Issuu on Google+

Opdracht #3 ideevorming: Ruimtevragen, Mindmaps & ABCbrainstorm


Ruimtevragen Wat is de eerste ruimte die je je kunt herinneren? Mijn huiskamer. kun je nog objecten noemen en beschrijven die daar waren? Twee witte bankjes, een kastje met films en daarop een televisie die aanstaat, naast het kastje staan twee schoenen met wortels er in (het was toen sinterklaas), het is donker. wat is de grootste ruimte waar je ooit in geweest bent? Het louvre-museum wat is de kleinste ruimte waar je ooit in geweest bent? De wc in de thalys-trein waarom voel jij je in sommige ruimtes prettig? Sommige ruimtes geven me een vrij gevoel, een gevoel dat je niks hoeft te doen en kan doen wat je wil zonder enige verplichtingen. Waarom voel jij je in sommige ruimtes onprettig? Sommige ruimtes geven me een gevoel van iets dat ik moet doen en dat ik niet wil doen of waarin ik al iets gedaan heb wat toen verschrikkelijk mislukte en dat is me dan bijgebleven. Dat is geen fijn gevoel. waar is wordt dat gevoel door veroorzaakt? Een betoog voor Nederlands op de middelbare school waar in verschrikkelijk zenuwachtig voor was en een leraar die dat niks boeide en me ook nog eens in de zeik nam toen ik klaar was. Van welke ruimtes of omgevingen waar je nog nooit bent geweest kun je je toch wel een voorstellig van maken? Een tropisch strand of een koraalrif. van welke ruimtes of omgevingen kun je je helemaal geen voorstelling maken? Een oorlogsgebied, ik zou niet weten hoe dat zou zijn om daar te leven, vooral het gevoel er bij kan ik me niet voorstellen. Kun je je nog een ruimte herinneren van een enge film, beschrijf die: Een vieze motelkamer in een heel afgelegen stuk land. In de kamer zitten mannen in zwarte pakken die zich overal verstoppen met als doel de mensen te vermoorden die in die kamer logeren. Ook is er een televisie die een film afspeelt van wat er gebeurde met de vorige gasten. Kun je je nog een ruimte herinneren van een feel-good-movie, beschrijf die: Zuid- frankrijk in een vervallen landhuis dat wordt opgeknapt. Bij het huis zit een wijngaard. Het is mooi, warm weer. Overal staan mooie oude bomen en zie je heuvels. In wat voor een ruimte bevind je je graag? In bed, onder de warme dekens met een lekker dik boek als het buiten stormt. In wat voor een ruimte bevind je je niet graag? Op de fiets als het heel koud is en het regent, het begint steeds harder te regenen en uiteindelijk begint het ook nog eens te hagelen. Welke ruimtes inspireren je? Grote, open ruimtes die iets met de natuur te maken hebben. Welke ruimtes inspireren je niet? Kleine donkere gaten met niets levends. Wat zie je graag in een ruimte? Levende objecten zoals dieren of objecten die iets met de natuur te maken hebben, hadden of gaan hebben, oud metaal vind ik bijvoorbeeld ook heel interessant.


Mindmaps


ABC-brainstorm A: anders B: blauw C: cartoons D: duiker E: element F: fictie G: guppies H: haai I: inzage J: juwelen K: kat L: levendig M: muis N: nieuwschierig O: octopus P: planten R: ru誰ne S: schatkist T: twee werelden U: utopia V: vissen W: water Y: yacht Z: zwemmen


Reflectie Ruimte vragen: Ik vond het lastiger om de vragen te bedenken dan om de vragen te beantwoorden. Het lastige hieraan vond ik dat ik niet zeker wist welke vragen nou echt handig kunnen zijn om te beantwoorden. Ik heb uiteindelijk daarom maar vragen gesteld die voor mij handig zijn als ik ga ontwerpen. Mindmaps: Deze opdracht was voor mij vrij simpel. Ik had al heel wat ideetjes en daarvan heb ik de leukste drie er uit gekozen. Het maken van mindmaps gaat mij erg makkelijk af, al zeg ik het zelf. Ik ben goed in associeren, door denken en in andere hoeken denken. Wat ik fijn vond aan deze opdracht is dat ik er achter ben gekomen voor welk onderwerp ik de meeste ideeĂŤn heb. Daar ben ik nu dus uit. ABC-brainstorm: Ik vond deze opdracht niet veel toevoegen. De meeste woorden waar ik op ben gekomen stonden ook al in de mindmap, sommige zelfs in synoniem. Ik vond hem verder niet moeilijk, al moest ik bij sommige letters even wat langer nadenken. De meeste woorden kon ik zo uit de lucht pikken.


C1H IMS - Opdracht 3