Issuu on Google+

it ne a-

INTERVIEW Maurice de Hond

‘Werken wanneer ik dat wil’

en in zijn vrije tijd amateurscheidsrechter Maurice de Hond heeft een duidelijke mening over een goede balans tussen werk en privé. Je neemt je laptop zelfs mee op va kantie. Dat lijkt op een typisch geval van een workaholic. ‘Ik een workaholic? Dat mag je zo noemen, maar daar ben ik het niet mee eens. Ik maak juist specifiek gebruik van de techniek, waardoor ik onafhankelijk ben van plaats en tijd. Volgens mij is bij mij de balans tussen werk en privé juist zeer goed. Ik werk niet van negen tot vijf, maar ik sta ook niet elke dag een uur in de file.’ Ben je dan niet stiekem eigenlijk altijd met je werk bezig? ‘Ja en nee. Ik heb veel minder stress, omdat ik de keuze heb om te werken wanneer ík dat wil. En die vrijheid zorgt ervoor dat ik het niet als werk beschouw. Op een schaal van 0 tot 100 was mijn vrijheid vroeger 10 en sinds ik op een andere manier werk is mijn vrijheid bijna 100.’

Opiniepeiler, ondernemer en amateurarbiter Maurice de Hond weet alles van een goed evenwicht tussen werk en privé. Door Maud Dolhain Amsterdam ‘Het is toch gek dat ik als een soort waarzegger word gezien als ik zeg dat

locatie totaal irrelevant is geworden in de arbeidsmarkt. Nu staat iedereen in de file naar een of ander nieuw gebouwd, duur kantoorpand. Klinkt dat logisch?’ Opiniepeiler, ondernemer

Foto HH

DG 23-07-08 katern 1 pagina 20

f t s ruet tt r n k

Waarom had je vroeger geen vrijheid? ‘Tot 2001 had ik ook een baan van ‘negen tot vijf’, met af en toe een tripje naar het buitenland. Ik was niet

de baas over mijn eigen tijd en moest naar vergaderingen. Ik had een verplichting en verantwoordelijkheid naar de directie. Heel normaal en noodzakelijk in die tijd. Vanaf 2001 roep ik al dat de wereld ingrijpend verandert onder invloed van internet. Ik zag dat dingen anders georganiseerd konden en moesten worden.’ Wat moet er volgens jou gebeuren? ‘We kunnen prima thuiswerken met de huidige technische middelen, alleen is er een collectief wantrouwen van werkgevers. Ze denken dat werknemers op één plek moeten werken, omdat ze anders niet functioneren. Ze zijn bang dat ze thuis televisie gaan kijken in plaats van aan het werk gaan. Dan denk ik: je knipt toch ook niet de kruiswoordpuzzel uit de krant als je werknemer ermee binnen komt lopen?’ Je bent zelf ook werkgever. Zorg jij ook voor een flexibele werkplek? ‘Sterker nog: ik ben nu bezig met een nieuwe internetproject en ik neem mensen alleen aan op basis van de output die ze kunnen leveren. Ik praat daarbij niet over het aantal gemaakte uren. Het enige wat voor mij

telt is wat ze produceren. Daar mogen ze een uur over doen of een dag.’ Saamhorigheid op de werkvloer of geïnspireerd raken door collega’s is er met het nieuwe werken allemaal niet meer bij. ‘Praatjes met collega’s zijn prettig, alleen die kun je ook privé maken. Ik ga tussen de middag naar de film of ergens lunchen met mensen die ik zelf uitkies. Daarnaast: wat moet je allemaal opofferen voor die collega’s? Elke dag in de file staan en overwerken. Eén dag in de week met collega’s afspreken is voldoende om van elkaar op de hoogte te blijven. Tegenwoordig sturen mensen al een mail naar hun collega als hij of zij een deur verder zit. Het hebben van collega’s wordt overschat.’ Dus non-verbale communicatie is wat jou betreft overbodig? ‘Je hebt als dat nodig is ook nog de video conference call. Maar ik denk inderdaad dat fysiek contact niet noodzakelijk is. Bij de Deventer moordzaak werkte ik met mensen samen die ik alleen via internet had ontmoet. Daar heb ik online een behoorlijk goede band mee opgebouwd. Dan is het bijna raar als je ze in het echt ziet.’


'Werken wanneer ik dat wil'