Issuu on Google+

14 juni 2012 35ste Jaargang • nr. 31

Wilfrieds wielerporno Pagina 11

Nieuwsgierige kleindochter ontdekt het kampverleden van oma en wint prijs

Lichaamsdelen op sterk water geprepareerd voor de toekomst

Is er plaats voor God aan de universiteit? Hoogleraar natuurkunde vindt van wel

Pagina 3

Pagina 7

Pagina 8

Doe mij een groen biertje Hoe duurzaam zijn universiteit en studenten? Duurzame studentencollectieven schieten uit de grond en ook de universiteit wordt steeds milieubewuster. Al gebeurt dat vooral buiten het zicht van de studenten.

week een ‘groen lintje’ van GroenLinks Leiden vanwege vergevorderde duurzame plannen. Penningmeester Dirk de Graeff: ‘Vorig jaar hebben we de Commissie Minerva Groen opgericht, om het bestuur te ondersteunen. Grote bedrijven waarmee we samenwerken, hechten name-

lijk veel waarde aan duurzaamheid. Heineken is bijvoorbeeld bezig met het brouwen van groen bier. En SLS Wonen organiseert in september een wedstrijd in Minervahuizen rondom duurzaamheid. In samenwerking met milieuadviesbureau hebben we een architect gezocht, die ons gaat

begeleiden. Zonnepanelen op ons dak blijken nog niet rendabel, maar het bestuur 2012-2013 is al bezig met de voorbereidingen voor een ondergrondse WKO-installatie, voor warmte koude opslag.’

de met vijf van de 24 punten niet zo denderend bij Sustainabul Award, de jaarlijkse prijs voor de universiteit met het meest duurzame en transparante beleid. Dat was vooral te wijten aan het gebrek transparantie, verklaart Lody Kuling (22, student Energy Science in Utrecht) van Morgen, het landelijke studentennetwerk voor duurzaamheid dat de prijs in het leven riep. ‘We hebben gekeken naar de informatie die universiteiten via hun websites verschaffen. Wat wij daar niet vinden, weten studenten immers ook niet.’ Leiden eindigde nipt in de top vijf. ‘Op de website van de Universiteit van Maastricht, niet voor niets de winnaar, staat een helder document met berekeningen van de CO2-uitstoot en het energieverbruik. In het bedrijfsleven is dat heel normaal, op universiteiten nog niet. Afgezien daarvan kan Leiden de volgende keer ook wat extra punten in de wacht slepen door over te stappen op duurzaam printpapier.’ Duurzaamheid op de Leidse academie in beeld brengen is echter om verschillende redenen complex. Ten eerste is een goede vergelijking met andere universiteiten lastig. ‘De monumentale panden in de binnenstad zijn natuurlijk veel minder zuinig en efficiënt dan zo’n spiksplinternieuwe campus van de Universiteit Wageningen’, zegt Adri Noort, milieuadviseur van de Universiteit Leiden. Achter zijn bureau in het Leids Universitair Medisch Centrum hangt een aantal groene-stroomcertificaten aan de muur. Want binnen de slecht geïsoleerde muren van eeuwenoude universiteitsgebouwen werken energie-

teams hard aan een beleid dat toch in ieder geval zo duurzaam mogelijk is. Ten tweede is het lastig om dat werk in kaart te brengen. Noort: ‘De verantwoordelijkheid voor duurzaamheid is erg verdeeld. Inkopen, personeel, energieverbruik en milieubeleid zijn allemaal verschillende afdelingen. Ook veel faculteiten regelen zaken apart. In het jaarverslag staan wel wat korte stukken bij elkaar, maar een groot overzichtsdocument is er inderdaad niet.’ Dat heeft voorlopig ook geen prioriteit. Het budget en de beschikbare tijd worden liever gestoken in daadwerkelijke veranderingen. ‘Bovendien kunnen we die voorlichting nauwelijks uitbesteden, want voor het schrijven van zulke teksten is onze eigen specialistische kennis nodig,’ vult energiecoördinator Jeroen Wayenberg aan. Die houding siert de energieteams, vindt Marc Newsome van studentenpartij BeP, die duurzaamheid hoog op de agenda heeft staan. ‘Maar je bereikt er helaas niet veel studenten mee.’ Sinds enige tijd werkt Wayenberg wel samen met een groep studenten van SIFE (Students in Free Enterprise), het Green Mile Project. Dat vijfkoppige clubje constateerde ook dat duurzaamheid niet bepaald leeft onder studenten. Oprichtster Wies van Leeuwen (24, masterstudent Internationale Betrekkingen aan de UvA) bleef na haar bachelor in Leiden wonen. ‘Leidse studenten kunnen best wat leren van Amsterdam, waar al veel duurzame evenementen, acties en organisaties door en voor studenten zijn.’ Het Green Mile Project richt zich daarom niet alleen op het universiteitsbeleid, maar ook op het bewustzijn onder studenten. ‘Dat laatste heb je namelijk nodig om een draagvlak te creëren voor veranderingen. En het zou mooi zijn als studenten ook thuis het licht niet onnodig lang laten branden.’ Ook Minerva geeft het goede voorbeeld. De vereniging ontving vorige

Onder een joekel van een wit tentzeil dat in de hoek van de soos gespannen is, zitten ruim 200 in oranje uitgedoste Minervanen op een grote tribune te kijken hoe Denemarken het Nederlands elftal genadeloos in de pan hakt. De meisjes dragen Bavaria-jurkjes, de jongens Hema-hoedjes. ‘Wat een kutbeeld!’ roept een lid. Shirts met ‘Jup Holland Jup’ lopen voorbij. Op de tergende momenten dat Oranje doet alsof het een doelpunt probeert te maken, staan de fanatieke leden met de handen in het haar. Discussies over overtredingen zijn niet van de lucht. ‘Ja, maar dit was in het zestienmetergebied, en net negeerde de scheids ook al die andere overtreding van de Denen!’ ‘Waarom krijgen we geen hoekschop!?’ Nog voordat de scheids heeft afgefloten verlaten de eerste verslagen leden de tribune. De aansluitende barbecue moet het doen zonder zomerse temperaturen, zonder zon en zonder overwinning. JL > Voor meer Oranje gevoel, zie pagina 9

Mare zoekt een stagiair(e)

Artsen moeten aan studie meebetalen

‘Niemand is verantwoordelijk’

Bestuursjaar toch collegegeldvrij

Interesse in journalistiek? Bij Mare is vanaf september plaats voor een stagiair(e). Stuur brief, cv en artikel naar frank.provoost@mare.leidenuniv.nl.

Universitaire Medisch Centra moeten gaan bezuinigen. De ministeries willen dat specialisten jaarlijks € 13.400 meebetalen aan hun opleiding.

Buitenlandse beurspromovendi krijgen vaak geen eigen werkruimte en voelen zich niet gesteund. ‘Sommigen dreigen te vervreemden.'

Studenten hoeven tijdens een bestuursjaar geen collegegeld meer te betalen voor colleges die ze dat jaar toch niet volgen.

DOOR MARLEEN VAN WESEL Leiden scoor-

Pagina 2 en 5

> Verder lezen op pagina 4

Foto Taco van der Eb

JUP HOLLAND JUP!!!!

Pagina 4

Pagina 5

Bandirah Pagina 12


2  Mare · 14 juni 2012 Geen commentaar

Rijke stinkerds melken

Prachtig nieuws voor alle archeo-, socio-, psycho-, antropo- en egyptologen in spe. En ook bij communicatie-, beweging- en vrijtijdwetenschappers kan de vlag uit, om nog maar te zwijgen over historici, Neerlandici en studenten talen en culturen van Mesopotamië en Anatolië. Voorlopig hebben jullie afgedaan als melkkoe. De langstudeerboete wordt straks wellicht onrechtmatig verklaard door de rechter, het sociaal leenstelsel is dankzij hoge verkiezingskoorts uitgesteld. U en uw toekomstige mede-werklozen lijken voorlopig niet dieper in de buidel te hoeven tasten om jullie kansloze studies te voltooien. Geniet ervan. Het heeft allemaal te maken met een frisse blik. Wie universitaire bezuinigen enkel overlaat aan het verantwoordelijke ministerie snijdt zichzelf in de vingers. Die onderwijsbureaucraten komen altijd weer met iets lulligs. Dan schrappen ze ergens een gehandicaptenpotje, of een wezenwetje. Allemaal kruimelwerk. En dus gingen het ministerie van Financiën en Volksgezondheid maar eens meerekenen. En met succes: ze stuitten op goed bewaard gebleven goudmijn: artsen in opleiding. In een pas verschenen rapport beschrijven ze hoe er op de universitair medisch

Door Frank Provoost

Colofon Redactie-adres Pieterskerkhof 6 2311 SR Leiden Telefoon 071–527 7272 Fax 071–527 7288 Website mareonline.nl

centra kan worden gekort. Belangrijker dan het betoog is de soundbite. Die luidt in dit geval: een academisch ziekenhuis is ‘een bad met vijf kranen’. Goed gekozen, want je ziet de kapitalen al over de rand klotsen (en de spuigaten uitlopen, en die arme belastingbetalers maar dweilen met de kraan open, etc.). Een van de voorstellen om een van die kranen dicht te draaien: toekomstige dokters moeten tien procent van hun studiekosten zelf betalen. Dat komt neer op ongeveer 13.500 euro per jaar. Want, zo redeneert het ministerie, later als ze groot zijn, kunnen die rijke stinkerds dat makkelijk missen (zie pagina 5). Hè, hè. Eindelijk gerechtigheid. U kent ze wel. Die witte jassen waaronder veel te dure gaatjesschoenen prijken. Dat bekakte, ongeïnteresseerde toontje. Die oppervlakkige blik die uw lichaam minzaam keuren op mankementen. Dat vorstelijk salaris, die bruine gelaatstint opgedaan met zeil- en golfvrinden, en niet te vergeten: dat gratis abonnement op Arts & auto. Dat een geneeskundestudent na zes jaar studie(schuld) nog steeds onder aan de ladder moet beginnen, doet er niet toe. Dat artsen uiteindelijk dagelijks beslissen over leven en dood, daar gaan we niet over zeuren. Kaalplukken die handel. Het plan ligt inmiddels bij het kabinet. Of die het voor de nieuwe verkiezingen door de Kamer kan loodsen. Dan is er weer 425 miljoen euro verdiend. Maar wacht eens even. Is dat alles? Als de succesvollen van straks het nieuwe doelwit zijn, waarom het dan hierbij laten? Volgende patiënt graag! Wat te denken van al die welbespraakte rechtenstudenten die bij grote advocatenkantoren belanden, die verdienen straks toch ook bovenmodaal? En bij bestuurskunde krioelt het toch ook van high po’s? En die jarenlang karakters stampende sinologen, belanden die uiteindelijk niet gewoon bij het goedbetaalde bedrijfsleven, om nog maar te zwijgen over de bolleboosjes a.k.a. ‘future leaders of tomorrow’ van de university colleges? Laat die crisis maar komen. Zolang we kraantje voor kraantje dichtdraaien, worden we vanzelf rijk.

E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000

Column

Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl Redactie

Thomas Blondeau redactieleiden@gmail.com Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Judith Laanen redactie@mare.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl Medewerkers

Rivke Jaffe • Petra Meijer • Benjamin Sprecher • Anne van de Wijdeven Secretariaat Judith Laanen Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving Marijke Hoogendoorn • richgirl-design.com Drukwerk Dijkman Offset Amsterdam Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Fax 023 - 571 76 80 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • I. Bronstring • A. Brouwer • prof. dr. A.J.W. van der Does • B. van der Donk • J. Egberts • drs. B. Funnekotter • dr. H. Heestermans • prof. dr. J.J.M. van Holsteyn • Prof. dr. F. Israel • mr. F.E. Jensma • D. van der Klugt • A. Liemburg • R. Nieuwenkamp • mw C. Regoor • prof. dr. N.J. Schrijver Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op bankrekening 1032.57.950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200900100) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare. leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

Scheiße Een aantal weken geleden zat ik op de achterbank van een enorme glimmende Volkswagen, op weg naar München, niet wetende dat daar, op ‘s werelds grootste beurs voor recyclingtechnologieën, mijn wetenschappelijke carrière voorgoed uit het lood zou worden geslagen. En als niet voorgoed, dan toch op zijn minst voor de komende zes maanden. Ik deelde de auto met drie enorme monteurs van een elektronica recyclingbedrijf. Ze hadden mij tamelijk vroeg – om vier uur ‘s ochtends ging de wekker – opgehaald in Eindhoven, waar ik in een hotel verbleef. Uiteindelijk was het zowel goedkoper als sneller geweest als ik gewoon vanaf Amsterdam naar München was gevlogen, maar een aantal maanden eerder hadden de monteurs aangekondigd dat ze de kans om met 280 km/u over de Autobahn te scheuren niet aan zich voorbij lieten gaan, en mij leek het grappig om acht uur lang met drie enorme monteurs in een auto te zitten. Bovendien zou ik dan de tijd hebben om na te denken over mijn aanstaande en eerste wetenschappelijke publicatie. Een wetenschappelijke overwinning die zijn weerga niet zou kennen. Een unicum. Een publicatie die weldra op de meest wrede manier aan haar einde zou komen. Maar ik loop vooruit op de feiten. Mijn publicatie zou een overzicht geven van het recyclingpotentieel van het extreem obscure maar onmisbare metaaltje neodymium, dat voornamelijk gebruikt wordt om speciale magneten te maken voor elektromotoren en speakers. Zonder neodymium zouden onze smartphones en elektrische auto’s een stuk groter en zwaarder zijn. Vandaar ook mijn interesse in de recycling beurs; als ik ergens de laatste nieuwtjes op het gebied van metalenrecycling zou vinden, was het hier wel. De beurs was enorm. Willekeurige statistieken er waren 2,939 bedrijven aanwezig en de beurs had twee eigen metrostations - vallen in het niet bij de schier megalomane proporties van de tentoongestelde machines. Sommige apparaten waren zo groot als een vrachtwagen. Anderen zo groot als een huis. Iemand had zelfs een complete waterzuiveringsinstallatie gebouwd.

