Page 1

10 oktober 2013 37ste Jaargang • nr. 5

Wild, bloot en primitief Pagina 12

Catena knuffelt met kippen. ‘Je moet aan die lelletjes trekken’

We moeten (n)iets doen! Het gaat wel/niet goed met onze universiteiten

Wetenschapper vluchtte uit Congo. ‘Ik sliep soms op de begraafplaats’

Pagina 3

Pagina 6

Pagina 9

Cobra versus K.O.B.R.A. Quintus-dispuut Cobra ging verhaal halen bij het net opgerichte en bijna gelijknamige SSR-dispuut K.O.B.R.A. Een ‘ludiek bezoekje’ vinden ze, ook al moest de politie tussenbeide komen.

Een Hellfire-raket

Wie is er droneable? Terrorisme-expert en ervaringsdeskundige over targeted killings Jarenlang adviseerde Amos Guiora het Israëlische leger bij het preventief doden van staatsgevaarlijke tegenstanders. Volgende week promoveert hij in Leiden. ‘Er was niet genoeg reden om Bin Laden om te brengen.’ Op 22 maart 2004 werd de aan zijn rolstoel gekluisterde Hamasleider Sheikh Ahmad Yassin (67) na het ochtendgebed teruggereden naar zijn huis in Gaza Stad. Onderweg werd hij dodelijk getroffen door raketten die een Israëlische gevechtshelikopter had afgevuurd. Toen de rook was opgetrokken en de verwrongen resten van Yassins rolstoel zichtbaar werden, bleek dat ook zijn twee bodyguards en meerdere onschuldige omstanders de aanval niet hadden overleefd. Wereldwijd leidde de aanval tot protest. Toch was het legitiem, vindt de Israëlisch Amerikaanse professor rechtsgeleerdheid en terrorismeexpert Amos Guiora (1957). Hij diende negentien jaar lang in het leger van zijn geboorteland Israel en adviseerde over targeted killings. Hij is momenteel verbonden aan de universiteit van Utah, maar hoopt volgende week in Leiden te promoveren op een proefschrift over het

tolereren van extremisme. Guiora houdt zich nog steeds intensief bezig met de vraag of het geoorloofd is om mensen die een gevaar vormen voor de staatsveiligheid preventief te doden. ‘De acties tegen sheik Yassin en zijn opvolger Abdel-al Rantissi (die in april 2004 op soortgelijke manier werd gedood, red.) waren terecht. Van hen was duidelijk dat zij aanslagen aan het voorbereiden waren. Daar zijn ook bewijzen voor geleverd. Deze aanvallen voldeden aan strenge criteria. Je probeert uiteraard de collateral damage te beperken; zo min mogelijk onschuldige slachtoffers te maken. Niemand vindt het leuk om mensen te doden. Het was zwaar om over dit soort zaken advies te geven. Daarom ben ik bijna kaal en zijn de haren die ik nog over heb grijs.’ Guiora geeft geen informatie over welke targeted killings hij precies advies heeft gegeven. ‘Ik ga niet zeggen waar ik “ja” of “nee” op heb gezegd.’ Wel legt hij uit dat Israel een strikte procedure volgt voordat de trekker wordt overgehaald. ‘Er zijn drie belangrijke vragen die je moet beantwoorden voordat je tot actie overgaat. Is het doelwit goed te identificeren; is duidelijk om wie het gaat en waar hij is? Vormt de persoon zo’n dreiging dat een actie is te rechtvaardigen of zijn er alternatieven? En de laatste kwestie. Hoe groot is de kans

dat er onschuldige slachtoffers vallen en dat er veel schade is?’ Guiora heeft grote bezwaren tegen de drone-aanvallen van de Verenigde Staten. ‘Obama’s beleid is het voeren van geen beleid. En dat kan niet. Amerika gebruikt veel te brede definities voor wat een legitiem doelwit is. Er is geen bewijs van onmiddellijke dreiging nodig om iemand droneable te maken. En daar verzet ik mij tegen.’ Zo vindt hij de liquidatie van Bin Laden ook twijfelachtig. ‘Dat hij 9/11 op zijn geweten heeft en ook achter andere gruwelijke aanslagen zit, is niet genoeg reden om hem om te brengen. Het is van belang dat er scherpe aanwijzingen zijn dat hij nieuwe zaken aan het plannen was en daarom moest worden uitgeschakeld. En dat bewijs was er niet.’ Guiora gaat in zijn proefschrift in op seculier- maar vooral ook religieus extremisme. ‘Ik ben ook rechter in Gaza geweest. Daar had ik te maken met Palestijnen die zichzelf wilde opblazen maar daar niet aan toe zijn gekomen. Ik heb met ze gesproken en gevraagd wat hen dreef. Waarom doe je dit? Waarom breng je mij en mijn kinderen in gevaar? En dan zeggen ze zonder met hun ogen te knipperen dat het de wil van de imam en vooral de wil van God is. ‘Het zijn niet alleen maar domme voetsoldaten, maar vaak goede

opgeleide mensen. Ik heb zelf opdracht in 1993 gegeven om Abdel al-Rantisi vast te zetten. Ik heb met hem ook een gesprek gehad. Hij was nota bene opgeleid als kinderarts. Ik vroeg hem hoe zich dat rijmt met leiding geven aan een organisatie die opdrachten geeft aan mensen om zichzelf op te blazen en zo onschuldigen te doden. Hij zei dat je dat los van elkaar moet zien. Dat het twee werelden zijn. Ik vind dat bullshit. Je bent niet een vriendelijke kinderarts voor de helft van de week en de rest van je tijd leider van Hamas. Dat ben je 24/7.’ Guiora heeft een speciale band met Nederland. ‘Ik heb hier gedoceerd en een goede band met rechtsfilosoof Paul Cliteur. Het is een eer dat ik in Leiden mijn proefschrift mag verdedigen.’ Ook de spanningen rond religieus extremisme trokken hier zijn aandacht. ‘Ik dineerde in 2008 met PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch, toen nog stadsdeelvoorzitter in Amsterdam. Hij had net een aanvaring gehad met Sheikh Fawaz Jneid, imam van de Haagse as-Soennah moskee. Die had hem een munafiq; religieuze hypocriet genoemd, een afvallige. Marcouch zag dat als een fatwa. Zijn leven was mogelijk in gevaar.’

Volgende week geen Mare

Co-assistent lijdt vaak aan burnout

Bedreiging of smeekbede?

Pestgedrag aan Haagse campus

Volgende week zal er geen krant verschijnen. Mare 6 komt uit op 24 oktober. Medelingen voor die krant moeten 21 oktober binnen zijn.

De werkdruk tijdens co-schappen is erg hoog, zeggen studenten geneeskunde. In Leiden heeft dertig procent last van burnout-verschijnselen.

‘Moge Allah ze bestraffen en laten lijden’ schreef een Leidse student over hoogleraar Afshin Ellian. ‘Vanuit radicale moslims gezien is dat een oproep.’

De werksfeer aan de Haagse campus is niet goed, blijkt uit vervolgonderzoek. Op de faculteit wordt ‘veel over elkaar en niet met elkaar gesproken.’

Pagina 4

Pagina 4

Pagina 5

DOOR VINCENT BONGERS

> Verder lezen op pagina 5

Door Marleen van Wesel Quintusdispuut Cobra viel vorige week dinsdagavond het SSR-gebouw binnen. SSR-bestuursleden werden daarbij tamelijk ruw aan de kant geduwd. Het werkelijke doelwit was echter het nieuwe SSR-dispuut K.O.B.R.A. ‘Ze vonden het blijkbaar niet zo leuk dat onze naam hetzelfde klinkt’, vertelt dispuutsvoorzitter oftewel ‘Konings Kobra’ Eva Brussaard. Het incident vond plaats tijdens de inzooiavond van K.O.B.R.A. ‘Dat is het moment waarop een nieuw dispuut officieel een tafel moet veroveren. Cobra wilde dat voorkomen, maar in plaats van ons tegen te houden, kwamen ze SSR vernielen. Ze spoten graffiti en de politie moest eraan te pas komen om ze weg te halen.’ Cobra wilde aanvankelijk niet reageren. ‘Er is nog te veel discussie binnen ons bestuur over de inhoud’, liet dispuutsvoorzitter Peter Schellekens weten. De Quinten gingen daarom eerst nog even vergaderen. Een dag later e-mailt hij over een ‘ludiek bezoekje’. Via de ‘Leidse roddelmachine’ vernam hij in mei van de oprichting van K.O.B.R.A. ‘Laat dit nou, alle verschillen in schrijfwijze daargelaten, precies de naam van ons dispuut zijn. Vanzelfsprekend kan er maar één dispuut in Leiden vernoemd zijn naar dit majestueuze slangenbeest en wij menen dat ons bijna 27-jarig bestaan, onze 150 reunisten en onze rijke historie van tradities, legendarische borrels en onsterfelijke verhalen ons dit recht ruimschoots verlenen’, schrijft hij. Volgens Brussaard geldt die ongeschreven regel vooral onder corpora. ‘Wij heetten al zo toen we nog een soort jaarclubje waren. Toen we in juni van Cobra hoorden, waren de T-shirts al bedrukt en de website was al klaar.’ De spellingswijze is ook geen bewuste variatie op de naam van Cobra maar ‘een afkorting waarvan alleen onze leden weten waar die voor staat.’ > Verder lezen op pagina 5

Bandirah Pagina 12


2  Mare · 10 oktober 2013 Geen commentaar

Waakstand

Colofon

Redactie-adres Pieterskerkhof 6 2311 SR Leiden Telefoon 071–527 7272 Website mareonline.nl

Door Bart Braun Als de Amerikaanse overheid niest, krijgen niet alleen Amerikanen de spetters over zich heen. De gevolgen van de shutdown strekken zich zelfs uit tot ver buiten de aarde: het Marsrobotje Curiosity staat op de waakstand, nu 97 procent van alle NASAmedewerkers gedwongen thuis zit. De overlast voor Leidse wetenschappers lijkt nog mee te vallen. Sommige collega’s aan de andere kant van de oceaan zijn onbereikbaar, maar de telescopen draaien gewoon door. De Amerikaanse nationale parken zijn dicht, maar Leidse biologen veldwerken op andere plekken in de wereld. Op de websites van wetenschapsdatabanken als GenBank en Pubmed staat een waarschuwing dat er minder wordt geüpdatet dan normaal, maar na een week doet dat nog geen pijn. Dat wordt anders als die week een maand wordt, en het artikel dat belangrijk was voor je subsidieaanvraag maar in de pijplijn blijft steken. Hoe langer de vakliteratuur niet ververst wordt, hoe groter de kans dat je een experiment opzet dat een collega aan een andere universiteit al heeft gedaan. De Hubble-telescoop genereert nu nog data, maar als er iets stuk gaat, moet ook dat apparaat overschakelen op een veilige modus tot er overheidsmensen zijn om de boel te repareren. Dat zet een mens aan het denken over de Amerikaanse belastingbetalers. Die betalen relatief weinig belasting, maar er zijn er wel veel van. En met zijn allen houden ze een hoop dingen in de lucht waar wij in Europa van meeprofiteren. Voor wie PubMed te ver van zijn bed vindt: uw telefoon en TomTom werken met het gps-systeem, dankzij satellieten die door de Amerikaanse overheid worden onderhouden. Tuurlijk, omgekeerd profiteren de Amerikanen ook van onze belastingcenten. Als Europese wetenschappers iets moois ontdekken, mogen hun Amerikaanse collega’s dat lezen, zonder dat ze moeten betalen voor het onderzoek. Maar die Amerikanen lezen het via PubMed, en dat draait op de National Institutes of Health, en dat draait weer op Amerikaans belastinggeld. Dat de site überhaupt nog in de lucht is, is in wezen een meevaller. Tot op zekere hoogte zijn dit soort tegenvallers niet te voorkomen. Als een staking van Zwitserse vakbonden de Large Hadron Collider even plat zou gooien, kunnen de Amerikanen die met LHC-data werken ook niet verder. Dat is echter wel een kleinere en specifiekere kwestie dan die databanken. Europa en China knutselen al hard aan hun eigen alternatieven voor gps, omdat al teveel afhankelijkheid van de Amerikanen niet goed is. Er zijn zo ontzettend veel wetenschappers van over de hele wereld afhankelijk van PubMed, GenBank en aanverwanten, dat het verstandiger zou zijn om de risico’s zo veel mogelijk te spreiden. Het wordt tijd dat de rest van de wereld eraan mee gaat betalen en mee gaat werken.

