Issuu on Google+

Programmatie cursus M SMOOTH-X en SMOOTH-G

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

1

Nr. Handleiding: YME-SMOOTH_M_001D


INHOUD SMOOTH PROGRAMMATIECURSUS 1. ALGEMENE INFORMATIE

5

1. STURINGSLAYOUT

5

2. HOME PROCESS SCREEN

5

3. MENU- EN SIDEBALKEN

7

4. AFSLUITEN

9

5. BEDIENEN VAN DE SCHERMEN

9

2. GEMEENSCHAPPELIJKE EENHEID

11

3. PUNTBEWERKINGEN

17

1. BOREN

17

2. BOREN MET VERZINKING

18

3. ACHTERWAARTS VERZINKEN

18

4. RUIMEN

18

5. TAPPEN

18

6. KOTTEREN

20

7.ACHTERWAARTS KOTTEREN

21

8. CIRCULAIR FREZEN

22

9. TAPPEN MET EEN VERZINKING

22

10. GEBRUIK VAN HOGE-SNELHEIDSBOREN

22

4. PATRONEN PUNTBEWERKINGEN

23

1. PUNT

25

2. LIJN

27

3. VIERKANT

29

4. RASTER

32

5. CIRKEL

35

6. BOOG

37

7. KOORDE

39

5. LIJNBEWERKINGEN

41 41

1. VERSCHILLENDE SOORTEN LIJNBEWERKINGEN 1. LIJN CENTER

41

2. LIJN RECHTS

41

3. LIJN LINKS

41

4. LIJN UITWENDIG

41

5. LIJN INWENDIG

42

6. AFSCHUINING RECHTS

42

7. AFSCHUINING LINKS

42

8. AFSCHUINING UITWENDIG

42

9. AFSCHUINING INWENDIG

42

2. LIJNBEWERKINGEN : aandachtspunten

43

1. ALGEMEEN

43

2. NIEUWIGHEDEN

44 45

3. BEWERKINGSEENHEDEN : open/gesloten vorm

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

1


6. VLAKBEWERKINGEN

47 47

1. ALGEMEEN 1. VLAKKEN MET EEN VLAKFREES

47

2. VLAKKEN MET EEN VINGERFREES

47

3. FREZEN VAN EEN TRAPVORM

48

4. FREZEN VAN EEN KAMER

48

5. FREZEN VAN EEN KAMER MET EILAND

48

6. FREZEN VAN EEN KAMER MET VERZINKING

48

7. GROEFFREZEN

49 49

2. HIGH POCKET MILLING

7. VORMDEFINITIES IN LIJN –EN VLAKBEWERKINGEN 1. VORMDEFINITIES

51

2. VOORZORGEN BIJ HET DEFINIEREN VAN EEN WILLEKEURIGE VORM

52

3. INVOEREN VAN VORMSEQUENTIEGEGEVENS

54 54

A. VASTE VORM 1. Vierkant

54

2. Cirkel

56

B. WILLEKEURIGE VORM

57

1. Selectie van een willekeurige vorm

57

2. Lijn

57

3. Boog

58

4. Rotatie figuur

61

5. Figuurverschuiving

62

4. FUNCTIE VOOR AUTO BEREKENING VAN SNIJPUNTEN

64

1. X, Y coördinaten van snijpunt (?, ?)

64

2. Voorbeelden van automatische snijpuntberekening

65

8. BEREKENEN VAN ONBEKENDE PUNTEN

66

1. PRINCIPE VAN SNIJPUNTEN - RAAKPUNTEN

66

2. UITGEWERKT VOORBEELD

68

3. OEFENINGEN ONBEKENDE PUNTEN

73

9. MANUELE PROGRAMMATIE

2

51

81

1. VOORBEELD 1

83

2. VOORBEELD 2

84

3. VIERDE AS

85

4. VOORBEELD HORIZONTALE FREESBANK

86

5. VOORBEELD VERTIKALE FREESBANK

88

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


10. ANDERE BEWERKINGEN – NULPUNTEN - EINDE

90

1. M-CODES

90

2. SUBPROGRAMMA

90

3. MMS OF RENISHAW METING

91

4. PALLETWISSEL

91

5. INDEX

91

6. BEWERKINGSEINDE

92

7. WERKSTUKNULPUNTEN

92

8. COMPENSATIE

93

9. EINDE PROGRAMMA

93

10. AUTOMATISCHE BEREKENING NULPUNTEN VOOR VARIAXIS

94

11. COMPENSATIE - ROTATIE

99

12. SPIEGELEN

102

11. DATACOMMUNICATIE

106

1. GEGEVENSOPSLAG VIA KAART – HARD DISK - USB

106

2. COMMUNIACTIE OVER HET NETWERK

108

3. OPSLAAN VAN DE CAMDATA

110

12. GEREEDSCHAPSOMSCHRIJVING

113 114

1. TOOL LAYOUT

13. VTC-SERIES : PENDELEND WERKEN

120

1. OUDE TYPE : VTC20C OF VTC30C

120

2. RECENTE TYPE : VTC200/300C – VTC800/30SR

122

14. ISO PROGRAMMATIE

123

15. TEKENINGEN OEFENINGEN

125

16. OPLOSSINGEN ONBEKENDE PUNTEN

133

17. OPLOSSINGEN OEFENINGEN

142

18. SPECIFICATIES VARIAX

150

1. 5-ASSIG SIMULTAAN FREZEN IN EIA/ISO

150

1. PARAMETERS

150

2. GEBRUIK VAN G68.2 in EIA/ISO

152

1. NC-OPTIES

152

2. TILTED WORKPLANE: G6802 em G53P1/P2

152

3. WERKSTUK IN CENTER

154

4. WERKSTUK UIT CENTER

157

5. PARAMETERS

160

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

3


19. SPECIFICATIES VTC800/30SR

150

1. CONFIGURATIE VAN DE MACHINE

150

2. BEWEGING VAN DE ASSEN

151

3.VERSCHIL INDEX – WSC-SHIFT

152

1. INDEX

152

2. SCHEMATISCHE VOORSTELLING INDEXPUNT

153

3. BEREIK VAN DE B-AS

154

4. INDEX BIJ GEBRUIK VAN EEN CENTRALE SCHEIDINGSWAND

154

5. WSC-SHIFT

157

4. GEBRUIK VAN DE 3D-INSTELLING

158

5. TERUGKEER NAAR Z0-MACHINENULPUNT NA ATC

159

6. PROGRAMMAVOORBEELDEN

159

7. UITKLOKKEN VAN DE NC ROTARY AS

179

8. 5-ASSIG SIMULTAAN FREZEN IN EIA/ISO

180

1. OPTIES VOOR 5-ASSIG/3D FREZEN

180

2. PARAMETERS

180

3.VOORBEELDPROGRAMMA

182 183

9. GEBRUIK VAN G68 EN G68.2 IN EIA/ISO 1. NC-OPTIES

183

2. 3D-COORDINATE ROTATION G68

183

3. TILTED WORKING PLANE G68.2

185

4. PARAMETER

192

4. PARTITIEDEUR EN G68

194

20. VTC800/30SR : TAFEL SELECTIE (vanaf D4-software versie)

198

Deze cursus is enkel bedoeld als een handleiding tijdens de cursus. Hij vervangt niet de programmeerhandleiding en de bedieningshandleiding, die U tijdens de cursus ter beschikking worden gesteld. Zowel de programmeer- als bedieningshandleiding bevatten veel meer details i.v.m. de gebruikte cyclussen en de te gebruiken schermen. Wij wensen U veel programmeerplezier!

Application YME

4

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


1. ALGEMENE INFORMATIE. 1. STURINGSLAYOUT

2. HOME PROCESS SCREEN

In het Home Process Screen (HPS) zien we de belangrijkste hoofdmenu’s. Als je op de naam klikt van eender welk menu, komen de ondermenu’s tevoorschijn. Op het HPS is er verschillende informatie zichtbaar. Zo kun je bij verspaning zien welk toerental, voeding en ijlgang de machine momenteel aanhoudt. Denk er wel aan dat de sturing altijd in EXPERT modus moet staan!

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

5


Omstandigheden Actief proces

Resterende tijd, prestatie weergave

Selectie & Status

Controle Werkstand andere MAZAK machines

Shortcut

Shortcut

Gedetailleerd scherm

Applicaties

Wanneer de sturing toch in SMART (SMART, SMART MAZ. Of SMART EIA) modus staat, heb je maar een beperkte toegang tot de sturing. Zoals te zien in op bovenstaande figuur en ter vergelijking met de vorige figuur, ontbreekt hier de submenu ‘Navigat. Result’. Door in de rechterkant van het scherm te drukken op “onverbonden”, kun je andere Mazak Smooth machines toevoegen door middel van de IP adres van de andere machine. Zo krijg je een overzicht op de machine van de andere machines.

MTConnect MTConnect is een vrije open standaard voor communicatie met alle machinetypes over een Ethernet netwerk. Hiermee kun je informatie over voeding, toerental, alarm, werknummer, enzovoorts van verschillende machines in een oogopslag bekijken op een pc, tablet of gsm.

6

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


3. MENU- EN SIDEBALKEN 1

2

7

3

8

4

9

10

5

11

1.

Snelkoppeling naar het Home Process Screen

2.

Ijlgang

3.

Toerental

4.

Voeding

5.

Programma bescherming

6.

Tijd

7.

Ongedaan maken (Undo)

8.

Opnieuw typen (Redo)

9.

3D model en programma overzicht

10.

TPC

11.

Hulp functie

12.

TPS INSTELLING

13.

Overzicht machine positie

14.

Instellingen

15.

Rekenmachine

16.

Instellingen

12

13

14

6

15

Er is een pop-up sidebalk aan de linker kant van het scherm. Deze is te activeren door op het symbool te klikken of door links in het scherm te tikken. Er is een pop-up sidebalk aan de rechter kant van het scherm. Deze is te activeren door op het symbool te klikken of door rechts in het scherm te tikken.

Copyright Š Application YME

versie 01_16-2-2017

7

16


3D model en programma overzicht Met de Smooth-sturing kun je op 2 manieren werken. Je kunt op de gekende manier van de Matrix werken maar Smooth kan ook een visuele weergave geven van wat je programmeert. Wanneer je het 3D model wilt gebruiken ziet het scherm er zo uit:

8

versie 01_16-2-2017

Copyright Š Application YME


4. AFSLUITEN Voor de sturing af te sluiten ga je terug naar het Home Process Screen. Links onder in de hoek zie je hetzelfde symbool als op de afbeelding. Wanneer deze geselecteerd wordt, licht deze oranje op. Vervolgens komt het bekende aan/uit symbool tevoorschijn. Wanneer je het symbool activeert, vraagt de besturing nog een bevestiging of je de sturing uit wilt schakelen.

5. BEDIENEN VAN DE SCHERMEN De verschillende schermen van de sturing kunnen opgeroepen worden door middel van een touchscreen. HOOFDMENUTOETS = de uiterst linkse toets (met het linker pijltje)op het touchscreen ONDERMENUTOETS = de uiterst rechtse toets (met het rechterpijltje) op het touchscreen Wanneer één maal op de HOOFDMENUTOETS wordt gedrukt, dan verschijnen steeds, in welk scherm we ons ook bevinden, dezelfde 8 basisschermen :

1) POSITIE : posities van de verschillende assen, actief werkstukummer, geselecteerd

gereedschap, belastingsmeter van de verschillende assen,… 2) PROGRAM : aanmaak van nieuwe Mazatrol of ISO programma’s en/of wijzigen van 3) 4) 5) 6) 7) 8)

bestaande programma’s. GEREEDS.OMSCHR. : alle instellingen en omschrijvingen van alle gereedschappen die op de machine gebruikt worden. GEREEDS. COMPENS. : compensatie per gereedschap in te stellen. WERKSTUK COMPENS. : compensatie op werkstuk (nulpunten G54 t.e.m. G59) OP. PROG BAAN CONTROLE. : baancontrole van operationeel programma. EIA MONITOR : maakt niet-modale herstart mogelijk in EIA/ISO MACRO VARIABEL : overzicht van alle variabelen

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

9


Wanneer een tweede maal op de HOOFDMENUTOETS wordt gedrukt, dan verschijnen de andere hoofdschermen die in de vorige balk niet zichtbaar waren.

1) SMART : switchen tussen de verschillende modus; Smart (maz), Smart (EIA) en Expert. 2) EXTRA WSC : extra werkstuknulpunten voor EIA/ISO toepassingen. Buiten G54 t.e.m. G59 3) SNIJCOND : registratie van werkstukmaterialen en gereedschapsmaterialen om de automatische berekening van de snijcondities te kunnen uitvoeren. 4) INSTELL. INFO : Overzicht programma setup data en 3D instellingen 5) NAVIGAT. RESULT. : geeft gedetailleerde tijden weer NA de verspaning. 6) PARAMET. : alle in de machine vastgelegde parameters, bestaande uit de gebruikers, machineparameters en PLC parameters. 7) DIAGNOSE : informatie over de softwareversie, monitoring van signalen, alarmen en alarmhistoriek. 8) DATA IN/UIT : communicatie met de machine : hard disk, USB, flash kaart,… 9) SPECIAAL MENU : via deze menubalk kunnen extra softwaretoepassingen geactiveerd worden.

VOOR EEN GEDETAILLEERDE UITLEG VAN DEZE SCHERMEN : zie de bedieningshandleiding. Ieder HOOFDSCHERM heeft nog achterliggende of onderliggende schermen die zichtbaar kunnen gemaakt worden m.b.v. de ONDERMENUTOETS , uiterst rechts van het scherm op de sturing.

Openklappen menu’s Wanneer je dit symbool ziet staan, kun je aan de bovenkant (op de

) klikken. Vervolgens

verschijnen alle menu’s die op dat moment van toepassing zijn.

10

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


2. GEMEENSCHAPPELIJKE EENHEID Dit betreft de eenheid (unit) die altijd aan het begin van het programma staat bij het programmeren. De gegevens hiervoor zijn in te stellen op het PROGRAM scherm in de aanmaakmodus. Bij het aanmaken van een nieuw programma, verschijnt enkel de regel van de gemeenschappelijke unit bovenaan het scherm. Enr. 0

MAT KOLST. ST

INIT. –Z 10

Cursorpositie

ATC MODE 1

MULTI MODE UIT

MULTI VLAG ⧫

SPOED-X ⧫

SPOED-Y ⧫

DIS. 1

Invoeren Het materiaaltype bepalen voor het werkstuk met de menutoets om automatisch de snijcondities te bepalen. De benamingen van de werkstukmaterialen in het menu zijn dezelfde als deze in de lijst van SNIJCONDITIE (W.MAT/T.MAT). Deze benamingen van werkstukmaterialen zijn ook reeds ingevoerd in het systeem en zijn door MAZAK aanbevolen.

MAT

Om een nieuwe benaming van werkstukmateriaal toe te voegen, verwijzen wij naar punt 8-1 "SNIJCONDITIE (W.MAT/T.MAT) scherm" van de desbetreffende Bedieningshandleiding. Voorbeeld:

De positie op de Z-as (Z-vlak) bepalen als een absolute waarde vanaf het werkstuknulpunt om interferentie te vermijden van de rand van het gereedschap met het werkstuk of van een klemtoestel tijdens verplaatsingen op de X- en Y-as. Zonder deze specificatie treedt een alarm op. Deze gegevens dienen eveneens voor het gebruik van het hulpcoördinatensysteem. In automatische bediening dient deze afstand (hoogte) voor het positioneren van het gereedschap.

INITIAL-Z

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

11


Cursorpositie

Invoeren De verplaatsing aangeven vanaf het beginpunt tot de ATC-positie voor automatische gereedschapswissel. Afzonderlijke verplaatsing op elke as: 0

Gelijktijdige verplaatsing op alle assen: 1

ATC MODE

Verplaatsing enkel op Z-as, vervolgens de X-as en de Y-as

Gelijktijdige verplaatsing op X, Y en Z

De gegevens van ATC MODUS zijn enkel van toepassing in het desbetreffende programma. Bijgevolg gebeurt de verplaatsing tijdens de uitvoering van het subprogramma, conform de gegevens ingevoerd in ATC-MODUS in het subprogramma. Opmerking:

Bij gelijktijdige verplaatsing (getal 1) nakijken dat het gereedschap geen interferentie geeft met het werkstuk of met opspanning van het werkstuk.

Meervoudige bewerkingsmodus voor het werkstuk aangeven.

MULTI MODE

- MULTI OFF:

gewone bewerking (één werkstuk)

- MULTI 5+2:

bewerking van meerdere werkstukken (voor bewerking met jig-referentie)

- OFFSET TYPE:

bewerking van meerdere werkstukken met willekeurige afwijking.

(1)

MULTI 5+2 -

(2)

Met de menutoets MULTI 5+2 aan te klikken, gegevens invoeren in de kolommen MULTI FLAG, PITCHX en PITCH-Y met de cijfertoetsen en bevestigen met INPUT.

OFFSET TYPE Door de correctiewaarde van X en Y voor elk werkstuk vast te leggen, is het mogelijk de werkstukken die in een willekeurige orde gerangschikt zijn uit te voeren. In tegenstelling tot de methode van MULTI 5+2 zijn hier geen beperkingen dat de werkstukken geordend moeten zijn op een gelijke afstand of in 2 rijen/5 rijen. De menutoets OFFSET TYPE aanklikken en elk coördinaat invoeren als correctie van de gemeenschappelijke unit, als een correctiewaarde in verhouding tot het geprogrammeerde werkstuknulpunt.

12

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Cursorpositie

Invoeren

Enr. 0 OFS 1 2 3

MAT S45C X X1 X2 X3

INIT. –Z 50 Y Y1 Y2 Y3

ATC MODE 0 Th Th1 Th2 Th3

MULTI MODE OFFSET TYPE Z Z1 Z2 Z3

M.VLG ⧫

S.-X ⧫

S.-Y ⧫

Een maximum van 10 correctienummers kunnen ingevoerd worden. De verhouding tussen de positie van het werkstuk en de coördinaten is als volgt: -

Wanneer th = 0

-

Bepaling van th

(MULTI MODE)

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

13


Cursorpositie

Invoeren Aangeven of het werkstuk al dan niet met MULTI 5+2 uitgevoerd dient te worden. Geen uitvoering

0

Uitvoering

1

Tot een maximum van 10 identieke werkstukken kunnen bewerkt worden met slechts één programma. De verhouding van de waarde van 10 figuren in de MULTI FLAG kolom en de werkstukposities is de volgende: Multimode

Multi Flag

5*2

Pitch-X

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

10

9

8

7

6

5

4

3

2

1

Pitch-Y

MULTI-FLAG

Voorbeeld van invoer: Positie van de werkstukken

Multiflag

1

0 1

0

1

0 1

0 1

10

8

6

4

2

0

De hoogte aangeven op de X- en Y-lijn tussen de gevonden werkstukken met MULTI 5 x 2.

PITCH-X PITCH-Y

De werkstukken zijn geordend op een gelijke afstand van de waarden PITCH-X, PITCH-Y vanaf de positie van het referentiewerkstuk. Bemerking: Negatieve gegevens kunnen niet ingevoerd worden in de artikels PITCH-X, -Y.

14

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


PROGRAMMATIEVOORBEELD

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

15


HOOFDPROGRAMMA

SUBPROGRAMMA

16

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


3. PUNTBEWERKINGEN 1. BOREN Afhankelijk van de gekozen boordiameter, zal er buiten de boor ofwel een centerboor of een afschuinfrees gegenereerd worden om de afschuining te realiseren. Let op : de geprogrammeerde diepte is niet de diepte tot aan de punt van de boor, maar het onderste gedeelte van de rechte schacht van de boor. De punt van de boor wordt automatisch gecompenseerd door de lengtecompensatie in de gereedschapsomschrijving. Deze waarde wordt automatisch ingeschreven wanneer de lengte van boor wordt opgemeten. Bij het boren wordt de boorcyclus automatisch bepaald op basis van de diameter/diepteverhouding. In de sequentieregel van de boor vindt u onder RGH de gekozen cyclus( met of zonder spaanbreking). De spaandiepte per keer vindt u onder DIEPT. Is er cyclus ‘BOOR’ ingevuld, dan heeft de spaandiepte, die hierop volgt, geen belang (geen spaanbreking). A. BOORCYCLUS

Copyright © Application YME

B. SPAANBR.CYCLUS 2

versie 01_14-2-2017

C. SPAANBR.CYCLUS 1

17


2. BOREN MET VERZINKING De verzinking wordt gemaakt met een frees. Is de diameter van de verzinking groter dan de diameter van de frees, dan gaat de frees automatisch een contourbeweging maken om uiteindelijk tot de gewenste diameter te komen. Is de freesdiameter kleiner dan de diameter van het geboorde gat, dan zakt de frees in ijlgang door het gat tot op zijn eerste freesdiepte. Is de freesdiameter groter dan de boordiameter, dan zakt de frees in voeding tot op zijn eerste freesdiepte.

