Issuu on Google+

Definitiemacht HOMINES DUM DOCENT DISCUNT |sinds 2007| NON SCHOLAE SED VITAE DISCIMUS

Jaargang 6, nummer 1 November 2012


COLOFON DEFINITIEMACHT De periodiek van de lerarenopleiding Maatschappijleer aan de HvA. Gemaakt door en voor studenten en docenten. De Definitiemacht is een instrument om contact tussen verschillende jaren te bevorderen en een platform om elkaar te informeren over maatschappelijke kwesties. UITGAVE 26 november 2012, Amsterdam Jaargang 6, nummer 1

OPLAGE 100 ONDER REDACTIE VAN: Hoofdredacteur: Anne Kreuger Redactie: Edward Blokker, Tobias Couturier, Rens de Lange, Jazie Veldhuyzen Vormgeving Tobias Couturier Bijdrages van: Theo Thijssen, Janneke Nieuwesteeg

Met dank aan: Mieke Bernaerts, Berend-Jan Mulder, Broer van der Hoek, Erik ter Beek, Hessel Nieuwelink, Janneke Nieuwesteeg, Harry Westerberg, OCÉ copyshop, Nirvana, Radiohead, het koffiezetapparaat. Kopij en opmerkingen Mocht u uw artikel graag in de Definitiemacht zien staan of heeft u opmerkingen over een uitgave, zend die dan naar: definitiemacht@gmail.com of anne.kreuger@ hva.nl

Š Maatschappijleer HvA MMIX alle rechten voorbehouden.


Inhoud

Redactioneel Beste maatschappijleermens, Ten eerste wil ik graag onze nieuwe redactieleden verwelkomen! Naast Edward Blokker, Tobias Couturier en mijzelf hebben Rens de Lange en Jazie Veldhuyzen onze redactie versterkt. Voor de volgende Definitiemacht kunnen we echter allen gebruiken die zich willen inzetten. Bijvoorbeeld als redactielid of schrijver, maar ben je een begenadigd tekenaar of denk je op een andere manier bij te kunnen dragen: schroom niet, meld u aan. Dat kan door een email te sturen naar anne.kreuger@hva.nl. Onze planning van het uitgeven van deze Definitiemacht was erg strak. Iets te strak bleek zelfs we hebben namelijk onze planning totaal moeten laten varen. Niet alleen de datum van uitgave, maar ook het thema van deze DM waren anders gepland dan die uiteindelijk zijn geworden. Net als het leven en het verloop van een les, is het maken van een Maatschappijleerblad onvoorspelbaar! Uiteindelijk hebben wij ons oorspronkelijke thema, de Amerikaanse presidentsverkiezingen, losgelaten. Door de uitwijkende uitgavedatum en het geringe aantal stukken was het niet interessant meer dit thema aan te houden. Toch is dit zeker een Definitiemacht geworden die de moeite waard is, met onbedoeld een steeds terugkerend thema: het onderwijs. Natuurlijk ons eigen onderwijs op de opleiding en hoe die wordt en is ervaren door studenten, hierover lees je in de interviews. In de column van een van onze vijfdejaars (jawel, zelfs zij doen mee aan ons blad) Pim van Rossem wordt een licht geworpen op de lespraktijk in een ROC van Amsterdam. Daarnaast hebben wij een zeer gewaardeerd gastschrijver met de alias Theo Thijssen. Net als zijn naamgenoot zet hij zijn visie uiteen op het burgerschapsonderwijs en roept hij alle docenten en studenten Maatschappijleer ten strijde te trekken! Waarvoor kunt u lezen in zijn column. Van ons oorspronkelijke thema is nog iets overgebleven. Er staat een mooi stuk in over een van de Republikeinse presidentskandidaten Ron Paul, zijn motto reLOVEution en zijn ideeĂŤn over de rol van de overheid in de economie. Naast de ideeĂŤn van Ron Paul over de samenleving heeft ook Seth Lievense, bekend van Occupy en de Zeitgeist beweging in Nederland, zijn visie op de samenleving gegeven. Een interessante toekomstvisie om te lezen. Om af te sluiten nodig ik u uit voor een prijsvraag. Wie de echte naam van de persoon achter het alias Theo T. kan achterhalen wint de volgende Definitiemacht in een Special Edition! Misschien vinden wij Theo T. zelfs wel bereid de Special Edition te signeren. Mail uw antwoord naar: definitiemacht@gmail.com. Ik wens u allen veel leesplezier en roep u nogmaals op om een steentje aan ons blad bij te dragen, al is het maar een kiezeltje. Namens de redactie, Anne Kreuger

Ongemachtigd Gemachtigd Vrijstaat Maatschappijleer: Onze toekomst maken we zelf

04 05 06-07

Het vraagstuk: Wie ben ik?

08-09

De paradox van Gini Een praktische oplossing

10

Tyler Durden a.k.a Friedrich Nietzsche

11

Theo Thijssen: De opstand van hardwerkend Nederland.

12-13

rLOVEution

14-15

Dialoog & Verbinding

16-17 18 19

Prijsvraag Is leren een wedstrijd Studentenzaken: Stageverhalen

Wat te doen zonder poen?

20 21

De Klaagmuur

22


O N G EM A CH TIG D Door Jazie Veldhuyzen

Normaliter heet dit rubriek “Gemachtigden” en wordt een oud-maatschappijleerstudent geïnterviewd over zijn of haar ervaringen in de echte wereld. Deze keer is ook een beginnend student geïnterviewd om te zien hoe die onze opleiding ervaart. De beginnend student is Bryan van Klaveren, eerstejaars voltijd. Hij vertelt over zijn keuze voor de opleiding Maatschappijleer en hoe hij de studie tot nu toe heeft ervaren. Wat was je motivatie om met deze opleiding te beginnen? Ik had altijd al in mijn achterhoofd om leraar te worden. Maatschappijleer; dat sloot het best aan op mijn vorige opleiding (SCW) en daar liggen mijn interesses ook. Ik vind maatschappelijke problemen interessant. Ik vind het leraarschap een mooi vak, ik denk dat ik goed voor een groep kan staan D E O N G EMAC HT IG D E: Bry a n v a n Kl ave re n en ik denk ook dat ik leerlingen ook op een leuke manier goed dingen bij kan brengen. -Wat wil je ermee bereiken? “I k ben niet echt veranderd als persoon door de Wat zijn je ervaringen tot nu aan toe op de Ik wil mijn diploma halen en les geven op een midopleiding, ik blijf lekker mijzelf.” opleiding? delbare school. Misschien nog tijdens het werken -Het komt wel aardig in de buurt van wat ik ver- een extra vak erbij leren of mijn eerste graad wachtte. Sociologie vind ik een heel interessant halen. Misschien dat ik ooit nog richting het jon- Welke docent maakt het meeste indruk op je? vak. Ik kom in die stof ook veel herkenbare dingen gerenwerk wil gaan. Dan denk ik dat ik profijt heb Is het negatief of positief? Negatief moet ik er niet tegen die ik ook op mijn vorige opleiding geleerd van deze opleiding. Maar ik richt me voornamelijk inzetten, haha. Alle docenten maken indruk op me. heb en dingen die je zelf waarneemt. De vakken op leraar worden. Zo ziet tot nu aan toe mijn toe- Broer, daar kan je lekker mee zweven en filosofedie we nu krijgen (sociologie, economie, weten- komst eruit, maar dat kan altijd nog veranderen. ren. Hessel die legt dingen heel duidelijk uit en beschapsfilosofie en VWPL) vind ik interessant. Ecohandelt de vragen die je hebt over de voor de les nomie vind ik lastig. Filosoferen met Broer vind ik Hoe ben je tot nu aan toe veranderd door de gelezen hoofdstukken. Janneke vind ik echt een doodziek. De stof die je krijgt is heel verschillend opleiding? top, zij is voor mij de enige die normaal Nedervan wat je op de middelbare school of het MBO Ik ben omgeschakeld naar een hoger niveau. De lands praat. Zij probeert op dezelfde hoogte als de krijgt. Alles wat je eerder geleerd heb dat lijkt nu eerste paar weken was het lezen van de literatuur studenten te praten en dat werkt erg fijn voor mij. heel erg vanuit slechts een oogpunt te zijn. Nu kan moeilijk omdat er zoveel andere woorden worden je dat eigenlijk allemaal vergeten en leer je om gebruikt dan in de literatuur op de middelbare Is er nog iets wat je kwijt wil aan toekomstige dingen vanuit verschillende oogpunten te bekijken. school of op het MBO. Daar ben ik nu echter wel Maatschappijleer studenten? Opeens bestaat de waarheid niet meer. Jarenlang redelijk aan gewend. Ik heb nu wel meer discipline Verdiep je in de vakken die je gaat krijgen voordat wordt je aangeleerd dat iets een feit is en nu krijg om meer te leren en werkzaamheden te verrich- je begint aan de opleiding. Zo krijg je een goede je juist te leren dat datgene misschien helemaal ten voor school. Ik ben 110% gefocust op de studie. indruk over wat het allemaal precies inhoudt. geen feit is. Verder zijn mijn medestudenten leuke Ik leer steeds beter om dingen vanuit verschilmensen. De sfeer is leuk en het lijkt alsof mijn lende perspectieven te bekijken. Ik ben echter nog klasgenoten en ik allemaal op een lijn zitten over onderweg. Ik ben niet echt veranderd als persoon hoe we denken. Er zijn veel verschillende mensen door de opleiding, ik blijf lekker mezelf. Ik denk dat en dat is interessant omdat je dan veel van elkaar je jezelf niet kunt veranderen, maar datgeen wat leert. je leert samen moet voegen met wie je bent.

