Page 1

Public is the new default Onlangs postte ik [DL] een presentatie die ik eerder die week had gegeven op Facebook. In het bijschrift vermeldde ik: “Vragen: leave a message of sms/bel: 06-52306327.” Tien minuten later stond eronder:

Deze reactie was van een cursiste van me, die begin dit jaar haar mediacoach opleiding heeft afgerond. Gedurende de cursus had ze zich onderscheiden door haar vakmanschap en passie. Zo won zij de quiz over sms-taal (die ik toevalligerwijs ook in de bovengenoemde presentatie had opgenomen). Het zit dus goed met haar kennis van jongerencultuur in het mediatijdperk. Toch was het eerste dat bij haar opkwam: Je zet je telefoonnummer toch niet zomaar online?? Dat zegt iets over het mediawijsheiddiscours, waarin het thema privacy een zeer prominente plek heeft. Zo heeft het op Mediawijzer.net een eigen dossier. Op de website van Digivaardig & Digibewust valt te lezen: [Veel jongeren] zijn zich niet bewust van de privacyrisico's. 77% van de kinderen van 13 tot 16 jaar en 38% van de 9 tot 12 jarigen in de EU heeft een profiel op een sociale netwerksite. Een kwart hiervan geeft aan dat hun online profiel voor iedereen toegankelijk is. Bovendien hebben veel kinderen op hun profiel hun adres en/of telefoonnummer vermeld. De resultaten onderstrepen het belang van nakoming van de zogenaamde Safer Social Networking Principles for the EU van de Europese Commissie uit 2009.

Als zoveel belangrijke organisaties het zeggen, dan moet het wel zo zijn: jongeren springen te nonchalant om met hun identiteitsgegevens. Dus is er een belangrijke taak weggelegd voor mediawijsheidprofessionals: zij dienen jongeren te leren hun privacy beter te beschermen. Natuurlijk is het belangrijk dat jongeren gewezen worden op de gevaren van hawking en grooming. Maar als onze inspanningen zich daartoe beperken, is er sprake van pedagogisch eenrichtingsverkeer. Volgens John Dewey, de godfather van de Amerikaanse pedagogiek, behoort opvoeden een wederkerig proces te zijn. Ouder en kind, leerkracht en leerling are in this thing together. Een opvoeder dient evenveel van het kind te leren als andersom. Pas dan kan opvoeding een moment worden voor cultuurtransformatie. En dat is nodig, omdat culturen zich (net als individuen) moeten blijven ontwikkelen. Kunnen wij dan misschien iets leren van jongeren die strooien met gewaagde foto’s, telefoonnummers en intieme www’s?

Zichtbaar voor iedereen In 2009 voerde Facebook een wezenlijke verandering van de privacyinstellingen door. De default settings veranderden van alleen zichtbaar voor vrienden naar zichtbaar voor iedereen. Mark Zuckerberg lichtte toe waarom: Toen wij in 2005 startten vroeg iedereen op Harvard: waarom zou ik überhaupt informatie over mezelf op het internet willen zetten? En toen kwamen het bloggen en andere social media op. Sindsdien zijn mensen gewend geraakt aan het delen van informatie. Niet alleen delen ze meer en meer informatie, in meer en meer soorten en maten. Ook delen ze steeds opener en met steeds omvangrijker groepen mensen. In de loop der tijd is delen kennelijk de norm geworden.

Openbaarheid is dus default geworden. Is dat uniek in de geschiedenis? Integendeel. In onderstaande tijdbalk staat het roze gedeelte voor de periode dat privacy de norm was; het blauwe gedeelte voor de tijd dat openbaarheid de norm was.

