Page 1

010 december 2

Kijk op de toekomst Klimaatverandering vraagt om een deltavisie

hoogheemraadschap

Hollands Noorderkwartier


close-up Het steenzetijzer

Een uitstervend ambacht >> ca. 35 steenzetters in Nederland, waarvan 6 in Petten | 8 vierkante meter per dag | 20 tot 60 kilo per zuil | drie blauwe nagels per jaar <<

> Een leeuw in basalton Bij het nieuwe hoofdkantoor van het hoogheemraadschap in Heerhugowaard hebben de steenzetters uit Petten een enorm logo van basalton gezet. De leeuw van het schap, in blauw en groen basalton tussen de blauwe basaltzuilen. Een mooie combinatie van een modern, duurzaam en transparant kantoorpand en een stuk degelijk, traditioneel vakwerk.

2 peil

december 2010

Het is zwaar werk, steenzetten. En relatief duur ook, omdat het nog puur handwerk is. Daardoor wordt de vraag steeds kleiner: alleen herstelwerkzaamheden vinden eigenlijk nog plaats. Voor nieuwe dijkverbeteringen wordt gebruikgemaakt van machinaal gezet basalton of dijkverruwing: zinksteen met gietasfalt eroverheen. De zes steenzetters die het hoogheemraadschap nog rijk is, beheersen het oude ambacht tot in de puntjes. Je hebt er niets anders voor nodig dan een steenzetijzer, een moker en een schep, maar het vergt precisie en een scherp oog. In het talud wordt het te herstellen oppervlak uitgezet met piketpaaltjes. Daarna beginnen de steenzetters linksonder. Regel voor regel plaatsen ze de zuilen, waarbij ze steeds een paar stenen vooruit moeten kijken, om ze goed aan te laten sluiten. Miljoenen jaren regen en wind hebben de zuilen gevormd. Sommige hebben een doorsnee van 12 centimeter, andere tot 45 centimeter. De lengte is op bestelling, variĂŤrend tussen 20 en 80 centimeter. De zuilen moeten elkaar allemaal raken; weerbarstige hoekjes worden er met de moker afgeslagen. Het oppervlak moet zo vlak mogelijk zijn, dus de steenzetters houden elkaar goed in de gaten. Steen te laag? Zuil optillen met het ijzer, beetje ondergrond erbij, weer laten zakken. Te hoog? Een paar flinke tikken met de afgeplatte kant van het ijzer.


hhnk.nl Peil is het relatiemagazine van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Peil verschijnt drie keer per jaar in een oplage van 2700.

Meer informatie over deze en andere onderwerpen van het hoogheemraadschap vindt u op www.hhnk.nl.

Redactieadres: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Postbus 130 1135 ZK Edam t 0299 663 000 Bladmanagement en eindredactie: Mariana Oud

Inhoud }

Concept & realisatie: MediaPartners LoyaliteitsCommunicatie Stroombaan 4 1181 VX Amstelveen t 020 547 36 00 Tekst: Mirjam Jochemsen Manon Laterveer Jon Marree Ad Moerman Annelies Roon Fotografie: Frits de Beer Mark Horn Hollandse Hoogte Marieke van der Velden

15

04

Uw vraag Waarom krijg ik geen maaiafval meer? vraagt biologische veehouder Jan Vrolijk zich af.

Visie Het klimaat verandert. Het hoogheemraadschap werkt aan een Deltavisie.

Lithografie: GrafiMedia Amsterdam Druk: Verhagen Grafische Media Veldhoven Copyright ©2010 MediaPartners/HHNK. Artikelen uit deze uitgave mogen geheel of gedeeltelijk worden overgenomen na toestemming van de redactie.

10

Rond de tafel Moet het hoogheemraadschap zich bemoeien met gebiedsontwikkeling?

✱ ✱

14

Mensenwerk Mike Tanja is onderhoudsmedewerker bij het hoogheemraadschap en werkt graag buiten.

12

Natte voeten, droge voeten Een win-winsituatie voor de regio, dat is de oplossing voor de versteviging van de Hondsbossche en Pettemer Zeewering.

✱ ✱

06

Laarzen aan Harold Halewijn uit Oostknollendam is betrokken bij het verstevigen van de dijk langs de dorpskern.


peil@hhnk.nl

> symposium Alle presentaties en andere teksten, maar ook de filmbeelden van het afgelopen watersymposium zijn terug te vinden op de website van het hoogheemraadschap, www.hhnkpeil.nl. > deltavisie Het hoogheemraadschap werkt momenteel al hard aan een klimaatbestendig werkgebied. 120 kilometer dijken en duinen langs de Noordzee, Waddenzee, IJsselen Markermeer wordt de komende jaren versterkt. Ook werken we aan de verbetering van 65 kilometer boezemkades, maken we extra ruimte voor water door waterbergingen en stuwen aan te leggen en breiden we de maalcapaciteit uit. Daarnaast vergroten en vernieuwen we rioolwaterzuiveringen. Ook met het dagelijks beheer dragen we bij aan een veilig NoordHolland door bijvoorbeeld het schonen van sloten, baggeren en het uitvoeren van herstelwerkzaamheden aan waterkeringen. In de Deltavisie worden alle huidige werkzaamheden van HHNK in samenhang met toekomstige opgaven gepresenteerd.

}

REAGEren op dit artikel? mail na ar

>> Door de klimaatverandering zal het water stijgen. Maar hoe ver? En welke gevolgen heeft dit voor de veiligheid, de waterkwantiteit en –kwaliteit? Op het in november gehouden watersymposium werd hier uitgebreid over gediscussieerd in de sessie ‘Een Deltavisie voor Noorderkwartier’ <<


visie Deltavisie Hollands Noorderkwartier

Allen in dezelfde badkuip

Michiel Schreijer, strategisch beleidsadviseur

toekomst waarschijnlijk niet zal stijgen, een minder strenge norm gelden dan voor de dijken langs het IJsselmeer, dat volgens Veerman anderhalve meter hoger moet komen te staan. En kunnen we onze secundaire keringen, die al decennialang slapend zijn, weer een rol geven? Dan zouden we het gebied kunnen compartimenteren en hoeven we minder te investeren in de peperdure primaire keringen. Dat zijn vraagstukken die er niet om liegen.”

en ervaring. Als het gaat om andere onderwerpen minder. Dus we gaan de komende maanden hard aan het werk. Ik hoop uiteindelijk op een visie waar een slagvaardig programma van te maken is. Die duidelijk maakt wie – gemeenten, provincie, hoogheemraadschap – wat gaat doen. We moeten wel met elkaar samenwerken. We zitten nu eenmaal met z’n allen in dezelfde badkuip.”