04 | Definitiemacht


G E M AC HTIG D Door Edward Blokker

De gemachtigde is de afgestudeerde Klaas Jan, afkomstig uit Zeewolde, deed de opleiding maatschappijleer 1992 tot 1997. Klaasjan is nu werkzaam op Echnaton als docent mens en maatschappij en Nederlands in de onderbouw van het vmbo niveau KBL en BBL. Wij vragen ons af hoe hij de opleiding ervaren heeft en waar hij terecht gekomen is. Wat was je motivatie om met deze opleiding te beginnen? Ik was negentien, ik wist echt nog niet wat ik wilde doen. Toen kwam er een vriendin van me, Andrea Moll, met een folder over de opleiding tot docent maatschappijleer. Ik wilde de sociale kant op, de beta-kant was sowieso niet mijn ding. Ik las de folder en zag dat het heel breed is. Ik wist totaal niet wat, en dit kwam op mijn pad, toen ben ik dit samen met Andrea gaan doen. Wat zijn je ervaringen van en na de opleiding? Het viel wel mee. Het was een vertrouwde opleiding. Na de opleiding ben ik via een vriend voor een jaar maatschappijleerdocent bij het Christelijke Scholengemeenschap Buitenveldert geworden, vervolgens jaren gewerkt in het MBO. Daarna heb ik nog twee jaar in een literaire boekwinkel gewerkt. Ik zag Bol.com groot worden en zag dat er geen toekomst in het vak was. Toen bij het Media College Nederlands en maatschappijleer en allerlei algemene vormende vakken gaan geven. Of het docentschap hem bevalt? Het bevalt me wel, maar.. wat moet je dan? Wat wil je dan, wat kan je dan? Een boekwinkel is leuk maar er is geen droog brood mee te verdienen. Er zijn weinig beroepen waar je “ok” verdient en toch zo je eigen baas bent. Ik zou wel meer willen verdienen, maar ik heb niet de ambitie bij een bank te gaan werken. Wat wilde je ermee bereiken? Ik had er in het begin geen enkel idee over. Ik was echt zoekende. We hadden weinig stages in die tijd. We zijn toen voor de leeuwen gegooid. Ik liep stage bij een meneer die geschiedenis gaf en daar moesten we iets over Rome voorbereiden. Daar stond je dan ineens, voor een klas met pubers!

DE GEMACHTIGDE: Klaasjan Oosterveld Heb je er veel geleerd? Voor de dingen die ik je nu moet doen, op ons niveau maatschappijleer, heb ik er niet zoveel van geleerd. De vakken die gegeven werden vond ik interessant, maar praktisch ervoer ik weinig aansluiting. Pedagogische vakken hadden we niet veel. Het zijn vooral de sociale vakken die me bij staan en het vreselijke vak statistiek. Ik kijk er positief op terug en dat is belangrijk! Welke docent heeft het meeste indruk op je gemaakt? Wat ik erg mooi vond van die afdeling is dat het wel een hele vertrouwde kleine kliek was. Mensen als Mieke Bernaerts, Broer van de Hoek, Jan de Kievid waren er werkzaam. Het was een hecht groepje, het was persoonlijk dat kleinschalige. Berend Jan Mulder, die in mijn tweede jaar op de opleiding kwam, heeft de meeste indruk op me gemaakt. Hij kon heel bevlogen vertellen en het leek alsof hij van alles wel iets wist. Hij stond er en hup. Hij heeft me ook geleerd te relativeren. ”Het leven” klinkt natuurlijk wel heel erg. Je kunt wel druk doen over ontwikkelingssamenwerking of het nieuws volgen, maar die basale dingen zijn ook belangrijk.

-“Daar stond je dan ineens, voor een klas met pubers!” -Is er nog iets wat je kwijt wil aan toekomstige Maatschappijleer studenten? Ik denk dat je het vak alleen maar leert door les te geven. En dan moet het goed voelen met de doelgroep. Als je een goede student bent, en je weet alles van politicologie, maar je hebt niets met de doelgroep dan wordt het moeilijk voor de klas! Inspelen op de wereld van de kinderen is veel belangrijker dan het ontstaan van GroenLinks. Als je praat over ons type leerling, daar moet je iets mee kunnen. Wil je het onderwijs in, dan moet je iets hebben/kunnen met de doelgroep. Ik heb genoeg mensen gezien waarbij ik dacht: “op de opleiding had al iemand moeten zeggen, stop, dit gaat mis”. Het klinkt hard, maar mijn lessen verlopen ook niet allemaal vlekkeloos, vooral nu, het wordt vakantie, de kinderen worden hyper, je moet er tegen wel kunnen. En dat stukje heb ik wel gemist tijdens mijn opleiding. Dit ‘ echte’ voorbereiden op het beroep.

November 2012 | 05


VRIJSTAAT MAATSCHAPPIJLEER 06 | Definitiemacht

ONZE TOEKOMST, DIE MAKEN WE ZELF! Door: Seth Lievense http://www.limpidus.org/

I D

Hoe cleantech en internet ons de derde industriële revolutie zal brengen.

n deze rubriek mag eenieder zijn visie op de ideale samenleving; de vrijstaat maatschappijleer, kwijt. Alles wat mis is met de huidige samenleving en hoe de wereld verbeterd zou moeten worden kan u kwijt. eze keer vertelt Seth Lievense zijn verhaal. Ook wel bekend van Occupy Amsterdam en de Zeitgeist beweging Nederland. Over de crisis, technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen en hoe die kunnen leiden tot een derde industriële revolutie.

C l

risis na crisis: ecologisch, sociaal en economisch. Het zou je bijna moedeloos maken. Zoals een ezing eerder dit jaar me echter deed herinneren betekent crises oorspronkelijk ‘keerpunt’. En met de huidige wetenschappelijke en technologische vooruitgang als uitgangspunt, laat ze ons zien dat we de problemen van onze tijd kunnen overkomen en en passent de overheid en markt daarbij passeren.

E

en keerpunt naar een meer sociale, liberale en duurzame samenleving is mogelijk, the future is ours to create. Ongeplande vrije tijd geeft de ruimte aan creativiteit en het ontdekken van onze passies. Samen met structuur brengen ze ons de mogelijkheid ons te ontwikkelen op sociaal, cultureel, artistiek, technologisch of wetenschappelijk vlak. Ze verrijken onze maatschappij en brengen ons innovatie en vooruitgang. Toch bekruipt bij menigeen het gevoel dat de inrichting van onze maatschappij ons hierin belemmert en geld steeds meer de bepalende factor in ons besluit inneemt -zij het privé, als midden-klein bedrijf of bij de overheid. Biedt Technologische Decentrale Overvloed (TDO) een uitweg?

Alvast drie voorbeelden.

D

e eerste desktop 3D-printers zijn al verschenen in de Nederlandse huishoudens. De ontwikkelingskosten van deze nieuwe technologie dalen exponentieel en plastic als grondstof maakt langzaam plaats voor andere -ook duurzamegrondstoffen. U print straks thuis uw eigen producten en dat verandert heel wat. Want waarom nog een schroevendraaier kopen als je hem zelf kan printen? Uit je supertrendy croqs gegroeid? Verpulver ze met wat plastic zwerfafval van de straat, download je maat van het internet en printen maar. En waarom eigenlijk de dure Jan des Bouvrie lamp of merkkleding, als je te kiezen hebt uit een scala aan gratis designs online? Of die handige designstudent die met zijn laptop je creatieve idee tot werkelijkheid maakt? Zelfs de eerste huizen worden al geprint.

