Page 1

Textbook

Stepping

Up

English for Primary Schools Groep 7/8


Textbook

Stepping

Up

English for Primary Schools Groep 7/8

Egrammatica Engelse grammatica + trainingen

2e druk


Stepping Up voor groep 7 en 8 van de basisschool bestaat uit: 1. Textbook (bronnenboek)

7. Docenten-cd met ingesproken materiaal

2. Workbook chapters 1 & 2 (groep 7)

8. Docenten-cd met uitwerkingen voor digibord en toetsen

3. Workbook chapters 3 & 4 (groep 7)

9. Docentenhandleiding met werkwijze, antwoorden, les-en

4. Workbook chapters 5 & 6 (groep 8)

huiswerksuggesties

5. Workbook chapters 7 & 8 (groep 8)

10. Online docentenmateriaal: www.stepping-up.nl

6. Leerling-cd

11. Overhoorprogramma: www.woordjesleren.nl

Auteur: Hetty van Esch-van Haaren © 2013 Egrammatica Organisatie en ICT: Jan van Esch Vormgeving en illustraties: Drukkerij Verloop: Henk-Jan Hoogendoorn Meelezers: Ruth Green Sheila MacLeod Met medewerking van: Calvin Christian School, Lethbridge (Canada) Ponatahi Christian School, Carterton (Nieuw-Zeeland) Cd opname STH Records: Jaco van Houselt Cd ingesproken door docent en leerlingen van de Internationale School ‘De Blijberg’ in Rotterdam Docent: Jesse Bywater Leerlingen: Julia van Adrichem  Helene Duebel  William Goldiamond  Leen Jammalieh  Medhini Pathirana  Edward Tollington  Dillon Williams

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaand schriftelijke toestemming van de auteur. All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or, transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without prior written permission of the author. ISBN 978-90-821007-0-9


Voorwoord In mijn werk als docente Engels binnen

om allerlei redenen lastig realiseerbaar.

het voortgezet onderwijs heb ik vaak

Stepping Up is daarom een compleet

leerlingen zien worstelen met de over-

nieuwe methode geworden.

gang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs. Wanneer basis-

Leidraad bij het schrijven van Stepping

schoolleerlingen met veel enthousias-

Up was voor mij dat Engels op de ba-

me en energie aan hun nieuwe school

sisschool vooral ook leuk moet zijn: een

beginnen en al binnen drie maanden

methode moet het taalplezier vergroten.

met Engels in de problemen komen,

Om die reden is er veel gebruik gemaakt

dan is er sprake van een symptomatisch

van humoristisch, authentiek Engels ma-

verschijnsel waar het onderwijs iets aan

teriaal dat aansluit bij de belevingswe-

moet doen. Ik wilde weten wat daar de

reld van tien- tot twaalfjarigen. Een aan-

oorzaak van was en ging in gesprek met

tal teksten zijn afkomstig van leerlingen

een aantal basisscholen.

uit Canada en Nieuw-Zeeland. Tegelijk was gebruiksgemak voor de docent een

Tijdens die basisschoolbezoeken bleek

doel van Stepping Up. Leerkrachten kun-

verouderd materiaal een van de be-

nen zonder veel lesvoorbereiding met

langrijkste knelpunten te zijn, waardoor

deze methode aan de slag door eenvou-

er niet naar het gewenste niveau werd

dig het werkboek te volgen, waarin voor

toegewerkt. Dat is schrijnend, zeker als

hen richtlijnen staan. Bij elk hoofdstuk is

we de resultaten afzetten tegen de ei-

een huiswerksuggestie toegevoegd. Elk

sen van de overheid en het steeds hoger

onderdeel kan precies in een les van 30

wordende niveau Engels in het voortge-

tot 45 minuten uitgevoerd worden.

zet onderwijs. Ik kreeg steeds vaker de vraag of ik niet zĂŠlf een methode kon

Ik hoop van harte dat Stepping Up door

schrijven en nam me voor daar iets mee

zowel docenten als leerlingen als een

te gaan doen. Gezien mijn werk in ma-

prettige methode wordt ervaren en dat

teriaalontwikkeling voor een grote lan-

de huidige knelpunten in het voortgezet

delijke uitgeverij, lag in eerste instantie

onderwijs tot het verleden gaan behoren.

