Page 1

7 juni 2012

35ste Jaargang • nr. 30

Strandhorror op filmfestival Pagina 11

Decaan LUMC vertrekt: ‘Relatie met universiteit is nu minder stroef’

Promoveren bij Kunsten is geen universiteitje spelen, maar emancipatiekwestie

Wordt het de rode of blauwe pil? De wondere wereld van de placebo

Pagina 3

Pagina 6

Pagina 7

Spinozapremie? Even googlen Astronoom Tielens wint Nederlandse Nobelprijs De Leidse sterrenkundige Xander Tielens kreeg maandag een Spinozapremie van 2,5 miljoen euro voor zijn onderzoek. ‘Pas toen mijn kinderen het gegoogled hadden, besefte ik hoe belangrijk het was.’

Een forensisch rechercheur onderzoekt een Haagse woning waar een moord zou zijn gepleegd. Hij wordt op zijn beurt in de gaten gehouden door Leidse criminologen. In hun zogeheten CSI Lab hebben ze een denkbeeldig plaats delict gebouwd, waar ze de werkwijze van rechercheurs kunnen bestuderen. Zie pagina 9. Foto Taco van der Eb

DOOR BART BRAUN Je zou bijna denken dat het niet zoveel voorstelt, zo’n Spinozapremie. Leiden haalt ze met grote regelmaat binnen. Alleen al de Leidse Sterrewacht, een instituutje met zo’n honderd man personeel, scoorde er drie. Echter: het is wel degelijk de hoogste wetenschappelijke onderscheiding van Nederland. Twee en een half miljoen euro is veel geld, ook in de sterrenkunde waar de onderzoeksapparatuur vaak miljarden kost. Gelegd langs de ruwe maatstaf van citatiescores en publicaties behoren de wetenschappers die hem ontvangen tot de internationale top van hun vakgebied. En de Leidse sterrenkundigen mogen er dan al drie ingekopt hebben, Wageningen en de VU hadden elk een complete universiteit nodig om aan dat aantal te komen sinds de prijs voor het eerst werd uitgereikt in 1995. De Leidse astronoom Xander Tielens was dus begrijpelijkerwijs een beetje beduusd toen hij maandag hoorde dat hij er eentje kreeg. ‘Pas toen mijn kinderen gegoogled hadden wat dat was, een Spinozaprijs, en mij opgetogen terugmailden, besefte ik hoe belangrijk het was.’ Tielens onderzoekt moleculen in de ruimte tussen de sterren, en werkt mee aan de ontwikkeling van apparaten om dat onderzoek mee te doen. Hij is de meest geciteerde nog actieve sterrenkundige van Nederland, vooral bekend van zijn werk naar zogehe-

ten polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s). Hier op aarde zijn dat de moleculen die kanker veroorzaken wanneer u uw vleesje te lang op de barbecue laat liggen. In de ruimte komen ze nog vaker voor. ‘Als sterren aan het einde van hun bestaan zijn, kunnen ze ontploffen of als een nachtkaars uitgaan. In dat laatste geval gaan ze walmen en komt er roet in het heelal terecht’, legde Tielens uit in zijn danklezing. Die ‘roet’ is verschrikkelijk belangrijk. In de ijlheid van de interstellaire gaswolken zit grofweg één PAK-molecuul per tien kubieke meter, maar die welhaast homeopathische dosis maakt alle verschil. Tielens: ‘De PAK’s koppelen heel makkelijk met het licht van de sterren. Daar komt energie bij vrij, en die energie verhit het gas.’ De deeltjes in de gaswolken kunnen zich langzaam maar zeker samenklonteren tot nieuwe sterren en planeten, en een van de factoren die bepaalt hoe lang dat duurt is de temperatuur van de wolk. Ons heelal zou er anders uitzien als die moleculen niet bestonden. Het zou zelfs kunnen dat hun invloed nog verder reikt. Zijn de planeten eenmaal gevormd uit de ruimtewolk, dan zitten er dus ook PAK’s in en op de planeet. Daar breken ze langzaam af in kleine stukjes; moleculen met koolstof erin. Het leven op aarde kan niet zonder koolstof, dus dat zijn belangrijke bouwstenen. Alle koolstofatomen in het menselijk lichaam zijn ooit gevormd in sterren, en waarschijnlijk is een aanzienlijk gedeelte ervan ooit ruimte-PAK geweest. De grote vraag is nu of die PAK’s alleen een bron van koolstof zijn, of nog ietsje meer. Toen de aarde ontstond, was er geen leven zoals wij het kennen, maar een miljard jaar later wel. Wat er in de tussentijd gebeurde, is

Mare zoekt een stagiair(e)

Wie heeft de mooiste almanak?

Studenten studeren steeds sneller

Hoe God terugkeert in het proefschrift

Interesse in journalistiek? Op de redactie van Mare is plaats voor een stagiair(e). Stuur een brief, cv en een artikel naar frank.provoost@mare.leidenuniv.nl.

Ook dit jaar beloont Mare de vereniging met de meest originele almanak met een fust bier. Inleveren voor 12 juni bij de redactie, Pieterskerkhof 6, Leiden.

Studenten halen steeds sneller hun bachelor, dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Mannen blijven trager dan vrouwen.

Het opperwezen mag toch worden bedankt, aldus het College voor Promoties. De jurist die de zaak was begonnen: ‘Ik ontwaar seculier fundamentalisme.’

Pagina 4

Pagina 5

Wat klopt hier niet?

een van de grootste raadsels van de biochemie. Ontstond het leven spontaan, of is de aarde microbieel besmet vanuit de ruimte? Wat moet er precies gebeuren met niet-levend spul zodat er levend spul ontstaat? Het zou kunnen dat de afbraakproducten van de ruimte-PAK’s daar een belangrijke rol in speelden: wellicht kan leven alleen ontstaan als precies de juiste moleculen op het juiste moment het juiste kunstje uitvoeren. Biochemici proberen al decennia in het lab de juiste stofjes bij elkaar te gooien om daar zicht op te krijgen, tot nu toe met teleurstellende resultaten. ‘Ik wil het spoor vanaf de andere kant gaan volgen’, vertelt Tielens. ‘Hoe kom je aan de stoffen die de bouwstenen voor het leven zijn? Ontstaan die als PAK’s afbreken? Tot wat voor soort moleculen braken ze af in de omstandigheden die op de jonge aarde golden?’ De astronoom wil in elk geval een gedeelte van zijn Spinozageld inzetten om achter de antwoorden op die vragen te komen. Daarnaast blijft hij naar de ruimte kijken, en niet alleen naar de polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Eerder dit jaar publiceerde Tielens nog over buckyballs, grote symmetrische koolstofmoleculen, die ook in de ruimte voorkomen. Vermoedelijk ontstaan ze uit PAK’s, waar onder invloed van straling één voor één de waterstofatomen worden gestript. ‘Wij denken dat het gebeurt via een tussenstap van grafeen, een kippengaasachtige vorm van koolstof. Die stof hebben we echter nog niet gezien, omdat we de spectrale signatuur ervan – het precieze soort licht dat er van ruimtegrafeen afkomt - nog niet kennen.’ Ook daarvoor moeten laboratoriumproeven de telescoopdata aanvullen. ‘Anders wordt het een oneindige speurtocht.’

Bandirah Pagina 12


2

Mare · 7 juni 2012 Geen commentaar

Was ik maar ontgroend Een medewerker van het Leidsch Dagblad filmde op straat een ontgroening van een Minervaans damesdispuut. Nieuwswaarde? Nul. Wie in de binnenstad woont, ziet om de zoveel weken besmeurde studenten voor lul lopen. Nee, wacht, het filmpje - opgepikt door GeenStijl - werd meer dan 100.000 bekeken. De ouderejaars die onbeholpen de journalist het filmen willen belemmeren, Minerva die sancties aankondigt… Blijkbaar is het toch niet zo normaal. Watjes. Publieke vernedering hoort nu eenmaal bij een ontgroening. Ja, volwassenen mensen die later advocaat, arts of archeoloog zullen zijn, worden beschimpt, bevuild en belachelijk gemaakt. Get over it. Ik zelf ben niet ontgroend. Ik koos ooit voor Catena omdat die niet aan die ongein meededen. Het gevolg is dat op mijn afstudeerfeestje geen oudlid te vinden was. Ik kende ze nauwelijks nog. Feliciteer ik een Quint of Minervaan met zijn of haar bul, dan vind ik de samenhorigheid daar gewoonweg ontroerend. Hun liedjes, ritueeltjes en inside jokes ontstaan uit jarenlange verbintenis; ik ken het niet. Want ik moest zo nodig individualist zijn. Voor deze krant

DOOR THOMAS BLONDEAU

Colofon Redactie-adres Pieterskerkhof 6 2311 SR Leiden Telefoon 071–527 7272 Fax 071–527 7288

interviewde ik zestigers die nog steeds vrienden zijn met die idioten waar ze ooit de soos mee hebben doorgekikkerd terwijl de struif uit hun haren droop. Ik daarentegen kijk af en toe naar foto’s op Facebook. Vernedering versterkt vriendschap. Dat is niet de conclusie van een verstokte corpsbal, maar van sociaal psycholoog Hein Lodewijkx die onderzoek deed naar ontgroening in de jaren negentig. Conclusie: hoe zwaarder de ontgroening, hoe leuker daarna het verenigingsleven. Voor zijn onderzoek vulden studenten tijdens de ontgroeningsperiode en erna wekelijks vragenlijsten in over sociale interactie, reacties op stressvolle gebeurtenissen en kameraadschap. De Volkskrant schreef hierover: ‘Hoe zwaarder de ontgroening, hoe meer ze baalden, hoe meer ze elkaar ondersteunden en uiteindelijk: des te sterker de band met de groep.’ Natuurlijk, machtsverhoudingen kunnen leiden tot excessen. In 2005 krijgt een Groningse student een epileptische aanval na het verplicht drinken van zes liter water. De jongen is anderhalve dag bewusteloos. Vijf jaar later, weer bij Albertus Magnus, trekt een jongen van 21 een Sinterklaaspak aan en vraagt om in brand gestoken te worden. Waarop een omstander de daad bij het woord voegt. Gelukkig zat hij op een eilandje toen het gebeurde. Je hoopt dat de universiteit ze een jaar lang geen stuiver heeft toegeschoven en dat ze geweerd zijn van alle ceremonies. Maar op het filmpje waar Minerva en reaguurders zo kinderachtig over lopen te doen, is geen sprake van Groningse toestanden. Wat geklieder, wat gejen, ach gut. Zeker, in een ideale wereld bestaan er geen ontgroeningen. Zoals er dan ook geen voordeursloten, porno of therapeuten nodig zullen zijn. In afwachting van die utopie, blijf ik het zonde vinden dat ik nooit diep gegaan ben voor mijn club.

Website mareonline.nl E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl

De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000

Column

Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl Redactie

Thomas Blondeau redactieleiden@gmail.com Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Judith Laanen redactie@mare.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl Medewerkers

Rivke Jaffe • Petra Meijer • Benjamin Sprecher • Anne van de Wijdeven Secretariaat Judith Laanen Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving Marijke Hoogendoorn • richgirl-design.com Drukwerk Dijkman Offset Amsterdam Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Fax 023 - 571 76 80 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • I. Bronstring • A. Brouwer • prof. dr. A.J.W. van der Does • B. van der Donk • J. Egberts • drs. B. Funnekotter • dr. H. Heestermans • prof. dr. J.J.M. van Holsteyn • Prof. dr. F. Israel • mr. F.E. Jensma • D. van der Klugt • A. Liemburg • R. Nieuwenkamp • mw C. Regoor • prof. dr. N.J. Schrijver Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op bankrekening 1032.57.950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200900100) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare. leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

Cultuurbarbaar Foute vrienden komen in veel variaties. Je hebt de drugsprofeten, de pooiers-in-spe, de goeroes van het grote ‘het is geen alcoholisme als je samen in de goot ligt’, en de mensen die eigenlijk een therapeut en een recept voor fluoxetine nodig hebben, maar bereid zijn om voor jou te settelen. Mijn foute vrienden vallen dan nog mee. Dat zijn maar academici. Afgelopen week organiseerden ze een internationale conferentie over barbarisme (headliners: twee literatuurwetenschappers en een geschiedkundige!) en een daaraan verbonden kunstevenement (headliners: dezelfde literatuurwetenschappers en geschiedkundige, maar nu aan een bar!) en zoals foute vrienden dat vaak doen, sleurden ze mij er tegen wil en dank in mee. Ik bladerde verward door mijn conferentiedraaiboek en bakte driehonderd cultureel verantwoorde gelukskoekjes. De conferentie was tot daar aan toe; daar kon ik in ieder geval in het kader van netwerken wijn gaan halen voor hologige doctoren. Het thematisch gerelateerde kunstevenement was een ander verhaal. Toen ik er mijn opwachting maakte, bleken mijn bange vermoedens gegrond. Het was niet alleen een kunstevenement: er waren ook kunstenaars. In het wild. Tijdens mijn illustere middelbareschooltijd had ik ooit als sneue uiting van tienerrebellie een dag meegelopen op een Kunstacademie, en ik had daar een gezonde achterdocht voor dergelijk volk ontwikkeld. Zonder dus oogcontact dan wel plotselinge bewegingen te maken manoeuvreerde ik me door de ruimte heen, me met mijn driehonderd cultureel verantwoorde gelukskoekjes verbergend achter de gordijnen die een vooruitziende geest had opgehangen. Iemand vroeg me wat mijn koekjes met barbarisme te maken hadden, en ik zag tot mijn afgrijzen dat het één der kunstenaars was. Gelukkig hadden vijf lange jaren van wanhopig nachtelijk essayschrijven me op dit moment voorbereid, en ik liet wat wetenschappelijke namen vallen en mompelde een paar halfverzonnen multisyllaben. De kunstenaar sloop argwanend weg.

