Page 1

T e k s t e n be e l d: Marie k e K e s se l

Van links naar rechts: Onmisbaar in elk Iraans huis: het Perzische tapijt. Overal te koop en dus ook op de bazaar van Esfahan. Twee twintigers uit Shiraz. Avisa en Madhis staan erop ons in het theehuis te trakteren op rozenwater. Een moskee uit de tijd van de overdadige Qajardynastie schittert je tegemoet in Shiraz. Een vertrouwd beeld in Yazd: een brommer bedekt met een Perzisch tapijtje.

‘In Iran is je man je vrijheid. Of niet’ Je wordt er al opgepakt als je als vrouw op straat een blote arm laat zien. Vrienden van Marieke Kessel verklaren haar dan ook voor gek: wat moet ze in dat land van kernwapens, doodstraf en vrouwenonderdrukking? Maar Marieke weet wat een reis naar Iran de moeite meer dan waard maakt: haar bewoners.

Een vrouw met kort blond haar springt in het opblaaszwembad. Ze lacht voluit.

Vanuit het huis achter haar klinkt housemuziek. ‘Kom erin’, roept ze. ‘En neem gelijk wat te drinken mee!’ De plastic fles met araq, de illegaal gebrouwen drank die hier overal te krijgen is, staat op tafel. Ik schenk het in een glas ijs en vruchtensap. Ben ik nog in Iran, het land waar ik twee weken geleden met spanning in mijn lijf aankwam?

60

21 | 12

Het is even na middernacht als het toestel van Iran Air de landing inzet. De miljoenen lichtjes van hoofdstad Teheran komen steeds dichterbij. De jonge vrouw voor me zucht. Ze kijkt naar buiten. Een mengeling van vreugde en angst in haar ogen. Na zeven jaar gaat ze terug naar haar thuisland. Ze moet haar familie te vertellen dat ze in Nederland van haar man is gescheiden. Op haar initiatief. Omdat de liefde op was. Ondenkbaar in Iran. Boos zullen ze niet

worden, denkt ze, maar misschien schamen ze zich. Of nemen ze het haar kwalijk. Er zullen in elk geval honderden vragen op haar worden afgevuurd. Met haar gedachten op oneindig zal ze antwoorden geven. Ondertussen hoopt ze zich te kunnen laven aan de geuren en kleuren van haar thuisland. Haar eigen sores weerhouden haar niet om zich zorgen over mij te maken. Wat ga ik eigenlijk doen in Iran? Ben ik alleen? Ik vertel dat ik mee ga reizen met twee vriendinnen die per jeep van Singapore naar Amsterdam rijden. In het zuidoosten van Iran zal ik hen ontmoeten. Ze pakt pen en papier en schrijft haar nummer op. Als er iets is, moet je bellen. Beloofd? Een schok gaat door het toestel. Het vliegtuig raakt de grond. Hoofddoeken gaan op. Ik doe een sjaal om mijn haar. Vreemd gevoel. Maar de Iraanse kledingcode - de zogenaamde hijab - schrijft nou eenmaal voor dat het haar en de lichaamsvormen van iedere vrouw in het openbaar bedekt

moeten zijn. Lopend richting de uitgang, kruist mijn blik nog een aantal keer die van de vrouw voor me. Dan zie ik geen enkel bekend gezicht meer. Ik ben alleen. In Iran.

Ik ben een attractie

‘Hier, neem ’m aan.’ Meneer Mousavi, de eigenaar van het hotel in Teheran-Zuid

expliciete toestemming van hun man. Meneer Mousavi ziet er niet uit als het type dat mij zonder het apparaat laat gaat. Ik pak het aan en steek mijn hand uit. Deal. O ja. Een moslim geeft een vrouw geen hand. Een ongemakkelijk knikje dan maar. In Teheran-Noord moet ik mijn treinticket ophalen. De metro lijkt de beste manier om

Wat ook maar een beetje te westers of 'frivool' is, mag niet meer waar ik logeer, kijkt me doordringend aan. Hij reikt een mobiele telefoon aan. Als iemand me lastigvalt, kan ik tenminste dreigen dat ik de politie bel. ‘Je bent een vrouw alleen!’ Ja. Dat weet ik nou wel. En ik weet ook dat Iraanse vrouwen niet zelfstandig mogen reizen, behalve met

daarheen te gaan. Op straat moet ik even schakelen. Ik ben een attractie. ‘How are you?’, klinkt overal. Na een reis met een blonde vriendin door Midden-Amerika zou je denken dat ik wel wat gewend ben. Toch voelt dit anders. Omdat ik alleen ben of omdat vrouwen hier in het openbare >

9 | 12

61


leven zo’n ondergeschikte positie hebben? Meneer Mousavi heeft me uitgelegd waar ik de metro in moet. Als ik de trap af ga, loopt een man naast me. Hij murmelt iets over ‘boyfriend’. Ik negeer hem. Opeens voel ik een hand op mijn zij. Ik kijk om me heen. Het is donker en leeg op deze trap. De man verstevigt zijn grip en probeert me richting de muur te duwen. Met kracht duw ik hem van me af. Hij wankelt achterover. Scheldend storm ik de metro-ingang uit, mijn hoofddoek op half zeven. In de taxi voel ik hoe mijn hart in mijn keel bonkt. Hoe denkt deze man in godsnaam over westerse vrouwen? Ik kan niet wachten tot ik weer bij mijn vriendinnen ben. Maar eerst met de trein naar het oosten. Vannacht. Ik hoop op een vrouwencoupé.

