Page 1

Docentenhandleiding

Stepping

Up

English for Primary Schools Groep 5/6


Docentenhandleiding

Stepping Up English for Primary Schools Groep 5/6 Auteur: Hetty van Esch-van Haaren

Egrammatica Engelse grammatica + trainingen


Stepping Up voor groep 5 en 6 van de basisschool bestaat uit: 1. Textbook (bronnenboek)

6. Docenten-cd met ingesproken materiaal

2. Workbook chapters 1 & 2 (groep 5)

7. Docenten-cd met uitwerkingen voor digibord

3. Workbook chapters 3 & 4 (groep 5)

8. Docentenhandleiding met werkwijze en antwoorden

4. Workbook chapters 5 & 6 (groep 6)

9. Online docentenmateriaal: www.stepping-up.nl

5. Workbook chapters 7 & 8 (groep 6)

10. Overhoorprogramma: www.woordjesleren.nl

Š 2014 Egrammatica Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaand schriftelijke toestemming van de auteur. All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or, transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without prior written permission of the author. ISBN 978-90-822489-5-1


Inhoudsopgave Chapter 1

About My Family and Me

Chapter 2

Today Is My Birthday

Chapter 3

School, Friends, Home

Chapter 4

Your Body, Health

Chapter 5

Wednesday Afternoon

Chapter 6 Animals Chapter 7

Fruit, Food, Clothes and Shopping

Chapter 8

The World around You


Voorwoord

Stepping Up Hoe werkt Stepping Up voor groep 5 en 6? De hoofdstukken 1 t/m 4 zijn bestemd voor groep 5 en de hoofdstukken 5 t/m 8 voor groep 6, maar variaties hierop zijn mogelijk. Deze werkboekgestuurde methode werkt heel gemakkelijk voor docenten: men hoeft alleen maar het werkboek te volgen waarin precies staat wat er gedaan moet worden. Het tekstboek dient daarbij als bronnenboek. De docent kan zelf bepalen hoeveel hij/zij per les wil behandelen. Op een heel effectieve manier wordt direct vanaf het begin gewerkt aan de verwerving van de vier ERKvaardigheden: spreken, schrijven, luisteren en lezen. De focus ligt vooral op woordverwerving. Leerlingen krijgen per luister- en leestekst steeds maximaal tien nieuwe woorden aangereikt. Deze woorden worden in verschillende werkvormen, ongeveer zeven keer aangeboden - eerst passief, daarna actief - voordat ermee gewerkt wordt. Het is de bedoeling dat het idioom op school geleerd wordt zodat er geen (of zo min mogelijk) huiswerk opgegeven hoeft te worden. De methode is speels en bestaat uit humoristische, voor kinderen herkenbare tekstjes, gesprekjes, liedjes, woordzoekers, puzzels, tekeningen, raadseltjes en grapjes. De grafische vormgeving sluit aan bij wat een leerling van groep 5/6 prettig vindt. Alle teksten zijn ingesproken door ‘native speakers’: kinderen en docenten. Een aantal teksten zijn afkomstig van leerlingen uit Canada. Elk hoofdstuk bestaat uit de volgende onderdelen:

Vocabulairelijstjes per tekst

Onderdeel D. Schrijfvaardigheid

Onderdeel A. Luistervaardigheid Onderdeel E. Verdiepingstekst Onderdeel B. Leesvaardigheid

Liedjes Grapjes Raadseltjes

Onderdeel C. Spreekvaardigheid

Vocabulairelijst van het hele hoofdstuk


Vocabulaire Soms is ervoor gekozen om dezelfde woorden in meerdere teksten aan te bieden voor het geval er teksten overgeslagen moeten worden. Zo kunnen de leerlingen toch alle teksten begrijpen. Achter elk hoofdstuk zit een extra woordenlijst met het behandelde idioom in context.

A. Luistervaardigheid Elk hoofdstuk heeft minmaal twee luistervaardigheidteksten. Elke tekst biedt steeds maximaal tien nieuwe woorden aan, die door middel van oefeningen op school geleerd worden. Het is de bedoeling dat de leerlingen deze woorden min of meer onder de knie hebben voordat de luisteroefening wordt gemaakt. Meestal is het nodig om de tekst meerdere keren te laten horen voordat de luisteropdracht gemaakt kan worden. Het is ook goed om na het maken van een luisteropdracht de leerlingen de tekst met de cd te laten meelezen, want dit vergroot hun woordbeeld.

