Page 1

‘t polleken

België – Belgique P.B. – B.P. 1840 LONDERZEEL BC25171

Ledenblad van KONINKLIJKE IMKERSGILDE NEERBRABANT

Verschijnt 5x per jaar: feb. - april - juni - sept. - nov. Afgiftekantoor 1840 Londerzeel Erkenningsnr. P509236 Afzender: Jozef Beuckelaers, Sneppelaar 4, 1840 Londerzeel tel. 0479/51 46 04 e-mail: m.debont@telenet.be 12e jaargang, nummer 3, juni 2012 P

P

100 JAAR 1912 - 2012 U

U

KONINKLIJKE IMKERSGILDE NEERBRABANT U

1


Secretariaat :

Tom De Pauw, Heerbaan 8, 1745 Opwijk Tel : 0479/607953 E-mail : t_de_pauw@hotmail.com Rekening nummer : BE39 7341 9512 6219

Bestuur : Voorzitter :

Jef Beuckelaers, Sneppelaar 4, 1840 Londerzeel Tel : 0479/514604 E-mail : liliane.beuckelaers@skynet.be

Ondervoorzitter :

Leo Van Malderen, Ossegemstraat 137, 1861 Wolvertem –Meise Tel : 0494/483260 E-mail : leo.van.malderen@persgroep.be

Secretaris-Penningmeester : Tom De Pauw, Heerbaan 8, 1745 Opwijk Tel : 0479/607953 E-mail : t_de_pauw@hotmail.com Bestuursleden :

Marc De Bont, Eeckhout 39, 1840 Londerzeel Tel : 0477/233302 E-mail : m.debont@telenet.be Benny Larivière, Drielindenbaan 63, 1785 Merchtem Tel : 0486/643965 E-mail : benny.lariviere@telenet.be

Gezondheidsdienst :

Leo Van Malderen

Polleken : Redactie : Benny Larivière, Mailing : Marc De Bont Opleidingsteam :

Jef Beuckelaers, Marc De Bont, Benny Larivière

Bijenweide :

Marc De Bont

Webbeheer :

Marc De Bont

Onze website :

‘http://www.imkersgildeneerbrabant.be’

2


NOTEDOP van de zelf georganiseerde activiteiten : * Zondag 15 juli 2012, 14u :

Rogge pikken op ‘t Schuurveld, Brusselstraat 105-107 te Londerzeel * Zondag 05 augustus 2012, 8u30 : Korfvlechtdag tgv Oogstfeest, De Burcht, Burcht 1 te Londerzeel * Zondag 21 oktober 2012 : start gevorderdencursus, Tuinbouwschool, Molenbaan 54 te Merchtem-Peisegem om 9h * Zondag 16 december 2012 : jaarlijkse feestvergadering – JUBILEUMUITGAVE !

Woordje van de Voorzitter. Dat we de laatste jaren een klaaglied over het bijenvoorjaar zongen was bij wijlen aanvaardbaar, maar voor wat we nu kregen bestaan er geen gepaste klaagzangen, en toch zullen we er door moeten. Ook al hadden we zwakkere volken die niet ontwikkelden, ook al was er weinig of geen honingopbrengst op het fruit, ook al viel het opkweken van jonge koninginnen ferm tegen. We zijn nu al over half seizoen en het zit er nog niet in. Ik hoorde gisteren een imker zeggen: ‘als het twee weken goed weer is, zult ge eens zien wat ze kunnen ophalen!’. Hoop doet leven natuurlijk, maar ik denk dat Frank en Sabine wel wat anders aan het doen zijn dan goed weer maken voor de imkers en hun bijen.... Imkers, denk er in elk geval aan om na de zomerslingerbeurt iets te doen dat de varroa het leven zuur maakt! Onze gilde viert haar honderdjarig bestaan, we laten dit intern zien via onder andere de vormgeving van ons Polleken en aan het grote publiek door de evenementen die we opzetten. We hadden een tentoonstelling op 3 juni in de Tuinbouwschool waarop we alle oprechte en goedmenende gildeleden mochten ontvangen – het doet deugd dat we als leden van de werkgroep 100 jaar Neerbrabant de kameraadschappelijke appreciatie horen uitspreken over het gepresteerde werk voor de overzichtstentoonstelling. Er staan nog twee tentoonstellingen op stapel, in Londerzeel van 8 tot 30 september in de Bibliotheek aan de Colruytparking, en in Merchtem op een nog nader te bepalen locatie en tijdstip. Onze nieuwe educatieve informatiefolder werd voor het eerst verdeeld op de voorbije tentoonstelling. Men spreekt vol lof over de mooie presentatie en over de inhoud : praktische informatie voor de imker en voor de leek. Een dikke proficiat aan de werkgroepleden. Een andere pluim op hun hoed is het uitbrengen van een t-shirt met het gildelogo. In deze tijd van het jaar worden –weer of geen weer- de BBQ’s afgestoft, en begint het buitenhuis braden en bakken met dip- en allerhande andere sauzen. Weet dat honing op vlees en vis een smaakbom kan zijn, evenals honing in een vinaigrette. Attente imkers weten ook dat er om de twee jaar, en dit in de pare jaren, een imkerscongres doorgaat. Dit jaar is dit in Limburg met als thema ‘Apitherapie’, wat zoveel wil zeggen als het gebruik van bijenproducten in de geneeskunde. In het maandblad vind je alle nuttige informatie en wij bevelen het sterk aan. 3


Misschien met enkele collega-imkers afspreken om samen te gaan ? Dat maakt het nog aangenamer als uitstap ! Binnen twee jaar gaat het congres in Vlaams-Brabant door. Wat ook om de twee jaar in de pare jaren terugkomt, en dit tijdens de feestvergadering in december, is de herverkiezing van de helft van ons bestuur. Bij deze lanceren wij een oproep naar alle actieve en creatieve gildeleden om mee te doen in het bestuur van Neerbrabant. Dat het vandaag anders omgaan is met honingbijen dan pakweg 30 of 40 jaar geleden, dat zal niemand verwonderen en niemand zal het ook tegenspreken. Wat wil zeggen dat de kennis van toen, vandaag de dag een beetje achterhaald en verouderd is. Hier willen we iets aan oden, en we geven onze leden de gelegenheid om onze nieuwe cursus voor gevorderden te volgen die start op 21 oktober om 9 uur in de Tuinbouwschool te Peisegem. Voor meer info, zie verder in dit Polleken. Met een klein beetje ongeloof in mijn pen doe ik mijn best om aan al onze gildeleden een honingrijke zomer toe te wensen met bijen die straks gezond de winter zullen ingaan ! de voorzitter, Jef Beuckelaers.