Kwaliteit en kwantiteit

“Een klimaatakkoord met allure voor Noord-Holland”, zo noemt Michiel Schreijer, strategisch beleidsadviseur bij het hoogheemraadschap, de Deltavisie. De grote aanjager achter het initiatief is de klimaatsverandering. Die noopt waterbeherend Nederland tot complexe en creatieve aanpassingen en bijstellingen. De commissie-Veerman riep in 2008 op om een nationaal deltaprogramma op te stellen met een langetermijnvisie die Nederland tot de veiligste delta van de wereld moet maken. “Het is ons te doen om een regionale uitwerking van dat programma voor Hollands Noorderkwartier, dat in feite een grote badkuip beneden de zeespiegel is”, zegt Schreijer. “We brengen watervraagstukken en dilemma’s in kaart. Samen met onze partners, maar ook met belanghebbenden in het gebied, proberen we die zoveel mogelijk in te vullen. Volgend jaar november moet de visie rond zijn.”

“Bij waterkwantiteit gaat het bijvoorbeeld om: wat gaan we doen in de steeds drogere zomers die verwacht worden? Evenveel water blijven invoeren als we nu doen met het oog op het tegengaan van de verzilting van de bodem? Dat zal een moeilijke, dure klus zijn. Of is het misschien mogelijk om minder water in te laten en hier en daar verzilting toe te staan? En wil de landbouw nadenken of die hier misschien op kan inspelen? Als het gaat om de waterkwaliteit hebben we ermee te maken dat het groeiseizoen eerder gaat beginnen. En daarmee ook de groei van waterplanten en algen. De watertemperatuur gaat stijgen. Dit alles met het gevolg dat botulisme en blauwalg meer kunnen voorkomen. Wat moeten we doen? De strenge Europese norm uit de ‘Kaderrichtlijn water’ loslaten? Richtlijnen voor het zwemwater versoepelen? Of moeten we misschien op een andere manier onderhoud plegen?”

Veiligheid

Schreijer: “Allereerst is er de veiligheid. Moeten alle primaire keringen aan dezelfde veiligheidsnormen blijven voldoen? Of kan voor de dijken langs het Markermeer, waarvan het peil in de

Slagvaardig

“Het hoogheemraadschap heeft op sommige van deze vragen al antwoorden. Op het gebied van wateroverlast hebben we inmiddels al veel kennis

Martijn brabander, projectleider watersymposium Deltavisie op het watersymposium

De Noord-Hollandse Deltavisie was een van de thema’s op het jaarlijkse watersymposium dat het hoogheemraadschap afgelopen november organiseerde. Projectleider Martijn Brabander: “Vooraf konden de deelnemers nadenken over twee prikkelende stellingen. ‘Schade door water op straat is voor rekening van de gemeente. Mee eens of oneens?’ En: ‘Iedereen in Noord-Holland dezelfde veiligheid bieden is te duur. Dus Den Helder moet meer risico accepteren dan Alkmaar. Mee eens of oneens?’ In een debat hierover konden de aanwezigen de degens met elkaar kruisen. Cruciaal hierin bleek telkens weer de vraag: hoeveel geld hebben we waarvoor over?”

Wat vond u van het Watersymposium? Peil vroeg het aan drie deelnemers.

}

Het hoogheemraadschap werkt aan een deltavisie voor Hollands Noorderkwartier. Daarin staat welke vraagstukken we de komende jaren moeten oplossen als het gaat om veiligheid, voldoende water en waterkwaliteit. Een visie die wordt opgesteld samen met gemeenten, provincie en belanghebbenden.

> Wibe van Gent, teamleider gemeentewerken, gemeente Texel: “De grote opkomst op het symposium was indrukwekkend. Je kunt zien dat het onderwerp echt leeft. Het besef dat we allemaal voor dezelfde opgave staan en elkaar nodig hebben, blijkt gelukkig alom aanwezig. Ik ben blij dat ik er naartoe ben gegaan.” > Douwe van der Vaart, hoofd ingenieursbureau, gemeente Hoorn: “Het was erg goed om met elkaar te praten over mogelijkheden van samenwerking en om na te denken over de toekomst. Van mij mag het een volgende keer ook gaan over zaken als wegonderhoud, maaien, schouwen en personeel. Ook hierin kunnen we samenwerken.” > Martijn van Bemmelen, beleidsmedewerker Water, gemeente Beverwijk. “Er was een interessante mix van bestuurders en ambtenaren aanwezig. Twee verschillende werelden die elkaar ontmoeten, en die heel verschillend tegen de dingen aankijken. Dat was leerzaam. Sommige presentaties mochten wat mij betreft levendiger en minder technisch.”

december 2010

peil 5


laarzen aan Met Harold Halewijn naar de Wormerringdijk

Samen oplossin > Wormerringdijk De Wormerringdijk is een boezemkade tussen Oostknollendam en de Poelsluis. De dijk fungeert als waterkering tussen het vaarwater de Zaan en het achterliggend gebied. In het kader van het programma Verbetering Boezemkades van het hoogheemraadschap moet het waterkerend vermogen van de dijk worden versterkt. De stabiliteit van het dijklichaam wordt vooral beïnvloed door de slechte ondergrond. > Wateroverlast Behalve het slechte wegdek heeft verzakking van de Wormerringdijk ook nadelige gevolgen voor huiseigenaren. Doordat de dijk naar de verkeerde kant afwatert, kampen aangrenzende huizen bij zware regenval met wateroverlast. Dit probleem is tijdelijk verholpen. Vorig jaar zijn langs de huizen geulen gegraven, gevuld met grind. De grindbakken fungeren als wateropvang. Bij het verstevigen van de dijk moet de dreigende wateroverlast duurzaam worden opgelost.

