Issuu on Google+

STAD & LAND 17

DE TWENTSCHE COURANT TUBANTIA WOENSDAG 24 APRIL 2013

16 STAD & LAND

Toen en nu Uit de historische bladen

Scholen in bezettingstijd

D

e nazificering van het onderwijs, het is een onderwerp waarover in Duitsland boekenkasten zijn volgeschreven. In Nederland is de invloed die oorlog en naziheerschappij op het onderwijs hadden, veel minder belicht. ’n Sliepsteen, het blad van de Historische Sociëteit Enschede-Lonneker, doet een poging die lacune voor Enschede op te vullen met een ‘special’. Opvallend was, zo blijkt uit een van de stukken, met hoeveel circulaires de Duitse bezetter scholen bestookte. De inhoud daarvan varieerde van aanwijzingen voor de verduistering van ramen en maatregelen bij eventuele bombardementen tot een oproep om kastanjes, eikels en beukennootjes te verzamelen tegen ‘de voedselschaarste bij mens en dier’. Scholen werden ook geacht minstens twee leerkrachten als collectant te leveren voor de collectes ten behoeve van de Winterhulp. De eventuele invloed van de bezetter op lesprogramma’s komt niet echt in beeld. Al wordt wel duidelijk dat scholen gedwongen werden anti-Duitse passages uit les- en leesboeken te verwijderen. Tegelijk werden scholen ook bestookt met propagandaposters, inclusief materiaal waarop joden als ‘Untermenschen’ of erger nog werden afgebeeld. Vanaf 1 september 1941 mochten joodse kinderen niet meer op ‘gewone’ scholen zitten. De zeventien joodse kinderen van de Prinseschool moesten, net als 72 anderen, vanaf dat moment naar speciaal onderwijs uitsluitend voor joden dat in de Westerschool werd gegeven. In maart 1943 stopte het onderwijs aan joodse kinderen in Enschede helemaal, omdat Overijssel vanaf dat moment ‘Judenrein’ diende te zijn. Vijf van de zeventien joodse kinderen van de Prinseschool overleefden de oorlog niet. Zij werden vermoord in Auschwitz. Overigens deden de nazi’s ook hun best het religieus onderwijs te verhinderen. Op 19 februari 1942 vernielden zeven dronken Wehrmacht-soldaten ’s nachts het leslokaal bij de Enschedese synagoge. Een Duitse officier kon ternauwernood voorkomen dat de wakker geworden voorganger André Andriesse door een van de soldaten werd doodgeschoten. Andriesse zou later omkomen in Mauthausen. Aold Hoksebarge, het blad van de Historische Kring Haaksbergen, probeert de moeilijke positie van ambtenaren onder een NSB-burgemeester scherp te krijgen. Dat gebeurt aan de hand van een interview met Riekie Best-Otte, die vanaf november 1943 in het gemeentehuis in Haaksbergen was. Ze zou het later schoppen tot functies bij de Europese Unie en Euratom, maar diende in de oorlog onder de NSB-burgemeester Jan Hendrik Oonk. Oonk, een geboren Winterswijker die al vroeg lid was geworden van de NSB, was vanaf april 1943 de eerste man in Haaksbergen. Eerder was hij burgemeester in het Limburgse Born geweest. De omgang met een foute burgemeester was voor het personeel een kwestie van voortdurend over hete kolen lopen, herinnert mevrouw Best zich. „Vertrouwen was er niet; hij werd door iedereen slecht aangekeken. Maar hij moest met ons werken. Waar het maar enigszins mogelijk was, probeerden we tegen te werken.” In de herfst van 1944 moest ze onderduiken. Dat werd onvermijdelijk toen haar chef ‘meneer Gruijters’, die in het verzet zat, het bevolkingsregister ontvreemdde. Het verzet had lucht gekregen van een naderende Duitse razzia en zag de bevolkingsgegevens liever verdwijnen. Riekie Best-Otte zou na de oorlog door Europa zwerven om in Alkmaar te belanden, waar ze nog steeds een kamer heeft die ‘Twents’ is ingericht. Tot en met een ingelijst volkslied toe. Jan Hendrik Oonk sloeg na de bevrijding op de vlucht, werd gearresteerd en tot vijf jaar cel veroordeeld, keerde terug naar Haaksbergen en kwam in 1962 om het leven bij een verkeersongeval.

