Page 1

3 november 2011 35ste Jaargang • nr. 8

‘Schrijven over seks vergt jarenlange studie’ Pagina 11

Nederlanders moorden met voorbedachten rade, Finnen na veel drinken

Leidse astronomen in Science over hoe de aarde aan water kwam

Het dak ging eraf bij de opgeknapte Sterrewacht

Pagina 3

Pagina 7

Pagina 9

Waarom worden zij zo oud? Promovendus onderzoekt in Ghana het evolutionaire nut van oma’s Het is een raadsel voor evolutiebiologen: hoe kan het dat mensen zo lang leven? David van Bodegom zocht het antwoord in Ghana. DOOR BART BRAUN Bejaarde ijsberen zie je alleen in de dierentuin. In het wild wordt een ijsbeer op een gegeven moment te oud om het brute berenbestaan aan te kunnen, en gaat hij dood. Bij mensen en sommige andere sociaal levende dieren zoals walvissen, is dat anders. Zij leven gewoon door, zelfs lang nadat ze onvruchtbaar zijn geworden. Voor biologen is dat een puzzel. De evolutietheorie leert hen dat de levende wezens die het meeste zich voortplantende nakomelingen hebben, uiteindelijk de Survival of the Fittest-race winnen. Onvruchtbare bejaarden eten voedsel op waar de jongere generatie van zou kunnen leven. Waarom gaan mensen niet gewoon dood op hun vijftigste? Op die vraag bestonden twee

antwoorden. Het eerste is dat onze oude dag een vertekening is. Omdat we onze omgeving zo drastisch kunnen beïnvloeden, zijn we als een ijsbeer die zijn eigen dierentuin heeft gebouwd. Dat antwoord klopt niet: ook in de samenlevingen van jager-verzamelaars vind je ouden van dagen. Archeologen vinden zelfs resten van bejaarde Neanderthalers. Mensen worden, in tegenstelling tot ijsberen, ook oud in het wild. Het tweede antwoord is de zogeheten grootmoeder-hypothese. Mensen worden oud omdat oude mensen nog de handen kunnen laten wapperen bij het grootbrengen van hun kleinkinderen. Zo hebben die kleinkinderen een grotere overlevingskans, en op die manier bevoordeelt de natuurlijke selectie alsnog een oude dag. ‘Iedereen heeft die theorie omarmd’, vertelt promovendus David van Bodegom. ‘Het klopt namelijk heel mooi met wat je ziet: oma’s die hun kleinkinderen vertroetelen. Het

gaf grootmoeders ook een raison d’être, natuurlijk. In een Scandinavisch gezin met man, vrouw en vijftien kinderen maakt het enorm veel uit of er een oma bij is of niet.’ Ook de oma-hypothese heeft echter een probleem. Dat soort monogame gezinnetjes zijn evolutionair gezien een vrij recente uitvinding: mensen leefden oorspronkelijk niet zo. Oude oma’s mogen dan weliswaar nuttig zijn in onze moderne omgeving, maar dat kan niet de reden zijn dat oma’s oud worden. Mensen zijn ook goed in computerspelletjes, maar dat is niet het gevolg van natuurlijke selectie op onze high-scores. Archeologisch en antropologisch onderzoek wijst uit dat mensen van nature in polygame samenlevingen wonen, waarin rijke mannen meerdere vrouwen trouwen. Van Bodegom, lachend: ‘Mannen weten van binnen ook wel dat ze van nature polygaam zijn.’ Gaat de oma-hypothese in zulke samenlevingen ook op? Om dat uit te zoeken trok de pro-

movendus zeven keer naar het GaruTempane-district in het oosten van Ghana, een droog en heet gebied. De mensen, vrijwel altijd zelfvoorzienende boeren, leven er in zogeheten extended families van gemiddeld vijftien mensen – een man met één tot vier vrouwen, hun kinderen en eventuele oma’s. Maakt dat nou uit, zo’n oma erbij? Van Bodegom telde de kinderen in gezinnen met en zonder oma, woog ze, en onderzocht in welke gezinnen meer kinderen stierven. ‘Mensen vragen me wel eens of dat ethisch is. Of ik, als arts, ze niet zou moeten helpen in plaats van te turven hoeveel er overlijden. Maar dit soort onderzoeksvragen stellen we in Leiden ook; ik zie niet in waarom ik dat niet zou mogen in Ghana. Zo dacht de overheid daar er gelukkig ook over. ‘We stonden daar bekend als de mensen met de papieren. In zo’n dorp gebeurt niet zoveel, dus als we langskwamen zorgde dat voor veel beroering. Ik was vooral geïnteres-

seerd in families en stambomen, en de mensen daar doen niets liever dan praten over hun familie. Ik mocht wel terugkomen, dus.’ Met een team van plaatselijke medewerkers verzamelde Van Bodegom de gegevens van zo’n dertigduizend mensen. Gisteren promoveerde hij op Post-reproductive survival in a polygamous society in rural Africa. De conclusie: kinderen in gezinnen met oma’s wegen niet meer dan in gezinnen zonder oma. Hun overlevingskansen zijn – als je corrigeert voor het feit dat in rijkere gezinnen zowel de kinderen als de oma gezonder zijn – hetzelfde. Wel hebben gezinnen met een oma meer kinderen. Twee komma drie procent meer, om precies te zijn. Oftewel: zoveel helpt een grootmoeder niet, in Ghana. Er zijn al zoveel andere vrouwen en oudere kinderen om te helpen met de zorg voor de kleintjes, dat die oma niet veel meer uitmaakt. > Verder lezen op pagina 5

Foto’s David van Bodegom

LITERAIR TALENT OPGELET! WIN € 250 MET MARE-KERSTVERHALENWEDSTRIJD Ook dit jaar weer: de Mare-kerstverhalenwedstrijd! Schrijf een verhaal van tussen de 1500 en 2500 woorden dat speelt binnen de universitaire gemeenschap en/of het studentenleven en win €250, €75 of €50. Mail uiterlijk 8 december naar: redactieleiden@gmail.com. Deelname alleen voor Leidse studenten.

Bandirah Pagina 12


2  Mare · 3 november 2011 Geen commentaar

Hij is niet alleen Door Bart Braun Gaat u maar rustig slapen, beste lezer. Het eerste tussenrapport over de fantaserende Tilburgse hoogleraar Diederik Stapel is uit, en het is allemaal alleen zijn schuld. Ja, de commissie-Levelt geeft de onderzoekscultuur een veeg uit de pan. Niemand op de vakgroep wist dat de promovendi niet zelf hun data verzamelden. Promotiecommissies die nota bene als taak hebben om dat te controleren, namen het aan. Peer reviewers bij tijdschriften lieten de artikelen doorglippen, ondanks aantoonbare vaagheden in Stapels werk. Er was al twee keer eerder melding gedaan bij collega’s van Stapel over hoe verdacht mooi en significant alles toch was, en daar is niets mee gebeurd. Foei, foei, foei jongens, voortaan beter je best doen. Maar: ‘Met de analyse van deze falende kritiek wordt geenszins geïmpliceerd dat er onder genoemde personen of instanties medeschuldigen zijn aan de fraude.’ Alleen Stapel moet hangen. De universiteiten waar hij werkte, overwegen zijn doctorstitel in trekken of hebben al aangifte gedaan wegens valsheid in geschrifte. En terecht. De politicus mag kakelen, de godsdienstmensen mogen orakelen, maar de wetenschap dankt haar autoriteit aan het feit dat de met de wetenschappelijke methode bereikte gegevens falsifieerbaar en toetsbaar zijn. Over wat de data betekenen, kunnen de meningen verschillen en over de manier waarop de data binnen zijn gehaald, vecht men elkaar graag de tent uit. Het publiek moet er echter op kunnen vertrouwen dat de data zelf niet berusten op de leugens van een academische Baron von Münchhausen. Als Stapel is opgeknoopt aan de galg van de wetenschappelijke woede, rest echter de vraag wat de wetenschap nu verder moet. Wetenschappers schilderen Stapel graag af als een alleenstaand geval, maar dat is hij niet. Uit anonieme enquêtes onder wetenschappers komen schokkende cijfers: tachtig procent is bereid te liegen, en één op de vijftig had dat al eens gedaan. Een derde van de ondervraagden had wel eens een onwelgevallig datapuntje weggemoffeld. Het aantal retractions is de afgelopen jaren veel sneller gestegen dan het aantal wetenschappelijke publicaties, maar nog niet zo snel dat het ook klopt met die één op de vijftig liegende wetenschappers. ‘De wetenschap is zelfreinigend gebleken’, verklaarde commissievoorzitter Pim Levelt. De aanbevelingen om herhaling te voorkomen zijn dan ook homeopathisch van aard. Elke promovendus moet twee begeleiders hebben. De ruwe data moet bewaard en openbaar – maar dat moest van NWO ook al (zie pag. 3). Niet dat iemand ernaar gaat kijken. De checks and balances zijn er wel, maar ze werken niet als wetenschappers ze als tijdverspilling beschouwen. Als elf mensen goed kunnen voetballen, dan hebben we ineens allemaal gewonnen. Maar als wetenschappers verkeerd handelen, dan zijn dat gekke eenlingen, die helemaal alleen fouten begingen en helemaal alleen straf krijgen. Zo blijven de Stapels komen, natuurlijk.

Colofon Redactie-adres Pieterskerkhof 6 2311 SR Leiden Telefoon 071–527 7272 Fax 071–527 7288 Website mareonline.nl E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000 Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl Redactie

Harmke Berghuis redactie@mare.leidenuniv.nl Thomas Blondeau redactieleiden@gmail.com Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Dirk-Jan Zom D.Zom@mare.leidenuniv.nl

Medewerkers

David van Bodegom • Rivke Jaffe • Petra Meijer • DM Sanders • Benjamin Sprecher Secretariaat Harmke Berghuis Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving Marijke Hoogendoorn • richgirl-design.com Drukwerk Dijkman Offset Amsterdam Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Fax 023 - 571 76 80 Redactieraad

Prof. dr. J.P. Abrahams (voorzitter) • prof. dr. J. van den Broek • I. Bronstring • A. Brouwer • drs. J.C.M. Damen • prof. dr. A.J.W. van der Does • B. van der Donk • J. Egberts • dr. H. Heestermans • prof. dr. J.J.M. van Holsteyn • mr. F.E. Jensma • prof. dr. J.C. de Jong • D. van der Klugt • A. Liemburg• dr. D.J.W. Meijer • R. Nieuwenkamp • drs. R. Rijghard Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuis­gestuurd krijgen door € 35,- over te maken op bankrekening 10.32.57.950 ten name van Universiteit Leiden inzake Mare. Studenten betalen € 25,-. Zij maken dit bedrag over op bovenstaand bankrekeningnummer onder vermelding van hun studentnummer. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

Column

‘Politiek correct’ Politieke correctheid is een term die het de laatste jaren goed doet in Nederland, vooral in de politiek en de media. Mensen die de term gebruiken doen dat vaak om een truth claim te maken – als je een persoon of een politieke partij van politieke correctheid beticht doe je dat om het waarheidsgehalte van hun uitspraken in twijfel te trekken. Tegelijkertijd is het een manier om een apolitieke waarheid voor je eigen uitspraken te claimen: jezelf als politiek incorrect bestempelen is een manier om jezelf af te schilderen als iemand die de waarheid onder woorden durft te brengen, hoe impopulair de ‘feiten’ ook mogen zijn. Dit Nederlandse gebruik geeft een andere betekenis aan de term politieke correctheid dan die in de Verenigde Staten heeft. Een Amerikaanse collega van me verbaasde zich hierover. Voor haar is politiek incorrect haar oma van tachtig die het heeft over colored people en er dan achter aanroept: ‘Of hoe noem je ze tegenwoordig, ik kan het ook allemaal niet bij houden!’ Met verbazing stelde mijn collega vast dat veel van wat in Nederland onder de noemer politiek incorrect wordt geschaard, in de VS gewoon racisme heet. Ik weet niet of het altijd racisme is – mensen van racisme beschuldigen kan ook een truth claim zijn, waarmee je een discussie snel af kunt kappen. Wel verbaas ik me over de trots waarmee veel mensen in Nederland zichzelf het label ‘politiek incorrect’ opplakken, en de snerende toon waarop ze mensen met een andere mening wegzetten als politieke correcte stumpers. Wat voor ‘objectieve waarheid’ door moet gaan geeft eerder blijk van een gebrek aan empathie, van onverdraagzaamheid of zelfs een drang om te choqueren en kwetsen.

