__MAIN_TEXT__

Page 1

Calypso “Calypso” is een naam voor een flink aantal verschillende zaken, zoals een dans, een bepaalde muziek, een maan, een kermisattractie, een schip (van Jacques-Yves Coustau), een plant of een plaatsnaam. De betekenis van de naam Calypso is “maan”. In dit verhaal gaat het natuurlijk over een schip, met name een plezierboot of jacht. Het origineel is van staal en heeft een afmeting van circa 12,8 bij 3,8 meter. Op zich is dit allemaal niet zo heel erg interessant, tot je als modelbouwer de vraag krijgt: “Wil jij een bootje op schaal voor me bouwen?” Dan wordt datzelfde apparaat ineens verschrikkelijk reëel en ga je er heel anders naar kijken en wat er dan volgt is een regelrecht drama, wat ik jullie uiteraard beslist niet wil onthouden, al was het alleen maar als waarschuwing van een oude rot aan modelbouwers in wording. Pas op! Hier komt het verhaal. Eind 2009 wordt ik benaderd door een jongeman, die we gemakshalve maar Bennie zullen noemen (dat is makkelijk, omdat hij zo heet), met de reeds boven gestelde vraag. Omdat ik hem al een poosje ken, zijn vader al jaren en zijn opa al eeuwen, zal het antwoord niet moeilijk te raden zijn. Het gel . . . begint echter al direct, omdat blijkt dat er geen tekening van de boot is (de Keser Hollandia 1200) en mailen met de bouwer, Keser in Berlijn alleen een hardnekkig “Nein!” oplevert. Zelfs een mail met de mededeling dat ik hem toch ga bouwen en hun vervolgens per foto het resultaat zal laten zien, waarna ze van spijt hun haren uit hun hoofd trekken, helpt niet. Na Bennie de levertijd ontfutseld te hebben: Kerst 2010, de verjaardag van Pa, de ontvanger van het fraais in wording, gaan we toch maar eens naar de boot kijken, die gelukkig redelijk in de buurt ligt, namelijk in de jachthaven van Alblasserdam, vlak naast Landvast.

1


Aan de hand van de eerste indrukken wordt op de club in het tekeningenarchief gespit en warempel, er komt iets tevoorschijn, dat er best op leek te lijken. Oei, wat was dat dom! Met een paar uurtjes aan boord, gewapend met een rolmaat en een duimstok en natuurlijk bloknoot en potlood, dacht ik het lek al snel boven water te hebben. We werden het eens over de schaal: 1 op 20! Mooi toch, lekker klein modelletje, zo’n 60 centimeter. Als ik echter eens kritisch naar dit rompje in wording kijk, blijkt dat er niets van klopt en het model van geen kant lijkt op de “echte” boot. En laten we eerlijk zijn, een van de eerste dingen die je als modelbouwer krijgt ingehamerd is toch wel dat het model “een redelijke mate van gelijkenis met het origineel dient te vertonen”, nietwaar? Daarop volgt dan voor Bennie de trieste mededeling dat ik er mee stop, omdat het nabouwen van een boot, die achter slot en grendel in het water ligt, zonder tekening een vrijwel ondoenlijke opgave is en ik bovendien verder nog het een en ander te doen had. We schrijven inmiddels zomer 2010! en Kerstmis begint al aardig te naderen.

