__MAIN_TEXT__

Page 1

Docentenhandleiding

Stepping

Up

English for Primary Schools Groep 7/8


Docentenhandleiding

Stepping Up English for Primary Schools Groep 7/8 Auteur: Hetty van Esch-van Haaren

Egrammatica Engelse grammatica + trainingen


Stepping Up voor groep 7 en 8 van de basisschool bestaat uit: 1. Textbook (bronnenboek)

7. Docenten-cd met antwoorden en repetities

2. Workbook chapters 1 & 2 (groep 7)

8. Leerling-cd

3. Workbook chapters 3 & 4 (groep 7)

9. Docentenhandleiding met werkwijze, antwoorden,

4. Workbook chapters 5 & 6 (groep 8)

les-en huiswerksuggesties

5. Workbook chapters 7 & 8 (groep 8)

10. Online docentenmateriaal: www.stepping-up.nl

6. Drie docenten-cd’s met ingesproken materiaal

11. Overhoorprogramma: www.woordjesleren.nl

© 2013 Egrammatica Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaand schriftelijke toestemming van de auteur. All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or, transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without prior written permission of the author. ISBN 978-90-821007-5-4


Inhoudsopgave Voorwoord

Stepping Up

Chapter 1

About Me and My Family

Chapter 2 Hobbies Chapter 3 Health Chapter 4

Four Seasons Make a Year

Chapter 5 Animals Chapter 6 Food Chapter 7 Shopping Chapter 8

Summer Holidays


Voorwoord

Stepping Up Hoe werkt Stepping Up voor groep 7 en 8? In principe zijn de hoofdstukken 1 t/m 4 bestemd voor groep 7 en de hoofdstukken 5 t/m 8 voor groep 8. Er zit een opbouw in moeilijkheidsgraad in de methode. Om optimaal resultaat te behalen, is het aan te raden de hoofdstukken op deze manier door te nemen. Deze methode werkt heel gemakkelijk voor docenten. Men hoeft alleen maar het werkboek te volgen, waarin precies staat wat er gedaan moet worden. Het tekstboek dient daarbij als bronnenboek. Alle onderdelen zijn op de cd ingesproken door ‘native speakers’ van dezelfde leeftijd als de leerlingen. Door middel van authentieke luister- en leesteksten nemen leerlingen op speelse wijze kennis van taalspecifieke- en culturele aspecten. In elk hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de vier ERK-vaardigheden: luisteren, lezen, spreken en schrijven. Elk hoofdstuk bestaat uit de volgende onderdelen:

Steps Grammatica

Onderdeel C. Spreekvaardigheid

Vocabulaire Onderdeel A. Luistervaardigheid

Onderdeel D. Schrijfvaardigheid

Onderdeel B. Leesvaardigheid

Onderdeel E. Verdiepingstekst

Steps Elk hoofdstuk heeft een aantal Steps. In de Steps staan zinnetjes die nuttig zijn voor de communicatie (spreken en schrijven). Door het leren van deze zinnetjes, krijgen leerlingen automatisch de grammaticale structuur onder de knie die ze nodig hebben voor ‘Speaking’ en ‘Writing’. Laat elke Step horen, nazeggen en leren. Het is voldoende als de leerlingen de Steps N/E leren. In het werkboek staan per Step gemiddeld twee oefeningen. De leerlingen mogen de Step erbij houden als ze de oefeningen maken, tenzij anders is aangegeven. De eerste oefening is altijd een oefening waarbij de zinnetjes letterlijk teruggevraagd worden. De tweede oefening vraagt meer inzicht, omdat daarin bepaalde onderdelen van de Step gewijzigd worden. Dat kan een andere persoonsvorm zijn, of een andere grammaticale constructie. De bedoeling van deze aanpak is dat de leerlingen zich de Stepzinnetjes eigen maken en ermee leren spelen.


Grammatica De grammatica die in ieder hoofdstuk aangeboden wordt, is nodig voor de opbouw van de vier ERK-vaardigheden. Grammatica moet gezien worden als de gebruiksaanwijzing van een taal. Omdat de vreemde taal, Engels, heel anders is dan de moedertaal, zijn er grammaticale regels nodig om de taal goed te leren spreken, schrijven, lezen en verstaan. Als leerlingen deze regels beheersen, durven ze zich met meer zelfvertrouwen in een vreemde taal te uiten en kunnen ze groeien in de taal.

