Issuu on Google+

Werkboek van . . . . . . . . . . . . . . . . . .


Methode voor onderwijs, gericht op het trainen van sociale vaardigheden, gebaseerd op Verbindende Communicatie van Erwin Tielemans en Geweldloze Communicatie van Marshall Rosenberg. Auteurs: Erwin Tielemans en Jayaraja Vertaling: Els Tanghe Illustraties: Kai Schneider en Lucas Bleys Lay-out: Stijn Wens Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieĂŤn, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur. Contact en informatie: www.conplustact.be

ISBN 978 90 817 7310 2


Inhoudstafel Inhoudstafel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  pagina 4 DIT BOEK IS VAN: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  pagina 6

Les 1: Welkom!. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  pagina 7 Les 2: Afspraken voor een aangenaam en veilig klasklimaat. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  pagina 9 Les 3: Wat heb je nodig om je veilig en goed te voelen? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  pagina 15 Les 4: Een wereld van gevoelens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  pagina 21 Les 5: Ik voel wat ik nodig heb . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  pagina 25 Les 6: Vier stappen om anderen te vertellen wat je vervelend vindt. . . . . . . . .  pagina 29 Les 7: Hoe zeg ik NEE? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  pagina 36 Les 8: Hoe vraag je iemand om iets voor jou te doen?. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  pagina 40 Les 9: ’Dankjewel!’: fijn om te horen en om te zeggen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  pagina 44 Les 10: Actief luisteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  pagina 46 Les 11: Verwijten omdraaien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  pagina 51 Les 12: Bouw aan de toekomst met creativiteit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  pagina 54 Les 13: Conflicten oplossen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  pagina 57 Les 14: Sorry!. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  pagina 60 Les 15: Gezonde keuzes. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  pagina 62 Les 16: Wat heb je geleerd?. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  pagina 65 Woordenschat behoeften . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  pagina 67 Woordenschat gevoelens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  pagina 68

werkboek - pagina 5


Les 1: Welkom!

In de eerste les leer je je klasgenoten (op een andere manier) kennen. Misschien zit er in de klas wel een toekomstige vriend(in) die je nu nog niet kent...

OefenIng 1.1 ZOeK Je eVenBeeLD Kennismakings- en groepsvormende activiteiten helpen je om je klasgenoten beter te leren kennen. Een van deze activiteiten is ‘Zoek je evenbeeld’. Vul eerst alle vragen in. Ga daarna op zoek naar klasgenoten die hetzelfde hebben ingevuld. Dat zijn je evenbeelden. Zoek uit wie iets met jou gemeenschappelijk heeft en noteer hun naam/namen in de tweede kolom. Vul In Wat Voor jou Van toepassIng Is

noteer de namen Van je Klasgenoten dIe dIt met je gemeen heBBen

Mijn schoenmaat is…

Wie heeft dezelfde schoenmaat?

De favoriete kleur voor mijn kleding is…

Wie houdt er van dezelfde kleur?

Ik doe de volgende sporten…

Wie beoefent deze sporten ook?

Ik hou van de volgende muziek: …..

Wie houdt net zoals ik van deze muziek?

Mijn hobby’s zijn: …

Wie heeft dezelfde hobby’s als ik?

Mijn verjaardag is op…

Wie verjaart er in dezelfde maand?

Mijn favoriete vakantiebestemming is…

Wie houdt er nog van deze vakantiebestemming?

met hoeVeel Klasgenoten heB jIj zaKen gemeenschappelIjK?

werkboek - pagina 7


OefenIng 1.2 HAnDTeKenIngenspeL ontdeK meer oVer je Klasgenoten aan de hand Van het handteKenIngenspel. zoeK Iemand dIe posItIef Kan antWoorden op een Van de Vragen en Vul het geVraagde antWoord In. Houdt van slapen in een tent:

speelt een instrument:

Heeft een zus:

naam: …

naam: …

Welk instrument: …

naam van de zus: …

Heeft tekentalent:

Heeft een huisdier:

Beoefent een sport:

naam: …

naam: …

naam: …

Laatst gemaakte tekening: …

Welk huisdier: …

Welke sport: …

Houdt van zingen:

Houdt van lezen:

naam: …

naam: …

Besteedt meer dan 3 uur per week aan het uitoefenen van een hobby:

favoriete lied: …

Laatst gelezen boek: …

naam: … Laatste keer geslapen in een tent: …

naam: Welk hobby: …

Houdt van computerspellen: naam: …. favoriete computerspel: …

Houdt van reizen:

Houdt van films:

naam: …

naam: …

favoriete reisbestemming: …

favoriete film: …

WelKe andere Vragen zou jIj je Klasgenoten nog WIllen stellen?

werkboek - pagina 8


Les 2: Afspraken voor een aangenaam en veilig klasklimaat Tijdens deze tweede les willen we enkele afspraken maken, die voor iedereen een aangenaam en veilig klasklimaat garanderen.