Enigszins verdwaasd dwaalde ik rond, tot ik ergens in een hoekje van beurshal 9-C een vijftal hokjes zag staan, behangen met posters en omringd door een haag van minstens honderd bierkratten. Hier waren studenten aan het werk, zoveel was duidelijk. En met werk bedoel ik natuurlijk bier drinken en zo min mogelijk met de overige conferentiegangers praten. Nog voor ik een woord had gezegd werd ik herkend als een van hen en kreeg een biertje in mijn handen gedrukt. Binnen vijf minuten ontstond een gesprek dat tegelijkertijd over statistische technieken als over booth babes ging; modellen die worden ingehuurd om foldertjes uit te delen. Een fantastisch fenomeen, zo was de consensus. Opeens stond daar Louise. Louise deelde ons mee dat booth babes géén fantastisch fenomeen waren. Een interessante opmerking, want in eerste instantie dacht ik dat ze er zelf ook een was, maar ze was, net als ik, promovendus. Bloedmooi, en blijkbaar ook nog eens intelligent. Geveinsd onverschillig vroeg ik haar wat voor onderzoek ze deed. Ze wees naar een van de posters achter haar. Recycling-Potenzial für Neodym-Magneten. Op dat moment, om 12.35 in hal 9-C van de München Beurs, realiseerde ik mij dat ik niet de enige was die aan dit onderwerp werkte. Ik had een concurrent. Een rivaal. Een wetenschappelijke nemesis. Scheiße. Tot aan de kleinste details, zoals het wegen van de magneetjes die in harde schijven zitten, was ons onderzoek identiek. Voorzichtig informeerde ik hoe ver ze al met haar onderzoek gevorderd was. ‘Oh’, zei ze achteloos, ‘ik stuur je de abstract van mijn paper wel op.’ Verschrikkelijk. Ze had haar paper zelfs al naar een journal gestuurd. Dus. Nu moet ik iets nieuws bedenken. Daar gaat mijn zomervakantie. Benjamin Sprecher is promovendus bij het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden


14 juni 2012 · Mare 3 Mensen

071 -527 …

‘Kan ze hier wel tegen?’ Kleindochter laat oma eindelijk praten over jappenkamp Nieuwsgierig naar het verhaal achter een oude foto, begon Robin van Doorn haar oma met vragen te bestoken. Ze tekende het verhaal op en won er een prijs mee. Door vincent bongers ‘Als je een slakje of rupsje zag, dan greep je die’, zegt Cato Siefken (1933). ‘Het maakte niet uit. Je vrat het.’ Siefken zat in het beruchte jappenkamp Tjideng in Nederlands-Indië. Van wat ze daar meemaakte, wist haar kleindochter Robin van Doorn (18) tot voor kort niets. Van Doorn is scholier op het Stedelijk Gymnasium in Leiden. Ze verwerkte de herinneringen van haar oma in een profielwerkstuk over kampen in Indië

en het grotendeels verzwegen leed van de kampbewoners. Ze won er de KNAW Onderwijsprijs voor het beste profielwerkstuk van het jaar mee. In september gaat ze film- en literatuurwetenschap studeren aan de Universiteit Leiden. ‘In de huiskamer van oma hangt een foto waar ze als klein meisje met haar vader in uniform op staat. Ik begon vragen te stellen. Ze ging er niet echt op in. Maar ik bleef doorvragen.’ Uiteindelijk begon Siefken te vertellen over een periode in haar leven waar ze nog nooit iets over had gezegd. ‘Het was al zo lang verzwegen, dan wil je dat blijven doen. Op een gegeven moment kwam ik er niet meer onderuit. In bed lag ik dan soms wel te denken: “Kan ze hier wel tegen?”

Van Doorn: ‘We hebben een hele goede band. Het is natuurlijk lang geleden en het zijn zulke pijnlijke herinneringen. Maar het is belangrijk dat het zwijgen wordt doorbroken. Dit is ook de laatste kans voor de mensen die het bewust hebben meegemaakt om te vertellen.’ In haar werkstuk schrijft ze dat er in het naoorlogse Nederland geen belangstelling was voor de verhalen van de mensen uit Indië. Daarnaast ging de kolonie verloren. Die gevoelige klap maakte het Indische leed nog mindere bespreekbaar. Siefkens vader was militair in Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). Hij werd in 1942 onthoofd door de Japanners. Siefken kwam met haar moeder en haar jongere broertje in Tjideng. Haar twee

Cato Siefken en haar nieuwsgierige kleindochter Robin van Doorn. Foto Taco van der Eb

oudere broers zaten in mannenkampen. ‘We moesten niet klagen, was het idee’, zegt Siefken. ‘Wij hoefden immers in Indië toch alleen maar de bananen van de boom te plukken. In Nederland werd er pas echt honger geleden.’ De omstandigheden in het kamp werden in de loop van de oorlog steeds slechter. Het oppervlak van Tjideng werd steeds kleiner en er kwamen steeds meer mensen. ‘Bij het gedèk, de omheining van het kamp, werd er eerst nog heimelijk handel gedreven met mensen van buiten. Later gebeurde dat niet meer, de straffen werden te zwaar. Zelf heb ik het ook een keer gedaan. Mijn moeder had een onderbroek van mijn vader bewaard. Iemand aan de andere kant van de omheining wilde die wel “bilikken” (ruilen) voor een ei. Ik stak de onderbroek door het gedèk. Zo gauw ik het ei te pakken had, dacht ik: “Nee, die onderbroek krijg je niet.” En ik trok ‘em terug. Je wordt een haai hoor.’ En zelfs de eierschaal werd gebruikt. ‘Die vermaalden we tot fijn gruis, dat likte je dan op. Dat was goed voor de benen en tanden.’ Na de capitulatie van Japan kwam er geen einde aan de ellende. De bewakers moesten nu de kampbewoners beschermen tegen in opstand gekomen Indonesiërs en allerlei rondtrekkende bendes. ‘Terug in Nederland was het vooral koud. Toen we van de boot af kwamen, werden we weer in rijen gezet, dat waren we onderhand wel gewend. We waren een stelletje luizige sloebers. En ook dom, want onderwijs was verboden in het kamp. Maar we hebben het toch gered.’ Van Doorn krijgt veel positieve reacties op haar werkstuk. Gaat ze door met onderzoek? ‘Ik ga eerst studeren en heb interesse voor heel veel dingen. Maar ik wil het niet kwijt, het is ook mijn eigen geschiedenis.’

Frutti di Mare

Vuvuzela’s en hoofden op sterk water Door Marleen van Wesel Met een vuvuzela wijst hij naar de fietsenstallingen naast de taxistandplaats. ‘Je zou misschien niet verwachten dat deze plek veel met Afrika te maken heeft,’ zegt Jos Damen aan het begin van de stadswandeling Safari in Leiden op het Stationsplein. ‘Maar in de flat die daar niet meer staat, zat ooit het Afrika-Studiecentrum.’ De Afrikasafari langs de oer-Hollandse grachten is een van de activiteiten bij het 65-jarig jubileum van het ASC. Zo’n veertig mensen zijn afgekomen op de aankondiging, waarin de vraag werd opgeroepen of er in Leiden Afrikaanse hoofden op sterk water te vinden zijn. Maar voor die vraag beantwoord wordt, volgt de groep eerst de gids richting Museum Volkenkunde. ‘Hier gaan we niet naar binnen, maar een bezoek aan de Afrikaanse zalen is zeker aan te bevelen.’ Ook Djebena, het enige Afrikaanse restaurant van Leiden, krijgt een snelle aanbeveling, terwijl Damen zijn gevolg tussen de langsrazende brommers en auto’s over het Noordeinde loodst. Studenten Suzanne van der Meer (21, taalwetenschap) en Anne Hoogerbrugge (23, culturele antropologie), die samen het keuzevak Swahili volgen, horen nog niet echt iets nieuws. ‘Ik voel me wel een beetje een toerist’, bekent Hoogerbrugge met enige schroom.

‘Hier, op de derde verdieping, was het ASC in de beginperiode gevestigd’, vertelt Damen even verderop, zijn vuvuzela gericht op Rapenburg 45, waar Koningin Beatrix later tijdens haar studententijd woonde. Vermeldenswaardiger is de gedenksteen voor Herman Coster op het binnenplein van het Academiegebouw. Coster, voorzitter van het Studentencorps in 1889-1990, sneuvelde op heroïsche wijze tijdens de Tweede Boerenoorlog in Zuid-Afrika, waar hij als advocaat werkte. Over het Academiegebouw weet Damen nóg een Afrikaanse anekdote. ‘In 1742 promoveerde hier de voormalige slaaf Jacobus Capitein, waarschijnlijk de eerste zwarte Afrikaan ooit die dat voor elkaar kreeg. Opvallend genoeg verdedigde hij de stelling dat christenen als slaaf mochten worden gehouden.’ Het gezelschap passeert de Hortus, zonder de Afrikaanse planten waarover Damen vertelt daadwerkelijk te zien (‘overigens wel een aanrader’) en later volgen nog de Afrikaanse cadeauzaak Het Steentje en de Wereldwinkel (helaas gesloten, maar eveneens aanraders). Bij Velvet Music Leiden houdt Damen halt om te vertellen over Afrikaanse muziekinvloeden. ‘Dat wist ik dan weer niet,’ zegt Hoogerbrugge verrast. ‘Dat er een Velvet in Leiden zat.’ Het pand op Oude Vest 79 is wel een écht

onderdeel van de Afrikaanse geschiedenis. Daar hield in de jaren zeventig de Nederlandse anti-apartheidsgroepering Boycot Outspan Aktie kantoor, bekend van de poster met het hoofd van een zwarte Zuid-Afrikaan op een sinaasappelpers met de begeleidende tekst: ‘Pers geen Zuid-Afrikaan uit.’ De tocht eindigt voor de Lakenhal, waarin een gravure te vinden is waarop de Leidenaar Jacob Domus om nog altijd onbekende redenen een kaart van Afrika

samenbrengt met Leidse Ontzethelden. Een van de deelnemers heeft nog één vraag: ‘Hoe zit dat nu met die hoofden op sterk water?’ Damen was het bijna vergeten te vertellen. ‘Zo’n 180 jaar lang bevond het hoofd van koning Badu Bonsu II zich inderdaad in een preparaatpot in een kast van het Anatomisch Museum. Na tussenkomst van Arthur Japin is het in 2009 echter teruggebracht naar Ghana.’ De laatste safari is op zo 24 juni, 14 u, ascleiden.nl

Gids Jos Damen bij de plek waar ‘waarschijnlijk’ de eerste zwarte Afrikaans een doctorstitel haalde. Foto Taco van der Eb

Rector in onderbroek Op de Gay Pride wappert ook de vlag van de Universiteit Leiden. Maar het Leids college van bestuur zal niet meevaren op de University Pride-boot. Een financiële bijdrage bleef ook uit. En dat stoot Simone de Ruyter, voorzitter van de Leidsche Ganymedes Borrel tegen de borst. Wat is er aan de hand? ‘Op de Gay Pride vaart dit jaar een boot mee met mensen van de UvA, VU, het AMC en de universiteiten van Maastricht en Leiden. Al die colleges van bestuur hebben daar een bijdrage aan geleverd, behalve de Leidse. Daar hebben wij, als netwerk voor gelijk-, dubbel-, en andersgeaarden, om verzocht. Hun reactie was: “Leuk ideetje maar universitair geld is voor onderwijs en onderzoek bedoeld.” Volgens mij snappen ze niet hoe belangrijk het is om een signaal hierover te geven. Bovendien organiseren ze wel een Week van de Diversiteit. Dat is toch ook geen onderwijs of onderzoek?’ Nee, maar misschien vervult de universiteit al wel haar morele plicht daardoor. ‘Die week is ook heel goed, we doen er zelf aan mee. Maar waarom is Leiden de enige die achterblijft?’ Het college van de UvA draaide pas later bij. ‘Ja, pas toen de vereniging daar zelf aan het inzamelen sloeg en via een tientjesactie veel aandacht trok, reageerde het college van: “We gaan wel steun geven. Zo was het niet bedoeld.”.’ Jullie kunnen toch ook zelf gaan inzamelen. ‘Dat hebben we gedaan. Onder onze leden zijn we gaan inzamelen en we hebben zeshonderd euro binnengehaald. We hebben nog vijfhonderd euro nodig nu.’ Krijgen jullie als vereniging geld van de universiteit? ‘Ja. We hebben wat ondersteuning.’ Nou dan… ‘Het gaat sowieso door. We gaan ons best doen om er te staan. Maar de Universiteit Leiden mist hier de mogelijkheid om een duidelijk standpunt te maken. Het verbaast me enigszins dat ze daar geen gebruik van maken. We hadden ook gevraagd of iemand van het college wou meevaren op de boot. Maar ook dat wilden ze niet. Terwijl er ook boten van de politie of defensie meevaren. We hebben benadrukt dat we het een waardige, academische uitstraling wilden geven. Het is al lang niet meer zo dat iedereen op de Gay Pride in zijn onderbroek staat.’ Varen collegeleden van andere universiteiten wel mee? ‘Niet dat ik weet.’ Socioloog Laurens Buijs zei in 2008 dat studentenverengingen nog steeds een moeizame relatie hadden met andersgeaarden. Speelt dat nog steeds? ‘Wij horen nog altijd verhalen van hoe sommigen het moeilijk vinden om uit de kast te komen op hun club, ja. Daarbij moet gezegd dat in ons oprichtingsbestuur twee leden zaten die zich prima voelden op hun vereniging. Maar het is nog steeds zo dat je afwijkt. En hoe stereotieper je directe omgeving is, hoe groter je afwijking.’ TB Wie doneren wil of interesse heeft in de activiteiten van de Leidsche Ganymedes Borrel kan terecht op de site www.de-lgb.nl


4  Mare · 14 juni 2012 Nieuws

Langstudeerboete De Eerste Kamer is akkoord met maatregelen van Halbe Zijlstra, staatssecretaris voor het Hoger Onderwijs, om deeltijdstudenten en gehandicapten te compenseren die onevenredig hard worden getroffen door de langstudeerboete. De staatssecretaris kwam met een spoedwet waarin hij de nodige zaken repareert. Deeltijdstudenten en gehandicapten die buiten hun schuld studievertraging oplopen, moeten maar bij de profileringfondsen van hun universiteiten aankloppen. Den Haag stort de komende vijf jaar telkens 10 miljoen euro in de fondsen om de verwachte hogere vraag naar financiële bijstand op te kunnen vangen. Twee weken geleden stemde de Tweede Kamer al in met de spoedwet.