O

f aquaponics, landbouw van de 21e eeuw. En dat gewoon in de stad. Zet boven je aquarium twee groeibedden, pomp het water naar het bovenste groeibed en laat het water via de groeibedden weer terugstromen. De ontlasting van

de vissen is het voedsel voor de planten en de planten leveren schoon water voor de vissen. Je bespaart 80% water ten opzichte van traditionele landbouw en met het gebruik van hydrokorrels in laats van grond is het onderhoud miniem. Gratis je eigen verse groente en voor de liefhebber om de zoveel tijd een visje. En ontwikkeling is het MKB (midden-klein bedrijf) ook niet ontgaan, de eerste ondernemers kopen de lege kantoorpanden al op. Tot voor kort was dit niet mogelijk gezien de hoge kosten voor verlichting. De ontwikkelingen in LED-verlichting en de komst van de zonnepaneel brengen daar nu snel verandering in.

-Want waarom nog een schroevendraaier kopen als je hem zelf kan printen? --

N

og zo een krachtig stukje technologie, deze zonnepaneel. De steeds snellere terugverdientijd door hogere efficiëntie en lagere productiekosten drukken het schaarstegoed olie uit de markt en brengen de kosten voor stroom alsmaar verder naar beneden tot enkel de productie-


kosten van de technologie zelf overblijven en stroom ‘gratis’ is.

D ‘

eze ontwikkelingen in Cleantech brengen ons wat Amerikaans econoom Jeremy Rifkin de derde industriële revolutie’ noemt. En waar ooit de boekdrukkunst de wetenschappelijke revolutie mogelijk maakte die de industriële revolutie voorafging, zal internet het communicatiemiddel zijn dat de komende derde industriële revolutie inluidt.

I

n de industriële revolutie bracht technologie ons machines en verving fysiek zwaar werk met wat we nu de dienstensector noemen. De ongelijkheid die kwam met de komst van deze machines en de industrialisatie, zou men politiek oplossen. Politieke partijen ontstonden die de schaarste zouden verdelen. Met iedereen-gelijk-communisme en winner-takes-itall-kapitalisme was de strijd om het verdelingsvraagstuk losgebarsten. Onze huidige inrichting van de maatschappij was geboren.

T

echnologie toont nu echter weer de onhoudbaarheid aan van onze huidige inrichting van de maatschappij. Technologie vervangt de dienstensector: de banen komen niet meer terug. Deze technologische werkloosheid toont de onhoudbaarheid aan van een systeem dat de consument nodig heeft om de cirkel tussen werkgever-werknemer-consument van onze economie draaiende te houden.

T

echnologische vooruitgang zet ons echter voor een veel fundamenteler probleem qua inrichting van onze maatschappij. De eerder genoemde technologieën, 3D-printers, aquaponics en zonnepanelen, kenmerken zich allen in de mogelijkheid tot decentralisatie en leveren op lokaal niveau overvloed. Deze technologische decentrale overvloed (TDO) samen met de steeds verdere ontwikkelingen in

duurzame productie en duurzaam gebruik van grondstoffen vormen een radicale breuk met hoe we de wereld hebben ingericht. Een zonnepaneel geeft niet alleen landelijke of regionale autonomie, maar ook individuele autonomie. Net als je trui of bestek zelf printen deze individuele autonomie geeft of als een nieuwe tafel printen bij de grotere buurtprinter of specialist lokale autonomie geeft. En een gemeentelijke- of buurtaquaponics geeft je betrouwbaar ecologisch voedsel uit de regio.

D

e ver-van-mijn-bed-show-werking van de globaliserende wereld van multinationals en banken maakt weer ruimte voor de reële economie, de vakman op lokaal niveau en u. Nog fundamenteler ondermijnt TDO de machtsstructuren van schaarste. De reële of fictieve schaarste die de spelregels van de markt ons brengt vanuit de noodzaak voor winst, evenals het verdelen van deze schaarste in het politieke verdelingsvraagstuk, is doorbroken. Hoe schaarser, hoe duurder de prijs. Hoe meer technologische duurzame overvloed op decentrale wijze, hoe goedkoper ons bestaan op deze aarde wordt. De macht van geld maakt plaats voor gezag uit samenwerking. Door regionaal op duurzame wijze zelfredzaam te zijn met behulp van deze technologieën zullen we in een duurzaam tijdperk belanden dat ons overvloed biedt. Geld als uitdrukking van schaarste zal steeds minder nodig zijn om in onze (basis) behoeften te voorzien.

E

en werkelijk liberale, sociale en duurzame toekomst komt uit de menselijke vooruitgang in wetenschap en technologie, niet van links, rechts of de markt. Als de oplossingen niet binnen de werking van ons model te vinden zijn, wordt het misschien tijd om naar elkaar te kijken, in plaats van naar boven. Aan JOU om deze toekomst vorm te geven, hier en nu. The world is yours to create.

November 2012 | 07


Wie ben ik HET VRAAGSTUK

"

Ik begrijp dat je verward bent, ik benijd je niet.” De deur slaat open, een elektrische gitaar zweeft door een kamertje versierd met felgekleurd bloemetjesbehang. Gewaagd kijkt de donkerharige, zwart geklede vrouw mij in de ogen om vervolgens nonchalant te beginnen met het zingen van een lied. Iedere nieuwe regel die ze begint kijkt ze me anders aan, en dan gaat het refrein los: Woede! Verleiding! Speels! Liefde! “I´m a bitch! I´m a lover! I´m a child! I´m a mother!” Meredith Brooks, boos, dwars, lachend en dromend toont gelijkenissen met een door identiteitsontwikkeling geteisterde puber die zich niet in één hokje laat plaatsen.

D

at ik ben, daar hoef ik niet meer aan te twijfelen, dat heeft Descartes al voor mij gedaan in de 17e eeuw. Maar door te bewijzen dat je bent, ben je er nog niet; ik mag dan wel zijn, maar dan volgt de vraag: “wie mag ik dan wel zijn?” Wie is die persoon die dit hier aan het lezen is?

E

en deel van deze vraag lijkt eenvoudig te antwoorden. De vraag, wat ben ik? Ik ben namelijk mijn lichaam. Mijn lichaam en mijn geest. Geest kunnen we dan ook wel omschrijven als karakter, of een samenbundeling van percepties. Dus ik ben mijn lichaam, een verzameling materiaal, en mijn geest, een verzameling van percepties. Vraagje dat dan opkomt is: ”waar houdt mijn lichaam op?” Mijn nagel bijvoorbeeld, ik mag toch aannemen dat mijn linkerteennagel een onderdeel van mij is. Maar wat als ik hem afknip? Als ik hem afknip blijft het mijn teennagel, zeker zolang ik hem nog niet weggegooid heb. Ik zou mijzelf zelfs de rechtmatige eigenaar van mijn afgeknipte teennagel willen noemen. Ik was ten slotte de persoon die deze teennagel liet groeien. Maar als hij van mij is, dan is hij in mijn bezit, en dus niet onderdeel van mij. Mijn lichaam houdt

dus daar op waar het niet meer biologisch aan mij verbonden is.

-Ik zou mijzelf zelfs de rechtmatige eigenaar van mijn afgeknipte teennagel willen noemen. --

I

n het boek “Demian” van Hermann Hesse komt de hoofdpersoon een organist tegen met wie hij bij de haard verschillende gesprekken heeft. Eenmaal bij het vuur zegt de organist: “We trekken de grens van onze persoonlijkheid te krap! We rekenen tot onze persoon altijd dat, dat we individueel verschillen, dat wat we als afwijkend herkennen.” De organist ziet het zo: we bestaan uit het gehele bestand “de wereld”. Biologisch hebben we een stamboom die we tot zo ver als vissen kunnen herleiden, en zelfs verder. Zo dragen we ook in onze geest mee, wat in elke mensengeest geleefd heeft. En dat heeft ieder mens, maar zolang de mens dat nog niet beseft, is hij een steen of een boom, misschien een beest op zijn best. Zodra deze eerste vonken van deze kennisverwerving overkomen, dan begint het mens-zijn.

?

Door Edward Blokker

N

iet lang geleden stapte een Oostenrijker, Baumgartner, in een reusachtige ballon om tot 39 kilometer hoogte op te stijgen en vervolgens uit te stappen. Daarmee sprong hij letterlijk van het randje van onze planeet naar beneden, de hoogste parachutesprong in mensenheugenis. Iets wat bij leerlingen zeker werd ervaren als het nieuws van de week. Ik, verrast dat zoveel leerlingen daarvan op de hoogte waren, probeerde het volgende uit te leggen. Als een kat van die hoogte springt, zullen er nauwelijks andere katten zijn die daarvan opkijken. Maar als een mens het doet, komt het dus schijnbaar terecht in een collectief geheugen, die tegenwoordig zelfs een vorm heeft als het internet. Op die manier heb-

Hoe mensen laten zien wie ze zijn via Facebook.

