Page 13

Maar ja. Dan wordt het voor sommigen van ons ook verdraaid saai. Tenminste, voor mij wel. Ik ben van De Donderdagavondserie, qua luisteraar. En categorie 4, qua temperament. Ik wil elke dag die dertig concerten met hedendaagse muziek. En parels uit de canon van de twintigste eeuw. Het Nieuw Ensemble is nog maar één voorbeeld, want een week eerder was er Klangforum Wien, en in de rest van het seizoen komt het Asko|Schönberg langs, en het NBE, de Radio Kamer Filharmonie, Amsterdam Sinfonietta. En het Arditti Quartet. En de Musikfabrik. En ze gaan 36 premières doen. Met licht-design, en theatrale effecten als het nodig is. Natuurlijk snap ik ook wel dat je met zo’n veelzijdig palet geen consistente radio-voor-overdag maakt. En vooral: dat je over muzikale, artistieke concepten praat die méér vergen dan een autoradio. Wat nu? Misschien moeten we het begrip ‘radio’ eens oprekken. Misschien moeten we, als het over distributie van klassieke muziek gaat, helemaal niet meer binnen de beperkende begrenzingen van het ene of het andere medium denken. Misschien moeten we podium, radio, web, dragers vangen in een samenhangend concept van toegankelijk maken. In een optelsom, een product van media en podia. Een tijdje geleden interviewde ik Michel van der Aa over zijn recent gestarte eigen label. Van der Aa is een componist voor wie muziek, beeld en interactie onlosmakelijk verbonden zijn. Zijn label is dan ook een multimediaal label: hij brengt cd’s uit maar ook dvd’s en start over een tijdje zelfs met een ‘interactief podium’. Dàt is de richting die we op moeten met klassieke muziek op de radio, dacht ik, overtuigd door Van der Aa’s aanstekelijk enthousiasme. Een week later interviewde ik een andere componist, Bart Spaan. Die wilde niks weten van lichtplannen, filmprojecties of theatrale installaties. Muziek, betoogde Spaan, gaat in de eerste, tweede, derde en ook de vierde en vijfde plaats over luisteren. En het is juist de magie van het oor die de kracht uitmaakt van muziek. Mja, dacht ik. Bart heeft wel een punt. De suggestieve kracht van radio is natuurlijk ook het resultaat van die ‘beperking’: dat je louter op het geluid bent aangewezen – als maker, èn als luisteraar. Via de radio

hóór je muziek. Terwijl je in de concertzaal misschien wel meer bezig bent met kijken naar een concert. De optelsom, het product, van media en podia. Soms is mijn CD-collectie, soms de radio, soms een webkanaal, en soms de beleving in de concertzaal het antwoord op wat ik zoek, op waar ik door verrast wil worden, waar ik van wil genieten, wat ik wil herkennen. Klassieke muziek op de radio maakt deel uit van een kaartenhuis van onderling samenhangende troeven. Media en podia vervlochten. Actueel. Heb je je eigen orkesten nodig om orkestmuziek op de radio te laten klinken? De argumenten tegen afschaffing van het MCO zijn in de afgelopen weken al eminent geformuleerd. Erik Voermans schreef een helder betoog in Het Parool. De nieuwe chef-dirigent van de Radio Kamerfilharmonie Michael Schonwandt citeerde Victor Hugo voor aanvang van een van de concerten in de Vrijdag van Vredenburg-serie. In en buiten Hilversum, en zelfs in de boezem van het kabinet zijn argumenten aangedragen tegen die afschaffing. Sommige van die argumenten hebben te maken met de kwaliteit van de omroeporkesten, het omroepkoor en het apparaat van het MCO (waaronder de een-nagrootste muziekbibliotheek ter wereld). Andere argumenten hangen samen met de collateral damage die ontstaat als je een kaart uit het kaartenhuis dat de cultuur nu eenmaal is verwijdert. Het MCO afschaffen impliceert bijvoorbeeld: exploitatieproblemen veroorzaken bij het Concertgebouw en Vredenburg. Maar ja. Spijtig genoeg zijn dat nou net niet de argumenten die indruk zullen maken op de voorstanders van afschaffing van het MCO. Die zullen elke aan ‘de subsidieslurpende cultuur’ toegebrachte schade alleen maar toejuichen.

wilt laten horen: niet alles wat voor een radiopubliek interessant is, leent zich voor een podiumproductie zonder meer (en omgekeerd). Maar er is nog een punt. De omroeporkesten hebben een unieke aanvullende rol op het reguliere podiumaanbod. De Zaterdagmatinee, de Vrijdagserie in Vredenburg, afleveringen van het Zondagochtendconcert of de Donderdagavond in het Muziekgebouw, de cross-over projecten van het Metropole Orkest – om maar een paar voorbeelden te noemen – zijn ondenkbaar zonder de omroeporkesten. Klassieke muziek op de radio gáát niet om klassieke muziek op de radio, maar om een samenhangend kaartenhuis van muzikaal sterke troeven. Om de som, het product, een vervlochten wereld van media & podia – horen en terughoren, zien en terugzien, ontdekken en herkennen, van verre luisteren en van dichtbij beleven. Klik... welkom in de wereld van de sprakeloos makende schoonheid van levende muziek. Aad van Nieuwkerk (52) is directeur van jazzpodium Paradox in Tilburg, en werkzaam bij de VPRO als eindredacteur Radio 4 en programmamaker radio/ internet voor Radio 6. Hij coördineert voorts drie nieuwe digitale themakanalen voor die twee zenders, gericht op jonge musici en eigentijds repertoire.

Heb je als omroep eigen orkesten nodig hebt om orkestmuziek op de radio te laten klinken? Het kort-doorde-bocht-antwoord luidt: nee, want je kunt ook opnamen maken van nietomroeporkesten, of gebruikmaken van opnamen die elders in de wereld zijn gemaakt, of je kunt je radio-aanbod volledig laten bepalen door wat er in de loop van de afgelopen eeuw op grammofoonplaat en cd is verschenen (ook tweedehands nog zeer goed bruikbaar, trouwens). Maar zo simpel is het natuurlijk niet. Niet als het er toe doet wèlke orkestmuziek je op de radio

Mediafonds november 2010 609 – cultuur en media 11

609 cultuur en media #6  

Mediafonds magazine - Dutch Cultural Media Fund

Advertisement