Nederland glijdt weg Nederland glijdt ten opzichte van wereldwijde concurrenten langzaam af op het gebied van innovatie, dat blijkt uit het rapport Staat van Nederland Innovatieland 2012 van TNO, dat vorige week verscheen. Nederland is niet meer dan een goede middenmoter, constateert het onderzoeksinstituut. Er is sprake van een geleidelijke maar consequente afname in research&development-uitgaven door bedrijven. Ook de overheid geeft minder geld uit aan onderzoek. Op diverse gebieden is er stilstand. Terwijl andere landen juist opkomen door in kennis en innovatie te investeren. Volgens de onderzoekers zijn forse aanpassingen van het beleid nodig. Ook is innovatiebeleid in Nederland ‘in toenemende mate gepolitiseerd.’ Terwijl landen als Duitsland juist hun beleid ‘ontpolitiseren, weg van het ideologische links-rechts debat.’Verder moeten er meer bèta’s opgeleid worden, en is het van groot belang dat Nederland talent vanuit het buitenland kan aantrekken en behouden.

Cultureel festival Het International Student Network (ISN) Leiden organiseert op zondag 17 juni het Cultural Festival. De festiviteiten vinden plaats in de Oude Universiteitsbibliotheek op Rapenburg 70. De hele dag zullen studenten uit meer dan twintig landen door middel van drankjes, lokale gerechten en optredens hun cultuur tot leven brengen. Het thema van de zesde editie van het festival is ‘Cultuur en Gelijkheid’. Entree is vijf euro; kinderen tot 10 jaar en ouderen boven de 65 mogen gratis naar binnen. De deuren zijn open van 12 tot 20 uur.

Subsidie Eiwitonderzoeker prof. dr. Marcellus Ubbink van het Leids Instituut voor Chemie heeft van subsidieverstrekker NWO een beurs van bijna 2,2 miljoen euro gekregen. Met dat geld mag hij een faciliteit opzetten om kennis te delen op het gebied van NMR (kernspinresonantie). Dat is een krachtige techniek waarmee atomen bestudeerd kunnen worden.

Verdwijnt Leidse ‘r’? De Leidse ‘r’ lijkt langzaam te verdwijnen. Dat concludeerde Laura Borger (23, masterstudent Latin American Studies) na een klein onderzoekje met twee andere studenten onder vijftien Leidenaren in de leeftijd van negen tot 64 jaar. ‘Jongeren, en dan vooral vrouwen, lijken hun accent het snelst te verliezen,’ legt de geboren Leidse uit, zonder noemenswaardig accent. Het onderzoek was een opdracht bij het vak Language Shift, Maintenance and Revitalisation. Momenteel schrijft Borger aan haar scriptie over het gebruik van het woordje ‘er’ door Spaanstaligen die Nederlands leren. ‘Maar na alle aandacht voor dit onderzoekje overweeg ik meer te doen met het Leidse accent. Wie weet zit er een PhDonderzoek in.’

‘Ik ben een mens, geen ding’ Beurspromovendi: ‘Niemand is verantwoordelijk voor ons’ Buitenlandse beurspromovendi hebben vaak geen eigen werkruimte en voelen zich niet gesteund. ‘We bevinden ons in een grijs gebied.’ Voor ondersteuning zijn ze afhankelijk van de goedertierenheid van instituten en faculteiten. Niets is vanzelfsprekend. Een aantal van deze beurspromovendi vroeg onlangs in een brief aandacht voor hun problemen. Ze willen af van de willekeur en het gebrek aan faciliteiten. Het college van bestuur schrok van de klachten en heeft beloofd de problemen op een rijtje te zetten en op zoek te gaan naar oplossingen. Ook hebben promovendi al overleg gehad met instituutsbestuurders over hun situatie. Maar wat is er nu precies aan de hand? Wen Pan en Xinrong Ma zijn beide uit China gekomen om bij

Door Vincent Bongers

politicologie te promoveren. Hun onderzoek wordt gefinancierd door universiteiten in hun thuisland. ‘Een probleem is dat niet duidelijk is, wie nu precies verantwoordelijk voor is ons. De faculteit, het instituut of de ‘graduate school,’ zegt Xinrong Ma. ‘Overal is de situatie weer anders.’ Wen Pan: ‘Onze positie bevindt zich in een grijs gebied.’ De beurspromovendi begrijpen dat hun situatie anders is dan die van aio’s. Toch zouden ze het prettig vinden als zij over vergelijkbare faciliteiten konden beschikken. ‘Ik ben hier al drie jaar’, zegt Wen Pan. ‘Van tevoren was mij al verteld dat ik geen kantoor zou hebben. Dus dat was geen verrassing. Mijn begeleider heeft wel geprobeerd een werkruimte voor mij te vinden, maar dat lukte niet. Ik werk nu in de bibliotheek.’ De ongelijkheid met reguliere promovendi levert vervelende proble-

men op. ‘Aio’s krijgen een kopieerkaart. Ik niet. Ook moet ik betalen voor cursussen zoals presentatietrainingen, die voor reguliere promovendi gratis zijn. Hetzelfde doet zich voor als je bijvoorbeeld naar een belangrijk congres wil. Dat is voor “gewone” promovendi vaak gratis. Voor ons is dat heel moeilijk te regelen.’ ‘Een deel van de externe promovendi is voltijds in Leiden,’ zegt Iraniër Behrouz Karoubi, die taalkundig onderzoek doet. ‘Dan moeten er wel basisvoorzieningen zijn, zoals een werkplek, gratis kopiëren, etc. Anders is het heel lastig werken. Het is niet vanzelfsprekend dat een beurspromovendus hulp krijgt. Ik heb geluk dat gebruik kan maken van een ruimte in het Huygensgebouw. Die moeten we delen met acht man. Maar dat is te danken aan de inzet van de faculteit. Ze zijn niet verplicht om iets te doen. Niemand is verantwoordelijk.’

Het geeft een extra psychologische druk. ‘Sommigen dreigen te vervreemden. Het is heel vermoeiend allemaal.’ ‘Ik heb wel een kantoor, maar niet op de verdieping van politicologie’, zegt Xinrong Ma, die hier nu negen maanden is. ‘Je bent toch geïsoleerd van je collega’s.’ Wen Pan: ‘Het probleem is dat we niet echt betrokken worden bij het werk van onze collega’s in het instituut. Er is een gebrek aan communicatie. Dat mis ik. We willen dat we op de mailinglist van het instituut komen te staan. Zodat we op de hoogte zijn van alle ontwikkelingen.’ Wen Pan wil graag onderdeel uitmaken van een team. ‘Emotionele ondersteuning is ook heel belangrijk. Ik ben een mens, geen ding.’ Veel Chinezen vragen ons of het een goed idee is om in Leiden te promoveren, zegt ze. ‘Ze krijgen het idee dat het instituut arm is.’

‘Vraag om fair trade in de kantine’ > Vervolg van de voorpagina Geleidelijk centraliseert het universitaire milieubeleid zich, zegt Wayenberg. Het afval van alle faculteiten gaat sinds 2011 niet meer naar verschillende inzamelaars. Ook de communicatie verbetert. ‘Het energieverbruik wordt sinds dit jaar beschreven in rapporten. Metingen gaan steeds vaker automatisch, waardoor er meer cijfers beschikbaar komen. Zo krijgen we steeds meer inzicht in de effectiviteit van maatregelen en het verbruik per gebouw. De Universiteitsbibliotheek verbruikt bijvoorbeeld meer energie door het verruimen van de openingstijden. Als je ziet hoe hoog dat verbruik wel niet is, en hoeveel studenten er gebruik van maken, kun je je afvragen of het wel de moeite is.’ Ook voor studenten worden de verbruikscijfers toegankelijker. ‘In Plexus komen monitoren te hangen die het resultaat van de zonnepane-

len op het dak tonen.’ Ook het effect van PC PowerManagement, het paradepaardje van het Green Mile Project, zal op de schermen te zien zijn. Van Leeuwen: ‘Dat houdt in dat op de computers energiezuinige instellingen worden geïnstalleerd, waardoor ze tijdens koffiepauzes op een nauwelijks verbruikende slaapstand overschakelen.’ Op de UvA zag ze dat dit zeventien euro per computer per jaar scheelt. ‘Met 3000 VUW-computers levert dat behoorlijk wat op.’ Sinds de universiteit in 2010 volledig op groene stroom is overgestapt is de emissie van CO2 met 75 procent gedaald. De elektriciteit is namelijk CO2-vrij, maar aardgas en koudemiddel zorgen nog voor uitstoot. De koelinstallaties van de universiteit gebruikten in 2011 40,8 kilogram koudemiddel, wat overeenkomt met een uitstoot van 154.000 kilogram CO2. De uitbreiding van warmte-koudeopslag als natuurlijke energiebron, zal tot een energiebe-

sparing leiden. Wayenberg: ‘Met dat zogenaamde WKO-systeem gebruiken we de warmte en de kou die verschillende seizoenen met zich meebrengen.’ Het is een van de maatregelen waarmee de Universiteit Leiden zich probeert te houden aan het MJA3-convenant. Alle Nederlandse universiteiten ondertekenden in 2008 deze meerjarenafspraak, waarin ze vastlegden dat ze hun energie-efficiëntie tussen 2005 en 2020 met dertig procent zullen verhogen. Wayenberg: ‘Duurzamer en efficiënter werken betekent niet dat het totale verbruik moet dalen. Dat lijkt misschien paradoxaal, maar de universiteit groeit en moderniseert voortdurend. Dat kost ook stroom.’ Noort benadrukt dat het verbruik zonder maatregelen nóg veel hoger zou zijn geweest. ‘Wel vrees ik dat we wat achterlopen op het MJA3-schema. Maar de komst van de bètacampus maakt straks enorm

veel goed.’ Het complex moet uiteindelijk ‘very good’ scoren volgens de normen van BREEAM-NL. Dat is een beoordelingsmethode voor duurzaamheidprestaties. Voor studenten die intussen zelf een duurzame bijdrage willen leveren, heeft Kuling nog twee tips: ‘Je kunt bewust de mogelijkheden grijpen die er al zijn, zoals kiezen voor fairtradeproducten in de kantine. De catering koopt in Leiden namelijk al voor 51 procent duurzaam in. Daarnaast kun je expliciet vragen om de mogelijkheden die ontbreken, zelfs aan de kantinejuffrouw of in de copyshop. Zo dringt de vraag zich van onderaf op en geef je de energiecoördinator een grotere stem.’ Geïnteresseerde studenten kunnen terecht op het Symposium Duurzaamheid: Trend of toekomst? Minerva organiseert deze bijeenkomst op dinsdag 26 juni. Meer informatie: www.groenegenen.nl.


14 juni 2012 · Mare 5 Nieuws

Specialisten in spe moeten betalen Bezuinigingen maken opleiding duurder en korter Een ambtelijke werkgroep wil 425 miljoen bezuinigen op de Universitaire Medische Centra. Vooral de specialistenopleiding zou eraan moeten geloven: die moet korter, en met een eigen bijdrage van € 13.400 per jaar. Door Bart Braun Als een Universitair Medisch Centrum (UMC) op zijn best werkt, doet het alles in één. De arts in opleiding helpt een patiënt, onder het toeziend oog van een hoogleraar die de gegevens van de patiënt verwerkt in zijn studie naar de beste behandeling. Onderwijs, zorg en onderzoek gaan hand in hand. De overheid, daarentegen, is sterk versnipperd, en besteedt een deel van de ziektekosten uit aan de zorgverzekeraars. Daardoor komt het geld voor het bovenstaande scenario uit allerlei bronnen: collegegeld, zorgpremie, onderzoekssubsidies, de ministeries van Onderwijs en van Volksgezondheid. ‘De financiering van de UMC’s is als een bad met vijf kranen’, stelt een ambtelijk rapport van verschillende ministeries.

