Page 1

26 mei 2016 39ste Jaargang • nr. 29

Hoe FC Kneus kampioen werd Pagina 8 en 9

Willem van Beelen, hoeksteen van het protocol, is overleden

‘Bijzonder troostend’ boek ter nagedachtenis aan MH17-slachtoffer

‘Sommige wielrenners denken dat ze de weg ownen’

Pagina 3

Pagina 11

Pagina 16

Tweedejaars bsa is van de baan Het bindend studieadvies in het tweede jaar verdwijnt, en ook de regeling voor het eerste jaar wordt aangepast. Wat betekent dit voor studenten die van hun opleiding zijn gestuurd? ‘Het college heeft besloten om per direct op te houden met het bindend studieadvies in het tweede jaar’, zei rector magnificus Carel Stolker maandag tijdens de universiteitsraadsvergadering. Niet de kritiek van de universiteitsraad en de Tweede Kamer zorgde voor het einde van de regeling. Twee Leidse studenten, een van geschiedenis en een van international studies, vochten met succes tegen verwijdering van hun opleiding vanwege een negatief advies. Zij stapten naar het college voor het beroep voor het hoger onderwijs (CBHO). Dit was de regeling: studenten moeten 45 punten halen in hun eerste jaar. En 90 binnen twee jaar waaronder hun propedeuse. De nieuwe situatie: studenten moeten 45 punten halen in het eerste jaar. Stolker: ‘De uitspraak was voor ons totaal onverwacht. Het komt erop neer dat er maar één keer een bindend studieadvies mag worden gegeven in de propedeutische fase. Iemand met een positief advies kun je niet alsnog van de opleiding afgooien. Studenten die met de regeling te maken hebben, krijgen een mail en een brief.’’ Hoe nu verder? ‘Betekent dit dat degenen die onterecht zijn weggestuurd weer toegang krijgen tot hun studie?’ vroeg Mark Reid van studentenpartij LVS. Stolker: ‘Daar gaan we naar kijken. Wij roepen studenten op om zich te melden.’ Peter Kwikkers van TriasNet Consultants, expert op het gebied van de Wet op het hoger onderwijs, noemt de uitspraak ‘rechtvaardig en juridisch correct.’ Hij meent dat weggestuurde studenten ‘hun studie weer moeten kunnen hervatten, als ze nog willen. Ik verwacht dat Carel Stolker, een goed jurist, hen met veel compassie en redelijkheid behandelt.’ DOOR VINCENT BONGERS

Robin Camille Mier: ‘Tegen een rolstoelgebruiker zeg je ook niet: neem maar de trap.’ Foto Taco van der Eb

Wat nou man/vrouw? Emancipatie van transgenders verloopt nog moeizaam Transgenderstudenten zijn onte­ vreden over de universiteit: het registratiesysteem Usis houdt geen rekening met ze, starre docenten gebruiken hun oude namen en beloofde genderneutrale toiletten laten te lang op zich wachten. ‘Het lijkt erop dat de acceptatie van transgenders in lichte mate toeneemt’, zegt Sophie Schers, beleidsmedewerker van Transgender Netwerk Nederland. ‘Al geldt dat vooral voor binaire personen: de mensen die zich volledig als man of vrouw identificeren. Voor

non-binaire mensen heeft de acceptatie nog een lange weg te gaan.’ ‘Het grootste gedeelte van de transgenders identificeert zich binair’, zegt student taalwetenschap Rein Anspach (20), die ook voorzitter is van Expreszo, de belangenvereniging voor homo-, lesbo-, biseksuele en transjongeren. ‘Zij vinden het dus niet erg, als er maar het juiste hokje is voor hen. Zelf zit ik honderd keer liever in het vakje “man”. Soms word ik nog wel eens “mevrouw” genoemd. Dat vind ik superkut. Maar het gaat mij vooral om de morele kant van het verhaal. Iedere keer als ik moet kiezen, vraag ik me af of het relevant is.’

‘Het maakt niet uit als je zegt dat je een vrouw bent’, zegt natuurkundestudent Iona Varga (22). ‘Als je in het systeem staat als man, word je gewoon in die richting geduwd. Dat voelt heel frustrerend.’ ‘Hoe naar gender en seksualiteit wordt gekeken is heel beperkend’, vindt Isabel Hoving, diversity officer van Universiteit Leiden. ‘Tussen het vrouw- of man-zijn zijn allemaal verschillende posities mogelijk, zowel uiterlijk als innerlijk. En dan hebben wij een heel bot, dualistisch systeem dat niet past bij wat mannen of vrouwen zijn.’ Ook op de universiteit lopen transgenders tegen dit systeem aan,

vertelt Robin Camille Mier (25, Japanstudies). ‘De presentielijsten die docenten krijgen, komen uit Usis. Daarop staat nog steeds je biologische status van voor je transitie. Naam of geslacht kun je niet zelf veranderen. Aan het begin van elk vak word je daardoor ge-out voor de hele groep. ‘De docent van een vriend die transgender is, vond dat hij de student niet aan hoefde te spreken met “hij” omdat hij de eerdere voornaam van hem in Usis had gezien. Dat is gewoon heel naar. Zo word je bij elke werkgroep voor het blok gezet.’

Wie heeft de mooiste almanak?

Politicologie moet bezuinigen

Nieuwe partij ONS wint verkiezingen

Hertentamen mag ook bij voldoende

Ook dit jaar beloont Mare de vereniging met de meest originele almanak met een fust bier. Inleveren voor 11 juni bij de redactie, Reuvensplaats 3, Leiden.

De faculteit Sociale Wetenschappen is de afgelopen jaren zuinig geweest en bouwde zo een te hoge financiële reser­ ve op. Behalve bij politicologie.

De partij won vijf van de acht zetels. LVS kromp van drie naar twee zetels en CSL behield één zetel. In de personeelsgele­ ding veranderde de zetelverdeling niet.

Daarover is na lange discussie eindelijk overeenstemming bereikt bij de de faculteit Geesteswetenschappen. Einde­ loos herren is echter niet mogelijk.

DOOR MONICA PRELLER

Pagina 4

Pagina 5

> Verder lezen op pagina 6

Pagina 5

> Verder lezen op pagina 5

Bandirah Pagina 16


2  Mare · 26 mei 2016 Geen commentaar

Stoppen met slepen DOOR VINCENT BONGERS De hoeven trekken een spoor in het zand. Een

zwerm vliegen zoemt rond het lijk. De zweetdruppels glinsteren op het voorhoofd van de rector. Hij trekt en sjort aan de staart, maar het luizige dier komt steeds verder vast te zitten. Het beest was natuurlijk allang verzwakt. De krom staande rug kon geen peuter meer dragen. Wie een blik in de stal wierp, overwoog een telefoontje naar de paardenslager of de lijmfabriek. Het dode paard waaraan het college van bestuur als een bezetene heeft lopen trekken, heet ‘bsa2’, oftewel: het bindend studieadvies in het tweede jaar. Carel Stolker erft de stinkende knol van zijn voorganger Paul van der Heijden. ‘Een student is bevoorrecht, eigenlijk een zondagskind,’ zei de toenmalige rector in 2012 in Mare toen het college de maatregel aankondigde. Die kan best wat harder studeren. De universiteit wil daarom ook maar wat graag meedoen met een experiment van het ministerie van Onderwijs. Leiden is immers de bsa-pionier en was in 1997 de eerste universiteit die de regeling invoert. En een leider wil natuurlijk geen volger worden. En bovendien is het goed voor het studierendement, herstel: ‘studiesucces’. Studenten ergeren zich meteen aan de maatregel. Buiten het feit dat duimschroeven worden aangedraaid, wat de stress doet toenemen, voelen zij zich proefkonijnen in het rendementslaboratorium. Een paar jaar blijft het rustig. Maar in 2015 zwelt de kritiek weer aan en het offensief tegen het bsa in het tweede jaar wordt ingezet. De komst van het leenstelsel wakkert het vuurtje nog eens aan. Een aantal leden van de universiteitsraad reageert in een opiniestuk fel op een interview met het college in Mare. Vice-rector Simone Buitendijk zegt dat het college ‘meer van verleiden dan van dwingen en harde pressie’ is. De raad ziet dat anders. Later in dat jaar verschijnt er ook nog een open brief van studentenpartijen en -organisaties waarin ze het college oproepen het ‘roer om te gooien’ en te stoppen met het stapelen van maatregelen. Een lokale opstand is wellicht nog wel neer te slaan, maar ook een meerderheid in de Tweede Kamer wil dat het experiment geen gevolg krijgt. Een doodsvonnis voor het paard. Desondanks gaat de lijdensweg door. Als uit een evaluatie blijkt dat de maatregel slechts een beetje werkt, is de raad unaniem in haar oordeel: stop met dat gesleep. Het is nog niet genoeg om de rector te overtuigen de staart los te laten. Twee studenten lukt dat wel. Zij stappen naar de rechter. Die laat het college zien wat het al die tijd achter zich aan heeft getorst.