1


In Histoire de la Vie Privée laten enkele Franse historici zien hoe de behoefte aan privacy pas aan het eind van de middeleeuwen opkwam. Tot dan vond de hele levensloop, van conceptie tot laatste ademtocht, in het bijzijn van de hele familie plaats in het cubiculum of bedstee. Alles was zichtbaar voor iedereen. Verschillende factoren hebben een rol gespeeld in het ontstaan van privacy. De belangrijkste is de opkomst van het individu, een onderscheidend kenmerk van de moderne tijd. In de oudheid waren we nog vervangbare delen van het sociale organisme; in de middeleeuwen nietige wezens in Gods schepping. Maar met Romeo & Julia was het unieke individu geboren, dat een eigen ruimte nodig had om tot zichzelf te komen, na te denken, te dromen en te huilen. Marshall McLuhan voegt het mediaperspectief toe aan deze historische analyse. De media van de moderne tijd waren de brief en het boek. Om ongestoord te kunnen schrijven en lezen, was een privéruimte geen overbodige luxe. De studeerkamer was geboren. Daar komt nog bij dat een boek, door de beperkingen die de fysieke vorm met zich meebrengt, gemaakt is om in je eentje te lezen, aldus Mark Federman van het McLuhan Program in Culture and Technology van de universiteit van Toronto. Dit had gevolgen: “Stilletjes lezen leidde tot privé-interpretaties van ideeën, die leidden tot privégedachten, die leidden tot privacy”. Zo dicteerden ook toen de bestaande mediatechnologieën al hoe onze leefwereld eruit zag. Recentelijk heeft de internettechnologie een einde gemaakt aan het vier eeuwen durende roze balkje en een nieuw blauw tijdperk ingeluid.

The decade of publicy Federman noemt dit het tijdperk van publicy, de tegenhanger van privacy. Publicy is ontstaan door de explosie van instant-communicatiemiddelen. Via blogs, tweets, www’s en andere vormen van (micro)blogging schieten mensen hun innerlijke roerselen de publieke ruimte in. Zolang ze alleen nog in iemands hoofd bestaan, zijn die zieleroerselen gedachten. Worden ze in een dialoog gedeeld met iemand anders, dan is er sprake van een gesprek. Een gesprek is weliswaar interactief, maar blijft in principe privé. Een uitzending is wel publiek, maar niet interactief. Ten slotte is er het (micro)bloggen, dat zowel publiek als interactief is, oftewel “networked, interconnected”. Publicy kenmerkt zich door “the multiway participation that is characteristic of multi-way instanteous communications”. Ofwel, de fun van (micro)bloggen is dat er van alles met je gedachten en gesprekken gebeurt door toedoen van allerlei gebruikers: je krijgt ineens likes van mensen die je niet kende; een maand later ontdek je dat jouw post ergens op het internet uitvoerig onderwerp van gesprek was, enzovoort. 2


Stowe Boyd voegt hier nog een tabel aan toe. Email – toch ook nog maar vijftien jaar echt in zwang – komt daarin zelfs al in het old school linkerrijtje terecht.

Email is asynchroon, privé en gefaseerd; communicatie op twitter, msn en Facebook voltrekt zich gelijktijdig, openbaar en gestreamd.

De fossiele generatie Via deze kanalen delen jongeren hun foto’s , hun belevenissen, hun angsten, dromen, ruzies, fysieke ongemakken en favoriete schoenenwinkels. Voor ons, de ‘fossiele generatie’, is dit moeilijk te bevatten: Waarom gaat de jeugd van tegenwoordig zo achteloos met hun privacy om? Federman laat zien dat privacy alleen belangrijk is als individualiteit beschouwd wordt als een innerlijke, private aangelegenheid. Maar dat doen jongeren niet: Ze participeren in processen waarin niet alleen hun eigen identiteit, maar tegelijkertijd ook de identiteiten van de mensen in hun sociale netwerken gestalte krijgen. Ze posten diverse artefacten die hen representeren op de manier waarop ze gerepresenteerd willen worden. Vervolgens staan ze de vrienden in hun sociale netwerken toe deze materialen te gebruiken om gezamenlijk met hen, voor hen en door hen hun identiteit vorm te geven.