Vocabulaire De woordenlijsten zijn samengesteld uit woorden die in de teksten staan. Daardoor worden ze in context aangeboden. Dat is zelfs het geval als de woorden vooraf geleerd worden, omdat het zinnetje naast ieder woord aangeeft hoe het woord gebruikt wordt. Om het leren van woordjes te vergemakkelijken, kunnen de leerlingen thuis oefenen met het overhoorprogramma: www.woordjesleren.nl, waarop alle woorden ingevoerd zijn.

A. Luistervaardigheid Ieder hoofdstuk heeft twee luistervaardigheidteksten. Laat altijd de bijbehorende woorden die achter elk hoofdstuk staan horen, nazeggen en leren, voordat er naar de teksten geluisterd wordt. Er wordt bij alle onderdelen een normaal spreektempo aangehouden en de leerlingen kunnen een luistertekst dan ook alleen maar volgen als ze de woorden kennen. Meestal is het nodig een tekst meerdere keren te laten horen. Het is ook goed om na het luisteren en het maken van de vragen de tekst met de cd mee te laten lezen, omdat dit het woordbeeld vergroot.

B. Leesvaardigheid Ieder hoofdstuk heeft ook twee leesvaardigheidteksten. Laat ook hierbij eerst de desbetreffende woorden horen, nazeggen en leren voordat de tekst gelezen wordt. Net als luisteren, is lezen ook een vaardigheid die verworven moet worden. Laat de leerlingen eerst met de cd meelezen voor de uitspraak en geef daarna leesbeurten. Als de tekst op deze manier twee keer doorgenomen is, kunnen de vragen gemaakt worden. NB De luister- en leesteksten zijn niet bedoeld als overhoringen, maar als training in de vaardigheden ‘luisteren’ en ‘lezen’. Het opbouwen van deze vaardigheden vergt veel tijd, maar zijn wel de onderdelen die uiteindelijk op het voortgezet onderwijs geëxamineerd worden. Het is daarom verstandig om hiermee zo vroeg mogelijk te beginnen.

C. Spreekvaardigheid Elk hoofdstuk heeft een onderdeel spreekvaardigheid. De zinnen die in de Steps geleerd zijn in combinatie met de geleerde woordjes, vormen de basis voor een gesprek over het thema van het hoofdstuk. Op deze manier merken leerlingen dat ze hun kennis direct in praktijk kunnen brengen en dat verhoogt het leerplezier.

D. Schrijfvaardigheid In elk hoofdstuk moeten de leerlingen een schrijfopdracht maken. Ook nu komen de Steps en de geleerde woorden goed van pas. Ze zullen al snel ontdekken dat ze bijvoorbeeld in het Engels een mailtje kunnen schrijven. Ze zullen merken dat ze voor dit onderdeel de geleerde grammatica goed kunnen gebruiken.


E. Verdiepingstekst Het E-gedeelte is bedoeld voor leerlingen die meer inzicht in de taal hebben en daardoor extra uitdaging nodig hebben. Het E-gedeelte is daarom optioneel. Hoewel ook de woordenlijst voor deze leerlingen bestemd is, is het aan te bevelen dat alle leerlingen die leren, maar dat is erg afhankelijk van het niveau van de klas.

Les- en huiswerk suggestie Voor elk hoofdstuk is een les-en huiswerksuggestie toegevoegd die gebaseerd is op twee lessen per week van 45 minuten. Deze les- en huiswerksuggestie is bedoeld als richtlijn, waar men zich niet aan hoeft te houden, maar die wel laat zien hoe de onderdelen in elkaar passen en wat er in een les gedaan kan worden.

Docenten-cd Alle antwoorden staan niet alleen in deze handleiding, maar ook als pdf op de docenten-cd, zodat er klassikaal nagekeken kan worden, ingeval de school over een digibord beschikt. Op diezelfde cd staan ook de repetities voor elk hoofdstuk met de antwoorden.

Leerling-cd De leerlingen kunnen thuis oefenen met de uitspraak van de Steps en de woordenlijsten, door middel van de leerling-cd.

Extra oefeningen Achter elk hoofdstuk zit een onderdeel ‘Test Yourself’ om te kijken of de grammatica goed begrepen is. Achter hoofdstuk 2 t/m 8 zijn herhalingsopdrachten grammatica en idioom van het voorgaande hoofdstuk toegevoegd, ter opfrissing van het eerder geleerde.

Taalplezier Om het taalplezier te vergroten, staan er in ieder hoofdstuk een aantal taalgrapjes die betrekking hebben op de thema’s van de hoofdstukken en die ook inzicht geven in de taalstructuur. Dit aspect wordt mede bereikt door de Engelse versjes en gedichten die bij die thema’s horen.