6 peil december

2010

{

Het verstevigen van de dijk langs de dorpskern van Oostknollendam is geen eenvoudige klus. Er zijn veel belangen mee gemoeid. Om de dorpsgemeenschap bij de plannen te betrekken en tot een gezamenlijk gedragen oplossing te komen, nam het hoogheemraadschap het initiatief om met de bewoners een projectgroep op te richten.

Wie Oostknollendam binnenrijdt, kan het onmogelijk ontgaan: de Wormerringdijk, die de ontsluitingsweg van het dorp vormt, is flink verzakt. “Als gevolg hiervan verkeert het wegdek in een erbarmelijke staat”, verzucht Harold Halewijn, voorzitter van de Contact Commissie Oostknollendam. “Op sommige stukken wordt je auto bijna gelanceerd!” De Contact Commissie heeft tot taak om de gemeente Wormerland – waar Oostknollendam als kleine kern onder valt – te informeren over wat er onder de bewoners leeft. “Het probleem van de slechte weg speelt al zo’n vijftien jaar”, vertelt Halewijn. “De gemeente is beheerder van de weg, en het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor de dijk. Geen van tweeën nam aanvankelijk

de leiding om het probleem op te lossen. Maar gelukkig zit er nu schot in de zaak. Een halfjaar geleden stelde het hoogheemraadschap een projectgroep samen om ideeën en mogelijke oplossingen aan te dragen.”

De projectgroep bestaat onder meer uit het hoogheemraadschap, gemeente Wormerland, de Contact Commissie Oostknollendam en een vertegenwoordiging van een aantal ondernemers. Halewijn ziet de oprichting ervan als een stap in de goede richting. “Voorheen hadden we het alleen maar over de Wormerringdijk als een probleem”, zegt hij. “Nu zoeken we samen naar oplossingen. De projectgroep maakt inspraak mogelijk en brengt


ngen zoeken

verschillende partijen bij elkaar. Zo is er veel meer kennis beschikbaar dan wanneer ieder voor zichzelf werkt. Met de huidige aanpak laat het hoogheemraadschap zien dat het de zaak serieus neemt.”

De inwoners van Oostknollendam zijn niet zozeer bezorgd over de veiligheid van de dijk, weet Halewijn. “Het hoogheemraadschap kan inschatten hoe groot het gevaar van een dijkdoorbraak is. Maar zo’n abstracte kansberekening zegt burgers niet zoveel. Wat de mensen persoonlijk raakt zijn de slechte weg en de wateroverlast.” Dat de Oostknollendammers betrokken zijn bij de dijk blijkt uit hun medewerking aan gespreksrondes, georgani-

} december 2010

peil 7


“Wat de mensen persoonlijk raakt zijn de slechte weg en de wateroverlast”

seerd door de Contact Commissie. Zij wisten het hoogheemraadschap veel over de Wormerringdijk en omgeving te vertellen. Soms meer dan al bij het hoogheemraadschap bekend was. Halewijn: “Ik was verbaasd dat bewoners over bepaalde zaken beter geïnformeerd leken dan mensen van het hoogheemraadschap. Neem bijvoorbeeld de provinciale plannen om de vaarweg van de Zaan te verdiepen. Dat zal zeker gevolgen hebben voor het dijklichaam. Ik had het gevoel dat dit nog niet zo goed tot het hoogheemraadschap was doorgedrongen.”

Hoewel Halewijn enthousiast is over het functioneren van de projectgroep, wordt zijn geduld af 8 peil december

2010

en toe op de proef gesteld. “In het dagelijks leven ben ik zakenman”, licht hij toe. “Daardoor ben ik gewend aan een hoog werktempo. Het hoogheemraadschap moet zich houden aan allerlei wettelijke procedures, waardoor er wat meer tijd mee gemoeid is. Zo is er een aantal oplossingsrichtingen geformuleerd, maar moet men nog steeds een keuze maken. Toch ben ik positief. Zolang de druk op de ketel blijft, verwacht ik niet dat het nog eens jaren gaat duren.” Bijkomend voordeel van de projectgroep vindt Halewijn dat men elkaar inmiddels goed weet te vinden. “Andere onderwerpen zijn ineens ook prima bespreekbaar, zoals de aanleg van een fietspad langs de dijk. Dat is goed. Zo kun je slim en snel schakelen.”

REAGEren op dit artikel? mail na ar

peil@hhnk.nl


kort nieuws Gepenetreerde breuksteen De buitenkanten van de Wieringermeerdijk en Omgelegde Stonteldijk worden in 2012 bekleed met ‘gepenetreerde breuksteen’. De huidige bekleding van natuursteen voldoet niet aan de veiligheidseisen. Om de veiligheid op orde te brengen maakt de bekleding plaats voor een laag breuksteen. Deze wordt bij elkaar gehouden door vloeibaar asfalt. Daarnaast komt er

een aanpassing voor de boeren, die nu nog op vijftig plekken zoet IJsselmeerwater over de dijk naar hun bedrijven hevelen. Deze leidingen worden vervangen door vier grote inlaatpunten. De plannen worden verder uitgewerkt. Daarbij moet nu worden gekozen uit werken vanaf het land of vanaf pontons op het water. De laatste methode geeft de minste overlast.

Wijdenes Spaans op ‘nieuwe voeten’ Hollands Noorderkwartier is na lang wikken en wegen afgelopen zomer gestart met de renovatie van het rijksmonumentale gemaal Wijdenes Spaans. Dit gemaal houdt ongeveer de halve Anna Paulowna-polder droog. Het voormalige stoomgemaal stamt uit 1874. Sindsdien zijn er diverse peilverlagingen geweest, waardoor de koppen van de houten funderingspalen zijn gaan rotten. De komende tijd worden van binnenuit nieuwe palen ‘geboord’. Daarna krijgt het gemaal

nieuwe pompen. De capaciteit komt eind volgend jaar op 340 kubieke meter per minuut, bijna een derde meer. Projectleider Willem Doornbos is erg blij met de renovatie: “Nieuwbouwen of renoveren maakte qua prijs niet zoveel uit. Het behoud van cultuurhistorische waarden gaf daarom uiteindelijk bij het bestuur de doorslag”, zegt hij. Tijdens de verbouwing zorgen tijdelijke noodpompen dat het overtollige water via de Van Ewijcksvaart naar het Amstelmeer gaat.

