Issuu on Google+

Ondertussen in Nicaragua

nieuw

& nu

nieuwe kansen in een machocultuur

Mannen waren altijd de baas in Nicaragua, en dat leek nooit te gaan veranderen. In het land heerst een echte machocultuur. Maar vrouwen maken een inhaalslag: bedrijfjes worden opgericht, krachten gebundeld. Journaliste Marieke Kessel sprak vrouwen die tegen de stroom in durven te gaan. Tientallen vogels cirkelen boven het strand. Ze houden de branding scherp in de gaten. De vissers leggen er ronde balken onder hun boten. Meter voor meter rollen ze de vangst het strand op. Jasmina del Carmen Gurdian (43) bekijkt het schouwspel vanaf haar veranda. Haar man is er nog niet bij. Ook hij vertrekt elke morgen voor dag en dauw om de netten binnen te halen. Precies zoals zijn vader altijd deed en daarvoor zijn grootvader. Veel verandert er niet in dit ­slaperige dorpje aan de kust van Nicaragua. Op één ding na: ook de vrouwen runnen hier sinds een paar jaar een belangrijke business.



48 _

Feel con nected

Jasmina del Carmen Gurdian

Tassen van zwerfplastic Jasmina pakt haar werk weer op. Ze haalt met precisie de dikke naald door het haak­

werk: het begin van een kleurrijke tas. Het materiaal? Weggegooide plastic tasjes, geraapt van het strand. Het idee om hier wat moois van te maken, kwam van een ontwikkelingsorganisatie. Doel was werk­ gelegenheid creëren voor vrouwen én schildpadden redden. Die gingen namelijk massaal dood doordat ze het plastic opaten. “Nog maar een paar jaar geleden aten we die dieren hier. Veel mensen vonden het dan ook maar raar wat we gingen doen. Ze lachten ons uit en noemden ons gieren, omdat we net als die zwarte vogels het strand afliepen op zoek naar afval.” De mannen in het dorp, altijd verantwoor­ delijk voor het binnenbrengen van het geld door de visserij, geloofden niet in het project. Jasmina: “Mijn man zei: ‘Als je één zo’n tas

_ 49


‘De bouwvakkers namen geen orders van mij aan. Ze vroegen alleen wanneer mijn man kwam’ 3

weet te verkopen, hang ik ’m aan mijn oor.’” Maar de tassen gaan wel degelijk over de toonbank. Toeristen vinden ze mooi en hotels doen geregeld grote orders. Bij heel grote bestellingen helpen de mannen nu soms zelfs mee met het verzamelen van het kleurige plastic. Ook Jasmina’s man. Hij heeft zijn woord niet gehouden. Ze lacht. “Ik herinner hem er niet meer aan, het is goed zo.” Ze noemt haar man een uitzondering. Hij drinkt niet, en hoewel hij haar in het begin plaagde met haar nieuwe werk, liet hij haar wel haar gang gaan. Samen hebben ze drie kinderen. Twee zoons, al in de twintig, en een dochter van twaalf. Toen de jongens nog klein waren, woonden ze in de stad. In het dorp konden ze niet genoeg geld verdienen. Jasmina werkte er als schoon­ maakster, haar man als bouwvakker. Kinder­opvang bestond niet, ze had er geen familie en dus liet ze de kinderen overdag

1

50 _

Feel con nected

alleen. “Het enige wat ik kon doen, was de poort goed afsluiten,” blikt ze terug. “Ik maakte me de hele dag zorgen en was elke dag zo opgelucht als ik weer thuiskwam.” Nu kan haar dochter na schooltijd gewoon naar buiten. “Het is hier veel veiliger voor haar. Ze is bij mij in de werkplaats of maakt thuis huiswerk. De lucht, de zee, de rust… het is hier zo veel fijner dan in de stad.” Het gezin keerde terug naar het dorp om voor Jasmina’s zieke moeder te zorgen. Zij is inmiddels overleden, maar door Jasmina’s inkomen kunnen ze nu hier blijven. En dat is niet het enige wat het werk haar oplevert. “Ik heb veel meer zelfvertrouwen en ben trots dat ik niet meer afhankelijk ben. En met mij alle andere vrouwen – we zijn al met dertig – die meedoen. Ik leer mijn dochter nu hoe belangrijk het is dat je voor jezelf kunt zorgen.” De zeemeerminnen Een andere groep vrouwen noemt zichzelf Las Sirenas, oftewel de zeemeerminnen. Die naam is geboren tijdens een avondje barbecueën bij een meer. De mannen waren druk bezig met het vuur en het vlees, de vrouwen doken het water in, en zongen. Geregeld komen ze samen in een van de restaurants van Granada. Dan praten ze lange avonden over hun carrières, relaties en de uitdagingen die ze tegenkomen. “We moedigen elkaar aan,” zegt María Isabel Cantin (31). Vanavond heeft ze met twee van de andere Sirenas afgesproken: Xiomara Díaz (29) en Marcela Mayorga (36). Alle drie hebben ze goede banen in het toerisme. Zo is Xiomara mede-eigenaar van The ­Garden Restaurant en María manager bij Hotel con Corazón, het meest luxe hotel van Granada, dat al zijn winst investeert in onderwijs. En alle drie hebben ze een buiten­landse man. Toeval? Maria lacht. “Mijn moeder zei altijd al: ‘Of je wordt non of je trouwt met een buitenlander.’” Niet dat er geen progressieve Nicaraguanen zijn die