De verruwing van het politieke debat en de grove toon van veel (anoniem) commentaar op websites zullen de meeste mensen niet zijn ontgaan. Onder het mom van ‘ik noem het beestje gewoon bij zijn naam’ worden de meest beledigende beweringen cyberspace ingeslingerd. Kan je als wetenschapper op vergelijkbare wijze ‘politiek correct’ gebruiken als retorisch stijlmiddel, om andere wetenschappers met wie je het niet eens bent tot zwijgen te brengen? In de wetenschap werkt zo’n bewering op een zelfde manier als in het publieke debat. Het eigen verhaal wordt als waarheid bestempeld, dat van de politiek correcte ander wordt afgedaan als ideologische prietpraat. Afgezien van dat het weinig bevorderlijk is voor de inhoud van discussies, impliceert een dergelijke kwalificering dat wetenschap een apolitieke aangelegenheid zou kunnen zijn. Hopelijk is dat ook het geval voor bijvoorbeeld de natuurwetenschappen, en gedragen sterrenstelsels en moleculen zich hetzelfde bij VVD-ers als bij SP-stemmers. Maar voor de geesteswetenschappen en veel van de maatschappijwetenschappen is toch al vanaf de jaren ’80 geaccepteerd dat onze kennis gesitueerd is, en daarmee ook gekleurd. Objectieve feiten bestaan nauwelijks, want de onderzoeksvragen die je stelt, welke data je genereert en hoe je die data interpreteert, hangen allemaal samen met je eigen maatschappelijke en politieke positionering. Je daarvan bewust zijn is juist voorwaarde voor gedegen wetenschap. Rivke Jaffe

Universitair docent culturele antropologie


3 november 2011 · Mare Mensen

3

071 -527 …

Dood volgens plan, of door drank Moord in Nederland, Finland en Zweden vergeleken Er moet een Europese databank voor moord en doodslag komen, vinden criminologen. Als voorschot daarop bundelden Zweden, Finnen en Nederlanders hun krachten. ‘Zelfs de politie heeft deze gegevens niet.’ DOOR BART BRAUN De kans om vermoord te worden, is in Finland bijna twee keer zo hoog als in Nederland. Waar in Nederland en Zweden de meeste moord en doodslag plaats-

vindt in de steden, is het in Finland meer een plattelandsaangelegenheid. Bij meer dan tachtig procent van de moorden in dat land is alcohol in het spel. Finland en Zweden hebben liberalere vuurwapenwetten dan Nederland, maar juist hier hebben we het hoogste percentage vuurwapenmoorden – vijfendertig procent. Een vergelijkend rapport van de Brottsförebyggande rådet, de nationale misdaadpreventieraad van Zweden, levert interessant leesvoer op. De achtergrond: criminologen

willen heel graag dat er een Europese databank voor alle moorden en doodslagen komt. Een eerste voorproefje met alleen Zweden, Finland en Nederland erin verscheen deze maand bij de Zweedse raad. Leidse onderzoekers schreven eraan mee. ‘Dit is de eerste empirische studie binnen Europa, waarbij het mogelijk is om moord en doodslag gegevens tussen verschillende landen op een dergelijk niveau met elkaar te vergelijken’, vertelt onderzoeker Soenita Ganpat van de afdeling strafrecht en criminologie.

Het op één lijn krijgen van alle Europese cijfers wordt overigens geen sinecure. Bij deze drie landen was het al moeilijk. De definities van ‘moord’ en ‘doodslag’ verschillen per land, bijvoorbeeld. Nederland houdt niet systematisch bij hoeveel moordenaars gedronken hebben, zodat niet met zekerheid valt te zeggen of die Finse tachtig procent ook echt meer is. Ganpat: ‘In Nederland is er daarnaast heel lang geen sys-

tematisch overzicht geweest van de gegevens. Dat overzicht hebben wij moeten maken, door onder andere bij elke politieregio de gegevens op te vragen. Wij zijn dan ook de enigen die deze data hebben: zelfs de politie heeft dergelijke gegevens niet.’ Het Zweeds-Fins-Leidse onderzoek was dan ook mede bedoeld om te kijken of een Europese moordmonitor überhaupt haalbaar is. Het lijkt erop van wel, is de conclusie. De overeenkomsten tussen de drie landen zijn groter dan de verschillen. De kans op moord of doodslag is klein: in Zweden kleiner dan één op honderdduizend, in Finland minder dan 2,5 op honderdduizend. Weekenden zijn gewelddadiger dan doordeweekse dagen. Zowel daders als slachtoffers zijn vaker mannen dan vrouwen. Het belangrijkste verschil volgens de onderzoekers zit hem in de motieven. ‘Nederlandse moorden lijken vaker instrumenteel te zijn: moorden worden vaker gepleegd in combinatie met een vermogensdelict, zoals tijdens een inbraak of overval. Finse en Zweedse moorden worden daarentegen vaker gekenmerkt door moorden waarbij dader en slachtoffer kennissen van elkaar zijn, en onder invloed van alcohol.’ Met de cijfers in de hand is het mogelijk om de volgende stap te maken: kijken of bijvoorbeeld vuurwapen- of alcoholwetgeving helpt om moorden te voorkomen. En zo ja, welke wetgeving. ‘Het zou heel mooi zijn als andere Europese landen ook meedoen, zodat we verder kunnen gaan dan alleen de cijfers van deze drie landen met elkaar te vergelijken.’

Frutti di Mare

De politie is ssslecht! ‘Hoe oud zijn jullie?’ Masterstudent criminologie Rogier Vijverberg stapt op twee jongens af, in een hoekje achter een flatgebouw in de Amsterdamse wijk Slotermeer. ‘Zeventien’, antwoordden ze. Net buiten de doelgroep van 18 tot 25 jaar dus, zucht Rogier. De jongens: ‘Bij de supermarkt lopen meer jongeren rond.’ Rogier en medestudent Rosemarie Overduijn doen voor het vak stadscriminologie met twee groepsgenoten onderzoek naar de relatie tussen de buurt en de politie en hoe dit samenhangt met geslacht, wanorde in de wijk en etniciteit. In Slotermeer wonen relatief veel jongeren van Marokkaanse komaf, andere studenten onderzoeken de Jordaan (veel autochtone Nederlanders) en de Bijlmermeer (veel Antilianen). Bij de supermarkt is het rustig, maar verderop staan drie jongens in een steegje. Rogier stapt op ze af. ‘Wij zijn studenten en doen onderzoek naar de mening van de buurt over de politie.’ ‘Politie?’, wordt er geroepen. ‘De politie doet goed werk’, zegt de aangesproken jongen. Maar hij doet liever niet mee, ook niet als Rogier zegt dat deelname anoniem is. In een woonwijk verderop loopt een negentienjarig meisje hen op de stoep tegemoet, zij wil wel meewerken. Rosemarie pakt de vragenlijst. Het meisje

DOOR DIRK-JAN ZOM

geeft de politie in de wijk het rapportcijfer zeven: ze doen altijd eerlijk hun werk. Een jongen die een broodje döner kebab eet, denkt hier kennelijk anders over. Hij is zestien jaar: te jong, maar heeft wel een mening: ‘De politie is ssslecht’, roept hij lachend, en loopt weg. Rogier vertelt dat ze wisselende reacties krijgen op hun vragen. ‘Soms hebben mensen geen interesse of tijd. Je moet goed kijken wie je aanspreekt, als mensen een rare bek naar je trekken heeft het weinig zin. Groepen werken ook minder goed.’ Toch vinden ze niet dat het interviewen moeilijk gaat. Rosemarie: ‘Eén keer begon een jongen een meisje uit de groep te versieren. Dat was wel een beetje intimiderend.’ En het is zaak het woord ‘criminologie’ te vermijden, weet Rogier: ‘Een krantenbezorger zag ons met al die papieren en vroeg ons waarmee we bezig waren. Ik zei dat we criminologiestudenten waren. Toen maakte hij zich direct uit de voeten.’ Ze horen ook negatieve verhalen. Bijvoorbeeld van een Marokkaanse jongen, Dolce & Gabbana-jas en Prada zonnebril op zijn hoofd, die wel wil meewerken, maar niet herkenbaar op de foto wil. Voor de omgang met de buurt geeft hij de politie een cijfer vijf: ‘Het kan zijn dat jongeren hier slecht op politie reageren en dat de politie hetzelfde terugdoet.’

Hij zegt dat hij zelf al een aantal keer zonder reden staande is gehouden. Hij noemt het niet waarschijnlijk dat hij de politie zal helpen bij het opsporen van een verdachte. Een jongen van Turkse komaf is positiever, al hoort hij soms verhalen van jongens die op basis van hun uiterlijk zijn aangehouden. Desondanks hebben de studenten begrepen dat het beter gaat in de wijk dan enkele jaren geleden, toen er confrontaties

plaatsvonden tussen hangjongeren en politie. Medestudenten Merel en Robert hebben inmiddels ook flink wat interviews afgenomen, ze hoeven er nog maar een te doen voor het aantal van 22 benodigde straatinterviews. Vijf minuten later staan Rogier en Rosemarie de laatste persoon te interviewen. Een lange jongen in een zwart trainingspak, met lang blond haar. Geboorteplaats: Sneek.

Masterstudenten Rogier Vijverberg en Rosemarie Overduijn interviewen jongeren uit Slotermeer. Foto Peter Boer

Open Subsidieverstrekker NWO wil dat wetenschappelijke data die met hun geld verzameld zijn, openbaar worden. NWO-voorzitter Jos Engelen, vanwaar ineens dit besluit? ‘Wij staan een open access-beleid voor. Dat wil zeggen dat onderzoek dat met publieke middelen is gefinancierd openbaar toegankelijk moet zijn. Voor de publicaties dragen we dat al langer uit, en al in mei hebben we ook voor de onderzoeksdata expliciet gemaakt wat impliciet al zo was. Het besluit is dus niet zo “ineens”. Alleen heeft een journalist van NRC Handelsblad er recent over geschreven. Dat resoneerde blijkbaar.’ Van alles kan ‘data’ zijn. Meetgegevens tot potscherven tot ingevulde enquêteformulieren… ‘Ik wil niet dat gedacht wordt dat ik hier lichtvaardig over denk. Ik kom zelf uit de hoge-energiefysica, waar het polijsten en goed opslaan van data zodat ze voor derden bruikbaar zijn, al tijden een probleem is. Dat hebben we in het verleden niet voor elkaar gekregen. In principe zijn we voor openbaarheid, maar in de praktijk is het toegankelijk maken van data iets dat professioneel moet gebeuren.’ Data verzamelen kost veel tijd. Hoe lang mag een onderzoeker de krenten uit de pap vissen voor zijn ruwe data online gaat, en iedereen erbij kan? ‘In het kader van jouw onderzoek houd jij de primeur. De moderne publicatiemethoden staan echter toe dat je in artikelen doorklikt en dan de data te zien krijgt. Het ligt voor de hand dat dat dan ook mogelijk wordt. En als een andere onderzoeker iets anders kan verzinnen met jouw gegevens moet dat kunnen. ‘Ik kan me ook voorstellen dat een onderzoeker je data ziet, en er een eigen analyse op gooit om te zien of het stand houdt. Dat lijkt mij alleen maar een voordeel.’ In veel medisch onderzoek geeft een proefpersoon alleen toestemming voor de ene proef waar hij aan meewerkt. ‘Als een patiënt geen toestemming heeft gegeven voor verder gebruik van data, dan moet je dat ook niet doen. De afspraken over open access maken we om de wetenschap te bevorderen. Dat betekent dat je niet te kort door de bocht moet gaan.’ En als een promovendus die is betaald door Akzo metingen doet met een apparaat dat is betaald door NWO? ‘In principe is de data ook dan openbaar, want betaald met publiek geld. In de praktijk moeten de resultaten van publiek-private samenwerking gepubliceerd worden, nadat er afspraken zijn gemaakt over het intellectueel eigendom. Dat laatste kun je beschermen met een patent, maar de data zelf worden openbaar.’ Als de ene onderzoeker in joules werkt en de ander in calorieën, kun je de openbare data nog steeds niet makkelijk aan elkaar knopen. Gaat NWO ook eisen stellen aan de manier waarop data opgeslagen worden? ‘De data zullen aan standaarden moeten voldoen, maar die standaarden bestaan nu niet. Voor elk vakgebied zullen die anders zijn. We zeggen niet dat onderzoekers die nu zelf moeten uitvinden; dat is een rol voor de “data-opslagspecialisten.”’ BB


4  Mare · 3 november 2011 Nieuws

Leiden wint Academische Jaarprijs Het Leidse team ‘Antibiotica gezocht’ heeft donderdag de Academische Jaarprijs van 100.000 euro gewonnen. Deze prijs is bedoeld om wetenschappelijk onderzoek populair te maken onder een groot publiek. Het team ‘Antibiotica gezocht staat onder leiding van hoogleraar moleculaire biotechnologie Gilles van Wezel en doet onderzoek naar nieuwe antibiotica. Het geld willen ze gebruiken om practica te geven op het VWO. Daarnaast start met dit geld een tijdelijke expositie in Museum Boerhaave en een permanente opstelling in de microZoo van Artis. De twee andere genomineerden voor de prijs waren het team ‘Leve DNA!’ van LUMC-onderzoeker Ken Kraaijeveld en het Maastrichtse team ‘Brein in Beeld’. De laatste won de Labyrint (VPRO) publieksprijs.