3. ACHTERWAARTS VERZINKEN Het verzinken aan de onderkant gebeurt door middel van een speciaal gereedschap. De snijplaat gaat in ingetrokken toestand doorheen het geboorde gat. Dan draait de spilrichting om (M03-code). Vervolgens wordt de verzinking gemaakt, waarna het gereedschap terugkeert naar zijn startpunt onderaan. Na uitvoeren van een M04 klapt de snijplaat in en het gereedschap kan door het gat omhoog naar het R-punt of Z-initiaal.

4. RUIMEN Bij ruimen kan men kiezen hoe het ruim-gat voorbewerkt moet worden . Men kan kiezen uit een boor, frees ( circulair uitfrezen) of kotterstang. De voeding, waarmee de ruimer terugtrekt, kan aangepast worden in de sequentielijn van de ruimer onder DIEPT(e). Ofwel kiest men voor G01(voeding bepaald door waarde in parameter D18), G00 (ijlgang) of men kan ook een waarde ingeven ( voeding/min).

5. TAPPEN Met de Matrixsturing heeft men de keuze uit drie tapcycli. Standaard wordt er altijd gekozen voor een normale tapbewerking. Deze tapbewerking kan synchroon (vast tappen) of met een vlottende taphouder uitgevoerd worden. Deze selectie maakt men in de gereedschapsomschrijving. Opgelet : vast tappen is een optie om sommige types machines.

18

versie 01_14-2-2017

Copyright Š Application YME


A. TAPCYCLUS

B. SPAANBREEKCYCLUS 2

C. PLANEETCYCLUS

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

19


De keuze uit de drie tapcycli (tappen, tappen met spaanbreking en boortappen (zie figuur hieronder) of planeettappen), kan gemaakt worden in de sequentielijn van het tapgereedschap. Het frezen van een draad gebeurt in de bewerking ‘circulair frezen’.

6. Kotteren Het kotteren bevat vier keuzemogelijkheden. Kotteren van een doorlopend gat

Kotteren van een blind gat

Kotteren van een doorlopend, getrapt gat

Kotteren van een blind, getrapt gat

20

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Er zijn drie verschillende kottercycli , die naargelang de gekozen ruwheid kunnen verschillen in uitvoering.

Ruwheid 0

Ruwheid 1

Ruwheid 2-9

Verloop

Uitgestelde

op Z-as

wachttijd

JA/NEE

JA/NEE

NEE

NEE

NEE

JA

JA

JA

Cyclus 1

2

3

M3P131

Cyclus 1 wordt gebruikt voor het na bewerken (één snijder). Zorg ervoor dat de wisselplaat van de kotterstang t.o.v. meenemers steeds in dezelfde richting wijzen, wanneer de spil georiënteerd is (parameters D25, I14 bit 3 en 4).

7. Achterwaarts kotteren Deze weinig gebruikte cyclus maakt gebruik van één of meerdere speciale kotterstangen. Voor de gereedschapsontwikkeling en de bewegingen, zie de programmeerhandleiding.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

21


8. Circulair frezen Bij circulair frezen heeft U de keuze uit circulair frezen ( gat uitfrezen op een constante Z-maat) of tornadofrezen ( Helicoidaal frezen). Het tornadofrezen kan ook gebruikt worden om schroefdraad te frezen in vol materiaal met een speciaal gereedschap (zie figuur hieronder). Opgelet : Indien U schroefdraad gaat frezen, kies dan altijd ruwheid 0. Kies U voor en andere ruwheidswaarde, dan wordt de bodem na bewerkt, met als gevolg dat de draad beschadigd is. Gebruikt U tornadotappen in vol materiaal, dan mag de geprogrammeerde diameter niet groter zijn dan 2 maal de diameter van uw frees. De afschuining aan de bovenvlak kan in één bewerking gemaakt worden (verschillende spoed opgeven). Spoed 2 komt overeen met de spoed van de draad.

9. Tappen met een verzinking Dit is een combinatie van boren met verzinking en tappen.

10. Gebruik van hoge snelheidsboren Men activeert ( roze achtergrond) deze functie alvorens de puntbewerkingscyclus in te geven. Het activeren resulteert in een iets andere gereedschapskeuze.  

Indien U een grote diameter moet boren, dan wordt slechts één boor geselecteerd i.p.v. meerdere boren. Bij een tapbewerking zal bij gebruik van deze functie eerst geboord worden en dan pas de afschuining gemaakt. De centerboor boort dus niet in het volle materiaal (boor, ctr boor, tap i.p.v. ctr boor, boor, tap).

Nota : Voor een meer gedetailleerde beschrijving van de verschillende cycli, raadpleeg de programmeerhandleiding.

22

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


4. PATRONEN PUNTBEWERKINGEN Het volgende verklaart de inbrengmethode van de puntbewerkingsvormsequentie voor elk type vorm, waarvan onderstaande figuur een voorbeeld is.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

23


Z (Z-coördinaat van het werkvlak) Het Z-coördinaat van het werkvlak is de afstand op de Z-as vanaf het werkstuknulpunt tot het werkvlak. De relatie tussen het werkvlak en de Z-waarde is hieronder afgebeeld.

R (terugloopniveau) Na de bewerking zijn er twee modellen van terugloop mogelijk. Terugloop naar beginpunt, en vervolgens verplaatsing naar de positie van de eerst volgend uit te voeren boring

24

Terugloop naar punt R, en daarna verplaatsing naar de positie van de eerst volgend uit te voeren boring.

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


1. PUNT

Menuselectie Wanneer instelling voor gereedschapsequentie voltooid zijn, verschijnt het volgende menu.

De menutoets PUNT aanklikken.

Instelling van gegevens FIG

PNT

Z

X

Y

AN1

AN2

T1

T2

F

M

N

P

Q

R

1

PT

0.

50.

50.

0

0

0

 : Deze gegevens moeten hier niet ingesteld worden.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

25


Cursorpositie

Omschrijving

Z

Z-coördinaat bepalen voor werkvlak

X

X-coördinaat bepalen voor eerst uit te voeren boring

Y

Y-coördinaat bepalen voor eerst uit te voeren boring Het gereedschapverloop bepalen Gelijktijdige verplaatsing op X- en Y-as

P Verplaatsing op Y-as, daarna op X-as Verplaatsing op X-as en daarna op Y-as Bepalen of de bewerking al dan niet uitgevoerd is bij het beginpunt. Q

Feitelijke uitvoering van bewerking Enkel positionering zonder bewerking

Cursorpositie

Omschrijving De positie bepalen waarnaar het gereedschap terugloopt na de bewerking.

R

Beginpunt Punt R

26

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


2. LIJN

Menuselectie Wanneer instelling voor gereedschapsequentie voltooid zijn, verschijnt het volgende menu.

De menutoets LIJN aanklikken.

Instelling van gegevens FIG

PNT

Z

X

Y

AN1

AN2

T1

T2

F

M

N

P

Q

R

2

LYN

0.

50.

100.

60

30.

0

5

0

0

 : Deze gegevens moeten hier niet ingesteld worden.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

27


Cursorpositie

Omschrijving

Z

Z-coördinaat bepalen voor werkvlak

X

X-coördinaat bepalen voor eerst uit te voeren boring

Y

Y-coördinaat bepalen voor eerst uit te voeren boring

Cursorpositie

Omschrijving De hoek θ1 bepalen, gevormd door de lijn van de boringen en de X-as. Er zijn twee types van θ1:

Tegenwijzerzin: AN1

θ1=60° (naar links) (+) Wijzerzin: θ'1= -300° (naar rechts) (-)

De onderlinge afstand tussen boringen bepalen of de totale afstand tussen de eerste boring en de laatste boring T1

ℓ1 = afstand tussen boringen ℓ2 = totale afstand tussen eerste en laatste boring Bepalen of de gegevens ingevoerd in T1 de onderlinge of de totale afstand betreffen.

F

Onderlinge afstand Totale afstand

M

Het aantal uit te voeren boringen bepalen Bepalen of de bewerking al dan niet uitgevoerd is vanaf het beginpunt.

Feitelijke uitvoering van de bewerking O Enkel positionering zonder bewerking

De positie bepalen waarnaar het gereedschap terugloopt na de bewerking. R

Beginpunt Punt R

28

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


3. VIERKANT

Menuselectie Wanneer instelling voor gereedschapsequentie voltooid zijn, verschijnt het volgende menu.

De menutoets VIERKANT aanklikken.

Instelling van gegevens FIG

PNT

Z

X

Y

AN1

AN2

T1

T2

F

M

N

P

Q

R

3

SQR

0.

100.

50.

15.

60.

50.

40.

0

3

4

0

0

0

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

29


Cursorpositie

Omschrijving

Z

Z-coördinaat bepalen voor werkvlak

X

X-coördinaat bepalen voor eerst uit te voeren boring

Y

Y-coördinaat bepalen voor eerst uit te voeren boring De hoek θ'1 bepalen gevormd door de lijn van de eerst uit te voeren boringen en de X-as Er zijn twee types θ1: Tegenwijzerzin: θ1=15° (naar links) (+)

AN1

Wijzerzin: θ'1= -345° (naar rechts) (-)

De hoek θ'2 bepalen, gevormd door de twee lijnen van de uit te voeren boringen. Er zijn twee types van θ2 Tegenwijzerzin: θ2=60° (naar links) (+) AN2 Wijzerzin: θ'2= -300° (naar rechts) (-)

De onderlinge afstand tussen boringen bepalen of de totale lengte van de lijnen met eerst uit te voeren boringen T1

ℓ1 = afstand tussen boringen van de lijn van de eerst Te maken boringen. ℓ2 = totale lengte van de lijn van de eerst te maken boringen (ℓ1 of ℓ2 aanduiden) De onderlinge afstand tussen boringen bepalen of de totale lengte van de lijn met laatst uit te voeren boringen

T2

ℓ1 = afstand tussen boringen van de lijn van de laatst te maken boringen ℓ2 = totale lengte van de lijn van de laatst te maken boringen (De onderlinge afstand aanduiden indien aangegeven in T1 of de totale lengte indien daar aangegeven). Bepalen of de gegevens ingevoerd in T1 en T2 de onderlinge afstand of de totale lengte betreffen.

F

Onderlinge afstand Totale lengte

30

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


M

Het aantal eerst te maken boringen op de lijn bepalen

N

Het aantal laatst te maken boringen op de lijn bepalen

Cursorpositie

Omschrijving Bepalen of de bewerking al dan niet uitgevoerd is in de vier hoeken.

Bewerking in de vier hoeken P

Geen bewerking in de vier hoeken

Bepalen of de bewerking al dan niet uitgevoerd is vanaf het beginpunt.

Feitelijke uitvoering van de bewerking Q

Enkel positionering zonder bewerking

De positie bepalen waarnaar het gereedschap terugloopt na bewerking. R

Beginpunt Punt R

Copyright Š Application YME

versie 01_14-2-2017

31


4. RASTER

Menuselectie Wanneer instelling voor gereedschapsequentie voltooid zijn, verschijnt het volgende menu.

De menutoets RASTER aanklikken.

Instelling van gegevens FIG

PNT

Z

X

Y

AN1

AN2

T1

T2

F

M

N

P

Q

R

4

GRD

0.

100.

50.

15.

60.

50.

40.

0

3

4

0

0

0

32

versie 01_14-2-2017

Copyright Š Application YME


Cursorpositie Z X Y

Omschrijving Z-coördinaat bepalen voor werkvlak X-coördinaat bepalen voor eerst uit te voeren boring Y-coördinaat bepalen voor eerst uit te voeren boring De hoek θ1 bepalen gevormd door de lijn van de eerst uit te voeren boringen en de X-as Er zijn twee types θ1:

Tegenwijzerzin: θ1=15° (naar links) (+)

AN1

Wijzerzin: θ'1= -345° (naar rechts) (-)

De hoek θ2 bepalen, gevormd door de twee lijnen van de uit te voeren boringen. Er zijn twee types θ2: Tegenwijzerzin: θ2=60° (naar links) (+)

AN2

Wijzerzin: θ'2= -300° (naar rechts) (-) De onderlinge afstand tussen boringen bepalen of de totale lengte van de lijnen met eerst uit te voeren boringen T1

ℓ1 = afstand tussen boringen van de lijn van de eerst Te maken boringen. ℓ2 = totale lengte van de lijn van de eerst te maken boringen (ℓ1 of ℓ2 aanduiden) De onderlinge afstand tussen boringen bepalen of de totale lengte van de lijn met laatst uit te voeren boringen

T2

ℓ1 = afstand tussen boringen van de lijn van de laatst te maken boringen ℓ2 = totale lengte van de lijn van de laatst te maken boringen (De onderlinge afstand aanduiden indien aangegeven in T1 of de totale lengte indien daar aangegeven).

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

33


Cursorpositie

Omschrijving Bepalen of de gegevens ingevoerd in T1 en T2 de onderlinge afstand of de totale lengte betreffen.

F

Onderlinge afstand Totale lengte

M

Het aantal eerst te maken boringen op de lijn bepalen

N

Het aantal laatst te maken boringen op de lijn bepalen

Bepalen of de bewerking al dan niet uitgevoerd is in de vier hoeken.

Bewerking in de vier hoeken P

Geen bewerking in de vier hoeken

Bepalen of de bewerking al dan niet uitgevoerd is vanaf het beginpunt.

Feitelijke uitvoering van de bewerking Q

Enkel positionering zonder bewerking

De positie bepalen waarnaar het gereedschap terugloopt na bewerking. R

Beginpunt Punt R

34

versie 01_14-2-2017

Copyright Š Application YME


5. CIRKEL

Menuselectie Wanneer instelling voor gereedschapsequentie voltooid zijn, verschijnt het volgende menu.

De menutoets CIRKEL aanklikken.

Instelling van gegevens FIG

PNT

Z

X

Y

AN1

AN2

T1

T2

F

M

N

P

Q

R

5

CIR

0.

400.

300.

45.

50.

4

0

 : Deze gegevens moeten hier niet ingesteld worden.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

35


Cursorpositie

Omschrijving

Z

Z-coördinaat bepalen voor werkvlak

X

X-coördinaat bepalen voor eerst uit te voeren boring

Y

Y-coördinaat bepalen voor eerst uit te voeren boring De hoek θ1 bepalen gevormd door het beginpunt en de X-as Er zijn twee types van θ1: Tegenwijzerzin: θ1=45° (naar links) (+)

AN1 Wijzerzin: θ'1= -315° (naar rechts) (-)

T1

De straal van de cirkel bepalen

M

Het aantal uit te voeren boringen bepalen De positie bepalen waarnaar het gereedschap terugloopt na de bewerking.

R

Beginpunt Punt R

36

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


6. BOOG

Menuselectie Wanneer instelling voor gereedschapsequentie voltooid zijn, verschijnt het volgende menu.

De menutoets BOOG aanklikken.

Instelling van gegevens FIG

PNT

Z

X

Y

AN1

AN2

T1

T2

F

M

N

P

Q

R

6

ARC

0.

200.

300.

30.

45

50.

0

4

0

0

 : Deze gegevens moeten hier niet ingesteld worden.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

37


Cursorpositie Z

Omschrijving Z-coördinaat bepalen voor werkvlak

X

X-coördinaat bepalen voor eerst uit te voeren boring

Y

Y-coördinaat bepalen voor eerst uit te voeren boring De hoek θ1 bepalen gevormd door het beginpunt en de X-as Er zijn twee types θ1: Tegenwijzerzin: θ1=30° (naar links) (+)

AN1 Wijzerzin: θ'1= -330° (naar rechts) (-)

De hoek bepalen tussen twee naast elkaar liggende boringen of de hoek van de eerste en de laatste boring. θ' Hoek tussen 2 nevenstaande boringen θ2=45° AN2 θ'2 Totale hoken tussen 1ste en 2de boring θ'2 = 135° (θ2 of θ'2 aanduiden) T1

De radius van de boog aanduiden Bepalen of de gegevens ingevoerd in AN2 de onderlinge hoek of de totale hoek betreffen. Naastliggende hoek

F Totale hoek M

Het aantal te maken boringen bepalen Bepalen of de bewerking al dan niet vanaf het beginpunt gebeurt

Feitelijke bewerking Q

Enkel positionering zonder bewerking De positie bepalen waarnaar het gereedschap terugloopt na de bewerking. Beginpunt R Punt R

38

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


7. KOORDE

(a) Menuselectie Wanneer instelling voor gereedschapsequentie voltooid zijn, verschijnt het volgende menu.

De menutoets KOORDE aanklikken.

(b) Instelling van gegevens FIG

PNT

Z

X

Y

AN1

AN2

T1

T2

F

M

N

P

Q

R

7

CRD

0.

50.

300.

45.

50.

40.

0

0

 : Deze gegevens moeten hier niet ingesteld worden.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

39


Cursorpositie

Omschrijving

Z

Z-coördinaat bepalen voor werkvlak

X

X-coördinaat bepalen voor eerst uit te voeren boring

Y

Y-coördinaat bepalen voor eerst uit te voeren boring De hoek θ1 bepalen, gevormd door de bissectrice van de koorde en de X-as.

Er zijn twee types van θ1 Tegenwijzerzin: θ2=45° (naar links) (+) AN1

Wijzerzin: θ'2= -315° (naar rechts) (-)

T1

De radius van de cirkel bepalen De totale lengte bepalen voor de boringen aan beide zijden van de bissectrice of ½ van de totale lengte aan één zijde van de bissectrice.

T2

Totale lengte ½ van de totale lengte Positie bepalen van de uit te voeren boring. Bewerking aan beide zijden van koorde

P

Bewerking rechts van de koorde Bewerking links van de koorde De positie bepalen waarnaar het gereedschap terugloopt na de bewerking.

R

Beginpunt Punt R

40

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


5. LIJNBEWERKINGEN Kiest men voor een lijnbewerking, dan gaat men ervan uit dat de frees al het te verwijderen materiaal in het XY-vlak in één passage kan verwijderen. Is dit niet het geval, dan kiest men voor een vlakbewerking ( bv. Trap). De freesdiameter moet dus altijd groter zijn als de SRV-R waarde.

1. VERSCHILLENDE SOORTEN LIJNBEWERKINGEN 1. Lijn center

Het center van de vingerfrees volgt de geprogrammeerde baan. Ten opzichte van het geprogrammeerde start- en eindpunt is er altijd een in- en uitloop voorzien.

2. Lijn rechts De frees beweegt rechts van de geprogrammeerde baan ( compensatie rechts : G42). Lijn rechts wordt normaal gebruikt voor niet gesloten figuren. De keuze tussen lijn rechts en lijn links wordt bepaald door het gekozen startpunt en de richting waarheen men gaat frezen.

3. Lijn links De frees beweegt links van de geprogrammeerde baan ( compensatie links : G41). Lijn links wordt normaal gebruikt voor niet gesloten figuren. De keuze tussen lijn rechts en lijn links wordt bepaald door het gekozen startpunt en de richting waarheen men gaat frezen.

4. Lijn uitwendig De frees beweegt aan de buitenkant van de vorm. De te frezen figuur is in dit geval een gesloten figuur (begin- en eindpunt vallen samen). Alhoewel begin- en eindpunt samenvallen, wordt er automatisch een overlapping aangebracht. In- en uitloop gebeuren via een radius. Begin nooit een gesloten figuur te programmeren in een hoekpunt, waar er nog een afrondingsradius of afschuining aan gelegd wordt.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

41


5. Lijn inwendig De frees beweegt aan de binnenkant van de te frezen vorm. De figuur is in dit geval een gesloten figuur (begin- en eindpunt vallen samen). Alhoewel begin- en eindpunt samenvallen, wordt er automatisch een overlapping aangebracht. In- en uitloop gebeuren via een radius. Begin nooit een gesloten figuur te programmeren in een hoekpunt, waar er nog een afrondingsradius of afschuining aan gelegd wordt.

6. Afschuining rechts De afschuinfrees beweegt rechts van de geprogrammeerde baan ( compensatie rechts : G42). Afschuining rechts wordt normaal gebruikt voor niet gesloten figuren. De keuze tussen afschuining rechts of links wordt bepaald door het gekozen startpunt en de richting waarheen men gaat frezen.

7. Afschuining links De afschuinfrees beweegt links van de geprogrammeerde baan ( compensatie links : G41). Afschuining links wordt normaal gebruikt voor niet gesloten figuren. De keuze tussen afschuining rechts of links wordt bepaald door het gekozen startpunt en de richting waarheen men gaat frezen.

8. Afschuining uitwendig De afschuinfrees beweegt aan de buitenkant van de te frezen vorm. De te frezen figuur is in dit geval een gesloten figuur (begin- en eindpunt vallen samen). Alhoewel begin- en eindpunt samenvallen, wordt er automatisch een overlapping aangebracht. In- en uitloop gebeuren via een radius. Begin nooit een gesloten figuur te programmeren in een hoekpunt, waar er nog een afrondingsradius of afschuining aan gelegd wordt.

9. Afschuining inwendig De afschuinfrees beweegt aan de binnenkant van de te frezen vorm. De te frezen figuur is in dit geval een gesloten figuur (begin- en eindpunt vallen samen). Alhoewel begin- en eindpunt samenvallen, wordt er automatisch een overlapping aangebracht. In- en uitloop gebeuren via een radius. Begin nooit een gesloten figuur te programmeren in een hoekpunt, waar er nog een afrondingsradius of afschuining aan gelegd wordt.

