Page 1

VOLKSKRANT 26 | Cicero | DE VRIJDAG 7 MAART 2008

In het zorgberoep trilt de zorgroeping mee ‘Ben ik nu moeder of kind?’ vroeg de aan dementie ten prooi gevallen moeder van priester Antoine Bodar wanhopig. ‘U bent natuurlijk moeder, maar u bent ook een beetje kind’, antwoordde haar zoon. Als ouders hun geestesvermogens behouden, vallen kinderen vaak geleidelijk in de ouderrol. Aan kinderen van ouders wier geest eerder vertrekt dan hun lichaam, dringt de loodzware ouderrol zich in een keer op. Bodar maakte het dementeringsproces van zijn moeder van nabij mee toen hij als plebaan van de Sint Jan een tijdlang opnieuw in zijn geboortestad ’s Hertogenbosch woonde. Moeder Bodar repte tegen haar zoon over gordijnen die al dertig jaar waren afgedankt, vertelde bij elk bezoek over nieuwe inbraken en sprak achter elkaar boodschappen in op het antwoordapparaat van de plebaan. In Moeder of kind vertelt Bodar op poëtische wijze hoe hij door de aftakeling van zijn moeder ‘opnieuw in de schoolbank van het leven aanschoof’. Het boekje is niet vrij van open deuren (‘Wie steeds vergeet, raakt het spoor bijster’) en cryptisch Bodariaans proza

(‘Nochtans dient de stilte meer de majesteit van de dood dan de preveling’). Echter: als geheel is Moeder of kind een troostrijke handreiking aan lotgenoten. Bodars adviezen – ‘De ene sleutel is geduld, de andere is aanraking’ – mogen niet allemaal nieuw zijn, relevant zijn ze wel. In het slothoofdstuk gaat de priester-dichter in op de toestand van de oude mens in de moderne maatschappij, waar ‘verstoting de ouderdom als een gezellin begeleidt’. ‘Een samenleving toont haar hoogte van beschaving naar de maat waarmee zij over zieken en ouden denkt en met zieken en ouden omgaat’, stelt hij. In de slotregels eert hij diegenen die ook in een egocentrisch tijdsgewricht voor de ouderenzorg kiezen: ‘In het zorgberoep trilt de zorgroeping mee (…) Wie in liefde verzorgt, heeft weet van God.’ Olaf Tempelman

★★★★✩ Moeder of kind Antoine Bodar Maarten Muntinga; 32 pagina’s; € 14,95 (incl. cd) ISBN 978 90 77858 33 2

Steeds minder zieligheid in liedjes over ouderen Het eeuwige leven heeft de mens niet – ach, je moet er ook niet aan denken – maar de ongemakken van ouder worden lijken steeds effectiever te worden bestreden. Niet elke krasse knar van 104 kan nog vrolijk operetteliedjes zingen, en niet elke 100-jarige zal, zoals een van de Kopstukken van Godfried Bomans, nog een vogelnestje aan de touwen maken, maar genieten op uiteenlopende terreinen is niet louter voorbehouden aan de 30-mingeneratie. Ook al moet je met seks op den duur toch wel een beetje oppassen: ‘Wat gaat het paren van bejaarden stroef/ Denkt de oude dame, God bewaar/ Wanneer komt die ouwe klaar?/ Hij heeft geen lul meer, maar een onbehaarde geitenhoef.’ Deze verzuchting van Hans Dorrestijn is opgenomen in De dingen die voorbijgaan, waarin Jaap Bakker en Kick van der Veer liedjes en gedichten hebben verzameld over senioren. Noem de moderne bejaarden geen grootje, oudje of opoe meer. Dat was misschien nog knus en acceptabel in de vooroorlogse Jordaan, maar nu kun je de wind van voren krijgen van de bewoner van de levensloopbestendige woning