Colofon Redactie-adres Reuvensplaats 3, 2311 BE Leiden Postbus 9500 2300 RA Leiden Telefoon 071–527 7272 Website mareonline.nl E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000 Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl Redactie

Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Petra Meijer p.meijer@mare.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl Isa de Grood (stagiaire) Isadegrood@gmail.com Medewerkers

Laura Kervezee • Esha Metiary • Marc van Oostendorp • Benjamin Sprecher • Tim Meijer Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Dokwerk Communicatie Art direction en vormgeving Marcel van den Berg Drukwerk Rodi Rotatiedruk, Broek op Langedijk Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • Prof. dr. F. Israel (vicevoorzitter) • Birgül Açiksöz • Joline Cramer • drs. Bart Funnekotter • drs. Malou van Hintum • mr. Folkert Jensma • Merian Kuipers • Josephine Say • Prof. dr. Nico Schrijver • Marieke Vinkenoog • Dr. Hans Vollaard • Christian van der Woude Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op IBAN NL68RABO0103257950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200092091) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare.leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

Column

Stellingen Na het schrijven van de laatste zin van mijn proefschrift is de tijd aangebroken om de bijbehorende stellingen te bedenken. Ooit begonnen in de Middeleeuwen als volwaardig document waarop gepromoveerd kon worden, zo vertelt Wikipedia, staan de stellingen nu op een apart blaadje dat bij het proefschrift wordt gevoegd. Stellingen zijn beweringen die de promovendus desgevraagd bij de promotieplechtigheid moet verdedigen en die betrekking hebben op het eigen proefschrift, op het vakgebied en op een of meerdere onderwerpen naar keuze. Sommigen betwijfelen het nut van stellingen, omdat ze pas worden geschreven als het proefschrift al bij de commissie ligt en dus niet meetellen voor de beoordeling. Op internet kwam ik een citaat tegen van de Leidse hoogleraar Willem Otterspeer, die het blaadje met stellingen omschrijft als “een appendix, en dat bedoel ik letterlijk: een lichaamsdeel dat geen functie meer heeft. Maar dat lichaamsdeel moeten we zeker behouden, als een zinvolle verwijzing naar een schitterend verleden.” Van die uitspraak is op zich een mooie stelling te formuleren, maar wel één die ik op mijn beurt zou willen weerleggen. Volgens mij is het een waardevolle oefening om als wetenschapper in spe stelling te nemen over zowel het eigen onderzoek en vakgebied als over bredere maatschappelijke onderwerpen, en daarom zeker niet nutteloos. In de loop der jaren heb ik een aardig lijstje verzameld, vooral over onderwerpen buiten mijn onderzoek of vakgebied. In mijn aantekeningen ontdekte ik een vierde categorie, die zich het beste laat omschrijven als “Universitaire aangelegenheden”. Helaas kan ik die niet allemaal kwijt bij mijn proefschrift, dus waar kan ik ze beter delen dan in een column in een onafhankelijk universitair weekblad? Hier komen ze, inclusief korte toelichting. Een tekort aan werkplekken wordt niet opgelost door

het bouwen van te kleine gebouwen. Dit lijkt voor de hand te liggen, maar nieuwe universiteitsgebouwen groeien (te) snel uit hun voegen, soms al voor ze in gebruik zijn genomen. Het toppunt is dat mijn arme collega’s van het LACDR binnenkort het asbest-geïnfecteerde Gorlaeus moeten verlaten, maar de komende jaren nog niet allemaal terecht kunnen in de nieuwe bèta-campus. Het verplicht stellen van een introductiecursus voor promovendi halverwege het promotietraject, wanneer alle behandelde vaardigheden al op een andere manier zijn opgedaan, is als het aanbieden van mosterd na de maaltijd. Een kleine persoonlijke frustratie, meer zal ik er niet over zeggen. Het aanbieden van mineraalwater op borrels van de universiteit is verspilling en onnodig: het beste water komt immers uit de kraan. Tweehonderd liter kraanwater kost gemiddeld 30 cent, mineraalwater uit flessen is 500 keer zo duur (als het niet meer is). Volgens mij kan de universiteit haar geld op betere manieren besteden, en tegelijkertijd weer wat duurzamer worden. De beste wetenschappers zijn niet per definitie de beste docenten en vice versa. Ik zou bijna willen zeggen: de beste wetenschappers zijn per definitie niet de beste docenten. Zolang wetenschappers worden afgerekend op hun wetenschappelijke resultaten, wordt de kwaliteit van het onderwijs nooit zo goed als het zou kunnen zijn. Zou de universiteit er iets voor voelen om deze vierde categorie op te nemen bij de stellingen? Ik schat de kans klein, maar wie weet tot wat voor mooie inzichten en verbeteringen voor de universiteit al die promovendi gezamenlijk kunnen komen... LAURA KERVEZEE promoveert bij het Leids Universitair

Medisch Centrum


26 mei 2016 · Mare 3 Mensen

Vaarwel pedel Herinneringen aan Willem van Beelen geen draaiboek gebruikt en toch exact weet hoe het moet, is dan Van Beelen. Die zegt gewoon: nee, nu jij daar staan, nu jij daarheen lopen, nu jij dat zeggen. En altijd had hij gelijk.’ Frank Geerlings, een van de opvolgend pedels: ‘Wim was van de oneliners. Zijn bekendste was: ‘Nae de paes wordt de wetenschap wakker’. De eerste paar maanden is het hier rustig. Na Pasen begint iedereen aan de zomervakantie te denken en moet er nog snel gepromoveerd worden. Willem sprak het op zijn Katwijks uit, waardoor niemand het verstond en hij het constant uit moest leggen. “Ik ben geen Leienaar, ik ben een Kattuker”, zei hij dikwijls. Maar vis at hij dan weer niet. “Hèring, dat mot ik niet. Al leg je d’r 1000 euro naast, ik mot het nie.”’ Rector magnificus Carel Stolker: ‘Als rector woon ik vaak oraties bij. Ik kwam dan vaak zeer gehaast de houten trap op stormen. Ik hoefde dan niet eens te kijken om te weten dat Willem van Beelen daar klaarstond, in vol ornaat. Hij groette mij dan altijd met: “Meneer de rector.” En ik antwoordde: “Meneer de pedel.” Zo heeft hij dat zeventwintig jaar gedaan. Hij is nog nooit een dag ziek geweest en heeft nog nooit verzaakt. Zijn aanwezigheid was een zekerheid.’

‘Hij was de enige die geen draaiboek gebruikte en toch exact wist hoe het moest’

‘Zijn familie had pas bij zijn afscheid in de gaten wat een grootheid hij hier was.’

Oud-pedel Willem van Beelen overleed vorige week geheel onverwachts op 64-jarige leeftijd, nog geen drie maanden nadat hij met vervroegd pensioen ging. Zijn voormalige collega’s deelden herinneringen aan ‘de hoeksteen van het protocol’. Emeritus hoogleraar Nieuwe Testament Henk Jan de Jonge: ‘Als pedel had Van Beelen tot taak ervoor

te zorgen, dat de promoties goed verliepen. Promoties worden voorgezeten door decanen, oud-decanen en enkele andere hoogleraren. Die worden tevoren besproken en ingeboekt. Soms komt het voor dat zo’n voorzitter de afspraak vergeet en niet verschijnt. Wanneer Van Beelen dit enkele minuten voor een promotie bemerkte, stapte hij de kamer binnen waar de oppositiecommissie bijeen was. Hij keek de kring opponenten rond, besliste wie hem de geschiktste voorzitter leek, benoemde hem ter plekke tot voorzitter met de

Foto Marc de Haan

woorden: “U bent de voorzitter”, en hing hem de rectorsketen om. ‘Het draaiboek voor de benoeming van een eredoctor, meestal op de dies, is ingewikkeld. De gecompliceerde choreografie wordt op de ochtend voor de plechtigheid geoefend. Het protocol staat in een uitvoerig draaiboek, dat promotor, decaan, rector magnificus, pedel en een stand-in eredoctor met elkaar uitspelen. Vergissingen komen veelvuldig voor en iedereen die een fout begaat roept: “Zo staat het in het draaiboek”. De enige die helemaal

Nogmaals De Jonge: ‘Hij was een man van de klok. Om kwart over elf ging hij altijd achter zijn broodje aan. ‘s Ochtends at hij krentenbollen en elke avond om half tien een appeltje. Op vaste tijden zette hij koffie. Als iemand tijdens een promotie beweerde dat het al tijd was, keek hij op zijn horloge en schudde zijn hoofd. “Nee, mijn tijd”, zei hij dan. Hij bepaalde. ‘Wanneer om kwart over vijf de promoties voorbij waren, zat zijn werk er eigenlijk op. Maar hij kon niet naar huis voordat de voorzitter de rectorsketen bij hem had ingeleverd. Die voorzitter was op de receptie om de nieuwe doctor en zijn kring te feliciteren. En zijn bezoek aan de receptie kon wel eens flink uitlopen. Het kon gebeuren dat de voorzitter pas tegen zes uur de keten kwam inleveren. Van Beelen zat dan in zijn kantoor op de verlaten eerste verdieping stil te wachten. Nooit heeft hij gemopperd dat het wel wat lang geduurd had.’ Marianne Wanders, secretaris college voor promoties: ‘Bij Willem ging alles altijd precies volgens het schema. Vergat een hoogleraar zijn baret, dan liep Willem er snel achteraan. Als hij in de gang op zijn horloge stond te kijken, zei ik wel eens: “Ach Willem, kom, schei toch uit.” Maar daar wilde hij niets van weten. “Nee, nee, dat doen we keurig op de klok.” Dat hij aanwezig was bij de eredoctoraten van Nelson Mandela en de voormalige koningin, daarmee was hij erg in zijn nopjes.’

Oud-rector en hoogleraar farmacologie Douwe Breimer: ‘Als pedel was Willem van Beelen de hoeksteen van het protocol. Zijn erudiete, koele optreden droeg daar ook aan bij. Willem was niet snel van zijn stuk. Hij werd niet snel boos. Maar in de Volkskrant stond ooit een foto van een academische viering waarbij hij met zijn ogen dicht zat, waardoor het leek alsof hij tijdens de plechtigheid in slaap gevallen was. Daar was hij gepikeerd over, want hij was “in diep gepeins verzonken”, zo zei hij dat zelf. Daar was hij dan toch wel weer gevoelig voor. ‘Ter gelegenheid van zijn 25-jarig jubileum als pedel, in 2014, ging ik met een fles champagne op zaterdagochtend bij hem langs. Daar was hij niet op voorbereid. Zo kwam ik met zijn moeder en broer aan de keukentafel terecht. We dronken koffie en het was buitengewoon gezellig.’ Rob Vervark, medewerker bureau van de pedel: ‘Voor Willem waren werk en privé twee compleet gescheiden werelden. Ik weet bijvoorbeeld niet hoeveel broers of zussen hij heeft. Maar toen mijn dochter – ze is nu zeven – werd geboren, wist hij altijd raad. Dan kwamen de eerste tandjes door en dan zei hij: ‘Oh, bij onze dinges….’, en deelde de tips en trucs van zijn neefjes en nichtjes.’ Rosalien van der Poel, chef kabinet bij het bureau van de rector: ‘Hij was bovenal een familieman en vertelde graag over zijn neven en nichten. Na zijn afscheid heb ik nog een middag lang alle foto’s die in de loop der jaren van hem met de groten der aarde gemaakt zijn op zijn iPad gezet. Dit apparaat had hij gekregen voor zijn afscheid. Het is treurig dat hij nu niet meer vol trots deze foto’s aan familie en vrienden kan laten zien. Hij was zo supertrots op zijn werk. Op zijn afscheidsreceptie op 29 februari 2016 was gelukkig ook zijn Katwijkse familie aanwezig. Zij hadden toen pas in de gaten wat een grootheid hij hier was, een boegbeeld voor de Universiteit Leiden, en zo bekend in de stad. Zijn werelden thuis en die op de universiteit lagen ver uit elkaar, volgens mij. Maar voor beide werelden was hij een belangrijke schakel bij allerlei festiviteiten. Of het nu om Koning Willem-Alexander ging of zijn nichtje van zes, zijn attentheid was altijd present, zowel in protocollaire zaken of in het meenemen van een cadeautje, of iets lekkers te snoepen.’ Erick van Zuylen, een van de opvolgend pedels: ‘Als eerbetoon wilde de 3 October Vereeniging vragen of hij dit jaar met zijn moeder in de gouden koets wilde tijdens de grote optocht. Het thema ONTSPANje paste bij zijn pensioen na 27 jaar als pedel. ‘“Zo’n pedel is niet op te volgen’, zei de rector al bij het afscheid van Van Beelen. Gelukkig doen we het met zijn tweeën - dan kan ik Frank (Geerlings , red.) altijd nog de schuld geven. ‘Willem wilde eigenlijk geen afscheidsreceptie, maar toen hij op 29 februari uit dienst trad, gingen we na afloop samen nog wat eten bij café Barrera. Op de brug gaf hij me een knuffel en zei: “Het is goed zo.” Dat was een mooi moment.’ DOOR PETRA MEIJER