42

versie 01_14-2-2017

Copyright Š Application YME


2. LIJNBEWERKINGEN : AANDACHTSPUNTEN 2.1 Algemeen a) Verklaring inputgegevens (eenheidslijn en gereedschapslijn)      

DIEPTE : afstand van bovenvlak ( Z=0) tot aan het te frezen vlak. SRV-Z : aantal mm. materiaal dat verwijderd moet worden. SRV-R : aantal mm. materiaal dat op de wand moet verwijderd worden. INTER-Z : afstand van het referentievlak waaraan de afschuining wordt aangebracht tot aan het onderliggend bodemoppervlak. INTER-R : kortste afstand van de wand, waaraan de afschuining wordt aangebracht, tot aan de eerst opstaande wand. DPT-Z : snedediepte vingerfrees (per pas).

b) De afschuining wordt altijd gelegd op het bovenvlak van de te frezen figuur. De afschuining zal als dusdanig nooit te zien zijn in de vormcontrole, daar de figuurbeschrijving van bv. Lijn uitwendig en afschuining uitwendig volledig identiek is. c) De gekozen ruwheidswaarde bepaald de manier van afwerken. Kiest U voor een ruwheidswaarde van 1 tot 3, dan zal de sturing slechts één frees selecteren ( ruwfrees). De nabewerkingsovermaat (NAB-R en NAB-Z) zullen gelijk zijn aan 0. Vanaf een ruwheid van 4 worden twee vingerfrezen (ruw + finish) geselecteerd. Hoe hoger de waarde van de ruwheid, hoe kleiner de overmaat materiaal dat de nabewerkingsfrees moet verwijderen.

In de sequentiedata (vormgegevens) kan bij iedere lijn de voorbewerkingsvoeding en de nabewerkingsvoeding gespecifieerd worden. De waardes die hier ingevuld worden, hebben voorrang op de waardes die naast het gereedschap staan. V-VOED = voeding voor de ruwbewerking, wordt ingegeven als mm/omw. Indien nodig kan ook ijlgang (G00) aangegeven worden. RUWHD = voeding voor de nabewerking, kan ingegeven worden als mm/omw. met behulp van de ruwheidstekens, of indien nodig als ijlgang (G00) d) De waardes die ingegeven worden onder INTER-Z en INTER-R gaan bepalen welk gedeelte van afschuinfrees gaat gebruikt worden om het materiaal te verspanen.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

43


2.2 Nieuwigheden a) SRV-R Bij de nieuwe versie van Smooth is het mogelijk om de verspaningsbreedte, in het X-Y vlak, groter te zetten dan de geselecteerde frees. Denk er wel aan dat de BRD-R in de gereedschapslijn ingevuld wordt met een waarde (70 % van de freesdiameter). De sturing zal vervolgens zelf berekenen hoe veel banen hij nodig heeft voor het gevraagde stuk te frezen. LET OP! Dit is enkel mogelijk met lijn uitwendig, lijn links en lijn rechts.

44

versie 01_14-2-2017

Copyright Š Application YME


3. BEWERKINGSEENHEDEN : open/gesloten vorm a) open vorm Bewerkingsunit

Gereedschapsbaan

Vóór  na bewerking

LIJN CENTER

LIJN RECHTS

Lijnbewerking

LIJN LINKS

AFSCH. RECHTS

AFSCH. LINKS

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

45


b) gesloten vorm. Bewerkingsunit

Vóór  na bewerking

Gereedschapsbaan

LIJN UIT

LIJN IN

AFSCH. UIT

AFSCH. IN

46

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


6. VLAKBEWERKINGEN 6.1 Algemeen Onder vlakbewerkingen zitten de volgende cyclussen :

1. Vlakken met een vlakfrees De vlakfrees kan afhankelijk van de gekozen freescyclus in meerdere passen het XY-vlak schoonfrezen. Een vlakfrees positioneert altijd buiten het materiaal. Het benaderingspunt wordt automatisch berekend, rekening houdend met een zekere veiligheidsafstand. Het gefreesde bovenvlak dient meestal als referentie (Z=0), voor alle bewerkingen die volgen. BI-DIR

UNI-DIR

BI-DIR SHORT

BI-DIR ARC SHORT

Snijsnelheid

Ijlgang

2. Vlakken met een vingerfrees De vingerfrees kan afhankelijk van de gekozen freescyclus het vlak in meerdere passen het XY-vlak schoonfrezen. De vingerfrees zakt in voeding in het materiaal. Het benaderingspunt wordt automatisch berekend. Het gefreesde bovenvlak dient meestal als referentie (Z=0), voor alle bewerkingen die volgen.

Copyright Š Application YME

versie 01_14-2-2017

47


3. Frezen van een trapvorm Bij het frezen van een trap moeten er steeds 2 figuren geprogrammeerd worden. Eerst de grootste figuur ( de figuur waarvan men vertrekt), vervolgens de figuur die blijft staan. In de afgebeelde figuur zou de eerste figuur een vierkant/rechthoek zijn, de tweede figuur een cirkel. De afwerkingsgraad van de wand (van de kleinste figuur) en de bodem kunnen afzonderlijk opgegeven worden. Ze worden ook afzonderlijk na bewerkt. De freesbaan kan veranderd worden d.m.v. parameters. Komt de frees buiten de grootste vorm tijdens de freesbaan, dan verhoogt automatisch de voeding.

4. Frezen van een kamervorm Enkel de te frezen vorm wordt geprogrammeerd. De frees zal in meerdere passages in het XY-vlak de kamer uitfrezen. De afwerkingsgraad van de wand en de bodem kunnen afzonderlijk opgegeven worden. Deze worden ook afzonderlijk bewerkt. De freesbaan kan veranderd worden d.m.v. parameters.

5. Frezen van een kamer met een eiland/verhoog Bij het frezen van een kamer met verhoog moeten er steeds 2 figuren geprogrammeerd worden. Eerst de grootste figuur, vervolgens de figuur die blijft staan. In de afgebeelde figuur zou de eerste figuur een vierkant/rechthoek zijn, de tweede figuur een cirkel. De afwerkingsgraad van de wanden( van de grootste en kleinste figuur) en de bodem kunnen afzonderlijk opgegeven worden. Ze worden ook afzonderlijk na bewerkt. De freesbaan kan veranderd worden d.m.v. parameters.

6. Frezen van een kamer met een verzinking. Bij het frezen van een kamer met een verzinking moeten er steeds twee figuren geprogrammeerd worden. Eerst de grootste figuur, vervolgens de figuur die geen bewerking ondergaat. In de afgebeelde figuur zou de eerste figuur een vierkant/rechthoek zijn, de tweede figuur een cirkel. De afwerkingsgraad van de wand ( van de grootste figuur) en de bodem kunnen afzonderlijk opgegeven worden. Ze worden ook afzonderlijk na bewerkt. De freesbaan kan veranderd worden d.m.v. parameters.

48

versie 01_14-2-2017

Copyright Š Application YME


7. Groeffrezen Bij groeffrezen programmeert men de hartlijn van een groef (niet noodzakelijk een rechte lijn). De breedte van de groef mag maximaal twee keer de diameter van de frees bedragen. Indien de groefbreedte gelijk is aan de freesbreedte, dan voert de frees geen contourbeweging uit. Indien de freesdiameter kleiner is als de sleufbreedte, dan wordt automatisch een contourbeweging uitgevoerd.

6.2 IPM (Intelligent Pocket Milling) Intelligent Pocket milling is een strategie die efficiĂŤnte gereedschapbanen genereert als er kamers uitgefreesd moeten worden. Het zorgt ervoor dat de frees voortaan onder een constante hoek in het materiaal snijdt. Dit zorgt ervoor dat de machine gelijkmatiger belast wordt. Vorige methode

IPM (contacthoek behouden)

Gereedschapbanen

Beweging in de hoeken

Copyright Š Application YME

versie 01_14-2-2017

49


Bewerkingsunit

Vlakbewerking

Gereedschapsbaan

Vóór  na bewerking

GROEF

VLAKKEN MET VLAKFR.

Eén vorm bepaald

VLAKKEN MET VINGERFR

KAMER

TRAP

Twee vormen bepaald

KAMER MET VERHOOG

KAMER MET VERZINKING

50

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


7. VORMDEFINITIES IN LIJN –EN VLAK-BEWERKINGEN Na het invoeren van de gegevens in de bewerkingsunit en in de gereedschap-sequentie moet men de gegevens invoeren voor de bewerkingsvorm en afmetingen in de vormsequentie.

1. Vormdefinities In lijnbewerking en vlakbewerking kan één van de volgende drie modellen ge-selecteerd worden. Vaste vorm VIERKANT

Willekeurige vorm CIRKEL

WILLEKEURIG

Gesloten en open vorm Naargelang van de bewerkingsunits kan de bewerkingsvorm verdeeld worden in volgende twee types: Gesloten vorm Vaste vorm

Lijnbewerking

Vlakbewerking

Open vorm Willekeurige vorm

LIJN UIT, LIJN IN, AFSCH UIT, AFSCH IN Bewerking volgens één bepaalde vorm Bewerking met tenminste twee bepaalde vormen

Copyright © Application YME

Willekeurige vorm

LIJN CTR, LIJN RTS, LIJN LKS, AFSCH RTS, AFSCH LKS

VLAKFR, VLAKKEN VGFR, KAMER TRAP, KAMER MET VERHOOG, KAMER MET VERZINKING

versie 01_14-2-2017

GROEF

51


2. Voorzorgen bij het definiëren van een willekeurige vorm: 1.

Coördinaten X, Y van begin- en eindpunt en coördinaten I, J van het center van een boog dienen ingevoerd te zijn in het werkstukcoördinatensysteem.

2.

Voor een open vorm niet vergeten de coördinaten X, Y in te stellen van het begin- en eindpunt.

3.

In een open vorm is het onmogelijk de hoek (C of R) van begin- en eindpunt te selecteren.

4.

Bij vingerfrezen stap, kamerfrezen verhoogd en verzonken, waarbij twee vormen, binnen en buiten, vereist zijn, steeds eerst de buitenvorm bepalen. (Het invoeren van eerst de binnenvorm zou leiden tot alarm van de gereedschapsbaan hoewel de bewerkingsvorm getekend kan worden.)

Voorbeeld:

52

FIG

PNT

P1X/CX

P1Y/CY

P3X/R

P3Y

CN1

CN2

CN3

CN4

1

SQR

100.

20.

200.

120.

2

CIR

150.

70.

15.

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Wanneer zowel de buitenvorm als de binnenvorm willekeurig is, dient men de menutoets START PUNT zondermeer te gebruiken aan het begin van de binnenvorm. Na het aanklikken van STARTPUNT, een willekeurige vorm selecteren met LIJN, RECHTS of LINKS.

FIG

PNT

X

Y

1

LIJN

100.

20.

2

LIJN

200.

20.

3

LIJN

4

LIJN

175.

40.

5

RECHTS

155.

40.

R/th

80.

I

J

165.

40.

P

CNR

100.

Bij lijn 4 is er een nieuw startpunt nodig. Dit bekom je door eerst op STARTPNT te klikken en vervolgens op LIJN. De 4e lijn kleurt nu blauw.

De betekenis van een beginpunt (X, Y) verschilt bij open en gesloten vorm. FIG

PNT

X

Y

1

LIJN

50.

25.

2

LIJN

120.

60.

3

LIJN

120.

25.

R/th

I

J

P

CNR

De vorm in dit programma is als volgt weergegeven op scherm: Open Vorm

Gesloten Vorm

Het beginpunt (X,Y) heeft de betekenis van een punt.

Het beginpunt (X,Y) heeft de betekenis van een lijn gaande

(Er is geen rekeing gehouden met R/th, I, J, P en CNR)

van een eindpunt naar het beginpunt.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

53


3. Invoeren van vormsequentiegegevens Hieronder volgt de uitleg over invoermethodes van lijn/vlakbewerkingssequenties voor elk type van vaste/willekeurige vorm.

A. Vaste vorm 1. Vierkant (vaste vorm)

(a) Menuselectie Na instelling van de gereedschapsequentiegegevens van de lijn/vlakbewerkingsunit verschijnt het volgende menu.

VIERKANT aanklikken. (b) Gegevens instellen in vormsequentie SQUARE (zie voorgaande figuur) FIG

PNT

P1X/CX

P1Y/CY

P3X/R

P3Y

CN1

CN2

CN3

CN4

1

SQR

x1

y1

x3

y3

C1

C2

C3

C4

(R1)

(R2)

(R3)

(R4)

Cursorpositie

Omschrijving

P1X/CX

X-coördinaat van het beginpunt invoeren (X1)

P1Y/CY

Y-coördinaat van het beginpunt invoeren (Y1)

P3X/R

X-coördinaat van het diagonaal punt invoeren (X3)

P3Y

Y-coördinaat van het diagonaal punt invoeren (Y3) Een bewerkingsvorm selecteren in hoek 1. Hoekafrondingsafstand (C) of hoekafronding van een cirkelboog (R). R-bewerking:

Een cijferwaarde rechtstreeks invoeren.

C-afschuining:

CORNER CHAMFER aanklikken + een cijferwaarde.

CN1

Door de menutoets CORNER CHAMFER aan te klikken komt het menu in invers te staan en met een getalinvoer komt het menu terug normaal te staan. CN2/CN3/CN4

54

Dezelfde gegevens invoeren als voor hoek 1.

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Voorbeeld 1:

Een werkstuk bewerkt in lijnbewerkingsunit (LIJN UIT) FIG

PNT

P1X/CX

P1Y/CY

P3X/R

P3Y

CN1

CN2

CN3

CN4

1

SQR

200.

100.

500.

300.

0.

C20.

0.

C20.

Voorbeeld 2:

Een werkstuk bewerkt in lijnbewerkingsunit (KAMER) FIG

PNT

P1X/CX

P1Y/CY

P3X/R

P3Y

CN1

CN2

CN3

CN4

1

SQR

200.

100.

500.

300.

0.

R20.

0.

R20.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

55


2. CIRKEL (vaste vorm)

(a) Menuselectie Na instelling van gereedschapsequentiegegevens van de lijn/vlakbewerkingsunit verschijnt het volgende menu op scherm.

De menutoets CIRKEL aanklikken. (b) Gegevens instellen in vormsequentie CIRKEL (zie voorgaande figuur) FIG

PNT

P1X/CX

P1Y/CY

P3X/R

P3Y

CN1

CN2

CN3

CN4

1

CIR

X1

Y1

R

 : Deze gegevens moeten hier niet ingesteld worden. Cursorpositie

Omschrijving

P1X/CX

X-coördinaat van het middelpunt van een cirkel invoeren (X1)

P1Y/CY

Y-coördinaat van het middelpunt van een cirkel invoeren (Y1)

p3x/r

Straal van de te bewerken cirkel invoeren (r).

Voorbeeld :

Een werkstuk bewerkt in vlakbewerkingsunit (POCKET)

56

FIG

PNT

P1X/CX

P1Y/CY

P3X/R

P3Y

CN1

CN2

CN3

CN4

1

CIR

200.

100.

80.

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


B. WILLEKEURIG 1. Selectie van een willekeurige vorm Na instelling van de vormsequentiegegevens van de lijn/vlakbewerkingsunit, verschijnt het volgende menu.

Menutoets WILLEKEURIG aanklikken. 

Het volgende menu verschijnt op scherm.

2. Lijn

(a) Menuselectie De menutoets LIJN (LINE) aanklikken. (b) Gegevens instellen in vormsequentie LINE (zie bovenstaande figuur) FIG

PNT

X

Y

R/th

I

J

P

CNR

1

LIJN

X

Y

Ɵ

I

J

P

C

Cursorpositie

Omschrijving

X

X-coördinaat van het eindpunt invoeren voor lijnbewerking (X)

Indien onbekend, de menutoets ? aanklikken.

Y

Y-coördinaat van het eindpunt voor lijnbewerking invoeren (Y)

Indien onbekend, de menutoets ? aanklikken.

De hoek invoeren tussen X-as en bewerkingslijn (). Voorbeeld: De vier 's hieronder duiden op dezelfde lijn. R/th

I

De vectorwaarde voor de X-as invoeren (i)

J

De vectorwaarde voor de Y-as invoeren (j) De condities selecteren voor snijpunten met volgende vormen . De volgende vier types zijn beschikbaar:

P

Bemerking: Voor verdere details, zie C. Functie voor automatisch berekenen van een snijpunt. De hoekafschuiningsafstand (C) of hoekafronding van een cirkelboog (R) opgeven. CNR

R-bewerking:

Cijferwaarde rechtstreeks invoeren

C-afschuining:

CORNER CHAMFER menutoets indrukken en cijferwaarde intoetsen.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

57


Voorbeeld :

Een werkstuk bewerkt in vlakbewerkingsunit (POCKET) FIG

PNT

X

Y

1

LIJN

200.

150.

2

LIJN

300.

?

3

LIJN

?

50.

4

LIJN

100.

?

R/th

I

J

1.

0.

-1

0

P

CNR

90.

3 Boog (CW en CCW)

(a) Menuselectie De menutoetsen CW ARC (RECHTS) of CCW ARC (LINKS) aanklikken. (b) Gegevens instellen in vormsequentie CW/CCW ARC. (zie voorgaande figuur)

58

FIG

PNT

X

Y

R/th

I

J

P

CNR

1

RECHTS (/LINKS)

x

y

r

i

j

p

c

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Cursorpos.

Omschrijving

X

X-coördinaat van het eindpunt invoeren voor lijnbewerking (X)

Indien onbekend, de menutoets ? aanklikken.

Y

Y-coördinaat van het eindpunt voor lijnbewerking invoeren (Y)

Indien onbekend, de menutoets ? aanklikken.

De straal (radius) van een boog invoeren (r).

Indien onbekend, de menutoets ? aanklikken.

I

De X-coördinaatwaarde van het middelpunt van een boog invoeren (i)

Indien onbekend, de menutoets ? aanklikken.

J

De Y-coördinaatwaarde van het middelpunt van een boog invoeren (j)

Indien onbekend, de menutoets ? aanklikken.

R/th

De condities selecteren voor snijpunten met volgende vormen . De volgende vier types zijn beschikbaar: P

Bemerking: Voor verdere details, zie C. Functie voor automatisch berekenen van een snijpunt. De hoekafschuiningsafstand (C) of hoekafronding van een cirkelboog (R) opgeven. CNR

R-bewerking:

Cijferwaarde rechtstreeks invoeren

C-afschuining:

CORNER CHAMFER menutoets indrukken en cijferwaarde intoetsen.

Voorbeeld 1:

FIG

PNT

X

Y

R/th

I

J

1

RECHTS

100.

200.

100.

200.

200.

2

LIJN

150.

200.

0.

1.

0.

3

LINKS

200.

250.

50.

150.

250.

4

LIJN

200.

300.

90.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

P

CNR

59


Voorbeeld 2:

FIG

PNT

X

Y

1

LIJN

0.

0.

2

LIJN

50.

0.

3

LINKS

80.

30.

4

LIJN

80.

70.

-

R/th

I

J

P

CNR

-30. *

Voor "CW ARC" en "CCW ARC" indien de hoek van de boog meer dan 180 graden is, een minwaarde ( - ) als radius R invoeren. Wanneer de middelpuntcoĂśrdinaten (I, J) van de boog bepaald zijn, kan de radius R ingevoerd worden met een plusteken ( + )

-

*Indien voor R "30" ingevoerd is, verschijnt de boog op scherm als in onderstaande diagram.

-

60

Wanneer "CNR" bepaald is, kan R ingevoerd worden met zowel een plus- als een minteken.

versie 01_14-2-2017

Copyright Š Application YME


4. Rotatie figuur(CW en CCW)

(a) Menuselectie De menutoetsen ROTATIE FIGUUR en R-OM VPL (CW SHIFT) of L-OM VPL(CCW SHIFT) aanklikken.

(b)

Gegevens instellen in vormsequentie R-OM VPL /L-OM VPL (zie voorgaande figuur)

FIG

PNT R-OM VPL

1

(L-OM VPL)

X

Y

R/th

I

J

P

CNR

r

i

j

p

LIJN, RECHTS, LINKS gebruiken om een bepaalde vorm in te voeren. HERH. EIND

Cursorpositie R/th

⧫ Omschrijving

De radius voor rotatie van een bepaalde vorm invoeren (r). Indien onbekend, de menutoets ? aanklikken.

I

De X-coördinaatwaarde van het middelpunt om een bepaalde vorm te roteren, invoeren (i) Indien onbekend, de menutoets ? aanklikken.

J

De Y-coördinaatwaarde van het middelpunt om een bepaalde vorm te roteren, invoeren (j) Indien onbekend, de menutoets ? aanklikken.

P

Het aantal van hernemingen van een bepaalde vorm (p) invoeren.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

61


(c) EINDE HERHALEN De menutoets HERH. EINDE aanklikken en een vormsequentie van ROTATIE FIGUUR (RECHTSOM (CW) of LINKSOM(CCW)) zal beëindigd worden. Voorbeeld: RECHTS OM of CW SHIFT

FIG

PNT

X

Y

R/th

I

J

P

CNR

1

R-OM VPL

30.

