Issuu on Google+

ED I TI E J U LI -A U G US T US - S E P T E M B E R 2 0 1 6 / VE R S C H I J NT 3 - M A A ND E L I J K S / J A A R GAN G 1

#2

E E N U IT GA VE V AN T E N AC S H E AL TH C A RE / E R K E N N IN G S N U M ME R P91 9 661

Uw gids voor digitalisatie in de zorg

mHealth in opmars Pathologen gaan digitaal De kracht van clinical datawarehousing


Uw link met de Belgische zorgwereld Online database van de Belgische ziekenhuizen en carehomes

DE B2CARE OPLOSSING b2care is een digitaal platform waar je alle relevante informatie kan raadplegen over de Belgische ziekenhuizen, rusthuizen, zorginstellingen… Een inventieve database die zonder software toegankelijk is.

SOFTWARE AS A SERVICE

VAN DATA NAAR INFORMATIE

EXPORT DATA

Met een internetbrowser kan je waar ook ter wereld de data raadplegen. Enkel een internetverbinding is nodig. Er moet geen software worden geïnstalleerd.

De motor van b2care is een semantische zoekmachine die linken legt in de data en met allerhande filters de mogelijkheid biedt om snel de juiste informatie te vinden.

Naast online consultatie is het ook mogelijk om het resultaat van uw zoekopdracht te exporteren en te gebruiken in Excel of andere bestandvormen.

DE B2CARE DATA Onze data wordt gedurende het jaar constant up to date gehouden. Op die manier bestaat er geen twijfel over de actualiteit van de gegevens. We kunnen onze gegevens onderverdelen in 3 blokken.

MODULE HOSPITALS

MODULE CAREHOMES

EXTRA INFORMATIE

Hoeveel bedden telt elk ziekenhuis? Wanneer werd het ziekenhuis laatst gerenoveerd? Wie is Voorzitter van de Medische Raad?

Hoeveel wzc’s zijn er in mijn regio? Welke profielen worden er ontvangen? Wie zijn de decision makers?

Andere algemene informatie over de snel evoluerende Belgische zorgwereld vind je eveneens terug via b2care.

VOOR MEER INFO & TARIEVEN GA NAAR WWW.B2CARE.BE

Contact: Monique Vandenhulle • monique@tenacs.be • M +32 473 22 18 43 - Hans Delporte • hans@tenacs.be • M +32 475 92 93 43 TENACS o.h.p • Kortrijksesteenweg 220 • 9830 Sint-Martens-Latem, België • T +32 9 225 82 04 • F +32 9 225 03 76 • www.tenacs.be • info@tenacs.be


Inhoud 02. mHEALTH OVERZICHT 05. ACTIEPUNT 19 09. DIGITAAL MOEDERBOEKJE 11. WIJZIGING ONLINE DECLARATIE 12. eFORMS 15. DIGITALISERING PRE-OP PROCES 16. MY HANDICAP

Colofon 21. NIEUWE PRAKTIJKPREMIE 26. CLINICAL DATAWAREHOUSING 30. PATHOLOGEN GAAN DIGITAAL 33. DIGI-ONCO-PLATFORM 35. ICT4CARE MEDEWERKER 36. ICT4CARE FUNCTIEPROFIEL

Voorwoord Beste lezer, Met plezier hebben we mogen vaststellen dat de eerste editie van Digicare enorm goed onthaald werd tijdens en na het 20e colloquium “automatisering en zorgverlening”. We willen alvast alle lezers bedanken voor de positieve reacties en de constructieve feedback. De vele reacties op de artikels en de dagelijkse nieuwe abonnementen tonen aan dat de kwalitatieve inhoud sterk gewaardeerd wordt door iedereen die begaan is met digitalisering in alle denkbare geledingen van de zorgsector. Ook de talloze vragen vanuit de sector voor het opnemen van bepaalde onderwerpen tonen aan dat de nood aan duidelijke, objectieve en kwalitatieve inhoud groot is. Voor elk van de grote thema’s trachten we de standpunten van diverse betrokkenen aan bod te laten komen. In dit nummer brengen we u een aantal artikels rond een heel actueel en populair thema: mHealth. Er waren in dit domein al heel wat voorzichtige initiatieven en innovatieve projecten op gang getrokken, maar met het opnemen van mHealth in het actieplan en de oproep voor pilootprojecten van minister De Block heeft dit een grote boost gekregen. mHealth is echter een heel breed thema en snel evoluerend, dus ook in toekomstige edities van Digicare zullen we dit thema nog zien opduiken. Ook security en communicatiestandaarden zijn twee onderwerpen waarover vaak informatie gevraagd wordt en die we dan ook zullen brengen in Digicare. Wenst u hierbij betrokken te worden als lid van de virtuele redactieraad, dan mag u ons steeds contacteren. Hans Delporte Tenacs Healthcare Het 20e colloquium ICT & Gezondheidszorg eerder dit jaar, dat met het lanceren van de eerste editie van Digicare gepaard ging, was met zijn bijna 700 bezoekers ook dit jaar opnieuw een groot succes. Sprekers zoals minister De Block, Chris Decoster en vele andere experts uit de sector brachten ons opnieuw een grote verscheidenheid aan kwalitatieve en relevante content. Tijdens het colloquium werd bovendien de nieuwe benaming van de ISV werkgroep en de opleidingen gelanceerd: ICT4care. Digitalisering in de zorg is, net zoals de zorg zelf, een multidisciplinair gegeven geworden. De opleiding tot ‘Informatiesysteemverpleegkundige’ trok meer en meer andere zorgberoepen aan, en de benaming ‘ISV’ dekte de lading niet meer. Met de nieuwe benaming ICT4care en de opleiding tot ICT4care medewerker beogen we dan ook een bredere doelgroep. Digicare is een perfecte aanvulling op het colloquium en op deze ICT4care opleiding, en brengt ons op continue wijze kwalitatieve, educatieve informatie over onderwerpen die ons allen aanbelangen. We zien uit naar deze nieuwe editie van Digicare, en nodigen u alvast uit om met stip 16 mei 2017 in uw agenda te noteren voor de 21e editie van het colloquium. Eric Vande Walle Voorzitter werkgroep ISV-NVKVV

Digicare is een uitgave van Tenacs Healthcare i.s.m. de ICT4care-werkgroep van het NVKVV

ADVERTENTIE-EXPLOITATIE Monique Vandenhulle monique@tenacs.be T +32 473 22 18 43 DRUK Drukkerij Verspecht Londerzeel ADMINISTRATIE Cilia Delmulle +32 9 225 82 04 REDACTIERAAD Filip De Schaepmeester (actualcare.be) Hans Delporte (actualcare.be) Monique Vandenhulle (actualcare.be) Günther Bekaert (actualcare.be) DEZE EDITIE KWAM TOT STAND MET MEDEWERKING VAN: Eric Vande Walle (wzc Huis aan Zee Vulpia Blankenberge) Tony Ven (AZ St.-Elisabeth - Herentals) Filip Vandaele (vzw Zorg-Saam Kindsheid Jesu) Rudi Plas (UZ Brussel) Kristof Cooremans (AZ Maria Middelares Gent) OPLAGE 3000 exemplaren postbedeeld DOELGROEP EN VERSPREIDING Op naam en onder blister naar beleidsverantwoordelijken en iedereen die begaan is met de informatisering in de zorg. Digicare VERSCHIJNT 4X PER JAAR In februari, mei, september en december Persoonlijk abonnement, thuis bezorgd: € 80,00 per jaar VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Filip De Schaepmeester Tenacs Healthcare Kortrijksesteenweg 220 9830 Sint-Martens-Latem T +32 9 225 04 82 F +32 9 225 03 76

Overname van artikels en illustraties, geheel of gedeeltelijk, alleen na schriftelijke toestemming van de uitgever. De uitgever kan nooit verantwoordelijk worden gesteld voor de inhoud van advertenties.


MOBILE HEALTH

Digicare M A G A Z I N E

mHealth: alle ingrediënten zijn aanwezig, nu nog het recept! Onze samenleving is aan het veranderen, en wel aan een ongeziene snelheid. Ook de zorgsector is niet meer hetzelfde als pakweg twintig jaar geleden. De vergrijzing van de bevolking, de toename van chronische ziektes en het tekort aan middelen leggen een hypotheek op onze gezondheidszorg van morgen. Mobiele apparaten zoals smartphones en tablets kunnen voor een stuk een antwoord bieden op deze uitdagingen. Wij spraken erover met Nick Guldemond, Associate Professor Integrated Care & Technology aan het Universitair Medisch Centrum van Utrecht.

Nick Guldemond is al bijna twintig jaar bezig met het vraagstuk hoe technologie de zorgsector kan stimuleren. “Ik heb zowel een achtergrond in geneeskunde als in elektrotechniek en ben dus altijd geïnteresseerd geweest in beide domeinen”, zegt hij er zelf over. “In het begin van mijn loopbaan was ik actief in het domein van revalidatie, neurologie en preventie. Al snel kwam ik terecht in de onderzoekswereld waar er breder werd gekeken naar de rol die technologie kan spelen in de zorg en gezondheid. Het ging aanvankelijk niet alleen over het aandeel van IT, maar ook over biomedische en biomechanische devices. Toen al bleek innovatie een belangrijke driver te zijn voor het vinden van de juiste oplossingen. Vanaf 2005 zijn we gestart met een open innovatieconcept voor ziekenhuizen, waarbij we verschillende partijen samenbrachten om collectief na te denken over innovatieve oplossingen en slimme concepten voor de medische wereld. Met ons Medical Field Lab waren we mee bij de eerste die een proeftuin hebben opgezet voor innovatie in de zorgwereld. Bedrijven als Philips en Materialise zaten toen ook mee aan tafel.”

“Vanaf 2005 zijn we gestart met een open innovatieconcept voor ziekenhuizen, waarbij we verschillende partijen samenbrachten om collectief na te denken over innovatieve oplossingen en slimme concepten voor de medische wereld.”

Smartphone als driver voor mHealth Het belang van technologie en van elektronische apparaten is de laatste twintig jaar enorm gegroeid. “Ook in onze Medical Field Labs hebben we de rol van IT en

02

devices steeds belangrijker zien worden”, zegt Nick Guldemond. “De interesse verschoof gaandeweg van medicatieontwikkeling en zorgconcepten naar IT als technologie om zorg te verbeteren. De basis voor het slim organiseren van medische zorg is het delen van informatie en precies daarbij kan IT enorm veel betekenen. Door informatie op een slimme manier te capteren, te structureren, te analyseren en te delen kom je tot een efficiëntere en kwalitatievere zorg. Aanvankelijk was de inbreng van IT in de zorgsector (eHealth) enkel gericht op de professionals. Aan de kant van de patiënt is er lange tijd weinig of geen beweging geweest. Maar sinds de opmars van de smartphone zijn er nu ook heel wat intelligente functionaliteiten beschikbaar voor patiënten. Zonder de alomtegenwoordigheid van de smartphone was er waarschijnlijk geen sprake geweest van mobile health (mHealth).”

Zorg verschuiven naar de patiënt In het verleden was zorg altijd gecentreerd rond ziekenhuizen en zorginstellingen. Zowel voor preventie, diagnostisering, behandeling als informatie-uitwisseling moest je als patiënt naar het ziekenhuis gaan. Nick Guldemond: “Door de vergrijzing van de bevolking en de gerelateerde toename van chronische ziektes in combinatie met een gebrek aan middelen, mensen en kapitaal is deze situatie echter niet meer houdbaar. Hierdoor zijn de eisen voor de organisatie van zorg drastisch veranderd. We moeten zorg en preventie meer verschuiven naar de thuisomgeving van de patiënt. Met de huidige mobiele technologie is het mogelijk om patiënten actief te betrekken zodat ze zelf hun gezondheid kunnen monitoren en beheren. Niet alleen mobiele apparaten spelen hierin een voorname rol, minstens even belangrijk is de privé- en werkomgeving van de patiënten.”


MOBILE HEALTH

mHealth apps: nuttig maar onderbenut Ondertussen kunnen we echt wel spreken over een echte boost in de ontwikkeling van mHealth-applicaties. Nick Guldemond: “Je kan de mobiele zorghulpmiddelen grosso modo opsplitsen in vier categorieën. De eerste categorie omvat verschillende hulpmiddelen om gezond te blijven. We spreken hier vaak over health well being oplossingen. Meer bepaald gaat het dan over de alomgekende stappentellers of de loopapps waarvan Runkeeper ongetwijfeld de meest bekende is. Deze apps houden niet alleen de gelopen afstand en snelheid bij, ze geven je ook een idee over het aantal verbruikte calorieën. Onder deze categorie kan je ook nog de apps voor slaapadvies, stresscontrole en diëten plaatsen. Dit soort apps kunnen jouw gedrag analyseren en geven je tips om gezonder te leven. Het is wel zo dat deze apps niet allemaal even effectief zijn. Bovendien zijn er ook maar weinig echt medisch onderbouwd, maar als een app het leven van zijn gebruiker gezonder maakt, heeft hij sowieso zijn waarde.”

“Vandaag zijn apps meestal erg op zichzelf staand en ze vormen geen integrale oplossing. Bovendien stromen de gegevens niet door naar huisartsen of specialisten die in deze gegevens nochtans nuttige informatie zouden kunnen terugvinden.” Volgens Guldemond worden de mogelijkheden van dit soort apps echter te weinig benut. “Als je weet hoeveel mensen

Digicare M A G A Z I N E

gebruik maken van deze apps, dan ligt er een massa aan data voor het grijpen die gebruikt zou kunnen worden voor grootschalige analyses. Vandaag zijn apps meestal erg op zichzelf staand en ze vormen geen integrale oplossing. Bovendien stromen de gegevens niet door naar huisartsen of specialisten die in deze gegevens nochtans nuttige informatie zouden kunnen terugvinden. Hierdoor liggen er heel wat mogelijkheden op het domein van big data en research die vandaag niet gebruikt worden.” “De tweede categorie van mobiele zorghulpmiddelen zijn die voor het beheren en het behandelen van ziektes. Deze zijn wel medisch onderbouwd. Enkele voorbeelden zijn de mobiele insulinepompen voor diabetespatiënten of de mobiele zuurstofconcentratoren voor mensen met een longaandoening. Deze hulpmiddelen zijn vooral gericht op ziektecontrole. In de derde categorie bevinden zich de domoticatoepassingen die gericht zijn op zorg. De panic button, waarmee een hulpbehoevende met één druk op de knop om dringende hulp kan verzoeken, is hiervan een gekend voorbeeld. De meeste van deze toepassingen zijn gericht op het monitoren van ouderen zodat zij langer thuis of in een serviceflat kunnen blijven wonen. De laatste categorie is die van mobiele ziekenhuistechnologieën die worden gebruikt in operatiekamers en diagnosecentra.”

Digitale emancipatie Informatie-uitwisseling is een essentieel aspect van een goed functionerend zorgsysteem. Mobiele technologie heeft het potentieel om deze informatie-uitwisseling in een stroomversnelling te brengen, maar er zijn heel wat inspanningen nodig om dit ook werkelijk waar te maken. Die inspanningen liggen volgens Guldemond maar voor een klein stuk op technisch vlak. “Er zijn investeringen nodig in een doordachte cloud-functionaliteit waardoor het de-

03


Digicare

MOBILE HEALTH

len van nuttige medische data mogelijk wordt. Standaardisatie en interoperabiliteit zijn hierbij van cruciaal belang. Ze vormen de drivers voor creativiteit en innovatie. Maar bovenal is er nood aan digitale emancipatie, een mentaliteitswijziging roept zich op. We moeten komen tot een multidisciplinaire dialoog tussen burgers, patiëntenorganisaties, zorgprofessionals en overheden. De burger zal in het nieuwe zorgsysteem een actievere rol moeten spelen en de smartphone als persoonlijk device speelt hierbij een cruciale rol. Mobiele technologie kan mensen gezonder houden. Draagbare apparaten die kunnen meten en communiceren en verbonden zijn met het internet maken informatie persoonlijk en dit beïnvloedt het gedrag, zowel van individuen als groepen mensen via sociale netwerken. Smartphones kunnen adviezen voor een gezonde levensstijl effectiever maken door informatie te personaliseren en direct te koppelen aan het gedrag van het individu. Wanneer deze informatie ook via sociale netwerken met andere mensen wordt gedeeld, kan dat door sociale beïnvloeding een gezonde levensstijl bevorderen. Het bevorderen van de sociale cohesie is noodzakelijk voor een goede lokale zorg.”

“Vandaag zijn apps meestal erg op zichzelf staand en ze vormen geen integrale oplossing. Bovendien stromen de gegevens niet door naar huisartsen of specialisten die in deze gegevens nochtans nuttige informatie zouden kunnen terugvinden.”

Smartphone als persoonlijke infobron De smartphone kan niet alleen helpen bij het verzamelen van medische gegevens, hij kan ook gebruikt worden als persoonlijke infobron. Nick Guldemond: “Er zijn in de loop der jaren al heel veel gegevens verzameld door zorginstellingen, maar ook door

04

M A G A Z I N E

de federale dienst van statistiek. Deze bestaande databronnen zouden gebruikt kunnen worden door burgers om gepersonaliseerde adviezen te ontvangen. Heel veel data uit de medische wereld kan in combinatie met real time data hergebruikt en via mHealth persoonlijk gemaakt worden. Er is echter nood aan een duidelijk technisch en juridisch kader om dit goed te laten functioneren.”

“Estland is een goed voorbeeld van tot wat een goed uitgedacht eGov-concept kan bijdragen aan de samenleving.”

Alle ingrediënten aanwezig In Europa bestaan er al voorbeelden die aantonen dat het echt wel mogelijk is om nuttige data te hergebruiken en te delen via een slim netwerk. Estland heeft er bijvoorbeeld voor gekozen om resoluut in te zetten op informatiedeling. De overheid heeft er een belangrijke sturende rol in de ontwikkeling van een slimme samenleving. Nick Guldemond: “Estland is een goed voorbeeld van tot wat een goed uitgedacht eGov-concept kan bijdragen aan de samenleving. In andere landen, waaronder Nederland en België, zij het in mindere mate, waar de regering het initiatief aan de markt zelf overlaat, lukt het ondanks de aanwezigheid van een moderne infrastructuur en de grote digitale geletterdheid van de burgers nog niet zo goed om herbruikbare medische gegevens te delen. Een gebrek aan een gemeenschappelijke visie en te veel individuele belangen belemmeren de totstandkoming van een echte digitale kruisbestuiving in de zorg. Dat is erg jammer, want eigenlijk zijn alle noodzakelijke ingrediënten aanwezig. Het is gewoon aan mensen, zowel burgers als zorgprofessionals, en organisaties om het effectief te doen lukken.”

Bram Thiry


Digicare

MOBILE HEALTH

M A G A Z I N E

Interview met Eric Van der Hulst, projectleider van Actiepunt 19 In de nieuwe versie van het actieplan e-gezondheid, dat in oktober 2015 werd goedgekeurd door de bevoegde instanties, werd mHealth als nieuw actiepunt toegevoegd. Dit was nodig om gehoor te geven aan de algemene opmars van mobiele technologie. Ook in de gezondheidszorg is het aantal mHealth-toepassingen de laatste jaren sterk gegroeid. De focus van actiepunt (AP) 19 ligt vooral op het uitwerken van concrete toepassingen van telemonitoring. Wij spraken met Eric Van der Hulst, projectleider van de werkgroep die AP 19 moet uitwerken, over de werkzaamheden binnen deze werkgroep.

