Issuu on Google+

Het Honinggazetteke van Londerzeel 3de jaargang, nummer 5 Tweemaandelijks tijdschrift van De Bijenvrienden van Londerzeel Verschijnt in feb. – april – juni – oct. – dec. Verantwoordelijke uitgever: Marc De Bont Eeckhout 39 1840 Londerzeel m.debont@telenet.be Tel 052309505 Redacteur: Ria De Donder

Het honinggazetteke is een contacttijdschrift voor imkers en andere liefhebbers van insecten, van de tuin en het leefmilieu. Omwille van het milieu wordt het honinggazetteke vooral in digitale versie verspreid.

Zalig kerstfeest en een gezond 2012


Boerendictee Malderen Op vrijdag 25 november had in Malderen het jaarlijkse boerendictee plaats, ingericht door de plaatselijke “Landelijke Gilde” Daar de “Bijenvrienden” vorig jaar met twee groepen hadden deelgenomen, wilden we ook dit jaar van de partij zijn, te meer omdat we vorige editie als eerste en tweede eindigden. De inrichters,die hadden gedacht dat onze groepen een soort samenwerkende maffia vormden hadden ons deze keer ver genoeg van mekaar gezet, zodat wij geen oog- of oorcontact konden hebben … Maar de “Bijenvrienden” weten meer dan alleen maar een beetje over de bijtjes en de bloemetjes, ook op gebied van landbouw en fauna en flora op het veld en de tuin, kunnen zij hun mannetje en vrouwtje, staan! Er waren weliswaar verhitte discussies of een bepaald woord nu met “mm”of met slecht één “m” moest geschreven worden en ja … zoals altijd had onze vrouwelijke deelneemster, Ria, gelijk! Toen de uitslag bekend werd gemaakt, de “Bijenvrienden I”, in hun daverende vorm, glansrijk eerste, met felicitaties van de jury er bovenop! “De bijenvrienden II” hadden zich, strategisch, om de overige deelnemers ook iets te gunnen, een beetje ingehouden, maar eindigden toch nog als tiende. Men zag als het ware de andere deelnemers groen lachend denken, “Verdorie, wat hebben die meer dan wij?” Honing natuurlijk, om de keel te smeren, en” mede”, om de geest te sterken, neem daarbij nog wat koninginnenbrij om alert te blijven en propolis om virussen te doden! Overigens, dat “groen” lachen mag men letterlijk nemen, want de prijzen in natura hadden alles te maken met de land- en tuinbouw, groene kool, groene selder,groene savooien en andere groene pompoenen. Het was een geslaagde quizavond, waarbij de “Bijenvrienden” zich hebben laten kennen als een vereniging die ook meeleeft met andere verenigingen en zich niet opsluit in hun eigen kleine wereldje van korven en raten. William


Neerbrabant neemt de draad op met het verleden. Eenmaal de diesels van ”Neerbrabant” zijn warm gelopen, kan niets ze nog stoppen … en organiseren ze het ene evenement na het andere. Na de “Kiekenpoten-feesten” en deelneming aan de plattelands quiz te Malderen , doken ze in de tijden van vroeger. Om de draad met het imkersverleden niet te laten verslappen of te laten breken, organiseerde onze vereniging een cursus korfvlechten, meer bepaald het vlechten van diverse soorten bijenkorven, een ambacht, dat we alleen nog maar zien uitvoeren op sommige curiositeiten – markten, maar dat vroeger tot de winterwerkzaamheden van elke imker behoorde. Een specialist in deze materie, Staf Verlinden uit Hombeek, die in de laatste dertig jaar, al een drietal vlechtcursussen voor de gilde Neerbrabant had verzorgd, was ook deze keer bereid, de lessen op zich te nemen, die doorgingen in het “Hof ten Hemelrijk” in Opwijk. Buiten de kandidaat-vlechters van Neerbrabant, waren er mensen van beider kunne van overal uit het Vlaamse land ingeschreven, het was een Babelse kakofonie van dialecten, Limburgs van boven en onder de Maaskant, West-Vlaams van Brugge, Sleidinge, Gistel en nog verder, Brabanders, OostVlamingen, Sinjoren en Pajotten! Ik weet niet of Staf in al die jaren al kennis heeft moeten maken met zulke tegendraadse leerlingen. Dat tegendraads mag men letterlijk nemen, want tussen alle brave leerlingen zaten er een paar linkshandigen, waaronder ook ondergetekende, die zelfs over twee linkerhanden beschikte, die de arme man bijna tot wanhoop brachten. Probeer maar eens uit te leggen dat de bundel vlechtstro in wijzerzin wordt gewonden, tegen een koppel weerbarstige ezels die tegen de zon in draaien en de vlechtnaald steken daar waar ze moet worden uitgetrokken! Eén zaak was zeker, hun uitleg was altijd klaar en vernuftig … geen speld tussen te krijgen! Het waren de anderen die het verkeerd zagen … . Het pleit voor zijn geduld en doorzettingsvermogen, dat hij ze allemaal toch zover heeft gekregen om de kunst van het korfvlechten onder de knie te krijgen.