4  Mare · 26 mei 2016 Nieuws

Overplaatsing vluchtelingen De vluchtelingen die in de noodopvang aan de Wassenaarseweg verbleven, zijn woensdag overgeplaatst naar verschillende asielzoekerscentra. ‘De vluchtelingen hebben inmiddels uitsluitsel gekregen. Dat betekent dat ze een tijdelijke verblijfsvergunning ontvingen, hun asielprocedure is verlengd omdat nader onderzoek nodig is, of dat hun aanvraag is afgewezen. Daarom stromen ze nu door naar een andere locatie’, zegt Jeannete Scholten van het COA. Dat de overplaatsing slechts drie dagen van tevoren bekend werd, is volgens haar niet ongebruikelijk. Of de vechtpartij in het azc eerder deze maand iets met het plotselinge besluit te maken heeft? Scholten: ‘Het gaat met name om het ingaan van een nieuwe fase, nu er uitsluitsel is. Er waren nu ook opvangplekken beschikbaar. Zodoende is het besluit genomen om ze door te laten stromen.’ Het pand aan de Wassenaarseweg zal nog tot oktober beschikbaar blijven voor noodopvang.

Waterschade Dinsdagavond knapte de watertoevoer van de sprinklers in de nieuwbouw van de bètacampus. Het lek ontstond op de derde verdieping, door een nog onbekende oorzaak. Ook de onderliggende verdiepingen liepen waterschade op. De brandweer was binnen acht minuten ter plekke, en werkte de hele nacht door om het water weg te pompen. Desalniettemin waren de getroffen vleugels van het gebouw woensdag nog niet bruikbaar. Geluk bij een ongeluk was dat het vers opgeleverde gebouw nog niet helemaal in gebruik was. Er waren verhuizingen gepland voor deze week, maar die zijn uitgesteld. Een practicum in de nieuwbouw kon nog uitwijken naar de oude gebouwen. Veel onderzoeksapparatuur was al wel verplaatst naar de nieuwbouw. Hoe groot de totale schade precies is, was bij het ter perse gaan van deze Mare nog niet bekend.

Frank Westerman gastschrijver Frank Westerman is komend collegejaar gastschrijver aan de Universiteit Leiden. Westerman schrijft voornamelijk non-fictieboeken over uiteenlopende onderwerpen. In zijn colleges zal Westerman zijn eigen reportagewerk bespreken, en dat van andere non-fictie-auteurs. Ook houdt de gastschrijver de jaarlijkse Albert Verwey-lezing. Eerdere gastschrijvers waren onder anderen Gerard Reve, Adriaan van Dis, Joke van Leeuwen en Tom Lanoye.

Prepublishing Wetenschapsuitgeverij Elsevier heeft het Social Science Research Network gekocht. SSRN.com is een website waar wetenschappers hun artikelen online kunnen publiceren voordat ze in een vakblad verschijnen. Het uiteindelijke doel van Elsevier is om SSSRN te integreren in Mendeley, hun webprogramma waarin wetenschappers artikelen kunnen opslaan en delen. In de media reageren wetenschappers en toegankelijkheidsgoeroe’s overwegend negatief op de overname: Elsevier heeft een matige reputatie op het gebied van openbaarheid. De twee partijen benadrukten echter dat up- en downloaden via SSRN gratis zal blijven.

KNAW-leden Drie Leidse hoogleraren zijn benoemd tot nieuwe leden van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), een wetenschapskoepel die de belangen van de Nederlandse wetenschap behartigt. Het betreft hoogleraar biofysica Marileen Dogterom, hoogleraar Semitische talen Holger Gzella en hoogleraar boeddhisme Jonathan Silk. Het lidmaatschap wordt toegekend aan gerenommeerde wetenschappers die door andere academici worden voorgedragen. Naast de drie Leidenaars koos de KNAW nog dertien nieuwe leden.

Politicologie geeft teveel uit Gevolgen nog onduidelijk De faculteit Sociale Wetenschappen is de afgelopen jaren zuinig geweest en bouwde zo een te hoge financiële reserve op. Er is inmiddels meer geld in onderwijs geïnvesteerd, maar nu blijkt dat het instituut Politieke Wetenschappen de komende jaren moet bezuinigen. Het aantal studenten neemt al jaren flink toe bij FSW. Om die groei bij te benen zijn meer docenten nodig, maar de investeringen in onderwijs bleven achter. Het was lastig om de vacatures te vullen. De faculteit bouwde de afgelopen jaren dan ook een flinke pot met geld op. Het college van bestuur en de universiteitsraad maanden de faculteit al een tijd om meer werk te maken van het aanstellen van docenten. ‘Het college vond onze reserves veel te hoog’, zei financieel controller Pieter Knetsch vorige week tijdens de faculteitsraadsvergadering waar de jaarrekening 2015 werd besproken. ‘Dus we zijn meer gaan uitgeven om de reserves naar beneden te brengen.’ De instituten dienden al in 2013 bestedingsplannen in. ‘En die hebben ook geleid tot meer aanstellingen.’ De faculteit had door de investeringen gerekend op een negatief resultaat. ‘We hadden gepland meer geld uit te geven dan we ontvingen’, legde Rolf Oosterloo van het faculteitsbestuur uit. ‘Er was een goede reden om dat te doen. Maar het resultaat is gunstiger dan begroot.’ De faculteit gaf in 2015 bijna zes ton uit de reserve uit, en had een negatief resultaat van ruim negen ton begroot. Er werd echter een negatief DOOR VINCENT BONGERS

resultaat behaald van 11.000 euro. De universiteit kent elf profileringsgebieden waar extra geld naar toe gaat. Het gaat vaak om financiering van interdisciplinair onderzoek. FSW had ook een flinke profileringsreserve opgebouwd. ‘Die wilden we ook uitgeven maar dat is niet gelukt’, legde Knetsch uit. ‘We zijn afhankelijk van derden. De grootste speler is het Leids Universitair Medisch Centrum. Daar doen

we heel veel projecten mee. Die zijn nogal traag met declareren. Ik bel en mail ze wel, maar ben niet van plan om op mijn knieën te gaan en te vragen of ze eindelijk een declaratie sturen.’ Helemaal crescendo gaat het niet bij de faculteit. Personeelsraadslid Frits Meijerink: ‘Ik begrijp dat mijn instituut, Politieke Wetenschappen, veel te veel geld uitgeeft. Maar dat zie ik niet terug in de jaarrekening.’

Vijf miljoen onterechte stufi Bijna de helft van de drieduizend gecontroleerde studenten die een uitwonendenbeurs ontvingen, bleek niet te wonen op het adres waarop ze in de Basisregistratie Personen (BRP) ingeschreven stonden. Dat staat in het Rijksjaarverslag 2015 van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Een hoog aantal, vergelijkbaar met 2014 overigens, en te verklaren door een nauwkeurige voorselectie van risicoprofielen. In 2015 heeft het ministerie vijf miljoen euro aan onterecht ont-

vangen studiefinanciering succesvol teruggevorderd. Toch, en daar gaat het Rijksjaarverslag eigenlijk vooral over, veroorzaakt de studiefinanciering een aardig tekort op de begroting van het ministerie. De uitgaven aan onder meer beurzen, leningen en reisproducten waren met 4,37 miljard euro 121 miljoen euro hoger dan verwacht. Dat komt bijvoorbeeld door lagere rentes op studieleningen. Ook zijn studenten meer gaan lenen. Door de invoering van het leenstelsel was dat wel verwacht, maar ook ouderejaars die nog wel

recht hebben op de basisbeurs lenen dit jaar meer. Verder zijn er meer basisbeurzen omgezet in een gift dan geraamd, omdat steeds meer studenten uiteindelijk hun studie afronden. De totale uitgaven van OCW waren overigens 36 miljard euro, enkele honderden miljoenen meer dan begroot. De Algemene Rekenkamer vindt het Rijksjaarverslag van OWC in elk geval niet zorgelijk, in tegenstelling tot de jaarcijfers van de Belastingdienst en de ministeries van Defensie en Veiligheid & Justitie. MVW