De kledingpolitie

Inderdaad, geen man te zien in dit deel van de trein. Wel voel ik me wat te kleurrijk door mijn roze hoofddoek met panterprint. In Teheran liep een groot deel van de

van Teheran in bergachtig niemandsland. Langzaam zakt de zon achter de bergen. Waarom studeert ze in India? Ze kijkt me aan alsof ik van Mars kom. ‘Hier zijn geen kansen voor vrouwen! We mogen niks.’ Ze wijst op een foto in de krant die voor ons ligt en dempt haar stem. ‘Ken je deze achterlijke man? Sinds hij aan de macht is, zijn alle regels weer strenger.’ Ze bedoelt president Ahmadinejad. Tot 2005 was zijn voorganger, president Khatami, bezig met voorzichtige hervormingen van de islamitische republiek. Te veel, vond geestelijk leider Khamenei en tot zijn grote tevredenheid draaide Ahmadinejad ze stuk voor stuk terug. Wat ook maar een beetje te westers of frivool is, mag niet meer en de zedenpolitie houdt weer scherp in de gaten of vrouwen zich aan de kledingcode houden. ‘Stap nooit in het busje van de kledingpolitie’, drukt Maryam me op het hart. ‘Want je weet niet wanneer je terugkomt. Verzet je met hand en tand, altijd.’ Bij mij zal de controle wel loslopen, ik ben

Maryam kan niet geloven dat moslima’s in Europa vrijwillig hoofddoeken dragen vrouwen in gekleurde sjaals en manteaus, hooggesloten trenchcoats tot net boven de knie. Hier is de chador - letterlijk vertaald ‘tent’ - in de meerderheid. De zwarte lap bedekt de vrouw van top tot teen, alleen haar gezicht is te zien. En dat op weg naar het hete zuiden. Eén meisje in mijn coupé draagt kleur. Onder haar manteau een strakke spijkerbroek en hoge hakken. De trein is nog maar net in beweging of ze ploft naast me neer en stelt zich voor. ‘Maryam, nice to meet you.’ Haar familie woont in Yazd, een van de oudste steden van Iran en bestemming van de trein. Echt leuk vindt ze het niet om erheen te gaan. ‘Alles is er oud, ook de denkbeelden van de mensen.’ Maar als studente Engels aan een universiteit in India moet ze nu drie maanden naar Iran voor een nieuw studievisum. Buiten verandert het stedelijke landschap

62

9 | 12

een toerist. Waarom speelt zij niet meer op safe? ‘Ik ben jong, ik ben een vrouw. Ik wil er mooi uitzien, kledingcode of niet.’ En dus draagt ze haar hoofddoek achter op haar hoofd en haar mouwen tot net onder haar elleboog. Minachtend knikt ze naar de afbeelding in de krant. ‘Hij wil ons klein houden. Maar uiteindelijk lukt dat niet. Jongeren veranderen. Nu de regels nog.’ De vraag is wanneer. In 2009, na de volgens velen oneerlijke herverkiezing van Ahmadinejad, gingen duizenden Iraniërs de straten van Teheran op. Vrouwen liepen voorop, Maryam ook. ‘Er was hoop op verandering. Het was een heerlijk gevoel’, vertelt ze met een glimlach. Maar de opstand werd keihard neergeslagen. De beeltenis van het 26-jarige meisje Neda, bloedend op straat, werd het icoon van de in de kiem gesmoorde revolutie.