De derde lesdag had onze medevlechtster Viviane ook een verzameling “eigen vlechtwerk “ mee, met diverse materialen gevlochten zoals: een eendennest, een vogelvoederhanger, een hoed, eigenlijk te veel om op te noemen. Je had het moeten zien! Het onmogelijke werd een feit, de avond van de laatste les werd nog verwoed gevlochten en het weerbarstige stro in de juiste vorm gedraaid, maar wanneer Mevrouw de Burgemeester van Opwijk haar opwachting maakte om de, in het “zweet huns aanschijns”, verdiende getuigschriften uit te reiken, hadden alle kandidaten een bijenkorf klaar! De ene wat groter of hoger dan de andere, eentje zelfs zonder vlieggat, maar de uitleg werd met een uitgestreken gezicht gegeven, hij was bedoeld als “zwermkieps”! Fier als gieters ontvingen de 27, jawel, zevenentwintig!!! geslaagden hun getuigschrift van “korfvlecht(st)er” uit de handen van de Opwijkse “Burgermoeder” die in haar woordje tot de deelnemers, haar waardering uitsprak voor het nieuw leven inblazen van een oud ambacht ten dienste van de natuur en omgeving. Van de onvolprezen leermeester Staf, kregen de nieuwbakken bijenkorfvlechters nog de wijze raad mee, het niet te houden bij dit enige werkstuk, maar deze winter er nog minstens drie te maken, teneinde de nieuw verworven kennis niet te laten uitdoven. Onze leermeester Staf mocht ook nog het certificaat van “meester korvenvlechter” in ontvangst nemen, samen met een bussel stro en vlechtriet want hij zat zonder, hadden we vernomen. Ik ben er van overtuigd, dat alle deelnemers aan deze lessenreeks een goede herinnering zullen meedragen aan de gezellige avonden, waarbij iedereen, iedereen bijstond met raad en daad en ervaringen werden uitgewisseld, niet alleen over het korfvlechten, maar ook over ons aller hobby, het houden van bijen. De bijenvrienden hebben, in samenspraak met de Landelijke Gilde van Londerzeel, ruim 20 are rogge laten inzaaien die op 15 juli zal gepikt worden, met de hand en met oude pikmachines. Wie thuis of bij een bevriende boer nog een pik en een haak hangen heeft, moet ze “aren” en op het pikfeest meebrengen. Dit roggestro zal op 5 augustus 2012 ter beschikking zijn voor wie wil korfvlechten. Er zal dan ook stro kunnen aangeschaft worden voor de drie korven waarvan hierboven melding. Meer informatie volgt nog!

William


Honing Waarop moet je letten, als het over honing gaat? Niet alleen bloemen en kruiden bepalen de smaak van honing. De wijze waarop je de honing wint, is van belang en bepaalt de kwaliteit. Als je de honingraten opwarmt tot boven de 45 graden, om meer honing te kunnen oogsten, is alle geneeskracht verdwenen. Daarom mag je honing ook nooit in hete thee gieten. Wacht tot de thee wat afgekoeld is, anders hou je niet veel meer van smaak en geneeskracht over. Goede honing moet als een lint van de lepel vallen. Nadien vormt hij dunne draden, die niet afbreken. De honing kan er wit, geel, donkerbruin of amberkleurig uitzien. Het hangt ervan af welk stuifmeel de bijen uitkozen om de honing aan te maken. Deze kleuren vervagen trouwens heel vlug, als je de honing in een lichte omgeving bewaart. Gelijk met de kleur verminderen dan bovendien ook de ontsmettende eigenschappen. Bewaar je honing daarom op een droge, koele en donkere plaats. Je kan honing zwaarder maken door er water, wortelsap of o.a. kastanjemeel aan toe te voegen. Sommige imkers schrokken er vroeger zelfs niet voor terug in karige tijden wat zand onder het goddelijk bijengoedje te mengen. Als je wilt weten of je zuivere honing zonder water hebt, laat je best een druppel op een bord vallen. Blijft die als een platgedrukte honingknikker liggen, dan mag je er zeker van zijn dat alles o.k. is. Loopt hij uit elkaar, dan kan je je wenkbrauwen beginnen te fronsen. Koop daarom je honing bij een imker die zijn honing zelf maakt. Welke honingsoorten zijn eigenlijk de interessantste? Er zijn heel veel soorten honing te koop. Elke honing heeft zijn specifieke eigenschappen. Ik zet hier een paar honingsoorten op een rijtje. Lindehoning : Deze honing kalmeert de zenuwen.