B. Leesvaardigheid In ieder hoofdstuk staan ook minmaal twee leesvaardigheidteksten. Deze zijn iets moeilijker dan de teksten van de luisteroefeningen. Ook hier biedt elke tekst steeds maximaal tien nieuwe woorden aan, die door middel van oefeningen op school geleerd worden. Vaak zijn de vragen bij de teksten in het Nederlands om te controleren of de leerlingen de tekst echt begrepen hebben en niet zomaar wat overschrijven. Net als luisteren is lezen ook een vaardigheid die verworven moet worden. Laat de leerlingen eerst met de cd meelezen voor de uitspraak en geef daarna leesbeurten. Pas dan kunnen de opdrachten gemaakt worden.

C. Spreekvaardigheid Elk hoofdstuk heeft een onderdeel spreekvaardigheid. De woorden en dialoogjes die in het hoofdstuk behandeld zijn, vormen de basis voor een gesprek over het thema van het hoofdstuk. Op deze manier merken leerlingen dat ze hun kennis direct in praktijk kunnen brengen en dat verhoogt het leerplezier. Het is natuurlijk ook mogelijk om de vragen bij de luister- en leesoefeningen mondeling in het Engels te laten beantwoorden als extra oefening.

D. Schrijfvaardigheid Elk hoofdstuk bevat een schrijfopdracht. Ook nu komen de geleerde woorden goed van pas. Leerlingen zullen al snel ontdekken dat ze bijvoorbeeld in het Engels een e-mailtje kunnen schrijven.

Liedjes Het doel van de liedjes is dat de kinderen spelenderwijs de woorden en de taalstructuur van het Engels leren. De liedjes hebben betrekking op het thema van het hoofdstuk en moeten worden beschouwd als lesmateriaal. Bij alle versjes laat de cd eerst het gezongen liedje horen en daarna alleen de melodie. De klas kan zowel met de instrumentale als met de gezongen versie meezingen.


Differentiatie E. Verdiepingstekst Het E-gedeelte is bedoeld voor leerlingen met meer taalinzicht en die daardoor extra uitdaging nodig hebben. Dit gedeelte is optioneel.

Docenten- cd Alle antwoorden staan niet alleen in deze handleiding, maar ook op de docenten-cd, zodat er klassikaal nagekeken kan worden.

Taalplezier Om het taalplezier te vergroten staan er in ieder hoofdstuk een aantal taalgrapjes, raadseltjes en gedichtjes die betrekking hebben op de thema’s van de hoofdstukken en die ook inzicht geven in de taalstructuur.

Extra oefeningen Achter elk hoofdstuk zit een onderdeel Welke woorden weet je nog uit het vorige hoofdstuk?, een herinnering aan de woorden uit het vorige hoofdstuk, met als doel dat de woorden het langetermijngeheugen bereiken.

Tot slot Stepping Up 5/6 biedt een goede voorbereiding op Stepping Up 7/8 die zich richt op verdieping en uitbreiding van de in Stepping Up 5/6 verworven basisvaardigheden. Kortom: Stepping Up is een praktische, doelgerichte methode waarmee in betrekkelijk korte tijd een hoog resultaat bereikt kan worden met een minimale inspanning van de docent.


About My Family and Me

Chapter 1

About My Family and Me Dit is een werkboekgestuurde methode. Het tekstboek is bronnenboek. De docent kan zelf bepalen hoeveel opdrachten hij/zij per les wil doen.

A

Listening

Opdracht 1 Lees het gedichtje aan het begin van het hoofdstuk met de cd mee.

About My Family and me Opdracht 2 Het is de bedoeling dat het idioom zoveel mogelijk op school geleerd wordt. Woorden moeten een aantal keren aangeboden worden voordat leerlingen ze kunnen onthouden. Om die reden worden de woorden eerst een aantal keren passief aangeboden en daarna actief. Vaak volgt dan nog een verwerkingsopdracht. Laat de leerlingen tijdens de eerste keer luisteren de woorden zachtjes voor zichzelf herhalen en de tweede keer klassikaal nazeggen.