Dertien Vidi’s voor Leiden Van de 87 onderzoekers die deze maand een zogeheten Vidi-beurs kregen, werken er dertien in Leiden. Zo’n beurs is een bedrag van maximaal acht ton, waarmee een wetenschapper een eigen onderzoeksgroep op kan zetten. Naturalis kreeg twee Vidi’s: marien biologen Nicole de Voogd en Katja Peijnenburg kregen elk een Vidi voor onderzoek naar de gevolgen van oceaanopwarming en –verzuring op respectievelijk zwemmende slakken en de micro-organismen die in sponzen leven. Drie van de beurzen gingen naar het Leids Universitair Medisch Centrum: neonatoloog Arjen te Pas gaat onderzoeken hoe vroeggebo-

ren baby’s de beste beademingshulp kunnen krijgen. Geneticus Martijn Luijsterburg gaat onderzoeken hoe cellen DNA repareren dat beschadigd raakt tijdens het aflezen ervan. Bij de afdeling Radiologie gaat Hermien Kan onderzoek doen naar spierdystrofiën. De Universiteit Leiden ontving acht Vidi’s, waarbij de bèta’s traditioneel de meeste beurzen binnensleepten. Natuurkundige Luca Giomi gaat theoretisch onderzoek doen naar kunstmatige cellen. Jacqueline Hodge van de Sterrewacht gaat met moderne telescopen de stervorming in het vroege heelal bestuderen. Wiskundige Hermen Jan Hupkes gaat aan de slag met ‘discreetheid’: allerlei natuurlijke processen zoals

golven en spiralen worden nu beschreven met modellen die ruimte en tijd als continu behandelen. Hupkes wil ze juist in wiskundige brokjes hakken met een bepaald type differentiaalvergelijking. Milieuwetenschapper Nadia Soudzilovskaia gaat met haar Vidi onderzoek doen naar de rol van bodemschimmels in de koolstofkringloop. Orthopedagoog Sophie van Rijn wil beter gaan begrijpen waarom kinderen met een extra geslachtschromosoom vaak wat slechter zijn in sociaal gedrag. Taalwetenschapper Michaël Peyrot gaat op zoek naar sporen van een dode taal, het Tochaars. Latinist Christoph Pieper wil weten hoe de beeldvorming over de Romeinse staatsman Cicero verlopen is. BB

‘Dat klopt’, aldus Knetsch. ‘Dat punt speelt pas voor 2016 en 2017. De middelen van politicologie nemen de komende jaren af maar de uitgaven volgen die lijn niet.’ Oosterloo: ‘Als je geld uit reserves haalt, moet de bedrijfsvoering gelijk blijven of zelfs beter worden. Als je inkomsten dalen, wordt het wat kritischer. Daar zit politicologie op dit moment in. We zoeken samen met het instituut een oplossing.’

Veel tijdelijke contracten Bijna 36 procent van het docerende personeel van de Universiteit Leiden heeft een tijdelijk contract. ‘Dat is een hoog percentage’, zegt Queenie Scholtes van wetenschapsvakbond VAWO. Die analyseerde de personeelscijfers van de Vereniging van Universiteiten, de VSNU. Op alle Nederlandse universiteiten heeft gemiddeld om een kwart van de docenten een tijdelijke aanstelling. ‘Eigenlijk doet Leiden het niet echt goed. De universiteit staat op nummer twee’, zegt Scholtes. Nummer een is de Erasmus Universiteit met 45 procent. Op de TU Delft heeft slechts 6,5 procent een tijdelijke aanstelling. Hoogleraren en universitaire hoofddocenten zijn aanzienlijk vaker in vaste dienst dan docenten en universitaire docenten. Van die eerste twee heeft in Nederland vijf procent een tijdelijk contract, van die laatste twee, die volgens de VAWO ‘het merendeel van het onderwijs verzorgt’, zo’n veertig procent. Ook zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen groot bij het docerende personeel. Scholtes: ‘Zo’n tijdelijk contract geldt in Leiden voor 49 procent van de vrouwen en voor 26,5 procent van de mannen.’ Ook in dat verschil doet alleen de Erasmus Universiteit het slechter, terwijl aan de TU Delft het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke docenten met een tijdelijk contract nog geen procent is. MVW


26 mei 2016 · Mare 5 Nieuws

Voldoendes herkansen mag Bij Geesteswetenschappen, maar wel beperkt Voortaan mogen studenten bij Geesteswetenschappen tentamens herkansen waarvoor ze een voldoende hebben gehaald. DOOR MARLEEN VAN WESEL Dat staat in de Onderwijs en Examenregelingen (OERen) voor komend collegejaar. Gisteren stemde de faculteitsraad eindelijk unaniem in met de nieuwe regels.

Eerder bleek het herkansen van voldoendes een breekpunt voor de raad en het bestuur, bij het vaststellen van de nieuwe OERen. Sinds dit jaar mogen faculteiten zelf kiezen of voldoendes herkanst mogen worden. Bij Geesteswetenschappen zijn de meeste studentraadsleden voorstander, maar de commissie onderwijs, adviesorgaan van het bestuur, nadrukkelijk niet. In maart werd de stemming over de OERen nog uit-

gesteld. Tijdens de overlegvergadering van april bleek dat het bestuur wel íets wilde toegeven, maar niet genoeg voor de raad. Zo zou in de handreiking van het bestuur uiteindelijk het laatste cijfer tellen, en niet het hoogste. ‘Dat was een belangrijke eis voor ons’, benadrukt vice-decaan Egbert Fortuin nog eens. Ook in de uiteindelijke regeling zijn wel wat beperkingen gesteld. De herkansingsmogelijkheid geldt bij-

voorbeeld alleen bij schriftelijke tentamens, in hetzelfde collegejaar en alleen tijdens de bachelor. Voldoendes voor scripties, presentaties en onderdelen van de masteropleiding kunnen dus niet herkanst worden. Tenzij er overigens toestemming is geregeld bij de examencommissie. Dat is hoe het momenteel al werkt, ook op andere faculteiten. In eerdere discussies werd door het bestuur herhaaldelijk verwezen naar de fa-

culteit Wiskunde en Natuurwetenschappen, waar die route regelmatig wordt gebruikt. De raadsleden vonden dat niet volstaan. Nu is de herkansingsmogelijkheid dus officieel vastgelegd: met een maximum van drie pogingen gedurende de bachelorstudie en het hoogste cijfer telt uiteindelijk. ‘Het was belangrijk om door te gaan’, verklaart Fortuin. ‘We moeten niet de hele OER blokkeren op basis van één artikel.’

‘Raden krijgen meer invloed’ De faculteitsraden krijgen instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting. Volgens het college van bestuur krijgen de raden flink meer macht.

Koning op bezoek Vrijdag woonde koning Willem-Alexander de 250e verjaardag van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde bij. De Maatschappij, ooit opgezet in Leiden als vereniging van letterkundigen, taalkundigen en historici, is onder meer bekend van de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs. Vrijdag werden onder meer Arnon Grunberg, Wim T. Schippers, Marc van Oostendorp en Peter van Zonneveld benoemd tot erelid.

Nieuwe partij ONS wint verkiezingen Met vijf van de acht zetels is de nieuwe studentenpartij ONS de grote winnaar van de universitaire verkiezingen. De partij komt voort uit de SGL, met een deel van de leden van BeP. De LVS kromp van drie naar twee zetels en CSL behield één zetel. Met twee zetels voor Universitair Belang, twee

voor PhDoc en vier voor FNV Overheid. Overigens veranderde er in de personeelsgeleding niets. Alleen de naam van die laatste partij luidde tot voor kort AbvaKabo. BeP bestaat overigens nog wel, maar deed alleen mee aan de faculteitsraadsverkiezingen bij Geesteswetenschappen en Sociale Wetenschappen. Daar haalden ze respectievelijk twee zetels en

eentje. Bij Geesteswetenschappen deed dit jaar ook een nieuwe partij mee, International Student Party. Die haalde twee zetels binnen. De opkomst voor de Universiteitsraad daalde deze verkiezingen bij de studenten van 21 naar iets onder de 20 procent. Bij het personeel was de opkomst zelfs gezakt van 33 naar 25 procent. MVW

Bsa is een ingezakte kaassoufflé > Vervolg van de voorpagina Het is nog niet duidelijk wat de juridische gevolgen zijn van de uitspraken voor landelijk beleid, zegt Kwikkers. ‘Daarover doet het CBHO terecht geen uitspraak. Het draait om Leids beleid. Maar bij gerechtelijke uitspraken blijkt wel hoe dubieus de juridische basis is van al dat geëxperimenteer met rendementsregelingen. Het is een juridische, morele en academische kaassoufflé, die nu begint in te zakken. Ik ben daar blij mee, maar helaas duurt het een tijdje voor een bijzondere regeling die een universiteit treft door de rechter getoetst wordt, want er is een student nodig die naar de rechter stapt.’ Kwikkers haalt een Leidse CBHO-casus aan. ‘Dat gaat om een student met een negatief advies die 95 punten heeft gehaald maar zijn P nog niet binnen heeft. Die wordt dan weggestuurd. Dat zijn de regeltjes waar-

aan de examencommissie vast zit: onrechtvaardig en onnodig. Zo ben je niet op academisch verantwoorde manier bezig met het inschatten van de mogelijkheden van deze student om de eindstreep te halen.’ Stolker gaf maandag toe dat naast de CBHO-uitspraak ook het oordeel van de universiteitsraad van belang was geweest. ‘De weerzin in deze raad heeft een rol gespeeld. Die is unaniem tegen de regeling. Dan is het een plus een is twee en moet je je knopen tellen.’ Toch liet hij weten er niet blij mee te zijn dat een student ‘slechts 45 punten hoeft te halen’ in het eerste jaar. ‘Daarna zien ze maar. Of dat nou een goede boodschap is? Ik ben benieuwd hoe het volgend jaar zal gaan.’ Hij hoopt de eis om de propedeuse binnen twee jaar te halen te kunnen redden. ‘Dat vinden we een heel normale regeling. Die moeten we juridisch anders vorm gaan geven. We

gaan nu overleggen met de raden over wat we nu gaan doen om een ambitieus studieklimaat te behouden. We willen heel graag het tempo erin houden. Om er zo voor te zorgen dat studenten het uiterste uit hun studie halen.’ Minister Bussemaker van Onderwijs reageerde dinsdag in de Tweede Kamer op het besluit van het college. ‘Leiden heeft het goed gedaan. Uit de evaluatie van het experiment blijkt een duidelijk signaal dat het instrument niet werkt op brede schaal’, verklaarde ze. Daarbij komt nog dat een meerderheid van de Kamer tegen het bsa in het tweede jaar is. De minister gaat dan ook ‘niet veel werk maken van het voorbereiden van een wet die landelijke invoering van de regeling mogelijk maakt’. Opvallend is dat Bussemaker graag wil dat andere instellingen die meedoen aan het experiment, dit afronden. VB