Tot slot Als leerlingen deze methode goed doorlopen hebben, zullen ze een perfecte aansluiting hebben op het voortgezet onderwijs. Veel leerlingen hebben het eerste jaar op het voortgezet onderwijs hun handen vol aan het zich eigen maken van grammaticale regels. Doordat die in deze methode al behandeld en toegepast worden, kunnen leerlingen op het VO het technische gedeelte van het aanleren van de taal enigszins loslaten en zich in plaats daarvan richten op de vaardigheden zelf, waardoor ze hun voorsprong behouden. Kortom: dit is een praktische, doelgerichte methode waarmee in korte tijd (twee keer drie kwartier per week) een hoog resultaat bereikt kan worden met minimale inspanning van de docent.


Chapter 1

Les- en huiswerksuggestie Voordat er aan de luisterteksten begonnen wordt, moeten de leerlingen eerst de bijbehorende woorden horen (cd), nazeggen en leren. Deze woorden staan in de woordenlijst onder het kopje van de betreffende luistertekst. Zodoende worden de leerlingen toch een paar keer met de woorden geconfronteerd, voordat ze die gaan leren. Na het maken van de vragen is het raadzaam om de leerlingen de tekst in het tekstboek te laten meelezen ter bevordering van het woordbeeld. Om een goede uitspraak te krijgen, is het goed om de leerlingen de tekst hardop te laten voorlezen. Voor de leesteksten geldt hetzelfde: laat de leerlingen de woorden eerst horen, nazeggen en leren. Laat dan de tekst meelezen. Voor de uitspraak is het goed als de leerlingen de tekst daarna zelf hardop lezen. Dit alles voordat de vragen gemaakt worden. NB Officieel hoeft tekst E (Advanced Level) niet door iedereen gemaakt te worden. Toch is het aan te raden om dat de eerste keer wel te laten doen om het niveau van de klas te bepalen en te kijken wat de leerlingen aankunnen. Laat ook de woorden uit woordenlijst E leren. Bij voorkeur N/E en als dat te moeilijk is, alleen E/N. Tekst E is de eerste keer in de planner opgenomen. De andere keren is het aan de docent om te bepalen of de tekst al dan niet gemaakt wordt en of de woorden uit woordenlijst E al dan niet geleerd worden en hoe.

1e les: Lees het gedichtje aan het begin van het hoofdstuk, Opdracht 2 en 3 + doornemen/laten horen

woordenlijst A voorstellen t/m terug (huiswerk: leren woordenlijst A voorstellen t/m terug + aantekening grammatica 1)

2e les: Opdracht 1 en 4 + laten horen woordenlijst A conciĂŤrge t/m belangrijk.

(huiswerk: leren woordenlijst A conciĂŤrge t/m belangrijk + Step 1, de 1e helft)

3e les: Opdracht 5 t/m 7 + laten horen woordenlijst A een zoon t/m alleen

(huiswerk: Step1 2e helft, woordenlijst A een zoon t/m alleen)

4e les: Opdracht 8

(huiswerk: woordenlijst A + aantekening grammatica 1)

5e les: Opdracht 9, 10

(huiswerk: Overhoring Step 1, woordenlijst A, aantekening grammatica 1)


6e les: Overhoring Step 1, woordenlijst A, aantekening grammatica 1 + laten horen woordenlijst B

juf/meester/ler(a)res t/m snoepjes) (huiswerk: woordenlijst B juf/meester/ler(a)res t/m snoepjes)

7e les: Opdracht 11 (grammatica 2: alleen het rijtje van ‘to be’) en Opdracht 12 + laten horen

woordenlijst B ouders t/m delen (huiswerk: aantekening grammatica 2 (rijtje van ‘to be’) + leren woordenlijst B ouders t/m delen)

8e les: Opdracht 11 (rijtjes van ‘to have’ en ‘to do’) en Opdracht 13 + laten horen woordenlijst kussen

t/m zaterdag) (huiswerk: aantekening grammatica 2 (rijtjes van ‘to have’ en ‘to do’) + leren woordenlijst kussen t/m zaterdag)

9e les: Opdracht 14 + 15 (alleen Step 2 laten horen)

(huiswerk: leren Step 2)

10e les: Opdracht 16 en 17

(huiswerk: Overhoring Step 2, woordenlijst B, grammatica 2)

11e les: Overhoring Step 2, woordenlijst B, grammatica 2 12e les: Opdracht 18

(huiswerk: leren aantekening grammatica 3)

13e les: Opdracht 19 en 20 en Step 3 laten horen

(huiswerk: leren Step 3)

14e les: Opdracht 21 t/m 23

(huiswerk: goed leren Step 1/m 3)