08 | Definitiemacht


ben we allemaal die sprong een beetje meegemaakt. De leerlingen vonden dat niet, die vonden dat katten net zo min een collectief geheugen hebben, en daarmee was het gesprek afgesloten. Ik kon ze niet ongelijk geven, daarvoor sprongen zij al weer te snel naar een ander onderwerp.

A

ls je jong bent zijn dingen duidelijk, de wereld is vast en stabiel. Als je ouder wordt lijken grenzen te vervagen of in ieder geval te veranderen, met alle gevolgen van dien. Waar Rutte voor de verkiezingen nog tegen was, was hij daarna voor. Waar Michael Jackson in het begin nog zwart was, was hij daarna wit. Terwijl Meredith net nog een bitch was, is ze nu een lover. Toen ik “dit” las was ik jonger, en dus anders, als nu ik “dit” lees.

E

en meespelend component in het wie-ben-ikverhaal is het tijdsperspectief. Zonder tijd was alles een stuk duidelijker. Ik zou dan gewoon mijn lichaam en mijn geest kunnen zijn, en daarmee zou ik zijn. Maar met de tijd in beeld wordt dat anders. Cellen hebben zich vervangen, atomen zijn mijn lichaam ingekomen en hebben daaraan afen bijgebouwd. In hoe ver ben ik nog dat knaapje dat niet kon slapen ’s avonds omdat ik voor het eerst tientallen meters zonder hulp op de fiets kon balanceren? Nu ben ik niet meer enthousiast na tientallen meters fietsen, en heb ik een baard. En toch zie ik dat knaapje van toen als mijzelf. Onder welke omstandigheden is een persoon nu (ik, de bebaarde gereserveerde man) dezelfde als de persoon op een ander tijdstip (ik, het enthousiaste fietsende knaapje).

E

en mogelijk antwoord op deze vraag, de zogenaamde memory criterion, zegt: ik de man met de baard, kan alleen één en dezelfde persoon zijn als het knaapje, als ik ook de herinnering heb van het fietsen en het enthousiasme dat daarop volgde. In het geval van de memory criterion was ik dus nooit een embryo, omdat ik me dat niet kan herinneren. Ook die belachelijke wanvertoning op de bar in dat café, was niet ik, ik kan het me namelijk niet herinneren. et omschrijven van wat ik ben, wie ik ben of hoe ik ben is nog niet zo eenvoudig aangezien

Om verder de kijken: • • • •

Hegel, door: Peter Singer Eerste druk 1983. Demian, door Herman Hesse Eerste druk: 1974. Persinal Identity, door Eric T. Olsen 2002 Bitch, door: Meredith Brooks 1997

H

-Nu ben ik niet meer enthousiast na tientallen meters fietsen, en heb ik een baard. -de basis van een identiteit niet is te omvatten of te omschrijven. Dat een puber huilend, schreeuwend en dwars zijn identiteit ontwikkeld is hem dan eigenlijk ook helemaal niet kwalijk te nemen. Eén ding is belangrijk: erkenning. Eigenaardig genoeg, het erkennen van iets dat al bestaat. Erken dat ik ben en ik ben, zo kan ik jou ook erkennen. Erken dat je me haat, erken dat je me lief hebt, erken dat je me op de wereld gezet heb, erken me als diegene die jou op de wereld heeft gezet. I’m a bitch! i’m a lover! i’m child! i’m a mother! Can’t say I’m not alive!

Hoe kunstenaars zichzelf laten zien. Hieronder van links naar recht: Magritte, van Gogh en Dalí.

November 2012 | 09


De

paradox van

Na de Amerikaanse burgeroorlog brak een periode van welvaart aan in de Verenigde Staten, maar ook één van grote en steeds verder groeiende inkomensverschillen. Dit was toen vrij duidelijk te zien. Zo waren de grote landhuizen destijds tot wel 300 maal zo groot als het toenmalige gemiddelde huis. Tegenwoordig is er nog wel een enkele uitschieter zoals bij de documentaire “the Queen of Versailles”, waar een miljardairstel

G ini

een huis laat bouwen van 27.000 vierkante meter woonoppervlak. Maar daar buitenom valt het verschil in rijkdom tussen mensen minder op. Terwijl de Gini-coëfficiënt rond hetzelfde niveau ligt als na de Amerikaanse Burgeroorlog (Gini-coëfficiënt geeft de inkomensverschillen van een land aan. - red) Voor vrijwel alle OECD landen geldt dat de Gini-coëfficiënt gestegen is sinds 1980.

Door Rens de Lange Daarnaast geldt dat ook voor veel andere niet-OECD landen zoals Rusland, China en India. Maar als je de Gini coëfficiënt voor de hele wereld bekijkt, dan zijn de inkomens van mensen over de gehele wereld kleiner geworden, maar binnen landen groter. Dit komt omdat veel ontwikkelingslanden op de rijke landen aan het inlopen zijn. Toch zeker een interessant paradox!

Een praktische oplossing aag?

HIER REALISEREN WIJ:

Heb je een vr

10 | Definitiemacht

Loop je tegen iets

op in de les?

Een situatie waarin je niet verder komt of wil je juist weten hoe een collega hiermee om zou gaan?

Bijvoorbeeld:

Hoe ziet iemand anders zijn strafwerkarsenaal eruit? Hoe ga jij om met een BBL’er? Mijn leerlingen negeren mij, wat nu?

Stuur je vraag op en wij gaan je voor op onderzoek uit. Wij vragen professionals, zoeken in de boeken en graven in archieven! Mail je vraag naar definitiemacht@gmail.com


TYLER DURDEN A.K.A. FRIEDRICH NIETZSCHE? I

k houd me regelmatig met filosofie bezig, en de laatste tijd is dat vooral met Friedrich Nietzsche (1844-1900). Meestal lees ik dan eerst het één en ander over een filosoof op het internet, wellicht daarna wat uit een meer algemeen boek over filosofie en pas daarna – meestal niet – probeer ik één van de originele werken. Meestal geldt voor dit laatste dat ik de boeken te taai en moeilijk vind dat ze snel verkocht mogen worden of ongelezen onder het stof eindigen. Na het een en ander over Nietzsche gelezen te hebben op het internet en in wat algemene filosofieboeken snapte ik er nog steeds niet veel van, maar hij intrigeerde me wel. Dus ik bestelde De Herwaardering Van Alle Waarden tweedehands op het internet, en een huisgenootje bleek mij er ook een aantal te kunnen lenen, waaronder De Vrolijke Wetenschap en Voorbij Goed en Kwaad; dat kwam dus mooi uit.

I

k sloeg een boek open, en zoals al vermeld op het internet, was de schrijfstijl nogal bijzonder. Niet duidelijk, kil en wetenschappelijk, maar opzwepende en poëtische korte uitspraken; soms maar één regel lang! Het kostte me absoluut geen moeite om verder te lezen. Hoewel ik soms woorden tegen kwam die ik niet kende, was het daar buitenom een traktatie om te lezen. Soms lijkt hij in één zin te vertellen wat anderen met een heel boek trachten te doen. Zijn boeken zijn

Door Rens de Lange dus een verzameling van kernachtige uitspraken en aforismen, terwijl zijn filosofie nergens systematische is beschreven.

N

u is het zo dat ik laatst een tweedehands TV van een vriend kon overnemen voor een – per definitie – vriendenprijsje. Dit nieuwe beeldscherm zorgde ervoor dat ik graag weer eens wat oude films wilde kijken, waardoor ik op een gegeven moment de cultclassic Fight Club maar weer eens keek. Fight Club had nogal wat overeenkomsten met sommige ideeën van Nietzsche, zoals het bepalen van je eigen moraal, het gevaarlijke leven en Tyler Durden die zich niets aantrekt van de heersende definitiemacht, maar deze voor zichzelf bepaalt.

I

k kwam hierachter door de vele filmrecensies die naar het verband wijzen tussen Nietzsche en Fight Club. Wellicht heb ik een aantal fouten gemaakt in dit stuk, dus neem het met een berg zout en zo niet – welkom in mijn waarheid! Ook in wetenschappelijke kringen is er geen overeenstemming over sommige ideeën van Nietzsche. Zo bevroeg laatst na een lezing de ene professor die gepromoveerd was in Nietzsche de andere die zijn promotieonderzoek ook over Nietzsche had gedaan hoe de ander toch bij die Nietzsche kwam, omdat hijzelf een hele andere Nietzsche kende.