E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000 Hoofdredactie

column

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl Redactie

Thomas Blondeau redactieleiden@gmail.com Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl Sybren Eppinga (stagiaire) sybreneppinga@gmail.com Medewerkers

Emma Anbeek van der Meijden • Robbert van der Linde • Talitha Dehaene • Petra Meijer • Marc van Oostendorp • Benjamin Sprecher Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving Marijke Hoogendoorn, richgirl-design.com • Marcel van den Berg Drukwerk Rodi Rotatiedruk, Broek op Langedijk Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • prof. dr. A.J.W. van der Does • drs. B. Funnekotter • dr. H. Heestermans • L. ten Hove • D. Jacobs • prof. dr. J.J.M. van Holsteyn • Prof. dr. F. Israel • mr. F.E. Jensma • E. Kastelein • S. Kerkhof • E. Merkx • C. Regoor • prof. dr. N.J. Schrijver • R. van Wijk • C. van der Woude Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op bankrekening 1032.57.950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200900100) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare.leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

Krijtje ‘Hé’, zei de vrouw achter de balie van het hotel blij verrast. ‘Ik ken u!’ Om deze bewering te staven noemde ze mijn academische titels en mijn volledige naam. ‘Ik heb nog college van u gehad. Vijftien jaar geleden. In de propedeuse.’ Ook al vermeldt geen van de opleidingen waarvoor ik gewerkt heb expliciet dat de horeca ook een mogelijke toekomstige werkomgeving is, hoor ik zoiets natuurlijk graag. Je staat je weken lang uit te sloven voor zo’n zaal terwijl zij je maar een beetje zitten aan te gapen. Wat denken al die dames en heren ondertussen? Vooral die op de achterste rij? Ze wekken veelal niet de indruk te vermoeden dat degene die daar voor het bord staat zich zoiets afvraagt. Natuurlijk vullen ze aan het eind van het semester een evaluatieformulier in, maar propedeusestudenten schrijven daarin meer over de PowerPoint-sheets dan over wat ze van de inhoud vonden. Bovendien komt zo’n formulier achteraf. Tijdens het college gapen studenten aan. College geven aan eerstejaars is het mooiste wat er is. Daar zijn honderdduizend redenen voor; hier zijn er drie. Eén: de jongen die me anderhalf uur nadat hij het huiswerk heeft ingeleverd een mailtje stuurt omdat hij ineens beseft dat hij een spelfout heeft gemaakt. Twee: het meisje dat na afloop van het college in de buurt van het schoolbord blijft dralen omdat ze vindt dat ik een Japanse naam verkeerd heb uitgesproken, maar dat niet en public durft te zeggen. Drie: het groepje studenten dat aan het eind van het semester vertelt dat ze een lied hebben geschreven ter ere van het Internationale Fonetische Alfabet, maar die te verlegen zijn om het voor te dragen. Vooral het allereerste semester van het allereerste jaar is dankbaar: je ziet de hele zaal ineens ontdekken wat dat duistere vak waar jij je leven aan gewijd hebt – in mijn geval de taalwetenschap – nu eigenlijk pre-

cies inhoudt. Taalwetenschap hoort niet tot het vwocurriculum, maar ik geloof dat het ook voor andere vakken geldt die wel een equivalent op school hebben. Wiskunde en geschiedenis zijn hier op de universiteit vast ook heel wat anders dan op school. Niet iedereen bevalt die kennismaking en zij verdwijnen binnen een paar weken naar de achterste banken en vervolgens naar een ander, waarschijnlijk veel mooier, deel van het universum dan waar ik mijn dagen slijt. De paar die vooraan blijven zitten, zijn de enigen die de docent later leert kennen. De receptioniste leek me iemand van de achterste rij, maar zij bleek dus wel degelijk iets te hebben meegekregen. ‘Ik weet eigenlijk niet meer welk vak u gaf’, moest ze toegeven. ‘Maar u deed altijd zoiets grappigs met het krijtje.’ Daar moest ik even over nadenken, maar toen wist ik het weer. Iedereen die presenteert weet dat je iets mis moet laten gaan om de aandacht te trekken. Vijftien jaar geleden gooide ik af en toe mijn krijtje de lucht in. Ja, dames en heren studenten van de eerste lichting, in die tijd waren de postdocs aan het eind van de dag nog bedekt door een dikke laag wit stof dat ze vergeefs hadden geprobeerd op een schoolbord te bevestigen. Ik probeerde dat krijtje dan op te vangen en liet het vervolgens zogenaamd per ongeluk vallen. Dat werkte altijd: er gebeurde iets wat niet ingestudeerd leek, en de studenten luisterden weer een paar minuten langer. Ik was blij, omdat ik dacht dat ik ze zo bij de stof kon betrekken, en dat ze deze stof nu nooit meer zouden vergeten. Maar het enige dat ze kennelijk onthielden, was dat krijtje. Marc van Oostendorp is hoogleraar fonologische microvariatie


10 oktober 2013 · Mare 3 Mensen

071 -527 …

De heilige voor outsiders Cultus rondom Mexicaanse Santa Muerte Santa Muerte, de ‘heilige vrouw van de dood’ werd vroeger alleen vereerd door Mexicaanse criminelen. Maar de vrouwelijke Magere Hein krijgt steeds meer aanhang.

‘Criminaliteit is kenmerkend voor de wijk Tepito in Mexico Stad. Veel bewoners verkopen drugs of fayuca, illegale namaakgoederen. Er zijn veel ouders met kinderen die in de gevangenis zitten. Voor hen is illegaliteit een

Door Vincent Bongers

Santa Muerte, patroonheilige van outsiders 

Foto Wikimedia

dagelijkse ervaring. Zelfs voor mij als Mexicaan is het er best gevaarlijk. Toen ik er voor mijn promotie onderzoek deed naar piraterij en smokkelwaar ben ik wel eens achtervolgd door lui die het niet leuk vonden dat ik daar aan het rondneuzen was.’ Maar tijdens die tochten zag José Carlos Aguiar (1974) steeds vaker beelden opduiken van Santa Muerte, de “heilige vrouw van de dood”. Het is soort vrouwelijke Magere Hein, een skelet gekleed in een mantel of (bruids)jurk, versierd met juwelen en bloemen. De cultus rond Santa Muerte was obscuur maar maakt sinds 2000 razendsnel opgang. Aguiar, universitair docent Latijns-Amerikaanse studies, heeft een subsidie ontvangen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek om uit te zoeken hoe het komt dat het geloof steeds populairder wordt en hoe het zich verspreidt. ‘In eerste instantie werd ze vooral clandestien vereerd door criminelen. Zij vragen bijvoorbeeld om een zachte dood of om hun wapens en munitie te zegenen. Ook vragen ouders haar hun zoon of dochter te helpen overleven in de gevangenis.’ In Tepito kwam Aguiar in in contact met een vrouw, Doña Queta. ‘Zij heeft als eerste in deze wijk een heiligdom voor Santa Muerte opgericht.’ Uit haar geschiedenis blijkt de verbinding van het geloof met de rafelige randen van de Mexicaanse samenleving. ‘Haar eigen zoon zat in de gevangenis vanwege drugshandel. Toen hij vrij kwam, richtte hij een heiligdom voor Santa Muerte op ten noorden van Mexico Stad. Het is het grootste beeld van de heilige in het land. Het is een tien meter hoog en gemaakt van kabels. Duizenden Mexicanen trekken hier naar toe.’ De zoon is overigens ver-

moord. Onduidelijk is waarom. De ‘heilige van de dood’ trekt steeds meer groepen aan. ‘Mensen die zijn buitengesloten van de katholieke kerk, voelen zich aangetrokken door Santa Muerte. Iedereen die als outsider is bestempeld, is welkom. Dus niet alleen drugsdealers maar bijvoorbeeld ook informele verkopers, illegalen, prostituees, homo’s en transseksuelen. Zij hebben geen vertrouwen meer in traditionele instituten. En ze passen daar ook niet meer in. Dat verklaart deels de groei van het geloof.’ Het ontbreken van hiërarchie en regels zijn kenmerkend. ‘Er is geen bisschop of priester en geen dogma. Iedereen mag een heiligdom oprichten. Je ziet de altaren nu ook buiten Mexico, bijvoorbeeld in Los Angeles en Texas waar veel Mexicanen terecht zijn gekomen. Ik zag zelfs in de etalage van een Amsterdamse tattooshop een Santa Muerte-beeld. Een van de tatoeëerders komt uit Mexico en had het meegenomen. Het is ook echt een heilige voor migranten. ‘Ik ga op zoek naar plekken in en buiten Mexico waar het geloof beleden wordt. Het onderzoek richt zich op de rol van cultuur en de percepties van criminaliteit. Ik wil uitzoeken of de cultus een middel kan zijn om criminaliteit als legitiem te zien.’ Het is nog onduidelijk of Santa Muerte een geduchte concurrente wordt van de maagd Maria. ‘Maar daar is de katholieke kerk wel bang voor. Je ziet het skelet op straat, op de markten en in kapelletjes. Ik zat in een taxi in Mexico Stad en zag haar gedrukt op een cd aan de achteruitkijkspiegel hangen. Dat zegt ook wel iets over de verspreiding van het geloof. Het wordt steeds breder geaccepteerd.’

Kinderfilm Masterstudent Remco van Schadewijk maakte voor zijn stage een film met basisschoolkinderen als acteurs en scenarioschrijvers. Je liep stage bij Universe Awareness, wat is dat?

‘Dat is een organisatie van de Leidse sterrenkundige George Miley. Hij wilde jonge kinderen, van vier tot tien jaar, enthousiast maken voor de sterrenkunde en de wetenschap in het algemeen. Het is belangrijk om die groep al jong kennis te laten maken met de wereld en het universum, en daarom maken ze lesmateriaal, kinderboeken, enzovoort.’ En films, blijkbaar. Je werkte met een professionele filmploeg, maar liet het scenario schrijven door kinderen.

‘Dat idee ontstond omdat we iets wilden doen, waarbij we op een nieuwe manier een wetenschappelijke film gingen maken voor kinderen. Vaak zie je dat volwassenen iets hebben waarvan ze vinden dat kinderen het moeten weten; wij wilden dat omdraaien.’ Was het niet slimmer geweest om het scenario door volwassenen te laten doen, en het filmwerk door kinderen?

‘Je hebt ook wel projecten waarbij de kinderen alles doen. Die zijn vaak heel charmant en leuk voor alle betrokkenen, maar voor het algemene publiek kijken ze niet fijn. Nu zijn de stemmen te verstaan en zijn de beelden goed. ‘De film heeft nu wel de authenticiteit van de kinderen. Ik weet ook niet of de kinderen ook zo naturel acteren als ze andermans scenario spelen.’ Hebben de kinderen ook bepaald welke sterrenkunde er in de film kwam?

‘Er zitten nu sterrenbeelden in, en wat informatie over planeten. Dat is heel geleidelijk gegaan. We hebben vijf weken met de kinderen gediscussieerd over hoe de film eruit moest zien. Ze wilden eerst zwarte gaten doen, en aliens. Was dat niet moeilijk om in tien minuten te bespreken? vroegen wij. Nee hoor, want de buitenaardse wezens wonen in de zwarte gaten. Probleem opgelost, vonden zij.’ Ah.

Frutti di Mare

Even een dametje erbij pakken ‘Wil je een kip?’, vraagt Romy Loe A Foe (21, China Studies) aan iedereen die de filmzaal betreedt. Speciaal voor dierendag organiseert de integratiecommissie van Catena een diervriendelijke activiteit: kippen knuffelen. Niet op de kinder-

‘Beetje aan die lelletjes trekken.’ 

boerderij, maar gewoon op de sociëteit. ‘De kippen waren als eens eerder op Catena, tijdens onze Peepshow met sexy chickies’, zegt Loe A Foe. ‘Toen was het ook een groot succes en wilde iedereen ze aaien.’ Je zou denken dat het losla-

Foto Taco van der Eb

ten van een vijftal kippen binnen een studentenvereniging tot hysterische taferelen leidt. Maar in de filmzaal wordt er opvallend weinig gefladderd en gekakeld. Op de rode bioscoopstoelen zit een klein groepje studenten met een kip op schoot. De kippetjes worden liefdevol onder hun kin gekriebeld, en af en toe zakken hun oogjes zelfs langzaam dicht. ‘Je wordt er helemaal zen van’, zegt Erica Jonker (25, geschiedenis). De kippen zijn van Ramon Bril (22, Life Science & Technology) en liepen oorspronkelijk in de hortus. Daar werden ze steeds aangevallen door katten uit de buurt. Daarom verhuisden ze naar het appartement van Hylke Brouwer (24, geschiedenis). ‘Mijn grootouders hadden vroeger altijd kippen, dus ik ben er mee opgegroeid. Ik houd ze gewoon in mijn kamer, in een grote kooi. Maar ik laat ze natuurlijk zoveel mogelijk los. Als ik ’s avonds een filmpje kijk pak ik er even een dametje bij. De haan wil er dan eigenlijk ook uit. Hij heeft zijn vrouwtjes het liefste bij elkaar.’ Ook in de filmzaal houdt de haan (genaamd Haantje Lief) zijn hennetjes Zwammeke, Jasmijntje, Mopperkip en Pia (‘van pipipia, want ze piept zo lekker’) goed in de gaten. ‘Maar zelf wordt hij ook graag geknuffeld’, zegt Bril, die over de vleugels aait. ‘In Maleisië wor-

den deze Serama kippen als huisdieren gehouden, zoals wij hier een kat of een hond hebben, dus het ras is erg tam.’ Dat de dieren in Maleisië populair zijn als huisdier begrijpen de heren wel. Brouwer: ‘Een hond is altijd zo kunstmatig blij, daar word ik een beetje moe van. Kippen hebben een hoge knuffelfactor, maar ze likken niet aan hun eigen kont. En ze willen altijd wel bij je zitten, zolang je maar een beetje aan die lelletjes trekt.’ Evelien de Ruiter (22, biomedische wetenschappen) is overtuigd. Terwijl ze kip Jasmijntje kriebelt, informeert ze voorzichtig naar kuikens. Die blijken best gemakkelijk te houden, zolang je ze maar warm houdt, speciaal kuikenvoer geeft en hun drinkbakjes vult met knikkers zodat ze zichzelf niet per ongeluk in hun slaap verdrinken. Als je de jongens moet geloven zijn kippen het ideale huisdier, maar met veel moeite bedenken ze toch wat nadelen. ‘De haan zegt kukeleku. Ik houd hem in mijn badkamer, die is lichtdicht’, zegt Brouwer. ‘En ’s ochtends probeer ik hem meteen af te leiden met lekkere dingen, zodat hij vergeet te kraaien. Natuurlijk poept er ook wel eens een kip op mijn broek. Maar het is droge poep. Tenzij ze gestrest zijn, dan krijg je dunne schijt.’