Te hooi en te gras

Een hang naar het landleven

Wendezoele opent deuren voor 2013

De Twentse fabrikanten trokken eind negentiende eeuw massaal naar buiten. Ze stoffeerden het landschap met villa’s, boerderijen, tuinen en landgoederen. Die enorme schat, die nog altijd het gezicht van de streek bepaalt, is voor het eerst bijeengebracht in een prachtig kijk- en leesboek.

door Gerard Lage Venterink

Zelfs als ze in het buitenland zat, bleef Margaretha BlijdensteinVan Heek op de hoogte van de ontwikkelingen op haar bezittingen noordelijk van Enschede . Haar jachtopzichter Hendriksen stuurde haar per brief een vleugje Twente toen ze in de jaren twintig van de vorige eeuw in Bad Nauheim verbleef. ‘In de Lonnekerberg zijn al 2 menschen druk bezig de eiken te snoeien (...). Het is jammer dat u nu niet van de prachtige herfstkleuren hier kunt genieten, het is op ’t oogenblik schitterend mooi als je op de Judithhoeve de omliggende bosschen met die kleuren variatie aanschouwt. Op het Amelink is het op het oogenblik verrukkelijk.’ De beleving die de heren van de Twentse textiel - en hun dames bij het landschap hadden, was van de oprechte, innige soort. Eind negentiende eeuw al is onder de opkomende textielelite de ‘grote trek’ naar het platteland op gang gekomen. Ze willen weg van de lawaaiige steden met hun stinkende fabriekspijpen. Op naar de eenvoud van het omringende platteland, waar de hectiek ver weg is en het leven gezonder. Dat laatste was in het geval van Christiaan Bernard Tilanus, die een textielfabriek in Vriezenveen bezat, zelfs prioriteit nummer

één. Hij liet in Hoge Hexel villa Het Hexel bouwen, in de hoop dat de buitenlucht zijn aan tbc lijdende zoon goed zou doen. In de meeste gevallen zochten de fabrikanten echter vooral een Twents Arcadië, dat in de uitdijende steden niet meer te vinden was. En waar dat droomlandschap niet bestond, hielpen ze een handje. De Twentse fabrikantenfamilies hadden van oudsher een band met het platteland, zegt Mascha van Damme, eindredacteur van ‘Heren op het land. Buitenplaatsen van Twentse textielfabrikanten’. Hun vaders en opa’s kwamen er vandaan, hadden er bleken gehad, waren er langs boeren getrokken om garens uit te zetten en de weefsels weer op te halen. Al vanaf de late achttiende eeuw hadden ze er ‘herenkamers’ in boerderijen. Om zich te verpozen of zich van daaruit te wijden aan de jacht, onveranderlijk een geliefd tijdverdrijf in deze kringen. Landliefde is ook een drijvende kracht wanneer ze tweede helft negentiende eeuw hun boerderijkamers en theekoepels aanvullen met enorme lappen woeste grond. Ze worden grootgrondbezitter, leggen - ook om eraan te verdienen - bossen aan, ontginnen, laten boerderijen verrijzen, beproeven nieuwe landbouwmethoden en bouwen er uiteindelijk tientallen villa’s. Vooral tussen

1905 en 1930 wordt er overal op de heuveltoppen rond met name Enschede en Oldenzaal en in westelijk Twente gebouwd. Die hele ontwikkeling wordt begunstigd door het einde van de Twentse marken, halverwege de negentiende eeuw. Daardoor komt plots veel grond vrij. Een fenomeen dat samenvalt met de groei en bloei van de textiel in Twente, dat dan de eerste industrieregio van het land is. „Die kwart eeuw bouwwoede is boven alles een teken van vitaliteit, optimisme en financiële ruimte”, zegt Jaap Scholten, schrijver en telg van een Enschedese fabrikantenfamilie, in zijn voorwoord. Hij spreekt van de ‘aristo-

Bernard Jan Blijdenstein rustend bij het vroegere zomerhuis van de familie op de Welle bij Lonneker. foto’s uit besproken boek

cratisering’ van de Twentse fabrikanten. Zoals Scholten vervolgens het leven op de landgoederen en het ‘rentmeesterschap’ van zijn voorvaderen in een paar mooie pennenstreken tot leven wekt, zo doen de auteurs van het boek dat ook. Ze documenteren niet alleen de ‘bouwwoede’, de ideeën over landschap, natuur en natuurbeheer, de steeds grotere betrokkenheid van landelijk bekende architecten en tuinontwerpers bij villa’s en parken, maar ze brengen impliciet en expliciet ook het le-

ven in beeld dat in die huizen werd geleid. Heren op het Land is daardoor geen ‘kaal’ architectuur- en tuinhistorisch boek, maar veeleer een brede, cultuur-historische beschrijving van hoe generaties fabrikanten op en met die huizen en landgoederen leefden. Want om in te leven waren die villa’s allereerst bedoeld, benadrukt Mascha van Damme. „Amsterdamse kooplui en Rotterdamse reders die in de negentiende eeuw massaal naar de Utrechtse Heuvelrug trokken, bouwden om

te representeren en rijkdom te tonen, terwijl ze vaak niet geworteld waren op het land. De Twentse elite was dat wel en bouwt veel meer een plek voor de familie.” De bewuste beleving van het omringende platteland, het verblijf in de natuur, tussen bossen en boerderijen, is uitermate belangrijk. In die zin was de Twentse elite veel meer dan de Amsterdamse of Rotterdamse ook een ‘elite op laarzen’. Hun huizen zijn daardoor - op enkele uitzonderingen als de Bellinckhof bij Almelo of het Hoge