Luister naar de nieuwe woorden op blz. 6 van je tekstboek. Luister daarna nog een keer en zeg de woorden na. Probeer het dan zonder cd. Daarna mag een leerling proberen ze zonder fouten op te lezen.

Opdracht 3 Als leerlingen de betekenis van de woorden eerst raden, worden ze niet klakkeloos uit het hoofd geleerd. Zo leren ze spelenderwijs een woordleerstrategie. Zorg ervoor dat de volgende opdracht bedekt is, want daar kun de leerlingen antwoorden lezen.

2


Bedek opdracht 4. Kun je raden wat de woorden betekenen? Schrijf het Nederlandse woord erachter. 2. brother 1. boy = jongen 3. sister = zus(je) 4. name 5. daddy = papa 6. mummy 7. friend = vriend/vriendin 8. to love 9. to live = wonen 10. to play

= = = = =

broer(tje) naam mama houden van spelen

NB Als daddy/mummy, granny.grandpa, aunt/uncle als naam gebruikt worden, krijgen ze een hoofdletter. Als er een bezittelijk voornaamwoord voor staat, krijgen ze een kleine letter. NB De infinitief wordt steeds met ‘to’ aangeboden om het onderscheid duidelijk te maken tussen werkwoorden en andere woorden. ‘To’ is vergelijkbaar met onze uitgang ‘en’ achter de meeste werkwoorden. Benadruk s.v.p. dat dit ‘to’ niet in een zin komt omdat het werkwoord vervoegd wordt. In het Nederlands zeggen we ook niet : Ik lopen. (niet te verwarren met de meervoudsvervoeging ‘wij lopen’, want dat is een andere ‘en’). Voor de duidelijkheid staan de werkwoorden altijd aan het eind van het rijtje woorden. Hulpwerkwoorden krijgen vaak geen ‘to’.

Opdracht 4 Opnieuw verstandig om de vorige opdracht te bedekken in verband met af te lezen antwoorden.

Bedek opdracht 3 en luister naar de woorden die nu door elkaar opgelezen worden. Welk woord hoor je? Zet een 1 bij het woord dat je het eerst hoort, een 2 bij het woord dat je daarna hoort enz.

jongen

10

mama

3

7

broer

1 9

papa

8 4

houden van 6

spelen

5

zus

vriend(in)

2

naam

wonen 3


1

About My Family and Me

Opdracht 5 Het is beter als de leerlingen deze opdracht eerst uit hun hoofd proberen te maken en daarna in het tekstboek kijken als ze een woord echt niet weten.

Schrijf nu het Engelse woord onder elk blokje. Je mag ze uit het tekstboek overschrijven.

jongen

1

6. mummy

1. boy

broer

2

2. brother

3. sister

4. daddy

5.

4

houden van to love

vriend(in)

spelen

8 8.

papa

4

7

7. friend

zus

3

5

mama

6

to play

naam

9 9. name

10 10.

wonen to live


Opdracht 6 Bij puzzels en dergelijke opdrachten wordt het hele werkwoord plus ‘to’ gebruikt, maar zonder spatie. De leerlingen leren op deze manier werkwoorden te herkennen.

Zoek de volgende woorden in deze slang op. Als je het goed doet, kun je van de letters die overblijven ook een Engels woord maken. Welk woord is dat? 1. broer, 2. naam, 3. papa, 4. jongen, 5. wonen, 6. zus, 7. spelen

D A D D Y N B R O T E E H E M A R D TO N I TO LIV R PL E E F T AY S B O Y R S I

Ik houd over: friend

Opdracht 7 Luister naar About My Family and Me op blz. 6 van je tekstboek en lees dan de vragen. Luister nog een keer en geef daarna antwoord op de vragen. 1. Hoe oud is Brian?

Brian is negen jaar. 2. Hoeveel zusjes en broertjes heeft hij?

Hij heeft twee zusjes en één broertje. 3. Hoe oud is David?

David is zeven jaar. 4. Welk zusje is ouder dan Brian?

Elisa. 5. Hoeveel vrienden heeft Brian?