Veilig de weg op De vijf zoutloodsen van Hollands Noorderkwartier zijn weer tot de nok gevuld met 4000 ton wegenzout. Met de leverancier zijn nieuwe afspraken gemaakt om tekorten die kunnen ontstaan snel aan te vullen. Met het zout houdt het hoogheemraadschap komende winter 1500 kilometer weg veilig berijdbaar. Het draaiboek is geactualiseerd: veranderingen in de 41 strooiroutes, wie doet welke wegen en bijbehorende contactgegevens. Een nieuw aangeschafte extra rolbezem zal ervoor zorgen dat komende winter de vrijliggende fietspaden nog eerder sneeuwvrij zijn.

Beter beschermd Noord-Holland is weer een stukje beter beschermd tegen hoogwater. In september werd de dijkversterking tussen Enkhuizen en gemaal De Drieban bij Venhuizen opgeleverd. In de zomer van 2007 startte de aannemer met het aanleggen van steunbermen, damwanden en buitendijks ‘voorland’. Vooral waar de provinciale weg N506 parallel loopt aan de dijk waren damwanden en buitendijkse oplossingen nodig. De dijkversterking was noodzakelijk om de komende decennia de te verwachten hogere waterstanden van het Markermeer buiten de deur te houden. Het komend jaar werkt het hoogheemraadschap door aan het tweede deel van de 22 kilometer lange dijk tussen Enkhuizen en Hoorn, het deel tussen Venhuizen en Hoorn. De verwachting is dat dit deel van de waterkering eind volgend jaar op orde is. Deze dijkversterking maakt deel uit van het Hoogwaterbeschermingsprogramma in Noord-Holland dat de komende jaren 120 kilometer primaire water-keringen versterkt.

Peil gaat digitaal

}

Peil houdt niet op bij pagina 16! Het magazine gaat online gewoon door. Kijk op www.hhnkpeil.nl voor nieuws en achtergronden bij de artikelen uit deze Peil, zoals de vismigratie en het Watersymposium (p. 4 en 5).

Stoeltje verwisseld Hans van Os (60) uit Schoorl is benoemd tot opvolger van hoogheemraad Lydia Snuif-Verwey, die om gezondheidsredenen een stapje terug deed van het dagelijks naar het algemeen bestuur. Van Os is van huis uit socioloog en heeft ruim vijftien jaar bestuurservaring bij het hoogheemraadschap en zijn voorgangers. Van Os is belast met de portefeuille waterketen. Hij wil op rioolgebied de samenwerking met gemeenten op een hoger plan brengen. Van Os is afkomstig uit de fractie Water Natuurlijk en hij bekleedde in Noord-Holland tal van functies in de wereld van water, natuur en milieu.

Vismigratie onderzocht In opdracht van het hoogheemraadschap voert Bram van Wijk van VisserijServiceNederland een vismigratieonderzoek uit. Gemalen zijn knelpunten in vismigratietrajecten. Onderzoek moet leiden tot de juiste oplossing. Hiertoe zet Bram aan de instroomzijde fuiken uit, om te zien hoeveel vis vanuit de polder naar de boezem wil migreren. Aan de uitstroomzijde kijkt Bram met rayonbeheerder Louwra van de Velde hoeveel vis er uiteindelijk uitstroomt en of ze beschadigd zijn. Redenen voor een gebrekkige migratie kunnen het geluid en het licht van het gemaal zijn. Na plaatsing van de fuiken zet Louwra het gemaal aan om de migratie over een periode van zes uur te meten. De eerste resultaten wijzen uit dat er nauwelijks schade optreedt zelfs niet aan alen van meer dan 70 cm!

december 2010

peil 9


>>Het hoogheemraadschap moet zich niet bemoeien met gebiedsontwikkeling<< ONEENS “Het hoogheemraadschap kan in gebiedsontwikkeling veel betekenen. Vaak is er een voortrekker nodig. En dan kijk je met een schuin oog naar het hoogheemraadschap.” >JOHAN OSKAM

ONEENS “Water is een belangrijke drager van een gebied. Het gaat om onze leefomgeving en om veel gemeenschapsgeld. Bovendien krijg je zo’n kans gemiddeld maar eens in de veertig jaar. En die moet je pakken, met alle betrokken partijen.” >JAN WIJN

ONEENS “Een integrale aanpak met alle betrokken partijen, dus ook het hoogheemraadschap, is nodig voor draagvlak, en voor behoud en versterking van de kwaliteit van het gebied. En daarmee uiteindelijk voor de leefbaarheid van het platteland.” >JAN PAASMAN

ONEENS “Als het hoogheemraadschap op tijd meedoet met gebiedsontwikkeling, kan water een toegevoegde waarde krijgen. Toetst het hoogheemraadschap alleen in een later stadium, dan komt het in een formele, corrigerende rol.” >KAREL BRUIN-BAERTS