De overheid moet bezuinigen, en daarom was er een werkgroep opgezet die kon kijken hoe de UMC’s hun geld besteden, en of die kranen wellicht wat dichter konden. Die eerste vraag bleek lastig te beantwoorden. ‘In de praktijk blijkt echter niet alleen moeilijk te onderscheiden welke geldstroom voor welk doel wordt ingezet, ook is het onduidelijk in hoeverre de geldstromen bijdragen aan de resultaten van de UMC’s’, aldus het rapport. De opstellers pleiten dus nadrukkelijk voor meer transparantie. Met de tweede vraag kunnen de ambtenaren beter uit de voeten. Er kan algemeen geld weg, en geld voor de zogeheten topreferente zorg: superspecialisaties voor patiënten die nergens anders terecht kunnen. De specialistenopleidingen in het buitenland zijn korter en dat zouden die in Nederland dus ook kunnen worden. En aangezien specialisten in opleiding later topverdieners worden, kunnen die best tien procent van hun opleiding bijdragen: jaarlijks zo’n € 13.400 per persoon. Een arts in opleiding tot specialist verdient volgens de CAO ergens tussen de dertig en veertig mille per jaar.

De totale bezuinigingen komen neer op 425 miljoen. Volgens een berekening van de website Scienceguide zou 43 miljoen daarvan op rekening van het LUMC komen. Of die bezuinigingen ook doorgaan, is nog onduidelijk. Het rapport ligt nu bij het kabinet, en als dat de conclusies al deelt, moeten de maatregelen nog door de Tweede Kamer. De Nederlandse Federatie van UMC’s zijn uiteraard niet blij met de conclusies van dit zogeheten Interdepartementale BeleidsOnderzoek (IBO). Meer transparantie, oké, maar ‘De NFU merkt op dat onvoldoende transparantie niet gelijk staat aan ondoelmatigheid. Sterker nog: Nederlandse umc’s presteren op het gebied van complexe en topreferente zorg ook in internationaal opzicht zeer goed, voor een bedrag dat aan de lage kant is in vergelijking met de ons omringende landen’, aldus een reactie op hun website. De Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten denkt er hetzelfde over: ‘Het IBOrapport miskent de efficiency en de kwaliteitsvoordelen van de inrichting Universitair Medische Centra’ stelt zij.

Geen collegegeld tijdens bestuursjaar Studenten hoeven voortaan tijdens een fulltime bestuursjaar geen collegegeld meer te betalen voor colleges die ze dat jaar toch niet volgen. Daarbij verliezen ze hun ondersteuning door het profileringsfonds niet. De Tweede Kamer heeft deze week namelijk het amendement Collegegeldvrij Besturen aangenomen. ‘Het amendement verplicht onderwijsinstellingen overigens tot niets,’ nuanceert Jan Broers, voorzitter van de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV). ‘Ze hebben zelf de vrijheid om te beslissen of ze deze mogelijkheid aanbieden.’ Een extra winst voor studenten van

deelnemende universiteiten is dat het jaar waarin ze niet ingeschreven staan niet meetelt voor de langstudeerdersboete. De regeling geldt niet alleen voor bestuurders van verenigingen, maar ook voor studenten die zich gedurende een jaar toeleggen op topsport, medezeggenschap of bijvoorbeeld het bouwen van een Solarauto. Het amendement is geïnitieerd door Kamerleden Anne-Wil Lucas (VVD) en Boris van der Ham (D66) en geldt vanaf 1 september 2012. Broers: ‘De bal ligt nu bij de onderwijsinstellingen. Zij moeten namelijk eerst hun Onderwijs- en Examenregelingen aanpassen.’ Hoe de Universiteit Leiden hier tegenover staat is nog niet bekend.

Het college van bestuur heeft over de kwestie namelijk nog geen standpunt ingenomen. De universiteiten van Tilburg en Utrecht zien af van de maatregel, onder meer vanwege de kosten. Ook Zijlstra is niet enthousiast. Volgens hem is het een onnodige uitzondering op de langstudeerdersboete. Bovendien is het oneerlijk tegenover parttime-bestuurders, die er immers ook veel zijn. MvW

Studentenreisrecht ingekort Vanaf september 2012 kunnen studenten alleen nog maar voor de nominale studieduur plus één uitloopjaar gebruik maken van de ov-studentenkaart. Dat is een inkorting van twee jaar. Voor huidige studenten die momenteel een ov-studentenkaart hebben, gaat deze regeling op 1 januari 2013 in. Voor wie momenteel geen reisrecht heeft, namelijk nieuwe studenten en een kleine groep die vanwege vertraging de studiefinanciering en het reisrecht tijdelijk stopgezet heeft, geldt de regel in september al. Het wetsvoorstel, dat nog behandeld wordt in de Eerste Kamer, kan op veel kritiek van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) en de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) rekenen. Studenten die hun reisrecht hierdoor verliezen zijn namelijk vaak aan het einde van hun studie. Juist zij moeten vaak veel

reizen voor stages en vakken in andere steden. De plannen daarvoor hebben ze momenteel al gemaakt. GroenLinks stelde daarom voor om het reisrecht iets flexibeler te maken. Studenten zouden dan halverwege hun studie het reisrecht een jaar stop kunnen zetten, om aan het einde een jaar extra te hebben. Staatssecretaris Halbe Zijlstra voelde niets voor dat voorstel, omdat het reisrecht gekoppeld is aan de studiefinanciering. Beide onderbreken kan wel, maar de mogelijkheid om alleen het reisrecht tijdelijk stopzetten en nog wel studiefinanciering ontvangen is lastig te realiseren. ‘DUO heeft aangegeven dat een dergelijke aanpassing bijzonder complex is en niet op korte termijn in de bestaande processen kan worden doorgevoerd’, liet hij afgelopen week weten in een brief aan de Tweede Kamer. Bovendien zou het volgens de staatssecretaris te duur zijn om het systeem te veranderen. MvW

Nederlandse wiskunde hoopt op geld Wiskundig toponderzoek in Nederland verdient een hogere financiering. Een van de aanleidingen voor het verzoek is de recente bloei in de Nederlandse wiskunde. Dat staat in het advies Masterplan Toekomst Wiskunde 2.0, dat vorige week door het Platform Wiskunde Nederland (PWN) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) werd aangeboden aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In de laatste vijf jaar is het aantal eerstejaarsstudenten verdrievoudigd tot ongeveer vijfhonderd, terwijl de staf zich nauwelijks heeft uitgebreid. De schrijvers hopen op een duurzame financiering voor wiskundig onderzoek en een verhoging van het NWO-budget. Op termijn zal het bij elkaar gaan om 21,5 miljoen euro. Wiskunde is volgens het adviesrapport immers onontbeerlijk voor iedere technologi-

sche ontwikkeling. ‘De realisatie van deze aanbevelingen zal tevens een flinke impuls geven aan de impact van wiskunde in de maatschappij,’ is dan ook te lezen. Remco van het Hofstad, hoogleraar aan de TU Eindhoven en voorzitter van het Masterplan, is benieuwd hoeveel het ministerie uiteindelijk overheeft voor de wiskunde. ‘Vooralsnog ontvangen de wiskundeclusters een overgangssubsidie van NWO, maar die stopt in de loop van 2013. Ook voor de Universiteit Leiden is dit een belangrijke zaak. Leiden is namelijk sterk vertegenwoordigd in de clusters en heeft behoorlijk geprofiteerd van de financiering die er tot nu toe was. Maar ook andere sectoren, zoals natuurkunde, biologie en scheikunde, zijn gevraagd om zo’n plan te maken. We wachten de ontwikkelingen in de politiek tot Prinsjesdag af, maar we zijn ervan overtuigd dat we een sterk plan hebben.’ MvW

Bèta’s voelen parkeerpijn Nu de nieuwbouw op de Leeuwenhoek is begonnen, groeien de parkeerproblemen. ‘De tijd dat er alle ruimte was, is voorbij.’ Tijdens zijn laatste faculteitsraadvergadering, in 2007, gaf de vorige bètadecaan Frans Saris een belangrijke bestuurstip. ‘Je moet nooit de problemen met parkeerplaatsen en climate control oplossen, want als je dat hebt gedaan gaan de mensen ineens opletten op wat voor beleid je aan het voeren bent.’ Toch zag GertJan van Helden, directeur bedrijfsvoering van FWN, er maandag niet uit als iemand die zorgvuldig een parkeerprobleem had opgebouwd. ‘Ik kan er geen parkeergelegenheid bijmaken’, verzuchtte hij. Schijnbaar machteloos hief hij de handen ter hemel. Het aantal studenten en promovendi van zijn faculteit stijgt; het gedeelte van de studenten dat bij hun ouders blijft wonen stijgt, het nabijgelegen BioSciencePark groeit ondanks de crisis gestaag door en

nu zijn het Sportcentrum en het Gorlaeus aan het verbouwen. En dus wordt het drukker. ‘Mensen parkeren hun auto’s in de berm’, klaagde raadslid Miranda van Eck. ‘De tijd dat er alle ruimte was, is voorbij’, aldus Van Helden. De universitaire parkeerterreinen zijn voorzien van een slagboom en binnenkort moet daar een kaartlezer in komen, zodat niet-universitaire parkeerders buiten blijven. Hoeveel dat er zijn, moet duidelijk worden als die kaartlezer eenmaal werkt. Tijdens de verbouwingen zijn er minder parkeerplaatsen in de Leeuwenhoek, maar onder nieuwe bètacampus komt een kelder met plek voor 500 auto’s. ‘Ook die capaciteit is dus beperkt’, stelde Van Helden. Hij benadrukte dat de hele wijk de parkeerpijn voelt. Het wordt drukker, maar het is nog niet druk genoeg om een parkeergarage uit te baten. Hij adviseeerde verder weg te parkeren (‘achter het Van Steenis is nog plek’), of het openbaar vervoer te nemen.BB

Swim in

Studentenzwemvereniging Aquamania organiseerde vrijdag samen met de burgers van LZ1886 een zwemwedstrijd door de Leidse grachten. Zo’n honderdveertig zwemmers deden mee. De grootste bikkels legden zelfs 4000 meter af. Foto Taco van der Eb


6  Mare · 14 juni 2012 Maretjes

De prijs voor een Maretje bedraagt €8,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan. Het Instituut voor Immigratierecht zoekt een student-assistent voor 6 uur per week m.i.v. 01-09-2012. Voor meer informatie zie de website: www.immigrationlaw.nl. Sollicitaties dienen voor 25 juni 2012 gestuurd te worden naar: Instituut voor Immigratierecht, t.a.v. mevr. G.G. Lodder, Postbus 9520, 2300 RA Leiden, of per mail: g.g.lodder@law.leidenuniv.nl. De Onderwijswinkel zoekt met spoed invaller voor huiswerkbegeleiding op basisschool. Ook voor het volgend schooljaar zijn er weer veel nieuwe vrijwilligers nodig die bijles willen geven aan leerlingen Basis-, Voortgezet en Speciaal Onderwijs, en soms ook leerlingen die andere opleidingen volgen. Keus genoeg! Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma-, woe en do. 15.17u. Tel: 5214256. Ons e-mailadres is hdekoomen@owwleiden.nl. Alle oud-bestuursleden van de M.F.L.S. (Medische Faculteit der Leidse Studenten) zijn van harte welkom op de oudbesturendag op 10-11-2012 ter

ere van het 100-jarig bestaan van de vereniging. Aanmelden/ info: mail naar lustrum@mfls.nl. Huurdersvereniging Bres zoekt: bestuursleden. Bres vertegenwoordigt belangen van huurders bij SLS Wonen. Een bestuursfunctie kost gemiddeld 5 uur per week, waarvoor een bestuursvergoeding beschikbaar is. Meer informatie? Kijk op www.huurdersverenigingbres. nl!

Maretje extra Maretjes-extra zijn bedoeld voor semi-commerciële instanties. De prijs voor een Maretjeextra is €23,– incl. BTW voor elke vijfendertig woorden. U kunt deze advertenties uiterlijk op de vrijdag vóór het verschijnen van Mare opgeven bij Bureau van Vliet B.V., postbus 20, 2040 AA Zandvoort, telefoon 023-571 47 45. E-mail: Zandvoort@bureauvanvliet. com VACATURES Leiden (+ regio  en Bollenstreek) Thuiszorg, Hulp bij het huishouden. Studenten (v/m) gezocht. Ook vakantiewerk! Jij bepaalt waar en wanneer (6 – 24 uur p.w) Solliciteren? Brief met CV: www.thuiszorginholland.nl

Academische Agenda Prof.dr. J.C.N. Raadschelders zal op maandag 18 juni met het uitspreken van de oratie benoemd worden tot hoogleraar bij de faculteit der Sociale Wetenschappen om werkzaam te zijn op het gebied van de Bestuurskunde, in het bijzonder de Vergelijkende Analyse van Normatieve Aspecten van het Openbaar Bestuur. J.M.J. Boogers zal op donderdag 14 juni om 10.00 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Novel Insights into Cardiac Imaging in Cardiovascular Disease’. Promotoren zijn Prof.dr. J.W. Jukema en Prof.dr. J.J. Bax. C. Hu zal op donderdag 14 juni om 11.15 uur promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Systems Biology for Evaluating System-based Medicine’. Promotoren zijn Prof.dr. T. Hankemeier en Prof.dr. J. van der Greef. C.P. Coomans zal op donderdag 14 juni om 13.45 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde De titel van het proefschrift is ‘Insulin sensitivity - modulation by the brain’. Promotoren zijn Prof.dr. J.A. Romijn,

Prof.dr.ir. L.M. Havekes en Prof.dr. P.C.N. Rensen. E.F. Hensen zal op donderdag 14 juni om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Head and Neck Paragangliomas’. Promotoren zijn Prof.dr. P. Devilee en Prof.dr. C.J. Cornelisse. H.R. Jordaan zal op donderdag 14 juni om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Geesteswtenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Slavernij en vrijheid op Curaçao’. Promotor is Prof.dr. G.J. Oostindie. J.G. Gudat zal op dinsdag 19 juni om 10.00 uur promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Cavity Quantum Electrodynamics with Quantum Dots in Microcavities’. Promotor is Prof.dr. D. Bouwmeester. K.M. Ahmed zal op dinsdag 19 juni om 11.15 uur promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘The Beginnings of Ancient Kurdistan (c. 2500-1500 BC), a Historical and Cultural Synthesis’. Promotor is Prof.dr. W.H. van Soldt. R. Pisanti zal op dinsdag 19

juni om 13.45 uur promoveren tot doctor in de Sociale Wetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Beyond the Job Demand Control (-Support) model: explaining stress reactions in nurses’. Promotor: Prof.dr. C.M.J.G. Maes. M.M.J. Stevens zal op dinsdag 19 juni om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Attacks on Hash Functions and Appli cations’. Promotoren zijn Prof.dr. R.J.F. Cramer en Prof. dr. A.K. Lenstra (Lausanne, Zwitserland). J.R. Martínez Galarza zal op dinsdag 19 juni om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Mid-infrared Spectroscopy of Starbursts: From Spitzer-IRS to JWSTMIRI’. Promotor is Prof.dr. E.F. van Dishoeck. S. Sousa Sanchez zal op woensdag 20 juni om 10.00 uur promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Consistent Supersymmetric Decoupling in Cosmology’. Promotor is Prof.dr. A. Achúcarro.