Naarmate de avond vorderde (en nadat de zeer enthousiast onthaalde absintbar openging) werden de verzamelde bezoekers, onder wie ook veel verdwaasd rondwandelende conferentiegangers, steeds barbaarser. De conferentiegangers praatten steeds luider over hun eigen onderzoek en luisterden steeds minder naar hun gesprekspartners. De kunstenaars produceerden steeds meer vervreemdend werk. Beschaafdheid en stemming leken omgekeerd evenredig aan elkaar verbonden te zijn. Mijn driehonderd cultureel verantwoorde gelukskoekjes waren inmiddels bijna op, en ik begaf me vol goede moed al richting absintbar toen wederom bleek dat de grens tussen academisch geschoolde parttime kunstenaar en serveerster zeer onscherp is. Ik kreeg een dienblad vol gevriesdroogde insecten in handen gedrukt om de aanwezige kunstenaars en bezoekers te choqueren, en er misschien ook een paar te overtuigen een salt & vinegarkrekel te consumeren. Als laatste bastion van het postkolonialistische, verwaterde exotisme zijn onconventionele voedingswaren namelijk de manier om vastgeroeste westerlingen het idee te geven dat ze een heel meeslepend leven leiden. De doctoren doken dan ook als één man op de meelwormen en hun gezouten, geleedpotige vriendjes. ‘Spannend!’ riep er één, en we tikten onze krekels tegen elkaar bij wijze van toast. Terwijl de thorax tussen mijn kiezen knisperde keek ik de geleerde diep in de ogen, en even ontstegen we de conferentiegangers en kunstenaars om ons heen. Even waren we cultuurbarbaren. Toen zei ze ademloos: ‘Wat heerlijk. Wat fantastisch. Dat ik dit gedaan heb. Fantastisch. Dit is waar kunst om gaat.’ De krekel smaakte naar kunstmatige barbecuesmaakstoffen, en er zat een vleugeltje vast tussen mijn voortanden. Achter haar bril glinsterden de ogen van de ontroerde doctor met een totaal gebrek aan ironie. Toch kon ik niet anders dan het met haar eens zijn. Anne van de Wijdeven Masterstudent literatuurwetenschap


7 juni 2012 · Mare 3 Mensen

071 -527 …

‘Ik was een Fremdkörper’ Vertrekkend decaan benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau Eduard Klasen vertrekt als decaan bij het Leidse Universitair Medisch Centrum. ‘De relatie met de universiteit is minder stroef dan toen ik binnenkwam.’ ‘Ik heb me tien jaar lang kostelijk geamuseerd hier’, blikt prof. dr. Eduard Klasen terug. Het is zijn allerlaatste werkdag als decaan bij het Leids Universitair Medisch Centrum. Zijn officiële afscheid is al geweest; hij werd er geridderd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Helemaal weg gaat hij niet: hij blijft zich bijvoorbeeld bemoeien met de samenwerking met Delft en Rotterdam in het consortium Medical Delta. ‘Maar de uren die ik nu maak, ga ik niet meer draaien.’ Decaan worden van een geneeskundefaculteit is sowieso al een prestatie, maar bij Klasen is het extra opmerkelijk omdat hij geen geneeskundige is. De chemicus promoveerde bij de afdeling Humane Genetica van wat toen nog het AZL heette, de voorloper van het LUMC. ‘Daar leerde ik al vroeg samenwerken met artsen. Als niet-dokter moet je een tandje hoger. Soms ligt dat aan ego’s, soms aan de afstand tussen lab- en klinisch werk. Als je echter respect hebt voor wat iemand kan en doet, krijg je het ook terug. ‘Als decaan was ik sowieso een beetje een Fremdkörper; ik heb dat ook op mijn eigen manier ingevuld. Door goed te luisteren naar de mensen binnen de organisatie: eerst kijken hoe het loopt, en dan de discussie aangaan. De keuzes die je maakt, moeten ook gedragen worden. Op die manier heb ik onder meer een rol gespeeld bij het excellente-studentenprogramma met promotiemogelijkheid. We hebben een Good

Door Bart Braun

Research Practice-traject opgezet. De relatie met de universiteit is minder stroef dan toen ik binnenkwam. Voor je het weet ben je twee losse organisaties. Dat kan niet, want je bent volstrekt afhankelijk van elkaar.’ Klasen neemt afscheid op een moment dat de Nederlandse UMC’s voor grote uitdagingen staan. Studenten moeten decentraal worden geselecteerd – al weet nog niemand waarop precies. De zorg zal in de toekomst met minder geld toe moeten, en dat heeft weer zijn weerslag op het

onderwijs. Vertrekt hij nu het nog leuk is? “Het is leuk en het blijft leuk, maar feit is dat we binnen de Raad van Bestuur van het LUMC heel dicht op elkaar zitten, qua leeftijd. Voor de continuïteit is het beter als we niet allemaal tegelijk vertrekken. ‘Maar inderdaad, de overheid kijkt kritisch naar de UMC’s, omdat ze denken dat we nogal ruim in ons jasje zitten. Die discussie voeren we nu. Ik denk dat onderschat wordt hoe moeilijk de combinatie van zorg, onderwijs en onderzoek is, en

hoe goed we presteren. In het buitenland is men maar wat jaloers op zo’n geïntegreerd systeem. Ik maak me wel zorgen om wat er gebeuren gaat, zeker als je kijkt naar de grote aantallen studenten. De keuzes worden wel ingewikkeld, zeker als je ook de concurrentie met andere ziekenhuizen aan moet. Het LUMC wil met onze partners in de omgeving – die ook onze studenten en artsen opleiden – het zo organiseren dat we niet in een inefficiënte competitie verzeild raken.’

Eduard Klasen tijdens zijn afscheid. Foto Marc de Haan

Wat gaat Minerva doen om dit soort incidenten te beperken? ‘We gaan de verbanden en disputen draaiboeken laten schrijven zodat we als bestuur kunnen beslissen of het eens zijn met hun inauguratieactiviteiten. Hiermee proberen we dan incidenten in de toekomst te voorkomen. We hebben te veel verantwoordelijkheid bij de leden gelegd, dan zit je zoals nu met de gebakken peren.’

Upgraden met een schroevendraaier

‘Hij doet veel meer dan ik verwacht had.’ Foto Taco van der Eb

In een luier besmeurd worden met vla, hagelslag en ketchup. Dat was de inauguratie van het Minervaanse damesverband ‘Op en Neer’, waarmee ze donderdag 24 mei door een filmpje op internet de landelijke pers haalden. Preses Guido van Rooy geeft tekst en uitleg. Eerst Hotel Des Indes waar 38 Minervanen hun broek lieten zakken en een deur vernielden, nu luiergate. ‘Ik was heel nijdig. Het is totaal niet representatief hoe Minerva is. Het is ook een totaal non-incident, maar je moet kijken naar het verhaal erachter en hoe je dit oplost en in de toekomst kan voorkomen. Nu gaat het toevallig twee keer mis, dus dan moet je ingrijpen. Normaal zijn we op een zinnige manier bezig bij Minerva, nu lijkt het alsof we niet weten wat we aan het doen zijn. We zeggen al jaren dat inauguraties niet op extern terrein mogen plaatsvinden maar het gebeurt toch.’

Frutti di Mare

Door Marleen van Wesel Onder een afdakje naast de Leidse Weggeefwinkel, net buiten het bereik van een stralende zon, staan tafels bezaaid met schroevendraaiers, tangen, zagen, duct tape en tie-wraps. Hier organiseert Liselotte Vandikkelen (24, sinds afgelopen zomer afgestudeerd antropologe) met een paar studievrienden en een groep handige vrijwilligers het eerste Leidse Repair Café. Vandikkelen: ‘Het idee is dat mensen hun kapotte lampen, broodroosters en water-

Vla met gebakken peren

kokers meenemen, om die samen te repareren. Zo hoef je minder weg te gooien en leer je ook nog iets.’ Achter haar naait een vrouw met vlotte steken een knoop op een spijkerbroek. Wethouder Roos van Gelderen, die het Repair Café officieel opende, bracht zelf een oude fauteuil mee met een flinke barst in de zitting. ‘Ik ben er niet zelf doorgezakt hoor’, zegt ze voor de zekerheid. Britt Myren (23), masterstudent medische antropologie en sociologie aan de Uni-

versiteit van Amsterdam, kijkt bewonderend naar de man die zich over haar fiets heeft ontfermd. ‘Hij doet veel meer dan ik had verwacht. Het zadel was naar achteren geklapt en de versnelling was kapot, maar hij heeft ook alvast mijn lamp gerepareerd en het spatbord vastgeschroefd.’ Zelf heeft ze ook al een reparatiepoging ondernomen. ‘Maar dat was geen succes. Nu wordt mijn zadel meteen geüpgrade tot een professioneel iets.’ Hoewel haar eigen handen nog niet echt druipen van de kettingolie, steekt ze er wel wat van op. ‘Hij maakt niet álles. Voor mijn versnelling moet ik nog een klein onderdeeltje aanschaffen en zelf monteren.’ Intussen bemoeit ook een betrokken buurtbewoner zich met haar zadel. Vandikkelen vindt dat mooi. ‘Dat is precies de bedoeling: mensen nemen behalve hun kapotte huisraad ook hun eigen kennis mee. De volgende edities van het Leidse Repair Café organiseren we daarom telkens in een ander buurthuis.’ Voor de eerste editie is nog gekozen voor de iets centraler gelegen Weggeefwinkel aan de Lammeschansweg. Vandikkelen: ‘Ook hier worden oude spullen niet weggegooid, maar weggegeven aan mensen die er nog wat mee kunnen.’ Rachad Ghaddoura (30), een van de studievrienden uit de organisatie, constateert dat mensen vooral fietsen meenemen. ‘Logisch, dat is laagdrempeliger dan een zware fauteuil. En bijna iedereen

heeft thuis wel zo’n oud barrel staan. Maar ik zie ook veel stofzuigers, radio’s en frituurpannen.’ Repair cafés bestaan al enige tijd in andere Nederlandse steden. Tijdens een editie van het Groene IdeeCafé sloeg het concept over op Leiden. Ghaddoura: ‘Dat is een maandelijkse brainstormavond in het Scheltemacomplex. Liselotte ging ermee aan de slag en bracht via Facebook een groep mensen bij elkaar.’ Even verderop probeert een elektronicareparateur met engelengeduld het draadwerk van een waterkoker uit te leggen aan een bejaarde dame. Een ander speurt intussen de tafeltjes af naar een inbussleutel. De reparateurs hebben veel aan de inhoud van elkaars gereedschapskisten en aan de meegebrachte boutjes, moertjes en schroefjes, die ze vaak keurig gesorteerd hebben in oude botervloten en roggebroodbakjes. Onder de kapotte zitting van de fauteuil van de wethouder is inmiddels een extra plank geschroefd. Van Gelderen neemt haast als een diva plaats op het antieke meubel. Ze knijpt haar ogen dicht tegen de felle zon, omringd door fotografen van de lokale media. Terwijl de camera’s flitsen klinkt een luid gekraak en betrekt haar gezicht. Snel springt ze op. Repair Café Za 9 juni, 13-16 uur, Buurtcentrum De Pancrat, Za 14 juli, 13-16 uur, Buurtcentrum ’t Schippertje

Maar dit is toch een bekend Leids straatbeeld? ‘Jawel, en ik vind dat het ook onderdeel van de studentencultuur is. De rugbyers rennen ook naakt een rondje rond de gracht, maar daar zit tenminste humor in. Je kunt best een ei op iemands hoofd kapot slaan, maar ik ben tegen het vernederen van mensen op straat, ook als het bij mijn eigen vereniging gebeurt. Het kan allemaal veel creatiever. Ik voel me hier ook niet schuldig over.’ Wat zijn de gevolgen voor de dames? ‘We beraden ons nog op passende maatregelen voor de meiden die in beeld zijn geweest. Dat houden we graag intern. Ik heb ze meteen nadat het gebeurde eerst met een emmertje sop de steeg in gestuurd om de boel schoon te maken, en ze daarna naar huis gestuurd om goed over hun actie na te denken.’ Na het incident in Des Indes werden jullie door de universiteit op het matje geroepen. Nu weer? ‘Nee, ik heb nog niets vernomen. Kijk, het is ook vechten tegen de bierkaai. Je kunt erop wachten tot er iets mis gaat, maar het hoort erbij. Het maakt Leiden wel weer een spannende stad.’ JL


4  Mare · 7 juni 2012 Nieuws

Nog altijd kamernood Leiden kampt met een tekort van 3650 kamers. Dat staat in het onderzoeksrapport Sleutels gevonden in Leiden? van ABF Research in opdracht van SLS Wonen, de Hogeschool Leiden, de Universiteit Leiden en de gemeente. Er is sprake van een lichte daling ten opzichte van 2009, toen er een tekort was van 4150 kamers. Het onderzoeksbureau verwacht echter een stijging tot 5500 in 2020, omdat het aantal studenten nog stijgt. Bij deze schatting zijn de huidige bouwplannen niet meegerekend. Als die plannen gerealiseerd worden, zet de daling voort, maar blijft het tekort fors. ‘We hebben tot 2020 nog voor tweeduizend extra studenten bouwplannen’, vertelt Wilbert Bots van SLS Wonen. ‘Onder meer aan de Langebrug, de Lammenschansweg, het Gorlaeus en het Stationsplein. Maar dan nog is er een tekort van zo’n drieduizend kamers.’ Momenteel tellen hogeschool en universiteit 24 duizend studenten, waarvan er 6800 in Leiden op kamers wonen en 1600 in zelfstandige woningen. Gemiddeld betalen zij 300 euro voor een kamer en 530 euro voor een zelfstandige woonruimte.

Geen compensatie Staatssecretaris voor het Hoger Onderwijs, Halbe Zijlstra, gaat niet in het buitenland om compensatie vragen voor studenten van over de grens die in Nederland komen studeren. Dat bleek tijdens een overleg vorige week in de Tweede Kamer. Het Centraal Plan Bureau becijferde twee weken geleden dat deze studenten de staat juist geld opleveren. De VVD had Kamervragen gesteld over de kosten van de buitenlandse studenten. De PVV vond vooral dat er te veel Duitsers in Nederland kwamen studeren. 43 Procent van de bijna 60 duizend buitenlandse studenten komt uit Duitsland. Maar als inwoners van een EU-land hoeven zij niet extra te betalen. De PVV was als enige partij niet tevreden over het rapport. Het zou te vaag en onwetenschappelijk zijn. Zijlstra vindt het overigens geen goed idee dat Nederlandse onderwijsinstellingen Duitstalige opleidingen aanbieden aan Duitse studenten om die klaar te stomen voor hun eigen arbeidsmarkt.

Strengere deadlines voor student én docent Geesteswetenschappen wil strenger toezien op het naleven van deadlines Voortaan moeten studenten van de faculteit Geesteswetenschappen een verzoek om uitstel indienen bij de examencommissie, wanneer ze de deadline van een paper niet halen. Tot nu toe werd dat vaak informeel met de docent afgesproken. Dat bleek tijdens de faculteitsraad van vorige week. Ook docenten moeten de deadlines van hun nakijkwerk goed in de gaten houden. De studentenfracties staan achter de maatregelen. ‘Studenten vinden het prettig als er, zowel voor docenten als voor henzelf, sancties zijn voor het overschrijden

Door Marleen van Wesel

van deadlines,’ gaf Gijs Drijer van SGL aan. ‘De examencommissie is minder benaderbaar voor individuele afspraken over het later inleveren van een paper. Docenten stemmen eerder toe,’ verduidelijkt Marc Newsome van BeP. Raadslid Eric Storm had zijn bedenkingen. ‘Ik ben er niet voor om dergelijke bureaucratische middelen in te zetten voor zo’n klein probleem.’ Wel gaf hij aan dat de examencommissie van de studie geschiedenis gerust zo’n vierhonderd verzoeken om uitstel zou kunnen krijgen, wat volgens zijn raadsgenoten nu ook weer niet op zo’n heel klein probleem wijst. Na een stemming bleek een meerderheid voor de strengere maatregel. ‘Alleen met een héél goe-

de reden, die bekend is bij de examencommissie in plaats van alleen bij de docent, kun je een deadline nog missen,’ besloot decaan Wim van den Doel dan ook. Wat betreft de deadlines voor het nakijkwerk voor docenten wees vicedecaan Willem Drees erop dat studenten een overschrijding kunnen melden bij de opleidingscommissie. ‘Wanneer een patroon te signaleren is, spreekt de opleidingscommissie de docent daarop aan. Voor hen geldt overigens ook dat ze uitstel kunnen aanvragen wanneer ze een goede reden hebben.’ Docenten hebben drie weken de tijd om hun nakijkwerk te voltooien. Van den Doel verzekert de studenten nog eens dat ook dit punt serieus genomen wordt.