15e les: Opdracht 24

(huiswerk: herhalen woordenlijst A en B)

16e les: Opdracht 25

(huiswerk: Overhoring Step 3, grammatica 3)

17e les: Overhoring Step 3, grammatica 3 18e les: Test Yourself Opdracht 28 t/m 30

(huiswerk: Repetitie: hoofdstuk 1: Steps, grammatica, woordenlijst A + B)

19e les: Repetitie hoofdstuk 1: Steps, grammatica, woordenlijst A + B

(huiswerk: maken Opdracht 26 en 27 tekst E blz.12 + leren woordenlijst E)

20e les: Nakijken Opdracht 26 en 27

(huiswerk: leren woordenlijst chapter 2 verjaardag t/m foto’s maken)


Chapter 1

About me and my family Laat eerst het gedichtje aan het begin van het hoofdstuk horen, zodat de leerlingen een idee krijgen waar het hoofdstuk over gaat. Het is de bedoeling dat de leerlingen een luisteroefening niet vooraf bekijken/lezen. Laat ze dus de bladzijde niet omslaan. Voordat er aan een luistertekst begonnen wordt, moeten eerst de desbetreffende woorden geleerd worden. Luister daarom eerst naar de woorden op blz. 13 van het tekstboek onder Let Me Introduce Myself en laat ze nazeggen en leren. Laat daarna de tekst op blz. 6 twee keer horen, voordat de vragen beantwoord worden. Let er bij dit onderdeel niet op of de antwoorden in hele zinnen gegeven worden. Het gaat hier om het verstaan. Laat na het beantwoorden van de vragen de tekst nog een keer horen om de antwoorden te controleren. Kijk dan de oefening na. Om een beter woordbeeld te krijgen, is het aan te bevelen om de tekst daarna met de cd mee te laten lezen en dan door de leerlingen zelf hardop te laten lezen.

A

Listening

Opdracht 1 Luister twee keer naar Let Me Introduce Myself (op blz. 6 van het tekstboek) en geef daarna in het Nederlands antwoord op de vragen. 1. Hoe oud is Liz?

11 jaar.

2. Hoeveel broertjes en zusjes heeft ze?

Eén zusje ( Jennifer) en één broertje (Peter). 2


3. Wie wonen er ook in het huis?

(Haar) opa en oma.

4. Wat voor dier heeft Liz?

Een (zwarte) poedel/Tommy.

5. Wat gebeurt er soms als ze met hem aan het wandelen zijn?

Dan springt hij uit de kinderwagen en loopt/rent hij (met z’n kleertjes aan) over de straat (terug naar huis). Opdracht 2 Zing de Alphabet Song op blz. 6 van het tekstboek en oefen daarna met het Engelse alfabet. A N B O C P D Q E R F S G T H U I V J W K X L Y M Z

Grammar 1

Persoonlijke voornaamwoorden Uitleg grammatica 1 op blz. 16 van het tekstboek. Laat de leerlingen de persoonlijke voornaamwoorden van het bord overschrijven met de vertaling erachter. Laat daarna opdracht 3 en 4 maken. Opdracht 3 is een passieve oefening. Opdracht 4 is actief.

Opdracht 3 Streep door wat fout is. 1. Hello, I / you am your new teacher. 2. I have a brother and a sister. She / They are at home. 3. My brother is a baby. He / You is in the pram. 4. I really like my sister. You / She plays with me. 5. I have also got a dog. She / It is brown. 6. We have a very big car. He / It is in the garage. 7. My sister and I say, “They / We live in a big house.”

3


1

About Me and My Family

Opdracht 4 Vul het juiste persoonlijke voornaamwoord in. Kies uit: I – you – he – she – it – we – you – they. 1. (Ik) I have a baby brother. 2. (jij) You are my best friend. 3. (Jullie) You have nice hobbies. 4. Have you seen the pram? (Het) It is in the house. 5. (Wij) We have an English lesson today. 6. My brother is in the pram. (Hij) He is a baby. 7. (Zij) She is at school.

Step 1 Luister naar Step 1 op blz. 7 van het tekstboek en oefen de uitspraak. Laat daarna opdracht 5 t/m 7 maken. De leerlingen mogen de Step erbij houden.

Opdracht 5 Schrijf op wat je in het Engels zegt. 1. Hoe oud ben je?

How old are you? 2. Ik ben elf jaar.

I’m eleven (years old) (in het Engels is het antwoord kort: ‘I’m eleven’, of lang: ‘I’m eleven years old’, maar niet ‘I’m eleven years’). 3. Ik hou echt veel van mijn zusje.