M.B.M. Velander zal op woensdag 20 juni om 11.15 uur promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Studying dark matter haloes with weak lensing’. Promotor is Prof.dr. K. Kuijken. J.N.G.M. van Dartel zal op woensdag 20 juni om 13.45 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Naar een handelingsgericht ethiekbeleid voor zorgorganisaties’. Promotor: Prof.dr. D.P. Engberts. E.H.J. van Roon zal op woensdag 20 juni om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Highthroughput DNA methylation analysis in colorectal cancer and childhood leukemia’. Promotoren zijn Prof.dr. H. Morreau en Prof.dr. G.J. van Ommen. A. de Breij zal op woensdag 20 juni om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Towards an explanation for the success of Acinetobacter baumannii in the human host’. Promotor is Prof.dr. P.J. van den Broek.

advertentie

Academisch Talencentrum – Academic Language Centre Taalcursussen ▪ september 2012 – Language Courses ▪ September 2012 Wil je je talenkennis verbeteren of een nieuwe taal leren? Het Academisch Talencentrum biedt een groot aantal praktische taalcursussen. Als je niet zeker bent van je startniveau, kun je gratis een instaptoets maken via de website of bij het Academisch Talencentrum. De onderstaande tijden zijn onder voorbehoud. Check daarom de website of kom langs bij het Academisch Talencentrum (Lipsius/1.25).

Start vanaf september 2012: Engels Engels 2: woensdag 15.15-17 uur Engels 3: vrijdag 12.15-14 uur Engels 4: dinsdag 18.15-20 uur Engels 4: donderdag 13.15-15 uur Engels 4: vrijdag 14.15-16 uur Engels 4: zaterdag 10.15-12 uur Engels 5: dinsdag 17.15-19 uur Engels 5: dinsdag 20.15-22 uur Engels 5: woensdag 13.15-15 uur Engels 5: donderdag 16.15-18 uur Engels 6: woensdag 18.15-20 uur Engels 7: donderdag 18.15-20 uur Engels voor studenten English for Academic Purposes: maandag, 16.15-18 uur EAP- Writing for Master’s students: dinsdag, 16.15-18 uur Zakelijk Engels Business English: vrijdag 10.15-12

Engels voor medewerkers Academisch Schrijven: dinsdag 14.15-17 uur Engels voor P&O medewerkers: woensdag 15.15-17 uur

Chinees Chinees 1: maandag 20.15-22 uur Chinees 1: dinsdag 18.15-20 uur Chinees 2: dinsdag 20.15-22 uur Chinees 3: maandag, 18.15-20 uur

Frans Frans 0: woensdag 18.15-20 uur Frans 1: donderdag 18.15-20 uur Frans 2: woensdag 20.15-22 uur Frans 3: donderdag 20.15-22 uur Frans 4: maandag 18.15-20 uur Frans 5: dinsdag 20.15-22 uur DELF: dinsdag 18.15-20 uur

Duits Opfriscursus: maandag 20.15-22 uur Duits 3: maandag 20.15-22.00 uur

Italiaans Italiaans 1: dinsdag 18.15-20 uur Italiaans 2: maandag, 20.15-22 uur Italiaans 3: maandag 18.15-20 uur Italiaans 4: donderdag 18.15-20 uur Conversatie: dinsdag 20.15-22 uur

Portugees Portugees 1: donderdag 20.15-22 uur

Spaans Spaans 1: dinsdag 18.15-20 uur Spaans 1: woensdag 18.15-20 uur Spaans 1: donderdag 20.15-22 uur Spaans 2: dinsdag 18.15-20 uur Spaans 2: donderdag 16.15-18 uur Spaans 3: donderdag 18.15-20 uur Spaans 4: woensdag 18.15-20 uur Spaans 5: woensdag 20.15-22 uur Conversatie: maandag 18.30-20 uur Arabisch Arabisch 1: dinsdag 18.15-20 uur Arabisch 1: maandag 18.15-20 uur Arabisch 2: maandag 20.15-22 uur

www.talencentrum.leidenuniv.nl of 071-5272332

Japans Japans 1: donderdag 20.15-22 uur Japans 2: dinsdag 18.15-20 uur Japans 4: woensdag 20.15-20 uur

Russisch Russisch 1: donderdag 1815-20 uur Russisch 2: dinsdag 20.15-22 uur Russisch 3: donderdag 20.15-22 uur Russisch 4: woensdag 20.15-22 uur Swahili Swahili 1: woensdag 20.15-22 uur Turks Turks 1: dinsdag 20.15-22 uur Zweeds Zweeds 1: woensdag 18.15-20 uur Zweeds 2: woensdag 20.15-22 uur

Dutch for Foreigners

Dutch 1: Mon/Wed 19.15-22 hrs Dutch 1: Tue/Thurs 19.15-22 hrs Dutch 1: Mon/Fr 15.15-18 hrs Dutch 1: Saturday 10.15-13 hrs Dutch 2: Mon/Wed 19.15-22 hrs Dutch 2: Tue/Thurs 19.15-22 hrs Dutch 2: Tue/Fr 15.15-18 hrs Dutch 3: Mon/Wed 19.15-22 hrs Dutch 3: Tue/Thurs 19.15-22 hrs Dutch 3: Tue/Fr 15.15-18 hrs Dutch 4: Mon/Wed 19.15-22 hrs Dutch 4: Tue/Thurs 19.15-22 hrs Dutch 5: Mon/Wed 19.15-22 hrs Dutch 1+2: Mon-Thurs 9.15-12 hrs Dutch 1+2: Mon/Tue/Thurs/Fr 9.15-12 Dutch 1+2: Mon/Tue/Thurs/Fr 15.15-18 Dutch 3+4, Mon-Thurs 9.15-12 hrs Dutch 3+4, Mon/Tue/Thurs/Fr 9.15-12 Dutch 3+4, Mon/Tue/Thurs/Fr 15.15-18 Dutch 5+6 Mon-Thurs 9.15-12 Dutch Plus Advanced courses, aimed at improving one specific language skill. - Writing: Thursday 20.15-22 hrs - Speaking: Wednesday 20.15-22 hrs Basic Dutch for international students Dutch 1A: Wednesday 17.15-19 hrs Preparatory Course State Exam NT2: Monday, 19.15-22 hrs Wednesday, 15.15-18 hr

www.languagecentre.leidenuniv.nl or 071-5272332

Volg nu ook het ATC op Twitter en Facebook en kom naar de open dag op 4 september


14 juni 2012 · Mare 7 Wetenschap

Leven na de dood Preparaten in kaart gebracht Wetenschapshistorica Marieke Hendriksen doet onderzoek naar anatomische preparaten uit de achttiende eeuw. Grootheden als Albinus zetten niet simpelweg lichaamsdelen op sterk water: ‘Hij wilde van alles laten zien.’ Door Bart Braun Wie van Naturalis naar Leiden Centraal loopt, komt langs nog een museum. Het is het spannendste museum van Leiden, om een doodeenvoudige reden: je mag er niet zomaar in. Wie geneeskunde studeert of doceert kan het Anatomisch Museum van het Leids Universitair Medisch Centrum binnenkomen, maar gewone stervelingen moeten wachten op bijzondere gelegenheden als de wetenschapsdag of het museumweekend. Gelukkig voor de liefhebber zijn er in Museum Boerhaave ook nog wat menselijke resten te zien. Die relatieve beslotenheid is ontstaan in de negentiende eeuw, vertelt promovenda Marieke Hendriksen. ‘In de achttiende eeuw lagen anatomische preparaten nog redelijk in het publieke domein.’ De wetenschapshistorica is binnen het NWO project ‘Cultures of Collecting. The Leiden Anatomical Collections in Context’ aan het promoveren op de preparaten van de anatomen uit die tijd. Van die is Bernard Siegfried Albinus de bekendste: het LUMC ligt aan de naar hem vernoemde straat. Hendriksen: ‘In de preparaten van hem en zijn tijdsgenoten zie je terug hoe de ideeën over schoonheid en perfectie veranderden. Als je, zoals deze anatomen, gelooft in een perfecte God die de best mogelijke wereld heeft geschapen, zoek je overal bevestiging daarvan. Organen die perfect geschikt zijn voor hun doel, bijvoorbeeld. Zelfs in de “monsters” uit die tijd zie je dat terug: anatoom Wouter van Doeverik ontleedde een Siamese lammen-tweeling. Die was zo perfect symmetrisch, dat kon geen toeval zijn, volgens hem.’ Albinus wilde altijd de perfecte anatomie laten zien. Over een menselijk oor, opgehangen aan een paardenhaar, zegt ze: ‘Hij was altijd bezig met het maken van ideale preparaten. Ook omdat hij daarmee zijn eigen vaardigheid het beste kon tonen: hij wilde een verfijnde, elegante anatoom zijn. Dat ging zo ver dat hij

zelf een preparaat ophing aan een takje van een plant die Senecio elegans heette. Maar dit oor heeft een klein littekentje van een pok. Pokken waren een enorm probleem: er stierven veel mensen aan en veel anderen werden blind en hielden er enorme littekens aan over. De leerlingen van Albinus wierpen zich daarop, en debatteerden over hoe ze het beste de pokken konden bestrijden.

‘Het opkoken van de was uit beendermeel en terpentine stonk waanzinnig’ ‘Die ziekte was toen zo wijdverspreid dat het blijkbaar niet lukte om een oor te vinden zonder littekens. De ziekte is in 1979 uitgeroeid, en dat dat vroeger zo’n probleem was, is iets dat wij eigenlijk niet meer weten.’ Hendriksen dook voor haar onderzoek de musea in, maar ook diverse bibliotheken. ‘Oude catalogi, de dagboeken van de anatomen, de college-aantekeningen van hun studenten, de anatomische handboeken uit die tijd.’ Uit die bronnen ontstond het beeld dat het maken van preparaten een vaardigheid was waarmee de achttiende-eeuwse anatoom zich kon onderscheiden. Het was moeilijk, vies werk, en als het je lukte uiteindelijk een mooi, duidelijk preparaat te maken, was dat een prestatie van formaat. Zo schreef Albinus in het voorwoord van zijn anatomische atlas hoe moeilijk was om het skelet dat hij wilde afbeelden goed te houden: “…het skelet mocht niet uitdrogen of gaan rotten. Als het teveel droogde, maakte ik het vochtig met water, als rotting ontstond besprenkelde ik het met azijn; ’s nachts wikkelde ik het in papier en lappen gedrenkt in azijn.” Om de uitdagingen van de anatomen beter te begrijpen,ging Hendriksen ook zelf aan de slag: hoe maak je nou een preparaat? Bij de islamitische slager kocht zij samen met haar medepromovenda Hieke Huistra een schapenhart. ‘Een medewerker van Museum Boerhaave hielp ons met het opkoken van de was, uit beendermeel en terpentine. Het stonk waanzinnig. Vervolgens probeerden we volgens de aanwij-

Een kinderarmpje met kanten mouw houdt een oogvlies omhoog. Foto’s Museum Boerhaave zingen uit oude handboeken die was in het hart te spuiten. Zo verschrikkelijk moeilijk! Het moet warm blijven, anders stolt de was. Als we te veel druk zetten, gulpte de was er aan de bovenkant uit, maar toen we het preparaat open sneden, bleken alleen de grote kamers met was gevuld, en niet de vaten eromheen. Het is echt iets wat je alleen kan leren door veel te oefenen, zoals die anatomen zelf al aangaven.’ Voor het huidige medische onderwijs hebben de meeste achttiende-eeuwse

De toekomst op sterk water Met de Leidse preparaten gaat het goed: ze worden goed onderhouden en bewaard. Helaas is dat niet overal zo. Onlangs hebben onderzoekers uit de ‘Cultures of Collecting’-groep daarom in samenwerking met internationale onderzoekers de Leiden Declaration on Human Anatomy / Anatomical Collections opgesteld. Daarin worden geneeskundefaculteiten en musea opgeroepen om al het mogelijke te doen om hun kwetsbare medische collecties in stand te houden. Hendriksen: ‘Het was de uitkomst van een conferentie waar alle bezoekers zeer bezorgd waren over het lot van veel anatomische collecties wereldwijd. Ik hoorde verhalen over collecties die verbannen zijn naar vochtige kelders of zeer warme zolders, potten die nauwelijks worden opgevuld, en catalogi die - net als preparaten - liggen te vergaan. De financiële zorgen van universiteiten en musea verergeren de situatie.’ De Leiden Declaration is bedoeld om medici en het brede publiek bewust te maken van het belang van dit academisch en cultureel erfgoed.

lichaamsdelen op sterk water weinig nut meer. Daar staat tegenover dat ze wel een duidelijke cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen: ze geven ons inzicht in het denken van wetenschappers van meer dan tweehonderd jaar terug. Hendriksen zou dan ook graag zien dat een groter gedeelte van de historische anatomische preparaten in de Nederlandse musea en ziekenhuizen toegankelijker werd voor het publiek. ‘Het is belangrijk erfgoed, en daarom is het het waard om ontsloten te worden. Je ziet ook dat dat prima kan: de preparaten die bij Boerhaave staan zijn bijvoorbeeld op een respectvolle manier opgesteld, met voldoende achtergrondinformatie. Juist omdat de preparaten menselijk zijn, zijn ze heel aansprekend, maar ook controversieel. Dat is ook het succes van de moderne equivalenten, zoals de tentoonstellingen van Bodyworks. Je ziet jezelf als mens daarin terug.’ Zou het niet genoeg zijn om gewoon de foto’s online te gooien? ‘Als je het digitaal toegankelijk maakt, is dat toch maar een deel van de ervaring. De Guernica staat ook op internet, maar dat betekent niet dat het origineel wel weg kan. Zo’n foto kan nooit de ervaring evenaren die je hebt als je ervoor staat.’