Studenten studeren sneller Studenten halen steeds sneller hun bachelor, dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Van de eerstejaars studenten aan de universiteit in studiejaar 2007/’08 had 49 procent na 4 jaar het bachelordiploma op zak. Dat is 9 procent meer dan de eerstejaars uit 2004/’05.

Afgestudeerden verdienen minder Hoogopgeleide starters die zich vorig jaar op de arbeidsmarkt begaven, verdienden minder dan afgestudeerden die een jaar eerder gingen werken. Dat blijkt uit het onderzoek Studie&Werk 2012 van opinieblad Elsevier. Ook was de kans op een vast contract nog nooit zo laag. Daarnaast werkt een op de drie academici onder zijn niveau. Vooral afgestudeerden van alfa-opleidingen als Romaanse talen, communicatie en kunst- en cultuurstudies hebben banen waarvoor ze hun studie eigenlijk niet nodig hadden. Het is niet alleen kommer en kwel volgens Elsevier: ‘Afgestudeerden zoeken niet langer naar werk dan een jaar geleden. De werkloosheid voor hbo’ers ligt op 4 procent, voor academici op 5 procent. Dat is onder het landelijk gemiddelde van 6 procent.’

Mogelijk op achttiende pas alcohol De Eerste Kamer wil de leeftijdgrens voor alcoholgebruik verhogen naar achttien jaar. De PvdA-fractie in de Senaat diende twee weken geleden tijdens het debat over de nieuwe drank- en horecawet een motie in waarin de regering wordt verzocht ‘de wettelijke leeftijdsgrens voor verkoop en bezit van zwak alcoholische dranken te verhogen van 16 tot 18 jaar.’ De motie kreeg in eerste instantie geen steun van een meerderheid in de Kamer. VVD, PVV en het CDA waren tegen. Bij nader inzien steunt het CDA dan toch de PvdA-motie waardoor een meerderheid is ontstaan. Het kabinet kan de motie naast zich neerleggen. Maar ook in de Tweede Kamer is er wel steun om de grens te verhogen.

Verder complimenteerde Newsome namens de studentenpartijen en studieverenigingen het faculteitsbestuur met de koers van het studiesuccesplan. ‘De afgelopen periode was behoorlijk heftig, maar het bestuur heeft dit goed aangepakt. Zelf ben ik erg enthousiast over de aandacht voor studiebegeleiding.’ De vrede in de raad leek daarmee wedergekeerd. Voor de faculteitsraad van april hadden studieverenigingen met e-mails, Facebookevents en een petitie hun leden nog massaal opgetrommeld. Naast de plannen zelf, kon vooral het gebrek aan inspraak door studenten op veel kritiek rekenen. Op 15 mei boden zij met de faculteitsfracties een alternatief aan, waaruit het bestuur punten heeft overgenomen.

Tapdiploma: zakken kan niet Gediplomeerd bier tappen is nog eenvoudiger geworden. Studenten kunnen nu online de cursus Instructie Verantwoord Alcoholschenken volgen. Na vijf tot tien minuutjes online vragen invullen, is de deelnemer aan de cursus een gratis schenkcertificaat rijker. Tot voor kort moest een student nog de deur uit om het papiertje te halen. De cursuswebsite is een initiatief van de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV), die wil het voor haar leden makkelijker maken ‘hun barvrijwilligers correct op te leiden’, aldus het persbericht van de vereniging. De LKvV wil eigenlijk alle leden van een studentenvereniging verplichten de cursus af te ronden. Veel blokken komt er niet aan te pas om de cursus te halen. De twintig multiple-choicevragen zijn met een beetje gezond verstand wel cor-

rect in te vullen. Wie toch de fout in gaat, krijgt uitgebreid uitleg en mag dan nog een keer proberen het juiste vakje in te vullen. De website is in samenwerking met de nationale sportkoepel NOC*NSF en de Stichting Verantwoord Alcoholgebruik opgezet. NOC*NSF gebruikt al langer een soortgelijke cursus voor de barvrijwilligers van haar sportkantines. De nieuwe cursus is echter volledig toegespitst op studentenverenigingen en bevat bijvoorbeeld een scenario met een ouderejaars die gedurende de introductieweek op de sociëteit sterke drank bestelt voor enkele minderjarige studenten uit zijn mentorgroepje, of klanten die er jonger uitzien dan zestien, en weigeren een identiteitsbewijs te tonen (met als een van de mogelijke antwoorden: ‘Je verkoopt hem toch maar twee biertjes. Als hij zegt dat hij 16 is, dan zal dat wel zo zijn.’) VB

Groningse universiteitskrant De universiteitskrant van Groningen, de UK, stopt na 41 jaar waarschijnlijk met de papieren editie. Forse bezuinigingen kunnen de tekorten door teruglopende advertentie-inkomsten namelijk niet opvangen. Nu de Rijksuniversiteit Groningen stopt met personeelsadvertenties en de eigen RUG-pagina in het blad, worden de tekorten te groot. In 2007, toen het voortbestaan van Mare enige tijd onzeker was, vertelde Simon Kuipers, toenmalig voorzitter van het college van bestuur, nog graag dat de UK als onafhankelijk medium onontbeerlijk was voor de RUG: ‘Noem ons misschien een wat ouderwetse universiteit die de huidige mode van zo efficiënt mogelijk studeren en alleen de studie belangrijk vinden wat minder volgt.’ De UK blijft wel in digitale vorm bestaan. In overleg met het huidige college van bestuur wordt momenteel gewerkt aan een plan voor verdere digitalisering, mogelijk toch in combinatie met papier. BB

Dat houdt in dat meer dan de helft van de bachelorstudenten mogelijk geconfronteerd gaat worden met de langstudeerboete. Die gaat in als een student langer dan vier jaar doet over zijn bachelor; nominaal plus een. De onderzoekers zien als mogelijke oorzaken voor deze verbetering de invoering van het bindend studieadvies. ‘Daarnaast speelt de invoering van de harde knip tussen bachelor- en masterdiploma mogelijk een rol.’ Mannen studeren een stuk langzamer dan vrouwen en zorgen ervoor dat de cijfers er nog steeds niet erg rooskleurig uitzien. Het verschil is ook vrij groot. Van de mannen die in 2007 begonnen, heeft slechts 38 procent na vier jaar zijn bachelorbul. Bij de vrouwen is dat maar liefst 58 procent. De kloof is zelfs al eens groter geweest. Voor de starters 2006 was het verschil nog 23 procent. Vooral bij de opleidingen op het gebied van techniek, industrie en bouw en natuurwetenschappen en informatica is het studierendement van de eerstejaars uit 2007/’08 beduidend hoger dan van starters uit studiejaren daarvoor. In de sector gezondheidzorg en welzijn steeg het aandeel geslaagden het meest: van 36 procent van de eerstejaars uit 2004/’05 naar 54 procent van de starters in 2007/’08. Dit komt mede door de late invoering van de BaMa bij de opleiding geneeskunde. Waar in 2004/’05 nog veel startende geneeskundestudenten aan een 4-jarige doctoraalopleiding begonnen, startten in de jaren daarna er meer en meer eerstejaars aan de nieuwe 3-jarige bacheloropleiding. Deze bacheloropleiding is gemakkelijker na 4 jaar af te ronden. VB


7 juni 2012 · Mare 5 Nieuws

Deeltijders gecompenseerd De Tweede Kamer heeft ingestemd met maatregelen om deeltijdstudenten en gehandicapten die door de langstudeerboete worden getroffen te compenseren. Deeltijdstudenten overschrijden vrijwel altijd, eigenlijk per definitie, de nominale studietijd plus een uitloop van een jaar. Toch vallen ook zij onder hetzelfde boeteregime als voltijdstudenten. Staatssecretaris voor het Hoger Onderwijs, Halbe Zijlstra, voelde enige druk om dit probleem op te lossen. Zeker ook met het oog op de rechtszaak die studentenorganisaties ISO, LSVb en LKvV zijn begonnen tegen de staat. De studenten vinden de regeling onrechtmatig en de discussie over de situatie waarin de deeltijders zich bevinden, speelt daarin een rol. De staatssecretaris kwam met een spoedwet waarin hij de nodige zaken repareert. Deeltijdstudenten en gehandicapten die buiten hun schuld studievertraging oplopen, moeten maar bij de profileringfondsen van hun universiteiten aankloppen. Den Haag stort de komende vijf jaar telkens 10 miljoen euro in de fondsen om de verwachte hogere vraag naar financiële bijstand op te kunnen

vangen. In het Leidse profileringsfonds, dat als ‘regeling financiële ondersteuning studenten’ wordt omschreven, is er ruimte om voltijdstudenten die met bijzondere omstandigheden te maken krijgen met geld te ondersteunen. ‘De onvoldoende studeerbaarheid van een opleiding’ is een van deze bijzondere omstandigheden. Met deeltijdstudenten is niet specifiek rekening gehouden in de regeling. De studentenorganisaties die een rechtszaak zijn begonnen tegen de boete zijn sceptisch over de spoedwet. De Leidse hoogleraar staatsen bestuursrecht en advocaat van de organisaties, Tom Barkhuysen, noemde tijdens de zitting van twee weken geleden de tien miljoen van Zijlstra ‘een druppel op een gloeiende plaat’. Ook neemt de spoedwet de onrechtmatigheid van de maatregel niet weg. De landsadvocaat meende toen overigens dat deeltijdstudies eigenlijk niet bestaan. Het is dan ook onduidelijk hoe de deeltijdregeling van Zijlstra in de praktijk moet gaan werken. De rechter doet uiterlijk 25 juli uitspraak over de rechtmatigheid van de boete. VB

Jazz in het park

2300 bezoekers zochten zaterdag de Leidse Hout op voor het festival Summerjazz. Optredens van Gare du Nord, Jungle by Night en Tin Men and the Telephone wisselden af met een lezing van hoogleraar theoretische sterrenkunde Vincent Icke en expedities naar de wortels van de jazz in een truck van Museum Volkenkunde. Christien van Rijs, die samen met zeven andere studenten in de organisatie zat: ‘Het was niet uitverkocht, waardoor iedereen genoeg plaats had om lekker te chillen in het gras.’ Haar hoogtepunt was de afsluiter, de Duitse electrojazzformatie Marbert Rocel. ‘Dat was echt een feestje, iedereen stond te dansen.’ Foto Taco van der Eb

Hoe God terugkeerde in het proefschrift Promovendus: ‘Ik ontwaar seculier fundamentalisme’ Promovendi mogen toch wel hun proefschrift opdragen aan God. Voorlopig, in elk geval: de universiteit gaat haar promotiereglement tegen het licht houden. Toen jurist Fred Schonewille in februari promoveerde op zijn proefschrift Partijautonomie in het relatievermogensrecht, bestonden er twee versies van dat proefschrift. In de handelseditie stond de opdracht Initium sapientiae timor Dei; laudatio eius manet in saeculum saeculi, een ingekorte versie van psalm 111:10. Vertaald: ‘Het begin van wijsheid is ontzag voor de Heer. Zijn roem houdt stand, voor altijd.’ In de editie die bij de pedel lag, ontbrak die opdracht. Een opperwezen bedanken mocht niet van de universiteit. Schonewille stapte naar het College voor Promoties van de universiteit, en dat gaf hem gelijk: er staat nergens in het promotiereglement dat je geen opdracht mag hebben, of dat daar beperkingen aan zouden gelden. Schonewille mag nieuwe versies, met opdracht, af komen leveren bij de Universiteitsbibliotheek. ‘Dat zal ik zeker doen’, aldus de verse doctor. ‘Ik ga ook nauwlettend in de gaten houden of de universiteit

Door Bart Braun

nu het promotiereglement gaat wijzigen, en bezwaar maken als dat op de verkeerde manier gebeurt.’ Hij betreurt het dat hij alleen op juridische grond gelijk krijgt. ‘Als jurist wist ik al dat ik gelijk had. Ik wilde juist horen dat het verkeerd beleid is om een religieuze opdracht te weren – maar daarover stond niets in de brief die ik kreeg.’ Wie door Leidse proefschriften bladert, komt allerlei opdrachten tegen. Aan ouders, aan kinderen. Citaten van dichter Rutger Kopland, rockband Queen of schrijver en professioneel junkie Hunter S. Thompson; het mocht blijkbaar allemaal, en een Bijbelcitaat niet. ‘Ik ontwaar een seculier fundamentalisme’, aldus Schonewille. ‘Het is mij er steeds om gegaan dat men alleen religieuze opdrachten weert. De Universiteit Leiden heeft een openbaar karakter en is van publieke middelen gefinancierd, en dus moeten alle gezindten welkom zijn.’ Universitair woordvoerder Caroline van Overbeeke bestrijdt dat de universiteit specifiek gelovigen aanpakt. ‘In wetenschappelijke artikelen wordt ook heel zakelijk omgegaan met opdrachten; dat heeft verder niets met de vrijheid van geloof te maken. De universiteit heeft zich altijd op het standpunt gesteld dat die

eerste pagina’s vrij moeten zijn van opdrachten en dankwoorden. Daar is elders in het proefschrift plaats voor. Het is een wetenschappelijk werk, waarmee je dus zakelijk om moet gaan.’ De universiteit overweegt nu om het promotiereglement opnieuw tegen het licht te houden: ‘Het roept nu blijkbaar verwarring op. We moeten nog kijken of we het veranderen, en in welke zin: of we opdrachten strikt gaan verbieden of juist toelaten. In elk geval moet iedereen weten waar hij of zij aan toe is.’ Voorlopig is het nog niet zo ver. Dinsdag promoveerde natuurkundige Jan Willem Beenakker op een proefschrift met de zinspreuk ad majorem Dei gloriam (ter meerdere ere Gods). Beenakker: ‘Dat mocht wel, toen niet, toen weer wel. Uiteindelijk heb ik het maar gewoon naar de drukker gestuurd.’ De druk op Schonewille speelde daarbij een rol, vertelt de fysicus: ‘Toen ik hoorde dat het niet mocht, wist ik dat ik het juist wel wilde. Ik dacht: “Dit is zo bezopen, ik mag uitkomen voor wat ik geloof.” In het wetenschappelijk gedeelte heeft God geen plek, daar ben ik het mee eens. Maar een proefschrift is een persoonlijke proeve van bekwaamheid. Daar hoort ook iets persoonlijks in.’