November 2012 | 11


DE OPSTAND VAN HARDWERKEND NEDERLAND... O

p 27 augustus verscheen het advies van de Onderwijsraad aangaande burgerschapsonderwijs met als titel “Verder met burgerschap in het onderwijs” (1) De kern van het advies is dat het burgerschapsonderwijs gericht zou moeten zijn op het leren functioneren in een democratische samenleving, waarvoor inhoudelijk gestelde kennisdoelen noodzakelijk zijn. De scholen moeten de ruimte en de vrijheid krijgen om burgerschapsonderwijs naar eigen inzicht verder vorm en inhoud te kunnen geven.

O

p het eerste gezicht is dit advies een stap vooruit in vergelijking met de huidige invulling van burgerschapsonderwijs op scholen. De erkenning van de noodzaak van inhoudelijke kennis zorgt ervoor dat de grootste ergernis, de grote mate van vrijblijvendheid, wordt weggenomen. Wat echter onbesproken blijft is de veelal ongeïnteresseerde houding en niet betrokkenheid van schoolbestuur en –management bij de invulling van het burgerschapsonderwijs. Ook nu dreigt weer het gevaar dat burgerschapsonderwijs wordt ingevuld op basis van de wettelijke uren, voorschriften en de taakplaatjesruimte van de vaste docenten. “We moeten zoveel uur geven, wie heeft er nog ruimte?” in plaats van burgerschapsonderwijs zien als een maatschappelijke noodzaak en een volwaardig vak. Wat zeker hieraan bijdraagt is dat het een schoolvak is zonder bevoegdheid. Juist hier ligt voor ons, docenten maatschappijleer, een

12 | Definitiemacht

belangrijk politiek strijdpunt. Alleen docenten maatschappijleer zouden bevoegd moeten zijn om dit vak te mogen geven omdat zij bij uitstek de kennis, vaardigheden en houdingen bezitten om dit vak professioneel in te vullen en verzorgen. De andere collega’s van de gammavakken schieten hierin duidelijk tekort.

D

e kern van het burgerschapsonderwijs bestaat uit kennis over de principes en ideeën over democratie en rechtsstaat (democratische en rechtsstatelijke geletterdheid) en het werken en oefenen met vormen van democratisch burgerschap (vaardigheden en houdingen). Wat betreft de kennisinhoud ligt er een grote uitdaging voor de docenten. Intuïtief geven de meeste leerlingen en collega’s een positieve betekenis aan de begrippen democratie en in minder mate rechtsstaat (2), maar over de betekenis en inhoud bestaan een veelheid aan opvattingen. Aan ons docenten de moeilijke plicht om tijdens de lessen over democratie en rechtsstaat de normativiteit van deze begrippen duidelijk te

maken en te problematiseren. De begrippen en keuzes zijn niet eenduidig. Jongeren willen graag meer inhoudelijk weten van politiek en het functioneren daarvan en daar praktisch ook iets meedoen (3). Dit is naar mijn idee de richting qua invulling van burgerschapsonderwijs. Aan de ene kant laten zien welke ideeën, gedachten, dilemma’s en theorieën er bestaan rondom democratie en rechtsstaat, maar ook in praktische zin vooral laten ervaren wat voor consequenties bepaalde invullingen hebben voor ons gedrag als mensen en burger.

I

n de praktijk zie en voel je wat jouw democratisch en rechtstatelijk gedrag en denken aan effect heeft op de ander en jezelf. In Nederland blijkt dat veel mensen wel willen, maar vaak uit onbeholpenheid niet kunnen (4). Het burgerschapsonderwijs moet leerlingen juist helpen bij het overwinnen van deze onbeholpenheid. Het gaat hier om vaardigheden als luisteren naar elkaar, consensus bereiken, geweldloos omgaan met conflicten, gezamen-


...EN DE NOODZAAK VAN BURGERSCHAPSONDERWIJS lijk verantwoordelijkheid dragen en denken en handelen vanuit waarden als gelijkheid, vrijheid en solidariteit (5). -Wat echter onbesproken blijft is de veelal ongeïnteresseerde houding van schoolbestuur en -managment. --

D

eze vaardigheden, kennis en waarden moeten niet alleen een rol spelen tijdens de les burgerschap, maar ook worden gedragen door de gehele school en schoolomgeving. Het gaat hier om het vormen van pedagogisch democratische gemeenschappen (6). De maatschappelijke stage zal dus ook meer geïntegreerd moeten worden met de vereisten van democratisch burgerschap in plaats van in de vorm van vrijwilligerswerk in de buurt die het nu op veel scholen krijgt.

D

e wijze waarop de hardwerkende Nederlanders en hun woordvoerders in de eerste dagen na het bekendmaken van de contouren van het regeerakkoord van het kabinet Rutte II reageerden op de plannen voor de zorgpremies onderstreepte nog eens de noodzaak van bovenstaande invulling van het burgerschapsonderwijs. De meesten negeerden de Nederlandse staatsrechtelijke regels en principes over de totstandkoming van wet- en regelgeving. Ook tweede viel het op dat veel reacties blijk gaven van een gebrek aan democratische geletterdheid en vaardigheden.

Het ging vooral om het gelijk krijgen en het zoeken van een platte meerderheid zonder te luisteren naar andermans argumenten, het zoeken naar consensus, laat staan het dragen van gedeelde verantwoordelijkheid. Het was gericht op het verdedigen van het eigen belang en plat materieel egoïsme.

D

e wijze van handelen en denken rondom de zorgpremie onderstreept nogmaals het belang van ons vak maatschappijleer en de noodzaak om een harde politieke strijd te voeren over de inhoud, invulling en bevoegdheid van het burgerschapsonderwijs. De opstand van hardwerkend Nederland maakte de noodzaak van maatschappijleer en burgerschapsonderwijs meer dan duidelijk.

leer j i p p scha e. t a a en m ten strijd t n e doc iveau n e n nte derwijsn e d u St ler on al rts! a a w Voor , llega o c Uw

o e h T

n e s s j Thi

Om verder te kijken:

(1) Advies Onderwijsraad, ‘Advies Verder met burgerschap in het onderwijs’, 2012. (2) H. Nieuwelink,’ Meer democratie in de klas’, in: Maatschappij en Politiek, oktober 2012. (3) L. van Vliet, ‘Scholieren willen les in politiek’, in: Maatschappij en Politiek, oktober 2012. (4) M. Hurenkamp en E. Tonkens, De onbeholpen samenleving Burgerschap aan het begin van de 21 ste eeuw, Amsterdam University Press, Amsterdam, 2011. (5)Onderwijsraad ‘Advies Verder met burgerschap in het onderwijs, 2012. (6)M. de Winter, Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding vanachter de voordeur naar democratie en verbinding, Uitgeverij SWP, Amsterdam, 2011.

November 2012 | 13


r L O V E ution B

ij de voorverkiezingen van de Republikeinse partij van dit jaar deden er een aantal opmerkelijke kandidaten mee. Zo was er Rick Perry, die in zijn debuut schreef dat homoseksuelen simpelweg moeten kiezen voor seksuele onthouding. We kennen Rick Santorum, die beweerde dat de helft van de euthanasiegevallen in Nederland gedwongen zijn. En natuurlijk Herman Cain, die zich eind 2011 terugtrok uit de voorverkiezingen, geteisterd door beschuldigingen van seksuele intimidatie en overspel. De uiteindelijke winnaar en steenrijke zakenman Mitt Romney kennen we inmiddels allemaal.

M

aar in dit stuk wil ik het hebben over een andere kandidaat, de naar mijn mening meest opmerkelijke kandidaat. Een kandidaat die middels grassroots-strategieën probeerde zichzelf kandidaat te stellen voor het presidentschap. De kandidaat die het minste spreektijd kreeg tijdens de debatten, terwijl hij na Romney en Santorum de meeste afgevaardigden voor zich wist te winnen. Een kandidaat die weigerde zijn steun uit te spreken voor Mitt Romney en hierdoor niet mocht spreken op de Republikeinse Nationale Conventie. Ron Paul, zelfverkozen ‘Champion of the Constitution’, driemalig kandidaat voor het Amerikaans presidentschap en volksvertegenwoordiger in het Huis van Afgevaardigden. Als een libertariër strijdt Paul voor maximale individuele vrijheid, een ware vrije markt en een kleine overheid. Problemen kunnen het best worden opgelost door burgers zelf, de overheid is daar niet bij nodig. Burgers kunnen goed voor zichzelf zorgen en moeten

14 | Definitiemacht

de vrijheid hebben om zelf te kunnen beslissen hoe zij leven.