Toch maar een taxi

Droge warmte op het station van Yazd. Het is vier uur ’s morgens. Mannen drommen samen voor een taxi-loket. Ik snap het systeem niet. De letters in het Farsi staren me aan. Maryam gaat in de rij staan en roept de naam van het hotel waar mijn vriendinnen al zijn. Bij de taxi omhelst ze me alsof we elkaar al jaren kennen. Of ik even sms als ik er ben. Eén vraag moet ze nog stellen. Ze heeft gehoord dat moslima’s in Europa hoofddoeken dragen, terwijl het niet verplicht is. Is dat echt waar? Ze kan het bijna niet geloven. Ze wuift me na tot ik uit het zicht verdwenen ben. Slaapdronken zitten Suzanne en Madelon op bed. Ruim vier maanden zijn ze al met hun jeep onderweg, van Singapore naar Amsterdam. Vorige week zijn ze Iran via Pakistan binnen gereden. Net als ik hebben ze ervaring met gastvrije en behulpzame Iraniërs én met mannen die een raar beeld hebben van de westerse vrouw. Zo is Madelon in haar bil geknepen en kreeg Suzanne een hand op haar knie. ’s Avonds zullen we maar braaf taxi’s nemen, spreken we af. In de smalle straten van de bazaar in Yazd wanen we ons in een andere wereld. Tapijten, kleding, make-up, lingerie, kruiden; alles is te koop in dit samenspel van geuren en kleuren. Net als in de trein zie ik veel zwarte chadors. Als we om ons heen kijken op zoek naar de uitgang van dit doolhof, schieten twee vrouwen, van top tot teen in het zwart, ons tegemoet. Gefascineerd kijken we naar de prachtige gezichten. Elk wenkbrauwhaartje zit perfect, een randje oogpotlood, mascara en gestifte lippen. Giechelend brengen ze ons naar de uitgang. Helaas blijft het daarbij, want Engels spreken ze niet. Duidelijk is wel dat als je alleen je gezicht kunt laten zien, dat perfect moet zijn.

Verboden: Facebook

Het geklik van fotocamera’s klinkt overal. In Persepolis brengen Iraanse toeristen de restanten van het Perzische rijk met hun mobieltjes en camera’s in beeld. Met een beetje fantasie is goed voor te stellen hoe tussen deze heuvels een enorm paleis stond. Filmmaker Ellam, blonde dunne vlechtjes komen onder haar hoofddoek vandaan, maakt een documentaire over >

Met de klok mee: Overal staren de beeltenissen van Ayatollah Khomeini en Ayatollah Khamenei je aan. Op de bazaar geurt het overal naar kruiden. Voor binnenshuis zijn deze zomerbloesjes met een drukke print in de mode. Voor onder de bedekkende kleding is op de bazaar wel degelijk spannende lingerie te koop. Iraanse toeristen uit Teheran bezoeken de tombe van de beroemde Perzische dichter Hafiz in Shiraz. De zo goed als verlaten weg door de bergen slingert zich voor ons uit.

9 | 12

63


Met de klok mee: Twee meisjes studeren op de Koran in de moskee. Azam en haar moeder poseren voor de foto. Het favoriete tijdverdrijf van veel jonge meiden: winkelen in een van de moderne winkelcentra van Teheran. De vogeltjesmarkt in Esfahan. Azam (rechts) met haar jongere zus. In Shiraz zoekt iedereen ’s middags buiten de schaduw op - picknicken is volkshobby nummer 1.

64

9 | 12

de oude beschaving. Op het eerste gezicht een onconventioneel onderwerp, maar nee. ‘Het regime wil alleen aandacht voor de periode vanaf het moment waarop Iran een islamitische republiek was, dus we zijn nogal tegengewerkt.’ Maar de toestemming is nu eindelijk rond. Die film komt er. De dagjesmensen zijn net zo nieuwsgierig naar ons als wij naar hen. Waarom komen we naar Iran? Denken we niet dat alle Iraniërs terroristen zijn? De afsluiting van elk gesprek is hetzelfde ‘Welcome to Iran!’ Een jonge vrouw, Azam, laat het hier niet bij en nodigt ons bij haar familie uit in een dorp vlakbij. Binnen mag de hoofddoek af. ‘Ik ben islamiet’, vertelt Azam. ‘Maar voor mij heeft die doek daar echt niks mee te maken.’ Haar zusje heeft voor de gelegenheid extra veel roze lippenstift op, haar moeder draagt een strakke jurk met slangenprint. Lange vlechten komen tot net boven haar billen. Ik voel me underdressed in mijn ­wijde broek en blouse. Op een grote flatscreen in het midden van de kamer presenteren Iraanse vrouwen zonder hoofddoek videoclips. Dit kanaal zendt uit vanuit Londen en is te ontvangen via de satelliet, legt Azam uit. Het is dan wel verboden, maar iedereen heeft het. Net als Facebook trouwens. Wisten we eigenlijk al dat Iran de beste hackers van de wereld heeft? Terwijl je buiten wordt opgepakt voor het vertonen van je haar of een arm, zien we hier halfnaakte dames dansen op westerse popmuziek.