Programma van eigen en aanbevolen activiteiten Oogstfeesten te Londerzeel op 15 juli en 5 augustus 2012 In het kader van dit oogstevenement pakt onze gilde uit met een korfvlechtdag. Het begint allemaal op 15 juli. Dan wordt de rogge gepikt (met de hand geoogst). Dit op ‘t Schuurveld, tussen huisnummers 105 en 107 in de Brusselstraat te Londerzeel. Vanaf 14 uur verwachten we daar alle geïnteresseerden en vooral zij die nog over oud pikmateriaal beschikken. Een buitenkans om zelf eens een oogstgang te pikken ! Op 5 augustus volgt dan de apotheose, dit op ‘De Burcht’, Burcht 1 te Londerzeel. Parking is voorzien op het vlakbij gelegen Heldenplein. Programma : - 8u30 : voor de ingeschrevenen, ontbijt met koffie, boterhammen en spek met eieren. Daarna proberen we een oud ambacht terug in het leven te roepen, namelijk het korfvlechten. Dit met de begeleiding van een Meesterkorfvlechter. - 12 tot 14 uur, middagpauze. Eten en drinken is er terplaatse voorhanden. - 14 tot 17 uur, we hernemen onze korfvlechtactiviteit en proberen er iets moois van te maken. Inschrijven kan door € 17 te storten op rekening BE39.7341 9512 6219 van Imkersgilde Neerbabant, Heerbaan 8 te Opwijk-Mazenzele, en dit voor 15 juli 2012 met de vermelding ‘Korfvlechtdag’. Wat krijg je ervoor in de plaats ? Ontbijt, middageten, vlechtinstructies en – begeleiding, 1 bussel roggestro, vlechtriet, een drankbon en het leerboek ‘Vlechten’. Bovendien deel je mee in de oogstfeestambiance. Een perfecte kameraadschappelijke imkersbijeenkomst waarbij verbroederd of verzusterd kan worden met de plaatselijke Landelijke Gilde. 4


Gereedschap zoals een vlechtnaald en vlechthuls kunnen ter plaatse aangekocht worden aan kostprijs. Ook extra stro kan bekomen worden. Meer info : Jef Beuckelaers, 0479/51 46 04

Imkerscongres te Hasselt – Herkenrode op zaterdag 22 september. Thema voor dit congres zal dus ‘Apitherapie’ zijn, het beloofd uiterst boeiend te worden. Ook alternatieve activiteiten zijn voorzien. In plaats van alles nogmaals te herhalen verwijzen we voor alle informatie naar blz. 26 en 27 van het laatste , juist verschenen maandblad (juli-augustus 2012).

Imkerscursus vanaf zondag 21 oktober 2012 in de Tuinbouwschool, Molenbaan 54 te Merchtem-Peisegem. Het volledig programma komt in het volgend polleken. De doelgroepen zijn : 1- Jonge imkers die de beginnerscursus gevolgd hebben en zich willen vervolmaken. 2- Actualiseren en opfrissen van de kennis voor diegenen die er toch al een tijdje mee bezig zijn. 3- Mensen die nog geen bijen hebben, maar wel over voldoende achtergrondkennis beschikken over bijen, bijengedrag en bijenproducten. Komen zeker aan bod : anatomie, erfelijkheid, gezondheid, bedrijfsmethodes in de praktijk, darren- en koninginneteelt, bijenweide, wetgeving etc… Aftrap op 21 oktober van 9 tot 12 uur.

Feestvergadering op zondag 16 december 2012 Jubileumuitgave dit jaar. Zeker aan te stippen in de agenda. Meer info volgt volgend Polleken. Volgende punten willen we toch al meegeven : - Bestuurverkiezingen. De leden van de werkgroep ‘100 jaar Neerbrabant’ weten uit ervaring hoe het mogelijk is mooie dingen te verwezenlijken als er maar genoeg mensen met ideeën zijn, en genoeg handen om die ideeën uit te voeren. Ook op het niveau van de gilde is het belangrijk genoeg mensen in het bestuur te hebben. Nieuwe visies krijgen hun kans, en veel handen maken het werk licht om dragen. - Huldiging verdienstelijke imkers. Ik weet niet in hoeverre er al een tip van de sluier mag gelicht worden, maar al diegenen die gedurende vele jaren meegeholpen hebben om onze gilde te maken tot wat ze nu is, verdienen zeker een bloemetje.

5


T-shirts Iedereen die op 3 juni onze overzichtstentoonstelling bezocht heeft ze al kunnen bewonderen : de mooie t-shirts met Neerbrabantlogo, vervaardigd uit kwaliteitslinnen van 190 gram. Weet dat, als je snel bent, je er zelf ook nog zo eentje kan bemachtigen bij ons secretariaat, dit aan de democratische prijs van € 12,Zijn nog voorradig : 2 x M ; 4 x L ; 12 x XL en 3 x XXL voor diegenen die het echt groot zien.

Richtprijs honing : Niettegenstaande de grote merken de honingprijs verhogen, blijft de richtprijs van onze pot van 500 gram € 5. Dit voor een echt kwaliteitsprodukt. En wat zit er in een pot die goedkoper is ?

Onze imkers op reis Tradities zijn er om in ere te houden, dus trokken onze imkers op zaterdag 16 juni op jaarlijkse imkersreis. Het goede weer was besteld, de “Arme Klaren” hadden, geheel volgens de traditie, een mandje vol eieren gekregen plus nog een paar potjes honing, dus er kon niets meer mis gaan. Maar toen we ‘s morgens klaar stonden aan het punt van afspraak, kwamen er enkele donkere wolken dreigend opzetten, we vroegen ons af, “Waren er misschien rotte eieren tussen gesukkeld, was de honing te stijf, de nonnen niet devoot genoeg? “ Maar eens op de bus zat de sfeer er direct in, er werden onder meer allerlei veronderstellingen gemaakt over een hele hoop plastiek bakken die onze voorzitter samen met Marc op de bus, tussen de zetels vastsjorden,veronderstellingen die gingen van eten voor onderweg, of drank, of misschien voor bijentransport…feit is, dat op het einde van de dag, die bakken verdwenen waren en dat we nog altijd in het ongewisse zijn over de bestemming ervan… Onze eerste stop in Overijse was al een verrassing, heerlijk geurende koffie met een kakelverse krentenkoek bracht de lichtjes opspelende magen tot rust en we vertrokken voor een kort ritje naar de gebroeders Luppens die een tafeldruiven kwekerij runnen met een wijnmakerij als toemaatje, Bij Filip maakten wij kennis met het immense werk in een serre waar de tafeldruif wordt gekweekt, intens werken, snoeien, krenten,inknippen dieven uitknijpen, een echt duivelswerk! Het rook er overigens een beetje als in de hel, de zwavelreuk was alomtegenwoordig...! Daarna werden we verwacht in het heilige der heiligen, de wijnkelder van de andere broer, die ons vergastte op een knappe uitleg over het bereiden van wijn en schuimwijn, de eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat beide broers zeer rad van tong zijn en een klare, duidelijke uitleg gaven. 6


De broer - wijnmaker had de zeer toepasselijke naam “Pips” en wij kunnen zeggen dat, toen we buiten kwamen, degenen die ook nog eens van de geestrijke drankjes die Pips ook nog vervaardigd, hadden geproefd, een beetje van zijn naam hadden meegekregen... Daarna trokken wij naar Hoegaarden, waar we een site bezochten waar versteende moerascypressen werden aangetroffen bij de aanleg van de bedding voor de H.S.T Heel interressant om zien hoe in de loop van vijfenvijftig miljoen jaren de boomstompen volledig waren getransformeerd tot stenen die de structuur hadden ingenomen van het hout. Twee gidsen gaven uitleg over de herkomst en oorsprong van deze boomsoort en aansluitend het nut om de regenwouden te sparen en inlands hout te gebruiken voor onze woningbouw e.d. Ik heb er aan gedacht bij iedere trede die we namen op de trappen die leidden naar de put waar de versteende stompen werden gevonden, prachtige traptreden, gemaakt van het beste tropisch hardhout...maar ja, “Luister naar mijn woorden en zie niet naar mijn...juist” Overigens, ook Louis Tobback hebben we niet aangetroffen tussen de sporen van de HST aldaar.... Toen we aankwamen in restaurant “Het Kouterhof” te Hoegaarden hadden we veel bekijks, inderdaad, door het geknor van onze magen leek het op een dorpsfanfare die haar instrumenten stemde! Maar het geknor verstomde alras toen de dampende soep werd voorgeschoteld, gevolgd door een lekker streekgerecht, “Vleesbrood met kriekskens en gebakken krieltjes” en nog zo geen klein beetje ! Er moest letterlijk een gaatje worden gevonden om het dessert erbij te krijgen ! Op de bus werden noodgedwongen de veiligheidsgordels losser gemaakt om confortabel naar Landen te rijden waar we een rondleiding kregen in en rond een bovenslag watermolen, met deskundige uitleg van een plaatselijke gids, die ons ook rondloodste in een sympatiek, klein museum waar het ontstaan en leven in en rond Landen aanschouwelijk was gemaakt met maquettes en artefacten die gevonden werden bij opgravingen rond de watermolen. Er was blijkbaar aan alles gedacht, want, omdat de beek die de watermolen moest voeden, verlegd werd in de loop der tijden, werd er gezorgd voor een goeie natte, en tevens de enige regenbui van de dag, kwestie van ons laten in te leven met het natte geplets van zo'n watermolen. Iedereen vond dat prachtig uitgekiend... Wij kregen een lieve juffrouw mee op onze bus, die ons meenam naar het oude kerkje van Wezer, waar ze ons wegwijs maakte in het leven van de paters die er oorspronkelijk hun erediensten hielden. Er waren echte kunstschatten te zien en we leerden dat het één van de enige kerken is waar een zogenaamd “Paradijs deurtje” is voorzien, een deurtje dat direct uitgaf op het kerkhof...ook worden er een hele boel relieken bewaard, onderdelen van heiligen die hun sporen hebben verdiend in en rond Wezer. Dat die paters stiekem haarzak speelden bij het zogezegd rechtstaand bidden en zingen op het hoogkoor tijdens de nachtelijke metten, konden we bemerken aan het goed weggestoken zitplankje onder elke stoelzitting, plankje dat ze ongezien konden opklappen om er hun gezalfd zitvlak op te laten rusten.... 7


