__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Winnaars van Morgen

“Als je kunt ontspannen op school, leer je beter.” Irma, 18, Helpende Zorg en Welzijn

Dé randvoorwaarden voor succesvolle studentparticipatie op ROC Midden Nederland “Ik weet niet altijd hoe het beter kan, maar wel wat er beter kan.”

“Ga gewoon met ons in gesprek over wat wij willen. Je hoeft het maar te vragen.”

Geraldine, 19, Medewerker Evenementenorganisatie

Gerlof, 20, Sport- en Bewegingsleider

Utrecht, dece mber

“Als je mijn mening vraagt, moet je er ook iets mee doen. Anders is het zonde van mijn mening.’’ Roel, 29, Allround Timmerman

1

2016


2


VOORWOORD Als je op onderzoek gaat weet je waar je naar zoekt, maar niet waar je mee thuiskomt. Je moet nieuwsgierig zijn en opletten op dat wat abnormaal of out of tune is. Of zoeken naar dat wat juist zo normaal is geworden dat het niet meer opvalt. Ik kreeg met dit onderzoek de unieke kans om te ontdekken op welke manier studenten van ROC Midden Nederland betrokken zijn bij het onderwijs en laten zien wat dit betekent voor je aanpak van studentparticipatie. Ik besef mij dat veel rapporten achteloos in een la worden geschoven. Dat risico is ook nu aanwezig. Toch heb ik goede hoop dat het ditmaal anders gaat: in de maanden dat we aan de slag gingen, is er al veel verandering in gang gezet. Gedurende het onderzoek werd de vraag naar hoe je studentparticipatie op een goede manier regelt, steeds urgenter. Nieuwsgierig zijn naar wat er leeft en speelt bij studenten, werd op ROC Midden Nederland steeds belangrijker. Young Inspiration vindt het belangrijk de stem van de student te laten horen. Dit onderzoek geeft inzicht in hoe studenten van ROC Midden Nederland denken over participatie. Over hoe en waarover zij graag meedenken. We schetsen de randvoorwaarden voor de inrichting van studentparticipatie. Dit rapport reikt adviezen aan die veelal met onmiddellijke ingang in te voeren zijn. Praktisch en concreet, zoals ook de student van nu het graag ziet. De mbo-student heeft mij in dit onderzoek echt verrast. In heel veel opzichten. Ze schitteren door openheid en eerlijkheid. Zij zijn nieuwsgierig, grappig, slim, spreken een duidelijke taal en zijn lekker eigenwijs. De studenten van ROC Midden Nederland stonden in dit onderzoek echt centraal. Bij elke stap waren studenten echt betrokken. Ik heb hen gezegd dat dit meer zegt over hen, dan over dit project. Zonder de grandioze inzet van deze studenten was dit onderzoek niks waard geweest. Laat dat ook de boodschap zijn van dit rapport: betrek studenten bij alles wat je doet, zorg dat je weet wat er leeft en speelt en laat je verrassen. Je mag met deze kleurrijke groep jongeren werken. Wees er met recht trots op! Vanuit oprechte interesse in gesprek gaan, is de sleutel tot soms onstuimige en vaak wondermooie verhalen van studenten. Als je echt naar ze luistert, vertellen ze je alles. Dan hoef je alleen nog nieuwsgierig te zijn naar de rest. En te ontdekken. Hetgeen onderzoek doen, maar ook het werken met deze groep jongeren, zo ontzettend leuk maakt. Voor nu: lees in dit rapport hoe studenten van ROC Midden Nederland denken over studentparticipatie. Dit rapport is bedoeld om vragen op te roepen en discussies over studentparticipatie te doen opleven. Ik hoop dat het verhaal van studenten bij velen leidt tot eyeopeners. Laat dit onderzoek het startschot zijn van een tijd waarin studentparticipatie hoog op de onderwijsagenda staat. Waarin je echt samen met studenten het onderwijs maakt. Het is mij daar om te doen geweest. Veel (lees)plezier! Marjolein de Jong Young Inspiration

3


4


Inhoud

7

Inleiding Hoofdstuk 1

Studentparticipatie, een open deur?

13

Hoofdstuk 2

Nieuwsgierig naar je studenten

18

Hoofdstuk 3 Betekenis geven aan studentparticipatie

28

Hoofdstuk 4 Een palet aan vormen

34

Hoofdstuk 5 Conclusies en How to’s

40

Dankwoord

50

Colofon

51

5

5


6


Inleiding

INLEIDING

Alle colleges zijn schoolgebouwen die op zichzelf functioneren en studenten in huis hebben die zij behoren te kennen. ROC Midden Nederland vindt het belangrijk te weten wat er leeft en speelt bij studenten. Dit vraagt om een nieuwsgierige houding naar wat studenten belangrijk vinden.

Welke vormen van studentparticipatie werken in het mbo en welke niet? Wat moet je allemaal regelen om mbostudenten te laten participeren? Wat is nodig om studentparticipatie in het DNA van je organisatie te krijgen? Hoe laat je studenten merken dat je echt nieuwsgierig bent naar wat zij te zeggen hebben? Hoe worden studenten partners, die volop meedraaien in de organisatie? Welke randvoorwaarden zijn kortom nodig voor succesvolle studentparticipatie?

Niets is wat het lijkt Tot aan de jaren 70 hadden studenten geen invloed op de besluitvoering van hun onderwijsinstelling. Bestuurders en docenten maakten de dienst uit en van inspraak was geen sprake. Eind jaren 60 ontstond er een maatschappelijke beweging die meer inspraak en democratie eiste. Wereldwijd roerde zich de protestgeneratie. Studenten sloten zich bij deze beweging aan en voerden steeds vaker actie. Dat leidde in 1969 tot de bezetting van het Maagdenhuis. Bij de acties in Amsterdam waren zo’n 700 studenten betrokken. Ze eisten democratisering en meer zeggenschap over vorm en inhoud van hun studie.

Misschien is je toekomstige collega er één. Of je aannemer, automonteur of kapster. Feit is dat je met ze te maken hebt of krijgt: de mbo’er. Een deel van hen start net aan de opleiding. Een ander deel sleutelt in de werkplaats, produceert zijn eigen lied of kookt keer op keer de lekkerste dagschotel. Wat kunnen we van deze generatie mbo-studenten verwachten? Hoe denken zij over participatie op school?

Vandaag de dag zwaait generatie Y de scepter, op de hielen gezeten door generatie Z. In vergelijking met de luidruchtige studentenprotesten van de protestgeneratie, voert de jeugd van tegenwoordig eerder een stil protest. Toch herhaalde de geschiedenis van de bezetting van het Maagdenhuis zich in 2015. Studenten kwamen ook toen in opstand voor meer invloed en inspraak op onderwijsbeleid. Zij willen meer te zeggen hebben over het onderwijs dat zij krijgen.

In Nederland is 40,2 procent van de beroepsbevolking middelbaar opgeleid. Een mbo-student kan kiezen voor een beroepsopleidende leerweg (bol) of een beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Op ROC Midden Nederland zitten op 1 oktober 2016 18.650 studenten. Dat is een groep die voor veel opleidingen nog flink zal groeien de komende jaren. Het beroepsonderwijs heeft de fraaie taak om deze grote groep jongeren klaar te stomen voor hun toekomst in een samenleving waar zij zo hard nodig zijn. Het beroepsonderwijs is een belangrijke pilaar waar onze samenleving op steunt. Omdat het beroepsonderwijs zo’n grote rol vervult, is het ook cruciaal dat het goed in elkaar zit en goed blijft werken. Bij het vervullen van die rol, speelt de student een cruciale rol. Het is van belang te weten wat zij wil en nodig heeft.

Het rapport van de commissie Democratisering en Decentralisatie dat in oktober 2016 verscheen ten behoeve van de Universiteit van Amsterdam, laat zien hoe je in het onderwijs studenten als stakeholders betrekt en welke organisatievorm daarbij past. Het meer betrekken van studenten bij het onderwijs, past helemaal bij de participatiesamenleving waar jongeren van tegenwoordig in opgroeien. In deze samenlevingsvorm wordt van iedereen die dat kan, gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving. In het onderwijs betekent dit dat je onderwijs samen met je studenten moet maken. Tegelijkertijd worden steeds meer studenten uitgedaagd om iets te vinden van datgene waar zij mee te maken hebben. Je kunt er als student niet meer omheen om je mening te geven.

De student als middelpunt Een onderwijsinstelling draait om haar studenten. Zij zijn het middelpunt van de organisatie. Alles wat je doet en inricht, doe je om het beste onderwijs te kunnen bieden aan je studenten. ROC Midden Nederland kent vier lagen in de organisatie: het CVB, twaalf colleges en het VAVO-Lyceum, managers en docenten. Dit ROC beoogt een ‘platte’ organisatiestructuur. Dat betekent onder meer dat beleid dat wordt gemaakt, studenten vaak direct raakt. ROC Midden Nederland kiest voor kleinschalig en persoonlijk onderwijs.

Bij de bezetting van het Maagdenhuis kwamen studenten van universitaire opleidingen in opstand. Studenten in het mbo hebben in vergelijking met deze studenten, dikwijls een grotere afstand tot beleid en onderwijsontwikkelingen. Ze bemoeien zich er niet snel mee. Hierdoor slaat hun ‘strijd’ minder heftig neer op school.

7


“Ik sta niet te springen om mijn mening te geven. Ik vraag me af of het de school interesseert wat ik vind.”

Studentparticipatie gaat in het beleid nog vaak uit van het creëren van medezeggenschap van studenten. Studenten willen dat er in onderwijs aandacht komt voor dat wat zij belangrijk vinden. Zij verwachten dat het onderwijs rekening houdt met hun wensen en ideeën.

Jack, 17, Medewerker ICT

Medezeggenschap is slechts een vorm van participatie. Een vorm die maar een heel klein deel van de mbo-studenten, die wij leerden kennen in dit onderzoek, raakt. Om een grote groep studenten te betrekken, zul je niet uit moeten gaan van medezeggenschap van een kleine groep, maar participatie van een veel grotere groep studenten.

Bij het uiten van ongenoegen en onrustgevoelens over de huidige manier van onderwijs, kiest de mbo-student op dit moment vaak voor een stil protest. De bruisende stroming van studenten die in opstand komen, mondt bij mbo-studenten vaak uit in een kabbelend beekje. Maar niets is wat het lijkt. Het kabbelende beekje is een metafoor voor veel mbo-studenten die wel betrokken zijn, maar dat nog niet altijd uiten. Studenten bruisen van ideeën en zitten vaak genoeg met klachten of onzekerheden. Zij maken zich vaak grote zorgen hun toekomst. School is belangrijk voor de toekomst van studenten. Daar wil je iets van vinden. Wat je voor onderwijs krijgt en van wie, raakt je voor de toekomst.

Studenten denken graag mee over het onderwijs op hun school, maar moeten daartoe wel uitgenodigd en uitgedaagd worden. Tegelijkertijd moet je als onderwijsinstelling ook met hun initiatieven en ideeën aan de slag (kunnen) gaan. Dit vraagt om een nieuwe kijk op de aanpak van studentparticipatie: niet kiezen voor een structuur van medezeggenschap, maar voor een cultuur van studentparticipatie (waar medezeggenschap slechts een onderdeel van is).

Het is niet ondenkbaar dat mbo-studenten ook in opstand komen tegen het onderwijs dat zij krijgen. Sterker nog: als je echt met ze in gesprek gaat uiten ze hun onrust en ongenoegen al. Studentparticipatie goed organiseren is geen luxe, maar echte noodzaak.

Hoe ziet studentparticipatie er volgens mbostudenten uit? Wat is nodig om studentparticipatie zodanig in te richten dat studenten niet alleen gevraagd worden om mee te denken met keuzes die gemaakt worden, maar ook zelf opstaan om hun mening te geven?

Je kunt in het mbo niet meer om de stem van je studenten heen. Je moet hen betrekken bij het onderwijs dat je hen biedt. Als je studenten weet te betrekken, laat je zien dat je de mening van je studenten belangrijk vindt en kun je beleid beter aansluiten op de wensen en behoeften van je doelgroep. Het idee is simpel: participatie heeft als doel jongeren te betrekken bij onderwerpen die hen aangaan. Onderwijsbeleid dat aansluit bij de belevingswereld van studenten heeft meer kans van slagen én leidt tot meer kwaliteit van onderwijs en tevredenheid bij studenten. Bovendien willen veel studenten meer invloed op zaken waar zij direct affiniteit mee hebben of mee te maken krijgen. Kortom, een win-win situatie voor een onderwijsinstelling en haar studenten.

De vraag in dit onderzoek Welke randvoorwaarden zijn nodig en welke keuzes moet ROC Midden Nederland maken voor de inrichting van studentparticipatie?

ROC Midden Nederland ziet studenten als partners op alle fronten. Dat betekent dat studenten mede aan het roer staan bij de vraag hoe het onderwijs eruit moet zien, inclusief alle voorzieningen daaromheen. De vraag is, hoe doe je dat? Op welke manier kun je studenten betrekken in keuzes die je maakt? Dit rapport geeft daar nu een antwoord op. De afgelopen maanden gingen we samen met studenten op onderzoek. In dit rapport lees je waarom mbo-studenten wel mee willen denken, maar het (nog) niet doen. Daarnaast brengt dit onderzoek randvoorwaarden in kaart die nodig zijn om mbo-studenten te betrekken bij het onderwijs.

Een nieuwe aanpak van studentparticipatie Succesvolle studentparticipatie staat bovenaan het verlanglijstje van ROC Midden Nederland. Bij heel veel onderwerpen die nu op de onderwijsagenda staan, wil je niet alleen weten wat studenten vinden en willen, maar wil je ook dat zij betrokken zijn bij de totstandkoming ervan. Dit vraagt om studentparticipatie.

8


Inleiding

Nieuwsgierig Het is onontkoombaar om de student meer centraal te zetten in het onderwijs. Het zit verweven in de strategie en maatschappelijke opdracht van de organisatie die ROC Midden Nederland liever vanaf vandaag, dan morgen wil zijn. Een onderwijsinstelling die dichtbij en benaderbaar is, die net zo goed kan luisteren als initiëren. Maar wat is nodig om niet alleen te roepen dat je de mening van studenten belangrijk vindt, maar dat je ook echt samen een koers uitstippelt? Dit vraagt om een andere omgang met studenten.

op ROC Midden Nederland, nog niet in de volle breedte te lukken. Om je aanpak te laten slagen, moet je op zoek naar vormen waarmee je de studenten echt raakt. Vormen waarmee je de mbo-student op ROC Midden Nederland betrokken krijgt bij het onderwijs dat je maakt. Geen blauwdruk Er is in dit onderzoek nadrukkelijk niet gekozen voor een blauwdruk waarin staat hoe studentparticipatie moet worden ingevuld. De invulling en uitwerking van studentparticipatie is voor verschillende colleges, teams en vraagstukken anders. Dit rapport laat zien hoe studentparticipatie werkt voor de student op ROC Midden Nederland. Een aanpak van studentparticipatie die samen met studenten nog alle kanten op te buigen is.

“We zijn niet gewend dat er gevraagd wordt wat wij van iets vinden. Daar moet je even aan wennen.” Jesper, 19, Sport- en Bewegingscoördinator

De aanpak Met dit project hebben we handen en voeten gegeven aan een nieuwe aanpak van studentparticipatie op ROC Midden Nederland. Er zijn vele opbrengsten. De belangrijkste op een rij: 1. Dé randvoorwaarden voor succesvolle studentparticipatie zijn in kaart gebracht. 2. ROC Midden Nederland heeft flink geoefend met (nieuwe) vormen van studentparticipatie. 3. De eerste stappen naar een participatiecultuur waarin je samenwerkt met studenten, zijn nadrukkelijk gezet.

Studenten meer betrekken bij het onderwijs vraagt om een nieuwsgierige houding naar wat zij willen. Hoe kijken studenten aan tegen wat ROC Midden Nederland al doet? Hoe kan het beter? Van welke vormen worden studenten enthousiast? Hoe zorg je dat ze willen meedenken? Welke onderwerpen zijn dan interessant? Een net zo belangrijke vraag daarbij is: willen studenten wel meedenken? Wat betekent participatie voor hen? Het vormgeven van studentparticipatie lijkt, behoudens enkele goedlopende voorbeelden

1. Op verkenning

2. Wandelganggesprekken

5. Beleidsmatig borgen van studentparticipatie

3. Co-creatie

9

4. Awareness actie


603 studenten gesproken op school

@

0 x te horen gekregen dat studenten niet mee wilden praten

50 mails ontvangen van studenten die spontaan ideeën of tips hadden

201 A4’tjes aan aantekeningen en observaties

12 colleges + VAVO-lyceum 19 studenten in een WhatsApp-groep

BBL & BOL

250 uur in gesprek met studenten

5 co-creaties met groepen studenten

BBL en BOL 21 Skype interviews

293 ingevulde tools Gesprekken met docenten, conciërges, kantinemedewerkers, managers, directeuren, het CvB, onderwijsondersteuners, begeleiders en nog veel meer

1 verrassingsinval bij het CvB

10


Inleiding

alles wat we deden in dit onderzoek, waren we heel dichtbij studenten. De basis voor het onderzoek ligt dan ook in de wandelganggesprekken die we op alle locaties, met een grote groep studenten, voerden. We stonden daardoor niet alleen in direct contact met de doelgroep, maar konden ook bepalende omgevingsfactoren meenemen in het onderzoek. Dat noem je inlevingsonderzoek.

Om de fundering van een bouwwerk goed te krijgen heb je plakmiddel nodig: cement. Dat cement is, als je spreekt over studentparticipatie, nieuwsgierigheid. De kracht van ROC Midden Nederland is om samen met haar studenten het onderwijs te maken. Vanaf deze fundering kun je verder bouwen aan de onderwijsorganisatie die je wil zijn. Dit project duurde 125 dagen en bestond uit vijf stappen die elkaar steeds deels overlapten. We kozen zorgvuldig voor vormen van onderzoek die aansluiten bij mbo-studenten. Altijd in een voor hen vertrouwde omgeving met communicatiemiddelen die zij zelf gebruiken. Zo zijn verhalen van studenten opgehaald. In dit onderzoek waren studenten bij elke stap direct betrokken. We hebben bewust een aanpak gekozen waarbij we toewerkten naar succesvolle participatie door direct met vormen van participatie aan de slag te gaan. Van A naar B via B. Door deze aanpak te kiezen, kies je voor een veranderstrategie waarbij je niet wacht op de adviezen, maar direct én samen met studenten en medewerkers van een organisatie aan de slag gaat.

Voor Young Inspiration zijn studenten, docenten, begeleiders, directeuren, conciërges en andere professionals die op ROC Midden Nederland werken met studenten van evenveel waarde geweest tijdens dit onderzoek. De enige voorwaarde om mee te doen is dat je nieuwsgierig bent naar de vragen in dit onderzoek. Wij vinden dat dit onderzoek niet kan zonder hen te betrekken. Door iedereen uit te nodigen om mee te doen, creëer je draagvlak nu en waarborg je dat uitkomsten straks makkelijker gedragen en gedeeld worden. Niet alleen initiëren, maar ook samen oppakken en doen.

Na amper drie maanden onderzoek heb je een legio data verzameld. Ontelbare ideeën, meningen, dromen en wensen van studenten. Wat zegt dat over de mogelijkheden voor de toekomst?

Het onderzoek is gedaan door jongerenonderzoeker Marjolein de Jong van Young Inspiration. Zij werd in dit onderzoek ondersteund door junior onderzoeker Feline Platzer. Dit onderzoek is heel bewust samen met studenten en medewerkers van ROC Midden Nederland opgezet en uitgevoerd. De aanpak is zo ontworpen dat je als onderzoekers het eigenaarschap niet ontneemt, maar juist mét de mensen van de organisatie aan de slag gaat.

