Issuu on Google+

Inhoud Redactioneel Eleá de la Porte

66

De eerste Skriptieprijs

67

De Grootinquisiteur van Sevilla De constructie van de vrijheid in het denken van Dostojevski, Hobbes, Nietzsche en Derrida Pepijn van Eeden

69

Levenslessen van een zeevarend heilige Enige christelijk-theologische achtergronden van de Navigatio sancti Brendani abbatis Peter van den Hooff

82

‘Lezers! Ik bemin de waarheid.’ Het leven van de Nederlandse kleine burgerij verbeeld in midden-negentiende-eeuwse schetsen uit het leven Siri Driessen

95

Europa als leerproces Interview met Joep Leerssen Mark Opmeer en Ingeborg Visscher

107

Recensies

113

Personalia

124

Colofon

125

Abstracts

126


De grootinquisiteur van Sevilla De constructie van de vrijheid in het denken van Dostojevski, Hobbes, Nietzsche en Derrida Pepijn van Eeden In dit literair-filosofische betoog verkent Pepijn van Eeden het vrijheidsbegrip zoals dat door Dostojevksi wordt uitgewerkt in De broers Karamazov. Door de opvattingen van andere denkers over dit thema hierbij te betrekken wordt de relevantie van Dostojevski’s denken voor onze eigen tijd inzichtelijk gemaakt.

Het hoofdstuk ‘De grootinquisiteur van Sevilla’ geldt als het hoogtepunt van Dostojevski´s meesterwerk De broers Karamazov (1880) en daarmee als een hoogtepunt in de Westerse literatuurgeschiedenis.1 In dit artikel wordt geprobeerd Dostojevski in een verhelderende ideeënhistorische context te plaatsen, waarbij zijn denken over vrijheid en de al dan niet noodzakelijke beknotting daarvan in het middelpunt staat. Vervolgens wordt gezocht naar zijn belang binnen het huidig tijdsgewricht. Dat gebeurt aan de hand van een vergelijking tussen Dostojevski met drie andere grote schrijvers, respectievelijk Hobbes, Nietzsche en Derrida. De eerste is van vóór Dostojevski’s tijd, de tweede een tijdgenoot, en de derde is van recenter datum. Of dit op het eerste gezicht strikt literatuurhistorische en filosofische thema enige maatschappelijke relevantie heeft, mag u, na lezing, zelf beslissen. Maar allereerst een introductie op het boek en een kennismaking met de grootinquisiteur.

De duivelsaanbidding van De grootinquisiteur van Sevilla De broers Karamazov begint als de uiteengevallen familie Karamazov voor het eerst voltallig bijeen is in een kleine provincieplaats in Rusland. Vanaf de eerste bladzijde is duidelijk dat het boek zal draaien om de vraag wie verantwoordelijk is voor de moord op de boosaardige vader van de drie broers Karamazov. Ivan is één van de drie broers, een hyperintelligente, sombere jongeman met een wat afstandelijk en verholen karakter. Hij brengt met zijn superieure intelligentie ogenschijnlijk onverenigbare zaken met elkaar in harmonie en heeft een vreemde voorliefde voor complexe theologische verhandelingen. Zoals zijn oudere broer Mitja walgt hij van zijn vader. Maar zijn walging is ijzingwekkend, heel anders dan de vurige haat van Mitja. Aleksei Karamazov, bijgenaamd Aljosja, de jongste

69


Levenslessen van een zeevarend heilige

Enige christelijk-theologische achtergronden van de Navigatio sancti Brendani abbatis Peter van den Hooff De Navigatio sancti Brendani abbatis verhaalt over de zoektocht van de heilige abt Brandaan, die vele hindernissen moest overwinnen op zee om het Beloofde Land van de Heiligen te bereiken. Peter van den Hooff onderzoekt in dit artikel de symboliek van dit relaas en toont aan dat de zeereis een metafoor was voor het (christelijke) leven en de daarbij behorende levenslessen.