‘We hebben nooit gezegd dat iets een stom idee was. We hebben wel wat bijgestuurd, door te vragen hoe je dat dan gaat filmen. Sterren kijken kan je wel makkelijk filmen. De kinderen wilden graag door de ruimte reizen; dat hebben we toen opgelost door ze in een droom te laten reizen. Langzaam werkten we zo toe naar iets dat filmbaar is.’ Werkt de film ook? Leren de kijkers er wat van?

‘De vraag is: wil je feitenkennis overbrengen, of wil je inspireren? Dit soort korte films is meer geschikt voor het laatste. De boodschap dat sterrenkunde leuk is, blijft langer bij dan de volgorde van de planeten. Iemand heeft ooit zijn best gedaan die aan mij te leren, maar ik zou het niet meer weten. Wat me wel bijbleef, is enthousiasme voor de wetenschap.’ En als de kijkers door het kijken universumsbewust zijn, wat moeten ze daar dan mee? De bestaansreden van Universe Awareness is nou net dat er in de rest van het onderwijs nauwelijks sterrenkunde zit.

‘Als je een kind zo jong al weet te inspireren, houden ze het heel lang vast. We hopen dat kinderen zien hoe groot het universum is, en dat ze zichzelf ook meer als een soort wereldburger van het heelal gaan zien.’ BB De Dromenkijker is te vinden op unaware.org


4  Mare · 10 oktober 2013 Nieuws

Tegen promotiestudent Leidse promovendi zijn een actie gestart tegen een experiment met de zogeheten promotiestudent. Een promotiestudent is niet in dienst van de universiteit en dus ontvangt deze geen loon. Het Leidse college van bestuur wil het komend jaar 50 van deze promovendi een plek geven. De vereniging van universiteiten (VSNU) wil de promotiestudent graag. Vooral omdat promovendi met een aanstelling veel duurder zijn. Minister van Onderwijs Bussemaker is een algemene maatregel van bestuur aan het voorbereiden die het mogelijk maakt om als experiment promotiestudenten aan te stellen. De actievoerende promovendi vinden het onrechtvaardig dat de promotiestudent rechten op bijvoorbeeld doorbetaald ouderschapsverlof, pensioenopbouw en wachtgelduitkering moeten missen. Verder doen de beurspromovendi hetzelfde werk, maar tegen verschillende vergoedingen, en met een verschillend niveau van wetenschappelijk aanzien als reguliere promovendi. Daarnaast vrezen zij dat als er veel meer promovendi worden aangetrokken dat ten koste gaat van de kwaliteit. De Leidse promovendi zijn een petitie tegen het experiment gestart: http://www.ipetitions.com/petition/promotiestudent. Bij ter perse gaan van deze krant waren er 1036 ondertekenaars.

Leiden de beste Met de 67e plaats op de Times Higher Education Ranking (THE) blijft de Universiteit Leiden de hoogst genoteerde Nederlandse universiteit. Leiden wordt in de top-200 op de voet gevolgd door de TU Delft die twee plaatsen lager staat op 69. Ook de meeste andere universiteiten in Nederland staan bij de beste honderd van de lijst. De ranking wordt aangevoerd door het California Institute of Technology. Op basis van dertien indicatoren op het gebied van onderwijs, onderzoek en innovatie stelt THE jaarlijks een top 200 van beste universiteiten van de wereld op.

Bierpetitie Voor- en tegenstanders van de accijnsverhoging op bier hebben in twee maanden tijd bijna 90.000 keer de ‘bierpetitie’ ondertekend. Liefst 82 procent liet via de website www.stopdebierbelasting.nl weten tegen een verhoging te zijn. Het initiatief van de online petitie komt van bierbrouwers en –tapperijen. Zij vinden dat het de laatste jaren hard genoeg is gegaan. Zij stellen dat sinds 2002 de accijns op bier is verdubbeld. Het plan van het kabinet was om volgend jaar de accijns opnieuw met 14 procent te verhogen. Het is inmiddels verlaagd tot 5.75, maar dat vinden de brouwers nog te veel. Dit jaar wordt de petitie nog aangeboden aan het kabinet.

Collegegeld omhoog Studenten gaan volgend studiejaar €1906 aan collegegeld betalen. Een stijging van €71 ten opzichte van dit jaar. Dat blijkt uit een regeling van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het wettelijk vastgestelde collegegeld volgt de inflatie. Daarnaast is vijf jaar geleden bepaald dat het collegegeld de komende tien jaar met 22 euro per jaar te verhogen . De afgelopen vijf jaar is het bedrag met 22 procent toegenomen. Studenten betaalden destijds €1.556 aan collegegeld.

Extra ­woningen Maar liefst 440 nieuwe studentenwoningen heeft de gemeente gepland op het terrein van Wernink Beton, aan de Amphoraweg. Nieuwe bewoners kunnen er na komende zomer al terecht, want het gaat om tijdelijke studentenunits. Na een periode van tien jaar vervalt de erfpacht en mag de gemeente het terrein voor andere doeleinden gebruiken. De barakken van Rijnfront in Oegstgeest die binnenkort verdwijnen worden hiermee ruimschoots vervangen.

‘Moge Allah ze bestraffen’ Hoogleraar duidt woorden student als oproep tot geweld ‘Moge Allah ze bestraffen en laten lijden.’ Dat schreef de Leidse student bestuurskunde Shabir Burhani op zijn Facebook en Twitter. Die ‘ze’ is ondermeer de Leidse rechtenhoogleraar Afshin Ellian. Een bedreiging volgens Ellian, een smeekbede volgens de student. Door Thomas Blondeau Burhani’s bericht ging over mensen die zich van de islam hadden afgekeerd en deze godsdienst bekritiseerden. De eindzin over bestraffing klinkt onheilspellend. De Telegraaf berichtte hier verleden week over. Ellian wijdde twee blogs aan de zaak op Elsevier.nl en zei in een interview met die site: ‘Vanuit radicale moslims gezien is dat een oproep. Op dezelfde manier wordt gesproken over de cartoonist uit Denemarken.’ Ellian is in het verleden al veelvuldig bedreigd wegens kritiek

op de islam. Burhani heeft overigens, op een enkel gastcollege na, geen les bij hem gevolgd. Burhani, op internet actief onder de alias Maiwand al-Afghani is in het laatste jaar van zijn bachelor bestuurskunde en zit tegen zijn afstuderen aan. Daarnaast is hij bijzonder actief op de sociale media waar hij Koranteksten en islam-gerelateerde nieuwsartikelen verspreidt. Al eerder haalde hij het nieuws door zijn sympathie uit te spreken voor ondermeer de Taliban, de islamitische guerrillabeweging die actief is in Burhani’s geboorteland Afghanistan. ‘Ik voel mij verbonden met alle moslims ter wereld. Velen van hen worden onderdrukt. Ik ben tegen terrorisme en tegen geweld tegen onschuldige burgers. Maar de Taliban verzet zich tegen bezetters. Net zoals de Nederlanders zich hebben tegen de Duitsers en de Spanjaarden’, verklaart hij tegen Mare.

Hij beschouwt zijn bericht niet als een bedreiging. ‘Ik deed een smeekbede. Moge Allah deze mensen leiden naar het rechte pad. Maar als zij (mensen als Ayaan Hirsi Ali en Ellian, red.) niet stoppen met hun strijd tegen moslims, dan zal de logische consequentie zijn, dat Allah ze zal bestraffen.’ In YouTube-filmpje verklaart de student dat hij Ellian wil uitnodigen tot een vreedzaam debat. Maar in de in- en outro van dat filmpje is zwaardengekletter en machinegeweerschoten te horen. Die geluiden zijn toch in tegenspraak met de aard van de uitnodiging? ‘Dat is om het spectaculair te maken. Daar vind ik niks mis mee. Als je de tv aanzet, of een videogame speelt, hoor je dat ook. Er zijn oorlogen bezig, in kader van de jihad.’ En de foto’s uit Afghanistan op zijn Facebook-pagina waar hij met machinegeweren poseert? ‘Ik heb foto’s gemaakt met Taliban-strij-

ders die strijden voor onafhankelijkheid en tegen de vijanden van de moslims. Zo’n foto heeft voor mij een symbolische, morele boodschap. Maar mijn methodes zijn vreedzaam.’ Ellian wilde niet ingaan op vragen van Mare en verwees door naar de woordvoerder van de universiteit. Die laat weten dat er verleden week, naar aanleiding van het artikel in De Telegraaf contact is opgenomen met Justitie zodat er in overleg maatregelen genomen kunnen worden ter bescherming van Ellian. Of en welke maatregelen zijn genomen, daar wil de woordvoerder geen details over kwijt. ‘Maar natuurlijk proberen wij de veiligheid van al onze studenten en docenten te waarborgen. Deze kwestie kan de aandacht van anderen wekken.’ De woordvoerder voegt daaraan toe dat de universiteit bekend is met deze student en dat zijn gedrag binnen de universiteitsmuren niet onrechtmatig is.

Burn-out bij dertig procent co-assistenten De werkdruk tijdens de co-schappen is volgens 41 procent van de Nederlandse geneeskundestudenten erg hoog. Dit blijkt uit onderzoek van het KNMG Studentenplatform. Leiden herkent de klachten. Het platform pleit voor maatregelen van de medische faculteiten. Jill Mentink, lid van de Leidse Co-Raad, onderschrijft de resultaten van het onderzoek. ‘In Leiden is het ook een probleem. Uit ons eigen onderzoek in samenwerking met het Leids Universitair Medisch Centrum blijkt tot nu toe dat 30 procent van de Leidse studenten kampt met burn-outklachten.’ Van de ruim 2800 ondervraagde studenten door KNMG waren 1205 begonnen met hun co-schappen. Uit de resultaten komt naar voren dat een op de vier studenten het niet meer ziet zitten om met de co-schappen door te gaan. Bijna een derde van hen heeft de angst om te falen en ervaart een hoge werkdruk. Volgens de Leidse vertegenwoordigster zijn co-schappen een intensieve periode. ‘Elk co-schap opnieuw wordt de co-assistent geconfronteerd met een nieuwe omgeving en talloze arts-assistenten en specialisten. Je moet steeds opnieuw beginnen qua kennis’, zegt Mentink. ‘Daardoor zijn ze kwetsbaar.’ Het Studentenplatform stelt voor een preventieprogramma te starten om studenten goed voor te bereiden

op de intensieve periode aan het einde van hun opleiding. In Groot-Brittannië is een dergelijk programma voor iedere faculteit verplicht. In het reguliere onderwijs bij het LUMC is nog onvoldoende oog voor de psychische problemen van

studenten. ‘In Rotterdam zijn er bijvoorbeeld terugkomdagen om dit soort zaken te bespreken. Vorig jaar hebben wij bij het Landelijk Overleg Co-Assistenten een voorstel gedaan om te kijken naar het mentale vangnet voor studenten’, licht Mentink toe.

Woordvoerder Niels Pols zegt dat het LUMC eind dit jaar met de definitieve resultaten van het eigen onderzoek komt. ‘We herkennen het beeld, daarom doen wij er ook onderzoek naar zodat we de juiste maatregelen kunnen nemen.’ SE

Archeologen verhuizen naar Bio-Sciencepark Komende zomer verhuist de faculteit Archeologie naar het Van Steenisgebouw, op het Bio-Sciencepark. Dan is de huisvestingsproblematiek van de faculteit opgelost. ‘Ik werk hier nu elf jaar en in die tijd heb ik alleen maar mensen achter het behang geplakt’, illustreert Claudia Regoor van het bestuurssecretariaat van Archeologie de huidige situatie. Na dit collegejaar is de ellende voorbij: dan verhuist Archeologie van de

binnenstad naar het Van Steenisgebouw op het Bio-Sciencepark, waar nu al twee onderzoeksgroepen zitten. Al eerder waren er verhuisplannen, vertelt Regoor. ‘We zouden eerst naar het P.J. Vethgebouw gaan. Dat is een fantastische locatie in de binnenstad. We hadden er al een jaar aan getekend, toen Corinne Hofman, de huidige decaan, een grote ERC-subsidie binnenhaalde. Daarmee konden we vijfentwintig tot dertig onderzoekers naar Leiden halen, maar vervolgens

klopte ons plaatje niet meer. We zouden alleen nog in het P.J. Vethgebouw passen als we een extra etage zouden bouwen en daarvan zouden de financiële gevolgen enorm zijn.’ Uiteindelijk werd besloten om Archeologie onder te brengen op het Bio-Sciencepark. Dat is wat verder lopen of fietsen voor studenten, zij worden namelijk niet toegelaten in de shuttlebus vanaf het station, maar verder heeft de locatie een hoop voordelen. ‘Er is veel meer ruimte

en bovendien hebben we daar de beschikking over laboratoria’, vertelt Regoor. ‘Het gebouw blijft voorlopig wel onder het beheer van de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen vallen, wat bijvoorbeeld inhoudt dat de afdeling Ancient DNA er ook in blijft zitten. Maar dat is voor archeologen alleen maar leuk.’ Het college van bestuur is akkoord met een voorbereidingskrediet van 500.000 euro en in januari moet de verbouwing beginnen. MVW