Nog onder de indruk stapten we devoot en ingetogen terug op de bus die ons naar Heers bracht, waar we kennis maakten met imker Mark Misotten, die een indrukwekkende bijenhal bezit met een onoverzienlijke reeks kweekkastjes in een lange rij opgesteld in die bijenhal. Het viel ons op dat er zo weinig volwaardige bijenkasten stonden, waarop hij vertelde van de ramp die hem was overkomen, er zijn namelijk op zijn stand, door vandalen? Jaloerse imkers? Gewone onverlaten? Meer dan 54... vierenvijftig ! Kasten vergiftigd... Misschien ligt het aan zijn pogingen om de kweek van de vroegere inlandse bij, de steekgrage zwarte bij terug in omloop te brengen, en tegelijkertijd zijn aversie tegen Varroa-behandelingen? Wie zal het weten...? Feit is dat enkele van onze medereizigers, niet imkers, die we in al onze naïviteit hadden verzekerd dat bijen zeer zachtaardig zijn heden ten dage, achtervolgd werden en ei zo na gestoken door deze zwarte, wilde steekduivels. Gelukkig dat er een imker snel bij was om de spreuk “Als je slaat, slaat voor dood, alleen de doden spreken niet” toe te passen ! Het geloof in “zachtaardige diertjes” kreeg voor deze bijenanalfabeten een flinke deuk ! Het werd wel goed gemaakt door een extra “king size” smosbroodje met een tas lekkere koffie en - of een alcoholvrij appelsapje en mierzoete mede. De uitleg van Marc Missotten ging een beetje verloren in het geroezemoes van dit intermezzo. Dat brengt ons meteen op de enige wanklank in deze geslaagde dag, op een volle bus enthousiaste deelnemers, waren maar zeven imkers!! Nochtans, het was, dat betuigden alle deelnemers, een zeer geslaagde, leerzame en prettige daguitstap, met voor elk wat wils. Een dikke proficiat aan de inrichters en hartelijk dank aan alle mensen die deze uitstap hebben meegedaan en meebeleefd. Bij leven en welzijn. Tot volgend jaar ! William

Een ideetje voor de barbecue : Appelen met honing en champagne Schil 4 mooie rode appels en snij ze in schijfjes, bak ze lichtjes op de rooster,bestreken met wat margarine of boter en overgiet ze met 2 eetlepels vloeibare honing. Leg ze op een schotel met in het midden een bolletje vanille ijs, en versier met een takje munt Meng 8 eetlepels champagne met 3 eetlepels grenadine, en dien op met de appelkrans.

Uit de Oude Doos Ter gelegenheid van ons jubileumjaar publiceren we dit jaar op regelmatige basis bijdragen over bijenteelt vroeger. Er kwam heel wat bijgeloof aan te pas omdat de imkers nog niet over de huidige wetenschappelijke kennis beschikten. Onze vriend William zorgde voor volgende bijdrage :

8


Uit Uylenspiegels’s leven, naar Karel de Coster. ”Ende men stool toen reeds biekorven” – Treurzang der hedendaagsche biehouders. De maanden Mei en Juni mochten dat jaar gewis ‘de bloemenmaanden’ genoemd worden. Nooit zag men in Vlaanderen zoveel bloemen! De doornhagen waren er van overdekt en verspreidden hunne geurige balsems. Rozen, kruidnagelen en reseda’s verlustigden het oog, met één woord, men wandelde op een pad van bloemen die als uit den grond getooverd wierden. Wanneer de wind, van uit Engeland waaiende, de dampen van dat bloemenoord naar het Oosten blies, riep men, zelfs te Antwerpen, vroolijk uit : ‘Riekt gij den goeden wind welke van Vlaanderen komt ?’ Of de bietjes toen werk hadden ! Rusteloos lekten zij den honing uit de bloemen, maakten was, legden eieren in hunne korven, reeds te klein om de zwermen te bergen. De lieve werksters dartelden en verspreidden zich onder den blauwen hemel, die schitterend de aarde overdekte en maakten een heerlijke muziek. Men vervaardigde biekorven van riet, twijn en gevlochten hooi. De wanners, kuipers en vatenmakers werkten er hun gereedschap bot aan. En de afgetobde biehouders konden sinds lang met hun werk niet meer klaar komen. De zwermen waren van dertig duizend werkbieën en twee duizend zeven honders aters. De honingwafels waren zoo lekker dat, aangezien hunne voortreffelijke hoedanigheid, de pastoor-deken der stad Damme er elf van aan keizer Karel zond. Of hij er van proefde, meldt de geschiedenis niet. In die beroerde tijden zwierven er overal nachtraven rond, Bohemers, bedelaars, nietsdoende deugnieten slenterden langs de wegen : ze verkozen gehangen te worden dan ander handwerk als dievenwerk te verrichten. Aangetrokken door den honinggeur, wisten ze de biekorven op te sporen en maakten er zich meester van. “Zouden ze soms te Lommel het leven van Tijl Uylenspiegel gelezen hebben ? En zijn ze niet beschaamd bij het hierboven beschreven galgenaas vergeleken te worden ?” Tijl’s vader had biekorven om zwermen aan te trekken; enkele hiervan stonden vol, andere ledig en wachtten nog op bewoners. Hij waakte gansche nachten om zijn goed voor robbers te vrijwaren. Als hij het bewaken moede was, stelde hij Uylenspiegel aan om hem te vervangen. Het gebeurde eens dat Tijl, om zich tegen de nachtfrischheid te beschermen, in eenen biekorf was gekropen. Daarin neergehurkt, loerde hij door de twee bovenste vlieggaten. Op het ogenblik dat hij zich door den vaak ging laten overmannen, hoorde hij de takken der haag kraken en de stem van twee mannen, die hij voor dieven nam. Hij keek door een der vlieggaten en zag, dat ze beide lange haren en baarden hadden, “en toch waren te dien tijde baarden teeken van adeldom !” Ze gingen van korf tot korf en toen ze aan Uylenspiegel’s berghuis kwamen, lichtten ze het op en zeiden : “Laat ons dezen korf nemen, ’t is de zwaarste.” Ze hingen hem aan hunne stokken en namen hem mede. 9


