Issuu on Google+

‘Ook ik was gemakzuchtig’ Cabaretier. Presentator. Welgesteld. Surinaams. Gastdocent. Gedreven. Charmant. Relativator. Doorzetter. Jörgen Raymann (1966) in 704 woorden. Tekst Galiëne Gerritsen beeld Maarten Corbijn

intiem

“W

ie niet kan relativeren, vergroot verschillen. Mijn ouders hebben me dat, misschien veel meer onbewust dan bewust, meegegeven. Ik ben in Amsterdam geboren, maar na mijn eerste verjaardag verhuisden wij naar Suriname. Mijn vader was accountant, ik kom uit een gegoede familie. ­ We gingen twee keer per jaar op vakantie naar het buitenland, mijn ouders hadden beiden een auto. Wij woonden in een mooi huis, aan de hoofdstraat, met aan de andere kant een volksbuurt. Daar woonden vriendjes. Wat voor mij vanzelfsprekend was, hadden zij vaak niet. Geen eigen kamer bijvoorbeeld, doordat ze met zo velen in een klein huis woonden. Ik kwam ook bij kennissen van mijn ouders over de vloer die apart servies hadden voor het personeel; zelf aten ze van een bordje met een zilveren randje. Daar waren mijn ouders niet zo van. Ik nam ‘elk soort vriendje’ mee naar huis. Niet dat mijn ouders daarvan nou altijd zo gecharmeerd waren, er waren jongetjes bij die – kuis gezegd – weinig manieren kenden. Maar ze lieten me mijn gang gaan. Ik gaf mijn speelgoed weg aan hen, omdat ik wel zag dat zij thuis niks hadden. Mijn ouders waarschuwden mij: dat zie je nooit meer terug, daar kun je dus niet meer mee spelen. Maar ik vond dat ik er genoeg mee gespeeld had en was tevreden met wat ik nog over had.

20

magazine van het Leger des Heils

juni 2011

Zo relatief is luxe, leer ik mijn kinderen nu. Als ik een week niet op tv verschijn, missen mensen me niet direct. Als de vuilnisman een week wegblijft, gaat het hier stinken.”

Idealen “We leven in een maatschappij die ­mensen lui gemaakt heeft. Daar erger ik ­ me aan. Neem de man die liever in de bijstand blijft dan dat hij dat ene baantje accepteert waarmee hij evenveel verdient als zijn uitkering. Hoezo ‘ik heb recht op meer omdat ik mijn handen uit de mouwen steek’? Iets doen met wat je kunt, vind ik doodnormaal. Ik heb nooit mijn hand opgehouden, altijd gewerkt. Wc’s schoonmaken bij McDonald’s, kranten verkopen in de metro in Rotterdam, niks was mij te min. Je kunt altijd iets van jezelf delen met de ander, ook als je dakloos bent. Oké, de voorwaarde dat je lichamelijk en geestelijk gezond bent en niet schizofreen en hallucinerend het leven doorgaat, hoort daarbij. Die uitzondering daargelaten geloof ik dat ieder mens op zoek moet naar de gedrevenheid in zichzelf. En ik weet waarover ik praat. Ook ik was gemakzuchtig. Toen ik 19 was overleed mijn zus Peggy-Ann aan een hartstilstand. Totaal onverwacht. Ze was 23, had een dochtertje. Het heeft me jaren gekost om dat verdriet te aanvaarden. Ik studeerde economie aan de Erasmus Universiteit en vluchtte in cocaïne, hash en XTC. Even geen zorgen, alles vergeten. Een paar uur,

want daarna kwam de terugslag, drie keer zo hard. Op een gegeven moment zat ik met een volledige blackout in de collegebank. Dat drugsgebruik duurde kort, tot ik Sheila, mijn huidige vrouw, ontmoette. Ze stelde me voor de keus: of mij, of de drugs. Dat was geen groot dilemma, ik koos natuurlijk voor haar.”

Inspiratie “Sheila was mijn redding. Ze hield me de spiegel voor: waaruit bestaat jouw eigenwaarde, Jörgen? Ik kan doorzetten, blijf niet vastzitten in wat me tegenwerkt. Dat brengt me ergens. De vraag van Sheila houd ik ook middelbare scholieren voor of jongeren in de jeugdgevangenis, als ik gevraagd wordt een gastles te geven. Een of twee keer per jaar geef ik zo’n motivatiespeech. Je kunt vluchten en zodoende willen vergeten, maar vroeg of laat ontdek je dat je daarmee jezelf voor de gek houdt. Veel rijker word je, als je leert kennen wat je kan. Dat zag ik begin deze maand, toen ik de Majoor Bosshardt Diner Show presenteerde, een event die cliënten en Leger-medewerkers een kans geeft hun talent te laten zien. Mensen die ondanks alle tegenwerking doorzetten, inspireren me. Laatst zag ik een interview met een Chinese man, die door een ongeluk zijn armen verloren had. Toch wilde hij doorgaan met wat hij het liefste deed, pianospelen. Hij leerde dat met zijn tenen te doen. Zie je wel dat het kan, denk ik dan.”


21


Kans