graag zien dat hun vrouw zich ontwikkelt, voegt Marcela toe. Ze kijkt de anderen aan. “Maar de kans om die te treffen is wel wat kleiner.” Ze barsten in lachen uit. Vrouwen in een managersfunctie zijn in de stad minder uniek dan op het platteland. Toch is het wennen voor de omgeving. María: “In het begin voelde ik dat mensen zich afvroegen waarom ik die functie had gekregen. Ik moest mezelf echt bewijzen.” Xiomara had het lastig tijdens een verbou­ wing in haar restaurant. “De bouwvakkers wilden geen orders van mij aannemen. Ze vroegen alleen maar wanneer mijn man kwam. Het was zo frustrerend. Ook kreeg ik commentaar op mijn kluskleding. Dat was niet gepast voor een dame. En ik kon toch wel wat make-up opdoen?” Erg veel trekken ze zich niet aan van wat anderen zeggen. Voordat ze ging trouwen, woonde María samen met haar Amerikaanse vriend. Terwijl het hier normaal is om tot het huwelijk bij je ouders te blijven wonen. “Daar werd wel, meestal achter mijn rug om, over gepraat. Of mensen vroegen me wanneer ik nou eens ging trouwen. Ach. Heel veel huwelijken hier zijn ‘moetjes’ omdat de vrouwen zwanger zijn. Of dat nou zo netjes is?” Keerzijde van toerisme Hun mannen, uit Amerika en Frankrijk, zijn alle drie in Nicaragua komen wonen. Gelukkig, vindt María. “Mensen denken soms dat ik een buitenlandse man trouwde om hier weg te kunnen. Maar dat wil ik hele­ maal niet. Ik ben hier veel meer nodig om mijn land verder te helpen dan hij in zijn land. Nicaragua heeft door de roerige ­geschiedenis een laag onderwijsniveau, en veel mensen trekken weg. Ik wil hier juist blijven om mijn steentje bij te dragen. Ons land blijft bijvoorbeeld nog ver achter op het gebied van toerisme, terwijl er net zo veel moois te zien is als in bijvoorbeeld Costa Rica.”

1. Las Sirenas. 2. Marisela Rodriguez Portillo. 3. Mannen werken in de visserij, zoals de ­traditie voorschrijft.

2

Werken aan ontwikkeling doen María, Xiomara en Marcela niet alleen in kantoor­ uren. Hun werk in het toerisme bracht ze namelijk in contact met de keerzijde ervan: sekstoerisme. Nicaragua is arm en oudere toeristen betaalden jonge vrouwen, kinderen soms nog, voor seks. Xiomara: “Toerisme is hier nog vrij nieuw en mensen hadden vaak geen idee wat er speelde. We begon­ nen daarom een campagne om dit onder de aandacht te brengen. De mensen schrokken er behoorlijk van. Hotels letten hier nu beter op, onder druk van ons en de bevolking.” Geregeld bijpraten is voor Las Sirenas heel belangrijk. Marcela: “We lopen tegen dezelf­ de dingen aan en kunnen elkaar daarbij helpen. Ook proberen we vrouwen buiten ons groepje te motiveren om in zichzelf te geloven en voor zichzelf op te komen.” Ze beseft dat het voor hen makkelijker is dan voor de gemiddelde Nicaraguaanse vrouw. “Wij hebben ouders die ons stimuleren en we konden een goede opleiding volgen. Dat is niet de standaard hier. Voor vrouwen op het platteland of van vorige generaties is het veel moeilijker.” Hotel met een ziel Dat Marisela Rodriguez Portillo (51) van planten houdt, is meteen duidelijk. De entree van haar hotel Cualitlan in Esteli is om­ geven door bamboe. Aan de zijkant van de keuken staan tientallen bakjes met stekjes. Het hek van haar huis, vlak achter