Hij heeft drie vrienden.

5


1

About My Family and Me

6. Welk spelletje speelt Brian met David en z’n vrienden?

Voetbal.

Opdracht 8 Het is goed voor het woordbeeld om de gehoorde tekst ook te laten lezen. Op deze manier worden woorden met luisteren op den duur sneller herkend.

Lees nu About My Family and Me op blz. 6 van je tekstboek met de cd mee en daarna mag een leerling het verhaaltje voorlezen.

Opdracht 9 Het doel van de versjes is dat de kinderen spelenderwijs de woorden en de taalstructuur van het Engels leren. De liedjes hebben betrekking op het thema van het hoofdstuk en moeten dus worden beschouwd als lesmateriaal. Bij alle versjes laat de cd eerst het gezongen liedje horen en daarna alleen de melodie. De klas kan zowel met de instrumentale als met de gezongen versie meezingen.

Zing My Family Song op blz. 7 van je tekstboek.

Hi, My Name is Brian Opdracht 10 Laat de leerlingen tijdens de eerste keer luisteren de woorden zachtjes voor zichzelf herhalen en de tweede keer klassikaal nazeggen.

Luister naar de nieuwe woorden op blz. 8 van je tekstboek. Luister daarna nog een keer en zeg de woorden na. Probeer het dan zonder cd. Daarna mag een leerling proberen ze zonder fouten op te lezen.

Opdracht 11 Bedek opdracht 12. Kun je raden wat de woorden betekenen? De eerste letter staat er al. 1. father

=

2. mother =

moeder

3. son

zoon

=

4. daughter =

6

vader

dochter


5. girl

=

meisje

6. too

=

ook

7. their

=

hun

8. to hope =

hopen

9. to want =

willen

10. will

zullen

=

Opdracht 12 Bedek opdracht 11 en luister naar de woorden die nu door elkaar opgelezen worden. Welk woord hoor je? Zet een 1 bij het woord dat je het eerst hoort, een 2 bij het woord dat je daarna hoort enz.

meisje

4

3

willen

vader

7

9 1 zullen

10

2

moeder

zoon

dochter

6

5

ook 8

hopen

hun

7


1

About My Family and Me

Opdracht 13 Laat de leerlingen deze opdracht eerst uit hun hoofd proberen te maken. Ze kunnen de woorden die ze echt niet weten daarna opzoeken.

Schrijf nu het Engelse woord onder elk blokje.

1

meisje

1. girl

2

6.

vader

2. father

3

zoon

5. too

8

moeder

7

dochter

8

8. daughter

zullen

4. will

5

to want

7. mother

3. son

4

willen

6

9.

ook

hopen

9

to hope

10 10. their

hun


Opdracht 14 Bij puzzels wordt het hele werkwoord plus ‘to’ gebruikt, maar zonder spatie. De leerlingen leren op deze manier werkwoorden te herkennen.

Zoek nu de Engelse woorden in deze woordzoeker. De woorden staan alle kanten op. daughter 1. dochter = 2. moeder = mother 3. hopen = to hope 4. zullen = will 5. vader = father 6. zoon = son 7. ook = too 8. meisje = girl 9. hun = their 10. willen = to want

Hi, My Name Is Brian + + O + +

T

+ D + + +

T

+ + +

+ + + O O + A + + + O + + + + + + + W T

U + + + H + + + + +

+ + A + G + + + O W

I

L

L

+ +

+ N R H + + +

P

+ + + + + + +

T

+

T

+

E

+ +

R +

I

+ +

E

R

+ + + + N O S

E

E

L

+ + + + + + +

R

+ + + H +

R

+ + + + + + +

E

+ +

I

+ + + + + + +

T

+ +

T

+ H + O + + + G + + + + + + + +

T M + + + + + + + + + + + +

+ A + + + + + + + + + + + + + +

F

+ + + + + + + + + + + + +

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

9


1

About My Family and Me

Opdracht 15 De pauzes in de luisteroefeningen zijn kort. Het is de bedoeling dat de cd-speler wordt stopgezet om de leerlingen tijd te geven om de antwoorden op te schrijven. De pauze is expres kort gehouden omdat de tekst straks ook met de cd meegelezen wordt en dan is het niet fijn om elke keer te wachten tot de pauze van het invullen voorbij is.