Uylenspiegel vond het in ’t geheel niet plezierig om op die manier vervoerd te worden. De nacht was helder en de dieven gingen voort zonder een woord te spreken. Alle vijftig passen stonden ze stil om adem te scheppen, en gingen dan weer op weg. Die voorop liep bromde woedend tegen den zwaren last, de andere kreunde droefgeestig. Er zijn in deze wereld twee soorten van luie bloodaards : zij die zich boos maken tegen het werk, en zij die zich over het werken beklagen. Uit tijdverdrijf trok Uylenspiegel de voorganger met de haren en zijnen handlanger bij den baard. Het spel eindelijk moede, riep de kwaadgemutste tegen den preutelaar : “Trek niet meer met mijne haren of ik sla uwen kop in uwe ribbenkast, en ge kunt dan door uwe ribben kijken zoals een dief door de tralies van het gevang.” “Ik zou niet durven, steunde de grimmer, gij zijt het die aan mijnen baard trekt.” “Ik jaag niet op ongedierte in de haren van vuile schuimloopers, antwoorde hem de brompot.” “Mijnheer, bad de bloodaard, doe den biekorf niet zoo springen, mijne armen kunnen hem niet meer dragen.” “Ik zal ze u eens geheel gaan losmaken, beet de andere hem toe.” Hij liet den korf schieten en voegde de daad bij het woord. De kloppartij ging aan den gang; de eene vloekte als een ketter, de andere schreewde om erbarming. Toen Uylenspiegel de slagen hoorde vallen, kroop hij stilletjes uit den korf, sleepte en verstopte hem in een daar niet verafgelegen bosch. Toen maakte hij dat hij wegkwam, en liet beide vechten om een been, dat hij zoo gemakkelijk overmeesterd had. Zedeles : “Ende zoo komt het dat bij krakelen de veinzaards hun voordeel halen.” William

Een kijkje over de haag : 2 interessante artikels uit het maandblad van collega-imkers 1- Niet nieuw, maar nog steeds actueel : Wegen van de bijenkasten Jean Ulrix, 17 mei 1998

Het wegen van de bijenkasten : je zal je misschien afvragen hoe ik erbij kom om in deze periode hierover te spreken. Wel, dat wil ik je wel even uitleggen. Onze ondervoorzitter Jean Ulrix zaliger heeft ons geleerd hoe, waarom en wanneer we onze kasten moeten wegen. Hoe? De manier van wegen speelt eigenlijk niet zo’n grote rol als we maar juist kunnen te weten komen wat er allemaal aanwezig is in onze bijenkast. Er zijn een aantal vaste spelers op het veld waarvan we zeer juist het gewicht kunnen bepalen: zoals daar zijn de bodemplank, de rompen en het deksel. Zelfs voederramen kunnen niet zo’n probleem zijn. We zitten dus nog met enkele 10


onbekenden nl.: het broed en de bijen zelf. En eigenlijk vind ik deze twee wat betreft gewicht minder belangrijk. Wel belangrijk voor het broed en de bijen is een inschatting te maken van de aantallen die aanwezig zijn in functie van de overlevingskansen van het volk. Waarom? Om in deze periode te kunnen weten aan de hand van het kastgewicht hoeveel eten er nog voorradig is voor onze bijen. Wanneer? We zullen driemaal het gewicht controleren voor de jaarwissel en enkele keren begin januari: 1ste keer net voor de inwintering om te weten hoeveel voer er moet gegeven worden de 2 keer net na het wegnemen van de voerbakken (dag na de laatste voedering) 3de keer 2 weken later om te zien of iedereen nog goed op zijn gewicht blijft 4de keer 1ste maal na de jaarwisseling want vanaf nu kan het gewicht snel stijl naar beneden gaan (broedaanzet natuurlijk afhankelijk van het weer en de volksterkte) de 5 en volgende keren al naargelang de evolutie van deze en volgende wintermaanden. Indien een volk in nood verkeerd zal het volledig van het weer afhangen en de sterkte van het volk of er nog iets te redden valt. Toch kan een controle van het kastgewicht op deze verschillende tijdstippen voor ons een signaal of een geruststelling zijn. 1). Inwinteren Het gewicht van een lege kast met ramen, zonder broed is gekend. Dit gewicht noemen we het tarra gewicht. Dit tarra-gewicht verandert als men iets verandert aan de samenstelling van de kast (Hoogsel bijzetten of wegnemen) Bij het wegen van de kast bepaald men het bruto-gewicht. Hieruit kan men het netto gewicht bepalen. In dit netto-gewicht zit dan: - Bijen; - Broed; - Voedsel Om een normale populatie te kunnen laten overwinteren heeft ze 20 a 25 kg voedsel nodig. Dit betekend dat men exact kan bepalen hoeveel men moet bijvoederen om de kast te laten overwinteren. Tijdens de maanden oktober tot begin februari controleert men het gewicht. Het gewichtsverlies zou in deze periode minimaal moeten zijn. Vanaf begin februari (als het weer beter wordt), kan men schommelingen vaststellen in het gewicht van de kast. Als er grote schommelingen zijn betekend dit dat er veel activiteit is in de kast (veel broed aanzetten) In deze periode moet men aandachtig het gewicht volgen en indien nodig bijvoederen. Het laagste punt bij mij was op 20 februari 1998 (Het was toen zeer goed weer) 2.) Wegen bij het zwermen Als er een zwerm vertrekt vanuit een kast, kan men onmiddellijk bepalen uit welke kast de zwerm vertrokken is, nl. dit is de kast die plots 2 a 3 kg verloren heeft. 3). Tijdstip van slingeren bepalen Tijdens het binnenhalen van voedsel ziet men een stijging van het gewicht van de kast. Na een tijdje stijgt dit gewicht niet meer. Dan zit men op het einde van de dracht. 11


De bijen zijn dan aan het verzegelen. Dit verzegel neemt 10 a 14 dagen in beslag. Het tijdstip van slingeren is net na het verzegelen. Tekening Zie bijgevoegde de tekening hoe en welk materiaal men nodig heeft.

12


2- Voor volgende winter : maak zelf uw wassmelter ! Wasraten smeltkist, zelfbouw en functioneel. Er is geen twijfel, de vakhandel biedt excellente edelstaal wassmelter aan. Deze werken met stoom en geven een goed resultaat bij het uitsmelten van oude wasraten. Maar voor de beginner zijn deze meestal te duur. Op een of andere manier moeten de toekomstige oude wasraten, uitgesneden darrenraat, ontzegelwas en andere wasresten zonder veel werk zo hygiënisch mogelijk verwerkt worden. De ruwe was is daarvoor te kostbaar. Tenslotte wordt hij gebruikt voor het maken van onze waswafels en degene die scherp telt weet dat het veredelingsproces, kaarsen maken, extra geld in het laatje brengt. En dan is er zo iets als de was kwaliteit. De in de handel verkrijgbare ruilwas is met het zicht op de varroacide residu’s misschien belast. Steeds meer imkers willen hun uitgesneden oude raten, deze moeten volledig leeg en droog zijn, niet meer aan de wasverwerkende industrie afleveren. Zodoende blijft alleen nog de eigen was kringloop als alternatief over. Zelf gebouwde stoomwassmelter. Hier moet men een oplossing zoeken die op maat is van iedere imkerij. Sinds er kosten gunstige stoomgeneratoren op de markt zijn is het voor een handig persoon geen ernstig te nemen horde meer. In het navolgende beschrijven we de bouwwijze van een raten smeltkist. Uiteraard zijn er andere manieren om zo’n kist te bouwen.

