. Als je mensen vervolgens bewust maakt van het feit dat het geen realistische weergave van de werkelijkheid is, dan zie je dat ze voor dat effect corrigeren en de negatieve gevolgen verminderen.”

beïnvloedt het gedrag, attitudes, normen en waarden van jongeren. Ik denk dat het op scholen aanbieden van een cursus mediabewustzijn en groepsdiscussies (onder professionele leiding) over zelfbeeld en de invloed van anderen hierop positieve effecten kunnen hebben. Onlangs heb ik bij een bijeenkomst over dit onderwerp van jongeren begrepen dat aan dit soort zaken nog geen aandacht wordt besteed op scholen, maar dat daar juist wel een grote behoefte aan is.”

Opleiden in plaats van beschermen

Sex vs. tabak

Minister Plasterk stelt in de Emancipatienota dat het belangrijk is dat meisjes en jongens op school, thuis en via hun ‘eigen media’ kritisch leren omgaan met de geseksualiseerde cultuur en weerbaar worden tegen seksueel geweld. Volgens Jochen Peter kan het

Een ander plan dat Plasterk formuleert in de Emancipatienota, is om bij de omroepen aan te dringen op zelfregulering. Volgens Peter is dit niet realistisch voor commerciële omroepen. “Zij doen wat de klant wil. Zolang sex sells, zullen zij het blijven aanbieden. Als het de kijker/lezer niet meer interesseert of de omroepen

geen kwaad om jongeren hierover op te leiden. “Maar let wel, opleiden in plaats van beschermen. Als je jongeren kunt leren dit niet als realistische of betrouwbare informatie te zien, heb je al veel bereikt.” Peter is sceptisch of ouders en scholen

zich willen profileren als politiek correct, zouden ze het wel doen, maar we kunnen niet aannemen dat omdat er nu zo’n nota is, dat dit zo makkelijk gebeurt.” Ook Schwinghammer staat sceptisch tegenover het plan voor zelfregulering:

medium

februari 2008

“Enerzijds lijkt het me gevaarlijk als de overheid zich gaat bemoeien met wat er op tv te zien is; we leven immers in een vrij land. Daarentegen heeft de overheid tabaksreclames verboden omdat roken schadelijk is voor de gezondheid. Uit Amerikaans en Nederlands onderzoek blijkt dat seksualiserende beelden onder andere tot eetstoornissen, depressiviteit, lichaamsschaamte en een slecht zelfbeeld kunnen leiden. Dat vind ik ook een risico voor de volksgezondheid. Als je dan bedenkt dat de overheid zich in het verleden wel heeft bemoeid met tabaksreclames, zou je je kunnen afvragen waarom de overheid nu geen richtlijnen opstelt voor reclames als het over aantrekkelijkheid gaat of het afbeelden van vrouwelijk schoon.”

Kritische houding Wat nu te doen met onze seksualiserende maatschappij? Volgens Schwinghammer is het goed een soort weerbaarheid te creëren bij jongeren, waarbij zij leren dat wat zij zien in de media niet echt is en aantrekkelijkheid niet het belangrijkst. “Blij zijn met jezelf, dat is eigenlijk de boodschap en dat minder laten afhangen van hoe anderen eruit zien.” Wat zij ook zou ondersteunen is minder seksuele beelden in openbare ruimtes. “Is dat nou nodig, zo’n enorm billboard van een ‘gephotoshopte’ halfnaakte vrouw? Het is gewoon in your face, je kunt er niet omheen. Daar zou ik mee beginnen.” Ook een ‘photoshopvrij’-actie, zoals Sunny Bergman bedacht, vindt Schwinghammer een goed plan. “Door het plaatsen van een Photoshop-logo bij bewerkte plaatjes maak je mensen bewust van het feit dat het niet echt is.” Of dit de meest effectieve oplossing zal zijn, is vooralsnog niet duidelijk. Maar een kritische houding ten opzichte van een ontwikkeling waarin ‘sex sells’ een understatement lijkt te zijn, is in de huidige samenleving geen overbodige luxe. Reageren? Kijk op reageeropmedium.nl Verwijzingen/Bronnen: Nota ‘Meer kansen voor vrouwen. Emancipatiebeleid 2008-2011’ Levi, A. (2005). Female Chauvinist Pigs: Women and the Rise of Raunch Culture. New York: Free Press.


In de Wandelgangen tekst en fotografie Elsbeth Asbeek Brusse

februari 2008 medium

11


Over de Grens New York: Working in the Big Apple tekst Natasja van Est foto Philip Rouwenhorst

New York kennen we allemaal van de beelden die de media ons tonen. Een ideale stad om te leven, wonen en werken, althans zo lijkt het. Om te ervaren hoe het echte leven eraan toe gaat in the Big Apple, besloot Philip Rouwenhorst stage te gaan lopen in deze wereldstad. Medium vroeg hem naar zijn ervaringen in de hectische ‘hoofdstad van de wereld’. Series als Sex and the City, Will & Grace en Friends geven ons een enerverend beeld van het leven in New York. Het cliché van seks, drugs en rock-’n-roll lijkt daar aan de orde van de dag. Natuurlijk gaat het leven daar naast alle feesten ook gewoon door en zal er ook gestudeerd en gewerkt moeten worden. Philip Rouwenhorst (22), vijfdejaars student Communicatiewetenschap aan de UvA, greep zijn kans en besloot zijn stage in New York te lopen. Sinds september werkt hij daar binnen de Verenigde Naties bij Inter Press Service (IPS).

Spaanstalige publicatie Over zijn woonsituatie in New York is Philip zeer tevreden: “Van alle stagiaires binnen de Verenigde Naties heb ik het misschien wel het beste getroffen. Ik woon in Manhattan op de hoek van 1st Avenue en 55th Street, dat is slechts tien minuten lopen naar mijn werk.” Hij woont er samen met een Australische jongen, die ook stage loopt bij de VN, in een appartementencomplex van twintig appartementen. De buurt waar hij woont is welvarend, waardoor het er relatief rustig is. In de miljoenenstad voelt hij zich helemaal thuis en hij wandelt dan ook graag door de straten van de stad met de muziek van zijn iPod. Al meerdere keren had hij New York bezocht voor hij besloot er stage te gaan lopen. Hij wist dus al wat hij van de stad kon

12

medium

februari 2008


verwachten en wat de leuke plekjes waren. Toch twijfelde hij eerst nog tussen New York en Hong Kong. Toen hem een baan werd aangeboden bij IPS was de keus snel gemaakt. Philip: “Ik was altijd al zeer geïnteresseerd in internationale betrekkingen en diplomatie tussen staten. Binnen de VN werken 192 lidstaten samen op verschillende gebieden, waardoor het voor mij een ideale organisatie is.” Het internationale persbureau IPS richt zich voornamelijk op the story underneath in plaats van op de headlines. Berichten die daar worden geschreven kunnen de hele wereld overgaan wanneer bedrijven aangesloten zijn bij IPS. Zo is een artikel van Philip vertaald naar het Spaans en vervolgens in een Chileense krant geplaatst.

Dagprogramma Omdat hij de enige is met de sleutel, opent Philip het kantoor iedere dag. Vervolgens leest hij de Washington Post en bezoekt de dagelijkse persconferentie van de woordvoerder van Secretaris Generaal Ban Ki-moon. Na dit ritueel zien de werkdagen van Philip er steeds anders uit. Soms is hij de hele dag aan het schrijven, een andere keer bezoekt hij een persconferentie of interviewt hij mensen voor een artikel. In korte tijd heeft Philip een hechte groep van dertig mensen om zich heen verworven die met elkaar afspreken om te lunchen, dineren of uitgaan. In december ging hij met grote regelmaat feesten af die werden georganiseerd door de verschillende missies aan de

zo snel mogelijk rijk worden? Volgens Philip geldt dit alleen voor de geschoolde jongeren. “Zij hebben de kans op een goede baan dankzij hun diploma. Ze werken zestien uur per dag om binnen een paar jaar miljonair te worden. Arme jongeren krijgen die kans niet en worden gedemotiveerd deze droom na te jagen, waardoor veel verborgen talent verloren gaat.” Een ander, door de media veroorzaakt, stereotype van Amerikanen is dat zij altijd uit eten gaan. Philip herkent dit fenomeen uit zijn directe omgeving. De mensen met wie hij omgaat, hebben een druk leven en hebben daardoor weinig tijd om een uitgebreid diner te bereiden. Zelf is hij geen uitzondering op de regel: ook Philip heeft sinds zijn verblijf in New York nog niet gekookt. “Niemand ontkomt eraan enkele kilo’s aan te komen.”

Wereldpolitiek De wereld werd wakker geschud toen het nieuws bol stond van de aanslagen op het WTC op 11 september 2001. Terrorismedreiging werd een reëel feit en het werd duidelijk dat de beveiliging van luchthavens en belangrijke overheidsgebouwen verbeterd diende te worden. Binnen de VN was dit uiteraard niet anders en de preventieve aanpak van terrorisme werd daar nog strenger. Vooral binnen de VN krijgt Philip te maken met terrorismedreiging en de preventieve aanpak ervan. Sinds een terroristisch incident

‘Het persbureau richt zich op the story underneath’ VN. Volgens hem is het recept daar altijd hetzelfde: “Gratis eten en drinken, veel diplomaten en een bezoek van een hooggeplaatste medewerker van de VN.” Hij hoeft zich geen moment te vervelen in the Big Apple. Wanneer hij wil weten hoe het gaat met zijn vrienden en familie in Nederland mailt hij of spreekt mensen via het internetmedium Skype. Ook belt hij regelmatig met een speciale telefoonkaart.

American Dream?

in Algiers, waarbij zeventien VN-medewerkers omkwamen, is de beveiliging rondom het hoofdgebouw van de VN flink verzwaard. Bij de hoofdingang is permanente politiebewaking en na de aanslagen werden zeven blokken afgezet door hordes politieauto’s. Voor Philip was het zelf ook even spannend toen er een bommelding werd gerapporteerd in het gebouw waar hij werkt. “Niemand mocht het gebouw uit en niemand kon naar binnen. Dat was best spannend, je realiseert je op zo’n moment werkzaam te zijn in het centrum van de gepolariseerde wereldpolitiek.”

Philip merkt op dat er veel armoede heerst in de Verenigde Staten. Hij ziet mensen die geen geld hebben voor degelijk onderwijs en vaak ook geen zorgverzekering af kunnen sluiten. Het land staat bekend om zijn vrijheid en democratie, maar Philip heeft uit eigen ervaring opgemaakt dat dit beeld niet altijd wordt nageleefd: “Op

Tijdens zijn stage IPS heeft Philip de bevestiging gekregen vooral geïnteresseerd te zijn in de diplomatieke kant van de Verenigde Staten. Volgend jaar begint hij aan zijn politieke master om zich

straat word ik soms uitgescholden als ik met een gekleurde vrouw loop.” Ook ziet hij hoe minder populaire presidentskandidaten monddood worden gemaakt tijdens een reclameblok. Hoe zit het dan met andere beelden die de media ons voorschotelen? Wil iedereen the American Dream waarmaken en

Toekomst

volledig toe te leggen op dit gebied. Philip heeft al verschillende contacten opgedaan die hem gevraagd hebben te solliciteren op een betaalde stage bij de Nederlandse Missie aan de Verenigde Naties. Hij acht de kans aanwezig volgend jaar weer terug te keren naar New York. Het leven in een wereldstad van formaat is hem duidelijk goed bevallen.

februari 2008 medium

13


Benoemen en Genadeloos Afrekenen - advertentie -

Alleen provocatie of toch grensoverschrijdend? tekst Mirjam de Jong fotografie DugganArts

Weinig gaat de weblog GeenStijl.nl te ver om een primeur te behalen, sarcastisch uit de hoek te komen, een mooie mediastunt te creëren of een daverende discussie op gang te brengen. Heeft een populaire weblog als GeenStijl geen publieke verantwoordelijkheid? Mag de weblog onder de noemer ‘zonder politiek correct gelul’ journalistieke grenzen overschrijden?

14

medium

februari 2008

De in 2003 opgerichte weblog GeenStijl bestond aanvankelijk uit het bespotten van amateurisme van andere websites en het schrijven van opiniërende artikelen en comments over actualiteiten en personen. Het provocerende karakter was al vanaf het begin zichtbaar. De weblog is het visitekaartje geworden van de holding NewsMedia, gevestigd in Amsterdam. Sinds 2006 is deze holding voor 40% eigendom van de Telegraaf Media Groep.