Fiets weg = geld terug Als de gemeente Leiden dit voorjaar je fiets meenam, krijg je de boete die je betaalde terug.

uitspraak in Den Haag niet meer rechtsgeldig was.’

Geschiedenisstudente Myrthe Doelman, jouw fiets was meegenomen? ‘Ja, twee keer zelfs. Onterecht, want ik had hem wel goed in het rek gezet. Hij stond bij de Rembrandtstalling en daar is te weinig ruimte, dus ik denk dat iemand anders mijn fiets uit het rek heeft gehaald. Op de foto van de gemeente stond de achterkant van mijn fiets net buiten de rand.’

Dus je kreeg je geld terug? ‘Ja. Sterker nog, als je fiets tussen februari en 7 mei van dit jaar is meegenomen door de gemeente, heb jij ook recht op geld terug.’

En toen? ‘Mijn zwager is advocaat, en hij wist dat er net in Den Haag een uitspraak was gedaan ten gunste van iemand wiens fiets was meegenomen. Hij schreef een brief aan de gemeente Leiden dat de Fiets Fout = Fiets Weg-verordening sinds de

En klopte dat? ‘Ze zeiden dat we gelijk hadden, en we niet eens naar de rechter hoefden.’

Wat was er op 7 mei? ‘De gemeente heeft de Algemene Plaatselijke Verordening razendsnel aangepast, en op de zevende ging die in. Maar voor studenten is het toch goed nieuws: ze krijgen geld terug, en ze kunnen de gemeente laten zien dat steeds maar fietsen meenemen niet zo makkelijk is. Er moeten gewoon meer fietsenstallingen komen.’ BB

Zijlstra: Engels hoeft niet altijd Staatssecretaris Zijlstra wil kritisch gaan kijken naar studies die in het Engels worden gegeven. Dat bleek tijdens een overleg in de Tweede Kamer vorige week. Hij wil studiekeurder NVAO laten onderzoeken waarom bepaalde opleidingen in het Engels worden gegeven. Het CDA en de PVV hadden bezwaar tegen de steeds verder voortschrijdende invloed van het Engels in het hoger onderwijs. Ook de gebrekkige taalbeheersing van docenten is de partijen een doorn in het oog. Zijlstra kon zich wel vinden in de kritiek van de partijen. ‘Een docent

moet goed in het Engels getraind zijn als hij in het Engels lesgeeft. ’ Zijlstra wil verder dat de NVAO bij het beoordelen van opleidingen kijkt waarom er in het Engels wordt lesgegeven. ‘In goed Nederlands: er moet een sanity check plaatsvinden.’ In de wet staat overigens ook dat het hoger onderwijs in principe Nederlandstalig is, tenzij er goede redenen zijn om daarvan af te wijken. De Interparlementaire Commissie (IPC) van de Nederlandse Taalunie organiseert op 11 juni in Den Haag een publieke hoorzitting over het Nederlands en het Engels als instructietaal in het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. VB

gedifferentieerd collegegeld: lager voor arbeidsmarktrelevante studies en hoger voor bijzonder excellente opleidingen’, staat er in het conceptverkiezingsprogramma, dat eind juni moet worden goedgekeurd door het CDA-congres. ‘Verlaging van het collegegeld kan bijvoorbeeld ingezet worden voor technische opleidingen en lerarenopleidingen voor die vakken waar een tekort is of dreigt.’

Uit het programma blijkt ook dat de partij de basisbeurs voor de bachelor wil behouden. Over een sociaal leenstelsel voor de master, wordt niets vermeld. De mogelijkheden tot selectie aan de poort moeten volgens het CDA verruimd worden. Opvallend is dat de partij wil dat alleen nog de ‘allerbeste studenten’ toegelaten worden tot lerarenopleidingen; selectie aan de poort dus. VB

CDA wil lager collegegeld voor technische studies Het CDA wil het collegegeld voor technische studies best verlagen. Dat blijk uit het conceptverkiezingsprogramma van de partij. Eerder liet Kamerlid en oud-minister van Onderwijs Ronald Plasterk (PvdA) weten zelfs voorstander te zijn van het afschaffen van het collegegeld voor techniek en bètaopleidingen. In het televisieprogramma Buitenhof zei

hij vorige week dat het tekort aan goed technici zo urgent is geworden dat ‘een schoktherapie’ nodig is. ‘Hoe krijgen we de economie aan de gang? (…) Daar hebben we technici voor nodig. Dat kan door de techniekopleidingen ‘gratis’ te maken. De wereld zit niet te wachten op meer communicatiewetenschappers maar op meer technici.’ Volgens Plasterk wordt het plan opgenomen in het verkiezingspro-

gramma van de partij. In de Tweede Kamer kwam er kritiek van het CDA op het idee. Fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma vroeg zich waar het geld, 180 miljoen euro, voor het plan vandaan moet komen. ‘Want je weet één ding: ooit wordt de rekening betaald.’ Nu blijkt dat het CDA wel degelijk inzet op lagere collegegelden voor techniekstudies. ‘Er komt een meer


6  Mare · 7 juni 2012 Achtergrond

Het penseel als proefbuis Promotie timmert theoretisch raamwerk voor kunstenpromotie Een schrijver of componist die college geeft; dat doet geen wenkbrauwen de hoogte inschieten. Maar een kunstenaar die artistiek onderzoek doet, heeft die ook een plek aan de universiteit? Kunsttheoreticus Henk Borgdorff vindt van wel en promoveerde cum laude op het hoe en wat. Toen Ton Anbeek, hoogleraar letterkunde, een paar jaar geleden een jeugdgevangenis bezocht om inspiratie op te doen voor een roman, dachten de gedetineerden dat hij met proefbuizen zijn brood verdiende. Hij was toch professor? De aanname van de gevangenen is niet zeldzaam. Onderzoeken, dat heeft met experimenteren te maken, empirie, weten is meten? Toch? Nou nee, weinig antropologen, filosofen of historici zullen zich kunnen vinden in die omschrijving. Toch verrichten zij ook wetenschappelijk onderzoek, al is het dan niet volgens het natuurwetenschappelijk model. En wat met de musicus die op zoek gaat naar nieuwe uitvoerpraktijken? Of de performancekunstenaar die wil onderzoeken hoe zijn discipline kan worden ingezet om religieuze vieringen te updaten? In het Angelsaksische en Scandinavische hoger onderwijs hebben kunstenaars al onderzoeksfuncties en doctorstitels verworven. Nederland loopt wat dat betreft achter. Onlangs promoveerde kunsttheoreticus Henk Borgdorff, werkzaam aan verschillende hogeronderwijsinstellingen in binnen- en buitenland, op The Conflict of the Faculties, Perspectives on Artistic Research and Academia. Daarin formuleert hij

Door Thomas Blondeau

een aantal criteria waaraan artistiek onderzoek moet voldoen, teneinde ook academisch te zijn (zie kader). Momenteel reist hij Europa rond om te spreken over zijn bevindingen. Artistiek onderzoek, dat betekent schuine blikken van academici die het weinig wetenschappelijk vinden en van kunstenaars die vrezen voor inperking. ‘Het staat erg ter discussie. Maar aan de andere komt er ook steeds meer aandacht ook van die instellingen die zich bezighouden met de valorisatie en evaluatie van wetenschappelijk onderzoek. ‘Maar wat zeg ik nu tegen die sceptische kunstenaars? Meestal zijn ze niet zo goed geïnformeerd. Er is niet zoveel verschil tussen wat kunstenaars doen en artistiek onderzoek. Mocht het zo zijn dat onderzoek de kunstpraktijk inperkt of institutionaliseert, dan moeten we er onmiddellijk mee stoppen. ‘De kritische wetenschappers wijs ik er dan weer op dat dit soort onderzoek al langer aan de gang is binnen de universiteit. Het gaat om een ontsluiting van een vorm van kennis. Een ontsluiting die niet louter in woorden of theorieën is te vatten. Zoals je dat ziet bij bijvoorbeeld visuele antropologie waarbij visueel materiaal gebruikt wordt om iets vast te leggen omdat men meent dat woorden alleen niet volstaan. Als je het hebt over schilderkunst, dan kan het zijn dat in die verf een bepaalde informatie zit, die niet simpelweg te beschrijven is. Dan moet je dat laten zien. ‘Daarnaast wordt gebruik gemaakt van onconventionele onderzoeksmethoden waarbij de praktijk van het maken of het spelen een rol speelt. Dat zie je bijvoorbeeld ook bij science and technology studies waarbij je het laboratorium in gaat om wetenschappelijke praktijken te onderzoeken.

Maar is het onderzoek? Zeven vragen die gesteld kunnen worden bij de beoordeling of een bepaalde kunstpraktijk als onderzoek geldt.

‘En de ontsluiting, de publicatie van de kennis gebeurt bij artistiek onderzoek via zogeheten verrijkte publicaties, dus door de combinatie van verschillende media. Maar ook dat zie je steeds vaker gebeuren binnen al bestaande compartimenten van de universiteit. Al is het daar nog vaak hoofdzakelijk een tekst met wat foto’s erbij. Bij artistiek onderzoek bepaalt de kunstenaar hoe zo’n publicatie wordt vormgegeven.’ U geeft in uw proefschrift geen concrete voorbeelden

van artistiek onderzoek. Waarom niet? ‘Die vraag stelden ze me ook al tijdens de promotie. Aan het einde van het proefschrift geef ik één groot voorbeeld, namelijk de casestudie het Journal for Artistic Research, een tijdschrift dat voor iedereen toegankelijk is en dat vol staat met voorbeelden van artistiek onderzoek. (Op www. jar-online.net staan peer review gepubliceerde artikelen over bijvoorbeeld uitvoerend onderzoek naar geluidskunst of de totstandkoming van een visuele biografie van een so-

Kathedraal (1947) van de Amerikaanse schilder Jackson Pollock. Het werk van deze abstract-expressionist wordt niet alleen bestudeerd door kunsthistorici maar ook door wis- en natuurkundigen die ontdekten dat de schilder intuïtieve kennis had over de viscositeit van de verf en het effect van de zwaartekracht erop.

cialistische boekbindster uit de vorige eeuw, red.) ‘Ik ben niet zo sterk in voorbeelden. Dat is nu heel erg en vogue, om met een mooi sprekend voorbeeld te beginnen en dan de theorie daar als het ware uit te laten vloeien. Maar dat lijkt alleen maar zo. Of men weet allang waar het over gaat en zoekt daar dan allerlei voorbeelden bij. Ik heb mijn bedenkingen bij die status van voorbeelden. Ik ben meer een rationalist dan een empirist. Iemand zei ooit: ‘Any philosophy that can be put in a nuttshell belongs there’. Als het met een voorbeeld allemaal gezegd kan worden, dan moet het ook maar een voorbeeld blijven.’ Een peer review publicatie is een criterium van wetenschappelijk onderzoek. Dat lijkt ingewikkeld bij de artistieke praktijk waar persoonlijke voorkeur makkelijk het oordeel kan kleuren. ‘Maar wie heeft gezegd dat peer review eenvoudig moet zijn? Je hebt te maken, zoals bij alle onderzoek, met mensen die hun eigen ideeën en oordelen hebben. Bij het Journal hebben we daarmee rekening gehouden. Voor iedere bijdragen zoeken we drie beoordelers - één meer

dan gebruikelijk is - om meer evenwicht te bereiken. Daarnaast doen we aan extended review, dus niet louter kunstenaars of mensen uit het terrein waaruit de bijdrage voorkomt. En we zijn transparant. Dus de review reports en de namen van de reviewers worden gepubliceerd. Daarmee geven we ook aan dat de publicatie geen afgerond product is maar een aanzet tot debat.’ Waarom zouden kunstenaars eigenlijk geïnteresseerd moeten zijn in een doctorstitel? ‘Ja, waarom universiteitje spelen, hoor ik wel eens. Niet dat iedere kunstenaar of kunstenlector een PhD moet, hoor. Een pianist moet vooral goed spelen en een pianodocent moet vooral goed les geven. Ik zie het echter als een emancipatiekwestie. Als ik chemie studeer, en ik ben veelbelovend, dan kan ik de door de overheid gesteund een paar jaar lang toponderzoek doen en een doctorstitel behalen. Dan kan in theologie, sociologie, food quality management… Maar niet in de kunst. Dat is onrechtvaardig. Want ik probeer net aan te tonen dat het hier ook om onderzoek gaat.’

Promoveren in de kunsten, een Leidse geschiedenis Dat je aan de Leidse universiteit kunt promoveren als kunstenaar op een kunstwerk, is een erfenis van de Faculteit der Kunsten. Onder wijlen rector Willem Wagenaar werd begin deze eeuw een samenwerkingsverband opgericht tussen de universiteit en de Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans uit Den Haag. Studenten van deze instellingen konden bij elkaar vakken gaan volgen. ‘Zangers kunnen hun voordeel doen met Duitse poëzieanalyse of een Italiaans talenpracticum. Beeldend kunstenaars kunnen inspiratie halen uit colleges filosofie of kunstgeschiedenis. Het is mogelijk om kunstgeschiedenis te studeren zonder dat je de geur van olieverf kent, maar wie ooit een portret heeft proberen te schilderen, zal beter begrijpen welke problemen kunstenaars moeten overwinnen’, zei Frans de Ruiter, toenmalig decaan van de Faculteit. Dat in het verlengde van een bama-traject een kunstenpromotie, leek niet meer dan logisch. De eerste signalen waren hoopgevend, studenten uit Leiden en Den Haag leken geïnteresseerd in de kruisbestuiving. Maar in 2007 betreurt De Ruiter in deze krant dat er nog geen eigen bachelors zijn. Over het promotietraject is hij dan wel te spreken. Twee jaar later dwingen bezuinigingen het samenwerkingsverband tot drastische inkrimping. De Academie der Kunsten zoals het tegenwoordig heet, richt zich voornamelijk op promotietrajecten. Ook worden er enkele minoren aangeboden.