Luister naar Hi, My Name Is Brian op blz. 8 en 9 van je tekstboek. Luister daarna nog een keer en geef dan antwoord op de vragen. Er zijn pauzes. 1. Hoe oud is Becky?

Ze is (ook) negen jaar. 2. Hoeveel meisjes en jongens hebben ze bij Brian thuis?

Twee meisjes en twee jongens. 3. Waarom wil Becky graag dat haar moeder een jongetje krijgt?

Omdat zij al een zusje heeft. / Omdat zij graag een broertje en een zusje wil hebben. 4. Hoeveel zoons en dochters hebben Becky’s vader en moeder nu?

Twee dochters.

Opdracht 16 Lees nu Hi, My Name Is Brian op blz. 8 en 9 van je tekstboek met de cd mee. Daarna mogen twee leerlingen het verhaaltje voorlezen.

Opdracht 17 Beantwoord de volgende vragen over jezelf. 1. What is your name? My name is 2. What’s your father’s name? My father’s name is 3. What’s your mother’s name? My mother’s name is 4. What is your friend’s name? My friend’s name is

10


Opdracht 18 Lees het grapje op blz. 9 van je tekstboek.

What’s Your Name? Opdracht 19 Laat de leerlingen tijdens de eerste keer luisteren de woorden zachtjes voor zichzelf herhalen en de tweede keer klassikaal nazeggen.

Luister naar de nieuwe woorden op blz. 10 van je tekstboek. Luister daarna nog een keer en zeg de woorden na. Probeer het dan zonder cd. Daarna mag een leerling proberen ze zonder fouten op te lezen.

Opdracht 20 Kun je raden wat de woorden betekenen? Schrijf het Nederlandse woord erachter. 1. where = waar 2. who = wie 3. park = park 4. to go

=

gaan

5. may = mogen

11


1

About My Family and Me

Opdracht 21 Luister naar de woorden die nu door elkaar opgelezen worden. Welk woord hoor je? Zet een 1 bij het woord dat je het eerst hoort, een 2 bij het woord dat je daarna hoort enz.

wie

3

waar

4

1

gaan

2

park

5

Opdracht 22 Schrijf nu het Engelse woord onder elk blokje.

waar

1 1. where

2.

to go

3 3. park

12

wie

6. who

gaan

2

4

5 5. may

park

mogen

mogen


Opdracht 23 Luister naar What’s Your Name? op blz. 10 van je tekstboek en geef daarna antwoord op de volgende vragen. 1. Hoe heet de jongen met wie Brian praat en hoe oud is hij?

Hij heet William en is negen jaar. 2. Wat gaat hij doen?

Hij gaat (met zijn vrienden) voetbellen (in het park). 3. Wat wil Brian?

Meedoen. / Meespelen.

Opdracht 24 In deze oefening leren de leerlingen vragen stellen met een vragend voornaamwoord. Draai de rollen daarna om.

Lees nu samen met de cd What’s Your Name op blz. 10 van je tekstboek. De jongens lezen de rol van Brian en de meisjes die van William.

Opdracht 25 Luister naar het gedichtje Count to Ten op blz. 11 van je tekstboek. Wie kan er al tot 10 tellen in het Engels?

Opdracht 26 Kijk nog eens naar Count to Ten op blz. 11 van je tekstboek. Nu zeggen de meisjes de getallen en de jongens zeggen de regel die volgt. Daarna draaien we de rollen om.

13


1

About My Family and Me

Opdracht 27 Zing Ten Little Monkeys op blz. 12 en 13 van je Tekstboek.

Opdracht 28 Luister naar het gedichtje Count to Twenty-Five op blz. 14 van je tekstboek. Nu zegt de hele klas de getallen en zeggen de jongens de regel die volgt. Daarna draaien jullie de rollen om.