Eric Van der Hulst is informaticus van opleiding en hij heeft in zijn loopbaan al vaak de brug gelegd tussen de zorgsector en technologieleveranciers. Eric Van der Hulst: “De implementatie van technologie is in de zorgsector moeilijker dan in andere sectoren. In de zorgwereld heb je immers geen klassieke economie van vraag en aanbod. Je hebt geen economie die zichzelf voortstuwt waarbij aanbieders met nieuwere en betere technologie hun producten en diensten verkocht krijgen aan klanten die hiervan de voordelen willen plukken. In de zorgsector wordt de nieuwste en beste technologie niet per se een succes. Voor het implementeren van mobiele technologie in de zorg komen er bovendien nog extra moeilijkheden bij. Er zijn namelijk heel veel aspecten waarmee rekening moet gehouden worden, zoals privacy, security, regelgeving en terugbetaling. Je kan de zorgsector dus niet louter vanuit technologie veroveren.”

Het belang van mHealth en AP 19 Eric Van der Hulst: “Met actiepunt 19 willen we vooral proefprojecten opzetten om mHealth te introduceren en te integreren in het klassieke zorgsysteem. Dat is nodig om de steeds groter wordende volumes van zorg in de toekomst nog aan te kunnen. Aan de ene kant zitten we met een beperkt aantal middelen en mensen en aan de andere kant zitten we met de toenemende vergrijzing en de opkomst van veel meer ziektebeelden. De balans tussen deze twee aspecten dreigt in de toekomst uit evenwicht

te raken. Het voorspellen en het voorkomen van ziektes, en het persoonlijker maken van zorg zijn manieren om dit nijpend probleem het hoofd te bieden. En hierbij kan mHealth helpen.”

Het woord patiënt is achterhaald De evolutie van mobiele technologie is al een hele tijd aan de gang, maar de zorgsector heeft deze technologie te lang links laten liggen. Nochtans zijn er tal van mHealthtoepassingen te bedenken die onze huidige manier van zorgverstrekking enorm zouden verrijken. Eric Van der Hulst: “Het idee om mensen te behandelen op de plaats waar ze zich bevinden, bij hen thuis bij voorbeeld, biedt enorme kansen. Als mensen zelf persoonlijke medische data kunnen doorsturen naar iemand die hen opvolgt, hoeven ze zich niet te verplaatsen voor een consultatie. Deze data kan perfect van op afstand gecollecteerd en geëvalueerd worden. Zo kan je mensen perfect thuis opvolgen om ze uit ziekenhuizen en zorgcentra te houden. Tegelijkertijd zie je dat er vandaag heel wat zelfbewuste burgers zijn die zichzelf beginnen te meten. Je hebt vandaag een hele nieuwe markt van technologie voor sport, voeding en beweging. Er is nood aan een connectie tussen deze wereld van gezondheid en de klassieke zorgwereld. In de zorgsector spreekt men nog steeds over patiënten. Het woord patiënt is te beperkend als men kijkt naar de zorg van de to e ko m s t . Elke burger is een klant van ons gezondheids-

05


MOBILE HEALTH

systeem. In het ideale geval, waarbij de burger gezond eet, veel beweegt, kortom zichzelf gezond houdt, hoeft er niets te gebeuren. Het idee dat je pas patiënt en dus klant van het zorgsysteem bent als je eenmaal ziek bent geworden, is achterhaald. Deze visie is moeilijk door te trekken als je ook self-monitoring en preventie wil toelaten in je zorgsysteem.”

Geen terugbetaling mogelijk voor teleconsultatie In het originele eGezondheidsplan stond mHealth niet opgenomen als actiepunt. Het is pas bij de herwerking, eind 2015, dat het thema werd toegevoegd aan het bestaand plan. Vanuit de overheid heeft men het belang van mHealth voor de toekomt van ons zorgsysteem ingezien. Op aandringen van Maggie De Block werd het thema uiteindelijk toegevoegd als belangrijk actiepunt. Eric Van der Hulst: “Ons zorgsysteem zit enorm complex in elkaar, wat de implementatie van mobiele technologie bemoeilijkt. Maggie De Block heeft op een bepaald moment ingezien dat er actie nodig was op het terrein om de struikelblokken weg te nemen en de boot niet te missen. Ten eerste heb je het juridische aspect. Juridisch gezien kan een prestatie enkel terugbetaald worden als de zorgverstrekker en de patiënt zich in dezelfde ruimte bevinden. Dat bemoeilijkt mogelijkheden zoals teleconsultatie waarbij een zorgverstrekker een patiënt vanop afstand onderzoekt en evalueert. Onlangs zag ik een voorbeeld waarbij een persoon met vreemde vlekken op zijn arm op een spoedafdeling terechtkwam. Er was nood aan de mening van een specialist om uit te maken over welk soort uitslag het precies ging. De dermatoloog kon op dat moment niet aanwezig zijn, maar heeft de patiënt kunnen evalueren op basis van een online verbinding met videobeelden. Andere voorbeelden van teleconsultatie zijn denkbaar voor bijvoorbeeld logopedie, geestelijke gezondheidszorg, het behandelen van depressies, etc. Momenteel is er voor dit soort praktijken juridisch gezien geen terugbetaling mogelijk, waardoor deze in de praktijk ook niet uitgevoerd worden.”

Nood aan validatie en integratie van medische apps Eric Van der Hulst: “Een tweede struikelblok is het groot aantal apps in de gezondheidssfeer die vandaag als paddenstoelen uit de grond schieten. Er zijn vandaag zo’n 150.000 tot 200.000 apps die pretenderen dat ze een

06

Digicare M A G A Z I N E

medische waarde hebben. Het grote probleem is dat niemand kan controleren of deze apps inderdaad te vertrouwen zijn op klinische en wetenschappelijk vlak, maar ook op gebied van privacy en security. Als we dit soort apps willen toelaten in ons zorgsysteem moet er een vorm van validatie komen.” “mHealth-toepassingen hebben het potentieel om een aanzienlijke kostenbesparing teweeg te brengen. Niet alleen omdat je burgers anders en beter kan behandelen en ook preventief kan werken, maar ook omdat er minder nood zal zijn aan consultaties en de hiermee gepaard gaande verplaatsing. Er bestaan vandaag al bloeddrukmeters die de gemeten waardes via een bijhorende app online zet en waarin de geschiedenis bewaard blijft. Waarom zou je nog de moeite doen om je te verplaatsen en een consultatie te betalen als je alles van bij je thuis kan doen. De voorwaarde is natuurlijk wel dat de gegevens automatisch worden doorgestuurd naar het softwarepakket van de behandelende arts. En net daar wringt vandaag het schoentje. De fabrikanten van dit soort toestellen verkopen in de eerste plaats toestellen en bieden daarnaast een app aan die volledig op zichzelf staat, zonder dat er echt connectie mogelijk is met andere pakketten. Actiepunt 19 heeft precies als doel om al deze struikelblokken uit de weg te ruimen om de implementatie van mHealth in ons zorgsysteem te vergemakkelijken.”

De werkzaamheden van AP19 in drie thema’s De beschrijving en de doelstellingen rond AP19 zoals ze in het eGezondheidsplan zijn opgenomen, zijn nogal ruim en vaag verwoord. De werkgroep heeft in de eerste helft van dit jaar dan ook voornamelijk gewerkt aan het bepalen van de scope, de focus en de stakeholders. Eric Van der Hulst: “We kwamen al snel tot de conclusie dat we drie grote sporen moesten volgen. Ten eerste een juridisch spoor om bijvoorbeeld bovenvermelde problemen rond terugbetaling op te lossen. Er werd in het verleden al een werkgroep opgericht met juridische specialisten die de juridische aspecten van het globale actieplan moeten bekijken. Deze werkgroep is opgesplitst in een aantal subwerkgroepen waaronder die voor mHealth, die in juni van dit jaar werd samengesteld. Deze werkgroep zal concreet nagaan waar de wet aangepast dient te worden om mHealth mogelijk te maken.”


Digicare

MOBILE HEALTH

“Het tweede spoor behandelt het thema mobiele authenticatie. Dat is niet zozeer nieuw, maar het gaat hier eigenlijk over het uitbreiden van de huidige authenticatiemogelijkheden die er vandaag bestaan voor eHealth-toepassingen. Het eHealth-platform is vandaag al consulteerbaar vanuit de patient health viewer en vanuit verschillende ziekenhuisen huisartsenpakketten, mits gebruik van de eID-kaartlezer, maar niet vanuit smartphones en tablets. Op technologisch vlak bestaan er al oplossingen voor. Kijk bijvoorbeeld naar de mobile banking apps van banken, Google authenticator of het gebruik van tokens zoals dat ook mogelijk is bij Taxon-web. Eigenlijk komt het erop neer dat er gewoon een beslissing moet genomen worden over wat in de toekomst de standaard zal worden waar al de mHealth-toepassingen aan moeten voldoen. Dit werkpunt wordt voornamelijk bekeken door de verantwoordelijken van het eHealth-platform onder leiding van Frank Robben. Als er eenmaal een beslissing is genomen over het verwachte beveiligingsniveau kunnen informatici aan de slag om ervoor te zorgen dat het eHealthplatform, het SUMEHR, het medicatieschema en alle andere toepassingen beschikbaar worden op mobile devices. Je kan er vanuit gaan dat je begin 2017 je medicatieschema en je SUMHER op je smartphone kan lezen.”

Via proefprojecten en databanken met leveranciers naar meer inzicht Eric Van der Hulst: “Het derde spoor en meteen ook het onderdeel waar al de meeste aandacht aan is gegeven, zijn enerzijds de projecten en anderzijds het onderzoek naar welke kwaliteits- en evidentiecriteria nodig zijn om mHealth effectief te integreren. In juni is er een vrijblijvende vragenlijst gestuurd naar leveranciers van mHealth-toepassingen, met een gigantische respons als gevolg. De antwoorden moeten nog grotendeels verwerkt worden, maar het is nu al duidelijk dat het ons een goed zicht zal geven waar de verschillende spelers in België zitten die interesse hebben om geïntegreerd te worden in het zorgsysteem. Het is de bedoeling om tegen eind september 2016 een uitgefilterde databank te hebben van welke bruikbare spelers er in België voorhanden zijn. Deze databank zal ons een goed zicht geven op het aantal medical devices met CE-certificatie, het aantal devices en apps met connectiemogelijkheden naar een elektronisch dossier, hoeveel apps er zijn die als evidence based beschouwd kunnen worden, enzovoort.” Vervolgens heeft de werkgroep in mei en juni hard gewerkt om een projectoproep te lanceren. Eind juni is deze oproep verschenen op de website van het RIZIV. Het doel is om een aantal projecten te lanceren waar een proefsi-

M A G A Z I N E

mulatie kan opgezet worden voor het gebruik van mhealth in een specifiek zorgproces. Eric Van der Hulst: “De projectoproep staat open voor alle zorgactoren in de brede zin van het woord. Het is niet de bedoeling dat leveranciers zelf een project indienen omdat we willen vermijden dat het alleen vanuit de industrie gepusht wordt. Achterliggend zullen er in heel wat dossiers wel leveranciers betrokken zijn, maar zij mogen niet de primaire partij zijn. Als er een dossier wordt ingediend waarbij een bepaalde leverancier betrokken is, zal die bij een gunstige evaluatie van het eindresultaat van het project geen voorrang krijgen op andere leveranciers. Alle leveranciers die voldoen aan de kwaliteitseisen, moeten uiteindelijk kunnen meedoen. Projectvoorstellen kunnen ingediend worden tot en met 30 september. Gebaseerd op het aantal vragen die we al hebben ontvangen, verwacht ik ook hierop een grote respons.”

De projectscope Eric Van der Hulst: “Met de scope van de projecten richten we ons op drie grote stromen. De eerste stroom is die van teleconsultatie met de voorbeelden die ik al eerder toelichtte. De tweede stroom is alles wat te maken heeft met apps en devices die geïncludeerd kunnen worden. We gaan ons echter niet bezighouden met zaken die gecatalogeerd worden als wellness, dus geen stappentellers, fiets- of loopapps. Hoewel deze onmiskenbaar een effect kunnen hebben op de gezondheid van burgers vallen deze niet binnen de scope. Wij willen wel kijken naar apps en devices waarbij de arts iets aanraadt en de gegevens actief opvolgt door telemonitoring. Denk bijvoorbeeld aan pacemakers die hun data elektronisch kunnen doorsturen naar een centrale plaats waar ze bekeken en geëvalueerd kunnen worden door de arts. Een tweede mogelijkheid is dat de arts iets aanraadt dat hij minder actief zal opvolgen en dat niet noodzakelijk terugbetaald wordt. Denk bijvoorbeeld aan een elektronische weegschaal. De derde stroom is alles wat te maken heeft met mobiele authenticatie. De dossiers moeten bestaan uit vier grote blokken: wat is het concept, wat zijn de kwaliteiten van de tools die gebruikt worden, in welke mate zijn de gebruikte tools evidence based en wat is het financieel kader. Het einddoel van deze projecten is niet om iets te ontwikkelen of om iets te leren van een pathologie. Het doel is om bepaalde toepassingen, waarvan we weten dat ze werken, te testen in de context van een echt bestaand zorgproces. De beoordeling en selectie van de ingediende dossiers zal gebeuren in drie rondes. We zijn momenteel nog volop aan het praten met stakeholders zoals het RIZIV, het eHealthplatform, FAGG en het Kabinet Volksgezondheid over de te hanteren selectiecriteria.”

Bram Thiry

07


Digicare

PUBLIREPORTAGE

M A G A Z I N E

Store2Scan uw papieren archief Bespaar tijd en geld met een doeltreffende oplossing voor het extern opslaan, scannen en indexeren van uw papieren archief U als zorgverlener, vindt u het moeilijk en duur om uw steeds groeiend papieren archief te beheren? Heeft u genoeg ruimte om al uw documenten op te slaan? Maakt u zich zorgen dat u wel eens belangrijke documenten zou kunnen verliezen of denkt u dat u niet langer in staat bent aan alle wettelijke eisen te voldoen? Als dat zo is, overweeg dan om een ervaren dienstverlener in te schakelen die het beheer van uw papieren archief van u overneemt: documenten opslaan, scannen, indexeren en opvragen op uw verzoek. Hoe uw kosten voor fysieke opslag tot een minimum beperken? De kosten om fysieke bestanden te beheren en op te halen kunnen hoog oplopen, vooral wanneer een specifiek document dringend gevonden moet worden of wanneer bestanden op een regelmatige basis moeten opgevraagd worden. Dit geldt vooral voor ziekenhuizen die grote hoeveelheden bestanden moeten beheren en die zich houden aan strenge regels omtrent privacy, veiligheid en het bewaren van documenten. iGuana ScanFactory biedt twee kosteneffectieve oplossingen om deze kosten te verminderen: Store2Scan en Help2Scan. Store2Scan met iGuana ScanFactory Store2Scan is een alternatief voor de gebruikelijke externe opslag van documenten, waar u geconfronteerd wordt met terugkerende kosten voor het opslaan en opvragen van uw documenten. Ons doel is niet om uw documenten op te slaan en u deze fysieke bestanden te bezorgen wanneer u ze nodig hebt. Ons doel is om ze te komen ophalen, te scannen en u te helpen al dat papier en de bijhorende kosten voor eens en altijd weg te krijgen. Iguana kan uw volledig archief leegmaken en opslaan in de beveiligde externe opslagfaciliteit, geleidelijk aan al uw documenten scannen en indexeren (dringende verzoeken inbegrepen) en ze aan u bezorgen in digitaal formaat. Tegelijkertijd vernietigen we alle documenten die al gescand zijn op een veilige manier. Belangrijkste voordelen van Store2Scan: • Vrijgemaakte archiefruimte (die nu kan dienen voor andere doeleinden) en lagere bedrijfskosten • U betaalt voor gescande documenten, niet voor de fysieke opslag van uw papieren archief • Uw kosten worden gespreid over de looptijd van het langdurig scanproject • U hoeft zich geen zorgen meer te maken over papieren dossiers van zodra ze opgehaald werden door ScanFactory • U hebt de volledige controle over uw digitaal archief – er zijn geen terugkerende kosten voor het ophalen van documenten

08

• Uw digitaal archief is volledig en wettelijk in overeenstemming met de regelgeving en privacyregels Help2Scan met iGuana ScanFactory Help2Scan is een goed alternatief voor als u gewoon een helpende hand nodig hebt met uw papieren bestanden omdat uw eigen personeel eenvoudigweg de tijd of middelen niet heeft om die te beheren. Dit is een passende optie als het volume van de documenten die u op regelmatige basis uit uw archief haalt relatief laag is maar toch genoeg om een groot stuk van de tijd van uw personeel in beslag te nemen. Ons advies is om u te concentreren op de dringendste noden van uw organisatie en uw documenten (patiëntendossiers, leveranciersdocumenten, facturen, post, enz.) te laten scannen wanneer nodig. Op die manier heeft uw personeel te allen tijde de nodige documenten binnen handbereik zonder al te veel tijd te verliezen met het zoeken en opvragen van de papieren versies. Voor een vast bedrag per maand (vaste kost, geen verrassingen) kunt u uw documenten laten scannen, stap voor stap. Belangrijkste voordelen van Help2Scan: • Ons personeel kan het werk doen waar uw medewerkers geen tijd voor hebben • Vaste prijs per standaarddoos; vaste kost per maand • Geen onvoorziene kosten en ongewenste verrassingen • Alle gescande bestanden zijn klaar om geïmporteerd te worden in uw IT-systemen • We kunnen zelfs digitale documenten routeren naar uw medewerkers • Gescande bestande kunnen veilig vernietigd worden, waardoor uw fysiek archief minder ruimte inneemt Over iGuana iGuana (het voormalige Allgeier DMS Solutions) heeft meer dan 30 jaar ervaring in het elektronisch beheer van documenten en oplossingen en diensten voor documentenarchivering. iGuana kan terugvallen op een diepgaande ervaring op het vlak van scannen en indexeren van grote hoeveelheden documenten en is een marktleider in de gezondheidssector. Velen zouden iGuana erkennen als betrouwbare leverancier van Medical Viewer- en ScanFactory-oplossingen. iGuana helpt organisaties bij het elektronisch beheren van hun documenten op een efficiënte en juridisch conforme manier. www.iGuana-DMS.com Leuvensesteenweg 633 1930 Zaventem, België +32 (0)2 70 90 100 iguana@iguana-dms.com


DIGITALE PRE- & POSTNATALE ZORG

Digicare M A G A Z I N E

Digitaal moederboekje is de toekomst Het ‘moederboekje’ is een begrip. Daarin noteren zorgverleners allerlei gegevens zodat de ontwikkeling van het kind en het gezin goed kunnen worden opgevolgd. Een gynaecoloog en vroedvrouw namen samen met VOKA Health Community het initiatief om als alternatief voor de papieren versie een app en een bijhorend digitaal platform te ontwikkelen. Tal van partners werken nu samen in een consortium om dit te realiseren.