Menselijk kantwerk Hendriksen: ‘Dit is een heel gelaagd preparaat; Albinus wil er van alles mee laten zien. ‘Zo is het een allegorie voor de belangrijkste zintuigen van de anatoom: de tast en het zicht. De huid en nagels zijn van de hand verwijderd; daarvan had Albinus een ander, handschoen-achtig preparaat gemaakt. In de aantekeningen van een student lees je dat hij de preparaten regelmatig gebruikte bij zijn colleges om uit te leggen hoe de huid en het oog in elkaar zitten. ‘Het is ook een verwijzing naar Albinus’ voorganger, de Amsterdamse hoogleraar Frederik Ruysch. Voor hem was er een duidelijk bruggetje tussen het menselijk weefsel en het geweven kant eromheen; hij gebruikte dat heel veel, terwijl Albinus dat verder niet deed. Het kant raakte ook uit de mode, later in de achttiende eeuw, waarschijnlijk dat het ook daarom uit de preparaten verdween. ‘Ruysch had ook een verhandeling over het oogvlies geschreven, hij meende daar een extra laagje in gevonden te hebben. Albinus concludeerde dat dat niet zo was, en dat het om een al bekend onderdeel ging.’


8  Mare · 14 juni 2012 Opinie

Bolwerk van verschillen Levensbeschouwing is een essentieel onderdeel van de academische vorming Is er nu wel of geen plaats in een proefschrift om God of de promotor te bedanken? Tjerk Oosterkamp vindt van wel. ‘Bespreek met anderen wat je gelooft, waar je in gelooft, wat het je kost en wat het je waard is.’ Mede aangespoord door de vraag of er in een proefschrift al of niet ruimte moet zijn voor een motto, heb ik tijdens mijn oratie op 25 mei j.l. een lans gebroken voor een ruimhartige houding tegenover levensbeschouwing als onderdeel van het academische leven. Naast het opdoen van kennis en vaardigheden is voor iedere student het ontdekken van de wortels van zijn of haar normen en waarden een essentieel onderdeel van de academische vorming. Academische vorming bestaat immers uit veel meer dan het absorberen van kennis of het opdoen van vaardigheden. Juist een algemene universiteit, zoals die van Leiden, is een geschikte plek voor studenten om kennis te maken met diverse denkwijzen rondom levensbeschouwing. De Universiteit Leiden kent daarin een lange traditie en doet zijn best die in ere te houden. In haar oorspronkelijke betekenis wordt met het woord ‘universitas’, de gemeenschap van studenten en docenten aangeduid. Ik geloof dat daar waar die gemeenschap voelbaar is, er ruimte is om op een vruchtbare manier over levensbeschouwing van gedachten te wisselen.

‘Kennis begint bij het ontzag voor God. God, die ik als mijn Schepper eer’ In Leiden koos deze gemeenschap ooit het ‘Praesidium Libertatis’ als haar motto. Dit betekent: ‘Bolwerk van de vrijheid’. Een plek waar iedereen vrij is maar ook een plek die een belangrijke rol speelt in de verdediging van de vrijheden van onze samenleving. Een bolwerk is namelijk een uitbouw in een verdedigingsmuur of -wal van waaruit flankerend vuur kon worden gegeven (lang leve Wikipedia!). Mijn collega’s van het Leids Instituut voor onderzoek in de Natuurkunde en ikzelf verzorgen samen de opleiding tot natuurkundige. Het is onze bedoeling dat de studenten door hun studie gevormd worden op allerlei vlak. Zo leren zij bijvoorbeeld bij de theoretische vakken om de taal van de natuurkunde te spreken en hun abstractievermogen te vergroten, en bij het doen van hun eigen experimenten leren zij problemen op te lossen. Op deze en andere manieren leiden we natuurkundigen op die handig zijn met cijfers en goed kunnen nadenken. Maar dat is niet het enige doel van de opleiding. De microscopen die ik samen met studenten en andere wetenschappers in mijn onderzoeksgroep probeer te ontwikkelen, bouwen we niet door andere mensen na te doen of na te praten. Hopelijk leren studenten door de aard van de experimenten in mijn laboratorium sneller om zelfstandig

onderzoek te doen, nieuwe initiatieven te ontplooien en zich een kritische attitude eigen te maken. Als docenten zien we dat studenten hier als achttien- of negentienjarigen aankomen en in de drie, vijf of negen jaar een enorme groei doormaken voordat ze hun weg weer vervolgen. Geholpen door het feit dat de opleiding niet supergroot is, doordat de studenten op allerlei plekken extra activiteiten ontplooien (niet alleen voor hun cv) en hun betrokkenheid tonen bij het evalueren en verbeteren van het onderwijs, groeit door de jaren heen een gemeenschappelijk gevoel: de studenten en docenten belichamen de universiteit. Het gevoel van gemeenschap is een van de noodzakelijke voorwaarden om ook over persoonlijkere en diepere waarden van gedachten te wisselen. De studenten van nu zijn de leidinggevenden van later en zullen hun beslissingen niet alleen op wetenschappelijke gronden kunnen nemen. Om bestand te zijn tegen de modegrillen van de samenleving, moeten studenten er tijdens hun academische vorming achterkomen waar hun normen en waarden in geworteld zijn, zodat ze houvast hebben en hun rug recht kunnen houden wanneer ze ergens verantwoordelijkheid voor moeten nemen. Ik denk dat het daarbij van belang is dat studenten in de jaren die zij in het bolwerk van de vrijheid doorbrengen, de gelegenheid nemen om te spreken met mensen met allerlei verschillende levensovertuigingen. Leiden heeft daarin een lange traditie. Het is niet voor niets dat Spinoza of de Hugenoten juist in Leiden een plek vonden waar zij hun werk konden voortzetten en zichzelf konden blijven. Een universiteit waar verschillende overtuigingen in vrijheid naast elkaar mogen bestaan biedt een extra vruchtbare bodem waarin de normen en waarden van studenten zich kunnen vormen en wortel kunnen schieten. Het is daarbij essentieel dat de vrijheid van levensbeschouwing zich niet tot achter de voordeur beperkt. Juist in de academische gemeenschap is het belangrijk dat verschillende levensbeschouwingen op de werkvloer aanwezig zijn zodat de academische vorming van studenten gecompleteerd kan worden. Zo koos ik ervoor een motto boven mijn oratie te plaatsen: ‘Initium sapientiae, timor Dei’. Kennis begint bij het ontzag voor God. God, die ik als mijn Schepper eer. Andere leden van de universitaire gemeenschap zullen studenten andere overtuigingen voorhouden en ik denk dat de universiteit hier meer toe kan uitnodigen dan nu het geval is. Wie denkt dat er aan de universiteit alleen ruimte is voor een seculier geloof omdat dat een onvermijdelijke consequentie van de huidige stand van de wetenschap zou zijn, wil ik graag tegenspreken. De wonderlijke aard van de natuurkunde, mijn eigen vakgebied, biedt daar tal van aanknopingspunten toe. Ik citeer daarbij graag Kurt Tucholsky: ‘Dies ist, glaube ich, die Fundamentalregel alles Seins: Das Leben ist gar nicht so. Es ist ganz anders.’ De werkelijkheid laat zich niet in een systeem vangen. Natuurkundigen kunnen een lijst maken van bouwstenen waaruit de

wereld is opgebouwd. Die bouwstenen houden zich weer aan allerlei regels. Maar de gedachte dat uit die basis regels vervolgens álles valt af te leiden is een misvatting die naar mijn idee veel te weinig weersproken wordt. De wetenschap zal je bijvoorbeeld niet vertellen of er in de organisatie waar jij later komt te werken, ruimte moet zijn voor iemand die uit de sociale werkvoorziening is wegbezuinigd.

Het gesprek hierover bevat een belangrijke levensbeschouwelijke component en verdient het om, juist aan de universiteit, uitgebreid gevoerd te worden. Studenten en docenten van alle faculteiten van de universitaire gemeenschap: heb het er maar over. Bespreek met anderen wat je gelooft, waar je in gelooft, wat het je kost en wat het je waard is. Ik denk dat het college van promoties juist heeft gehandeld door promovendi weer toe te staan om in

hun proefschrift blijk te geven van hun diepere drijfveren. Na meer dan honderd proefschriften uit de afgelopen dertig jaar te hebben bekeken durf ik te stellen dat het vermelden van een dichtregel of motto na de titelpagina, maar voor de inhoudsopgave van een proefschrift, nu al tientallen jaren zeer gebruikelijk is, in elk geval bij de faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen. Voor wie het precies wil weten staan in de bibliotheek van het Gorlaeus een heleboel kasten vol met proefschriften. Een student bekeek op mijn verzoek een groot aantal proefschriften die tussen 1900 en 1950 werden geschreven. Wat bleek: 82 van de 85 Leidse proefschriften die hij in deze kasten vond hadden vlak na de titelpagina en voor de inhoudsopgave een wonderlijke bladzijde, in elk geval voor promovendi die tegenwoordig nadrukkelijk te horen krijgen dat ze hun promotor niet uitgebreid mogen bedanken in hun proefschrift. In een proefschrift begeleid door Heike Kamerlingh Onnes werden eerst alle hoogleraren bedankt en daaronder: ‘In het bijzonder geldt deze dank U Hooggeleerde KAMERLINGH ONNES, Hooggeachte promotor, voor hetgeen ik onder Uwe opwekkende leiding heb geleerd, en voor de groote welwillendheid, die ik zoowel bij mijn experimenteel onderzoek als bij de samenstelling van dit proefschrift van u mocht ondervinden’. Slechts drie proefschriften hadden niet een dergelijke voorrede, maar vermeldden wel dat die op verzoek van de promotor was weggelaten. Zo zie je maar weer, sommige Leidse tradities zijn niet in steen gehouwen. Laat die ene dat wel zijn: Praesidium Libertatis, en dan niet alleen maar achter de voordeur. Tjerk Oosterkamp is hoogleraar experimentele natuurkunde

Brieven Het gezicht van God volgens Michelangelo, detail uit De schepping van zon en maan. advertentie

Leer Peter Ho kennen en ontdek hoe China uit de crisis blijft Onze mensen zijn wereldspelers op het gebied van onderzoek en onderwijs. Daarom zijn wij een universiteit zonder grenzen, een universiteit die verbindt. Lees meer over ons unieke onderzoek en onderwijs over China en andere Aziatische landen op universiteitleiden.nl

Bij ons leer je de wereld kennen

In deze rubriek kunnen lezers in maximaal 300 woorden reageren op artikelen in Mare. De redactie behoudt zich het recht voor bijdragen in te korten of te weigeren. Over weigering wordt niet gecorrespondeerd. Mail naar redactie@mare.leidenuniv.nl

Wij hebben niet gelekt (2) De onderzoekers van de Leidse universiteit lopen met een grote boog om de centrale kwestie in mijn opiniestuk heen: is het ethisch verantwoord om in de media allerlei uitspraken te doen over de uitkomsten van een onderzoek zonder het rapport zelf openbaar te maken? Het gevolg is namelijk dat iedereen moet reageren op een rapport dat niemand heeft kunnen lezen. Dat geldt niet alleen voor de media die niet kunnen controleren wat er in het rapport staat, maar vooral ook voor Jeugdzorg, de organisatie die ervan wordt beschuldigd geen veilige omgeving te creëren, zoals blijkt uit krantenkoppen zoals: ‘Jeugdzorg geeft misbruik ruimte’ . Peter Vasterman, mediasocioloog Universiteit van Amsterdam