I really like my sister.

4. Mijn vader is dominee.

My father is a minister. (in het Engels zet je ‘a’ voor een beroep) 5. Ik heb een hekel aan computers.

I hate computers.

6. Ik hou van lezen.

I love reading.

7. Ik woon in een groot huis.

I live in a big house.

4


Opdracht 6 Schrijf op wat je in het Engels zegt. 1. Ik hou van computers.

I love computers.

2. Ik vind voetballen leuk.

I like playing football.

3. Ik hou echt veel van mijn broertje.

I really like my brother. 4. Ik vind lezen leuk.

I like reading.

5. Ik heb een hekel aan een groot huis.

I hate a big house. Opdracht 7 Geef antwoord in het Engels. 1. Schrijf eens iets op waaraan jij een hekel hebt. I hate ... I hate … Als na ‘hate’ een werkwoord volgt, moet de Gerund gebruikt worden (een werkwoord dat op -ing eindigt, maar waarbij geen vorm van het hulpwerkwoord ‘to be’ gebruikt wordt).

2. Schrijf eens iets op wat je leuk vindt. I like … Ook hier: als na ‘like’ een werkwoord volgt, moet de Gerund gebruikt worden (een werkwoord dat op -ing eindigt, maar zonder een vorm van ‘to be’).

5


1

About Me and My Family

Opdracht 8 Als er naar het laatste gedeelte van woordenlijst A onder A Funny Phone Call for My Aunt Mrs Jones op blz. 13 van het tekstboek geluisterd is en de woorden geleerd zijn, kan er naar de tekst op blz. 8 geluisterd worden. Ook nu mogen de leerlingen de tekst vooraf niet bekijken/lezen. Laat daarna de vragen beantwoorden. Laat na het invullen de tekst nog een keer horen om de antwoorden te controleren. Kijk dan de oefening na. Om een beter woordbeeld te krijgen, is het weer aan te bevelen om de tekst daarna met de cd mee te laten lezen en door de leerlingen zelf hardop te laten lezen.

Luister naar A Funny Telephone Call for My Aunt Mrs Jones (op blz. 8 van het tekstboek). Zijn de volgende zinnen waar of niet waar? Maak het rondje voor het goede antwoord blauw. Soms moet je meerdere vragen tegelijk beantwoorden. Er zijn pauzes.

1. Tim is vijf jaar en zijn broertje is nog maar een baby.

O niet

waar

2. Moeder neemt Tim mee naar de winkel.

O waar

niet waar

3. De man vraagt of vader thuis is.

O waar

niet waar

4. Tim vraagt aan de man hoe hij een ‘B’ moet maken.

waar

O niet

waar

5. De man vraagt of er ook nog iemand ander thuis is.

waar

O niet

waar

6. De man wilde echt met Jimmie praten.

Opdracht 9 Maak van de volgende letters een Engels woord. 1. mpra 2. yufnn 3. soph 4. ylon 5. hcurhc

6

waar

= = = = =

pram funny shop only church

O waar

niet waar


Opdracht 10 Weet je de Engelse vertaling van de volgende woorden uit woordenlijst A? 1. dominee 2. wonen 3. soms 4. voorstellen 5. schrijven 6. verhaal 7. aankleden 8. terug

= = = = = = = =

minister to live sometimes to introduce to write story to dress back

Grammar 2

Drie belangrijke hulpwerkwoorden Uitleg grammatica 2 op blz. 16 in het tekstboek. Laat de leerlingen de drie rijtjes van het bord overschrijven en laat daarna opdracht 11, 12 en 13 maken. Leg eerst het rijtje van to be uit, waarbij opdracht 11 en 12 hoort, daarna die van to have en to do, waarbij opdracht 13 hoort.

Opdracht 11 Trek een lijn tussen wat bij elkaar hoort. 1. She 2. We 3. Tom 4. They ARE 5. You AM 6. Father and mother IS 7. Patty 8. I 9. The dog 10. My books 11. He

She is We are Tom is They are You are Father and mother (= they) Patty is I am The dog is My books are He is

7


1

About Me and My Family

Opdracht 12 Vul de juiste vorm van het hulpwerkwoord to be in. 1. You are Peter Green. 2. Helen is in the shop. 3. The dog is in the house. 4. I am a girl. 5. We are brothers. 6. Your father and your uncle are ministers. 7. You are my friend. 8. My friend and I are ten years old.