Kwalitatief onderzoek Dit onderzoek is geheel kwalitatief van aard. We zijn op zoek gegaan naar verhalen die niet in cijfers te vangen zijn. We deden onderzoek aan de hand van een vooraf opgestelde topiclijst. De topics boden ruimte voor discussies en gesprekken over onverwachte onderwerpen die studenten zelf belangrijk vonden om te vertellen. De methoden van onderzoek zijn zorgvuldig gekozen samen met studenten en zijn aanvullend op elkaar. Alle gekozen vormen zijn vormen van studentparticipatie. We keken niet alleen naar de opbrengst, maar ook naar wat studenten van het gebruik van de vormen vonden. De gekozen vormen stonden niet muurvast. We hebben in de onderzoeksperiode ingespeeld op vragen, projecten en situaties die erom vroegen om methoden bij te slijpen.

Digitale tools Gebruik maken van digitale middelen was in dit onderzoek belangrijk, omdat het goed past bij de leefwereld van de doelgroep. We hebben een digitale tool ingezet om studenten te laten meedenken. Ook sociale media hebben tijdens dit onderzoek een grote rol gespeeld. Ideeën, tips en goede voorbeelden werden gedeeld via denkmee@rocmn.nl. Tijdens de hele projectperiode is een oproep getoond op beeldschermen in alle locaties van ROC Midden Nederland en zijn studenten opgeroepen om mee te denken. Een speciale WhatsApp-groep met studenten heeft een overstroomde mailbox voorkomen.

Naar de doelgroep toe De studenten van ROC Midden Nederland zijn niet moeilijk te vinden. Het enige wat je moet doen, is op hen afstappen. Young Inspiration heeft studenten opgezocht op school en tijdens schooltijden. We hebben ons ingeleefd in de student door ons letterlijk rondom hen te begeven. Dit deden we bijvoorbeeld door in de pauze bij studenten aan te schuiven, samen op het plein een broodje te eten, ons haar te laten doen in de salon op het Beauty College en ons door studenten te laten rondleiden op hun school. Bij

11


Voor wie

Leeswijzer

Dit rapport is geschreven voor ROC Midden Nederland. Het reikt inzichten aan over de werking van studentparticipatie volgens haar studenten, zichtbaar gemaakt via ideeën, meningen, dromen en wensen. De stem van hun studenten staat in dit rapport centraal. Dit rapport is daarnaast interessant voor iedereen die met mbo-studenten werkt en de ambitie heeft studenten meer en meer te betrekken bij het onderwijs.

Dit rapport is niet louter bedoeld als receptenboek voor dé goede aanpak van studentparticipatie. Het dient ook als inspiratiebron om meer met studenten in gesprek te gaan over het onderwijs. Dit rapport is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 1 gaat over het nut en de noodzaak van studentparticipatie. In hoofdstuk 2 verdiepen we ons in de studenten. Wat typeert hen en wat vinden zij belangrijk? Hoofdstuk 3 gaat over de betekenis die studenten geven aan studentparticipatie. Hoofdstuk 4 laat een palet aan vormen van studentparticipatie zien. Je ontdekt dat juist de combinatie van vormen die elkaar aanvullen, de sleutel tot succesvolle studentparticipatie is. Tot slot lees je in hoofdstuk 5 de conclusies en randvoorwaarden, zogeheten ‘how to’s’, waarmee je de student van ROC Midden Nederland écht kunt betrekken.

Verschillen tussen groepen In deze rapportage wordt gesproken over studenten als het over de hele onderzoeksgroep gaat. Bij een duidelijk en relevant onderscheid in leeftijd, college, niveau of opleiding wordt dat expliciet benoemd. Als we spreken over ‘studenten’, dan spreken we over studenten van ROC Midden Nederland. We gebruiken in dit rapport alleen ‘leerling’ als het om leerlingen van het VAVO-Lyceum gaat, omdat leerlingen dit zelf ook zo gebruiken. Wanneer we spreken over ‘colleges’ gaat het ook over het VAVO-Lyceum. Daar waar ‘hij’ staat, kan ook ‘zij’ gelezen worden, en andersom. Alle quotes komen uit de gesprekken die wij voerden met studenten van ROC Midden Nederland. Alle namen van studenten en docenten zijn gefingeerd. Door het hele rapport heen is de student aan het woord. Hun verhaal wordt hier verteld. Natuurlijk herkennen niet alle studenten zich in alle uitspraken. Dat kan gezien de enorme dynamiek en diversiteit op de colleges ook niet. Maar de uitspraken en uitkomsten in dit rapport staan niet op zichzelf maar gelden, mits niet anders aangeven, voor een hele grote groep studenten. Daar kan en mag je niet omheen.

12


1.

Studentparticipatie, een open deur?

Is studentparticipatie een open deur, of zou je nog veel meer deuren open kunnen zetten voor studenten? Wanneer weet je ĂŠcht wat studenten willen en nodig hebben? Wat is nodig om studenten uit te nodigen en uit te dagen om betrokken te zijn? Met een goede aanpak alleen, ben je er niet. De wens dat studenten betrokken zijn bij school is een open deur, de goede aanpak om dat voor elkaar te krijgen (nog) niet.

13


Hoofdstuk 1

Hoewel je studenten er niet wakker voor kunt maken, kruipt een gevoel ‘iets te willen zeggen’ steeds hoger op de to-do lijstje in hun schoolagenda.

Studentparticipatie start vanuit nieuwsgierigheid. Vanuit een houding dat je wil weten wat er in de ander omgaat. Als studenten meer betrokken zijn bij het onderwijs, gaat de de onderwijskwaliteit en de tevredenheid van studenten omhoog. Studenten moeten kunnen meedenken over zaken die hen op school aangaan. Wat betekent het echt als je studenten laat meedenken? Wat vraag je dan van studenten? Op welke manieren kan je dat aanpakken? Wat voor antwoorden krijg je dan? De deur naar studentparticipatie staat op ROC Midden Nederland overduidelijk open. De weg naar het goed regelen van studentparticipatie vraagt om randvoorwaarden. Daar gingen we in dit onderzoek naar op zoek.

Studenten hebben zeggenschap op allerlei onderwerpen en momenten op school. Sinds 2011 heeft iedere onderwijsinstelling volgens de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB) de wettelijke plicht om een medezeggenschapsstructuur te organiseren op school. Met deze wet beoogt het ministerie vooral een grotere rol van de studentenraad bij de kwaliteit van de opleidingen en het creëren van een kwaliteitscultuur. Dit geldt ook voor ROC Midden Nederland. Er is een noodzaak invulling te geven aan de wettelijke plicht ten aanzien van instemmingsrecht, initiatiefrecht, informatierecht en adviesrecht. ROC Midden Nederland wordt geacht expliciet over deze rechten te communiceren met studenten.

Tegenstribbelen Dit project is niet door iedereen met luid gejuich ontvangen. Er werd zeker in het begin, flink tegengestribbeld. ‘Studenten betrekken, dat doen we toch al?’, ‘ik heb toch een studentenraad, het is toch goed geregeld’, ‘stupide, dit kunnen we zelf’, ‘ik hoef er niks mee, het gaat niet over mij’, ‘waarom heb ik dit nodig’, ‘studenten betrekken, dat is helemaal niet moeilijk’.

De minister heeft met de wet beoogt dat onderwijsinstellingen gedwongen worden studenten te betrekken bij hun school en opleiding. De wet- en regelgeving die gepaard gaat met deze wet is in het belang van studenten. De wetgever heeft de wet willen vastleggen om studenten te beschermen. Juist omdat het niet voor alle onderwijsinstellingen en haar medewerkers vanzelfsprekend is om studenten te betrekken.

Op een goede aanpak van studentparticipatie in je organisatie is niemand tegen. Met dit onderzoek willen we laten zien wat het oplevert als je door de ogen van studenten kijkt naar de aanpak van studentparticipatie. Ook al is je aanpak oogwaarschijnlijk prima in orde, is dat volgens de student ook zo? Wat vinden studenten belangrijk? Hoe kun je samen met studenten aan de slag en zorgen dat jij en je studenten het beste in elkaar naar boven halen?

De wet om studenten medezeggenschap te geven, is zo gek nog niet. De wet is er niet voor niets. Met de wet in de hand, kun je niet meer om de stem van studenten heen. Of de wet ook doet wat het beoogt, hangt af van een heel belangrijke voorwaarde die eraan vastzit. Medezeggenschap organiseren heeft namelijk niet automatisch tot gevolg dat je studenten in de breedte van je organisatie laat participeren. Het is een vorm van studentparticipatie die, in haar huidige vorm, voor het grootste deel van de mbo-studenten zelfs ongeschikt is.

Overbodig of nodig Als tegenhanger voor de ‘niets-aan-de-hand-houding’, zijn er meer dan voldoende redenen om juist wél aan de slag te gaan.

“Het mbo is echt anders dan het hbo. Het is op het mbo minder normaal je mening te geven.”

Een urgente vraag Tijdens het project bood een grote groep studenten zich spontaan aan om mee te denken. Ook klopten steeds meer medewerkers aan voor advies omdat ‘zij iets met studenten wilden’, maar niet goed wisten hoe je dat doet. De vraag hoe je student betrekt bij allerlei vraagstukken die spelen in het onderwijs, is vandaag de dag een urgente vraag op ROC Midden Nederland.

Shamila, 21, Sociaal Werk

Uiteindelijk wordt ROC Midden Nederland beoordeeld op opzet, bestaan en werking van studentenparticipatie. Hoe kun je zorgen dat studenten zich optimaal uitgenodigd en uitgedaagd voelen om te participeren, zonder dat medezeggenschap de basis is van hoe je studenten betrekt?

Zeggenschap of participatie Medezeggenschap is in eerste instantie een behoorlijk gááááp-onderwerp, zeker voor studenten. Veel studenten dromen niet weg bij de gedachte invloed te kunnen uitoefenen op het onderwijsbeleid.

Naïef Het is naïef om te denken dat als je studenten vaker vraagt om mee te denken, zij dat ook in grote groepen doen. Veel studenten gaan pas participeren

14


Studentparticipatie, een open deur?

als het gaat over concrete onderwerpen die hen direct aangaan op school. Vaak genoeg reageerden studenten verbaasd als we hen vroegen naar hun ideeën over hoe zij kunnen meedenken. Zij vroegen zich af of het echt anders kan. Voor een grote groep studenten is betrokken zijn bij school niet vanzelfsprekend. Zij willen gewoon dat het goed geregeld is op school. Je moet goed weten welke onderwerpen je voorlegt aan studenten en op welke manieren je hen betrokken krijgt om daarover mee te denken. Het gaat overduidelijk niet vanzelf.

Natuurlijk wordt studenten tijdens hun studie om hun mening gevraagd. Het punt dat veel studenten willen maken, is dat zij niet het gevoel hebben dat het zinvol is je mening te geven. Als zij iets aankaarten, wordt er in hun ogen niet geluisterd of er wordt niets mee gedaan. Een terugkoppeling ontbreekt te vaak. Studenten hebben dan geen idee of er iets met hun klacht of idee is gedaan.

‘’Als er niets mee gebeurt, hoef ik mijn mening niet te geven.’’

Nauwelijks een podium Veel studenten willen wel, maar weten niet hoe je je mening kunt geven. Natuurlijk betrekt ROC Midden Nederland haar studenten bij van alles en nog wat. Zeker als je wat verder rondkijkt in de colleges, vind je veel vormen en momenten waarop studenten geraadpleegd worden.

Merel, 18, Filiaalmanager

Een grote groep studenten bekruipt vaak de gedachte dat hun mening er niet toe doet. Naarmate studenten langer op school zitten, wordt het lastiger om hun mening over het onderwijs nog bij te schaven. Met name studenten die al twee of drie jaar op school zitten, hebben al veel meegemaakt met en op school. Hun idee over participatie is al gevormd. Hen moet je meer uitdagen om te praten dan studenten die net komen kijken. Het geloof dat er echt geluisterd wordt is bij deze groep studenten haast weg.

Studenten hebben op dit moment op tientallen manieren inspraak. De JOB-monitor is daar een voorbeeld van. Elke twee jaar doet JOB onderzoek naar de tevredenheid van mbo-studenten. Dit onderzoek heet de JOB-monitor. Uit de resultaten van 2016 blijkt dat studenten van ROC Midden Nederland best tevreden zijn over het onderwijs dat zij krijgen. Op de vraag of zij meer betrokken zouden willen zijn bij hun school, antwoorden studenten niet bij meerderheid volmondig met ‘ja’. Dit komt niet omdat zij niet betrokken zijn, maar zo blijkt uit dit onderzoek, studenten niet zien op welke manier zij kunnen participeren.

“Het blijven de ouderen hier die het voor het zeggen hebben. De plannen verander je niet zomaar als student.” Henny, 19, Monteur Elektrotechnische Installaties

Veel studenten willen meer invloed op zaken waar zij direct affiniteit mee hebben of mee te maken krijgen op school. De bestaande medezeggenschapsstructuur biedt daar nauwelijks een podium voor. Het gevolg is desinteresse en gebrek aan bereidheid om mee te denken. Maar ook dat als je de studenten oproept mee te denken, je nu vaak alleen de usual suspect bereikt.

We zien genoeg jongeren weglopen als het gaat over studentparticipatie. Hen kun je niet betrekken door louter een uitnodiging te sturen. Waar heb je als student echt invloed op? Luister je alleen naar studenten, of laat hen je ook meebeslissen over beleid dat je maakt? Hoe doe je dat dan? Studenten willen het eerst zien, voor ze het gaan geloven. Je moet aan de slag om studentparticipatie een prominente plek te geven in het onderwijs. De studenten laten zien dat je hen serieus neemt en dat hun mening ertoe doet. Dat begint met te herkennen en erkennen dat het nodig is om studenten meer en vaker te betrekken bij het onderwijs. Zonder overtuiging dat het tijd is studentparticipatie een boost te geven en te beslissen hoe je dat doet, wordt alle inspanning onnodig afgeremd.

Niet luisteren Veel studenten geven in de gesprekken met ons aan dat er niet goed naar hen geluisterd wordt. Een groot deel van de studenten is tevreden. Een even zo groot deel van de studenten geeft aan teleurgesteld te zijn in de manier waarop je nu kunt meedenken over het onderwijs dat je krijgt. Er wordt volgens hen niet echt geluisterd naar de mening van studenten.

Dichte deuren Het klinkt zo mooi als je zegt dat je als onderwijsinstelling altijd je deuren openzet voor je studenten. Dat ze altijd bij je terecht kunnen. Observaties tijdens onze bezoeken verraden dat de praktijk in veel gevallen anders is. Deuren waren vaker dicht, dan dat ze openstonden. Veel studenten die we spraken, gaven aan van het kastje naar de muur

“Ik krijg dit jaar mijn diploma. Ik heb zo vaak gezegd wat er niet goed ging of tips gegeven, maar er is nooit geluisterd.” Zaid, 18, Gereedschapmaker

15


Hoofdstuk 1

Uiting van protest Veel studenten die wij in dit onderzoek spraken, zien participatie niet als iets positiefs of iets wat hen helpt. Meedenken wordt door studenten vaak geassocieerd met een klacht. Studenten komen vaak pas in actie, als er in hun ogen een probleem is. Studenten die alles prima vinden op school of die het gevoel hebben dat meedenken geen zin heeft, laten zich niet snel zien en horen.

te worden gestuurd en vaak het gevoel te hebben voor een dichte deur te staan.

“Het lijkt soms alsof je tegen een muur oploopt. Dat er niet naar ons geluisterd wordt.” Melvin, 30, Betonreparateur

Studenten gaven in de gesprekken aan dat de drempel om op docenten af te stappen met je mening, best groot is. Docenten zijn voor diezelfde studenten dé personen op school zijn die het meest dichtbij hen staan. De docenten waarover zij spreken, geven op hun beurt aan dat ze heel toegankelijk zijn. Je kunt het wel zeggen, maar in de praktijk bereik je je doelgroep dus niet. De weg om je mening te geven, bevat nog veel hobbels. De meeste studenten weten niet eens bij wie ze terecht kunnen. Laat staan bij welke deur ze dan moeten zijn. Hier is werk aan de winkel.

“Zolang alles goed gaat, hoef ik ook niet in opstand te komen.” Jason, 18, Manager Ondernemer Horeca

Als je nu een uitnodiging stuurt aan studenten om mee te denken, bereik je voor een groot deel die studenten die ontevreden zijn en iets willen veranderen. Met studentparticipatie wil je studenten ook uitdagen hun ideeën, meningen, dromen en wensen te delen zonder dat zij ontevreden zijn. Je wilt studenten zeggen: op school zijn wij nieuwsgierig naar wie jij bent en wat jij belangrijk vindt. Je zult je in je aanpak voor studentparticipatie ook moeten richten op die groep die minder snel in actie komt.

Schijnparticipatie Dit onderzoek ontdekte dat veel colleges zich achter een bepaalde vorm van participatie verschuilen of teruggrijpen op enkele acties die genomen zijn om studenten te betrekken. Studenten informeren over je beleid of oproepen om mee te denken, is nog geen participatie. Een vaak genoemde actie om studentparticipatie goed te regelen, is het hebben van een studentenraad. Een studentenraad staat in veel gevallen symbool voor studentparticipatie. Slechts vier van de twaalf colleges op ROC Midden Nederland hebben op het moment van dit onderzoek een studentenraad. Sommige colleges zijn ermee bezig, andere vragen zich af of het nodig is en weer andere colleges worstelen met de huidige aanpak. Het feit dat niet ieder college een studentenraad heeft, zegt iets over de investering die het kost om het goed op te zetten.

Rugdekking Deuren gaan steeds verder open voor een nieuwe aanpak van studentparticipatie. Dit hoofdstuk is niet voor niets opgenomen in dit rapport. Zonder te weten waarom je zoekt naar de randvoorwaarden, loop je in de uitvoering van studentparticipatie al een paar passen achter. Het ‘tegenstribbelen’ bij de start van het project, mondde uit in een project waarvoor deuren steeds meer opengingen. Rugdekking voor dit project werd in de organisatie sterker en sterker. In een mum van tijd draaide het project studentparticipatie op volle toeren. We werden met elkaar steeds nieuwsgieriger hoe studentparticipatie goed werkt voor de mbo’er, juist omdat we keer op keer zagen dat dat nog niet vanzelfsprekend is.

Dit rapport stelt dat het starten van een studentenraad niet je eerste prioriteit zou moeten zijn als je het hebt over studentparticipatie. Het bouwen aan een studentenraad en het in bij elkaar houden van die groep studenten, is een hele klus. Slaag je daarin, dan betekent het niet dat je studenten echt betrekt en weet wat studenten op jouw college willen en nodig hebben. Daar zijn aanvullende en andere vormen voor nodig. Als we spreken over succesvolle studentparticipatie kun je niet leunen op een kleine groep studenten. De uitdaging om studenten te betrekken die niet meteen opstaan als hen iets gevraagd wordt, is veel groter. Je moet niet de schijn van participatie wekken, maar zorgen dat je een grote groep studenten laat meedenken met het onderwijs dat je maakt.

Het volgende hoofdstuk neemt je mee in de wereld van studenten van ROC Midden Nederland. Hoe denken mbo’ers over zichzelf? Wat typeert hen? Wat vinden zij belangrijk op school? Studenten geven in hoofdstuk twee zelf de antwoorden.

16


Studentparticipatie, een open deur?