10 peil december

2010

Is er sprake van een te grote bemoeizucht? Of heeft het hoogheemraadschap juist toegevoegde waarde? Peil sprak met vier direct betrokkenen hierover. In het verleden wees een gemeente die wilde uitbreiden grondgebied aan als bouwlocatie. De plannen werden gemaakt, aan het publiek gepresenteerd en ruimtelijke ordeningsprocedures werden doorlopen. En dan, te elfder ure, moest het hoogheemraadschap het wateraspect nog toetsen. Meer dan eens bleek dat het plan aangepast moest worden, bijvoorbeeld vanwege een te smalle watergang. Die tijden zijn voorbij, menen Johan Oskam, Jan Paasman, Jan Wijn en Karel Bruin-Baerts eensgezind. Tegenwoordig wordt het hoogheemraadschap in een vroeg stadium bij de plannenmakerij betrokken. Sinds 2003 is dit ook verplicht en verankerd in de Watertoets. Volgens Johan Oskam is die verplichting tot samenwerking er niet voor niets ingevoerd. “De wetgeving kwam zogezegd na de ellende. Problemen die ontstonden doordat in stedelijke ontwikkeling te weinig aan de plek van water was gedacht, werden zonder meer afgewenteld op het landelijk gebied. En de boeren moesten de lasten ervan dragen. Dat herinneren we ons nog heel goed.” Ook Jan Paasman gaat terug in de tijd. “In de jaren negentig werd het steeds gebruikelijker dat gemeenten en het hoogheemraadschap op tijd bij elkaar gingen zitten. Water werd een serieuze leidraad voor het stedenbouwkundig ontwerp. Dat droeg enorm bij aan de ruimtelijke kwaliteit. Maar water kun je niet uitgeven, zoals grond. Het brengt in directe zin geen geld in het laatje. Voor een gemeente weegt dat in een tijd van bezuinigingen zwaar. Tegenwoordig vraagt het meer moed om water een prominente plaats in een ontwerp te geven.” Karel Bruin-Baerts ziet hierin direct een uitdaging voor het hoogheemraadschap. “Dan is het des te belangrijker dat wij gemeenten laten zien dat we een

serieuze gesprekspartner zijn.” Jan Wijn onderstreept dat het hoogheemraadschap hierin nog kan groeien. “Mensen van het hoogheemraadschap denken traditioneel in getallen: kuubs, vierkante meters, millimeters. Ze zijn normatief ingesteld: het moet allemaal wel volgens de regels. Maar samenwerking in ruimtelijke ontwikkeling vraagt een andere manier van denken.” Johan Oskam knikt: “Dan ben je echt de wereld aan het maken. Dan is het zonde om alleen maar regeltjes te willen toepassen. Ambitie en lef zijn juist nodig.” Jan Paasman ziet zijn punt bevestigd: “Daarom moet die samenwerking procesmatig beter worden aangepakt. Praten vanuit visie en ambitie. Niet direct op de inhoud gaan zitten – niet meteen becijferen hoe breed een sloot moet zijn.” Deze samenwerking verliep volgens Johan Oskam goed in Marken. “Daar functioneerde het watersysteem niet goed, er was geen boer meer beschikbaar voor onderhoud en beheer en er was al in geen vijftig jaar meer ruilverkaveling geweest. Een jaar of zes terug ontstond hier een gelegenheidscoalitie van landbouworganisaties, gemeente en hoogheemraadschap, die de problemen heeft aangepakt. Met als gevolg dat iedereen zich verantwoordelijk voelde en de pijn eerlijk verdeeld werd.” Karel Bruin-Baerts: “Een mooi voorbeeld van een succesverhaal. Die successen moeten we vaker voor het voetlicht brengen, zodat het hoogheemraadschap de gemeenten niet steeds opnieuw van zijn toegevoegde waarde hoeft te overtuigen.” In een vroeg stadium van de planfase bij elkaar gaan zitten is belangrijk. Maar Jan Wijn vindt dat dan niet alleen de plannenmakers, maar ook de uiteindelijke beheerders van het waterschap erbij moeten zijn. “Zij moeten later in dat nieuw ontwikkelde gebied met hun machines en maaiboten aan het werk. En ze komen dan schuttingen en steigertjes tegen. Of


rond de tafel gebiedsontwikkeling

}

In Zijpe ligt de grootste waterbergingsopgave van heel Noord-Holland. Hier moet 180 hectare ruimte gevonden, verspreid over 25 polders. Naast de wateroverlast spelen hier de belangen van de melkveehouderij, de bollenteelt en van natuur en recreatie. De gemeente Zijpe heeft een adviseur van het hoogheemraadschap in huis gehaald om samen naar oplossingen te zoeken. Voor die oplossingen is ongeveer € 25 miljoen beschikbaar. In 2015 moet de waterberging gerealiseerd zijn.

juist beschermde natuur. Ook vanuit dit praktische perspectief moet een gebied ontworpen worden.” Karel Bruin-Baerts is het met hem eens. “Als plannenmakers denken we uiteraard over het beheer na. Maar soms bedenken wij

beheersvoorzieningen die door de beheerders helemaal niet gebruikt worden. Zo maken we onnodige kosten. Of we denken te beperkt: een natuurvriendelijke oever mag maar twee meter breed zijn. Terwijl een beheerder er geen moeite mee heeft als die op bepaalde plaatsen breder is. Ook daar is dus winst te boeken.”

> KAREL BRUINBAERTS Werkt bij het hoogheemraadschap als regioadviseur voor de regio West-Friesland en adviseert in die rol gemeenten, ontwikkelaars en andere initiatiefnemers bij ruimtelijke ontwikkelingen. “Ook in mijn vrije tijd is water mijn passie. Ik zwem, surf en vis.”

> JOHAN OSKAM Melkveehouder in de polder, bestuurslid bij LTO-Noord en bij de agrarische natuurvereniging Water, Land en Dijken. “Er is geen vergadering of er passeert wel iets dat met water te maken heeft.”

> JAN WIJN Als programmamanager bij het hoogheemraadschap gedetacheerd bij de gemeente Zijpe, in verband met het grote waterbergingsvraagstuk in die gemeente. “Water is onvoorspelbaar, dat is juist het mooie ervan.”

> Jan Paasman Coördinator Ruimte en Wonen bij de gemeente Zijpe, gemeenteraadslid bij de gemeente Schermer en bestuurslid bij een voetbal- en handbalvereniging. “In al die functies is water belangrijk, zelfs bij het voetbal. Ligt er water op het veld, dan wordt de wedstrijd immers afgelast.”