Alle journalistieke principes, nuances en politieke correctheid worden gemeden en de artikelen worden nog steeds gekenmerkt door felheid, directheid en het nodige sarcasme. Volgens de statistieken van de weblog zelf bestaat het publiek voor 70% uit hoger opgeleide, jonge mannen en wordt de site maandelijks door 1,6 miljoen mensen bezocht.

GeenStijl is zich steeds meer gaan richten op de actualiteiten en de Nederlandse politiek in plaats van op alleen trivia en humor. Zo heeft de weblog een onderscheidend semijournalistiek karakter gekregen. Dit wordt door de redactie echter niet nagestreefd.

Door het NOS Journaal werd het ‘de nieuws-weblog van rechtse signatuur’ genoemd en ook de nrc.next schaalt het in als rechts-populistisch. Directeur Dominique Weesie noemt de weblog zelf ook rechts van het midden. Maar volgens

Genadeloos afrekenen


Weesie is het doel van GeenStijl om in Nederland de Britse tabloid ‘journalistiek’ te introduceren: genadeloos afrekenen. Dit lijkt aardig te lukken aangezien GeenStijl door verschillende traditionele media ook wel ‘de vertegenwoordiger van de onderbuik gevoelens’ en ‘shock-log’ genoemd wordt. Van vermeende criminelen wordt bijvoorbeeld de gehele achternaam genoemd en op de foto wordt over hun ogen geen zwarte balk geplaatst.

Onwaarheden Soms gaat de weblog te ver en wagen rechtspersonen zich aan een juridische strijd met GeenStijl of zijn columnisten. Zo nam Ruud de Wild advocaat Bram Moszkowicz in de arm om hem te helpen Luuk Koelman tot de orde te roepen. Koelman, op zijn website ‘de journalist met een scherp in de huid krassend pennetje’ genoemd en columnist op de weblog, had een column gepubliceerd waarin de DJ/kunstenaar beledigd werd. Na een aantal sommaties van de topadvocaat tot verwijdering en rectificatie van het artikel, die daarna in hun geheel te lezen waren op de weblog, heeft de Wild zijn dreigementen niet waargemaakt: het is nooit tot een rechtszaak gekomen.

Accuraat? Het verkondigen van onwaarheden tussen actualiteiten en nieuws is een vreemde kwestie en inderdaad vergelijkbaar met de Britse tabloids. Als men het nieuws op een leuke manier tot zich wil nemen en de zware, droge kost van de traditionele media wil mijden, zou GeenStijl een goede manier zijn. Maar hier en daar blijkt de weblog niet vies te zijn van een leugen. Bijvoorbeeld de melding in januari 2007 van het overlijden van Felix Meurders na een verkeersongeluk op de Plantage Kerklaan in Amsterdam. Een verzinsel van GeenStijl om Meurders terug te pakken. Hij had namelijk in het programma De Leugen Regeert een onderzoek gepresenteerd naar de geloofwaardigheid van nieuwssites waaronder ook GeenStijl. Je eigen dood terugvinden op het internet kan niet beschouwd worden als een grap, en gaat dan ook te ver. Maar de weblog laat ook zien wél met accuraat nieuws te kunnen komen. Zoals de primeur van de Nijmeegse mannelijke wethouder en

een gemeenteraadslid die een seksueel avontuur beleefden in een fietsenhok. Dit is later opgepikt door andere media waardoor het vrouwelijke gemeenteraadslid uiteindelijk haar biezen heeft gepakt. Het bleek accuraat nieuws, maar ontketende wel een discussie over of men hier met een privé kwestie te maken had en het wel openbaar had mogen worden gemaakt.

Reaguurders

we dit gezeur niet gehad.” Verder geeft hij aan dat de problemen vooral worden veroorzaakt worden door allochtone jongeren. “Laat Nederland Nederland zijn en ROT OP!” is dan ook zijn slotzin. Uit deze reactie blijkt op te maken dat reaguurders zich niet aan alle gestelde regels houden.

Middeleeuwen

Op al deze artikelen mag volop gereageerd worden. Dit maakt de weblog volgens de redactie al jaren tot wat het is. Aan het reageren is tegenwoordig echter wel een aantal regels verbonden. Zo mag de zogenaamde ‘reaguurder’ geen racistische, antisemitische of extreem rechtse be-

De journalistieke monocultuur is in Nederland aan het veranderen, vermoedelijk door het internet. De voornamelijk linkse traditionele media krijgen een steeds sterker tegengeluid. Dit is op zichzelf een goede ontwikkeling voor een vrije democratie als Nederland. In maart 2007 stelde de jury van ‘Dutch Bloggies’

dreigingen plaatsen, worden analfabeten geweerd en kunnen de ‘reaguurders’ met

vast dat GeenStijl de beste weblog van Nederland is. Volgens Boudewijn Geels,

‘GeenStijl is niet voor mietjes’ aanhoudende zeikreacties (‘vervelio’s’) een IP-ban verwachten. Daarnaast moeten vrouwen zich niet aanstellen als ze seksueel gefrustreerd raken door de comments van andere reaguurders, comments van hen worden tenslotte ook gewoon gerespecteerd. Tot slot is GeenStijl niet voor mietjes en geeft de redactie aan een gruwelijke hekel te hebben aan kleinzielig gedrag en politiek correct gejammer. Heel goed, dit soort regels. Dan blijft het voor iedereen leuk en acceptabel. Maar zowel de redactie (door sancties) als de reaguurders (door comments) lijken zich hier niet helemaal aan te houden. Begin januari bijvoorbeeld, zet de weblog het idee van Doekle Terpstra voor 2008 uiteen: benoemen en bouwen. GeenStijl is niet positief over het initiatief van Terpstra om met elkaar de positieve dingen uit de samenleving te gaan benoemen en daar verder op te gaan bouwen, in plaats van alleen maar kritiek te leveren op alles wat er gebeurt in onze samenleving. Een reaguurder geeft hierover zijn mening: “Als Nederland Nederland zou zijn, hadden

redacteur van HP de Tijd, is hetgeen wat GeenStijl zo uniek maakt het feit dat het fungeert als nationale schandpaal. Net als in de Middeleeuwen worden de rare individuen op het schavot gehesen en het volk krijgt de mogelijkheid om deze individuen uit te foeteren, de grond in te trappen en uit te lachen. Nu in de vorm van het plaatsen van anonieme reacties. En hier is, blijkens de vele comments, nog steeds veel behoefte aan. Maar niet alleen daarin is een grote mate van vrijheid te ontdekken. Zo is de site ook de enige ‘nieuwssite’ die de volledige achternaam van vermeende criminelen geeft en voor grove filmpjes niet terugdeinst. Kortom: de grenzen zijn ver te zoeken. De bezoekers van GeenStijl krijgen echter ongecensureerde, keiharde feiten en soms een vleugje leugens voorgeschoteld. En dat is waar ze voor komen. Voor de rest van de bevolking zijn er naast GeenStijl gelukkig nog veel meer mogelijkheden om jouw nieuws te vinden. Alleen keiharde provocatie of toch grensoverschrijdend? Wat vind jij? Reageer op reageeropmedium.nl

februari 2008 medium

15


Nieuwe Buurtbewoner Gezocht (m/v) Wijkpromotie voor probleemwijken tekst Jesse Verdonk fotografie Michael Groen

Citymarketing en tegenwoordig wijkmarketing zijn de nieuwe wapens van gemeenten om mensen te porren voor de drie W’s: wonen, werken en winkelen. Wat te doen als een wijk negatief belicht wordt in de media en promotie dient voor zelfbehoud? Drie studenten uit Utrecht hebben het antwoord. Het valt tegenwoordig niet mee om producten aan de man te brengen, zeker niet als het te verkopen product een stad betreft. Beeld je maar eens in waar je in dit organisch geheel van mensen, voertuigen en infrastructuur je als stad zijnde het accent op moet leggen om de aandacht te trekken van de consument. Wordt aantrekkelijkheid gekenmerkt door cultuur en ontspanning in de omgeving? Of juist leefbaarheid en natuur? Een aantal voorbeelden van stadsmarketing zijn de thema’s “I Amsterdam”, “Er gaat niets boven Groningen” en “’t Kan in Almere”. Over de grens wordt er in sommige gevallen overdreven met bestaande slogans: zo verscheen er in Parijs, de stad van de liefde, een poster van een groep zoenende rugbyers.

Probleemwijken Nu blijken niet alleen stedelijke bestuurders gebaat te zijn bij allerhande promotie om het nog aantrekkelijker te maken om juist in hun stad te gaan wonen, winkelen of werken. Tegenwoordig zijn ook wijken zeer pro-actief bezig met de media en op welke manier deze van hun kant moeten worden ingezet om mensen enthousiast te maken voor hun wijk. Hieronder wordt aan de hand van een uniek initiatief van drie studenten belicht hoe media zodanig kunnen worden ingezet om wijken aan te prijzen in tijden van negatieve publiciteit (en de daaropvolgende leegloop) of de aanwas van inwoners te consolideren in tijden van herstructurering. Maart 2007 was het zo ver: PvdA-minister Ella Vogelaar voor Wonen, Wijken en Integratie presenteerde haar plan om probleemwijken aan te pakken. Dit deed zij

16

medium

februari 2008

aan de hand van een door haar departement opgestelde top-40 probleemwijken. De overheid is voornemens hier de komende vier jaar 400 miljoen euro extra aan te besteden om zaken als leefbaarheid en integratie van verschillende bevolkingsgroepen te bevorderen. Zo schreef Elsevier recentelijk een artikel over de probleemwijken van Amsterdam waarin minutieus werd beschreven welke onlusten er het afgelopen decennium de media haalden. In de weken na de publicatie van deze wijkenlijst verschenen er een aantal kritische artikelen over verschillende wijken. De Volkskrant schreef ondermeer dat “mensen altijd chagrijnig zijn in Overvecht”.

Landmarks Het behoeft geen uitleg dat de bewoners van deze wijken niet blij waren met dit oordeel van de media. Henk Verhagen, Ivo Tanis en Klaas Schotanus, studenten stedelijke vormgeving aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) besloten, naar aanleiding van opgedane ervaringen in Sri Lanka los van hun studie, een project op te zetten in de Utrechtse flatwijk Overvecht. Onder de naam stichting HIK gingen zij de wijk in om inzichten op te doen over de aard van de aanwezige problemen: “Overvecht is een overblijfsel van de systeembouw uit de jaren ‘60. Dat was toentertijd het ideaal want alles was aanwezig in die flats: gas, water, elektra. Dit was het zogenaamde idee van licht, lucht en ruimte” betoogt Henk. Vervolgens zijn zij gaan kijken naar zogenaamde landmarks om de inwoners van Overvecht te bereiken. Landmarks zijn in de regel hoge punten in een wijk of stad (bijvoorbeeld de Eiffeltoren in Parijs), maar in het algemeen


zijn het punten die een versterking van de oriëntatie verschaffen. “Het is erg persoonlijk wat mensen als landmark zien, dit kan van alles in het straatbeeld zijn, van de bakker op de hoek tot een stukje kauwgom op een stoeptegel” aldus Henk. “Maar het is ook belangrijk dat je praat met de bewoners om er achter te komen wat daadwerkelijk de landmarks zijn in een wijk”, meent Klaas.

Fotografie Tegelijkertijd met hun wijkoriëntering speelde de discussie over SWANKS. Deze steigerdoeken zouden volgens sommige belanghebbenden een té grote uitwerking hebben op het straatbeeld. De blinde gevelwanden van de flats in Overvecht in combinatie met de onherkenbaarheid van deze flats leverden het idee op SWANKS in te zetten. Zodoende krijgen de flats een positiever én een herkenbaarder aanzicht. Stichting HIK bedacht voor de invulling van deze SWANKS dat de wijk zelf hier het meest over te zeggen zou hebben. Zodoende benaderden zij begin 2007 een basisschool, een middelbare school en een buurtcentrum. Met deze drie groepen ging de stichting aan de slag om de mooie kanten van hun wijk beter in beeld te brengen. Er is voor deze drie categorieën gekozen vanwege het feit dat leeftijd wellicht een doorslaggevende factor kan spelen bij de zoektocht naar mooie plekjes in de wijk. “We hebben gekozen om fotografie te gebruiken, vanwege het feit dat dit een heel simpel en pakkend medium is. Door aan deze groepen een cursus fotografie te geven konden de buurtbewoners hun buurt gemakkelijk vastleggen”, stelt Ivo. “Met afdelingen van deze verschillende leeftijdsgroepen zijn wij vervolgens de wijk ingetrokken om met name positieve beelden van de wijk te fotograferen.”