90.

75.

4

2

LIJN

60.

75

3

RECHTS

30.

75.

100.

45.

75.

4

RECHTS

90.

105.

50.

5

HERH. EIND

5. Figuurverschuiving Het eindpunt zal beschouwd worden als het volgende beginpunt.

(a) Menuselectie De menutoets FIGUUR VERSCH-G aanklikken. (b) Gegevens instellen in vormsequentie FIGUURVERSCHUIVING (SHAPE SHIFT:zie voorgaande figuur). FIG

PNT

X

Y

R/th

I

J

P

CNR

1

FIG-SH

P

LIJN, RECHTS, LINKS gebruiken om een bepaalde vorm in te voeren. HERH. EIND

Cursorpositie

Omschrijving

P

Het aantal hernemingen voor een vorm bepaald met menutoetsen FIGUURVERSCHUIVING tot HERHAAL EINDE invoeren.

(c) HERHAL EINDE 62

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Deze menutoets aanklikken en een vormsequentie van FIGUURVERSCHUIVING zal beëindigd worden. Voorbeeld:

FIG

PNT

X

Y

R/th

I

J

P

CNR

1

FIG-SH

4

2

LIJN

50.

0.

3

LIJN

90.

0.

4

LIJN

100.

50.

5

LIJN

140.

50.

6

LIJN

150.

0.

7

HERH. EIND

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

63


4. FUNCTIE VOOR AUTOMATISCH BEREKENEN VAN EEN SNIJPUNT Het automatisch berekenen van een snijpunt in de functie voor het NC-systeem is het berekenen van onbekende coördinaten van een snijpunt op een willekeurige vorm en het automatisch invoeren van het resultaat in een programma.

1. X, Y coördinaten van snijpunt (?, ?) Zelfs wanneer de X, Y coördinaten van een snijpunt onbekend zijn zoals hierboven aangegeven, zal de sturing deze automatisch berekenen vanuit de coördinaten van het beginpunt en eindpunt en in functie van de desbetreffende hoeken.

FIG

PNT

X

Y

2

LIJN

50.

20.

R/th

3

LIJN

?

?

30.

4

LIJN

150.

20.

100.

FIG

PNT

X

Y

2

LIJN

50.

20.

3

LIJN

140.76

72.4

30.

4

LIJN

150.

20.

100.

R/th

I

I

J

J

P

CNR

P

CNR

? ( veranderd naar berekende gele cijfers)

Na controle van het vlak, terugkeren naar PROGRAMMA weergave en de getalwaarde die ondertussen berekend is, zal in het geel op het scherm als snijpunt weergegeven zijn. Opmerking: Wanneer onbekende X, Y coördinaten als snijpunt automatisch berekend zijn in combinatie van een lijn met een boog of twee bogen, niet vergeten P in te voeren. (De positie van het snijpunt selecteren.)

FIG

PNT

X

Y

2

LIJN

50.

20.

3

LIJN

?

?

30.

4

RECHTS

165.

20.

40.

64

R/th

I

J

125.

20.

versie 01_14-2-2017

P

CNR

Copyright © Application YME


2. Voorbeelden van automatische snijpuntberekening Een snijpunt is automatisch berekend voor combinaties van lijn met lijn, lijn met boog en boog met boog zoals in onderstaande voorbeelden getoond. Model

Vorm

Vormsequentie

LIJN 

FIG

PNT

X

Y

1

LIJN

50.

20.

R/th

2

LIJN

?

?

30.

LIJN

3

RECHTS

150.

20.

120.

LIJN

R/th

FIG

PNT

X

Y

1

LIJN

50.

20.

BOOG (raakpunt)

2

LIJN

?

?

30.

3

RECHTS

150.

20.

30.

LIJN

FIG

PNT

X

Y

1

LIJN

50.

20.

R/th

BOOG (snijdend)

2

LIJN

?

?

30.

3

RECHTS

200.

0.

80.

I

J

P

R

I

J

P

R

120.

20.

I

J

P

R

200.

80.

R/th

I

J

P

R

LINK

FIG

PNT

X

Y

BOOG

1

LIJN

10.

5.

2

RECHTS

?

?

10.

20.

5

OP

R4

BOOG

3

RECHTS

?

?

15.

40.

5.

NEER

R4

4

Rechts

10.

5.

10.

20.

5.

FIG

PNT

X

Y

1

LIJN

10.

5.

BOOG

R/th

I

J

10.

20.

5.

15.

55.

5.

2

RECHTS

?

?

LIJN

3

LIJN

?

?

4

RECHTS

?

?

5

LIJN

?

?

6

RECHTS

10.

5.

10.

20.

5.

FIG

PNT

X

Y

R/th

I

J

1

LIJN

10.

5.

BOOG

2

RECHTS

?

?

10.

20.

5.

3

LINKS

?

?

45.

4

LINKS

75.

5.

15.

60.

5.

BOOG

BOOG 

BOOG

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

P

R

P

R

65


8. BEREKENEN VAN ONBEKENDE PUNTEN 1. PRINCIPE VAN SNIJPUNTEN - RAAKPUNTEN Snijpunt

Raakpunt

Wanneer een lijn een boog snijdt, dan zullen er

Een lijn die een boog raakt, zal die boog of

steeds 2 snijpunten terug te vinden zijn. De lijn AB

cirkel maar op 1 plaats raken, in dit geval in

snijdt de boog of de cirkel op twee plaatsen, in punt

punt A

A en in punt B

Raakpunten   

66

Wanneer een raakpunt in het programma dient ingegeven te worden, zal dat alleen maar kunnen bij de aansluiting van een kegel met een convexe(bolle) / concave(holle) vorm. De kegelhoek MAG NIET meegegeven worden omdat de sturing zelf de hoek zal bepalen waarbij de kegel de holle/bolle vorm raakt. Het center van de boog moet ALTIJD ingegeven worden.

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Snijpunten 

Zoals in het voorgaande vermeld, zal een lijn die een boog snijdt ALTIJD 2 snijpunten hebben. Afhankelijk van de te bekomen vorm, zal de programmeur moeten aangeven welke van de 2 snijpunten nodig zijn om de vorm te bekomen.

Punt A = snijpunt LINKS Punt B = snijpunt RECHTS

Punt C = snijpunt LINKS Punt D = snijpunt RECHTS

Punt A = snijpunt OP Punt C = snijpunt OP

Punt B = snijpunt NEER Punt D = snijpunt NEER

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

67


2. UITGEWERKT VOORBEELD Bij freesbewerkingen wordt er GEEN onderscheid gemaakt tussen raakpunten en snijpunten. Er kunnen in principe alleen maar snijpunten aangegeven worden. Aan de hand van onderstaande tekening, gaan we stap voor stap alle onbekende punten uitrekenen om uiteindelijk tot een gesloten figuur te komen. Tekening

In deze tekening zijn er een aantal onbekende punten terug te vinden : punt 4, punt 5, punt 6, punt 8, punt 9 en punt 10. Dit zijn teveel onbekenden om in één keer te kunnen berekenen en daarom gaan we de sturing gebruiken om een aantal cruciale onbekende punten te berekenen. In de onderstaande procedure wordt stap per stap uitgelegd hoe we de onbekende punten gaan berekenen.

68

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Stap 1 : berekening van punt 5 Om de XY-coördinaten van punt 5 te kunnen berekenen, gaan we de figuur <a – d – e> beschrijven. In Mazatrol beschrijven we een figuur door gebruik te maken van lijn-center. Van punt a naar punt d is een rechte lijn met onbekende eindpunten. Van punt d naar e is een boog linksom met onbekende startpunten maar met bekende eindpunten. Niet vergeten het radiuscenter aan te geven ! (I en J ingeven)

Na FIGUURCONTROLE : X=-31,8198 Y=-31,8198 = punt d = punt 5

Stap 2 : berekening van punt 9 Om de XY-coördinaten van punt 9 te kunnen berekenen, gaan we de figuur <a – b – c> beschrijven. In Mazatrol beschrijven we een figuur door gebruik te maken van lijn-center. Van punt a naar punt b is een rechte lijn met onbekende eindpunten. Van punt b naar c is een boog rechtsom met onbekende startpunten maar met bekende eindpunten. Niet vergeten het radiuscenter aan te geven ! (I en J ingeven)

Na FIGUURCONTROLE : X=-33,9411 Y=33,9411 = punt b = punt 9

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

69


Stap 3 : beschrijving van de figuur 1 – 2 – 3 – 4 – 5 We beschrijven de figuur in Mazatrol te beginnen bij punt 1 tot aan het bekende punt 5 dat we berekend hebben in stap 1

Mazatrolprogramma met vraagtekens

Mazatrolprogramma na figuurcontrole

70

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Stap 4 : beschrijving van de figuur 1 – 2 – 3 – 4 – 5 – 6 – 7 – 8 - 9 We gebruiken het voorgaande deel van het programma en we gaan verder vanaf punt 5 tot en met het berekende bekende punt 9 dat we berekend hebben in stap 2.

Mazatrolprogramma met vraagtekens

Mazatrolprogramma na figuurcontrole

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

71


Stap 5 : beschrijving van de figuur 1 – 2 – 3 – 4 – 5 – 6 – 7 – 8 – 9 -10 - 1 We gebruiken het voorgaande deel van het programma en we gaan verder vanaf punt 9 tot en met het bekende punt 10 Mazatrolprogramma met vraagtekens

Mazatrolprogramma na figuurcontrole

72

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


3. OEFENINGEN ONBEKENDE PUNTEN Raaklijnen 1

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

73


Raaklijnen 2

74

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Raaklijnen 3

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

75


Snijpunten 4

76

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Snijpunten 5

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

77


Snijpunten 6

78

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Snijpunten 7

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

79


Snijpunten 8

80

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


9. Manuele programmatie

Manuele programmatie maakt gebruik van de bekende ISO-codes. Manuele programmatie wordt in Mazatrol toegepast voor speciale toepassingen, die niet met de Mazatrol cyclussen kunnen geprogrammeerd worden, zoals schroefdraadfrezen op de M32-, M-plus sturingen, programmeren van een vierde as, enz. Wanneer er meer als twee assen gelijktijdig moeten bewegen ( behalve bij tornadofrezen), dan moet er altijd manuele programmatie of ISO-programmatie worden toegepast. Mazatrol cycli werken altijd in het XY-vlak. De geprogrammeerde vorm in manuele programmatie kan enkel zichtbaar gemaakt worden door de baancontrole uit te voeren. Formaat : Enr.

EENH

GRDS

NOM-0

Nr.

16.

A

1

MAN.PROG

V-Frees

SNr.

G1

G2

1

0

90

DATA 1 X

0.

DATA 2

DATA 3

Y

F

0.

DATA 4

DATA 5

DATA 6

50.

S

M/B

4500.

3.

G-codes in Manuele programmatie Code

Betekenis

Code

Betekenis

G0

Ijlgangbeweging ( lineair)

G40

Annulatie van radiuscompensatie

G1

Voedingsbeweging ( lineair)

G41

Radiuscompensatie links

G2

Boog rechtsom (uurwijzerzin)

G42

Radiuscompensatie rechts

G3

Boog linksom (tegen uurwijzerzin)

G65

Macro-oproep ( G65Pâ&#x20AC;Ś.. : P = programmanr.)

G4

Wachttijd G90

Absolute programmatie (t.o.v. werkstuknulpunt)

G17

XY-vlak selectie (standaard)

G91

Incrementele programmatie (verplaatsing t.o.v. vorige positie)

G18

ZX-vlak selectie

G19

YZ-vlak selectie

G94

Voeding per minuut (mm/min)

G95

Voeding per toer (mm/toer)

G28

Terug naar eerste machinenulpunt

G30

Terug naar tweede machinenulpunt

Copyright Š Application YME

versie 01_14-2-2017

81


Onder data1 tot data 6 kunnen de volgende adressen worden ingegeven.

82

Adressen

Betekenis

X

X-As

Y

Y-As

Z

Z-As

B

4de As

F

Voeding

C

5de As

R

Straal boog/cirkel

I

X-coördinaat center boog

J

Y-coördinaat center boog

K

Z-coördinaat center boog

P

Programmanummer

D

Wachttijd

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


1. VOORBEELD 1 TEKENING

PROGRAMMA

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

83


2. VOORBEELD 2 TEKENING

PROGRAMMA

84

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


3. VIERDE AS Horizontal Machining Centre

Vertical Machining Centre

Copyright Š Application YME

versie 01_14-2-2017

85


4. VOORBEELD HORIZONTALE FREESBANK TEKENING

86

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


PROGRAMMA

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

87


5. VOORBEELD VERTICALE FREESBANK TEKENING

88

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


PROGRAMMA

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

89


10. ANDERE BEWERKINGEN– NULPUNTEN - EINDE.

1. M-codes. UNr.

EENH

Nr.

M1

3

M-code

1

8

M2

M3

M4

M5

M6

M7

M8

Een M-code kan gelijk waar in het programma worden ingevoerd. De sturing kan tot 4 M-codes gelijktijdig uitvoeren. Let op : indien U voorrangsnummers (cursief gedrukt) gebruikt voor bewerkingen, geef er aandacht aan dat de M-code lijn ook het correcte voorrangsnummer heeft, zodanig dat de volgorde van uitvoering behouden blijft .

2. Subprogramma’s UNr.

EENH

WKST.nr.

$

HERHAL

4

SUBPROGR

150

1

SNr.

ARGM 1

ARGM 2

ARGM 3

ARGM 4

ARGM 5

ARGM 6

1

A

100.

B

50.

C

30.

Zowel in een hoofd- als subprogramma’s kunnen oproepen staan naar andere subprogramma’s. De opgeroepen subprogramma’s kunnen zowel Mazatrol als ISO-programma’s zijn. De verknoping van hoofdprogramma’s en subprogramma’s kan zichtbaar gemaakt worden in het programmabeheer. Indien het opgeroepen programma een ISO programma is ( macro), kunnen er ook argumenten (variabelen) doorgegeven worden ( Zie ISO-handleiding). OPGELET : bij oproep van ISO-sub programma’s kunnen GEEN prioriteitsnummers meegegeven worden, bij oproep van Mazatrol-sub programma’s is dit wel mogelijk!

90

versie 01_15-2-2017

Copyright © Application YME


3. MMS of Renishaw : opmeten en corrigeren van nulpunt UNr.

EENH

GRDS

NOM-Ø

Nr

5

MMS

M.TAST.

5.

SNr.PTN

X

Y

Z

B

1 XYth.HK

20.

0.

-10.

0.

E.OVERSPR

$

0 5

R

D

200.

De MMS-eenheid wordt vlak na de werkstuknulpunten (WSC) geprogrammeerd. Door de meting wordt steeds het voorgaande nulpunt aangepast. De MMS-eenheid bevat naast de verschillende meetcycli, ook een kalibratie-eenheid om de Renishaw te ijken ( zie programmeerhandleiding voor meer uitleg).

4. Palletwissel UNr.

EENH

PALLET

Nr

5

MMS

M.TAST.

(4)

Het palletwisselcommando haalt de pallet in de machineruimte. Indien er meer als twee pallets zijn op de machine, dan kan tussen haakjes de volgende pallet al voorgeselecteerd worden. Bij een FMS of een Pallatech volstaat het om in het begin van het programma steeds pallet 1 op te roepen om een pallet in de machine te halen. Zorg ervoor dat de pallet in de palletwisselpositie staat ( meestal tweede nulpunt). Een palletwissel maakt een einde aan de voorrangsnummer.

5. Index UNr.

EENH

DR. POS. X.

7

INDEX

-280

DR. POS. Y.

DR. POS. Z.

HOEK

DRAAIRI

0.

90.

KORTSTE

Met het indexcommando kan men de pallet ( horizontale machine) of een 4de as ( verticale machine) naar de gewenste hoek verdraaien. De draairichting kan gekozen worden. De indexposities in X,Y en Z zijn posities t.o.v. het machinenulpunt. Alvorens de verdraaiing uit te voeren, worden eerst deze posities aangevaren. Indien geen waarde vermeld word onder een as, dan blijft het gereedschap op zijn laatste positie staan. Na een indexcommando staat er meestal een nieuw nulpunt. Wanneer na een palletwissel de pallet onder nul graden staat, programmeer dan toch een indexcommando met een hoek onder 0° (noodzakelijk voor gebruik met voorrangsnummers).

Copyright © Application YME

versie 01_15-2-2017

91


6. Bewerkingseinde UNr.

EENH

8

BEW. EIND

Bewerkingseinde maakt een einde aan de voorrangsnummers.

7. Werkstuknulpunten UNr.

EENH

BYK. WSC

X

Y

Th

Z

B

1

WSC - 0

-280

-400.

-300.

0.

-500.

0

Met het werkstuknulpunt wordt de positie van het door U gekozen nulpunt vastgelegd t.o.v. het machinenulpunt. De X, Y en Z-coördinaten zijn dus meestal negatieve waarden en kunnen op verschillende manieren vastgelegd worden. Indien het stuk onder een hoek op de tafel gemonteerd wordt, kan de hoekverdraaiing opgegeven worden onder Th (hoek met X-as). B stelt de hoek van de 4-de as voor. In een programma kunnen meerdere werkstuknulpunten voorkomen. Ieder werkstuknummer heeft een nummer (cursief gedrukt: 0-99). Naast de directe registratie van de coördinaten, heeft U ook nog de mogelijkheid om een ISO-nulpunt (G54-G59 of G54.1) te gebruiken of een bijkomende nulpunt. Indien U deze selecteert kunt U geen ingaven meer doen van coördinaten in de WSC-regel. De registratie van deze nulpunten gebeurt in afzonderlijke schermen.

92

versie 01_15-2-2017

Copyright © Application YME


8. Compensatie ( verschuiving nulpunt) UNr.

EENH

U (x)

V (y)

D (th)

W (z)

2

COMPENS.

100.

50.

45.

0.

Het compensatiecommando laat toe het werkstuknulpunt te verschuiven. De verschuiving gebeurt steeds t.o.v. het actieve WSC. Om een verschuiving ongedaan te maken, moet er terug een compensatiecommando geprogrammeerd worden met alle verschuivingswaarden gelijk aan nul. In het bovenstaande voorbeeld wordt het nulpunt verschoven over 100 mm in de X-richting en 50 mm in de Y-richting. Vervolgens wordt er een rotatie onder een hoek van 45 graden uitgevoerd.

9. Einde programma De Einderegel sluit een programma af. Twee mogelijkheden : UNr.

EENH

DOORL.

NUMMER

9

EINDE

1

0

ATC

X

Y

Z

B

H

Deze ‘Einderegel’ wordt gebruikt bij het afsluiten van een sub-programma ( DOORL = 1). Behalve de teller (NUMMER) kunnen er geen andere waarden meer ingegeven worden. Sluit men zo een hoofdprogramma af, dan loopt het programma continu door. UNr.

EENH

DOORL.

NUMMER

ATC

X

Y

Z

B

H

10

EINDE

0

0

0

0.

0.

0.

0.

0.

Deze ‘Einderegel’ wordt gebruikt voor het afsluiten van een hoofdprogramma. Het programma stopt en springt terug naar het begin. Onder X,Y en Z kan de positie van de spil geprogrammeerd worden t.o.v. het machinenulpunt.

Copyright © Application YME

versie 01_15-2-2017

93


10. Automatische nulpuntsberekening voor Variaxis.

Bij de Variaxis-machine vindt U onder ‘ANDERE’ de menutoets’ WSC SHIFT’. Deze heeft een dubbele functie. Hij laat toe onder gelijk welke hoek van de A en C-as, het nieuwe nulpunt (t.o.v. het originele) te verrekenen en bijkomend een rotatie van het assenstelsel te genereren. Alle volgende WSC SHIFT’s worden geprogrammeerd vanuit het originele WSC. In het programma leggen we in het begin slechts één nulpunt vast en de verrekening onder hoek wordt gemaakt d.m.v. deze functie. De verrekende nulpuntswaardes gaat U niet terugvinden in het programma. Tijdens de uitvoering van het programma, worden de nieuwe nulpunten getoond op het commandoscherm onder WSC. Om de WSC-SHIFT te annuleren en terug het originele werkstuknulpunt actief te maken, MOET er een WSC-SHIFT eenheid geprogrammeerd worden waarin alle waardes op “0” moeten gezet worden! Opgelet : Deze functie doet de assen niet verdraaien! Hiervoor moet U gebruik maken van het ‘INDEX’-commando. Dit gaat steeds de ‘WSC SHIFT’ vooraf.

Beginwaardes UNr.

EENH

1

WSC – 1

UNr.

EENH

2

INDEX

94

BYK. WSC

X

Y

Th

Z

C

A

-175.

-210.

0.

-300.

0.

0.

DS. POS. X

DS. POS. Y

DS. POS. Z

HOEK C

HOEK A

0.

0.

0.

0.

0.

versie 01_15-2-2017

Copyright © Application YME


Ontvouwd werkstuk met bijbehorende X- en Y-as

Berekening van nieuw nulpunt. UNr.