Doorsnede van zelfbouw stoomwassmelter

13


Universeel bruikbaar. Gemaakt is deze smeltkist voor het uitsmelten van hele oude raten daarom moet niets uitgesneden worden. Hierdoor kunnen verzegelde darrenraten, in zijn geheel of uitgesneden, raten uit bevruchtingskastjes, ontzegelwas en resten was gesmolten worden. De raat smeltkist wordt in een gesloten ruimte gebruikt het beste is de garage maar het kan ook in de kelder. Na het vullen met raten en/of wasresten en in het bedrijf zetten van de stoom generator werkt deze kist volledig zelfstandig zonder toezicht als zij door een tijdschakelaar af geschakeld kan worden. Voor de volgende smelting maak men hem eerst leeg en na vulling aanzetten en is weer vertrokken voor een volgende beurt.

Opbouw en materiaal benodigdheden. De smeltkist is maar uit 5 hoofd componenten opgebouwd. Van onderen een was opvanggedeelte, dan een smeltbak en een bak voor de opvang van de raten en een dak. Verder benodigd men een filterdoek voor de wasresten en een apparaat voor stoom te maken.

De delen zijn; • Dak latten (voor het maken van de raam constructie) • Betonplaat 4m/m, ca. 3.5 - 4 m/m. • Polystyreen platen van 20 m/m dikte voor de isolatie. • Filterdoek ( met grove mazen kunststofweefsel voor fruitpersen, te verkrijgen bij een • handelaar voor wijnbenodigdheden of een jute (aardappelen) zak van ± 80 cm x 80 cm. • Een stoomgenerator met slang (elektrisch aangedreven) zoals gebruikt wordt voor behang • te verwijderen. Een van 2000 watt en die minimaal 4 liter water kan bevatten. • Was opvangbak. • Een elektrische schakelklok. • 8 Haken, voor het inhangen van de filterdoek. • Een plastieke buis van 10 cm. (elektriciteit buis) • Een aansluit flens voor de aansluiting van de stoomslang. (wordt gebruikt bij het sanitair) • Houtlijm. (watervast). • Silicon. (voor het afdichten van alle hoekverbindingen). • Houtschroeven of nagels. • Een onder gestel. (Lege bijenkast of romp) U

14


Eenvoudig zelf bouwen. Op de werkbladeren zijn naast bouwtekeningen de juiste lijsten met maten voor een zander bijenmaat. De zijdelingse breedte van de smeltkist bedraagt 56 cm evenals de hoogte van de onderste smeltbak. De dampkap heeft een hoogte van 52 cm. Bij andere raammaten moet deze opgeven maten aangepast worden. Na het maken worden de delen volgens de tekening samen gevoegd..

Met stoom oude raten aanpakken. Als eerste wordt de filterdoek aan de 8 haken opgehangen en dan de was opvangbak onder de uitloop gezet. Daarna worden de bovenste latten in het midden gelegd, hier kunnen de oude raten op steunen. Hierop worden twee stapels raten, 2 x 15 stuks, opgestapeld en de dampkap erover geplaatst. De met 4 Ă 4.5 liter gevulde stoomgenerator wordt via een tijdklok, 1 uur en 15 minuten, aangezet. Opgelet, de veiligheidsvoorschriften van de fabrikant van de stoomgenerator opvolgen!. De stoom toevoer gebeurt over de leiding en direct op de filterdoek. In de ratenkist opstijgende stoom smelt de van onderen vrij liggende stapels, van onderen naar boven. Het smeltende was uit de naar onder vallende raatstukken heeft daarbij tijd genoeg om het doek te passeren. Het drupt op de schuin in de bodem geplaatste platen en loopt via de uitloopbuis in de opvangbak. Is het smelten gedaan en de wasresten (trestors) iets afgekoeld dan nemen we de dampkap af en nemen we stapels eruit. Het filterdoek wordt weggenomen en de trestors worden op de composthoop gedaan. Na circa een uur is het smeltproces Aandacht: de trestors met afgemaaid gras of aarde afgesloten en zijn de raatresten naar afdekken om de bijen te beletten er op te vliegen. beneden gevallen. Voor het uitsmelten van uitgesneden darrenraten, ontzegelwas of andere wasresten direct in het filterdoek wordt de dam pkap onderste boven op de onderste smeltbak geplaatst. Hierdoor hoeft maar alleen de onderste bak te verwarmt. Constructie met voordelen. Tegenover wassmelters waarin de raten loodrecht naar beneden hangen heeft deze kist een duidelijk voordeel. Door het plat op elkaar stapelen van de ramen valt het smeltmateriaal (was en trestors) ongehinderd door de raat stapel naar beneden in de filterzak. De ramen staan daardoor niet in het afgevallen smeltmateriaal en blijven mooi zuiver waardoor het moeizame poetsen wegvalt. Verder vervalt het reinigen van de smeltkist. De filterzak wordt eenvoudig weggenomen en de afval (trestors) op de composthoop gedeponeerd. Betonplaat en houtlijsten zijn niet alleen kosten gunstig maar ook ecologisch. Wasresten (trestors) liggen in de filterzak goed voor de composthoop. 15


In tegenstelling met edelstaal is het warmteverlies minder en daardoor heeft men minder energie nodig. Er komt geen damp uit waardoor het mogelijk is zuiver en in een gesloten ruimte te werken. De lichte bouwwijze maakt het apparaat transporteer- en hanteerbaar. Bij het gebruik van een tijdklok is, afgezien van het leegmaken en vullen, tijdens het smeltproces geen werk aan het toestel. Laat men het apparaat voor het leegmaken en laden afkoelen is de werkveiligheid van de gebruiker verhoogd.

Alle hoeken worden met silicon afgedicht. De bovenste smeltkist met Polystyreen geĂŻsoleerd.

Tips o Bij het smelten in koude ruimten of onder de vrije hemel onder 10°C is het doelmatig in ieder geval de dampkap maar ook de onderste smeltkist en de bodem met isolatie in te wikkelen (Hogere opbrengst, kortere smelttijd) o Bij zeer donker raatmateriaal of bij zeer dicht op elkaar liggende was (ontzegelwas) kan het nodig zijn de smelt doorgang te verlengen naar 1uur en 50 minuten of nogmaals over te doen. o Bij stoomgeneratoren die bij een lege toestand afschakelen kan een tijdklok weggelaten worden. o Na het afsluiten van het smeltproces de smeltkist altijd laten open staan om te zorgen dat deze kan opdrogen en zodoende dat er geen schimmelvorming gebeurt.

Het bouwen. Aan de hand van de materiaallijsten worden de delen, op maat gesneden, bezorgd en genummerd zodat ze gemakkelijk zijn samen te bouwen. Eerst brengt men de boringen voor de stoomtoevoer en de wasuitloop aan en maakt men inkepingen voor de schuine vlakken en voor de middelste latten . Zoals men uit de tekeningen kan zien worden eerst de houtenlijsten op de binnenkant van de betonplaten gelijmd en met nagels of schroeven gefixeerd. Het beste is de betonplaten eerst voor te boren. Op dezelfde wijze wordt ook de smeltkist gemaakt. Nadat de was uitloopbuis is aangebracht en aan de binnenkant alles is afgekit met silicon laat men alles goed uitharden. Tenslotte worden de haken in de smeltkist geschroefd, het filterdoek ingehangen en men kan beginnen met het smelten.

Voor de stuklijsten zie verder.

16


17


Stuklijst onderste smeltkist. Bouwdeel volgens tekening

Materiaal

Maten in m/m

Aantal

Zijde en bodemplaten (A1, A2, B1, B2, C)

Betonplaat 4 m/m

560 x 560

5

Schuine vlakken (D1, D2)

Betonplaat 4 m/m

558 x 290

2

Binnen kader (lat 1, 4)

Den 22x48 m/m

516

6

Binnen kader (lat 3)

Den 22x48 m/m

464

4

Binnen kader (lat 2)

Den 22x48 m/m

Midden kader (lat 13)

Den 22x48 m/m

Haken voor filterzak

Metaal met draad

Filterzak

Kunststof-persdoek

Buitenlijst -afloop (9)

Den 22x48 m/m

Uitloopbuis

Kunststofbuisje

Aansluitflens.

