Page 14

Bezuinigingen

publieke omroep: de casus nieuw-zeeland

Een morele vertelling Nieuw-Zeeland, een land van vier miljoen inwoners in de Stille Oceaan, is een treurig maar nuttig voorbeeld van wat er kan gebeuren als een overheid besluit dat de publieke omroepen hun eigen broek op moeten houden. Het laat ook zien welke problemen er ontstaan als die overheid vervolgens probeert de aangerichte schade te herstellen. Helaas blijkt het gezegde ‘Eens verloren, al verloren’ maar al te toepasselijk op de publieke omroep.

Door Roger Horrocks De publieke omroep was maar een van de slachtoffers van de schade die werd aangericht door de Nieuw-Zeelandse politici die culturele en maatschappelijke waarden uit het oog verloren, maar het heeft wel een nuttige praktijkcase opgeleverd. Het begon allemaal twee decennia terug, en de resultaten – die inmiddels door het hele medialandschap zichtbaar zijn – vormen een treurige waarschuwing voor elke overheid die begrotingstekorten denkt te kunnen bestrijden met een ondoordachte keuze voor een commerciële ‘oplossing’. ‘Rogernomics’

Nieuw-Zeeland was vroeger een Britse kolonie; een van de mooiste erfenissen uit die tijd is het idee van een publieke omroep – eerst voor radio-uitzendingen en later, vanaf 1960, voor de televisie. De publieke omroep, TVNZ, bestond jarenlang uit de twee meestbekeken zenders van het land en speelde daarom ook een belangrijke culturele rol. Hoewel TVNZ niet volledig a-commercieel opereerde (reclamegelden vormden een deel van de inkomsten), streefde de omroep dezelfde doelen na als de BBC: informeren, onderrichten, onderhouden. We klaagden weliswaar over de reclameblokken, maar we hadden geen idee hoe ver de commercie zou gaan als de teugels zouden worden gevierd. In 1984 maakte een socialistische regering, die midden in een financiële crisis tot stand was gekomen, een extreme economische beleidskeuze, al gauw aangeduid als ‘Rogernomics’, naar Roger Douglas, de minister van financiën. Een groep politici, economen en zakenlieden pleitte al geruime tijd voor een vorm van neoliberale politiek zoals die in GrootBrittannië was geïntroduceerd door Margareth Thatcher en in de Verenigde Staten door Ronald Reagan. De verkiezingen en een dramatisch zwakke betalingsbalans gaven deze groep de kans om de publieke sector een ‘com-

merciële discipline’ op te leggen, en ze gingen zo voortvarend te werk dat er nauwelijks enig verzet georganiseerd kon worden. Rogernomics werd niet alleen verkocht als een noodzakelijk antwoord op de financiële crisis, maar ook als middel om nieuwe energie vrij te maken en het land concurrerender en slagvaardiger te maken. De aanhangers van het model deelden een geloof in marktwerking als wapen tegen de vermeende decadentie in de publieke sector. Ze privatiseerden onderdelen van de verzorgingsstaat. Uiteraard verwierpen ze het idee van een van overheidswege bekostigde televisieomroep, maar ze beseften dat de publieke opinie directe privatisering in de weg stond. Ze kozen daarom voor een geleidelijke overgang, waarbij TVNZ werd omgevormd tot een overheidsbedrijf – een ‘State Owned Enterprise’ (SOE). Er werden zakenmensen in het bestuur benoemd en de omroep moest zorgen dat de overheid een jaarlijkse winstuitkering tegemoet kon zien. De publieke omroeptaken werden de eerste jaren voortgezet, wat sommigen onterecht deed geloven dat de soep zo heet niet werd gegeten. Intern echter vond er een langzame maar gestage cultuuromslag plaats bij TVNZ. De managers en ‘sterren’ van de omroep schroefden hun salariseisen op en medewerkers moesten meegaan in het commerciële denken, op straffe van ontslag. Het televisieaanbod ontwikkelt zich sindsdien als ‘een race naar de afgrond’, zoals Paul Norris, voormalig hoofd van de nieuwsafdeling van TVNZ het noemde in een gelijknamig artikel (NZ Listener, 13 maart 2010). Ik was zelf elf jaar lid van de Broadcasting Commission (‘NZ On Air’ de NieuwZeelandse omroepraad), dus ik maakte die neergang van nabij mee. De verworvenheden van een publieke omroep zijn de resultante van een cultuur die zich in

12 609 – cultuur en media november 2010 Mediafonds

tientallen jaren heeft ontwikkeld, maar een politicus kan veel van wat in die tijd is opgebouwd met één pennestreek om zeep helpen. We hebben allemaal geleerd dat het medialandschap een soort ecosysteem is dat functioneert bij de gratie van ten minste vier elementen – in de eerste plaats een overheid die beseft hoe belangrijk het is om het medialandschap te beschermen, net zoals dat voor de natuurlijke omgeving geldt. Ten tweede een productiegemeenschap die zoveel mogelijk gebruik maakt van de creatieve energie van de samenleving; ten derde omroepbestuurders die verder kijken dan kortetermijngewin; en als vierde een geëngageerd publiek dat geïnformeerd en ook onderhouden wil worden. In Nieuw-Zeeland zien we daarentegen een soort negatief synergetisch effect. Toen de overheid de omroepbescherming ophief, verloor TVNZ het onderscheidend vermogen ten opzichte van de commerciële zenders; de meest gewetensvolle programmamakers zagen zich gedwongen de omroep de rug toe te keren (en ander werk te zoeken, zoals het maken van digitale presentaties voor musea of communicatieplatforms voor maatschappelijke groeperingen). En de kijkers die een minder populistisch aanbod zochten, keerden de publieke omroep de rug toe of ontwikkelden geleidelijk een smaak voor meer oppervlakkige kost. De jongste kijkersgeneratie is zich er niet van bewust dat er ook heel andere soorten televisie mogelijk zijn. Het concept van de publieke omroep is verdwenen, net als begrippen als ‘publieke dienstbaarheid’ en ‘verzorgingsstaat’. Veel oudere kijkers hebben tegenwoordig betaaltelevisie. De enige betaalzender van betekenis, SKY (gecontroleerd door News Ltd. van Rupert Murdoch), biedt themakanalen voor onder meer kunst, documentaires, geschiedenis en ook andere kanalen die voorzien in een aantal behoeftes die vroeger door de

609 cultuur en media #6  

Mediafonds magazine - Dutch Cultural Media Fund

Advertisement