Raad van Toezicht Volgens staatssecretaris voor het hoger onderwijs Halbe Zijlstra is er geen sprake van een koerswijziging bij het benoemen van een lid van de Raad van Toezicht. Dit schrijft Zijlstra als antwoord op vragen van Jasper van Dijk (SP) nadat Zijlstra onlangs partijgenoot Jan van Zanen benoemde tot lid van de Raad van Toezicht in Utrecht. Hij negeerde hiermee de kandidaten die de universiteit had voorgesteld. Volgens Zijlstra wijkt hij hiermee echter niet af van de gebruikelijke procedure. Hij geeft aan dat kandidaten nooit formeel worden aangedragen. De staatssecretaris is niet van plan zijn voorkeur voor een lid van de Raad van Toezicht in het vervolg voor te leggen aan de Tweede Kamer. ‘De benoeming van de voorzitter en de andere leden van de raad van toezicht is volgens de wet een exclusieve bevoegdheid van de minister, i.c. de staatssecretaris.’ Volgens Zijlstra voldoet Van Zanen aan het algemene profiel van een lid van de Raad. Voor de aanstaande benoeming van een nieuwe voorzitter van de Raad in Amsterdam heeft de staatssecretaris een formateur aangesteld. Ook Utrecht heeft een nieuwe voorzitter nodig omdat de huidige voorzitter, Rien Meijerink, aftreedt vanwege de benoeming van Van Zanen.

Leidse studente naar VN De Leidse bachelorstudente Rechtsgeleerdheid Kirty Matabadal is gekozen als nieuwe jongerenvertegenwoordiger van de Verenigde Naties. Zij vertegenwoordigt daarmee de stem van Nederlandse jongeren en moet zorgen voor meer bekendheid van de VN onder hen. Twee jaar lang zal Matabadal deel uitmaken van de Nederlandse delegatie van de VN. Hiervoor zal zij onder andere volgend jaar september de Algemene Vergadering toespreken. Matabadal richt zich vooral op de beschikbaarheid van voedsel, water en onderwijs jongeren over de hele wereld.

Geesteswetenschappen De faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Leiden staat op plek 35 op de Times Higher Educationranglijst voor de beste faculteiten der kunsten en geesteswetenschappen ter wereld. Leiden scoort vooral goed op onderzoeksgebied. De lijst wordt aangevoerd door het Amerikaanse Stanford University gevolgd door Harvard en de University of Chicago. De Universiteit van Amsterdam neemt plaats dertig in, Utrecht staat op plek 45. Vorig jaar stond Leiden op plek 34 en was daarmee de best genoteerde universiteit van het Europese vasteland. Dit jaar is dat de Humboldt-Universität zu Berlin. Op de algemene Times Higher Education ranglijst van beste universiteiten staat de Universiteit Leiden op plek 79, zo bleek vorige maand.

‘Waarom moet archeologie eigenlijk met FSW fuseren?’ Scenario’s verhuizing vanaf 1 januari De faculteit Archeologie zal als instituut binnen de faculteit Sociale Wetenschappen verder gaan. Zoveel is duidelijk. Het college van bestuur slaagde er echter afgelopen maandag tijdens de universiteitsraad niet in om uit te leggen waarom de faculteit verdwijnt. Promovendipartij Young Researchers wilde graag een motivatie van het college. ‘Het overleggen tussen faculteiten van verschillende grootte werkt gewoon niet goed’, zei rector magnificus Paul van der Heijden. ‘We willen

door Vincent Bongers

geen kleine spelers meer. Het maakt wel uit of je honderd of duizenden studenten en medewerkers vertegenwoordigt.’ En gelijkwaardigheid is belangrijk, vindt het college. ‘Het is mij echter nog steeds niet duidelijk waarom het nou zo’n probleem is dat er “een kleine speler” aan tafel zit’, zegt universiteitsraadslid Maarten Jansen van Young Researchers een week na de vergadering. ‘Daar krijgen we gewoon geen duidelijk antwoord op van het college. Maar goed, als de faculteitsraad en –bestuur akkoord gaan met de fusie, dan gaan we daar als partij niet voor liggen.’ Maar Jansen ontgaat het nut van de samensmelting. ‘Archeologie loopt

goed. Het is een sterk merk dat zich uitstekend profileert. Waarom zou je er dan een instituut van maken?’ Young Researchers wilde ook weten waarom er niet gekeken is naar een de vorming van een Faculty of History naar Angelsaksisch model. ‘Een samensmelting van antropologie, geschiedenis en archeologie’, zei raadslid Erik van Hoof. Volgens Van der Heijden lost dat niets op: ‘Zo’n nieuwe faculteit is nog steeds te klein.’ Edo Ndeke van de BeP/LVS fractie wilde weten wat de studenten vinden van de fusie. Volgens het college is dat primair een zaak van het faculteitsbestuur. ‘Daar is een assessor voor’, zei Van der Heijden. ‘Wij heb-

ben geen bericht gehad dat er problemen zijn.’ Assessor Robin Nieuwenkamp bevestigt dit. ‘Medewerkers en studenten maken zich niet zozeer zorgen over de fusie. Zij willen alleen dat er voldoende labs en practica beschikbaar blijven na een samensmelting. Het is aan het bestuur om daar rekening mee te houden.’ Het is mogelijk dat de archeologen gewoon blijven waar ze nu al zitten. Maar wellicht wordt het Pieter de la Court gebouw van FSW hun nieuwe locatie. ‘Er is een taskforce ingesteld dat op 1 januari een rapport aflevert waarin de verschillende scenario’s worden geanalyseerd’, zegt Nieuwenkamp.

Duitse postdoc mishandeld door politie Kort nadat de Duitse postdoc theoretische natuurkunde Stephan Ulrich zich in Leiden had ingeschreven, werd hij opgepakt op verdenking van fietsdiefstal. Bij de arrestatie werd zijn hand gebroken. In de cel werd hij gepest en kreeg hij een stroomstoot. ‘Ik ben blij dat dit verhaal aandacht krijgt’, verklaart Ulrich tegenover Mare. Het gips is er ondertussen af maar hij moet nog wel oefeningen doen. De feiten dateren van 5 september. Op die dag kwam hij uit het Leidse stadhuis en zag hoe twee mannen bezig waren zijn fiets in een busje te laden. Een fiets die Ulrich voor 225 euro bij een fietsenwinkel op de Hogewoerd had gekocht. Hij dacht dat zijn fiets gestolen werd en omdat te verhinderen, liep hij op de mannen af, haalde zijn fiets van het slot en wilde er mee wegrijden. Een man verhinderde dat en draaide Ulrichs hand op zijn rug. Die riep omstanders op de politie te bellen. De agressor verklaarde zelf politie te zijn, wat de postdoc niet geloofde. De man dreigde pepperspray te gebruiken, zette kracht op de greep en brak Ulrichs hand. Een patrouillewagen kwam langs en nam Ulrich geboeid mee naar het politiebureau waar hij in een ‘ophoudkamer’ werd geplaatst. ‘Daar ging het er rustiger en professioneler aan toe’, aldus Ulrich. Tot er

een agent binnenkwam en hem een kauwgumpje aanbood. Ulrich was in de verkeerde veronderstelling dat dit de man was die hem eerder had aangehouden. Hij dacht dat de agent

zijn excuses kwam maken. Maar het aangeboden kauwgumpje bleek een fopartikel waardoor Ulrich een stroomstoot kreeg. De politie is een disciplinair on-

derzoek gestart. Ulrichs advocaat verwacht dat zijn cliënt vergoed zal worden voor zowel materiële als immateriële schade. TB

Politicologie blijft in Leiden Het college van bestuur is niet actief bezig om studies te verplaatsen naar Den Haag. De verhuizing van bestuurskunde naar Den Haag gaat door maar daar blijft het voorlopig bij. Drie van de vier bestuurskundemasters en de medewerkers vertrekken. De researchmaster die samen met politicologie wordt gegeven, blijft in Leiden. Op termijn verkast wellicht de bachelor bestuurskunde ook naar de residentie. Dat bleek vorige week maandag

tijdens de universiteitsraadvergadering. Paul de Kuijer van de SGLCSL fractie in de raad had geruchten opgevangen dat politicologie wellicht ook haar oog op Den Haag had laten vallen. ‘Geruchten zijn gevaarlijk’, reageerde rector magnificus Paul van der Heijden. ‘Wij kunnen ons een opleiding politicologie in Den Haag goed voorstellen maar zij willen dat zelf niet. Er is geen grote drive om met politicologie te gaan overleggen over een verhuizing.’ Het bestuur van politicologie bevestigt dat er op dit moment

geen plannen zijn om uit Leiden te vertrekken. Bestuurskunde is druk bezig met de voorbereiding van de verhuizing. ‘De eerste mijlpaal is gezet’, zegt Bernard Steunenberg, wetenschappelijk directeur van het instituut. ‘We zijn officieel per 1 januari onderdeel van de faculteit Den Haag. De planning is dat de masterstudenten per 1 februari college gaan krijgen in de Stichthage locatie van campus Den Haag. ‘Het is de bedoeling dat studenten op termijn college krijgen in het pand van het campus

aan de Casuariestraat. Dat wordt nu verbouwd en is in september 2012 gereed. Daar zullen ook de medewerkers van het instituut gehuisvest worden.’ Ook het is het bestuur bezig om te kijken of de bachelor naar Den Haag kan vertrekken. ‘Daar moeten nog veel stappen voor worden gezet’, aldus Steunenberg. ‘Uiteraard polsen we de studenten of zij wel willen.’ Maar ook het ministerie moet akkoord gaan. ‘Om het bacheloronderwijs te geven is toestemming van de commissie doelmatigheid hoger onderwijs en van OCW nodig.’ VB


3 november 2011 · Mare Meneer de Professor

Nieuws

De heren zijn de heren niet meer Wie ouderwets is zoals ik, en binnenloopt in het Rijksmuseum van Oudheden aan het Rapenburg, moet even wennen. Op een vrije middag kwam ik er terecht toen ik wat wandelde door Leiden, de stad waar ik pas sinds kort woon. Eerst was ik, om aan een herfstbui te ontkomen, met het hoofd tussen de schouders het bekende ‘koffiehuys’ ingedoken. Je kunt hier in Leiden namelijk nog gewoon een ‘koffie’ krijgen, zonder dat ze je lastig vallen met vragen over gewenste herkomst van de bonen en schuimfactor van de melk. Ook boden ze broodjes half-om aan, of met oude kaas. Simpele maar schier vergane geneugten, die elders veelal zijn verstoten door hippe Thaise wraps, vergezeld van harde herriemuziek en een interieur à la Yab Yum. Opgewarmd door de ouderwetse ‘koffie’ met ‘speculaas’ en een kwijlerige huispoes, begaf ik mij zoals gezegd niet veel later naar het om de hoek gelegen museum, en trof daar overal lego en duplo, een glijbaan en speelgoedauto’s waar je gemakkelijk over kan uitglijden. Kortom, een modern museum. Misschien was het vanwege deze infantiele entree, dat de tentoonstelling me maar niet kon boeien en ik terugdacht aan de vele reacties op mijn vorige column. Was er een verband tussen de spelling van de studenten die volstrekt beneden peil is, hun kinderlijkheid, hun verwendheid, en deze overal geziene opkomst van het speeltuinmuseum? Had Huizinga gelijk gehad toen hij schreef dat een toenemend ‘puerilisme’ de kern van de Westerse cultuurcrisis is? Eén ding was zeker: mijn column had een snaar geraakt. De observaties die ik deed over het ineenstorten van het academisch niveau worden zeer breed gedragen. Ik kreeg niet enkele mails – maar tientallen. Sommige schrijvers brachten hun eigen jaren op de kweekschool in herinnering, waar ‘een spelfout bij Nederlands consequent [werd] gestraft met een aftrek van anderhalve punt. Spelfouten waren daardoor uiterst zeldzame rariteiten.’ Een ander schreef mij: ‘In een cultuur waar de door u in collegezalen gehekelde androids en tablets domineren, is geen plek meer voor lezen als hobby.’ Weer een ander noemde de veranderde corpscultuur. Kon Minerva vroeger nog ‘een essentiële rol claimen in de opvoeding en volwassenwording der studiosi, tegenwoordig is het eerder het afleren van beschaving. De heren zijn de heren niet meer.’ Ik zuchtte. Ik sloot mijn ogen. Dwong mezelf met aandacht te kijken naar een vitrine met gouden sieraden. Toen ik het museum verliet hoorde ik de klokkentoren spelen, en zag vogels v-vormig vliegen. Prof. D.M. Sanders is gastonderzoeker aan de Universiteit Leiden. Op deze plek doet hij wekelijks verslag van zijn indrukken. Laat u zich trouwens niet afschrikken: d.m.sanders@mail.com.