1. Is het inderdaad onderzoek? 2. Biedt of belooft het onderzoek nieuwe inzichten, vormen, technieken of ervaringen? 3. Welke kennis, welk begrip, en welke ervaring wordt aangeboord door het onderzoek? 4. Is de beschrijving of expositie van het onderwerp, thema of vraag voldoende helder om duidelijk te maken waar het onderzoek over gaat? 5. Welke relatie heeft het onderzoek tot de artistieke of maatschappelijke werkelijkheid, tot het theoretisch discours en tot de bijdragen die anderen hebben geleverd aan dit onderwerp? 6. Geeft het experiment, de interpretatie of de analyse antwoord op de gestelde vraag? Heeft het onderzoek een bijdrage geleverd aan we weten, begrijpen en ervaren? 7. Draagt de documentatie van het onderzoek bij aan de verspreiding van het onderzoek binnen en buiten academia?

advertentie

Bron: The Conflict of the Faculties, Perspectives on Artistic Research and Academia.

90012009_Kattekop ad Mare outlines.indd 1

5/21/12 3:31 PM


7 juni 2012 · Mare 7 Wetenschap

Beeld uit The Matrix.

De rode werkt het beste Artsen en onderzoekers grijpen te snel naar placebo’s Placebo’s zijn waarschijnlijk de meest voorgeschreven medicijnen in de geschiedenis van de geneeskunde. Begrijpelijk, want ze werken echt. Toch kun je dat als arts niet maken, betogen Leidse ethici. ‘Een arts die iets voorschrijft waarvan hij weet dat het niet werkt, pleegt in feite bedrog’ We schrijven september 1943. De geallieerde troepen vielen Zuid-Italië binnen, een gebied dat zij toen nog beschouwden als ‘de zachte onderbuik van de As’. Die zachtheid viel tegen: opgeblazen bruggen, wegversperring en landmijnen vertraagden de opmars zo lang dat de Duitsers versterkingen konden laten komen. De invasie werd moeilijker dan gedacht, en een van de mensen die daardoor in de problemen kwamen was luitenantkolonel Henry Knowles Beecher. Beecher was anesthetist in een militair hospitaal vol gewonde soldaten, en zijn morfine raakte op. Een van zijn verpleegsters diende met de moed der wanhoop maar spuitjes met lichtgezouten water uit, waarvan ze zei dat het morfine was. Het hielp. Na de oorlog ging Beecher terug naar de universiteit van Harvard, maar de indruk was gemaakt. In 1955 schreef hij een historisch artikel over zijn ervaringen: The Powerful Placebo. Daarin legde hij uit dat in elk geval een gedeelte van de werking van een medicijn berust op de suggestie dat het zal werken. Als je wilt weten of een medicijn echt werkt, moet je het dus vergelijken met een suggestieve namaak-behandeling. De behandelde groep moet béter beter worden dan de groep die de placebo kreeg. Beecher verdient veel eer, maar hij is niet de ontdekker van het placebo-effect. Vermoedelijk wist de allereerste sjamaan-heler ooit al hoeveel er met een goed verhaal en wat rituelen te bereiken viel. Eeuwenlang hebben dokters placebo’s voorgeschreven, deels omdat

Door Bart Braun

ze domweg niets beters hadden. Het gebeurt nu nog steeds: in februari publiceerden Duitse onderzoekers in het vakblad Family Practice over een enquête onder Beierse huisartsen. 88 Procent van hen had het afgelopen jaar nog een placebo voorgeschreven. Dat hoeft niet per se een melksuikerpil te zijn: een arts die bij virale infecties antibiotica – die werken tegen bacteriën – voorschrijft, gebruikt ook een vorm van placebo. Een arts die Prozac of Seroxat voorschrijft bij milde depressies ook: pas bij zware depressies presteren die middelen beter dan een placebo. Dat soort voorschrijfgedrag is begrijpelijk, want een placebo-effect is nog altijd beter dan helemaal geen

effect. De suikerpillen en zoutwater-injecties zijn goedkoop, ze hebben weinig bijwerkingen en mede dankzij Beecher zijn er duizenden studies gedaan waarin hun werking is aangetoond. Een tijdelijke en beperkte werking, maar toch: als je niets beters hebt, waarom zou je dan geen placebo voorschrijven? ‘Als je als arts aan je patiënt voorstelt om een placebo te gebruiken, dan is dat acceptabel’, vertelt ethica Dorothea Touwen. ‘Maar dat is meestal niet wat in zo’n geval gebeurt. Zo’n arts schrijft iets voor waarvan hij weet dat het niets doet. Dan pleeg je in feite bedrog. De arts-patiënt relatie moet gebaseerd zijn op vertrouwen; de

patiënt moet weten wat er aan de hand is.’ Touwen schreef samen met haar collega prof.dr. Dick Engberts een artikel over de ethiek van placebogebruik voor het vaktijdschrift European Journal of Neuropsychopharmacology. Niet alleen artsen, maar ook onderzoekers grijpen te makkelijk naar de placebo, betogen de Leidenaars. Als er al een behandeling is voor een aandoening, moet je die als controle gebruiken in plaats van de placebo, want dan krijgen de mensen in de controlegroep een betere behandeling en heeft je resultaat meer betekenis. De ethica is gefascineerd door het placebo-effect: ‘De pijnstillende werking is heel sterk, maar niet

Ze worden sterker

…kunnen kwaad

Tenminste, daar lijkt het op. Sommige medicijnen die eerder de vergelijking met de placebo doorstonden, hebben daar steeds meer moeite mee. Daar zijn twee interessante verklaringen voor. In Nederland blijven we er nog grotendeels van verschoond, maar in veel andere landen is reclame voor geneesmiddelen toegestaan. Er wordt in die landen ook steeds meer geadverteerd voor medicijnen. Proefpersonen in die landen zijn dus al getraind om allerlei positieve verwachtingen te hebben op het moment dat ze een bekend pilletje met een merknaam erin krijgen; ook als er in dat pilletje alleen maar pillendeeg zit. Een andere oorzaak is dat de medicijnproeven zich verplaatsen naar landen in de Derde Wereld, omdat dat goedkoper is. Je zou denken dat een proef een proef is, of je hem nou uitvoert in Leiden of in Bangladesh. Dat is bij dit soort experimenten niet zo: inwoners van ontwikkelingslanden hebben vaak zeer hoge verwachtingen van de westerse geneeskunde. Omdat placebo’s werken bij de gratie van de verwachting dat ze werken, zie je in die landen een sterker placebo-effect.

Als een patiënt de verwachting heeft dat zijn pil allerlei nare bijwerkingen gaat veroorzaken, is de kans dat hij die bijwerkingen krijgt groter, ook als hij een pil met niks krijgt. Vergeetachtigheid, slaperigheid, spijsverteringsproblemen, jeuk, hoofdpijn: in medicijnstudies rapporteert ongeveer een kwart van de placebo-slikkers dat soort klachten. Als mensen buiten het testlab ook klachten krijgen van de suggestie dat er iets mis is met hun medicijnen, kost dat natuurlijk geld. Gemiste arbeidsproductiviteit, pillen tegen de klachten die veroorzaakt werden door andere pillen, enzovoort. Hoeveel geld? Niemand die het weet. De kosten van bijwerkingen in de EU worden geschat op zo’n tachtig miljard euro. Als ook daarvan een kwart berust op suggestie in plaats van farmacologie, valt er een hoop te winnen.

willen. Niet eens zozeer als erectiepil, maar om koorts en kanker te genezen. Eén: het werkt niet en twee: zelfs als het wel werkte, zou je nog steeds net zo goed op je afgeknipte teennagels kunnen kauwen. Desalniettemin zorgde de heilige overtuiging dat je van neushoornhoorn beter wordt ervoor dat de zwarte neushoorn zo goed als uitgestorven is, en dat musea als Naturalis inmiddels plastic hoorns op hun opgezette neushoorns hebben zitten om te voorkomen dat mensen inbreken om hun collectie tot medicijnen te vermalen. Soms zou het beter zijn als iets dat niet werkt, ook ècht niet werkt.

...en kwader Neushoornhoorn is gemaakt van keratine; hetzelfde spul waar ook uw haren en nagels uit bestaan. Er zijn echter mensen, vooral Chinezen, die fijngemalen neushoornhoorn in hun medicijnen

De zwarte neushoorn is bijna uitgeroeid door stropers.

bij iedereen even sterk. Rode pillen werken het beste, maar blauwe placebo’s lijken rustgevender te zijn. Nog curieuzer is het dat ze ook tijdelijk lijken te werken tegen hoge bloeddruk. Pijnbeleving is subjectief, maar van bloeddruk denk je dat het puur fysiologisch is. Fascinerend, die relatie tussen lichaam en geest.’ Overigens moet opgemerkt worden dat er in 2010 een groot overzichtsartikel verscheen naar het placebo-effect: alle studies waarin behalve een placebo ook helemaal niet behandeld werd, werden naast elkaar gelegd. Die bloeddruk is een uitzondering: zodra je naar echt meetbare dingen kijkt, doet een placebo niet zoveel. Het effect is vooral merkbaar bij dingen waar patiënten de onderzoeker over moeten vertellen: pijn, jeuk, depressiviteit, vermoeidheid. Laten dat nou precies de klachten zijn waar je als huisarts – zowel in Nederland als in Beieren - mee dood wordt gegooid. Regelmatig vragen patiënten met dat soort klachten zèlf om een placebo – of in elk geval om iets waarvan de arts weet dat het niet beter werkt dan een placebo. Bloesemtherapie, homeopathie, behandeling met zogenaamd helende kristallen, handoplegging, enzovoort. En een groot gedeelte van hen beweert ook baat te hebben bij die behandelingen. Touwen: ‘Artsen zeggen dan “Begrijpelijk, die homeopaat geeft heel veel aandacht, daar hebben wij geen tijd voor.” Bij dat soort behandelaars wordt je complete doopceel gelicht. Een hoop van die dingen zouden we in de reguliere zorg ook kunnen gebruiken. Dat klinkt als een open deur, maar in het huidige financieringssysteem past dat niet zo goed. ‘De placebo blijft op gespannen voet staan met onze ambitie van eerlijkheid. Je moet het vooral niet doen om alleen maar van een lastige patiënt af te komen. De patiënt is geen klant zoals in een witgoedzaak, en het is zeker niet zo dat de patiënt precies bepaalt wat er gebeurt. Als arts heb je daar je professionele zeggenschap over. Maar placebo’s zijn echt het andere uiterste.’


8  Mare · 7 juni 2012 Achtergrond

Brieven

Schoolkamp de luxe met penalty’s Mare-columnist en promovendus Benjamin Sprecher deed mee aan de TraineeBattle 2012. ‘Jongens, ik zie heel veel bretels. Prachtig!’ Ik sta op vrijdagochtend om 07.15 in een oude fabriekshal in de buurt van Utrecht, samen met zes van mijn mede-managementtrainees en ruim 150 trainees van andere bedrijven. We doen mee aan de TraineeBattle 2012, waar groepjes trainees van 24 organisaties, variërend van de ING tot de gemeente Hoorn tot het bedrijf waar ik promoveer, Van Gansewinkel, het tegen elkaar op zullen nemen. Aan het eind van de dag mag één van ons zich ‘trainees van het jaar’ noemen. Om mee te mogen doen aan de TraineeBattle moet een bedrijf een paar duizend euro neertellen. In ruil daarvoor krijgen ze exposure voor hun traineeship, bijvoorbeeld in de vorm van een groot artikel in Sp!ts en registratie in de traineeship-database van Nobiles. Wat we precies moeten doen is overigens nog niet geheel duidelijk. Vooraleerst koffie drinken en croissantjes eten. Opeens beginnen medewerkers – te herkennen aan de oranje shirts – te toeteren en worden we door een deur gedreven. Aan de andere kant staan tientallen mensen met Nederlandse vlaggen te zwaaien en klinkt er een snoeihard mengsel van techno en joelende voetbalsupporters uit de speakers. Op het podium voor ons begint een hip-hop dansgroep aan een act. Het is pas 07.36 en de TraineeBattle 2012 belooft nu al een enigszins surrealistische ervaring te worden. Op een enorm scherm verschijnt het hoofd van Bernard Wientjes, voorzitter VNO-NCW en zowel in

Na-apen

2010 en 2011 verkozen tot meest invloedrijke Nederlander. Hij vraagt ons om een oplossing te bedenken voor een van de grootste bedreigingen voor de Nederlandse economie: in 2014 wordt er een tekort van ruim 38.000 technisch vmbo’ers en 23.000 technisch mbo’ers verwacht. Niet alleen kiezen er al weinig vmbo’ers voor een technische opleiding, van die paar technische mbo’ers stroomt een groot gedeelte ook nog door in het hbo, in plaats van als technisch mbo’er aan de slag te gaan. De teams krijgen een aantal uur de tijd om een oplossing te bedenken en moeten deze vervolgens in een pitch van vijf minuten aan een vakjury presenteren. De vier beste presentaties gaan door naar de finale, waar meneer Wientjes aan het eind van de dag de winnaar zal aanwijzen. De groepjes verspreiden zich over het gebouw. Binnen vijf minuten zijn alle beschikbare tafels ingenomen door laptops, iPads en flipovers. Het traineeteam van PON – een grote auto-importeur – is onze favoriete concurrent. Niet alleen dragen ze allemaal een fantastische grijze automonteursoverall, maar de vrouwen zijn ook nog eens zonder uitzondering lang, blond en bloedmooi. Toch vooruitstrevend van PON, dat ze de toekomstige managers en hun toekomstige secretaresses alvast samen in een opleiding stoppen. Mijn team splitst zich op. Iemand zoekt op internet naar informatie. Twee anderen praten met experts die voor de gelegenheid aan een apart tafeltje zitten en koffie drinken. Mijn collega Dennis en ik gaan brainstormen. Een uitdaging, want ik heb werkelijk geen idee wat er in het hoofd van een veertienjarige vmbo’er omgaat.

Uit het niets staat plots Jort Kelder in de zaal, met strak achterovergekamd haar en een grote microfoon in handen. ‘Jongens, ik zie heel veel bretels. Prachtig!’ Mijn mede-trainees kijken even verstoord om zich heen en gaan weer verder met de PowerPoint-presentatie. Benieuwd als ik ben naar onze eigen prestaties, zoals gezien door de ogen van Jort Kelder, schiet ik hem even aan. Hij oordeelt: ‘Het is een beetje een schoolkamp de luxe. Overigens vind ik het volkomen absurd en confronterend dat hier zo veel mensen in bretels lopen. Ik had eigenlijk casual gekleed willen gaan, maar mijn media-imago is zo sterk dat opdrachtgevers van mij eisen dat ik in bretels verschijn.’ Na een wedstrijd penalty schieten is de finale. Wij hadden bedacht om technische mbo-opleidingen aantrekkelijker te maken door in eerste instantie vmbo’ers veel vroeger in aanraking te laten komen met technische bedrijven, bijvoorbeeld door meeloopdagen. Nu gebeurt dat pas ruim nadat ze de keuze voor een technische opleiding gemaakt hebben. Vervolgens was ons plan om bedrijven een veel beter uitgestippeld carrièrepad voor technisch mbo’ers te laten aanbieden, zodat een technische baan op mbo-niveau een volwaardig carrière-alternatief is voor doorstuderen voor een baan op hbo-niveau. Het mocht niet baten. Na een gelikte presentatie loopt het team van Essent weg met de overwinning met het idee om op de basisschool naast de Citotoets een ‘doe’-toets in te voeren, waardoor kinderen niet alleen op intelligentie worden beoordeeld, maar ook op praktische vaardigheden. Gelukkig was er na de finale nog een gratis borrel.