2


Maar nu bleek dat ik met Bennie nog lang niet klaar was. Hij had een vriendje op een scheepswerf of zoiets en die zou wel een tekening maken, dus wacht nog maar even af. Bovendien bleek de schaal 1:20 toch wat kleiner uit te vallen dan hij gedacht had en zou deze opgevoerd moeten worden naar 1:15. Nu moet ik zeggen dat er rap gehandeld werd, want binnen een paar weken was de nieuwe tekening er, waar volgens zeggen vele dagen vooral meetwerk in zaten. De tekening stond op de achterkant van een groot stuk verpakkingsmateriaal, maar dat is niet van belang. Bij Muzada had ik een paar afdrukken laten maken en wilde opnieuw aan de slag. Helaas, of liever gelukkig, viel al heel snel op dat op de tekening het achterschip taps toeliep, terwijl ik zeker dacht te weten dat het in werkelijkheid parallel liep. Omdat de foto’s het niet duidelijk lieten zien, met de verrekijker naar Alblasserdam en jawel, parallel! Dus eerst de tekening hierop aangepast en toen de romp nog eens kritisch bekeken. In grote lijnen leek het te kloppen, tot ik aan het spantenplan toe was.

3


Voor de goede orde moet nu vermeld worden dat de boot niet nieuw gekocht is bij Keser, maar dat deze gekocht is toen ze de naam “Brigitte” droeg. Na aankoop is de boot grondig onder handen genomen en is het er het een en ander gewijzigd en/of aangepast. Tijdens deze verbouwing zijn een groot aantal foto’s genomen en deze zijn gebundeld in een inmiddels welbekende presentatie: het HEMA-fotoboek. Omdat het album ook foto’s bevat van de boot “uit het water”, was dat voor mij zeer interessant, dus heeft Bennie het boek “tijdelijk” uit huis ontvreemd om voor mij als waardevol naslagwerk te fungeren. Omdat er gelukkig ook foto’s waren van de boot “in de broek”,toen de boot uit het water werd gehesen, kon ik daaruit niet alleen opmaken dat er een boegschroef aanwezig was, maar ook de vorm van de romp kwam een beetje in beeld. Daarbij bleek dat het spantenplan voor geen meter klopte, maar dat kon de tekenaar van Bennie weer niet weten, omdat de boot nu eenmaal te water in de jachthaven lag. Kunnen jullie het nog volgen? Voor mij was dit echter opnieuw aanleiding om het voor gezien te houden, omdat er zoveel onzekerheid en twijfel over de juiste afmetingen was, dat het altijd ten koste van het resultaat zou gaan. Maar opnieuw heb ik me door Bennie laten overhalen, waarbij voor mezelf het feit meespeelde dat ik iets waar ik aan begonnen was op zou moeten geven, om dat het te moeilijk zou zijn. Dat nooit!!! Dus aan mij de schone taak om aan de hand van de foto’s uit het fotoboek de lijnen van het onderwaterschip vast te leggen in een spantenplan. Uiteindelijk was er dan een spantenplan met vraagtekens, maar het leek er redelijk op. Daar begon dus opnieuw de bouw van de Calypso, nu schaal 1:15. Toen de romp uit de spanten tevoorschijn kwam was er in elk geval enige gelijkenis met de “echte” en durfde ik verder te gaan. Niet dat alles toen van een leien dakje ging hoor. Echt niet, helaas.(Diepe zucht!) Zoals in het begin werd aangegeven is het een stalen boot, waarbij de stalen relingpaaltjes op de (lage) verschansing zijn vast gelast.

4


Bij het model is deze verschansing van 1,5 mm dik multiplex, waar de messing relingpaaltjes van 2,5 mm rond (liefst een beetje stevig) op bevestigd moeten worden. Ik zag maar één oplossing, namelijk om het hele model een 3 cm brede messing strip zo tegen de spanten schroeven dat ze nog 15 mm erboven uitsteekt en zo de verschansing vormt. Daarop kunnen dan de messing paaltjes worden gesoldeerd.