Problemen met financiering Nederlandkunde Dit meldde raadslid Eep Francken in de faculteitsraadvergadering van Geesteswetenschappen. Het instituut Leiden University Centre for Linguistics (LUCL) wil de kosten op de opleiding verhalen, zei Francken. Olf Praamstra, directeur van Nederlandkunde zegt dat het probleem ontstaan is nadat vorig collegejaar een ander financieringssysteem werd ingevoerd; voorheen telden alle door een opleiding behaalde studiepunten mee bij de bekostiging ervan, vanaf vorig collegejaar tellen de punten van uitwisselingsstudenten en studenten van buiten de Europees Economische Ruimte (EER) niet meer mee. Dit is voor Nederlandkunde ongunstig, omdat het vooral uitwisselingsstudenten en niet-EERstudenten heeft. Praamstra: ‘Wij ontvangen nu gemiddeld vijftien uitwisselingsstudenten. Bij een uitwisseling krijg je geld voor de studiepunten die je studenten in het buitenland halen, maar niet voor studiepunten die buitenlandse stu-

University college trekt minder studenten Raad vreest voor overlap met International studies Het university college trekt minder studenten dan vorig jaar. Dit jaar verwelkomt de in 2010 gestarte elite-bacheloropleiding met inwonende studenten 93 eerstejaars. Vorig jaar waren dat er nog 115. ‘Het hadden er wel 10 tot 15 meer mogen zijn’, zei rector magnificus Paul van der Heijden tijdens de universiteitsraad van vorige week maandag. ‘We willen per jaar tussen de 100 en 115 eerstejaars. We zitten duidelijk aan de onderkant van de streefcijfers. We willen weten hoe dit komt.’ Er waren overigens wel meer aanmeldingen dan plaatsen maar het college hanteert strenge toegangseisen. Er zijn in Amsterdam, Middelburg, Maastricht en Utrecht ook university colleges. Hoe staan zij er eigenlijk voor? Het university college van de UvA en de VU (bestaat sinds

DOOR VINCENT BONGERS

denten hier halen. Maar wij zenden geen studenten uit, je gaat geen Nederlandkunde studeren in het buitenland. Van de overige 42 studenten is meer dan de helft van buiten de EER. Je krijgt nog wel geld voor niet-EER-studenten, maar aanzienlijk minder dan voorheen.’ Volgens hem zou de opleiding bij het hanteren van de oude telling 180.000 euro meer gekregen hebben. Het tekort dit jaar zou 50.000 euro bedragen en vorig jaar 80.000 euro. Raadslid Marion Boers haalde een voorbeeld aan van een college waarin voor 40 studenten die allen 5 studiepunten haalden, slechts bekostiging voor 6 van hen werd toegekend; 30 in plaats van 200 studiepunten. Decaan Wim van den Doel benadrukte in de vergadering dat het signaal van Francken duidelijk was, maar zei dat het toch gunstig is als opleidingen erin slagen om veel buitenlandse studenten binnen te halen. ‘Ook studenten van buiten de EER betalen collegegeld, meer dan reguliere studenten. Dat geld komt rechtstreeks bij de universiteit binnen en een deel daarvan wordt naar rato door de faculteit verdeeld over de instituten.’ Ook zei hij dat er nog andere geldstromen zijn. DJZ

2009) laat weten ‘ruimschoots’ aanmeldingen te krijgen om jaarlijks de beschikbare 200 plaatsen te vullen. Utrecht krijgt elk jaar 700 aanmeldingen voor 230 plaatsen. ‘Maar’, zegt een woordvoerder. ‘In de beginjaren (Utrecht startte in 1999) waren we ook niet altijd volledig ingetekend. Er is een aanlooptijd.’ Ook Middelburg en Maastricht laten weten dat hun colleges veel aanmeldingen krijgen. Volgens het Leidse college krijgt de werving voor de studenten nog een impuls. ‘Dat is altijd nog te optimaliseren’, aldus Van der Heijden. Hij verwacht dat op de internationale scholen in de regio van Den Haag nog wel meer potentiële university college studenten te vinden. Maar ook voor Leidse scholen zijn meer ‘gerichte acties’ nodig. De toelatingseisen worden in ieder geval niet versoepeld. De komst van de nieuwe opleiding International studies, die in sep-

tember 2012 van start gaat in Den Haag, wordt door de raad gezien als een mogelijk probleem. Er wordt gevreesd dat studenten niet langer voor het dure university college kiezen maar voor international studies. Een opleiding waar wettelijk collegegeld voor gevraagd wordt. Deze twijfel was zelfs zo groot dat er voor de zomervakantie in de raad gestemd werd over de nieuwe opleiding. Roel Glasbeek van BeP-LVS haalde de mogelijke concurrentiestrijd tussen de opleidingen weer aan. ‘Beide opleidingen zijn zo anders’, zei Van der Heijden. ‘Het university college heeft een campus en het curriculum is anders. International studies is opleiding van Geesteswetenschappen, terwijl het university college ook bètacomponent heeft.’ Paul de Kuijer van de SGL/CSL bleef echter twijfels houden: ‘De smaak van de taarten is dan wel verschillend maar als een student gebak wil dan is er toch sprake van concurrentie.’

‘Je moet evolutionair denken’ > Vervolg van de voorpagina

Reageren op D.M. Sanders? Tips of suggesties? Mail hem op d.m.sanders@mail.com

Bij de opleiding Nederlandkunde is een tekort ontstaan, omdat er onderwijs gegeven wordt waarin binnen het bekostigingssysteem geen opbrengsten tegenover staan.

5

Van Bodegom: ‘Wat wel heel veel uitmaakte, was waar mensen hun water haalden. Je hebt daar de traditionele waterputten, en de recent geslagen boreholes: waterbronnen van dertig meter diep. Die eerste bevatten vaker verontreinigingen: kinderen die water uit de put dronken, hadden dertig procent meer kans om te overlijden tijdens de duur van de studie. Ik voelde uiteraard de behoefte om die informatie te delen met de mensen daar. Sommige huishoudens hadden toegang tot allebei, dus dan is het nuttig om te weten dat het water uit de boorgaten veiliger is, toch? Maar

ze bleven drinken uit de putten. Het water uit de boorgaten smaakte nergens naar, zeiden ze. Onveilig? Hun vader dronk het ook, en weet je wel hoe sterk die was?’ De culturele verschillen hebben een grote indruk op Van Bodegom gemaakt, hij verwerkte ze in zijn debuutroman Nood breekt wet die in januari verschijnt. Hij heeft geen bewijs voor de grootmoederhypothese gevonden. Maar waarom worden mensen dan zo oud? Van Bodegom vermoedt dat het meer te maken heeft met de vaders. Mannen zijn veel langer vruchtbaar dan vrouwen, en kunnen ook op hoge leeftijd nog kinderen verwekken. Vrouwen worden dus

niet oud omdat ze zulke nuttige oma’s zijn, maar omdat ze dat worden van dezelfde genen die ervoor zorgen dat papa’s oud worden. Hij oppert dus de oude-vader hypothese. Na zijn promotie blijft Van Bodegom gewoon in Leiden werken, bij de Leyden Academy on Vitality and Aging, een kenniscentrum op het gebied van vitaliteit en veroudering, opgericht door zijn promotor prof. dr. Rudi Westendorp. Wat moet men daar met evolutiebiologisch inzicht in Ghanese gezinnen? Van Bodegom: ‘Dit is heel basaal onderzoek. We willen begrijpen waarom we zo oud worden. Dat kan alleen maar als je evolutionair denkt.’ BB

Halve punten voor rechtenscripties Docenten van de faculteit Rechten willen weer halve punten kunnen geven voor scripties. Dat bleek tijdens faculteitsraadsvergadering van vorige week maandag. De mogelijk om halfjes te geven is een aantal jaren geleden afgeschaft omdat het computersystemen hier niet mee kon omgaan. ‘Nu moet je een student die eigenlijk wel wat meer verdient dan een zeven toch dat cijfer geven’, zei raadslid en universitair docent publiek recht Freya Baetens. ‘De stap naar een acht is dan te groot. Een half punt doet dan goed recht aan de scriptie.’Het gaat de docenten om halve punten van de master en bachelorscriptie en niet om tentamens. Het faculteitsbestuur ziet wel wat in de halfjes. ‘Het gaat er om of er technische bezwaren zijn’, zei rechtendecaan Rick Lawson. Het bestuur hoopt dat Leiden niet meteen in last is en Usis bezwijkt onder de aanpassing. Volgens raadslid Birgit Wildenburg, directeur van het onderwijsinformatiecentrum van Rechten zal dat wel meevallen en kan de aanpassing doorgevoerd worden ‘maar dat gaat dan wel een dag of twee werk kosten.’ VB

Vlotslakken

Deze zeeslak Janthina janthina, leeft in open water, waar ze parasiteert op kwallen. Dankzij de bellen rond haar schelp blijft ze drijven, en kan bij haar prooi in de buurt komen. In een recent artikel in Current Biology beschrijven biologen, waaronder de Leidenaar Arjan Gittenberger, de evolutie van dit verschijnsel. De ‘bellen’ waren oorspronkelijk eierkapsels, ontdekten de onderzoekers. Foto Denis Riek


6  Mare · 3 november 2011 Achtergrond

Zonder romans een slechtere rechter Hoogleraar gebruikt literatuur als spiegel van de wet In de kamer van de rechter beschermen de in leer gehulde ruggen meestal geen romans. Maar een jurist doet er goed aan af en toe een klassieker open te slaan. Hans Nieuwenhuis schreef Kant & Co, over hoe literatuur kan functioneren als een letterkundige antropologie van het recht. ‘In een bedrijf in Bonn kon je je chef virtueel doodschieten met een laserpistool. Die Burgemeisterin vond dat in strijd met de menselijke waardigheid. Ze trok naar de rechter en kreeg haar gelijk voor het Europese Hof van Justitie.’ Hans Nieuwenhuis (1944), hoogleraar Burgerlijk Recht en voormalig raadsheer van de Hoge Raad, haalt dit voorbeeld aan in een omgeving waarin niets aan technologische nieuwlichterij zoals lasergames doet denken. In zijn werkkamer in de rechtenfaculteit trekt een boekengletsjer langzaam van boekenkast naar bureau – de verslaggever kan nog net zijn kopje koffie kwijt. ‘De motivatie van de rechtbank was op een Kantiaans mensbeeld gebaseerd, dat stelt dat je een ander nooit als een middel mag gebruiken.

Door Thomas Blondeau

Ook overwegend mijn mensbeeld, hoor.’ Het voorbeeld staat in Nieuwenhuis’ nieuwste boek Kant & Co, een helder en vlot lezend essay over hoe het recht weerspiegeld wordt in literaire werken zoals Shakespeares toneelstuk De koopman van Venetië, Huxleys Heerlijke nieuwe wereld of de tragedies van Sofokles. Het boek start met het onderverdelen in drie mensbeelden: het Kantiaanse waarbij de mens centraal staat, één waarbij God het middelpunt is en één – met behulp van Darwins inzichten – waarbij de evolutiebiologische aard van de mens voorop staat. ‘Alleen door het lezen van literatuur maken juristen zich de verbeeldingskracht eigen die ze in huis horen te hebben.’ Het is een citaat van Nieuwenhuis dat als aanprijzing dient voor het keuzevak ‘Recht en literatuur’ dat hij aanbiedt. Toch wordt de rechtenstudent meer geassocieerd met een stukgevouwen wetboek en uittreksels van de JoHo. In het verleden kregen rechtenstudenten aan Vlaamse universiteiten letterkundeonderwijs. ‘Ja, dat was een verplicht vak daar. Tot 1966 was het in Nederland zo dat je als rechtenstudent gymnasium moest hebben gedaan. Iedere jurist had dus Vergilius, de Odyssee en de Ilias gelezen.’