Grote regendruppels druipen van Mark zijn regenjas als hij de school in rent. Hij schudt de regen uit zijn haren en ploft neer op een bankje. Mark bestudeert de voor hem nieuwe omgeving goed. ‘Zijn’ ICT-college is dit jaar verhuisd. Mark zit sinds een paar maanden op de Hogeschool Utrecht, een overstap die hij niet makkelijk vindt. Hij vertelt dat het veel zwaarder is dan hij dacht, maar dat er een stuk meer uitdaging te halen valt. Diederik nam deel aan de studentenraad op school. Hij heeft nooit het gevoel gehad dat hij echt mee mocht beslissen. Hij lacht en vraagt mij of ik anders had verwacht. Soms had Mark het idee dat de studentenraad naar de gepresenteerde plannen mocht kijken. Echt serieus genomen heeft hij zich echter nooit gevoeld. ‘We hebben nooit ergens invloed op gehad’, zegt hij. ‘Volgens mij wisten ze niet wat ze met ons aan moesten. Ons werd soms wat gevraagd, maar soms ook weken niet.’ Mark drukt zijn handen stevig in het bankje en staat op. ‘Zal ik je rondleiden door mijn school? Ik ken de weg hier niet, maar laten we gewoon een rondje lopen.’

17


2.

Nieuwsgierig naar je studenten

Studenten vertellen graag over hun leven op en buiten school. Ze vinden het belangrijk, voor met wie zij omgaan op school, meer te zijn dan alleen student of klasgenoot. Om goed aan te kunnen sluiten bij je doelgroep, moet je ook weten wie zij zijn. Wat typeert hen? Hoe zien zij zichzelf? Wat zouden studenten gelijk aanpakken als zij een dag de baas op school zouden zijn? We benoemen daarbij in dit hoofdstuk de verhalen die studenten zelf belangrijk vinden te vertellen.

18


Nieuwsgierig naar je studenten

Met een diepe zucht gooit Henk zijn grijze werkkloffie, dat aan het begin van zijn schooldag nog wit geweest moet zijn, over een de vier plastic stoelen in de kantine. Met een dof geluid gooit hij zijn tas op tafel en ploft neer. Hij ondersteunt met zijn ene hand zijn hoofd en plaatst zijn elle boog op tafel. Met zijn andere hand schudt hij stevig door zijn haren, waardoor het zaagsel langzaam op de grond dwarrelt. Buiten is het herfst. Henk vertelt over zijn weekend dat over exact 30 minuten begint. Hij gaat stappen met Michael. Ik weet na enkele minuten dat Michael net vader is, net als Henk van housemuziek houdt en kneppelharde spierballen heeft. Henk peutert twee stukjes vastgeplakt zaagsel van zijn pols. Het irriteert hem en hij vraagt of hij mijn inmiddels verfrommelde servet mag lenen. Zijn droge lippen verraden dat hij dorst heeft. Terwijl Henk het zaagsel loswrikt van zijn pols, wijs ik naar de frisdrankautomaat en gebaar de vraag of hij iets wil drinken. Hij gooit met zijn zaagselvrije hand een leeg flesje cola omhoog. Ik weet genoeg. Wanneer ik weer naast Henk zit, begin ik over zijn week. Hij is vandaag op school. De rest van de week werkt Henk bij een scheepsbouwbedrijf in Utrecht. Daar hoopt hij nog jaren te werken. Henk houdt van zijn vak. Hij wil meubelmaker worden. Na een korte, maar onbetwistbare stilte verbetert Henk zichzelf: hij wil geen meubelmaker worden, hij is het al! Henk volgt de opleiding Machinaal Houtbewerker. Hij vertelt met een glimlach van oor tot oor dat hij goed is in zijn werk. Het eelt op zijn vingertoppen verraadt zijn harde werken. Naar school gaan, moet. Nodig is het volgens Henk niet echt. Je hebt je diploma nou eenmaal nodig. Henk wil gewoon aan de slag, zijn inmiddels zaagselvrije handen uit de mouwen steken. Hij heeft het naar zijn zin op school, zijn klasgenoten zijn aardig, maar het zijn niet zijn vrienden. Hij wordt naar eigen zeggen lekker beziggehouden op school, maar echt iets leren is er niet bij. Leren doet hij in zijn werk wel. Henk is op school om zijn diploma te halen. Met zijn hand maakt Henk een golvende beweging. De golven zijn voor hem de hobbels. Hij hoopt er zo min mogelijk tegen te komen dit jaar op school en makkelijk door het jaar te fietsen. ‘Mijn leven is al moeilijk genoeg’, zucht hij. Henk vertrouwt mij toe dat zijn ouders net gescheiden zijn. Hij heeft het er moeilijk mee. Op school praat hij er amper over. Sowieso is Henk geen prater. Vindt hij. Rusteloos tikt Henk met zijn rechtervoet op de grond. Hij vertelt over een docent die hem had geappt op een dag dat hij niet naar school kwam: de ochtend na de avond dat zijn vader vertelde dat zijn moeder vannacht in een hotel ging slapen, kon Henk echt zijn bed niet uitkomen. Docent Jaap had van Henk netjes een mail gehad. Zijn stoel zou leeg blijven vandaag. In plaats van een mail, ontving Henk een app waarin Jaap hem sterkte wenst. In de stroeve zak van zijn spijkerbroek vist Henk naar zijn telefoon. Hij beweegt met zijn wijsvinger over zijn app berichten. Henk laat mij met trots het bericht van Jaap lezen. ‘Echt de meest fijne docent die ik ken’, zegt Henk. ‘Hij weet gewoon wat ik nodig heb.’ Zijn telefoon legt hij op tafel. Het scherm wordt weer zwart. Het bericht verdwijnt. Een vast origineel witte, maar nu gitzwarte bezem zwenkt richting onze voeten. De school is verlaten. Wij en de schoonmaker zijn nog aanwezig. Met twee inmiddels halflege flesjes cola. Henk zijn telefoon licht op. Michael appt dat hij op de parkeerplaats staat. Waar Henk blijft. Ze gaan samen eerst wat snacken. Een goede bodem voor de rest van de vast lange nacht. Onze tijd is ruim op. 30 minuten is al een uur geworden. Zomaar snel voorbijgevlogen. We lopen naar buiten. In dit verlaten schoolgebouw is niets meer te zoeken vandaag. Henk steekt zijn hand uit en geeft een ferme high five. Ik deins wat achteruit. ‘Succes’ zegt hij, ‘hoop dat je iets aan mij hebt gehad’. Ik knipoog, zeg dat dat zeker zo is en wens hem een knallend weekend. Met snelle passen loopt hij naar de grijze golf van Michael. Ze toeteren en zwaaien. Ik roep nog ‘dankjewel.’ Tevergeefs, maar toch heel hard. Ik steek mijn duim op en lach. De housemuziek verdwijnt plots als ze de hoek omgaan. Hoppa, het weekend is begonnen.

19


Hoofdstuk 2

Studenten anders leren kennen

gerelateerd aan hun studie. Een bijbaan hoort er voor hen gewoon bij. Studenten geven aan te moeten werken naast hun studie. Vooral bij uitwonende studenten is de druk om te werken groot. De studie is voor studenten belangrijker dan hun bijbaan. Veel studenten zeggen naast hun studie en bijbaan weinig tijd over te hebben voor andere dingen.

Het is onmogelijk in dit rapport recht te doen aan alle verschillen tussen studenten. Studenten op de opleidingen delen dat zij erg van elkaar verschillen. Er is veel diversiteit in eigenschappen, achtergronden, interesses en talenten.

Veel studenten komen van ver. Ze reizen soms meer dan anderhalf uur om op school te komen. Juist omdat je zo ver moet reizen, ben je blij als de schooldag erop zit en je naar huis kunt. Er is geen reden om na je lessen op school te blijven. Studenten die dichtbij school wonen, voelen zich meer verbonden met school. Ze zeggen langer op school te blijven en meer studenten te kennen uit de buurt.

“Er zitten hier zoveel verschillende niveaus, opleidingen en type studenten door elkaar. Maar dat maakt deze school ook zo tof!” Victor, 20, Medewerker Administratie

Druk, druk, druk Studenten van tegenwoordig zijn druk. Druk met hun bijbaan, sport, hobby, familie, vrienden en natuurlijk hun studie. Vrienden, partners en familie zijn voor studenten in dit onderzoek de belangrijkste personen in hun leven. Een prettige thuissituatie (op kamers of thuis) zorgt ervoor dat je je goed kunt concentreren op je studie. Het is voor studenten belangrijk dat het thuisfront achter de keuze voor je studie staat.

Samen leren Studenten geven aan het beste samen met medestudenten te leren. Ze vragen elkaar veel en wisselen informatie onderling uit. De studenten die zichzelf goed kunnen motiveren, vinden elkaar in groepsopdrachten terug. Je haalt het meeste uit je studie als je samenwerkt met andere enthousiaste studenten. Je hebt op school veel aan je klasgenoten. Naarmate studenten verder in de studie komen, wordt het hebben van een vriendengroep op school volgens studenten belangrijker. Je bent op school niet graag alleen. Studenten zoeken elkaar bewust ook buiten de les op. In de les leer je, in de pauze ontspan je. Ontspanning op school is belangrijk. Dat helpt je om goed te leren.

Een goede klik met je klasgenoten helpt om je fijn te voelen op school. Klasgenoten die je graag mag, zijn op school je vrienden. Deze groep vrienden maak je niet voor je leven lang. Je brengt er nu veel tijd mee door. Met je klas heb je een hechte band, of niet. Je moet een beetje geluk hebben met je klas. Het is belangrijk dat je tussen de klas past. Een leuke klas is een voorwaarde om je op school thuis te voelen. Studenten hebben de neiging om ergens bij te willen horen. Je zoekt als student bevestiging voor wie je bent en wat je doet. Je klas is hierbij van grote invloed.

Veel eerstejaarsstudenten zeggen dat de overgang van het voorgezet onderwijs naar het mbo groot is. Dit ligt deels aan een andere manier van lesgeven, maar ook aan het krijgen van nieuwe vrienden en klasgenoten. Doeners Het middelbaar beroepsonderwijs leidt studenten op voor een beroep. In het mbo-onderwijs staat de praktijk centraal. Mbo’ers zijn echte doeners. Studenten zijn energiek en noemen zichzelf net stuiterballen. Ze willen op school aan de slag en zijn na schooltijd graag bezig met van alles en nog wat.

Studenten geven aan dat er een duidelijk onderscheid is tussen vrienden binnen en buiten school.

“Mijn studiegenoten zijn niet mijn stapmaatjes. Je ziet elkaar op school al meer dan genoeg.” Robert, 18 jaar, Sport- en Bewegingsleider

Studenten zijn op school het liefst met de praktijk bezig. Niet meer in een klassiek lokaal, maar in de echte praktijk of moderne praktijklokalen met levensechte opdrachten. Leren doe je volgens studenten het beste door te doen en te beleven.

Veel studenten doen minimaal aan één sport. Ze vinden het belangrijk samen met vrienden te sporten en gezond te zijn. Een kleinere groep bespeelt een instrument of is in cultuur geïnteresseerd. De studenten die zich hiervoor minder interesseren, zeggen hier van huis uit en op school ook minder mee in aanraking te komen. Daarnaast werken studenten gemiddeld zes tot tien uur per week in de supermarkt, als oppasser, in een winkel of iets

“Ik ben niet goed met boeken, maar ik ben goed met stenen.” Brian, 17, Metselaar

20


Nieuwsgierig naar je studenten

Digitale detox Terwijl de vorige generatie studenten zich nog een internetloos bestaan kan herinneren (en dit soms mist), kent de student van nu geen smartphoneloos en wifivrij tijdperk. We vroegen studenten in de gesprekken naar hun mediagebruik. Zij gebruiken media vooral om te ontspannen, informatie op te zoeken en in contact te blijven met vrienden. De student van nu heeft veel middelen tot zijn beschikking. Niet alle jongeren gebruiken die apparaten intensief, maar ze vinden het wel belangrijk om ze te hebben. Studenten zijn opgegroeid met deze technologie en lijken er erg vertrouwd mee.

De meeste studenten zien zichzelf als leerlingen en niet als studenten. Op school kom je niet studeren, maar leren. Studeren zien studenten als het opdoen van kennis. Leren is in hun ogen veel meer te weten komen hoe een vak werkt. Opvallend is dat hoe minder tijd studenten in de schoolbanken zitten, hoe meer zij het gevoel hebben te leren. Leren doen zij in de werkplaats, de kapsalon of tijdens sportlessen, maar ook tijdens hun stage of op hun werkplek. Studenten die minder dan een jaar te gaan hebben met hun studie, geven er de voorkeur aan als student aangesproken te worden op school. Leerlingen van het VAVO-lyceum zien zichzelf als leerlingen die naar school gaan. Voor hen is studeren ook nog niet aan de orde. Interessant is wel dat zij mbo’ers wel als studenten zien.

Studenten geven aan hun docent vaak te moeten helpen met technologie in de klas. Dat vindt het gros van de studenten niet erg.

“Als leerling op het VAVO ga je gewoon naar school, als mbo’er studeer je.”

“We weten niet beter dan dat techniek nodig is om te leven. Logisch dat wij er meer van weten.”

Stan, 20, gaat voor zijn havodiploma

Maurice, 20, Ontwerpend Meubelmaker

Mondig Je zou zeggen dat studenten mondig genoeg zijn om hun mening te geven. Het wordt van jongs af aan ingeprent om van alles wat te vinden. Toch is het niet vanzelfsprekend om je mond open te doen. Je mond houden is, voor veel studenten, makkelijker dan zeggen wat je dwars zit.

Bij studies waar studenten meer in hun vak met techniek te maken hebben, is het minder normaal dat je de docent helpt met techniek in de klas.

“Mijn docent leidt mij toch op voor ICT-specialist. Dan moet hij dat zelf ook zijn.”

Naarmate je langer op school bent, voel je je vrijer om iets te zeggen of te vinden. Ook het niveau van je opleiding is bepalend voor de mate waarin je op school zegt wat je vindt. Hoe lager het niveau van de opleiding, hoe minder studenten denken dat hun mening ertoe doet.

Irene, 18, ICT-Beheerder

Het is voor studenten vanzelfsprekend dat je altijd en overal bereikbaar bent. Je wilt niets missen. Dat geldt dus ook als je op school bent. Een uur in

21


Hoofdstuk 2

Er wordt op je opleiding niet aan je getrokken, maar wel op je gelet. Je bent op school om je diploma te halen en je moet dat zelf doen.

de les, is een uur niet bereikbaar. Studenten willen ook in de les bereikbaar zijn, maar realiseren zich goed dat zij dan afgeleid worden van ‘belangrijkere’ zaken zoals huiswerk maken of leren.

“Ik leer door mijn opleiding tegenslagen te overwinnen.”

Hoewel studenten zich veel online bewegen, volgen de meesten hun school niet online. Contact met je school heb je liever niet op online platforms waar je ook je vrienden ontmoet. Studenten denken wel dat online platforms als Instagram, Snapchat en WhatsApp handig zijn om op de hoogte gehouden te worden over nieuws van school, roosterwijzigingen of huiswerk. Interactief wordt het dan volgens hen niet. Je komt er alleen voor informatie. Op die manier is het in de ogen van studenten gescheiden van wat zij met hun vrienden bespreken.

Yassin, 17, Performer Theater

Waar we de student van nu voor opleiden, is niet altijd duidelijk. De banen die nu voor het oprapen liggen, kunnen volgend jaar verdwenen zijn. Maar juist daar leid je studenten voor op. Mbo’ers worden gezien en aangesproken als studenten, maar je krijgt ze vaak als leerling binnen. Je hebt als school de taak ze te begeleiden om gedrag te ontwikkelen die jij vindt passen bij de mbo-student. Dat vraagt om steengoede begeleiding op school.

De student van nu is veel online. Toch volgen maar weinig studenten hun school op sociale media. Je kunt hier wel wat aan doen. Zorg dat je als school berichten van studenten deelt. Dit vinden studenten speciaal. Je vergroot daarmee de kans dat studenten jou online gaan volgen. Studenten geven ook de tip om de accounts af en toe uit handen te geven of daar een apart account voor in het leven te roepen. Studenten kunnen dan op hun manier laten zien en horen wat zij belangrijk vinden om te vertellen.

De rol van docenten De mening van studenten over hun school is sterk afhankelijk van de omgang met docenten. Hoe komt het toch dat docenten en studenten vaak ontevreden zijn over elkaar? Studenten die klagen dat de docent hen niet serieus neemt, of niet genoeg uitleg geeft. Docenten die hun studenten juist als veeleisend of claimend ervaren. Bijzonder, want docenten willen hun studenten goed onderwijs geven en voor veel studenten zijn docenten de belangrijkste personen op school. Hoe kan het dan dat ze toch regelmatig op elkaars tenen staan?

School biedt naast gezelligheid een omgeving met duidelijk kaders, regels en minder afleiding dan thuis. Op school zouden studenten het niet erg vinden om wat minder online te zijn. Van een strenge docent die zegt dat je telefoon vandaag in de tas blijft en uitlegt waarom dat beter is, kijken studenten niet raar op. Zij vinden dit zelfs prettig.

Een goede docent is volgens studenten een goed verhalenverteller. Veel docenten hebben passie voor hun vak. Ze hebben plezier in wat ze doen en stralen dit uit. Als docenten dat hebben, kun je volgens studenten ook meer genieten van de les. Je hebt er dan extra zin in. Er zijn ook docenten die geen zin lijken te hebben in de les. Zij zijn volgens studenten vaak gestrest.

Niet goed begeleid Veel studenten die wij spraken hebben echt het gevoel op hun tenen te lopen. Er moet voor hun gevoel van alles. Ze ervaren een grote druk om alles te doen wat er van hen gevraagd wordt.

Een goede docent is een docent die met beide benen in de praktijk staat. Vooral concrete praktijkvoorbeelden in de lessen spreken tot de verbeelding. Een docent kan studenten daarmee inspireren.

“Studeren is zwaar. We hebben veel aan ons hoofd.” Evelien, 18, Zelfstandig Werkend Kok

Buiten school spelen er genoeg leuke en minder leuke dingen in het leven van studenten. Dat is niet altijd bekend op school. In de ogen van veel studenten is er steeds minder tijd om echt naar elkaar te luisteren.

Weten waarom je leert en wat je leert is voor studenten belangrijk. Studenten geven aan dat het belangrijk is een doel voor ogen te hebben aan het begin van het jaar, maar ook aan het begin van ieder lesuur. Als de relevantie ontbreekt, daalt de motivatie bij studenten.

Er wordt volgens studenten een groot beroep gedaan op het verantwoordelijkheidsgevoel en de zelfredzaamheid van de soms 15- of 16-jarige studenten. Dit wordt je volgens studenten vanaf de dag dat je je inschrijft voor je opleiding ingeprent.

De student van nu leert 24/7 van wat je op school leert op allerlei plekken en in allerlei vormen. Studenten kun je leren om zich bewust te worden hoe ze leren, wat ze leren en van wie ze leren. Waarom is dit vak nuttig? Heb je er later iets aan of is dit nu

22


Nieuwsgierig naar je studenten

Twijfelaars Veel studenten geven in de gesprekken aan dat ze twijfelen of ze een goede studiekeuze hebben gemaakt. Bezig zijn met dat wat je leuk vindt, is veel minder zwaar. Twijfelen geeft meer druk op je studie.

tijdverspilling? Speel in op de actualiteit. Wat speelt er in de wereld van studenten en wat kun je daar op school mee?

“Ik heb het zo druk. Een les moet nuttig zijn, anders zit ik hier voor niks.”

“Wat ik precies ga doen weet ik niet. Ik zit nu op de kappersopleiding, maar ik vind iets met dieren of dansen ook leuk.”