met oplaadpunt voor scootmobiel. In de liedjes en gedichten over ouderen, die voor de jaren zeventig zijn geschreven is het zieligheidgehalte aanzienlijk hoger dan bij de nieuwe oogst. Een prachtig overgangsnummer is Alleen in Amstelveen van Robert Long. In de eerste coupletten hebben we nog medelijden met de oude vrouw die moederziel alleen is. Vanaf het vierde couplet weten we dat ze ‘een takkewijf’ was, ‘zo hard en koud en ongevoelig als beton’, aan wie terecht niemand meer aandacht schenkt. Een boekje met gevoelige teksten van Jan Boerstoel, cynische van Hans Dorrestijn en vrolijk optimistische van Simon Knepper. Spectaculair is het niet, wel troostrijk als het allemaal onverhoopt toch niet meer werkt en je alleen nog maar kunt lezen. Patrick van den Hanenberg

★★★✩✩ De dingen die voorbijgaan – Liedjes en gedichten over senioren Jaap Bakker en Kick van der Veer (samenstelling) Nijgh & Van Ditmar, 224 pagina’s € 7,50 ISBN 978 90 388 9037 1

boeklogboek

Wegstem-systeem De eind vorig jaar opgerichte online boekwinkel Abunga wil een ‘familievriendelijk’ alternatief zijn voor Amazon. Om een gemeenschap te bouwen van familievriendelijke mensen (lees: conservatieve christenen), heeft Abunga een slimmigheid bedacht: de klantenkring mag bepalen welke boeken verkocht worden, of eigenlijk welke boeken juist niet verkocht worden. Als een geregistreerde bezoeker een titel tegenkomt die hij ongepast acht, kan hij deze blokkeren. En als genoeg bezoekers dat doen, doet Abunga het boek in de ban. Sinds de lancering zijn honderd tot tweehonderd boeken verwijderd. Het meest aanstootgevend blijkt een fantasyboek te zijn. ‘The Golden Compass is weg dankzij jullie blokkeringen!’, klonk het vorige maand opgetogen op het weblog van Abunga. The Golden Compass, in 2007 ook verfilmd, is het eerste deel in de succesvolle trilogie His Dark Materials van de Britse schrijver Philip Pullman. In het boek komt het 12-jarig weesmeisje Lyra, in een zoektocht naar verdwenen kinderen, terecht in een parallelle wereld vol heksen en pratende ijsberen. ‘Het boek is door religieuze groeperingen bekritiseerd om zijn antikatholieke en atheïstische thema’s’, volgens het bericht op Abunga. De weblogger P.Z. Myers ging de strijd aan met de boekwinkel. ‘Er zijn veel boeken die ik betreur, en die koop ik dan niet. Maar ik ga niet naar de manager van de boekwinkel om te zeggen dat niemand die boeken mag kopen.’ Medestanders bestormden de site en blokkeerden de Bijbel, maar daar trapte Abunga niet in. In een artikel over Abunga van de Amerikaanse omroep ABC spreken marketeers hun bewondering uit voor het concept. De boekwinkel speelt inderdaad handig in op trends als participatie en personalisering. Maar wel op een negatieve, nare manier. De boekwinkel had ook van tevoren de catalogus kunnen filteren. Sterker, dat is deels ook gebeurd: bij aanvang waren 65 duizend titels uit de catalogus van 1,5 miljoen boeken geschrapt. Met het wegstem-systeem probeert Abunga de weerzin van conservatieve christenen tegen alles wat ‘onfatsoenlijk’ is te munten. Tegelijk kan de winkel zo flink wat titels blijven verkopen die de doelgroep zouden schokken. ABC zocht en vond bijvoorbeeld The Sexual Life of Catherine M., dat in 2002 opschudding veroorzaakte in literaire kringen, en Sex & The City. De twee andere delen in de Pullman-trilogie, The Secret Knife en The Amber Spyglass, alsmede de box met de hele serie, zijn trouwens ook nog verkrijgbaar. De familievriendelijke gemeenschap heeft nog een hoop te blokkeren. Patrick Engelsma www.abunga.com