OefenIng 2.1 denK eens na oVer de VorIge schooljaren. Waar genIet jIj Van? Wat VInd je helemaal nIet fIjn en aangenaam? maaK hIeroVer een teKenIng of schrIjf het In de onderstaande Ballonnen.

Ik hou niet van… Ik hou van…

Ik hou van…

Ik hou van…

Ik hou niet van…

werkboek - pagina 9


Discussieer in kleine groepen over de afspraken. Maak samen een lijst van duidelijke afspraken. Noteer ze op een groot blad en bespreek jullie ideeĂŤn met de andere groepen.

Oefening 2.5 Noteer de klasafspraken in het onderstaande kader.

KLASAFSpraken

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Evalueer regelmatig of deze afspraken effectief worden gevolgd. Als ze helpen om het aangenaam en veilig te maken, blijf ze dan zeker naleven. Misschien ondervind je dat je de regels hebt veranderd of er hebt toegevoegd gedurende het schooljaar. Wat gebeurt er als iemand de regels niet naleeft? Wat gebeurt er als iedereen de regels wel respecteert?

werkboek - pagina 14


maaK een lIjst met VerschIllende manIeren om je Behoefte aan speLen te VerVullen.

-

Deel je ideeĂŤn met verschillende anderen. Wat Valt je op?

Wat leer je uIt deze oefenIng?

werkboek - pagina 19


OefenIng 3.5 Er is een beperkt aantal behoeften. Het aantal manieren om de behoeften te vervullen is onbeperkt. Vul In Wat jIj doet om onderstaande Behoeften te VerVullen.

videospel spelen film kijken

AVOnTUUr turnen naar de ging jeugdbewe gaan

feesTen

naar de kermis gaan

rUsT

werkboek - pagina 20

Leren


Les 5: Ik voel wat ik nodig heb Oefening 5.1 Wat voel je en heb je nodig in de volgende situaties?

Je hebt een afspraak met een vriend(in). Hij/zij komt 20 minuten later dan afgesproken.

Je bent vroeg opgestaan en hebt de hele dag gewerkt. Je vrienden vragen je om mee te komen sporten.

Dan voel ik me: ….

Dan voel ik me: ….

omdat ik behoefte heb aan: ….

omdat ik behoefte heb aan: ….

Je bent alleen thuis en je verveelt je.

Dan voel ik me: …. omdat ik behoefte heb aan: ….

Je hebt geld aan een vriendin geleend. Je vraagt het geld terug omdat je vindt dat het te lang duurt eer je je geld terug krijgt.

Dan voel ik me: …. omdat ik behoefte heb aan: …. werkboek - pagina 25


Je wandelt in het donker naar de bushalte, om de bus naar huis te nemen.

Je beste vriend verhuist naar een ander dorp. Jullie gaan elkaar niet meer zoveel zien…

Dan voel ik me: ….

Dan voel ik me: ….

omdat ik behoefte heb aan: ….

omdat ik behoefte heb aan: ….

Deel je resultaten met een klasgenoot die reeds klaar is. Welke antwoorden hebben jullie hetzelfde? Wat hebben jullie verschillend geantwoord?

werkboek - pagina 26


Les 6: Vier stappen om anderen te vertellen wat je vervelend vindt OefenIng 6.1 hoe WIl jIj antWoorden In de Volgende sItuatIes?

Een van je vrienden spreekt al een hele dag niet meer met jou. Je hebt al drie keer geprobeerd om toch met haar te praten.

Wat zou jij doen of zeggen als je zorg wil dragen voor de vriendschap?