Kasper, 20, Veiligheid en Vakmanschap

Docenten laten je veel zelfstandig werken in de les. Veel studenten geven aan meer uitleg te willen om goed zelf aan de slag te kunnen. Docenten zijn volgens studenten goed in hun vak. Een grote groep docenten weet volgens studenten echter niet goed studenten op het puntje van hun stoel te krijgen. Dit komt volgens hen vooral omdat zij niet weet wat er leeft en speelt in het leven van een mbo’er.

Priscilla, 18, Allround Kapper

Studenten die zeker zijn van hun studiekeuze, zijn een stuk serieuzer bezig met hun studie en de opdrachten. Deze groep kan zich ergeren aan de studenten die dat niet doen. Om tot een goede studiekeuze te komen, bezochten studenten de open- en meeloopdag van de colleges. Op open dagen en voorlichting wordt volgens studenten een te rooskleurig beeld geschetst.

“Je moet ons kunnen boeien met je praktijkervaring. En in je inleven in wat wij leuk vinden.”

Belangrijk is om een waarheidsgetrouw beeld te geven van hoe het er in de opleiding aan toe gaat. Informatie moet vooral concreet, eerlijk en compact zijn. Voor je een opleiding kiest, moet duidelijk zijn of er voldoende mogelijkheid is om op eigen tempo te leren en wat je kunt verwachten van docenten en vakken die je krijgt. Geen saaie presentatie, maar een rondleiding van huidige enthousiaste studenten die je meenemen door hun school, spreekt studiezoekers volgens studenten het meest aan.

Roger, 19, Applicatie- en Mediaontwikkeling

De meeste studenten die in je les komen, willen een duidelijk en zwart-wit antwoord op hun vragen en hun zorgen. Het is van belang studenten duidelijk regels te vertellen. Volgens studenten mag een docent streng zijn, maar moet ook uitgelegd worden waarom bepaalde regels er zijn. Het is verwarrend dat regels niet bij alle docent hetzelfde zijn. Studenten knappen ook af op docenten die negatief zijn ingesteld.

‘’Wij zijn het visitekaartje van de school en kunnen studiezoekers vertellen hoe het straks zal zijn.”

“Het heeft geen zin om aan het begin van een lesperiode te zeggen dat 80 procent het toch niet haalt. Zal je dan net bij die ‘lucky few’ zitten? Lekker motiverend.”

Jasmine, 19, Helpende Zorg en Welzijn

De druk om een goede studiekeuze te maken is voor studenten groot. De druk om af te maken waar je aan begonnen bent, zelfs nog meer. De kosten voor een opleiding spelen daarbij een grote rol. Studenten groeien op in een tijd waarin ook buiten school veel van je wordt verwacht en gevraagd. Een gevolg daarvan is veel studenten zich afvragen of ze het wel goed doen.

Marcel, 26, Analist

Met jonge docenten is de les veel leuker. Ze zijn volgens studenten minder saai en snapper beter wat je bezighoudt. Studenten denken dat dit komt omdat jonge docenten nog weten hoe het is om naar school te gaan. Studenten zeggen veel respect te hebben voor docenten. Zij zouden niet graag in hun schoenen staan.

“Het is dat ik zonder diploma niet verder kom, maar anders was ik hier allang weggeweest.” Tarik, 20, Planner Wegtransport

“Waarom zou je docent willen zijn? Ik zou niet graag met ons willen werken.”

Je studentcoach is de eerste persoon op school met wie je twijfels bespreekt. Veel studenten geven

Ate, 18, Werkvoorbereider Meubelindustrie

23


Hoofdstuk 2

Luide stemmen en groene pakken vullen de kantine van het Veiligheid en Defensie College. Een heel leger groene pakken kijkt je glimlachend aan. Jochem zwaait beide armen omhoog en gebaart dat er naast hem een stoel vrij is. Zijn uniform maakt indruk. Zelf is hij er minder trots op. Hij had een andere verwachting van zijn studie. Op brochures die Jochem meenam van de open dag, staan plaatjes van tanks. Hij vertelt dat hij zich toen al helemaal zag zitten in het groene gevaarte. Jochem doet zijn armen over elkaar, gaat achteruit zitten en schudt zijn hoofd. Ze hebben de tanks nog niet gezien. Andere studenten aan onze tafel lachen en knikken. Ze voelen zich in de maling genomen.

vervelend als lessen uitvallen en er veel tussenuren zijn. Je blijft in een tussenuur bij je klasgenoten. ‘Chillplekken’ en meer computers helpen erg om de tijd nuttig, maar ook ontspannen te vullen.

echter ook aan er niet snel zelf mee te komen. Ze weten ook dat een goede studiekeuze niet makkelijk te maken is. Studenten kiezen voor een vak. Hoe concreter het vak, hoe minder studenten we spraken die twijfelen over hun keuze. Een grote groep ziet doorstuderen als onvermijdelijk. Zij twijfelen niet over hun studie nu, maar wel over wat ze hierna moeten kiezen.

Sport vinden studenten iets wat bij iedere opleiding hoort. Wel maakt het soort sport en de intensiteit van de sport uit. Hoe minder sport ‘hoort’ bij de opleiding, hoe meer sport op teambuilding gericht moet zijn en hoe minder focus er moet liggen op de intensiteit van de sport.

De baas op school Als studenten de baas zouden zijn van hun opleiding, zouden ze als eerste zorgen voor kleinere klassen. Kleine klassen helpen om je thuis te voelen op school. Hoe kleiner de groep, hoe hechter de band met je klas en je docenten.

“Wij doen flinke cardio. Als toekomstig automonteur lijkt mij dat erg overbodig.”

Heb je een klacht, dan duurt het veel te lang voor er iemand luistert. Het gros zegt wel te kunnen leven met hoe het nu is, maar denkt ook dat het beter kan. Studenten willen meedenken over concrete onderwerpen zoals het interieur, de docenten of lestijden. Op onderwerpen die hen direct aangaan, ben je extra betrokken. Studenten geven in de gesprekken aan behoefte te hebben aan meer ruimtes om rustig te studeren. Ook over roosters, computers en ict-faciliteiten willen studenten graag hun mening geven. De openingstijden en het aanbod van de kantines zijn daarnaast een groot onderwerp van gesprek tijdens dit onderzoek.

Jacco, 20, Autotechnicus

Vakken als Nederlands, Engels en burgerschap worden genoemd als spelbrekers in de opleiding. De meeste studenten snappen niet waarom daar zoveel van hun tijd naartoe gaat. Ze weten wel waarom ze het moeten leren, maar ze komen naar school voor het leren van hun vak.

“Rekenen is geen vak, het is een kunstje. Je komt daar niet voor, dat kan ik zelf ook leren.” Sjoerd, 26, Kaderfunctionaris Bouw & Infra en Gespecialiseerde Aannemerij

“Ik heb ‘s avonds les, maar moet mijn eten mee naar school nemen. Niet echt gastvrij.”

Studenten die een entreeopleiding volgen, zijn het meest positief over hun opleiding. Zij voelen zich het meest uitgedaagd. Hoe hoger het niveau van de opleiding, hoe minder studenten zich uitgedaagd voelen op school en hoe meer studenten als baas van hun school zeggen iets te willen veranderen.

Marissa, 34, Chauffeur Wegvervoer

Als studenten de baas zouden zijn, dan zouden zij een gezellige kantine maken met gezonde en betaalbare producten. Een kantine heeft een sociale functie: het zorgt voor gezelligheid op school en het is een plek waar je elkaar ontmoet.

Opvallend veel studenten geven in de gesprekken aan dat als zij de baas zouden zijn, zij in gesprek met studenten zouden gaan over wat zij moeten aanpakken. Niet zelf verzinnen en gelijk beginnen, maar eerst ideeën ophalen. Zij noemen gesprekken met ons als voorbeeld van iets wat zij als baas

In de gesprekken uitten studenten opvallend vaak onvrede over de communicatie van school en docenten. Hiermee bedoelen studenten dat het vaak onduidelijk is wat ze kunnen verwachten. Het is heel

24


Nieuwsgierig naar je studenten

van hun school direct zouden doen om te weten te komen wat echt anders moet.

Veel studenten geven in de gesprekken aan zich alleen verbonden te voelen met de locatie waar ze studeren. De meeste studenten komen zo nu en dan op een andere locatie of college. Toch is dit in hun ogen een andere school dan de school waar je studeert.

Geen nummertje Docenten kunnen studenten het gevoel geven dat ze belangrijk zijn.

“Voor docenten voel ik mij een persoon, voor school een nummer.’’

“Ik zeg altijd dat ik op het ICTcollege zit en op een ROC zit. Wat er nog meer is en hoe dat heet, weet ik niet precies.”

Jaimy, 20, Medewerker ICT

Sandra, 18, ICT-Beheerder

De meeste docenten weten wie je bent, maar kennen je niet echt. Persoonlijk contact met docenten is voor studenten heel belangrijk. Studenten willen dat docenten weten wie ze zijn. Studenten veren op als een docent in de wandelgangen hun naam roept. Studenten voelen zich daardoor meer welkom op school.

Lage dunk Er zijn weinig studenten die trots zijn dat ze op ROC Midden Nederland studeren. Dat heeft volgens studenten vooral te maken met het slechte imago van de school. Het heeft volgens hen het imago van ‘chaotisch en ongeorganiseerd’. Daar kunnen studenten specifieke voorbeelden van geven, maar ze geven ook aan dat dit eigenlijk algemeen bekend is en niet alleen betrekking heeft op ROC Midden Nederland. Het stoort hen dat de buitenwereld zo naar hun school kijkt, maar ze snappen het wel.

Een conciërge speelt volgens veel studenten een buitengewone rol op school. Zij kennen in no-time iedere student. Studenten geven aan dat die erkenning je zelfvertrouwen vergroot. Het laat volgens studenten zien dat je ertoe doet. Daardoor durf je ook eerder jezelf te laten zien en horen.

Studenten die een opleiding op niveau 3 of 4 volgen, zeggen anders behandeld te worden dan studenten die een niveau 2 opleiding doen. Vooral deze laatste groep geeft in de gesprekken opvallend vaak aan dat zij horen dat je er met dit diploma nog niet bent. Ze hebben het gevoel dat er nog een lange weg op school te gaan is. Ze vinden het daardoor lastiger om zich te motiveren voor school. Het is voor studenten belangrijk dat zij, maar ook de samenleving weet dat hun diploma wat voorstelt. Veel studenten denken dat het slechte imago van het middelbaar beroepsonderwijs invloed heeft op hun kans op een baan.

“Het is leuk als een docent of conciërge in de gang gedag zegt. Dan denk ik ‘hé, ze kennen mij, wat tof.” Jessica, 16, Kapper

ROC Midden Nederland kiest heel bewust voor kleinschalige locaties. Alleen op de Vondellaan en de Marco Pololaan in Utrecht geven studenten aan zich hierin niet te herkennen. Deze locaties zijn ook opvallend groter dan de rest van de colleges. Met name op de Marco Pololaan ontmoeten we veel studenten die zich niet thuis voelen op hun school. Zij wijten dit met name aan de grootte van het gebouw, het ontbreken van karakteristieke elementen die laten zien welke opleidingen hier gegeven worden en zoveel verschillende studenten die door elkaar lopen.

Studenten balen dat er in hun studie vaak nadruk ligt op wat je nog meer kunt en wat beter is. Zij vinden het lastig om vooruit te kijken en willen graag dat ze trots kunnen zijn op hun mbo-diploma. Weten dat er nog een lange weg te gaan is en te horen krijgen dat wat je nu hebt nog weinig voorstelt, helpt niet om motivatie te vinden om te studeren. Een behoorlijke groep studenten denkt daardoor ook negatief over zichzelf.

Door een kleinere locatie, hebben studenten eerder het gevoel dat docenten hen persoonlijk kennen en dat ze gezien worden. Dit komt omdat je dan meer mensen sneller (her)kent.

“Met niveau 2 kom je nergens. Dan heb je net een startkwalificatie.” Rosan, 17, Medewerker Secretariaat en Receptie

‘’Op school delen wij passie voor techniek.”

Studenten raden docenten aan meer te zeggen en te laten zien dat ze trots zijn op hun studenten.

Morris, 21, Tegelzetter

25


Hoofdstuk 2

Er zijn maar weinig studenten die zich geroepen voelen hun hoofd boven het maaiveld uit te steken. Dat kan dan volgens hen veranderen.

Studenten noemen in de gesprekken dat het vooral aan het begin van ieder jaar belangrijk is om te investeren in het leren kennen van je klasgenoten, de school en docenten. Dan bouw je sneller een band op. Hoe langer je rondloopt op school, hoe meer studenten zich thuis voelen. Om de sfeer op school te verbeteren is het van belang elementen van de opleidingen in een gebouw te laten terugkomen.

Naarmate studenten verder in hun studie komen, worden zij trotser op het diploma wat dan steeds meer binnen handbereik ligt. Hoe lager het niveau van de opleiding, hoe minder trots studenten zijn. Zij zeggen dat dat vooral komt door de lage dunk die men volgens hen in de buitenwereld heeft over mbo’ers.

“Ons hele college straalt sport uit. Logisch dat je je eerder thuis voelt. Dit is ‘onze’ plek.”

“Als ik mijn papiertje heb ben ik echt wel trots op mijzelf, maar ik ben niet trots dat ik het ROC heb gedaan.”

Sharad, 20, Sport- en Bewegingsbegeleider

Een deel van de studenten voelt zich niet thuis op school. Studenten die zich niet thuis voelen op school, kunnen zich moeilijker motiveren voor lessen en hebben minder goed contact met klasgenoten en docenten.

Peter, 19, Commercieel Medewerker Binnendienst

Het stoort studenten dat mensen in hun omgeving een lage dunk hebben van mbo’ers. Een groep studenten geeft in de gesprekken aan dat er vaak denigrerend over eigenschappen of kwaliteiten van studenten wordt gesproken.

Midden in de wijk Studenten krijgen les op locaties die midden in woonwijken en ‘dichtbij’ het toekomstig werkveld van de student staan. De verbinding met de wijk waarderen studenten enorm. Het laat je ervaren dat je studie er ook echt toe doet. Je oefent met je vak en krijgt daardoor een beter beeld van de mogelijkheden van de studie.

“Mensen denken dat mbo’ers dom zijn. Dat hoor je gewoon weleens om je heen.” Maayke, 16, Verkoper

Niet alle studenten zien het nut van de verbinding met de wijk. Creative College is in de ogen van veel studenten een droevige wijk om in de ochtend doorheen te lopen. Deze groep studenten ziet niet voor zich wat de wijk heeft aan toekomstig dansers of mediaredacteuren. Voor hen is dat minder vanzelfsprekend. Deze groep studenten moet je meer laten ervaren wat zij ook in hun directe omgeving met hun vak kunnen doen.

Huiskamergevoel Veel studenten geven in de gesprekken aan zich thuis te voelen op school. Studenten die zich thuis voelen, zijn sterker betrokken bij dat wat er op school speelt. Je thuis voelen op school wordt in de eerste plaats bepaalt door je klasgenoten en docenten. Daarna is de sfeer op school een bepalende factor. Op school moet volgens studenten een huiskamergevoel zijn.

Snel naar de eindstreep Studenten vinden zichzelf leergierig. De motivatie om snel je diploma te halen, is bij veel studenten groot. Veel studenten leren en werken tegelijkertijd op school. Als je langer op school bent, heb je al werkuren gemaakt in stages of projecten. Deze studenten vinden dat het tijd is om nu ook echt geld te gaan verdienen.

“Ik loop hier het liefst op sokken, dus ja ik voel me wel thuis op school.” Sjef, 20, De Dansopleiding

Het is 10.30 uur. Met zijn peuk niet groter dan het kootje van zijn pink neemt Erik zijn laatste hijs. Hij moet zo weer de les in. Hij leert voor elektricien. Verveelt eet hij zijn laatste broodje van zijn lunch op. Erik werkt bij een aannemer. Elke dag rijdt hij om 06.15 uur naar zijn werk. Je doet wat de aannemer zegt en werkt knetterhard om hogerop te komen. Je volgt instructies en doet wat er gevraagd wordt. Met als doel om hogerop te komen. Op een werkdag heb je om 10.30 uur al veel gedaan. Op school ligt dit anders, legt Erik uit. ‘Daar gaat alles zo traag. Je wilt aan de slag. Die ladder op. Dat leer je niet op school.’

26


Nieuwsgierig naar je studenten

maar slapen er weleens onrustig door. Veel studenten vragen zich af of ze het zo goed krijgen als hun ouders. Ze hopen dat zij op school goed voorbereid worden op hun toekomst.

Een grote groep zou als zij de keus had liever al aan het werk zijn. Dit geldt met name voor een grote groep bbl-studenten die meer zeggen te leren op de werkvloer, dan op school. Bbl-studenten geven bij meerderheid aan op school te komen voor hun diploma en enkele specifieke kennis over hun vak.

‘’Ik hoop niet dat ik aan het eind van de studie met een fietsdiploma in mijn hand zit terwijl de praktijk een pilotendiploma van mij verwacht, zeg maar.”

Zorgen voor je toekomst Studenten komen naar ROC Midden Nederland met de ambitie hun diploma te halen en te gaan werken of om door te studeren. Studenten zijn erg gericht op het vak waar ze voor gekozen hebben en wat ze daarmee kunnen bereiken. Een meerderheid van de studenten spreekt echter de twijfel uit of zij van hun studie ook hun beroep kunnen maken. Deze zorgen zijn groter naarmate er veel concurrentie is voor dezelfde banen of het minder duidelijk is wat je met je opleiding kunt doen.

Mitchel, 22, Eerste Autotechnicus

Studenten op ROC Midden Nederland hebben allemaal een eigen verhaal. Mbo-studenten kenmerken zich door de vele verschillen. In wie zij zijn en wat zij belangrijk vinden. De meeste studenten hebben heel veel meer in hun mars dan zijzelf en hun omgeving vaak denken. Het onderwijs heeft de eervolle taak het beste uit deze studenten te halen. Je mag hun talenten niet onbenut laten. Om studenten te geven wat zij willen én nodig hebben, moet je bereid zijn hen beter te leren kennen.

“Je concurreert met zo veel anderen voor dezelfde baan. Het is onvermijdelijk door te studeren. Anders leg je het af tegen de rest.”

Welke betekenis geven deze jongeren aan studentparticipatie? Het volgende hoofdstuk gaat hier uitgebreid op in.

Joris, 16, Facilitair Leidinggevende

Veel studenten maken zich grote zorgen over hun toekomst. Zij liggen er weliswaar niet wakker van,

Ik schrik als Nikki mij net iets te hard op mijn schouder tikt. Ik ben aan de beurt voor een knipbeurt in de salon van het Beauty College. Ik krijg een glas ijskoud water en een handdoek om mijn nek droog te houden. Nikki pakt zonder iets te zeggen drie spuitjes shampoo. De stilte wordt onderbroken door een borstel die hard uit de zak van haar collega op de grond valt. Samen studeren ze aan hun laatste jaar aan de kappersopleiding. Nikki zucht zo diep dat ik haar adem op mijn voorhoofd voel. Er zijn weinig woorden nodig om Nikki aan het praten te krijgen. Ze is blij bijna klaar te zijn met haar opleiding. Voor haar gevoel leert ze op school niet veel meer. Ze wacht letterlijk op haar diploma. Haren blijft ze knippen, maar ze verdient daar straks wel haar boterham mee. Ik mag blij zijn dat ik door haar geknipt word. Ze heeft al kilometers haar geknipt. Ze weet hoe het werkt. ‘En het is bijna gratis’, roept ze uit. Ik lach en zeg dat ik het geweldig vind dat ze mij vandaag mooi maakt. Ze kijkt trots. Amper twintig minuten later zit ik gewassen en geknipt in de stoel. Ik vraag Nikki hoe het is om hier naar school te gaan. Terwijl ze het haar handen driftig door mijn haar beweegt, vertelt ze dat het best heel leuk is. ‘Docenten geven het gevoel dat ze je kennen. Bij problemen kun je altijd bij iedereen terecht. En je leert veel. Docenten luisteren naar je, maar weten niet altijd wat ze met jouw vragen aan moeten. Ze kunnen ook niet alles oplossen’, verklaart ze. Ik kijk haar aan in de spiegel. Met mijn sluike, nog vochtige haren op mijn schouders, draai ik de stoel om. We praten uitgebreid door over haar studie- en toekomstplannen. Nikki zegt dat ze het leuk vindt dat ik allerlei vragen stel. Ik ben vandaag haar laatste klant. Ze lijkt de tijd even te vergeten. Ons gesprek wordt onderbroken door Mariam, haar docent die in de gaten houdt of mijn haar goed is geknipt. Kaarsrecht constateren we. Nikki loopt met mij mee naar de kassa. Als ik een vervolgafspraak wil inplannen vraagt Nikki of ik dan weer bij haar wil. ‘Tuurlijk’, zeg ik, ‘doen we!’