EENH

SHIFT-X

SHIFT-Y

SHIFT-Z

SHIFT-C

SHIFT-A

ROT.TH

1

WSC – SHIFT

150.

0.

-75.

-90.

-90.

0.

UNr.

EENH

DS. POS. X

DS. POS. Y

DS. POS. Z

HOEK C

HOEK A

2

INDEX

0.

-90.

-90.

Indien er bij DS.POS geen waarde ingevuld wordt, zal er geen as-beweging zijn.

Copyright © Application YME

versie 01_15-2-2017

95


Voorbeeldprogramma

96

versie 01_15-2-2017

Copyright © Application YME


Copyright © Application YME

versie 01_15-2-2017

97


Programma lay-out met prioriteitsnummers

98

versie 01_15-2-2017

Copyright Š Application YME


11. Voorbeeld Variaxis werkstuk uit center Beginwaardes UNr.

EENH

BYK. WSC

1

WSC – 1

UNr.

EENH

DS. POS. X

2

INDEX

0

X

Y

Th

Z

C

A

-175.

-135.

0

-300

0.

0.

DS. POS. Y

DS. POS. Z

HOEK C

HOEK A

0

0

0

0

Berekening van nieuw nulpunt. UNr.

EENH

SHIFT-X

SHIFT-Y

SHIFT-Z

SHIFT-C

SHIFT-A

ROT.TH

1

WSC – SHIFT

150.

0.

-75.

-90.

-90.

0.

UNr.

EENH

DS. POS. X

DS. POS. Y

DS. POS. Z

HOEK C

HOEK A

2

INDEX

0.

-90.

-90.

Indien er bij DS.POS geen waarde ingevuld wordt, zal er geen as-beweging zijn.

Copyright © Application YME

versie 01_15-2-2017

99


Voorbeeldprogramma

100

versie 01_15-2-2017

Copyright © Application YME


Copyright © Application YME

versie 01_15-2-2017

101


12. Compensatie - rotatie. TEKENING

102

versie 01_15-2-2017

Copyright © Application YME


HOOFDPROGRAMMA

SUBPROGRAMMA

Copyright © Application YME

versie 01_15-2-2017

103


13. Spiegelen TEKENING

104

versie 01_15-2-2017

Copyright © Application YME


HOOFDPROGRAMMA

SUBPROGRAMMA

Copyright © Application YME

versie 01_15-2-2017

105


11. DATACOMMUNICATIE ( DATA in/uit) 1. GEGEVENSOPSLAG VIA KAART, HARD DISK OF USB In de onderstaande procedure wordt uitgelegd hoe data van de machine op een folder op de harde schijf van de machine kan geplaatst worden. De procedure is identiek voor de opslag op USB of KAART (geheugenkaart) 

Klik op de <HOOFDMENUTOETS> (uiterst links toets) en klik dan op <DATA IN/UIT>

Klik op <HARD DISK>

Data kunnen nooit direct op een SD-kaart, USB of HD opgeslagen worden. Ze moeten altijd onder een folder opgeslagen worden. Klik op de menutoets <SELECT DIR> om een folder aan te maken.

Klik op <SELECT DIR> om een bestandsnaam op te geven. Geef bvb ‘’TEST’’ in en druk dan op <INPUT> om te bevestigen.

106

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Hierna krijgt men de keuze tussen LADEN of OPSLAAN. Men kan maximaal 960 programma’s in één directory opslaan. Tezamen met de programma’s kan men ook andere gegevens selecteren die men wil opslaan. De opgeslagen programma’s zijn niet leesbaar ( binair formaat). Ze krijgen een extensie *.pbf.

Via <HARDDISK INHOUD> kan zichtbaar gemaakt worden welke gegevens er onder een bepaalde bestandsnaam staan.

Op <START> klikken om de data-overdracht op te starten.

Wanneer de communicatie goed verlopen is , zal men een bevestiging krijgen zoals te zien is in onderstaand scherm. Indien men programma’s opgeslagen heeft, zullen de opgeslagen programma’s in de rechterhelft van het scherm verschijnen, indien men programma’s geladen heeft, verschijnen ze in de linkerhelft van het scherm.

Opmerkingen : 

Eens men in een folder gegevens heeft weggeschreven en men schrijft er nog eens gegevens in weg, dan zijn de oorspronkelijke gegevens die al in de folder stonden uitgewist. Dit is de standaard instelling van de machine en de verloren gegevens kunnen op geen enkele manier nog terug gehaald worden. Wil men dit voorkomen, dan moet men in het scherm <DATA IN/UIT> naar het pull-down menu met het tandwieltje (rechtsboven) gaan en daar via “instelling” de functie <OVERSCHRIJF MODE> aanvinken. Via deze instelling kunnen wel gegevens op een bestaande folder bijgeschreven worden.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

107


2. COMMUNICATIE OVER HET NETWERK De Smooth-sturing laat toe een netwerk te installeren onder Windows. Via het netwerk kunt U zowel ISO, Mazatrol-programma’s als parameters, gereedschapsgegevens, … opslaan/laden. De Smooth-sturing draait onder Windows 8 en de machine is standaard voorzien van een netwerkinterface, er moet dus geen aparte netwerkkaart aangekocht worden. De installatie en integratie van de machine in het netwerk gebeurt op dezelfde manier als bij een normale desktop PC. De installatie en aansluiting op het netwerk is de volledige verantwoordelijkheid van de klant zelf. Wanneer het netwerk in orde is kunnen programma’s via <HARDDISK> onder <DATA IN/UIT> van en naar een externe PC gestuurd worden, via de volgende procedure.

Opslaan naar een externe PC.   

Gebruik <HARDDISK> om programma’s naar een folder op de harde schijf van de machine te sturen. Noem deze directory bv. OUTBOX Eens het programma op de harde schijf staat, kunt U deze programma’s via het netwerk kopiëren / overhalen (copy/paste) naar een andere PC voor back-up. De folder OUTBOX staat op de harde schijf van de machine onder C:\MC_Backup\other

Ophalen van een externe PC.   

Zet de gewenste programma’s via Windows Explorer (copy/paste) op de harde schijf van de machine. Noem deze directory bv. INBOX Deze programma’s kunnen via <HARDDISK> geladen worden in het NC geheugen. De folder OUTBOX moet op de harde schijf van de machine staan onder C:\MC_Backup\other

De twee genoemde directory’s (INBOX en OUTBOX), die aangemaakt kunnen worden via <HARDDISK> en <SELECT DIR.>, bevinden zich in de volgende directory C:\MC_backup\Other Deze folder moet dus volledig ‘geshared of gedeeld’ worden. Indien U een andere folder gebruikt, dan hierboven vermeld, krijgt U geen toegang tot uw data .

108

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Waarschuwing : Gebruik nooit de Windows Explorer om programma’s rechtstreeks van / naar het NC geheugen te slepen. Dit heeft een corrupte datastructuur als gevolg. Uw programma’s in het NC geheugen worden niet meer herkend.

Voor de verwerking van grote EIA/ISO programma’s ( groter dan 2 MB) kunnen programma’s rechtstreeks van de harde schijf gelezen worden. Dit kan enkel voor ISO-programma’s. De programma’s moeten dan in een andere folder gestopt worden, genaamd

C:\MC_Direct Mode Programs 

Indien U deze programma’s wilt uitvoeren moet U de machine in HD operating mode zetten, parameter F40 moet op 1 gezet worden. U kunt rechtstreeks van de harde schijf opstarten ( druk dan de Tapetoets ) of U kunt ook vanuit Memory mode ( normale werking) opstarten. In het laatste geval roept het hoofdprogramma een sub-programma op dat op de harde schijf kan staan. De extensie van de ISO-programma’s moet altijd EIA zijn ( voorbeeld 12345678.eia). Het programma mag niet beginnen met een %-teken.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

109


3. OPSLAAN VAN DE CAMDATA Indien u het softwarepakket “Smooth-Cam” aangekocht heeft, moet alle machinedata opgeslagen worden en ingelezen in Smooth-Cam. Op deze manier beschikt de offline programmatie over exact dezelfde data als de machine. Parameters, gereedschapsdata, programma’s en afmetingen van de machine (3D beschrijving van covers, machineonderdelen, …) worden in 1 bestand uitgelezen. Volg de onderstaande procedure om de Cam-data op te slaan. 

Klik op de <HOOFDMENUTOETS> en klik dan op de menutoets <DATA IN/UIT>

Het onderstaande scherm komt tevoorschijn.

Om de Cam-Data te kunnen opslaan, moet eerst aan de sturing aangegeven worden op welke gegevensdrager de Cam-Data moet weggeschreven worden. Het makkelijkste is om de Cam-Data op te slaan op een USB stick.  

110

Steek een USB stick in een vrije USB-poort Ga met de muiscursor naar het “pull-down” menu net onder de blauwe balk bovenaan het scherm, klik op <INSTELLING> en daarna op <Map Cam-Data>, zie ook onderstaande figuur.

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Geef dan aan op welke gegevensdrager u de Cam-Data wilt opslaan. Door op <BLADER> te klikken kan u een andere plaats aanduiden. Zie onderstaande figuur.

Klik op <OK> om te bevestigen.

Klik op de <BEWAAR CAMDATA MACHINE>

Klik op <SELECT DIR> om een map aan te maken op de gegevensdrager.

Het makkelijkste is als u de naam van de machine ingeeft. De naam van dit bestand mag echter ook een totaal willekeurige naam hebben. Zie onderstaande figuur.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

111


Klik op <OK> om te bevestigen.

Klik op <START> om het opslaan te starten

De <START> toets blijft groen opgelicht zolang het opslaan aan de gang is. Wacht tot het rode oplichten verdwijnt en het opslaan beëindigd is.

Indien u de Cam-Data wil doormailen om een eventueel probleem te kunnen oplossen, mail (eventueel via WeTransfer) dan beide files door. Deze staan onder de aangemaakte map op de gegevensdrager, in dit geval op de USB-stick. Via de Windows verkenner kan u alle bestanden terugvinden om door te mailen. Zie onderstaande figuur.

OPGELET : WIJZIG NIETS AAN DE NAAM VAN DE BESTANDEN, ANDERS WORDEN ZE ONBRUIKBAAR OM NADIEN IN TE LEZEN IN SMOOTH-CAM !!

112

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


12. GEREEDSCHAPSOMSCHRIJVING 

Om het GEREEDSCHAPS OMSCHRIJVING scherm op te roepen, drukken we op de uiterst linkse toets, de <HOOFDMENUTOETS>, en dan op de menutoets <GEREEDSCHAPS OMSCHR.>. zie onderstaande figuur.

Het onderstaande scherm verschijnt.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

113


1. TOOL LAYOUT Wanneer we alle gereedschappen van ons Mazatrolprogramma in een keer willen inladen in ons virtuele magazijn, gaan we gebruik maken van de TOOL LAYOUT.

114

Wanneer er gegevens ingevuld worden bij “LIFE” (zoals levensduur, snijtijd en dergelijke) houdt de sturing rekening met het aantal nodige gereedschappen. Meer informatie vindt u op de volgende pagina’s.

Selecteer TOOL LAYOUT in het basisscherm van GEREEDSCHAPSOMSCHRIJVING.

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Vervolgens wordt dit scherm zichtbaar

Roep het programma op waarvan je de gereedschappen wilt plaatsen in het magazijn. Zorg er voor dat de baancontrole al eens gelopen heeft.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

115


Wanneer het programma geselecteerd is en op “OK” gedrukt is, zie je direct alle nodige gereedschappen of alle gereedschappen van het programma. Dit heeft te maken welke keuze actief staat en dus groen gekleurd staat (nodige gereed. of geschikt gereeds.).

LET OP! Je kunt meerdere programma’s in progr. bestand lezen. Let er wel op dat het programma dat al eerder geselecteerd is, niet vanzelf verdwijnt. Hiervoor maak je gebruik van de menu’s wissen (enkel programma) of alles wissen (alle programma’s) voor het progr. bestand leeg te maken. Bij Nr. kun je het aantal nodige werkstukken invullen. Wanneer je gebruik maakt van de “LIFE” gegevens, zal de sturing hier rekening mee houden. Zoals u op bovenstaande afbeelding kunt zien zijn er in dit voorbeeld 5 vingerfrezen en 1 boor nodig.

116

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


ď&#x201A;ˇ

Zolang de gereedschappen in de rechtse gedeelte blijven staan, betekend dat dat de gereedschappen niet overgezet zijn. Via PLAATSNR TOEWIJZ. Kun je de gereedschappen automatisch een plaats laten toewijzen. De sturing houdt rekening met vrije plaatsen in het magazijn.

Copyright Š Application YME

versie 01_14-2-2017

117


118

 

Je kunt ook handmatig de nummers veranderen. Hiervoor gebruik je de knop “EDIT”. LET OP! De sturing houdt rekening met de gereedschapsnummers in NODIG GEREED. maar niet met het magazijn. Als je hier dus een gereedschapsnummer ingeeft dat al bezet is, overschrijft hij dat gereedschap.

Om de gereedschapsbeschrijving af te sluiten MOET het altijd bevestigt worden met “EINDE V.D. BESCHR”

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Wanneer we terug gaan naar “GER. DATA” gaan, nadat we een einde van de beschrijving gedaan hebben, krijgen we een overzicht van het geselecteerde gereedschap. Wanneer we “LIJST INGAVE” actief maken, krijgen we een overzicht van alle lengtes en dergelijk van het gereedschap in het magazijn.

In dit geval zie je dat bij de toegevoegde gereedschappen (BOOR 6.5 en V-FREES 20. R) geen lengtes staan. Deze kunnen handmatig ingegeven worden of opgemeten worden met de meet-arm. LET OP! Bij een (center)boor moet er nog een tophoek ingegeven worden. Hiervoor ga je op het juiste gereedschap staan en maak je de “LIJST INGAVE” niet meer actief. Vervolgens kun je dan een tophoek ingeven. Automatisch berekend de sturing dan de lengtecompensatie.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

119


13. VTC-SERIE : PENDELEND WERKEN De VTC- serie van machines laat toe om pendelend te werken. Het verwijderbare tussenschot dient om producten aan de linkse kant op te spannen, terwijl aan de rechtse kant de machine in uitvoering is. Er zijn momenteel twee uitvoeringen op de markt :

1. Het oude type : VTC 20C of VTC30C Aan beide zijden van het schot bevindt zich een gereedschapsmagazijn. Voordat men van kant wisselt, moet de gereedschapspil leeg zijn. Zie programmavoorbeeld 1000 (hoofdprogramma) en twee verschillende bewerkingsprogramma’s ‘ (1100 en 1200). Programmeeropmerkingen :    

120

Zowel de Y als Z-as moeten in hun nulpunt staan voordat het pendelen kan starten. Programmeer geen terugkeer van de X-as naar het machinenulpunt. Dit is niet mogelijk wanneer de machine zich in het linkse gedeelte geparkeerd staat. Het M71 of M72commando( resp. rechts /links gebied) zal de X-as automatisch doen bewegen. De gereedschapsspil moet leeg zijn voordat van gebied veranderd kan worden. Dit gebeurt d.m.v. de manuele eenheid (eenheid 1 en 6 in programma 1000). Door geen gereedschap te vermelden wordt de spil leeggemaakt. De eenheden ‘BEW. EIND’ zijn noodzakelijk. Zeker wanneer U voorrangsnummers gebruikt in de bewerkingsprogramma’s.

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


HOOFDPROGRAMMA

SUBPROGRAMMA 1

SUBPROGRAMMA 2

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

121


2. Het recente type : VTC200C - VTC300C – VTC800/30SR  

Dit type beschikt slechts over één magazijn. Dit beweegt mee met de spil in de richting van de X-as. De spil trekt in de Y-as terug om achter het schot te passeren. De spil hoeft hier niet leeg te zijn. Zie programmavoorbeeld 10000 (hoofdprogramma) en twee verschillende bewerkingsprogramma’s ‘ (1100 en 1200).

HOOFDPROGRAMMA

SUBPROGRAMMA 1

SUBPROGRAMMA 2

122

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


14. ISO-PROGRAMMATIE Naast de Mazatrol dialoogtaal kunnen er ook ISO-programma’s gebruikt worden. Door gebruik te maken van ISO verliest U een aantal voordelen die de Mazatrolsturing U biedt ( enkele voorbeelden):      

VFC werkt enkel in Mazatrol. Geen gebruik van voorrangsnummers. Solidmode is enkel van toepassing in Mazatrol. Werkstukvorm kan niet zichtbaar gemaakt , enkel de baan van het gereedschap. Sommige opties werken enkel onder Mazatrol ( autopecking, high accuracy boring tornado). Sommige functies zoals gereedschapsbreukdetectie (M35-code), nulpuntsmeting zijn standaard in Mazatrol, maar een optie in ISO.

De ISO-programmatie is compatibel met FANUC 15M/18M. Voor meer details moeten wij naar de ISO-handleiding verwijzen. Op een Mazatrolsturing kan er in ISO gebruikt gemaakt worden van de Mazatrol-diameter en lengte. In dat geval gebruikt U hetzelfde gereedschapsscherm voor Mazatrol, als voor ISO. Om deze te activeren moeten er een aantal parameters gezet worden (ISO-handleiding, hoofdstuk 12-7 ) : 

F92 bit 7 F93 bit 3

=1 =1

: Activeren van Mazatrol-diameter in ISO. : Activeren van Mazatrol-lengte in ISO.

Keuze te maken door gebruiker : 

F94 bit 2

F93 bit 5

F91 bit 5

F94 bit 3

=0 =1 =0 =1 =0 =1 =0 =1

: Lengte –annulatie d.m.v. G28/G30 : Geen lengte-annulatie d.m.v. G28/G30 : tussenpunt geldig bij gebruik van G28/G30 : geen tussenpunt : beweging in microns, wanneer er geen decimale punt gebruikt is. : beweging in mm. : gereedschapsselectie d.m.v. groepsnummer. : gereedschapsselectie d.m.v. pocketnummer.

De F-parameters ( gebruikersparameters) bepalen de ISO-instellingen. Het is dus aan te bevelen deze te controleren, alvorens te starten met ISO.

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

123


Voorbeeld ISO-programmatie : 01234 G00

G40

G80

G90

G30

(G28)

G91

Z0.

G30

(G28)

G91

X0.

T01

T02

M06

(M58)

G54

G90

G00

X50.

G00

G43

(H ISO-offsetnummer)

G01

Z-15.

F0.15

G00

Z2.

G30

(G28)

G91

Z100.

G30

(G28)

G91

X0.

T02

T00

M06

(M58)

G90

G00

G54

X-10.

G00

G43

(H...)

Z-5.

G01

G41

(D ISO-offsetnummer)

G00

G40

X-10.

Y-10.

G30

(G28)

G91

Z100.

G30

(G28)

G91

X0.

T00

T00

M06

(M58)

G95 *1 Y0. Y50.

*1 M03

M08

S5000

Z2.

***1

*2 Y0.

M05

*2

Y-10.

M03

M08

X0.

Y0.

F0.2

Y0.

M05

**1 S2000 ***1 ***2

*2 *2 **2

M30 %

Opmerkingen : 

Nota *1 / *2 1. De G28 of G30-code doen de spil terugkeren resp. naar het eerste of tweede machinenulpunt. De keuze van de gebruikte G-code hangt af van het type machine. Machines waar de spil buiten de normale bewerkingszone het gereedschap gaat ophalen, hebben deze G-codes niet absoluut nodig. In dat geval wordt de gereedschapswissel uitgevoerd door de PLC i.p.v. het programma. Toch is altijd aan te bevelen het gereedschap eerst naar een veilige positie te brengen vooraleer een gereedschapswissel uit te voeren. 2.

De G28/G30 code voeren we meestal uit in incrementele mode. De Z100.-waarde voert een beweging uit van 100 mm omhoog t.o.v. zijn vorige positie alvorens het eerste of tweede nulpunt (volgens adresspecificatie) aan te varen. Dit enkel maar wanneer er een tussenpunt actief is.

Nota **1 De code TxxTyy M06 voert de wissel uit en heeft de volgende betekenis :  De Txx staat voor het gereedschap dat in de spil komt.  De Tyy staat voor het gereedschap dat in de tussenpocket voorgeselecteerd word. De machine moet dan wel over die mogelijkheid beschikken.  Indien er geen voorselectie mogelijk of nodig is , gebruiken we het volgende formaat TxxT00M06.  De M58 is niet noodzakelijk, maar controleert of het gereedschap gebroken of over tijd is. Wanneer er reservegereedschappen voorzien zijn, schakelt de sturing automatisch over naar een reservegereedschap. Bij afwezigheid van een M58 krijgt U alleen een foutmelding ( alarm 225 : levensduur overschreden), maar de machine werkt door.

Nota **2 De code T00T00M06 maakt de spil leeg.

Nota ***1 / ***2 Wanneer de Mazatrol-lengte en diameter gebruikt worden in ISO ( zie parameters), is de vermelding van H (lengtecompensatie) en D ( diametercompensatie) niet nodig. Wanneer U de Mazatrol-gegevens niet gebruikt, dan is een vermelding van H en D absoluut noodzakelijk. Het ISO-offsetnummer ( 1 tot 128 of 512) verwijst naar een waarde in het gereedschapsverschuivingsscherm. Bij gebruik van de Mazatrol-lengte en diameter en tegelijkertijd een vermelding van H en D, laat toe de Mazatrolgegevens en ISO-offsets te combineren ( meervoudige offset is mogelijk voor één gereedschap).