Succes In de tussentijd benaderde stichting HIK in eerste instantie de gemeente en later de twee grootste woningbouwverenigingen die actief zijn in Overvecht voor een subsidie. Na lang aandringen werd er één woningbouwvereniging bereid gevonden geld te geven om de wijk op te kunnen fleuren. Na een aantal maanden met buurtbewoners te hebben opgetrokken begon het project zijn vruchten af te werpen. Zo kregen de heren een verzoek van een andere wijk uit Utrecht (Kanaleneiland) om eenzelfde soort project daar op te zetten.

Henk vond echter een significant verschil tussen beide wijken: “Wat wij nu gedaan hebben in Overvecht zou bijvoorbeeld nog niet mogelijk zijn in Kanaleneiland, tenminste niet op dezelfde manier. In Overvecht hebben wij alleen maar heel erg positieve ervaringen opgedaan, terwijl als je in Kanaleneiland rondloopt je camera praktisch wordt afgepakt.” Hierna volgde de wijk Slotervaart die wel oren had naar het project. De stichting is echter voornemens eerst haar project in Overvecht af te sluiten, bij wijze van referentiepunt, om vervolgens te gaan nadenken over eventuele vervolgen. Klaas: “Dit project kan op grote schaal worden geïmplementeerd in een aantal wijken. Er moet dan wel een partij boven de teams die aan de slag gaan in de wijken, aanwezig zijn om de projecten te coördineren.” Naast Slotervaart meent de stichting dat de Bijlmer, vanwege het feit dat deze wijk

een actie gestart om het aanzicht van deze wijken te verbeteren. Een aantal buurten binnen deze wijken worden verfoeid vanwege het feit dat overal waar je kijkt schotelantennes aanwezig zijn. Kunstenaar Peter Doeswijk heeft met behulp van een aantal basisscholen in de desbetreffende buurten tekeningen gemaakt, deze vervolgens ingescand en laten bevestigen op de schotelantennes. Naast deze actie met schotelantennes heeft de gemeente Amsterdam te kennen gegeven geld beschikbaar te stellen voor ideeën die sociale cohesie in, en algemene promotie van probleemwijken ten goede komen.

Initiatief Molblog weet te vermelden dat zogenaamde wijkmarketing of wijkpromotie vaak in het leven wordt geroepen om nieuwe bewoners naar de wijk te trekken of een wijk die wordt gerestaureerd in een

‘In Kanaleneiland wordt je camera afgepakt.’ in dezelfde ideologie is opgebouwd als Overvecht, ook een geschikte wijk is om zo’n project te op te starten.

Andere wijkpromotie? Naast het initiatief van stichting HIK in de Utrechtse wijk Overvecht, zijn er ook een aantal andere voorbeelden te noemen op het gebied van wijkpromotie. Volgens de marketingblog Molblog is er op dit moment naar aanleiding van een ingrijpende herstructurering van de Rotterdamse wijk Crooswijk een campagne opgezet. Deze heeft de intentie de sympathie van betrokkenen (wijkbewoners, omwonenden en Rotterdammers in het algemeen) voor het herstructureringsproces te winnen en informatie te geven over de positieve veranderingen die deze opknapbeurt teweeg zou gaan brengen. Door middel van een website, advertenties en posters op billboards en trams met als motto “Een beetje vroeger, maar dan nu” wil de gemeente eenieder die tegen deze herstructurering is de mond snoeren. Van de zomer is er in de Amsterdamse stadsdelen Slotervaart, GeuzenveldSlotermeer, Osdorp en Bos en Lommer

beter daglicht te zetten. De heren van de stichting HIK zijn in deze algemene trend een wat vreemde eend in de bijt om twee redenen. Ten eerste betreft het drie studenten die eigenlijk alleen vanwege de relatie met de studie met dit project zijn begonnen en hier langzaamaan steeds meer affiniteit mee zijn gaan krijgen: “Vanwege de rechtsvorm die wij hebben aangenomen, een stichting, is het paradoxaal genoeg ook zo dat we ons niet mogen laten betalen voor alle moeite die we in het project steken. We moeten dan ook naast dit project ook gewoon werken en studeren. Ik vraag me dan ook ten zeerste af of dit project op deze manier door te voeren is naar andere wijken,” stelt Ivo. Ten tweede lijkt het zo te zijn dat (lokale) overheden pas na het initiatief van de stichting warm liepen voor wijkpromotie die niet gericht is op het lokken van nieuwe bewoners, maar juist op het bestrijden van een in de media ontsproten naargeestige reputatie. Misschien dat met de oproep van de Amsterdamse gemeente om als burger met ideeën te komen voor het oplappen van wijken, het startsein is gegeven niet meer reactief te handelen wanneer een wijk door het slijk wordt gehaald.

februari 2008 medium

17


Muziek bij Reclames Geen fluitje van een cent tekst Niels Appelo beeld Michael Groen

Het vinden van de juiste muziek bij een televisiecommercial lijkt zo eenvoudig. Medium ging in gesprek met Sizzer, een bedrijf dat zich heeft gespecialiseerd in het verzorgen van muziek in reclames. In de praktijk blijkt het vaak toch geen fluitje van een cent te zijn. Uit onderzoek van de aan de Universiteit van Amsterdam afgestudeerde Thijno Kramer blijkt dat naast de beelden en de boodschap, muziek van zeer groot belang is. Hij vond dat wanneer men de muziek meer waardeerde, ook de reclame meer waardering geniet. Een bedrijf dat zich bezighoudt met het aspect reclamemuziek wordt in dit artikel uitgelicht en besproken.

Sizzer Het bedrijf Sizzer is gespecialiseerd in het bedenken, maken en gebruiken van muziek bij reclames. Soms componeren zij zelf de muziek, soms doen andere componisten dat en andere keren huren zij een team van componisten in. Af en toe wordt bestaande muziek gebruikt. Dit wil Sizzer zoveel

18

medium

februari 2008

mogelijk voorkomen, omdat dit nogal een dure aangelegenheid is en bovendien een administratieve rompslomp van jewelste, vanwege bijvoorbeeld de auteursrechten. Sander van Maarschalkerweerd, de Managing Director van Sizzer en ook één van de oprichters van het bedrijf vertelde alles over het proces van het vinden van muziek bij een reclamefilmpje.

Muziek als brug “Het werk vóór het creatieve gedeelte is niet interessant, behalve als je geïnteresseerd bent in politieke spelletjes”, begint Van Maarschalkerweerd. “Er zijn talloze partijen die zich met een reclamefilmpje bemoeien. Zo willen de klant, het reclamebureau, de regisseur van het filmpje en daarna de componist, de producer van de muziek en


de makers van het eindresultaat allemaal wat te zeggen hebben over het uiteindelijke filmpje met de muziek. Dit maakt het tot een politiek spel.” Wat dan wel interessant is weet Van Maarschalkerweerd ook duidelijk te vertellen. “Wanneer er een klant bij ons komt met een opdracht, zitten wij altijd met tegenstrijdigheden die dit vak leuk maken. De film die wij van muziek moeten voorzien is altijd al gemaakt en daar kunnen wij niets meer aan en tegen doen. Dat is een beetje raar, maar het komt vrij vaak voor, wij hebben ons maar aan te passen. Voor ons zit altijd de uitdaging erin om met de muziek de film en het merk, waar de commercial voor is, één te maken. Een voorbeeld is dat wij een opdracht kunnen aannemen van een groot bedrijf in Nederland dat een prachtig filmpje heeft laten maken. Veel actie, filmisch zit het goed in elkaar, maar er is een groot probleem: het filmpje past totaal niet bij het merk. En wij vinden dan het gat tussen de film en het imago van het merk te groot om die met muziek te overbruggen.”

Testen Het meest belangrijke en ook het meest ongrijpbare van het hele proces is het gedeelte waar de muziek bij het filmpje en het merk worden gezocht. Waar wordt op gelet, zijn daar protocollen voor, gaat men altijd hetzelfde te werk? “Een vervelend antwoord is het wel, maar het komt eigenlijk vooral neer op ervaring, gevoel en creativiteit”, aldus Van Maarschalkerweerd. “Er zijn heel weinig reclames met een heel uitgesproken karakter, vaak is het een middenweg. En dan komen ervaring, kennis van en gevoel voor muziek én daarbij creativiteit goed van pas. En dat is soms erg lastig, omdat de muziek niet een onderdeel is van het geheel, maar een laatste station in het proces. In de muziek komt alles bij elkaar en dan is het soms moeilijk.” Van Maarschalkerweerd vertelt daarbij dat hij een hekel heeft aan het testen van de muziek op het publiek.

Het publiek kent het niet, omdat het nieuw is. Iets nieuws valt volgens hem niet te testen. “Mensen zeggen dan vaak dat ze het niet mooi vinden, terwijl ze bedoelen dat ze het niet kennen. Een risico is dat alles op elkaar gaat lijken.” Toch wordt alles wat gemaakt wordt getest door een testpanel. Deze beoordelen of de muziek

van Beef is ook een aardig hitje geworden in Nederland.” Daarnaast heeft Sizzer een nog iets minder bekende reclame gemaakt voor Canon. Hierin worden volwassenen als kinderen gezien, die nadat de school uit is, met hun camera de straat opgaan. Boodschap: met deze camera voel je je

‘Iets nieuws valt niet te testen’ en het filmpje bij elkaar passen en of dat samen nog eens bij het merk past. Als dat niet allemaal zo is, moeten er dus dingen gaan veranderen.

Voorbeelden Ook binnen deze branche zijn er toppers en bepaalde reclames die ontzettend goed in elkaar zitten, met de perfecte wisselwerking tussen film, muziek en merk. De reclame van RVS Verzekeringen is heel bekend en is echt een ontzettend goede combinatie van muziek, merk, en beeld. In die reclame zie je al die mannen in zwarte pakken aan paraplu’s door de lucht vliegen met zo’n spacy muziekje. Écht goed”, aldus de Managing Director van Sizzer. “Natuurlijk hebben wij ook wat moois gemaakt! Wij hebben de muziek verzorgd voor een reclame van Orange Music. De boodschap is dat iedere groep met zijn eigen muziek – skaters met rock en surfers met reggae – altijd en overal hún eigen muziek kunnen luisteren. Wij hebben het nummer ‘I would stay’ van Krezip door verschillende bands laten inspelen en deze onder de beelden verschillende beelden gezet. Wanneer er beelden komen van skaters, hoor je de rockversie. Wanneer je in het filmpje surfers op het strand ziet, dan hoor je reggae. Deze reggae-versie

weer als kind en vind je alles weer mooi. Van Maarschalkerweerd: “Daar hebben wij een liedje voor opgenomen op een Amerikaanse school met kids die dat liedje helemaal niet zo goed kenden. Het is dus een rommelige opname geworden van een liedje met als begeleiding een gitaartje. Het was heel leuk, en al zeg ik het zelf: die reclame is aardig goed gelukt.”

Projecten Deze projecten zijn heel erg duur. Sizzer is dan ook één van de weinige bedrijven die het op deze manier doen. “Wij hebben de filosofie dat het wat mag kosten, maar dat het dan ook echt goed is en je dan ook zeker weet dat er veel tijd en moeite in zit. Daarom hebben we vaak ook maar een paar projecten. Binnenkort staan er weer een aantal mooie projecten te wachten, waar we waarschijnlijk tussen moeten gaan kiezen. We kunnen namelijk niet alles aan. Dat is een luxeprobleem, maar is ook een extra drijfveer om lekker en hard aan de slag te gaan.”