‘Waar ligt de ruimte voor de faculteiten?’ wilde Sander van Diepen van studentenpartij BeP weten tijdens de bespreking van het collegevoorstel over de versterking van de medezeggenschap. ‘De regeling lijkt heel sterk op de afspraken die de universiteitsraad met het college heeft gemaakt over het instemmingsrecht’, legde vice-collegevoorzitter Willem te Beest uit. Het faculteitsbestuur ontvangt geld van het college voor onderzoek en onderwijs. Het bestuur verdeelt dat over de instituten en centrale facultaire budgetten. Deze verdeling wordt in het voorstel gezien als ‘hoofdlijnen van de begroting’. Daar krijgt de faculteitsraad instemmingsrecht op. ‘Dat is forse invloed’, aldus Te Beest. Daarnaast krijgt de raad instemmingsrecht op de besteding van de investeringen gekoppeld aan het studievoorschot. Te Beest: ‘Instemmingsrecht dwingt het faculteitsbestuur om op een vroeg moment een gesprek met

de raad te hebben over welke kant de faculteit op gaat. Ik vind het eigenlijk behoorlijk zwaarwegend. Het adviesrecht is trouwens ook geen lege huls. Als een raad een negatief advies geeft dan heeft het bestuur echt wel wat uit te leggen.’ Er staat een voorbeeldtabel in het voorstel die de verdeling van het geld bij de faculteit Geesteswetenschappen weergeeft. De tabel laat zien hoeveel geld er naar de instituten, het faculteitsbureau en het faculteitsbestuur gaat. De universiteitsraad stelde dat als er op dit niveau naar de verdeling wordt gekeken er niet echt goed zicht is op waar het geld daadwerkelijk aan wordt besteed. Heeft een faculteitsraad dan wel echt invloed? Of kan het faculteitsbestuur nog steeds doen wat het wil? Volgens Te Beest is dat zeker niet zo. ‘Vanzelfsprekend kan een raad vragen aan het bestuur wat voor getallen er schuilgaan onder die verdeling. Die cijfers moet het bestuur dan ook leveren.’ En als dan blijkt dat er ineens bijvoorbeeld drie miljoen naar een post gaat die de raad niet zint, dan kan de raad altijd besluiten niet in te stemmen met de hoofdlijnen van de begroting. VB

Particuliere huur vaak te hoog Driekwart van de uitwonende studenten betaalt meer voor zijn kamer dan volgens het wettelijke puntensysteem is toegestaan. Dat blijkt uit onderzoek van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb). Studenten betalen gemiddeld bijna zestig euro te veel, volgens gegevens van de LSVb-website checkjekamer. nl. Vorig jaar checkten 2679 studenten daar of hun huurprijs binnen de wettelijke normen valt. In Leiden bedroeg de gemiddelde huurprijs van de respondenten 310,58 euro. Daarmee zijn de kamers goedkoper dan in veel andere studentensteden. Toch wordt er gemiddeld bijna 75 euro te veel betaald, blijkt uit de enquête. Daar valt wel wat op aan te merken. Zo is het aannemelijk dat vooral studenten die toch al ontevreden waren met hun kamerprijs, vaker de check uitvoeren. Bovendien huurde tachtig procent van de respondenten bij een particuliere verhuurder. In werkelijkheid is dat zo’n veertig procent. ‘De discrepantie tussen deze cijfers zou kunnen komen doordat studenten die bij woningcorporaties huren, minder snel twijfelen aan hun huur, en dus minder snel geneigd zijn om

een dergelijke huurprijscheck in te vullen’, schrijft de LSVb in het rapport. Studentenhuisvesterskoepel Kences gaf dan ook aan zich niet in het rapport te herkennen, en stelde dat de aangesloten corporaties het puntenstelsel hanteren. Gemeenteraadslid Mart Keuning (ChristenUnie) is nog positief verbaasd over de cijfers. ‘Ik heb als student altijd meer betaald. In Leiden zien we dat de woningcorporaties zich netjes aan het puntensysteem houden, maar bij particulieren gaat het vaak mis. Vorige zomer is er een vergunningensysteem ingevoerd voor bemiddelingsbureaus. Daarmee moest het makkelijker worden om te controleren of ze een deugdelijke administratie voeren, redelijke bemiddelingskosten vragen en niet bemiddelen bij te dure kamers. Omdat de bemiddelingsbureaus vaak een of twee maanden huur als bemiddelingskosten vragen, is het voor hen ook financieel aantrekkelijk om de kamers voor veel geld in de markt te zetten. Het vergunningensysteem is er nu, maar de handhaving moet verbeterd. Op dit moment wordt alleen gecontroleerd of ze de vergunning hebben, niet of ze zich aan de regels houden.’ PM


6  Mare · 26 mei 2016 Achtergrond DOOR MONICA PRELLER

‘Voor ons is het al moeilijk genoeg’ Mannendingen hoeven niet > Vervolg van de voorpagina Hoving: ‘Als je een systeem aanpast naar behoeftes van een kleine groep, is dat vaak fijn voor iedereen. In Nederland heb je nauwelijks genderneutrale toiletruimtes. In Zweden is dat heel normaal. Als je daar als ouder met je kind naar het toilet wilt, hoef je je niet ongemakkelijk te voelen. Vaders kunnen ook zonder problemen baby’s verschonen.’ Anspach: ‘Het is heel erg ongemakkelijk om een genderspecifiek toilet te gebruiken als je in transitie bent. Zelf heb ik me er inmiddels overheen gezet. Ik heb de uiterlijke kenmerken van een man, dus ik word niet zo snel raar aangekeken als ik de wc inloop. Maar dat geldt niet voor iedereen.’ Mier: ‘De focusgroep waarin dit probleem naar voren kwam, is inmiddels twee jaar geleden. In de tussentijd is er een nieuwe toiletruimte gekomen in het Lipsius, die had makkelijk genderneutraal kunnen zijn. Het stuit me tegen de borst dat dit zulke kleine dingen zijn, en dat de universiteit niet in staat is om dit te veranderen. Je hebt het als jonge transseksueel al moeilijk genoeg met het vinden van jezelf.’ Wat moet er gebeuren voor de toiletten kunnen worden veranderd? Hoving: ‘Het bestuur moet groen licht geven. Vastgoed heeft er geen enkel probleem mee. Zij zeggen: u roept, wij draaien. Dat zijn hele prettige mensen. Maar het is een spel dat van onder naar boven gaat. Daarom duurt het vrij lang.’ Bij navraag geeft Caroline van Overbeeke, woordvoerder van de universiteit, aan dat het bestuur bezig is met een pilot. ‘We willen eerst weten hoe de genderneutrale toiletten bevallen op Plexus en het university college. De evaluatie van de pilot is in juni. Voor die tijd zullen er geen stappen worden ondernomen.’ Dat het aantal transseksuele studenten op de universiteit relatief klein is, is volgens Hoving geen argument. ‘We hebben een rijkdom aan inzichten nodig binnen de universiteit. Als je in hokjes denkt, kom je nooit tot ideeën waar de wetenschap iets aan heeft. Dergelijke tunnelvisies zijn een universiteit onwaardig.’

Robin Camille Mier (25, Japanstudies)

‘Ik kwam er op mijn achttiende achter dat ik transseksueel was, omdat ik iemand leerde kennen die zich als trans identificeerde. Toen zat ik nog op de middelbare school. Daarvoor wist ik niet eens dat het bestond. Zo ontdekte ik dat je je gender kunt overschrijden, dat je niet in hokjes hoeft te blijven. ‘Ik vond het in het begin lastig om mijn identiteit als transgender te vinden. Eerst had ik het gevoel dat ik heel erg traditioneel mannelijk moest zijn. Als transgender ben je namelijk heel snel bang dat je niet trans genoeg bent, en dat mensen zullen vinden dat je weer terug in je hokje moet. De laatste jaren heb ik dat meer losgelaten. Dat ik een man ben, betekent niet dat ik allemaal mannendingen hoef te doen. Als ik morgen wakker word en me een stuk vrouwelijker voel dan vandaag, heb ik daar vrede mee. ‘Ik wil me graag inzetten voor de transseksuele studenten op de universiteit. Ik ben binnen de transgendergemeenschap veel bezig met het me sterk maken voor onze belangen, en ga ook naar de focusgroepen. Daar komt ook het idee voor genderneutrale toiletten vandaan. ‘Het is heel oncomfortabel en redelijk onmenselijk om een toiletruimte in te moeten lopen waarop staat of je een mannetje of een vrouwtje bent, terwijl er niet één geslacht bij je hoort. Tegen een rolstoelgebruiker zeg je toch ook niet: neem de trap maar? Ik vind het ook een beetje belachelijk dat de universiteit hier nog zo ver mee achterloopt. Kwalijk ook, omdat het niet past in hun motto. ‘Bovendien bestaat de kans dat je één van je docenten of medestudenten in de toiletruimte tegenkomt. Ik ben zelf onbedoeld ge-out toen ik mijn werkgroepdocent tegenkwam in de toiletruimte. Ik heb dat redelijk makkelijk opgelost door naar mijn studiecoördinator te gaan, die een mail stuurde naar mijn docenten. Maar het was een hele nare ervaring.’