Een vriend van jou nodigt verschillende klasgenoten uit om naar zijn fuif te komen, maar hij nodigt jou niet uit‌

Wat zou jij doen of zeggen als je zorg wil dragen voor de vriendschap?

werkboek - pagina 29


Als je…

Voel ik me…

Omdat ik…

Wil je…

OefenIng 6.2 als je anderen op een respectVolle manIer WIlt Vertellen dat zIj Iets doen dat jou stoort, Kan je deze VIer BoVenstaande stappen geBruIKen. deze helpen je om op een respectVolle manIer duIdelIjK te maKen dat je Iets nIet fIjn VIndt.

sTAp 1: zeg wat de andere doet dat jij niet fijn vindt. sTAp 2: zeg wat je daarbij voelt. sTAp 3: zeg waar je behoefte aan hebt (of welke behoefte niet is vervuld). sTAp 4: leg uit wat je wenst dat de andere persoon doet. voorbeeld:

sTAp 1: Als je TV kijkt als ik mijn les leer, sTAp 2: dan ben ik geïrriteerd

sTAp 3: omdat ik het dan rustig wil hebben

sTAp 4: Wil je een kwartier wachten om TV te kijken?

werkboek - pagina 31


Les 7: Hoe zeg ik NEE? Oefening 7.1

‘Nee’ zeggen is niet altijd even gemakkelijk. Soms maakt een duidelijke ‘nee’ het verschil tussen je veilig en in gevaar voelen, of tussen je gelukkig en ongelukkig voelen. Zet een kruis bij hoe jij ‘nee’ zegt in de volgende situaties. Gemakkelijk, moeilijk, heel moeilijk

Wanneer je moeder/vader vraagt om te helpen met het dekken van de tafel en je nog huiswerk moet maken. NEE zeggen is:  makkelijk  /   moeilijk  /   heel moeilijk

Wanneer een vriend vraagt om naar een fuif te komen en je liever naar de sporttraining wil gaan. NEE zeggen is:  makkelijk  /   moeilijk  /   heel moeilijk

Wanneer een vriend je een kus wil geven en jij dat niet wilt. NEE zeggen is:  makkelijk  /   moeilijk  /   heel moeilijk

Wanneer een klasgenoot vraagt om geld van je te lenen en jij niet zeker bent dat je het zal terugkrijgen. NEE zeggen is:  makkelijk  /   moeilijk  /   heel moeilijk

Wanneer een vriend je iets persoonlijks wilt vertellen en jij geen tijd hebt om te luisteren.. NEE zeggen is:  makkelijk  /   moeilijk  /   heel moeilijk

Wanneer iemand je zomaar geld geeft. NEE zeggen is:  makkelijk  /   moeilijk  /   heel moeilijk

Wanneer de wiskundeleerkracht je heel veel huiswerk geeft en vraagt om het tegen vrijdag af te maken, terwijl andere leerkrachten tegen die datum ook al huiswerk hebben opgegeven. NEE zeggen is:  makkelijk  /   moeilijk  /   heel moeilijk

Wanneer een vriend rookt en je ook een sigaret aanbiedt terwijl jij dit niet wilt omdat het ongezond is. NEE zeggen is:  makkelijk  /   moeilijk  /   heel moeilijk

Wanneer een vriend zegt dat je bier moet drinken en dat hij je uitsluit als je dat niet doet. NEE zeggen is:  makkelijk  /   moeilijk  /   heel moeilijk

Wanneer is het gemakkelijk om ‘nee’ te zeggen?

Wanneer vind je het moeilijk om ‘nee’ te zeggen?

Wanneer is het (ongeveer) onmogelijk om ‘nee’ te zeggen?

werkboek - pagina 36


Oefening 7.2

Een ‘nee’ is ook een ‘ja’ Zoek de ‘ja’ achter de ‘nee’. Voorbeeld: op zondag neem je met je team deel aan een sportwedstrijd. Je kiest ervoor om de avond voordien vroeg naar bed te gaan, zodat je zondag voldoende fit zal zijn. Een van je vrienden vraagt of je naar een fuif wilt komen die laat zal eindigen. Je zegt ‘nee’. Je ‘nee’ om geen plezier te maken met je vrienden is een ‘ja’ voor je team en om jezelf te kunnen voorbereiden voor de match. Raad de ‘ja’ achter de ‘nee’ in de volgende situaties:

Iemand biedt jou een sigaret aan en je zegt “nee.”. Deze ‘nee’ is een ‘ja’ voor ….