Omdat op alle (scherpe) hoeken van de stalen boot stalen pijpen zijn gelast, om deze hoeken af te ronden, is ook het model rondom voorzien van een groot aantal lengtes stafmateriaal van 2 mm rond, om deze afronding na te bootsen. Daarbij is zowel rond messing als hout gebruikt. Tijdens het uitmeten van de relingpaaltjes blijkt dan dat het op de tekening vermelde aantal paaltjes niet klopt met de werkelijkheid. Opnieuw wantrouwend geworden ga je dan nog kritischer kijken en ja hoor er komen nog een aantal onjuistheden tevoorschijn. Jullie kunnen je het misschien niet voorstellen, maar het bouwen van een model zónder tekening is dan altijd nog beter dan het bouwen volgens een tekening die niet klopt. Nu lijkt het alsof ik “Vriend de Tekenaar” niet dankbaar zou zijn, maar er staan natuurlijk een heleboel waardevolle 5


gegevens op de tekening en het is een hels werk geweest om “even” de nodige afmetingen vast te leggen. Alleen die missers die je pas ziet als je al een heleboel werk gedaan hebt !!! Maar goed, jullie kennen gelukkig allemaal het gevoel dat als het model vorm begint te krijgen, je er niet mee kunt stoppen. Bij mij werkt dat ook zo. Voortdurend spookt door je hoofd wat de volgende stap moet zijn en hoe je het aan zal pakken. Als de romp en de opbouw er eenmaal zijn is het een kwestie van opvullen. Het kleur van het hele schip is tot de waterlijn gewoon: wit. Simpel dus, voor de liefhebbers en kenners, gewoon RAL 9010. Het onderwaterschip is blauw en de enige “versiering” bestaat uit een “brede” donkerblauwe band of bies om het hele schip met daaronder een “smalle” lichtblauwe bies. Bijna alle andere onderdelen zijn verchroomd. Dat levert natuurlijk een probleem apart op, want al deze onderdelen verchromen is niet zo eenvoudig. Een goed alternatief heb ik gevonden in zinkplaat. Dit laat zich eenvoudig bewerken, is zeer buig-zaam, heel goed te solderen en later zijn de onderdelen te polijsten zodat ze een “chroomglans” krijgen. Na het triplex werk, inclusief het “inleggen” van achterdek, gangboord en voordek met blank hout (in dit geval géén teak!) de raamopeningen in de romp en de kajuit uitgezaagd en glad en strak geslepen. Nu de romp en de opbouw in grote lijnen dicht en daarmee klaar zijn, kan er verder geplamuurd worden, waarmee ondertussen na bijna elke bouwfase al is begonnen en begint er steeds meer lijn in de boot te komen. Tussen de bedrijven door worden er weer regelmatig laagjes grondverf aangebracht, geschuurd, geplamuurd, geschuurd, enz. enz. Omdat het een “statisch” model betreft dat ergens op een kast moet gaan staan pronken heb ik er meteen maar een nette plank als voetstuk onder gemaakt en als staanders twee “poten” van messing gedraaid. Ook tijdens de bouw staat de boot dan tenminste stevig op een voetstuk. Het dak van de kajuit heeft een opstaande rand. Daarin zijn de beide bakken voor de boordverlichting aangebracht, die natuurlijk op het model niet mogen ontbreken. Het ingelegde gangboard en voordek is uit één stuk multiplex gemaakt. Dit “hoefijzer” kan zo tussen kajuit en reling geschoven worden. Omdat het dek iets bol staat moet het aangespannen worden. Daartoe heb ik gebruik gemaakt van 6


de bolders. Deze zijn aan de onderzijde voorzien van vast gesoldeerde houtschroeven, die in het dek worden geschroefd en daarmee het dek vastzetten. Daarmee kan dit “ingelegde” stuk dek verwijderd worden tijdens het verven of spuiten van de romp. Om dezelfde reden is ook het verhoogde “ingelegde” achterdek demontabel gemaakt en wordt eveneens bevestigd met “schroefbolders”. De volgende klus is om in alle uitgezaagde raamopeningen daarin passende ramen te maken van genoemd zinkplaat. Daarin van plexiglas ruiten op maat gemaakt en gemonteerd, wat in dit geval vastlijmen met secondelijm inhoudt. Als kort daarna de “opdrachtgever” een blik originele verf komt brengen en de 24 (ja, echt waar: vier en twintig!) ramen ziet, merkt hij zo even tussen neus en lippen op dat hij liever getint glas heeft, liefst goud-brons, want dat vindt zijn vader zo mooi en wil dat binnenkort ook in de boot zetten.