Wanneer je zoekt op ‘Canon 350d Commercial’ of op ‘Orange Music Krezip’ op YouTube dan is de eerste hit de in dit artikel besproken reclames

februari 2008 medium

19


Interview Emilie van Rappard tekst Maud Janssen beeld MIchael Groen

Emilie van Rappard is via een andere weg dan Communicatiewetenschap in de communicatiepraktijk terecht gekomen. Ze heeft als hoofd commerciële communicatie gewerkt bij KLM en heeft in 2004 zelf een communicatiemanagementbureau opgericht. Een schets van haar carrière tot nu toe: over de verschillen tussen werken bij een multinational en een eigen bedrijf op kleinere schaal en de wisselwerking tussen theorie en praktijk. Welke opleiding heb je gevolgd, wat was je daarmee van plan? Ik heb Algemene Letteren gestudeerd in Utrecht, met Kunstbeleid en –Management als specialisatie. Het idee was om ooit een zakelijke functie in de muziek of het theater te bekleden: impresario, of beter nog, directeur van het Concertgebouw. Tijdens mijn studie bleek echter steeds meer dat ik de kunsten leuk vond, maar dat mijn interesse veel breder op het commerciële vlak lag. Hoe ben je in de communicatie terechtgekomen? Communicatie was in het begin geen bewuste keuze. Ik ben bij KLM begonnen als Management Trainee, waarbij ik heel breed ervaring op kon doen, van Operations tot Marketing en Sales. Het aardige van communicatie is, dat je je onder die vlag breed met van alles bezig kan houden. Na afloop van het traineeship kon ik niet kiezen tussen vakgebieden, doelgroepen of landen. De afdeling communicatie kwam met iedereen om de tafel en er werkten leuke mensen. De echte vakgedrevenheid was er toen nog niet, haha. Je hebt bij KLM gewerkt als Hoofd Commerciële Communicatie, hoe ben je daar terechtgekomen, waarom had je daarvoor gekozen? Wat trok je aan in de communicatie? Na één functie in de communicatie (mijn eerste ‘echte’ functie na het traineeship), vond ik het weer hoog tijd voor iets anders. Ik sprak met de afdeling Strategie & Commerciële Partners zelfs zwart op wit af dat ik geen communicatieprojecten zou doen. Wel schreef ik een Change-strategie voor KLM-Alitalia, op basis waarvan ik werd gevraagd als Hoofd Interne Communicatie onderdeel uit te maken van het managementteam van de Joint Venture. Dat heb ik gedaan natuurlijk en het was in veel opzichten een geweldige ervaring. Uiteindelijk heb ik vrijwel alle communicatiedisciplines van heel dichtbij meegemaakt, want daarna heb ik als verantwoordelijke voor Customer Management ook Direct Marketing aangestuurd.

20

medium

februari 2008

Het gaf me een goede basis om binnen de commerciële afdeling die disciplines te bundelen en leiding te geven. De keuze voor communicatie was inmiddels een heel bewuste: het positief beïnvloeden van doelgroepen met zowel harde als zachte elementen is iets wat me enorm boeit. KLM heeft een goede reputatie, het doet mij in ieder geval denken aan comfortabel en veilig reizen. Hoe is dat sterke imago volgens jou tot stand gekomen en hoe wordt het in stand gehouden? De basis van een goede reputatie ligt natuurlijk in zorgvuldig, consistent en coherent gedrag. Alles wat je als bedrijf doet of zegt, impliciet of expliciet, draagt bij aan de beeldvorming van het bedrijf. KLM staat erom bekend dat het altijd zeer zorgvuldig met het merk is omgegaan. Betrouwbaarheid is één van de kernwaarden van het bedrijf en dat gaat veel verder dan ‘veilig’ alleen. Het betekent ook dat je als passagier weet waar je aan toe bent bijvoorbeeld. Mensen zijn overigens geneigd een merk zelf extra invulling te geven. Daar moet je als bedrijf rekening mee houden bij het ‘laden’ van je merk. Uit onderzoek van KLM bleek bijvoorbeeld dat naarmate de woonplaats van de respondent verder van Nederland lag, de component ‘Nederlands’ een steeds grotere rol ging spelen in het imago. De waarden over Nederland namen uiteindelijk de merkwaarden over. Gelukkig betrof dat vooral waarden als ‘openheid’, ‘oprechtheid’ en ‘ondernemerschap’, die kun je er wel bij hebben. Maar KLM was als partij ongeloofwaardig (en dus onbetrouwbaar) overgekomen als de eigen merkpositionering haaks op die Nederlandse waarden zou staan. De uitdaging waar KLM nu voor staat is het bepalen van die eigen identiteit binnen de samenwerking met Air France. Wat was je grootste/leukste project binnen KLM? Omdat de meeste projecten zoveel dimensies hebben, is kiezen moeilijk. De grote gemene deler is dat ik die projecten het mooist


februari 2008 medium

21


vind waar vanaf het fundament gebouwd moet worden, van merkwaarden tot implementatie. Het neerzetten van KLM-Alitalia, zowel intern als extern, is daar natuurlijk een goed voorbeeld van. Maar ook de relaunch van het loyaliteitsprogramma. Of, op een heel andere manier, de opbouw van een geïntegreerde communicatieafdeling, met Marketing Communicatie, Direct Marketing, Pers en Interne Communicatie en een eigen intern reclamebureau. In 2004 heb je ISMU (In Samenwerking Met U) opgericht. Wat had je in die tijd voor ogen met het bedrijf, en hoe verschilt dat met hoe je er nu tegenaan kijkt? Bij oprichting was ik nadrukkelijk op zoek naar een concept dat breder oplossingen kon bieden. De basis van ISMU is het denken in abonnementen: met een vast aantal uur per maand verankert een bedrijf het (strategisch) communicatiemanagement via ISMU. Daarmee biedt ISMU uitkomst voor ondernemingen die door hun groei en/of grootte de keuze moeten maken wie ze inhuren: de senior manager of meer uitvoerende ‘handjes’. Inhuur van operationele ondersteuning is voor die partijen veel effectiever, flexibeler en goedkoper bovendien. Ik werk voor een aantal partijen op die manier en het werkt goed. Het concept is, met de menging

duidelijke structuren en kan ondertussen aanstekelijk enthousiast zijn over de meest onorthodoxe ideeën. Wat is je grootste/leukste project bij ISMU? De aardigheid van zelfstandig werken is de diversiteit van wat je doet. Ik heb met ISMU de meest uiteenlopende dingen gedaan voor grote multinationals en voor kleine startende bedrijven. Veel merkpositioneringswerk, veel organisatieadvies. Maar ik heb ook meegewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe concepten en scripts geschreven voor bedrijfsfilms. Voor mij zijn de leukste projecten die projecten waar je met betrokkenheid van de klant echt tot een ander niveau van denken komt en van daaruit dingen neer gaat zetten. Daar krijg ik geweldig veel energie van. Je hebt het over merkenmanagement – wat versta je daar precies onder? De basis van een merkpositionering is om een heldere koers te bepalen waardoor je als bedrijf eenduidig acteert. Ik vergelijk merken vaak met mensen. Iemand die in niets beter of leuker is dan een ander, en die ondertussen niet waarmaakt wat hij belooft, of om de haverklap van koers verandert, die is niet alleen ongeloofwaardig, die wil je niet eens als vage kennis. Merken

‘Merken hebben de functie om een band te creëren met de consument’ van vaste en flexibele arbeidskracht, erg van deze tijd – en zou werken voor alle stafdiensten, van communicatie tot IT of P&O. Ik heb mijn werkveld nog niet in die richting uitgebreid, omdat het de focus verlegt van advies naar bureaumanagement, waar eigenlijk mijn liefde niet ligt. Ik vind de diversiteit van mijn huidige praktijk zo heerlijk. Maar de potentie is er. Wat onderscheidt ISMU van al die andere communicatiemanagementbureaus? Bij oprichting had ik mijn plan en ook mijn marktpositie scherp voor ogen. Nu kom ik er steeds meer achter wat ISMU onderscheidt, de persoon erachter is. Dat geldt eigenlijk voor de meeste eenmanszaken, maar helemaal in ons vakgebied, waar begrip en persoonlijkheid net die extra dimensie geven. En wat mij onderscheidt? Ik denk de wijze waarop ik kijk naar de organisatie van merk en communicatie. Ik ben een groot voorstander van

22

medium

februari 2008

hebben de functie om een band te creëren met de consument, die verder strekt dan eenmalig contact. Een merk moet daarom uniek, relevant en motiverend zijn, maar bovenal consistent. Wat je vaak ziet is dat merkpositionering de hobby is van de marketeer, maar dat deze niet breed gedragen wordt. Het wordt dan een papieren document, een soort ‘Second life’ met een virtuele persoonlijkheid die in de realiteit uiteindelijk niet matcht met het daadwerkelijke gedrag. Goed merkenmanagement vraagt niet alleen het bepalen van je positionering, maar ook het vertalen daarvan naar alle contactpunten, hard en zacht, van het bedrijf. Je moet de positionering terugzien in de productportfolio en de communicatie, maar ook in het personeelsbeleid. Hoe gaat merkpositionering volgens jou in zijn werk, welke stappen dienen daarbij ondernomen te worden? Het aardige aan positioneringstudies is dat die echt in alle soorten


en maten komen. Ik ken bedrijven die een half miljoen investeren in hun (her)positionering. Ik denk persoonlijk dat dat over the top is. De kosten van merkpositionering zitten niet alleen in de kosten van het bureau – al zitten ook daar grote verschillen in. Het grote verschil tussen lowbudget en highbudget positioneringstudies ligt in de hoeveelheid onderzoek die gedaan wordt om de positionering te valideren. Daarbij geloof ik oprecht dat in veel gevallen niet alleen de validiteit onder de doelgroep wordt getest, maar dat ook de interne gedragenheid wordt ‘gekocht’. Klinkt

succesvol maken: Functie: functieprofiel en processen binnen de organisatiestructuur, Functionaris: vakkennis en kunde van de specialist en Persoon: persoonskenmerken en persoonlijke effectiviteit binnen de functie. Vooral dat laatste aspect wordt mijns inziens sterk onderbelicht: kan iemand voldoende gedragenheid creëren om zijn vakkennis effectief om te zetten tot stevige en consistente communicatie? Of wordt de communicatie uiteindelijk toch geregeerd door de willekeur van de directie? In de wetenschappelijke literatuur is hier

‘De aardigheid van zelfstandig werken is de diversiteit van wat je doet’ onzinnig? Ik ben geneigd om te knikken. Maar juist omdat brede gedragenheid cruciaal is voor het succes van het merk, begrijp ik de afweging ook wel weer. Toch denk ik dat waar mensen open en eerlijk zijn, de collectieve intelligentie van het bedrijf 80% van de merkpositionering zelf in kan vullen. Meer misschien zelfs. Ik heb daar ook een speciaal product voor ontwikkeld, juist voor bedrijven die (nog) veel dichter bij hun kern staan. In drie ochtenden help ik bedrijven tot hun kern te komen en eigenlijk is dat de basis waar het allemaal om draait: ‘wat is de kern’. Maar goed, eerlijk is eerlijk, niet ieder bedrijf kan dat. Houd je je verder veel bezig met de theorie achter de communicatie? Ik heb geen formele achtergrond in de communicatie en mijn opleiding lag op de werkvloer. Toch houd ik me redelijk veel bezig met communicatietheorie. De abstractie van theorie kan de praktijk helder helpen maken. Dat strekt overigens breder dan communicatietheorie alleen. Welke theorie uit de communicatie vind jij de sterkst, of zie jij het vaakst terug? Eén van mijn stokpaardjes is de theorie over de wisselwerking tussen het succes van communicatie en de persoonlijke effectiviteit van de communicatiemanager. De effectiviteit van communicatieinspanningen is vaak direct terug te voeren op de doeltreffendheid van de communicatiemanager binnen een organisatie. Daarom moet bij aanname maar ook bij beoordelingscycli aandacht worden besteed aan alle facetten die een communicatiemanager

nauwelijks iets over terug te vinden. Ook in opleidingen wordt meer aandacht besteed aan hoe de communicatie werkt, dan aan hoe je het beste werkt in de communicatie, in het bredere perspectief van een organisatie. Ik heb daarom een eigen trainingscyclus ontwikkeld o de effectiviteit van communicatiemanagers te verhogen, met de iets cynische titel ‘Waarom communicatiemanagers de slingers ophangen’. Wat houdt die trainingscyclus in, en waarom heb je voor die titel gekozen? De trainingscyclus is gericht op het vergroten van de effectiviteit van communicatiemanagers, door het vergroten van de aansluiting met bedrijfsprocessen en -doelstellingen enerzijds en door het versterken van hun eigen positionering daarbinnen anderzijds. In drie modules worden de doelgerichtheid van communicatie en procesvoering besproken, en de cruciale rol van een goede briefing als verbinding daartussen. De briefing is namelijk veel verder dan een ‘opdrachtformulier’ voor het bureau: het document is ook intern leidend voor input, accordering en escalatie. Wat zou je het allerliefst nog meer willen bereiken in je carrière? Vroeger had ik heel duidelijke ideeën over mijn carrière. Nu kom ik niet veel verder dan dat ik hoop dat ik mijn leven lang dingen zal doen die ik leuk vind. Klinkt oppervlakkig hè? Maar het is het moeilijkste wat er is. Het betekent dagelijks de keuzes maken waar je voor wilt staan en waarvoor niet. En er zelf wat van maken natuurlijk!