Opdracht 29 Schrijf nu de getallen 1 t/m 10 in het Engels op. 1. one 2. two 3. three 4. four 5. five 6. six 7. seven 8. eight 9. nine 10. ten

14


Wie kan nog verder tellen? 11. eleven 12. twelve 13. thirteen 14. fourteen 15. fifteen 16. sixteen 17. seventeen 18. eighteen 19. nineteen 20. twenty 21. twenty-one 22. twenty-two 23. twenty-three 24. twenty-four 25. twenty-five

Opdracht 30 Doe nu je boeken dicht en ga samen met degene die naast je zit, oefenen met de getallen. Jij noemt een getal in het Engels en degene die naast je zit, moet bij dat getal één cijfer optellen en dat opschrijven op een blaadje. Dus als jij ‘three’ zegt, schrijft degene die naast je zit ‘four’ op. Als je buurman/-vrouw een fout maakt, draaien jullie de rollen om. Degene die de meeste getallen zonder fouten heeft opgeschreven, heeft gewonnen. Het spelletje is afgelopen als je meester/juf dat zegt.

Opdracht 31 Lees het raadseltje op blz. 14 van je tekstboek.

15


1

About My Family and Me

B

Reading

Becky’s Baby Brother Opdracht 32 Laat de leerlingen tijdens de eerste keer luisteren de woorden zachtjes voor zichzelf herhalen en de tweede keer klassikaal nazeggen.

Luister naar de nieuwe woorden op blz. 15 van je tekstboek. Luister daarna nog een keer en zeg de woorden na. Probeer het dan zonder cd. Daarna leest de hele klas tegelijk ze zonder fouten op.

Opdracht 33 Bedek opdracht 34. Kun je raden wat de woorden betekenen? Trek lijnen. 1. big

a. veranderen/verwisselen

1. b.

2. nappy

b. grote

2. g.

3. wet

c. controleren

3. d.

4. bottle

d. nat

4. e.

5. nice

e. fles

5. j.

6. time

f. huilen

6. i.

7. cot

g. luier

7. h.

8. to cry

h. wieg

8. f.

9. to check

i.

tijd

9. c.

10. to change

j.

lekker

10. a.

Wat denk je dat ‘to sleep’ betekent?

slapen

16


Opdracht 34 Bedek opdracht 33 en luister naar de woorden die nu door elkaar opgelezen worden. Welk woord hoor je? Zet een 1 bij het woord dat je het eerst hoort, een 2 bij het woord dat je daarna hoort enz.

huilen

4 tijd

3

grote

6

10 1

luier

nat

7 9

5

controleren

wieg

verwisselen 2

fles

8

lekker

17


1

About My Family and Me

Opdracht 35 Laat de leerlingen deze opdracht eerst uit hun hoofd proberen te maken. Ze kunnen de woorden die ze echt niet weten daarna opzoeken.

Schrijf nu het Engelse woord onder elk blokje.

tijd

1 1. time

6.

grote

2 2. big

luier

3. nappy

4.

to change

5 5. cot

18

to cry

controleren to check

8

nat

8. wet

verwisselen

4

7 7.

3

huilen

6

wieg

9

fles

9. bottle

10 10. nice

lekker


Opdracht 36 Bij puzzels wordt het hele werkwoord plus ‘to’ gebruikt, maar zonder spatie. De leerlingen leren op deze manier werkwoorden te herkennen.

Kun je nu deze kruiswoordpuzzel maken?

Becky’s Baby Brother           9        

         

2   5   8

c

w

e

6

c

t

 

 

i

o

n

b

t

1

   

 

     

g

   

t

o

c

c

h

e

c

k

         

a

  4      

10

n

a

p

p

y

 

3

b

t

o

t

7

 

t

g

e

   

   

     

     

         

 

 

r

i

l

c

       

         

y

m

e          

         

Across → Down ↓ 2. grote = big 1. lekker = nice 4. huilen = to cry 3. fles = bottle 5. nat = wet 6. controleren = to check 7. tijd = time 8. wieg = cot 9. verwisselen = to change 10. luier = nappy

Opdracht 37 Lees nu Becky’s Baby Brother op blz. 15 en 16 van je tekstboek met de cd mee. Daarna mogen twee leerlingen het verhaaltje voorlezen.

19


1

About My Family and Me

Opdracht 38 Schrijf eens op welke drie dingen Becky voor haar broertje doet. 1. Ze controleert Peters luier. 2. Ze verschoont hem. / Ze geeft hem een andere luier. 3. Ze geeft hem de fles.