Maar als literatuur zo belangrijk is, waarom vormt het dan geen verplicht onderdeel van de rechtenopleiding? ‘Ik aarzel om daarmee in te stemmen. Een hoogleraar rechtsfilosofie zei altijd: “Voor wie de vragen niet leven, komt het op de antwoorden ook niet aan.” Dat is bij me blijven hangen. Bovendien: als je er nu een verplicht vak van maakt, slaat meteen de uittrekselcultuur toe. Kijk, toen ik bij de Hoge Raad was, stelde ik ook niet voor om het even over Antigone te hebben. Maar ik vind literatuur wel aangewezen om je verbeelding te helpen ontwikkelen. En verbeelding heb je nodig bij rechtsvinding zodat je je kunt inleven in situaties waarmee je zelf totaal geen ervaring hebt. Als je nu Misdaad en straf leest van Dostojevski en leert over hoe de moordenaar worstelt met het feit dat hij geen Napoleon is - dat wil zeggen iemand die zonder nagelbijten doden kan - dan leer je daar van. Wanneer krijg je nu in zo’n heldere kijk in het hoofd van een moordenaar? Of de roman Effi Briest over overspel en de consequenties daarvan. Als je dan zelf een vergelijkbaar probleem hebt, kan dat helpen.’ Was hij een ander mens geweest als hij zonder romans was opgegroeid? ‘Dat vind ik een gevaarlijke vraag

(denkt lang na). Ik zou onopvallender zijn, niet zozeer een slechter of een beter mens. Wel een slechtere rechter, overigens. Tijdens mijn diensttijd leerde ik dat het belangrijk was om jezelf onzichtbaar te maken. Daar was ik tamelijk goed in. Zonder boeken zou ik gemiddeld zijn geweest.’ Hoe bruikbaar is Kant eigenlijk voor een rechter? ‘Goh, ik ga voor een groot deel met hem mee. Maar als hij voorbeelden gaat geven, gaat het mis. Zo mag je nooit liegen volgens Kant. Dan komt er een moordenaar voor je deur staan en die maakt zich als zodanig bekend – beetje onwaarschijnlijk inderdaad – en die moet iemand vermoorden waarvan hij het adres niet heeft. Dat heb jij wel. En volgens Kant mag je dan niet liegen. Terwijl wij kinderen al leren liegen zodat ze iets aardigs zeggen over de hoed van hun tante.’ Een romanschrijver heeft de mogelijkheid om een verhaal een open eind te geven. Had hij als rechter een bepaalde situatie niet voor eeuwig in het ongewisse willen laten? ‘Nee, dat kan niet. Als rechter heb je die luxe niet. Mensen zeggen dan weer vaak over wat ik schrijf, dat ik geen keuzes maak. Dat klopt, want als je kiest, gaat het vaak mis. Hoewel, in het boek spreek ik me uit voor embryoselectie op geslacht, want niet mag in Nederland. Waarom mogen ouders met twee meisjes nu niet een keer een jongen? De kans dat Nederland volloopt met zoontjes, lijkt me onwaarschijnlijk. Maar ja, daar maakte een lezer dan weer bezwaar tegen. Kijk, wij leren promovendi dat ze een heldere probleemstelling moeten hebben aan het begin van hun proefschrift. Maar die probleemstelling schrijf je natuurlijk als laatste.’ Hans Nieuwenhuis, Kant & Co, Literatuur als spiegel van het recht, Uitgeverij Balans, € 19,50

‘Een pond vlees’ Antonio, een Venetiaanse koopman, wil een vriend een financieel steuntje in de rug geven zodat die kan uitvaren. Hij leent bij Shylock, een Joodse geldschieter, die hij nog maar kort daar voren bespuwd had. Shylock geeft hem drieduizend dukaten te leen. Maar met een wat bijzondere voorwaarde. Als Antiono het bedrag op de afgesproken dag niet kan terugbetalen, dan krijgt de geldschieter ‘een pond van uw fraaie vlees, te snijden uit dat deel van uw lichaam dat ik verkies’.Maar dan doet het bericht de ronde dat de schepen van Antiono zijn vergaan. Hij wordt voor de rechter gebracht. Die bepaalt dat Shylock recht heeft op zijn pond vlees maar net voor het mes de compensatie opeist, zegt de rechter: ‘Dit contract geeft u geen druppel bloed: de woorden zijn duidelijk “een pond vlees”. Handhaaf uw contract, neem uw pond vlees, maar als u bij het snijden één druppel christelijk bloed spilt, verbeurt u uw landerijen en goederen.’ Vervolgens wordt Shylock gestraft omdat hij een burger van Venetië naar het leven heeft gestaan. Zijn goederen worden in beslag genomen. De helft is voor Antonio, de andere helft voor de Staat. Antonio hoeft zijn deel niet als de Joodse Shylock zich bekeert tot het christendom. Daar gaat hij mee akkoord. Hans Nieuwenhuis schrijft over Shakespeares De koopman van Venetië: ‘Is de kern een enkelvoudige confrontatie: de wraakzucht van Shylock tegenover de vergevingsgezindheid van Antiono? […] Is de door Antonio gestelde voorwaarde dat Shylock christen wordt de hoogste vorm van naastenliefde (slechts als christen komt Shylock in aanmerking voor Gods genade)? Of is de eis dat Shylock het geloof van zijn vaderen afzweert Antonio’s ultieme wraak?’

advertentie

Al Pacino als de Joodse geldschieter Shylock in de verfilming van De koopman van Venetië. Wacht hem op het einde de genade? Of is het vermomde wraak?


3 november 2011 · Mare 7 Wetenschap

Bekogeld met kosmische sneeuwballen Hoe de aarde aan water kwam De stofschijf rond de jonge ster TW Hydrae bevat grote hoeveelheden water, ontdekten Leidse sterrenkundigen, die daarmee Science haalden. ‘Je hebt een truc nodig.’ Door Bart Braun Tien miljoen jaar is piepjong voor een ster. Onze zon, bijvoorbeeld, is ongeveer 450 keer zo oud. Zoals een mensenbaby nog geen tandjes heeft, zo heeft de babyster TW Hydrae nog geen planeetjes. In plaats daarvan heeft ze een zogeheten protoplanetaire schijf: een enorme platte stof- en gaswolk waarin uiteindelijk door samenklontering planeten zullen ontstaan. Met de aarde is dat ook ooit zo gegaan, miljarden jaren geleden. Er is echter iets geks aan de hand met de aarde: er is hier enorm veel water aanwezig. Dat zou je niet verwachten: de plek in de stofschijf waar de aarde ooit zat, zit zodanig dicht bij

de ster dat water gasvormig is. Gassen klonteren niet zo goed. Zoals de Leidse sterrenkundige Michiel Hogerheijde het uitdrukt: ‘Een aardeachtige planeet vormt zich zonder water. Je hebt een truc nodig om dat water er te krijgen.’ TW Hydrae helpt ons te begrijpen hoe die truc in zijn werk ging. Hogerheijde en zijn collega’s wisten met behulp van de krachtige Herschel-ruimtetelescoop te meten aan de stofschijf van die ster. Daar wisten ze, als allereerste sterrenkundigen ooit, vast te stellen dat de buitenkant van die schijf volzit met ijs. De hete waterdamp aan de binnenkant van protoplanetaire schijf laat zich veel makkelijker meten, maar het koude water aan de buitenkant was nieuw. Tenminste: ‘Het was eigenlijk precies wat we verwacht hadden te vinden’, aldus Hogerheijde. Zijn ontdekking haalde het prestigieuze wetenschapsblad Science.

Artist’s impression van een protoplanetaire schijf. Als een zonnestelsel zich vormt, ontstaan de planeten door samenklontering van de deeltjes in die schijf. Aarde-achtige planeten vormen zich zonder water. Dat komt er pas later op terecht, via kometen die ontstaan aan de buitenkant van de schijf. Leidse sterrenkundigen stelden vast dat dat water er ook echt zit. Illustratie ESO IJs zelf laat zich met de Herscheltelescoop niet meten. In plaats daarvan jaagt de straling van de ster kleine hoeveelheden waterdamp uit het ijs: waterdamp die koud is in plaats van heet. Herschel kan in het verre infrarood het signaal van dergelijke koude waterdamp oppikken. ‘Er ontstaat een héél dun laagje koude waterdamp dat bovenop de stofschijf ligt. Het signaal dat dat afgeeft, hebben we kunnen meten. Dat we daar

een waarneemtijd van achttien uur voor nodig hadden, geeft al aan dat het om een heel zwak signaal gaat.’ Dat ijs in de buitenschijf pakt zich uiteindelijk samen tot kometen, een soort kosmische sneeuwballen die de planeten dichter bij de ster bekogelen. Zo is de aarde ook ooit aan zijn water gekomen, vermoeden astronomen. ‘Een aarde-achtige planeet met oceanen, waarop leven zou kunnen

ontstaan’, vraagt Hogerheijde zich hardop af, ‘hoe vaak komt zoiets voor in het heelal? Als deze ster typisch is voor sterren in het algemeen, dan is het blijkbaar een kwestie van een aarde-achtige planeet vormen, en dan komen de oceanen vanzelf.’ Om te kijken hoe typisch TW Hydrae echt is, heeft de onderzoeker waarneemtijd gekregen om bij nog eens drie andere planetenstelsels-inwording te gaan kijken.

Zuur glas voorkomt gepriegel Een Leidse vinding maakt een chemische meetmethode slimmer en makkelijker. Dat opent de weg naar allerlei toepassingen. ‘Bij Stanford en MIT slaan ze zichzelf voor de kop.’ Door Bart Braun Je zou het niet zeggen als je een glaasje water drinkt, maar glas is eigenlijk best zuur. De reden dat je het niet proeft, is dat in een glas water heel veel water zit ten opzichte van het glas. Gooi je die ver-

houding om, dan wordt het anders. De meetapparatuur van promovendus Jos Quist, bijvoorbeeld, bestaat uit flinterdunne buisjes in een glazen schijf. Het dunste buisje is vijftig nanometer dik. Ter vergelijking: een menselijke haar heeft een dikte van grofweg honderdduizend nanometer. In dat minieme gootje, alleen zichtbaar als je de schijf op precies de juiste manier in het licht houdt, zit naar verhouding zo weinig water dat het glas behoorlijk wat protonen afscheidt – dat is wat ‘zuur’ zuur

Kjeld Janssen: ‘Meestal maak je met nanotechnologie dingen moeilijker. Wij hebben het makkelijker gemaakt.’ Foto Taco van der Eb

maakt, chemisch gesproken. Op het eerste gezicht lijkt dat een vervelende eigenschap van glas: meetapparatuur die de samenstelling van hetgeen waaraan je wilt meten verandert, is onhandig. Quist en zijn collega’s van de groep Analytical Biosciences, verbonden aan het Leiden/Amsterdam Center for Drug Research, wisten het fenomeen echter slim te gebruiken om een bestaande meetmethode te vereenvoudigen. Hij haalde er de omslag van het vakblad Analytical Chemistry mee.

Quists collega Paul Vulto legt het uit. Isotachoforese is een truc die gebruik maakt van verschillen in lading en grootte binnen een te meten monster. Specifiek voor deze techniek is dat hij de stoffen niet alleen scheidt, maar ook concentreert, en dat zorgt er dan weer voor dat een onderzoeker in principe al met hele kleine hoeveelheden monster kan werken. ‘Het is in principe een bekende techniek. Het is echter moeilijk te doen, en daarom wordt het maar beperkt ingezet.’ Eén van de problemen is dat de onderzoeker twee verschillende zoutoplossingen moet gebruiken. Dat wordt een enorm gepriegel, met name als je met hele kleine hoeveelheden wil werken, en dat was nou net wat je zo graag wilde. De oplossing zit hem in dat glazen nanokanaaltje. Doordat het glas al die protonen afstaat, raakt het negatief geladen. Quist: ‘Daardoor gaat het nanokanaal als filter werken wanneer we er een elektrisch stroompje doorheen laten lopen. Het houdt negatieve ionen tegen die naar de pluspool willen reizen, terwijl het vanaf de pluspool positieve ionen wegsluist.’ Daardoor ontstaat bij de pluspool een ionenarm gebied. Een depletion zone, noemen de Leidenaars dat. Die zone functioneert als het tweede van de twee zoutoplossingen die je nodig had voor de isotachoforese. Een onderzoeker die de methode wil toepassen, hoeft dankzij de Leidse aanpak minder stappen te doorlopen. ‘Door nanotechnologie toe te passen hebben we iets makkelijker gemaakt. Da’s eigenlijk heel bijzonder, want meestal maak je met nanotech dingen alleen maar moeilijker’, grapt Quists co-auteur Kjeld Janssen. ‘De belangrijkste andere onderzoeksgroepen die hieraan

werken, zitten in Stanford en het MIT in Boston. Daar slaan ze zichzelf nu voor de kop dat zij het niet hebben gezien. Stanford weet het meeste van isotachoforese en ook het meeste over nanokanalen, maar ze zijn nooit op het idee gekomen om de twee te combineren.’ De eenvoudiger methode opent de weg naar allerlei toepassingen, legt Vulto uit. ‘We denken met name aan apparaatjes die je in de hand kunt houden. Een verpleegkundige die vaststelt welke aminozuren er in een monster van een patiënt zitten. Waterkwaliteit meten. Drugstesten ingebouwd in wc’s, vraagt u? Dat kan ook. Het zijn allemaal dingen die hier omheen gebouwd kunnen worden.’ Een andere mogelijkheid is om juist heel veel van de kleine meetapparaten naast elkaar te zetten. Dat maakt het mogelijk om razendsnel van allerlei verschillende stoffen te bepalen of ze potentie hebben als medicijn. Ook zou je er alle stoffen die iets of iemand aanmaakt mee kunnen meten: zogeheten metabolomics. De ontwikkeling van zulke toepassingen wordt een taak voor Vulto: hij is niet alleen aangenomen als postdoc, maar ook als business developer. ‘Dit is heel erg leuk onderzoek, maar er moet ook gekeken worden naar de commerciële kant van het verhaal.’ ‘Leiden is heel langzaam geweest bij het oppakken van het onderzoek aan hele kleine hoeveelheden vloeistoffen’, vervolgt hij. ‘Maar de applicatie ligt hier, in de bio-wetenschappen, bij het Leids Universitair Medisch Centrum, of de bedrijven hier. Wij gaan leidend worden, niet omdat we technologisch zo goed zijn, maar omdat wij de juiste vragen kunnen stellen – en beantwoorden.’