het aanpassen van een reeds bestaande methode voor de hand. Dit bleek echter

Hetty van Esch-van Haaren


Inhoudsopgave Chapter 1

About Me and My Family

5

Chapter 2

Hobbies 19

Chapter 3

Health 35

Chapter 4

Four Seasons Make a Year

Chapter 5

Animals 77

Chapter 6

Food 101

Chapter 7

Shopping 123

Chapter 8

Summer Holidays

55

143

Uitleg tekens: Luistertekst

Spreekopdracht

Ingesproken

Schrijfopdracht

Zingen

Extra tekst (hoger niveau)

Leestekst

STEP

Nuttige zinnen


September is here And so is fall.

So welcome children Welcome all.

I hope vacation Was real fun.

And that you’re glad School has begun.

About Me and My Family

Chapter 1

1


1

About Me and My Family

A

Listening

Let Me Introduce Myself Hello. I’m Liz. I’m a girl. I’m eleven years old, and I’ve one sister and one brother. My sister is nine years old. Her name is Jennifer. My brother Peter is only one. I really like my brother and sister. We live in a big house in London. My father is a minister in a church there. My grandfather and grandmother live in this house too. I’ve also got a dog called Tommy. He’s a black poodle. I love playing with my dog. When Jennifer and I play with him, we sometimes dress him in Peter’s clothes and put him in a pram and then he looks like a baby. Then we walk down the road with him and we pretend he is our black baby, but he sometimes jumps out of the pram and runs down the road, back home, in my brother’s clothes.

The Alphabet Song Tune on CD A, B, C, D, E, F, G, H, I, J, K, L, M, N, O, P, Q, R, S, T, U, V, W, X, Y, Z Now I know my ABCs Next time won’t you sing with me?

6


STEP 1

Let op!

Je voorstellen:

• Ik is in het Engels I en

Hallo, ik ben Liz. Wie ben jij?

Hello, I’m Liz. Who are you?

dat schrijf je altijd met

Hoe heet je?

What’s your name?

een hoofdletter.

Ik heet John/Mijn naam is John.

My name is John.

Hoe oud ben je?

How old are you?

Ik ben elf jaar.

I’m eleven (years old).

Ik woon in een groot huis.

I live in a big house.

Mijn vader is dominee.

My father is a minister.

• I am mag je afkorten tot I’m. • I have mag je afkorten tot I’ve. • Voor je leeftijd gebruik je de lange of de korte

Ik heb één broer en twee zusjes.

I have one brother and two sisters.

vorm: I’m eleven years old (= lang), of I’m

Zeggen wat je ergens van vindt:

eleven (= kort).

Ik hou van lezen.

I love reading.

Ik hou van het spelen met mijn hond.

I love playing with my dog.

Ik vind buiten spelen leuk.

I like playing outside.

Ik hou echt veel van mijn zusje.

I really like my sister.

Ik heb een hekel aan computers.

I hate computers.

Ik heb een hekel aan lezen.

I hate reading.

Mum: Come on, Brian, eat your breakfast and get off to school. Brian: I don’t want to go to school. Mum: You must go. Brian: But I don’t want to go. The teachers don’t like me, the children don’t like me – even

zelfs

the caretaker doesn’t like me.

conciërge

Mum: That may be so, but you still have to go. Brian: Why? Mum: Because you’re the headmaster!

7


1

About Me and My Family

A Funny Telephone Call for My Aunt Mrs Jones Mrs Jones is waiting for an important telephone call, but she has no bread in the house, so she leaves the baby at home and says to his five-year-old brother: Mother: I’m going to the shops, Tim, and I will be back in a few minutes. Questions 1 and 2 When mother is out, the telephone rings and Tim answers. The man: Hello, is your mother there? Tim: No. Question 3

Uhh, how do you make a ‘B’?