10 oktober 2013 · Mare 5 Nieuws

Haags pestgedrag bevestigd Campus praat ‘veel over maar niet met elkaar’ De sociale veiligheid op de faculteit Den Haag schiet tekort. Medewerkers klagen over agressieve mails, roddelen en intimidatie. Dat blijkt uit een onderzoek dat is uitgevoerd door de universitaire dienst Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Door Vincent Bongers Er worden faculteitsbreed problemen gemeld en leidinggevenden hebben hierop niet altijd adequaat gereageerd. Uit de universitaire personeelsmonitor die in maart verscheen, bleek dat maar liefst een derde van de medewerkers te maken heeft met roddelen. Dat is veruit het meeste van alle faculteiten. Ook pesten en psychisch geweld komen in Den Haag meer voor dan bij andere faculteiten. Het college van bestuur en het faculteitsbestuur besloten tot een vervolgonderzoek. Dat rapport ligt er nu en de conclusies zijn niet mals. De onderzoekers, die met 17 willekeurige werknemers spraken, stellen dat er op de faculteit ‘veel over elkaar en niet met elkaar wordt gesproken.’ Dit wordt veelal als roddelen geïnterpreteerd. Waarom men dit doet, is per onderzoeksgroep verschillend. ‘Werkdruk, zwak leiderschap, onvoldoende bewust van voorbeeldrol en

beeldvorming, onduidelijke carrièrepaden’, sommen de opstellers op. Opvallend veel van de ondervraagden benadrukten het belang van de vertrouwelijkheid van de gesprekken. ‘Zij gaven aan angstig te zijn voor de gevolgen van hetgeen zij zouden vertellen.’ Medewerkers van het university college melden gevallen van pesten, verbale agressie, roddelen en intimidatie. Ook is de werkdruk hoog. De medewerkers zeggen dat de problemen bij de leiding van het college bekend waren maar niet adequaat zijn aangepakt. Bij het instituut bestuurskunde, dat is verhuisd van Leiden naar Den Haag, is de sfeer weliswaar verbeterd maar voelen medewerkers zich nog niet voldoende veilig. Er heerst ‘een machtscultuur waarop men geen invloed heeft. Door de hoge werkdruk en het ontbreken van carrièrepaden/criteria ervaart men geen carrièreperspectief en is er sprake van jaloezie.’ Binnen overige eenheden is melding gedaan van meerdere incidenten van verbale dan wel schriftelijk agressie per mail. Een van de redenen waarom er problemen zijn in Den Haag is de snelle groei van de campus. ‘In een omgeving van “niet praten, maar doen” is enorm veel werk verricht. Maar hierbij zijn waarden, normen en gewoontes ontwikkeld, die nu de

faculteit Den Haag een feit is, minder adequaat zijn.’ De decaan van de faculteit Den Haag, Jouke de Vries, erkende maandag tijdens de faculteitsraad dat er ‘harde noten worden gekraakt’ in het rapport. Hij benadrukte dat er veel goed gaat maar dat de razendsnelle groei van de faculteit zeker voor de nodige problemen heeft gezorgd. ‘Het university college moest bijvoorbeeld uit de grond worden gestampt, er was nog niets. Dat vraagt gigantisch veel van mensen.’ Portefeuillehouder bedrijfsvoering Rolf Oosterloo: ‘Terwijl de organisatie van het campus nog in opbouw was, hebben we bevoegdheden en structuren vast moeten leggen. Dan is het soms lastig om helder te krijgen wie nu voor wat verantwoordelijk is. Dat gold bijvoorbeeld voor het university college. Nu is dat wel duidelijk.’ Het bestuur heeft een plan van aanpak opgesteld. De werkdruk en –sfeer wordt een vast onderdeel van functioneringsgesprekken en werkoverleggen, er komt een mailetiquette en de bekendheid van bedrijfsarts en vertrouwenspersoon moet worden verhoogd. Er komt meer duidelijkheid over carrièrepaden bij bestuurskunde en het LUC, ook komt er meer aandacht voor leiderschap en wordt daar waar nodig coaching ingezet.

‘We kunnen intolerantie echt niet tolereren’ > Vervolg van de voorpagina Guiora: ‘Het belachelijke deed zich vervolgens voor dat Wilders in 2010 voor de rechter kwam en een imam die een fatwa uitspreekt niet werd aangepakt. Marcouch moest maatregelen treffen om zichzelf en zijn kinderen te beschermen. En er gebeurde verder niets. Gelukkig is het allemaal goed afgelopen.’ Overigens is Fawaz Jneid in 2012 door het bestuur van de As-Soennah moskee ontslagen en is er aangifte tegen hem gedaan vanwege illegale shariapraktijken. Men is te lang blind geweest voor de gevaren van religieus extremisme, vindt Guiora, zeker ook in zijn geboorteland. ‘Ik heb met eigen ogen gezien wat er gebeurde na de moord op premier Rabin in 1995. De radicale rabbi’s die dader Yigal Amir opstookten zijn nooit vervolgd. We mogen onze ogen niet langer sluiten voor de daden van deze ophitsers.’ Om radicalen aan te pakken, mag de vrijheid van meningsuiting worden ingeperkt, vindt hij. ‘Ik vind zelfs

Wel of niet pluis? De vijf grootste zorgverzekeraars kregen vorige week de zogenaamde kwakzalversprijs voor de nieuwe eisen die zij stellen aan opleidingen voor alternatieve zorgverleners. Het Platform Opleiding, Onderwijs en Organisatie (PLATO), onderdeel van de Leidse universiteit, kreeg van de zorgverzekeraars de opdracht homeopaten, antroposofische - en natuurgenezers het zogeheten ‘pluis- niet pluis gevoel’ te leren ontwikkelen. De Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) die de prijs jaarlijks uitreikt, zette vraagtekens bij de rol van PLATO en de zorgverzekeraars (VGZ, Achmea, ONVZ, Menzis en CZ). Frits van Dam, secretaris van de vereniging, vindt het een van de ergste vormen van bevordering van de kwakzalverij die hij sinds de

Veroudering genomineerd Op deze foto’s is David van Bodegom te zien, arts en onderzoeker verbonden aan de Leyden Academy on Vitality and Aging. Hoe hij er nu ziet, en hoe hij eruitziet op latere leeftijd, als hij een gezond en ongezond heeft geleefd. Mensen laten inzien hoe ze hun verouderingsproces kunnen sturen door gezonde keuzes te maken, dat is de inzet van Oud-of-the-box, een project dat genomineerd is voor de Academische jaarprijs, een wedstrijd waarbij het beste initiatief voor wetenschapspopularisatie beloond wordt met 100.000 euro. Om meer hierover te weten te komen, zie www.oud-of-the-box.nl. Stemmen op een van de projecten voor de Academische Jaarprijs kan op www.wetenschap24.nl tot 23 oktober.

‘Kennen die sjaarzen ons wel?’ > Vervolg van de voorpagina Schellekens stond intussen voor een hoop vragen: ‘Weten deze sjaarzen wel wie we zijn? Heeft niemand ze verteld dat Cobra al een gevestigde reputatie heeft? En de belangrijkste: waarom kiest een dispuut dat zich wil profileren als “creatief ” een naam die al jarenlang in gebruik is binnen Leiden? In mijn ogen slaan de fundamenten van je dispuut dan ook nergens meer op.’ SSR-voorzitter Timo Korstenbroek, die de leden van Cobra dins-

dag voor de deur van zijn sociëteit trof, tilt niet te zwaar aan het voorval: ‘Het is een cultuurverschilletje. Bij ons hebben we normaal nooit invallen, daar is het pand niet op berekend. Even waren we heel boos, maar het was vooral een ludieke actie om te laten zien wie er eerder waren. Ze spoten ook niet echt met graffiti, maar met een soort verf die er met water en een doekje zo afging. De politie is inderdaad wel gebeld toen ze niet wilden vertrekken, want we wilden nu eenmaal aan de avond beginnen.’

Schellekens voegt daaraan toe: ‘We kwamen vrij snel tot de conclusie dat de beoogde avond zooien en zuipen niet een nacht in de cel waard zou zijn, dus we vertrokken. Teleurgesteld natuurlijk, omdat we onze inval niet op een studentikoze manier hebben kunnen afronden.’ Direct na het incident had de SSRvoorzitter contact met Quintusvoorzitter Krista van Rest. ‘Er is geen rancune’, verzekert zij. ‘Ik heb meteen de preses van Cobra even gecontact. Hij weet nu wel dat dit niet helemaal de bedoeling is.’ MVW

dat dat moet om een maatschappij te beschermen. Als een imam, of een andere geestelijke, haat zaait en oproept tot geweld. Daar moet goed onderzoek naar gedaan worden. Dan moet de politie of een andere dienst met hem of haar gaan praten en zeggen dat het nu afgelopen is. Blijft deze persoon doorgaan dan is vervolging nodig, dan perk je de vrijheid van meningsuiting in. Als we dat niet doen, blijft het elke keer weer op dezelfde manier fout gaan. We kunnen intolerantie niet blijven tolereren.’ We nemen religieuze scherpslijpers nog steeds niet serieus, aldus Guiora. ‘Je hoort vaak geluiden als: “Ach, ze menen het toch niet, laat maar lekker kletsen.” Dat is denigrerend en gevaarlijk. Maar het is duidelijk dat het bepaalde groepen wel degelijk ernst is. Dat bewijst niet alleen de moord op Theo van Gogh maar ook de recente gruwelijke aanslagen in het winkelcentrum in Kenia en de landbouwuniversiteit in Nigeria tonen dat duidelijk aan.’ VB

eerste prijsuitreiking in 2003 heeft gezien. ‘De zorgverzekeraars zijn de grootste boosdoeners. Maar het is onbegrijpelijk dat PLATO hier aan heeft meegewerkt. Ze hadden beter moeten weten.’ Onderwijskundige Ingeborg Tönis, een van de samenstellers van het pakket, is het daarmee oneens. ‘Er wordt gesuggereerd dat wij alle opleidingseisen hebben samengesteld, maar wij hebben alleen de cognitieve ondergrens op hbo-niveau bepaald.’ Volgens haar heeft PLATO verschillende aanbevelingen gedaan en zijn de eindtermen maar een gedeelte van het hele plaatje van de opleiding. ‘Het pluis – niet pluis gevoel moet ook in de praktijk worden geleerd. Daar zijn ook leervormen voor nodig. Maar hiervoor hebben wij geen opdracht gekregen van de zorgverzekeraars.’Se

‘Wat stil ligt, kost geld’ De lamgeslagen Amerikaanse overheid bezorgt Leidse wetenschappers nog geen grote overlast. Tijdens de Amerikaanse shutdown moeten alle niet-essentiële ambtenaren verplicht naar huis. Onder hen ook wetenschappers, zoals bijvoorbeeld vrijwel alle medewerkers van NASA. Ook Leidse wetenschappers merken het: ‘Sommige websites die belangrijk zijn voor mijn werk zijn dicht’, klaagt hoogleraar sterrenkunde Ewine van Dishoeck. ‘Dat zorgt ervoor dat ik niet bij alle data kan, soms zelfs niet bij mijn eigen data.’ ‘Persoonlijk heb ik er geen last van’, vult haar collega Marijn Franx aan. ‘Maar ik ben nu op een congres over de opvolger van de nog te lanceren James Webb-telescoop. Een aantal mensen die hier had moeten zijn, is er niet door de shutdown.’ Even bellen om op afstand mee te praten is er niet bij, de Anti Deficiency Act verbiedt dat ten strengste. Franx: ‘Dat is heel vervelend, want het moet volgens een strak schema. De consequentie is vertraging. Als het werk stilgelegd moet worden,

kost dat geld, vergelijkbaar met wat er gebeurt in de bouw als er een aannemer failliet gaat.’ Ook wetenschapsdatabank Pubmed, draait op de waakstand. ‘Dat raakt me op dit moment nog niet, maar kan wel als het lang blijft duren’, legt epidemioloog Willem Lijfering uit. ‘Het is onze vergaarbak van gepubliceerd onderzoek, zowel van onszelf als van anderen. Zonder die site zijn we niet van het laatste nieuws op de hoogte, en kunnen wij er onze laatste publicaties niet op laten zetten. Een andere belangrijke overheidssite is clinicaltrials. gov. Als ik bijvoorbeeld een lopend onderzoek per direct zou moeten aanpassen van een ethische commissie, kan ik dat niet doorvoeren op die site. En dus kan ik mijn trial niet aanpassen, waardoor de studie vertraging oploopt.’ Hoogleraar en diabetes-onderzoeker Bart Roep ziet een lichtpuntje: ‘Tot nu toe heb ik een beetje rust. De National Institutes of Health liggen plat, dus ik krijg geen spam van de collega’s daar. Later deze week moet ik naar New York, dan verwacht ik wel last.’ BB


6  Mare · 10 oktober 2013 Opinie

Het is hier fantastisch/verschrikkelijk Moeten academici klagen of juist hun zegeningen tellen?