Een vriend zegt “Laten we naar de winkel gaan en wat snoep nemen, zonder te betalen.”. Je zegt “Nee!”. Deze ‘nee’ is een ‘ja’ voor ….

Een vriend nodigt je uit om mee te gaan fietsen. Je bent heel moe en zegt ‘nee’. Deze ‘nee’ is een ‘ja’ voor ….

werkboek - pagina 37


Les 9: ’Dankjewel!’: fijn om te horen en om te zeggen Oefening 9.1 Hoe zeggen mensen dankjewel tegen iemand? Hoe kan je iemand vertellen wat je fijn aan hem of haar vindt? Vul hieronder de zinnen in die jij zou zeggen als…

Wat zou je zeggen als iemand je favoriete T-shirt, dat je had verloren, terugbrengt?

Wat zou je zeggen als iemand jou uitnodigt voor zijn/haar verjaardagsfeest?

Wat zou je zeggen tegen de persoon die je helpt met het voorbereiden van je schoolwerk?

Deel je antwoord met een klasgenoot.

werkboek - pagina 44


Les 10: Actief luisteren Oefening 10.1

Waar let je op als je goed wilt luisteren? Duid met een kruisje aan hoe belangrijk het voor je is.

Oogcontact met de spreker hebben.  niet belangrijk  een beetje belangrijk  belangrijk  zeer belangrijk

Zorgen dat de spreker weet dat je luistert door af en toe ‘ja’ en ‘hm’ te zeggen.

En hoe lang is het…

 niet belangrijk  een beetje belangrijk  belangrijk  zeer belangrijk

Vragen stellen over hetgeen de spreker vertelt.  niet belangrijk  een beetje belangrijk  belangrijk  zeer belangrijk bedoel je dat hij…

In andere woorden herhalen wat de spreker heeft gezegd, om na te gaan of je het hebt begrepen.  niet belangrijk  een beetje belangrijk  belangrijk  zeer belangrijk

Met je hoofd knikken om te tonen dat je een goede luisteraar bent.  niet belangrijk  een beetje belangrijk  belangrijk  zeer belangrijk

werkboek - pagina 46


Oefening 10.4 Stamhoofden van de Indianen gebruikten een praatstok wanneer ze met elkaar spraken. Ze volgden specifieke afspraken om zich ervan te verzekeren dat iedereen goed luisterde wanneer hij het woord nam.

- De persoon die de stok vastheeft, vertelt. De anderen luisteren. - Wanneer iemand iets wil vertellen of een vraag wil stellen, vertelt deze eerst wat hij heeft gehoord dat de ander heeft verteld. Dit doet hij om er zeker van te zijn dat hij het goed heeft begrepen. De spreker en de luisteraar houden de stok elk aan ĂŠĂŠn kant vast. - Als de spreker zich begrepen voelt, gaat de stok naar de volgende persoon. Als de spreker zich niet begrepen voelt, legt hij het opnieuw uit. - De stok gaat alleen naar een volgende persoon als de spreker er zeker van is dat de anderen hem hebben gehoord en begrepen.

werkboek - pagina 50


Les 14: Sorry! Oefening 14.1 Wat betekent ‘sorry’ zeggen? Duid de uitspraken aan, die voor jou van toepassing zijn.

‘Sorry’ zeggen betekent… Ik wil op een betere manier met de andere omgaan.  Eens  /   ik weet het niet  /  oneens

‘Sorry’ zeggen betekent… Ik heb spijt van wat er is gebeurd.  Eens  /   ik weet het niet  /  oneens

‘Sorry’ zeggen betekent… Ik geef toe dat ik iets fout heb gedaan.  Eens  /   ik weet het niet  /  oneens

‘Sorry’ zeggen betekent… Ik haat mezelf.  Eens  /   ik weet het niet  /  oneens

‘Sorry’ zeggen betekent… Ik ben een slechte persoon.  Eens  /   ik weet het niet  /  oneens

‘Sorry’ zeggen betekent… Ik wil mijn best doen om dezelfde fout niet opnieuw te doen.  Eens  /   ik weet het niet  /  oneens

‘Sorry’ zeggen betekent… Ik wil de ander laten weten dat ik hem niet wou kwetsen.  Eens  /   ik weet het niet  /  oneens