The man: When she comes back, tell her that Mr Baker has telephoned. Tim: What? The man: Mr Baker. Write it down. B-A-K-E-R. Tim: Uhh, how do you make a ‘B’? The man: How do you make a ‘B’? Question 4 The man: Listen little boy, is there anybody else with you? Any brothers or sisters? Tim: Yes, my brother Jimmy is here. The man: Good, I want to talk to him, please. Tim takes the telephone to the baby’s bed and puts it to Jimmy’s ear. Then mother comes back. Mother: Hello Tim, has anyone telephoned? Tim: Yes, a man, but he only wanted to talk to Jimmy. Questions 5 and 6

...?!! 8


B

Reading

My Teacher’s Hobby My teacher thinks he has a nice hobby, but we don’t like it. He likes to write stories about his pupils. We are his pupils, so he writes about us! We don’t like that because he writes down everything that we do: the nice things and the naughty things. He writes about Peter who is very good at reading and about Helen who eats sweets at school and about Tom who is always late. My teacher sends these stories to our parents so that they know how we behave at school.

STEP 2

Let op!

Iemand voorstellen:

Normaal is het

Dit is Susan. Ze is mijn vriendin.

This is Susan. She is my friend.

meervoud van this

Dit is Tom. Hij is mijn vriend.

This is Tom. He is my friend.

(=dit) these, maar als

Dit is Jennifer. Ze is mijn zus.

This is Jennifer. She is my sister.

je iemand voorstelt,

Dit is Peter. Hij is mijn broer.

This is Peter. He is my brother.

gebruik je altijd this.

Dit zijn Timothy en Frank.

This is Timothy and Frank.

Ze zijn mijn vrienden.

They are my friends.

Dit zijn John en Shona.

This is John and Shona.

Ze zijn mijn ouders.

They are my parents.

The Days of the Week Song Tune: Drie maal drie is negen Girls: Sunday follows ...

Girls: Thursday follows ...

Boys: Saturday

Boys: Wednesday

Girls: Monday follows ...

Girls: Friday follows ...

Boys: Sunday

Boys: Thursday

Girls: Tuesday follows ...

Girls: Saturday follows ...

Boys: Monday

Boys: Friday

Girls and boys: and Wednesday

Girls and boys: and that’s the

comes along.

weekdays song.

9


1

About Me and My Family

The Days of the Week One day my grandfather told me the following story: Five-year-old John is in hospital and his uncle Frank

middle of the bed. Now John, please repeat.

visits him.

John: The first part of the bed, where my pillow is, is Sunday. Here in the middle is Wednesday, and there at

Uncle Frank: Hello John. How are you today?

the end of my bed is Saturday.

John: I’m fine Uncle Frank. I’m going home on

Uncle Frank: Now John, after Sunday there’s Monday

Thursday.

and Tuesday. Where are they on your bed?

Uncle Frank: When is Thursday, John?

John: Here they are! Here’s Monday and here’s

John: I don’t know, Uncle Frank.

Tuesday.

Uncle Frank: What day is it now, John?

Uncle Frank: After Wednesday we have Thursday and

John: Perhaps it’s Tuesday, or perhaps it’s Friday. I

Friday. And then the end of the week is Saturday.

really don’t know.

John: Here’s Thursday and Friday, and there at the

Uncle Frank: What day was it yesterday, John?

end of the bed is Saturday.

John: Yesterday was Monday.

Uncle Frank: That’s excellent! Now John, don’t

Uncle Frank: Yesterday was Monday, so today is …?

forget!

John: I don’t know. Uncle Frank: Tuesday! And tomorrow is …?

Two days later John’s father visits him.

John: Saturday? Uncle Frank: No, John, tomorrow is Wednesday.

Father: Hello John. How are you? Here are four

It’s time to tell you the days of the week. Let’s begin.

bananas.

Here’s your bed. There are seven parts. The first part

John: I’m fine, thanks. Sit down on Saturday, and put

of your bed is the pillow, where your head is. That’s

the bananas on Wednesday so that I can eat them on

the best part, so that’s Sunday. That’s a good day. We

Sunday!

go to church on Sunday and we have pudding after dinner on Sunday. John: All right. The pillow is Sunday. That’s a good day. We go to church on Sunday. Uncle Frank: Now the end of your bed is the end of the week. So the end of your bed is Saturday. Is that right, John? John: That’s right, Uncle Frank. The end of the bed is Saturday. Uncle Frank: The middle of the bed is the middle of the week. That’s Wednesday. So Wednesday is the

10


Let op!