Boekel en Zonnebeek bij Enschede - landelijk gezien ook relatief eenvoudig. Al zullen veel textielarbeiders, die hun dagen in lawaaiige, stinkende fabrieken en kleine, gehorige woninkjes sleten, daar toen ongetwijfeld anders over hebben gedacht. De stijl van de villa’s, de boerderijen, de jachthuizen is meestal landelijk, met Twentse invloeden. „En ook met cottage-achtige elementen, die ze van hun verblijven in Engeland meebrachten”, zegt Van Damme. „Zelfs in de inrichting zie je een behoefte aan knusheid. Er wordt veel hout gebruikt en in de grote ruimtes vind je vaak weer afgeschermde hoekjes om te zitten.” Heren op het Land biedt - mede op basis van brieven en unieke foto’s uit particuliere archieven - niet alleen een kijkje in die zalen en zithoekjes. Het is tevens het eerste overzichtswerk waarin een poging wordt gedaan de vele uitingen van de ‘bouwwoede’ van de textielbaronnen bijeen te brengen. Compleet met bijzondere bouwtekeningen, tuinontwerpen en een korte, afzonderlijke beschrijving per villa, boerderij of zomerhuisje. Kaarten van de regio versterken het besef hoe kwistig al die gebouwen en landgoederen ooit over Twente zijn uitgestrooid. En welk een ongekend rijk cultureel en historisch bezit ze tezamen vormen. Een bezit dat - ook dat maakt Heren op het Land duidelijk - nadrukkelijker nog dan voorheen, gekoesterd zou moeten worden.

Mascha van Damme (red.), Heren op het Land. Buitenplaatsen van Twentse textielfabrikanten, Uitgeverij Waanders, hardcover 205 pag. geïllustreerd, 29,95 euro. Het boek is vanuit Het Oversticht gemaakt met subsidie van de provincie Overijssel.

Museumboerderij Wendezoele opent zaterdag om 11.00 uur haar deuren voor een nieuw seizoen. Traditiegetrouw wordt de opening opgeluisterd met een schouwspel waarbij onder meer levende have naar de boerderij wordt gebracht. Verder komt de Quiltvereniging Delden een cadeau brengen. De Wendezoele is na 27 april open van dinsdag tot en met zaterdag van 13.30 tot 17.00 uur. In juli en augustus is de museumboerderij ook op maandagmiddag geopend.

Lezing Tweede Wereldoorlog Jean Keunen, voorzitter van het Libertypark in Overloon, houdt dinsdag 7 mei een lezing over de Tweede Wereldoorlog voor de Historische Kring Wederden. Keunen is, behalve betrokken bij het museum in Overloon, ook de initiatiefnemer van het Achterhoeks Museum 1940-1945 in Hengelo Gelderland. Hij heeft ook persoonlijk tal van documenten en voorwerpen bijeengebracht die aan de Tweede Wereldoorlog herinneren. Bezoekers van de lezing mogen ook eigen documenten of objecten meenemen, wanneer ze daar vragen over hebben.

Lezing Jean Keunen voor Historische Kring Wederden op 7 mei, vanaf 20.00 uur in De Marke aan de Vossenbeltstraat in Wierden. Toegang: 3,50 euro voor niet-leden.

Oldenzaal in de oorlog De oorlogsjaren in Oldenzaal en omgeving staan zondag 5 mei centraal bij een nieuwe aflevering van het zesdelige foto- en filmproject Oldenzaal door de eeuwen heen van Hans Kolmschot. In stadstheater De Bond zijn onder meer filmbeelden te zien van de paardenvordering in Oldenzaal op de Ganzenmarkt, de terugkomst van krijgsgevangenen in Oldenzaal, de distributie op de eiermarkt en het dagelijkse leven in Twente met beelden uit Hengelo en Enschede. Ook wordt veel aandacht gegeven aan de Oldenzaalse joden en de bevrijding van Oldenzaal, Hengelo en Enschede en het bezoek van Prins Bernhard aan Oldenzaal, een week na de bevrijding. De voorstelling in stadstheater de Bond begint om 16.30 uur. De toegangsprijs is 5,50 euro inclusief een drankje na afloop.

G.L.V. 䡵

Nico Scholten duikt vanaf het ‘badhuis’ van de familie op ’t Lansink.

Een jachtpartij van de Van Heeks op Het Lankheet bij Haaksbergen.

De familie Menko bij hun theekoepel op De Helmer.

Info: www.stadstheaterdebond.nl.


Heren op het land - recensie Tubantia