februari 2008 medium

23


Kogels & Krantenkoppen De invloed van de media op het verschijnsel van schietpartijen tekst Sam de Voogt fotografie Irish Eyes

Zo rondom het middaguur op Sinterklaasdag 2007 loop een negentien-jarige jongen een winkelcentrum in de buurt van Omaha, Nebraska binnen. Hij neemt de lift naar de derde verdieping, haalt daar een semi-automatisch geweer onder zijn trui vandaan en begint te schieten. Zes minuten later schiet hij zichzelf door zijn hoofd. In de tussentijd zijn er zes mensen overleden; twee bezwijken later nog aan hun verwondingen. Sinds de zomer van 2006 hebben er elf zogenaamde spree shootings zoals hierboven in de Verenigde Staten plaatsgevonden, telkens gevolgd door een intensieve verslaggeving van de gebeurtenissen en de nasleep ervan. Nu is het makkelijk om dit verschijnsel toe te schrijven aan de wapenwetten in Amerika. Loop een supermarkt in en je kunt binnen tien minuten weer buiten staan, alleen dit keer met een shotgun in de hand. Maar hoewel de wapenwetten hoogstwaarschijnlijk een (grote) rol spelen, is er ook nog een andere belangrijke factor die deze toename tot gevolg kan hebben gehad: de media. Een uur voordat de schutter het winkelcentrum is binnengelopen, was zijn

24

medium

februari 2008

moeder met een gevonden zelfmoordbrief naar de politie gegaan. In niet mis te verstane taal beschrijft de jongen, Robert Hawkins genaamd, zijn laatste bedoelingen: “I just want to take a few pieces of shit with me... I’m gonna be fuckin famous.” Hawkins had eerder dat jaar gelezen en gehoord over Seung-Hui Cho die 32 mensen neerschoot bij het bloedbad op het universiteitsterrein van Virginia Tech University. Cho had, voordat hij begon met schieten, een envelop vol met tapes, brieven en foto’s naar een nationale televisiezender gestuurd. Zodoende stond hij de volgende dag met zijn kop op de voorbladen van alle belangrijke kranten in de wereld. Cho werd op deze manier wereldberoemd door het doodschieten van anderen. Blijkbaar wilde Hawkins dat


ook, en probeerde hij dat via dezelfde weg. En aangezien het in dit artikel over hem gaat, is het hem gelukt ook. Als sinds de Griekse Oudheid zijn er mensen die door middel van een misdaad beroemd willen worden. Tweeduizend jaar geleden in Ephesus, het tegenwoordige Turkije, liet een man genaamd Herostratos de beroemde tempel van Artemis, één van de klassieke wereldwonderen, afbranden om zodoende zijn naam te vereeuwigen. Ondanks een verbod van de plaatselijke autoriteiten op het noemen van zijn naam, is hij tot op de dag van vandaag bekend. Gelukkig zijn er niet veel mensen die op deze manier beroemd willen worden. Degenen die dat wel willen, zijn een gevaar voor de mensheid, en moeten

kranten verscheen. Maar Cho, en later ook Hawkins, verschenen vol met hun hoofden op de voorpagina, en er was niemand die je erover hoorde. Was dit omdat ze al dood waren? Dr. Michael McClelland, voormalig journalist en assistant professor of English op Wittenberg University in Springfield, Ohio vermoedt dat het iets met de ernst van de situatie te maken heeft: “Ik kan niet goed beoordelen waarom de redacties in Nederland deze foto’s zonder censuur plaatsten, maar het lijkt mij dat als er genoeg doden vallen er een uitzondering gemaakt wordt.” In de Verenigde Staten gelden zulke wetten niet. Criminelen moeten daar met de billen bloot. Mensen die een ernstige fout begaan, horen geen tweede kans

dat het Nederlandse systeem criminelen wel een kans biedt op resocialisatie. Maar het voorkomen van censuur is volgens hem belangrijker: “Het verbieden van publicatie in de media van bepaalde criminelen zou echte censuur zijn. Dat zou namelijk een ingreep in de persvrijheid zijn, en een kenmerk van de persvrijheid is het feit dat zulke beslissingen worden overgelaten aan de media, er vanuit gaande dat die het probleem professioneel hanteren.” De vraag is of het de verantwoordelijkheid van de journalist, of de redactie, of zelfs de overheid is om hier iets aan te doen. De privacywetten in Nederland gaan blijkbaar op een dergelijk moment niet op. Op die manier krijgt de theorie van priming een kans. Doordat er veel geweld waar te

‘Kranten in Nederland maken een uitzondering als er genoeg doden vallen’ tegengehouden worden. Maar zoals de situatie er nu uitziet, kan dat alleen door ook de berichtgeving over dergelijke incidenten stop te zetten. Kan dat en, nog belangrijker, heeft het zin? In Nederland worden criminelen vanwege privacywetten in bescherming genomen. De crimineel moet een kans krijgen om opnieuw in de samenleving opgenomen te kunnen worden. Een balkje voor de ogen en alleen de eerste letter van de achternaam en woonplaats tijdens een publicatie is het gevolg. Heel Nederland was geschokt toen er foto’s van Mohammed B. (daar heb je het al) zonder enige vorm van censuur in de

te krijgen; het is belangrijker dat de samenleving weet dat diegene een monster is, die geen respect verdient. Zo krijgt de crimineel de volle verantwoordelijkheid voor zijn daden.. Dr. McClelland weet waarom het Amerikaanse systeem zo werkt: “Informatie achter houden kan veel meer last veroorzaken. Stel dat er een crimineel is die in de Nederlandse krant verschijnt onder de naam Michael M.. Mensen zullen misschien denken dat ik het ben en daar heb ik dan last van.” Klaus Schönbach, hoogleraar Algemene Communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, prefereert ook het Amerikaanse systeem, hoewel hij vindt

nemen is in de media, denken mensen er sneller aan als ze twijfelen over wat te doen in een bepaalde situatie. De recente ervaringen met geweld op televisie, de priming, leiden dan tot meer en sneller agressief gedrag. Zou een verbod op het plaatsen van dergelijke schietpartijen op de voorpagina misschien helpen priming tegen te gaan en zodoende helpen het geweld te doen afnemen? Dr. McClelland denkt van niet: “Ik denk niet dat mensen die zoiets verschrikkelijks doen rationeel zijn of denken. Dus zal het ontbreken van publiciteit ze niet weerhouden. Bovendien zou een dergelijk verbod de eerste stap zijn richting censuur, en zelfs tirannie. De

februari 2008 medium

25


verantwoordelijkheid ligt absoluut bij de journalist, dat is een onderdeel van zijn vak.” Dus de journalist heeft die verantwoordelijkheid, maar kan daarmee nog wel altijd beslissen of hij een dergelijk nieuwsitem aanpakt of, vanwege de mogelijke consequenties, laat liggen. Dr. Schönbach: “Het recht op publiceren brengt nu eenmaal gevaren met zich mee.” Het ligt echter voor de hand dat er een publicatie volgt, omdat het de taak van een journalist is om nieuws volledig en onbevooroordeeld te brengen. Dr. McClelland: “Journalisten kunnen zichzelf

heeft echter het omgekeerde aangetoond. Tegenwoordig gaat men er vanuit dat kijken naar geweld op de televisie in beperkte mate effect heeft op gedrag en de agressiviteit die daarin voorkomt. Het effect van de publiciteit die Cho kreeg op Hawkins wordt ook beschreven in de Social learning theory. Deze theorie van Akers en Burgess, die dit toepasten in een onderzoek naar het effect bij criminaliteit, gaat er van uit dat mensen gedrag observeren. Als het geobserveerde gedrag ertoe leidt dat de persoon die dit gedrag vertoonde er op vooruitgaat (de gain), dan heeft dit een effect op de mate waarin de

connectie klein is. De media-aandacht zou een extra aanmoediging kunnen zijn om de trekker over te halen, maar iemand met problemen laat zich niet zo makkelijk weerhouden.” De mindere media-aandacht zal deze mensen dus niet tegenhouden, maar het kan niet de bedoeling zijn dat dit soort mensen beroemdheden worden. Hoe klein de connectie ook is, het blijft op die manier gevaarlijk voor de samenleving. Dr. Schönbach vindt dat journalisten daarop voorbereid moeten worden, want een journalist moet hier toch over berichten. Dr. Schönbach: “Het is een grote verantwoordelijkheid die journalisten hebben. Daar moeten zij ook

‘Het recht op publiceren brengt nu eenmaal gevaren met zich mee.’ niet toestaan om na te gaan zitten denken over de impact die elk verhaal dat ze schrijven, heeft. Ik denk niet dat er iemand op deze wereld is die gekwalificeerd is van elk apart nieuwsitem te bepalen of het gedrukt mag worden of niet. Dit zou leiden tot bevooroordeelde journalisten, die proberen andere mensen zich te laten gedragen zoals zij dat willen. Nogmaals, het is de ethische taak van de journalist om de lezers fair and square van informatie te voorzien.” Zowel de gedrukte als de visuele media spelen een belangrijke rol. Er zijn vele onderzoeken gedaan naar het effect van het belangrijkste visuele medium, de televisie, op agressief gedrag. Sigmund Freud opperde ooit het Catharsis-model, dat suggereert dat het kijken naar een agressieve film een ontladende werking heeft en dat de behoefte aan agressief gedrag zo verdwijnt. Modern onderzoek

26

medium

februari 2008

observatoren dat gedrag gaan na-apen, ook al is het vertoonde gedrag agressief of crimineel. De gain in dit geval was dat Cho wereldberoemd werd, en Hawkins, die blijkbaar zichzelf van het leven wilde beroven, had dit opgeslagen in zijn hoofd en probeerde hetzelfde via dezelfde weg te bereiken. Het is moeilijk om vast te stellen hoeveel invloed de verschillende media hebben op dit soort weerzinwekkende incidenten. Al duizenden jaren lang bezondigen mensen zich aan deze manier van bekendheid verwerven. Hoewel er voldoende theorieën en onderzoeken bestaan die een verband tussen media en geweld aantonen, hebben de mensen die een dergelijke schietpartij op hun geweten hebben vaak psychische problemen en zijn er meestal op uit zichzelf te doden. Dr. McClelland: “Ik denk dat een dergelijke

verantwoordelijk mee omgaan. Hieraan kun je werken, bijvoorbeeld door middel van een betere opleiding voor journalisten, en de mogelijkheid om het beroep zo professioneel mogelijk uit te oefenen.” Want het is en blijft de taak van de journalist het publiek te laten weten wat er gebeurt in de wereld. Deze verantwoordelijkheid kan, zoals Cho deed, misbruikt worden, maar ondanks alles kan niet worden verwacht van journalisten dat zij bepalen wat publiceerbaar is. Wat misschien wel zou kunnen, is dat redacties het nieuws wat meer discreet presenteren. Zodat als er iemand weer een pistool in zijn hand heeft, hij alleen zichzelf neerschiet.

Wat vind jij dat er aan dit verschijnsel moet gebeuren? Laat je mening horen op www.reageeropmedium.nl


Onder de Loep tekst Mijke Broerse

Makkelijk geld verdienen door een half uurtje proefkonijn te spelen? Voor studenten natuurlijk erg prettig, maar wat er verder met de gegevens van zo’n onderzoek gebeurt, dat zullen weinig studenten weten. In de rubriek ‘Onder de Loep’ wordt er een onderzoeker geïnterviewd die iets bijdraagt aan research op het gebied van Communicatiewetenschap. Rens Vliegenthart, onlangs gepromoveerd aan de VU, vertelt aan Medium over zijn proefschrift. De afgelopen jaren zijn er steeds meer politieke partijen in opkomst die van mening zijn dat Nederland ‘vol’ is en dat er geen plaats meer is voor allochtonen. Hoe komt het dat deze antiimmigratiepartijen, zoals Lijst Pim Fortuyn en De Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders, zo succesvol zijn bij de kiezers? Rens Vliegenhart concludeerde in zijn proefschrift dat de media hiervoor mede verantwoordelijk zijn.