Revolutie! Het gemopper over de publicatiedruk en schoolsheid aan de Nederlandse universiteiten is onterecht, betoogt Miko Flohr, want het gaat beter dan ooit. Diepgang lag nog nooit zo voor het oprapen. Er is veel pessimisme over de wetenschap in de media de laatste maanden. Zo las ik dat er onder druk van publicatiecriteria veel teveel nietszeggende artikelen worden gepubliceerd, en dat de universiteit is verworden tot leerfabriek die geen grote denkers meer opleidt. Het zou de universiteiten aan inhoudelijke visie ontbreken: men zou nog slechts bezig zijn met de eigen positie op de diverse internationale rankings. Deels zijn al die zorgen ook wel terecht. De lijstjesmanie van de Nederlandse universiteiten grenst aan het absurde – zoals toen eerder dit jaar de Leidse universiteit in haar eigen nieuwsbrief vol trots meldde dat men als allerbeste Nederlandse universiteit uit de eigen Leiden Ranking was gekomen. Overal in Nederland zet de steeds sterkere focus op meetbare resultaten en efficiency soms wel erg aan aan tot diplomagericht onderwijs en carrièregericht onderzoek. Er zitten behoorlijk wat prikkels in ons academische systeem waarvan je je kan afvragen of ze wetenschappers en beleidsmakers wel altijd aanzetten tot het maken van verstandige keuzes over onderwijs en onderzoek. Ja, er is ruimte voor verbetering. Veel ruimte zelfs. Toch zie ik – voor de duidelijkheid: 36 jaar, tijdelijk contract zonder zicht op vaste aanstelling, dus geen belanghebbend lid van het universitaire establishment – weinig reden tot louter zwartgalligheid. Sterker: in bepaalde opzichten lijkt het op de Nederlandse universiteiten de afgelopen twintig jaar niet slechter maar beter te zijn geworden. Professioneler, vooral. In meer dan één opzicht heeft de universiteit zich misschien zelfs best wel aardig aangepast aan de tijd waarin wij leven. Er is, bijvoorbeeld, veel meer aandacht voor de rol van didactiek in de onderwijspraktijk, en voor het functioneren van docenten: cursusevaluaties geven docenten meer inzicht in hun sterke en zwakke punten, en docenten worden aangemoedigd hun vaardigheden waar nodig bij te schaven. Deels schiet dit dan wel door in betuttel- en beoordeelzucht, maar het is goed dat de zaken minder vrijblijvend zijn dan voorheen. De verschuiving van onderzoeksfinanciering van eerste naar tweede geldstroom heeft universiteiten bovendien aanmerkelijk opener gemaakt: er zijn nu meer kansen voor getalenteerde onderzoekers voor wie het voorheen erg lastig was een positie te krijgen omdat het hen aan het juiste netwerk ontbrak. Dat is, hoe je het ook wendt of keert, een goede zaak, al is het tegelijk zorgelijk dat er momenteel wel erg weinig kansen zijn voor getalenteerde onderzoekers die minder sterk zijn in het werven van fondsen. Misschien wel de belangrijkste reden waarom er in zowel onderzoek als onderwijs zaken structureel verbeterd zijn is de digitale revolutie, waardoor niet alleen communicatie – en daarmee samenwerking – veel gemakkelijker is geworden, maar ook het handwerk zelf structureel is veranderd: bijvoorbeeld, waar ondergetekende tien jaar terug naar Rome moest voor opgravingsverslagen uit Pompeii, kost het nu twee muisklikken. Over Pompeii gesproken: met Google Maps kan ik virtueel door de site lopen, een muisklik verder vind ik een pagina met foto’s van alle kamers van elk opgegraven huis. Ik hoef bijkans voor mijn onderzoek de deur niet meer uit: nog nooit was zoveel informatie zo gemakkelijk toegankelijk, en de informatierevolutie lijkt nog lang niet uitgewoed. Diepgang lag nog nooit zo voor het oprapen. Waakzaamheid is belangrijk, maar pessimistisch mopperen is zinloos. Veel belangrijker is het om een visie te hebben over

waar het, in de snel veranderende wereld van de vroege 21e eeuw, naartoe moet met de Nederlandse universiteiten. Die visie zou moeten beginnen met het idee dat universiteiten er zijn om vooruitgang te faciliteren en daarmee de samenleving completer te maken – via de studenten die er leren doordenken, en via de ideeën die men er in academische vrijheid genereert. Vanuit die visie ligt de belangrijkste uitdaging misschien wel niet zozeer bij de publicatiedruk, of de vermeende schoolsheid van het onderwijs, maar bij het versterken van banden met de samenleving. Miko Flohr is classicus, archeoloog en werkt als postdoc bij geschiedenis

Plofstudenten! Onze vermaledijde kenniseconomie heeft het bedrijfsplan van een sjofele worstenfabriek, betoogt Geerten Waling. De input is geld en vlees, de output plagiaatpublicaties en plofstudenten. Van mijn gewaardeerde collega Miko Flohr mag ik niet bezadigd klagen over de universiteit. Natuurlijk is er altijd wel iets mis, zegt hij, maar kijk eens hoe goed het gaat! Publicaties zijn van een hoog niveau, de digitalisering heeft ons zoveel gebracht, etc., etc. Nu wil ik pertinent niet ontkennen dat er heel veel goed gaat in onze academische biotoop. Maar om nu alleen maar de status quo te bejubelen en niet serieus te discussiëren over essentiële zwaktes en punten van verbetering - dát vind ik nou bezadigd. Laat ik me beperken tot mijn eigen vakgebied: geschiedenis. ‘Er zullen geen grote historici meer opstaan met het huidige academische systeem.’ Dat verzuchtte hoogleraar universiteitsgeschiedenis Willem Otterspeer onlangs in een debat in Amsterdam. Hoe zou de universiteit er over twintig jaar uitzien? Otterspeer was somber. Er woekert een behoorlijke diploma-inflatie. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het doctoraat van nu (‘Ph.D.’) het doctoraal (‘drs.’) van vroeger heeft vervangen. Een ma-diploma helpt je misschien aan een baan, maar een proefschrift betekent pas een gedegen academische vorming. Het ministerie bevestigde dit onlangs door te besluiten dat de promovendus niet meer als medewerker hoeft te worden gezien, maar nog als student. Otterspeer legde de vinger op de zere plek. ‘Grote historici’ zijn schrijvers en vertellers die de details en specialismen ontstijgen en een ‘verhaal’ kunnen vertellen. Dat vereist een degelijke opleiding van goede leermeesters. En dat is geen sinecure in onze

vermaledijde ‘kenniseconomie’: het mag niets kosten, maar wel veel opleveren. Dat is het bedrijfsplan van een sjofele worstenfabriek: de input is geld en vlees, de output is een eenheidsworst van plagiaatpublicaties en plofstudenten. Kwaliteit dreigt te worden weggekwantificeerd met rankings en diplomastatistieken. Tot op zekere hoogte zullen we daarmee moeten leven, het heeft vast ook goede kanten. Helaas valt het in het geval van geschiedenis samen met nog twee andere processen die verstorend werken: het deconstructivisme en het specialisme. Ten eerste worden studenten opgeleid om ‘kritisch te denken’, maar leren zij niet waarvoor ze hun kritische deconstructies moeten aanwenden. Ze weten wat er allemaal niet deugt aan onze cultuur, waar de kanttekeningen geplaatst moe-

ten worden, maar lijken niet in staat een positief verhaal te vertellen. Als de basiskennis er niet is, als het zicht ontbreekt op de geschiedtheorie en de historiografische

traditie, als ‘kritisch zijn’ en ‘mythes doorprikken’ de voornaamste instructies zijn, hoe moet een student dan ooit een nieuw verhaal in de plaats stellen van hetgeen hij allemaal heeft ‘gedeconstrueerd’? Ten tweede weerhoudt de nadruk op specialiseren in plaats van generaliseren menig historicus ervan om een groter verhaal te vertellen. De 260 studenten die vorige maand begonnen aan de opleiding geschiedenis in Leiden, kregen op het openingscollege te horen dat ze zich geen illusies moesten maken. Grote verhalen waren uit den boze. Bij al te ambitieuze paper- of scriptieplannen was het de taak van de docent om ‘op de rem te gaan staan’ en de student aan te sporen tot afbakening. Onderzoek op de vierkante millimeter, dat was wat zij zouden leren op deze studie. Voor weidse vergezichten gingen ze maar op wintersport. Pardon? Nu zeigt sich in der Beschränkung heus wel der Meister, maar het is toch veelzeggend dat we studenten ontmoedigen om ook maar iets betekenisvols te zeggen over de wereld. Het gaat toch niet alleen maar om het verzamelen van voetnoten? De universiteit zou toch juist de plek moeten zijn waar je veilig onder begeleiding van leermeesters kunt experimenteren met grootse theorieën of vergezochte verbanden? Mensen als Johan Huizinga, Jan Romein en Jacques Presser: ze vertelden een verhaal. Ze hadden een visie. Ze combineerden een wetenschappelijke staat van dienst met het vermogen om studenten te begeesteren en tegelijkertijd buiten de wetenschap gezag te verwerven als duiders en vertellers. Het is niet gezegd dat dergelijke ‘grote historici’ in het geheel niet meer bestaan of zullen opstaan. Evenmin wil ik beweren dat er op de Nederlandse universiteit helemaal geen kwaliteit of brille of vooruitgang meer te vinden is, of dat iedereen er maar een potje van maakt. Zelfs niet wil ik stellen dat elke vorm van deconstructivisme of specialisme verfoeilijk is. Maar om individuele kwaliteit optimaal de ruimte te geven is er nog een lange weg te gaan. En met de geschetste ontwikkelingen - in combinatie met de zorgeloze opstelling van Miko Flohr - wordt die weg bepaald niet korter. Geerten Waling doceert en promoveert bij geschiedenis

Brief In deze rubriek kunnen lezers in maximaal 300 woorden reageren op artikelen in Mare. De redactie behoudt zich het recht voor bijdragen in te korten of te weigeren. Over weigering wordt niet gecorrespondeerd. Mail naar redactie@mare.leidenuniv.nl

Excellente Master Een kritisch opiniestuk in Mare over één van onze masterprogramma’s vraagt natuurlijk om een reactie. Wij bij het Instituut voor Geschiedenis bestrijden niet dat er op organisatorisch vlak het een en ander misgegaan is bij de Europaeum Master, waarbij met name de coördinatoren in Parijs en Oxford niet altijd optimaal functioneerden, maar in de beleving van Laura Kits zijn andere zaken daardoor ten onrechte in een kwaad daglicht komen te staan. Deze master bestaat al sinds 2003 en wordt i.t.t. de indruk die Laura Kits wekt in die hele periode constant geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Uit haar stuk blijkt ook dat we onmiddellijk hebben ingegrepen toen bleek dat zaken niet goed liepen. Dat ging overigens niet met ruzie gepaard, maar in goed overleg met de direct verantwoordelijken in Parijs en Oxford. Gelukkig erkent ook Laura, net als de vele studenten die deze master de afgelopen tien jaar succesvol hebben afgesloten, dat de opleiding kwaliteit en diepgang biedt. Dat de studenten in Parijs en Oxford op een andere manier behandeld worden en soms ook met andere standaarden beoordeeld worden dan in Leiden, ligt aan de specifieke cultuur van elke universiteit. En die cultuurverschillen vormen nu juist één van de charmes van deze master. Het

volgen van colleges voor academische diepgang en niet alleen voor studiepunten is daar een onderdeel van. Dat er in Oxford geen colleges zijn, is omdat daar de eindscriptie geschreven moet worden, die precies volgens de Oxford normen begeleid wordt. De verwarring bij de begeleiding van studenten is ontstaan doordat studenten zelf hun begeleider in Leiden benaderden. Dit ondanks het feit dat hun duidelijk gemaakt is dat de begeleider in Leiden alleen in het voortraject betrokken is bij het vaststellen van het scriptieonderwerp, waarna hij of zij het stokje overdraagt aan de collega’s in Oxford. Dat sommigen van ons de studenten niettemin desgevraagd met raad en daad hebben bijgestaan, is niet zozeer inconsistent, maar het gevolg van een vraag vanuit de studenten zelf. Overigens heeft Laura Kits zeker een punt wanneer het gaat om de organisatorische problemen in Parijs en Oxford, maar zoals zij zelf al aangeeft, is er al veel verbeterd en wij zullen er scherp op toe blijven zien dat deze masteropleiding het predicaat excellent verdient. Namens het Instituut voor Geschiedenis Leo Lucassen (WD) en Joost Augusteijn (Directeur Onderwijs)


10 oktober 2013 · Mare 7 Wetenschap

Voedsel der goden De cacaoplant heeft een geschiedenis vol seks, drugs en specerijen Zondag viert de Hortus Botanicus haar eerste cacaofeest. Een pralinedoos aan weetjes over de bewogen bonen. Door Bart Braun ‘Of de cacaoplant ja-

rig is? Nee hoor’, legt Saskia Jacobs van de Hortus uit. Twee Leidse chocolabedrijfjes hadden het cacaofeest verzonnen, ‘en toen was de link met de planten hier in de hortus snel gemaakt. Wij vonden het een leuk initiatief, en hebben dat omarmd.’ Zodoende kunt u zondag terecht in de hortus voor lezingen, workshops en proeverijen rond chocola. Kinderen kunnen zich laten schminken met chocola, of meedoen aan een brownie-bakwedstrijd. Er komt een chocoladebeeldhouwer, een chocoladeschilderes en een mobiele beautysalon die de ‘verkwikkende werking van chocola op de huid’ komt demonstreren. En die cacaoplant zelf staat in bloei, verzekert Jacobs. Voor wie beslagen ten ijs wil komen: een selectie aan weetjes over chocola en de plant waar het van gemaakt wordt. Peulenwijn Opgegraven potten uit Noord-Honduras van drieduizend jaar oud bevatten sporen van theobromine, een stofje uit de cacaoplant. Gezien de vorm en het smalle tuitje vermoeden archeologen dat er geen dikke chocoladedrank van gefermenteerde cacaobonen in zat, maar een licht-alcoholisch brouwsel van gegiste cacaovruchten. Die bonen – de pitten – werden vermoedelijk met veel zorg uit de vrucht gehaald en weggegooid. Pas eeuwen later gingen ze in hun eigen drank. Chocola is dus eigenlijk een afvalproduct van de peulenwijnproductie. Luxedrank Rond 250 jaar na Christus kwamen de Maya’s op in Midden-Amerika. Het woord ‘cacao’ komt van hun woord voor ‘boom’: cacahuaquchtl. Van cacaobonen, maïsmeel en chilipepers maakten ze een bittere drank die vooral door koningen en edellieden werd gedronken. De Maya’s offerden honden met cacaobruine vlekken op hun plantenfeesten, omdat ze geloofden dat de cacaoplant aan de goden toebehoorde. Dat inspireerde bioloog Linneaus: hij gaf de plant Theobroma cacao als naam: godenvoedsel. Geldamandelen Begin zestiende eeuw landde Hernán Cortés in de Nieuwe Wereld. In zijn verslagen over de verovering beschreef de Jezuïet Pietro Martire d’Anghiera cacaobonen als ‘geldamandelen.’ Volgens hem kon je in het Azteekse rijk een slaaf kopen voor honderd cacaobonen, en de gunsten van een hoertje voor tien. Vermeld moet wel dat hij er nooit is geweest. Lustopwekkend (1) Via de Spanjaarden bereikte de cacao Europa. Er ging suiker bij, en ook melk en zoete specerijen als kaneel, maar het bleef een luxedrank. Vooral aan het Franse hof was het populair. Het feit dat aan de chocoladrank allerlei medicinale en lustopwekkende eigenschappen werden toegeschreven zal daar zeker aan hebben bijgedragen. Die reputatie ging gepaard met prachtige broodjeaapverhalen: Casanova zou