Opdracht 39 Zing Song about the Family op blz. 16 van je tekstboek.

Going to Granny and Grandpa Opdracht 40 Laat de leerlingen tijdens de eerste keer luisteren de woorden zachtjes voor zichzelf herhalen en de tweede keer klassikaal nazeggen.

Luister naar de nieuwe woorden op blz. 17 van je tekstboek. Luister daarna nog een keer en zeg de woorden na. Probeer het dan zonder cd. Daarna mag een leerling proberen ze zonder fouten op te lezen.

Opdracht 41 Bedek opdracht 42. We gaan een wedstrijd houden tussen de jongens en de meisjes. Jullie schrijven allemaal de betekenis van deze woorden op. Jullie kunnen 10 punten halen. Wie hebben de meeste woorden goed? De jongens of de meisjes?

20

1. parents =

ouders

2. car =

auto

3. cousin =

neef/nicht

4. aunt =

tante

5. uncle =

oom

6. granny =

oma

7. child =

kind

8. grandpa =

opa


9. How are you? =

Hoe gaat het met u/je/jou?

10. to look =

kijken

Let op de uitspraak van child-children

Opdracht 42 Bedek opdracht 41 en luister naar de woorden die nu door elkaar opgelezen worden. Welk woord hoor je? Zet een 1 bij het woord dat je het eerst hoort, een 2 bij het woord dat je daarna hoort enz.

oma

3

1

tante

2

4

9 8

kijken

neef/nicht

oom

auto

5

Hoe gaat het met u/je?

10

6

ouders

opa

7

kind

21


1

About My Family and Me

Opdracht 43 Laat de leerlingen deze opdracht eerst uit hun hoofd proberen te maken. Ze kunnen de woorden die ze echt niet weten daarna opzoeken.

Schrijf deze woorden in het Engels op. 1. ouders en kinderen

=

parents and children

2. opa en oma

=

grandpa and granny

3. oom en tante

=

uncle and aunt

4. neef en nicht (!)

=

cousin

5. auto en kijken

=

car and to look

6. Hoe gaat het met u/je?

=

How are you?

Opdracht 44

Lees nu Going to Granny and Grandpa op blz. 17 en 18 van je tekstboek met de cd mee. Daarna mogen acht leerlingen het verhaaltje voorlezen.

Opdracht 45 Wat zou het versje We are nearly there in de tekst betekenen? We zijn er bijna, We zijn er bijna, maar nog niet helemaal.

Opdracht 46 Weet je wat de volgende woorden uit chapter 1 betekenen? Trek lijntjes.

22

1. vriendin

a. cot

1. e

2. kijken

b. daughter

2. h.

3. broertje

c. cousin

3. k.

4. wonen

d. nappy

4. j.

5. wieg

e. friend

5. a.


6. dochter

f. car

6. b.

7. luier

g. to want

7. d.

8. willen

h. to look

8. g.

9. fles

i.

wet

9. l.

10. nat

j.

to live

10. i.

11. jongen

k. brother

12. wie

l.

13. nicht

m. children

13. c.

14. auto

n. boy

14. f.

15. kinderen

o. who

15. m.

bottle

11. n. 12. o.

Opdracht 47 Maak eens een tekening van de vier kinderen in de auto. Zet bij elk kind ĂŠĂŠn zinnetje dat hij/zij in het Engels gezegd heeft.

23


1

About My Family and Me

C

Speaking

Opdracht 48 1. We gaan met z’n tweeën Engels praten. Om te oefenen lezen jullie eerst het gesprekje tussen Becky en Brian op blz. 8 en 9 van je tekstboek. Eén van jullie is Becky en de ander is Brian. Als jullie dat gedaan hebben, voeren jullie het gesprekje hieronder. Vul het in zoals het bij jullie thuis is. Hi, My Name Is Brian You: Hi, what’s your name? Your neighbour: My name is

and what is your name?

You: My name is

How old are you?

Your neighbour:

and how old are you?

You: I’m

(too). Do you have any brothers or sisters?

Your neighbour: Yes, I have and

. They are

sister(s) and and

brother (s). Their names are years old.