Zijpe is een ander voorbeeld van gebiedsontwikkeling. Hier zijn gemeente en hoogheemraadschap bezig een “historische wateropgave op te lossen”. Jan Paasman: “Doordat er in het verleden bij het bouwen te weinig plek voor water is gelaten, maar ook door de klimaatverandering, hebben we nu veel ruimte voor waterberging nodig. Er spelen hier veel verschillende belangen waar we als gemeente allemaal rekening mee willen houden. Bijvoorbeeld de bollentelers: die worden niet blij als er allemaal kleine stukjes land als waterberging worden aangekocht. Zij vrezen een explosie van onkruid en overlast door ganzen.” Ook de landbouw denkt hier mee over oplossingen, bijvoorbeeld om door middel van slootverbreding een deel van de wateropgave te realiseren. Dan is er nog de wens om natuur en recreatiemogelijkheden te ontwikkelen. Jan Wijn: “Met alle partijen kijken we naar de mogelijkheid om functies te stapelen. Waterberging combineren met natuur of recreatie, en een agrarische functie. Dat is duurder en lastiger om te realiseren, maar het is wel mogelijk. En voor de leefomgeving is het een verbetering.”

december 2010

peil 11


natte voeten Hondsbossche en Pettemer Zeewering >> Oud: Hondsbossche en Pettemer Zeewering wordt versterkt | Kostbare verbreding en verhoging van de dijk | Geen rekening gehouden met gevolgen voor omgeving <<

Win-winsituatie Hoe creëer je een veilige en betaalbare oplossing die ondanks het financiële kader uit Den Haag toch rekening houdt met de belangen van de omwonenden? Voor de versterking van de Hondsbossche en Pettemer Zeewering is dat gelukt. De beoogde dijkversterking biedt naast veiligheid ook extra kansen voor recreatie en toerisme.

> Zwakke schakels De Hondsbossche en Pettemer Zeewering en de duinen tussen Petten en Den Helder vormen de zogenaamde Noord-Hollandse ‘zwakke schakels’. Deze zwakke schakels zijn kustgebieden die aangepakt moeten worden, zodat ze ook op lange termijn voldoende veiligheid bieden. De NoordHollandse zwakke schakels zijn opgenomen in het HWBP. Vanuit dit programma verbetert het hoogheemraadschap in dertien projecten 120 kilometer dijken en duinen.

12 peil december

2010

In 2003 constateerde het hoogheemraadschap in de vijfjaarlijkse toetsing van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) dat de Hondsbossche en Pettemer Zeewering niet meer aan de veiligheidseisen voldeden. “In extreme situaties zou er te veel water over de dijk heen slaan”, licht projectleider Anita Willig toe. “Dan bestaat het gevaar dat hij van binnenuit doorbreekt.” * Er werden direct maatregelen getroffen. Aan de Pettense kant van de dijk kwam een damwand van een halve meter hoog. Aan de zeezijde van de dijk werden grote stenen aangebracht, die aanrollende hoge golven moeten afremmen. Intussen werkt het hoogheemraadschap aan een duurzame oplossing.

Extra kansen “In 2008 lag hiervoor de startnotitie”, vertelt Willig. “Daarin stonden vier

mogelijke alternatieven om de kustversterking aan te pakken. Per alternatief onderzochten we de milieueffecten. De onderzoeksresultaten zijn meegenomen bij het bepalen van de beste oplossing.” Er volgde een ingewikkeld en langdurig proces, waarbij omwonenden en belanghebbenden meegedacht hebben. Deze aanpak was nodig omdat het om een bijzondere opdracht ging. Willig: “Het Rijk gaf ons namelijk een ‘dubbeldoelstelling’ mee. Behalve naar de veiligheid moesten we ook naar de omgeving kijken. Het Rijk was namelijk bereid meer geld te investeren in dit veiligheidsvraagstuk als de oplossing ook extra kansen zou bieden voor de ruimtelijke kwaliteit, mits de regionale partijen bereid zijn de kosten voor de extra ruimtelijke kwaliteit te dragen. Om tot een advies naar de minister te komen initieerde het hoogheemraadschap een projectgroep met Rijkswaterstaat, de provincie

Noord-Holland, de gemeenten Bergen en Zijpe en Den Helder.

Zandoplossing De gemeente Zijpe hoefde niet lang na te denken over de varianten in de startnotitie, vertelt Menno Boermans, beleidsmedewerker bij de gemeente Zijpe: “Al in een heel vroeg stadium maakten wij bekend dat we de oplossing zeewaarts wilden zoeken. Als er zand aan de zeezijde van de dijk zou worden aangebracht, leverde dit een breder strand op en mogelijkheden voor binnendijkse natuurontwikkeling. Zo zou deze ‘zandoplossing’ naast veiligheid ook extra kansen voor recreatie en toerisme opleveren. Het hoefde hier geen Scheveningen te worden, maar het zou natuurlijk prachtig zijn als mensen niet over de dijk, maar over het strand van Camperduin naar Petten kunnen lopen en andersom. En er hoefden dan geen zware ingrepen aan landzijde plaats te vinden, zoals het slopen van huizen, wat bij een verhoging en verbreding van de dijk wel het geval zou zijn.”

Vooroordelen Dat de gemeente Zijpe zich zo duidelijk in het proces profileerde, werd en


droge voeten Hondsbossche en Pettemer Zeewering >> Nieuw: zandsuppletie als versterking aan zeezijde | Meerwaarde voor recreatie, toerisme en natuur | Geen dure, ingrijpende verbreding en verhoging van de dijk <<

} wordt door het hoogheemraadschap gewaardeerd. “Ik ken de gemeente Zijpe als een constructief-kritische partij”, zegt Willig. “Ze denken heel actief mee. Hun belangen en inbreng verruimen ons blikveld. We gingen op een andere manier kijken.” Behalve Zijpe hadden ook andere partijen van de projectgroep en omwonenden een sterke voorkeur voor de zandoplossing. Dat dijkophoging als mogelijke oplossing in de startnotitie stond, viel aanvankelijk verkeerd, weet

Ook de gemeente Zijpe liep bij het onderzoeken van de varianten tegen een vooroordeel aan, brengt Boermans uit zichzelf naar voren. “We werken al jaren aan het project ‘Petten aan Zee’, een plan om bij Petten woningen voor de dijk en een zeehaven te realiseren. Men verdacht ons ervan dat we vanwege deze plannen voor de zandoplossing kozen. Natuurlijk brengt deze variant Petten aan Zee dichterbij, daar doen we niet geheimzinnig over. Maar ons belangrijkste argument was, dat

“Het gaat hier niet om het graven van een slootje” Willig. “Men leidde hieruit af dat het hoogheemraadschap een voorkeur voor dijkverhoging had. Mensen zien ons toch nog vaak als traditionele dijkenbouwers. Maar bij de versterking van een dijk speelt meer. We houden rekening met belangen van de omgeving en hebben te maken met voorwaarden van het Rijk. Ook wij zien de voordelen van zand. Naast extra kansen voor ruimtelijke kwaliteit, recreatie en toerisme is het ook een flexibele, toekomstbestendige oplossing die aansluit bij de visie van de Deltacommissie. Als het klimaat zich anders ontwikkelt dan we nu denken, kunnen we meer of minder zand opbrengen. Dat is gemakkelijker en goedkoper dan een dijk aanpassen.”

we zagen wat je met dat zand allemaal voor elkaar kunt krijgen.”