vrouwen veroveren met chocoladebonbons vol Spaanse vlieg. Een Franse markiezin zou tijdens haar zwangerschap zoveel chocola hebben gegeten dat ze een pikzwart jongetje baarde, dat direct na de geboorte overleed. En oh ja, het zou tuberculose genezen. De katholieke kerk beschouwde het goedje maar als gevaarlijk, al is een verbod er nooit van gekomen. Cacaopers De chocolademelk van toen was overigens wel een andere drank dan die van nu. Cacaobonen bestaan voor meer dan de helft uit vet – cacaoboter – en fijngemalen cacaobonen in melk zorgden dus voor een baggervet en zwaar op de maag liggend brouwsel. De Nederlander Coenraad van Houten vond de cacaopers uit, waardoor het mogelijk werd om cacaopoeder te maken – dat je dan vervolgens weer met suiker door een wat lagere dosis cacaoboter kon roeren, om een chocoladereep te krijgen. Hij vond ook een behandeling uit waarbij de cacao reageert met een zwakke base, meestal kaliumcarbonaat. Daardoor wordt het donkerder en de smaak milder. In het Engels heet die behandeling nog steeds Dutching, als eerbetoon aan Van Houten. Lustopwekkend (2) De lustopwekkende werking van chocola wordt tegenwoordig toegeschreven aan twee stofjes die erin zitten: het phenethylamine en het aminozuur tryptofaan. Die eerste komt vrij in je hersenen als je verliefd wordt, en daar komen we zo nog op terug. De tweede is een bouwsteen voor het hersenstofje serotonine, dat een rol speelt in vrolijkheid. Serotonine speelt ook een ingewikkelde rol in seksualiteit – afhankelijk van concentratie, de andere stofjes waar het mee interacteert en of je een jongetje of een meisje bent – maar de details zijn nu niet belangrijk. Er is namelijk geen enkel bewijs dat chocola daadwerkelijk iets doet voor je seksleven. Vrouwen die veel chocola eten hebben niet meer of minder seksuele problemen of opwinding, aldus een studie uit 2006 in het Journal of Sexual Medicine. Aspirant-casanova’s die hierom besluiten om hun Spaanse vlieg dan maar zonder chocola te nemen of toe te dienen: lees nog heel even verder. Die ‘vlieg’ is geen vlieg maar een kever, en de stof die erin zit veroorzaakt irritatie van de urinebuis. Daardoor stroomt er inderdaad meer bloed naar de schaamstreek, maar dat is niet hetzelfde als seksuele opwinding. Een te grote dosis kan bij mannen leiden tot een zeer langdurige erectie, en daar gaat je piemel stuk van. Als u het idee heeft dat uw seksleven een farmaceutisch duwtje in de rug nodig heeft, ga dan gewoon naar de huisarts. Phenethylamine Van chocola zou je gelukkig, en zelfs een beetje high, worden. Ook dat zou komen door de phenethylamine. Nou is phenetylamine de bouwsteen van allerlei grotemensendrugs als xtc en crystal meth. Psychonaut en chemicus Alexander Shulgin is de auteur van een boek met de titel Phenethylamines I Have Known And Loved (PIHKAL), vol met beschrijvingen van drugs en recepten om ze te maken. Het is bijna duizend pagina’s dik, en op wat uitzonderingen na draaien alle recepten om

phenethylamine-verbindingen. Het is dan ook ironisch dat het stofje zelf nauwelijks een geestverruimende werking heeft, en zeker niet als je het opeet, omdat het dan wordt verteerd. Zoveel van dat spul zit er trouwens sowieso niet in chocola. Het bevat wel wat cafeïne, dus als je moeilijk slaapt is nachtelijke chocola een minder goed idee. Gezond Chocola krijgt tal van gezonde eigenschappen toegedicht, en de wetenschappelijke onderzoekjes die dat moeten onderschrijven halen elk jaar zo rond Pasen de krant. Veel van die studies zijn prut, en een groot gedeelte ervan wordt betaald door chocoladefabrikanten. Vorig jaar rond deze tijd zong er ook een studie uit het New England Journal of Medicine rond, dat een verband vond tussen de chocoladeconsumptie in een land en het percentage Nobelprijswinnaars. Zwitserland scoort zeer hoog op beide punten, dus ta-daa! Het soort mensen dat normaal het NEJM leest, snapte dat het stukje ludiek bedoeld was, en dat een verband niet hetzelfde is als een oorzaak. Veel journalisten snapten het niet. Overigens: een Belgisch artikel in het Journal of Nutrition wees erop dat het verband tussen het percentage Nobelprijswinnaars en het aantal Ikea’s per miljoen inwoners nog sterker is. Een ander standaard chocoladeverhaal dat elke Pasen weer langskomt is dat je je hond geen paaseitjes moet voeren. Dat is dan weer geen onzin: honden breken het stofje theobromine slechter af dan mensen, en ze kunnen er goed ziek van worden. Nou zit er in chocolade-eitjes vaak niet zulke goede chocola, en valt het gevaar daarvan nog mee. Als je hond een reep bittere chocola of een paar happen cacaopoeder opschrokt, wordt het een ander verhaal. Zeker kleine hondjes verkeren dan in levensgevaar. De geneeskrachtige werking van chocola zou dan vooral komen door de antioxidanten – zogeheten flavonoïden die erin zitten. Nu zitten die er echt in, maar het idee dat antioxidanten per se goed voor je zijn, is de afgelopen jaren flink gesleten. Ze bleken je levensverwachting, je kans op beroertes of darmkanker, en de vruchtbaarheid van vrouwen niet te verbeteren, bij nader inzien. Bij flavonoïden komt daar nog eens bovenop dat je lichaam ze niet goed absorbeert. Uw gezondheid is geen goede reden om chocola te eten. Gelukkig is de smaak van chocola dat wel. Cacaofeest Ro n d l e i d i n g e n , choco-workshops, chocoladekunst en chocola proeven Zondag 13 oktober, 10:00-16:00 Hortus Botanicus Entree € 7,-, gratis met museumjaarkaart


8  Mare · 10 oktober 2013 Advertenties

Overstijg jezelf Lanceer je carrière bij Deloitte De keuze van je eerste werkgever is heel belangrijk. Je wilt goed beginnen en ambities kunnen waarmaken. Daarom is er geen betere plek om je carrière te starten dan bij Deloitte. En dat heeft alles te maken met de mogelijkheden die je krijgt aangereikt. Je werkt al snel voor verschillende opdrachtgevers aan interessante projecten. Dat maakt je werk afwisselend en inspirerend. Met je eigen initiatieven en ideeën geef je richting aan je carrière. Bij Deloitte is de ambitie letterlijk voelbaar en dat motiveert. Je leert snel, je groeit snel en stijgt boven jezelf uit. Lanceer je carrière en kijk op werkenbijdeloitte.nl

© 2013 Deloitte The Netherlands


10 oktober 2013 · Mare 9 Achtergrond

‘In de cel vervaagde het verschil tussen leven en dood.’ FotoVenus Veldhoen

Thuis wacht het doodsvonnis

Voor literatuurwetenschapper Felix Kaputu werd Congo te gevaarlijk De vervolgde wetenschapper Felix Kaputu wist te ontsnappen uit zijn thuisland Congo. Zijn vluchtverhaal is verwerkt tot een theatervoorstelling. ‘Tegen mijn vrouw zeiden ze: je zult hem nooit levend terugzien.’ Door Marleen van Wesel ‘De gevange-

nis was niets anders dan een bizarre weg naar de hel,’ vertelt Felix Kaputu (1959). Vier maanden zat de Congolese wetenschapper vast in een cel in Kinshasa, zonder voedsel, water en medicijnen tegen zijn hoge bloeddruk. Zijn gezelschap bestond uit ratten en vlooien. ‘Alleen ’s nachts kwam er soms een bewaker langs, om te kijken of ik al dood was.’ Kaputu werkte als hoofddocent literatuur op de universiteit van Lubumbashi, toen het hoofd van de Provinciale Veiligheid in april 2005 aandrong op een ontmoeting. ‘Dat riep nauwelijks argwaan bij me op. Ik had geen idee dat ik ergens van beschuldigd werd en bovendien kende ik die man. Ik dacht dat hij ergens advies over wilde. Het enige vreemde was dat hij niet op kantoor wilde afspreken, maar in een café, ’s avonds laat.’ Kaputu stond erop om toch naar het kantoor van de man te komen, maar daar trof hij hem niet. Hij wachtte twee uur. ‘Onder dwang, want anders was ik na vijftien minuten heus vertrokken. Ik vertrouwde de situatie al een stuk minder. Toen hij eindelijk kwam, begon hij me direct te ondervragen. Hij wilde weten waar ik de laatste tijd had uitgehangen. Ik had een paar maanden in Japan doorgebracht voor onderzoek naar gender en religie. Hij kwam met een heel verhaal: dat ik weg was geweest om wapens in te slaan voor een twintigduizendkoppig rebellenleger dat klaarstond in Zambia.’ Terwijl Kaputu met stomheid ge-

slagen was, viel de man doodleuk voor zijn neus in slaap. ‘Hij begon zelfs te snurken. Ik verkende de mogelijkheden om weg te komen. Door de deur was geen optie: daarbuiten hielden politiemannen en soldaten de wacht. Mijn blik viel op een klein open raampje, maar de man ontwaakte en bracht me een kamer verder. Mijn schoenen en riem werden ingenomen en ik moest daar de nacht doorbrengen tot ik zou praten. Maar ik wist niets, dus ik zat daar maar.’ Hij had geen flauw idee waarom de autoriteiten het op hem gemunt hadden. ‘Pas veel later kwamen er kleine details in mijn geheugen bovendrijven. Zo had ik altijd geweigerd op uitnodigingen om de politiek in te gaan. Het leek me een slecht idee om me openlijk politiek te uiten in een land dat zo verdeeld is door etnische groepen (zie kader, red.). Als wetenschapper moest ik immers doceren aan studenten uit alle windstreken.’ En er begon meer te dagen. ‘Tijdens colleges sociologie, Engels en internationale betrekkingen heb ik

mijn studenten laten kennismaken met situaties elders op de wereld. Ze constateerden zelf dat in Congo nogal wat democratische elementen ontbraken. En na colleges over digitale data borrelde bij mijn studenten de vraag op of het mogelijk was dat onze regering verkiezingsresultaten manipuleerde.’ Terwijl Kaputu zich in zijn cel over die puzzelstukjes boog, zochten zijn vrienden, collega’s en mensenrechtenorganisaties als Amnesty International over de hele wereld contact met elkaar. ‘Via de radio vroegen ze de Congolese regering om bewijzen van de wapenaankoop. Want waar zou ik in hemelsnaam twintigduizend wapens verstopt hebben? Laat staan zoveel soldaten.’ ‘Mijn vrouw reisde intussen naar de hoofdstad in de hoop me te zien, maar zij kreeg te horen dat ze beter terug naar huis kon gaan. “Stop met geld spenderen aan iemand die je toch nooit levend terug zult zien en ga aan je toekomst denken”, zeiden ze haar.’ ‘Tijdens de laatste weken van mijn gevangenschap werd ik overge-

Chaos in Congo Congo werd in 1960 onafhankelijk, waarna een chaotische periode aanbrak. Daarvoor was het land een kolonie van België en rond de vorige eeuwwisseling ging het door voor persoonlijk eigendom van de Belgische koning Leopold II. In 1965 riep luitenant-generaal Mobutu zichzelf uit tot president. Hij noemde het land Zaïre. De situatie werd aanvankelijk wat stabieler, al waren corruptie en mensenrechtenschendingen niet uitzonderlijk. Het rommelde al aanzienlijk toen vluchtelingen van de Rwandese genocide in 1994 etnische onlusten met zich meebrachten. Sindsdien woedt er een burgeroorlog. Rebellenleider Kabila nam de macht over tijdens een opstand. In 2001 werd hij vermoord. Sindsdien is zijn zoon president. In 2006 en 2011 waren er democratische verkiezingen, maar het is nog altijd ontzettend onrustig. Plunderingen, verkrachtingen en het rekruteren van kinderen voor rebellengroepen komen veelvuldig voor. In de afgelopen vijftien jaar maakte de burgeroorlog 5,4 miljoen slachtoffers, vooral door redelijk eenvoudig te voorkomen verschijnselen als diarree en ondervoeding.