14 juni 2012 · Mare

9

Reportage

Huize Mummiezicht in de Houtstraat

Verliefd op Schweini

‘Als Nederland een slecht toernooi speelt, zijn we de lul,’ zegt Quint en rechtenstudent Vincent Heerink. ‘Dan worden we daar de komende jaren steeds aan herinnerd.’ Een muur van de fusie van, is oranje geschilderd. ‘We hebben de verf ‘el cheapo’ gekocht bij een winkel aan de Hooigracht, zegt huisgenote Anne Veenman, Augustijn en geschiedenisstudent. Een andere muur in de fusie is rood-wit-blauw geworden. ‘Ok, het is een beetje de vlag van Luxemburg geworden. Het blauw had wat donkerder gemoeten.’ Later op de avond zal het huis tijdens Duitsland-Portugal een paar uur omgedoopt worden tot ‘Holzstrasse drei’. Psychologiestudente en Augusteijn, Natalie Schneider (in het witte shirt op de foto), kijkt er al naar uit. Ze heeft een Duitse vader en een Nederlandse moeder. Haar loyaliteit ligt echter bij ‘Die Mannschaft’. Schneider draagt zelfs het welbekende witte voetbalshirt dat als een rode lap werkt op de Oranjesupporters. Op haar rug prijkt boven het nummer negen de naam Schneider. ‘Ik gun Nederland best de overwinning in deze wedstrijd’, zegt ze. ‘Maar ik heb geen affectie voor het team. Het Duitse elftal speelt gewoon beter en mooier voetbal.’ ‘Ga dan weg’, joelen de andere Quinten en Augustijnen. Maar een deel van hen moet toegeven dat de Duitsers de laatste jaren beter spelen dan Oranje. Schneider: ‘Daar komt nog bij dat ik verliefd ben op Bastian Schweinsteiger.’ Ze moet nog een uur wachten voordat ze Schweini aan het werk kan zien. ‘Kiezen voor het juiste team, dat is gewoon kennis van het spelletje hebben,’ zegt ze pesterig als het steeds wanhopiger wordende Oranje spartelt tegen de Denen. ‘Jij hebt natuurlijk liever een Bratwurst in je klauwen’, zegt Heerink, als Schneider een kroket pakt. Duitsland en Oranje staan op voet van oorlog in een Leidse fusie. Maar na de verloren wedstrijd wordt er meteen een wiedergutmachungsschnitzel gebakken. Heerink krijgt een troostende knuffel van de Duitse nummer negen. VB

Hoe de Leidse student Oranje eert Pelibar, onderin de Pelikaanhof Echt súperdruk was het er niet. ‘Maar wel gezellig’, vond barvoorzitster Mariëtte Prinsen. ‘Tot Denemarken de wedstrijd won dan.’ Tussen het grotendeels oranje gekleurde gezelschap was ook een student aangeschoven met rood-witte vlaggetjes op zijn wangen. ‘Een Deen. We ontdekten hem pas aan het einde van de avond. Maar hij is de avond ongeschonden doorgekomen hoor. Op onze vertoning van de WK-finale twee jaar ge-

leden waren een hoop Spanjaarden afgekomen, dat was zuurder. En we hopen woensdagavond stiekem op niet al te veel Duitsers. Maar dit is de finale nog niet, dus we blijven aardig tegen iedereen.’ Er wonen behoorlijk wat internationale studenten in de Pelikaanhof. Alle EK-wedstrijden zijn daarom op groot scherm te volgen. Voor de wedstrijden waarin Nederland en andere prominente landen spelen, worden zelfs twee

schermen uitgerold. Het feest in de Pelibar duurt dus ook voort als het Nederlandse elftal na dit weekend onverhoopt al terugkeert. Bitterballen mogen de barbestuurders niet serveren, vanwege het ontbreken van een volledige horecavergunning. ‘Maar er wordt des te meer bier gedronken. Nederland-Denemarken vormde het hoogtepunt in onze bieromzet van 2012 tot nu toe.’ MVW

De Witte Raaf op de Papengracht In de tuin is een ware tv-arena opgetrokken. Onder een oranje zeil verrijzen tribunes. ‘De constructie wordt elk toernooi wat hoger’, zegt Bart Koot, die bewegingstechnologie studeert aan de Hogeschool in Den Haag. ‘Er zijn nu vier etages. Bij het WK was dat er eentje minder.’ Een gigantische Sony televisie, ‘gekocht voor het WK,’ staat naast een op twee koelkasten geplaatst kleiner broertje van Philips, ‘aangeschaft voor het EK.’ Geschiedenisstudent Kian Danaie: ‘We hebben gaten geboord in zo’n honderd bierkratten, die met ijzerdraad aan elkaar vastgemaakt en vervolgens gemonteerd op pallets. Daar staan tien banken op.’ Koot: ‘We zijn in ieder geval een hoop statiegeld kwijt.’ Hij is met de camper van zijn ouders oude banken op gaan halen. Wat de Augustijnen na het EK met al die meubels gaan doen, is nog niet duidelijk. ‘We kijken of we er een paar binnen kwijt kunnen, anders wordt het een vuurtje.’ Naast de tribunes staat een bar die verdacht veel lijkt op een doel. Danaie: ‘Komt van het hockeyveld, hebben we bij een of andere club met een Griekse naam opgepikt.’ In de kruising van de goal hangt een kleine tv. ‘Dan hoef je ook als je bier haalt, niets te missen’, aldus Koot. ‘Dat was in ieder geval het idee. Maar in de praktijk gebruiken we de koelkasten onder de Philips.’ Boven de schermen is op twee enorme witte stukken stof waar het speelschema is uitgetekend. Student Engels, Marleen Kramer, nam kleurstiften ter hand en maakte zestien vlaggen.’Het is mijn laatste kunstje voor het huis. Ik verhuis binnenkort naar Den Haag. ‘Het schema moeten we wel bijhouden. Dus ik ga op lapjes de vlaggetjes van landen tekenen die doorgaan, die plakken we dan op de grote doeken.’ Voorlopig blijft Kramer dus nog wel even kleuren. VB


10  Mare · 14 juni 2012 English page

This image, taken by NASA’s Hubble Space Telescope, shows a star ending its life by casting off its outer layers of gas, which formed a cocoon around the star’s remaining core. Ultraviolet light from the dying star makes the material glow. The burned-out star is the white dot in the center.

Credit NASA

How was life formed? Astronomer Xander Tielens wins the Dutch “Nobel Prize” Leiden astronomer Xander Tielens was awarded a Spinoza Prize worth 2.5 million Euros last week for his research. “I only realised what a major prize it was when my children googled it.” By Bart Braun You might almost be forgiven for thinking that a Spinoza Prize is nothing special; after all, Leiden receives them quite regularly. Just take Leiden Observatory, a small institute with some hundred employees that has acquired three. Nevertheless, this award is the highest scientific distinction in the Netherlands. Two and a half million Euros is a lot of money, even for astronomers whose research equipment can cost as much as half a million Euros. Judged by the crude standards of citation scores and publications, the scientists who receive this award are the best in their field. And though the Leiden astronomers have already earned three, it has taken Wageningen and the Vrije Universiteit with a whole university each to achieve that same number since the prize was first presented in 1995. So, it is quite understandable that Leiden astronomer Xander Tielens was slightly nonplussed when he heard he was to be presented with one. “I only realised what a major prize it was when my children googled it and sent me a very excited email.” Tielens studies molecules in the

space between the stars, and helps design equipment necessary for that research. He is the Netherlands’ most cited, still-active astronomer and is particularly known for his work on polycyclic aromatic hydrocarbons (PAKs), known on earth for being the molecules that cause cancer if you leave your steak on the barbie for too long. They are even more of them in outer space. “When stars reach the end of their existence, they either explode or go out like a candle. In the latter event, they start to smoke, emitting a lot of soot into the universe”, Tielens explained in his acknowledgement. The “soot” is incredibly important and, although there might be approximately only one PAK molecule in every ten cubic metres in the rarity of the interstellar gas clouds, the homeopathic-like dosage makes all the difference. Tielens explains: “The PAKs couple very easily to the light from the stars, releasing energy which heats the gas.” The particles in the gas clouds then coagulate slowly but surely to form new stars and planets. The speed at which that occurs depends partly on the temperature of the cloud – our universe would be a very different place without those molecules. Their influence might be even greater: once the planets have formed from the space cloud, PAKs are still present in, and on, the planets, disintegrating into smaller pieces, molecules containing carbon that are essential building blocks in fact, as life cannot exist on earth without car-

bon. All carbon atoms in the human body were once produced in stars, and it is likely that the majority of them were once space PAKs. The main question is now whether those PAKs are only a source of carbon, or something more. When the earth was formed, it contained no life as we know it, but life was there a billion years later. What happened in the meantime is one of the great mysteries of biochemistry: did life form spontaneously or was the earth contaminated by microbes from space? And if so, where did that life come from? What happened to the nonliving stuff to turn into living stuff? Perhaps the substances produced by the disintegration of the space PAKs had a major part in that process. It is probable that life can only evolve when the right molecules do the right thing at the right time. Biochemists have been trying to mix the right ingredients together in labs for decades to find out what happens, but the results have been disappointing so far. “I want to follow the trail from the other end”, says Tielens. “Where do the substances that are the building blocks of life come from? Are they produced when PAKs disintegrate? Into which molecules did they disintegrate in the circumstances on our newly-formed earth?” The astronomer wants to use at least part of his Spinoza cash to find the answers to these questions. In addition, he will keep on looking into outer space, but not just to look for polycyclic aromatic hydro-

carbons. Earlier this year, Tielens published a paper on buckyballs, large symmetrical carbon molecules that also occur in space. They are presumably produced by PAKs when the hydrogen atoms are stripped from them one by one under the influence of radiation. “We suspect that this happens via an intermediary step, i.e. graphene, a carbon

form with a structure that looks like chicken wire. But we haven’t seen this substance yet, because we don’t have its spectral signature – the exact type of light that is produced by space graphene.” Lab testing will be required for that, to supplement the data from telescopes. “Otherwise it would be like looking for a needle in a haystack.”

Zijlstra: English is not always necessary State Secretary Zijlstra intends to take a critical look at studies given in English. Zijlstra announced this news last week at a meeting of the Lower House. He wants NVAO, the institute that assesses educational programmes, to inquire why certain programmes are in English and whether that it is preferable. Political parties CDA and PVV have objected to the increasing use of English in higher education and are unhappy with the teaching staff ’s lack of fluency in that language. Zijlstra can understand the parties’ objections: “A lecturer should be have a decent grounding in English if

he is to teach in English. We haven’t reached the right standards yet, but we are working on it.” Zijlstra has also requested the NVAO to ask, during its inspections, why the courses are taught in English. “We need a ‘sanity check’ – pardon my English.” Dutch law states that, in principle, higher education in the Netherlands should be given in Dutch, unless there is a good reason to use another language. The Dutch Language Union’s Interparliamentary Commission (IPC) is holding a public inquiry into Dutch and English as languages of instruction in Dutch and Flemish higher education in The Hague on 11 June. VB


14 juni 2012 · Mare 11 Cultuur

Agenda

Doodmoe van al dat fietsen

FILM

Wilfried de Jong signeert Kop in de wind In de verhalenbundel Kop in de wind racet Wilfried de Jong met een Katwijks toptalent en een oorlogsveteraan zonder benen. Alleen slaat de wielerromantiek soms om in pure porno. Door Frank Provoost En dan is er nog een sport waarover niemand raakt uitgepraat: wielrennen. Wat is de heroïek van een sport waarin alle ‘kampioenen’ uiteindelijk de robots zijn van een paar ingenieuze pillendraaiers? Als de ware competitie zich in het lab en bij de bloedbank afspeelt, waarom wordt ‘het snot voor de ogen rijden’ dan zo verheerlijkt? En waarom bestaat er dan wel een literair tijdschrift over wielrenners en niet over marathonlopers, triatleten of sporters met een nog grotere doodsverachting? Zijn het de bouwvakkersarmen, de verweerde koppen, de tragische mannen in te strakke pakjes die nauwelijks normaal kunnen lopen vanwege de blokjes onder hun belachelijke schoentjes, de dorpscafés, de oude toeschouwers met klapstoeltjes, de rondjes rond de kerk, de premies op de meet mede mogelijk gemaakt door slagerij Kauwels (ook voor de beste ambachtelijke leverworst)?