Opdracht 13 Vul de juiste vorm van het hulpwerkwoord tussen haakjes in. 1. He (to have) has nice friends. 2. She (to do) does her homework. 3. I (to have) have a friendly aunt. 4. You (to do) do the shopping. 5. They (to have) have a new computer. 6. She (to have) has got a black dog.

B

Reading

Opdracht 14 Het is aan te raden de woorden eerst te laten horen en leren, zodat de tekst goed begrepen wordt. Laat de leerlingen de tekst My Teacher’s Hobby op blz. 9 van het tekstboek meelezen met de cd. Laat ze daarna de tekst zelf hardop lezen voor de uitspraak en laat dan de opdracht maken.

Lees de tekst My Teacher’s Hobby op blz. 9 van je tekstboek en luister naar de uitspraak. Beantwoord daarna de vragen. Zijn de volgende zinnen waar of niet waar? Maak het rondje voor het goede antwoord blauw. 1. De meester schrijft over de kinderen. 2. De kinderen vinden dat erg leuk. 3. De meester schrijft alleen de leuke dingen op. 4. De ouders weten hoe de kinderen zich op school gedragen.

8

waar O waar O waar waar

O niet

waar niet waar niet waar O niet waar


Step 2 Luister naar Step 2 op blz. 9 van het tekstboek en oefen de uitspraak. Laat daarna opdracht 15 maken. De leerlingen mogen de Step erbij houden.

Opdracht 15 Schrijf op wat je in het Engels zegt. 1. Dit is Tom. Hij is mijn vriend. This is Tom. He is my friend. 2. Hier zijn Timothy en Frank. Ze zijn mijn vrienden.

Here are Timothy and Frank. They are my friends. 3. Dit is Jennifer. Ze is mijn zusje.

This is Jennifer. She is my sister.

4. Hier zijn John en Shona. Ze zijn mijn ouders.

Here are John and Shona. They are my parents. Opdracht 16 Het is aan te raden de woorden eerst te laten horen en leren, zodat de tekst goed begrepen wordt. Laat de leerlingen de tekst The Days of the Week op blz. 10 van het tekstboek meelezen met de cd. Laat ze daarna de tekst zelf hardop lezen voor de uitspraak en laat dan de opdracht maken.

Lees de tekst The Days of the Week op blz. 10 van je tekstboek en luister naar de uitspraak. Geef daarna in het Engels antwoord op de volgende vragen. 1. Today is Monday. What day is it tomorrow? Tomorrow is Tuesday. 2. Today is Wednesday. What day is it tomorrow? Tomorrow is Thursday. 3. Today is Friday. What day is it tomorrow? Tomorrow is Saturday. 4. Today is Saturday. What day is it tomorrow? Tomorrow is Sunday. 5. Today is Sunday. What day was it yesterday? Yesterday was Saturday.

9


1

About Me and My Family

6. Today is Tuesday. What day was it yesterday? Yesterday was Monday. 7. Today is Thursday. What day was it yesterday? Yesterday was Wednesday. 8. Today is Saturday. What day was it yesterday? Yesterday was Friday.

Opdracht 17 Zing met de leerlingen het versje over de dagen van de week op blz. 9 van het tekstboek.

Grammar 3

Zelfstandige werkwoorden Opdracht 18 Uitleg grammatica 3 op blz. 18 van het tekstboek. Laat de leerlingen de vervoeging van het werkwoord van het bord overschrijven en laat daarna opdracht 18, 19 en 20 maken.

Onderstreep in het tekstje hieronder alle werkwoorden die in de 3e persoon enkelvoud een s krijgen en ook het onderwerp dat erbij hoort. De eerste is voorgedaan. A Good Teacher Jeff sits down. He is in class with his friends. They are at school and they have an English lesson. They like the English lesson. Jeff likes his teacher. His teacher is friendly. His teacher helps all the students. His teacher answers all the questions. Jeff asks a new question every day. Today he asks his teacher a spelling question. He asks his teacher how to spell ‘question’. His teacher tells him how to spell it. Jeff thanks his teacher. His teacher says, “You’re welcome. Ask me lots of questions. That’s what I’m here for, to help you.”

Opdracht 19 Streep door wat fout is. 1. I like / likes playing football. 2. Tim give / gives the telephone to the baby. 3. We love / loves dogs. 4. The telephone ring / rings. 5. Teachers like / likes writing stories. 6. We write / writes about the teacher.

10


7. You eat / eats sweets at school. 8. Liz and Peter like / likes reading. 9. The dog jump / jumps out of the pram. 10. John know / knows the days of the week.