Universitaire switch Rens is 27 jaar en nog een groentje op de UvA. Hij is afgelopen oktober cum laude gepromoveerd aan de VU met zijn proefschrift Framing, Immigration and Integration, Facts, Parliament, Media and Anti-Immigrant Party Support in the Netherlands. Sinds kort is hij werkzaam als universitair docent bij communicatiewetenschap. Op de VU rondde hij de studies politicologie en sociaalculturele wetenschappen af en werkte hij als docent-assistent. Door dit baantje werd zijn interesse voor onderzoek gewekt en besloot hij te promoveren op het gebied van politicologie en communicatiewetenschap. Volgens Rens is promoveren de ideale combinatie van geld verdienen en verder studeren. “Je hebt veel vrijheid en hebt de mogelijkheid om jezelf te blijven ontwikkelen.” Als universitair docent geeft hij zowel Bachelor- als Masterseminars en momenteel doet hij onderzoek naar mediaberichtgeving over onder andere sociale bewegingen, immigratie en de Europese Unie. Een combinatie die Rens goed bevalt: “Het lesgeven gecombineerd met onderzoek is afwisselend en het vult elkaar goed aan. In mijn seminars maak ik gebruik van mijn kennis die ik opdoe met het doen van onderzoek.” Alleen onderzoek doen lijkt hem wat eenzaam, omdat je dan voornamelijk achter de computer werkt en weinig in contact komt met anderen. Na negen jaar VU is Rens tevreden met zijn universitaire switch. “Het is uitdagend om samen te werken met vakmensen op de UvA. De universiteit heeft op mijn onderzoeksterrein veel te bieden. Op het gebied van politieke communicatie is de UvA één van de beste onderzoeksinstituten in Europa.” Wat voor tips kan Rens meegeven voor studenten die een wetenschappelijke carrière ambiëren? “Ik zou aan Bachelorstudenten aanraden om de Research Master te gaan doen. Daarnaast is het slim om een baantje te zoeken op de universiteit, waarbij je ervaring op kan doen op het gebied van onderzoek.”

LPF veel stemmen kreeg. Sinds 9/11 praten de media over de Islam als gevaar voor de westerse samenleving. Als de partijen populairder worden, schenken de media vervolgens weer meer aandacht aan het immigratieprobleem. Op deze manier dragen journalisten bij aan de populariteit van politici die tegen immigratie zijn. Journalisten zouden er volgens Rens goed aan doen om zich bewust te worden van hun invloed op het publiek en hun rol in het democratisch proces. “Het is van belang dat iedere journalist bij zichzelf te rade gaat over hoe het nieuwsgaringsproces is vormgegeven en wat zijn eigen rol daarbinnen is.”

Geen tegengas Kan er gezegd worden dat politici als Wilders en Fortuyn hun succes te danken hebben aan de media? Volgens Rens zijn de media deels verantwoordelijk, maar ook de politici van andere partijen werken hier aan mee. Dit kan worden geconcludeerd aan de hand van een inhoudsanalyse van parlementaire debatten. “Linkse partijen, zoals Groenlinks en de PvdA, geven te weinig tegengas: ze lijken nauwelijks een antwoord te hebben op de groeiende steun van de anti-immigratiepartijen. Hierdoor hebben anti-immigratiepartijen vrij spel en blijven ze ‘eigenaar’ van het immigratie-issue.” Wil je Rens’ proefschrift lezen? Neem dan contact op met hem via R.Vliegenthart@uva.nl

Islam als bedreiging Rens deed een inhoudsanalyse van verschillende Nederlandse dagbladen in de periode 1990-2004. Hieruit bleek dat het succes van anti-immigratie partijen voor een groot deel is te danken aan de media-aandacht voor het immigratie-onderwerp. Vooral de overvloed aan berichtgeving waarin de Islam als bedreiging wordt gezien, heeft er mede voor gezorgd dat een partij als de

februari 2008 medium

27


Medium Loopt Mee People’s Playground tekst Aviva Nethe fotografie Connors

Heb je er wel eens bij stil gestaan hoe je favoriete programma op de beeldbuis weet te verschijnen? Of hoe de website die je elke dag bezoekt op poten is gezet? Dat wordt je snel duidelijk na het bezoek bij een jong productiebedrijf. Hier worden de stappen voor een goede productie van A tot Z verduidelijkt en de smeuïge ins en outs van de werelden als Walt Disney of Endemol ons eigen gemaakt. Waaraan denk je bij de woorden: produceren, productiebedrijf of producent? Hoe je het ook wendt of keert, dan denk je meteen aan John de Mol. Dat is niet heel gek als je bedenkt hoe groot De Mol door de tijd heen is geworden. Zijn naam is heden ten dage een begrip op zich. Zo kom je tijdens een avondje zappen als snel een handjevol programma’s tegen die geproduceerd zijn door Endemol Nederland. Op zo’n moment komen er vragen in me op. Wie bedenkt dan precies het programma? Hoe kom je aan de mensen die eraan meewerken? Welke mensen heb je überhaupt nodig om een film of een programma in elkaar te zetten? Hoe gaat zo’n productieproces, van het brainstormen tot het uitzenden, in zijn werk? Een volgroeid bedrijf als Endemol Nederland is voor mij te groot en te onoverzichtelijk om met deze vragen uit de voeten te kunnen. Ik stel me al voor dat ik telefoniste van balie vijftien aan de lijn zou krijgen, om vervolgens honderd keer doorverbonden te worden tot ik iemand te pakken heb die tijd en zin heeft om mijn vragen te beantwoorden. Nee, dat schiet niet op. Om dit probleem te vermijden, ben ik op zoek gegaan naar een klein, jong bedrijf, dat het grote succes tegemoet gaat.

People’s Playground Na enig research hier en daar, vond ik precies wat ik zocht: People’s Playground. Een nieuw productiebedrijf opgezet door twee jonge, enthousiaste studenten die in juni 2006 de uitdaging aangingen. Doron en Steven begonnen, in eerste instantie nietsvermoedend, speels te werken aan een filmscript. “Het idee van een productiebedrijf is daaruit ontstaan, omdat we graag media-inhoud wilden gaan maken”, zo vertelt Steven. De eerste werkzaamheden vonden plaats achter de computer op de UvA. Anderhalf jaar later wordt er hard gewerkt in hun eigen kantoorruimte in een zijstraat van de Van Woustraat, waar een uithangbord met de verlichte letters ‘People’s Playground’ binnenkort de aandacht van de voorbijgangers moet trekken. Het doel van de jongens is het maken van mooie media-inhoud en hopen uit te groeien tot een mediastroming die veel mensen aanspreekt. Om dit te bereiken, ben ik heel benieuwd hoe een gemiddelde werkdag er bij People’s Playground uitziet. Steven legt het me uit: “We zijn vooral bezig met veel afspraken, bellen en mailen. De dagen dat Doron en ik aan het regisseren zijn, zijn schaars, het meeste werk zit in de

28

medium

februari 2008


productie om een opdracht heen. Maar ook het verbeteren van je bedrijf door het organiseren van feesten voor het personeel, het vinden van het pand op de Kuipersstraat dat we hebben betrokken.” Tijdens deze eerste contacten met Doron en Steven, kwam het idee tot stand hun bezigheden niet alleen mondeling aan mij over te dragen, maar mij ook in de praktijk mee te nemen met een opnamedag bij People’s Playground. Ik heb geluk! Ondanks dat een dagje regie voor de heren eerder uitzondering dan de regel is, mag ik er deze keer bij zijn.

Veelzijdig Zo stond ik een aantal weken geleden met mijn bloknoot, pen en fototoestel paraat in mijn tas, te wachten op het WTC. Hier zou ik met een auto opgehaald worden voor een opnamedag ergens in het oosten van Nederland. Na een paar minuten kwam er een klein autootje, volgeladen met statieven, camera’s en microfoons, de hoek om. Doron en Steven hadden ook een cameraman en een geluidsman meegenomen die uit het werknemersbestand van People’s Playground waren gevraagd voor deze klus. Onderweg, gepropt op de achterbank tussen de laptops en papieren, werd me uitgelegd hoe deze opdracht tot stand is gekomen en wat er allemaal vooraf is gegaan aan deze filmdag. People’s Playground was door de eigenaren van een boerderij gevraagd om een website te maken met filmpjes, foto’s en leuke teksten. Op deze boerderij worden namelijk cursussen en tentoonstellingen gegeven. Het publiek zou via de website een indruk moeten krijgen hoe het er op de boerderij aan toe gaat. Het maken van een multimediale website als deze, is dan ook een kenmerk waarmee People’s Playground zich onderscheid van bijvoorbeeld Endemol Nederland: “Wij zijn veelzijdiger en maken niet alleen film, maar ook websites en muziek.” Na de eerste contacten met de boerderij, was het Doron en Steven duidelijk wat voor website ze ongeveer op poten moesten zetten. Ze zijn als voorbereiding bij de boerderij langsgegaan, hebben kennisgemaakt met de eigenaren en zijn toen op zoek gegaan naar werknemers uit hun bestand die een steentje konden bijdragen aan deze productie. Zo heb je voor het ontwerp van de website een webdesigner nodig, voor de filmpjes een cameraman en een editor.

Testpersoon Deze middag zou het voornamelijk gaan om een interview met de eigenaren, dat uiteindelijk op hun website zou worden geplaatst. Gelukkig hobbelde ik niet alleen met een bloknootje in mijn hand achter iedereen aan, maar werd mijn helpende hand vol enthousiasme geaccepteerd. Zo moesten we tijdens de rit nog een aantal vragen op papier zetten voor het interview. Ook de cameraman en de geluidsman werden nog goed geïnformeerd over de situatie op de boerderij. Wat wilden de eigenaren precies dat er gefilmd zou worden en welke sfeer moest daarbij naar voren komen op de beelden. Na al deze informatie en besprekingen in de auto, werden we in eerste instantie op de boerderij ontvangen met een uitgebreide lunch. Wat dat betreft komt een producent wel aan zijn trekken. Vervolgens konden we in een aparte ruimte alle spullen stallen en de apparatuur vast klaarmaken. Tevens fungeerde deze kamer als een soort wachtruimte. Tussen alle bezigheden door, moesten we namelijk lang wachten tot het uiteindelijke interview afgenomen kon worden. Dit zijn perfecte momenten om alle apparatuur nog goed te checken. Met een leuk, zelfverzonnen praatje mocht ik als testpersoon even voor de camera en in de microfoon mezelf

voorstellen. Gelukkig kon het interview nu eindelijk beginnen.

Natuurlijk resultaat Bij de voorbereidingen voor het interview kwam nog meer kijken dan ik dacht. Waar moeten ze zitten? Is er genoeg licht? Welke kussentjes kleuren het beste bij de kleding? Extra lampen worden neergezet door de cameraman. Nog een keer worden de vragen doorgenomen. Wanneer een vraag gesteld is, moet deze door de persoon die geïnterviewd wordt, herhaald worden in het antwoord om een natuurlijk resultaat op het filmpje te bewerkstelligen. Het moet zijn alsof de eigenaren zelf hun verhaal houden voor de bezoeker van hun website. Het interview was inderdaad net een gesprek tussen Doron, die het interview afnam, en de eigenaren van de boerderij. Alsof we bij ze op de koffie kwamen. Ik zat ernaast met mijn bloknootje om leuke quotes te noteren die Doron

‘Een feest om erbij betrokken te zijn’ en Steven nog zouden kunnen gebruiken voor op de website van de boerderij. Zo kwamen we tot de laatste vraag en konden we na de nodige bedankjes de auto gereedmaken voor de terugweg.