Jaarlijks lanceert VOKA een oproep voor ideeën omtrent innovatie. Een gynaecoloog en vroedvrouw dienden los van elkaar bij VOKA Health Community een op elkaar aansluitend project in. Het ene behelst de digitalisatie van de gegevensuitwisseling in de zwangerschap. Het andere project gaat over de digitalisatie van de gegevens in de transmurale zorg na de geboorte. Hun voorstellen werden gebundeld en dat leidde tot een innoverend project. Voor dr. Inge Tency, lector in de opleiding Vroedkunde aan de Odisee Hogeschool in Sint-Niklaas, lag het accent op postpartum, de periode na de bevalling. “Digitalisering is belangrijk in het licht van de ligduurverkorting die de federale overheid doorvoerde. Maar er zijn veel meer pluspunten”, zegt dr. Inge Tency. Dr. Els Dufraimont, gynaecoloog aan het Imelda ziekenhuis te Bonheiden, diende ook een voorstel tot digitalisering in. Bij haar lag het accent op prenatale zorg. “Al heel lang vroeg ik me af waarom we gegevens van het digitaal medisch dossier manueel overpenden in het papieren boekje. Die gegevens tikt de huisarts daarna over in zijn elektronisch dossier. Dit is behoorlijk tijdrovend”, zegt dr. Els Dufraimont. Daaruit vloeide het idee voort om een app te ontwikkelen. Ook is er het idee om preconceptie mee in kaart te brengen. Deze gegevens kunnen in het verloop van de zwangerschap en later ook belangrijk zijn.

Kostenbesparend De initiatiefnemers willen op die manier enkele euvels van het papieren boekje wegwerken. “Het overschrijven van gegevens is achterhaald. Er is ook het risico op menselijke fouten. Heel wat zorgverleners noteren de bloedgroep

van de moeder, maar als iemand dit verkeerd noteert, kan dit ernstige gevolgen hebben. Het is maar één voorbeeld. Een app kan ook het aantal medische handelingen inperken. Nu gebeurt het dat bepaalde labo-bepalingen meerdere keren gebeuren, hoewel één keer volstaat. Voor de overheid zou het dus kostenbesparend kunnen zijn”, aldus dr. Els Dufraimont.

Betere opvolging De app biedt mogelijkheden om ouders extra goed op te volgen. Sommigen krijgen te weinig zorg of weigeren hulp, anderen hebben de neiging om teveel zorgverleners te raadplegen. Het laat dus toe om hierin tussen te komen. “In toenemende mate is er ook het taalprobleem. Collega’s in UZ Brussel werden het afgelopen jaar met 84 verschillende talen geconfronteerd. Met een vertaal-app kan je de anderstalige patiënten gedetailleerder informeren. Het is ook drempelverlagend, je kan hen gemakkelijker bereiken”, aldus dr. Els Dufraimont. Ze wijst er ook op dat het de betrokkenheid van de ouders vergroot, bijvoorbeeld door het zelf bijhouden van de gewichtscurve van de moeder tijdens de zwangerschap. Dr. Inge Tency benadrukt ook het voordeel van de communicatie tussen zorgverleners. “Het is zo dat een ziekenhuis een elektronisch dossier aanlegt, maar een vroedvrouw die aan huis gaat, heeft daar vaak geen toegang toe. Ze legt zelf een dossier aan. Het vroedvrouwendossier is ontwikkeld in samenwerking met de Vlaamse Beroepsorganisatie waardoor er toch enige vorm van uniformiteit is. Maar er is geen connectie tussen de gegevens die de vroedvrouw verzamelt en wat prenataal door de huisarts en vroedvrouw werd genoteerd. In de praktijk gebeurt de uitwisseling vaak telefonisch of via een ontslagbrief. Een app zou het voordeel hebben dat medische gegevensdeling veel efficiënter kan. Zo kan de huisarts onmiddellijk zien hoe de bevalling verliep, ook zien we onmiddellijk welke risicofactoren een rol kunnen spelen bij een eventuele heropname van de baby of de moeder”, aldus dr. Inge Tency.

09


Digicare

DIGITALE PRE- & POSTNATALE ZORG

M A G A Z I N E

gerschapsdiabetes is bijvoorbeeld een risico op het later ontwikkelen van type 2 diabetes. Als arts kan je dan die factoren beter bewaken. Ook de interactie met de patiënt is een belangrijk pluspunt. Die kan vragen stellen of een consultatie voorbereiden door vragen vooraf te bezorgen. Dr. Inge Tency: “Privacy is een belangrijk punt. Jammer genoeg is dat op wetgevend vlak nog onvoldoende geregeld, maar de federale overheid lanceerde een oproep naar projecten die hierop inspelen. Het opzet is dat de patiënt hier een beslissende rol speelt en bepaalt naar welke zorgverleners gegevens doorgespeeld mogen worden. In zekere zin gaat het dus om eigen beheer. Het is zo dat verschillende zorgverleners zich hierover terecht vragen stellen, we hechten er dan ook veel belang aan.” Met het bedrijf Remedus wordt nu gewerkt aan een demo om daarmee naar zorgverleners te stappen.

Samenwerkingen met partners

Pioniers Het papieren moederboekje is wereldwijd universeel. Weliswaar zijn er bepaalde accentverschillen. Zo komt toxoplasmose alleen in België en Frankrijk voor. Dr. Els Dufraimont heeft geen weet van digitale initiatieven in andere EU-landen, op een initiatief in Polen en Finland na. “Er waren mannen van patiënten die me stimuleerden om digitaal te werken. Tegelijk vertelden sommige patiënten me dat ze het jammer zouden vinden als het papieren boekje zou verdwijnen. Ze zijn gehecht aan het tastbare. Je start met een blanco boekje en op het eind is het een verzameling van allerlei gegevens en kattebelletjes. Er is dus ook een emotionele factor. Toch is het onze bedoeling om volledig naar een digitaal platform over te schakelen. Zo kan je bijvoorbeeld ook het kraamgeld regelen, werkonbekwaamheid doorgegeven enzovoort. Nu moeten we voortdurend attesten invullen. We weten natuurlijk ook dat er een groep mensen is die niet vertrouwd is met digitale technologie. Hierover namen we al contact op met bedrijven en zorgverzekeraars. Er is een grote bereidheid om voor deze doelgroep een oplossing te vinden. Misschien is er ook een gesproken functie mogelijk. Anderzijds beschikken heel wat mensen met een lager inkomen toch over een smartphone. Wat we op dat vlak kunnen bereiken, nemen we mee”, zegt dr. Els Dufraimont.

Communicatiekanaal Beveiliging en de crossverbinding tussen verschillende medische dossiers vormen een uitdaging. Het digitale dossier is ook belangrijk voor latere prognoses. Het vormt de start van het medisch dossier van een baby. Zwan-

10

Dr. Inge Tency is verbonden aan de hogeschool Odisee. Ook de opleiding ICT van de school werkt mee aan het project. “Daar konden we een beroep doen op hun expertise in het bevragen van het gebruik van digitale media. We lanceerden een onderzoek naar het gebruik van postpartumzorg. Consulteerde men al websites om gegevens op te vragen? Die informatie is belangrijk voor het ontwikkelen van een app. Uit een tussentijdse analyse blijkt dat alle bevraagde kraamvrouwen toegang hebben tot internet via een computer of smartphone en regelmatig gezondheidsgerelateerde websites consulteren, ook over de postpartumperiode. De meerderheid gaf ook aan gebruik te maken van mobiele applicaties, zoals gezondheidsapps. Binnen VOKA Health Community is er een consortium opgericht. “Daarin zitten bijvoorbeeld technici en bedrijven met kennis ter zake. Het koppelen van medische dossiers is ook een gigantische uitdaging. Elk ziekenhuis heeft een eigen dossier, gelukkig hanteren vroedvrouwen vaak hetzelfde dossier. Bij huisartsen zijn er verschillende medische dossiers. Andere partners zijn bijvoorbeeld het Wit-Gele kruis, kenniscentra en uiteraard ook Kind & Gezin. Ook willen we patiënten zeker betrekken”, aldus dr. Inge Tency. Het komt er momenteel ook op aan om voldoende financiële middelen te vinden zodat met de verdere uitwerking en het testen van de app gestart kan worden.

Hilde Pauwels


DECLARATIE VAN THERAPEUTISCHE RELATIES

Digicare M A G A Z I N E

Online declaratie van therapeutische relatie vereenvoudigd Vanaf eind oktober wordt het declareren van een therapeutische relatie met een patiënt een stuk eenvoudiger. Eric Slabbinck, de projectleider die bij het eHealth-platform instaat voor het implementeren van veranderingsprocessen, legt uit wat er zal veranderen.

Twee wijzigingen als antwoord op praktische problemen Eric Slabbinck: “Het gaat om twee wijzigingen die op zich niet spectaculair zijn, maar toch tegemoetkomen aan een aantal praktische bezwaren vanuit het veld. De eerste gaat over het declareren op het eHealth-platform van een therapeutische relatie met een patiënt. Wil een arts toegang krijgen tot de gedeelde medische gegevens van een patiënt, dan moet hij daar de toestemming van die persoon voor hebben. De arts doet dit door de elektronische identiteitskaart van de patiënt (of de isi+kaart in het geval van kinderen) in te lezen en de therapeutische relatie te declareren.” In de meeste gevallen verloopt dit vlekkeloos, maar in de praktijk zijn er situaties waarin dit voor problemen zorgt. Een arts van wacht die ’s nachts een huisbezoek aflegt bij een onbekende patiënt die kort daarvoor geopereerd is, maar te weinig relevante informatie kan geven, kan bij terugkeer op het kabinet geen toegang krijgen tot de me-

dische geschiedenis omdat hij de eID van de patiënt niet kan inlezen. Ook bij technische problemen met de connectie naar het eHealth-platform speelt dat obstakel.

eID of isi+ inlezen niet langer noodzakelijk Eric Slabbinck: “Om dat te verhelpen hebben wij – in overleg met de artsen – de patiëntenorganisaties en de aanbieders van artsensoftware, het systeem licht gewijzigd. Om een therapeutische relatie in eHealth te declareren, hoeft de arts niet langer de eID in te lezen. Het volstaat het nummer van de kaart in te geven en de reden te geven waarom een normale declaratie niet mogelijk is, zoals bv. thuisbezoek of technische problemen.”

Vrijstelling bij pasgeborenen tot 3 maand Een ander praktisch probleem doet zich voor bij pasgeborenen. Normaal duurt het tot 6 weken na de aangifte van de geboorte bij het ziekenfonds vooraleer de isi+ kaart wordt afgeleverd. Maar jonge ouders hebben de eerste week of weken wel wat anders te doen, dan administratieve rompslomp af te handelen. Vaak komen artsen op die manier in de problemen omdat er nog geen isi+kaart voor handen is. Een vervelend gevolg daarvan is dat de arts bepaalde voorkeurtarieven niet kan aanrekenen. Eric Slabbinck: “Om die reden hebben wij het systeem versoepeld. Tot de leeftijd van 3 maanden hoeft de arts de isi+kaart niet in te lezen en kan hij of zij toch het voorkeurstarief hanteren. Met deze twee wijzigingen maken wij het artsen, zorgverleners en patiënten makkelijker. Artsen en ontwikkelaars van softwarepakketen voor artsen en zorgverleners hebben meer rechtszekerheid en de patiënten kunnen er op rekenen dat hun privacy gerespecteerd wordt.”

11


Digicare

eFORMS

M A G A Z I N E

eForms: de nieuwe manier van gestructureerd communiceren Een snelle en efficiënte communicatie tussen specialisten en verschillende diensten is essentieel voor een goed zorgsysteem. In het verleden gebruikte elke pakket zijn eigen oplossingen om te communiceren vanuit het EMD, waardoor een vlotte informatie-uitwisseling moeilijk was. Met de lancering van eForms is het vanaf nu mogelijk om dit soort communicatie te standaardiseren, met administratieve vereenvoudiging en tijdswinst tot gevolg.

Een eForm is een universeel en gestandaardiseerd sjabloon dat in alle EMD-pakketten kan worden ingebouwd. Het doel is om op een eenvoudige manier gegevens uit het EMD te versturen naar specialisten en diensten. De verschillende sjablonen zijn beschikbaar op het eHealthplatform en worden daar continu up-to-date gehouden waardoor huisartsen dit niet hoeven te doen in het EMD. Het sjabloon wordt ingeladen en de benodigde data wordt automatisch ingevuld vanuit het EMD. Eventueel ontbrekende informatie kan manueel bijgevoegd worden. Vervolgens wordt het ingevulde document via de eHealthBox naar de ontvanger gestuurd.

De nood was hoog De lancering van eForms was absoluut nodig. In het verleden had je een enorme diversiteit aan producenten van medische gegevens, namelijk de huisartsen en een diversiteit aan de ontvangerszijde, waaronder de overheid, ziekenhuizen en andere zorginstellingen. Iedereen was eigenlijk een beetje op zichzelf bezig waardoor er geen uniformiteit bestond. De systemen waren niet compatibel en er bestond geen algemeen aanvaarde standaard voor de uitwisseling van medische gegevens, met alle moeilijkheden van dien. Daarenboven had je tot voor kort ook nog twee “postbodes” (de communicatiesoftware), die eigenlijk voor elkaars voeten liepen. Ondertussen zijn ze gefusioneerd, wat de uitrol van een uniforme informatieuitwisseling alleen maar ten goede is gekomen.

Voordelen voor alle partijen Het potentieel van eForms is enorm want zowel voor huisartsen als voor de ontvangers van deze elektronische documenten zijn er heel wat voordelen. Artsen zullen medische documenten veel sneller kunnen invullen omdat de gegevens die aanwezig zijn in het EMD automatisch ingevuld

12

worden. Het hergebruik van informatie levert gegarandeerd een aanzienlijke tijdswinst op. Bovendien betekent dit hergebruik ook een valorisatie en erkenning van het werk van huisartsen, die hun energie steken in het up-to-date houden van de EMD’s van hun patiënten. Ook voor de ontvanger bieden eForms heel wat voordelen. Zo bepaalt de ontvanger helemaal zelf welk info hij precies wenst te krijgen. Dat is een belangrijk verschil met vroeger, waar documenten en verwijsbrieven de ene keer veel te weinig informatie bevatten en de andere keer veel te veel. Met eForms ben je als ontvanger zeker dat je exact de informatie krijgt die je zelf wenst. Essentiële informatie zoals een overzicht van allergieën, medicatieschema’s, antecedenten, etc. kunnen naar believen opgevraagd worden. Bovendien kreeg je als ontvanger vroeger enkel papieren documenten, die vaak zelfs gewoon handgeschreven waren. Hierdoor was het heel moeilijk om het overzicht te bewaren. Nu zal je gestructureerde gegevens kunnen ontvangen waaruit zelfs analyses en statistieken te trekken zijn.

Het aantal eFormstoepassingen groeit De start van de uitrol van eForms dateert van vorig jaar. Sindsdien zijn er al enkele eForm-toepassingen beschikbaar. Een belangrijke administratieve vereenvoudiging wordt bijvoorbeeld mogelijk gemaakt door het Handicare-formulier in eForm-formaat dat sinds enkele weken is uitgerold. De huisarts zal via de eHealthBox een melding krijgen dat de patiënt een aanvraag heeft gedaan. Vervolgens contacteert de patiënt zijn huisarts waarna er eventueel een consultatie wordt ingepland om het formulier in te vullen. Dat kan nu grotendeels automatisch gebeuren vanuit het EMD, waar informatie zoals aandoeningen, antecedenten, enzovoort rechtstreeks voorhanden is. Vroeger was het handmatig invullen van deze documenten voor personen met een handicap erg tijdrovend voor huisartsen.


Digicare

eFORMS

Een andere toepassing die reeds bruikbaar is, zijn de MEDEX-formulieren voor de werkonbekwaamheid van ambtenaren. Het werkonbekwaamheidsformulier kan opgemaakt worden vanuit het EMD en vervolgens automatisch doorgestuurd worden naar de juiste overheidsdienst. Zo hoef je als huisarts geen extra papierwerk meer te doen. Verder zijn er ook voor de liaisonfiche ter attentie van woonzorgcentra en voor preoperatieve documenten voor ziekenhuizen al eForms beschikbaar. In de toekomst zouden ook aanvragen voor laboratoriumtests en beeldvorming via eForms geautomatiseerd kunnen worden.

My Handicap Over het My Handicap-formulier bestaat er momenteel nog wel wat verwarring bij huisartsen en hun patiĂŤnten. Heel wat OCMW- en overheidsdiensten verkondigen immers dat hiervoor geen papieren documenten meer bestaan. Dat is niet helemaal waar. Een My Handicap-dossier valt eigenlijk uiteen in drie stukken: het administratief dossier, de schaal van zelfredzaamheid en het medisch dossier. Het administratief dossier dient ingevuld te worden door de bevolkingsdiensten en dit kan inderdaad enkel elektronisch. Ook de schaal van zelfredzaamheid bestaat nu enkel nog in elektronische vorm. Vroeger moest dit formulier door de huisarts ingevuld worden. Veel artsen keken hier tegenop omdat ze bij de inschatting van de zelfredzaamheid van de patiĂŤnt ongewild in de rol van rechter werden geduwd. Nu is dit luik officieel uit het medisch dossier gehaald en wordt de beoordeling overgelaten aan een sociaal assistent, die hiervoor beter bevoegd is. Het medisch dossier, het derde luik van een My Handicapdossier, is nog steeds werk voor de huisarts. Deze kan zelf beslissen om dit te doen via een papieren versie of via het elektronisch dossier.

Rol van de overheid Het is belangrijk dat de overheid de productie en de verdere uitrol van eForms stimuleert. Zij speelt hierin vooral een regulerende en faciliterende rol. Het is aangewezen dat de overheid het kader en de regels schetst waarin verdere ontwikkelingen kunnen gebeuren. De ontwikkelingen zelf laat de overheid het best over aan andere partners zoals de industrie en ziekenhuizen. Concreet kan de overheid de uitrol van eForms faciliteren door de juiste mensen bijeen te brengen in werkgroepen om nieuwe concepten uit te werken.

M A G A Z I N E

Maar ook op financieel vlak zou de overheid de bidirectionele communicatie tussen huisartsen en specialisten een duwtje in de rug kunnen geven door de financiering van ziekenhuizen te koppelen aan slimme communicatiemiddelen en eHealth-toepassingen. Op zich ziet de tweede lijn het gebruik van eForms wel zitten. De ziekenhuizen dringen er echter wel op aan om er een open standaard van te maken zodanig dat zij zelf ook eForms zouden kunnen ontwikkelen.

Nog enkele uitdagingen Om het gebruik van eForms echt een hoge vlucht te laten nemen, moeten er nog enkele hinderende factoren opgelost worden. Eerst en vooral moeten eForms in alle bestaande pakketten geĂŻmplementeerd worden. Vandaag ondersteunen de meeste pakketten gelukkig wel al de eForms. Bovendien is de gebruiksvriendelijkheid van de eForms in de verschillende pakketten van doorslaggevende aard om zorgprofessionals aan te zetten tot het gebruik ervan. Het geheel staat of valt met de manier waarop huisartsen registreren in het EMD. Het is een must dat dit gebeurt op een uniforme en gestructureerde manier om een optimale werking te garanderen. Het is dan ook belangrijk dat artsen begeleiding en navorming krijgen over hoe ze gegevens het best registreren. Het gebruik van registratiestandaarden zou het gebruik van eForms een stevige duw in de rug kunnen geven. De overheid is alvast overtuigd dat ze moeten investeren om hun administratieve medische formulieren om te zetten naar eForms. Ziekenhuizen zijn altijd gewoon geweest aan unidirectionele communicatie. Huisartsen werden in het verleden verplicht om gebruik te maken van de systemen die de ziekenhuizen aanboden. Bijgevolg verloor je als huisarts heel wat tijd met het surfen naar verschillende ziekenhuisplatformen en het invullen van allerlei webbased documenten. Het zal nog wel wat inspanningen vragen om alle ziekenhuizen hiervan te doen afstappen en hen ervan te overtuigen om de universele communicatiemiddelen van de huisartsen te aanvaarden. Om echt tot een administratieve vereenvoudiging te komen is het nochtans een noodzakelijke voorwaarde om steeds te vertrekken vanuit het EMD. Alleen zo kan de huisarts echt zijn rol als spilfiguur in de zorgsector van de toekomst opnemen.