De Navigatio sancti Brendani abbatis is een anoniem werk uit het midden van de achtste eeuw. Dit reisverhaal van de heilige abt Brandaan staat niet alleen bol van symbolische ontmoetingen, plaatsen en gebeurtenissen, maar is in zichzelf al een beeld van de levensreis van een christen. In dit artikel wordt beschreven hoe de auteur deze laatste symboliek heeft uitgewerkt door zowel gebruik te maken van eeuwenoude narratieve aspecten die terug te vinden zijn in allerlei verhalentradities, als motieven die pasten bij zijn eigen tijd en idealen. Tot op heden is er echter nog geen uitgebreide studie gedaan naar de manier waarop de auteur deze symbolische aspecten gebruikt om zijn boodschap aan zijn publiek over te brengen. Hoewel de Navigatio tot de meest gelezen en gekopieerde verhalen uit de Middeleeuwen behoort, is er maar weinig bekend over de ontstaansgeschiedenis ervan.1 Over de hoofdpersoon Brandaan, die echt bestaan heeft, is evenmin weinig betrouwbare informatie beschikbaar. Hij werd geboren in de late vijfde of vroege zesde eeuw in de omgeving van het huidige plaatsje Tralee in het Ierse graafschap Kerry en stichtte in het westen van Ierland een aantal kloosters, waarvan Clonfert in het graafschap Galway het meest bekend is. De verhalen over deze en andere goede daden werden eeuwen later nog verteld. Een van deze verhalen, die over Brandaans zoektocht naar het Beloofde Land van de Heiligen, vormde tweehonderd jaar na zijn dood de basis voor de Navigatio. De aanleiding voor Brandaans queeste wordt in de bronnen op verschillende manieren verhaald, maar de traditie die aan de Navigatio ten grondslag ligt, wil dat Brandaan op een avond bezoek kreeg van pater Barinthus, die hem vertelde over zijn bezoek aan het Beloofde Land van de Heiligen. Brandaan werd zo Skript Historisch Tijdschrift 32.2

82


‘Lezers! Ik bemin de waarheid.’

Het leven van de Nederlandse kleine burgerij verbeeld in midden-negentiende-eeuwse schetsen uit het leven Siri Driessen Halverwege de negentiende eeuw kwam in Nederland een nieuw genre binnen de populaire literatuur tot stand dat zich specifiek richtte op de kleine burgerij. Aan de hand van deze sociale romans en verhalen onderzoekt Siri Driessen de mentaliteit van de midden-negentiende-eeuwse Nederlandse middenklasse.

Jacob Jan Cremer1, de populaire negentiende-eeuwse Nederlandse volksschrijver, beschrijft aan het einde van een verhalenbundel uit 1862 de gebeurtenissen uit het leven van zes heel verschillende personages. Twee van deze personages zijn van protestantse afkomst, twee zijn katholiek, en twee zijn liberaal. Het gedrag van elk van deze personages wordt door Cremer getoetst aan de morele opvattingen van de eigen godsdienst of ideologie. Drie van de zes personages lukt het zich volgens de eigen morele richtlijnen juist te gedragen. De drie andere personages handelen echter op verkeerde wijze. Een rijke katholieke jongen bedriegt een naïef meisje, een vrome protestant weigert een arme familie te helpen, en een liberaal huwelijkt zijn dochter uit aan een rijke bankierszoon om op die wijze van een goede toekomst verzekerd te zijn. De conclusie van de schrijver is dat iedere religie of ideologie goede en slechte mensen voortbrengt. ‘Is er dan geen waarheid..?’2 vraagt Cremer daarom aan het eind van het verhaal aan zijn lezers. Cremers vraag naar het bestaan van de waarheid lijkt slecht te passen bij het populaire genre waar zijn verhalen onder vallen: sociale romans en verhalen waarin op een realistische manier over voorvallen uit het dagelijks leven van de negentiende-eeuwse kleine burgerij wordt geschreven, en die aan het eind worden besloten met een morele of religieuze les. Cremer is niet de enige schrijver die op deze manier de lezende middenklasse zowel probeert te vermaken als te onderrichten. Vanaf de jaren dertig tot aan de jaren tachtig van de negentiende eeuw zijn er talloze boeken en verhalenbundels verschenen met de titel ‘schetsen uit..’, waarin aan de werkelijkheid ontleende verhalen worden gebruikt om de lezers op een vermakelijke manier normen en waarden bij te brengen.