3x nee is nee

Het Perzische tapijt staat al snel vol met lekkernijen. Nog een beetje? Ah, er is genoeg! We slaan af, maar als we even de andere kant opkijken, schept Azam weer iets op onze borden. Dit is blijkbaar ta’arof; de omslachtige Iraanse beleefdheidsvorm waarbij je drie keer iets moet afslaan voor duidelijk is dat je het echt niet wilt. Met een vol bord voor onze neus, beseffen we dat het daar nu te laat voor is. Na het eten bekijken we de trouwfilm van de oudste zus. Alle special effects - hoe kitscheriger hoe beter - zijn uit de kast gehaald. Na het jawoord vliegen de twee zelfs op een Perzisch tapijt door het beeld. Wanneer gaat Azam trouwen? Voorlopig niet. ‘Ik heb geen zin om iemands eigendom te worden.’ Mag ze wel zelf een man

kiezen? ‘Jazeker. Uithuwelijking gebeurt steeds minder in Iran’, vertelt ze. ‘Vrouwen willen dat niet meer. Maar het hangt wel heel erg af van je familie. Gelukkig heb ik een moderne moeder.’ Die heeft inmiddels de waterpijp aangestoken. Engels spreekt ze niet, maar vanachter een dikke wolk witte rook lacht ze naar haar dochter. Geen idee waar haar man is, maar het is duidelijk dat deze vrouw in dit gezin de touwtjes in handen heeft.

Vergane glorie

Bita - opdrogend in de zon aan de rand van het zwembadje - trouwde vijf jaar geleden met Maz, een geboren Iraniër die 25 jaar in Amsterdam heeft gewoond. Achter het hek van hun woning in een dorpje bij de Kaspische Zee hebben ze hun eigen wereld gecreëerd. Hier maakt Bita haar sieraden en Maz zijn houtwerk. ‘Ik behandel haar als een Nederlandse vrouw, voor zover dat kan. Want bij officiële zaken moet ik

het volk. Dit had ze nooit verwacht.’ Aan het strand verbouwt vriend Hammid een huis. Het is nog niet klaar, maar we zijn welkom voor een etentje. Muziek klinkt door de speakers, kip staat in de oven en de glazen zijn gevuld met araq. Ik denk aan mijn leven in Amsterdam. Festivals. Concerten. Clubs. Hier moeten zij het mee doen. Bita schenkt me nog eens bij. Ik moet er nu toch over beginnen. ‘Op een buitenlandse website las ik dat twee mensen onlangs zijn opgehangen wegens alcoholgebruik, klopt dat?’ Ja, dat klopt. Maar moet ik nu echt over politiek beginnen? Ach, alles is ook eigenlijk politiek in dit land, verzucht Hammid. En plezier is nou eenmaal verboden. Ik denk aan de jongen die ik gitaar zag spelen op straat. Mensen verzamelden zich om hem heen, klapten en zongen mee, terwijl ze schichtig om zich heen keken. Al snel werd duidelijk waarom. Nog voor het eind van het nummer kwam

Azam: ‘Via internet zien we de wereld, maar we mogen niet meedoen’ er altijd bij zijn’, vertelt Maz. ‘Hier is je man je vrijheid. Of niet.’ Hoe verklaart hij de houding van die enkele handtastelijke mannen onderweg? ‘Een opvoeding waarin mannen wordt geleerd dat ze vrouwen niet mogen aan­kijken en hen pas na het huwelijk mogen aanraken, zorgt soms voor vreemde uitbarstingen.’ Dit gebied, het noorden van Iran aan de Kaspische Zee, stond voor de islamitische revolutie van 1979 bekend om haar clubs, casino’s, bars en de uitbundige paleizen van de sjah, de koning. De vast ooit statige boulevard geeft nu een gevoel van vergane glorie. Op het strand staat een groot stoffen scherm, meters de zee in, waar vrouwen in het water mogen. ‘Ik vraag mijn moeder weleens waarom ze de revolutie nou in ­hemelsnaam heeft gesteund’, verzucht Bita. ‘Dan vertelt ze hoe de revolutionairen claimden de rijkdom beter te verdelen dan de sjah. Alles zou beter worden voor

een wit busje aanrijden. Politie. De muzikant verdween in de wagen. Of die keer dat ik zelf ben aangesproken door een agent. Ik had zo’n groot fototoestel, was ik misschien journalist? Het liep goed af, maar ik voelde angst en machteloosheid. Voelen mensen zich hier altijd zo? Bita krijgt tranen in haar ogen. ‘Het is pijnlijk. Via Facebook en internet zien we de wereld, maar we mogen niet meedoen. En door de olieboycot vanwege het kernprogramma gaat de economie ook nog eens onderuit. De prijzen stijgen met de dag...’ Ze loopt naar de stereo. De muziek gaat harder. ‘We are the people that rule the world’ van Empire of the Sun. ‘Ik hoop elke dag op verandering. Vanavond dansen we alsof het al zover is, oké?’ Oké. Geen politiek meer. Wat ben ik onder de indruk van de manier waarop zij, net als de andere Iraniërs die ik heb ontmoet, haar leven leidt. Tussen alle regels door.

9 | 12

65

Estairangoed