A

ls fervent tegenstander van alle militaire interventie in het buitenland, de War on Drugs, de Federal Reserve, ontwikkelingshulp, NAFTA en zelfs de Civil Rights Act onderscheidt Paul zichzelf van de andere kandidaten. Hij staat ook wel bekend als Dr. No, een bijnaam verwijzend naar zijn carrière als verloskundige en gynaecoloog en zijn standvastigheid in het stemmen tegen wetsvoorstellen die de omvang van de overheid vergroten. Hij is een van de weinige congresleden die bij het stemmen voor wetsvoorstellen nooit tegen zijn principes in stemt. Een bijzonder figuur in de Amerikaanse politiek.

Z

oals ik al zei, streeft Ron Paul naar maximale individuele vrijheid: een ware vrije markt en een zo klein mogelijke overheid. De overheid beperkt volgens hem namelijk de individuele vrijheid van burgers en zij verstoord de vrije markt. Als ik

Door Jazie Veldhuyzen

dit zo hoor dan komen er een aantal vragen bij mij omhoog. In dit stuk neem ik jullie mee op mijn reis op zoek naar het antwoord op één van die vragen. Leidt een kleinere overheid en een vrije markt niet tot monopolieachtige taferelen waarin bedrijven teveel macht naar zich toe trekken en enorme winsten maken over de rug van burgers?

H

et antwoord hierop is duidelijk, volgens Paul. Teveel mensen stellen de vrije markt gelijk aan grote bedrijven die maar doen wat ze willen zonder rekening met anderen te houden. Maar dat is niet de vrije markt. Oligarchieën en monopolies zijn ‘wezens’ van de overheid. Het is de overheid die macht geeft aan grote bedrijven, middels wetten, programma’s en subsidies maakt de overheid monopolies mogelijk. Neem bijvoorbeeld de antitrust wetten die monopolies verbieden en bedoelt zijn om concurrentie in de markt te stimuleren. Het zijn juist deze wetten die monopolies beschermen omdat ze onbedoeld de concurrentie beperken. Bedrijven gebruiken deze wetten namelijk om


andere bedrijven, die vaak zeer concurrerend zijn, aan te klagen. De aangeklaagde bedrijven zouden het voor de aanklagende bedrijven te moeilijk maken om nog mee te kunnen concurreren.

H

et is dus juist de overheid zelf die de machtsposities van grote bedrijven tot stand brengt en in stand houdt volgens Paul. Ik kan me nog wel een aantal gevallen bedenken waarin dit inderdaad het geval is. Denk bijvoorbeeld aan de enorme subsidies die de overheid verstrekt aan bepaalde industrieën. Of denk aan de miljarden dollars die de overheid steekt in de wapenindustrie. En vergeet natuurlijk niet de financiële sector, die honderden miljarden ontving om de hypotheekcrisis te bestrijden die zij zelf had gecreëerd. Zo zijn er nog wel een paar voorbeelden te bedenken waarin de overheid medeschuldig is aan de waanzinnige machtsposities waarin sommige bedrijven en financiële instellingen zich hebben weten te nestelen.

D

e vrije markt is dus niet de oorzaak maar juist de oplossing voor kwaadaardige monopolies en grote bedrijven die winst maken over de rug van burgers volgens Paul. De overheid is het probleem. Zij verstoort de vrije markt door kunstmatige monopolies en falende bedrijven in stand te brengen en te houden. In een ware vrije markt worden deze bedrijven nooit zomaar zo groot en bovendien gaan zij simpelweg failliet wanneer zij slechte zaken doen. In een ware vrije markt is er volop concurrentie en dan moet je wel een bijzonder goed product verkopen voor een bijzonder lage prijs als je een monopolie wil verkrijgen. Je zou er voor moeten zorgen dat iedereen jouw product prefereert boven soortgelijke producten. Al zouden er wel monopolies ontstaan in een ware vrije markt, dan is dat eer-

der een goed dan een slecht gegeven, want wanneer bedrijven groter worden in een ware vrije markt dan is dat omdat ze iets goeds doen voor consumenten. Wanneer een bedrijf zo succesvol is dat alle consumenten daar en nergens anders een bepaald product willen kopen dan is dat enkel een teken dat het bedrijf goede zaken doet en hiervoor terecht wordt beloond.

-Het is de overheid die macht geeft aan grote bedrijven. --

E

en kleinere overheid en een vrije markt betekent volgens Paul dus niet perse meer macht voor grote bedrijven. In eerste instantie betekent het juist dat de machtsposities van veel bedrijven, die nu worden beschermd door de overheid, worden beperkt door het concurrentiemechanisme. Daarnaast kan het wel zo zijn dat een bedrijf een volledige monopolie verkrijgt in een bepaalde markt. Maar dat zou alleen kunnen als alle consumenten dat specifieke product van dat bedrijf prefereren boven alle soortgelijke producten. Het bedrijf moet het beste product van de beste kwaliteit voor de laagste prijs verkopen. Bovendien moet het bedrijf de prijzen zo laag houden dat het niet aantrekkelijk wordt voor andere bedrijven om in de markt te springen met lagere prijzen. Vanuit dit opzicht bezien kan ik Paul zijn standpunt over een kleine

overheid en een ware vrije markt begrijpen. Het komt eigenlijk neer op de simpele gedachte dat het marktmechanisme in een ware vrije markt de weg blokkeert voor bedrijven om consumenten slechte producten te verkopen voor te hoge prijzen.

E

en kleine overheid en een vrije markt leidt dus niet tot bedrijven die enorme winsten maken over de rug van burgers. Althans, niet volgens Paul zijn visie. Die vraag is beantwoord. Maar om er volledig overtuigd van te zijn dat Ron Paul de langverwachte Messias is die zijn grassroot supporters beweren dat hij is, daarvoor moet ik eerst nog een flink aantal andere vragen beantwoorden. Helaas is dit stuk te kort om jullie in die reis mee te nemen. Wel wil ik jullie verklappen dat, ondanks dat de antwoorden op de vragen die ik stel over Ron Paul zijn standpunten niet altijd even bevredigend zijn, ik toch op Ron Paul zou stemmen als ik een Amerikaan was. Of ik het nou met hem eens ben of niet, hij is de enige kandidaat binnen de twee grote partijen die zijn mond open durft te trekken en daarmee taboes doorbreekt. Dat is naar mijn mening precies wat er nodig is in Amerika, de waarheid boven water halen. En dan doet hij dat ook nog eens onder het motto: reLOVEution.

November 2012 | 15


Dialoog & Verbinding De wereld ontdekken in Amsterdam West

R

aketten, ontploffingen en beelden van verwarde, boze en diepverdrietige en ontredderde mensen beheersen het nieuws eind november 2012. Het geweld en de politieke spanningen tussen Israel en de Palestijnen lopen opnieuw op. Het is dagelijks nieuws in de dagen voorafgaand aan de Interreligieuze Dialoogmiddag van de minor Levensbeschouwing & Maatschappij. Een dialoog die in Amsterdam West zal plaatsvinden tussen Joodse, Moslim en Christen-scholieren.

Door : Mieke Bernaerts, Janneke Nieuwesteeg en Broer van der Hoek. Docenten Maatschappijleer en van de minor Levensbeschouwing en Maatschappij

D

it is het stadsdeel waar rabbijn Lody van de Kamp ruim twee jaar geleden rondwandelde en alle voorpagina’s haalde omdat een aantal jongeren hem bejegenden met de Hitlergroet. Maar het was ook dit incident dat de aanleiding was voor het Dialoogproject in de minor Levensbeschouwing en Maatschappij. Een gevoelig thema dus en het heeft een uniek project opgeleverd. Na veel voorbereiding en organisatie staat twee jaar later de dialoogdag op het jaarprogramma van drie middelbare scholen.

M

aar nu het zover lijkt de actualiteit ons te achterhalen. Ouders, schooldirecties en leraren mailen bezorgd. Kunnen we de veiligheid van de leerlingen garanderen? Moeten we aandacht besteden aan de internationale politieke spanningen, of juist niet? In de dagen voorafgaand aan de dialoog is er voortdurend intensief contact met de deelnemende scholen. Zullen de internationale problemen de dialoog beïnvloeden, vragen we ons af? Het bericht komt dat een leerling wordt thuisgehouden door ouders, zal dit een kettingreactie veroorzaken? De spanning loopt op. Maar onze studenten zijn vastbesloten en de verontruste geluiden van

16 | Definitiemacht

de ouderen schrikken hen niet af. Zij hebben een ijzersterk dialoogprogramma ontwikkeld en zij geloven er in.