95


Europa als leerproces

Interview met Joep Leerssen Mark Opmeer en Ingeborg Visscher In een tijd dat het politieke Europa het zwaar te verduren heeft en het nationalisme binnen de Europese Unie springlevend is nodigt Skript hoogleraar Joep Leerssen (1955) uit voor een gesprek over begrippen zoals cultuur, identiteit en nationalisme teneinde het Europese zelfbeeld te verkennen. Joep Leerssen is als hoogleraar moderne Europese letterkunde werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam en won in 2008 de prestigieuze Spinozaprijs voor zijn onderzoek naar imagologie, Ierland en het cultureel nationalisme.

U schenkt in uw werk veel aandacht aan de dubbelzinnige manier waarop veel wetenschappers omgaan met cultuur. Wat is er volgens U zo problematisch aan de manier waarop ondermeer historici omgaan met dit begrip? Als het gaat om de definiëring van het begrip cultuur bestaat er een dubbelzijdig probleem. Om te beginnen wordt er in de geschiedenis, als je kijkt naar de dynamiek van historische gebeurtenissen, geprobeerd te verklaren waarom iets veranderd is. Wij zoeken dus naar ‘agencies’. En over het algemeen hebben wij niet geleerd om aan cultuur historische ‘agency’ toe te schrijven. Het is iets dat veranderingen weerspiegelt, dat de veranderingen ondergaat en uit, maar het staat altijd aan de recipiërende, passieve kant. Dat cultuur zelf invloed kan uitoefenen is een beetje contra-intuïtief. De meeste historici zullen met een milde glimlach toegeven dat cultuur ook een actieve rol, een ‘agency’, heeft, maar ze doen er vervolgens niets mee. Historici zien cultuur altijd als datgene wat verklaard moet worden en zien factoren zoals samenleving, economie, de machtsverhoudingen, de behoeftes als datgene wat de verklaring aanreikt. Cultuur staat altijd aan de passieve kant van deze vergelijking. Ik denk dus dat er een tegengeluid nodig is, om de zaak een beetje in evenwicht te krijgen. In veel gevallen zijn maatschappelijke gebeurtenissen vooraf bedacht met behulp van intellectuele bespiegelingen en verstrekt door middel van ideeënverkeer, en niet achteraf geïnterpreteerd. Het tweede probleem is dat we het begrip ‘cultuur’ nooit hebben geoperationaliseerd. Wat is cultuur? Dat is een vaag wolkje. Dat kan een balletvoorstelling zijn, een schilderij in het Rijksmuseum of het midwinterhoornblazen in de Achterhoek. Het is dus heel moeilijk om zo’n vaag begrip tot handvat te maken voor je historische analyse. Daarom heb ik in de afgelopen tien jaar een inventarisatie gemaakt van de betekenis die mensen toeschrijven aan het begrip ‘cultuur’. Ik heb geprobeerd die complexiteit te

107


Recensies Stadsverieuwing, protestantisme, drugs, gevaarlijk denken, en politiek en geschiedenis