Blijmoedig aan de afgrond staan

S

chrijvers gaan niet dood is de titel van de verzamelde gesprekken die Margot Vanderstraeten had met Vlaamse en Nederlandse auteurs die 75 jaar of ouder zijn. Ik begon erin te lezen, en twee dagen later werd de romantiek die in de titel besloten ligt, ingehaald door de rubriek ‘Postuum’ van de Volkskrant: ‘Schrijver Henk Romijn Meijer overleden, 1929-2008’. Romijn Meijer is de derde auteur in Vanderstraetens boek. Net als Hugo Raes stond hij haar te woord op zijn ziekbed. Over zijn muziekroman Het Kwartet en de bewondering daarvoor die schrijfster en pianiste Anna Enquist heeft uitgesproken, zegt Romijn Meijer: ‘Ook dat boek zal, via andere mensen, voortleven. Nu ik aan de afgrond sta, vind ik dat een prettige en belangrijke gedachte.’ In haar voorwoord bij de bundeling (de interviews verschenen eerder in het dagblad De Morgen) geeft Vanderstraeten ‘een woordje van uitleg’ bij het leeftijdscriterium dat ze voor haar gesprekken gekozen heeft. Het idee werd geboren toen Jos Vandeloo zijn 80ste verjaardag vierde. ‘Vooral in Vlaanderen’, stelde

Van links boven, met de klok mee: Armando (1929), Simon Vinkenoog (1928), Hugo Raes (1929), Harry Mulisch (1927). Foto’s Stephan Vanfleteren

Vanderstraeten bij die gelegenheid vast, ‘wordt de oudste generatie auteurs vooral herdacht en niet ge-

hoord.’ Als we de inhoudsopgave met negen Vlaamse en acht Nederlandse auteursnamen bekijken, lij-

ken de Nederlanders inderdaad minder te lijden onder het leeftijdscriterium dan de Vlamingen. Leo Vroman, Simon Vinkenoog, Harry Mulisch, Remco Campert, Hella S. Haasse, Armando, ze mogen in 1932 of eerder verwekt zijn, hun stem klinkt nog met grote regelmaat luid en duidelijk in de Nederlandse cultuurmedia. Ik moet op Vanderstraeten vertrouwen dat die aandacht in Vlaanderen an-

ders en minder is als het om Ivo Michiels gaat, om Christine D’haen, Ward Ruyslinck, Hugo Raes, of Willy Spillebeen. En dat het boek daarmee dus ook voorziet in de opvulling van een zekere leegte of stilte. Of zoals Ward Ruyslinck het zegt: ‘Moet ik rancuneus zijn omdat de Vlaamse media menen dat Vlaanderen maar twee overleden auteurs heeft: Boon en Elsschot, en maar één levende

auteur (nl. Hugo Claus); net zoals ze menen dat we maar één acteur hebben, Jan Decleir? Ik ben al decennialang abonnee van De Morgen; het is de eerste keer in meer dan vijftien jaar dat ik aan het woord gelaten word. Of dat pijn doet? Neen. Maar ik ben wel blij dat ik nu mijn zegje mag doen.’ Pijnloos dus, maar de ondertoon van miskenning of verwaarlozing is wel degelijk hoorbaar. Toen Ivo Michiels, die in Frankrijk woont, als anonieme burger in een ziekenhuis terecht kwam, begon zijn echtgenote een telefoonactie: ‘…omdat ze zich er niet bij kon neerleggen dat ik onopgemerkt zou sterven, omdat ze mijn dood met betekenis wilde invullen (…) is ze beginnen te bellen naar iedereen die me kent. Niet zomaar met de mededeling dat het niet goed met me ging. Maar ook met de vraag om ruchtbaarheid aan mijn bestaan en aan mijn eventuele dood te geven.’ In Vlaanderen komt de letterkundige ouderdom niet alleen met gebreken maar blijkbaar ook met getob dat je eigenlijk niet of nauwelijks aantreft bij de Nederlandse auteurs. Aster Berkhof bijvoorbeeld. In de jaren ’60 en ’70 was hij de best verkopende Vlaamse auteur; als het meezit haalt hij zijn honderdste boek; een eigen museumpje is in de maak. Mooi, zou je denken. Maar nee. Dat de wereld over vier of vijf miljard jaar aan zijn einde komt, stemt hem nu al droef: ‘Ik kan niet verdragen dat er niets overblijft. Ik kan me er niet bij neerleggen dat het allemaal voor niets is geweest.’ Vergelijk dat met Armando: ‘Het mensdom in het algemeen zoekt altijd naar de zin van het leven. Dat heb ik nooit begrepen. Het leven heeft geen zin, godzijdank.’ Zonder nu te willen beweren dat het in letterkundig Vlaanderen boven de 75 een en al getob is, lijken de Nederlanders toch beter in staat om te relativeren. Net als Romijn Meijer: aan de afgrond staan en toch blij zijn. Jos Vandeloo: ‘Hoe hard ik ook probeer, het lukt me niet: ik kan het maar niet plezierig vinden om tachtig te zijn.’ Harry Mulisch: ‘Nou ja, tachtig worden is vreselijk. Maar géén tachtig worden is nog vreselijker.’ Remco Campert: ‘Ik heb mijn leven lang met plezier geschreven.’ Jef Geeraerts: ‘Schrijven vind ik dus niet plezierig.’ Ed Schilders