27


3.

Betekenis geven aan studentparticipatie

Hoe mbo-studenten op ROC Midden Nederland studentparticipatie zien, is nogal divers. Over welke onderwerpen studenten mee willen denken verschilt sterk per leeftijd, niveau en opleiding. Hoe daag je studenten ook uit om zelf met ideeĂŤn en initiatieven, maar ook met klachten, te komen. Laat je studenten alleen meedenken en meepraten, of mogen zij ook meebeslissen? Welke betekenis geven mbo-studenten aan studentparticipatie? Waar willen studenten iets van vinden en wat laten zij net zo graag aan zich voorbijgaan? Studenten laten in dit hoofdstuk zien welke betekenis zij geven aan studentparticipatie.

28


Betekenis geven aan studentparticipatie

Door de ogen van studenten

studenten op een goede manier en in de breedte van je organisatie betrekken bij het onderwijs, dan moet je studenten niet aanspreken op de mogelijkheden om medezeggenschap te hebben, maar op de mogelijkheden om te participeren. Een verschil wat in de uitwerking van studentparticipatie van groot belang is.

Het beroepsonderwijs moet aanslutien bij de enorme verschillen in eigenschappen, achtergronden, interesses en talenten van haar doelgroep. Tevens moet dit type onderwijs aansluiten bij een samenleving en arbeidsmarkt, die sneller veranderen dan we kunnen bijhouden. Aansluiten bij die verschillen en veranderingen is een enorme uitdaging. Door de belevingswereld van studenten te integreren in het onderwijs, slagen we er beter in hen te bereiken en te betrekken. Hoe meer je samenwerkt met studenten, hoe meer onderwijskwaliteit je kunt bieden en hoe tevredener je studenten zijn.

De gemiddelde mbo-student loopt niet warm voor medezeggenschap en ziet zichzelf geen pakket vergaderstukken doorploeteren. Zij wil er gewoon bij horen. Participatie is veel meer dan het optuigen van medezeggenschap. Je werkt dan namelijk aan een participatiecultuur waarvan medezeggenschap slechts een onderdeel is. Je moet om studenten echt te raken, op zoek naar meerdere vormen van participatie. Vormen die veel beter aansluiten bij de mbo-student. Vormen die, zo blijkt uit dit onderzoek, veel meer kans van slagen hebben om in het mbo een grote groep studenten te bereiken.

De wens om erbij te horen Studenten willen erbij horen. Zij vragen onderwijs dat past bij wat zij willen en nodig hebben. De Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB) regelt inspraak van studenten bij hun onderwijs. Het formeel vastleggen van inspraak in de wet heeft voor- en nadelen. Medezeggenschap verloopt via bepaalde ‘rechten’, zoals een instemmings- en adviesrecht. Het is niet verrassend dat studenten die wij in dit onderzoek spraken hun rechten niet kennen en niet weten waarover ze mee mogen denken: het wordt hen amper verteld. Het is niet iets waar studenten in hun studie dagelijks mee bezig zijn.

“Dit is niet voor niets een mbo. We hebben geen idee waarover je allemaal mee kunt denken en hoe dat werkt.” Farah, 19, Pedagogisch Medewerker Kinderopvang

Weten wat je vraagt Hoe concreter de vraag, hoe meer studenten er iets van vinden. Studenten komen in actie als je ze laat meedenken over onderwerpen die hen direct aangaan op school en waar ze, voor zij van school gaan, nog iets aan kunnen veranderen. Daarbij geldt de spelregel: niet te vaak vragen en zo concreet mogelijk zijn.

Van initiatiefrecht is op ROC Midden Nederland nog nauwelijks sprake. Het wordt bovendien bemoeilijkt door gebrek aan informatie over de mogelijkheden. Instemmingsrecht op bijvoorbeeld de jaarplannen en de begroting, leidt daarnaast vaak tot discussie over de grenzen van dat recht. Laat je studenten alleen meedenken, of mogen zij ook meebeslissen over keuzes die je maakt? De vraag of studenten dit überhaupt willen, komt daar nog bij. Omdat medezeggenschap aan regels gebonden is en vaak formeel wordt ingericht, wordt te weinig tijd besteed aan de discussie waarom je studenten eigenlijk laat meedenken: de bedoeling.

Studenten willen iets vinden van onderwerpen die spelen op de locatie waar zij les krijgen. Hoe meer het de student zelf raakt, hoe meer zij zich betrokken voelen. Bbl-studenten en studenten die op stage zijn, geven aan zich meer betrokken te voelen bij hun (leer)werkplek dan bij school. Zij willen dat het op school ook voor hen goed geregeld is, maar vinden ook dat zij minder recht hebben overal iets van te vinden. Zij brengen, zo geven zij als reden op, immers minder tijd op school door dan bol-studenten.

Uit medezeggenschap van studenten, volgt als het goed is zeggenschap van studenten. Maar medezeggenschappers, de studenten, willen helemaal geen zeggenschap over onderwerpen waar ze op school niet direct mee te maken hebben. Wil je

Job snelt met een broodje kroket in zijn hand naar de trap van de kantine van Creative College. Na de eerste hap zie je stoom van zijn kroket komen. Job is student Performer. Een nieuwe opleiding op ROC Midden Nederland. Hij is trots dat hij deze opleiding doet. Niet omdat de opleiding nieuw is, maar omdat hij steeds gevraagd wordt wat hij van de lessen, de docenten en de projecten vindt. Job vertelt enthousiast dat de docenten vaak direct aan de slag gaan met ideeën van studenten. Of het werkt of niet, je ziet wel gelijk dat ze het proberen. Voor Job is het logisch dat je meedenkt. Voor iedereen is de opleiding nieuw. ‘Proberen en opstaan’, zegt hij, ‘dat hoort bij mijn vak’. Hij lacht, veegt met zijn servet de restjes mosterd van zijn wang en huppelt de gang weer in naar de les.

29


Hoofdstuk 3

Wil je studenten laten meedenken, dan moet je goed afwegen wat je hen vraagt en wat niet. Niet alle onderwerpen zijn geschikt. Niet iedere timing is handig. Studenten vragen voor een panelgesprek midden in een toetsweek, levert weinig reacties op. In een oproep zetten dat je een sterke mening moet hebben, daagt niet de studenten uit die onzeker zijn of hun mening er wel toe doet (de grootste groep).

Studenten twijfelen of participeren zin heeft. Studenten hebben te weinig het gevoel uitgedaagd te worden om ook echt mee te denken. Wil je iets, dan moet je daar zelf mee komen. Studenten die meer of sneller van zich laten horen, zijn daar naar eigen zeggen beter, dan de rest, toe in staat.

“Het kan wel zijn dat je het recht hebt om over van alles mee te denken, maar als het je niet gevraagd wordt, dan heeft het weinig zin.”

Studenten weten vaak wel wat anders kan of nu niet goed geregeld is, maar weten niet concreet te benoemen wat ze dan wel willen. Bedenken wat anders moet is duidelijk makkelijker, dan zeggen wat er dan veranderd moet worden.

Roelinde, 20, Schoonheidsspecialist

Geen prioriteit Studenten hebben geen prioriteit liggen bij het geven van hun mening. Ze zijn op school vooral bezig met de lessen en het halen van hun diploma. Studenten willen uiteraard dat het op school goed geregeld is, maar hoe je dat regelt, maakt de gemiddelde mbo’er niet uit.

Betrokkenheid komt met de jaren. Hoe verder je in je opleiding bent, hoe sterker je je betrokken voelt bij wat er op school gebeurt. Leerlingen van het VAVO-Lyceum voelen zich minder betrokken bij school dan hun ‘collega’s’ op ROC Midden Nederland. Leerlingen komen allemaal met een eigen verhaal naar school. Zij zijn vaak slechts negen maanden op school.

Entreestudenten en studenten die een opleiding op niveau 2 doen, voelen zich het minst geroepen om mee te denken. Zij ervaren vooral een grote druk om hun studie te halen. Deze studenten willen, nog meer dan medestudenten van opleidingen op andere niveaus, gewoon goed onderwijs. Als er iets is wat hen daarin echt belemmert, komen zij pas in actie.

Deze leerlingen geven in dit onderzoek aan dat het belangrijk is om te investeren in activiteiten die je met je klas en docenten kunt doen. Feestjes, excursies en samen werken aan de inrichting van de kantine, helpt om je meer betrokken te voelen bij wat er op school gebeurt. Deze activiteiten zijn voor hen geen gevolg van betrokkenheid, maar de oorzaak van de mate waarin zij zich betrokken voelen bij hun school. Daarmee kun je hen uitdagen te participeren.

Studenten willen helemaal niet overal over meedenken. Ze hebben wel een mening en willen dat er naar hen geluisterd wordt, maar niet over alles en altijd. Dat straalt volgens studenten onzekerheid uit.

Niet op afrekenen Studenten geven bij meerderheid aan dat zij het belangrijk vinden dat er om hun mening wordt gevraagd. Voor een grote groep studenten is het echter ongewoon en eng om hen je mening te geven. Aangeven dat je niet tevreden bent over je les of school of zelfs een klacht indienen, is spannend.

“Waarom zou ik meedenken over beleid. Ik kom naar school, volg mijn lessen en ga ervan uit dat jullie het goed geregeld hebben.” Tom, 16, Medewerker Beheer ICT

Steeds meer uitdagen Doet het ertoe wat studenten vinden van de gebouwen, wie de docent is voor de klas en tot hoe laat de kantine open is? In het mbo-onderwijs lijkt het soms alsof studenten niet happig zijn om hun mening te geven. Een grote groep mbo-studenten wil best meedenken, maar heeft geen idee waarover en of er iemand op zit te wachten.

“Ik ben bang dat ik benadeeld word als ik mijn mening geef.’’ Lennart, 18, Eerste Verkoper

Het liefst geef je je mening anoniem. Bij een grote groep studenten leeft het gevoel dat je afgerekend wordt op wat je vindt en zegt. Zij zeggen niet alles te willen zeggen en twijfels of frustraties onderling te uiten of voor zich te houden. Veel studenten geven aan dat zij het gevoel hebben dat managers en docenten elkaar de hand boven het hoofd houden. Dit versterkt hun gevoel dat het geen zin heeft om te zeggen wat je vindt en denkt.

“Ik weet niet precies waarover ik kan meedenken, maar ik wil wel meewerken indien nodig.” Marilyn, 19, Financieel Administratief Medewerker

30


Betekenis geven aan studentparticipatie

“Als je niet het lievelingetje bent, wordt je feedback minder serieus genomen.”

Studenten serieus nemen, betekent niet dat je alle ideeën ook moet doorvoeren. Studenten geven aan dat zij het belangrijk vinden dat je zegt wat kan en waarom iets is zoals het is. Met name als studenten zelf een klacht hebben of een goed idee dat zij willen delen, is het belangrijk een inhoudelijke terugkoppeling te geven. Denken studenten mee met jouw vraag dan is het sturen van een verslag of een appje met een bedankje vaak al voldoende om er een goed gevoel aan over te houden. Beloof in je communicatie met studenten nooit iets wat je niet waar kunt maken en wees eerlijk over het proces. Wanneer wij met studenten spraken over problemen op school, gaven zij aan dat een luisterend oor al erg helpt. Studenten willen en vragen van alles. Je kunt niet al je studenten tegemoetkomen in het onderwijs. Het gevoel geven aan studenten dat je hen serieus neemt, is echter voor veel studenten al meer dan genoeg. Studenten laten merken dat hun mening ertoe doet is voor de nabije toekomst dé uitdaging die samen te vatten is in de term ik-hebwat-te-zeggen-schap.

Pascalle, 19, Manager Ondernemer Horeca

In dit onderzoek spraken we veel studenten die een duidelijke mening hebben over het onderwijs, maar dit het liefst voor zich houden. Zij zijn terughoudend en zelfs angstig om te zeggen wat zij vinden omdat zij bang zijn hierop afgerekend te worden. Eerlijk zijn Studenten gaan met klachten of ideeën het eerst naar hun studentcoach of favoriete docent. Je kunt vrij eenvoudig een afspraak maken als er iets is of zeggen wat je dwarszit. Volgens studenten is het probleem niet dat je nergens je mening kwijt kunt, maar wel dat er voor hun gevoel niets of te weinig mee gedaan wordt.

“Als je mijn mening vraagt moet je er ook iets mee doen, anders is het zonde van mijn mening.”

Stropdassen en dikke pakken papier De tijd dat grijze mannen met een goede fles rode wijn, een stropdas en met een dik pak papier op tafel besluiten nemen, is wat studenten betreft voorbij. Mbo-studenten willen niet overal iets van vinden, maar ze willen wel dat hun onderwijs goed geregeld is. Daarbij hebben ze duidelijke ideeën over wat daarbij belangrijk is. Studenten kunnen beleidsmakers uitdagen om op een compleet andere manier naar hun werk te kijken.

Florien, 16, Facilitair Leidinggevende

Studenten realiseren zich best dat docenten ook niet altijd hun wensen in vervulling kunnen laten gaan. Hun punt is nu juist niet dat ze iets koste wat kost voor elkaar willen krijgen, maar dat wordt verteld waarom iets is zoals het is.

Bij studenten die wij spraken in dit onderzoek komen maar weinig onderwerpen op waarover zij zouden willen meedenken. Van die onderwerpen blijven er weinig over als we hen vroegen of ze daar ook over kunnen meedenken en hoe zij dat dan zouden doen. In veel gesprekken over studentparticipatie noemden studenten vaak een studentenraad. Veel studenten hadden geen idee of er een studentenraad is op hun college. Tijdens dit onderzoek spraken we met alle studentenraden die er op dit moment op ROC Midden Nederland zijn. Niet alle studentenraden werken zoals studenten graag zouden willen. Ook studenten van de studentenraad geven aan dat er wel naar hen geluisterd wordt, maar dat ook zij maar beperkt invloed hebben op beslissingen die genomen worden. Het is voor de meesten onduidelijk of dat er op dat vlak meer te halen valt. Het feit dat zij zich wel gehoord voelen, maakt hen in ieder geval meer betrokken bij wat er op school speelt. Zij zien zichzelf als aanspreekpunt voor andere studenten, maar vinden het lastig hun achterban te betrekken en echt namens een grote groep studenten te spreken.

“Nee is ook een antwoord. Ik snap echt wel dat niet alles kan.” Jason, 29, Verpleegkundige verkort

Serieus nemen Mbo-studenten kunnen en willen vaak meer dan wij denken. Studenten vertelden in dit onderzoek dat ze wel gewend zijn dat hen zo nu dan om hun mening wordt gevraagd, maar dat ze ook vaak teleurgesteld zijn in wat er vervolgens met hun mening wordt gedaan. Door geen terugkoppeling te geven aan studenten nadat je hen vraagt om mee te denken, sla je doodlopende straat in. Luisteren naar wat studenten zeggen en laten weten wat je daarvan vindt en mee gaat doen, is essentieel als je op school een participatiecultuur wilt creëren. Studenten voelen zich dan namelijk serieus genomen.

“Je bent maar een student. Je hebt niks in de pap te brokkelen.” Anja, 20, Operator B

31


Hoofdstuk 3

tenraad of vinden het eerder van belang dat er op hun college een studentenraad is, dan studenten die een niveau 2-opleiding volgen. Er zit ook verschil in de attitude jegens een studentenraad tussen de opleidingen. Bij opleidingen waar participatie al meer in het DNA van de opleiding zit omdat zij studenten opleiden voor sectoren waar participatie al hoog op de agenda staat, zie je bij studenten terug dat zij eerder mee willen denken, doen en praten. Zij voelen zich bij voorbaat al meer betrokken. Voor hen is studentparticipatie een stuk gewoner.

Het overgrote deel van de studenten die wij in dit onderzoek spraken, heeft nog nooit een student van de studentenraad gesproken. De meesten hebben wel een beeld van de studenten die daarin zitten. Met name studenten van colleges waar nog geen studentenraad is, vinden het lastig om voor zich te zien waarom een studentenraad nodig zou zijn. De meerderheid van de studenten vindt het niet belangrijk dat er een studentenraad is op school. Lid zijn van de studentenraad moet op een of andere manier beloond worden en je taken moeten binnen schooltijd zijn. Een studentenraad doe je echt alleen maar als je tijd over hebt. Voor studenten die moeite zeggen te hebben met school, is een studentenraad niet interessant. Lessen willen de meeste studenten niet missen. Je wilt beloond worden met studiepunten, daarna met geld. Daarnaast is van belang dat je er wat van leert en je het toe kunt voegen aan je curriculum vitae.

Studentenraden geven aan te willen leren hoe je de mening van je achterban ophaalt en goed onderzoek doet. Zij vragen ook ondersteuning in de werving van nieuwe leden. Studenten tillen zwaar aan hun rol. Dit komt met name omdat zij in een formele structuur dienen te vergaderen, stukken moeten lezen en te vaak overvraagd worden op onderwerpen die er in hun ogen niet echt toe doen of te ver van hun belevingswereld afstaan.

Bij een studentenraad denken studenten aan een soort Tweede Kamer voor studenten. Hierin zitten studenten die goed leiding kunnen geven en niet op hun mondje gevallen zijn. Veel studenten vinden zichzelf niet verantwoordelijk en slim genoeg voor een plek in de studentenraad. Zij wijzen vooral ‘nerds’ en ondernemende studenten aan als geschikte studenten.

“Het is een koksschool, maar in de kantine is er bijna niks lekkers te vinden. Als ik in de studentenraad zou zitten, zou ik dat veranderen.” Sultan, 22, Zelfstandig werkend kok

In een studentenraad moet het volgens studenten gaan over de kwaliteit van de opleidingen, maar ook over het behouden van een ‘huiselijke’ sfeer op school. Maak van tevoren duidelijk waarover de studentenraad kan meedenken of meebeslissen. Zodat de rol van de studentenraad ook voor de leden duidelijk is.