Wat betreft emoties, begrip en compassie komen we meer overeen met apen en andere zoogdieren dan we vaak denken. Dat vertelde gedragsbioloog Frans de Waal afgelopen maandag tijdens de Vrijheidslezing Van Aap tot Engel: Bosch, Bonobo’s en Moraliteit zonder God. Hij is vooral bekend vanwege zijn onderzoek bij mensapen in Amerika. De lezing, jaarlijks georganiseerd door de Gemeente Leiden, de Universiteit Leiden en het Leids Universitair Medisch Centrum is in het leven geroepen om het belang van vrijheid voor wetenschap en democratie te benadrukken. Moraliteit is volgens De Waal ook een onderdeel van de dierlijke cultuur, in tegenstelling tot wat lang gedacht werd. Hij illustreerde zijn betoog met filmpjes van mensachtige gedragingen bij dieren. Foto Marc de Haan

In deze rubriek kunnen lezers in maximaal 300 woorden reageren op artikelen in Mare. De redactie behoudt zich het recht voor bijdragen in te korten of te weigeren. Over weigering wordt niet gecorrespondeerd. Mail naar redactie@mare.leidenuniv.nl

Wij hebben niet gelekt ‘Kinderen in jeugdtehuizen ‘schokkend vaak’ misbruikt’, zo luidde de kop van een artikel op de voorpagina van de Volkskrant van dinsdag 1 mei. De verslaggeefster Anneke Stoffelen citeert uitgebreid uit een uitgelekt concept-rapport over onderzoek naar de prevalentie van seksueel misbruik in de jeugdzorg. Verderop in de krant volgt nog een artikel met de titel ‘Jeugdzorg blokkeerde onderzoek’, over de strubbelingen tussen de onderzoekers en de koepel Jeugdzorg Nederland, en een aangrijpende casusbeschrijving van een misbruikte pupil. Soms loopt het nieuws op de feiten vooruit. Dat was hier het geval. De Volkskrant verraste en verbaasde ons als auteurs van het rapport met haar berichtgeving over een voorlopige versie. Verrast omdat er ondanks enkele vage geruchten tot twee dagen voor de krantenartikelen geen enkele concrete aanwijzing was voor een lek. Verbaasd vanwege het risico dat de krant nam om tot publicatie over te gaan van bevindingen uit een voorlopig onderzoeksrapport zonder de auteurs daarbij te raadplegen en de feiten te toetsen. Anneke Stoffelen en de Volkskrant hadden geluk. Het uitgelekte rapport had dan nog wel de status van concept, maar de definitieve versie waarvoor de onderzoekers tekenen zal slechts op details afwijken van dit concept. De belangrijkste bevindingen zijn en blijven: seksueel misbruik met lichamelijk contact vindt inderdaad 2 tot 4 keer zo vaak plaats in de jeugdzorg vergeleken met misbruik in gewone gezinnen. Vooral in de residentiële jeugdzorg (tehuizen, instellingen) is er meer misbruik dan buiten de jeugdzorg. Dat is een ramp voor de betrokken kinderen die na een turbulente periode in hun leven een veilige haven zoeken maar een bedreigende zorgomgeving aantreffen. De auteurs van het rapport hadden pech. Zij hadden zich voorgenomen in alle rust nog verbeteringen aan te brengen in hun verslag, mede op basis van een laatste ronde commentaar van de begeleidingscommissies, om dan volgens afspraak een eindrapport aan de opdrachtgever, de commissie Samson, te overhandigen. Dat zou een mooie afsluiting geweest zijn van een hels karwei waarbij het onderzoeksteam ruim 2.600 telefoontjes pleegde en meer dan 44.000 km aflegde om de gegevens bij de 329 kinderen en de 368 informanten te verzamelen. Onvoorbereid kregen we op dezelfde dinsdag waarop het drieluik in de Volkskrant verscheen een ware lawine van verzoeken om interviews over ons heen. De commissie Samson was ‘not amused’ over de gang van zaken. Samson was van plan ons rapport samen met nog zeven andere studies om te vormen tot een samenhangende visie op seksueel misbruik in de jeugdzorg. Die visie zal begin oktober aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Nu ons rapport is uitgelekt stelt menigeen zich de vraag of er dan nog langer gewacht moet worden met de bestrijding van misbruik in de jeugdzorg. Die vraag wordt uit onverwachte hoek en in bedenkelijke richting beantwoord in ons universiteitsblad Mare, en wel door Peter Vasterman, mediasocioloog van de UvA. In het artikel ‘Lekken of publiceren’ (24 mei 2012) oppert Vasterman de verdenking dat de auteurs ‘de rapporten zelf hebben laten uitlekken’. Hij verzuimt daarvoor feiten aan te dragen (overigens een geval van smaad). De redactie van Mare

verzuimde op haar beurt het relaas bij de verdachten op juistheid te checken. Ook andere onjuistheden in het stuk (zoals de datum waarop de stukken zogenaamd via internet beschikbaar zouden zijn geweest) gaan zonder aarzeling ter perse. Erger is dat de verdachtmaking vervolgens uitloopt op een ongefundeerde bagatellisering van het probleem van seksueel misbruik in de jeugdzorg. Wat Vasterman betreft is er goed beschouwd geen probleem en dus ook geen verandering in de jeugdzorg nodig. Dat er twee- tot viermaal zoveel misbruik plaatsvindt in de jeugdzorg als in de gewone populatie – volgens hulpverleners en volgens de jeugdigen zelf – lijkt hem, comfortabel in de leunstoel van de beschouwende mediasocioloog gezeteld, niet te deren. Rien van IJzendoorn, Lenneke Alink, Marian Bakermans-Kranenburg Algemene en Gezinspedagogiek, Universiteit Leiden

Wijlen de methode Geesteswetenschappen - dat is al niet niks. Dat gaat over veel. De Leidse faculteit van dienst wil dat niet langer verbergen. Er is per september een studierichting International Studies - ‘ ... studying the regions of the world in their global context’! Dat wordt net zo’n succes als de korte geschiedenis van alles. Wat daar niet wordt geleerd, is ‘t weten niet waard. Nu is er ook bijpassend onderzoek, laat www. leidenuniv.nl weten: Global Interactions of Civilizations and Languages, met ‘n description in dutch. 145 Hele en halve geleerden verbeteren de wereld, want het valorisatiepotentieel is enorm, en we zijn al leuk bezig, met z’n allen. Sommigen menen dat wetenschap betekent dat je ‘t overal over mag hebben. Dat is zo. Tegelijk is wetenschap ook dat je ‘t niet voortdurend over alles tegelijkertijd hebt. Dat is een andere tak van wichelarij. Wetenschap is dat je ‘t over alles mag hebben, maar altijd op een bepaalde manier. Wetenschap is dat je methodisch kennis over een onderwerp vergaart en methodisch verworven kennis methodisch spreidt. Wetenschappelijk onderwijs is dat mensen leren op een methodische wijze naar zaken te kijken. Het moet wel de beperking van de menselijke geest zijn dat wij verschillende zaken verschillend benaderen. Het moet wel een menselijke beperking zijn dat methoden tijd kosten, en inspanning, en geld, en geest - veel geest. Het onderzoeken van die verschillen in zaken en methoden is wetenschap. Men hoeft die verschillen niet te overdrijven, maar alles in de mixer is nog niet onmiddellijk research. Eerst de methode, en dan het inzicht, dacht ik gisteren nog. De Leidse faculteit Geesteswetenschappen is zich van de beperkingen van de menselijke geest aan het bevrijden. Aan de Witte Singel en in de Hofstad bestudeert men alles tegelijkertijd in z’n onderlinge interactie en dynamiek, in twee talen. Vraag niet langer: hoe? Vraag: wat?, en ben niet te snel tevreden. De methode is voor losers - das war einmahl. Het gaat voortaan om een potpourri van spannende thema’s. Alles heeft toch met alles van doen, toch, niet dan? Zelfs Feyerabend - juist Feyerabend - komt spoken. En anders de belastingbetaler wel. De heksensabbat hoeft niet bekostigd. Crit Cremers Universitair hoofddocent computationele taalkunde en formele semantiek


7 juni 2012 · Mare 9 Wetenschap

Een rechercheur legt een plaats delict vast. Foto’s Taco van der Eb

Wijn, lippenstift, … of toch bloed? Op pad in het ‘CSI Lab’ In een nagebouwd huis in Den Haag proberen forensische rechercheurs een moord op te lossen. Leidse criminologen controleren hoe ze daarbij te werk gaan. ‘Soms denk je: waar zit ik nu naar te kijken?’ Door Vincent Bongers Wie zijn ogen een beetje samenknijpt, ziet een kleine woning ergens in een heel gewone volkswijk. Er staan tulpen in de tuin, een zwarte Kliko in het zicht. Een oer-Hollands tafereeltje. Binnen zijn de muren zijn bedekt met kitscherig goud-rood behang. Er staat een stapel vuile afwas in de gootsteen en de salontafel is gevuld met lege flesjes bier. In de gang ligt een plasje rode vloeistof. Die afkomstig is van de enige en inmiddels overleden bewoner van de woning. Hij is door een misdrijf om het leven gekomen en afgevoerd. ‘We wilden eerst een scenario met een maagbloeding’, zegt Gabry Vanderveen, universitair docent criminologie, die naast de verdacht uitziende plek staat. ‘Maar daar komt heel veel bloed bij vrij, met bubbels en al.’ ‘En dat steeds schoonmaken en opnieuw aanbrengen, dat wordt natuurlijk niets’, vult Jaitske Roosma aan. Zij is onderzoeker van het Leidse instituut voor Strafrecht & Criminologie. Forensische rechercheurs uit heel het land is gevraagd om de door de Leidenaren geconstrueerde plaats delict (pd) in het nephuis, gebouwd in het CSI Lab van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) in Den Haag, te onderzoeken. Het CSI the

Hague project loopt al bijna drie jaar en is gericht op het forensisch onderzoek van de toekomst. Het wordt gefinancierd door de gemeente Den Haag, diverse ministeries en een groot aantal bedrijven. Onderzoek naar het lijk blijft in het Leidse scenario achterwege. ‘Dat kost veel te veel tijd.’ Dummy Henk ligt dan ook werkloos in de badkamer, een deel van het huis dat nu even geen deel uitmaakt van de crime scene. ‘We moeten niet te veel sporen hebben. We hebben een dag per koppel rechercheurs. Die krijgen allen dezelfde pd om te onderzoeken.’ De criminologen zijn vooral geïnteresseerd in de rol van beeld in de strafrechtketen. ‘We doen onder andere onderzoek naar hoe de rechercheurs de pd fotograferen,’ zegt Vanderveen. ‘Je moet bijvoorbeeld foto’s loodrecht op de sporen maken, anders krijg je vertekening. We letten ook op de manier waarop ze de flitser gebruiken, dat heeft grote invloed op hoe het spoor op de foto komt te staan. Bij verkeerd flitsgebruik zie je op de foto niet meer of iets lippenstift, wijn of bloed is.’ Ook de hoeveelheid foto’s is van belang. ‘Sommige maken er iets van zestig, anderen wel honderden’, zegt Roosma. ‘Stoppen ze die vervolgens in een aparte fotomap? Sommigen voegen de foto’s toe aan het proces verbaal, in een Word-bestand.’ Maar ze wil ook weten welke foto’s de rechercheurs selecteren voor de officier van justitie. En of de werkwijze per korps verschilt en of dat effect heeft op de rechtsgang. ‘Rechters moeten zich bewust worden van al deze verschillen en de mogelijke effecten van beelden. Je kijkt minder kritisch naar visueel materiaal wan-

neer je er alleen van uitgaat dat foto’s en andere visuele hulpmiddelen een op een de werkelijkheid vertonen. Vanderveen: ‘Dat geldt ook voor het Openbaar Ministerie. Besluit de officier eerder tot vervolging als de foto van de plaats delict gruwelijk is? Dat weten we dus niet. Je kunt als fotograaf letsel en bloedsporen erger of juist minder erg over laten komen op beeld. Officieren krijgen soms kopieën van kopieën van kopieën. Dan denk je echt: waar zit ik nu naar te kijken?’ Roosma: ‘In zwart-wit, ook dat nog.’ Vanderveen: ‘Het zijn heel basale vragen die we stellen, maar dit soort onderzoek is nog nooit eerder gedaan - ook niet in het buitenland.

onderzoekers intensief de verrichtingen van twee rechercheurs die beginnen met hun analyse. Met een joystick zoomen ze in op details. Een etiket van een bierflesje vult het scherm. ‘Er liggen Palm-kroonkurken naast Grolsch-flesjes’, zegt Vanderveen. ‘Toen iemand van de politieacademie hier langskwam, viel hem dat meteen op. Net als de verschillende maten kleding in de kast van het slachtoffer.’ De sigaretten, bierflesjes en lege pizzadozen in het huis komen overigens van studenten. Een van de twee rechercheurs pakt zijn zaklamp en houdt deze parallel aan de vloer. De lichtstraal tast de grond af. Roosma: ‘Scheerlicht

‘Officieren krijgen soms kopieën van kopieën van kopieën’ Het is heel opwindend. We krijgen veel steun van de politie, de politieacademie, het NFI en patholoog anatomen. Het leeft echt in dit wereldje.’ De onderzoekers wandelen over de straat van plastic bedrukt met stenen en putdekselmotief, en gaan naar de woningen aan de overkant. Daar bevindt zich achter een onschuldig ogende deur, compleet met huisnummer en brievenbus, het controlecentrum. Aan de muur hangen monitors, waar alle kamers van de pd op zijn te zien. Ook is alles te horen wat binnen en buiten de woning wordt gezegd. Achter hun computers volgen de

Criminologen bestuderen hoe rechercheurs te werk gaan.