★★★★✩ Schrijvers gaan niet dood Margot Vanderstraeten Foto’s van Stephan Vanfleteren Atlas; 168 pagina’s; € 19,95 ISBN 978 90 450 0665 9

Iets te veel glanzende zoetigheid Hofchroniqueur van Bezige Bijkanonnen Onno Blom publiceert een requiem voor Jan Wolkers en hangt in dit voortijdig gepubliceerde slothoofdstuk van zijn Wolkers-biografie aan de lippen van zijn idool. Zijn er nog Nederlanders die niet weten welke laatste woorden Jan Wolkers sprak op 19 oktober 2007, om 1.30 uur? Die moeten maanden in een grot hebben vertoefd. Die eindeloos herhaalde last words, onwaarschijnlijk perfect voor de gelegenheid, luidden: ‘Zo is het genoeg.’ Ze sloegen op de boterham met bessengelei die zijn vrouw Karina die nacht bereidde en waarvan hij maar drie stukjes at, en niet op het welbestede leven van de schrijver-schilder-beeldhouwer, maar toch: móói. Als romanschrijver had Wolkers het vast verworpen als te mooi.

Typerender voor Wolkers was dat hij, voor hij vertrok naar een eeuwig dromenland, nog zin had in iets lekkers, en dan niet in poepkleurige pindakaas, maar in een felrode glanzende zoetigheid. De beroemde tafel met lekkers voor gasten in huize Pomona op Texel – breeduit geschilderd in alle media – werd op kleur gerangschikt, met een torentje aardbeien en gifgroene taartjes naast oranjeroze zalm en bleke meloenschijven. Het leven werd uitbundig gevierd, maar het moest er wel goed uitzien. Het allerlaatste schilderij werd wit, een smetteloos doek: een winterlandschap. Onno Blom, hofchroniqueur van Bezige Bij-kanonnen en – met instemming van het studieobject – de beoogde Wolkers-biograaf, heeft het laatste hoofdstuk van zijn biografie al geschreven, en meteen maar gepubliceerd. Het is ‘een requiem’, uiteraard getiteld

Zo is het genoeg. In het laatste levensjaar van de schrijver zat hij er, lijkt het, voortdurend met zijn neus bovenop. Hij werd een huisvriend; die hing aan de lippen van ‘Jan’. Alles in en om Wolkers’ huis en erf is Blom vertrouwd: zijn ‘trippelstoel’ op wieltjes, de tulpenboom in de tuin, de poezengrafjes, zijn favoriete tosti-beleg en de zalf waarmee Karina liefdevol zijn ontstoken enkels insmeerde. Blom bezocht de schrijver acht dagen voor diens dood in het Gemini-ziekenhuis in Den Helder. Karina woelt het netjes gekamde haar om tot de gewone ‘coupe à la Beethoven’ en voert de tot bijna niets gekrompen man met wie zij 45 jaar lang onverbrekelijk één was. De biograaf noteert het. Zo komen we heel dichtbij de overledene, die vooral na zijn dood allemans dierbare lijkt te zijn. Te dichtbij misschien. Een foto van die allerlaatste boterham