Met dank aan Herwig Van Pottelbergh voor zijn medewerking aan dit artikel. Bram Thiry

13


Digicare

PUBLIREPORTAGE

M A G A Z I N E

AZ Delta kijkt uit naar geïntegreerd EPD Hoe kunnen we onze patiëntenzorg de komende 10 jaar maximaal digitaal ondersteunen? Die vraag stond bij ziekenhuis AZ Delta (Roeselare) centraal in de zoektocht naar een geïntegreerd EPD. De keuze viel op HiX van ChipSoft, dat in 2018 in gebruik wordt genomen. Waarom HiX? Digicare spreekt met Algemeen Directeur Johan Hellings van AZ Delta. Hoe belangrijk is de overstap naar een geïntegreerd EPD? “Heel belangrijk. Wij hebben een medisch strategisch plan opgesteld vol concrete ambities en die ambities kunnen we niet realiseren met koppelingen tussen verschillende ITsystemen. Om de kwalitatieve zorg voor de patiënt te borgen, hebben we één geïntegreerd EPD nodig. Alleen dan kunnen we de volledige zorg dekken van de spoedopname, intensieve zorgen, OK, ziekenhuiszorg, thuiszorg tot de zorgondersteuning op lange termijn.” Kunt u ons meer vertellen over de ambities die AZ Delta met HiX wil realiseren? “We willen de patiënt bijvoorbeeld als partner bij zijn behandeling betrekken. Straks kunnen we patiënten de mogelijkheid bieden elektronisch afspraken te maken, hun dossier online te raadplegen, de huisarts toegang te verlenen tot hun dossier en digitaal te communiceren met zorgverstrekkers. Ook de inzet van moderne technologieën als telemonitoring en patiënten-apps wordt mogelijk met HiX. Een andere ambitie is het verder verhogen van de patiëntveiligheid, daarbij helpt het geïntegreerde patiëntendossier onder meer met functionaliteiten voor interactiecontrole en medische beslissingsondersteuning. Verder is HiX een belangrijke facilitator om de JCI-ziekenhuisaccreditatie te behalen en behouden.” Wat gaf de doorslag om voor HiX te kiezen? “HiX kwam als beste naar voren uit het uitgebreide EPD-selectietraject dat we in 2015 startten. Het zorgt onder meer voor procesoptimalisa-

14

tie; HiX maakt een vlottere organisatie mogelijk met minder tijdverlies voor artsen en secretariaten. Het ondersteunt bovendien maximaal het principe van ‘eenmalige registratie aan de bron, meervoudig gebruik’ en voert registraties (automatisch) volledig uit. Daarnaast waarborgt het hoge gebruiksgemak van HiX een vlotte registratie van gegevens en afhandeling van taken. Tot slot biedt HiX de mogelijkheid om mobiel te werken, bijvoorbeeld met tablets bij de patiënt aan bed. Ook dat zorgt voor een efficiëntere en veiligere workflow.” ChipSoft is een ‘buitenlandse’ EPDleverancier. Speelde dat een rol? “Het was voor ons een voorwaarde dat de EPD-leverancier vertrouwd is met het Belgische zorglandschap én voldoet aan de specifieke reglementering. ChipSoft voldeed als Hollandse leverancier aan die voorwaarde en heeft al ervaring in onze

markt. Neem de Belgian Meaningful Use Criteria (BMUC, red), daar is ChipSoft al helemaal klaar voor. Dankzij HiX voldoen wij straks volledig aan de BMUC. Daar komt bij dat het EPD natuurlijk ook ‘gewoon’ volledig Nederlandstalig is.” Hoe wenst u dat AZ Delta er in 2020 bij staat? “We richten ons volledig op hoogkwalitatieve zorg in goede afstemming met de patiënt en zijn huisarts. Daarvoor bouwen we nu met onze artsen en medewerkers een nieuwe ziekenhuiswerking uit. Een ziekenhuiswerking in organisatie, accommodatie, medische uitrusting, samenwerkingsverbanden, netwerken en uiteraard in informatisatie en digitalisatie. HiX wordt hierbij een belangrijke facilitator. Met het geïntegreerde EPD kunnen we onze patiëntenzorg de komende 10 jaar maximaal digitaal ondersteunen.”


DIGITALISERING VAN HET PREOPERATIEF PROCES

Digicare M A G A Z I N E

Digitalisering van het preoperatief proces eHealth in elke spreekkamer Sinds 1 juni biedt het Algemeen Ziekenhuis Maria Middelares Gent (verder AZMM) huisartsen aan om het preoperatief verslag van patiënten die een operatie moeten ondergaan, op elektronische wijze op te maken en door te sturen naar het ziekenhuis. Om dit digitaal mogelijk te maken heeft het AZMM Gent een elektronisch preoperatief formulier (e-form) opgemaakt in samenwerking met het huisartsenplatform AZMM. Het digitale formulier is opgenomen in de eForms, een plugin ingebouwd in de medische dossiersoftware. Deze software wordt door ongeveer 95% van de Vlaamse huisartsen gebruikt. Sinds juni kan de huisarts, dankzij dit initiatief, met één druk op de knop een beveiligd preoperatief formulier creëren. In dit formulier wordt alle relevante informatie over de patiënt, gebaseerd op voorafgaande consultaties, automatisch ingevuld vanuit het elektronisch medisch dossier (EMD) van de huisarts.

Van doktershandschrift naar digitaal Voor het elektronisch beschikbaar stellen van dit formulier moesten huisartsen het pré-op formulier handmatig invullen. De huisarts pende dus gegevens van zijn patiënt over vanuit het elektronisch medisch dossier. Dit was een werkstuk dat al snel 4 pagina’s lang was. Bij aankomst in het ziekenhuis moest het daar weer overgenomen worden. In sommige ziekenhuizen gebeurde dit handmatig, in andere werd het ingescand. Het spreekt voor zich dat er bij al dat belastende papierwerk fouten konden gebeurden, zoals zaken die niet gemeld werden. Onvolledig ingevulde pré-op formulieren leidden soms tot extra voorafgaande onderzoeken zoals bloedtesten of elektrocardiogrammen. “Het was nooit de intentie van AZMM om ons eigen formulier te maken, alleen voor ons”, zegt Dr. Didier Baert, medisch zorgmanager chronische en transmurale zorg bij AZMM. “Van bij het eerste concept wilden we andere ziekenhuizen en huisartsen een universeel formulier aanbieden zodat we voortaan over een eenvormig en betrouwbaar document zouden kunnen beschikken. De automatische input van essentiële medische gegevens vanuit het EMD in deze e-form betekent een hele tijdsbesparing voor huisartsen. De elektronische informatieoverdracht via de eHealthBox is op zijn beurt een tijdsbesparing voor de administratie in de ziekenhuizen. De informatie die nu bij ons binnenkomt als PDF is volledig en vlot te koppelen aan het elektronisch patiënten dossier (EPD) in het ziekenhuis.” Workflow optimalisatie Deze administratieve digitalisering bespaart de huisarts en het ziekenhuis heel wat tijd en zorgt ervoor dat onnodige of foute doorverwijzingen worden vermeden. De huisarts vindt het formulier in het elektronisch medisch dossier (EMD) van de patiënt onder de noemer “documen-

ten”. Als ontvanger vinkt hij het gewenste ziekenhuis aan. Vanuit zijn elektronisch medisch dossier worden relevante gegevens zoals antecedenten, medicatie en allergieën automatisch ingebracht in het formulier. Na aanvinken van enkele beperkte gegevens wordt aangeduid of extra technisch onderzoek zoals ECG of bloedafname aangewezen is. Klinisch onderzoek en risico-inschatting moet de huisarts nog uitvoeren en inbrengen. De arts kan bijlagen vanuit het medisch dossier toevoegen indien hij dit wenselijk acht. Tot slot valideert de huisarts zijn document en wordt het elektronisch doorgestuurd via de eHealthBox naar het gewenste ziekenhuis. Bij het AZMM komt dit binnen in de inbox van de dienst anesthesie. De anesthesist verifieert en valideert het document en koppelt dit aan het patiëntendossier van het ziekenhuis. Deze manuele stap is bewust ingelast. Je zou het formulier ook automatisch kunnen koppelen met het EPD in het ziekenhuis. Het ziekenhuis bouwt bewust deze controlestap in. Volgens een van de standaarden van de JCI-accreditering moeten dergelijke gegevens steeds gevalideerd worden door een arts, verbonden aan het ziekenhuis. Waar op het eerste zicht vooral de huisarts profiteert van tijdswinst biedt deze workflow ook voordelen voor het ziekenhuis. Voorheen bracht de patiënt de dag van de operatie het papieren preoperatief document mee. Nu krijgt het ziekenhuis de gegevens dagen voordien, wordt de informatie gescreend en is er meer tijd om zo nodig contact op te nemen met de huisarts of de patiënt. Dankzij dit initiatief van het AZMM Gent en haar huisartsenplatform winnen alle stakeholders, inclusief de patiënt. De zorg wordt efficiënter, vollediger en goedkoper.

Peter Dellaert

15


MY HANDICAP

Digicare M A G A Z I N E

My Handicap Handig online tegemoetkomingen aanvragen voor personen met een handicap Op 1 juli is de FOD Sociale Zekerheid gestart met My Handicap, een online platform gelinkt aan eHealth, waarmee personen met een handicap snel en eenvoudig hun aanvraag tot tegemoetkoming kunnen indienen. Het systeem vervangt de papieren procedure. Saskia Gheysens, die instaat voor de begeleiding van het veranderingsproces binnen de FOD en bij de verschillende partners, legt uit wat de voordelen zijn van het nieuwe systeem.

Vroeger was het aanvraagproces omslachtig Saskia Gheysens: “Het vroegere systeem om als persoon met een handicap een tegemoetkoming aan te vragen, was heel omslachtig. De persoon in kwestie moest naar het gemeentehuis en kreeg daar een vragenlijst van zo’n 30 bladzijden. Het eerste luik, met administratieve gegevens, inkomen, zelfredzaamheid, enzovoort moest de burger zelf invullen. Maar je moet weten dat we hier met een kwetsbare doelgroep te maken hebben, die problemen ondervond met het invullen van de vragenlijst. Daardoor kregen we veel aanvragen binnen die niet volledig waren. Zo’n 35% moesten we daardoor weigeren, hoewel die mensen misschien wel recht hadden op een tegemoetkoming.” Het tweede luik moest de behandelende arts invullen. Ook daar kroop de nodige tijd in. De aanvrager moest eerst op consultatie gaan, waarna de arts nog de tijd moest vinden de vragenlijst in te vullen. Voor vele artsen was dit avond- en weekendwerk. Het gevolg van dit alles was dat de doorlooptijd van zo’n aanvraag enorm lang was.

Volledig digitaal en online “Met My Handicap hebben we de aanvraagprocedure naar de burger toe volledig gedigitaliseerd”, vervolgt Saskia Gheysens. “Alles gebeurt nu online, waardoor de burger minder stappen moet ondernemen voor zijn aanvraag en waarbij hij tegelijk ook beter ondersteund wordt bij het indienen van een aanvraag.”

16

Hoe gaat het in zijn werk? In principe kan de aanvrager volledig zelfstandig zijn aanvraag indienen, door te surfen naar myhandicap.belgium.be. Hij laat zijn elektronische identiteitskaart inlezen en vult online de vragenlijst in. Dat is de ‘intake’. We houden er rekening mee dat héél wat aanvragers voor een erkenning van een handicap dit niet zelf kunnen. Zij kunnen bij hun OCMW of gemeente terecht, net als bij de meeste ziekenfondsen en bij onze eigen FOD, waar een sociaal werker de vragenlijst samen met de persoon overloopt. Een lijst van lokale contactpunten staat op onze website.”

“De arts moet in het formulier enkel bepaalde informatie uit het Globaal Medisch Dossier aanof uitvinken en er de nodige rapporten, scans, en dergelijke aan toevoegen.”

Eens de gegevens van de intake in de databank zitten, vertrekt er een boodschap naar de eHealth Box van de behandelende arts met de vraag de informatie ter beschikking te stellen die relevant is voor de medische evaluatie van het dossier. De arts moet in het formulier enkel bepaalde informatie uit het Globaal Medisch Dossier aan- of uitvinken en er de nodige rapporten, scans, en dergelijke aan toevoegen. Het gaat hier dus om gegevens die reeds aanwezig zijn in het GMD.

Privacy van patiënten gegarandeerd Saskia Gheysens: “Het grote voordeel van My Handicap is dat het komaf maakt met de papierwinkel en dat het voor iedereen sneller gaat. In de eerste plaats is het een


Digicare

MY HANDICAP

voordeel voor de burger, die op deze manier echt geholpen wordt en niet meer met zijn berg papieren van hier naar daar gestuurd wordt. Wij van onze kant hebben nu de garantie dat de aanvragen correct en volledig zijn ingevuld. Dat bespaart opnieuw veel tijd. Vroeger moesten wij voortdurend heen en weer mailen om dossiers aan te vullen, fouten recht te zetten, enzovoort. Voor de arts betekent My Handicap ook tijdwinst, want het systeem vertrekt vanuit een consultatie die al gebeurd is en gedocumenteerd is in het eHealth-systeem. De arts moet dus niet steeds weer gegevens reproduceren, maar kan ze elektronisch met ons delen. Door via eHealth te werken is meteen ook de hele informatiestroom beveiligd en wordt het beroepsgeheim van de arts en de privacy van de patiënt gerespecteerd. Ook bij ons op de FOD worden de gegevens enkel door artsen bekeken.”

Work in progress “Het gaat hier natuurlijk om een ‘work in progress’”, vervolgt Saskia Gheysens. “Sommige artsen – zoals bijvoorbeeld specialisten – hebben nog geen persoonlijk account op eHealth. Daarom dat naast de elektronische uitwisseling nog een alternatief op papier bestaat. Maar ook hier vertrekt de vraag naar informatie vanuit de FOD Sociale Zekerheid en niet van de patiënt. Anderen hebben wel een eHealth-connectie, maar gebruiken ze nog te onregelmatig. Het moet een soort routine

M A G A Z I N E

worden om elke dag actief te gaan kijken of er aanvragen via My Handicap zijn binnengekomen in de eHealth Box. Bij de artsen leeft ook de vrees dat patiënten hun naam zullen opgeven, terwijl ze eigenlijk geen of toch geen recente therapeutische relatie hebben met de persoon in kwestie. Daarom raden wij burgers aan om vooraleer ze een aanvraag online indienen, eerst even hun arts te raadplegen. Zo kan de arts alsnog beslissen om de persoon op consultatie te laten komen, mochten er niet voldoende gegevens beschikbaar zijn.”

“Anderen hebben wel een eHealth-connectie, maar gebruiken ze nog te onregelmatig. Het moet een soort routine worden om elke dag actief te gaan kijken of er aanvragen via My Handicap zijn binnengekomen in de eHealth Box.”

“We geloven dat My Handicap ervoor kan zorgen dat mensen die nu uit de boot vallen, beter hun rechten zullen kunnen uitoefenen. Het is voor een persoon met een handicap zo al moeilijk genoeg om de weg te vinden in deze complexe materie. Met My Handicap hopen we dat te vereenvoudigen”, besluit Saskia Gheysens.

Tony Meesdom

17


MOBILE HEALTH KWALITEITSCRITERIA

Digicare M A G A Z I N E

Naar een kader voor kwaliteitscriteria voor Mobile Health-toepassingen Digitale toepassingen doen meer en meer hun intrede in de gezondheidszorg, maar het wettelijk kader is er nog niet. Daarom wil de federale regering een dergelijk kader scheppen rond mobiele gezondheidszorg of mHealth. “mHealth wordt een enorm domein”, zei minister van Volksgezondheid Maggie De Block meer dan een jaar geleden al. Vanaf 30 juni dit jaar liep er een call for projects binnen vijf thema’s. Vanaf 1 januari 2017 gaan de gekozen projecten voor een periode van zes maanden van start.

Met mobiele gezondheidszorg wordt interactie tussen de eindgebruiker en de zorgprofessional mobiel. Twee doelstellingen staat vooraan bij mHealth: patiënten worden meer ‘empowered’, met ondersteuning van hun zelfredzaamheid in hun eigen (thuis)omgeving en het maakt nieuwe zorgmodellen, van het type ‘geïntegreerde zorg’, mogelijk. De patiënt, zijn omgeving, zorgverstrekkers en stakeholders kunnen dag en nacht informatie en gegevens over gezondheid en welzijn verzamelen, visualiseren, opslaan en delen. In het nationale plan e-gezondheid is een actiepunt 19 ‘Mobile Health’ opgenomen om tegen 2019 een kader te creëren om dergelijke mobiele toepassingen te integreren in het gezondheidszorgsysteem, rekening houdend met een aantal kwalitatieve, juridische, organisatorische en financiële aspecten. Nu zitten we in het stadium waar het kader wordt gecreëerd, daarna volgt de testfase en tegen eind 2017 wordt het operationeel.

“In het nationale plan e-gezondheid is een actiepunt 19 ‘Mobile Health’ opgenomen om tegen 2019 een kader te creëren om dergelijke mobiele toepassingen te integreren in het gezondheidszorgsysteem.”

Mobiele gezondheidszorg kan heel ver gaan: het omvat alle welzijns- en zorgtoepassingen die mogelijk worden met behulp van mobiele communicatiediensten en -toestellen, van smartphones over tablets tot polsbandjes en zelfs inplanteerbare toepassingen. In die toestellen kunnen sensoren zitten die parameters over iemands levensstijl, welzijn en gezondheid monitoren. Ook persoonlijke coachingsystemen, gezondheidsinformatie of reminders voor geneesmiddelen zijn mogelijk.