STEP 3

• De dagen van de week Op zondag gaan we naar de kerk.

On Sunday we go to church.

hebben in het Engels

Op zaterdag ga ik bij oma op bezoek.

On Saturday I visit grandma.

een hoofdletter omdat

Hij beantwoordt alle vragen.

He answers all the questions.

het namen zijn.

Ze bedankt de meester/juf.

She thanks the teacher.

Ze leren Engels.

They learn English.

persoon enkelvoud),

De meester/juf leert ons Engels.

The teacher teaches us English.

krijgen bij de meeste

• She, he, it (= de derde

Jij kent/jullie kennen de dagen van de week. You know the days of the week.

werkwoorden een s in

We vinden een hond leuk; hij speelt met ons. We like a dog; it plays with us.

de tegenwoordige tijd. Na een sis-klank es (teach).

C

Speaking

Exercise in Workbook

D

Writing

Exercise in Workbook

An Email from a Pupil in Canada Hi, How are you? I’m eleven years old, and I have two sisters but no brothers. My sisters are nine and fifteen years old. Their names are Karen and Ann. My father is a teacher, and my mother is a doctor. My father is forty years old, and my mother is thirty-eight. We have a dog. He is only six months old. He is brown and white and his name is Buster. Ann has a hamster, and Karen has a kitten. I am interested in football, and I am in the school team. My sisters are interested in horse riding. My parents have a boat. Please write back soon. David

11


1

About Me and My Family

E

Advanced Level

My Little Cousin Emily This story is about my little cousin, called Emily. She has an elder brother named Harry. He goes to school. Emily also wants to go to school. One day, Emily sees her mother making a red skirt for her. She says, “Emily, from tomorrow you will go to school!” Emily is very happy. In the evening her father comes home from the office. Emily, Harry, Mummy, and Daddy go to the market. Daddy buys Emily a red school bag. He also buys her four books with many beautiful pictures. They are just like the books Harry has. The next day, Emily dresses herself in the red skirt and a white blouse. She picks up her new school bag and goes to school with Mummy and Harry. Emily has lots of fun in school. There is a very nice teacher, who tells them stories. She also teaches the children how to draw a cat. The children play on the swing. Then the teacher takes them to a pond and shows them jumping frogs. Mummy has told Emily, “Do not come home alone. Wait for Harry, right?” “Yes, Mummy, I will.” But Emily is a naughty girl. After school is over she says to herself, “I know where the house is. I am not waiting for Harry.” So, Emily sets off for home without waiting for Harry. She walks on and on. But she can’t find her house. She only is verdwaald

sees buildings that look new to her. Yes, Emily has lost her way! She begins to cry. Suddenly she sees that a big dog is coming after her. She says, “Go away, doggie!” But the dog doesn’t go away. And Emily is afraid. Emily doesn’t know what to do. She stands on the road and looks around. And then she sees a park. “Oh, yes! Grandma lives near this park,” she says to herself. Emily runs fast and reaches Grandma’s house. Grandma opens the door. She takes Emily in her arms and asks, “Why have you come alone, Emily?” Emily tells her how she has lost her way. Grandma rings up Emily’s mother. Soon Mummy comes to take her home. “Mummy, I will not come home alone from school again,” Emily says. Now Emily waits for Mummy or Harry to take her home every day.

12


Vocabulary A

N/E + E/N

Let Me Introduce Myself voorstellen

to introduce

I introduce myself to you.

wonen

to live

We live in London.

dominee

minister

He is a minister of a church.

kerk

church

On Sunday we go to church.

genaamd

called

He is called Peter.

poedel

poodle

A poodle is a dog.

aankleden

to dress

My sisters dress the baby.

doen alsof

to pretend

We pretend he’s our baby.

een kinderwagen

a pram

Her baby son is in the pram.

springen

to jump

He can jump out of the pram.

soms

sometimes

I sometimes play with my dog.

terug

back

They go back home.

conciërge

caretaker

The caretaker is in the school.

zelfs

even

Even the caretaker doesn’t like me.

liedje

song

We learn the alphabet song.

verhaal

story

Mother tells a nice story.