Eindelijk mijn kostuum uittrekken Iona Varga (22, hbo technische natuurkunde) ‘Als kind merkte ik dat mijn geest en lichaam niet gelijk liepen. Ik zag een jurk in een etalage hangen en dacht: goh, het zou best leuk zijn om die te dragen. Maar ik was er verder niet zo mee bezig. Pas in de laatste klas van de basisschool, als iedereen zo’n rol van jongen of meisje krijgt toebedeeld, werd ik me er echt van bewust. ‘Pas in mijn puberteit merkte ik dat die rol niet aansloot bij mijn gevoelens. Voor ik uit de kast kwam als transgender, kenden mensen mij als een homoseksuele jongen. Dat was een hele moeilijke periode. Ik droeg veel zwarte kleding en ik beschadigde mezelf. Toen ik op mijn zeventiende een vriend kreeg, besefte ik dat ik in transitie wilde. Het voelde heel vreemd en beknellend om iemands vriend te zijn. Na drie maanden maakte ik het uit. Datzelfde jaar kreeg ik een relatie met mijn huidige partner. Hij accepteerde me zoals ik was, daarom stelde ik mijn transitie uit. Mijn ouders reageerden goed op mijn coming-out. Mijn moeder zei dat ze altijd wel een vermoeden had gehad. ‘Begin dit jaar heb ik toch besloten dat ik volledig voor mijn vrouwelijkheid kies. Ik ben in mijn eentje naar de huisarts gegaan. Het was alsof ik naar een feestje was geweest dat ik niet leuk vond, en ik eindelijk mijn kostuum kon uittrekken. Ik liep de praktijk uit met een triomfantelijk gevoel. ‘Na gesprekken met een psycholoog ben ik gediagnosticeerd met genderdysforie. Het is nog even afwachten wanneer ik mijn hormonen krijg. Tot die tijd kleed ik me als vrouw. Ik merk dat er op mijn gedrag wordt gelet. Hoe praat je, laat je mensen voorgaan, ben je een beetje sociaal? Mensen willen nu eenmaal graag bevestiging over je genderidentiteit. ‘Als er toch raar wordt gekeken of opmerkingen worden gemaakt, kan ik dat van me afzetten. Vervelend is het wel, als je in de trein wordt aangestaard. In de wijk waar ik woon, wonen ook veel mensen van Marokkaanse of Turkse achtergrond. Ik merk dat zij er moeite mee hebben. Dan word ik wel eens nageroepen. Maar het gaat mijn ene oor in, en het andere uit.’

In transitie Transgender zijn, ook wel het hebben van genderdysforie, houdt in dat een persoon het gevoel heeft dat psyche en het biologisch geslacht niet samengaan. Kirsten Dob van het genderteam van het Universitair Medisch Centrum Groningen legt uit: ‘Transgender is de overkoepelende benaming voor alle vormen van genderdysforie. Transseksualiteit is de meest extreme vorm, waarbij mensen echt willen veranderen van geslacht. Wie met deze wens bij ons aanklopt, komt eerst in een voortraject. Er zijn dan gesprekken met een algemene psychiater. Als die de diagnose genderdysforie stelt, volgt een doorverwijzing naar het genderteam. Dat stelt vast of het gevoel om van geslacht te willen veranderen allesoverheersend is, en echt bepalend is voor iemands welzijn. Dan volgt een traject van achttien maanden waarin iemand fysiek verandert, door operaties en medicatie. ‘Transseksualiteit staat de laatste tijd meer in de belangstelling. Dat draagt bij aan de acceptatie. Mensen veroordelen iets als ze het niet kennen. Het is belangrijk om te weten dat genderdysforie niet iets is waar je voor kiest, maar dat het wel een enorm conflict is op zowel psychisch als lichamelijk vlak. Er leeft heel veel angst bij deze mensen, omdat ze bang zijn niet geaccepteerd te worden.’

Niet in de vrouwenboot Rein Anspach (20, taalwetenschap) ‘Op mijn veertiende kwam ik uit de kast. De eersten die ik het vertelde, waren mijn vrienden. Toen heb ik het tegen mijn ouders en de mensen uit mijn toneelclubje gezegd. Ze accepteerden het allemaal. Pesters kregen geen kans, ik zat op een fijne school. ‘Toen ik 17 werd, begon ik met hormonen. In het begin werd ik daar een beetje rusteloos van. De controle over mijn stem werd minder, en ik kreeg meer spieren. Je gaat door een soort nieuwe puberteit. ‘Je denkt dat alles makkelijker wordt, maar eigenlijk wordt het juist steeds moeilijker omdat het nu zichtbaar wordt voor je omgeving. Die zijn vaak nog niet mee. Eenmaal op de universiteit was het wennen aan mijn nieuwe sociale rol. Ik moest ineens leren hoe mannen zich onder elkaar gedragen. ‘Tijdens mijn El Cid werd ik lid bij roeivereniging Asopos de Vliet. Dat was voor hun lastig. Ik moest op het inschrijfformulier aankruisen of ik een man of vrouw was. Ik wilde per se niet in een vrouwenboot zitten, maar dat was lastig omdat ik voor de wet nog vrouw was. Uiteindelijk sloot Asopos een akkoordje met de Roeibond, waardoor ik tijdens wedstrijden toch in een mannenboot mocht. Iedereen ging er best oké mee om dat ik transgender was, maar het was een omgeving die niet bij me paste. Ze deden hun best hoor, maar het was duidelijk dat ik niet bij de boys hoorde. ‘Op de universiteit wordt transgender zijn over het algemeen geaccepteerd. Er is het netwerk LU Pride, en er zijn focusgroepen en er is een diversity office. Maar het zou fijn zijn als de docenten op een eenvoudige manier konden worden ingelicht. Ik heb geweigerd de Nationale Studentenenquête in te vullen. Je moest verplicht een vakje aankruisen met man of vrouw. Dat het dan alleen om de geslachtsdelen gaat, vind ik geen argument, daar vul je tenslotte ook de enquête niet mee in. En zelfs als het hooguit voor hun statistieken is: volgens dat soort statistieken besta ik niet.’

Foto’s Taco van der Eb


26 mei 2016 · Mare

7

Wetenschap

Planten in de hindernisbaan De botanische ontdekkingen van Charles Darwin ‘Ik ben meer geïnteresseerd in deze plant dan in de oorsprong van alle soorten ter wereld’, schreef Charles Darwin ooit. Plantenfilosoof Norbert Peeters schreef een prachtboek over het botanische onderzoek van de beroemde bioloog. DOOR BART BRAUN Als je een populair-wetenschappelijk boek over biologie leest, is er een naam die telkens terugkomt: die van Charles Darwin. Het boek gaat over koraalriffen, apengedrag,

of de ecologie van hommels, oermensen of de taxonomie van kreeften – maakt niet uit. Darwin lijkt voor biologisch onderzoek wat The Simpsons zijn voor televisieplots: wat het ook is, hij heeft het al eerder gedaan. Deels komt dat omdat Darwins werk goed bewaard is gebleven, en dus een makkelijke bron is om aan te boren. Het komt echter ook doordat Darwin een waar powerhouse van biologie was. Als heer van stand werd hij niet gehinderd door onderwijsverplichtingen en beursbedelarij. Hij kon zich dus vrijwel volledig kon richten op

zijn onderzoek naar alles dat hij interessant vond, en schijnbaar vond hij alles interessant. En ja, het belangrijkste dat er uit dat onderzoek kwam, was Origin of the Species, zijn lancering van de evolutietheorie. Maar hij schreef maar twee boeken over evolutie, en zeven over planten. ‘Ik ben meer geïnteresseerd in Drosera (een vleesetende plant, red.) dan in de oorsprong van alle soorten ter wereld’, schreef hij aan zijn vriend en geoloog Charles Lyell. Vergeleken met zijn werk aan evolutie is al zijn andere onderzoek wat ondergesneeuwd.

Archeoloog en filosoof Norbert Peeters – in het dagelijks leven helpt hij u bij de balie van Plexus – vond het merkwaardig dat het botanisch werk van Darwin zo vergeten is geraakt. De Britse bioloog zette namelijk het toenmalige beeld van planten behoorlijk op zijn kop. Nu kent de wereld al duizenden Charles Darwin-boeken waarin leven en werken van de man echt al afdoende zijn beschreven. De verdienste van Peeters is dat hij zijn boek Botanische Revolutie niet zozeer gebruikt om nog eens een portie Darwin op te bakken,

maar vooral om mooie verhalen over planten te vertellen, aan de hand van Darwins onderzoek. ‘Planten lijken een saai bestaan te leiden, roerloos geworteld aan de grond. Een bevroren decor waartegen mensen- en dierenlevens zich afspelen’, schrijft Peeters in het voorwoord. Vervolgens bewijst hij het tegendeel, met aansprekende voorbeelden. Norbert Peeters, Botanische Revolutie, De plantenleer van Charles Darwin. KNNV Uitgeverij. 336 blz. € 24,95 www.botanischefilosofie.nl

De fuchsia als pornoster

We weten tegenwoordig zo goed hoe het zit met de bloemetjes en de bijtjes dat het een staande uitdrukking is geworden, maar tot in de achttiende eeuw was het idee van bestuiving nog niet bekend. De natuur was voor de mens geschapen, dus bloemen zijn zo opvallend opdat wij daar met plezier naar kunnen kijken, en bijen vliegen erin zodat wij honing en was krijgen. Planten, zo dacht bijvoorbeeld de vooraanstaande Linnaeus, doen aan zelfbevruchting. Ze zijn vrijwel allemaal tweeslachtig. Een fuchsia telt acht meeldraden en één stamper, en was in zijn ogen dus te vergelijken met ‘één vrouw die het bed deelt met acht kerels.’ In Noord-Europese landen wordt het werk van Linnaeus gecensureerd, en een enkele predikant verbied het vrouwen om nog onderzoek aan bloemen te doen. De Duitse botanicus Christian Konrad Sprengel twijfelt aan die lezing, en onder invloed van zijn werk ontdekken Charles en zoon Francis Darwin dat de plantenwereld bol staat van mechanismes om bestuivers te helpen en om zelfbevruchting te voorkomen. Bij de sleutelbloem ontdekt hij een slimme truc met lange of korte stampers en meeldraden. De ene variant heeft een lange meeldraad en een korte stamper, en bij de andere is het andersom. Een hommel die bij een bloem met een lange meeldraad naar binnen kruipt, heeft het stuifmeel verder achterop zijn hommelkont zitten, en kan daardoor geen planten met een korte stamper bevruchten. De sleutelbloem hanteert dus een sleutel-slotconstructie om kruisbestuiving te bevorderen. Trots schrijft Darwin in zijn autobiografie: ‘Ik denk niet dat er iets in mijn wetenschappelijke leven mij zoveel voldoening heeft gegeven als het opmaken van de betekenis van de structuur van deze planten.’