Nou ja, dan slik je een keer en zegt dat je wel zal zien wat er mogelijk is. Die mogelijkheden liggen in een schier onuitputtelijke hoeveelheid op de modelbouw. De circa 25 vrijwel altijd aanwezige “vaste” bezoekers, de leden, hebben allemaal hun eigen specialiteiten, die je op den duur gaat kennen. Ook in dit geval (de donkere ramen) is een half woord aan Hans voldoende om, na een kort telefoontje, een week later 7


een hele rol plakplastic te ontvangen met de mededeling: Je doet je best maar! Alleen, helaas! Het op maat knippen lukte wel, maar om het kleefspul van de onderlaag te scheiden is een ramp: het spul is zó dun (dubbel 0,06 mm) dat er geen mes, zelfs geen lancet, tussen te krijgen is. Uiteindelijk maakte dat ook niet uit, want na vier lagen geplakt te hebben kon je er nog steeds gewoon doorheen kijken, dus afgekeurd! Mijn dank is er echter niet minder om, maar ik moet gewoon op zoek naar iets anders. Ondertussen zijn er nog een paar kleinigheden te doen, want ik hoef me nog lang niet te vervelen. Wat te denken van de schroef, het roer, de kopschroef, het anker, de ankerlier, de wrijfhoutjes oftewel (veel deftiger) de stoot willen, compleet met hun twee aan de reling bevestigde dubbele houders? We hebben ondertussen de jaarwisseling achter de rug én daarmee de verjaardag van papa, terwijl de boot (het cadeautje!) nog lang niet klaar is. Deze hobbel is door Bennie echter heel elegant genomen met de mededeling op de bewuste verjaardag “dat het cadeau in de maak was en dus later zou volgen”. Een verhaal apart zijn de davits achteraan de boot waarmee de volgboot “aan boord” wordt gehesen. Daar ben ik een paar dagen zoet mee geweest, maar het resultaat is dat ze er tenminste op lijken. Als ook de reling op het voorschip is gesoldeerd komt het verhoogde achterdek aan de beurt. Dit is ook ingelegd met blank hout en voorzien van relingpaaltjes. De bovenreling is echter, in tegenstelling tot de rest van de boot niet rond en van staal, maar vlak en van teak hout. Bovendien spreekt Bennie bij een van de bezoekjes de wens uit dat aan de buitenzijde van deze reling een strook blauw zeil wordt gespannen, zoals “in het echt”. Op zich geen probleem, maar dat zeil zit vast aan piepkleine oogjes onder de teakreling. In werkelijkheid zijn ze 2,5 cm groot, maar schaal 1:15 wil zeggen: 1,7 mm! Die moeten wel even aangebracht worden. Gelukkig zijn het er “maar” 30, dus even zo vele gaatjes van 1 mm boren en daarin 30 piepkleine haakjes solderen en de zaak weer gladschuren. Zo gepiept! Inmiddels zijn de bovenlichten in het slaap-gedeelte klaar, met het ventilatierooster en is een begin gemaakt met de bovenbouw. De boot heeft op het verhoogde achterdek ook een voorziening om te varen, met stuurwiel en bedieningspaneel. Het 8