Other words

A Funny Telephone Call for My Aunt Mrs Jones tante

aunt

Aunt Mary is my mother’s sister.

grappig

funny

He tells a funny story.

belangrijk

important

The manager is an important person.

een zoon

a son

They have a son and a daughter.

opnemen

answer

Answer the telephone, please!

een winkel

a shop

You can buy things in a shop.

schrijven

to write

I write with a pen.

willen

to want

I want to go home.

niet iemand

not anybody

There is not anybody at home.

alleen

only

She has only one sister.

13


1

About Me and My Family

B

N/E + E/N

My Teacher’s Hobby juf/meester/ler(a)res

teacher

I have a nice teacher.

lesgeven

to teach

Teachers teach us.

op een dag

one day

One day we heard the following story.

denken

to think

We think about school.

leerlingen

pupils

The pupils go to school.

omdat

because

You are at school because you are a pupil.

alles

everything

Everything is okay.

ondeugend

naughty

He is very naughty.

lezen

to read

I read a book.

snoepjes

sweets

I like sweets.

ouders

parents

Your father and mother are your parents.

gedragen

to behave

You must behave at school.

gauw

soon

Write back soon.

oom

uncle

Uncle Frank is my father’s brother.

vandaag

today

Today is Monday.

gisteren

yesterday

Yesterday was Sunday.

morgen

tomorrow

Tomorrow is Tuesday.

delen

parts

The three parts of the day.

kussen

pillow

My pillow is on my bed.

leggen/zetten

to put

Put the bag on the floor.

zondag

Sunday

The first day of the week is Sunday.

maandag

Monday

The second day of the week is Monday.

dinsdag

Tuesday

The third day of the week is Tuesday.

woensdag

Wednesday

The fourth day of the week is Wednesday.

donderdag

Thursday

The fifth day of the week is Thursday.

vrijdag

Friday

The sixth day of the week is Friday.

zaterdag

Saturday

The seventh day of the week is Saturday.

E

E/N

The Days of the Week

My Little Cousin Emily

14

neef/nicht

cousin

A child of your aunt and uncle is your cousin.

rok

skirt

Her mother makes a skirt.

thuis

home

Father comes home.

kantoor

office

He works in an office.


kopen

to buy

We buy a bag.

plaatjes

pictures

A book with pictures.

volgende

next

The next day.

lol

fun

She has fun at school.

tekenen

to draw

They draw a cat.

schommel

swing

They play on the swing.

meenemen

to take

You take her to school.

vijver

pond

Ducks swim in a pond.

laten zien

to show

I show her my new book.

kikkers

frogs

There are frogs in the pond.

wacht op

wait for

Wait for him!

zonder

without

Tea without sugar.

lopen

to walk

They walk to school.

gebouwen

buildings

A school and a house are buildings.

plotseling

suddenly

Suddenly she sees a dog.

bang voor

afraid of

She is afraid of the dog.

(vlak)bij

near

Grandma lives near the park.

15


1

About Me and My Family

Grammar 1

Persoonlijke voornaamwoorden Enkelvoud 1e persoon

ik

=

I (altijd met een hoofdletter in het Engels)

2 persoon

jij/u

=

you

3 persoon

zij

=

she

hij

=

he

het

=

it

1e persoon

wij

=

we

2 persoon

jullie

=

you

3 persoon

zij

=

they

e e

Meervoud e e

It wordt gebruikt voor dingen en dieren (behalve voor een huisdier, a pet. Dat is een she of een he). You betekent jij/u en jullie.

Grammar 2

Drie belangrijke hulpwerkwoorden HET HULPWERKWOORD TO BE = ZIJN Het hulpwerkwoord ZIJN in de tegenwoordige tijd: Enkelvoud ik ben

2 persoon

jij/u bent =

you are (you’re)

3 persoon

zij is

=

she is (she’s)

hij is

=

he is (he’s)

het is

=

it is (it’s)

1e persoon

wij zijn

=

we are (we’re)

2 persoon

jullie zijn =

you are (you’re)

3 persoon

zij zijn

they are (they’re)

e e

=

I am (I’m) (I = altijd met een hoofdletter)

1e persoon

Meervoud e e

16

=


HET HULPWERKWOORD TO HAVE = HEBBEN Het hulpwerkwoord HEBBEN in de tegenwoordige tijd: Enkelvoud 1e persoon

ik heb

= I have (I’ve) (I = altijd met een hoofdletter)