noemen ze dat. Kleine sporen vallen dan sneller op.’ De rechercheur ontdekt een haar. ‘Hmm’, klink het in de controlekamer. ‘We hebben telkens dezelfde sporen achtergelaten. Maar die haar hoort daar niet bij.’ De overvolle asbak op tafel wordt minutieus onderzocht en de peuken die verdacht veel lijken op joints worden gescheiden van sigaretten. De onderzetters op de tafel zijn van spiegelglas. ‘Iedereen die ze ziet, denkt gelijk aan cokegebruik’, zegt Vanderveen. ‘Ik ook hoor.’ Masterstudent criminologie, Hester van Valburg, is druk bezig met het noteren van de relevante activiteiten van de rechercheurs bij de beelden. ‘Ze zijn in verschillende ruimtes en dat is echt lastig’, zegt ze als de twee rechercheurs elk een andere kamer voor hun rekening nemen. De opgenomen beelden, de gemaakte foto’s en de processen verbaal worden onderzocht. En als de rechercheurs klaar zijn, worden ze vrijwel meteen geïnterviewd. Onderzoeksdeelnemer Bas Verbruggen, forensisch rechercheur bij het Korps Haaglanden, noemt het na afloop een ‘standaard pd’. Toch zijn er wel wat dingen anders dan in de praktijk. ‘Het maakt nog al uit of je op een pd komt voor een inbraak of op een locatie waar iemand van alle kanten kapot is gestoken. Je gaat niet met z’n tweeën naar een pd waar zwaar geweld is gepleegd. Daar loopt dan al gauw twintig man rond. Ik zeg nu heel veel dingen tegen mijn collega die zo vanzelfsprekend zijn dat ik ze normaal niet opnoem.’ Hij juicht het onderzoek van de criminologen toe. ‘Het is goed dat er heel systematisch wordt gekeken naar wat wij doen. Het is ook interessant om te weten hoe anderen het aanpakken.’ Vanderveen: ‘Wij schrijven een rapport voor het onderzoeksprogramma Politie & Wetenschap, een zelfstandig onderdeel van de politieacademie. Het is de bedoeling dat er aanbevelingen uit voortvloeien.’ Voor rechters, advocaten en officieren van justitie is het belangrijk om meer te weten over de productie van foto’s op de pd maar ook over beelden in het algemeen, al dan niet bewegend. ‘De visuele technieken worden steeds beter’, zegt Roosma. ‘In de Nederlandse rechtbank worden weinig kritische vragen gesteld over het gebruik van deze middelen.’ Vanderveen ‘Het proces is nu nog heel schriftelijk van karakter, maar dat staat onder druk. Visuele geletterdheid van rechters wordt steeds belangrijker. De aanname dat de camera nooit liegt, klopt niet. Neem de beelden van beveiligingscamera’s. Wat er in het kader gebeurt, is vaak al onduidelijk. Maar je ziet niet wat er buiten beeld gebeurt. Dat is wel belangrijk. Ook wat er voor en na de vertoonde beelden gebeurt, weet je niet. Professionals moeten daar rekening mee houden.’


10

Mare · 7 juni 2012

English page

I’m not a banana An anthropologist investigated a bloody taxi war in Cape Town

In the nineties, rival South African taxi companies waged a violent guerrilla war and that conflict could flare up again, says anthropologist Erik Bähre. “You have to hold your ground or you’ll be crushed.” “They said they would to throw a tyre over me and set fire to me.” Erik Bähre (1969) can smile about it, which, in his view, is the best way to cope with this kind of threat. “If you make a joke of it, it will all blow over.” The most dangerous men in his experience, accumulated from years of fieldwork in the violent suburbs of Cape Town, will not try to intimidate you directly. “They have subtler methods.” This Leiden anthropologist focuses his studies on South Africa, where he previously exposed mafia practices in development projects. At a Leiden symposium last week, he held a talk about his latest study: the bloody taxi war that raged for decades in Cape Town. Two rival organisations made each other’s lives, and sometimes their passengers’ lives, a living hell, and though the past decade has been relatively quiet, trouble is brewing below the surface, according Bähre, who talked to drivers, cab owners and other people who are involved in the business. And now, with a largescale reorganisation in the transport sector imminent, they are afraid that the conflict will erupt again. “And with good reason.” A brief history will explain: in the late eighties, more and more migrants from the Bantustans, homelands set aside for blacks, moved to the city. The black population who – in the

BY FRANK PROVOOST

final years of apartheid – had a right to live in the city controlled the taxi trade. “But migrants arriving illegally in the townships thought: “Why should they earn money off us? We’ll organise our transport ourselves.” And small entrepreneurs set up their own taxi associations.” Threats between two rival associations soon escalated into in a war with bombs being thrown at each other’s pitches. “One man recalled how his brother chased down a minivan taxi, forced it to stop and set fire to it, with all the passengers trapped inside; everyone inside the vehicle died. The man added that he had done time for the crimes committed by his brother, who was dead himself by this time. Only the thing is: the neighbours told me that he had never had a brother, so I suspect that he was talking about himself. “In the end, the migrants built a camp in an inhospitable area and waged a guerrilla war from the bush for two years, going out at night, to murder the rival’s drivers. There are even tales of cannibalism: a driver was dragged back to the camp and allegedly murdered, barbecued and eaten – several people told me that. It’s impossible to say whether that really happened, but it could have. That was the mood, and emotions were running high.” When the troubles culminated in 1994, a meeting that had been announced as peace talks ended in slaughter. The migrants were invited to come to a football stadium in

Squashed behind a drunk driver Approximately 65 per cent of South Africa’s commuters depend on minivan taxis, usually carrying twelve passengers, sometimes more. “Often, everyone is squashed together”, Erik Bähre is speaking from experience. But that is not the only hardship: the drivers – not all of them sober - negotiate their way through the busy traffic by honking their horns loudly while playing very noisy kwaito (the local house-like hip-hop) and ignoring as many traffic rules as possible. The macho posturing is all part of it, claims Bähre. “All the drivers have a don’t fuck with me attitude to show everyone who’s boss. You think I drive too fast? I’ll speed up a bit. Is the music too loud? I’ll turn up the volume.” Nevertheless, there is some order in this apparent chaos, says Bähre. Even though there aren’t any official stops with signs, everyone knows where the shuttles stop. “It looks as if everyone just does what he wants, but if you watch closely, you’ll see that, in an informal way, it is actually very regulated.”

Khayelitsha township, but as people left the stadium, someone opened fire, killing eleven and wounding 23. Surprisingly, Bähre could hardly find anything about the Khayelitsha Stadium Massacre. “It was kept right out of politics, which in turn reinforced the migrants’ accusations against the ANC. ‘We thought as much’, they thought, ‘You only support the established black population.’” In the end, peace was more or less brokered in 2000. “Some sort of stability was created: a road was chosen as a border and they reached an agreement: you take one side of the road and we’ll operate on the other.” This relative calm allowed those he questioned to talk more easily, explains the scientist. “People already dared to tell me more about it, but not everything. Everyone knows exactly who fought for which side, and the war never really ended altogether. Anyone from the one association should not move to an area controlled by the other: that would be asking for trouble.” Moreover, the first cracks are appearing in the fragile treaty. “The government, which sees the minivan taxis as unorganised rabble and regards the associations as criminal organisations, wants to improve the regulation of public transport. Cabs are not allowed to drive the long distances between the townships and the city anymore; the large buses should take care of that, on the bus lanes that were built especially for the World Championships. The bus lanes are to be distributed in bidding stages, but the owners of the minibuses don’t have the cash or the knowledge to bid and they’re afraid they will lose all but the short rides in the townships.” Bähre continues: “This is creating a lot of tension: already, one driver has been murdered and buses have been pelted with stones. It’s good that the government wants to get rid of the criminal aspects, but their ideas are based on neo-liberal ideology: everyone can bid and the best party will win. However, the associations, mainly small business with only one or two cabs sometimes, can’t cut it and they’re worried that a few large businesses will control the bidding and take over all the trade.” And that is not the only irritation: “The safety regulations have become much more stringent. If you have

your old bus demolished, you’ll get a grant and a loan to buy a new one, but to sum up: “‘You can choose any colour, as long as it’s black.’” In other words: “The new requirements are so strict and specific that only three models comply, and two of those, including a Mercedes, don’t count because they’re too expensive. This means everyone has to buy a Toyota Quantum, causing cab owners to grumble about corruption: did the car manufacturer have a hand in making the regulations? And the supervision is allegedly corrupt too: people are being stopped for trivial things.” And so things are tense. “Drivers feel trapped: expenses are rising while they are losing most lucrative routes. Of course people are going

Taxi bumper stickers. to grumble and threaten. That’s why they should worry about things escalating.” According to the anthropologist, the drivers need a reputation for violence in their tough world. “When I was introduced, the drivers wouldn’t discuss the weather, they would just let me know how violent they were. You have to hold your ground or you’ll be crushed.” Although he experienced one or two threats, he also heard a couple of lovely metaphors. “One driver told me: ‘I’m not a banana.’” Excuse me? Bähre explains: “A banana doesn’t have a stone, so you can squeeze it. He would rather be a mango.”

“Grant researcher are treated very poorly” Lack of transparency about position Staff parties Young Researchers and PhDoc have expressed their disapproval of how the university treats foreign grant students, a number of whom claim their work is impeded and feel that they are not appreciated. Recently, PhDoc and Young Researchers received a letter from a group of Chinese grant researchers complaining about their positions at the university. The letter was not published but according to the two parties, the Chinese are complaining about a lack of transparency regarding their exact position, rights and obligations. “There seem to be large discrepancies in how these doctoral candidates are treated, not just between

faculties but between institutes within the same faculty”, the parties write. “Some have a proper place to work, others are forced to use student facilities. And some faculties pay for language courses while others don’t. In addition, some PhD students are not even mentioned on the university websites.” The Executive Board was shocked to hear the complaints. “We did not know about these problems”, says Rector Magnificus Paul van der Heijden. “We will look into these complaints and see what we can do about them.” The Leids Promovendi Overleg (LEO) has already discussed the issues with the Board and a survey will be held, probably in September, among PhD students to assess the complaints. VB


7 juni 2012 · Mare 11 Cultuur

Agenda

FILM

Een mutant uit de Spaanse film Brutal Relax.

Dood door frisbee En nog zevenennegentig andere films Zaterdag wordt het vierde Leiden International short Film Experience (LIsFE) gehouden. Op het witte doek nemen moordzuchtige mutanten onschuldige toeristen te grazen, en linedancen oma’s op de Dam. Door Vincent Bongers ‘Probeer te allen tijden kalm te blijven’, krijgt de overspannen meneer Olivares van zijn huisarts te horen in de Spaanse korte film Brutal Relax. De wat vreemd overkomende geneesheer stuurt de van een indrukwekkende snor voorziene Olivares naar het strand om eens helemaal bij te komen. Maar het duurt niet lang voordat hij daar al snel geconfronteerd met mutanten die uit zee oprijzen. Die hebben uiteraard weinig goeds in de zin. Al snel kleurt het water rood

en wordt het hoofd van een van de badgasten in tweeën gekliefd met een frisbee. Probeer dan maar eens rustig te blijven. Brutal Relax is een van de 98 films uit 40 landen die op 9 juni te zien zijn op de vierde editie van het Leiden International short Film Experience (LIsFE). Er worden ook prijzen verdeeld. De beste studentenfilm vangt 200 euro. De hoofdprijs voor professionals is 400 euro. In A.B.E. van de Franse regisseur Jean-François Hassoun komen twee chirurgen in een ziekenhuis in New York met hun patiënt vast te zitten in een lift. Het laken op het bed komt lichtjes in beweging en een wel heel behaarde arm komt in zicht. Dat leidt tot grote paniek bij de medici. Zeker als de verdoving van de geopereerde raakt uitgewerkt. Een groot probleem, zeker als de patiënt een

gorilla is. De film bevat wellicht het minst overtuigende gorillakostuum ooit, maar de spanning maakt veel goed. In de Kosovaarse film The Return draait het om een heel ander soort spanning. Na vier jaar verdwenen te zijn geweest, duikt een dood gewaande Kosovaarse jongeman weer op. De Serviërs hadden hem van de straat geplukt en in de gevangenis gegooid. Zijn vrouw herkent hem nauwelijks. Zijn zoontje kent hem niet. Het is duidelijk dat het moeilijk wordt om hun oude leventje weer op te pakken. In de tragikomische Oekraïense studentenfilm The Beard grijpt een eenzame man in een klein dorpje een geweer. Niemand weet zijn naam nog, hij wordt door de dorpelingen ‘de baard’ genoemd. Hij richt het wapen op zijn televisie waar beel-

den te zien zijn van het Oekraïense parlement. Verdienen politici niet allemaal de kogel? Dan kijkt hij naar zijn eigen reflectie in een spiegel, misschien is het wel beter om zijn eigen leven te nemen. Het festival heeft ook een programma met korte films over dans. Een opvallende bijdrage komt uit Nederland: Diamond Dancers. Een groep dansers organiseert een flashmob op de Dam. Nee, het gaat niet om gracieus klassiek ballet, of gelikte breakdance. Het verbaasde publiek wordt vermaakt door line dancende oudere dames. Uiteraard uitgerust met cowboyhoeden, laarzen en rijnsteen. LIsFE Gymzaal Kaasmarktschool Zaterdag 9 juni, dagkaart € 9, Reserveren via booking@lisfe.nl

TRIANON Intouchables dagelijks 18.45 za. zo. + wo. 14.15 Prometheus 3D dagelijks 18.45 + 21.30 Jackie dagelijks 18.45 za. zo. + wo 14.15 On The Road dagelijks 21.30 The Avengers 3D dagelijks 21.30 KIJKHUIS Moonrise Kingdom dagelijks 18.45 + 21.00 Cosmopolis dagelijks 19.15 + 21.30 LIDO Men In Black III 3D za. zo. + wo. 14.15 dagelijks 18.45 Snow White and the Huntsman dagelijks 18.45 + 21.30 za. + zo 14.00 Dark Shadows dagelijks 21.30 The Cold Light of Day dagelijks 18.45 What to Expect When You’re Expecting dagelijks 21.30 The Dictator dagelijks 19.00 + 21.30 The Lucky One dagelijks 18.45 + 21.30

MUZIEK

LVC Triplex Festival Vrij 8 juni 20.30u €10,Glue Factory ft Keytown & Ziggi Recado Za 9 juni 20u €12,50 Cannibal Corpse, Aborted & Lay Down Rotten Woe 13 juni 19.30u €20,DE TWEE SPIEGHELS Frans Heemskerk Trio Vrij 8 juni 21u toegang gratis Iman Spaargaren Thelonious 4 Zo 10 juni 21u toegang gratis Academiegebouw Bernadette Lexmond (sopraan) en Guus Theelen (orgel) Woe 13 juni 13u toegang gratis