dek is bereikbaar met een vaste trap vanuit de kajuit, via een opklapbaar luik en dubbele deurtjes met glas. Dat moet er allemaal natuurlijk ook op schaal ingebouwd worden. Ondertussen zijn ook de twee kisten op het achterdek gemaakt, die behalve dat ze als zitplaats dienen, ook veel touw, trossen en andere spullen herbergen. Door heel de bouw loopt steeds als een rode draad het feit dat er ook een keer een likje verf op aangebracht zal moeten gaan worden, dus wordt er regelmatig ontvet, geplamuurd en geschuurd. Vóór de eindlaag zal er dan ook nog de nodige grondverf aangebracht moeten worden en steeds maar weer schuren: grof, fijn, fijner en fijnst! Zoals eerder al genoemd is wordt de boot gewoon (vanaf de waterlijn) wit en omdat de bestemming van het model de “boss” van een automobielbedrijf is, denk je dan aan autoschade en verder aan het spuiten van één of meer verflaagjes op een uiterst

professionele wijze, waar deze jongen niet aan kan tippen. Dus is de vraag aan de onmisbare Bennie gesteld of er in dit verband misschien het een en ander te regelen valt. En ja hoor, er valt wat te regelen, zodat te zijner tijd de boot haar definitieve kleur “buitenshuis” zal krijgen. Omdat de boot “ongemeubileerd” opgeleverd wordt, het interieur daardoor ietewat kaal is en een blik door de ramen, zeker zonder het onvolprezen “donkere” plakplastic, geen fraai gezicht op zou leveren, is besloten om het geheel bovendien te voorzien van gordijnen. 9


Nou ja, vitrage in elk geval. Ook weer een ervaring om nooit te vergeten. Een klein lapje vitrage gekocht en diep over een uitvoerbare manier van montage nagedacht. Het is namelijk zo, dat als de boot gespoten wordt ik hem eerst helemaal klaar moet maken, uiteraard zonder de ramen, die er later, na het spuiten, in gezet worden. Maar dan worden wel m’n gordijntjes onder de verf gespoten en dat kan natuurlijk niet. Dus hoe kan ik de vitrage zodanig klaar maken, dat ik hem later, na het spuiten, in een dichte boot, toch netjes kan aanbrengen. De oplossing kwam in de vorm van een demontabele kajuit zonder bodem, of beter met eveneens een demontabele bodem, waardoor ik later de vitrage kon bevestigen. Maar dan moest het spul nog wel even gemaakt worden. Eerst de verschillende voorzieningen voor het aanbrengen en bevestigen van de te maken gordijnen (lees:vitrage) zoals rails en dergelijke in de boot aangebracht en vervolgens achter de naaimachine gekropen. Na toch nog wel enige uren worstelen lagen er naar mijn bescheiden mening een aantal best nette gordijntjes klaar voor een latere montage. Nee, gelukkig geen vierentwintig! Vier was genoeg om de meest nieuwsgierige blikken te kunnen weerstaan. Terug naar het bovenschip, waar de stoere stuurman moet komen te staan. Om hem te beschermen tegen de woeste baren is deze “open” stuurhut ook voorzien van schuinstaande ramen en kan met behulp van een stalen frame over het geheel een tent van zeildoek worden gespannen. Het model wordt echter zonder “tent” gemaakt en krijgt dus een open stuurdek. Wel moeten de ramen, welke de voor- en zijkant van dat dek afsluiten, worden gemaakt en aangebracht. Bovendien bevindt zich boven dit stuurdek een dubbele beugel, die trouwens op de Calypso de “radarbeugel” genoemd wordt, waarop de verlichting (o.a. het toplicht), antennes, vlaggen en een luidspreker is aangebracht. De beugel gebogen van 3 mm rond messing staf en gesoldeerd. De beugel is op het dak van de kajuit gemonteerd. Met behulp van een klein stalen veertje is de antenne “verend” op de beugel geplaatst.