Geluk en kennis Nu al het beeldmateriaal geschoten is, zorgt People’s Playground ervoor dat deze bij een monteur uit hun bestand terecht komt om er mooie filmpjes van te maken. Vervolgens ontvangt degene die de website maakt alle filmpjes, teksten en logo’s. Er gaat dus uiteindelijk wel een aantal weken over de heel productie heen. Doron en Steven vertellen me dat er vooral veel tijd gaat zitten in de afspraken die je met al de verschillende medewerkers moet maken. Bovendien moet je wachten op hun materiaal en tegelijkertijd de opdrachtgevers op de hoogte houden. Ik vraag me nog af hoe People’s Playground al die gespecialiseerde mensen weet te vinden om mee te werken aan een productie. Doron vertelt me dat het vooral zit in het netwerken om in contact te komen met de juiste personen. People’s Playground organiseert bijvoorbeeld eens in de zoveel tijd een borrel waar iedereen die actief is op het creatieve gebied van mediaproducties, wordt verwelkomd. Mijn laatste vragen over hun toekomstbeeld geven me een goed, afgerond gevoel. Steven antwoordt: “In de toekomst zijn er steeds meer mensen betrokken bij People’s Playground. Dat wordt bereikt doordat het een feest is om erbij betrokken te zijn”. De filosofie achter People’s Playground laat me niet los. Steven: “Voor mij is doorzetten het belangrijkst voor het succes van een bedrijf. Een zeker bord voor je kop. Dat heb ik overigens vaak in interviews gelezen voordat ik een eigen bedrijf begon, maar je gaat pas echt begrijpen wat daarmee wordt bedoeld als je er zelf mee begint. Wat dat betreft is überhaupt beginnen het meest belangrijk, anders spelen al die factoren sowieso geen rol.” Doron: “Zowel geluk als kennis spelen een rol bij het succes van een bedrijf. Geluk dwing je af, kennis bouw je op.”

februari 2008 medium

29


? 30

medium

februari 2008


? februari 2008 medium

31


Reclame voor Religies De marketing van religieuze bewegingen tekst Frank siera fotografie Penywise

Sceptici noemen het sektes, aanhangers zien het liever als een religie. Sommigen schilderen het af als een hype, anderen noemen het een belangrijke beweging. Eén ding is zeker: religieuze bewegingen als Hare Krisjna, de Scientology kerk en Kabbala hebben populaire periodes gekend waarin ze regelmatig in het nieuws verschenen. Tijdens zo’n periode hebben ze een hoge nieuwswaarde en het zou te simpel zijn dit louter toe te schrijven aan de celebrity’s die zich erbij aansluiten. Jehova’s getuigen gaan nog ouderwets langs de deur, maar doen andere religies aan moderne marketing of is de groeiende populariteit een natuurlijk verschijnsel? De oprichter van de Scientology kerk was Lafayette Ron Hubbard, een Amerikaanse schrijver. De beweging is dus ook gebaseerd op de werken van haar grondlegger. Dianetics, The Modern Science of Mental Health, zijn boek uit 1950 gaf het startschot voor de oprichting van de Scientology kerk. De filosofie van Hubbard is door hem vastgelegd in tientallen boeken en duizenden op geluidsband opgenomen lezingen. Volgens Julia Rijnvis, hoofd externe zaken van de Scientology kerk in Amsterdam, mag er worden gesteld dat

32

medium

februari 2008

zijn boeken en geschriften de belangrijkste informatiebronnen zijn van Scientology.

Celebrity’s Scientology schenkt veel aandacht aan het welzijn van de beroemde volgelingen. Zo bestaan er in zes verschillende landen een aantal luxe, zogeheten Celebrity Centres. Deze zijn voor het welzijn van de celebrity’s en zijn specifiek gericht op de artiesten. Rijnvis legt uit: “De artiest is een schepper. De artiest schept de toekomst en mooie dingen. Hiervoor heeft L. Ron


Scientology

Kabbala

Hare Krisjna

Opgericht in: 1952

Opgericht in: v  ermoedelijk 1300 BC (Kabbalah Centre in 1965) Beroemde aanhangers: Madonna, Britney Spears, Lindsay Lohan, Demi Moore Beleefde nieuwswaardig hoogtepunt in: 2004 en 2005

Opgericht in: 1966

Kabbala is onderdeel van de joodse religie en geeft inzicht in de goddelijke natuur. De Kabbalah Centre is een organisatie, opgericht in Los Angeles door Karen en Philip Berg, met meer dan vijftig vestigingen wereldwijd en geeft Kabbalalessen aan mensen van niet-Joodse afkomst. De theorie van de oprichters is dat Kabbala niet alleen bestemd is voor de Joodse elite, maar voor iedereen. Dit instituut trekt veel beroemdheden aan, maar wordt bekritiseerd en beschuldigd van verloochening en onjuiste interpretatie van de religie en het aantrekken van rijkdom.

De Hare Krisjna-beweging, officieel de International Society for Krisjna Consciousness (ISKCON) genaamd, is opgericht door A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupada. Het is een beweging afgeleid van het vaishnavisme, wat weer een beweging binnen het hindoeïsme is. De God in deze religie noemt men Krisjna of ook wel de Hoogste Persoonlijkheid Gods. Elke ziel is een deeltje van Krisjna. Het ISKCON heeft zeven doelstellingen, waaronder het systematisch verspreiden van de ideologie. Op een aantal punten verschilt het ISKCON duidelijk van het vaishnavisme en dit is voor veel gelovigen een kritiekpunt. Veel Nederlandse volgelingen zijn verhuisd naar een kasteel in de Ardennen en worden aldaar regelmatig afgeschilderd als sekteleden.

staat Scientology volledig achter.” De soms negatieve publiciteit heeft echter geen negatief effect gehad op het aantal leden van de kerk. “Integendeel, we hebben altijd een groeiend aantal leden gehad en de soms lasterlijke media-aandacht van de afgelopen jaren heeft zelfs gezorgd voor een nog grotere toename van het aantal scientologen.”

erg effectief. Een tijdje terug hebben we getwijfeld om Scientology te promoten op de tv-schermpjes in de tram, maar daar hadden we toch niet genoeg vertrouwen in.” Rijnvis vertelt tevens dat een groot deel van de publiciteit uiteindelijk via mond-totmondreclame tot stand komt. “Veel nieuwe leden worden door iemand meegebracht. Ik ben destijds ook door iemand anders geïntroduceerd.”

Beroemde aanhangers: Tom Cruise, Katie Holmes, John Travolta Beleefde nieuwswaardig hoogtepunt in: jaren ‘90 en jaren ‘00, nieuw hoogtepunt in 2005 en 2006 Scientology is opgericht door L. Ron Hubbard. Het is ontstaan uit dianetica, een door Hubbard ontwikkelde techniek waarmee het negatieve effect van ongewenste mentale processen uitgeschakeld kan worden. Een scientoloog wordt opgeleid tot auditor, iemand die door middel van sessies andere mensen helpt met het verbeteren van zichzelf en daarmee de maatschappij. Dit wordt religious counselling genoemd. De organisatie bestrijdt de psychiatrische tak van wetenschap omdat zij deze als onjuist beschouwt en beschuldigt van het schenden van mensenrechten. Vanwege deze opvatting wordt Scientology vaak bekritiseerd.

Hubbard speciale diensten achtergelaten.” Het gerucht doet de ronde dat de grondlegger van Scientology in de jaren ‘50 Project Celebrity heeft opgestart, wat inhield dat mensen die beroemde artiesten konden rekruteren om lid te worden van de Scientology kerk werden beloond. Deze beroemdheden zouden op hun beurt weer zorgen voor meer leden. Dit blijkt niet juist te zijn. “Het is natuurlijk leuk als mensen als Tom Cruise of John Travolta zich uitspreken voor Scientology, maar we zullen er geen gebruik van maken.” Toch verklaart Julia Rijnvis de hoge mediaaandacht van de laatste jaren mede door een aantal internationale beroemdheden die hun lof uitspraken over de kerk. “Door de uitspraken van Tom Cruise, zijn huwelijk met Katie Holmes en ook John Travolta die redelijk aanwezig is in de media, is er een soort waterval over ons heen gekomen. Natuurlijk is het controversieel om je uit te spreken tegen de psychiatrie, maar daar

Nieuwe media Naast de boeken van L. Ron Hubbard die de basis vormen voor de religieuze beweging, is vooral internet een belangrijke vorm van publiciteit. Een internationale website in vijftien verschillende talen en een online bookstore zijn voorbeelden van het nieuwe medium waar de beweging zich op richt. “Internet is heel handig, daar staat heel veel op. Onze opnieuw uitgegeven boeken zijn ook te bestellen via talloze bestelsites. Daarbij hebben we begin jaren ’90 veel bekendheid geworven door middel van billboards op treinstations. Dat was destijds

Beroemde aanhangers: De Beatles Beleefde nieuwswaardig hoogtepunt in: jaren ‘60 en jaren ‘70

Laagdrempelig Ook het Kabbalah Centre maakt gretig gebruik van de snelle opkomst van het internet. De uitgebreide en informatieve website bevat weblogs en maakt het mogelijk om Kabbalalessen ook online te volgen. Dit maakt het volgen van de cursus laagdrempeliger voor potentiële volgelingen. Daarbij combineert de organisatie de verschillende media televisie, radio en internet op http://tv.Kabbalah.com. Hier kan men documentaires over Kabbala bekijken

februari 2008 medium

33


die inzicht geven in de religie en kan men zelfs podcasts downloaden waarin wijze Kabbalalessen te beluisteren zijn. Het Kabbalah Centre heeft ook een eigen telefoonnummer, de zogeheten Student Support. Wie 1-800 KABBALAH belt, krijgt een instructeur aan de lijn die de beller zal aanraden om een cursus te volgen

aantasting van de levenswaarden tegen te gaan en tot werkelijke eenheid en vrede in de wereld te komen”. De zevende luidt “Het uitgeven en verspreiden van tijdschriften, boeken en andere publicaties met als doel de zeven doelstellingen te verwezenlijken”. Hieruit blijkt dat het ISKCON de verspreiding en marketing van Hare Krisnja met veel aandacht probeert te

‘De artiest schept de toekomst en mooie dingen’ of bepaalde boeken te lezen, of zelfs onderwerpen die de ‘student’ aansnijdt zal bespreken. De instructeur zal de beller helpen met het uitstippelen van een plan om zo zorgvuldig mogelijk de beginselen van Kabbala onder de knie te krijgen. Al met al blijkt dat de organisatie het volgen van lessen voor wie dan ook, Joods of nietJoods, zo laagdrempelig mogelijk probeert te houden.

Merchandising Kabbala zelf wordt niet bekritiseerd, maar is juist de criticus. Vooraanstaande mensen van de religie vinden dat het Kabbalah Centre zich té laagdrempelig opstelt en daarmee de belangrijke beginselen van de religie tekort doet en zich teveel richt op het aantrekken van rijkdom. Het Kabbalah Centre doet zelfs aan zogenaamde merchandising, zoals de bekende rode touwtjes om de pols en Kabbalawater, dat de volgelingen voor negatieve energie schijnt te behoeden. De ophef over Kabbala in het nieuws richt zich dus alleen op deze organisatie en de sterren die het aantrekt.

Hare Krisjna Hare Krisjna kent zeven doelstellingen. De eerste luidt “Het stelselmatig overdragen van geestelijke kennis onder alle lagen van de bevolking en het onderrichten van alle mensen in de technieken van het geestelijk leven met als doel de

34

medium

februari 2008

bewerkstelligen. Zo is er Krishna Bhakti, het tweemaandelijkse tijdschrift van de beweging. Naast veel informatie, staat in dit tijdschrift onder andere de vaste rubriek “het Kinderhoekje”. Het ISKCON probeert zowel kinderen, jongeren als volwassenen aan te trekken. Zo is er naast een organisatie voor volwassenen ook een internationale jongerenorganisatie met een eigen website. De website van Hare Krisjna zelf is duidelijk minder geavanceerd dan die van de Scientology kerk en Kabbalah Centre. Deze verschaft weliswaar genoeg inhoudelijke informatie over de religie, maar oogt minder modern en bevat geen digitale snufjes als bijvoorbeeld podcasts. Wel verwijst de website naar een online Krisjna Café, maar op het moment van bezoek was deze website offline vanwege technische problemen. Het ISKCON focust duidelijk meer op de ouderwetse manieren van marketing, zoals tijdschriften en verschillende suborganisaties. Dit valt wellicht te verklaren door de inmiddels redelijk gedaalde aandacht voor de beweging, die vooral in de jaren ’60 regelmatig in het nieuws voorkwam. Hare Krisjna’s hoogtijdagen lijken verleden tijd.

Publiciteit Verleden tijd of toekomst, deze religies blijken veel aandacht te besteden aan de marketing en promotie van hun

organisatie. De beroemde volgelingen zorgen regelmatig voor veel ophef in het nieuws, maar een veelgebruikt gezegde lijkt in dit geval gepast: slechte publiciteit is goede publiciteit. Daarnaast zorgen de religieuze bewegingen zelf ook voor veel reclame en gaan ze erg met hun tijd mee. Geavanceerde websites, billboards, podcasts en weblogs zorgen allemaal voor de toename in het aantal leden waar ze naar streven. Ze begrijpen heel goed hoe ze het publiek moeten bereiken, want zoals L. Ron Hubbard ooit zei, “communication is the universal solvent.”