“In een studentenraad zitten alleen slimme studenten, die komen met stropdas naar school. Niets voor mij.” Dylan, 17, Audiovisueel Specialist

Het aanstellen van klassenvertegenwoordigers is een variant op het hebben van een studentenraad. In dit onderzoek hebben wij opvallend weinig studenten gesproken die klassenvertegenwoordiger

Hoe minder uren je studenten doorbrengen op school, hoe minder zij zeggen dat een studentenraad nodig is. Studenten uit niveau 3- en 4-opleidingen nemen daarnaast eerder zitting in de studen-

Met een luide knal gooit Jasmine de deur dicht. Achter de deur zit Mirei, haar studentcoach. Stampvoetend loopt Jasmine langs mij heen. Ze wil weg van school, direct naar huis, ‘weg van de ellende’, zoals ze door de gang bromt. Jasmine studeert voor juridisch administratief medewerker en wil door naar het hbo. Ze heeft ambities en stelt hoge eisen aan zichzelf. Ook aan school stelt ze eisen. Ze wil dat het goed geregeld is. Over haar rooster is ze niet te spreken. Ze heeft minstens vier tussenuren op een dag. Een bron van verveling en demotivatie, legt ze mij uit. Een verspilling van haar kostbare tijd. Jasmine vertelt dat ze al drie keer haar klacht heeft gemaild naar Mirei. Vandaag was ze uitgenodigd om het nog eens uit te leggen. Het antwoord: er kan niks aan gedaan worden. De roosters liggen vast. Bij de bushalte ijsbeert Jasmine heen en weer. Voorzichtig vraag ik haar waarom het stoom net uit haar oren kwam. Haar wenkbrauwen liften op. Dat 500 meter van het ‘plaats delict’ iemand je aanspreekt op wat je deed, vindt ze apart. Jasmine vertelt dat ze gefrustreerd is dat haar rooster het niet toelaat dat ze kan werken in het restaurant waar ze al drie jaar werkt. Ze raakt haar baan kwijt. Ze vindt het niet normaal en wil weten waardoor het komt. Haar docent kan gewoon niet vertellen waarom het is zoals het is. ‘Als ik gewoon uitleg had gekregen had ik er niet zo’n drama van gemaakt’, zegt Jasmine. ‘Ik ben gewoon weggestuurd’.

32


Betekenis geven aan studentparticipatie

zijn of iemand kennen die geschikt is. Er hangt geen goed imago aan de ‘functie’. Studenten zien het als een belangrijke taak, die serieus genomen moet worden door je klas, de docenten en jezelf. Klassenvertegenwoordigers die we spraken, geven aan dat zij meer dan gemiddeld betrokken zijn, gekozen zijn door hun klas en docent, maar niet het gevoel hebben dat het echt nuttig is wat zij doen.

genaar voelen van het onderwijs dat je hen biedt. Daarbij gaat het om het faciliteren van hun scholing, maar ook over de begeleiding. Studentparticipatie is geen controlesysteem voor studenten om het beleid op school in de gaten te houden. Het is een vorm van samenwerking met de mensen die de school haar bestaansrecht geven: de studenten.

De betekenis van participatie

“We hadden vorig jaar een klassenvertegenwoordiger. Dat stelde niks voor. Na de benoeming heeft hij nooit iets mogen zeggen.”

Dit hoofdstuk ging over de betekenis die studenten geven aan studentparticipatie. De mbo-studenten die wij leerden kennen in dit onderzoek zijn betrokken, maar laten dit niet altijd zien of horen. Ze zijn wel gewend dat hen wat gevraagd wordt, maar zeggen dat zij zich zelden aangesproken voelen om van zich te laten horen. Daardoor bekruipt bij veel studenten het gevoel dat hun stem bij het onderwijs dat zij krijgen, er niet toe doet.

Sabine, 19, Bouwkunde

Leren participeren Wil je studenten meer invloed geven op onderwerpen die er in hun ogen toe doen, dan moet je hen ook laten zien hoe ze mee kunnen denken. Studenten benadrukken in dit onderzoek dat het van belang is te weten waar je met je klacht, maar ook met mening, initiatief of idee terecht kunt. Niet van het kastje naar de muur sturen, maar studenten uitleggen wat de beste manier is om van je te laten horen.

Onrustgevoelens van studenten op school worden door henzelf voor een groot deel gewijd, aan een ontoereikend en onzichtbare visie op studentparticipatie. In de gesprekken met studenten, werd vaak bevestigd dat de onrustgevoelens bij studenten onder andere erger worden door docenten en bestuurders die verzuimen het goede voorbeeld te geven of vergeten uit te leggen waarom keuzes zijn gemaakt. In hun woorden spreken zij duidelijk uit dat er in het onderwijs sprake is van een instandhouding van een verknipt beeld over wat studentparticipatie zou moeten zijn. Vooral de oproep in beleid dat studenten medezeggenschap hebben op onderwerpen buiten hun college, opleiding of klas moeten hebben, doet vreemd aan. Daarmee neem je de huidige manier van denken van studenten onvoldoende in beschouwing.

Veel studenten die de ervaring hebben dat er niet geluisterd wordt, zeggen dat ze nog meer van zich moeten laten horen om invloed te kunnen hebben.

“Ik denk dat er niet geluisterd wordt, dus ga ik nog maar harder schreeuwen.” Maurice, 19, Fietstechnicus

Een flinke groep studenten geeft in dit onderzoek aan dat zij niet goed weet hoe zij zich het beste kan laten horen. Hard roepen heeft niet bij voorbaat zin. Hoe meer je volgens studenten opvalt, hoe kwetsbaarder je bent op school. Daarbij komt dat het voor studenten onduidelijk is hoe regelingen werken en hoe studenten kunnen meepraten bij beslissingen die hen aangaan. Studenten raken verstrikt in het regeldoolhof. Maar weinig studenten zijn bekend met de verschillende mogelijkheden. Een onvermijdelijk gevolg is dat een grote groep studenten er dan maar voor kiest om zich stil te houden. Studenten leren graag hoe zij kunnen participeren. Zij vinden dat daar in lessen burgerschap of tijdens mentoruren aandacht voor moet zijn. Niet alleen binnen, maar ook buiten schoolmuren zouden ze daar profijt van kunnen hebben.

De meeste studenten hebben weinig zin om over beleidszaken mee te denken. Dit betekent echter niet dat zij niet betrokken zijn bij wat er op school gebeurt. Studenten geven duidelijk aan dat participatie over onderwerpen, vormen en momenten moet gaan die hen raken. En dat het zin moet hebben: er moet naar je geluisterd worden. En noch het beleid noch diegene die het uitvoeren, spelen hier optimaal op in. Dat kan anders! De meeste studenten willen helemaal niet samen met jou aan het roer staan. Studenten denken daarentegen wel graag mee over de koers die je vaart. De uitdaging voor ROC Midden Nederland is om op zoek te gaan naar onderwerpen die nu spelen in het leven van studenten op school en vormen te kiezen die studenten nu raken. In het volgende hoofdstuk etaleren we een palet aan vormen van studentparticipatie die werken op het mbo en voor de mbo-student.

Samenwerken met studenten Bij een onderwijsorganisatie gaat het om de studenten. Wat je wilt, is dat studenten zich mede-ei-

33


4.

Een palet aan vormen

Studentparticipatie is het betrekken van studenten bij het onderwijs dat zij krijgen. Deze participatie kan vervolgens op velerlei manieren en in verschillende gradaties vorm krijgen. Studenten uitnodigen en uitdagen om te participeren, werkt pas als als je verschillende en aansprekende vormen kiest. In dit hoofdstuk laten we vormen zien waarmee je mbo-studenten raakt.

34


Een palet aan vormen

van de openingstijden van de kantine, dan leent een ‘wandelganggesprek’ rondom de kantine op verschillende dagen en momenten zich goed. Wil je na deze gesprekken meer weten dan kun je met een aantal studenten ook online interviews organiseren. Vraag je je daarentegen af wat studenten vinden vinden van een app die je uren registreert en of ze die zouden aanschaffen, dan leent een co-creatie met studenten van het ICT-college zich beter. Samen met deze studenten kijk je naar de functionaliteit en uitstraling van je app. Studenten helpen jou door te adviseren en hun mening te geven. Wil je weten of en waarom studenten hun leermiddelen te duur vinden, dan kun je er ook voor kiezen tien lesbezoeken af te leggen en met studenten in gesprek gaan over hun ervaringen. Heb je studenten in huis die meer sleutelen in de werkplaats dan dat zij in de schoolbanken zitten, dan moet je niet in de klas, maar in de werkplaats zijn. Wil je bbl-studenten laten participeren, dan moet je op tijden naar school gaan dat juist zij er zijn. Wil je studenten vragen welke voorzieningen op school zij missen, dan kun je ook kiezen voor een online vragenlijst die je alleen verspreid onder studenten van jouw locatie. Enzovoort.

Studentparticipatie is niets nieuws op ROC Midden Nederland: er worden al verschillende vormen ingezet om studenten te betrekken en hun meningen op te halen. Wat duidelijk in dit onderzoek naar voren komt, is dat dat allemaal vormen zijn die slechts een bepaalde groep studenten aanspreekt. Participatie gaat op dit moment te weinig uit van representativiteit. Het leunt te veel op een relatief kleine groep studenten die uit zichzelf al de behoefte heeft om mee te denken, te doen en te praten. Waar op ROC Midden Nederland echt terrein te winnen is, is het bereiken en betrekken van een grotere groep studenten en het formeel vastleggen hoe je dat gaat doen. Veel studenten geven in dit onderzoek aan dat er nog geen ‘meedenkcultuur’ is op hun school. Veel studenten worden niet aangesproken of voelen zich nog niet aangesproken, ondanks dat je hen misschien wel benaderd. Er is juist voor deze groep studenten nog veel te regelen. Er is gekozen om studenten meer te betrekken bij wat er op school gebeurt. Bovendien heb je vanuit de wet de verplichting studenten bij bepaalde onderwerpen en beslissingen om hun mening te vragen. Daarin ligt de manier waarop je dat doet nog niet vast. De vormen die we laten zien in dit hoofdstuk zijn vormen waar studenten zelf mee komen. De meeste vormen zijn gebruikt in dit onderzoek. Dit rapport laat bewust een palet aan vormen zien. De combinatie van het gebruik van verschillende vormen die elkaar aanvullen, is als je spreekt over studentparticipatie, dé sleutel tot succes.

Wil je dat studenten meedenken, meediscussiëren of meebeslissen? Heb je een grote groep studenten nodig om antwoord te vinden op je vraag? Wil je een korte vraag stellen, of samen een onderzoek doen? Ken je je studenten en weet je welke onderwerpen studenten interessant vinden? Dit zijn essentiële vragen als het gaat om de invulling die je geeft aan studentparticipatie. De vorm die je kiest, bepaalt de waarde van de uitkomsten. Er zijn genoeg keuzes. Het is nu zaak stil te staan bij dat wat er te kiezen valt.

Het palet aan vormen is vooral bedoeld om te inspireren. De vormen kies je op basis van je doel, onderwerp en het type student waar je mee samenwerkt. Wil je weten wat studenten vinden

35


Hoofdstuk 4

Vormen van studentparticipatie Welke vormen werken, en welke werken niet om mbo-studenten te raken? We vroegen studenten wat hen aanspreekt, oefenden met de meeste vormen en bedachten met studenten hoe de vormen het beste werken.

Een ideeënbus plaatsen op school nodigt studenten uit hun idee, mening, vraag, klacht of herinnering snel te geven. Van een tip om luchtverfrissers op de w.c. te plaatsen, tot de vraag om relaxstoelen in leslokalen. De bus verdient volgens studenten een prominente plek op de colleges. Studenten geven de tip om eens per twee weken de ideeën te verzamelen en op de tv-schermen in de colleges te tonen. Een ideeënbus mag van studenten ook een ideeënwand zijn of een ‘ideeënlokaal’.

Stuur studenten eens op onderzoek om voor jou vragen te stellen aan medestudenten. Peer to peer onderzoek werkt goed omdat studenten uitstekend weten hoe zij hun medestudenten het beste aan kunnen spreken. Bovendien weten zij hen goed te

vinden. Loop soms mee met de studenten. Zij spreken studenten waar je vast zelf ook graag mee in contact komt. Studenten kiezen zelf de vorm die bij hen past. Dit kan betekenen dat ze vragen stellen via een appgroep, in een les met hun klas in gesprek gaan of bij de draaideur hun peers interviewen.

Met een schouderklopje in de gang of een ‘hoe-gaat-het-met je-vraag’ kun je studenten raken. Persoonlijk vragen op school wat studenten willen en vinden kan heel goed in een ‘wandelganggesprek’ met studenten. Breng je pauze door met studenten in de kantine of begeef in de rokershoek, ook zonder sigaret. Voor spontane gesprekken zijn studenten absoluut in.

Een blog of vlog is een goede vorm voor studenten om online of offline te vertellen wat er leeft en speelt op school. De verhalen geven een inkijkje in de wereld van studenten. Je leert hen zo op een andere manier kennen.

36

De app feedme kun je gebruiken om na te gaan wat studenten van de les vonden. Het advies van studenten is om dit 2 x per lesperiode te doen. Resultaten bespreek je in de klas. Op die manier zien en horen studenten wat je met hun feedback kunt en doet. Studenten geven aan iets te zien in een omgekeerde ‘feedme’ app. De docent die zijn klas evalueert.

Een digitale tool spreekt veel studenten aan. Studenten moeten worden uitgedaagd hun wensen kenbaar te maken via concrete vragen, waarbij context en perspectief helder worden gecommuniceerd. We deden dat in dit onderzoek via een zogeheten ‘like or swipe’ principe, zoals de populaire app Tinder. De tool is speciaal bedoeld om meningen op te halen bij studenten. Studenten krijgen diverse onderwerpen en stellingen voorgelegd met de mogelijkheid om te ‘liken’ (vind ik leuk knop) of te ‘swipen’ (uit beeld halen en dus af te wijzen). De tool verstuur je per mail of je zoekt studenten op die de tool willen invullen. Studenten willen voordat zij de tool invullen weten waarom invullen van de tool zin heeft. Welke tool of app je ook kiest, studenten geven de voorkeur aan een kleurrijke


Een palet aan vormen

uitstraling en een vrolijke toon. Zorg voor felle kleuren en mooie afbeeldingen. Een ‘paarse’ knipoog is belangrijk zodat zij het herkennen als onderzoek van ROC Midden Nederland.

vant is. Kennen zij nog studenten die ook in de groep willen? Of zijn er onderwerpen die ze graag bespreken?

van panelgesprekken als zij direct affiniteit hebben met het onderwerp, bijvoorbeeld doordat zij hier in hun opleiding mee bezig zijn of over leren.

Via Skype, Google Chrome of Facetime kun je studenten online interviewen. Het is in de ogen van studenten makkelijk en persoonlijk doordat je op beeld elkaar ziet. Een gesprek mag van studenten 20 minuten duren en het is leuk als er ook tijd is voor een praatje over ‘ditjes en datjes’. Veel studenten vinden het speciaal en waarderen het als je ook in de avond of het weekend tijd hebt om elkaar online te ontmoeten. Een oproep kun je doen via de mail of Whatsapp, de beeldschermen in de locaties, via docenten of door studenten in de wandelgangen te vragen.

Een studentenraad opstarten is een hele klus, maar kan je een groep studenten opleveren die mee wil denken. Zorg voor de juiste basisfaciliteiten. Een lokaal voor vergaderingen, een zichtbare plek waar andere studenten en medewerkers hen kunnen vinden, maar ook een tablet en budget voor een lunch, scholing of teamuitje dragen bij aan het succes. Geef te allen tijde terugkoppeling aan de studentenraad over hun ideeën en adviezen. Tot slot geven studenten als tip: zorg voor steengoede begeleiding.

Q&A

Studenten adviseren twee keer per week een online Q&A uurtje te doen waarin ze hun ideeën kwijt kunnen, met hun vragen aan kunnen kloppen en kunnen zeggen wat hen dwarszit. Belangrijk is dat de persoon die zij spreken ‘onpartijdig’ is en met de studenten contact houdt over na afloop.

Een WhatsApp-groep met studenten geeft je een directe lijn met studenten. Je kunt er vragen stellen, maar ook ophalen wat er leeft en speelt. Zorg voor relevante vragen (die er voor hen toe doen en hen dus direct aangaan), wees concreet, verplicht niemand tot antwoorden en vraag studenten ook om jou en elkaar vragen te stellen. Een app-groep biedt je toegang tot een grotere groep studenten. Studenten kunnen eenvoudig informatie doorsturen of je in contact brengen met andere studenten. Maar let op: voor een groepstudenten is hun telefoon hun privé. Daar wil je niet altijd met school bezig zijn. Vraag daarom ook aan studenten wat voor hen rele-

Houd panelgesprekken in de klas. Laat verschillende aspecten aan de orde komen (breder dan de evaluatie van de lesperiode). Panelgesprekken kun je als manager of directeur ook goed organiseren met een groep studenten. Studenten adviseren één onderwerp per panel te bespreken, er maximaal een uur voor uit te trekken en een verslag van de bijeenkomst na te sturen. Studenten worden enthousiast

37

24u Een 24-uurs challenge stelt studenten, docenten, managers en directeuren in staat om met elkaar te komen tot de oplossing voor een vraagstuk of een uitwerking van een idee. School faciliteert dat studenten 24 uur op school hiermee bezig zijn en zorgt voor goede faciliteiten (van energizers tot snacks, tot een slaapplek om even bij te tanken, tot facilitators). Studenten zien dit als een groot evenement wat je één keer per jaar doet en waar je veel promotie en reuring omheen organiseert, offline en online.


Hoofdstuk 4

teit hebben met het onderwerp. Op het Business & Administration College waren we meer dan welkom om studenten in hun les de begroting en de plannen voor te leggen. Na een uitleg over de posten, verdeelden de studenten 100 miljoen. Over het verschil met de daadwerkelijke begroting gingen we in gesprek. Voor een co-creatie ga je naar studenten toe die affiniteit hebben met het onderwerp en bezoek je studenten op de locatie waar zij zich thuis voelen.

Een co-creatie is een vorm van samenwerking, waarbij alle deelnemers invloed hebben op het proces en het resultaat van dit proces. Een co-creatie leent zich goed als je studenten een idee, project of plan voor wilt leggen en benieuwd bent hoe zij het zouden aanpakken en wat ze ervan vinden. Ga er niet vanuit dat studenten willen beslissen of iets wel of niet goed is. Stel concrete vragen en geef richting aan wat je wilt weten. Vraag niet alleen, maar zet studenten aan het werk. Laat ze in groepen praten over ideeën of denk aan het maken (creëren) van een uiting, poster, app of filmpje waarin ze hun ideeën kwijt kunnen. Houd een co-creatie in de klas en onder schooltijd. Om een optimale creatieve sessie te houden is het belangrijk dat deelnemers elkaar kennen en uit hun comfortzone kunnen en durven te treden. Hiervoor kun je het beste starten met een spel of energizer. Dit zorgt voor een veilige en vertrouwde sfeer en een optimaal creatief klimaat. We hebben studenten in dit onderzoek bijvoorbeeld het jaarplan en de begroting 2017 voorgelegd. Conform het instemmingsrecht hebben studenten het recht daar iets van te vinden en over mee te denken. We kozen ervoor naar studenten toe te gaan die affini-

GEZOCHT: studenten met een mening (en een liefde voor pizza ;-)) Tijdens een pizzasessie kun je in een informele setting bij studenten ophalen wat zij vinden en laten weten wat jij belangrijk vindt om van hen te horen. Onder het genot van een pizzapunt haal je ideeën op bij studenten en leg je hen jouw vragen voor. Je hoeft niet alle studenten van tevoren uit te nodigen voor de sessies, een oproep is vaak al genoeg. En laat studenten een medestudent meenemen. Een pizza kun je uiteraard eens vervangen door een gezonde maaltijd of snack. Hiermee trek je mogelijk weer andere studenten aan.

Je kunt natuurlijk studenten werven voor een panel, co-creatie of bijeenkomst door een oproep te doen, maar je kunt deelnemers ook een opdracht geven: het entreeticket voor iedereen is een student. Op die manier daag je deelnemers uit om studenten te

38

betrekken en laat je aan studenten zien dat je ze erbij wilt hebben. Ten tijde van dit onderzoek hebben we managers gevraagd om een student mee te nemen naar de managementdag. Tot op de dag van vandaag wordt geacht dat alle managers ‘trouw’ zijn aan het hebben van ten minste één studentbuddy.