Klaverhoning Deze honing werkt tegen diarree. Heidehoning Voorkomt nier-, blaas- en prostaatklachten. Heidehoning heeft een speciale pittige smaak. Boekweithoning Deze honing versterkt je bij uitputtingstoestanden. Je vindt deze honing vooral in midden Europa. Rozemarijnhoning In de Provence waarderen sommige, oudere mannen deze honing, omdat die hun potentie zou bevorderen. Als een karbonkelogige Française hen dan in de puttekes van hun ogen kijkt, hoeft hun reactie niet enkel bij loze beloften te blijven, hopen ze. Acaciahoning Deze honing zuivert het bloed en helpt als er te veel zuur in je maag terecht gekomen is.. Bos- of woudhoning Die smeer je best op je boterham, als je problemen met je lucht- of urinewegen en je bloedsomloop wil voorkomen. Deze honing vind je veel in Oostenrijk, want je hebt er veel dennen en sparren voor nodig. Gemengde bloemenhoningsoorten : Mensen met een allergische aanleg smeren hun boterhammen best vol met gemengde bloemenhoning. De honing moet dan wel afkomstig zijn uit hun eigen omgeving. Je moet dus een imker vinden die zijn bijenkorven in een straal van 10 km rond je woning heeft staan. Dat beweert tenminste de Amerikaanse arts Peterson. Die onderzocht zo maar eventjes 22 000 patiënten met een allergie. Hooikoorts bijvoorbeeld. 20 000 patiënten waren in de wolken over deze remedie. Ze hadden veel minder last van hun kwaal of geraakten er helemaal van af. Naar Danielle Houbrechts.


Innovatie in het salon Door Fanny Leroy 20/11/2011

Je houdt van honing in je kopje thee ’s ochtends? Dankzij Philips zal je die misschien in je woonkamer kunnen oogsten dankzij de verbluffende interieurbijenkorf. Het is uiteraard een idee voor de stad en het product is het resultaat van de zoektocht van het merk naar hoe het kan bijdragen tot een duurzaam ecosysteem. Bijen zijn werkers en hun gedrag is een spektakel op zich. Toch is hun habitat steeds meer bedreigd door het gebruik van insecticiden, opkomst van predators en een mysterieuze ziekte. De bijenpopulatie loopt zeer terug, ook op het platteland. Sommige kolonies vluchten naar de stad: een pollenrijke en gevarieerde omgeving. Het is dus niet langer zo ongewoon dat je een imker op daken in de stad ziet verschijnen maar ook de stedelingen zelf kunnen bijdragen tot het behoud van de zwartgeel gestreepte beestjes. Hoe? Door een bijenkort te plaatsen in hun woonkamer! Dat is althans de idee bij Philips. Het is een honingraatstructuur onder een ‘kap' die je aan de muur of venster van een appartement kunt hangen. Binnenin jawel, er is enkel een gaatje nodig naar buiten. Mooi maar hoe krijg je de honing? Wel, onderaan zit een touwtje dat wanneer je eraan trekt rook in de korf blaast zodat de bewoners tijdelijk de biezen pakken. Je opent de kap en kunt dan de honing oogsten. Hoeveel mag dit kosten? Geen idee: het gaat nog maar om een idee zoals de andere in het ‘Microbial Home Probe' project van Philips. Het bedrijf zoekt naarstig naar duurzame oplossingen voor ons huishoudelijk ecosysteem: energie, schoonmaken, voedselbewaring, licht en afvalbeheer zijn de aandachtspunten in het project. "De designers moeten zich bewust zijn van de hoogdringendheid van de problematiek en de noden van de mensen vertalen in oplossingen," aldus Clive van Heerden, senior director van Philips Design.



Het Honinggazetteke van december 2011