18

Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen toepassingen die voornamelijk voor de eindgebruiker zijn bedoeld, onder de noemer zelfmanagement, en die waar een interactie mogelijk is tussen eindgebruiker en zorgverlener. Een derde categorie zijn toepassingen voor zorgverleners. “Verschillende werkgroepen hebben rond Mobile Health gewerkt”, zegt Jan Van Emelen, lead van de themagroep mHealth van Voka Health Community. “Op Europees niveau was er EUnetha, European network for Health Technology Assessment. Dat is een zeer actief Europees netwerk rond geïntegreerde zorg en disease management. Er was overleg binnen Cocir, het Europese Comité van de Coördinatie van de Industrie van Radiologische, Elektromedische en IT van de Gezondheidszorg, waarin ook bedrijven zoals Philips en Siemens zitten. Ook hadden we een eigen kleine werkgroep binnen VOKA Health Community en tot slot sloten we aan bij Digital Health Valley van minister van Digitale Agenda Alexander De Croo en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Maggie De Block. Met dat initiatief is het de bedoeling om zo snel mogelijk bestaande Mobile Health-toepassingen uit binnen- en buitenland te integreren in de gezondheidszorg. Begin 2016 hadden we na tal van meetings een document klaar, dat we voorgesteld hebben aan de werkgroepen en aan het kabinet”, zegt Van Emelen. Mobile Health wordt nog te vaak als een bedreiging gezien, oordeelt Van Emelen. “Er is ten onrechte veel wantrouwen. Artsen denken dat dergelijke toepassingen hun werk afpakken, maar dat moet niet zo zijn. Kijk naar de zwangerschapstesten van vijftig jaar geleden: daar werd hetzelfde over gezegd. Vandaag doet een vrouw die overtijd is die zwangerschapstest zelf en stapt ze daarna naar de dokter. Hetzelfde zou kunnen voor een cholesteroltest. Als daaruit blijkt dat je cholesterol te hoog is, dan maak je een afspraak bij de dokter. Tegen een dergelijke preventieve werking kan toch niemand bezwaar hebben?”


Digicare

MOBILE HEALTH KWALITEITSCRITERIA

Van Emelen somt nog meer toepassingen op. “Mobiele apps geven de mogelijkheid om een bloedanalyse, een ademanalyse, een zweetanalyse of een ECG te doen. Dat kan de patiënt echt wel zelf, ook op het moment dat hij nog geen patiënt is. Ook voor de mantelzorgers zijn dergelijke apps een verrijking en geen bedreiging.”

M A G A Z I N E

Van Emelen zet zijn punt kracht bij met een voorbeeld. “Patiënten die bloedverdunners moeten nemen, moeten op geregelde tijdstippen bloed laten nemen. Er bestaat een apparaat, waarmee de patiënt thuis kan testen, waardoor hij niet meer naar het ziekenhuis moet. Dan kan hij zijn medicatie zelf aanpassen, zoals diabetici doen. Dat is toch prima? Dat mag het zorgsysteem toch niet tegenhouden?”

Vijf thema’s De regering hanteert een tijdlijn om mHealth-toepassingen op een doordachte manier door te voeren. Eerder dit jaar werden vijf cases gedefinieerd voor de call for projects, waar prioritair aan zal worden gewerkt. Dat zijn: • Stroke of beroerte: Mobile Health-devices gebruiken voor acute zorg, voor thuisrevalidatie, herintegratie en empowerment van de patiënt en omgeving. • Cardiovasculaire zorg: apps rond gewicht, cholesterol of bloeddruk. • Diabetes: telemonitoring, point-of-care testen en digitale ondersteuning van geïntegreerde zorg • Geestelijke gezondheidszorg: telezorg en telepsychotherapie, therapietrouw. • Chronische pijn: multidisciplinaire aanpak van chronische pijn, met monitoring van patiënt. De projecten worden in het najaar uitgekozen en kunnen beginnen te lopen op 1 januari 2017. Er is afgesproken in deze fase geen technische controle te doen, en ook niet de evidentie te testen. “Dat is te duur”, legt Van Emelen uit. “Het gaat dus niet om het testen van het toestel, wel om een antwoord op de vraag of het financieel, juridisch en organisatorisch kan. Wordt de privacy gerespecteerd? Hoe zit het met de aansprakelijkheid?”

“Mobiele gezondheidszorg kan heel ver gaan: het omvat alle welzijn- en zorgtoepassingen die mogelijk worden met behulp van mobiele communicatiediensten en -toestellen.”

Van Emelen ziet de voordelen van mobiele gezondheidszorg en legt in eerste instantie de nadruk op zelfmanagement door de patiënten. “Het versterkt het vertrouwen van de patiënten, die onafhankelijker worden van het zorgsysteem en de gezondheidszorg wordt sowieso goedkoper. Gevolgen van zo’n geneeskunde op afstand zijn ook minder gebruik van emergency, minder nutteloze telefoons, ook tussen artsen onderling, een meer planbare gezondheidszorg, die bovendien doelgerichter en kwaliteitsvoller wordt.”

Jan Van Emelen: “Er is ten onrechte veel wantrouwen. Artsen denken dat dergelijke toepassingen hun werk afpakken, maar dat moet niet zo zijn.”

“Voor mij is dit een project van voorkomen en herkennen, van zelfmanagement en geïntegreerde zorg, maar ook een andere manier van werken voor bijvoorbeeld fysische revalidatie thuis. Patiënten met de longaandoening COPD moeten elke dag oefeningen doen. Dat kan perfect op afstand, in Denemarken is dat al heel courant”, zegt Van Emelen. “Natuurlijk moeten de verschillende afdelingen van de ziekenhuizen voor Mobile Health-consultatie op elkaar zijn afgestemd, met één enkel systeem, beheerd door iemand die medisch en technisch is onderlegd.”

Financiering Met de komst van apps duikt ook het probleem van de financiering op, want die is op dit moment totaal niet uitgewerkt voor mobiele gezondheidszorg. “Dat zou het best in twee richtingen gaan”, oordeelt Van Emelen. “Je hebt bundled payment: ziekenhuizen krijgen een bepaald bedrag per patiënt voor een aantal consultaties per jaar. Dat is onder meer het geval voor diabetes, waar vier bezoeken per jaar gepland zijn. Nu, voor 95 procent van de patiënten is één consultatie per jaar voldoende. Waarom zouden de andere drie geen teleconsulaties kunnen zijn? De andere richting is dat teleconsultaties in de nomenclatuur moeten worden opgenomen. Laten we trouwens die terugbetalingen digitaal doen. Het huidige systeem dateert bij wijze van spreken van voor de oorlog.” “Het is zaak de artsen mee te krijgen in dit project”, stelt Van Emelen. “Ik geloof dat die ommekeer er kan komen, door informatie te geven, door congressen te organiseren, door onder de artsen een aantal voortrekkers te hebben. Laat ons Mobile Health zien als een opportuniteit voor de zorg. Voor mij is dat een uitstekend kader voor betere zorg, een beter tijdsmanagement in die zorg, meer preventie en meer efficiëntie.”

Karen De Becker

19


Digicare

PUBLIREPORTAGE

M A G A Z I N E

Nieuwe technologieën maken mobiele zorg efficiënter, veiliger en goedkoper Technische innovatie speelt een almaar grotere rol in de zorgsector. Nieuwe technologieën als de Toshiba Mobile Zero Client bevorderen de efficiëntie, bieden een betere bescherming tegen malware en realiseren een forse besparing op langere termijn. Een oplossing waar zowel organisatie als patiënt beter van worden. Betere zorg dankzij technische innovatie Staan we aan de vooravond van een digitale omwenteling in de zorgsector? Hopelijk, want tot nu toe gaat het meeste budget nog altijd naar behandelingsapparatuur en minder naar IT. Uiteraard investeer je als ziekenhuis in die nieuwe MRI-scanner, maar de ITinfrastructuur is een even belangrijke schakel. Nieuwe systemen maken de behandeling effectiever en het herstelproces korter. Kennis is macht, ook in de zorgsector. Diagnostische apparatuur levert almaar meer informatie over de patiënt op en die wordt dan ook best zorgvuldig geregistreerd. Data dus. Hoe meer, hoe liever. Om ze vervolgens te combineren en te analyseren. ‘Personalized healthcare’ heet zoiets met een duur woord. Thin clients: een eerste stap Artsen en verplegers/verzorgers zijn almaar vaker aan de slag met met zogenaamde thin clients uitgerust met een stukje software en eigen opslagruimte. Deze devices blijven natuurlijk kwetsbaar voor bijvoorbeeld malware, ze lopen af en toe vast en moeten vaak bij upgrades stuk voor stuk onder handen genomen worden. Een behoorlijke workload voor uw IT-afdeling. De toekomst? Mobiele zero client-oplossingen: Mobiele hardware zonder software of opslagruimte. Toshiba Mobile Zero Client: veiligheid voor alles Laptop-fabrikant Toshiba staat als jaren bekend als innovatieve speler op de markt – ook voor de zorgsector - en lanceerde onlangs de eerste Mobile Zero Client (TMZC) om het beheer van gegevens te optimaliseren. De devices

20

missen een besturingssysteem en lokale opslag en staan in verbinding met een cloud-gebaseerde Virtual Desktop Infrastructure (VDI) van Citrix of VMware. Grote voordeel? Gedaan met malware en minder risico op het verlies van data, want gebruikers laten geen digitale voetafdruk meer achter. Inloggen gebeurt namelijk op een virtuele in plaats van lokale desktop. De speciale BIOS van de TMZC op laptops verhindert elke interventie door onbevoegden. Een Boot Control Service (opstart verificatie) maakt bijvoorbeeld gebruik van de eigen servers van de organisatie of van externe datacenters (bijvoorbeeld Microsoft Azure) om te voorkomen dat gestolen of verloren apparaten nog kunnen opstarten. Ook tal van andere functionaliteiten kunnen, al naargelang de behoefte van de organisatie, toegevoegd worden. Kosten besparen en efficiëntie verhogen De zorgsector streeft vandaag meer dan ooit naar een optimaal kostenbeheer. Dankzij zero client-oplossingen worden dokters en verplegers efficiënter en productiever dan ooit, want hun gegevens staan meteen op de server. Voortaan werken ze vanop eender welke locatie op eender welk apparaat. Een enorme tijdswinst. Maar ook de IT-afdeling plukt de vruchten van Mobile Zero Clients. De afzonderlijke toestellen vallen minder in panne zonder software en lokale opslag (HDD/SSD). Onderhoud wordt tot een minimum herleid en de helpdeskkosten dalen dan ook aanzienlijk. Bovendien worden updates en de installatie van nieuwe software gecentraliseerd. IT-afdelingen krijgen zo ruimte voor nieuwe initiatieven of ontwikkelingen of on-

dersteunen voortaan meer devices met minder mensen. De mobiele zero client stelt een organisatie in staat om energie zuiniger te werken en de total cost of ownership verder te drukken. Je hebt immers geen geavanceerde stroomvoorziening en koelsystemen meer nodig. Zeker in grotere organisaties waar de elektriciteitsrekening snel oploopt, betekent dat een behoorlijke besparing. Eenvoudige integratie Veel organisaties staan eerder huiverachtig tegenover een nieuw systeem zoals een virtuele desktop. Waarom overschakelen op een heel nieuw systeem als het huidige nog perfect werkt? Antwoord: omdat de integratie zo gemakkelijk verloopt. Het systeem wordt immers centraal beheerd en je hebt geen last meer van overgangsperiodes. Je voorziet een groep gebruikers van een nieuwe applicatie zonder de endpoints individueel te programmeren. Technische innovatie een must? Technische innovatie in de zorgsector zal in de toekomst onvermijdelijk worden. Ziekenhuizen en zorgcentra staan hoe langer hoe meer onder druk als het gaat om budgetten en kostenefficiëntie. Nieuwe systemen als de Mobile Zero Client van Toshiba zorgen voor een digitale revolutie omwille van hun efficiëntie en veiligheid. En op korte termijn zijn ze natuurlijk een investering, maar op langere termijn leveren ze een enorme besparing op. Grootste winnaar? De patiënt, want die krijgt betere zorg en daar draait het toch nog altijd om. Meer info www.toshiba.be/b2b


NIEUWE PRAKTIJKPREMIE BEVORDERT DIGITALISERING

Digicare M A G A Z I N E

Hervorming van de praktijkpremie & impact op ziekenhuis ICT Sedert 1 juli zijn de nieuwe regels rond de praktijkpremie voor huisartsen in voege. Het gaat om een forfaitair bedrag dat het RIZIV vanaf 2016 jaarlijks betaalt aan huisartsen om de werking van hun praktijk en het gebruik van e-diensten te ondersteunen. Met de hervorming van de geïntegreerde praktijkpremie wil de overheid het gebruik van eHealth-diensten en het EMD stimuleren. Het is in elk geval een stap in de goede richting, maar tegelijkertijd is er ook nog een lange weg te gaan.

We spraken erover met Herwig Van Pottelbergh, al veertig jaar huisarts en actief in de Telematicacommissie en Domus Medica, een van de stuwende krachten achter de hervorming van de praktijkpremie.

Hogere premie voor huisartsen die het EMD echt gebruiken “Vroeger waren er drie verschillende premies”, legt Herwig Van Pottelbergh uit. “De praktijkpremie bedroeg ruim 1.600 euro, de telematicapremie was goed voor 817 euro en ten slotte de SUMEHR-premie, die sinds vorig jaar goed is voor 500 euro. De grote lacune van het oude systeem was dat een huisarts eigenlijk weinig of niets hoefde te doen om recht te hebben op deze premies. Enkel voor de SUMEHR-premie moest een huisarts effectief actie ondernemen. Om de telematicapremie te ontvangen volstond het om het programma aan te kopen, maar je hoefde het zelfs niet te gebruiken. Domus Medica, die de belangen van huisartsen behartigt in Vlaanderen, heeft lang aangedrongen om niet enkel het bezit van het elektronisch medisch dossier (EMD) te vergoeden, maar ook het effectieve gebruik ervan. Premies zijn immers het vliegwiel voor het gebruik en de inburgering van zulke zaken. En de overheid heeft uiteindelijk oren gehad naar het betoog van Domus Medica. Vanaf 1 juli 2016 is er één globale premie met twee onderdelen: een vaste premie voor praktijkondersteuning en een tweede premie met de nadruk op het gebruik van het EMD. Een huisarts kon vroeger genieten van premies voor een totaalbedrag van bijna 2.500 euro, en zelfs 3.000 euro als je de SUMEHR-premie meerekent. Dat bedrag kan nu gevoelig oplopen tot 5.050 euro, een stijging van maar liefst 40%. Het grote verschil is wel dat een huisarts er nu ook werkelijk iets voor moet doen en dat is alleen maar een goede zaak.”

Zes parameters bepalen het totaalbedrag van de premie “In het nieuwe systeem wordt er gemeten op een zestal parameters. Voor elke parameter zijn er minimumwaardes bepaald waaraan een huisarts moet voldoen om recht te hebben op een hogere premie. Met Domus Medica hebben we ervoor geijverd om ook normen toe te voegen voor het correct registreren, zodat je ook beloond wordt als je het programma correct gebruikt, maar de zes weerhouden parameters zijn allemaal outcome parameters: • Een eerste parameter is het gebruik van het elektronisch geneesmiddelenvoorschrift. Als een huisarts minstens 25% van zijn voorschriften via Recip-e verstuurt, haalt hij de vereiste drempel. • Als tweede parameter hebben we het aanvragen van terugbetalingen van geneesmiddelen. Het volstaat om minstens 50% van de aanvragen via de dienst Hoofdstuk IV van MyCarenet te doen om de minimumdrempel te overschrijden. • Als een huisarts minstens 20% van zijn facturen voor raadplegingen voor patiënten met recht op verhoogde tegemoetkoming via de dienst eFact van MyCarenet factureert, haalt hij ook de minimumdrempel voor deze parameter. • Wat de parameter geïnformeerde toestemming (informed consent) betreft, is het voor een huisarts voldoende dat er 25% toestemmingen geregistreerd staan van zijn patiënten met een GMD in 2015. Het heeft geen belang wie deze toestemming opgeladen heeft. • Als een huisarts voor minstens 20% van zijn patiënten een SUMEHR heeft opgeladen via de digitale platformen Vitalink, RSW of Abrumet, kan hij andermaal een voldoende scoren op deze parameter. • En de laatste parameter is het gebruiken van MyCarenet voor het elektronisch beheer van de GMD-honoraria.

21


NIEUWE PRAKTIJKPREMIE BEVORDERT DIGITALISERING

Voor het behalen van deze parameters moet een huisarts echt wel de nodige moeite doen, maar tegelijkertijd zijn alle minimumdrempels perfect haalbaar. Als een huisarts 3 parameters behaalt, ontvangt hij 3.400 euro. Als hij 5 parameters haalt, krijgt hij 4.550 euro en als hij daarbovenop ook nog eens minstens 200 burgers met een SUMEHR heeft opgeladen voor het einde van dit jaar, krijgt hij nog eens 500 euro extra.”

“Voor het behalen van deze parameters moet een huisarts echt wel de nodige moeite doen, maar tegelijkertijd zijn alle minimumdrempels perfect haalbaar.”

Huisarts als spilfiguur van informatie-uitwisseling Het kritieke punt in heel het eHealth-verhaal is dat artsen overtuigd moeten worden om het EMD te gebruiken. Daarom is informatie brengen en opleidingen geven van cruciaal belang. “Op dat vlak doen Domus Medica en éénlijn.be belangrijke inspanningen”, legt Herwig Van Pottelbergh uit. “Er zijn opleidingen beschikbaar per programma zodat elke huisarts perfect geïnformeerd kan worden op elk domein. Vandaag gebruikt het merendeel van de artsen het EMD al, maar tot voor kort werd dit vaak enkel als postbus gebruikt om brieven en laboverslagen te ontvangen. Heel wat artsen deden weinig moeite om correct te registreren. De registratie gebeurde te vaak in vrije tekst en dus niet gestructureerd. Nochtans is gestructureerd registreren een must om gegevens te kunnen exporteren en communiceren. We kunnen dus wel spreken over een ware paradigmashift voor huisartsen. In het verleden zaten

Digicare M A G A Z I N E

huisartsen louter aan de ontvangende kant. Ze waren zelf geen producent van gegevens. Dat is nu verleden tijd. De huisarts is nu meer dan ooit de spilfiguur voor informatieuitwisseling. Hij is de enige die een echt overzicht heeft op de informatie.”

De resultaten zijn er na jarenlang werk Alle inspanningen van de laatste jaren beginnen nu ook echt hun vruchten af te werpen. De cijfers van de laatste maanden bewijzen het. Eind juni werden er zo al 685.000 SUMEHRS ingediend. Het elektronisch verlengen van het GMD wordt nu al gebruikt door 2.200 huisartsen, goed voor 25% van het totaal. Er zijn al 750.000 elektronisch facturen binnengekomen bij de mutualiteiten. En het elektronisch voorschrift wordt al gebruikt door 45% van alle huisartsen. Alleen het aanvragen van terugbetalingen van geneesmiddelen via de dienst Hoofdstuk IV loopt een beetje achter. Slechts 13% van alle huisartsen maakt hier vandaag gebruik van. Herwig Van Pottelbergh: “Algemeen zien we dat de eHealth-diensten sterk in de lift zitten. Stilaan komt alles in een stroomversnelling en dat is een werk van jaren. Er is met veel vallen en opstaan gewerkt aan de technische constructie, maar nu kunnen we zeggen dat de meeste eHealth-diensten en de meeste EMD’s op punt staan. Hier en daar zijn er nog kleine bijsturingen nodig, maar het grootste gedeelte zit echt wel goed in elkaar.”