Ook Boyd hekelt de fossiele reactie op met publicy grootgebrachte jongeren: Zij die opgroeiden in deze brave new world leven al in een op publicy gebaseerde culturele context, en stoten daarom hun hoofd tegen op privacy gebaseerde sociale conventies. Daarom lopen jongeren banen mis als er dronken- of naaktfoto’s op hun Facebook pagina’s worden ontdekt. Hun toekomstige werkgevers veroordelen hun acties op basis van een op privacy gebaseerde moraal.

Die moraal schrijft de veelvormige online uitingen ten onrechte toe aan een-en-hetzelfde, massieve zelf. Logisch: voor de privacy-moraal is individualiteit iets innerlijks, en van die innerlijke ruimte hebben we er maar een. Op Facebook een kotsend feestbeest, op de zaak een kotsend feestbeest. Maar voor jongeren is het de gewoonste zaak van de wereld dat er meerdere publieke ruimten zijn, die elk een facet van hun totale online identiteit herbergen: foto’s van de wedstrijd en foto’s van de uit de hand gelopen clubfeestjes staan bij digital natives zelden in hetzelfde album.. 3


Onderwijs voor de publicy-samenleving Volgens Federman moet de fossiele generatie iets met de komende age of publicy. De jongeren die nu via hyves, FourSquare en Pixelpipe experimenteren met publieke identiteiten, zijn dadelijk onze captains of industry, onze politieke leiders, schrijvers, voetbalcoaches en leerkrachten. Zij zullen de samenleving vormgeven op basis van de principes van publicy: gezamenlijkheid, openheid en interactiviteit. Ouders, leerkrachten en mediawijsheidprofessionals moeten daarop inspelen. Henry Jenkins heeft dit goed begrepen. In zijn white paper formuleert hij 11 nieuwe competenties voor het onderwijs van de 21ste eeuw. Deze zullen in Mediawijsheid Pro geregeld aan de orde komen; hieronder de drie competenties die het meest relevant zijn voor de publicy-samenleving: Opvoeren — het vermogen om alternatieve identiteiten aan te nemen Collectieve intelligentie — het vermogen om met een gemeenschappelijk doel voor ogen gezamenlijk kennis te verzamelen en ideeën uit te wisselen Onderhandelen — het vermogen om zich in diverse online communities te begeven en daar verschillende perspectieven en normen te onderkennen en respecteren

Dit staat allemaal nogal ver af van de privacy-gebaseerde mediawijsheidinitiatieven in Nederland, die doorgaans blijven steken bij: Zet nooit je telefoonnummer online! Chat met een schuilnaam! Pas op met wat je op het internet zet! Een prachtige uitzondering daarop is Splitsz, een mediawijsheidgame waarin het er om gaat een eigen online idool zo populair mogelijk te maken. Door de game leren jongeren, ouders en docenten gezamenlijk te experimenteren met het vormgeven van een online identiteit.

4

Beetje geïntimideerd door de publicy samenleving? Geen nood. Laurent Haug biedt uitkomst: I love doing one thing on Facebook: using my status to say what I am NOT doing. I sometimes write “Laurent is in the train to Zurich” while I am sitting at my desk in Geneva. It’s just a way to prevent last minute calls for lunch on a busy day. I do it sometimes and mostly for fun, but I could also be lying on my relationship status, telling the world I am working on a project I want my competitors to think I am working on, saying I am at one place to cover the fact I am going to another. Your privacy is the fact that, through computers and distance, nobody can really cross check information anymore. Privacy is here and doing well. It is just different, and not something that is granted at birth anymore. You have to create it, using the tools that were supposedly taking it away from you. You used to have to build your public image, now you have to build the private one. It’s a small change if you know how to do it.

Public is the new default  

Over de overgang van een privacy- naar een publicy-samenleving, en de consequenties daarvan voor onderwijs en mediawijsheidprofessionals.