Je kunt studenten uitstekend betrekken bij sollicitatiegesprekken met mogelijk toekomstige docenten. Studenten geven aan dit een eer te vinden, maar vinden dit tegelijkertijd ook heel logisch: zij weten immers wat een docent een geschikte docent maakt. Zij geven aan vooral te kunnen helpen door de goede vragen te stellen. Studenten zeggen mee te willen denken over de meest geschikte kandidaat, maar laten de beslissing graag over aan anderen in de sollicitatiecommissie.

In een studentendenktank kun je studenten uitstekend betrekken bij uiteenlopende onderwerpen. Zij denken mee op onderwerpen waar zij affiniteit mee hebben. Je geeft studenten de gelegenheid om onder professionele begeleiding projectplannen te maken of hun input te geven. Zo kunnen studenten zelf meedenken over beter onderwijs. Wil je weten hoe je de doorstroom van mbo naar het hbo kunt verbeteren? Of wil je weten wat studenten vinden van peer support? Richt een tijdelijk studentendenktank op!


Een palet aan vormen

Groot aanbod De vormen die we in dit hoofdstuk ten toon stellen, kun je inzetten om studenten te betrekken bij het onderwijs. De oplettende lezer heeft kunnen zien dat bovengenoemde vormen te verdelen zijn in vormen die in de breedte studenten betrekken en vormen die kansen bieden om verdiepend aan de slag te gaan. Bovendien zijn het zowel online als offline vormen van participatie en vormen die je binnen, maar ook buiten het leslokaal kunt organiseren. Sommige vormen zijn nieuw, andere zijn al in gebruik. Door verschillende vormen op verschillende momenten op verschillende plekken in te zetten, spreek je de grootst mogelijke groep studenten aan. Bovendien spreek je een andere groep studenten aan dan tot nu toe werd gedaan.

Een gewetensvraag Neem je de mening van studenten serieus mee in je beleid of laat je studenten alleen voor de vorm meedenken? Een gewetensvraag? Misschien. Hoe dan ook een hele belangrijke vraag die iedere docent, manager of directeur zichzelf zou moeten stellen. Succesvolle participatie houdt niet op bij het kennen van je studenten. Het vraagt om een inrichting van het onderwijs waarbij je structureel de student betrekt bij de onderwerpen die zij interessant vinden en die vanuit de wet aan hen moeten worden voorgelegd. Daarbij is het essentieel die vormen te kiezen die op dat moment bij de groep studenten aansluiten die je wilt betrekken. Het grootste deel van bovengenoemde vormen zijn voor de meeste medewerkers én studenten van ROC Midden Nederland gelukkig niet nieuw. Wat wel nieuw is, zijn duidelijke afspraken over daar waar je studenten minimaal op moet bevragen. Je hebt vormen te kiezen die daar het best bij passen. Op die onderwerpen moet je vormen kiezen die passen bij het onderwerp, het doel van de vraag en bij je studenten. Dit vraagt dat je je studenten leert kennen, en weet met welke vormen je hen raakt. Je moet als onderwijsorganisatie ruimte geven aan verschillende vormen. Dan heb je niet alleen wat te kiezen, maar sluit je aan bij de diversiteit van je doelgroep. Er is niet één vorm het beste of een garantie voor succes. Het is de combinatie waardoor je studenten, maar ook je medewerkers in betrokken krijgt.

Dit palet aan vormen is niet compleet: er bestaan ontelbare vormen die je kunt kiezen en kunt combineren. Het is aan mbo-instellingen als ROC Midden Nederland om flexibel te zijn met de vormen die zij kiezen. Dat is enerzijds nodig om studenten te motiveren te participeren en anderzijds om te roeien met de riemen die je op dat moment voor die vraag of dat project hebt. Zo heb je de meeste kans studenten op een goede manier te betrekken en vallen er zo min mogelijk studenten tussen walen-schip. Frequent peilen Het is van belang de mening van de studenten frequent te peilen. Op deze manier kun je bij studenten ophalen wat zij van je verbeteracties vinden: merken ze er wat van? Je doel moet niet zijn om studenten te overtuigen om mee te denken, te doen en te praten: je beleid en aanpak verkoopt zich als het goed is vanzelf. Goede voorbeelden en de effecten daarvan dragen zichzelf over. Je moet het wel goed uitleggen én studenten laten ervaren wat het hen oplevert.

Op weg naar randvoorwaarden Studentparticipatie is geen luxe, maar noodzaak. Het werkt om beter te weten wat er leeft en speelt bij studenten. Zo kun je het onderwijs beter aansluiten op wat studenten willen en nodig hebben en hen meer betrekken bij zaken die spelen op school. Bovendien hebben studenten het recht om mee te denken, te doen en te praten. Er is werk aan de winkel. In het volgende en laatste hoofdstuk van dit rapport, laten we zien welke randvoorwaarden er nodig zijn voor succesvolle studentparticipatie.

39


5.

Conclusies en how to’s

Studenten denken over bepaalde zaken heel anders dan je zou denken. Jongeren hebben verstand van dingen waar volwassenen vaak maar weinig van snappen, en andersom. Het is niet alleen zinvol om samen met studenten aan onderwijs te werken, maar ook echt nodig. Hoe zorg je dat studenten op een eerlijke en veilige manier feedback kunnen geven? Wat is nodig om studenten het gevoel te geven dat je naar ze luistert? Hoe zorg je dat studenten weten welke koers hun opleiding vaart? In dit hoofdstuk staan de conclusies van dit onderzoek en presenteren we how to’s, de randvoorwaarden, voor succesvolle studentparticipatie.

40


Conclusies en how to’s

Studentparticipatie, het is een mooie beleidsterm die de afgelopen jaren veel gebruikt wordt in het onderwijs. Toch zorgt de term voor verwarring. Welke inhoud wordt eraan gegeven? Is het de school en haar beleid die de term inkleurt? Wat mogen studenten ervan verwachten? Wat betekent het als studenten betrokken zijn?

als je niet toewerkt naar een concrete aanpak en structuur, maar naar een cultuur waarin studentparticipatie past. Je zegt dan nadrukkelijk niet hoe het moet, maar stelt wel randvoorwaarden vast. Studentparticipatie goed regelen, is absoluut geen onbegonnen werk. We hebben de afgelopen maanden gezien dat je in korte tijd enorme stappen kunt zetten. Het succes ligt niet aan de inzet van de student, maar aan de manier waarop je als school invulling geeft aan studentparticipatie.

Gewoon erbij horen Voor studenten is participatie ‘gewoon’ erbij horen en meedoen. Studenten willen geen school die zich laat leiden door een definitie. Studenten kunnen heel goed aangeven wat ze wel en wat ze niet nodig hebben. Dit project toonde aan dat studenten vol initiatieven en ideeën zitten.

Speelruimte en spelregels Studentparticipatie vraagt om een heldere aanpak inclusief spelregels en voldoende speelruimte. Dit onderzoek heeft laten zien dat studentparticipatie voor de student speelt op collegeniveau. Studenten studeren formeel dan wel aan ROC Midden Nederland, maar voor hun gevoel studeren ze aan een college. Met andere colleges, het College van Bestuur en diensten hebben zij in hun ogen niets te maken. Om studentparticipatie goed te organiseren voor studenten, moet je de colleges speelruimte geven om zelf invulling te geven aan het bereiken en betrekken van hun studenten. Je gaat daarbij niet voorbij aan je plicht om centrale beleidskeuzes op te leggen aan colleges, maar houdt juist rekening met waar het bij studentparticipatie om draait: haar studenten. Studenten vind je in de colleges. Voor studentparticipatie moet je daar zijn.

“Ik bepaal zelf wel hoe ik meedoe, niet de school.” Rosanne, 19, Mediaredacteur

De mbo-student die wij leerden kennen in dit onderzoek, is zo kritisch nog niet: zij wil gewoon goed onderwijs. Dat is waar zij voor naar school komt. Dat is waarom zij kiest voor ROC Midden Nederland. Studenten willen helemaal niet overal iets van vinden. Studenten zijn op veel punten heel tevreden over hun school en opleiding. Dat betekent niet dat ze geen ideeën of verbeteringen hebben. Studenten beseffen zelden dat zij iets te zeggen hebben, maar staan te popelen om mee te denken met allerlei vraagstukken. Zij vinden studentparticipatie heel belangrijk en voor verbetering vatbaar. Luisteren naar studenten en hen beter leren kennen, staat kortom, op het verlanglijstje van veel studenten.

Met de speelruimte die je colleges geeft, spelen tegelijkertijd vraagstukken die college-overstijgend zijn. ROC Midden Nederland heeft studenten in ieder geval te betrekken bij onderwerpen waar zij instemming op mogen hebben. Het afstemmen van de hoofdlijnen van de jaarlijkse begroting of het model van de onderwijsovereenkomst, zijn daar voorbeelden van. Je moet voor het betrekken van studenten bij deze beleidskeuzes op de colleges zijn. Bij de onderwerpen die spelen en het doel van je vraag, zoek je het type student of de opleiding waar studenten studeren die affiniteit hebben met dat wat jij hen wilt voorleggen.

Van groot belang Het belang van studentparticipatie is groot. Studenten uitdagen en uitnodigen om te participeren versnelt de onderwijskwaliteit en verbetert de tevredenheid onder studenten. Studenten zullen beter oordelen over hun school, de docenten en de opleiding als zij meer te zeggen hebben. Studenten het gevoel geven dat er geluisterd wordt, dat zij serieus worden genomen, is enorm belangrijk. Hiermee laat je zien: jouw stem doet ertoe. Van dat gevoel gaan veel studenten harder werken en met meer plezier naar school.

Naast de onderwerpen die je voorlegt aan studenten, zijn er ook thema’s die spelen op meerdere colleges en waar je voor de vaststelling van je centrale beleid meer van studenten over wilt weten. Voor thema’s als excellentie, studentbegeleiding, internationalisering, aanschaf van leermiddelen, maar ook voor je beleid omtrent vroegtijdig schoolverlaters of de vraag of je een app voor de registratie van uren gaat inkopen of niet, is het belangrijk, maar vooral erg zinvol, studenten te betrekken. Deze onderwerpen kun je prima voorleggen aan studenten. De nieuwe look van je website of studiegids toetsen bij

Studentparticipatie vindt iedereen op ROC Midden Nederland belangrijk. Dat mag je van een organisatie die werkt met studenten, verwachten. Desondanks is er geen ‘participatieplan’ waarin staat wat nodig is om dat te realiseren. Je doet het pas recht aan verschillen tussen colleges en opleidingen en de enorme dynamiek en diversiteit aan studenten,

41


Hoofdstuk 5

Alle vormen van participatie waarbij je vanuit oprechte interesse en nieuwsgierigheid aan de slag gaat, werken. De vorm die je kiest is een middel om met studenten in gesprek te komen, niet het doel van wat je bereiken. Het organiseren van een cocreatie is één, het klimaat neerzetten waardoor studenten betrokken kunnen zijn, is belangrijker. Zolang je in gesprek bent met studenten en je jezelf uitdaagt door de ogen van studenten te kijken naar je aanpak, kun je niet misschieten.

studenten, net zo. Je moet daarbij niet zelf studenten uitnodigen met jou mee te denken, maar met colleges samenwerken. Je moet naar de student toe. Buiten de speelruimte die je in deze visie op studentparticipatie geeft aan colleges en corporate processen, heb je spelregels nodig die aangeven wat er minimaal moet gebeuren om ‘het juiste’ te kunnen doen. De spelregels van je aanpak, zijn samen te vatten in vier categorieën. Die categorieën noemen we in dit rapport randvoorwaarden. De randvoorwaarden zijn noodzakelijk voor het te bereiken doel: succesvolle studentparticipatie op ROC Midden Nederland.

Netwerk Van je studenten moet je het hebben. Studenten heb je nodig voor studentparticipatie. Het opzetten van een netwerk van studenten is daarom de derde randvoorwaarde.

De randvoorwaarden lopen we stuk voor stuk door. Ze geven richting en bieden ruimte voor meer acties die je kunt nemen. De vier randvoorwaarden zijn even belangrijk. Het regelen van het een, versnelt de werking van het andere. Loopt er één vast, dan stokt ook de rest. Je moet ze alle vier tegelijk bij de hand nemen.

Een studentennetwerk is een belangrijke manier om in contact te zijn met studenten op school. Het netwerk haalt bij studenten in het college op wat er leeft en speelt. Zij is de schakel tussen docenten, managers en directeuren en de studenten. Maar let op: een studentennetwerk is niet het netwerk waar je alles aan voorlegt. Zij fungeren als sleutel tot een veel grotere groep studenten.

Cultuur Om studentparticipatie tot een succes te maken moet je zorgen voor een cultuur waarin studenten uitgenodigd en uitgedaagd worden om te participeren. Dit kun je creëren door in de eerste plaats te blijven investeren in kleinschaligheid en persoonlijkheid binnen de opleidingen. Dit zorgt er volgens studenten voor dat zij zich eerder thuis voelen op school. Een belangrijke voorwaarde voor hen om te participeren. Je moet op een eerlijke en veilige manier je mening kunnen geven. Dat kan alleen als je het gevoel hebt: ik en mijn mening doen ertoe. In de tweede plaats zul je studenten steeds meer om hun mening moeten vragen. Dit moet iets zijn wat steeds ‘natuurlijker’ gaat. Hierbij laat je zien dat je de mening van studenten belangrijk vindt en er ook echt iets mee wil doen. Wat daar precies voor nodig is, laten we in dit rapport bewust buiten beschouwing. Je kunt heel lang nadenken over cultuur en cultuurverandering. Je kunt ook gewoon doen en aan de slag gaan. Zorg dat je altijd wilt weten wat er leeft en speelt bij studenten. Dat je jezelf altijd uitdaagt door de ogen van studenten naar je werk te kijken. Dat je geen les of beleid maakt zonder je af te vragen wat studenten ervan vinden.

Je studentennetwerk kun je offline, maar ook online onderhouden. Dit netwerk hoeft geen vaste groep te zijn. Stel zo min mogelijk randvoorwaarden aan wie mee kan denken, als je zegt dat iedereen mee kan denken. Laat geen twee maanden tussen een vergadering of een mailtje. Investeer in persoonlijk contact, in een onverwacht mailtje of appje en plan regelmatig een werkoverleg in met één of meerdere studenten. Het kost tijd om een netwerk op te zetten en te onderhouden, maar als je de juiste vormen kiest om studenten te betrekken kun je vrijwel meteen met een groep studenten aan de slag. Dit onderzoek heeft aangetoond dat het kan. Infrastructuur De vierde randvoorwaarde vraagt om de juiste infrastructuur die ervoor zorgt dat studenten kunnen participeren. Ten eerste vraagt dat om een sleutelfiguur in elk college die die studentenparticipatie onder zijn of haar hoede heeft en aanspreekpunt is voor studenten en medewerkers. Deze persoon wordt door een grote groep studenten op dit moment gemist.

Vormen De tweede randvoorwaarde gaat over het kiezen van vormen die kloppen bij je vraag, doel en type student waar je mee werkt. Je hebt in dit rapport gezien dat je een palet aan vormen kunt gebruiken om studenten te bereiken en te betrekken. Welke vorm je ook kiest, het is van belang stil te staan bij je keuze. Zorg dat je in de breedte studenten weet te betrekken door verschillende vormen aanvullend op elkaar te gebruiken.

“Je hebt iemand nodig die voor je door het vuur gaat. Die aan jou kant staat en weet hoe je luistert naar studenten.” Bianca, 18, Salonmanager

42


Conclusies en how to’s

Geen eindredactie, wel regisseren

Ten tweede moet je studenten in staat stellen om te kunnen participeren. Praktisch betekent dit bijvoorbeeld dat studenten lessen mogen missen als zij met toestemming van hun docent op wat voor manier dan ook betrokken zijn. Ten derde is het nodig ruimtes te faciliteren of zichtbare plekken te maken in het schoolgebouw die als magneet werken als het gaat om studentparticipatie. Hierbij kun je aan van alles denken: van een plek in de centrale hal van het gebouw waar studenten samenkomen, vergaderen, hun ideeën of klachten bespreken, tot een ideeënbus. Ten vierde moet je je waardering voor de betrokkenheid van studenten echt laten zien. Een schouderklopje of compliment is meer waard dan euro’s of studiepunten. Benadruk niet dat studenten belangrijk voor je zijn, maar laat zien dat ze belangrijk zijn.

Hoe goed je ook bedenkt hoe je studentparticipatie zou kunnen inrichten, de werking valt of staat met de uitwerking in de colleges. De beleidsvoorbereiding en het herontwerp van studentparticipatie moet je niet van bovenaf willen redigeren. Je wilt geen eindredacteur zijn van wat er in colleges speelt. Tegelijkertijd wil je wel kunnen regisseren wat je minimaal met elkaar wilt afspreken. Dat zijn de randvoorwaarden die je de colleges voorlegt. Niet om te controleren, maar om te faciliteren dat in de hele organisatie studentparticipatie hoog op de agenda staat. De randvoorwaarden voor succesvolle studentparticipatie zet je als uitgangspunt neer. Hoe regelt een college een cultuur, het netwerk, de juiste infrastructuur en gebruikt zij vormen om studentparticipatie goed te organiseren? De colleges verantwoorden aan elkaar, het College van Bestuur én aan hun studenten hoe zij met de randvoorwaarden rekening houden.

Tot slot, als we met dezelfde manier van denken over studentparticipatie nieuwe initiatieven nemen, zal er nog steeds niets veranderen. Je kunt het niet veranderen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt: door alleen je structuur van medezeggenschap aan te pakken. Je moet op zoek naar een nieuwe kijk op studentparticipatie. De kijk die uitgaat van wat studenten echt nodig hebben om betrokken te zijn. Je moet jezelf uitdagen door de ogen van studenten te kijken naar hoe zij studentparticipatie zien.

43


Hoofdstuk 5

Verantwoording afleggen Het mooi opschrijven van de randvoorwaarden voor studentparticipatie is een eerste stap. Ermee verder gaan is een veel grotere slag die je als onderwijsinstelling moet maken. Zonder de randvoorwaarden vast te leggen, is de kans dat ze snel vergeten worden, groot.

ROC Midden Nederland heeft de verantwoordelijkheid naar haar colleges (en dus ook naar al haar studenten) om het ‘juiste’ klimaat te creëren voor studentparticipatie. Dit betekent dat zij op centraal niveau een aantal zaken goed moet regelen. •

Hoe kun je borgen dat wat je met elkaar afspreekt ook gebeurt? Colleges krijgen in dit advies eigenaarschap om zelf kleur te geven aan de invulling van studentparticipatie. Daarbij vraag je hen om te verantwoorden hoe zij dat doen. Niet om te controleren, maar om van elkaar te leren en elkaar verder op weg te helpen. Bovendien nodig je colleges uit om te laten zien wat zij geregeld en gedaan hebben: om te delen waar zij trots op zijn. Daarvoor moet je een aantal afspraken minimaal maken: ● • In het jaarplan rapporteren colleges hoe zij het komende jaar invulling geven aan de randvoorwaarden voor succesvolle studentparticipatie. • In het jaarverslag rapporteren colleges in een fors stuk hoe zij alle randvoorwaarden hebben ingevuld. De opbrengst mag breed zijn en zal per college, team of docent verschillen. Van goed naar goud of van onder de maat naar redelijk goed in orde: in beide gevallen is er flinke winst geboekt. In beide gevallen heb je een flinke boost gegeven aan studentparticipatie. • Je moet ook aan studenten verantwoorden hoe je hen hebt betrokken of komend jaar gaat betrekken. Ook hier vormen de randvoorwaarden het uitgangspunten. Hoe ze ingevuld worden, is opnieuw aan de colleges. Je verplicht hiermee dat je niet alleen mooi opschrijft hoe je studentparticipatie aanvliegt of hebt aangevlogen, maar toetst ook bij studenten of zij hier net zo tevreden over zijn als jij.