8  Mare · 3 november 2011 Maretjes extra

Maretjes De prijs voor een Maretje bedraagt €8,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan. Doe iets met je kennis. Help een leerling op streek in 1 uur per week. Drie leerlingen uit groep 7 en 8 zoeken drin-

gend hulp bij taal, rekenen en studievaardigheden; acht leerlingen Voortgezet Onderwijs, Kopklas, Brugklas, VMBO, HAVO zoeken hulp bij wiskunde, Nederlands, Engels, maatschappijleer, aardrijkskunde; twee leerlingen Speciaal Onderwijs hebben bijles nodig; 31 leerlingen Ba.O.groep 3 t/m 6 zoeken hulp bij taal en/of rekenen, van wie vijf met vergoeding. Bijles in Onderwijswinkel, buurthuis Vogelvlucht, of bij leerling of bijlesgever thuis. Onderwijswinke, Driftstraat 77, ma-, wo en

do. 15-17 u. Tel: 5214256, LET OP ons e-mailadres is: st.onderwijswinkel@ planet.nl. Studeer jij rechten aan de Universiteit Leiden en wil jij geld verdienen door je kennis over te brengen? Solliciteer dan als repetitor. Wij organiseren bijlescursussen ter voorbereiding op het tentamen voor studenten aan de Universiteit Leiden. Een cursus wordt gegeven door een repetitor en vindt plaats in kleine groepen van 3 tot 10

Academische Agenda Prof.dr. J.C. de Jong zal op vrijdag 4 november met het uitspreken van de oratie benoemd worden tot hoogleraar aan de Faculteit der Geesteswetenschappen om werkzaam te zijn op het gebied van Journalistiek en Nieuwe Media. H. Al-Khawaja zal op dinsdag 8 november om 13.45 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Doxycycline inhibition of proteases and inflammation in abdominal aortic aneurysms’. Promotor is Prof.dr. J.H. van Bockel. H.C.K. Senden zal op dinsdag 8 november om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Rechtsgeleerdheid. De titel van het proefschrift is ‘Interpretation of fundamental rights in a multilevel legal system’. Promotor is Prof.mr. J.H. Gerards (Radboud Universiteit Nijmegen). M.K.Y. Liem zal op woensdag 9 november om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Disease progression and high field MRI in CADASIL’. Promotoren zijn Prof.dr. M.A. van Buchem en

Prof.dr. M.D. Ferrari. B.R. Ferreira Miranda zal op woensdag 9 november om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Gente de guerra: Origem, cotidiano e resistência dos soldados do exército da Companhia das Indias Ocidentais no Brasil (1630- 1654)’. Promotor is Prof.dr. G.J. Oostindie. M.A. van Hattem zal op donderdag 10 november om 11.15 uur promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Voor een nieuw Oostenrijk. Aartshertog Johan van Oostenrijk als legerhervormer en generaal 1805-1809’. Promotor is Prof. dr. M.E.H.N. Mout. V. Fokkema zal op donderdag 10 november om 12.30 uur promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Real-time Scanning Tunneling Microscopy Studies of Thin Film Deposition and Ion Erosion’. Promotor is Prof.dr. J.W.M. Frenken. N. Wolterbeek zal op donderdag 10

november om 13.45 uur promovern tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘The sense or nonsense of mobile-bearing total knee prostheses’. Promotor is Prof.dr. R.G.H.H. Nelissen. T. Wahyuni zal op donderdag 10 november om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Sociale Wetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Ulin: sustainable management approaches of Borneo ironwood (eusideroxylon zwageri teijsm and binn) in East Kalimantan’. Promotoren zijn Prof.dr. G.A. Persoon, Prof.dr. H.H. de Iongh en Prof. dr. W. Kustiawan (Mulawarman University). B. Saragih zal op donderdag 10 november om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Sociale Wetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Economic value of non timber forest products among paser indigenous people of East Kalimantan’. Promotoren zijn Prof. dr. G.A. Persoon, Prof.dr. H.H. de Iongh en Prof.dr. W. Kustiawan (Mulawarman University).

personen. De repetitor behandelt tijdens de cursus door middel van een lespakket met oude tentamens de essentiële onderdelen van het vak. Een cursus duurt 9 of 12 uur verdeeld over 3 dagen en vindt plaats vanaf twee weken voor het tentamen. Het is mogelijk om meerdere cursussen voor hetzelfde vak te geven. Voor meer informatie: www.capitaselecta.nl. Deelnemers gezocht voor onderzoek naar voeding, stemming en cognitie. Gezonde, niet-rokende, vrouwelijke proefpersonen (18-30 jaar) die geen hormonaal anticonceptiemiddel (zoals de pil) gebruiken en een regelmatige menstruatiecyclus hebben. Het onderzoek bestaat uit een intake (ongeveer 1 uur) en een onderzoeksochtend (ongeveer 3.5 uur, waarvan 1 uur pauze). U wordt kort geïnterviewd, vult vragenlijsten in en maakt computertestjes. Tijdens de onderzoeksdag slikt u een voedingssupplement (tryptofaan) of placebo. Beloning: € 30,- Meer informatie: mail naar Leiden.onderzoek@ gmail.com

Gezocht rechtshandige proefpersonen, 18-35 jr, die niet roken of medicijnen slikken. Proefpersonen moeten lichamelijk en psychisch gezond zijn. Onderzoek duurt in totaal 6 uur met daarin toediening van geneesmiddel, computertaakjes en een hersenscan. Vrijblijvende info? cerith@fsw.leidenuniv.nl.

Maretjes-extra zijn bedoeld voor semicommerciële instanties. De prijs voor een Maretje-extra is € 23,– incl. BTW voor elke vijfendertig woorden. U kunt deze advertenties uiterlijk op de vrijdag vóór het verschijnen van Mare opgeven bij Bureau van Vliet B.V., postbus 20, 2040 AA Zandvoort, telefoon 023-571 47 45. E-mail: Zandvoort@bureauvanvliet.com

Meedoen aan onderzoek naar een nieuw geneesmiddel tegen depressie en € 90 verdienen? Zie advertentie hierboven: fMRI onderzoek ARA290. OPPAS gezocht voor jongen en 2 meisjes 9-14 jaar, om te spelen, knutselen, koken en huiswerk te maken. Stevenshof, ma, di of do 15-17.30 uur. 8,50 euro p/u. 071-5321053, 0633882759

Scholten Degelijk juridisch onderwijs en tentamentraining in kleine groepen door een ervaren en professionele docent. Tentamentraining verbintenissenrecht vanaf 7 november 2011; 6 bijeenkomsten van twee uur; euro 200,-. Tentamentraining verbintenissenrecht vanaf 2 januari 2012; 6 bijeenkomsten van twee uur; euro 200,-. Voor meer informatie: Scholten: 071-5126714 of gijs.scholten@ planet.nl

KANS (RSI), hoofdpijn, nekklachten, rugklachten? Of wil je een betere houding? Denk eens aan oefentherapie Mensendieck. Vergoeding vanuit aanvullend pakket zorgverzekeraar. Informatie www.mensendieckleidencentrum.nl of 071-5149835

Repetitor Straf- en strafprocesrecht, Bachelor 3, tentamen januari 2012 Onderwijs en tentamentraining in 10 lessen van 2,5 uur door ervaren en succesvolle docent. (Straf-proces-recht, BI en BIII en NOVA). Mr L. Slooter-Satter. lucienne@ slooter.com  of 071-5157777

LAK ‘Theater’Pubquiz. Dinsdag 8 nov. Aanvang 20:00 u in de theaterfoyer van het LAK. Deelname is gratis! 3 tot 6 leden per team. Aanmelden maarten@ lak.leidenuniv.nl of op avond zelf maar vol = vol!

drukken vormgeving

2-daagse LAK Workshop Choreografie 19 & 20 nov. Aanvang zat 10:00 uur. Dansstudio LAKtheater. Info en aanmelden via www.laktheater.nl/ cursussen.

voorlichting offerte

Verdien € 90 met deelname aan fMRI onderzoek ARA290. Onderzoek naar effecten van nieuw geneesmiddel (ARA290) op aandacht en geheugen.

proefschriften.nl

Ruimte voor uw gezin, buiten en binnen? Die is er in Trisor!

20374_GVO_Adv_42x50.indd 1

De eengezinswoningen in het bijzondere Leidse project Trisor worden binnenkort opgeleverd. Kom op zaterdag 5 november al vast een kijkje nemen. En proef zelf de stijlvolle architectuur en degelijke afwerking, de sfeer in de autovrije straten en de ruimte binnen, verdeeld over drie royale woonlagen.

oPen HuIS

Iedereen voelt zich er thuis!

ZATeRDAg 5 noVembeR - VAn 11.00 ToT 13.00 uuR.

Amethistkade 11 (bij de Smaragdlaan), Leiden

EEngEzinswoningEn AngeloT • • • • • • •

Vier- tot vijfkamerwoning Woonoppervlakte circa 130 m² Mogelijkheid van een dakterras Zongeoriënteerde tuin voor en/of achter Grenzend aan collectieve binnentuin Veelzijdige wijk met veel voorzieningen Dicht bij het centrum van Leiden

Vanaf € 312.000,- v.o.n. (inclusief eigen parkeerplaats in garage)

www.trisor.nl

Meer informatie: De Leeuw Nieuwbouwmakelaardij, Molenwerf 4-6, 2312 CK Leiden, Tel. (071) 405 16 16

25-08-11 (wk 34) 10:28


3 november 2011 · Mare 9 Reportage Door Vincent Bongers ‘Het is een vieze

vuile overval’, zegt sterrenkundige Vincent Icke. Hij wijst naar de blinkende Koninklijke onderscheiding op zijn colbert. ‘Ik moet nu even uit gaan zoeken wie er allemaal in dit complot zitten. Ik vond het als zo raar dat mijn vrouw er op stond dat ik vandaag een jasje en een das zou dragen.’ Er werd een compromis in huize Icke gesloten. De das viel af, maar het colbertje bleef. Wel zo handig als er een versiersel moet worden opgespeld. Icke had zijn benoeming tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw op woensdag 26 oktober bij de officiële opening van de gerestaureerde Sterrewacht absoluut niet zien aankomen. Hij is dan ook even met stomheid geslagen als de Leidse burgemeester Henri Lenferink hem naar voren roept om te worden geridderd. Icke staat niet echt bekend als aanhanger van decorum en vastgeroeste hiërarchische structuren. Maar hij is trots op de onderscheiding en ook flink geëmotioneerd. ‘Ik moet bekennen’, zegt hij met tranen in de ogen. ‘Het voelt goed om op het schild gehesen te worden. Dan sta je ook twee meter dichter bij de sterren. Maar ik vergeet niet wie het schild dragen.’ Geen moment heeft hij er aan gedacht het lintje te weigeren.‘Ik draag de onderscheiding maar hij is ook voor anderen.’

1

Dichter bij de sterren Staatssecretaris opent gerestaureerde Sterrewacht Icke wordt geridderd vanwege zijn inzet om de Sterrewacht te redden. Maar ook zijn kwaliteiten als wetenschapper en zijn vermogen om kennis toegankelijk te maken voor een groot publiek, hebben de majesteit behaagd. Cultuur en hoger onderwijsstaatssecretaris Halbe Zijlstra mag de officiële openingsceremonie verrichten. ‘De Franse achttiende-eeuwse politicus Anthelme Brillat Savarin zei ooit: “De sterren hebben wel degelijk invloed op mensen. Bijvoorbeeld doordat ze werk verschaffen aan duizenden astrologen.” Een fraai staaltje ironie’, aldus Zijlstra. ‘Want Brillat ging voorbij aan de echte wetenschap die hier bedreven werd en wordt.’ Een paar jaar geleden mocht toenmalig onderwijsminister Plasterk plaatsnemen in een kraan om een van de koepels te lichten. Hij had er zelfs een paar uur op geoefend. Zijlstra hoeft geen spectaculaire dingen te doen en wordt met een aantal hoogwaardigheidsbekleders naar het dak geleid. ‘Ik vind het nog steeds een beetje dwaas dat ik nu als bobo door het leven ga.’ Gewone stervelingen zien op een scherm dat er, lekker ouderwets, een rode knop voor de staatssecretaris klaar staat. Als hij erop drukt, verschijnen uit een van de koepels honderden blauwe en gele ballonnen. Met een glas bubbels in de hand verklaart hij de Sterrewacht voor heropend. ‘Proost mensen!’ Voor Icke is er een einde gekomen aan een jarenlange missie om het gebouw dat oorspronkelijke stamt uit 1861 in oude glorie te herstellen. ‘Dit is meer dan een gebouw. Het is ons huis. Een thuis voor generaties sterrenkundigen. Dat is nu gered en weer mooi. Daar ben ik ontzettend blij mee.’ Dat vooral Rechten gebruikmaakt van de Sterrewacht mag de pret niet drukken.