de keuken, is overgroeid met kleurrijke bloemen. “Als je gelooft in de toekomst, hou je van planten,” zegt ze. “Want als je goed voor een klein zaadje zorgt, komt er iets moois uit.” Ze knipt een felrode bloem af en legt ’m op een van de tafels in de open ruimte. “Ik hou niet van muren,” lacht ze. “Dit hotel heb ik gemaakt zoals ik het mooi en fijn vond. Het laat zien wie ik ben, het heeft een ziel.” Ze voedde er haar dochters op, die inmiddels het huis uit zijn. Een woont in Amerika, in Miami. De ander studeert in de hoofdstad Managua en haar dochter woont bij Marisela. Het hotel is haar huis. “Daarom zorg ik er zo goed voor. Dit is mijn leven.” Ze kent geen andere vrouw die hier in het noorden een eigen hotel heeft. Het is niet alleen het armste, maar ook het meest ­traditionele deel van Nicaragua. “Mannen

zijn de baas, vrouwen gehoorzamen,” zo vertelt Marisela. Ze begon in haar eigen woorden ‘een eigen leven’ nadat ze bij haar man wegging. “Ik trouwde op mijn negen­ tiende. Hij wilde dat ik thuis bleef om voor de kinderen te zorgen.” Haar man dronk, steeds meer. Ze hadden veel ruzie. Het liep steeds vaker uit de hand. Dan sloeg hij haar. “Ik werd een schim van mezelf. Na vijf jaar hield ik het niet meer vol. Ik ging weg. Hij zei: ‘Denk maar niet dat je iemand anders vindt die voor je zal zorgen.’ Maar ik dacht: ik heb helemaal ­niemand nodig, ik doe het zelf wel.” Waar ze de kracht vandaan haalde, weet ze nu nog steeds niet. Maar ze ging. Met haar dochters, zonder huis en zonder werk. “Ik had geen idee hoe ik het ging redden. Maar ik zou wel iets vinden. Alles beter dan hoe het was.”

Gelijkere rechten In Nicaragua is, zoals in veel andere Latijns-Amerikaanse landen, de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen diep geworteld in de cultuur. Vaak hebben vrouwen een minderwaardige positie. Zeker op het platteland − waar de werkloosheid hoog is − komt huiselijk geweld vaak voor. Maar de laatste jaren staat die on­gelijkheid onder druk van de vrouwenbeweging steeds meer op de sociale en p­olitieke agenda. En dat leidt tot resultaten. Zo is er in 2008 een wet aangenomen die huiselijk geweld strafbaar stelt. Ook is het begrip ‘femicidio’ − moord op een vrouw die voortkomt uit gender-gerelateerd geweld − opgenomen in het wetboek, zodat de daders strenger gestraft kunnen worden. In 2012 waren er maar liefst 85 van zulke gevallen in Nicaragua. Een filmpje zien over het plastic-tasjes-project van Jasmina? Zoek op Youtube: 'Community project saves turtles'

_ 51


1

3

Luisteren naar jezelf Met haar ex-man bezat ze een zaagmolen, maar die had grote schulden. Ze beloofde de bank dat ze alles zou aflossen, als ze maar een lening kreeg om de zaak weer op te starten. Het lukte. “Het was keihard wer­ ken. De werknemers waren niet gewend aan een vrouw als baas. Ze deden niet wat ik zei. Als ik boos werd, lachten ze me uit. Totdat ze zagen dat ik toch echt degene was die over hun salaris ging. Langzaam­ aan draaiden ze bij.” Marisela schenkt een glas rode wijn in en schudt haar hoofd. “Het was zo’n bizar heftige tijd. Ik werkte 24 uur per dag en moest altijd sterk zijn. Mijn dochters nam ik mee naar kantoor. Ze lagen soms te slapen op de tafel waar ik de administratie deed. Ik wilde zo graag meer tijd met ze door­ brengen.” Reden om zodra de kans zich voordeed, de houtmolen te verkopen en te verruilen voor dit stuk land aan de rand van de stad. “Ik bouwde er een klein huisje. De kinderen konden buiten spelen. Maar ik moest iets bedenken om geld te verdienen. Op een gegeven moment kwamen vrienden uit Amerika over. Zo ontstond het idee van een hotel. Ik zou hier werken, wonen en mijn kinderen opvoeden.” Inmiddels staan er dertien huisjes voor gasten, allemaal in Marisela’s groene stijl. Internationale organisaties vonden haar snel. “Ze zeiden dat het zo anders is dan wat je in de rest van Nicaragua kunt vinden.