‘Sorry’ zeggen betekent… Ik wil graag zeggen dat het niet mijn bedoeling was.  Eens  /   ik weet het niet  /  oneens

‘Sorry’ zeggen betekent… Ik wil stoppen met de ander te treiteren.  Eens  /   ik weet het niet  /  oneens

‘Sorry’ zeggen betekent…  Eens  /   ik weet het niet  /  oneens

werkboek - pagina 60


Woordenschat behoeften 1. Zekerheid: (zelf)vertrouwen, veiligheid, orde, structuur, helderheid, transparantie, mentale zekerheid

2. Contact: empathie, begrip, mededogen, medeleven, verbinding, steun, acceptatie, ergens bijhoren, uitwisseling, communicatie, delen, verbondenheid, betrokken zijn bij, geborgenheid, deelnemen, gezelligheid, invloed hebben, overleg

3. Samenwerking: rekening houden met elkaar, samenhorigheid,

gelijkwaardigheid, zorg, respect, steun, aanmoediging, acceptatie, overleg, hulp

4. Duidelijkheid: resultaat, gemak, flexibiliteit, consistentie, orde, samenhang 5. Creativiteit: spel, avontuur, expressie, humor, afwisseling, lichtheid, plezier, spontaniteit, inspiratie, variatie

6. Eerlijkheid: integriteit, authenticiteit, echtheid, zuiverheid, eenvoud,

openheid, transparantie, verantwoordelijkheid, fairness, menswaardigheid

7. Liefde: affectie, intimiteit, tederheid, nabijheid, seksualiteit, liefde, vriendschap, warmte, contact

8. Ontwikkeling: begrijpen, ontwikkeling, groei, uitdaging, avontuur, interesse, hoop, ontdekken

9. Zingeving: bewustzijn, spiritualiteit, richting, waardering, erkenning, vieren, rouwen, feesten, geloof, schoonheid, iets doen voor een ander

10. Autonomie: vrijheid, ruimte, wilskracht, privacy, respect, identiteit 11. Vrede: rust, gemak, harmonie, schoonheid, ontspanning 12. Fysiek welzijn: lucht, licht, water, voedsel, beweging, kleding, hygiĂŤne, warmte 13. Welke andere behoeften zijn belangrijk voor jou?

werkboek - pagina 67


Woordenschat gevoelens Onaangename gevoelens als behoeften niet bevredigd zijn: bang angstig argwanend bevreesd bezorgd doodsbang in paniek melancholisch onveilig onwennig onzeker paniekerig sceptisch schuchter verrast vertwijfeld voorzichtig wanhopig

boos boos ge誰rriteerd geprikkeld gespannen gestrest het beu zijn kwaad nerveus onbehaaglijk onder stress ongeduldig ongemakkelijk onpasselijk onrustig ontevreden opgewonden opgeladen overstuur prikkelbaar slecht gehumeurd verveeld vervelend walging weerstand tegen woedend

verdrietig bedroefd bedrukt down eenzaam gekwetst geraakt hulpeloos in een dip ongelukkig ontgoocheld ontroerd somber treurig triest verdrietig weemoedig zwaarmoedig

weinig/geen energie futloos geschokt geschrokken hongerig in de war in shock koel koud loom machteloos miserabel moe moedeloos onthutst ontsteld ontzet onverschillig onwel overweldigd perplex slap slaperig stil uitgeput verbaasd van streek verbijsterd verlamd vermoeid verward ziek zwak

Aangename gevoelens als behoeften bevredigd zijn: aangenaam verrast aangetrokken tot ademloos alert avontuurlijk behaaglijk betrokken bevredigd bezield door blij comfortabel content cool dankbaar voor energiek enthousiast

geamuseerd geborgen ge誰nspireerd gelukkig gelukzalig gemotiveerd geraakt fit in extase kalm levendig nieuwsgierig onstuimig ontroerd ontspannen opgeladen

werkboek - pagina 68

opgelucht opgetogen opgewekt optimistisch overrompeld overweldigd prettig rustig sprankelend stralend teder tevreden trots op uitgelaten veilig verbaasd

verbonden verlangend naar verrast vertederd door vertrouwensvol vervuld verwonderd voldaan vredig vreugdevol vrij vrolijk wakker warm zelfverzekerd zorgeloos


Leef! rood inkijkexemplaar