1. Staatssecretaris Zijlstra opent de gerestaureerde Sterrewacht. 2. Rector Van der Heijden (links) en Zijlstra. 3. Astronoom Icke ontving een onderscheiding van de burgemeester.

2

3

Foto’s Marc de Haan


10

Mare · 3 november 2011

English page

Damn the Gods The Comic That Gets PhD Students Through the Day “Jorge Cham manages it to sum up our little world precisely, wittily and in slightly painful way”, say PhD students. His popular comics have now been brought to life in a movie. BY VINCENT BONGERS Scruffy colleagues,

rotten professors and work a monkey could do just as well: the life of a PhD student is so awful all you can do is laugh about it - at least, according to American student Jorge Cham it is. In 1997, when he started on his Master’s, he decided to immortalise - the rather peculiar - life at Stanford University in comic form and call it Piled Higher and Deeper. When he went on to do PhD research, he kept on drawing them. Not surprisingly, the cartoons have touched a sensitive nerve in academia, and not just in the United States. The popular comics have been brought to life in a live action film that will be showing at the LUMC tonight, the third of November. But don’t expect a slick Hollywood production: the lives of the PhD students are portrayed by Caltech’s own doctoral students. After all, they don’t need great acting skills to play their parts well. Rudolf Talens has nearly finished his research for his PhD in Medicine and helping to organise the movie’s viewing. “I started my research in 2007 and quickly became acquainted with the comic”, says Talens. “From then on, the comic fostered procrastination because I then read all of them.” Talens’ favourite is the Scooped series. One of the recurrent characters in the comic is the Nameless Hero, a PhD student who discovers that a rival is publishing a paper on the same research as he has been doing for the past three years. “He is completely panic-stricken and starts yelling hysterically.” He manages to keep up the screaming for one and a half strips. Mike Slackenerny, a character with a great

talent for laziness as his name implies, drops by and manages to appease his worries. “Slackenerny says something like ‘Don’t fret, you’ll find a way of presenting your data to make your research look relevant.’” Slackenerny also gives the nameless hero some advice: publish on something that no one is interested in. “I like the fact that two types of PhD students are shown here: the relaxed character and the stressed-out one”, says the PhD student. “That’s what makes it realistic. You also get quite good at putting things into perspective. Cham manages it to sum up our little world precisely, wittily and in slightly painful way. Sometimes you just want to damn the gods, but we have a lot of fun too.” “I recently read one of the strips

“Two types of PhD students are shown here: the relaxed character and the stressed-out one” where there’s a paper dripping with red correction ink”, recalls felloworganiser and PhD medical student, Cheryl Dambrot. “That’s happened to me too. I sent a paper to my supervisor and was shocked when I got it back – she had only read the first paragraph, but all of that was dark red. I think that about two words of my own text had survived and at the bottom she had written ‘Don’t worry Cheryl, this is normal for a first attempt.’” The comic really forges a bond between PhD students: “You soon realise that you’re facing the same problems”, explains Dambrot. “In one of the comics, a PhD student sends a very lengthy, wellwritten text to the professor”, says Kasia Celler, a Canadian who is on

the Board of the Leiden PhD Association and doing PhD research into bacteria. “The professor either responds with a sentence full of typos or with a single word: ‘No’. That happens.” Talens adds: “As a PhD student, you are often unsure of yourself. What happens if I make a mistake? What should I actually say to this hotshot? Your professor has earned the right to send extremely concise emails. He is probably achieving amazing research results while you’re writing that long email that no one’s going to read anyway.” The troubled interaction between the professor and the students is a recurring theme in Cham’s comic. “I’m from America”, says Dambrot. “And the relationships with the supervisors are generally more detached over there. There’s no gulf between them here in the Netherlands.” And some rather seedy colleagues appear in the cartoons too. “One of funniest is the grad student who takes less and less care of himself ”, observes Linda Wammes, who is doing PhD research into parasites in Indonesia. “It’s quite conceivable that a researcher who works on his own day in day out in the lab might become a bit unkempt. Of course, that doesn’t apply to me.” “Some cartoons are very American”, says Frank Takes, who is working on his PhD at the Leiden Institute for Advanced Computer Sciences. “They’re about the hunt for free food. That doesn’t translate to the Dutch situation, as we’re paid, thank goodness. The hunt only applies to students – some of them go to all the receptions just to get try and find some food. But maybe PhD students will have to start doing that again if the fellowship system is introduced.” PHD the movie is showing tonight, on 3 November, at 17:30 p.m. in the LUMC, Building 1, lecture hall 1. Admission is free, but please register first at: phdmeeting@lumc.nl. You can read all the strips at: phdcomics.com

ADVERTENTIES

Open up! Houd kennis niet achter slot en grendel. NWO zet zich in om het resultaat van wetenschappelijk onderzoek vrij toegankelijk te maken.

AfghAnistAn AlbAniA AlgeriA AndorrA AngolA AntiguA And bArbudA ArgentinA ArmeniA AustrAliA AustriA AzerbAijAn bAhrAin bAnglAdesh bArbAdos belArus belgium belize benin bhutAn boliviA bosniA And herzegovinA botswAnA brAzil Leidse studentenvereniging voor brunei bulgAriA burkinA fAso burundi CAmbodiA CAmeroon CAnAdA CApe verde CentrAl AfriCAn republiC ChAd Chile ChinA ColombiA Comoros CostAinternationaLe riCA CroAtiA CubA Cyprus CzeCh republiC demoCrAtiC republiC of the Congo denmArk djibouti betrekkingen dominiCA dominiCAn republiC eAst timor eCuAdor egypt el sAlvAdor equAtoriAl guineA eritreA estoniA ethiopiA fiji finlAnd D u germAny t c h ghAnA u n greeCe i t e grenAdA D n aguAtemAlA t i o n guineA s frAnCe gAbon gAmbiA georgiA guineA-bissAu guyAnA hAiti hondurAs hungAry iCelAnd indiA indonesiA itAly s t u irAn D eirAq n irelAnd t a isrAel s s o c ivory i a CoAst t i ojAmAiCA n jApAn jordAn kAzAkhstAn kenyA kiribAti kuwAit kyrgyzstAn lAos lAtviA lebAnon lesotho liberiA libyA lieChtenstein lithuAniA luxembourg mACedoniA mAdAgAsCAr mAlAwi mAlAysiA mAldives mAli mAltA mArshAll islAnds mAuritAniA mAuritius mexiCo miCronesiA moldovA monACo mongoliA montenegro -moroCCo mozAmbique myAnmAr nAmibiA nAuru nepAl netherlAnds new zeAlAnd niCArAguA niger nigeriA north koreA norwAy omAn pAkistAn pAlAu

J a p a n e s e Tables evening mat!

a diplo e t a d d e e Sp

Kijk op: www.nwo.nl/openaccess

pA n A m A p A p u A n e w g u i n e A pArAguAy - p e r u philippines p o l A n d portugAl qAtAr republiC of the Congo romAniA russiA rwAndA sAint kitts And nevis sAint luCiA sAint vinCent And the grenAdines sAmoA sAn mArino sAo tome And prinCipe sAudi ArAbiA senegAl serbiA seyChelles sierrA leone singApore slovAkiA sloveniA solomon islAnds somAliA south AfriCA south koreA spAin sri lAnkA sudAn surinAme swAzilAnd sweden switzerlAnd syriA tAjikistAn tAnzAniA thAilAnd the bAhAmAs togo tongA trinidAd And tobAgo tunisiA turkey turkmenistAn tuvAlu ugAndA ukrAine united ArAb emirAtes united kingdom united stAtes uruguAy uzbekistAn vAnuAtu venezuelA vietnAm yemen zAmbiA zimbAbwe

Date: Time: Place:

november 16th 19.30-22.30 Plexus Student Centre Kaiserstraat 25

Register now on www.sibleiden.nl !


3 november 2011 · Mare 11 Cultuur

Agenda

Zijn artillerie op mijn bresje

FILM

Porno, nu ook in inkt en in het Nederlands Woensdag houdt de opleiding Nederlandse taal en cultuur een symposium over pornografie in de Nederlandse literatuur. Wetenschappers en schrijvers belichten het roze genre. Mare vroeg ze om hun favoriete passages.

‘Hij doopte zijn vingertop in haar slijm’ ‘Was er nog tijd? Het zou snel moeten gebeuren, op haar kamer, voordat het hotelmeisje met de stofzuiger kwam. Madelon zou bij gebrek aan een kaptafel haar beauty-case met de uitklapbare spiegel op het onopgemaakte bed installeren, en zich geknield op het onopgemaakte bed installeren, en zich geknield op het vloerkleedje beginnen te schminken – niet zodanig geknield dat ze met haar billen op haar hakken rustte, maar voorover hangend, met haar ellebogen steunend op de matras. Ernst zou het onderste gedeelte van haar jurk maar hoeven op te slaan. Het broekje kon naar beneden tot net boven de knieën, dat was vergenoeg. En terwijl Madelon met haar penselen en potloden en stiften rammelde in de vakjes van de beauty-case, zou Ernst zijn vuist tussen haar bovenbenen wringen. Pas aan de buikzijde zou hij zijn vingers uitslaan – om er de begroeide opbolling mee te omvatten. Vervolgens zou hij zijn hand in één langgerekt gebaar onder haar door halen, waarbij zijn middelvinger haar open zou kerven. Ondanks dat Madelon nu met neergeslagen wimpers het folie van een miniatuurbakje abrikozenjam probeerde los te peuteren, zag Quispel heel duidelijk hoe droog, en zelfs ietwat schilferig, de huid van haar billen eruitzag in het vale licht van de hotelkamer. Hij doopte zijn vingertop in haar slijm en trok, gelijk op met de stift die zij zacht over haar wang haalde, een gebogen lijn over haar bil. Het had het effect van een vinger die gedachteloos een druppel gemorst bier uitsmeert over het verder droge en wat stoffige blad van de cafétafel. Telkens keert de vinger terug naar het kringvormige plasje waar het glas gestaan heeft en trekt een nieuwe lijn, wat grilliger dan de vorige. Zo vulde Quispel het droge oppervlak van de billen met een grillig patroon van glinsterende strepen, dat een vage kopie was van de make-up die hij over Madelons schouder in de spiegel zag ontstaan. Hij zou precies weten wanneer bij haar binnen te dringen: op het moment namelijk dat door het herhaalde uitstrijken van haar warme, kleurloze verf de haartjes hoog tussen haar benen zouden samenklitten ongeveer op dezelfde wijze als haar wimpers na behandeling met de mascara. Hij zou

Pornocrates door Félicien Rops (1833 – 1898) achterlangs bij haar naar binnen glijden, en over haar schouder met haar meekijken hoe in de spiegel het masker definitief vorm begon te krijgen.’ Jaap Goedegebuure, hoogleraar hedendaagse Nederlandse literatuur aan de Universiteit Leiden, koos voor een scène uit Advocaat van de hanen (1998) van A.F.Th. Van der Heijden. Goedegebuure zal een lezing verzorgen over het erotische werk van E. du Perron.