52 _

Feel con nected

Het ging van mond tot mond en al snel zat ik bijna altijd vol. Ik kon het in het begin amper geloven, al die waardering voor wat ik zelf had gecreëerd. Dat maakte me heel gelukkig. En nog steeds. Ik heb geluisterd naar mezelf. En mijn dochters zijn goed terechtgekomen.” Haar leven bevindt zich nu dus in veel rustiger vaarwater. Toch slaapt ze slecht. “Ik ben zo gewend aan stress, dat ik niet meer weet hoe ik moet ontspannen,” lacht ze. “Mijn Amerikaanse vrienden raden me aan op yoga te gaan. Ook iets wat hier als een rare hobby wordt gezien. Maar goed, wat anderen denken, maakt mij allang niet meer uit.” Geregeld vertelt Marisela haar verhaal bij vrouwenorganisaties. “Het machismo zit diep in de cultuur. Dat kan alleen maar ­verminderen als vrouwen zelf niet meer toestaan dat mannen hen pijn doen, fysiek of geestelijk. Dat probeer ik uit te dragen.” Er zat meer in Jennifer Sandino (32) koos niet bewust voor een leven zonder man. Haar echtgenoot overleed aan een infectie na een operatie die ongevaarlijk leek. Samen met hem runde ze een sigarenfabriek. Nu is zij daar de baas. Aan tafels in de groene binnentuin van het koloniale pand in Granada rollen behendige handen per dag honderden sigaren. Haar zoontje van 2½ loopt tussen de werkers heen en weer. Aan de muren hangen statige portretten van haar overleden

man, in kleine lijstjes foto’s van hen samen. Ze zucht. “Zonder hem zou ik zeker nog in de fabriek van iemand anders werken.” Vanaf haar vijftiende rolde ze sigaren in een van de vele fabrieken in het noorden van het land. Daar zag ze haar man voor het eerst. Hij kwam na een jeugd in Amerika terug naar Nicaragua met een droom: een eigen sigarenfabriek. Om goede werkers te vinden, belandde hij bij Jennifer in de fabriek. Hij koos haar als lid van zijn team en ze ging mee naar Granada. Daar sloeg de vonk tussen de twee over. In plaats van vóór hem, werkte ze meer en meer mét hem. “Hij liet mij allerlei dingen doen waarvan ik dacht dat ik het niet kon. De andere werkers aan­ sturen bijvoorbeeld. Dankzij hem heb ik ontdekt dat ik daar best toe in staat ben. Vanuit huis kreeg ik dat niet mee. Ik dacht eigenlijk dat sigaren rollen en kinderen krijgen het enige was wat ik kon bereiken. Gaandeweg merkte ik dat er veel meer mogelijk is, als ik maar in mezelf geloof.” Nadat haar man overleed, dachten veel mensen dat het bedrijf in elkaar zou storten. Maar de zaken gaan nog steeds goed. “Onze grootste klanten zijn buitenlands. Zij vinden het wél normaal dat er een vrouw aan het hoofd staat.” Geregeld reist ze naar het noorden van haar eigen land om tabak in te kopen. Daar is ze de enige vrouwelijke inkoper, maar de handelaren zijn eraan ­gewend. “Iedereen weet nu dat ik minstens zo precies ben als mijn man.” Ze mist hem nog elke dag, maar voelt dat ze het wel gaat redden. “Nu weet ik pas hoe sterk ik ben. Ik denk dat alle Nicaraguaanse vrouwen veel kracht in zich hebben. We moeten het alleen zelf durven zien.” ●

1. Ingelijste foto’s van Jennifers man, die inmiddels overleden is. 2. Jennifer Sandino met haar zoontje. 3. Sigaren uit Jennifers eigen fabriek.

Tekst en foto’s Marieke Kessel

2


Ondertussen in..Nicaragua