met jam, minus die drie stukjes die de dode meenam over de Styx, een foto van De Laatste Boeken Die Hij Las, een foto van de schaterende biograaf met zijn idool – het is allemaal iets te intiem. Na zijn laatste ziekenhuisbezoek was Blom er niet meer bij, maar het lijkt van wel, zo precies weet hij wat het gezin Wolkers in die laatste gezamenlijke dagen heeft gedaan en gezegd. Hij citeert het kinderliedje dat Karina voor hem zong om de overtocht te vergemakkelijken, ‘Het boerinnetje’: ‘Dan lachte de tortel haar na: ha ha ha ha ha!’ Een ontroerend moment, zeker, maar het voelt toch ongemakkelijk, zo kort na Wolkers’ dood. Niemand hoeft te twijfelen aan de goede intenties van deze biograaf, aan zijn bewondering voor Wolkers’ werk en zijn verknochtheid aan de familie. Het is aangrijpend als Wolkers aan Blom vertelt hoe de dood van zijn dochtertje

Eva door een verschrikkelijk ongeluk in 1951, hem zijn hele leven, elke dag, is blijven achtervolgen: ‘Ik voel nog het gewicht van het meisje op mijn arm.’ In dit voortijdig gepubliceerde hoofdstuk doet Blom óók wat een biograaf gewoon moet doen: praten met vrienden die de schrijver al veel langer kennen, zoals Willem Breuker en Maarten van Rossem, en met Harry Mulisch die eerlijk zegt: ‘We zagen, denk ik, weinig in elkaars werk, maar ik vond hem een goed mens.’ Wolkers was een prachtmens, zoveel is zeker. En een schat van een vader en echtgenoot. Maar voor zijn publiek was hij de schrijver van een paar meesterlijke romans, zoals Terug naar Oegstgeest, Een roos van vlees en Kort Amerikaans, en de maker van het Auschwitz-monument en andere indrukwekkende gedenktekens. Voordat Wolkers een nationale fa-

voriete opa werd, was hij een man die gereformeerd Nederland deed verstijven, een macho die vrouwen naar zijn hol sleepte, een brulboei die het gezag tartte en literaire jury’s aanried ‘hun prijzen in hun reet te steken’. Het laatste wat Wolkers schreef was een kinderverhaal over ‘een wel heel lief varkentje’. Hopelijk portretteert Blom in zijn biografie niet alleen de wel heel lieve teddybeer ‘Jan’, die op mythisch ‘mooie’ wijze stierf, maar ook het lastige portret Wolkers. Ietsje meer kritische afstand – alleen zo kan Wolkers recht worden gedaan. Aleid Truijens

★★★✩✩ Zo is het genoeg – Het laatste jaar van Jan Wolkers Onno Blom De Bezige Bij; 112 pagina’s; € 16,90 ISBN 978 90 234 2874 9

Thrillers

Nare beelden, gevat in scherpe teksten De deur van het fitnesscentrum stond open. Boven de ingang lichtte in neonletters op: Body and Soul Gym. Binnen het geluid van de airco en Robbie Williams die de ideale sportschooldeun, No Regrets, zong. Niemand in de trainingszaal of in de kleedkamer. De twee politiemannen volgen met getrokken wapens een spoor van druppels van de sapbar naar de sauna. Een van hen rukt de deur open, hitte, stank. In de smalle ruimte liggen levenloze lichamen dwars over elkaar heen. Bloed, hersenmassa’s, een brij van huid en tanden. Zes kapotgeschoten mannen en vrouwen, vijf zijn er dood, één leeft ternauwernood. ME’er Leo Köster krijgt bijna geen lucht meer als hij een van de slachtoffers herkent als de jonge vrouw met wie hij pas cocaïne en seks deelde. Ze heeft nu tien gaten in haar bovenlichaam, boven de hartstreek gaapt een enorme wond. Robbie Williams zingt nog steeds: We’ve got stars directing our fate and we’re praying it’s not too late…

Blauw water Simone van der Vlugt Anthos; 220 pagina’s; € 16,95 ISBN 978 90 414 1090 0 Opnieuw een vaardige spanningsopbouw, in dit verhaal over een alleenstaande moeder met dochtertje, die in haar huis wordt gegijzeld door een tbs’er. ‘Als bij afspraak kijken ze niet op maar houden ze hun blik gericht op het bloed dat op de grond druppelt.’