plaatst naar een gevangenis waar ik niet langer alleen in een cel zat, maar tussen de gevaarlijkste criminelen van het land. We werden bewaakt door soldaten, die vreemd genoeg soms naar me bleken te luisteren. Van hen hoorde ik wat er buiten voor mij op touw werd gezet.’ Door de druk van buitenaf werd Kaputu vrijgelaten, maar de eerste maand moest hij in Kinshasa blijven, tweeduizend kilometer van huis, waar hij zich twee keer per week moest melden. ‘Daarna mocht ik terug en meteen begon ik weer met doceren, voortdurend omringd door soldaten.’ Hij besprak zijn situatie met vrienden. ‘Ik realiseerde me dat áls ik Congo ooit wilde verlaten, het nu moest gebeuren. Terwijl ik mijn kans afwachtte, zwierf ik van huis naar huis. Soms sliep ik zelfs op een begraafplaats. Daar zouden ze me vast niet zoeken.’ Via Zuid-Afrika vluchtte hij uiteindelijk naar de Verenigde Staten. De ambtenaar die hem aan een visum hielp, moest dat met een gevangenisstraf bekopen. Daarna werkte hij aan universiteiten in de Verenigde Staten en Japan. Sinds dit jaar doceert hij aan de Universiteit Gent. ‘Daar kan ik het komende jaar nog blijven. Wat er daarna zal gebeuren, weet ik nog niet.’ Hij is even stil. ‘Als ik ooit weer met mijn vrouw in Congo zou kunnen wonen, dát zou me pas gelukkig maken. Tot die tijd beschouw ik mezelf als een wereldburger. Ik probeer gelukkig te zijn, waar dan ook. Ik haal alles uit de kast voor de wetenschap en voor de mensen om me heen. Voor zover ik weet ben ik een goed mens en een goede wetenschapper.’ Voorlopig moet hij het daarmee doen. ‘Mijn vrouw is me komen opzoeken toen ik doceerde in New York. Toen heb ik haar voor het laatst gezien, in tweeduizend…

zeven’, vertelt hij na een korte denkpauze. ‘Ik kan niet terug, want voor zover ik weet hangt er nog altijd een doodvonnis boven mijn hoofd in Congo. En haar uit Congo laten komen is erg duur, zeker nu mijn verblijf in Gent niet zo lang meer zal duren. Als ik straks opnieuw moet uitwijken, is dat gemakkelijker in mijn eentje.’ Een theatervoorstelling over de ervaringen van Felix Kaputu trekt momenteel door het land, als onderdeel van Verboden Wetenschapsmonologen van UAF, de Stichting voor Vluchteling-Studenten. Kaputu is er telkens bij, om na afloop in gesprek te gaan met studenten. ‘Alles wat ik heb doorstaan zie ik op het podium weer voorbij komen. De vragen die ik mezelf stelde in de cel en hoe op den duur het verschil tussen leven en dood vervaagde. Na afloop van de laatste voorstelling trok ik me ziek terug in mijn hotelkamer. ’s Nachts kreeg ik koorts. En toch is het delen van mijn verhaal louterend. Opnieuw zien dat ik alles heb overleefd leert me om te focussen op het heden en de toekomst. En ik ontmoet veel fijne mensen, die me helpen en me er doorheen sleuren. De mensen om je heen maken uiteindelijk het verschil tussen leven en dood.’ Tijd voor onderwijs, wetenschap en het schrijven van artikelen vindt hij naast het vertellen van zijn verhaal nog wel. ‘Met wat hulp. Na die koortsige nacht moest ik nog een paper voltooien voor de Universiteit Leiden. Die deadline mocht ik een week verschuiven.’ Verboden wetenschapsmonologen UAF i.s.m. Studium Generale en het African Studies Centre Pieter de la Courtgebouw, zaal SC 01 Woensdag 16 oktober 19.30 toegang gratis


10  Mare · 10 oktober 2013 English page

Better maths with genes Medical specialists publish results of RNA study in Nature

If you were to catch two monkeys from the same tree, they would differ more than any two people in the world

All sorts of characteristics are determined by our genes, but which genes are “turned on” and how? Researchers at Leiden took part in the largest transcriptomics study ever conducted. By Bart Braun Let’s start at the begin-

ning: genomics. Almost every cell in our body contains DNA, genetic material stored in relatively large molecules we call chromosomes. We inherit half of these chromosomes from our fathers and half from our mothers.

DNA is a long chain of smaller molecules, like beads, and there are only four sorts of them. If scientists do their best, they can determine the complete order of all those “beads”, a process called sequencing. The result is called a genome and the science that studies genomes is called genomics. The first genome to be elucidated, which happened in the seventies, was that of a virus. The first living creature – a bacterium – followed in 1995 and then things started to take off. Techniques improved more and more rapidly, scientists grew more adept at sequencing and the demand

increased, inspiring more technological improvements, and so on and so forth. In 2000, Bill Clinton and Tony Blair announced the end of the Human Genome Project and although the definition of “end” is debatable, we now had a “blueprint of life” as it was known back in the day. Just as the blueprint of a house does not mean much to a novice, scientists were stuck with the genome: what did it mean? Identical twins have the same genetic makeup, but it is usually quite easy to distinguish between the two. Our brain cells and our intestinal cells differ immense-

ly although both sorts contain the same DNA. There is more to it than just the DNA sequence: it matters which genes are “turned on” and what turned them on. If a cell wants to do something with a gene, it “copies” the DNA: the DNA is used as a template to make another molecule: RNA. In scientific terms, a “copy”, is called a “transcription” and so research into all the RNA in a cell is known as “transcriptomics”. Last month’s issue of Nature, the leading science journal, featured a paper by the Geuvadis Consortium, a European partnership project in which geneticists from Leiden are participating. The team of scientists have determined the transcriptomes in a certain kind of white corpuscle from 462 individuals. Because the regular human genome had already been determined thanks to the “1000 genomes” project, the scientists make a large-scale comparison between the two “omics” for the first time. We already knew that humans, in genetic terms, are very similar. If you were to catch two monkeys from the same tree, they would probably differ more than any two people anywhere in the world. The scientists have concluded that there is much more variety in the way our genes are regulated and deleted. This information is useful for people who want to know how a cell works or how humans work but more particularly for people who want to help when these things break down: doctors. Many disorders are connected to DNA, but the link is quite weak. A certain variation of a gene may mean a greater risk of something like multiple sclerosis or diabetes, but luckily not everyone with that variation actually becomes ill. “The associations with RNA are often far more direct”, explains bioinformatician Peter-Bram ’t Hoen from the LUMC department of Human Genetics. “Transcriptomics are a vital intermediary step and we need it to study the connection between genes and disorders.” “There has always been some debate about what exactly is determined by genes, and how much is affected by our environment”, conti-

nues ’t Hoen, one of the co-authors of the Nature article. “The impact of the environment in this study is relatively small, because we examined cells that had been cultivated in a standardised environment. In the future, we will be able to use techniques like this to determine the interactions between genes and the outside world. If we had used brain cells used instead of these corpuscles, the transcriptomes would be different, of course. Obviously, it would be useful to add other kinds of cells to this study. Certain genes that are very specific for a certain type of cell – brain cell genes, for example – are not active here, but much of this information can be used to extrapolate information about other cell types.” Part of Leiden’s contribution to the project consisted of ironing out wrinkles in the research method. ’t Hoen is the first author of a separate article in Nature Biotechnology in which the consortium explains how they needed to make the method as uniform as possible and examines how well they succeeded in doing that. It sounds easier than it was, because RNA is famously difficult to work with. “There are techniques that we know will still produce different results even if two analysts follow the same protocol. The method we chose was not too bad, thankfully, but even so, we still discovered deviances now and then, because one group had not used exactly the same device for the preliminary processing, for instance.” The Leiden researchers are teaming up with research groups in Groningen, Rotterdam and Amsterdam for the next step: to determine the transcriptomes of four thousand Dutch people – and not just one type of blood cell, but the complete cocktail of the different cell types you find in a blood sample. “It’s far more complex, but the information will be much richer.” How far can you go with this information? “It really is a fallacy to suppose that once we have all the transcriptomes, we will know the secret of life”, the researcher says emphatically. “That secret is far more complicated than we could ever imagine.”

Academische Agenda Prof.mr.dr. J.P. Boer zal op vrijdag 11 oktober een oratie houden bij de benoeming tot hoogleraar aan de faculteit der Rechtsgeleerdheid met als leeropdracht Algemeen Belastingrecht. Prof.dr. O.A. Haazen zal op vrijdag 17 oktober een oratie houden bij de benoeming tot hoogleraar aan de faculteit der Rechtsgeleerdheid met als leeropdracht Comparative and Transnational Civil Procedure. Mw. M. Sadatshirazi hoopt op dinsdag 15 oktober 2013 om 10.00 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Nearby and distant Starforming galaxies as seen through emission lines’. Promotor is Prof.dr. M. Franx. Dhr. A. Rahmati hoopt op dinsdag 15 oktober 2013 om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Simulating the cosmic distribution of neutral hydrogen and its connection with galaxies’. Promotor is Prof.dr. J. Schaye.

Mw. M. Erkelens hoopt op dinsdag 15 oktober 2013 om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘The Decline of the Chinese Council of Batavia’. Promotor is Prof.dr. J.L. Blussé van Oud-Alblas. Mw. M.P.M. Hensgens hoopt op dinsdag 15 oktober 2013 om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Risk factors, course and outcome of Clostridium difficile infections’. Promotor is Prof.dr. E.J. Kuijper. Mw. M.C. Aalders Grool hoopt op woensdag 16 oktober 2013 om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Verbal art of the Fon (Benin)’. Promotor is Prof.dr. M.P.G.M. Mous. Dhr. D.B. van Schalkwijk hoopt op woensdag 16 oktober 2013 om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Computational Modeling of Lipoprotein Metabolism to

Improve Cardiovascular Risk Prediction’. Promotor is Prof.dr. J. van der Greef. Dhr. A.N. Guiora hoopt op woensdag 16 oktober 2013 om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Rechtsgeleerdheid. De titel van het proefschrift is ‘Tolerating Extremism: To What Extent Should Intolerance be Tolerated’. Promotor is Prof.dr. P.B. Cliteur. Dhr. D.B.M. Hermans hoopt op donderdag 17 oktober 2013 om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Archeologie. De titel van het proefschrift is ‘Middeleeuwse woontorens in Nederland’. Promotoren zijn Prof.dr. H.L. Janssen en Prof. dr. D.J. de Vries. Mw. M.C.M. de Goeij hoopt op donderdag 17 oktober 2013 om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Disease progression in pre-dialysis patients; Renal function, symptoms, and healthrelated quality of life’. Promotor is Prof. dr. F.W. Dekker. Mw. C.T.M. Clevis hoopt op donderdag 17 oktober 2013 om 16.15 uur te promo-

veren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘LOCUS. Herinnering en vergankelijkheid in de verbeelding van plaats: van Italische domus naar artistiek environment’. Promotor is Prof.dr. C.J.M. Zijlmans. Mw. J.J. Geerling hoopt op woensdag 23 oktober 2013 om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Central nervous system control of triglyceride metabolism’. Promotoren zijn Prof.dr. P.C.N. Rensen en Prof.dr. J.A. Romijn. Dhr. H.A.M. Swellengrebel hoopt op woensdag 23 oktober 2013 om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Challenges in the Multimodality Treatment of Rectal Cancer’. Promotor is Prof. dr. C.A.M. Marijnen. Dhr. S. Anni hoopt op donderdag 24 oktober 2013 om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Images of Galois representations’. Promotoren zijn Prof.dr. S.J. Edixhoven en

Prof.dr. P. Parent (Université Bordeaux 1). Dhr. K.A. Miettinen hoopt op donderdag 24 oktober 2013 om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Elucidation of the secoirioid pathway from Catharanthus roseus’. Promotor is Prof.dr. J. Memelink. Mw. L. Lech hoopt op donderdag 24 oktober 2013 om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Birds trough a ceiling of alabast. Genderproblematiek in de romans van Hugo Claus’. Promotoren zijn Prof.dr. J.L. Goedegebuure en Prof.dr. M. Klein (Catholic University Lublin). Dhr. J. Yang hoopt op donderdag 24 oktober 2013 om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Promotion of the electrocatalytic reduction of nitrate’. Promotor is Prof. dr. M.T.M. Koper.


10 oktober 2013 · Mare 11 Cultuur

Agenda

Gekke bekken en hoekige dansers

FILM

Utopische idealen in De Lakenhal Aan het begin van de twintigste eeuw moest het allemaal anders in de kunst. Expressionisten stortten zich op hun wilde instincten, terwijl de constructivisten hun heil zochten in geometrische vormen. Door Sybren Eppinga Met een fluorkleurige loper worden de bezoekers van De Lakenhal naar een vrouw ge-

lokt. Het ‘Zittend naakt’ van expressionist Jan Wiegers is de opmaak tot meer bloot en een rijke collectie aan bijzondere stukken. In de tentoonstelling ‘Utopia 1900 -1940: Visies op een nieuwe wereld’ zijn beeldende kunst, fotografie, film, architectuur en mode te zien die de ‘Nieuwe Mens’ moeten vormen. Een paar jaar geleden trok De Lakenhal veel bezoekers met een tentoonstelling over Theo

Emil Nolde, Tanzerin (1913)

van Doesburg en De Stijl. Dat was reden voor verder onderzoek naar visionaire kunstenaars in de twintigste eeuw. De eerste decennia van die eeuw waren zwaar geweest, en kunstenaars kregen een hang naar een ‘nieuwe samenleving’. Zij gooiden het roer om, wilden hun utopische idealen vorm te geven. Dat ging twee kanten op: de expressionisme en constructivisme. Bij de expressionisten ging het om gevoel, individuele vrijheid, beweging, kleur én naaktheid. Zij wilden het ‘primitieve’ en ‘wilde gevoel’ oproepen om hun emoties de vrije loop te kunnen laten. Zoals de Duitse schilder Emil Nolde ooit zei: ‘De kunstenaar hoeft niet heel veel te weten. Het beste van alles is door hem instinctief te laten werken.’ Noldes schilderij Tanzerin is misschien wel het meest sprekende voorbeeld van de kunststroming. Een topless ar drie naakte mensen door de duinen rennen. Wie wil dat nu niet? In het expressionisme kan het. Daarnaast zetten kunstenaars film en fotografie in om alles te laten gaan. Kenmerkend zijn de foto’s van Ernst Ludwig Kirchner waar blote mensen ongegeneerd door de kamer heen lopen. Een opname van Mary Wigman toont een vrouw die gekke bekken trekt en lukrake bewegingen maakt. Uniek aan de tentoonstelling zijn de bijna honderd jaar

oude danskostuums met tierelantijnen, frutsels en vleugels van Lavinia Schulz en Walter Holdt, die voor het eerst in Nederland te zien zijn. De constructivisten gingen juist van gevoel naar ratio. Individualiteit werd ingeruild door uniformiteit en vrijheid door structuur. Beweging was voor hen mechanisch. Zoals Evert Rinsema het tegen Theo van Doesburg zei ‘de mens is van nature hoekig’. Bij het schilderij ‘Twee figuren in een landschap’ van Kazimir Malevich vallen de geometrische vormen meteen op. In plaats van een groep natuurlijk bewegende violisten toont Vilmos Huszár een stel houterige en geblokte muzikanten. En ook als Alexander Rodchenko een foto maakte van meisje dat aan ritmische gymnastiek doet, ziet dat er opeens mechanisch uit. In de architectuur stellen de constructivisten het ontwerp in dienst van de mens. Waar de expressionist Taut nog een indrukwekkend kleurige ‘Glashaus’ ontwierp, kwam Johannes Brinkman met het woonhuis Boevé als een soort blokkendoos. Rechtlijnige ontwerpen en makkelijk toegankelijk. Tegenwoordig noemen we het design. Utopia 1900-1940: Visies op een nieuwe wereld Stedelijk Museum De Lakenhal t/m 5 januari 2014