Colofon Skript Historisch Tijdschrift Jaargang 32 nr. 2, zomer 2010 ISSN 0165-7518 Skript Historisch Tijdschrift Spuistraat 134, kamer 558 1012 VB Amsterdam info@skript-ht.nl www.skript-ht.nl Skript Historisch Tijdschrift biedt studenten en pas afgestudeerden van verschillende universiteiten de mogelijkheid om hun wetenschappelijk werk aan een breed publiek te presenteren. Skript wordt gemaakt door studenten en verschijnt vier maal per jaar. Een abonnement op Skript kost slechts 19,50 euro per jaar. U kunt lid worden door het machtigingsformulier in te vullen op www. skript-ht.nl. Ook kunt u een mail sturen naar de redactie, dan krijgt u het machtigingsformulier thuisgestuurd. Wilt u het initiatief van Skript steunen? Een steunabonnement kost slechts 35 euro per jaar. Losse nummers zijn verkrijgbaar bij de redactie en bij de boekhandels Athenaeum en Selexyz-Scheltema in Amsterdam, Van Stockum in Den Haag, Selexyz-Dominicanen in Maastricht, en Selexyz-Dekker van de Vegt in Nijmegen. Redactie Robbert Kant, Mark Opmeer, Eleá de la Porte, Onno La Rivière, Ingeborg Visscher en Jan Julia Zurné. Redactieraad Dhr. J. Boom, prof. dr. F.W. Boterman, prof. dr. J. van Eijnatten, dr. J.H. Furnée, dr. M.C. ’t Hart, prof. dr. J.C. Kennedy en dhr. T. Rienstra. Advertenties Inlichtingen bij de redactie. Drukwerk Drukkerij Paesen, België

125


Abstracts Siri Driessen, ‘Lezers! Ik bemin de waarheid.’ Het leven van de Nederlandse kleine burgerij verbeeld in midden-negentiende-eeuwse schetsen uit het leven In the middle of the nineteenth century important developments took place in the culture of reading. Along with the emergence of new social groups, a specific literature for these groups developed, with its own literary style and conventions. In this article, Siri Driessen looks at a corpus of mid to late 19th century short novels written specifically by and for the upcoming petit bourgeoisie. These short novels function as guidebooks towards a specific system of values present within the petit bourgeoisie and offer at the same time various reflections on the prevailing mentality of the social group trying to distinguish itself from other classes with the help of fiction.   Pepijn van Eeden, ‘De Grootinquisiteur van Sevilla’. De constructie van de vrijheid in het denken van Dostojevski, Hobbes, Nietzsche en Derrida The chapter “The grandinquisitor of Sevilla” is known as the peak of Dostoevsky´s masterpiece The brothers Karamazov (1880). In this article, Pepijn van Eeden explores Dostoevsky’s concept of freedom and its inevitable limits, in comparison with Hobbes, Nietzsche and Derrida. As Hobbes, Dostoevsky’s inquisitor envisages a corrupt human being that needs a sovereign to give him peace. But as Nietzsche, Dostoevsky sees that the social contract was never based on human rationality. However the many concordances between Dostoevsky and Nietzsche, the former disagrees with the latter on the possibility of developing individual freedom and a societal moral order without unconditional ‘faith in Christ’. Derrida’s later work is used to show how Dostoevsky’s ‘doubt of doubt’ and his always quite complex emphasis on the human possibility of faith is highly relevant for Derrida’s undeconstructible ‘promesse émancipatoire’ and therewith for progressive thought in contemporary society. Peter van den Hooff, Levenslessen van een zeevarend heilige. Enige christelijktheologische achtergronden van de Navigatio sancti Brendani abbatis The story of the imaginative nautical voyage of Saint Brendan in Navigatio sancti Brendani abbatis is a symbol of the walk of life of a Christian: the purpose of the voyage is beautiful, but he encounters many problems on his journey. Brendan stands face to face with danger and has to endure the trials of faith and asceticism, but arrives at the Promised Land of Saints in the end. The anonymous author explains the analogy of a voyage and the life journey by using ancient narrative elements from different cultures, including the Celtic, like the paradise island and the water barrier. The author also utilizes concepts from his own time, like the notion of pilgrimage and the Benedictine ideal of stabilitas. In this article some of these elements and patterns are closely examined.

Skript Historisch Tijdschrift 32.2

126


Skript 32.2 zomer 2010