Bedrieglijke orchideeën

Ook Darwin had het wel eens mis. In de tweede editie van On the various contrivances by which British and foreign orchids are fertilised by insects schrijft hij nog dat hij het onmogelijk acht dat bloemen hun bestuivers om de tuin leiden. Daarvoor zijn de planten te afhankelijk van de dieren die hun stuifmeel rondbrengen, meent hij. Toch zijn er wel degelijk bedriegersplanten, met name in de orchideeënfamilie. Ongeveer een derde van die planten levert geen nectar in ruil voor bestuiving. Spiegelorchissen laten zich bestuiven door hitsige mannetjesbijen: hun bloemen lijken zowel qua uiterlijk als qua geur op een vrouwtjesbij. ‘De Dendrobium sinense is de meest gelikte onder de orchideeën’, schrijft Peeters. Die laat zich bestuiven door horzels. Dat is gek, want horzels eten andere insecten en geen nectar. De dendrobium maakt een geurstof aan die de alarmstof van honingbijen imiteert. De horzel trapt erin, en valt de bloemen aan. ‘Terwijl hij herhaaldelijk steekt, bevestigt de bloem een kleverig stuifmeelpakketje aan zijn lichaam. Dit stuifmeel brengen de horzels slaafs naar de volgende orchidee die ze aanzien voor een honingbij.’

De dierlijke Venusvliegenval

In zijn boek Insectivorous plants schrijft Darwin dat de Amerikaanse vleesetende plant Dionaea muscipula een van de meest wonderbaarlijke planten ter wereld is. De bladeren vormen een soort berenklem, die in een fractie van een seconde dicht kan slaan. Vervolgens doet de plant er ongeveer een week over om een gevangen insect te verteren. Insectenetende planten kende Darwin al uit Engeland, maar hoe kan de venusvliegenval haar klepje zo snel dichtgaan? Darwin gaat het uitzoeken, samen met de fysioloog John Scott Burdon-Sanderson. Bij dieren worden dat soort bewegingen geregeld door zenuwen die een elektrisch signaal doorgeven. Planten hebben geen zenuwcellen, maar misschien speelt elektriciteit ook hier een rol. Burdon-Sanderson op aanraden van Darwin verbindt een galvanometer aan de grijparmen, en ziet dat de meter uitslaat als hij het plantje treitert met een borsteltje. Hij is de eerste die zulke ‘dierlijke’ elektrische signalen meet in een plant. Ook de bewegingen van kruidje-roer-me-niet en zonnedauw worden veroorzaakt door een elektrisch signaal van de plant, zal later blijken.

De plant die leren kan

Plantenwortels groeien naar beneden, maar ze volgen niet zomaar de richting van de zwaartekracht. Charles en Francis Darwin doen een hele trits experimenten waarbij ze ontkiemende plantjes door hindernisbanen laten groeien. ‘Als je onder de grond zou kunnen kijken, dan zou je zien hoe de wortel tracht kleine ellipsen te maken, voor zover de ondergrond het toelaat. De verbazingwekkende hoeveelheid ondergrondse bewegingen die een plantenwortel vertoont, is al jaren gaande, sinds het kiemplantje voor het eerst opkomt.’ De doelgerichtheid die wortelende of klimmende planten vertonen, vergelijken de Darwins met de intelligentie van ‘lagere dieren’ als wormen of insecten. Die suggestie valt niet in goede aarde bij de belangrijkste botanici van hun tijd. Anno 2016 is de discussie over of je intelligentie mag toeschrijven aan planten, en hoeveel dan, nog steeds niet helemaal gesloten. Als je een kruidje-roer-me-niet herhaaldelijk van geringe hoogte laat vallen, vouwt het na een paar keer haar blaadjes niet meer op. Heeft de plant dan iets geleerd? Of juist vergeten? Peeters: ‘Je kunt bepaalde gedragingen van planten alleen begrijpen en verklaren, als je ervan uitgaat dat planten intelligente schepsels zijn, geboetseerd door miljoenen jaren natuurlijke selectie. Dit vraagt ook om een andere manier van praten over plantenleven – een plantaardige psychologie.’


8

Mare · 26 mei 2016

Achtergrond

Kampioenuuuuuh Van FC Kneus tot Football Factory: de onstuitbare opmars van een dameselftal

‘FC Kneus’ noemden ze zichzelf na hun oprichting in 2012. Dit seizoen maakte het tweede dameselftal van de Leidse studentenvoetbalvereniging Football Factory serieus kans op het kampioenschap, van de vijfde klasse. Mare volgde de laatste wedstrijden.

Zondag 24 april, 16.00 uur, thuis tegen Van Nispen ‘Dek je vrouwtje! Dek je vrouwtje!’ brullen de dames van Van Nispen over het voetbalveld van het Universitair Sportcentrum. De nummer twee uit de zondagcompetitie neemt het op tegen de nummer één: het tweede dameselftal van de Leidse studentenvoetbalvereniging Football Factory. Geformeerd in 2012. ‘FC Kneus’ noemden ze zichzelf destijds in Mare. ‘Toen verloren we elke wedstrijd met 30-0. We waren al blij als het een keer 10-0 was’, vertelt teamcaptain Marte Dekker (criminologie). Nu maken ze

serieus kans op het kampioenschap, van de vijfde klasse weliswaar, met twee punten voorsprong en nog slechts drie wedstrijden te gaan. Uit de boxen schalt de tune van de Champions League. Het herenteam zondag 2, dat eerder die dag zelf met 6-2 won, sleept nog snel de terrasbanken richting de zijlijn. De meest gerichte doelschoten komen aanvankelijk van Van Nispen. De grootste dreiging komt echter uit de lucht. Boven de helft van de Football Factory pakken donkere wolken samen. ‘Dómineren, kom op!’ zwepen de Leidse meiden elkaar op. In het net belandt de bal niet. Wel in de sloot. De stok, speciaal daarvoor bedoeld, reikt nauwelijks tot halverwege het water. Vlak voor rust klinkt er nog een ijselijke gil. Een Factoriaan slaat haar armen om haar schenen, terwijl een speler van Van Nispen enkele meters verder terechtkomt en naar haar hoofd grijpt. Als iets later een hagelbui losbarst, is het nog altijd 0-0. ‘Teamwork’, verklaart Dekker de vooruitgang van haar ploeg. ‘We hebben best wat meiden die nog nooit eerder hebben gevoetbald. Die schieten nog steeds niet heel ver, maar we raken meer op elkaar ingespeeld.’ In de tweede helft moet nog blijken of dat volstaat tegen Van Nispen. Die meiden komen uit het dorpje De Zilk en voetballen misschien al wel samen sinds de


hhhh!

26 mei 2016 · Mare

F’jes. ‘Fysiek is Van Nispen sterker’, denkt Dekker bovendien. In de tweede helft stuiven de Factorianen in volle vaart op het tegendoel af en de keeper ziet geen andere uitweg dan de bal de sloot in te stoten. Buiten het bereik van de stok, deze keer. Een reservebal blijkt niet snel voorhanden, maar een fietser aan de overkant is bereid natte sokken te riskeren. En dan, in de laatste twintig minuten, wordt de strijd feller. Rakelings vliegt de bal ineens lángs de keeper van de Football Factory, maar ook langs het doel. Er wordt meer gerend en de ballen gaan hoger en verder. En dan is het Van Nispen die scoort, een kwartier voor tijd. Uit hun dug-out klinkt een hoop kabaal, uit die van de Football Factory een enkele gesmoorde ‘kutzooi’. Twee minuten later al is er de gelijkmaker, vanuit een corner. Het gejuich gaat al snel over in de vraag: ‘Wie scoorde er?’ ‘Ja, wie was dat nou?’ ‘Duizend engeltjes!’ Het was toch echt Liselot Zweers. Fysiotherapie studeert ze, aan de hogeschool. ‘De andere meiden komen wel eens met kwaaltjes naar me toe’, vertelt ze na het fluitsignaal. ‘Charlie en ik renden net tegelijkertijd voor de goal. Hij kwam precies voor haar rechtervoet en voor míjn linker. Ze zag mij ook, waardoor ik hem er met links in kon schuiven.’ ‘Met 1-1 staan we nog steeds twee punten voor. Het blijft spannend’, zegt Dekker, terwijl ze het veld afloopt.

Zondag 1 mei, 15.00 uur, thuis tegen SJC2 ‘Ennn… húp!’ roept coach Oskar Hammerstein. Op het veld zijn alleen de rood-zwarte shirts van de Football Factory te zien. Op Hammersteins commando trappen de meiden van Dames 2 ballen over. ‘De wedstrijd is afgelast’, weet Roos van Dam (psychologie). Samen met een stuk of vijf ploeggenoten van Dames 1 zit ze op het terras, zonnebril op de neus. ‘Zij worden kampioen. En wij degraderen niet. Hopelijk. Hoeveelste staan we zelf eigenlijk?’ ‘Tiende. Van de twaalf ’, zegt Nikki van Luxemburg (geneeskunde). ‘Ik vrees dat de tegenstander niet komt opdagen’, komt Hammerstein (logistic engineering, hogeschool) vertellen. Het is inmiddels half vijf. Een officiële afmelding is er niet. Dan maar een extra training. Zijn eigen competitie met Heren Zondag 1 is al afgelopen. ‘Daarmee zijn we derde geworden.’ Sinds dit jaar coacht hij Dames 2. ‘De vorige coach ging in het buitenland studeren.’ Voor hij terugloopt meldt hij nog: ‘Van Nispen heeft vandaag gewonnen met 4-2. Dus we zijn bang dat we punten mislopen.’

Zondag 8 mei, 12.00 uur, uit tegen Kickers ‘69 Loeiheet is het. Regelmatig wordt het spel stilgelegd voor waterpauzes. ‘Kijk, soms kunnen wij heel goed spelen. Dan moeten we wel de ruimte krijgen. Als het andere team er heel erg bovenop zit, hebben we meer techniek nodig. En dán krij-

gen we het zwaar’, vertelt Dekker na afloop. ‘Nu kregen we alle vrijheid om rond te rennen.’ En zo werd het 5-1. Kampioen zijn ze nog niet. ‘Afgelopen week stond Van Nispen op papier even een punt voor. Nu staan wij er weer twee voor, maar zij moeten nog een wedstrijd.’ Zelfs willen ze de wedstrijd tegen SJC2 ook inhalen. ‘In het amateurvoetbal krijg je tegenwoordig geen punten als een wedstrijd niet gespeeld is.’ Promotie naar de vierde klasse zit er waarschijnlijk evenwel in. ‘Maar de vorige wedstrijd tegen SJC2 is de enige die we afgelopen seizoen hebben verloren.’