2 persoon

jij hebt/u heeft

= you have (you’ve)

3 persoon

zij heeft

= she has (she’s)

hij heeft

= he has (he’s)

het heeft

= it has (it’s)

1e persoon

wij hebben

= we have (we’ve)

2 persoon

jullie hebben

= you have (you’ve)

3 persoon

zij hebben

= they have (they’ve)

e e

Meervoud e e

Let op! Het hulpwerkwoord to have heeft heel vaak got achter zich. Dat got betekent dan niets! HET HULPWERKWOORD TO DO = DOEN Het hulpwerkwoord DOEN in de tegenwoordige tijd: Enkelvoud 1e persoon

ik doe

=

I do (I = altijd met een hoofdletter)

2 persoon

jij/u doet

=

you do

3 persoon

zij doet

=

she does

hij doet

=

he does

het doet

=

it does

1e persoon

wij doen

=

we do

2 persoon

jullie doen =

you do

3 persoon

zij doen

they do

e e

Meervoud e e

=

17


1

About me and my family

Grammar 3

Zelfstandige werkwoorden Zelfstandige werkwoorden in de tegenwoordige tijd (= present simple) worden normaal gesproken zoals hieronder vervoegd: Enkelvoud 1e persoon

ik eet

=

I eat (I = altijd met een hoofdletter)

2 persoon

jij/u eet

=

you eat

3 persoon

zij eet

=

she eats (!)

hij eet

=

he eats (!)

het eet

=

it eats (!)

1e persoon

wij eten

=

we eat

2 persoon

jullie eten

=

you eat

3 persoon

zij eten

=

they eat

e e

Meervoud e e

• Bij she, he, it altijd + s. • In plaats van she, he en it kan er ook een naam staan. Bijvoorbeeld: Susan (= she) eats, Frank (= he) eats. • In het Nederlands maak je de infinitief (= een moeilijk woord voor het hele werkwoord) meestal door en achter een werkwoord te zetten. In het Engels doe je dat niet, maar zet je er iets voor, namelijk to. Bijvoorbeeld: to walk (lopen), to cycle (fietsen), to read (lezen), to come (komen). Dit to mag niet in de zin staan omdat het niets betekent. Als er toch to in de zin staat, betekent dat to vaak om te: Today he likes to walk home = Vandaag vindt hij het leuk om naar huis te lopen.

18


Textbook

Stepping Up The vision must be followed by action. It is not enough to stare up the steps – we must step up the stairs (Vance Havner).  De methode Stepping Up is bedoeld voor leerlingen in groep 7 en 8 en heeft als doel hen grondig voor te bereiden op het voortgezet onderwijs. Stepping Up laat leerlingen op speelse wijze alvast vertrouwd raken met de manier van lesgeven en leren op de middelbare school. Daarnaast sluit Stepping Up aan bij het niveau van de Cito-, Anglia- en instaptoets op het voortgezet onderwijs. De methode besteedt ruimschoots aandacht aan de vier ERK-vaardigheden: spreken, schrijven, lezen en luisteren. Alle teksten, Steps, gedichtjes en woordenlijsten zijn ingesproken door native speakers van 11 en 12 jaar. Na het doorwerken van de methode is een goede ‘opstap’ naar het voortgezet onderwijs gewaarborgd.

Good luck with Stepping Up!

Over de auteur:

Van de auteur:

Hetty van Esch-van Haaren is

Met veel genoegen heb ik voldaan

jarenlang werkzaam geweest als

aan de vraag een methode te

docente Engels in het voortgezet

schrijven voor de bovenbouw van

onderwijs. Daarnaast ontwikkelt zij

het basisonderwijs. Mijn wens is

als auteur materiaal voor een grote

dat leerlingen door deze methode

landelijke uitgeverij en geeft zij

plezier in Engels krijgen en met

trainingen Engels op basisscholen en

zelfvertrouwen de taal kunnen

bij bedrijven.

gebruiken.

ISBN 978-90-821007-0-9

Egrammatica Engelse grammatica + trainingen

9 789082 100709

Profile for Media Solutions B.V.

Stepping up 7 & 8  

Stepping up 7 & 8