10


Het maken van genoemde vijf ramen, waarmee het totale aantal op de boot oploopt tot 29!, is best lastig, omdat ze gebogen en onder een vrij scherpe hoek geplaatst zijn. Maar vergeleken met alle voorgaande ellende is het een fluitje van een cent. Ondertussen begint het einde in zicht te komen en moet er maar weer een laagje grondverf tegenaan. Tijdens het drogen worden nog wat kleine onderdelen gemaakt en wordt het pietepeuterige verfwerk gedaan. De oplossing voor het “verduisteren” van een aantal ramen wordt onverwachts door een clubmaatje aangedragen: gewoon een spuitbusje “SMOKE” kopen en er op spuiten. En inderdaad, na drie laagjes ben ik weer helemaal gelukkig. In tussentijd nog een keer met Bennie naar de jachthaven geweest, want er zijn altijd dingetjes die je nog even wil zien of meten. Uiteindelijk maakt je dan de afspraak om de boot op te halen om te spuiten. Nog even goed nadenken of alles erop zit wat gespoten kan en moet worden en op 18 maart 2011 is het dan zover. Bennie haalt ’s avonds met een vriend de boot op. Natuurlijk zie ik op het laatste moment nog allerlei oneffenheden op de romp en bovenbouw, maar je troost jezelf met de gedachte dat je die na het spuiten niet meer ziet.

11


Ondertussen liggen er nog genoeg klusjes te wachten, zoals het stuurwiel, de ruitenwissers en het bedieningspaneel Als de boot dan een paar dagen later gespoten terug gebracht wordt, is Bennie zo trots dat ze met vier “man” sterk komen (met broer, vriend en vriendin). Best gezellig allemaal. De boot ziet er ook schitterend uit: strak wit gespoten met een glanzende autolak. Natuurlijk zien zijkers (excuus!) als ik hier en daar nog een plekje, maar dat zit op een “echt” schip ook, zullen we maar zeggen.

Dan begint het leukste werk! Alle zo zorgvuldig gemaakte onderdelen kunnen nu op de kant en klare romp worden gemonteerd. Je ziet de boot onder je handen groeien naar een zo natuurgetrouw mogelijk model van de boot, zoals tie in Alblasserdam in de haven ligt te dobberen. Zo aan het eind van de rit komen dan de kleine probleempjes, zoals de naam, een luidspreker en de volgboot, die in de davits moet komen te hangen. Met het eerste probleem(pje) weet ook Hans weer raad: We hebben toch een adverteerder in Hardinxveld, je weet wel, Zreclame. Nou, eigenaar Rob de Zeeuw (vandaar dat Zreclame), is zaterdag op de club. En, ja hoor, zaterdagmiddag is het probleem in vijf minuten opgelost. Ik had een foto van 12


de naam “Calypso” van de boot gemaakt en Rob kijkt er naar, zegt: Oh, dat is lettertype zus en zo, kleur gewoon heel donker blauw, die en die afmeting? OK, ik stuur je ze maandag per post op! En “wat dacht je wat”? Maandagmiddag met de post een “haffeltje” naametiketten in de brievenbus “om te zoenen”. Rob, geweldig, nogmaals dank! Een luidspreker? Wederom Hans, die zegt dat hij er ergens nog een heeft liggen. Als hij echter ’s avonds de CD met het concept van Brulboei 2011-2 komt brengen, is er helaas géén luidspreker. Kan hem niet vinden! Maar dinsdagavond op de club zegt hij: Ger, ik heb wat voor je. En ja hoor: een luidspreker. Het zat hem niet lekker. Jullie kennen dat wel: Ik weet zeker dat ik ergens zo’n (rot)ding heb liggen, maar waáááár??? Dus toch gevonden. Tenslotte is daar de volgboot. Op zich geen probleem, een bootje met buitenboordmotor. Het wordt alleen wat ingewikkelder, als het ding de afmeting 21 bij 8,5 centimeter moet hebben. Hier weet echter vriend Maarten een oplossing voor. Hij heeft “ergens” nog een bootje liggen dat met een beetje goede wil (en voor mij een hele hoop geluk, maar vooral tijd en werk) voor het door mij zo begeerde vaartuigje kan dienen.