124

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


TEKENINGEN: OEFENINGEN


VOORBEELD 1

126

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


VOORBEELD 2

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

127


VOORBEELD 3

128

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


VOORBEELD 4

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

129


VOORBEELD 5

130

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


VOORBEELD 6

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

131


VOORBEELD 7

132

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


OPLOSSINGEN: ONBEKENDE PUNTEN


Raaklijnen 1

134

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Raaklijnen 2

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

135


Raaklijnen 3

136

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Snijlijnen 4

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

137


Snijlijnen 5

138

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Snijlijnen 6

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

139


Snijlijnen 7

140

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


Snijlijnen 8

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

141


OPLOSSINGEN OEFENINGEN


VOORBEELD 1

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

143


VOORBEELD 2

144

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


VOORBEELD 3

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

145


VOORBEELD 4

146

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


VOORBEELD 5

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

147


VOORBEELD 6

148

versie 01_14-2-2017

Copyright © Application YME


VOORBEELD 7

Copyright © Application YME

versie 01_14-2-2017

149


18. SPECIFICATIES VARIAX 1. 5-ASSIG SIMULTAAN FREZEN IN EIA/ISO PARAMETERS De standaard settings i.v.m. 5-assig frezen, zeker de F-parameters , zoals U die kunt terugvinden op de volgende pagina’s, moeten in overeenstemming worden gebracht met de instellingen van het te gebruiken CAM-systeem. Wanneer een CAM systeem NC-code uitgeeft voor een “WORK COORDINATESYSTEM” en de machine staat ingesteld op “ TABLE COORDINATE SYSTEM”, dan zal de gevolgde baan totaal verschillen. Vooral de F85 bit 2 en F86 bit 6 zijn parameters die onderling moeten afgestemd worden.

Distance from spindle face to the

primary rotary center - Horizontal OFFSET - Vertical OFFSET - Height OFFSET

Distance from spindle face to the

primary rotary center -

As

Nummer

X

1

Y

2

Z

3

A

4

C

5

150

versie 01_16-2-2017

Horizontal OFFSET Vertical OFFSET Height OFFSET

Copyright © Application YME


Parameters to set to match the NC programs Bit 2

Type of coordinate system for controlling TTPC

0

Bit 3

Tool tip point control

1

Bit 2

G0 override method during TTPC

1

Bit 5

G1 override method during TTPC

1

Bit 6

Rotary axis origin selection

1

F92

Bit 7

Act. Diameter; nose R in an ISO program

1

F93

Bit 3

Tool length in an ISO program

1

F94

Bit 7

Tool offset amount effectuated in an EIA/ISO program

1

Bit 1

Machine motion at G49 (TTPC cancel)

1

Bit 3

Moving axes by using G49 in G43 mode

1

F144

Bit 1

Selection of table rotary axis reference position for inclined-surface machining

1

F161

Bit 1

Shape offset handling

0

Bit 0

At TTPC alonestart up

0

Bit 1

Particular point passage selection

0

F85

F86

F114

F162

Parameters to set for the machine type (fix) K113

Machine type

3

K114

Axis number of horizontal-axis | X-axis

1

K115

Axis number of vertical-axis | Y-axis

2

K116

Axis number of height-axis | Z-axis

3

K117

Rotational direction of the rotary axes

31

K121

1st rotary axis axis number

4

K122

Primary Horizontal Center OFFSET

K123

Primary Vertical Center OFFSET

K124

Primary Height Center OFFSET

K125

2nd rotary axis axis number

5

INFORMATIE TOEVOEGEN VAN DE PDF (STEFAN)

Copyright Š Application YME

versie 01_16-2-2017

151


2. GEBRUIK VAN G68.2 IN EIA/ISO NC-OPTIES Optie 49 : Tilted working plane (G68.2 & G53.1) Kijk na of u deze optie hebt alvorens de programmatie aan te vatten.

TILTED WORKING PLANE : G68.2 en G53P1/P2 Deze functie wordt in EIA/ISO programmering gebruikt om een coördinatensysteem te roteren. Wanneer de B-as op een andere positie gebruikt wordt dan 0°, moet in principe altijd een G68.2 geprogrammeerd worden. G68.2 wordt in principe altijd samen met G53P1 of G53P2 geprogrammeerd. OPMERKINGEN 

Indien het nulpunt van het werkstuk NIET samenvalt met het rotatiecenter van de C-as, zal er WEL een automatische verrekening van het nulpunt plaatsvinden bij het verdraaien van de C-as. De verrekening van het werkstuknulpunt gebeurt d.m.v. de instelling van een aantal parameters.

PROGRAMMATIE G68.2 Xx Yy Zz Iα Jβ Kγ sets the feature coordinate in the following sequences: 1. Shift the coordinate to take a new origin point at (x, y, z) position of the original coordinate. 2. Rotates the new coordinate around the Z axis by α degree. 3. Rotates the new coordinate around the new X axis by β degree. 4. Rotates the new coordinate around the new Z axis by γ degree.

152

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

153


WERKSTUK IN CENTER Programmeervoorbeeld

EIA/ISO programma Informatie programma <CURSUS-G68.2-CENTER-1> (G54 X-175 Y-210 Z-300 G68.2XxYyZzIiJjKk) (NULPUNT IN G54) (X-175. Y-210. Z-300.) (NULPUNT IN CENTER KOPVLAK) (BLOKJE X300xY150xZ150)

154

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


Programma-1 G21 G90 G80 G40 G00 G17 G54 G90 G53 Z0 G90 G53 X0 Y0 M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G90 A0. C0. M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) Part 1 ( T001A - BOOR - D10.) T007.01 T008.01 M06 G90 G53 Z0 S2000 M3 (VLAK - 1 A0° EN C0°) M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G54 G90 A0. C0. M8 M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) G68.2 X0. Y0. Z0. I0. J0. K0. G53.1 G00 G90 X0. Y0 G00 G43 G90 Z2. G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X25. Y0 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X50. Y0 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y12.5 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y25. G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G69 G90 G53 Z0

Part 2 ( T001A - BOOR - D10.) T007.01 T008.01 M06 G90 G53 Z0 S2000 M3 (VLAK - 2 A-90° EN C0°) M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G54 G90 A-90. C0. M8 M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) G68.2 X0. Y75. Z-75. I0. J-90. K0. G53.1 G00 G90 X0. Y0 G00 G43 G90 Z2. G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X25. Y0 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X50. Y0 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y12.5 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y25. G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G69 G90 G53 Z0

Part 3 ( T001A - BOOR - D10.) T007.01 T008.01 M06 G90 G53 Z0 S2000 M3 (VLAK - 3 A-90° EN C-90°) M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G54 G90 A-90. C-90. M8 M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) G68.2 X150. Y0. Z-75. I-90. J-90. K0. G53.1 G00 G90 X0. Y0 G00 G43 G90 Z2. G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X25. Y0 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X50. Y0 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y12.5 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y25. G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G69 G90 G53 Z0

( T008A - CENTER BOOR - D12.) T008.01 T007.01 M06 G90 G53 Z0 S2000 M3 (VLAK - 1 A0° EN C0°) M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G54 G90 A0. C0. M8 M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) G68.2 X0. Y0. Z0. I0. J0. K0. G53.1 G00 G90 X0. Y0 G00 G43 G90 Z2. G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X25. Y0 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X50. Y0 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y12.5 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y25. G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G69 G90 G53 Z0

( T008A - CENTER BOOR - D12.) T008.01 T007.01 M06 G90 G53 Z0 S2000 M3 (VLAK - 2 A-90° EN C0°) M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G54 G90 A-90. C0. M8 M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) G68.2 X0. Y75. Z-75. I0. J-90. K0. G53.1 G00 G90 X0. Y0 G00 G43 G90 Z2. G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X25. Y0 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X50. Y0 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y12.5 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y25. G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G69 G90 G53 Z0

( T008A - CENTER BOOR - D12.) T008.01 T007.01 M06 G90 G53 Z0 S2000 M3 (VLAK - 2 A-90° EN C-90°) M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G54 G90 A-90. C-90. M8 M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) G68.2 X150. Y0. Z-75. I-90. J-90. K0. G53.1 G00 G90 X0. Y0 G00 G43 G90 Z2. G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X25. Y0 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X50. Y0 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y12.5 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y25. G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G69 G90 G53 Z0

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

155


Part 4 ( T001A - BOOR - D10.) T007.01 T008.01 M06 G90 G53 Z0 S2000 M3 (VLAK - 4 A-90° EN C180°) M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G54 G90 A-90. C180. M8 M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) G68.2 X0. Y-75. Z-75. I0. J+90. K180. G53.1 G00 G90 X0. Y0 G00 G43 G90 Z2. G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X25. Y0 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X50. Y0 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y12.5 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y25. G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G69 G90 G53 Z0

Part 5 ( T001A - BOOR - D10.) T007.01 T008.01 M06 G90 G53 Z0 S2000 M3 (VLAK - 5 A-90° EN C+90°) M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G54 G90 A-90. C+90. M8 M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) G68.2 X-150. Y0. Z-75. I+90. J-90. K0. G53.1 G00 G90 X0. Y0 G00 G43 G90 Z2. G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X25. Y0 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X50. Y0 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y12.5 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y25. G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G69 G90 G53 Z0

( T008A - CENTER BOOR - D12.) T008.01 T007.01 M06 G90 G53 Z0 S2000 M3 (VLAK - 4 A-90° EN C180°) M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G54 G90 A-90. C180. M8 M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) G68.2 X0. Y-75. Z-75. I0. J+90. K180. G53.1 G00 G90 X0. Y0 G00 G43 G90 Z2. G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X25. Y0 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X50. Y0 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y12.5 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y25. G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G69 G90 G53 Z0

( T008A - CENTER BOOR - D12.) T008.01 T007.01 M06 G90 G53 Z0 S2000 M3 (VLAK - 5 A-90° EN C+90°) M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G54 G90 A-90. C+90. M8 M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) G68.2 X-150. Y0. Z-75. I+90. J-90. K0. G53.1 G00 G90 X0. Y0 G00 G43 G90 Z2. G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X25. Y0 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X50. Y0 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y12.5 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y25. G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G69 G90 G53 Z0 G90 G53 A0 C0 G90 G53 X0 Y0 M30

156

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


WERKSTUK UIT CENTER Programmeervoorbeeld

EIA/ISO programma Informatie programma <CURSUS-G68.2-UIT-CENTER-1>(G55 X-175 Y-135 Z-300 G68.2XxYyZzIiJjKk) (NULPUNT IN G55) (BLOKJE 75 mm VERSCHOVEN IN DE Y-as) (X-175. Y-135. Z-300.) (NULPUNT IN CENTER KOPVLAK) (BLOKJE X300xY150xZ150)

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

157


Programma-1 G21 G90 G80 G40 G00 G17 G55 G90 G53 Z0 G90 G53 X0 Y0 M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G90 A0. C0. M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) Part 1 ( T001A - BOOR - D10.) T007.01 T008.01 M06 G90 G53 Z0 S2000 M3 (VLAK - 1 A0° EN C0°) M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G55 G90 A0. C0. M8 M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) G68.2 X0. Y0. Z0. I0. J0. K0. G53.1 G00 G90 X0. Y0 G00 G43 G90 Z2. G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X25. Y0 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X50. Y0 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y12.5 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y25. G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G69 G90 G53 Z0

Part 2 ( T001A - BOOR - D10.) T007.01 T008.01 M06 G90 G53 Z0 S2000 M3 (VLAK - 2 A-90° EN C0°) M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G55 G90 A-90. C0. M8 M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) G68.2 X0. Y75. Z-75. I0. J-90. K0. G53.1 G00 G90 X0. Y0 G00 G43 G90 Z2. G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X25. Y0 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X50. Y0 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y12.5 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y25. G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G69 G90 G53 Z0

Part 3 ( T001A - BOOR - D10.) T007.01 T008.01 M06 G90 G53 Z0 S2000 M3 (VLAK - 3 A-90° EN C-90°) M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G55 G90 A-90. C-90. M8 M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) G68.2 X150. Y0. Z-75. I-90. J-90. K0. G53.1 G00 G90 X0. Y0 G00 G43 G90 Z2. G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X25. Y0 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X50. Y0 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y12.5 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y25. G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G69 G90 G53 Z0

( T008A - CENTER BOOR - D12.) T008.01 T007.01 M06 G90 G53 Z0 S2000 M3 (VLAK - 1 A0° EN C0°) M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G55 G90 A0. C0. M8 M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) G68.2 X0. Y0. Z0. I0. J0. K0. G53.1 G00 G90 X0. Y0 G00 G43 G90 Z2. G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X25. Y0 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X50. Y0 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y12.5 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y25. G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G69 G90 G53 Z0

( T008A - CENTER BOOR - D12.) T008.01 T007.01 M06 G90 G53 Z0 S2000 M3 (VLAK - 2 A-90° EN C0°) M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G55 G90 A-90. C0. M8 M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) G68.2 X0. Y75. Z-75. I0. J-90. K0. G53.1 G00 G90 X0. Y0 G00 G43 G90 Z2. G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X25. Y0 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X50. Y0 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y12.5 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y25. G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G69 G90 G53 Z0

( T008A - CENTER BOOR - D12.) T008.01 T007.01 M06 G90 G53 Z0 S2000 M3 (VLAK - 2 A-90° EN C-90°) M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G55 G90 A-90. C-90. M8 M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) G68.2 X150. Y0. Z-75. I-90. J-90. K0. G53.1 G00 G90 X0. Y0 G00 G43 G90 Z2. G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X25. Y0 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X50. Y0 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y12.5 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y25. G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G69 G90 G53 Z0

158

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


Part 4 ( T001A - BOOR - D10.) T007.01 T008.01 M06 G90 G53 Z0 S2000 M3 (VLAK - 4 A-90° EN C180°) M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G55 G90 A-90. C180. M8 M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) G68.2 X0. Y-75. Z-75. I0. J+90. K180. G53.1 G00 G90 X0. Y0 G00 G43 G90 Z2. G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X25. Y0 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X50. Y0 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y12.5 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y25. G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G69 G90 G53 Z0

Part 5 ( T001A - BOOR - D10.) T007.01 T008.01 M06 G90 G53 Z0 S2000 M3 (VLAK - 5 A-90° EN C+90°) M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G55 G90 A-90. C+90. M8 M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) G68.2 X-150. Y0. Z-75. I+90. J-90. K0. G53.1 G00 G90 X0. Y0 G00 G43 G90 Z2. G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X25. Y0 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X50. Y0 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y12.5 G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y25. G01 G90 Z-10. F500. G00 G90 Z2. G69 G90 G53 Z0

( T008A - CENTER BOOR - D12.) T008.01 T007.01 M06 G90 G53 Z0 S2000 M3 (VLAK - 4 A-90° EN C180°) M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G55 G90 A-90. C180. M8 M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) G68.2 X0. Y-75. Z-75. I0. J+90. K180. G53.1 G00 G90 X0. Y0 G00 G43 G90 Z2. G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X25. Y0 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X50. Y0 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y12.5 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y25. G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G69 G90 G53 Z0

( T008A - CENTER BOOR - D12.) T008.01 T007.01 M06 G90 G53 Z0 S2000 M3 (VLAK - 5 A-90° EN C+90°) M43 M46( UNCLAMP ROTARY AXES) G00 G55 G90 A-90. C+90. M8 M44 M47( CLAMP ROTARY AXES) G68.2 X-150. Y0. Z-75. I+90. J-90. K0. G53.1 G00 G90 X0. Y0 G00 G43 G90 Z2. G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X25. Y0 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X50. Y0 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y12.5 G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G00 G90 X0. Y25. G01 G90 Z-6. F500. G00 G90 Z2. G69 G90 G53 Z0 G90 G53 A0 C0 G90 G53 X0 Y0 M30

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

159


PARAMETERS De volgende afbeeldingen zijn een VOORBEELD, in dit geval een Variax I500. Per machine verschillen de S-waardes. De K-waardes dienen gezet te worden zoals hieronder aangegeven.

S5 X-as en Y-as = center van de tafel. X en Y positie moet uit geklokt worden S5 wordt gebruikt voor de MAZATROL WSC-SHIFT functie

S25 = Center van de C-as voor de virtuele simulatie S25 # Z-axis = positie van machinenulpunt naar werktafel S26 # Z-axis = positie van machinenulpunt naar center rotatie A-as

160

versie 01_16-2-2017

Copyright Š Application YME


K122 = waarde S25 #1 K123 = waarde S25 #2 K124 = waarde S26 #3

G54 â&#x20AC;&#x201C; G55 NULPUNTEN

G54 en G55 verschillen. G54 is in bovenstaande programma gebruikt voor het werkstuk dat in het center staat. G55 is in het bovenstaande programma gebruikt voor het werkstuk dat uit het center staat.

Copyright Š Application YME

versie 01_16-2-2017

161


19. SPECIFICATIES VTC800/30SR 1. CONFIGURATIE VAN DE MACHINE

162

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


2. BEWEGING VAN DE ASSEN

X-as

Y-as

Z-as

X-as beweegt van links naar rechts. Positieve richting (+): beweging naar rechts. Negatieve richting (–): beweging naar links Kolom beweegt naar voren en achteren. Positieve richting (+): kolom beweegt naar achter. Negatieve richting (–): kolom beweegt naar voren. Spil beweegt omhoog en omlaag. Positieve richting (+): Spil beweegt naar boven. Negatieve richting (–): Spil beweegt naar onder ( richting tafel)

B-as

Spil draait rond een as parallel aan de Y-as. Positieve richting (+): Spil draait volgens de wijzers van het uurwerk. Negatieve richting (–): Spil draait tegen de wijzers van uurwerk in.

C-as

Draaitafel roteert rond de verticale ( of horizontale as). Positieve richting (+): Tafel draait uurwijzerzin wanneer men er van boven op kijkt. Negatieve richting (–): Tafel draait anti-uurwijzerzin, wanneer men er van boven op kijkt.

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

163


3. VERSCHIL INDEX – WSC-SHIFT INDEX De INDEX-eenheid wordt gebruikt om de B-as en C-as mechanisch onder de gewenste hoek voor verspaning te verdraaien. 

Selecteer het menu <ANDERE>

Selecteer het menu <INDEX>

Geef voor de lineaire assen (X,Y,Z) de gewenste machinecoördinaten in en vervolgens de benodigde B-as en C-as. Tijdens de INDEX-eenheid bewegen eerst de lineaire assen naar hun opgegeven posities, vervolgens verdraaien de B-en C-as. De opgegeven coördinaten zijn machinecoördinaten, zie onderstaande figuur. ENr.

EENH

DR. POS. X

DR. POS. Y

DR. POS. Z

ANGLE B

4

Index

0.

0.

0.

0.

Indien er geen waarde wordt ingegeven voor een bepaalde as, dan blijft deze as op zijn positie staan tijdens de INDEX-eenheid. Indien de X-waarde blanco is gelaten, dan gaan enkel de Y- en Z-as bewegen naar de opgegeven posities, Voordat de B- en C-as gaan verdraaien, zie onderstaande figuur. ENr.

EENH

5

Index

DR. POS. X

DR. POS. Y

DR. POS. Z

ANGLE B

0.

0.

0.

De INDEX-eenheid moet in het programma steeds de WSC SHIFT voorafgaan. Een INDEX-eenheid moet steeds aan het begin van programma staan, onafhankelijk van het feit of er een B- of C-as rotatie is geprogrammeerd. Dit zorgt ervoor dat de B- en C-as geroteerd worden naar hun correcte positie, zelfs indien de positie van de B- en C-as verschillend is. Het niet programmeren van de INDEX-eenheid aan het begin van een programma kan uiteindelijk resulteren in een machinecrash.

164

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


SCHEMATISCHE VOORSTELLING VAN EEN INDEXPUNT OP DE MACHINE

SOFTWARE VERSIE D2B of hoger Addr.

SU22

Name

Description

Method of moving to

Method of moving to rotating position set in INDEX unit

rotating position set in

0 : X, Y and Z-axis move at the same time

INDEX unit

1 : Z-axis is move before X-axis and the Y-axis move

Unit

-

Conditions

Immediate

Note: When the machine indexes after ATC, it obeys the

Progr. Type

M

parameter SU12

At Updating

No need to change

De instelling van deze parameter SU22 bepaalt het verloop van de gereedschapsbaan wanneer het gereedschap naar het INDEX punt beweegt 0 = alle assen tegelijkertijd, kans op interferentie van gereedschap met het werkstuk 1 = eerst de Z-as (volgens de machine coördinaten) en dan de X –en Y-as. Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

165


BEREIK VAN DE B-AS

WIJZERZIN bewegen van de B-as = POSITIEVE waarde (max 110°)

TEGENWIJZERZIN bewegen van de B-as = NEGATIEVE waarde (max 110°)

INDEX BIJ GEBRUIK VAN EEN CENTRALE SCHEIDINGSWAND (OPTIE)

Indien er een gebiedsverandering is geprogrammeerd (centrale scheidingswand :optie), zal de B-as naar zijn nul-positie draaien, als onderdeel van de cyclus (M71 of M72). Echter de laatste geprogrammeerde B-as positie in de INDEX-eenheid blijft actief voor programmatiedoeleinden.