Koppeling Uiteindelijk hebben alle partijen zich achter de zandoplossing geschaard. Hoe belangrijk de regionale steun is, weet Boermans beeldend te verwoorden: “Het plan heeft een enorme impact op de omgeving. Het gaat hier niet om het even graven van een slootje. Daarom moesten van begin af aan alle neuzen dezelfde kant op staan. Als we goed met elkaar blijven communiceren, kunnen we goede besluiten nemen en bestuurders goed adviseren.” Toen duidelijk werd dat zand de beste oplossing bood voor de Hondsbos-

sche en Pettemer Zeewering, was het logisch om de aan elkaar grenzende schakels te koppelen. Daarom wordt ook de projectorganisatie voor beide ‘zwakke schakels’ in elkaar geschoven en getrokken door het hoogheemraadschap. Voor versteviging van de duinen tussen Petten en Den Helder was al voor het aanbrengen van extra zand gekozen. Van nature neemt de zee het zand mee van zuid naar noord. Door de projecten gezamenlijk aan te pakken wordt optimaal gebruikgemaakt van natuurlijke processen langs de kust. Boermans is goed te spreken over het eindresultaat van de afgelopen twee jaar. “Het is een lange weg geweest”, geeft hij toe. “Maar als je uiteindelijk met z’n allen tot een plan komt waar de minister 250 miljoen euro voor over heeft, is het dat waard.” De minister van Verkeer en Waterstaat heeft gevraagd de kustversterking voor beide zwakke schakels voor dit bedrag uit te voeren, inclusief kustlijnonderhoud voor de komende twintig jaar. “Dat is 90 miljoen euro minder dan begroot”, zegt Willig. “We zullen moeten kijken wat de consequenties hiervan zijn, maar zullen zeker soberder moeten ontwerpen. We willen hierbij ook marktpartijen betrekken. Mogelijk levert dat goede innovatieve ideeën op die geld besparen.” * Op www.hhnk.nl/animaties is te zien hoe een dijk van binnenuit doorbreekt en welke maatregelen daartegen worden genomen.

> De situatie: Lengte: 6 kilometer. Hoogte: 11 meter boven NAP. Stormachtig verleden, sinds de middeleeuwen veel duindoorbraken. Dijklichaam stamt uit 1880 en is sindsdien meermalen verhoogd en verbreed. Voldoet niet aan huidige veiligheidseisen, niet bestand tegen extreem hoge golfslag. > Gewenst: Bescherming tegen de zee met aandacht voor leefbaarheid voor de omgeving. Meer ruimte voor recreatie, toerisme en natuur. Robuuste en duurzame oplossing zoeken voor de komende vijftig jaar. Breed draagvlak in de regio. > Oplossing: Regionale samenwerking leverde een keuze op voor een zeewaartse zandige versterking; voorkwam zeer ingrijpende onomkeerbare maatregelen aan de dijk. Daarmee worden de huizen langs binnenzijde dijk gespaard. Ministerie van Verkeer en Waterstaat kende 250 miljoen euro toe.

december 2010

peil 13


mensenwerk Mike Tanja

Lekker buiten werken Eigenlijk wilde hij dierenverzorger worden. Maar omdat de banen bij Artis niet voor het oprapen lagen, werd Mike (23) stratenmaker via het uitzendbureau. Tot hij een advertentie zag: het hoogheemraadschap zocht een onderhoudsmedewerker. Leuk!, dacht Mike. Lekker buiten werken. De dieren verzorgt hij dan wel thuis, waar hij een kamer vol slangen, spinnen en schorpioenen heeft.

Huidige klus? “Ik ben al een paar weken met drie andere jongens aan het steenzetten in Andijk. Met noren. Dat zijn grote zwerfkeien, die oorspronkelijk uit Scandinavië komen. Dat is makkelijker werken dan met zuilen, omdat je de stenen minder dicht hoeft te zetten.” Moeilijk? “Het is echt een vak apart. Ik heb het hier, bij het hoogheemraadschap, in de praktijk geleerd. Of eigenlijk ben ik het nog steeds aan het leren, want pas als je dat werk drie of vier jaar dagelijks doet, kun je echt zeggen dat je steenzetter bent. Ik werk hier nu drieënhalf jaar, maar steenzetten doen we maar een paar maanden per jaar. Ik ben er dus nog niet.” Volgend project? “We gaan binnenkort

beginnen met het weghalen van de hekken op het strand, langs de duinen. Houten paaltjes met twee ijzeren draden, die markeren tot waar bezoekers mogen komen. We plaatsen ze elk jaar in april en halen ze in oktober weer weg, want anders ligt na een storm je hele hek over het strand verspreid. Of ze stuiven helemaal onder en dan mag je je hek weer gaan uitgraven.” Lange wandeling? “Dat hek staat van IJmui-

den tot aan Den Helder, dus dat is wel een eindje. Maar we gaan met een hele colonne, met twee trekkers. Eerst gaan twee man met een tang de krammetjes van de palen halen, dan volgt er iemand met een