Het is wat aan de forse kant, maar ook deze hindernis is te nemen. Even met de lintzaag erlangs voor de juiste maat, randje erop lijmen, kwastje verf ertegen en klaar is kees. De afwerking met een paar biesjes maakt het af. 13


Dan nog even een buitenboordmotor in dezelfde kleur maken en het lijkt weer net echt. De volgende klus is het aanbrengen van het zeildoek langs de reling van het verhoogde achterdek. Maar daar is logischerwijs zeildoek voor nodig. Je zoekt het niet te ver weg en ziet in de Gouden Gids de naam Velanova aan de Ketelweg in Papendrecht, stapt daar binnen en vraagt om een stuk blauw zeildoek. Hoe groot? Wel, uh, twee stukken van 8 bij 27. Meter? Uh, nee, centimeter! De man blijft zeer vriendelijk en als hij de bestemming hoort helpt hij zelfs met goede adviezen en krijg ik nog een rol plakband kado. Wat een service! Ook hier: hartelijk dank! Zo kan het dubbel gelijmde strookje zeil netjes rond de reling worden gebonden. Het staat perfect. Als uiteindelijk alle onderdelen op hun bestemde plaats zitten en de stootwillen zijn vastgebonden met het na veel speurwerk in een speelgoedzaak als scheidsrechterfluitjeskoord gevonden blauwe draad, kan de geus voorop worden gehesen en de Nederlandse driekleur op het achterschip. Als allerlaatste handeling wordt dan tenslotte de naam “Calypso” aan beide zijden van de steven aangebracht en op de koperen plaatjes op de voet. De boot is nu echt af! Natuurlijk steekt dan het twijfelduiveltje de kop op en laat je de boot twee dagen gewoon staan om te kijken of écht álles er op zit. Pas dan bel je Bennie met de vraag om ook te komen kijken of er nog iets ontbreekt. Ondertussen wordt serie VII van het fotoarchief geschoten om vooral alles goed vast te leggen. ’s Avonds komt Bennie met moeder Yvonne en broer Rob om het fraais te inspecteren. Gelukkig kan ik zeggen dat alles meer dan naar volle tevredenheid was en de familie wist toen al zeker dat vader Ben met dit verlate verjaardagskado heel erg blij zou zijn. Men besloot spontaan om de boot maar gelijk mee te nemen, omdat ook zij er geen mankementen aan konden ontdekken. Pa Ben, die in Duitsland zat en pas laat op de avond werd terugverwacht, wachtte dan bij zijn thuiskomst een leuke verrassing.

14


Afgesproken dat ik ( natuurlijk nieuwsgierig en zeer benieuwd) de volgende ochtend in de zaak op de koffie zou komen. Als extra verjaardagskadootje had ik een grote foto van de boot ingelijst en netjes ingepakt. Nou, ik heb me geen seconde zorgen gemaakt over de reactie van Ben en dat bleek ook helemaal niet nodig. Hij glom helemaal. Geweldig dat zijn vrouw en beide zonen met dit kado zo feilloos precies midden in de roos hebben geschoten. Dat Ben zijn nieuwe boot uiterst grondig heeft bekeken bleek echter even later. Natuurlijk hebben we het hier over het oog van de meester en wat hadden die gezien of juister gezegd, wat hadden die niet gezien? De beide luchtventilatieinlaat- roostertjes aan weerszijden van de boot ontbraken. Kleine dingetjes van net 10 millimeter, maar ze zaten er inderdaad niet op. Het ergste was dat ik meteen wist wat hij bedoelde, want ik had ze wel gemaakt, maar thuis in een bakje laten liggen en was gewoon vergeten ze erop te zetten. In ieder geval is de boot nu ĂŠcht echt af en daarmee is ook dit verhaal ten einde.

Ger

15

Profile for Modelbouwvereniging ALBLASSERDAM

Bouwverslag van het jacht Calypso  

modelbouw, jacht, schip,

Bouwverslag van het jacht Calypso  

modelbouw, jacht, schip,

Profile for mbva
Advertisement