Olie of sanitair

Isolatie platen

Polystyreen 20 m/m

560

4

458

Opmerking

uitsparing van 48 x 22 aan de buitenkant 2 stuks met uitsparing

1

40

8

800 x 800

1

560

1

ďż˝ 25 m/m

1 1

passend voor leiding 600 x 600

5

Voor stoomleiding aansluiting.

passend aan bodem maken.

Stuklijst dampkap Bouwdeel volgens tekening

Materiaal

Maten in m/m

Aantal

Voor & achterzijde (E1, E2)

Betonplaat 4 m/m

515 x 515

2

Dekplaat

Betonplaat 4 m/m

567 x 567

1

Zijwanden (F1, F2)

Binnen kader (lat 5) Binnen kader (lat 6) Raamlijst (7) Raamlijst (8)

Isolatie platen

Betonplaat 4 m/m Den 22x48 m/m Den 22x48 m/m Den 22x48 m/m Den 22x48 m/m

Polystyreen 20 m/m

515 x 515 419 515 523 567

600 x 900

Opmerking

2 2 4 4 4 5

Aanpassen

1) Stoom generator van 2000 watt met inhoud van 4 Ă 4,5 liter. Voor de werktekening van de dampkap zie verder.

18


19


Artikel uit ‘FRUITREVUE’, vakblad voor fruitkwekers, nr 05 2012. Bijen en bestuiving. Benny Larivière Behalve voor sommige kleinfruitkwekers, de frambozen- en bramenkwekers namelijk en daarvan zijn er volgens mij al niet te veel in onze contreien, is de basis voor de oogst van dit jaar gelegd. De bloesemperiode is voorbij, en een eerste evaluatie kan gemaakt worden. Nergens zijn er heel positieve geluiden te horen. Het is misschien wel zo dat we als maatstaf steeds het voorbije jaar nemen, dat ligt het dichtst in ons geheugen. En vorige lente was uitzonderlijk, het is dus heel logisch dat we het dit jaar minder vonden. Maar volgens mij is het toch heel veel minder. Cijfers van ons Koninklijk Meteorologisch Instituut heb ik hier niet bij de hand, maar het zou mij niet verwonderen dat deze lente de koudste was van het afgelopen paar decennia. Met alle gevolgen vandien. Mijn bijenkasten zijn met een nog royaal overschot aan wintervoedsel naar de fruitbloesem vertrokken. En als ze terugkwamen, waren ze doorgaans juist iets lichter. Geleden hebben ze niet, stuifmeel was er zowiezo voorhanden, hun overschot aan wintervoorraad zorgde ervoor dat ze niet weggekwijnd zijn. Ze zijn met andere woorden verloren moeite vertrokken. Een nuloperatie. Wat maakt dat er volgend jaar misschien nog minder imkers zullen zijn die ertoe bewogen kunnen worden hun bijen voor bestuiving in te zetten. Want eigenlijk heeft de imker, net zoals de bijen, ook verloren moeite de verplaatsing gemaakt. Behalve wanneer de boomgaard in je onmiddelijke buurt ligt is de rekening vlug gemaakt. Het bestuivingsgeld volstaat hooguit om de benzinetank te vullen voor de verplaatsingen en om wintervoorraad aan te kopen voor volgend najaar. Nu weet ik wel dat de meeste imkers hobbyisten zijn, en dat er vele mensen op jaarbasis heel wat geld uitgeven voor hun geliefkoosde vrijetijdsbesteding. Maar daar tegenover staat dat er bij imkeren ook veel werk, in de echte zin van het woord dan, te pas komt. En dat je dit niet kan plannen zoals het je best uikomt. Nee, het is de natuur die je agenda dicteert. Een beetje zoals een landbouwer, een fruitkweker, en zover ik weet werken die mensen ook niet graag gratis? In het Vlaamsbrabantse provinciehuis te Leuven vondt een symposium plaats over de bloem en de bij met de ons welbekende Dirk Draulans als moderator. Een eerste vaststelling was dat, momenteel toch nog, bijen onmisbaar zijn voor de landbouw. Driekwart van de bestuiving nemen ze voor hun rekening. Voor de totale Europese Unie zouden de bijen zo’n € 14,2 miljard waard zijn, volgens een studie uit 2010 over agrobiodiversiteit wordt deze waarde voor België en Luxemburg op € 316 miljoen geraamd. Wat mijn geweeklaag – en dat van de meeste imkers- over de honderd kilogram honing die ik deze lente misliep in het niet doet verdwijnen natuurlijk. Maar anderzijds zeggen deze cijfers heel veel over verantwoordelijkheden. Imkers zijn heel lang als uitstervend ras in het ‘bokrijkhoekje’ geplaatst en niemand bekommerde zich eigenlijk om hun problemen. En de imkers met hun beroepsverenigingen kregen decenia lang het gewicht van de wereld te torsen op hun vergrijzende en steeds meer afhangende schouders in hun strijd om hun bijen toch maar in leven proberen te houden. Wat zij eigenlijk niet hoefden te doen. Want eigenlijk is het een 20


verantwoordelijkheid van de ganse gemeenschap. Met de landbouwsector -en de fruitsector valt onder deze noemer – als voortrekker. Want als de bijen hier verdwijnen, so what ? De meeste imkers zijn pensioengerechtigd, zo kunnen zij nog rustig wat genieten van hun oude dag. En voor wie graag honing lust, er zal wel van ergens ter wereld ingevoerd worden. En dan nog goedkoop ook! Wat de kwaliteit betreft, wat niet weet, wat niet deert. En is er geen honing meer, dan smeren we maar chocopasta... Nee, met de bijen dreigt ook een ganse sector zijn toekomstperspectief te verliezen. En vanuit die hoek zou er dus wel degelijk een inspanning mogen verwacht worden om het tij te keren. Want wat zijn de alternatieven ? In het vakblad Management & Techniek van de boerenbond konden we het verhaal lezen van fruitkweker Yvan Verhemeldonck uit Halen. Die had vroeger zelf bijen, maar schakelde over op de kweek van metselbijen. Hij plaatst in zijn boomgaard nestgelegenheid hiervoor, en volgens hem zouden er zo’n 1200 bijtjes per hectare nodig zijn. Volgens hem vliegen deze metselbijen ook in veel koudere omstandigheden als honingbijen, een beetje zoals de hommel, een voordeel dus in een lente als deze. Maar zijn het wel allemaal voordelen ? Inderdaad, hommels en metselbijen zijn al bij iets frissere temperaturen actief, maar wat baat het dat er stuifmeel op de stamper van de bloem terecht komt als te temperatuur niet hoog genoeg is om effectieve bevruchting te laten plaatsvinden ? Of dan toch bevruchting van een goede kwaliteit ? Dan lijkt het me ook een maat voor niets. En nestgelegenheid voor 1200 bijtjes per hectare lijkt me toch ook al heel wat als je rekening houdt met het feit dat deze bijtjes meestal niet verder vliegen dan zo’n 50, maximum 100 meter. Er moet dus serieus gespreid worden. En dat het niet is omdat er nestgelegenheid is voor 1200 bijtjes dat er effectief 1200 zullen geboren worden. Ik denk niet dat er wetenschappelijke studies bestaan hieromtrent, maar uit persoonlijke ervaringen hiermee thuis durf ik zeggen dat 50% slaagkans van het effectieve broed al een mooi resultaat is. Nestgelegenheid creëren voor minimum 3000 bijtjes per hectare dus, en liefst zo dat deze zo goed mogelijk verspreid wordt. En dan moeten we het nog hebben over de lange termijn. In de natuur is het zo dat elke niche opgevuld wordt. Zo zijn ook insecten die zich specialiseren in het zich voortplanten ten koste van de metselbijen bijvoorbeeld. Deze leggen hun eitjes dan in het door de metselbijen gemaakte nest, en hun larven parasiteren op de larven van de metselbij. En eenmaal deze natuurlijke vijanden op een plaats zijn waar een hoge concentratie aan metselbijen aanwezig zijn, zullen ze het goed doen, heel goed zelfs. Tot het ogenblik dat de metselbijen gedecimeerd zijn. Dan verhongeren de anderen ook. Maar dat lost het probleem van onze bestuiving niet op natuurlijk. Er zijn natuurlijk ook voordelen! Ten eerste, alle beetjes helpen, en de inbreng van solitaire bijen zal altijd een toegevoegde waarde hebben. En ten tweede, na de fruitbloesem verdwijnen de metselbijen uit het zicht, om pas de volgende lente te voorschijn te komen. Ze moeten dus geen gans jaar onderhouden en in stand gehouden worden. Maar toch - ik kan het mij permitteren vooringenomen te zijn - ben ik van mening dat het bijvriendelijk inrichten van onze boomgaarden, iets waar ik het al veelvuldig om meermaals over had in vorige nummers, ook niet noodzakelijk een groot meerwerk of een grote meerkost is. Wel een kost die heel veel kan opbrengen. 21