Gezondheidszorg is veranderd Zeggen dat het recente succes van de eHealth-diensten te wijten is aan de hervorming van de praktijkpremie is te kort door de bocht. Het besef dat eHealth een absolute voorwaarde is om te komen tot een nieuwe vorm van zorg waarbij informatiedeling een kernelement vormt, is al langer groeiende. Iedereen voelt dat de gezondheidszorg aan het veranderen is. “Er is vandaag een overdaad aan informatie”, zegt Herwig Van Pottelbergh. “Veertig jaar geleden, toen ik mijn eerste stappen zette in het vak, werden alle papieren van een patiënt in een envelop gestoken. Twee schuiven waren toen genoeg om alle documenten van alle patiënten te bewaren. Nu zit je met zoveel info dat je ze niet meer kan beheren zonder een goed gestructureerd EMD. Bovendien heb ik ook de geneeskunde sterk zien veranderen in de voorbije veertig jaar. De geneeskunde is veel performanter geworden en er zijn veel meer mogelijkheden op vlak van medicatie, therapieën, enz. Als arts is het onmogelijk om dat nog allemaal te weten en te onthouden. Gelukkig geeft het EMD een huisarts toegang tot dossierbegeleiding via evidence

22


NIEUWE PRAKTIJKPREMIE BEVORDERT DIGITALISERING

based praktijkrichtlijnen. Artsen beseffen al lang dat informatiedeling nodig is en dat ze daarvoor zelf inspanningen moeten leveren. Vroeger moesten artsen enkel voor zichzelf noteren nu moeten ze ook voor anderen registreren. Vandaar dat afspraken over hoe er gestructureerd geregistreerd moet worden zo belangrijk zijn. De oppositie die er enkele jaren geleden nog bestond, is eigenlijk helemaal weggeëbd. Er is enkel nog een vraag naar gebruiksvriendelijke software.”

De impact voor ziekenhuizen Herwig Van Pottelbergh: “De hervorming van de praktijkpremie en het groeiend aantal eHealth-activiteiten zullen ook invloed hebben op de communicatie tussen huisartsen en ziekenhuizen. Er is nood aan meer informatie-uitwisseling tussen artsen en ziekenhuizen. Zorginstellingen van de tweede en de derde lijn moeten leren om alle brieven van een patiënt te versturen naar de EMD-houder. Alleen zo kan de huisarts zijn rol als spilfiguur echt waar-

Digicare M A G A Z I N E

maken. Het is de bedoeling dat alle info van de tweede en derde lijn automatisch in het EMD wordt opgeslagen. Het gebeurt te vaak dat informatie niet naar de arts wordt doorgestuurd en dat kan niet de bedoeling zijn.” “Daarnaast moeten de huisartsen ook leren om zelf alle info door te sturen naar de tweede en derde lijn. Ook de voorschriften en aanvragen voor pakweg kine, medicatie, verpleging, enz. moeten door de huisarts doorgestuurd worden. En daarvoor heeft de arts verschillende werkmiddelen ter beschikking, zoals het SUMEHR, het elektronisch medicatieschema van Vitalink, Vaccinnet, enz. Waar huisartsen vooral nog moeten leren om info te versturen, moeten ziekenhuizen leren om info te ontvangen. Vandaag is het zo dat de IT van de huisartsen voorloopt op dat van ziekenhuizen. Tot voor kort hadden ziekenhuizen enkel een departementaal documentendossier dat eigenlijk een verzameling was van brieven, zonder medicatieschema, diagnoselijst, enz. Ziekenhuizen zullen moeten leren om meer te structureren en om info te gebruiken vanuit het EMD. Hiervoor zal in vele gevallen ook een ingrijpende wijziging nodig zijn in de achterliggende IT-infrastructuur.”

Bram Thiry

Opleiding tot ICT4care medewerker Voor wie?

Praktisch?

Door de technologische veranderingen binnen de gezondheidszorg worden verpleegkundigen en andere medewerkers binnen de zorg in toenemende mate betrokken bij het ontwikkelen en implementeren van informatiesystemen. De opleiding wil ervoor zorgen dat cursisten het nodige inzicht verwerven in de mate waarin informatietechnologie de processen binnen hun werkveld kan ondersteunen. Om adequaat op de huidige trends in te spelen, ontwikkelde het NVKVV in samenwerking met de werkgroep ICT4care deze opleiding. Hierin wordt aandacht besteed aan de gezondheidszorg, systeemontwikkeling en de mogelijkheden van informatietechnologie ter ondersteuning van het zorgproces.

Duur Deze opleiding telt in totaal 40 lesdagen waarvan 30 dagen contactonderwijs (15 dagen per academiejaar) en 10 lesdagen afstandsonderwijs waarbij je op de werkvloer een zelf gekozen project uitvoert. De opleiding start op woensdag 12 oktober 2016. Verdere cursusdata worden bij de start bekend gemaakt.

Doel van de opleiding? Na het behalen van het getuigschrift beschik je over de nodige kennis en vaardigheden om als stafmedewerker werkzaam te zijn in de digitalisering van de zorg binnen je organisatie. Zo leer je onder meer vaardigheden om in je zorgorganisatie als projectleider, projectmedewerker, adviseur, trainer en coach in informatiseringsprojecten te fungeren. De ICT4care medewerker vormt de brug tussen de dienst ICT en de eindgebruikers voor applicaties die gebruikt worden in het zorginhoudelijk proces, patiëntveiligheid, kwalitatieve zorgverlening en accreditatie.

Kostprijs per academiejaar: - Leden NVKVV: € 1.870; - Niet-leden NVKVV: € 2.430 per academiejaar, - Niet-lid en wordt lid: € 1.965 Deze prijs per academiejaar is inclusief lesdagen én begeleiding van het eindwerk, didactisch materiaal, studiebezoeken, teksten, koffie (exclusief lunch). We vragen voor deze opleiding betaald educatief verlof aan. Het NVKVV is erkend dienstverlener voor KMO portefeuille. Inschrijven kan online via www.nvkvv.be; vorming, navorming, ICT4care medewerker. Raadpleeg ook onze algemene inschrijvingsvoorwaarden. Inschrijven kan nog tot 10 oktober. Locatie De opleiding gaat door in de lokalen van NVKVV (Een routebeschrijving is beschikbaar op www.nvkvv.be) Vergote Square 43 - 1030 Brussel 02 737 97 85 - navorming@nvkvv.be

23


Digicare

PUBLIREPORTAGE

M A G A Z I N E

Kunnen laboratoria de weg naar digitalisatie nog langer uitstellen? Het Zweedse bedrijf Sectra ontstond eind jaren 70 als een firma gespecialiseerd in de beveiliging van communicatie. Vanaf de jaren 90 specialiseerde het bedrijf naar digitale oplossingen voor de zorgsector. De PACS die ze aanbieden voor Digitale radiologie en digitale mammografie zijn twee van hun gekende producten. Vandaag komt de omzet voor 90% uit de medische tak. Internationaal heeft Sectra 600 werknemers verspreid over 14 landen. De Benelux vestiging met 32 medewerkers en een 24/7 dienstverlening realiseert projecten in Nederland, België en Luxemburg. Sectra heeft 1800 installaties werkend in 30 landen.

Het bedrijf maakte internationaal naam en faam met de digitalisering van de radiologie. Sinds 2015 zijn ze in Nederland in dit marktsegment marktleider. De noodzaak van samenwerking tussen verschillende specialismen in het ziekenhuis bracht Sectra bij het oncologisch zorgpad. Digitaliseren heeft voornamelijk te maken met efficiënter en patiëntgerichter werken waarbij betere zorgkwaliteit geleverd kan worden met een verhoogde patiënt veiligheid. De zorg wordt minder foutengevoelig. Sectra richt zich op het verbeteren van de oncologisch zorg, waarbij pathologie een cruciale schakel is bij het vaststellen van het type kanker en of het wel of geen kanker is. Een onzichtbare, maar belangrijke schakel. Het verschil in werking tussen de gedigitaliseerde radiologische diensten

24

en de pathologie is enorm. Waar de eerste digitaal werkt, werkt de tweede met glaasjes. Dit brengt risico’s met zich mee: glaasjes kunnen breken, slecht gelabeld worden, verloren raken. Werken met glaasjes onder de microscoop geeft bovendien een moeilijke toegang tot de historiek. Deze workflow kan omgebogen worden om de dienst en het ziekenhuis ten goede te komen. Het verschil in gebruik van hedendaagse technologie is het sterkst voelbaar bij geïntegreerde diagnostiek waar pathologie en radiologie samenwerken. Tijdens multidisciplinair overleg projecteert de radioloog zijn materiaal. De patholoog doet zijn bevindingen van achter de microscoop. Digitale pathologie laat toe om beelden met collega’s te delen, wat


PUBLIREPORTAGE

Digicare M A G A Z I N E

het overleg tussen de verschillende disciplines versterkt, waarbij het team patiëntgerichter kan werken vanuit één systeem. Ook voor pathologen biedt digitalisering voordelen. De verdeling van de workload verloopt makkelijker en collega’s hoeven zich niet langer op één fysieke locatie te bevinden om cases te vergelijken en te bespreken. Het biedt vereenvoudigde toegang tot specialisten. Dit zorgt voor een verminderde doorlooptijd en op die manier voor efficiëntere zorg voor de patiënt.

UMC Utrecht maakt weloverwogen de digitale stap Het Universitair Medisch Centrum Utrecht, verder UMC Utrecht, zette de stap naar digitale pathologie. Het UMC Utrecht, met 1042 bedden en 12.000 werknemers, legt de focus op vernieuwende innovatieve zorg. De afdeling pathologie bestaat uit 14 pathologen, 8 arts-assistenten in opleiding en 110 medewerkers, inclusief research. Het UMC zocht naar innovatieve methoden om het werk lichter te maken en de doorlooptijd te verkorten. Sectra heeft de kunde in huis en biedt de ondersteuning om het proces te digitaliseren. De workflow wordt gestroomlijnder, de foutenlast daalt. Door de glaasjes in te scannen en digitaal op te volgen ben je in staat de informatie van de patiënt te bundelen en te delen op een manier die voorheen onmogelijk was. Dit ziet het UMC Utrecht als een van de grote voordelen. In de workflow worden coupes meteen ingescand, er wordt niet gewacht tot er een stapel is. De scan wordt op zuiverheid bekeken door de laborant. Na deze screening wordt het vrijgegeven aan de patholoog, die de diagnose kan stellen. “Het digitaal werken laat toe om slides naast elkaar te projecteren en maakt een efficiëntere review mogelijk. Zo is het perfect mogelijk om 4 kleuringen van dezelfde casus naast elkaar te zetten in gesynchroniseerde weergaven op het beeldscherm. Iets wat onmogelijk is onder de microscoop”, zegt Stijn Rabaey, Accountmanager België en Luxemburg. Bij digitalisatie van pathologiebeelden wordt de kleurkwaliteit van fluorescente kleuringen behouden. In de coupes gaan die na verloop van tijd verloren. In het digitale beeld kan dit zelfs in een bespreking na drie maanden perfect getoond worden. Ook aanduidingen, metingen en markeringen kunnen op het digitale beeld vastgelegd worden. Dit laat toe om tijdens het overleg te focussen op essentiële gebieden. Voor pathologen is er de mogelijkheid om geautomatiseerde beeldanalyse en reviewing tools toe te passen, zoals bijvoorbeeld de KI67 celtelling.

De ervaring leert dat sinds de digitalisering, de samenwerking met andere specialismen en het vlot opvolgen van patiëntendossiers een onderschat voordeel blijkt te zijn. Het wordt makkelijker om de patiënt een visueel overzicht te geven van screening tot behandeling. De digitalisering ondersteunt het UMC Utrecht in het onderzoek naar borstkanker waarbij de patiënt ‘s ochtends binnenkomt en ‘s  avonds over een diagnose beschikt. Hierdoor kan een behandelplan zo snel mogelijk gestart worden.

Belangrijke vragen om het proces tot digitalisering op te starten • Welke probleemstelling willen we realiseren? Waarom wil je starten? • Beperken we ons tot uitwisseling van beelden en/ of het digitaliseren van primaire diagnostiek? • Hoe de digitale workflow stroomlijnen: wat is de huidige workflow en hoe kunnen we harmoniseren? • Werken we vanuit LIS of het digitale pathologie platform? Dit bepaalt namelijk welke koppelingen je zult moeten realiseren. • IT-infrastructuur bedenken. • Willen we gaan voor een lokale installatie of een cloudoplossing? • Hoeveel datacapaciteit hebben we nodig? • Belangrijk in de opslagstrategie is rekening houden met een Intelligent Lifecycle Management (ILM) van het beeldmateriaal. Welke beelden bewaren we, voor welke termijn en in welke maximale vergroting? • Het is belangrijk gepaste acceptatiecriteria te definiëren om te garanderen dat de oplossing kan voldoen aan de wens om te digitaliseren. Rekening houdende met onder andere het aantal te scannen glaasjes, scansnelheid, etc.

25


CLINICAL DATAWAREHOUSING

Digicare M A G A Z I N E

Clinical datawarehousing in het UZ Brussel. Het EPD en meer. Het Electronisch Patiëntendossier (EPD) is aan de orde van de dag in de gezondheidssector. Onder impuls van de overheid zijn de Belgische ziekenhuizen in meer of mindere mate gevorderd met de invoering van een EPD. In het UZ Brussel werkt men al 20 jaar met zo’n EPD om alle gegevens over een bepaalde patiënt makkelijk te kunnen oproepen en delen. Maar daar houdt het niet op. Met het oog op klinisch en farmaceutisch onderzoek wil men in Brussel meer halen uit de (geanonimiseerde) data uit het EPD. Yves Thorrez, software engineer & lead clinical intelligence en Rudi Plas, ITcoördinator voor het Medisch Dossier, vertellen.

Yves Thorrez: “Stel dat een arts of onderzoeker de volgende vraag stelt: ‘Is het mogelijk om een lijst te verkrijgen van alle patiënten die een acuut coronair syndroom (instabiele angor, NSTEMI, STEMI) hebben doorgemaakt?’ Met de huidige stand van zaken kunnen de meeste ziekenhuizen daar geen gefundeerd antwoord op geven. Met tools als het Clinical Data Warehouse (CDW) en het iKnowportaal kunnen wij de data uit het EPD beter ontsluiten en zo artsen en onderzoekers meerwaarde bieden ten opzichte van de tijd en inspanning die zij investeren om de data in het EPD in te brengen.”

vrije tekst. Vele zorgverleners verkiezen hun bevindingen nog altijd in vrije tekst in te geven. Gestructureerd inbrengen neemt meer tijd in beslag en voor hen primeert het contact met de patiënt natuurlijk. Met onze ‘self service clinical intelligence tools’ proberen wij deze dubbele kloof te overbruggen.”

Naar bruikbare data

Yves Thorrez: “Veel Belgische ziekenhuizen slagen er absoluut niet in om medische data bruikbaar te maken voor bijvoorbeeld klinisch onderzoek of zelfs maar terugkoppeling naar de artsen. Dat komt omdat ze nog met datasilo’s werken, waarin data uit verschillende systemen in aparte databanken worden opgeslagen. Met ons geïntegreerd EPD hebben we al het voordeel dat alle laboresultaten, medicatie, orders, diagnoses en andere informatie uit het medisch dossier in een enkele databank beschikbaar is. Op die manier komen we tegemoet aan de vraag van de artsen naar eenmalige registratie en meervoudig gebruik, maar het verkleint ook de stap naar een Clinical Data Warehouse. Op die manier kunnen we de geanonimiseerde data indexeren en ter beschikking stellen voor klinisch en wetenschappelijk onderzoek.”

Rudi Plas: “Enerzijds heb je de vragen van onderzoekers naar bruikbare informatie, anderzijds moeten zorgverleners van overheidswege almaar meer rapporteren en registreren. Zorgverleners willen daarom een volledig geïntegreerd systeem waarin je één keer de gegevens inbrengt en ze daarna op een makkelijke manier kunt opvragen en delen. Dit heeft natuurlijk eerst en vooral een positieve impact op de kwaliteit van de zorg, maar verhoogt ook de mogelijkheden inzake rapportering en onderzoek.” “Met Primuz, het intern ontwikkeld EPD van het UZ Brussel, komen we daar al een heel stuk aan tegemoet. We bieden de artsen en hun medische diensten een gepersonaliseerde user interface aan voor het beheren van het medisch dossier van de patiënt. Dit betekent dat de registratie nauw aansluit bij het zorgproces om zo maximaal relevante gegevens te capteren. Maar er zijn een aantal valkuilen. Eerst en vooral is er een verschil tussen data registreren in een klinische context en gegevens opslaan in een researchcontext. Anderzijds zijn er grote verschillen qua bruikbaarheid van de data. Gestructureerde (i.e. codeerbare of indexeerbare) data zijn te verkiezen boven ongestructureerde data, zoals

26

Eenmalig registreren, meervoudig gebruiken

“Wat zijn de vereisten voor zo’n systeem? Het systeem moet query’s ondersteunen over alle patiënten, daar waar een EPD patiëntgecentreerd en operationeel/transactioneel is. Je moet er complexe vragen mee kunnen formuleren en verwerken via een effectieve en intuïtieve user interface, waarvoor geen inside kennis nodig is. Het moet klinische EPD-data kunnen integreren met andere (toekomstige) bronnen als genetische data en klinisch onderzoek. En het moet natuurlijk de privacy van de patiënten beschermen door het verwijderen van alle patient identifiers. Op die manier krijg je één eenvoudig, robuust en schaalbaar model.”


Digicare

CLINICAL DATAWAREHOUSING

Rudi Plas: “Het ontwikkelen van ons ETL-platform heeft zo’n 80% van onze totale inspanning opgeëist. We hebben nu de data van 2 miljoen patiënten, goed voor 400 miljoen observaties. We doen een maandelijkse update, maar we streven ernaar om dat wekelijks te gaan doen. Er blijven uiteraard nog andere uitdagingen. Zo is nog niet alle informatie gecodeerd. Enkele disciplines die waardevolle klinische data genereren, moeten nog voorbereid worden op het CDW. Verder wordt een thesaurus van concepten onderhouden. Zoals gezegd kunnen we voor de specialismen immers gepersonaliseerde schermen maken waarmee ze tijdens hun consult hun bevindingen kunnen ingeven.

“Met ons geïntegreerd EPD hebben we al het voordeel dat alle laboresultaten, medicatie, orders, diagnoses en andere informatie uit het medisch dossier in een enkele databank beschikbaar is.“

Deze klinische en andere observaties van de patiënt worden via een thesaurus vertaald naar concepten voor ons klinisch datawarehouse. Deze thesaurus moet dan wel upto-date en consistent gehouden worden.”

Gestructureerde data zijn maar het topje van de ijsberg Yves Thorrez: “Hoewel artsen nog veelal vrije tekst verkiezen, is er toch een omslag aan de gang. Artsen gaan overstag als ze merken dat ze gestructureerde of zelfs gecodeerde data veel sneller en eenvoudiger kunnen consulteren en delen. Dat brengt ons bij het sluitstuk van ons systeem: ‘Hoe ontsluiten we ook de informatie in de vrije tekst van zogenaamde clinical narratives en waarom is dat zo belangrijk?’ Om met het laatste te beginnen, de gestructureerde of gecodeerde data zijn eigenlijk het topje van de ijsberg. Daaronder zit nog een schat aan informatie over het medisch verleden van patiënten: radiologieprotocollen, verslagen van kliniek en dagkliniek, OK-verslagen, verpleegnota’s, ontslagbrieven,... Om uit die vrije teksten relevante data te halen volstaan de klassieke ‘bag of words’-technieken niet. Ze zijn te weinig precies en leveren te veel valse positieven en valse negatieven op. Daarom zijn we drie jaar geleden in zee gegaan met Intersystems en hun iKnow-technologie. iKnow doet aan ‘smart indexing’ door aan de hand van linguïstische modellen betekenisvolle woordgroepen te identificeren. Het voordeel is dat het systeem daarvoor geen domeinkennis in de vorm van een ontologie of dictionary nodig heeft. Op dit moment hebben we met iKnow zo’n 23 miljoen teksten geïndexeerd.”