Hijgend stond ik stil. Opnieuw moest ik slikken. Zoveel zuur. Diep van binnen kwam een golf aanrollen. Ik ging over mijn stuur hangen, sperde mijn mond open. Haring en kibbeling in een bruine plas cola. Theatermaker, tv-presentator en interviewer Wilfried de Jong heeft die treurigheid prachtig gevangen in zijn

verhalenbundel Kop in de wind. In het verhaal ‘Kramp’ wordt de hoofdpersoon bij zijn trainingsrondje in de Noordwijkse duinen genadeloos gepasseerd door een vijftienjarige Katwijker. Als hij moet lossen, vergrijpt hij zich bij een viskraam aan vette snacks, die op de terugweg uiteraard in het zand belanden. Uiteindelijk duwt de jonge Katwijker hem als een oude man huiswaarts. Maar ook de jonge wielergod blijft niet gespaard. Hij zal zijn talenten immers nooit kunnen verzilveren: op zondag koersen mag niet van de kerk. Met hetzelfde oog voor detail beschrijft De Jong een toertochtje met een Amerikaanse oorlogsveteraan zonder benen die in zijn rolstoelfiets door de bergen scheurt, of de moord op een meerkoet. Na de fatale botsing beschrijft hij tergend traag hoe hij het beest uit zijn lijden verlost: na tevergeefs heen en weer over de nek te hebben gereden trapt hij toch maar de schedel in. Maar dan? Waar laat je het lijk van een meerkoet? ‘Ach ja. Miguel. Die lange van Pamplona. Vijf keer achter elkaar de Tour de France gewonnen. Zoals hij in 1990 in de klim naar Luz Ardiden op het einde wegreed van wereldkampioen LeMond. Zo mooi. Handen losjes op het stuur, zwaar verzet. Als ik dat knikje zag in Miguels nek, dan wist ik: hij heeft een goede dag.’ Alleen: soms slaat de romantiek door. Bijvoorbeeld bij de orakelwijsheden van wielerweduwe en mysterieuze masseuse Mona Lisa, woonachtig in een schimmig hutje op de Col de l’Homme Mort, een berg van de eerste categorie. Of wanneer volwassen mannen hun fiets een koosnaampje geven. Of in dialogen waarin een

Wilfried de Jong schreef een boek vol wielerporno. Foto VPRO Italiaanse schone bij een toevallige ontmoeting op een verlaten kerkhof vraagt: ‘Met welk verzet reed u omhoog naar het dorp?’ ‘Ik geloof ergens tussen de 21 en 23 achter.’ ‘Niet slecht.’ De middag dat ik de fiets bij hem bestelde waren we het steeds eens geweest over de opbouw van de Pegoretti: een Campagnolo Chorus-groep met 50 en 34 tandjes voor en tandwielen achter oplopend van 13 tot 26, een zwart San Marco-zadel en Syntace-stuur. En dan ontspoort doorgeslagen romantiek in pure wielerporno. Bij al die glimmende velgen, gladde frames, diepe schroefdraden en inbussleutels dringt zich weer die vraag op: waarom is een ketting smeren wel literair verantwoord en

een auto tunen niet? Vervang voor de grap “Pegorett” maar eens door “Opel Manta”, “Campagnolo Chorus-groep”door “5-gang Omega/senator ZF 25 versnellingsbak”, “San Marco-zadel” door “Irmscher-spoiler” en “Syntace-stuur” door “Empi deurtrekkers”. Het ene tandwiel is kennelijk het andere niet. ‘Hybride. Mijn god, een stadsfiets die doet alsof hij een racefiets is. De transseksueel onder de tweewielers.’ Als naast de pornoficatie van de koersfiets, er ook nog homofoob snobisme optreedt, weet je dat het tijd is voor een surplace. Aan de stijl ligt het niet, maar van al dat fietsen word je doodmoe. Wilfried de Jong: Kop in de wind, Podium, 176 pgs, € 17,50. De auteur signeert bij boekhandel Selexyz, zaterdag 16 juni, 16.00 u

The Hackensaw Boys gaan lang en hard Door Judith Laanen Als je toehoorders zich wanen in een stevige schuur in het Amerikaanse zuiden waar bier, hooi en cowboyhoeden in overvloed zijn, ben je een goeie bluegrasscountryband. The Hackensaw Boys, opgericht in 1999 in de Amerikaanse staat Virginia, is zo’n band

The Hackensaw Boys. Foto Kimberly Brooke

die een stevig potje tokkelwerk niet schuwt. Hans van Polanen, die de muziek in Qbus programmeert, vertelt waarom de band zo goed is: ’Ze waren de eersten die rond 2002 authentieke bluegrass speelden, maar dan met een punkattitude. Het bijzondere aan ze is dat rauwe gekoppeld aan hun energie. Ze spelen alsof ze door de duivel bezeten zijn. Het is een soort Carter Family (met o.a. June Carter, de vrouw van Johnny Cash, red.) on speed.’ Echte mannen bouwen dingen, echte muzikanten klussen hun eigen instrument. Zo ook deze band, die live opvalt door de charismo, die ze een ‘zelfgemaakt blikkenuitvindsel’ noemen. Het lijkt op een wasbord, en met een ‘krrrrtsj’-geluid klinkt het ook zo. De verschillende onderdelen – allerlei soorten blikjes, een wieldop, fietsbellen – komen overal vandaan. En als je ruig speelt gaat er wel eens wat stuk, maar daardoor blijft het nooit hetzelfde. Ook de bandnaam heeft een hoog hillbillygehalte. Hackensaw komt van ‘to hack and saw’, zoals je inhakt op een mandoline en ‘zaagt’ op een

MUZIEK LVC I Love 80s 90s & 00s Vrij 15 juni 23u €6,Kaputt! Za 16 juni 23u €15,HOOGLANDSE KERK Simon Johnson (organist St Paul’s Cathedral Londen) Di 19 juni 20.15u €12,50 QBUS Hackensaw Boys (USA) Do 14 juni 20u30 €10,- studenten €5,Academiegebouw Françoise Kably (sopraan), Nelleke Deddens (hobo) en Herman Lodder (orgel) Woe 20 juni 13u toegang gratis

DIVERSEN

Door de duivel bezeten Voor onvervalste bluegrass moet je donderdagavond in de Qbus zijn. Daar spelen The Hackensaw Boys. Voor liefhebbers van O Brother, where art thou, is deze band een aanrader.

TRIANON Intouchables dagelijks 18.45 + 21.30 za. zo. + wo. 14.15 Jackie dagelijks 18.45 za. zo. + wo 14.15 Dark Shadows dagelijks 21.30 Prometheus 3D dagelijks 18.45 + 21.30 KIJKHUIS Moonrise Kingdom dagelijks 18.45 On The Road dagelijks 21.00 Cosmopolis dagelijks 19.15 LIDO Men In Black III 3D za. zo. + wo. 14.15 dagelijks 18.45 Snow White and the Huntsman dagelijks 18.45 + 21.30 za. zo + wo. 14.00 The Avengers 3D dagelijks 21.30 What to Expect When You’re Expecting dagelijks 18.45 Chernobyl Diaries dagelijks 21.30 The Dictator dagelijks 19.00 + 21.30 The Lucky One dagelijks 18.45 + 21.30

viool. Bedacht als woordgrap werd het de bandnaam. Het overige instrumentarium bestaat uit een contrabas, ukulele, banjo, twee akoestische gitaren en uiteraard een viool voor die klassieke bluegrass-sound. Hun geluid wordt ook wel omschreven als de Appalachiaanse country punkrock, vernoemd naar een gelijknamige regio in de zuidelijke Amerikaanse staten. In een interview met het Nederlandse muziekblog Kindamuzik zei zanger Rob Bullington hier ooit over: ‘Het is no-nonsense en rechttoe-rechtaan. Het is ook de muziek van de werkende klasse en muziek die je snel oppikt.’ The Hackensaw Boys staan erom bekend hele lange en vooral luidruchtige optredens te geven. Het all time record staat op een show in de Groningse zaal Vera in 2004, van een uur of vijf. Helaas moet het in de Qbus rond elven stil zijn. The Hackensaw Boys Qbus Do. 14 juni,21u, €10,- studenten halve prijs

BOEKHANDEL SELEXYZ KOOYKER Signeersessie Wilfried de Jong Za 16 juni 16u toegang gratis SCHELTEMA Stadszomernachtdroom IV Di 19 juni 19-20u30 toegang gratis RIJKSMUSEUM VAN OUDHEDEN Nieuws uit het Midden-Oosten t/m 31 aug 2012 Eilanden van de Goden t/m 2 sept 2012 MUSEUM BOERHAAVE Het Gewichtige Lichaam t/m 9 sept 2012 MicroSafari, interactieve audiotour over antibiotica Vanaf 17 mei NATURALIS Lezing Redmond O’Hanlon en Alexander Reeuwijk Zo 17 juni 14-15u €10,aanmelden verplicht: evenementen@ncbnaturalis.nl Naturalia, van circusdier tot wetenschappelijk object t/m 19 aug 2012 SIEBOLDHUIS Van Haai tot Koi t/m 8 juli 2012 MUSEUM DE LAKENHAL Première Utopisch Nest Zo 17 juni 14-16u, museumentree Toverlantaarns De Leidse Koorboeken t/m 12 augustus 2012


12  Mare · 14 juni 2012 Kamervragen

00:31 PM

Gewoon, omdat het leven mooi is

Foto Henk Jan Dijks

‘De douches zijn hier koud’ Jochem Blad (25), masterstudent Nederlands en strafrecht Woonplaats: Momenteel in een koepeltentje op het Kharkiv Football Fans Camp in Oekraïne Kosten: € 20,- voor twee personen per nacht Jullie staan niet op de oranjecamping. ‘Nee, die kost wel honderd euro per nacht. We staan nu op een neutrale voetbalcamping. Heel basic, de douche is koud, maar met een shuttlebus vol Oekraïners ben je zo in de stad. Tenten, slaapzakken en matjes hoefden we niet zelf mee te nemen. De meeste koepeltentjes zijn trouwens oranje, heel meedenkend. Aangezien Nederland hier in Charkov drie wedstrijden speelt, staan er namelijk veel Nederlanders. Denen,

Duitsers en Portugezen komen telkens maar een paar nachtjes, omdat hun teams op verschillende plaatsen spelen. Die Duitsers bespraken nogal luidruchtig de veldopstelling, terwijl wij in ons tentje nog lagen bij te komen van het feest na de overwinning van Oekraïne op Zweden. Maar de harde kern is hier oranje.’ Zitten jullie veel bij je tent? ‘Eigenlijk nauwelijks. We slapen en ontbijten hier. Daarna douchen we, koud dus, en poetsen we onze tanden om de stad in te trekken. Daar gaan we naar het museum of naar het park. Best een leuke stad, Charkov. Rond zeven uur beginnen de wedstrijden en dan gaat iedereen naar de fanzone. Daar staan allemaal

biertenten en enorm grote schermen. Je komt er allerlei nationaliteiten tegen, maar hoofdzakelijk Oekraïners. Vooral de wedstrijd van maandagavond was mooi, toen Oekraïne won van Zweden. Ik begreep dat dat de belangrijkste wedstrijd was uit de plaatselijke voetbalgeschiedenis. We hebben toen een Oekraïens shirtje gekocht en meegejuicht. Het was een enorm feest, wat nog urenlang doorging.’ En de Nederlandse wedstrijden? ‘Nederland-Denemarken was klote. We hadden dat niet verwacht. We zaten in het stadion en zagen Nederland uitstekend voetballen, maar ja, die bal moet er wel in natuurlijk. We hebben

op de camping zitten berekenen wat de mogelijkheden zijn om door te mogen naar de kwartfinales.’ Blijven jullie tot het al dan niet bittere einde? ‘De tickets voor de terugreis zijn al geboekt. Na tien dagen is het mooi geweest. Voor ons dan, hopelijk ligt het Nederlands elftal er na dit weekend nog niet uit. Dat volg ik dan graag met vrienden, thuis in Leiden. Die wedstrijden zouden in Polen gespeeld moeten worden, en om daar nog helemaal heen te reizen is toch wat te gortig. Bovendien moet ik volgende week weer hard aan mijn scriptie werken.' Door Marleen van Wesel

Bandirah

In een glossy las ik voor het eerst over consuminderen. Voor wie er nog nooit van gehoord heeft, het is het tegenovergestelde van consumeren. Je geeft minder geld uit en bent toch ontzettend gelukkig. Dat klinkt als een geitenwollensokken-idee, maar in het stuk stonden enkel hippe, mooie mensen. Prachtige vrouwen in prachtige kleding, zogenaamd van de muffe kringloopwinkel om de hoek. Eén gezin beweerde elk weekend de straat op te gaan om de ‘wereld mooier te maken’. In plaats van een fortuin uit te geven aan een dagje Six Flags, werd er een paar euro besteed aan ingrediënten voor koekjesdeeg. De koekjes – per stuk aangeraakt door tien snotterige kinderhandjes – verdwenen in een zakje met een gekleurd lint en een kaartje eraan: ‘Deze koekjes zijn voor jou! Gewoon, omdat het leven mooi is.’ Dat kun je eigenlijk niet anders dan wantrouwen. Afgaande op het gejank bij mijn buren worden er in normale gezinnen snottebellen afgeveegd, ‘time-outs’ uitgedeeld en ruzie gemaakt over wat de Lego-poppetjes vanavond eten. Consuminderaars zijn waarschijnlijk van die mensen die de hele stad onder breien. Het is niet zo vreemd dat de Leidse zomer niet losbarst, de stad is voorzien van een spuuglelijke wintertrui. Consuminderen is tegennatuurlijk, en bovendien slecht voor de economie. Natuurlijk kan je gelukkig zijn met minder, maar je kan zeker gelukkiger worden van meer. Doe mij maar een oude Volvo met zo’n koffer op het dak. Of een Volkswagenbusje met bloemetjesgordijnen. De wereld is mijn camping. Ik wil een barbecue die je als plantenbak aan het balkon kunt hangen. We zullen elke avond biefstuk braden tot onze ecologische voetafdruk continentale proporties aangenomen heeft en we bevriende vegetariërs niet meer onder ogen durven te komen. Ik wil een hangmat, waarin ik kan luieren voor het huis. Consuminderende buren mogen mij af en toe een zetje geven. En ik wil een nieuwe telefoon, waarmee ik vrijwillig foto’s kan verkloten ten behoeve van mijn artistieke status. Maar ik zou ook consuminderen, en zocht op het strand naar stukjes zwerfhout, om zo’n guirlande van te maken die ik in de plaatselijke souvenirshops had gezien. Nu, twee weken later, hebben de stukjes hout ineens een pluizig vachtje en ontdek ik er de nieuwste levensvormen op. Ik koop toch maar een biologische tomatenplant en voorzie hem van een kaartje. ‘Voor jou. Zomaar.’ Bij een vriend zet ik de plant voor de deur. Het lijkt me een leuke verrassing voor als hij vanavond thuiskomt. Maar ik kan die plant hier toch niet zomaar laten staan? Ik verschuil me achter een auto en houd de plant een tijdje in de gaten. Hij trekt veel aandacht van voorbijgangers, en het lijkt een kwestie van tijd totdat iemand hem meeneemt. De wereld mooier maken is prima, maar natuurlijk niet voor een vreemde. Ik pak de plant weer op en fiets naar huis. Hij doet het goed op mijn balkon. Petra Meijer


Mare, jaargang 35, nr. 31