166

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


Voor de programmering van de centrale scheidingswand, verwijzen wij naar hoofdstuk 13 : VTCseries PENDELEND WERKEN. De programmatie van de VTC800/30SR is analoog aan deze van de VTC200C/VTC300C. Bij het werken met de centrale scheidingswand is de spilkop bij het verdraaien van de B-as beveiligd tegen botsingen. Legt u het INDEX-punt kort bij de centrale scheidingswand, dan loopt u het risico dat de machine in alarm gaat bij de virtuele simulatie. Een centrale scheidingswand beperkt de te gebruiken tafeloppervlakte van de machine, zie afbeelding op de vorige pagina.

Indien u de centrale scheidingswand verwijdert van de machine, moet u de volgende handelingen uitvoeren :  

Zet PLC-parameter RB12 bit 1 op 0 (= geen scheidingswand aanwezig) Om in de virtuele simulatie de scheidingswand te elimineren, moet u de onderstaande procedure volgen.

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

167


Ga naar de virtuele simulatie (de centrale scheidingswand is nog steeds zichtbaar) en klik op <ANNULEER ZICHT>

In het pop-up venster ziet u tweemaal “deelwand” staan (lichtblauw). Klik met de cursor op beide items om de deelwand te annuleren. De deelwand kleurt rood op (= te verwijderen onderdeel) klik terug op <ANNULEER ZICHT> en de deelwand verdwijnt compleet uit de virtuele simulatie, zie onderstaande figuur.

   

168

Vervolgens moet de “deelwand” ook 2 keer afgezet worden in <CHECK EENH SELECTIE> De machine dient afgesloten te worden en weer terug aangezet te worden. Bij het opnieuw installeren van de centrale scheidingswand, herhaalt u beide voorgaande instellingen. Zet de parameter terug naar de originele waarde en zet de deelwandinstellingen in de virtuele simulatie terug actief.

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


WSC-SHIFT De WSC-SHIFT-eenheid wordt gebruikt om het originele werkstuknulpunt tijdelijk te verschuiven naar een nieuw werkstuknulpunt. De verschuivingswaardes kunnen ingegeven worden in de X-as, Y-as, Z-as, C-as en eventueel ook een rotatie van het nieuwe werkstukcoördinatensysteem. 

Selecteer het menu <ANDERE>

Selecteer het menu <WSC-SHIFT>

Indien u in het programma op de HELP toets drukt, krijgt u onderstaande figuur te zien als verduidelijking.

ENr.

EENH

SHFT-X

SHFT-Y

SHFT-Z

1

WSCSHIFT

-100.

-100.

-100.

 

SHIFT-C

ROT.-th

180.

0.

Indien het werkstuk UIT HET CENTER van de tafel opgespannen is, MOET u ALTIJD een WSCSHIFT programmeren. De sturing zal dan automatisch het nieuwe werkstuknulpunt berekenen, ongeacht de uitgangspositie van het werkstuk. Het is aan te raden ALTIJD gebruik te maken van een WSC-SHIFT, ook al staat uw werkstuk perfect in het center van de tafel opgesteld.

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

169


4. GEBRUIK VAN DE 3D-INSTELLING Bij deze machine kan men niet meer de standaardvoorstelling van de vorm in Mazatrol gebruiken voor de 3D-simulatie of machinesimulatie. Bij gebruik van een draaitafel is men echter verplicht de vorm van het werkstuk (+ eventueel de opspanmal) te definiëren via de 3D-instelling . Zowel de vorm als de opspanning kunnen eventueel geïmporteerd worden als een x_t-bestand ( Let op : de te importeren vorm is beperkt in het aantal vlakken, waaruit de vorm bestaat). De keuze van de 3D-instelling laat toe de opspanning + werkstuk als het ware vast te koppelen aan de draaitafel. Hierdoor ziet men het werkstuk + opspanning meedraaien met de NC-draaitafel. Het koppelen van het werkstuk en opspanning gebeurt in de 3D-instelling d.m.v. WERKSTUK EXTRA TAFEL en OPSPANNING EXTRA TAFEL. Het center van de opspanning en het werkstuk worden dan gekoppeld aan het center van de draaitafel. Beide menutoetsen moeten opgelicht zijn, voordat men de vorm/opspanning selecteert of importeert. Voor het werken met de 3D-instellingen ( standaard instelling op de VTC800/30SR) Parameter F35 bit 1 =1 Indien F35bit 1 =1, dan krijgt men een blauw scherm zonder vorm, indien men geen 3D-instelling heeft gedaan. Wanneer de machine geleverd word met een draaitafel, staat de draaitafel standaard gepositioneerd op een positie van X-1500, Y-390 ( midden van de tafel). Er waren standaard 3 posities voorzien waarop men de tafel kon positioneren ( met behulp van spiegleuven). Deze posities waren : X-1500.

Y-390.

Positie midden

X-870.

Y-390.

Positie rechts

X-2130.

Y-390.

Positie links

De huidige machines worden NIET meer voorzien van gefreesde spiegleuven, de draaitafel kan dus willekeurig op de tafel geplaatst worden. Indien men de tafel verplaatst moeten ook de volgende parameters aangepast worden. Vb. positie rechts S5

X -8700000

Y -3900000

Z0

S25

X -8700000

Y -3900000

Z -8400000

S28

X -15000000

Y -3900000

Z -11300000

170

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


De S5- parameter zorgt voor de verrekening bij gebruik van de WSC-SHIFT ( alleen geldig voor een horizontale draaitafel) De S25/S28-parameter zorgt voor de correcte grafische uitvoering tijdens de machinesimulatie of de virtuele simulatie. Klok voor alle zekerheid het center van de draaitafel uit en gebruik de opgemeten waarden voor de S5- en S25-parameters (X –en Y posities). Indien uw nulpunt van het werkstuk in X en Y verschilt van de S5-parameter, dan betekent dit, dat het werkstuk niet centrisch staat opgespannen. VIRTUELE SIMULATIE INDIEN U TIJDENS DE VIRTUELE TIJDENS DE VERSPANING GEEN MATERIAAL ZIET VERDWIJNEN, BETEKENT DIT DAT PARAMETER S28 FOUT INGESTELD STAAT ! STANDAARD WAARDES VOOR VTC800/30SR S28 X = -15000000 S28 Y = -3900000 S28 Z = -11300000

5. TERUGKEER NAAR Z0-MACHINENULPUNT BIJ ATC Om de machine automatisch naar zijn machinenulpunt in Z te laten gaan, alvorens te wisselen, heeft men 2 mogelijkheden. 

Programmeer een M226-code. Een M226-code aan het begin van het programma volstaat. Gebruik M227 om M226-code te annuleren. Na annulatie gaat de Z-as bewegen naar de hoogte die benodigd is voor de gereedschapswissel.

Indien men telkenmale een terugkeer naar Z0 wenst ( veiligste methode), dan kan men ook volgende PLC-parameter zetten ( RB31 bit 4 =1). In dat geval is een M226-code niet meer nodig.

6. PROGRAMMAVOORBEELDEN

In de onderstaande 2 voorbeelden worden 2 producten volledig geprogrammeerd en verspaand in de Virtuele Simulatie

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

171


VOORBEELD 1 / tekening 1

172

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


VOORBEELD 1 / tekening 2

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

173


VOORBEELD 1 / tekening 3

174

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


VOORBEELD 1 / data voor het instellen van het werkstuknulpunt (WSC)

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

175


VOORBEELD 1 / 3-D instellingen Zorg dat het nulpunt (WSC) op de volgende positie staat :X-2000. / Y-400./ Z-880.                                         

176

Selecteer programmascherm (niet in edit mode). Selecteer BAANCONTROLE Selecteer VIRTUELE VERSPANING Selecteer de MENU SELECTIE toets (uiterst rechtse toets) Selecteer 3D INSTELLING Selecteer INSTEL. SPANMAL Selecteer EDITEER DATABASE Selecteer NIEUW Selecteer TYPE (Klemvijs) Geef de waardes in voor de klemvijs a= 500, b=30, c=30, d=120, e=20, f=250 en klik OK Selecteer EDITEER DATABASE Selecteer DATABASE SPANMAL + Input OK Selecteer EINDE Selecteer MAT WERKSTUK INSTEL Selecteer DATABASE MATERIAAL WERKSTUK via de menu Uit de lijst selecteer VIERHOEK + Input Open de WERKSTUKMATERIAAL combi-box en kies als materiaal KOOLST.ST en geef de afmetingen in van het materiaal a= 500, b=300, c=153 en klik vervolgens OK Selecteer EINDE Selecteer MAT WERKSTUK INSTEL Selecteer PLAATS Selecteer in de Lay-out Model enkel de Werkstukvorm Selecteer VERPLAATS Selecteer een VLAK bv. ZX VLAK Selecteer BEWEEG Type ‘100’ in het venster STAP (maar druk niet input) Druk de OMHOOG cursorpijl één keer. Selecteer EINDE Selecteer EINDE Het geheel (Spanvijs + Materiaal) wordt automatisch in het midden van de vaste tafel geplaatst (-1500 in X richting). Om te verplaatsen naar werkelijke positie… Selecteer PLAATS MANUEEL Selecteer in Lay-out Model KLEMVIJS (Materiaal + Klemvijs lichten rood op) Selecteer VERPLAATS Selecteer een VLAK vb. XY VLAK Selecteer BEWEEG Type ‘500’ in het venster STAP (maar druk niet input) Druk de LINKSE cursorpijl Selecteer EINDE Selecteer EINDE Selecteer VIRTUELE VERSPANING

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


VOORBEELD 1 / Virtuele Simulatie

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

177


VOORBEELD 1 / Mazatrol programma

178

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

179


VOORBEELD 2 / tekening 1

180

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


VOORBEELD 2 / tekening 2

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

181


VOORBEELD 2 / tekening 3

182

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


VOORBEELD 2 / data voor het instellen van het werkstuknulpunt (WSC)

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

183


VOORBEELD 2 / 3-D instellingen Zorg dat het nulpunt (WSC) op de volgende positie staat :X-870. / Y-390./ Z-490.                               

184

selecteer programmascherm (niet in edit mode). Selecteer BAANCONTROLE Selecteer VIRTUELE VERSPANING Selecteer de MENU SELECTIE toets (uiterst rechtse toets) Selecteer 3D INSTELLING Selecteer INSTEL. SPANMAL Selecteer EDITEER DATABASE Selecteer NIEUW (enkel wanneer de klauwplaat nog niet in de database staat) Selecteer KLAUWPLAAT (uit spannen) uit de lijst van opspanningen. Geef de waardes in voor de KLAUWPLAAT A=300, B=30, C=50, D=80, E=60, F=400, G=100, H=40, J=3 en klik OK Selecteer opnieuw opgelichte EDITEER DATABASE menuknop Selecteer OPSPANNING EXTRA TAFEL (deze menuknop licht op) Selecteer DATABASE SPANMAL Selecteer KLAUWPLAAT (uitw spannen) uit de lijst van opspanningen en klik OK Selecteer EINDE Selecteer MATERIAAL WERKSTUK INSTEL in het menu Selecteer WERKSTUK EXTRA TAFEL in het menu (deze menuknop licht op) Selecteer DATABASE MATERIAAL WERKSTUK via het menu Uit de lijst selecteer ROND + Input Open de WERKSTUKMATERIAAL combi-box en kies als materiaal ALUMINIUM en geef de afmetingen in van het materiaal A=300, B=0, C=223 en klik vervolgens OK Selecteer PLAATS (zorg ervoor dat het materiaal opgelicht is, voordat u PLAATS selecteert) Selecteer VERPLAATS Selecteer het XY-VLAK Selecteer BEWEEG Type ‘130’ in het venster STAP (maar druk niet input) Druk de OMHOOG cursorpijl één keer. Selecteer EINDE Selecteer EINDE Selecteer EINDE Selecteer VIRTUELE VERSPANING

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


VOORBEELD 2 / Virtuele Simulatie

   

Hoofdprogramma’s 100 en 101 praktisch identieke programma’s. Het enige verschil zit in de positie van het werkstuk op de draaitafel. In programma 100 ligt het nulpunt op het center van de draaitafel (de WSC-waarden voor X en Y zijn gelijk aan de waardes van de parameter S5 X-as en Y-as) De S5-parameter bepaalt de positie van de draaitafel in de X-as en de Y-as In programma 101 ligt het nulpunt in X 100mm uit het center van de draaitafel. Aan de programmatie van het werkstuk verandert er behalve het nulpunt niets. De software van de machine verrekent automatisch deze excentriciteit

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

185


VOORBEELD 2 / Mazatrol programma 100 : center van de draaitafel HOOFDPROGRAMMA 100

186

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

187


VOORBEELD 2 / Mazatrol programma 101 : X 100mm uit center van de draaitafel HOOFDPROGRAMMA 101

188

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

189


SUBPROGRAMMA 102

SUBPROGRAMMA 103

190

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


7. UITKLOKKEN VAN DE NC ROTARY AS Het beste is om een Pupitaster op de spil te bevestigen en het center van de draaitafel uit te klokken. Noteer de MACHINE-coördinaten van de X-as en de Y-as en schrijf ze weg in de onderstaande parameters.  

X-as waarde : S5 parameter onder de X-as (eenheid : 0.0001mm) Y-as waarde : S5 parameter onder de Y-as (eenheid : 0.0001mm)

In onderstaande figuur zijn de waardes te zien van parameter S5 voor de uiterst rechtse positie van de draaitafel.

MAZATROL GEBRUIKT DEZE WAARDES OM DE NULPUNTSVERREKENING UIT TE VOEREN BIJ GEBRUIK VAN WSC-SHIFT ! OPMERKING : Indien de draaitafel verticaal gemonteerd wordt tegen een hoekplaat (optie), gelieve Technical Sales te contacteren voor de uitgebreide procedure.

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

191


8. 5-ASSIG SIMULTAAN FREZEN IN EIA/ISO OPTIES VOOR 5-ASSIG/3D FREZEN Voor 5-assig frezen zijn een aantal opties beschikbaar. Gelieve eerst de beschikbaarheid van deze opties te controleren op de machine, voordat men een 3D- of 5-assig programma aanmaakt. De belangrijkste zijn hier weergegeven met hun resp. G-code. Het actief zijn van een bepaalde optie kan men in het optiescherm controleren. Indien optie in het zwart gemarkeerd staat, is de optie actief. Hier volgt een lijst van de beschikbare opties : Optie 55 :

Tool centre point control (G43.4, G43.5)

Optie 40 :

Simultaneous 5-axes

Optie 19 :

3D-Coordinate rotation (G68)

Optie 49 :

Tilted workplane (G68.2 en G53.1)

Optie 14 :

Shape compensation (G61.1)

Optie 32 :

Shape compensation for rotary axes (G61.1)

Optie 52 :

5-axes tool compensation (G41.5, G42.5)

Optie 13 :

High speed (G05)

Optie 02 :

High smoothing control ( opgelet: optie 13 en 14 zijn noodzakelijk)

Voor meer details i.v.m. deze opties, raadpleeg de ISO-handleiding.

PARAMETERS De standaard settings i.v.m. 5-assig frezen, zeker de F-parameters , zoals U die kunt terugvinden op de volgende pagina’s, moeten in overeenstemming worden gebracht met de instellingen van het te gebruiken CAM-systeem. Wanneer een CAM systeem NC-code uitgeeft voor een “WORK COORDINATESYSTEM” en de machine staat ingesteld op “ TABLE COORDINATE SYSTEM”, dan zal de gevolgde baan totaal verschillen. Vooral de F85 bit 2 en F86 bit 6 zijn parameters die onderling moeten afgestemd worden. Wanneer de machine is uitgerust met één draaitafel ( C-as), zal die draaitafel altijd als een C-as behandeld worden, ook al wordt de draaitafel verticaal gemonteerd. Slechts wanneer er 2 NCdraaitafels op de machine gemonteerd worden, zal de tweede NC-tafel als een A-as geprogrammeerd worden.

192

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


Parameters to set to match the NC programs 0: Table coordinate 0: Uniaxial rotation interpolation

Bit 2

Program coordinate for TTPC

Bit 3

Tool tip point control

Bit 2

G0 override method during TTPC

0: Tool tip

Bit 5

G1 override method during TTPC

0: Tool tip

Bit 6

Rotary axis origin selection

F114

Bit 1

Machine motion at G49 (TTPC cancel)

F161

Bit 1

Shape offset handling

Bit 0

At TTPC alone start up

Bit 1

Particular point passage selection

F85

F86

F162

0: When TTPC is commanded 0: Moves for the offset 0: Coordinate shift 0: Axis moves for offset

1: Work coordinate

1

1: Joint interpolation

1

1: Machine control point 1: Machine control point 1: Always Rotary origin 0 1: Doesn't move

1 1 0 1

1: tool moves

0

1: Axis doesn't move

0 0

Parameters to set for the performance S22

Feedrate clamp during the tool tip point control

limit is taken from the smaller of Same as M3 to start S22 or M3 with. Adjust if necessary

Parameters to set for the machine type (fix) K110

Particular point recognition angel

0 1: Tool tilt type | 2: Mixed type | 3: Table tilt type

K113

Machine type

K114

Rectangular-coordinates X-Axis Axis Number

1

K115

Rectangular-coordinates Y-Axis Axis Number

2

K116

Rectangular-coordinates Z-Axis Axis Number

3

K117

Rotary axis rotation direction

K121 K125

2

12 | 13 | 21 | 23 | 31 | 32

32

st

4

nd

5

1 rotary axis | axis number 2 rotary axis | axis number Parameters specific to machine

K112

1st rotary axis X axis | Rotation center offset

0

K123

1st rotary axis Y axis | Rotation center offset

0

K124

same as BA62

K126

0,0001 1st rotary axis Z axis | Rotation center offset mm 2st rotary axis X axis | Rotation center offset

K127

2st rotary axis Y axis | Rotation center offset

Same as S5 Y

K128

2st rotary axis Z axis | Rotation center offset

0

Copyright Š Application YME

versie 01_16-2-2017

Same as S5 X

193


VOORBEELDPROGRAMMA O0001

**11194050**

N1

G21

N2

G00

N3

G61.1

N4

(OPERATION 5)

N5

(M1014 HM BOLFREES)

N6

G49

N7

G69

N8

G91

G28

Z0.

N9

G91

G28

X0.

Y0.

N10

G91

G28

C0.

B0.

N11

(M1014 HM BOLFREES)

N12

T1T00M6

N13

G91

G28

Z0.

N14

G91

G28

X0.

N15

S14000

M3M08

N16

G54

G90

N17

G0

C-356.891

B15.599

N18

G0

G43.4

H1

X-33.518

N19

G0

X-55.56

Y-9.547

Z30.312

N20

G1

X-55.829

Y-9.495

Z29.35

F1000.

N21

X-56.083

Y-9.497

Z28.384

C-357.011

B15.577

F903.

N22

X-55.389

Y-9.384

Z28.418

C-357.06

B15.568

F300.

N23

X-54.7

Y-9.271

Z28.451

C-357.157

B15.55

N24

X-54.011

Y-9.158

Z28.485

C-357.157

B15.55

N25

X-53.322

Y-9.045

Z28.518

C-357.206

B15.541

Z35.392

G17

G40

G52

G80

G90

Y-9.625

Z112.509

G94

Y0.

(Machining program) N2474

X53.789

Y8.171

N2475

G0

Z1000.

N2476

M9

N2477

M5

N2478

G49

N2479

G91

G28

Z0.

N2480

G91

G28

X0.

Y0.

N2481

G91

G28

C0.

B0.

N2482

M30

194

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


9. GEBRUIK VAN G68 EN G68.2 IN EIA/ISO NC-OPTIES Optie 19 : 3D-Coordinate rotation (G68) Optie 49 : Tilted working plane (G68.2 & G53.1) Kijk na of u beide opties hebt alvorens de programmatie aan te vatten.

3D-COORDINATE ROTATION : G68 Deze functie wordt in EIA/ISO programmering gebruikt om een coördinatensysteem te roteren. Wanneer de B-as op een andere positie gebruikt wordt dan 0°, moet in principe altijd een G68 geprogrammeerd worden. G68 wordt hoofdzakelijk gebruikt wanneer een werkstuk vast op de tafel geklemd wordt, dus niet op de optionele C-as. OPMERKINGEN   

Indien G68 gebruikt wordt wanneer het werkstuk geklemd is in de optionele C-as, dan moet het nulpunt van het werkstuk samenvallen met het rotatiecenter van de C-as. Indien het nulpunt van het werkstuk NIET samenvalt met het rotatiecenter van de C-as, zal er GEEN automatische verrekening van het nulpunt plaatsvinden bij het verdraaien van de C-as. De verrekening van het werkstuknulpunt dient dan te gebeuren via het CAD-CAM systeem. Er kunnen verschillende G68 na mekaar geprogrammeerd worden om het coördinatensysteem extra te roteren.