M A G A Z I N E

‘Verloren’ diagnoses recupereren Yves Thorrez: “De concrete gebruikstoepassingen van het systeem zijn legio: van het samenvatten van dossiers en opnameverslagen tot het aanbrengen van structuur in clinical narratives. Naar ROI toe is het recupereren van onopgemerkte (en dus niet door de overheid gefinancierde) diagnoses interessant. Een voorbeeld is het vinden van transiënte diagnoses, die niet door de Medische Registratie (MG-MZG) gecodeerd werden, van elektrolietenstoornissen tijdens een opname. Dit gebeurt door middel van het doorzoeken van alle opnamegerelateerde teksten op beschrijvingen van hypokaliëmie. Via iKnow kunnen we het codeerteam helpen om zulke diagnoses op te sporen. Naar research toe is het kunnen voorschrijven van een bijkomende MRI met nieuw contrastmiddel aan patiënten met gekende contrastcapterende hersenletsels, terwijl ze nog in het ziekenhuis verblijven, een mooi voorbeeld. We kunnen dagelijks zoeken naar patiënten die door hun pathologie hiervoor in aanmerking komen.” Rudi Plas: “De geanonimiseerde data in ons CDW kunnen het klinisch en wetenschappelijk onderzoek echt vooruithelpen, denk maar aan het ontwikkelen van nieuwe therapieën, het makkelijker rekruteren van patiënten voor klinische studies, het beter voorlichten van patiënten inzake nieuwe behandelingsmethoden. Bovendien kunnen zij artsen helpen meer inzicht te verwerven in ziektebeelden op basis van data als: ‘Hoeveel patiënten hebben een bepaalde diagnose? Waar bevinden zij zich en hoe evolueert hun conditie in de tijd?’”

Goed voor iedereen “Samenvattend kunnen we stellen dat ons CDW een pak voordelen biedt aan ons ziekenhuis en de ziekenhuizen waarmee we samenwerken. Vroeger moest elke vraag naar data via de IT-dienst gaan. Het gevolg was dat de informatie onderbenut werd, bijvoorbeeld voor klinische studies. Nu kunnen artsen en vorsers van het UZ Brussel zelf en op een snelle manier informatie opzoeken, zoals bijvoorbeeld selecties van cohortes van patiënten. Op die manier gaan we naar een zo goed als volledige ontsluiting van geanonimiseerde klinische data. Daarbij doet iedereen zijn voordeel: de overheid (omdat ze haar beleid beter kan afstemmen op de noden), de farmaceutische industrie (omdat ze haar time to market voor nieuwe geneesmiddelen kan verkorten), het wetenschappelijk onderzoek en niet in de laatste plaats de ziekenhuizen zelf, zeker als ze op dit vlak gaan samenwerken.”

Tony Meesdom

27


PUBLIREPORTAGE

Digicare M A G A Z I N E

iKnow platform van InterSystems ontsluit ‘clinical narratives’ van artsen Voor ziekenhuizen die patiëntendata willen gebruiken voor klinisch of ander wetenschappelijk onderzoek stelt zich een groot probleem met zogenaamde ‘clinical narratives’ – vrije teksten die artsen in allerlei ziekenhuissystemen ingeven over hun diagnose, operaties en andere behandelingen, radiologieprotocollen e.d. Het Amerikaanse bedrijf InterSystems heeft hier met het iKnow portal voor een doorbraak gezorgd.

Herman Roelandts: “In 2010 hebben wij een Belgisch taaltechnologiebedrijf gekocht dat een oplossing heeft ontwikkeld die op een unieke manier aan tekstanalyse doet. Op basis van die technologie hebben wij de oplossing iKnow portal uitgewerkt. Deze tool haalt uit de basistekst taalpatronen die dan kunnen gecodeerd worden en in de databank van het ziekenhuis ingevoerd voor verder gebruik. Onze eerste gebruiker is het UZ te Brussel, die daarin al ver gevorderd zijn.”

Onbeperkte mogelijkheden Herman Roelandts: “De mogelijkheden van het iKnow portal zijn legio. De ongestructureerde data worden relevant voor onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen en therapieën.

Herman Roelandts, directeur van InterSystems Belgium: “InterSystems is een Amerikaans familiebedrijf met vestigingen in meer dan 100 landen. 87% van de omzet van 523 miljoen dollar realiseren wij door middel van oplossingen voor de gezondheidssector.

Ongestructureerde patiëntendata ontsluiten Wat is het probleem met patiëntengegevens verzameld door ziekenhuizen? 85% is niet gestructureerd en bevindt zich niet in een databank. Je kunt er dus onmogelijk op een geautomatiseerde manier relevante gegevens uithalen.

28

“Als je weet dat het ontwikkelen van één nieuw geneesmiddel 1,5 miljard dollar kost en 57% daarvan naar klinisch onderzoek gaat, dan begrijp je waarom het ontginnen van ongestructureerde data uit vrije teksten van artsen een grote stap vooruit betekent.“ We kunnen ook de ‘narratives’ van huisartsen gaan bekijken en op zoek gaan naar data die niet in het GMD staan. Gevangenisverblijf staat bv. niet in het patiëntendossier. Neem het voorbeeld van Hepatitis C. In de vrije teksten van (huis)artsen kunnen we nagaan of iemand een piercing of tattoo heeft laten aanbrengen of anderzijds misschien bij iemand woont die aan Hepatitis C lijdt. Zaken zoals homoseksuele relaties of bepaalde vakantieverblijven in risicolanden staan ook niet in de gestructureerde data. Kortom, iKnow brengt een schat aan informatie aan de oppervlakte waarvan men voorheen zelfs geen weet had.


Digicare

PUBLIREPORTAGE

M A G A Z I N E

Farmaceutische firma’s kunnen bij klinische trials makkelijker pati��nten rekruteren en selecteren en bovendien beter het risico bij sommige patiënten inschatten. Als je weet dat het ontwikkelen van één nieuw geneesmiddel 1,5 miljard dollar kost en 57% daarvan naar klinisch onderzoek gaat, dan begrijp je waarom het ontginnen van ongestructureerde data uit vrije teksten van artsen een grote stap vooruit betekent.”

“Een patiënt genezen is driemaal duurder dan voorkomen dat die persoon ziek wordt. Uiteindelijk worden we allemaal patiënten. “

Coderen van vrije tekst naar ICD10 Herman Roelandts: “Naast iKnow hebben we ook een codeeroplossing uitgewerkt. Zo kunnen ontslagbrieven in vrije tekst automatisch vertaald worden naar de nieuwe ICD10 nomenclatuur van het RIZIV. Ook naar financiering van ziekenhuizen toe is dat een optimalisering.”

heel gamma talen, zoals Nederlands, Frans, Duits, Portugees, Spaans, Japans, Russisch, Zweeds en Oekraïens.”

Van reactieve naar preventieve geneeskunde Herman Roelandts: “In de toekomst willen wij ons toeleggen op proactieve geneeskunde. Een patiënt genezen is driemaal duurder dan voorkomen dat die persoon ziek wordt. Uiteindelijk worden we allemaal patiënten. Om preventief te kunnen gaan werken hebben we data van heel veel patiënten nodig, ook scans en radiologieresultaten. We willen al die data samenbrengen. Het spreekt vanzelf dat die data volstrekt anoniem dienen te zijn.”

Hoe werkt iKnow? De tekst wordt geparsed in zinnen en het systeem zoekt naar relaties tussen werkwoorden en andere woordgroepen. Een ziektebeeld kan tot 7 woorden lang zijn. Weten waar zo’n concept begint en eindigt, is dus belangrijk.

“Ons grote voordeel ten opzichte van onze concullega’s is dat iKnow niet alleen in het Engels werkt, maar in een

iKnow Text Analytics in Action Intelligent Navigation & Exploration

Patient Cohort Identification and Selection

Data-Driven Modelling

Predicting Patients at Risk

1 © 2016 InterSystems Corporation. All rights reserved.

29


Digicare

DIGITALE PATOALOGIE

M A G A Z I N E

Pathologen gaan digitaal In het ziekenhuis met 950 bedden van AZ Sint-Jan AV Brugge-Oostende - Campus Brugge bezoeken we het laboratorium voor Pathologische Anatomie. Het ziekenhuis zorgde voor een primeur in België toen het de geïntegreerde robotscreening van baarmoederhalsuitstrijkjes introduceerde op deze campus. Het was ook de eerste dienst pathologie in het land die de ISO 15189-accreditatie verwierf.

Van glas naar digitaal Het laboratorium omvat vier pathologen en twee assistenten die jaarlijks ongeveer 17.000 biopsies verwerken. Sinds kort maakt de dienst gebruik van digitale pathologie. Van oudsher bekijkt de patholoog de weefselcoupes of microscopieglaasjes onder een microscoop. Dit behoort tot het verleden. Met digitale pathologie worden de coupes gescand door een hogeresolutiescanner. De patholoog kan de gescande beelden oproepen via het Laboratorium Informatica Systeem (LIS) en bekijken op een computerscherm. De beelden kunnen dankzij de digitalisering gedeeld worden met collega’s. Het is daarbij van weinig belang waar die zich bevinden. De pathologen van AZ Sint-Jan kunnen beelden bekijken en een verslag dicteren vanop het even welke locatie. Dankzij deze voor pathologen revolutionaire verbeteringen zijn ze voortaan in staat om makkelijk beelden te delen. Digitale pathologie kan ook beslissend zijn voor het al dan niet geven van chemotherapie bij borstkankerpatiënten, doordat digitale pathologie toelaat om bepaalde kleuringen die uitgevoerd worden op tumorweefsel te objectiveren. In sommige gevallen wordt het al dan niet geven van chemotherapie bij een borstkankerpatiënt beslist door een welbepaalde kleuring (Ki-67) die meer of minder dan 15% aankleurt. Bij aankleuring rond de 15% biedt digitale analyse van de kleuring een exact en objectief percentage en kan het mee beslissend zijn voor de therapie. Via digitale pathologie is het ook mogelijk om diagnostische netwerken uit te bouwen en zo ervaringen en diagnoses uit te wisselen. Dat is internationaal in volle ontwikkeling. “We zijn een digitaal platform aan het creëren met enkele andere ziekenhuizen zoals het Massachusetts General Hospital en Brigham and Women’s Hospital, beide verbonden met Harvard Medical School in Boston. In Europa zullen we ons netwerk uitbreiden met de Vlaamse universiteiten, de universiteit van Edinburgh (Schotland) en een ziekenhuis in Firenze (Italië) om een internationaal netwerk uit te bouwen rond zeldzame tumoren”, vertelt Dr. Ivo Van den Berghe, diensthoofd Pathologische Anatomie, gepassioneerd.

30

Digitale beeldvorming vraagt om moderne verslaggeving. Deze gebeurt dan ook via spraakherkenning. Voor elke biopsie of cytologie casus dicteren ze hun bevindingen in het LIS. Wat ze dicteren wordt met de spraakherkenningsmodule omgezet naar een geschreven verslag. Ze kunnen vlot een verslag openen, wijzigingen aanbrengen en het valideren. Dit is het product van een jarenlange intensieve samenwerking tussen pathologen en IT-professionals. Zo kunnen de pathologen genieten van de gebruiksvriendelijke en krachtige tools die hun werk overzichtelijker en sneller maken.

Een verbeterde workflow biedt win-win voor alle partijen De digitalisering biedt ook heel wat voordelen voor laboranten. Eens het microscopisch glaasje ter beschikking is, wordt het in de scanner gestoken. Als je hier de nummering van de glaasjes respecteert, zijn de coupes na het inscannen ook klaar om onmiddellijk in het archief gestoken te worden op volgnummer. De gescande barcode op de coupe bevat ook de informatie aan welke patholoog de casus is toegeschreven. Voordien werden de glaasjes gesorteerd per patholoog, in rekjes gelegd en dan tot bij de patholoog gebracht. Het wegvallen van dit sorteerwerk tussen de verschillende pathologen en assistenten betekent een grote tijdwinst voor de laboranten. Als de patholoog een patiënt oproept via de barcode op het aanvraagformulier van een patiënt, verschijnen ook de microscopische preparaten die behoren tot die patiënt. Op deze preparaten staat dezelfde barcode als op het aanvraagformulier. Het LIS zoekt de overeenkomstige barcode tussen de gescande beelden die dan automatisch op het computerscherm verschijnen. Het is dus onmogelijk om per ongeluk een fout microscopisch preparaat te beoordelen voor een bepaalde patiënt. Ook ergonomisch gaat de patholoog erop vooruit. Nekklachten op het einde van de dag door de hele tijd ‘ge-


Digicare

DIGITALE PATHOLOGIE

fixeerd’ in de microscoop te kijken, behoren tot het verleden, evenals vliegende glassplinters bij het manipuleren van de coupe onder de microscoop. Alle stappen in de workflow hangen beter aan elkaar en alles is vlotter te traceren. Vanaf het moment dat het monster in het lab aankomt en een order geregistreerd wordt, tot en met de kleuring van de coupes. De traceerbaarheid heeft belangrijke voordelen voor de patiëntveiligheid en voor onze ISO 15189-accreditering.

Veiligheid op het net Wat met de vertrouwelijkheid van de gegevens van de patiënten? Dr. Ivo Van den Berghe is formeel. “De digitale beelden bevatten geen patiënteninformatie. Dit zit beveiligd op het LIS en is gekoppeld aan een barcode.” Digitale pathologie verovert de werkvloer en wordt door steeds meer ziekenhuizen ingevoerd. Via het LIS kunnen de digitale beelden ook uitgewisseld worden via een cloud based samenwerkingsplatform dat zorgt voor een beveiligde uitwisseling van informatie tussen verschillende instellingen met hetzelfde LIS en collega’s.

Rol van ICT Digitale pathologie heeft een impact op de ICT-diensten. Beelden vragen heel wat opslagcapaciteit van ICT en we zijn het niet gewoon dat pathologen hiervoor grote budgetten vragen. Er is dan ook een intelligent opslagsysteem uitgewerkt met Intelligent Lifecycle Management. “We stelden ons de vraag welke beelden we voor welke termijn en in welke kwaliteit zouden bijhouden”, vertelt Martin Maes, ad interim stafmedewerker Infrastructuur/ ICT. “Microscopische beelden genereren van een weefselcoupe en die digitaal opslaan tot op een vergroting x400 tot x600 van de microscoop, dat genereert inderdaad een heel aantal bytes.” De omgeving heeft zijn eigen NAS met ongeveer 40 Tb storage. Voor het aantal beelden dat verwerkt moet worden en de gemiddelde grootte van 2 Gb per beeld groot lijkt dit erg weinig. In praktijk werkt men volgens het FiFosysteem (First In First Out). Telkens wanneer een kritische limiet bereikt wordt op de storage omgeving, worden de oudste beelden verwijderd. In praktijk komt dit neer op een drietal weken voor onze dienst. Reproduceerbaarheid op langere termijn zit in het proces. Op het glaasje van de weefselcoupes wordt door een speciale printer het identificatienummer van de coupe in het LIS geëtst. Deze weefselcoupes worden geheel volgens de wet 30 jaar bewaard. Indien de nood zich voordoet, worden ze uit het archief gehaald en door de snelle scanners binnen de 3  minuten terug digitaal ter beschikking gesteld van

M A G A Z I N E

elke aanvrager. “De flexibiliteit en de snelheid die gehaald wordt in deze ketting biedt ons ook de mogelijkheid om te werken zonder dure back-up oplossingen. Het is sneller om enkele coupes terug in te scannen dan om 1 Tb van een eventuele back-up oplossing terug in de operationele omgeving te plaatsen”, weet Martin Maes. Op het gebied van werklast heeft het digitalepathologieproject voor de ICT-dienst op zichzelf weinig impact gehad. Het waren de voorbereidende werken die voor de ICT-afdeling een aantal uitdagingen in petto hadden. Het eerste aandachtspunt is de lokale infrastructuur. Om de omgeving optimaal te ondersteunen is een gigabitconnectie tussen de storage-server en de client PC nodig. Daarvoor is het netwerk van de volledige dienst aangepast. In een gebouw dat voor het eerst voorzien is van kablering in het CAT 4-tijdperk had dit toch wel een paar voeten in de aarde. Daarnaast hebben we het applicatieplatform dat gebruikt door de afdeling kritisch moeten bekijken en moeten aanpassen. Het digitalepathologieplatform bereikt namelijk zijn maximale efficiëntie in een volledige integratie met het LIS. Het vorige LIS had zijn waarde meer dan bewezen en werd graag gebruikt door alle medewerkers. Het had echter niet de integratiemogelijkheden die we nodig hadden voor deze vernieuwing. Daarom is er besloten om het oude LIS te verlaten en op zeer korte termijn naar een ander over te gaan. Tot slot geeft het delen van de beelden op het platform over het internet een grote toegevoegde waarde aan onze anatoom-pathologen en hun (inter)nationale confraters. Onze firewall krijgt het af en toe flink benauwd als deze grote bestanden op een veilige manier over het internet naar de servers gesluisd worden. Ook daar waren dus enige aanpassingen aan de orde. Nu het project gelanceerd is, blijft de werklast voor de ICT-afdeling binnen de perken. De systemen zijn zo ingericht dat het multidisciplinaire overleg – of het nu gepland is of ad hoc, of het nu binnen de muren van het ziekenhuis plaatsvindt of extern – kan doorgaan zonder tussenkomst van IT. Binnen de muren kan, mits men de juiste rechten bezit natuurlijk, vanop gelijk welke browser een beeld opgeroepen worden voor een occasionele lokale nood. De vergaderzaal op de afdeling is uitgerust met een groot 4K-resolutiescherm om vergaderingen en interne discussies te faciliteren en buiten de muren wordt graag gebruik gemaakt van een service waarmee de beelden op een beveiligde manier, op uitnodiging, met andere belanghebbenden gedeeld kunnen worden.

Peter Dellaert

31


Digicare

PUBLIREPORTAGE

M A G A Z I N E

Digitale disruptie ligt op de loer in de zorgsector. Wat nu? ICT-partner Realdolmen analyseert voor Digicare de toekomst Josef Szekeres is de nieuwe Division Manager Healthcare bij Realdolmen. Een strategische aanstelling met het oog op de digitale disruptie die de zorgsector beetje bij beetje binnensluipt. Josef Szekeres, bankier in hart en nieren, is al enkele jaren aan de slag bij Realdolmen. Na een carrière in de financiële sector, bij Dexia, verlegde hij zijn focus naar ICT. Zijn uitdaging in de zorgsector? De bestaande business behouden en de digitale transformatie begeleiden. “Banken en verzekeringsmaatschappijen werden al langer geconfronteerd met disruptie. Nieuwe technologieën en veranderende business models, nieuwe spelers die op de markt komen. We zien nu een analogie in de gezondheidssector. Mijn ervaring op dat vlak is mooi meegenomen”, licht Josef toe. “Voor de gezondheidszorg focussen we ons op dat vlak op vier aspecten: mobility, productivity, analytics en de cloud.”

heid. Je kan het vergelijken met ons lichaam dat met behulp van slimme sensoren een dashboardfunctie zal krijgen. Denk bijvoorbeeld ook aan de operatiekwartieren, toch wel een van de belangrijkste inkomstenbronnen voor een ziekenhuis, die efficiënter ingepland zullen kunnen worden. Of aan gekoppelde devices met real time informatie: afhankelijk van waar de dokter zich bevindt, wordt prioritaire data eerst gemeld met tijdwinst tot gevolg. Ook voor thuiszorg en zorg vanop afstand biedt dit heel wat mogelijkheden, al is het hier nog wat wachten op een wettelijk kader. Hoe dan ook, we moeten steeds het volgende in het achterhoofd houden: ‘technology is a tool, not a treatment.’”