‘Het gaat door. Door’ ‘Chris begint me te zoenen. Hij trekt me verder op zich. Zijn handen zijn groot. Ik voel een waanzinnige pijn in mijn borst die blijft groeien. Zijn ogen zijn blauwgroen, ze kijken me zacht aan. Alsof ze weten wat ze aan kunnen richten. Ik heb nooit iets mooiers gezien. Als er een plek was die hier aan gelijk staat mag het niet minder zijn dan de Himalaya. De pijn gaat overal en voelt adembenemend. Nu weet ik dat die nooit meer zal overgaan. Hij zit in me. Chris zit in me. Zijn handen glijden over mijn buik. Hij is overal. Ik haal adem en Chris ook. Samen ongecontroleerd. Ik wil zolang mogelijk doorgaan, zolang mogelijk zo dicht bij elkaar. Ik houd alles open. Ik kus zijn oren en alles wat ik kan vinden. Wij kunnen dit zo goed. Hij heeft dit bedacht en geënsceneerd al tijdens de film en ik ben

zo gelukkig. Groter dan gelukkig. Zo gelukkig dat ik er mooi van word. Dit is het enige wat hoeft voor eeuwig. Ik zet me schrap in zijn rug. Hij is zo dichtbij. Het gaat door. Door. Soms valt Chris even op zijn rug, haalt diep adem en kruipt dan weer terug. Ik kijk op de klok die altijd gek is geworden als we net klaar zijn. De rode cijfers trillen en zeggen 05:47. Toen de film was afgelopen zei die 23:06. Hoe kan iets dat zo kort voelt, zo lang duren?’

artillerie op mijn bresje aan. Hij brak door bij de eerste bestorming, zonder bloedvergieten. Ik was dan wel heel nauw, maar hij was niet bijzonder groot. Zijn instrument was niet langer dan een handbreedte, en niet dikker dan een duim. Omdat hij nog zo jong en fel was, stortte hij zijn heilzame balsem al uit bij binnenkomst. Ik voelde hem als een warme dauw in mijn lichaam vloeien. Hij hoefde zelfs geen beweging te maken, zoals mannen meestal wel doen. Dat kwam ook omdat mijn poesje zo nauw was, want in een slobberkut duurt het wat langer. Die schuurt niet zo erg. Toen hij deze heldendaad had volbracht kwam hij weer naast me liggen. Ik vertelde hem dat mijn moedertje al zijn sop had opgedronken. Ik kon het strelen van mijn onnozeltje niet verdragen, vanwege de tintelingen en heerlijke trekkingen die ik voelde en omdat het droog en nauw was. Hij wilde mijn lust weer op gang brengen. Hij begon me opnieuw te strelen, terwijl hij zijn hand bij mijn gelegenheid legde. Zodra hij weer wat leven in mijn winkeltje voelde stak hij zijn pik er weer in. Dit keer duurde het wat langer en we gingen weer fijn tekeer. De tweede keer werkte heel anders dan de eerste, want ik werd zo nat aan mijn billen alsof ik in een plas warme pap lag. Mijn minnaar was heel blij toen ik hem dat vertelde. Van de lekkernijen die mijn moedertje had uitgespuugd zou ze geen schreeuwlelijkje kunnen bakken, dacht hij. Eigenlijk wilde hij het hierbij laten, maar hij kon zijn liefdesdrift niet bedwingen. Toen die de overhand nam moest ik weer aan de slag.’ Inger Leemans, medewerker van de Nijmeegse vakgroep geschiedenis koos een fragment uit De doorluchtige daden van Jan Stront, opgedragen aan het kakhuis (1696). Zij zal een lezing verzorgen over pornografisch toneel in de 18e eeuw.

Marita Mathijsen, hoogleraar Nederlandse literatuur aan de Universiteit van Amsterdam, koos voor een scène uit Alles is Carmen (2011) van Alma Mathijsen (‘Ja, mijn dochter.’). Mathijsen verzorgt een lezing over de Bruiloft van Jacob Stootgraag (1829).

‘In een slobberkut duurt het langer’ ‘We zaten daar even lekker te vrijen, waarna hij me naar het bed leidde. Mijn benen werden zo slap dat ik er op mijn rug op neerviel. Hij viel meteen naast mij, legde zijn hand op mijn onnozeltje, trok zijn broek uit en liet zich onbelemmerd tussen mijn benen glijden. Toen hij mijn lichte rokjes had opgetild en met zijn middelvinger, bijgenaamd, de gids van de heer van Kranenburg, mijn vesting had verkend, viel hij met zijn voltallige

‘Kwestie van jarenlang onderzoek’ Schrijver Arnon Grunberg gaf aan geen favoriete erotische passage te hebben. Althans, niet in de Nederlandse literatuur want ‘Henry Miller was beter’. Hij voegde eraan toe dat ‘over seks schrijven een kwestie van jarenlang onderzoek is’. Op het symposium zal Grunberg zijn persoonlijke visie op pornografie geven. De lezing draagt de naam ‘Hongerige huisvrouwen en hongerige huismannen’. Door Thomas Blondeau

Symposium Pornografie in de Nederlandse literatuur Woe 9 november, € 35 zie www.pornografie-in-de-literatuur.

TRIANON De Heineken Ontvoering Dagelijks 18.30 + 21.30 za. zo. + wo. 14.15 The Ides of March Dagelijks 21.30 The Three Musketeers 3D Dagelijks 18.45 Contagion Dagelijks 21.30 HET KIJKHUIS Midnight in Paris Dagelijks 18.45 Drive Dagelijks 19.15 + 21.30 LIDO STUDIO The Adventures of Tintin Dagelijks 18.45 Paranormal Activity Dagelijks 21.30 All Stars 2 Old Stars Dagelijks 18.30 + 21.30 Friends with Benefits Do. + zo. t/m wo. 18.45 The Change-up Zo. t/m wo. 21.30 Johnny English Reborn Dagelijks 18.45. Za. + wo. 14.30. Zo. 15.45

MUZIEK

LVC 3FM Serious Afterparty Do 3 nov 22.00 u €7,50 Lovin l’ectro Vr 4 nov 23.00 u €7,50 Glue Factory ft Herbalize it & Keytown Sound za 5 nov 23.00 u € 7,50 JAZZCAFÉ DE TWEE SPIEGHELS Katie Pollock jazzband Vr 4 nov 21.00 u Leids popquiz estafette Zo 6 nov 15.00 u STADSGEHOORZAAL Ernst Jansz - Dromen van Johanna Za 5 nov 20.15 u v.a. €17,50

T heate r

LAKTHEATER Opium voor het volk: De zoon Za 5 nov 20.30 u v.a. €13,50 Nicole Beutler: Dialogue with Lucinda Do 10 nov 20.30 u v.a. €14,50

D I V E RS E N

PIETERSKERK Boekkunstbeurs Za 5 en zo 6 nov €6,LAKTHEATER Max Havelaar Toespraken Toernooi Do 3 nov 20.00 u €5,SCHELTEMA COMPLEX Groene IDeeCafé: Sociale duurzaamheid Ma 7 nov 20.15 u RIJKSMUSEUM VAN OUDHEDEN Lezing Etruskische vrouwen van aanzien Di 8 nov 20.00 u Etrusken. Vrouwen van aanzien t/m 18 mrt 2012 Nieuws uit het Midden-Oosten t/m 31 aug 2012 Sites in the city t/m 19 feb 2012 MUSEUM BOERHAAVE Kwik nagenoeg nul t/m 8 januari 2012 Verborgen krachten: Nederlanders op zoek naar energie t/m mrt 2012 DE LAKENHAL Fer Hakkaart en Frans de Wit t/m 6 nov 2011 SIEBOLDHUIS Hello Kitty - Hello Holland t/m 20 november 2011 NATURALIS Naturalia, van circusdier tot wetenschappelijk object t/m 19 aug 2012 LAKGALERIE ‘Missing you’ fotoseries uit Iran door Homeira Rastegar Tehrani t/m 2 dec MUSEUM VOLKENKUNDE Masters of Photography – Iconen van National Geographic t/m 4 dec 2011


12  Mare · 3 november 2011 Het clubje

00 :08 PM

Kinderverhaaltje

Foto Taco van der Eb

‘Je zit vol adrenaline’ Koen Haer (26) en Tim van Dijk (21) van ijshockeyteam Leiden Arrows Koen Haer (student Russisch, tweede van links): ‘De eerste keer dat ik in het pak gehesen werd, was ik meteen verkocht. Ik dacht direct: dit is echt vet. Je voelt je goed beschermd en er zit zoveel snelheid en behendigheid in de sport. Je krijgt er heel veel adrenaline van.’ Tim van Dijk (Kunstacademie, tweede van rechts): ‘Dat pak aantrekken is een soort ritueel. Er zit een vaste volgorde in, iedereen is daar dan voor een wedstrijd mee bezig. Dan ben je wat stiller. Op het laatst doet iedereen de schaatsen aan.’ Koen: ‘En dan gaat iedereen schreeuwen om zich op te peppen.’ Tim: ‘Op het ijs ga je eerst met z’n allen op de lijn staan. Je slaat met je stick op

het ijs en houdt hem daarna omhoog. Zo groet je de tegenstander.’ Koen: ‘Een stick kost honderd euro, schaatsen tweehonderd.’ Tim: ‘Ik denk dat je alles bij elkaar voor duizend euro een aardige uitrusting hebt.’ Koen: ‘En sticks breken, dus iedereen heeft er twee.’ Tim: ‘Behalve mensen die geen geld hebben, zoals ik. Studenten hebben er vaak maar één.’ Koen: ‘We betalen 475 euro contributie. Voorheen was dat minder. Minerva heeft de Arrows in 2005 opgericht. Een aantal jongens wilde ijshockeyen en de vereniging sponsorde dat toen met 200 à 250 euro per man plus het pak. Maar

anderhalf jaar geleden zaten er nog maar vier Minervanen bij een team van vijftien man, dus toen zijn ze gestopt. Nu zijn we opgegaan in ijshockeyclub Leiden Lions.’ Koen: ‘We hebben een gemengd team, met een aantal buitenlanders: een Duits meisje, een Canadees, een Frans-Canadees. Ongeveer een derde is student.’ Tim: ‘In onze divisie is mag je niet checken, iemand de boarding in rammen. Maar het blijft een fysieke sport. Het hangt ook van de scheids af, soms laat ie veel toe, soms mag er niets.’ Koen: ‘Tijdens mijn eerste wedstrijd tegen Amsterdam, kreeg ik een check. Ik lette alleen op de puck, toen kwam er ineens iemand van de zijkant. Ik ging

hard de boarding in: stick op de grond, handschoen kwijt, dan ben je wel geïntimideerd.’ Tim: ‘Je moet veel dingen tegelijk kunnen, op de puck letten, goed schaatsen, de stick handelen, het spel overzien. Dat is in het begin best moeilijk. En niet iedereen leert van jongs af aan schaatsen. Bij voetbal duurt het altijd even voordat je van verdediging naar aanval bent. Hier is een verdediger ook aanvaller. De omschakeling is zo snel, je staat geen moment stil.’ Koen: ‘Het is gewoon een stoere, ruige mannensport.’ Tim: ‘Of vrouwensport, haha.’ door Dirk-jan Zom

Het had een kinderboek over pesten kunnen zijn. Radza de olifant wordt door de andere olifantjes in een greppel geduwd. Zijn slagtand is kapot en zijn slurf doet pijn. Zielig. De reacties zijn voorspelbaar. De PVV is kwaad, het olifantenverblijf wordt de komende tijd goed bezocht, er volgen Radza-tassen en T-shirts en als het even meezit Kamervragen. Jammer voor Mauro. Natuurlijk heeft de gewone Nederlander er op het journaal ook wat over te zeggen. ‘Ik krijg nu nog kippenvel als ik er aan terugdenk. Het is nog wel zo’n schat van een olifant.’ In China liepen de afgelopen weken ook de rillingen over ieders rug. Nietsvermoedend las ik een artikel in The Economist over China en soft power. Toen was daar ineens weer het verhaal van peuter Yueyue, en een link. Zo gaat dat met blogs. Je denkt er niet bij na, maar klikt. Even hoor ik het vertrouwde geluid van een Chinese nieuwslezer, maar voor ik het weet zie ik hoe peuter Yueyue een weggetje op wandelt. De bestuurder van een wit busje geeft plotseling gas en rijdt dwars over haar heen. Terwijl het tweejarige meisje tegen de grond klapt, stopt de auto. Het meisje ligt eronder. Dan begint er ineens een angstaanjagend muziekje te spelen en geeft de auto weer langzaam gas, zodat ook zijn achterwielen over het meisje heen rijden. Er is nog aardig wat gas nodig om over deze ongewone hobbel heen te komen. Vervolgens begint de klok te lopen. In grote groene cijfers wordt het aantal mensen bijgehouden dat voorbij komt zonder de peuter te hulp te schieten: achttien. In China ontstaat een grote discussie. Is dit het gevolg van de verharding van de maatschappij, of zijn mensen simpelweg zo? Mijn vrienden begrijpen er niets van: waarom studeer je in vredesnaam Chinees? De afkeer is begrijpelijk, maar het verhaal heeft meerdere kanten. Help je in China een slachtoffer, dan zou je zomaar aangeklaagd kunnen worden, of mee moeten betalen aan de ziekenhuiskosten. Bovendien straalt de status van de personen met wie je omgaat af op je eigen status. Tijdens mijn jaar in China zag ik eens een arm oud vrouwtje midden op de weg voorover vallen. Iedereen keek de andere kant op. Zou je stoppen en de ‘mislukkeling van de maatschappij’ helpen, dan word je ermee geassocieerd en dat moet je in alle gevallen voorkomen. Tijdens een van mijn Chinese lessen hadden we het over het ziekenhuis. Mijn docente vertelde toen dat een ambulance erg duur is, en je contant moet betalen. Ze waarschuwde ons: als er op straat iets gebeurt, dan kun je beter geen ambulance bellen. Daarmee bezorg je het slachtoffer alleen maar extra geldzorgen of jezelf een flinke rekening. Af en toe zie ik de beelden van de kleine Yueyue weer voor me. Rillingen bij Radza? Dat is een kinderverhaaltje. Petra Meijer

Bandirah

Mare, jaargang 35, nr. 8  
Mare, jaargang 35, nr. 8  

Leids Universitair Weekblad

Advertisement