Opdracht 20 Schrijf op wat je in het Engels zegt. 1. Hij eet 2. Jij eet 3. Jullie eten 4. Het eet

= = = =

He eats You eat You eat It eats

5. Wij schrijven 6. Ik schrijf 7. Zij schrijft 8. Zij schrijven

= = = =

We write I write She writes They write

Step 3 Luister naar Step 3 op blz. 11 van het tekstboek en oefen de uitspraak. Laat daarna opdracht 21 en 22 maken. De leerlingen mogen de Step erbij houden.

Opdracht 21 Schrijf op wat je in het Engels zegt. 1. Ze leren Engels.

They learn English.

2. Op zondag gaan we naar de kerk.

On Sunday we go to church. 3. Ze bedankt de meester.

She thanks her teacher.

4. Hij beantwoordt alle vragen.

He answers all the questions.

5. Jullie kennen de dagen van de week.

You know the days of the week.

11


1

About Me and My Family

Opdracht 22 Maak dezelfde zin met een ander onderwerp. Bijvoorbeeld: I learn English. = She learns English. 1. We visit grandma on Saturday. She visits grandma on Saturday. 2. I know the days of the week. He knows the days of the week. 3. We like a dog. She likes a dog. 4. I thank the teacher. He thanks the teacher. 5. They learn English. We learn English.

Opdracht 23 Weet je de Engelse vertaling van de volgende woorden uit woordenlijst B? 1. snoepjes 2. op een dag 3. ouders 4. ondeugend 5. omdat

12

= = = = =

sweets one day parents naughty because


C

Speaking

Laat de leerlingen met elkaar praten en loop door de klas om te horen of ze het goed doen en om vragen te beantwoorden. Laat ze goed nadenken, want ze kunnen zich met de geleerde Steps redden.

Opdracht 24 Spreekoefening We gaan Engels praten met elkaar en we werken in groepjes van twee. Je vertelt aan je buurman/buurvrouw in het Engels de volgende dingen. 1. Hoe je heet. 2. Hoe oud je bent. 3. Hoeveel zusjes en broertjes je hebt. 4. Dat je in een groot huis woont. 5. Waar je veel van houdt. 6. Waar je een hekel aan hebt. 7. Dat je de meester/juf leuk vindt. 8. Welke dag het vandaag is. Nu draaien we de rollen om: je buurman/buurvrouw vertelt al deze dingen aan jou!

D

Writing

Opdracht 25 Schrijfoefening Neem het geschreven werk in en verbeter de fouten, maar geef geen cijfer. Dit is een vaardigheid die nog geleerd moet worden. Laat de leerlingen de fouten en de correcties goed bekijken.

Lees het mailtje van David op blz. 11 van je tekstboek en schrijf hem een mailtje terug, waarin je iets over jezelf vertelt (ongeveer 10 regels). Probeer de zinnen uit de Steps te gebruiken, maar je mag ze er niet bij houden.

13


1

About Me and My Family

E

Advanced Level

Opdracht 26 De verdiepingstekst My Little Cousin Emily op blz. 12 van het tekstboek is bedoeld voor toekomstige havo/vwo-leerlingen. Ze hoeven niet alle woorden te kennen om de tekst en de vragen te begrijpen. Het is dus de bedoeling dat ze ook woorden uit de context leren raden. Als je ze in het Nederlands antwoord laat geven, kun je beter controleren of ze de tekst echt begrepen hebben, want ze kunnen daar nu geen antwoorden uit overschrijven.

Lees de verdiepingstekst My Little Cousin Emily op blz. 12 van je tekstboek en luister naar de uitspraak. Geef daarna in het Nederlands antwoord op de volgende vragen: 1. Why is Emily’s mother making a red skirt for her? Omdat Emily morgen/de volgende morgen naar school gaat. 2. What does Daddy buy for her? Een rode schooltas en vier boeken met (veel mooie) plaatjes. 3. What is the colour of Emily’s clothes she is wearing when she goes to school? Een rode rok en een witte blouse. 4. Is Emily’s teacher a man or a woman? Een vrouw. 5. What has mother told Emily?

Dat ze niet alleen naar huis mag gaan, maar op haar broertje Harry moet wachten.

6. Where does Grandma live? Bij het park. 7. How does mother know where Emily is? Oma heeft haar opgebeld. 8. What does Emily tell her mother? Dat ze niet meer alleen naar huis zal gaan.

14


Opdracht 27 Weet je de Nederlandse vertaling van de volgende woorden uit woordenlijst E? Trek lijnen. 1. also 2. office 3. bag 4. swing 5. naughty 6. afraid 7. again

a. weer b. bang c. schommel d. tas e. ook f. ondeugend g. kantoor

1. e 2. g 3. d 4. c 5. f 6. b 7. a

Test Yourself – Grammar Grammar 1 – Persoonlijke voornaamwoorden Dit onderdeel biedt extra oefenmateriaal voor de grammatica onderdelen.