haspel om de draden op te rollen en ten slotte komt de trekker met aanhanger om de palen af te voeren. We doen er met z’n allen ongeveer vijf werkdagen over.” Dierenliefde? “Tja, hier zie je natuurlijk wel vogels en insecten, en af en toe een zeehond of een aangespoelde bruinvis. Maar daar doe je verder niks mee. Thuis heb ik een aquarium en een kamer vol terraria. Daarin zitten 27 slangen, een paar schorpioenen en vogelspinnen. O, en in de schuur heb ik ratten. Het verzorgen van die dieren kost minstens een uur per dag.” Wat is je lievelingsklus? “Het liefst werk ik op het strand, aan de buitenkant. Ik vind helm planten erg leuk. We steken helmgras af in speciale steekgebieden en dat planten we uit in de stuifgaten. Wat ik ook leuk vind, is rietschermen zetten. Je zet vijf meter lange schermen achter elkaar tegen het duin op en dan één lang scherm aan het uiteinde. Daarmee vang je stuifzand. Als de schermen zijn ondergestoven, plant je er weer helm op. Op die manier bouw je eigenlijk nieuwe duinen.” Belangrijk werk? “Absoluut. Je werkt toch aan de veiligheid van het land als je met duinen en dijken bezig bent. Als er mensen langs lopen, vragen ze wel eens wat je aan het doen bent. Vaak weten ze amper dat het hoogheemraadschap bestáát. Dan leg ik uit wat we doen. Daar ben ik dan best trots op.”


uw vraag maaiafval

?

De vraag

WAAROM GEEN WINTERRIET MEER IN MIJN STAL?

Jan Vrolijk en zijn vrouw Annette hebben een biologisch veebedrijf – de Klaverhoeve – in de polder Zeevang bij Oosthuizen. ’s Zomers lopen de koeien in de wei, ’s winters staan ze op stal. Het stro op de stalvloer is samen met de mest een uitstekende bodemverbeteraar.

!

Het antwoord

Dirk Pruimboom is teamleider Werkvoorbereiding van de afdeling Onderhoud van het hoogheemraadschap. Tussen begin december en half maart maait deze afdeling het winterriet langs waterlopen. Alle rietkragen worden eens in de 2 à 3 jaar gemaaid.

Op verzoek buigt Peil zich over heikele kwesties. Heeft u ook een vraag? Mail naar

peil@hhnk.nl

Jan Vrolijk: “In mijn biologische landbouwbedrijf gebruik ik op de vloer van mijn stal riet uit de omgeving. Dat is ongeveer een kwart van wat ik per jaar aan bodembedekker nodig heb. het waterschap wil het riet voortaan gaan afvoeren naar de afvalverwerking hvc in Alkmaar. Wat is het idee hierachter? En wat is het milieueffect?” Dirk Pruimboom: “Het korte antwoord is: dat winterriet niet meer wordt aangeleverd bij boeren heeft te maken met gewijzigde wetgeving. Winterriet wordt voortaan als afval beschouwd. Dat betekent dat het maaisel nu eerst op een aparte locatie moet worden bemonsterd. Afhankelijk van het resultaat van die bemonstering zou het dan alsnog bij boeren mogen worden geleverd. Dit transporteren, bemonsteren en nogmaals transporteren is duur, zowel financieel als milieutechnisch.”

Groene energie “De levering aan boeren betrof een zeer klein deel van het maaisel. Het grootste deel van het winterriet composteren we – duur in arbeid en ruimte, maar goedkoper dan afvoeren naar een afvalverwerkingsbedrijf. Daarom gaan we deze winter een pilot draaien om te onderzoeken of het rietmaaisel gebruikt kan worden als brandstof voor het opwekken van groene energie. Een kwestie van zogenaamd omdenken: afval wordt grondstof. Daarbij gaan we samenwerken met Staatsbosbeheer en met de NV Huisvuilcentrale NoordHolland (HVC) in Alkmaar. Staatsbosbeheer haalt ook rietmaaisel uit zijn natuurgebieden en wil dit kwijt, om voedselarme omstandigheden te creëren voor de natuur. Maar ze hebben geen mogelijkheden om het riet af te voeren;

dat gaan wij voor ze doen. HVC gaat het riet als brandstof gebruiken. Tot nu toe draait de verbrandingsoven op afvalen sloophout, maar daaraan dreigt op termijn een tekort te ontstaan. Riet kan een goed alternatief zijn: het heeft een hoge calorische waarde. Dat wil zeggen dat een ton droog riet relatief veel energie oplevert. HVC moet hiervoor wel de ovens aanpassen. Van Staatsbosbeheer en van ons vraagt deze oplossing een goede logistiek. We stappen daarbij al over van open containers op perscontainers. Die persen de rietstengels samen tot een kleiner volume, zodat we minder ladingen naar Alkmaar hoeven te brengen.”

Toekomst “Naar verwachting zal tot half maart zo’n 1.000 ton riet verstookt worden, een relatief klein deel van wat we elke winter aan rietmaaisel hebben. Na afloop van de proefperiode bekijken we in het voorjaar of dit een goede oplossing is, waarmee we niet inleveren op duurzaamheid én die voor het hoogheemraadschap op termijn financieel voordeel oplevert. Na afloop van de pilot hebben we tot de volgende winter om te bedenken of en hoe we verdergaan. Het zou fantastisch zijn wanneer deze proef zou slagen: door slim samen te werken met externe partijen groene energie opwekken en ook nog kostenbesparend bezig zijn.”

december 2010

peil 15


beschermd molgerdijk oosterland

} > Oosterland De Molgerdijk tussen Oosterland en Den Oever op Wieringen. Kern van dit oude eiland zijn enkele keileembulten, opgestuwd tijdens

de voorlaatste ijstijd. De zee zocht zijn weg door laagten tussen de bulten als de Molger. Daar werd al in de middeleeuwen een dijkje gelegd.

> Wandelen In tegenstelling tot de zanderige Waddeneilanden is Wieringen nooit gaan ‘wandelen’. Maar wel sleet het aan de oostkant af. ‘De oever’ kwam steeds

dichterbij. In de vijftiende eeuw ontstond er hier een nederzetting De(n) Oever waaruit het huidige havendorp groeide.

suggesties voor peil? mail na ar

peil @ hhnk.nl

Peil 03  

Peil nummer 03, 2010