(Als je enig kind bent zeg je: No, I don’t have any sisters or brothers). You: I have

sister(s) and

and

. They are

brother (s). Their names are and

years old.

(Als je enig kind bent zeg je: “I don’t have any sisters or brothers.”) Your neighbour: Do you want to play with me? You: Yes, I do. Come on! 2. We gaan nog een gesprekje voeren. Vertel in het Engels aan degene die naast je zit: • hoe je heet. My name is …. hoeveel zusjes en broertjes je hebt, hoe ze heten en hoe oud ze zijn.

I have … sisters and … brothers. Their names are …. / they are … years old. De lange of de korte versie: They are nine. / They are nine years old. Niet zoals in het Nederlands: Ze zijn negen jaar.

• vertel ook hoeveel nichtjes en neefjes je hebt. I have … cousins.

24


•

D

Writing

Opdracht 49 Maak een stamboom (family tree) in het Engels. Bovenaan zet je de namen van je opa en oma (van je vaders of van je moeders kant). Daaronder die van hun kinderen en met wie ze getrouwd zijn (your uncles and aunts) en daaronder hun kinderen (your cousins). Dus je begint zo:

Grandpa and Granny ...

Uncle ... and Aunt ...

My father and mother

Cousin ... Cousin ... Cousin ... My sister ... I My brother ...

Aunt ... and Uncle ...

Cousin ... Cousin ...

25


1

About My Family and Me

E

Advanced Level

Deze tekst staat ook op de cd. In het werkboek staat dat niet vermeld omdat leerlingen deze tekst meestal individueel maken en daardoor misschien niet in de gelegenheid zijn om hem te beluisteren.

Opdracht 50 Lees My family and Me op blz. 19 van je tekstboek. Zijn de volgende zinnen waar of niet waar? Kleur het juiste rondje. Melissa has three sisters and three brothers. Melissa’s baby brother was in hospital for a long time. Melissa goes to a christian school. Melissa loves texting, green and her family.

Waar O O O O

Opdracht 51 Weet je wat de volgende woorden betekenen? Trek lijntjes.

26

1. hair

a. vak

1. i.

2. eyes

b. ogen

2. b.

3. somebody

c. samen

3. l.

4. always

d. sms’en

4. h

5. born

e. groep

5. k.

6. too early

f. bleef

6. g.

7. stayed

g. te vroeg

7. f.

8. hospital

h. altijd

8. j.

9. grade

i.

haar

9. e.

10. subject

j.

ziekenhuis

10. a.

11. activities

k

geboren

11. m.

12. together

l.

iemand

12. c.

13. texting

m. activiteiten

13. d.

Niet waar O O O O


Docentenhandleiding

Stepping Up The vision must be followed by action. It is not enough to stare up the steps – we must step up the stairs (Vance Havner).  Stepping Up 5/6 kan gebruikt worden door kinderen die nog betrekkelijk weinig Engels hebben gehad. Ook kan Stepping Up 5/6 dienen als instap. Op een effectieve manier wordt direct vanaf het begin op speelse wijze gewerkt aan de verwerving van de 4 ERK-vaardigheden: spreken, schrijven, luisteren en lezen. De focus ligt op woordverwerving. Per luisteren leesoefening worden er maximaal 10 woorden ongeveer zeven keer aangeboden. Het is de bedoeling dat er geen, of zo min mogelijk huiswerk opgegeven hoeft te worden. Stepping Up 5/6 biedt een goede voorbereiding op Stepping Up 7/8 dat zich richt op verdieping en uitbreiding van de basisvaardigheden.

Good luck with Stepping Up! Hetty van Esch-van Haaren

© 2014 Egrammatica Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaand schriftelijke toestemming van de auteur. All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or, transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without prior written permission of the author.

ISBN 978-90-822489-5-1

ISBN 978-90-822489-5-1

Egrammatica Engelse grammatica + trainingen

www.stepping-up.nl 9 789082 248951

Profile for Media Solutions B.V.

Stepping up 5 en 6 docentenhandleiding  

Stepping up 5 en 6 docentenhandleiding

Stepping up 5 en 6 docentenhandleiding  

Stepping up 5 en 6 docentenhandleiding