D

an wordt het donderdag 22 november en rond kwart voor één druppelen de eerste leerlingen binnen in de ruime, open zaal in Regiocentrum De Boom in Amsterdam West. In korte tijd raakt de zaal gevuld met zo’n 110 druk kletsende VMBO leerlingen van het Marcanti College, de Joodse scholengemeenschap Maimonides en de Reformatorische scholengemeenschap Jacobus Fruytier. De HvA-studenten van de (maatschappijleer) minor Levensbeschouwing & Maatschappij staan er klaar voor.

D

e voorbereiding was intensief en alle leerlingen hebben op hun school een voorbereidende les gehad. Zoveel scholieren met een verschillende religieuze achtergrond met elkaar in dialoog brengen rondom het thema levensbeschouwing en beeldvorming daar gaat wel wat organisatie aan vooraf. De competentie “omgaan met het team en de omgeving van de scholen” was nog nooit van zo dichtbij ervaren!

E

en dialoog rondom het thema levensbeschouwing en beeldvorming, dat klinkt nogal zwaarwichtig. Maar de studenten zijn er in geslaagd als ware professionals om deze ‘zaken die er toe doen in het leven’ interessant én bespreekbaar te maken voor deze leeftijdsgroep. Het programma was gericht op datgene wat de jongeren gemeenschappelijk hadden, met elkaar deelden en de workshops getuigden van een grote creativiteit wat betreft de werkvormen. En het werkte, de scholieren raakten met elkaar in gesprek en de sfeer bleef van het begin tot het eind ontspannen.


S

tonden bij de start de scholieren nog braaf met de eigen klas tegen elkaar aan geschurkt, dat veranderde snel toen de bijeenkomst werd geopend met een spel dat de tongen los maakte. Iedereen stond in een grote cirkel om een op de vloer getekend vierkant heen. De studenten lazen een stelling op en als deze van toepassing was dan mochten de leerlingen in het vierkant gaan staan. Bij de eerste stelling ‘Ik bespeel een muziekinstrument’ liepen er al behoorlijk wat mensen naar het vierkant toe. Bij volgende stellingen zoals ‘ik ben wel eens bang of boos’, ‘ik ben een familiemens’ en ook, jawel, ‘ik lieg wel eens’ was het vierkant niet groot genoeg om alle leerlingen te herbergen! Het werd de leerlingen letterlijk al doende duidelijk dat zij heel veel gemeen hadden en toen startten de workshops.

M

et workshops als Party&co, de quiz, een gemeenschappelijk spandoek maken, levensspreuken verzamelen, de ‘succesdeur’ en de ‘bewijsstukken’ ontstond er een openheid en een diepte in de gesprekken die de begeleidende studenten diep raakten. “Je voelde soms bijna te veel” verzuchtte een ontroerde studente.

V

oor ‘de bewijsstukken’-workshop hadden de leerlingen allemaal een voorwerp meegenomen dat een belangrijk aspect van hun leven symboliseert. Zo had een leerling bijvoorbeeld een Turkse vlag meegenomen, symbool voor het land waar de meeste van zijn familieleden oorspronkelijk vandaan komen en waar hij graag op vakantie gaat. Veel van de christelijke leerlingen hadden een bijbel meegenomen aangezien zij de bijbel als leidraad zien in hun leven. Een andere jongen had zijn FC Barcelona keppeltje meegenomen, symbool voor de twee belangrijkste dingen in zijn leven: joods zijn en voetbal!

N

a de drie workshoprondes was het alweer tijd om de Dialoogdag af te sluiten. De leerlingen schreven allemaal een kaartje waarop stond wat zij van de dag vonden. Zij vonden het vooral leuk was om in contact te komen met iemand van een andere religieuze groepering en gesprekken te voeren die je anders niet zo snel voert. En aan de orde kwamen, soms beladen, onderwerpen op een wijze waar volwassenen nog wat van kunnen leren!

Het Interreligieus Dialoogproject is uitgevoerd in opdracht van Stadsdeel West Amsterdam en met medewerking van de Academie van de Stad. Voor een uitgebreider verslag zie de website van de Academie van de Stad: http://www.academievandestad.nl/interreligieuze-dialoogdag.html en over de voorbereiding: http://www.academievandestad.nl/voorbereidende-bijeenkomst-interreligieuze-dialoog.html November 2012 | 17


18 | Definitiemacht


Landelijk Expertisecentrum Maatschappijleer Het Handboek Vakdidactiek Maatschappijleer is een standaardwerk, het is te vinden op elk bureau van de docenten Maatschappijleer op de HvA. En inmiddels wordt het boek gebruikt op elke opleiding Maatschappijleer. Dit boek is de eerste grote publicatie van het Landelijk Expertisecentrum Maatschappijleer (LEM). Het expertisecentrum Maatschappijleer LEM heeft als doel de verbetering van het onderwijs in het schoolvak maatschappijleer door kwaliteitsverbetering van de lerarenopleiding en de samenwerking tussen lerarenopleiders te stimuleren. Het LEM werkt aan deze doelstelling door het ontwikkelen, bijeenbrengen, delen en toepassen van vakdidactische kennis: 1. Ontwikkeling van vakdidactische expertise doorontwikkel- en onderzoeksprojecten, netwerken van onderzoekers en een prijsvraag voor beste lesontwerpen en onderzoek door lio’s. 2. Verspreiding vakdidactische kennis via vakdidactische publicaties, online vakdidactische kennisbanken, websites, tweejaarlijks symposium, masterclasses, nascholing. 3. Advisering en opdrachten voor derden Het LEM is gevestigd in Amsterdam op de HvA en de projectleider is Mieke Bernaerts. Het LEM werkt nauw samen met het HvA lectoraat Didactiek van de maatschappijvakken, de lector is Arie Wilschut. Studenten van de HvA zitten dus heel ‘dicht bij het vuur’. Onze docenten zijn altijd aanspreekbaar en je kunt ze porren voor goede ideeën en initiatieven. Zo hopen we het vuurtje voor Maatschappijleer ook bij jullie aan te wakkeren. De jongste publicatie van het LEM is “Maatschappijleer hoofdzaak. Een sociaal-wetenschappelijk denkkader voor politieke oordeelsvorming” (gratis te downloaden). Ook kun je op onze website een aantal lessen maatschappijleer bekijken, de ‘’best practises”. Inspirerend en stimulerend om je visie op jouw vak Maatschappijleer verder te ontwikkelen.

Is leren een wedstrijd? D

e beste lessenserie, het beste praktijkonderzoek, het beste sectorwerkstuk, het beste profielwerkstuk, de MBO-uitblinker, de HvA-docent van het jaar. Zijn we alleen nog maar te motiveren voor leren en studeren als we kunnen winnen?

V

orig jaar werd op de Euromast door Job Cohen de prijs uitgereikt voor het beste maatschappijleer profielwerkstuk en voor het beste sectorwerkstuk van het VMBO. De prijsvraag is een initiatief van het Landelijk Expertisecentrum Maatschappijleer (LEM).

O

mdat ik in de jury van de VMBO-werkstukken zat namens de HvA mocht ik deze prijsuitreiking bijwonen. Twee 15-jarige meiden, leerlingen van een klein VMBO-schooltje uit de Betuwe hadden het winnende werkstuk over kinderarbeid geschreven. Kwaliteit, taalgebruik en opbouw was indrukwekkend, en liet echt een positief beeld over onze VMBO-ers zien. En de prijswinnaars zelf? Trots op hun werk en een flinke ‘boost’ voor hun zelfvertrouwen.

N

a deze avond zat ik voldaan in de trein naar huis. Motiverend voor die leerlingen, zo’n prijsuitreiking en het zet ons vak toch maar weer eens in het zonnetje en eindelijk mocht het VMBO ook volwaardig deelnemen. We tellen mee, een mijlpaal …

T

och - zoals het een goed leraar Maatschappijleer betaamt - denk je bijna als vanzelf ook na over een ander perspectief. De vraag bekroop me, werkt dit wel echt motiverend voor de leerlingen?

I Neem een eens kijkje en ga surfen op : www.expertisecentrum-maatschappijleer.nl

n de tijd dat ik op het ROC op de afdeling Horeca werkte, waren de vakwedstrijden het jaarlijkse hoogtepunt. De drive om het beste 4-gangen-diner te kunnen koken,

Door: Janneke Nieuwesteeg HvA vakdidacticus Maatschappijleer

maakte mijn niveau 2 – leerlingen fanatieker dan ik ze ooit in mijn lessen maatschappijleer had gezien.