Maretjes

UVA MASTERWEEK 28 OKTOBER T/M 4 NOVEMBER Kies jouw master

MEL D J E W W W.U A A N O P M A S T E VA .N L / RW EEK

De prijs voor een Maretje bedraagt €8,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan. Nieuwe begeleiders gezocht voor bijles/huiswerkbegeleiding Buurthuis Vogelvlucht Leiden-Zuid. Eén leerling basisonderwijs groep 8 en zes leerlingen groep 7 helpen met begrijpend lezen, spelling en rekenen. Zes leerlingen uit groep 6 hulp bij lezen, woordenschat en rekenen. Drie leerlingen met vergoeding van €5,- per les. Drie leerlingen voortgezet onderwijs, één vmbo-havo, Engels, Nederlands en één MBO, rekenen en Engels, en één brugklasser, wiskunde, hebben ook hulp nodig. Leiden-Noord zoekt begeleiders voor twintig leerlingen basisonderwijs groep 5 t/m 7, waarvan drie met vergoeding. Voortgezet onderwijs, hulp voor: Irakees meisje, Engels, biologie, hbo-optimetrie; Marokaans meisje, Engels, wiskunde, 3havo; Afghaanse jongen, Nederlands, Spaans, brugklas; Irakese jongen, Engels, 2vmbo; Turkse jongen, wiskunde, biologie, 4gym; Marokkaans meisje, Engels, brugklas. Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma, wo en do, 15-17u. Tel: 0715214526. E-mail: hdekoomen@owwleiden.nl.

@ Bibliotheek Bijzondere Collecties

Vrijwilligerswerk in het buitenland? Wil je met straatkinderen werken in Azië, Afrika of Zuid-Amerika? Kom naar ons informatieweekend van 22-24 november 2013. Voor informatie en aanmelding: www.samen.org

‘Waarom waren zoveel vrouwen in de 19e eeuw vertaalster?’ Nina Kuin, alumna Cultuurgeschiedenis en Boekwetenschap & Handschriftenkunde

Deelnemers gezocht voor onderzoek naar voeding, stemming en cognitie. Gezonde, niet-rokende, vrouwelijke proefpersonen (18-30 jaar) die geen hormonaal anticonceptiemiddel (zoals de pil) gebruiken en een regelmatige menstruatie cyclus hebben. Het onderzoek bestaat uit een intake (ongeveer 1 uur) en een onderzoeksochtend (ongeveer 3,5 uur, waarvan 1 uur pauze). U wordt kort geïnterviewd, vult vragenlijsten in en doet computertestjes. Tijdens de onderzoeksdag slikt u een voedingssupplement (tryptofaan) of placebo. Beloning: € 30,- of 10 credits. Meer informatie: mail naar leiden.onderzoek@gmail.com Gediplomeerd docent met veel podiumervaring geeft dwarsfluitles of saxofoonles. Tevens improvisatie en/of muziektheorieles. Meer info : Pieter de Mast. 0715128229 of 0644154802 / pdemast@hetnet.nl / www.windstreken.com

TRIANON Gravity dagelijks 21.30 Blue Jasmine dagelijks 18.45 + 21.30 Hoe duur was de suiker za. zo. + wo. 14.00, dagelijks 18.45 Don Jon do. vrij. za. zo. 21.30 The Conjuring ma. di. wo. 21.30 KIJKHUIS Gloria dagelijks 19.00 Borgman dagelijks 21.30 La vie d’Adèle dagelijks 20.00 LIDO About Time dagelijks 18.30 + 21.30 Chez Nous dagelijks 18.45 2 Guns dagelijks 21.30 Rush dagelijks 18.45 Runner, Runner dagelijks 21.30 Smoorverliefd dagelijks 18.45 We’re the Millers dagelijks 21.30

M U Z IE K

QBUS Davinci Live! Vr 11 oktober 19.30 gratis entree De Leidse Danssalon Za 12 oktober 20.00 €10 Tingvall Trio Di 15 oktober 20.30 €15 Hannah Rickard & The Relatives Vr 18 oktober 20.30 €10 Trio Kamara / Mäshräp Za 19 oktober 20.30 €10 The Jeremy Pelt Show Wo 23 oktober 20.30 €10 SUB071 Paramnesia & Oak & The Fifth Alliance Zo 20 oktober 19.00 DE TWEE SPIEGHELS Christos Yerolatsitis Trio Vr 11 oktober 21.00 Aquabajo Za 12 oktober 16.00 Akki Haak band Zo 13 oktober 16.00 Jamsessie o.l.v. Jeen Rabs Ma 14 oktober 21.00 Unplugged Wo 16 oktober 21.00 Jeroen Vrolijk – Pianist Series Vr 18 oktober 21.00 Eric van der Reijden and friends Za 19 oktober 16.00 Karel Boehlee en Simone Pormes Zo 20 oktober 21.00 Jamsessie o.l.v. Sven Rozier Ma 21 oktober 21.00 STADSGEHOORZAAL Amsterdam Sinfonietta met Lavinia Meijer Wo 16 oktober 20.15 vanaf €22,50 Bijten in… Tuin der Lusten Zo 20 oktober 16.00 vanaf €66,50

T H EAT ER

IMPERIUM THEATER Is There Life On Mars? 11, 12, 18, 19, 24, 25, 26 oktober 20.30; 20 oktober 15.30 vanaf €10 THEATER INS BLAU Volksoperahuis: Tambú, a freedom song (try out) Wo 16 oktober 20.30 vanaf €14 Groots en meeslepend wil ik leven Vr 18 oktober 20.30 vanaf €13,50 LEIDSE SCHOUWBURG 50 Tinten… de parodie Wo 16 oktober 20.15 vanaf €10 Theaterwerk Spiriet: Eindeloos Do 17 oktober 20.15 vanaf €10 NUHR: Back to Basic (try out) Vr 18 & Za 19 oktober 20.15 vanaf €10 The Five Great Guitars Zo 20 oktober 14.30 vanaf €10 Onno Innemee: Ojee, Papadag Ma 21 oktober 2015 vanaf €10


12  Mare · 10 oktober 2013 Kamervragen

Bolwerkers

Neo-hippies

Foto Taco van der Eb

‘Om half twaalf slaapt iedereen’ Harriët Dijkstra (23), criminologie Huis: ‘Huize Boot’, Sumatrastraat 51 Bewoners: 9 Kamer: 18 m2 Betaalt: 400 euro Waarom ben je hier naar toe verhuisd?

‘Hiervoor woonde ik met drie andere meiden in een eengezinswoning. We hadden een grote woonkamer en een ligbad, en we waren heel hecht. De woonkamer was de centrale ruimte en ’s avonds keken we vaak nog even een serie met een wijntje erbij. ‘Daarom snapten veel mensen niet dat ik ging verhuizen. Mijn vorige huis was gezellig, maar ook vaak iets te gezellig. Ik ben snel afgeleid en studeren was daar niet altijd even gemakkelijk. Dit jaar wil ik al mijn punten halen. Dan is het goed om een eigen plekje te hebben.’

Je had eerst drie huisgenoten, nu heb je er acht. Zorgt dat niet juist voor meer drukte?

‘In dit huis wonen vooral mensen die in de laatste fase van hun studie zitten of net klaar zijn met studeren. Ze zijn druk bezig met solliciteren, zetten een eigen bedrijfje op, of hebben een baan. Na half twaalf ’s avonds ligt hier iedereen in bed, en voor negen uur ’s ochtends is iedereen de deur weer uit. ‘We willen geen jongerejaars die zijn hele dispuut uitnodigt en om half vier ’s nachts kotsend in de gang ligt. Het studentenleven staat hier niet meer op de eerste plaats. We hebben geen campuscontract, dus bewoners vertrekken op den duur omdat ze gaan samenwonen of een appartementje hebben gevonden.’

Wat zijn de voor- en nadelen aan deze kamer?

‘Mijn vorige kamer was 11m2. Het was een slaapkamer met een bureau erin. Nu heb ik meer het gevoel dat ik een woonkamer heb. Het is hier mooi licht door de grote ramen, er past een bank in en dankzij de hoogslaper heb ik veel ruimte. De fusie is niet langer de basis. Dat is mijn eigen kamer.’ Doen jullie niets samen?

‘Natuurlijk kom ik mijn huisgenoten hier elke dag wel even tegen, maar verder gaat iedereen vooral zijn eigen gang. We hebben wel een keer huisvergadering en een huisavond gehad, maar dat zal nooit vaste prik worden. Ik mis de gezelligheid van mijn vriendinnen soms wel, maar het was een bewuste keuze. Bo-

vendien kunnen ze altijd komen eten en zien we elkaar nog steeds regelmatig.’ Deze villa staat tussen de flats en rijtjeshuizen in de Kooi. Hoe reageren mensen als ze hier binnen komen?

‘Ze vinden het een mooi pand en als ze mijn kamer zien begrijpen ze meestal wel beter waarom ik verhuisd ben. Het huis is een gemeentelijk monument en was de kantoorvilla van de gebroeders Boot, die in de scheepsbouw zaten. Het huis is opvallend, maar toch weet bijna niemand dat het hier zit. Omdat ik in de Kooi woon, vragen vrienden soms of ze even mee naar huis moeten fietsen, maar ik voel me hier niet onveilig. Zo’n volksbuurt is juist wel gezellig.’ Door Petra Meijer

Bandirah

‘Universiteiten zijn net jongetjes die een wedstrijdje verplassen doen’, kopte het opiniestuk van ene Eva Teuling vorige week in de Volkskrant. Daarin trok ze van leer tegen het jaarlijkse gekwijl van Nederlandse universiteiten bij de publicaties van internationale rankings. Van Teuling vindt dat de liefde voor lijstjes doorslaat, meer nog: rankings zijn overbodig. Want wanneer je een bevlogen docent voor je hebt staan die goed onderwijs geeft, doen die dingen er eigenlijk niet toe. En daar ben ik het wel mee eens. Aan de andere kant vind ik het universalistische anti-rankingsgedachtegoed net zo goed doorslaan. Zeker voor studenten is onderscheid, ook tussen universiteiten, simpelweg belangrijker geworden. Want waarmee kun je je anders nog onderscheiden? Er zijn nu eenmaal erg veel studenten anno 2013 en door het overaanbod dreigen diploma’s minder waard te worden. Enquêtes laten steeds vaker zien dat werkgevers ervaring belangrijker vinden dan een diploma. En op basis van je cijfers kan je – met uitzondering van cum-laude-studenten - het verschil na afstuderen alvast niet maken. Of je nou een gemotiveerde student zonder herkansingen was of er drie jaar lang de kantjes van hebt afgelopen. Zelfs al deed je er zes jaar over: maakt het echt wat uit? Dan is het wel fijn als het verder volstrekt gelijke diploma dat je aan een potentiële werkgever kan voorleggen wél het logo van een net wat meer gerespecteerde universiteit draagt. Dat maakt lijstjes nuttig. Maar tegenwoordig lijkt het dus wel alsof onderscheid whatsoever taboe is geworden - en met een bacheloropleiding in de geesteswetenschappen achter de kiezen spreek ik als geen ander uit ervaring. Dan was ik nog maar eens in een college beland waarbij de combinatie van perfect nonchalant gekapte hipster douchebags/douchebaguettes met neo-hippies (type vierseizoenenjezussandalen en ongewassen aura) er onvermijdelijk voor zorgde dat elke discussie op een dooddoener strandde… Zucht. Om koppijn van te krijgen. Natuurlijk is iedereen gelijk en moeten we gelijke rechten hebben en alles, maar dat betekent niet dat Alles ook Kunst is en Iedereen Bijzonder. Want dan is simpelweg niks kunst en ook niemand bijzonder. De essentie van dat soort concepten zit ‘m juist in het onderscheid. Het prediken van het ‘iedereen is gelijk’-principe kan bovendien, als puntje bij paaltje komt, net zo goed doorslaan naar morele superioriteit. Hoe noemen hipsters dat ook alweer? O ja: ironie. Ook ironie, of tenminste als dusdanig bedoeld: mijn vorige column. De beledigingen daarin heb ik bewust belachelijk erg overdreven, juist opdat ze niet serieus zouden worden genomen. Het enige mikpunt van spot ook al had lang niet iedereen dat door - was ikzelf. Best wel hipster van me. Talitha DeHaene

Mare 5 (37)  

Leids universitair weekblad

Mare 5 (37)  

Leids universitair weekblad

Advertisement