PROGRAMMATIE Programming format G68 [Xx0 Yy0 Zz0] Ii Jj Kk Rr

3D coordinate conversion mode on

G68

3D coordinate conversion mode off where

x0, y0, z0 : i, j, k :

r:

Rotational centre coordinates (Absolute) Central axis of rotation (1 : Valid, 0 : Invalid) i:

X-axis

j:

Y-axis

k:

Z-axis

Angle and direction of rotation of the rotational centre axis (the counter clockwise rotational direction when the centre of rotation is seen from the positive side of the rotational axis, is taken as a plus direction)

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

195


VOORBEELDPROGRAMMA Mazatrol hoofdprogramma

EIA/ISO sub-programma <TEST-G68> (SUB TEST-G67-ISO) N1

G21

N2

G00

N3

G49

N4

G69

N5 N6

**11194050**

G17

G40

G91

G28

Z0.

G91

G28

X0.

N7

G91

G28

B0.

N8

T028T000M06

N9

S2500

M3

N10

G91

G28

Z0.

N11

G91

G28

X0.

N12

(G55)

G90

N13

G00

G90

B45.

N14

G68

X250.

Y0.

N15

G00

X0.

Y-[150.+31.5+2.]

N16

G00

Z2.

N17

G1

Z-20.

N18

G1

Y[150.+31.5+2.]

N20

G1

Z2.

N21

G00

Z20.

N22

G49

N23

G69

N56

G91

G28

Z0.

N57

G91

G28

Y0.

N58

G90

G53

X-2500.

N59

G0

G90.

B-45.

N60

G68

X-250.

Y0.

N61

G0

X0.

Y-[150.+31.5+2.]

N62

G0

Z2.

N63

G1

Z-20.

N64

G1

Y[150.+31.5+2.]

N65

G1

Z2.

N66

G0

Z20.

N67

G49

N68

G69

N69

G91

G28

Z0.

N70

G91

G28

Y0.

N71

G91

G28

X0.

N72

G91

G28

B0.

N73

M99

196

G52

G80

G90

Y0. (VINGERFREES 63 A = TOOL 28)

Y0.

Z0.

I0.

J1.

G43

Z20.

J1.

K0.

G43

Z20.

K0.

R45.

F500.

I0.

R-45.

F500.

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


TILTED WORKING PLANE : G68.2 en G53P1/P2 Deze functie wordt in EIA/ISO programmering gebruikt om een coördinatensysteem te roteren. Wanneer de B-as op een andere positie gebruikt wordt dan 0°, moet in principe altijd een G68.2 geprogrammeerd worden. G68.2 wordt in principe altijd samen met G53P1 of G53P2 geprogrammeerd. G68.2 – G53P1/P2 wordt hoofdzakelijk gebruikt wanneer een werkstuk geklemd wordt op de optionele C-as OPMERKINGEN  

Indien G68.2 gebruikt wordt wanneer het werkstuk geklemd is in de optionele C-as, dan moet het nulpunt van het werkstuk NIET noodzakelijk samenvallen met het rotatiecenter van de C-as. Indien het nulpunt van het werkstuk NIET samenvalt met het rotatiecenter van de C-as, zal er WEL een automatische verrekening van het nulpunt plaatsvinden bij het verdraaien van de Cas. De verrekening van het werkstuknulpunt gebeurt d.m.v. de instelling van een aantal parameters.

PROGRAMMATIE

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

197


198

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


VOORBEELDPROGRAMMA Mazatrol hoofdprogramma

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

199


200

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


EIA/ISO subprogramma’s Subprogramma-1 <TEST-G68.2-SUB1> (SUB G68.2 ISO B-AS +45) (GEBRUIK VAN EEN G68.2 MET EEN AANGEDREVEN AS) N1

G21

N2

G00

N3

G49

N4

G69

N5

G17

G40

G52

G91

G28

Z0.

N6

G91

G28

X0.

Y0.

N7

G91

G28

B0.

C0.

G80

G90

I90.

J45.

(VINGERFREES 63 A = TOOL 28) N8

T028T000M06

N9

S2500

M3

N10

G91

G28

Z0.

N11

G91

G28

X0.

Y0.

N12

(G55)

G90

N13

G00

G90

B0.

C0.

N14

G68.2

X100.

Y0.

Z0.

G53.1

P1

K-90.

(I90. = ASSENSTELSEL WORDT 90° VERDRAAID ROND MACHINE Z-AS) (J45. = ASSENSTELSEL WORDT +45° VERDRAAID ROND DE NIEUWE X-AS) (K-90. = ASSENSTELSEL WORDT -90° VERDRAAID ROND DE NIEUWE Z-AS) N15

G00

X0.

N16

G00

Z2.

Y-[100.+31.5+2.]

N17

G1

Z-2.

N18

G1

Y[100.+31.5+2.]

N20

G1

Z2.

N21

G00

Z20.

N22

G49

N23

G69

G43

Z20.

F500.

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

201


Subprogramma-2 <TEST-G68.2-SUB2> (SUB G68.2 ISO B-AS -45) (GEBRUIK VAN EEN G68.2 MET EEN AANGEDREVEN AS) N1

G21

N2

G00

N3

G49

N4

G69

N5 (N6 N7

G17

G40

G52

G91

G28

Z0.

G91

G28

X0.

Y0.)

G91

G28

B0.

C0.

G80

G90

I90.

J-45.

(VINGERFREES 63 A = TOOL 28) N8

T028T000M06

N9

S2500

M3

N10

G91

G28

Z0.

(N11

G91

G28

X0.

Y0.)

N12

(G55)

G90

N13

G00

G90

B0.

C0.

N14

G00

G53

X-1500

N15

G68.2

X-100.

Y0.

G53.1

P1

Z0.

K-90.

(I90. = ASSENSTELSEL WORDT 90° VERDRAAID ROND MACHINE Z-AS) (J45. = ASSENSTELSEL WORDT -45° VERDRAAID ROND DE NIEUWE X-AS) (K-90. = ASSENSTELSEL WORDT -90° VERDRAAID ROND DE NIEUWE Z-AS) N16

G00

X0.

Y[100.+31.5+2.]

N17

G1

Z2.

F500.

N18

G00

Z20.

N20

G1

Z2.

N21

G00

Z20.

N22

G49

N23

G69

N56

G91

Z0.

N57

G91

X0.

Y0.

N58

G91

B0.

C0.

N59

M99

202

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


Subprogramma-3 <TEST-G68.2-SUB3> (SUB G68.2 ISO B-AS -45) (GEBRUIK VAN EEN G68.2 MET EEN AANGEDREVEN AS) N1

G21

N2

G00

N3

G49

N4

G69

N5 (N6 N7

G17

G40

G52

G91

G28

Z0.

G91

G28

X0.

Y0.)

G91

G28

B0.

C0.

G80

G90

I90.

J-45.

(VINGERFREES 63 A = TOOL 28) N8

T028T000M06

N9

S2500

M3

N10

G91

G28

Z0.

(N11

G91

G28

X0.

Y0.)

N12

(G55)

G90

N13

G00

G90

B0.

C0.

N14

G68.2

X-100.

Y0.

Z0.

G53.1

P1

K-90.

(I90. = ASSENSTELSEL WORDT 90° VERDRAAID ROND MACHINE Z-AS) (J45. = ASSENSTELSEL WORDT -45° VERDRAAID ROND DE NIEUWE X-AS) (K-90. = ASSENSTELSEL WORDT -90° VERDRAAID ROND DE NIEUWE Z-AS) N15

G00

X0.

N16

G00

Z2.

Y-[100.+31.5+2.]

N17

G1

Z-2.

N18

G1

Y[100.+31.5+2.]

N19

G1

Z2.

N20

G00

Z20.

N21

G49

N22

G69

N56

G91

Z0.

N57

G91

X0.

Y0.

N58

G91

B0.

C0.

N59

M99

G43

Z20.

F500

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

203


PARAMETERS

204

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


SOFTWARE VERSIE-D2D Address

Name

Description

F144

The method of defining inclinedplane based on the degree of table-position in Inclined-Plane machining

(bit 1) Program type

Program type

Conditions

Conditions

Unit

Unit

Copyright Š Application YME

At Updating

Factory Setting

The method of defining inclined-plane based on the degree of table-position in Inclined-Plane Machining. No Need to 0 : the feature coordinate system is to be set based on the current table-position 1 : the feature coordinate system is to be set based on the 0 degrees

versie 01_16-2-2017

change

0

205


PARTITIEDEUR EN G68 Om met de partitiedeur te kunnen werken en eigenlijk de machine op te delen in 2 verschillende werkgebieden, moeten de volgende stappen ondernomen worden :   

Zet PLC parameter RB12 bit 1 op 1 Power OFF/ON Ga naar de Virtuele machinesimulatie en vink de deelwand aan, zie onderstaande afbeeldingen, zodat de deelwand zichtbaar wordt in de virtuele simulatie

 Maak een hoofdprogramma waarin 2 subprogramma’s opgeroepen worden, één voor elke kant met elk een nulpunt (G55 rechts en G56 links)  Via variabelen (#700 en #701) kunnen de indexposities ingegeven worden, zie onderstaand hoofdprogramma.  M71 = een bewerking uitvoeren in het rechtse deelgebied  M72 = een bewerking uitvoeren in het linkse deelgebied  Het desbetreffende deelgebied vrijgeven voor verspaning gebeurt d.m.v. een activatietoets op het bedieningspaneel van de machine. De overeenkomstige deur moet dan wel gesloten zijn!

206

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


VOORBEELDPROGRAMMA EIA/ISO hoofdprogramma <PARTITIEDEUR>()

(PROGRAMMA MET GEBRUIK VAN DE CENTRALE DEUR)

#700

= 0.00

(INDEXPOSITIE R1)

#701

= -900.

(INDEXPOSITIE R2)

M71

(RECHTSE KANT BEWERKEN)

G65

P7100

(PROGRAMMA/BEWERKING RECHTS)

#700

= -2000.

(INDEXPOSITIE L1)

#701

= -2800.

(INDEXPOSITIE L2)

M71

(RECHTSE KANT BEWERKEN)

G65

P7200

(PROGRAMMA/BEWERKING RECHTS)

M01 M99

EIA/ISO subprogramma-1 (rechts deelgebied) O7100

(SUB TEST-G68-ISO)

N1

G21

N2

G00

N3

G49

N4

G69

N5 N6

(GEBRUIK VAN EEN G68 MET AANPASBARE INDEXPOSITIES VIA VARIABELEN)

G17

G40

G52

G91

G28

Z0.

G91

G28

Y0.

N7

G91

G28

B0.

N8

T028T000M06

N9

S2500

M3

N10

G91

G28

Z0.

N11

G90

G53

X#700

N12

G55

G90

N13

G00

G90

B25.

N14

G68

X250.

Y0.

N15

G0

X0.

Y-[150.+31.5+2.]

N16

G0

Z2.

N17

G1

Z-20.

N18

G1

Y[150.+31.5+2.]

N20

G1

Z2.

N21

G0

Z20.

N22

G49

N23

G69

N56

G91

G28

Z0.

N57

G91

G28

Y0.

N58

G90

G53

X#701

N59

G0

G90

B-25.

N60

G68

X-250.

Y0.

N61

G0

X0.

Y-[150.+31.5+2.]

N62

G0

Z2.

N63

G1

Z-20.

N64

G1

Y[150.+31.5+2.]

N65

G1

Z2.

N66

G0

Z20.

N67

G49

N68

G69

N69

G91

G28

Z0.

N70

G91

G28

Y0.

N72

G91

G28

B0.

N73

M99

G80

G90

(VINGERFREES 63 A = TOOL 28)

Z0.

I0.

J0.

G43

Z20.

I0.

J0.

G43

Z20.

K0.

R25.

K0.

R-25.

F500.

Z0.

F500.

N71

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

207


EIA/ISO subprogramma-2 (rechts deelgebied) O7200 (SUB TEST-G68-ISO) (GEBRUIK VAN EEN G68 MET AANPASBARE INDEXPOSITIES VIA VARIABELEN) N1

G21

N2

G00

N3

G49

N4

G69

N5 N6 N7

G17

G40

G91

G28

Z0.

G91

G28

Y0.

G91

G28

B0.

G52

G80 G90

Z0.

I0.

(VINGERFREES 63 A = TOOL 28) N8

T028T000M06

N9

S2500

M3

N10

G91

G28

Z0.

N11

G53

G90

X#700

N12

G56

G90

N13

G0

G90

B25.

N14

G68

X250.

Y0.

N15

G0

X0.

Y-[150.+31.5+2.] G43 Z20.

N16

G0

Z2.

N17

G1

Z-20.

N18

G1

Y[150.+31.5+2.]

N20

G1

Z2.

N21

G0

Z20.

N22

G49

N23

G69

N56

G91

G28

Z0.

N57

G91

G28

Y0.

N58

G90

G53

X#701

N59

G0

G90

B-25.

N60

G68

X-250.

Y0.

N61

G0

X0.

Y-[150.+31.5+2.] G43 Z20.

N62

G0

Z2.

N63

G1

Z-20.

N64

G1

Y[150.+31.5+2.]

N65

G1

Z2.

N66

G0

Z20.

N67

G49

N68

G69

N69

G91

G28

Z0.

N70

G91

G28

Y0.

N72

G91

G28

B0.

N73

M99

J0.

K0. R25.

F500.

RZ0.

I0.

J0.

K0. 25.

F500.

N71

208

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


G55 – G56 NULPUNTEN

VIRTUELE MACHINE SIMULATIE Via de 3D-instelling kunnen er 2 of meer spanvijzen zichtbaar gemaakt worden en daardoor kan ook het verspaande gedeelte getoond worden tijdens de virtuele simulatie

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

209


20. VTC800/30SR : TAFEL SELECTIE (vanaf D4-software versie) Gebruik van de TABLE eenheid. De Table eenheid geeft U de mogelijkheid om een draaitafel te programmeren in een Mazatrol programma. Twee verschillende draaitafels op de machinetafel zijn mogelijk met deze functie, evenals een verticale tafel.

Machine voorzien van 2 draaitafels

Machine voorzien van een verticale C-as.

Table eenheid Met deze eenheid duidt U aan, hoe de tafel gemonteerd is op de machinetafel. Specifieer deze eenheid in het begin van het programma. U kunt deze eenheid ook programmeren in het midden van een programma. U vindt de [SELECT TABLE] menu onder ANDER (OTHER).

1. Selecteer de tafel die U wilt gebruiken tijdens de verspaning.

210

versie 01_16-2-2017

Copyright Š Application YME


Voorbeeld

Slave A / Main C Draaitafels synchroon

2. Selecteer de draairichting van de tafel volgens de programeer as-richting

Draaitafel Synchroon

Main A / Slave C Copyright Š Application YME

Slave A / Main C versie 01_16-2-2017

211


Select Table eenheid werkt voor INDEX eenheid, WPC eenheid en WPC-Shift eenheid.

WCS eenheid De instelwaarde van “R.T” werkt op de tafel aangeduid in de SELECT TABLE EENH. ENr.

EENH

ROT.TABLE

ROT.CENTER

1

TABLE

C

+Z

ENr.

EENH

BYK

WSC

2

WSC-0

X

Y

Th

Z

R.T.

-780.

-390.

0.

-550.

90.

De verspaning met de C-as. ... Verspaning

WSC – C: 90.

ENr.

EENH

ROT.TABLE

ROT.CENTER

15

TABLE

A

-X

ENr.

EENH

BYK

WSC

16

WSC-0

WSC – A: 0.

X

Y

Th

Z

R.T.

-2000.

-390.

0.

-500.

45.

De verspaning met de A-as. ... Verspaning

WSC – C: 0.

WSC – A: 45.

… END

R.T. werkt ook indien de U bijkomende nulpunten WSC (A-K) gebruikt. Indien U de ISO-offsets gebruikt (G54-G59 or G54.1P–) voor WSC, werkt R.T voor zowel C als A.

212

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


Index eenheid De instelwaarde van “ANGLE R.T” werkt op de tafel aangeduid in de SELECT TABLE EENH. ENr.

EENH

ROT.TABLE

ROT.CENTER

1

TABLE

C

+Z

ENr.

EENH

BYK

WSC

2

WSC-0

ENr.

EENH

3

Index

DR. POS. X

DR. POS. Y

X

Y

Th

Z

R.T.

-780.

-390.

0.

-550.

90.

DR. POS. Z

ANGLE B

ANGLE R.T.

0.

-90.

90.

De verspaning met de C-as.

B as is -90. en C as is 90. tijdens de verspaning.

Verspaning

X en Y bewegen niet en Z-as beweegt naar machinenulpunt voor deze INDEX.

ENr.

EENH

ROT.TABLE

ROT.CENTER

1

TABLE

C

+Z

ENr.

EENH

BYK

WSC

2

WSC-0

ENr.

EENH

3

Index

DR. POS. X

DR. POS. Y

X

Y

Th

Z

R.T.

-780.

-390.

0.

-550.

90.

DR. POS. Z

ANGLE B

ANGLE R.T.

0.

0.

45.

De verspaning met de A-as.

… Verspaning …

B as is 0. en C as is 45. tijdens de verspaning. X en Y bewegen niet en Z-as beweegt naar machinenulpunt voor deze INDEX.

END

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

213


Select Table eenheid werkt voor INDEX eenheid, WPC eenheid en WPC-Shift eenheid.

WCS-SHIFT eenheid De instelwaarde van “SHIFT-R.T” werkt volgens de as-richting in de SELECT TABLE EENH. ENr.

EENH

ROT.TABLE

ROT.CENTER

1

TABLE

C

+Z

ENr.

EENH

BYK

WSC

2

WSC-0

ENr.

EENH

SHIFT-X

SHIFT-Y

SHIFT-Z

SHIFT-R.T

ROT.-th

3

WSCSHIFT

100.

0.

0.

90.

60.

X

Y

Th

Z

R.T.

-780.

-390.

0.

-550.

90. De verspaning met de C-as.

… Verspaning

WSC positie draait 90 graden rond Z-as. (Zie volgende pagina)

ENr.

EENH

ROT.TABLE

ROT.CENTER

1

TABLE

C

+Z

ENr.

EENH

BYK

WSC

2

WSC-0

ENr.

EENH

SHIFT-X

SHIFT-Y

SHIFT-Z

SHIFT-R.T

ROT.-th

3

WSCSHIFT

100.

0.

0.

45.

60.

X

Y

Th

Z

R.T.

-780.

-390.

0.

-550.

90. De verspaning met de A-as.

… Verspaning

WSC positie draait 45 graden rond X-as. (Zie volgende pagina)

… END

214

versie 01_16-2-2017

Copyright © Application YME


ENr.

EENH

ROT.TABLE

ROT.CENTER

1

TABLE

C

+Z

ENr.

EENH

BYK

WSC

2

WSC-0

ENr.

EENH

SHIFT-X

SHIFT-Y

SHIFT-Z

SHIFT-R.T

ROT.-th

3

WSCSHIFT

100.

0.

0.

90.

60.

X

Y

Th

Z

R.T.

-780.

-390.

0.

-550.

90. De verspaning met de C-as.

… Verspaning …

ENr.

EENH

ROT.TABLE

ROT.CENTER

1

TABLE

C

+Z

ENr.

EENH

BYK

WSC

2

WSC-0

ENr.

EENH

SHIFT-X

SHIFT-Y

SHIFT-Z

SHIFT-R.T

ROT.-th

3

WSCSHIFT

100.

0.

0.

45.

60.

X

Y

Th

Z

R.T.

-780.

-390.

0.

-550.

90. De verspaning met de A-as.

… Verspaning … END

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

215


Parameters D106 Bit 4 :

SELECT-TABLE EENH 0:

Geldig

1:

Ongeldig

S5 :

Rotatiecenter van de eerste tafel (C-as)

S35 :

Rotatiecenter van de 2e tafel (A-As)

216

versie 01_16-2-2017

Copyright Š Application YME


Alarmen Alarm 641 :

ONTBREKENDE DATA

In de SELECT TABLE EENH ontbreekt EENH data. In de INDEX EENH ontbreekt data van de draai-as. Alarm 1608 :

SELECT TABLE EENH NODIG

In het begin van het programma ontbreekt e SELECT TABLE EENH. Alarm 676 :

ILLEGALE EENHEID

Er is een ELECT TABLE EENH aanwezig in het programma, maar de functie is niet geldig. Alarm 624.

RESTART ONMOGELIJK

De gekozen EENH tijdens de herstart is de SELECT TABLE EENH. (In het geval van F33 Bit 4 = 1)

Nota 1. WSC van de niet-gekozen draaitafel gelijk stellen aan 0. 2. De SELECT-TABLE EENH maakt geen einde aan de prioriteiten. Indien u verspaant op verschillende draaitafels, gelieve dan de PROCESS END EENH te programmeren. 3. Ieder draai-as commando in de manuele EENH of ISO programma is niet beïnvloed door de SELECT-TABLE EENH.

Vergeet niet uw programma te controleren, voordat U de automode start.

Copyright © Application YME

versie 01_16-2-2017

217


Mazak Programmatie cursus M