Maretjes De prijs voor een Maretje bedraagt €8,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan. De Onderwijswinkel zoekt met spoed invaller voor huiswerkbegeleiding op basisschool. Ook voor het volgend schooljaar zijn er weer veel nieuwe vrijwilligers nodig die bijles willen geven aan leerlingen Basis-, Voortgezet en Speciaal Onderwijs, en soms ook leerlingen die andere opleidingen volgen. Keus genoeg! Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma-, woe en do. 15.17u. Tel: 5214256. Ons e-mailadres is hdekoomen@owwleiden.nl. Native speakers of English wanted! BA student from PennStateUniversity is seeking native English speakers who are monolingual or bilingual. They may not be proficient in German or Dutch. The simple (naming and reading) tasks will last approximately one hour. Participants will be compensated 10 Euro for their time. Faculty of Social Sciences, Leiden. Please contact Jesse Martz: jlm5831@psu.edu. Gevraagd: pedagogisch handige student(e) die twee keer per maand in het weekend een verstandelijk gehandicapte vrouw (24 jaar) begeleidt in de trein van Zwolle naar Leiden. €40,-. Tel: 06-14591427 Het jaar 2050… 9 miljard mensen… Elke dag een warme douche? Denk mee tijdens de minor Duurzame Ontwikkeling www.cml.leiden.edu/edu-

cation/minor of de masteropleiding Industrial Ecology www.ie.leidendelft.nl Kennismaken met badminton? Iedere maandag in juni is er zomerbadminton bij BV Drive! vrijspelen en/of trainen voor 5 euro! 20.00 – 22.00 uur, Vijf Meihal www.bvdrive.nl Het jaar 2050… 9 miljard mensen…  Voor iedereen een smart phone? Schrijf je in voor de minor Duurzame Ontwikkeling www.cml.leiden.edu/ education/minor of meld je vóór 15 juni aan voor de masteropleiding Industrial Ecology www.ie.leidendelft.nl  Wie wil onze zoon begeleiden met NEDERLANDSE TAAL op gymnasiumniveau – 5de en 6de klas. Het gaat om het overwinnen van faalangst voor schrijven, samenvatten en tekst verklaren. Deskundig advies is ingewonnen en de methode is op hoofdlijnen bekend. We zoeken iemand die goed is in zijn vak en die in staat is een enthousiasmerend contact te krijgen met onze zoon. Oprechte interesse in wat hem bezig houdt is belangrijk. De eerste stappen willen we zetten in aankomende zomervakantie van 10 t/m 26 augustus. Liefst met de mogelijkheid om volgend schooljaar ook geregeld begeleiding te geven. Locatie: Voorburg.  Inlichtingen via t.kalker@hetnet. nl of 0624624628. Het jaar 2050… 9 miljard mensen… Welvaart voor iedereen: Is dat mogelijk? Waar halen we de grondstoffen vandaan en hoe gaan we daarmee om? Onderzoek het tijdens de interdisciplinaire minor Duurzame Ontwikkeling www.cml.leiden.edu/education/ minor of de masteropleiding Industrial Ecology www.ie.leidendelft.nl Start:

september 2012. Deadline inschrijving voor de Master IE is 15 juni 2012.

Maretje extra Maretjes-extra zijn bedoeld voor semi-commerciële instanties. De prijs voor een Maretje-extra is €23,– incl. BTW voor elke vijfendertig woorden. U kunt deze advertenties uiterlijk op de vrijdag vóór het verschijnen van Mare opgeven bij Bureau van Vliet B.V., postbus 20, 2040 AA Zandvoort, telefoon 023-571 47 45. E-mail: Zandvoort@bureauvanvliet.com VACATURES Leiden (+ regio  en Bollenstreek) Thuiszorg, Hulp bij het huishouden. Studenten (v/m) gezocht. Ook vakantiewerk! Jij bepaalt waar en wanneer (6 – 24 uur p.w) Solliciteren? Brief met CV: www.thuiszorginholland.nl Halt Nederland te Leiden zoekt een student die in de maanden juli en augustus ons secretariaat wil en kan ondersteunen. Het gaat om 32 uur per week (ma, wo, do, vrij). Zie voor verdere info: www.halt.nl. EEN BIJBAAN BIJ EEN ONDERNEMEND EN JONG ADVOCATENKANTOOR? Dit is je kans! Valegis Advocaten in Rijswijk, (bereikbaar per O.V.) zoekt per direct een student(e) voor ondersteunende werkzaamheden zoals: kopiëren, telefoon, secretariële werkzaamheden etc. Heb je gedurende ca een jaar (of langer) minimaal 1 volle (vaste) dag (liefst meer dagen) per week beschikbaar? Stuur dan je motivatie met c.v. aan: c.brederije@valegis.com.

Academische Agenda Prof.dr. B.M. Elzinga zal op vrijdag 8 juni met het uitspreken van de oratie benoemd worden tot hoogleraar bij de faculteit Sociale Wetenschappen om werkzaam te zijn op het gebied van Stress-gerelateerde Psychopathologie. Prof.dr. L.P.H.M. Buskens zal op maandag 11 juni met het uitspreken van de oratie benoemd worden tot hoogleraar bij de faculteit Geesteswetenschappen om werkzaam te zijn op het gebied van Recht en Cultuur in Islamitische Samenlevingen. V.S. Thakoersing zal op donderdag 7 juni om 10.00 uur promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De title van het proefschrift is ‘Barrier properties of human skin equivalents: rising to the surface’. Promotor is Prof.dr. J.A. Bouwstra. J.H.H. van den Berk zal op donderdag 7 juni om 11.15 uur promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘The Middle Men: The American Foreign Service and the Dictators of Central America, 1930-1952’. Promotor is Prof. dr. H.W. van den Doel. A.C.A. Cleuren zal op donderdag 7 juni om 13.45 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Understanding the biological mechanisms underlying acquired risk factors for venous thrombosis’. Promotor is Prof.dr. P.H. Reitsma. A.D. Egorova zal op donderdag 7 juni om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Ciliary regulation of endothelial response to shear stress:

consequences for TGF signaling and endothelial-to-mesenchymal transition’. Promotoren zijn Prof.dr. R. E. Poelmann en Prof.dr. P. ten Dijke. N. Djebali zal op donderdag 7 juni om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Rechtsgeleerdheid. De titel van het proefschrift is ‘Beslechting van transfer pricing geschillen’. Promotor is Prof. mr. Ch.J. Langereis. S.R. Hardeman zal op vrijdag 8 juni om 12.00 uur promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Non-decoupling of heavy scalars in cosmology’. Promotor is Prof.dr. A. Achúcarro. W. Cheng zal op dinsdag 12 juni om 11.15 uur promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘War, Trade and Piracy in the China Seas (1622-1683)’. Promotor is Prof.dr. J.L. Blussé van Oud Alblas. A. Rojas Martinez Gracida zal op dinsdag 12 juni om 13.45 uur promoveren tot doctor in de Archeologie. De titel van het proefschrift is ‘El Tiempo y la Sabiduría en Poxoyëm’. Promotoren zijn Prof.dr. M.E.R.G.N. Jansen en Prof. dr. N. Grube (Univ. Bonn). W. Sushartami zal op dinsdag 12 juni om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Sociale Wetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Representation and beyond: Female Victims in PostSuharto Media’. Promotor is Prof.dr. P. Spyer. R.M.S. Joemai zal op dinsdag 12 juni om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het

proefschrift is ‘Technical advances in multi-slice computed tomography: dose assessment and clinical optimizations’. Promotor is Prof.dr. A. De Roos. P. Suwannalai zal op woensdag 13 juni om 10.00 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘ACPA response in evolution of Rheumatoid Arthritis’. Promotoren zijn Prof.dr. R.E.M. Toes en Prof. dr. T.W.J. Huizinga. D. Cohen zal op woensdag 13 juni om 11.15 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Clinical Significance of C4d in auto- and alloimmunity’. Promotor is Prof.dr. J.A. Bruijn. M.H. Lampen zal op woensdag 13 juni om 13.45 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Alternative HLA class-I peptide presentation in processing deficient tumors’. Promotor is Prof.dr. S.H van der Burg. M.H.J. Meevissen zal op woensdag 13 juni promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Schistosoma mansoni egg glycoproteins: glycan structures & host immune responses’. Promotoren zijn Prof.dr. A.M. Deelder en Prof.Dr. M. Yazdanbakhsh. T.J.A. Snoeks zal op woensdag 13 juni om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Imaging in Pre-Clinical Cancer Research Applied to Bone Metastases’. Promotoren zijn Prof.dr. C.W.G.M. Löwik en Prof.dr.ir. B.P.F. Lelieveldt.


12  Mare · 7 juni 2012 Het clubje

00 :30 PM

Pavlov-koe

The Surfaders speelt op 15 juni in De Vinger, Den Haag. Hun cd is te krijgen bij Plato Leiden. Zie www.surfaders.nl Foto Taco van der Eb

‘Ik kan niet surfen en haat het strand’ The Surfaders Gaston Gelissen (bassist, tweede van rechts): ‘Weet je waarom surf zo leuk is? Omdat er niet gezongen wordt. Dus je hoeft niet naar domme teksten te luisteren.’ Stephen de Ruijter (gitarist, links): ‘Het heeft echt een mooi filmisch gitaargeluid. En je wordt inderdaad niet afgeleid door een zanger. We hebben ook een gezamenlijke voorliefde voor Dick Dale, koning van de surfmuziek, en de legendarische componist Ennio Morricone.’ Evert van Leeuwen (drummer, docent literatuur bij de opleiding Engels): ‘Alles zit erin: horror, James Bond.’ Jonas Moberg (gitarist, rechts): ‘Denk vooral aan de films van Quentin Tarantino.’

Bandirah

Evert: ‘Dat lees je ook terug in de titel van ons album, Dragstrip Murder Mystery. We zijn naar de IJland Studio in Amsterdam gegaan, waar Bettie Serveert ook heeft opgenomen. Ons geluid is spaghettiwesternsurfmuziek geworden.’ Gaston: ‘Maar het stelt wel wat voor. Onze muziek heeft een verhaallijn. Dat zeggen mensen ook tegen ons: dat ze allemaal filmbeelden voor zich zien als ze naar ons luisteren.’ Evert: ‘The Surfaders is opgericht in 2008. Ik had een advertentie gezet voor een punkband à la The Damned. Toen belde Jonas op. We bleken een liefde voor surfmuziek te delen, dus toen zijn we dat maar gaan doen.’

Jonas: ‘Onze nieuwe advertentie luidde: ‘Surfband zoekt bassist en gitarist’. Alleen de bassist, Gaston, kwam opdagen.’ Stephen: ‘Ik ben pas vorig jaar bij de band gekomen. Ik had zelf een advertentie gezet: ‘Gitarist zoekt band in de stijl van Peter Pan Speedrock en The Hellacopters’. Jonas: ‘Die zag ik en dacht: hey, The Hellacopters past wel bij onze stijl.’ Stephen: ‘Ze belden en zeiden: wat vind je van surf?’ Jonas: ‘Hij komt eigenlijk uit de progressieve rockhoek.’ Stephen: ‘Volbeat enzo. Maar ik wilde niet meer weg en ben blijven plakken.’ Jonas: ‘Met hem kwam de introductie

van rare synth-achtige geluiden.’ Evert: ‘Sindsdien spelen we covers van The Eagles, ha ha! Ik kan trouwens helemaal niet surfen. Ik heb het wel eens geprobeerd, maar ik kreeg die plank niet omhoog. Zo frustrerend! Eigenlijk haat ik het strand ook.’ Stephen: ‘We zijn nog niet beroemd, maar onze ambitie is groot genoeg te worden in de surfscene.’ Evert: ‘Aan de ene kant zijn we een obscure band, maar we maken wel vrolijke muziek. Niemand kent ons, maar overal waar we spelen staan er altijd mensen te dansen.’ Door Judith Laanen

Ineens was mijn stage voorbij. We aten een stuk taart en ’s middags een tweede. Ik prikte in de aardbeien, steeds opnieuw, en knoeide met de room. Dat was het dan. Niet meer elke dag om zeven uur opstaan. Weer eens tot drie uur ’s nachts kunnen blijven hangen, nog een glas wijn nemen zonder te denken aan morgen. De dag na mijn stage was ik om zeven uur ’s ochtends klaarwakker. Ik draaide me nog een keer om, maar viel niet meer in slaap. Dan maar opstaan. We zouden naar Texel gaan om het weliswaar tijdelijke - einde van mijn arbeidersbestaan te vieren. Texel bleek kleiner dan de onderbroek van mijn oma. Het eiland wordt bevolkt door zeven mensen en honderdduizend blatende schapen. Verder zie je er toeristen of mensen die aan toeristen proberen te verdienen. Dat doen ze traditiegetrouw met bier, hamburgers en lelijke bikini’s, maar ook met biologische asperges, biologische aardbeien, biologische shiitake paddenstoelen, biologisch ijs en biologisch lamsvlees. Uit de folder: ‘Het beste lamsvlees van Texel. Kom langs op onze boerderij om te zien hoe wij met onze dieren omgaan.’ Ik koos voor het ijs. Al likkend aan biologische appeltaart en biologische witte chocolade belde ik met mijn chef. ‘Hoe is het op Texel, Petra? Mis je ons al?’ Ik dacht even na. ‘De zon schijnt hier, dat verzacht de pijn een beetje.’ Natuurlijk kwamen we niet alleen voor het ijs. Het ijs werd op ‘ambachtelijke wijze’ gemaakt, en daarom werd iedereen uitgenodigd om de melkrobot van dichtbij te komen bekijken. Met Keuringsdienst van Waardeachtige interesse vroeg ik me af hoe de woorden ‘ambachtelijk’ en ‘robot’ zich tot elkaar verhielden. Bovendien had ik niet het idee dat er nog veel boeren met de hand melken, dus al die aandacht voor de melkrobot was op zijn minst opmerkelijk. Mijn scepticisme bleek onterecht. De melkrobot bleek een vertaling van ultieme vrijheid. De koeien op de ijsboerderij beslissen zelf wanneer ze gemolken willen worden. Ze lopen de machine in en de melkrobot detecteert of ze aan de beurt zijn. Zo ja, dan krijgen ze een handje voer en worden ze gemolken. Er komt geen boer meer aan te pas. Natuurlijk zijn die koeien niet op hun achterhoofd gevallen. Al snel beweegt een handje voer ze er toe de melkmachine te bestormen. In de tien minuten dat wij er stonden te kijken kwamen er heel wat opportunistische dames langs. Met een vriendelijk doch dringend duwtje werden ze de machine uitgeknikkerd. Doorlopen, Clarabella. Inmiddels ben ik al vier dagen thuis. Ik ben nog geen een keer naar de stad geweest. In de supermarkt kies ik steeds de verkeerde rij. Eenmaal bleef ik tot drie uur ’s nachts ergens hangen. Ik nam nog een glas wijn en werd de volgende ochtend wakker met hoofdpijn. Om zeven uur ‘s ochtends, dat dan weer wel. Ik wierp een blik op de wekker en dacht aan de koeien. Hoelang zou het pavlov-effect aanhouden? Misschien neemt de heimwee naar mijn stage langzaam af, en is het leven over een paar dagen weer gevuld met uitslapen en scriptie schrijven. Petra Meijer

Mare 30  

Leids Universitair Weekblad

Mare 30  

Leids Universitair Weekblad

Advertisement