E

en hoge betrokkenheid, een positieve houding ten opzichte van de leerstof, een authentieke situatie en goed voor het zelfvertrouwen, allemaal aspecten die de motivatie van leerlingen verhogen.

M

aar als onderwijs zich richt op winnaars, verliezen we dan niet ook een deel van onze leerlingen uit het oog? Diegenen die ploeteren voor een zes, met de hakken over de sloot, met leesproblemen, leerproblemen of thuisproblemen. Zijn dat dan allemaal losers?

V

oor ons, als tweedegraads docenten, is het juist een taak om ook deze leerling een stapje verder te krijgen. Winnen hoeft niet altijd het doel te zijn, maar een beetje vooruitgang is voor sommige leerlingen al een grote overwinning. Een wedstrijd is dan ook maar één middel om leerlingen te motiveren, maar dat er meerdere manieren mogelijk zijn om te winnen of te slagen moge duidelijk zijn.

E

n jullie? Is de huidige generatie studenten te motiveren voor het maken van excellente, briljante producten? Of is het halen van je studiepunten doel op zich? Ook dit studiejaar doet de lerarenopleiding Maatschappijleer mee aan een landelijke prijsvraag van het expertisecentrum Maatschappijleer. De HvA mag twee producten indienen, de beste lessenserie en het beste praktijkonderzoek van 2012-2013.

I

k hoop dat ook jullie je laten uitdagen om te winnen… Niet alleen om de beste te zijn, maar juist omdat jullie leerlingen een briljante les verdienen.

November 2012 | 19


GEEN ENKELE STAGE IS HETZELFDE, MAAR EEN STAGE OP DE KAPPERSSCHOOL IS WEL HÉÉL ANDERS! Door: Pim van Rossum Een verslag over een LIO-stage Burgerschapsvorming op het ROC van Amsterdam, locatie Zuid, afdeling Kappers en Schoonheidsspecialisten.

STUDENTENZAKEN

I

20 | Definitiemacht

k geef les aan ongeveer negentig beeldige dames en twee nette heren. Veelal met twee goed ontwikkelde talenten; knippen en kleppen. De schooldag begint met het frunniken aan elkaars haar. Nog even het haar opsteken, krul erin of eruit en snel nog even wat make-up erbij. Ook moet Goede Tijden, Slechte Tijden besproken worden, want gisteren heeft één of andere moslima haar hoofddoek afgetrokken in de serie. Dit schijnt echt een ongekend hoogtepunt te zijn van dit seizoen, dus ik ben zeer verdrietig dat ik dit gemist heb ;).

VMBO. ‘Wat nou als zij ‘per ongeluk’ standje één op de tondeuse zet, in plaats van het gebruikelijke standje drie?’ , ‘Heb ik deze leerling niet te streng aangesproken, toen zij laatst drie minuten te laat in mijn les was?’ en ‘Waarom kan ik niet gewoon een keer ‘nee’ zeggen?’ zijn enkele vragen die door mijn hoofd schieten.

A

D

R

Na een half uur behandeling ben ik veranderd in een kruising van Leonardo DiCaprio en Brad Pitt. Nou ja, mijn kapsel dan.. Ik uit mijn tevredenheid en ik schuif wat geld in haar handen. ‘Nou Pim, nu moet je over zes weken weer’. In mijn enthousiasme zeg ik direct ‘Dat is goed’ en glimlachend staat een groepje meiden te kijken hoe deze aankomend kapster de afspraak direct in haar agenda vastlegt..

ls klap op de vuurpijl wordt ook het kapsel van ondergetekende besproken, de nachtmerrie voor elke docent.. Die bescheiden hanenkam die ik dagelijks voor de spiegel in elkaar steek kan, maar de zijkanten moeten nog iets bijgeknipt worden. Smeekbedes volgen van verscheidende dames die mij (lees; mijn kapsel) onderhanden willen nemen. Helaas is het weigeren van het knippen van ‘docentenhaar’ voor veel studenten het startsein om wekenlang op- en aanmerkingen te hebben over elke futiliteit die zij maar kunnen bedenken (is mij van tevoren verteld, maar ik zoek het gevaar niet op), dus ik aanvaard het lot en kies, in mijn ogen, de meest bekwame dame uit die mij de volgende week mag knippen. edelijk ontspannen stap ik een kleine week later in de kappersstoel. Zes dames staan om mij heen in het praktijklokaal en zij hebben onderling nog een discussie over hoe mijn kapsel aangepakt moet worden.. Ik besef ineens dat ik nu mijn lot (lees: haar) in handen leg van mijn studenten, iets wat ik tot nu doe nooit had gedaan op mijn vorige stages op het

-Na een half uur behandeling ben ik veranderd in een kruising van Leonardo DiCaprio en Brad Pitt. --

e schaar gaat inmiddels in mijn haar en er is geen weg meer terug. ‘Ik ben woensdag trouwens een kwartiertje later in uw les, want ik moet mijn zusje deze week naar school brengen. Dat vindt u toch niet erg?’ Vanwege mijn angst beantwoord ik de vraag maar vliegensvlug met ‘Nee hoor, dat moet ook gebeuren’ in de hoop dat mijn kapsel nu gespaard gaat blijven.

En dan besef ik mij dat de leus bij de ingang van mijn stageschool waar is; ROC van Amsterdam, een school voor talent!


WAT TE DOEN ZONDER POEN? Iedereen kent het wel. Je wilt iets doen, maar je hebt geen poen. De DM heeft de oplossing voor jouw zorgen! Want er is van alles te doen, voor studenten zonder poen. Neem wel je collegekaart mee en je kunt je vermaken. Jeej! HERSENEN NOODZAKELIJK

HERSENEN UITGESCHAKELD

Wanneer: Maandag 10-12 19.30 uur Wat: Privacy in Cyberspace Waar: Felix Meritis, keizersgracht 324, Amsterdam Kosten: 5,- voor studenten, 7,50 voor de rest Website: www.felix.meritis.nl

Wanneer: Elke dindsdagavond, 20.00 tot 3.00 uur Wat: Karaoke Plus Dragqueens. Waar: Lellebel, Utrechtsestraat, Amsterdam Kosten: Geen. Als je iemand zo gek krijgt je bier te betalen. Website: www.lellebel.nl

Wanneer: Vrijdag 14-12 20.20 uur Wat: Politieke Junkies Waar: De Balie,, Amsterdam Kosten: 5,Website: www.debalie.nll

Wanneer: Elke zaterdag, vanaf 20.00 uur Wat: Karaoke Zonder Drags, mĂŠt gewone foute mensen. Waar: Casablanca, Zeedijk, Amsterdam Kosten: Geen. Als je iemand zo gek krijgt je bier te betalen. Website: www.casablanca.nl

Wanneer: Maandag 17-12 20.00 uur Wat: Tegendenkers: De slimste aan de macht. Waar: Aula, Academiegebouw, Utrecht Kosten: geen Website: www.sg.uu.nl

Wanneer: Elke donderdagavond, vanaf 23.30 Wat: Dansen bij Noodlanding. Waar: Paradiso Kosten: 5,- voorverkoop Website: www.paradiso.nl

Wanneer: Dinsdag 18-12 20.00 uur Wat: Felix en Sofie: Kapitalisme maakt alles kapot. Waar: Felix Meritis, keizersgracht 324, Amsterdam Kosten: 3,Website: www.felix.meritis.nl Andere tips: Museumjaarkaart Voor 50 euro het hele jaar gratis naar bijna alle musea in Nederland. www.museumjaarkaart.nl

En ook: Subbacultcha Optredens, exposities of gewoon dansen voor gratis of heel weinig geld. www.subbacultcha.nl.

November 2012 | 21


d n rla

de Klaagmuur Laat je gezeik, gezanik en gezeur of andere hersenscheten publiceren! Stuur ze nu naar definitiemacht@gmail.com.

e d e N

= ! t a a t s l e f f u Sn

Waa r chipk om nu o ok a aart l een om t ove pri nten? ij b ij ... r e i atie d ar istr a m min d tij erad l A cijf de

Ik b

en zo

moe!

r o o v t k r e w SIS ! r e d n o d n e e g

Nog maar 1534 pagina’s te gaan...

AB Vi Klagens tiseeodnprofs no s ku essiogneel! t! Je zit weer te sarren hè? Pfft het boeit mij verder ook weinig...


Definitiemacht december 2012