Oorlog Op 18 januari heeft een organisatie, toepasselijk genaamd Anonymous, alle internetsites van Scientology aangevallen. Hierdoor ligt het hele netwerk plat, waaronder ook de Nederlandse website. Alleen de internationale website, scientology.org, is nog bereikbaar dankzij speciale beveiligingssystemen. De organisatie heeft verscheidene aanvallen op Scientology gepland, zowel online als in de echte wereld. De leden zeggen geen geweld te willen gebruiken, maar wel protestacties, het hacken van computers en bijvoorbeeld eieren gooien. Aanleiding voor deze ‘oorlog’ was een filmpje waarin Tom Cruise vol lof over Scientology sprak. Het was nooit de bedoeling geweest dat dit op internet terecht zou komen en zodoende probeerde de religieuze beweging het alsnog offline te krijgen. Anonymous strijdt echter tegen censuur en voor vrijheid van het internet en accepteerde dit niet. Anonymous schijnt te bestaan uit duizenden leden over de hele wereld, die communiceren via verborgen boodschappen op internet. De organisatie zegt pas te stoppen met het aanvallen van Scientology als deze verdwijnt of als de politiek de ‘terreur’ van de vermeende sekte inziet.

Voetnoot: De correcte Nederlandse spellingswijzen zijn “Hare Krisjna” en “Kabbala”. De namen van de organisatie Kabbalah Centre en het tijdschrift Krishna Bhakti zijn echter geschreven op de internationale manier.


- advertentie -

februari 2008 medium

35


Column Met een knipoog

tekst Evelien Flink beeld Michael Groen

Voor iedereen die net als ik moeite heeft met het onthouden van feestdagen was begin dit collegejaar weer een lastige tijd. Koningin Beatrix had de laatste pagina van de troonrede nog niet omgeslagen of de volgende festiviteit stond alweer voor de deur. Op 19 september vorig jaar vierde de smiley namelijk zijn vijfentwintigste verjaardag. Het welbekende digitale lachebekje hebben wij te danken aan de Amerikaanse professor Scott Fahlman, die wilde voorkomen dat grappig bedoelde elektronische boodschappen te serieus zouden worden genomen door zijn leerlingen. Een waardig doel. Nou heeft onze generatie naar mijn mening dit doel van Fahlman ietwat uit het oog verloren. De beperkte keuze uit een lachend of huilend gezichtje is toch immers zo anno 1982. Een blik op het smiley menu van mijn telefoon levert niet alleen maar liefst zestien emoticons op, maar tegelijkertijd een ‘zoek de verschillen’ spel voor het geval men zich tijdens het smsen gaat vervelen. Zo ben ik vast niet de enige die moeite heeft om de geschokte smiley van de smiley die een kusje geeft te onderscheiden. En eerlijk is eerlijk, de ‘ik-heb-mijn-dag-niet-en-ben-daarom-lichtelijk-geïrriteerd’-smiley toont verdraaid veel overeenkomsten met de ‘ik-ben-gewoonstrontchagrijnig-dus-blijf-uit-mijn-buurt’-smiley. Waarom zijn die wenkbrauwtjes dan ook zo klein? Dan heb ik het nog niet eens over de eindeloze smiley mogelijkheden op de computer, waar vooral op digitaal vriendennetwerk Hyves the sky wat smileys betreft the limit is. Want Fahlman-zijdank bestaat daar de keuze uit meer dan honderd verschillende emoticons om een bericht of krabbel precies de juiste toon te geven. Met in dit geval juist de nadruk op verschillend, want een krabbel met een stampvoetende banaan geeft immers een hele andere indruk dan één met een muzikale zwerver. Heb ik iets gemist? Sinds wanneer heeft onze generatie in vredesnaam een banaan nodig om zichzelf (digitaal) te uiten? Zolang we het echter nog over sites zoals Hyves hebben zul je mij over het smiley aanbod niet horen klagen. Om je profiel op te leuken bieden die vrolijk gekleurde, bewegende figuurtjes natuurlijk de perfecte uitkomst. Een probleemgeval ben je pas wanneer je bij het schrijven van een paper je afvraagt waarom Word de ‘ikben-compleet-totaal-hopeloos-verward’ smiley nog niet aan het symbolenmenu heeft toegevoegd. Tot die tijd kunnen we de overvloed van emoticons volgens mij maar beter met een knipoog bekijken.

36

medium

februari 2008


Reactie Een kleine zoektocht op ‘s werelds grootste zoekmachine Google laat al snel zien dat er hele verhalen verteld kunnen worden met een miniem aantal woorden, maar een overvloed aan smileys. Dat is toch eigenlijk een beetje paradoxaal als je er even bij stil staat: er wordt ergens in de kinderjaren van het internet een dienst in het leven geroepen die het mogelijk maakt om korte berichten van computer naar computer te sturen. Erg handig om belangrijke informatie uit te wisselen tussen twee afdelingen die nauw moeten samenwerken bijvoorbeeld. Vervolgens besluit er een of andere flapdrol om emoties in deze communicatievorm te gieten via twee nietige leestekens – want dat zijn het; een dubbele punt en een haakje sluiten - en het einde is zoek! We zijn nu van ICQ naar MSN gereisd en parallel hieraan ontwikkelde de mobiele telefoon mee met deze futiele poging het onmogelijke mogelijk te maken: technisch vernuft tot standaard te verheffen. Het enige dat ik hiermee wil zeggen is, dat het toch heel jammer is dat een prima communicatiemiddel om opdrachten te versturen, bevelen te geven en meer algemeen duidelijke en korte boodschappen te communiceren, compleet verneukt moet worden door het beschikbaar te maken aan de grote massa. Commercie viert weer eens hoogtij ten koste van een prachtige uitvinding (JV).

Als ik denk aan smileys denk ik aan MSN. MSN vond ik een prachtig medium, zeker met de rijke keuze aan smileys. Toen ik op een gegeven moment ruzie kreeg op MSN vlogen de geïrriteerde, sarcastische en boze smileys in het rond. Toen ik genoeg had van het gesprek en het goed wilde maken, probeerde ik dat natuurlijk ook met een smiley. Dat liep verkeerd af; mijn gesprekspartner dacht dat ik haar in de maling nam met een lachebekje. Ik heb er nog veel moeite in moeten steken om het nog goed te kunnen maken. Ik dacht bij mezelf: ‘dan hébben ze van die dingen gemaakt die het allemaal makkelijker moeten maken, gaat het alsnog fout!’ Vlak daarna heb ik besloten om alleen dé smiley te gebruiken  (NA).

Smileys zijn cool. Behalve als ze gebruikt worden op een moment in het gesprek dat geen smileys behoeft. Ongepaste smileys zijn dan ook zo niet cool. Een verwarde emoticon na de opmerking ‘ik moet nog zoveel voor school doen’ is bijvoorbeeld ongepast, want het feit dat je nog aan school moet werken is toch niet zo verbazingwekkend? Vervelend misschien, dus een verdrietige of een geïrriteerde smiley zou meer op zijn plaats zijn. Helemaal ergerniswekkend zijn de rode zoeloelippen, want er is behalve Angelina Jolie niemand op deze wereldbol die zoenen van dit kaliber uitdeelt. En ben ik dan echt de enige die het niet eens is met de internationale inburgering van de smiley met een uitstekende tong, want wie steekt er nou zijn tong schuin uit na het maken van een grapje? Gelukkig is de op MSN toegevoegde smiley van een schaap daarentegen altijd op zijn plek (FS).

februari 2008 medium

37


Mercuriuspagina Nieuw licht op de zaak

tekst Natasja van Est foto VUvA Carrièredagen 2007

Guur weer en een chaos op de balie hebben ervoor gezorgd dat het bestuur van Mercurius de kolder in de kop kreeg en aan de slag ging met de grote schoonmaak. Dat is de reden dat je nu bij de deur wordt begroet met een groenblauw kralengordijn in de kleuren van Mercurius en de balie blinkt als nooit tevoren. Met het scheppen van orde in alle chaos is ook gekozen voor het opzetten van een wekelijkse nieuwsbrief. Alle positieve reacties op dit initiatief toonden aan dat het geen overbodige luxe was één keer in de week een mail te versturen vanuit Mercurius in plaats van een aparte mail voor iedere activiteit. In de nieuwsbrief worden de belangrijkste punten kort omschreven, maar let ook goed op de activiteitenagenda. Daarin staan alle activiteiten vermeld die de revue nog moeten passeren. Na deze vernieuwingen kon ook een nieuw systeem rondom de boekenverkoop niet uitblijven. Wij weten dat de boekenverkoop soms voor ergernissen kan zorgen door een trage pinautomaat

van zijn dat er boeken voor je klaar liggen, bestel deze dan op tijd via internet.

Activiteiten Naast de boekverkoop waar je jouw studieboeken met korting kunt kopen, regelt Mercurius ook allerlei activiteiten waar je aan deel kunt nemen. Er zijn de afgelopen maanden al meerdere uitjes geweest, waaronder een Sinterklaas High Tea, een dagje ‘kerstshoppen’ in Londen, het bijwonen van de opnames van Claudia de Breij en natuurlijk het Actieve Leden Weekend. Op de planning staan nog een aantal uitjes die je zeker niet mag missen.

Congres Eén keer in de vier jaar wordt in plaats van een symposium een congres georganiseerd. De Congrescommissie is al een jaar bezig met het organiseren van het congres met de titel “ME:dia: Communicatie in het ‘ik’ tijdperk”, 27 maart is het dan eindelijk zover. Sprekers zullen je die dag alles vertellen over de onuitputtelijke mogelijkheden met de huidige communicatiemiddelen en de daarmee gemoeide complexiteit rondom media, wetenschap, organisaties en de overheid. Mis dit unieke evenement niet!

VUvA Communicatie Carrière Event Voorheen heette dit evenement VUvA Communicatie Carrièredagen. Je zit goed bij het VUvA Communicatie Carrière Event als je graag wilt weten welke kanten je allemaal op kunt met je opleiding of als het bijna tijd is je op de banenmarkt te gaan storten. Tijdens dit evenement, in samenwerking met Faculteitsvereniging EOS van de VU en de Marketing Associatie Amsterdam (MAA), kun je workshops bijwonen en luisteren naar sprekers uit het bedrijfsleven. Kortom, wil jij weten wat de toekomst je allemaal kan bieden? Breng dan ook een bezoekje aan dit jaarlijkse evenement. en een lange rij wachtenden voor je. Om het leed een beetje te verzachten kun je daarom voortaan gratis een koekje en een glaasje fris of kopje koffie krijgen tijdens het wachten op je boeken. De nieuwe aanpak van de boekenverkoop zorgt ervoor dat je voortaan de Mercuriusbalie niet meer met lege handen hoeft te verlaten. Met ingang van de boekenverkoop van het tweede semester kun je al in de eerste week van het nieuwe blok je boeken los kopen. Ben je vergeten je boeken te bestellen voor de uiterste besteldatum, dan kun je nu alsnog vanaf de eerste week boeken kopen. Echter is er nog steeds geen garantie dat er voldoende boeken zijn voor de losse verkoop. Wil je er dus zeker

38

medium

februari 2008

MerCurious Deluxe 27 maart Congres “MEdia: Communicatie in het ‘ik’ tijdperk” 1 april MerCurious Deluxe April VUvA Communicatie Carrière Event juli Studiereis 4 maart


Uw Advertentie Hier?

6OORLEZINGEN FILM THEATER THEATERSPORT MUZIEK OPENPODIUM ENNOGVEELMEER

Mediummail@gmail.com 'EEFJEOPVOORDEWEKELIJKSE AGENDAPERE MAILENKIJKOP

W W W C R E A  U V A  N L - oproep -

zoekt vormgevers Medium, het tijdschrift voor communicatiewetenschap is op zoek naar enthousiaste vormgevers die ons team komen versterken. Als vormgever ben je mede verantwoordelijk voor de uitstraling van het blad. Je houdt je bezig met lay-out denkt samen met een team van collega’s na over ondersteunend beeld bij tekst. Vrijwel elke vorm is hierbij toegestaan. Medium verschijnt vier keer per jaar. Kennis met betrekking tot Adobe InDesign, Illustrator en Photoshop is een vereiste. Relevante ervaring een pre.

Interesse? Mail je motivatie en portfolio naar:

mediummail@gmail.com

februari 2008 medium

39


40

medium

februari 2008


Medium #2 (1e versie) (nog niet compleet)