“Bij productivity denk ik dan vooral aan efficiëntie op het vlak van documentbeheer, telefonie, communicatie... We willen de traditionele technologieën op maat van de zorg aanpassen om de samenwerking tussen de verschillende care teams te optimaliseren. Ook virtual health komt hierbij kijken. Zorgverstrekkers zullen steeds vaker vanop afstand werken met patiënten. In dat opzicht bekijken we nu met Microsoft hoe we optimaal zullen inspelen op deze trend”, vertelt Josef.

Realdolmen zet daarnaast ook hard in op CRM voor Healthcare. Josef Szekeres: “De verwachtingen van patiënten zullen blijven toenemen. Qua fysieke zorgverstrekking, maar ook wat betreft communicatie en interpretatie van data en andere gegevens. We investeren daarom niet alleen in analytics, maar ook in het beschikbaar stellen van data op een gestructureerde manier. Heel veel gegevens zitten nu nog in archieven en worden niet benut. Bovendien zijn deze gegevens niet op één specifieke plaats gecentraliseerd met versnippering en inconsistente data tot gevolg. Die moeten, liefst zo snel mogelijk, digitaal gerecupereerd worden en verbonden worden met de reeds gekende digitale gegevens. Via onze CRM-oplossing, een efficiënte en veelbelovende tool rondom centraal relatiebeheer naar patiënten en zorgverleners toe, willen we ziekenhuizen een 360° view geven op elke patiënt. Op die manier bieden we enerzijds ziekenhuizen een duidelijke toegevoegde waarde, want zij kunnen hun dienstverlening nog beter afstellen op de verwachtingen van patiënten. Anderzijds winnen dus ook patiënten hierbij, want zij worden via het platform duidelijk en transparant geïnformeerd over hun eigen zorgtraject en zij kunnen bovendien terugblikken naar voorgaande zorgtrajecten.”

De zorgsector experimenteert steeds meer met de cloud, al is dat soms met argwaan. “Maar onze verwachting is toch dat meer en meer naar de cloud zal verschuiven. Niet alleen vanwege de agility, maar ook vanuit kostenperspectief. De cloud zal ook een positieve invloed hebben op data-uitwisseling tussen verschillende healthcare stakeholders. Het is echter nog wat wachten op een uitgebreide wetgeving om die migratie vlotter mogelijk te maken, maar wij bereiden ons alvast voor met enkele oplossingen.” Mobiliteit is een ander topic waarrond heel wat op til staat, weet Josef: “Een dokter loopt rond en wil contextuele informatie hebben. Die moet up-to-date zijn, in real time en zodanig gevisualiseerd dat ze in slechts één oogopslag geïnterpreteerd kan worden. We geloven sterk in real time analytics. Op de beurs Health & Care laten we met een demo zien hoe we real time sensor data (bijvoorbeeld bloeddruk, beweging, hartslag, locatiegegevens, enzovoort) streamen, verwerken, analyseren en visualiseren. Het opent een wereld van mogelijkheden. Real time data in combinatie met sensortechnologie zal de kosten verlagen en de flexibiliteit doen stijgen. Bovendien zal het permanent monitoren van het lichaam leiden tot ongeziene inzichten in onze gezond-

32

Realdolmen vernieuwt deze maand zijn visuele identiteit! Benieuwd naar meer daarover? Of benieuwd hoe wij eender welke van uw ICT-vragen kunnen beantwoorden? Ontdek het snel: www.realdolmen.com


Digicare

DIGI-ONCO-PLATFORM

M A G A Z I N E

eHealth wordt tastbaar met het Digi-Onco-Platform Het Oncologisch Centrum, het departement ICT van het UZ Gent, het Universitair Centrum voor Verpleegkunde en Vroedkunde (Universiteit Gent) en de eHealth hub CoZo Vlaanderen sloegen de handen in elkaar en ontwikkelden het Digi-Onco-Platform (DOP). eHealth krijgt hier vorm in een boeiende cocreatie. Het platform biedt patiënten met kanker telemonitoring en telecounseling. Het DOP is een eHealth-systeem dat ontwikkeld werd als pilootproject voor patiënten met bot- en nierkanker. Het project is transfereerbaar naar patiënten met andere types van kanker of naar andere aandoeningen.

Ondertussen is het DOP in gebruik bij een 30-tal patiënten binnen het pilootproject en wordt het na eerste evaluaties, met bevraging van alle actoren, verder uitgebouwd. In het huidig vervolgproject wordt het DOP uitgebreid naar patiënten met een hematologische kanker en dit in het UZ Gent, az groeninge Kortrijk en AZ Sint-Jan Brugge. In het UZ Gent worden reeds initiatieven ondernomen om deze eHealth-functionaliteit uit te breiden naar de cardiologische patiënt, ouders van kinderen met een nierziekte, ouders van kinderen met kanker en patiënten met een transplantatie. Deze samenwerking en de ontwikkeling van het platform werden mogelijk gemaakt door een social grant van de Stichting tegen Kanker.

Geboren uit noodzaak Het Digi Onco Platform kwam tot stand omdat er een nood werd ontdekt bij kankerpatiënten tijdens hun behandeling. Mensen die chemo- of radiotherapie krijgen moesten hun klachten telefonisch of bij opname doorgeven. Patiënt herinneren zich soms na drie weken niet meer exact de klachten en bij een telefonisch gesprek kan je als zorgverstrekker de situatie niet altijd goed inschatten. Door hen toegang te geven tot hun medisch dossier kunnen patiënten hun zorgpad per stap beter overschouwen en kunnen ze klachten nauwkeuriger en tijdig weergeven. Het ziekenhuis neemt indien nodig vanuit deze patiëntenregistraties contact op met de patiënt. Mensen die in het platform rapporteren, kunnen chatten met het behandelende team. Deze mogelijkheid wordt verder uitgebouwd. Binnenkort groeit dit uit tot een heuse e-consulting. Daarin wordt met woord en beeld verbinding gelegd, te vergelijken met een Skypegesprek. De patiënt kan dan klachten zoals een huiduitslag tonen aan de zorgverlener, zonder de verplaatsing naar het ziekenhuis te moeten maken. De arts kan online advies geven of beslissen dat de persoon toch naar het ziekenhuis moet komen. In 2017 wordt deze vorm van e-consult uitgerold bij de patiënten. Bovendien

wordt het platform toegankelijk vanuit een app. Deze verdere uitbouw werd ingegeven door feedback van de gebruikers.

Wie gaat dat betalen? Minder verplaatsingen voor de patiënt en consultaties face-to-face die wegvallen: dus minder inkomsten voor het ziekenhuis? “Voor de overheid is de uitdaging om hiervoor in financiering te voorzien. De e-consults duren snel een halfuur, maar brengen nu geen inkomsten. Om dit dilemma weg te werken dienen we een projectaanvraag in bij het kabinet”, zegt Elsie Decoene, verpleegkundig specialist oncologie van het UZ Gent.

Ondersteun het traject, empower de patiënt Door patiënten informatie en begeleiding op maat aan te reiken, ondersteunt DOP de participatie van de patiënt in zijn behandelingsproces. Het wil de klinische parameters beter monitoren en de communicatie tussen zorgverleners en patiënten verbeteren. Hiervoor werd een functionaliteit ontwikkeld om een elektronisch zorgpad op te stellen waarin elke stap/fase gekoppeld kan worden aan online informatie, vragenlijsten, dagboeken en parameters. Er werd een beveiligde chat met het behandelteam ontwikkeld. De patiënt krijgt bovendien toegang tot zijn onderzoeksresultaten na consultatie van een arts. De patiënt kan zijn resultaten, medische beelden en verslagen bekijken. Aan de hand van voorbeeldvragen kan de patiënt beter geïnformeerd een volgende consultatie of opname voorbereiden. Alles thuis vanuit de living. De huisarts en de gezinsleden zijn beter in staat zich een correct beeld te vormen en kunnen mee opvolgen en voor ondersteuning zorgen. “Deze toepassingen maken het mogelijk om de pa-

33


Digicare

DIGI-ONCO-PLATFORM

M A G A Z I N E

tiënt meer te betrekken bij zijn behandeling”, zegt Elsie Decoene, “en dit helpt een sterkere vertrouwensband op te bouwen met het behandelende team.” Op deze manier empoweren de initiatiefnemers patiënten en hun naasten. Door de patiënt nauw bij het zorgpad te betrekken versterkt de therapietrouw. Patiënten die DOP actief gebruikten zijn positief over de mogelijkheid om onderzoeksresultaten te raadplegen en hun klachten te registreren. Dit is bijzonder waardevol omdat patiënten zich gezien voelen. Ook als ze weer thuis zijn, buiten hun consultaties of opnames. Op deze manier ervaren ze steun van het behandelteam in het ziekenhuis.”

Multicentrisch binnen CoZo Het DOP kreeg vorm na een grondig literatuuronderzoek en na het bestuderen van best practices. In nauwe samenwerking met verschillende stakeholders zoals patiënten, artsen, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten alsook IT-medewerkers kreeg het gestalte. Dit grondig conceptueel nadenken over de inhoudelijke en technische componenten van een eHealth-systeem bleek essentieel om de succesvolle implementatie te garanderen.

Het DOP werd ontwikkeld in het bestaande platform CoZo. Dat maakt een multicentrische toepassing van het DOP mogelijk. Door de ontwikkeling binnen CoZo kunnen alle leden, meer dan 75 instellingen, deze functionaliteit gebruiken. Huisartsen en spelers zoals het Wit-Gele kruis kunnen vanuit het CoZo-platform in het DOP. Andere ziekenhuizen hebben een eigen integratie in CoZo. Voor de zorgverleners is deze manier van werken even aanpassen en vraagt het een inspanning. Je moet het platform openzetten en dossierelementen toevoegen. Dit vraagt een omschakeling. “Het denkproces om dit eHealth-project uit te werken en dit te bekijken vanuit het perspectief van de patiënt met oog voor elkaars deskundigheid en expertise bracht het team dichter bij elkaar”, stelt Elsie Decoene. DOP won de Agoria eHealth Award voor het beste innovatieproject op het gebied van diensten voor de patiënt (patient care) en responsabilisering van de patiënt (patient empowerment). “Dit gaf het team veel voldoening, omdat het net de doelstelling was om patiënten in hun behandelproces te activeren”, besluit Elsie Decoene stralend.

Peter Dellaert

Save the date!

21ste colloquium ICT en gezondheidszorg Dinsdag 16 mei 2017 www.ict4care.be

34


Digicare

ICT4CARE MEDEWERKER IN DE KIJKER

M A G A Z I N E

ICT4care medewerker in de kijker: Kristof Cooremans (AZ Maria Middelares Gent) In de eerste editie van Digicare ontmoetten we Eric Vande Walle, die ons als voorzitter wat meer vertelde over de werkgroep ISV-NVKVV. Deze werkgroep, opgericht in 1992, bestaat uit zo’n 15 kernleden. Kristof Cooremans, stafmedewerker AZ Maria Middelares, is een van de kernleden. We zochten hem op in het Gentse ziekenhuis om zijn verhaal te ontdekken. Kristof Cooremans is afkomstig uit Merchtem, maar het zwaartepunt van zowel zijn professionele als persoonlijke leven verhuisde snel naar de Arteveldestad. Na zijn studie bleef hij in de buurt en startte hij in 1989 bij AZ Maria Middelares als verpleegkundige op de afdeling Algemene Heelkunde. Na een korte passage op de afdeling Intensieve Zorg, keerde Kristof terug bij zijn collega’s van de algemene heelkunde, waar hij hoofdverpleegkundige werd. 12 jaar later, we bevinden ons ondertussen in 2006, werd hij vervolgens informatiesysteemverpleegkundige, een brugfunctie tussen ICT en het verpleegkundig-paramedisch departement. In 2011 werd Kristof uiteindelijk stafmedewerker, een functie die hij momenteel nog steeds bekleedt. Op dit moment is het ziekenhuis volop bezig met de voorbereiding van de accreditatie, in oktober komt JCI namelijk over de vloer. Wanneer kwam ons ‘ICT4care-lid in de kijker’ dan voor het eerst in aanraking met de werkgroep? “Halfweg de jaren ‘90 ben ik gestart met de kaderopleiding van het NVKVV. Meer dan 10 jaar later volgde ik dan de opleiding tot informatiesysteemverpleegkundige, in Brussel. Dat was mijn eerste ervaring met de werkgroep. Van 2006 tot 2011 ging ik dan in het ziekenhuis werken als informatiesysteemverpleegkundige. Al kan je de inhoud van het takenpakket in die periode niet meer vergelijken met nu. Toen was het veeleer operationeel, nu is het meer de aansturing van een team, naast de opvolging van vele projecten: in de aanloop naar onze nieuwbouw hebben we de

uurplanning herschreven voor zo’n 1000 medewerkers, coördinatie van opleidingen, materiaalbeheer, communicatie, enzovoort. Ik denk ook aan de verdere uitrol van het geïnformatiseerde EPD, een eigen ontwikkeling van het ziekenhuis.” Kristof Cooremans werd zelf lid van de werkgroep na de in Brussel gevolgde ISV-opleiding. “Elke maand komen we samen, ik vind het een verrijkend en erg nuttig overlegplatform. Ik ben lid geworden om de evolutie van de functie inhoudelijk mee te kunnen opvolgen, om de ontwikkelingen op de markt in groep te kunnen volgen, om te netwerken en contacten met firma’s te onderhouden,… Om heel wat redenen dus.” Als kernlid van de werkgroep helpt Kristof onder andere mee aan de beschrijving van het functieprofiel van de ICT4care-medewerker (de nieuwe naam van de opleiding tot informatiesysteemverpleegkundige, nvdr.). “Wat vinden wij de minimumvereisten voor iemand die die functie be-

kleedt? Op welk werkterrein rendeert deze persoon het best en bij welke projecten? Waar hoort hij thuis in het organigram? Deze beschrijving, van zo’n 2 pagina’s, schept duidelijkheid voor mensen die eventueel de opleiding willen volgen. We merken namelijk dat er meer en meer nood is aan dergelijke profielen in een ziekenhuis. Het is een functie waarbij je communicatief ook sterk in de schoenen moet staan. Je komt met veel disciplines in aanraking. Elk ziekenhuis zou minimaal 1 zo’n collega in huis moeten hebben, maar we stellen vast dat sommige ziekenhuizen er al meer inzetten. Het besef groeit bij de directies dat informatiesysteemverpleegkundigen een hoofdrol spelen om te groeien op digitaal vlak. Moderne, aangepaste infrastructuur speelt ook uiteraard ook een rol. We werken in ons ziekenhuis met hoogtechnologisch materiaal waarbij we meer dan voldoende hebben ingezet op het vlak van hardware. Als we softwarematig sterk willen vooruitgaan, dan mag de hardware niet achter blijven en vice versa.”

35


Digicare

ICT4CARE FUNCTIEPROFIEL

M A G A Z I N E

Functieprofiel ICT4CARE Situering • functienaam: ICT4care verpleegkundige, ICT4care medewerker, ICT4care … (andere benaming) • rapporteert volgens de communicatielijn binnen de organisatie • is bij voorkeur lid van het zorgdepartement • werkt bij voorkeur als staffunctie (afhankelijk van de specifieke organisatie) Algemene omschrijving De ICT4care medewerker vormt de brug tussen de dienst ICT en de eindgebruikers voor applicaties die gebruikt worden in het zorginhoudelijk proces, patiëntveiligheid, kwalitatieve zorgverlening, accreditatie, normenkaders,… Vereisten Heeft een diploma in de gezondheidszorg EN minimum 2 jaar zorggerelateerde ervaring met aanvullend een getuigschrift van de opleiding ISV of ICT4care (NVKVV) en/ of een bijkomende opleiding in informatica en projectbeheer. Domeinen Staat vanuit de kwaliteitsvisie van het zorgdepartement in voor het projectmatig uitwerken, ondersteunen en optimaliseren van de organisatie van het zorgproces door middel van informatie- en communicatietechnologie (ICT), rekening houdend met wettelijk opgelegde normen. In verband met nieuwe softwarepakketten en hardware: • adviseert bij de keuze voor nieuw applicaties • kan de projectleiding hebben bij de invoering van nieuwe softwarepakketten In verband met het gebruik van de bestaande applicaties en hardware: • geeft ondersteuning en advies bij gebruik software • neemt initiatieven tot verbetering van gebruik software • legt de wijze van gebruik van de software vast • coördineert of geeft opleidingen • evalueert processen en inventariseert noden Activiteiten situeren zich op volgende gebieden: KWALITEIT EN VEILIGHEID Adviseren en participeren bij initiatieven rond accreditatienormen, nalevingstoezicht, patiëntrechten, privacy, incidentenmeldingen, verbeteringsprojecten… BELEIDSVISIE Voorbereiden van de zorgorganisatie op vlak van informatie- en communicatietechnologie.

36

ZORGVERLENERS Ondersteunen van de zorgeenheden op vlak van informatisering en daarom -indien nodig- op de werkvloer aanwezig zijn. BEHEER VAN MIDDELEN Opvolgen van de begroting informatica voor zorgondersteuning en zorgen voor het doeltreffend en efficiënt gebruik van de beschikbare middelen (zowel hardware als software). PERSONEELSBELEID Meewerken aan uitbouwen en opvolgen van het draagvlak voor ICT-toepassingen in een team. VORMING Continue vorming door opleiding, literatuur, interne & externe contacten, opvolging van de evolutie in de ICT markt, alsook het promoten van vormingsinitiatieven COMMUNICATIE EN OVERLEG Instaan voor de communicatie, de informatiedoorstroming en het overleg rond applicaties. WETTELIJKE BEPALINGEN EN INTERNE REGELGEVING Mee uitbouwen van informatisering rond het opvolgen en toepassen van de huidige wetgeving en van de interne regelgeving over alle bovenstaande resultaatgebieden. Ondersteunen bij het informatiseren van opdrachten die wettelijk zijn opgelegd en/ of zijn aanbevolen door de verschillende overheden zoals • MZG en MPG • incidentmeldingen • E-health (medicatiebeleid, privacy,…) • Staand orders, procedures en klinische paden • Elektronisch patiëntendossier SPECIFIEKE COMPETENTIES • Sterk in conceptueel en analytisch denken • Dynamisch, creatief • Vlot in overleg en goed onderhandelaar • Op een dynamische manier nieuwe concepten en modellen kunnen overbrengen • Communicatief en didactisch vaardig • Prioriteiten stellen en flexibel zijn • Onderhandelingsgericht werken • Projectmatig kunnen werken

Lees het gedetailleerde profiel op www.nvkvvisv.be


Ontdek een zee aan informatie over de Belgische zorgsector op actualcare.be



Digicare 002 def lr