Zorgen voor het goede klimaat Moet of mag je studentparticipatie regelen? Is het nodig om goede afspraken te maken of is het slechts een leuk speeltje? Ieder college kiest mogelijk voor een andere weg en maakt de keuzes die passen bij het college en haar studenten. Wie zitten er in je team? Welke richting willen we op? Waar ligt de behoefte? Waar zitten nog blinde vlekken? Welk tempo willen we gaan? Welke afspraken maken we met elkaar? Welke wensen liggen er voor komend collegejaar? Hoe gaan we studenten betrekken? Welke best practices bestaan er al? Wat willen we van onze studenten weten? Op welke onderwerpen gaan wij hen betrekken? Veel vragen waar je nu misschien nog geen antwoord op hebt, maar die absoluut belangrijk zijn om te beantwoorden.

Iemand aanstellen die voor colleges en collega’s hét aanspreekpunt is als het gaat om de aanpak van studentparticipatie. Daarbij is het essentieel dat die persoon laat zien hoe je vist en niet alle vissen zelf gaat vangen. Als het ware zoek je naar een aanvoerder of aanvoerders van je ‘team studentparticipatie’. We hebben voor dit onderzoek de uiting Denk Mee! in het leven geroepen om studenten en medewerkers uit te dagen om mee te denken over studentparticipatie. Het advies is om daar een online platform aan te verbinden waar je studenten oproept om mee te denken en hen informeert over keuzes die gemaakt worden. Lanceer een Denktank studentparticipatie. Dit is een groep sleutelfiguren uit de colleges die studentparticipatie in de hele organisatie steeds meer in de spotlights zet. De groep bepaalt zelf hoe zij samenwerkt en welke onderwerpen zij belangrijk vindt. ‘Go with the flow’: zo min mogelijk vanuit een structuur werken, maar zo veel mogelijk aansluiten bij wat er rondom studentparticipatie speelt en welke mogelijkheden je ziet. De Denktank moet niet zeggen wat er moet gebeuren vanuit een expertrol, maar juist inspireren wat nog meer kan en ophalen wat er al is. Leg de vier randvoorwaarden voor studentparticipatie vast in een ‘participatieplan’ waar je IEDEREEN in je organisatie over informeert. Spreek daarin minimaal met elkaar af op welke onderwerpen studenten moeten, maar ook mogen meedenken.

Wat je op centraal niveau dient te regelen is nodig voor succes in de rest van de organisatie. Het mandaat voor de uitvoering van participatie ligt in de colleges en bij corporate diensten. Sommige colleges zullen langzaam op gang komen en anderen hebben de afgelopen maanden al laten zien enorme stappen te kunnen zetten. Elkaar inspireren wat het je oplevert als je studenten betrekt bij het onderwijs, is een belangrijke voorwaarde voor succes. Colleges, opleidingen, teams, docenten en diensten zouden hun commitment moeten geven om studentparticipatie hoog op hun onderwijsagenda te zetten. Om samen met studenten te werken aan een cultuur van studentparticipatie.

Studentparticipatie speelt op de colleges. Maar je moet colleges niet helemaal aan hun lot overlaten.

44


Conclusies en how to’s

Tijd voor een goed gesprek

ganisatie. Ik snap dat dit makkelijker klinkt dan de werkelijkheid is. Geloof het of niet: het levert je zo enorm veel op als je door de ogen van je doelgroep naar je werk kijkt en in co-creatie aan de slag gaat. Het laat je op een andere manier kijken naar de les die je geeft of het beleid dat je maakt. Samen met studenten de koers bepalen, levert meer energie op dan het kost.

Na het lezen van alle adviezen en ideeĂŤn duizelt het misschien een beetje. Waar kun je het beste mee beginnen? We gaan met deze aanpak studentparticipatie in het zadel helpen, maar stippelen niet uit hoe het pad verder loopt. Wat we willen bereiken, is dat we niet meer zonder de mening van de student beleid en onderwijs willen maken. Het is tijd voor een goed gesprek met studenten.

Docentparticipatie Voor een goed gesprek met studenten moet je vertrouwen van studenten winnen. Dat kost tijd. Maar het contact met studenten is belangrijk voor de besluitvorming van allerlei onderwijszaken. Hoewel het betrekken van studenten tijd kost, zou het je prioriteit moeten hebben. Als je kiest voor kwaliteit van het onderwijs, kies je voor het betrekken van studenten. Studentparticipatie is iets wat je altijd en overal doet. Niet iets wat je erbij doet. Het wordt een onderdeel van je werk en het beleid van de or-

Alle randvoorwaarden zijn in beeld. Alle te maken afspraken en adviezen staan op papier. We zijn dan ook aangekomen bij de laatste pagina’s van dit rapport. Voor we bij het einde zijn, wil ik stilstaan bij de enorm belangrijke rol die docenten spelen in het leven van studenten. Net als studentparticipatie, is ook docentparticipatie een belangrijk thema, wat op de onderwijsagenda moet staan.

45


Hoofdstuk 5

Docenten voelen zich steeds meer een procesbegeleiders. Dit doen zij naast hun opdracht om studenten een vak bij te brengen. Er komen als je voor de klas staat steeds meer taken bij. Studentparticipatie komt nu ook op de agenda. Dat roept bij een groep docenten weerstand op om er mee aan de slag te gaan. Veel docenten ervaren simpelweg geen tijd om dat te doen.

wil samen met jou het onderwijs maken. Wat houdt je tegen om dat écht te doen?

De bedoeling Met dit project gingen we niet alleen uit van wet- of regelgeving omtrent medezeggenschap, maar van de bedoeling van studentparticipatie. Wat wil je bereiken met studentparticipatie? Waarom is het zo belangrijk dat studenten betrokken zijn? Je wilt dat studenten zich bij jou op school echt betrokken voelen. Dat zij met plezier naar school gaan en het gevoel hebben dat het onderwijs voor hen gemaakt is. Dat hun mening ertoe doet. Studenten verlangen naar goede studentbegeleiding, naar aandacht voor het individu. Je moet je niet alleen voornemen nieuwsgierig te zijn naar wat studenten willen en nodig hebben, maar echt in gesprek gaan met studenten. We hebben met dit onderzoek laten zien dat een goede aanpak van studentparticipatie in het belang van je studenten en de onderwijskwaliteit is. Bovendien verhoog je de tevredenheid bij de studenten. Het is, kortom, een must studenten een stem te geven bij het onderwijs dat je maakt.

“Ik snap dat je studenten moet betrekken, maar ik zou niet weten hoe ik dat moet doen in de tijd die ik heb.” Erik, docent Financieel Administratie Medewerker

Als docent heb je wat mij betreft een van de mooiste banen die je kunt hebben. Je hebt zoveel toe te voegen aan het leven van de student. Docenten spelen in het leven van studenten een belangrijke rol. Zij kunnen een voorbeeld zijn, structuur bieden, studenten in hun kracht zetten en studenten een stap verder helpen in hun toekomst. Tegelijk zorgt deze grote rol er ook voor dat het een hele zware baan is.

Missie geslaagd? Ja, dit project heeft op ROC Midden Nederland veel in gang gezet, veel studenten gesproken, veel stappen gezet. We hebben met dit project gezorgd voor de noodzakelijke (door) start van studentparticipatie op ROC Midden Nederland. Maar nee, we zijn er nog niet. Nu kun je pas kilometers maken. Participatie is geen checklist of bouwpakket. Dat je het alles op lijstje afvinkt en dan slaagt. Het vraagt om een mindset waarbij je altijd nieuwsgierig bent naar de student. Jezelf uitdagen om door hun ogen naar je werk te kijken. Ongeacht de functie die je hebt. De boost die er nu aan gegeven is, is een begin. Nu moet je doorgaan. Met de randvoorwaarden op zak, moet dat lukken. Wat werkt en wat niet? We hebben het uitgezocht. Nu moet ROC Midden Nederland er zelf mee aan de slag.

Hoewel de focus in dit onderzoek niet lag op gesprekken met docenten over studentparticipatie, vingen we wel verhalen van hen op. Docenten staan op school het meest dichtbij studenten. Docenten vragen tijd, middelen en ruimte om zelf met studentparticipatie aan de slag gaan. Zonder het op te leggen, kun je docenten laten zien hoe enorm belangrijk je het vindt dat zij studenten uitdagen en uitnodigen om betrokken te zijn bij hun onderwijs. Je hebt, als gaat om studentparticipatie, docenten echt nodig. Zij hebben een enorme invloed op hoe studenten denken over hun school en kunnen studenten helpen te participeren. Docentparticipatie is daarmee net als studentparticipatie een urgent thema op de onderwijsagenda.

Nadreunen Tot slot, we hebben veel studenten gesproken die met plezier naar school gaan. Net zoveel studenten zijn echter ook heel teleurgesteld in hoe dingen geregeld zijn en hebben vaak niet het gevoel dat er naar hen geluisterd wordt. Daar kan en mag je niet omheen. Het gros van de studenten schreeuwt het niet van de daken, maar als je het ze vraagt, vertellen ze van alles. Je hoeft het ze alleen maar te vragen. En daar kunnen we allemaal, vanaf vandaag, mee beginnen.

Ik verwacht dat de inzichten van dit onderzoek nog lang nadreunen op ROC Midden Nederland. Het creëren van een cultuur van studentparticipatie is een proces dat eerder jaren dan maanden duurt en wat een proces is van ‘doen en uitproberen’. Interne borging vraagt om commitment van medewerkers én studenten. Juist omdat we niet meteen diepe sporen zien van wat we doen, is het zo bijzonder dat studenten in groten getale wilden meedenken in dit onderzoek. Zij steken hun tijd in iets waar ze misschien zelf niet meer zoveel aan hebben. Zij denken mee over het onderwijs van toekomstige studenten. Juist daarom moeten we eerlijk zijn naar de student en wat zij kan verwachten. De student

In dit onderzoek zijn wij keer op keer verrast door de inzet, het enthousiasme en de duidelijke mening van studenten van ROC Midden Nederland. De bedoeling van studentparticipatie is om dit potentieel

46


Conclusies en how to’s

niet onbenut te laten, maar zo veel als mogelijk te benutten. Voor deze studenten maak je onderwijs. Voor veel studenten is dit onderwijs een belangrijk pad naar hun toekomst. Ga het gesprek met studenten aan en laat je verrassen door hun inzichten, ideeĂŤn, wensen en verwachtingen. Laat je verrassen, verbazen, ontroeren, ontketenen, inspireren door je doelgroep en daag jezelf uit om altijd en overal door de ogen van studenten naar je werk te kijken. Niet omdat het moet, maar omdat het je zo ontzettend veel oplevert. Het is het meer dan waard.

Je hoeft maar om je heen te kijken om het belang van studentparticipatie te zien.

47


Wat je centraal moet regelen

Participatieplan Denktank

Start

Digitaal platform

Aanvoerder(s)

HOE KRIJG JE STUDENTPARTICIPATIE DRAAIENDE?

48


Waar colleges mee aan de slag gaan

Vormen

Netwerk

Cultuur

Infrastructuur

Student participatie Jaarverslag

Resultaat: verbetering tevredenheid studenten!

Resultaat: verbetering kwaliteit onderwijs!

Jaarplan

Resultaat: studenten gaan harder werken en voelen zich beter thuis op school!

Verantwoording aan studenten

Laat je verrassen, verbazen, ontroeren, ontketenen, inspireren door je doelgroep en daag jezelf uit om altijd en overal door de ogen van studenten naar je werk te kijken. Niet omdat het moet, maar omdat het je zo ontzettend veel oplevert!

49


DANKWOORD Ik kreeg de unieke kans om een duik te nemen in de wereld van de mbo-student op ROC Midden Nederland. Oprechte interesse in en luisteren naar wat studenten belangrijk vinden, is voor iedereen die met hen omgaat een absolute must. Geef studenten echt het gevoel dat ze gehoord en gezien worden. Daag jezelf uit om door de ogen van studenten naar je werk te kijken. Ik hoop dat dit rapport een boost geeft aan de aanpak van ĂŠn de kijk op studentparticipatie op ROC Midden Nederland. Bijzondere dank gaat uit naar Feline Platzer. Zij heeft mij in dit onderzoek zeer goed bijgestaan. Hoewel ze zelf nog studeert, doet ze niet onder voor veel onderzoekers die al werken. Dit komt misschien niet door haar schat aan ervaring, maar wel door haar ongelooflijke enthousiasme, humor en inzet. Dank ook aan ROC Midden Nederland waar we zo welkom waren, de deuren van klassen vaak letterlijk openstonden en waar studenten zo ontzettend eerlijk zijn geweest. Dit rapport was niet tot stand gekomen zonder de kennis, ervaring en hulp van docenten, managers, directeuren, conciĂŤrges, het College van Bestuur, onderwijsondersteuners, kantinemedewerkers en vele anderen die werken op ROC Midden Nederland. Wij danken hen, en in het bijzonder Vincent de Bijl en Robert Koch voor de ondersteuning en prettige samenwerking. Tot slot een hele diepe buiging voor de hoofdrolspelers in dit project, de studenten van ROC Midden Nederland. Zonder de grandioze inzet van studenten was dit onderzoek niks waard geweest. Het was een verfrissend half jaar om met deze studenten te werken. Als er iets is wat de studenten mij lieten zien, is het dat ze zo graag mee willen denken. Je hoeft het ze alleen maar te vragen. Wat je meegeeft aan studenten, laat je straks bij hen achter. Maak er samen wat moois van! Veel plezier en succes! Marjolein de Jong

50


COLOFON Young Inspiration december 2016 Auteur en projectcoÜrdinatie Marjolein de Jong Onderzoek Marjolein de Jong, Feline Platzer Ontwerp Juliet Campfens Š 2016 Young Inspiration

Wil je meer weten over dit onderzoek, deze methodiek, studentparticipatie of ben je nieuwsgierig hoe jij jongeren kunt bereiken of betrekken? Neem gerust contact op met Young Inspiration via marjolein@younginspiration.nl of 06-13100695.

51


Ayse Arline Berend Maikel Anna Tijl Merel Bas Geraldine Charlie Sharad Irma Alie Mohammed Roel Sjaak Rivka Vere Merle Yoni Milou Imme Sultan Vincent Sterre Philou Senna Annely Bloem Rik Susan Nova Erwin Mirjam Sjoerd Ruben Karin Khalid Merida Jolie Ahmed Geertje Tarik Jesse-Jaimy Noreen David Diederik Nina Vera Daniel Lina Arnold Petra Ellen Tina Aila Dionne Ellen Leander Max Vita Hans Carla Rutger-Jan Joris Marjolein Moniek Annemarie Marlot Sander Mieke Martin Shamila Mariam Lisanne Laura Hjalmar Lizzy Marieke Marilyn Ryan Jorik Jet Justin Andre Jamie Paulien Baukje Belcim Pascalle Daniella Robin Anouk Bente Bas Victoria Viola Diana Kees Dafne Daria Christian Jan Marc Ronald Daisy Sara Lucas Eva Ameli Linn Sanne Milan Manon Isa Levi Olivia Rayan Jaden Muhammed Stijn Adam Thomas Noah Barbara Peter Jax Siep Vinno Taco Vigo Jace Maaike Ronin Nora Marina Els Liam Ferris Kaatje Kyra Tom Petra Siem Lieve Koen Dominique Mylene Lars Vanessa Melissa Reinier Kim Tara Wouter Bo Kelly Fiene Margreet Nadine Isabelle Aart Chris Lesley Juul Marisa Stan Margot Jantien Cathy Mounia Nick Luke Erno Robert Mattew Nolin Quinn Lianne Jurre Kevin Dex Pepijn Thijs Tobias Xavi Keano Nathalia Aaron Arwen Ruud Fedde Seth Tijn Aafje Baakir Sebastiaan Arthur Roos Donald Prince Dylan Frank Marij Caroline Angelique Judas Flynn Wieger Denise Gaie Rover Fee Agnes Annelies Ans Pieter Dax Roxanne Arie Loulou Annet Jane Ilse Bastiaan Tibas Tineke Toine Abbas Felip Christof Feike Ton Dian Marjan Eelco Morgan Maron Marte Mina Farah Erik Rita Renata Tessel Jeroen Ulbertha Anja Stefan Charissa Wijnand Gijs Anna-Fetter Jaury Dewi Suze-Ann Ernie Patrick Rosanne Jasmine Geert Jack Arianne Sem Johan Milou Joyce Roelinde Janien Annemieke Beau Josefien Alice Cynthia Esmeralda Taylan Eveline Sophie Anne Nicole Manon Joyce Daremy Jonna Sef Piet Karel Bob Annelou Caroline Mirja Janieke Elien Kyma Katie Rosan Mafalda Stina Mary Denise Danielle Patricia Ronald Rowan Lisan Karen Lennart Kristel Erjen Jacco Michiel Wouter Thijs Sjoukje Henk Gelisha Arlene Rinaldo Genieve Ashley Chovany Bobby Enrieke Francois Helena Anouk Griet Khaled Mathilde Yannick Romee Jordy Wilma Ger Willem John Wynand Harry Bennie Jacob Jim Cheyenne Christiaan Erik Simon Agus Nicole Sarchel Gerieke Anita Stephan Joop Ellie Dion Cor Emilie Ine Erald Diny Debbie Samantha Dikra Willem Rosa Pepijn Robbie Lex Amanda Gerard Hakim Jasmine Inge Nico Anne-Mette Aurora Sonja Monique Cyntia Claudia Letty Tamara Juliet Marco Maud Nelleke Trisha Femke Elise Winansa Annelore Yara Alex Elke Toon Joshua Mandy Sietske Tabitha Mara Simone Seif Signon Huub Aslan Sandesh Achmed Esri Eliza Mary-Rose Oscar Nienke Minke Mijke Lilit Emily Celeste Loes Lennard Annelinde Charlotte Fleur Linda Dennis Trudy Heleen Ilja Kirstie Leander Irene Jiska Ate Jasmijn Ignis Daphne Sofie Christa Henny Walter Esther Edwin Janneke Cindy Tjistke Alan Destiney Ingrid Astrid Lia Michel Sam Malissa Flip Mees Maurice Kasper Eddie Bob Zeina RenĂŠ Rachid Lucia Freek Ferdinand Danny Marija Liva Bert Sylvana Hyke Bonnie Timo Rouwena Renata Dirk Bedri Quasandra Victor Yvette Singe Leonie Gerrit Bram Klaartje Shifan Maroune Leontien Mark Dave Layla Doris Lilian Ludo Nikita Sep Sijs Kick Lavira Chantal Naidu Hester Jacqueline Joost Tame Froukje Noud Marcus Nikki Feline Jasper Marina Tristan Gylan Gwen Sjors Laila Eline Emma Tesse Mart Ali Wendy Maarten Anuschka Bjorn Richard Hannah Janice Leon Shauna Jose Paul Floor Rob Otje Zoe Roza Joseline Sydney Jessica Tim Kor Erica Linda Danny Kadisha Charlotte Dwight Jordan Guus Romy Pleun Vincenzo Lisa Brian Marije Moos Bart Nathalie Xiam Marleen Gamze Lammert Steven Amber Marlies Jesper Morris Alain Jetty Josho Marianne Ivo Maartje Abdellbar Tooske Wilfried Huib Jozef Fatih Lente Daniek Adri Zlatan Aernout Wim Marcel Mila Julia Fenna

Profile for Marjolein de Jong - Hooiveld

Younginspiration wvm def digitaal  

Rapport Winnaars Van Morgen ROC Midden Nederland

Younginspiration wvm def digitaal  

Rapport Winnaars Van Morgen ROC Midden Nederland

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded