Issuu on Google+

De Verhalen Vrouwenblad SHE

De eerste glossy van Zuid-Soedan Acht procent van de vrouwen kan lezen maar: ‘Ook vrouwen die niet kunnen lezen, weten wat er in de SHE staat.’ tekst en foto’s Marieke Kessel

Journaliste Ayen Deng houdt een interview

J

uba, Zuid-Soedan. Her en der steken doodskisten uit de grond. Ertussen staan golfplaten hutjes en een bordje: ‘Don’t park on the graveyard’. Een brommer crost met korte bochten tussen de kisten door. Als hij nadert, stijgt een stofwolk op. Het lange, slanke model duikt weg achter het reflectiescherm. Model? Ja. Op deze onwaarschijnlijke locatie vindt vandaag een modeshoot plaats voor het blad SHE, de eerste vrouwenglossy van ZuidSoedan. Initiatiefneemster en hoofdredactrice

44 Vrij Nederland 18 MEI 2013

is de Nederlandse Brigitte Sins (41), die nu ook de foto’s neemt en het model van kleding heeft voorzien, die ze zelf heeft gemaakt. Waarom is zij in een land met gebrek aan zo’n beetje alles – van gezondheidszorg en infrastructuur tot schoon water en elektriciteit – een glossy begonnen? ‘Waarom niet? Vrouwen hebben overal ter wereld interesse in mode en beauty. Fashion gaat hier niet om dure merken, maar om creativiteit en zelfbewustzijn. Dat geeft een goed gevoel en vergroot eigenwaarde.’ En, denkt Sins, het helpt bij het tot stand brengen van een gemeenschappelijke Zuid-Soedanese identiteit. Want officieel mag het land dan na 22 jaar burgeroorlog met het noorden sinds 2011 zelfstandig zijn, in de betwiste grensgebieden wordt nog altijd hevig gevochten, en delen van ZuidSoedan zelf worden inmiddels verscheurd door moordpartijen tussen stammen. Wat dat betreft is het leven in Juba nog relatief rustig. De gloednieuwe, met de dag uitdijende hoofdstad is mede dankzij hulporganisaties en ondernemende Kenianen, Ethiopiërs en Chinezen in razend tempo uit de grond gestampt. Er zijn nu een paar verharde wegen waarlangs hopen afval liggen, al dan niet in de fik gestoken. Tientallen gebouwen staan in de steigers. Toch is het geld in Juba in handen van een kleine groep. Dat betekent: sloppen aan de rand van de stad en hummers in het centrum.

Eigen spaargeld Na enkele jaren in de journalistiek, onder meer als correspondent in Indonesië voor Algemeen Dagblad, werkt Brigitte Sins sinds 2007 in ZuidSoedan als adviseur op het snijvlak van media en ontwikkelingssamenwerking. Ze zag in de loop der jaren tientallen mediaprojecten voorbij komen, vaak drijvend op veel donorgeld en met wisselend succes. Dat dacht ze zelf beter te kunnen. En omdat er voor vrouwen niks was, moesten zij de doelgroep worden. ‘Vrouwen zijn hier minderwaardige burgers. Ze mogen niet scheiden, ze mogen amper werken, ze worden verhandeld voor koeien, en er sterven hier meer vrouwen tijdens een bevalling dan op de meeste andere plaatsen in de wereld.’ Genoeg onderwerpen om een blad mee te vullen dus. En dat mag er best gelikt uitzien, vindt Sins. ‘Ngo’s steunen graag blaadjes met een hulpbehoevende uitstraling. Ik wil juist laten zien wat een kwalitatief goed magazine is.’ Sins investeerde dertigduizend euro spaargeld in het blad en leidde zelf journalistes op, van wie een deel is geboren en getogen in Zuid-Soedan en een ander deel na de oorlog teruggekeerd uit Afrikaanse buurlanden, de VS en Europa. Behalve reportages over mode en beauty staan in SHE ook veel serieuzere artikelen, met koppen als ‘Shot and left for dead, Harriette survived a LRA attack’ en ‘I got sick after my husband slept with his second wife’. Sins: ‘Juist doordat


Een fotoshoot voor SHE: ‘Fashion gaat hier niet om dure merken, maar om creativiteit en zelfbewustzijn’ Vrij Nederland 18 MEI 2013 45


De Verhalen

‘Door decennia van oorlog zijn we geïsoleerd geraakt van de wereld. SHE brengt lezers nieuwe ideeën’

we controversiële onderwerpen verpakken in een jasje van beauty en mode, komen we ermee weg. We roepen ook niet hoe slecht polygamie is, maar noemen de gezondheidseffecten. Dan kennen onze lezers in elk geval de risico’s.’

Rolmodellen ‘Mannen doen niks voor vrouwen. Wat ze verdienen, zuipen ze op.’ SHE-journaliste Ayen Deng zit tegenover een oudere vrouw. Haar man stierf in de oorlog. Deng interviewt haar over haar start als ondernemer met behulp van een microkrediet. Vindt ze het leuk? Wat raadt ze anderen aan die een bedrijf willen starten? Als ze de vragen beantwoordt, krijgt de vrouw een trotse twinkeling in haar ogen. ‘Ik heb geen man nodig, ik red mezelf nu.’ ‘Dit is geen romantisch powervrouwen-verhaal,’ licht Deng haar onderwerpkeuze achteraf toe. ‘Deze weduwen hebben niemand en moeten voor zichzelf zorgen. Niet omdat ze feministen zijn, maar om te overleven. Ze grijpen hun kans. Anderen kunnen dat ook. Daarom past dit verhaal in SHE.’ Deng is tijdens de oorlog opgeleid in Europa en is overtuigd van de kracht van het woord. ‘Schrijven is een manier om de waarheid te laten zien, om mensen aan te moedigen op nieuwe manieren te denken. Onze samenleving is nogal rigide. Door decennia van oorlog zijn we geïsoleerd geraakt van de wereld. SHE brengt lezers nieuwe ideeën.’ Maar wie zijn die lezers eigenlijk? Volgens de officiële cijfers is slechts acht procent van de vrouwen in Zuid-Soedan geletterd. ‘In stedelijke gebieden ligt dit percentage hoger, daar is geen onderzoek naar gedaan,’ stelt Sins. ‘Maar we pretenderen ook niet iedereen te bereiken. SHE richt zich op de voorlopers, diegenen in de stad met toegang tot verandering.’ De afgelopen jaren heeft ze in Juba een klasse zien ontstaan die zich wil ontwikkelen. ‘Zij zijn de rolmodellen voor de toekomst.’ Bovendien, zegt Sins, verspreiden veel verhalen zich van mond tot mond. ‘Regelmatig weten vrouwen die niet kunnen lezen wel wat er in de laatste SHE heeft gestaan.’ Van de mannen in Juba krijgt Sins nogal eens de vraag of ze HE wil maken, maar ook SHE bekijken 46 Vrij Nederland 18 MEI 2013

de meesten met interesse. Dat is maar goed ook, stelt de hoofdredactrice. ‘Zij maken voorlopig de regels en mogen niet op de kast worden gejaagd door een te heftige toon.’ Toch gaat het blad sommigen te ver. Een hoge officier van de SPLM, de regerende partij, weigerde het in ontvangst te nemen. Ook de man die een SHE in een kiosk in brand stak, had waarschijnlijk weinig met het blad op. De verkoper gaf de resten in een plastic zakje terug aan Sins. Ze heeft hem gewoon betaald, híj kon er immers niks aan doen. Sins’ telefoon is al dagen vergroeid met haar oor. Ondernemen op z’n Zuid-Soedanees vergt veel geduld. Ondanks tientallen telefoontjes en e-mails kwam de oplage van SHE no. 5, die bij gebrek aan een drukker in Juba in Nairobi wordt gemaakt, niet mee met het vliegtuig. De volgende dag dan? Misschien. President Salva Kiir vliegt spullen in. Het is de vraag of SHE erbij past. Sins zucht. ‘Elke stap is improviseren.’

Wantrouwen Ook SHE-journaliste Evelyne Otto weet hoe lastig het is om in Zuid-Soedan een blad te maken. Ze zou graag een interview houden met een hivpositieve vrouw die haar heeft verteld over haar drie gezonde kinderen. Haar openheid over haar besmetting is uniek in dit land. ‘Haar verhaal kan anderen steunen die niks durven zeggen,’ denkt Otto. Maar de vrouw neemt al dagen haar telefoon niet op. En dus gaat Otto, zelf hoogzwanger, op zoek. Met haar bolle buik stapt ze achterop een boda boda (brommertaxi). Als de vrouw is gevonden, blijkt ze geld te willen. Op z’n minst vijftig pond. Want wat heeft zij aan een interview? Otto verdient er geld aan, maar zij blijft arm. En haar kinderen moeten toch eten. Otto probeert de vrouw duidelijk te maken dat ze heus niet rijk is. Maar de baas van SHE is toch een kawaja, een blanke? Die kan toch betalen? Het blad ziet er toch zo luxe uit? Otto druipt af. Wel maakt ze een afspraak voor de volgende dag, om verder te praten. ‘Vergeet mijn geld niet, hè!’, roept de vrouw haar na.

De dag erna is Otto terug en zegt dat haar baas niet betaalt voor interviews. De vrouw maakt een afkeurend geluid. Omstanders bemoeien zich ermee. Dus Otto is journalist? Hoe lang al? Wat zijn de vragen? Twee vrouwen praten Arabisch. Het klinkt niet al te vriendelijk. Otto kijkt ongemakkelijk. Wat zeggen ze? ‘Dat ik niet overkom als een journalist en nog veel moet leren.’ Na een vragenvuur van een half uur lijkt iedereen overtuigd. Otto lacht – te vroeg. Ze moet de baas van de vrouw nog om toestemming vragen. Otto knikt, zegt zacht: ‘Alles voor het verhaal.’ Journalisten zijn in Zuid-Soedan niet erg geliefd, zegt Annet Yobu, werkzaam voor SHE en dagblad The Juba Post. ‘In de tijd van het islamitische regime hielden spionnen in de gaten of mensen zich aan de sharia hielden. Nog steeds zijn mensen daar bang voor. Ze vertrouwen elkaar en de pers niet.’ Yobu ervoer het aan den lijve toen ze foto’s maakte van een compound die instortte. Een man zei dat ze daarmee moest stoppen. Toen ze zei dat ze journaliste was, sloeg hij haar in het gezicht. ‘De pers is nu vrij en de mensen ook. In theorie. In de praktijk overheerst nog wantrouwen, angst en agressie.’ Dat die cocktail tot escalaties kan leiden, blijkt


‘Mijn moeder was 100 koeien waard, ik 225, wat zal mijn dochter waard zijn?’

een paar dagen later wanneer Sins en Deng hun ID’s ophalen bij een beveiliger van de staatstelevisie; Deng is net live geïnterviewd over SHE. In het kantoortje ligt een man op de bank tv te kijken. Hij weet niet waar de beveiliger is. Naar huis? Kan gebeuren, maar mogen ze hun ID’s? Nee, ze moeten wachten op degene die erover gaat. De beveiliger is onvindbaar en de man blijft op de bank liggen. Sins is het zat en pakt zelf haar ID van het bureau. De net nog zo lethargische man springt op. Schreeuwend. Dit kan niet! Leg terug! Wild zwaaiend met zijn armen ver-

spert hij de uitgang. Sins wil weten wie hij is en wil zijn baas spreken. Olie op het vuur. Sins doet een stapje achteruit. Deng grijpt in en speelt het spel zoals het hoort. Onderdanig erkent ze zijn macht. Sins had haar ID nooit zelf mogen pakken. Dan mogen de vrouwen vertrekken. ‘Dat is precies de mentaliteit die de ontwikkeling van het land stilhoudt,’ raast Sins in de auto. ‘Van die types die niks weten en kicken op hun powertrip. Als je daarin meegaat, leren ze nooit dat dit niet kan!’ Deng is het daarmee eens, maar ze moesten toch ook hun ID’s terug? ‘Zo reageren mensen dus op jarenlange onderdrukking, oorlog en een autoritair regime,’ zegt Sins. ‘Als zo’n jongen een geweer heeft, knalt-ie je zo neer. Want wapens zijn hier overal. Avondjes uit eindigen regelmatig met gezwaai met geweren. Ruzies op het ministerie trouwens ook.’

Mensenhandel De volgende dag is SHE eindelijk op het vliegveld gearriveerd. Nu moeten de magazines nog worden ingeklaard. Deng zou komen helpen, maar is ziek. Otto deed een poging, maar viel van de boda boda. Haar vaste Oegandese chauffeur was niet beschikbaar en Dinka’s, de grootse etnische

Initiatiefneemster en hoofdredactrice van SHE is de Nederlandse Brigitte Sins, die ook de foto’s neemt

groep van het land, staan niet bekend als erg goede chauffeurs. Dus moet Sins zelf een stuk of tien kantoren langs om allerlei bedragen te betalen voor stempels en papieren; de procedures en kosten verschillen per keer. Later die dag, als de frustratie is gezakt, toont ze begrip voor de afwezigheid van Deng en Otto. ‘Deze meiden zijn vooral bezig met overleven, voor hen telt alleen de dag van morgen. Plannen, en inzien wat dat oplevert is hier erg ingewikkeld.’ Sins’ streven om SHE over te dragen aan haar medewerksters lijkt nog verre van reëel. Zeker nu haar meest betrokken redactrice sinds haar huwelijk plots van het toneel is verdwenen. Haar telefoonnummer werkt niet meer, maar op haar facebookpagina staat de volgende statusupdate: ‘Mijn moeder was 100 koeien waard, ik 225, wat zal mijn toekomstige dochter waard zijn?’ ‘Tja,’ zegt Sins, ‘dat ondermijnt dus totaal het uitgangspunt van SHE. De hele gemeenschap legt in voor die koeien. Dus hoe meer er voor je is betaald, hoe meer je moet doen voor de groep. Je verkoopt je zelfbeschikkingsrecht. Het is mensenhandel, maar we noemen het cultuur.’ Is dit geen teken dat de kloof tussen de ideeën van Sins en de realiteit in Zuid-Soedan (nog) te groot is? ‘Van die vraag ben ik me altijd bewust. Een vrouw zei ooit tegen mij: wat moeten we met vrouwenrechten als onze man ons ’s avonds in elkaar slaat? Ze heeft gelijk. Daarom is het belangrijk dat dit blad echt van de vrouwen hier wordt. Zij moeten zelf hun onderwerpen bepalen.’ Intussen heeft Evelyne Otto de baas van de hivpositieve vrouw overtuigd. Het interview mag doorgaan. Monotoon en met een doffe blik vertelt de vrouw dat ze er tijdens de zwangerschap van haar derde kind achterkwam dat ze besmet was. Dankzij medicatie kwam de baby gezond ter wereld. Ze weet niet wíé haar heeft besmet. De vader van de eerste twee kinderen stierf aan aids, maar pas toen ze zwanger was van zijn broer, bleek ze positief. Die man wil geen test. En ze weet niet waar hij is. De vrouw heeft inmiddels een relatie met een man die ook hiv heeft. Ze willen geen kinderen meer. ‘Ik ben open over mijn verhaal, anders word ik gek,’ zegt ze. ‘Maar in de kerk groeten sommigen niet meer. Dat doet pijn.’ Ze staat op. ‘Ik heb honger. Je moet lunch voor me halen.’ Otto probeert nog iets te vragen. ‘Ik zeg niks meer. Eerst eten. Jij betaalt. Kom.’ De rest van het interview komt later. Waarschijnlijk. Dit artikel is tot stand gekomen dankzij subsidie van het Postcode Loterij Fonds van Free Press Unlimited

Vrij Nederland 18 MEI 2013 47


Pdf vn goed