Opdracht 28 Vul het juiste persoonlijke voornaamwoord in. 1. (Ik) I write about my teacher. 2. (Wij) We have got a new house. 3. (Hij) He reads a book. 4. (Zij) They are in hospital. 5. (Jij) You eat a lot of sweets. 6. (Jullie) You visit your grandfather. 7. (Ik) I like playing football. 8. (Zij) She is at home. 9. (Jullie) You know the days of the week. 10. (Wij) We know the alphabet song.

15


1

About Me and My Family

Opdracht 29 Grammar 2 – Drie belangrijke hulpwerkwoorden Vul de juiste vorm van het hulpwerkwoord tussen haakjes in. 1. You (be) are my friend. 2. Tim and Tom (do) do the work. 3. We (have) have got a poodle. 4. My dog (be) is black. 5. He (do) does his homework at her house. 6. Her sister (have) has got a laptop. 7. They (be) are at school. 8. The teacher (have) has got a new English book. 9. It (be) is a nice dog. 10. My father and mother (have) have nice hobbies. 11. I (be) am eleven years old. 12. My uncle (have) has pudding after dinner on Sunday.

Opdracht 30 Grammar 3 – Zelfstandige werkwoorden Vul de juiste vorm van het zelfstandig werkwoord tussen haakjes in. 1. He (introduce) introduces himself to her. 2. My brother and sister(sing) sing the song. 3. My mother (like) likes singing. 4. The cat (jump) jumps into the pram. 5. I (love) love my parents. 6. Tim (write) writes about his friend. 7. You (read) read lots of books. 8. The dog (listen) listens to my brother. 9. We (live) live in a big house. 10. The pupils (walk) walk home.

16


17


Docentenhandleiding Docentenhandleiding

De methode De methode Stepping Stepping Up is bedoeld Up is bedoeld voor leerlingen voor leerlingen in groepin7groep en 8 en 7 en 8 en heeft alsheeft doelals hen doel grondig hen grondig voor te voor bereiden te bereiden op het voortgezet op het voortgezet onderwijs. onderwijs. Stepping Stepping Up laat Up leerlingen laat leerlingen op speelse op speelse wijze alvast wijzevertrouwd alvast vertrouwd raken met raken met

Docentenhandleiding

The vision The vision must be must followed be followed by action. by action. It is not It is enough not enough to stare to stare up theup steps the –steps we must step – we must step up theup the stairs (Vance stairs (Vance Havner).  Havner). 

Stepping Up

Stepping Stepping Up Up

de manier de manier van lesgeven van lesgeven en lerenen opleren de middelbare op de middelbare school. school. Daarnaast Daarnaast sluit sluit Stepping Stepping Up aan Up bij het aan niveau bij het van niveau de Cito-, van deAngliaCito-, Angliaen instaptoets en instaptoets op het op het voortgezet voortgezet onderwijs. onderwijs. De methode De methode besteedt besteedt ruimschoots ruimschoots aandacht aandacht aan de aan de vier ERK-vaardigheden: vier ERK-vaardigheden: spreken, spreken, schrijven, schrijven, lezen enlezen luisteren. en luisteren. Alle teksten, Alle teksten, van 11 en van1211jaar. en 12 jaar. Na het Na doorwerken het doorwerken van de methode van de methode is een goede is een ‘opstap’ goede ‘opstap’ naar hetnaar het voortgezet voortgezet onderwijs onderwijs gewaarborgd. gewaarborgd.

Good Good luck luck with with Stepping Stepping Up! Up! Hetty Hetty van Esch-van van Esch-van HaarenHaaren

Hetty van Esch-van Haaren

Steps, gedichtjes Steps, gedichtjes en woordenlijsten en woordenlijsten zijn ingesproken zijn ingesproken door native doorspeakers native speakers

Egrammatica

ISBN 978-90-821007-5-4 ISBN 978-90-821007-5-4 ISBN 978-90-821007-5-4 ISBN 978-90-821007-5-4

Egrammatica Egrammatica Engelse grammatica Engelse grammatica + trainingen + trainingen

9 789082 9 100754 789082 100754

www.stepping-up.nl www.stepping-up.nl

Profile for Media Solutions B.V.

stepping up docentenhandleiding h1 compleet  

stepping up docentenhandleiding h1 compleet

stepping up docentenhandleiding h1 compleet  

stepping up docentenhandleiding h1 compleet