Nare beelden, gevat in scherpe teksten, daar weet de Duitse auteur Horst Eckert, wel raad mee. De voormalige televisiejournalist schrijft vanaf 1995 thrillers, waarvan er twee bekroond werden: voor Aufgeputscht kreeg hij de MarlowePreis en voor Die Zwillingsfalle de Friedrich-Glauser-Preis. Het laatste boek is zojuist in de Nederlandse vertaling verschenen als De Fatale Tweeling. De titel verwijst maar ten dele naar de inhoud. Twee vrouwen die een tweeling

De affaire James Patterson (en Michael Ledwidge) Vertaald uit het Engels door Richard Kruis Cargo; 326 pagina’s; € 18,90 ISBN 978 90 234 2802 2

T staat voor Tevergeefs Sue Grafton Vertaald uit het Engels door Wim Holleman De Boekerij; 367 pagina’s; € 18,50 ISBN 978 90 225 4870 7

Patterson schrijft (regelmatig met ‘hulpauteurs’) en verkoopt sneller dan het licht. Ditmaal over een wraakzuchtige rechercheur die haar echtgenoot ziet met een ‘blond scharminkel’. ‘Het was alsof een ijskoude beitel in mijn borstkas werd geramd.’

Met haar alfabet-thrillerserie is Grafton al bij de T beland. De hoofdpersoon, privédetective Kinsey Millhone, ontmoet Solana Rojas, een verpleegster from hell. Verontrustend avontuur over menselijke aasgieren, en evenals de vorige letterboeken uitstekend geschreven.

zouden kunnen zijn, blijken net zo onvoorspelbaar in hun uitingen en gedragingen als de vele politiemensen die het boek bevolken. Bijna niemand houdt zich aan maatschappelijke regels of verwachtingen. ‘Iedereen gebruikt iedereen. Iedereen haalt iedereen onderuit. Of probeert het althans.’ Als de politie je beste vriend zou moeten zijn, is het zaak de vertegenwoordigers daarvan in deze constructie even hard te wantrouwen als de misdadigers

die erin voorkomen. Zo bestaat de speciale onderzoekscommissie, die de saunamoorden moet oplossen, uit leden van diverse afdelingen, die geen van allen een schoonheidsprijs verdienen. Een ‘rambo’ van de ME, met een ernstig trillende hand, die een jonge collega neerschiet, zich in een heel korte, heel verkeerde verhouding stort, nogal onnozel een dreigbrief aflevert bij een vooraanstaand (lijkende) inwoner van Düsseldorf, cocaïne snuift, toch nog

goed werk verricht; een politievrouw die (tijdelijk) chef is van de onderzoekscommissie, tot ze voor de zoveelste keer op buitengewoon grove manier door een paar mannelijke collega’s tot ander werk wordt gedwongen; een ervaren politieman die samen met een jongere collega geld en goederen heeft gestolen; als blijkt dat de laatste een van de saunaslachtoffers is, doet hij alles om de moordenaar te vinden, én zijn eigen positie zeker te stellen, maar uiteindelijk doet hij wat een man moet doen. Drie van de vele, te vele, belangrijke personages. Daar staat als verdienste van de auteur tegenover: geen moralistisch gezeur en een genadeloze analyse van menselijke verhoudingen. Ineke van den Berg

★★★✩✩ De Fatale Tweeling Horst Eckert Vertaald uit het Duits door Marga Caljé De Rode Kamer; 323 pagina’s; € 19,95 ISBN 978 90 78124 13 9

volkskrant  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you