100 jaar Koninklijke Imkergilde Neerbrabant : De overzichtstentoonstelling In volgend nummer gaan we verder met het verhaal over het ontstaan en de groei van onze gilde. De avonden worden dan al weer wat langer, wat bevorderlijk is voor het schrijven en het lezen van zulke verhalen. Dit nummer willen we het wat aktiever houden en het verhaal vertellen achter onze tentoonstelling van 3 juni.

Het begin Een eeuwfeest vieren, dan ga je niet over één nacht ijs. Als ik het goed voorheb vereist de elfstedentocht al een ganse week onafgebroken vriestemperaturen, en dit is een evenement dat jaarlijks zou kunnen plaatsvinden. Om dit eeuwfeest te vieren dus, deed onze voorzitter vorig jaar een oproep aan allen die belangstelling hadden hieraan mee te werken, en hieruit ontstond de werkgroep ‘100 jaar Neerbrabant’. Er werd vergaderd en ‘gebrainstormd’, een lijst werd opgesteld van al wat ons mogelijk leek. Maar de gevleugelde woorden van Bredero (als ik het goed voorheb) indachtig, staan tussen droom en daad wetten maar vooral praktische bezwaren. Er moest dus geselecteerd worden, daartoe werden criteria opgesteld en wel de volgende : 1- We moesten iets doen voor onze leden 2- We moesten ons kenbaar maken aan het grote publiek, en met ons bedoelen we niet alleen onze gilde, maar de imkerij in haar geheel. Het grote publiek moest geïnformeerd worden over het nut van onze bijen voor de ganse samenleving. 3- Dit alles moest financieel realistisch blijven voor onze kas, en praktisch uitvoerbaar door een handvol vrijwilligers. Met punt 1 werd begonnen via de layout en inhoud van ons Polleken, het hoogtepunt zou onze feestvergadering van 16 december moeten worden. Voor punt 2 werd geopteerd voor een tentoonstelling, maar hoe en waar ? Het leek ons een goed idee de première te laten plaatsvinden in de Tuinbouwschool te Merchtem-Peisegem. Wij zijn immers in niet geringe mate verbonden met deze school, zij is ook actief in onze sector, wij krijgen er lokalen ter beschikking voor onze voordrachten en cursussen, en ga maar door.. Bovendien organiseren zij jaarlijks een open tuindag, het rendez-vous bij uitstek voor allen die in de sector geïnteresseerd zijn, zij het beroepsmatig, zij het uit persoonlijke belangstelling. Dit jaar vierde de Tuinbouwschool zelf ook haar 50-jarig bestaan, twee jubileums in één klap, wat alles toch een extra dimensie gaf. Met de Directeur van de school werden de nodige afspraken gemaakt, maar dan waren we opnieuw zelf aan zet : hoe gingen we deze tentoonstelling invullen ?

De Invulling Vooreerst moest er een historisch perspectief zijn : van waar komen wij, van waar komt de imkerij ? 22


Gelukkig had onze voorzitter contacten met het bijenmuseum van Lanaken, deze mensen stemden ermee in ons een gedeelte van hun uitgebreide collectie van oude bijenkasten en –korven, en bijenteeltmateriaal uit te lenen voor deze tentoonstelling. Daarmee was de vraag ‘Van waar komt de imkerij ?’ al deels beantwoord. Maar van waar komen wij als gilde. Al is de ‘Sneppelaar’ te Londerzeel regelmatig het decor voor overstromingen, de zolder van Jef had hier nog nooit onder te lijden gehad. En uit de oude archieven over onze vorige jubileums kwam het materiaal te voorschijn dat wonderwel pastte in de door Gerd ineengeknutselde kaders. Om een beeld op te hangen over het nut van de honingbij konden we putten uit het materiaal van de tentoonstelling ‘De Bloem en de Bij’, een tentoonstelling die enkele jaren gelen door ons mede georganiseerd werd op nationaal vlak. Maar vermits ze voor dit gedeelte van Vlaams-Brabant doorging in het Provinciaal domein te Huizingen, bleef ze voor de meeste mensen uit deze streek onbekend en dus onbemind. Het perfecte ogenblik dus voor eerherstel ! Wij wilden bewust ook de mens achter de ‘bieboer’ laten zien. Iets dieper gaan dus dan de alom bekende witte kapruin. Laten zien dat het geen nostalgici zijn, maar creatieve mensen. Vandaar onze oproep vorig jaar opdat de kunstenaars onder ons zich kenbaar zouden maken. Maurice was één van diegenen die de oproep beantwoorden, en hij schilderde zelfs een speciale collectie ter gelegenheid van deze tentoonstelling. Ook Magda, als imkersvrouw, deed haar duit in het zakje met haar imkerspoppen. Alberic, die schildert niet, maar hij heeft wel samen met Eric een echt schilderij gebouwd, het ideale imkerslandschap, compleet met bloemen en een klaterend beekje. En ook zijn miniatuurbijenhal die de weg wees naar onze tentoonstelling mocht gezien worden. Leo en Marc dokterden een projectiestand uit waarin continu films over de actuele bijenproblemen getoond werden. En Jef slaagde erin, hoe hij het deed is voor de anderen nog steeds een raadsel, om tegen de deadline onze nieuwe infobrochure met perfecte layout en in kleurendruk klaar te stomen.

Logistiek Hoogtijd om ons bezig te houden met een ander probleem: hoe dit alles ter plaatse krijgen en op een geschikte manier presenteren ? Nu was er wel museummateriaal ter beschikking gesteld te Lanaken, maar daarmee was dit nog niet in Merchtem. Gelukkig stelde Sarens ons een camionette ter beschikking waarmee Marc en Alberic de vrijdagmorgen voor de bewuste 3 juni naar Lanaken stoven. Wij hadden mooi beeldmateriaal, maar hoe dit presenteren ? Eddy had al weken lang tentoonstellingspanelen ineen geknutseld, en ook Natuurpunt Asse stelde er ons ter beschikking, maar dit volstond niet. Gelukkig kwam standenbouw De Backer uit Asse ons ter hulp en leende ons zo’n 30 lopende meter standenbouwmateriaal uit, compleet met verlichting en alles. Een hele bende vrijwilligers maakter er die bewuste vrijdagnamiddag één geheel van dat mocht gezien worden. Velen onder ons hadden er dorst van gekregen, gelukkig had 23


logistieker Gerd zijn voorzorgen genomen en zijn vrouw op boodschapsronde gestuurd... Zaterdag restte er alleen de ‘finishing touch’ : electriciteitsaansluitingen, etiketten etc..

