Page 18

inhoudelijke zaken. Tijdens een toespraak in de Roundhouse, het Londense Paradiso, sprak hij over de liefde voor de kunsten en zei er alles aan te doen om musea gratis te houden. Na afloop zei de theaterdirecteur Alistair Spalding tegen de minister: “I am in a bit of a state of shock, because I more or less agree with everything you said.” Omdat het geld toch ergens vandaan moet komen, richt Hunt zijn pijlen op overbodige luxe zoals een gepland bezoekerscentrum bij Stonehenge, gratis zwemmen voor bejaarden en het moderniseren van de bibliotheken. Geheel in overeenstemming met het regeringsbeleid wil hij vooral af van de bureaucratie. Zo meldde hij dat het Museums, Libraries & Archives Council zal ophouden te bestaan en moet de Arts Council, de Britse Kunstraad, het voortaan doen met een gekortwiekt budget, waardoor zo’n 200 van de 850 kleinere kunstorganisaties geen subsidie meer krijgen. Wie precies, dat mag de instelling zelf invullen. Hunt’s meest omstreden besluit volgde op 24 juli. Rond half zes in de namiddag stuurde hij een e-mail naar de baas van het UK Film Council (UKFC) met de boodschap dat diens organisatie helaas zal ophouden te bestaan. Tien jaar eerder was het filmfonds door de sociaaldemocratische regering opgezet als cultureel vlaggenschip. Het doel was om een Hollywood aan de Theems te creëren, een ambitie die de Britten al sinds de dagen van Alexander Korda koesteren maar nog nooit vervuld is. De quango moest de miljoenen van de staatsloterij investeren in Britse films. De definitie daarvan was breed. Onder de hoede van het filmfonds werden onvervalst Britse producties als Vera Drake, Gosford Park en In the Loop kaskrakers. Volgens critici toonde de instelling, die het jaarlijks met 15 miljoen pond moest doen, een voorkeur voor films die indirect toonden hoe hip en hot (of juist cool) het Engeland van Tony Blair was, zoals Bend it Like Beckham, Love Actually en Happy Go Lucky. Tevens organiseerde de Film Council prijzenfestivals, waar ministers zich graag lieten fotograferen met regisseurs en actrices. Hunt’s beslissing zorgde dan ook voor woedende reacties, eerst uiteraard op Facebook en Twitter, gevolgd door een protestbrief in The Daily Telegraph, ondertekend door een reeks acteurs, van Bill Nighy tot James McAvoy. Mike Leigh vergeleek het met het afschaffen van de National Health Service. Vanuit Amerika klonken protesten van Steven Spielberg en Clint Eastwood, die in de verkeerde veronderstelling verkeerden dat met het vervallen van de UKFC ook

een einde zou komen aan belastingvoordelen voor de filmindustrie. Sterker, volgens Hunt komt er door het opheffen van het filmfonds juist drie miljoen pond per jaar extra ter beschikking voor het maken van films. Het verdelen van geld zal voortaan de taak zijn van het ministerie zelf én van het British Film Institute, dat door het schrappen van regels en procedures meer vrijheid van handelen zal krijgen. De baas aldaar is de energieke ex-BBC directeur Greg Dyke, die de Conservatieve Partij heeft geadviseerd bij de bezuinigingen in de culturele sector. Het zat Hunt vooral dwars dat meer dan een kwart van het voor films bestemde loterijgeld – en een groot deel van de winsten - op ging aan het filmfonds, zoals de salarissen van de acht bestuursleden die meer verdienden dan een gemiddelde minister, kortom ze zaten boven wat we in Nederland de Balkenende-norm noemen. Voorzitter John Woodward kreeg het verwijt dat hij vooral goed in effectbejag en imagobeleid is, maar geen idee heeft hoe een film ontstaat. In het publieke debat kreeg Hunt lof van oude filmmakers als Michael Winner en Julian Fellowes. Laatstgenoemde schreef dat de enige steun die hij bij het maken van The Young Victoria kreeg, een fles champagne en een felicitatiekaart was. Documentairemaker Chris Atkins, wiens kritische docufilm Taking Liberties geen steun kreeg, zei dat hij geen filmmaker van onder de 35 kende die rouwde om de opheffing, terwijl de schrijver Colin McCabe de agressieve commerciële strategie van het filmfonds hekelde. Bovendien had de quango meer te zeggen over de final cut dan regisseurs en producenten lief was. Alex Cox (Sid & Nancy) tenslotte noemde het absurd dat de Britse belastingbetaler indirect het echte Hollywood financierde omdat de definitie ‘Britse film’ zo ruim was dat ook de verfilmingen van Harry Potter en James Bond er onder vielen, net als Hollywood-films die Londen als decor hebben, zoals Woody Allen’s Match Point. De organisatie van onafhankelijke filmmakers benadrukte dat het loterijgeld beschikbaar blijft, maar dan via andere kanalen. Zoals gezegd, net als bij zijn andere bezuinigingen richt Hunt zich vooral op bureau- en quangocraten. Dat geldt ook bij zijn beleid tegenover de grootste van alle quango’s, de BBC, waar het management in zijn ogen teveel verdient. Om de storm voor te zijn liet BBC-baas Mark Thompson, die pas op Downing Street is geweest om met premier David Cameron te praten over bezuinigingen, onlangs weten dat zijn plaatsvervanger Mark Byford vertrekt, met een gouden handdruk van één miljoen pond en een pensioenpot ter waarde van 3.7 miljoen

16 609 – cultuur en media november 2010 Mediafonds

pond. Er zullen meer managers het veld ruimen en zelf heeft Thompson afgezien van zijn jaarlijkse bonus. Hiermee hoopt hij een begin te maken met de twintig procent die de BBC moet bezuinigen, op straffe van verlaging van het kijk- en luistergeld. Dat zal nog niet meevallen gezien de macht van de vakbonden binnen het omroepbedrijf. Hoewel veel leden van de Conservatieve Partij de BBC zo rood als een kreeft vinden, is er geen sprake

Mike Leigh protesteerde tegen het wegbezuinigen van het UK Film Council Foto: Ian Gavan/Getty Images

van een wildersiaanse rancune tegen het publieke bestel of een ‘linkse kerk’. Sterker, Hunt wil dat de BBC zich in de geest van oprichter Sir John Reith meer op kwaliteit gaat richten, en minder rekening houdt met kijkcijfers. Om die reden wil de bewindsman dat creatieve mensen binnen de omroep meer vrijheid van handelen krijgen, waarbij hij op steun kon rekenen van acteur Philip Glenister (alias Gene Hunt in Ashes to Ashes) die onlangs riep dat er bij de BBC teveel bureaucratische bemoeials rondlopen. Deze visie leverde de minister steun op van filmmaker Ken Loach, volgens wie de bureaucratie binnen de staatsomroep de doodsteek vormt voor creativiteit. “Television kills creativity. It is produced by a pyramid of producers, executive producers, commissioning editors, heads of department, assistant heads of department and so on, who sit on the people doing the work and stifle the life out of them. Can you believe the lunacy that goes on in these places?” Zo hebben een linkse filmmaker en een conservatieve minister een gemeenschappelijke vijand gevonden: mensen die niet voor de kunst maar ván de kunst leven. Patrick van IJzendoorn is correspondent te Londen.

609 cultuur en media #6  

Mediafonds magazine - Dutch Cultural Media Fund

609 cultuur en media #6  

Mediafonds magazine - Dutch Cultural Media Fund

Advertisement