Zondag 3 juni En dan was er de bewuste dag van de tentoonstelling. Onze werkgroep had voor frisse T-shirts gezorgd met Neerbrabantlogo, zodat onze medewerkers goed herkenbaar waren. De Merchtemse Burgemeester Eddy De Block en de Directeur van de Tuinbouwschool, Daniël Herinckx waren present om de tentoonstelling plechtig te openen. Het lint werd vervangen voor een in dit kader meer passende groene tuinbouwkoord. En de opening werd beklonken met een glaasje honingwijn ‘Clos Beuckelaers’ voor de medewerkers. Vele van onze leden tekenden present om aan het publiek de nodige uitleg te verschaffen bij al wat tentoongesteld werd. En niettegenstaande het feit dat 3 juni nu niet bepaald de beste junidag was, wat de opkomst voor de Open Tuindag toch wel temperde, hadden we de ganse namiddag bezoekers in onze lokalen. Geïnteresseerde bezoekers bovendien. Zodat we toch wel van een succes mogen spreken. Eenmaal de bezoekers weg waren, restte er nog een hele klus. Al het materiaal moest immers dezelfde avond gedemonteerd en afgevoerd worden. Weeral hadden we een gans team vrijwilligers, de meesten kenden het klappen van de zweep al van bij de opbouw, zodat op een paar uur alles professioneel opgekuist was. Maandag restte er enkel nog het terugbezorgen van het materiaal aan diegenen die het ons uitgeleend hadden.

Het vervolg Van 8 tot 30 september zal een gedeelte van deze tentoonstelling nogmaals geëxposeerd worden in de Bibliotheek van Londerzeel, aan de Colruytparking. Ook in Merchtem is er een herneming voorzien later dit jaar. Wij zullen niet nalaten hierop terug te komen in een volgend nummer. Hiermee is de vraag :’Zijn zoveel werkvergaderingen en zoveel inzet wel gerechtvaardigd voor één namiddag ?’ al voor een deel beantwoord. Bovendien moet deze ervaring ons in staat stellen om ons in de toekomst beter en met professioneler materiaal te profileren op manifestaties, tentoonstellingen en evenementen. Bedoeling is te laten zien dat imkers nog steeds bestaan, dat bijen belangrijk zijn. Zodat er in besluitvorming rekening met ons gehouden wordt. Waar het aanplanting van openbaar groen betreft bijvoorbeeld. En ook kenbaar te maken dat wij met onze honing nog steeds een eerlijk, gezond en lokaal produkt op de markt brengen dat in een tijd van globalisering en oorsprongsvervaging niet alleen nog steeds zijn mannetje kan staan, maar boven de grijze massa uitstijgt. Met dank aan : Tuinbouwschool Merchtem, Gemeentebestuur Merchtem, Bijenteeltmuseum Lanaken, Belchim, Sarens, Standenbouw De Backer, alle leden van de werkgroep ‘100 jaar Neerbrabant’, de deelnemende kunstenaars Maurice en Magda, al onze leden en vrijwilligers die de tentoonstelling mogelijk maakten. 24


De Bijengilde Neerbrabant 100 jaar. Wiliam, imker en lid van onze gilde heeft zijn ervaring van deze mooie dag in een verhaal gegoten. Hieronder leest en ziet u het resultaat.

Onze bijengilde bestaat honderd jaar! Zoiets mag niet ongemerkt voorbijgaan, dachten wij en er werd gezocht naar een locatie, dag en uur, om, met een overzichtstentoonstelling, deze unieke verjaardag extra in de verf te zetten. Het wordt niet één feest, maar een heel jaar dat in het teken zal staan van deze heugelijke verjaardag. We hopen bij het afsluiten van het werkjaar 2012 een overzicht te geven van alle activiteiten die we hebben ontwikkeld in het kader van dit jubileum. Eén van de hoogtepunten beleefden we reeds op zondag 03 juni 2012. Dit, na ettelijke vergaderingen, waarbij het gebruik van “ideeopwekkende” middelen, als mede en andere hersenprikkelende drankjes werden aangewend om een tot de verbeelding sprekende overzichtstentoonstelling tot stand te brengen over het wel en wee van onze vereniging.

25


Alleen Benny moest zich als Chinese vrijwilliger houden aan thee, hij mocht er wel een beetje honing bij lepelen, om zich zoet te houden, kwestie van toch altijd iemand te hebben die zich de vergadering s’ anderdaags nog kon herinneren… De ideeën kregen vaste vorm, oude papieren en statuten werden van onder het stof gehaald, namen van vroegere voorzitters en leden kwamen te voorschijn en we kwamen onder de indruk van het prachtige schrift en de stadshuis- woorden waarin de statuten werden opgemaakt. Er werden oude instrumenten en toestellen, gebruikt bij de bijenteelt door de jaren heen, bijeen gezocht, vervoer en personeel opgetrommeld, bestaande bijenmusea werden afgeschuimd, de koorts steeg en de vergaderingen werden almaar strenger geleid door onze voorzitter, die niet ophield te hameren op de D-Day die onherroepelijk naderbij kwam. Het resultaat van al dat denk - en doe werk mocht er zijn! Al zeggen we het zelf, onze stand, opgesteld in de lokalen van de Land – en Tuinbouwschool van Peizegem, ter gelegenheid van de opendeurdagen, was een trekpleister! Een kunstige minibijenhal, van de hand van Alberic, lokte de nieuwsgierigen naar binnen, waar ze opgewacht werden door onze leden, werksters en darren, uitgedost in witte Tshirts, waarop het logo van onze Gilde staat. Zij vergastten de bezoekers op een deskundige uitleg over bij de bijenteelt gebruikt materiaal en het leven van de bijen zelf.

26


De bezoekers kregen een glaasje mede aangeboden, wat sommigen de opmerking ontlokte dat “ Die oude Belgen die de mede ontdekten, nog zo geen simpelen waren” iets wat wij natuurlijk al langer wisten en dan ook volmondig beaamden... Een mooie maquette, van de hand van, weer Alberic, toonde een droomlandschap van een bijenbiotoop met bloemen en planten.

In een ander lokaal konden de bezoekers kennis maken met onze verkoopstand en tevens proeven van de (h)eerlijke bijenproducten, aangeboden door onze koninginnen en een paar darren van eigen kweek... Al met al een geslaagde dag, waarbij onze Gilde weer eens een bewijs gaf dat, net als in een bijenkorf, “eendracht macht baart” en “vele handen licht werk maken” Een dikke proficiat dan ook aan allen die er hebben voor gezorgd dat alles op wieltjes liep. William

Zin om deze tentoonstelling ook eens te bezoeken? Dit kan vanaf 8 september in de bib te Londerzeel. Voor meer informatie zie volgende pagina.

27


BIB LONDERZEEL

van 8 tot 30 september 2012 Educatieve

TENTOONSTELLING

100 jaar

Koninklijke Imkersgilde Neerbrabant gesticht in 1894 erkend in 1912

De Imkers van Merchtem en ‌

www. imkersgildeneerbrabant. be Bib: Molenstraat 5 - 052/30.13.73 - bibliotheek @ londerzeel.be - londerzeel. bibliotheek.be Open elke werkdag van 13u30 tot 18u45 en zaterdag van 9 u tot 12 u 45

28


29

't Polleken van juni 2012  

't Polleken van juni 2012 van Imkersgilde Neerbrabant Jaargang 12, Nummer 3

Advertisement