Donderdag 19 mei, 19.00 uur, thuis tegen SJC2 ‘Vasthouden! Scheids! Dat was vasthouden, man!’ roept Hammerstein verontwaardigd. Het gaat er hard aan toe, tijdens de inhaalwedstrijd tegen SJC2. De Factorianen gaan de rust in met een 0-1 achterstand. In de kleedkamer gaat de limonade rond, maar verschillende meiden hebben al een champagnefles beet voor straks, na de wedstrijd. ‘Sommigen van ons zijn afgelopen maandag naar de laatste wedstrijd van Van Nispen gaan kijken’, vertelt Dekker. ‘Het was een soort De Graafschap tegen Ajax. Toen we vernamen dat Van Nispen verloren had, hebben we ons kampioenschap al een klein beetje gevierd.’ Hammerstein draagt al een kampioensshirt en de champagne staat tijdens de tweede helft klaar in de dug-out, tussen pitchers bier die steeds leger raken en een flinke luidspreker. Ernaast, in een rood plastic boodschappentasje van de Dirk: de beker. ‘Wie is er eigenlijk aan het vlaggen?’ vraagt een van de reservespelers, zo’n twee minuten in de tweede helft. Voor haar voeten ligt een vlag. ‘Nee hè…’ Vrolijk vloekend rent ze zelf naar de lijn. Op het veld is de sfeer een stuk grimmiger. Wanneer Dekker even niet aan de grijpgrage tegenstander ontkomt, levert dat een penalty op. Joelle Fransen (criminologie) mikt ‘m erin. Het staat 1-1. ‘Laatst, tijdens een training, schoot ik er een paar in’, vertelt ze later. ‘Dus nu mocht ik ‘m nemen, mijn eerste penalty tijdens een wedstrijd.’ ‘Maak moeilijk! Maak Moeilijk!’ spoort Hammerstein z’n dames aan. Intussen proberen drie reserves zijn aandacht te trekken. ‘Ozzy! Hier staan we!’ Het is de kampioenswedstrijd. Iedereen wil spelen. Eindelijk roept Hammerstein de scheids zónder verwijten naar de tegenpartij. ‘Scheidsie! Wissel!’ Wanneer de tegenstander ook wisselt, gaat er een zucht van verlichting over het veld. ‘Kom op meiden, de beuker is eruit’, roept een Factoriaan. Langs de zijlijn wordt desondanks druk gezocht naar ijs voor de kwetsuren. ‘Is hier ergens water?’ komt Maura van den Kommer snel vragen, als het spel weer stil ligt omdat een teamgenoot bruut is gevloerd. Er is alleen bier. Met een flink deel van het elftal stevent ze nog eenmaal op het doel van SJC2 af. Het publiek veert nog één keer op, om zich daarna de champagne maar vast in gereedheid te brengen. ‘Je kunt het beste eerst de dop eraf halen, en dan pas schudden, met je vinger erop’, tipt iemand. ‘Die van mij gaat al een beetje’, schrikt Dekker, die gewisseld is met een van de reserves. ‘Hou ‘m tegen, Dex!’ roepen haar ploegmaten. Want, zo gebaart de scheidsrechter: nog één minuutje. ‘Aaaaaaaaaaaaaaaaaaaahhh!’, klinkt het even later van ontlading én pijn. Champagne spuit alle kanten op. ‘Weee are the champions! Weee are the champions’, schalt door de luidspreker, nu en dan overstemd als iemand de bijbehorende karaokemicrofoon te pakken krijgt. Iedereen stormt het veld op, met in de achterhoede degenen die vandaag voor de eer sneuvelden: hinkelend, met bloedende knieën, een sjaal als mitella, tranen stromen over de wangen. ‘Kampioenuuuuuhhhh!’ In de kantine staat Maura van den Kommer, een van de oprichters van het team, even later te stralen, met de beker in haar handen. ‘Van mijn moeder mocht ik nooit op voetbal. Toen ik op kamers ging dacht ik: ik ga voetballen. Eerst waren we heel slecht. Echt héél slecht.’ Wat er sindsdien is veranderd? ‘Veel trainen. En elke El Cid wat nieuw talent erbij.’

De uitslagen Heren zondag 2 sluit het seizoen traditioneel af met een galawedstrijd. Een dj-set en een barbecue stonden al klaar, op 8 mei, en er was zelfs nog een kleine kans op het kampioenschap. De tegenpartij verkoos echter de Eredivisie en meldde zich af. ‘We hebben onze supporters gevraagd wie het tegen ons op durfde te nemen’, vertelt Roy Couvreur (geneeskunde, net als haast het hele team). ‘Zo werd het 1-0.’ Voor Heren zondag 2? ‘Tja, we hebben de teams een beetje gehusseld. Er deden ook dames mee.’ Na een officiële inhaalwedstrijd vorige week eindigden de geneesko’s als tweede in de achtste klasse. Samen met Heren zaterdag 2 (zevende in de zesde klasse) kunnen ze rekenen op een promotie, net als Dames 2. Een deel van het damesteam althans. ‘We zijn inmiddels met te veel meiden voor één team, dus we gaan splitsen’, vertelt Joelle Fransen. ‘Al hebben we eigenlijk nog iets te weinig spelers voor twee teams.’ Sinds de oprichting in 2008 breidt de LVV Football Factory gestaag uit. Momenteel zijn er vijf heren- en drie damesteams. Nog wat successen: Heren zaterdag 1 haalde een zevende plaats in de vierde klasse, de hoogste Factory-klassering ooit. Coach Hammersteins herenteam zondag 1 haalde dus de derde plaats in de vijfde klasse. Dan is er nog Heren zaterdag 3 (twaalfde in de achtste klasse) en Dames 3, die zichzelf met negen punten in de vijfde klasse wisten te overtreffen. En uiteraard Dames 1, in de derde klasse, die uiteindelijk een degradatie wisten te voorkomen.

Geen tegenstander? Dan maar voetballen tegen de supporters. En de grensrechter een corner laten nemen. Foto’s Taco van der Eb

9


10

Mare · 26 mei 2016

Mensen

Er is meer openheid Voorzitter SGP-jongeren ‘schakelt naar begrijpelijk geluid’ Politicologiestudent Willem Pos (21) is de nieuwe voorzitter van de SGP-jongeren. Zijn partij is er ook voor ‘mensen die nog nooit een Bijbel open hebben gedaan’. De SGP is in de Tweede Kamer een kleine partij, maar SGP-jongeren is met zo’n 6000 leden de grootste politieke jongerenorganisatie. Hoe kan dat? ‘Dat heeft een aantal redenen. Om te beginnen zijn gereformeerden vanuit het kerkelijk leven al gewend om met jongeren te werken, en hen overal bij te betrekken. Daarnaast willen velen van hen hun christelijke identiteit uitwerken in hun leven, dus ook in hun politieke leven. Daarbij zijn we ons ervan bewust dat we een minderheid zijn in Nederland, en dat we ons dus moeten verenigen als we die identiteit willen uitdragen.’ Is daar wel oor voor? De Nederlandse Geloofsbelijdenis stelt dat de overheid er is opdat ‘de ongebondenheid der mensen bedwongen worde.’ Daar zit de rest van Nederland niet op te wachten. ‘Dat valt te bezien. Kijk bijvoorbeeld naar de SGP-actie over huwelijkstrouw, tegen vreemdga-sites als Second Love. Wij kregen toen vanuit allerlei hoeken steun. Je zou kunnen zeggen dat vreemdgaan een privé-aangelegenheid is, maar we kregen ook bijval van de liberale partijen.’ Liberalen vinden ook dat je je partner niet moet kwetsen. Maar ze vinden het niet de taak van de overheid om dit soort sites te verbieden. ‘Dat hoeft de overheid ook niet per se te doen. Ze kan wel waarschuwingen afdwingen, zoals je ook financiele bijsluiters hebt bij leningen.’ Wat wél een taak van de overheid is: discriminatie tegengaan. De

SGP staat bij de buitenwacht vooral bekend als de partij die vrouwen van de kieslijsten weerde. ‘Er was binnen de jongeren wat weerzin tegen het feit dat ons van buitenaf iets werd opgelegd, terwijl de verandering al wel was ingezet vanuit de partij. Voor ons is het geen discussie meer dat vrouwen allerlei functies bekleden binnen SGP-jongeren.’ Zou je zelf een vrouw voordragen als je opvolger? ‘Dat sluit ik zeker niet uit. Mijn positie heeft overigens ook gewoon open gestaan voor vrouwen.’ We lopen even wat andere hete hangijzers langs. Oekraïne? ‘De SGP had geen standpunt over het referendum, de jongeren wel. Wij adviseerden om voor te stemmen, omdat er met de inhoud van dat verdrag niet zoveel mis was.’ Israël? ‘Wij staan zij aan zij met Israël. Het is een lichtbaken van democratie en recht in het Midden-Oosten.’ Vaccinaties? ‘Zijn alleen in bepaalde gebieden nog een issue. Merkwaardig, overigens, dat juist de liberale partijen op dit punt voor overheidsdwang pleiten.’ Homoseksualiteit? ‘Moeilijke materie. We begrijpen dat mensen homoseksuele gevoelens hebben, en kunnen ons de worsteling voorstellen, omdat seksuele voorkeur voor het andere geslacht mainstream is. Met de openstelling van het huwelijk voor homo’s zijn we het echter nog steeds niet eens. Het huwelijk zien wij als voorbehouden aan man en vrouw, omdat dat de leefregels zijn die de Schepper ons heeft meegegeven, en kinderen moeten hun ouders in een natuurlijke rolverdeling zien.’ Toch is het reformatorisch volksdeel in beweging, begrijp ik? ‘Er is meer openheid. We snappen

‘De Bijbel is geen politiek handboek dat zegt “Gij zult den pensioenleeftijd op 67 jaren zetten.”’ Foto Marc de Haan dat het principiële geluid niet meer zo goed begrepen wordt, dat we moeten schakelen naar een geluid dat begrijpelijk is voor mensen die nog nooit een Bijbel open hebben gedaan. We komen niet alleen met een argument vanuit het geloof, maar ook met argumenten die breder aansluiten. Dat door abortus de kans op psychische problemen bij de moeder groter wordt, bijvoorbeeld. Euthanasie bij mensen die hun leven als voltooid zien, heeft ook te maken met vereenzaming en de rol van ouderen in de maatschappij. Je kan als overheid niet met de ene hand aan suïcidepreventie doen, en met de

andere hand tegemoet komen aan zo’n doodswens.’

zonder onderwijs verdwenen bijvoorbeeld van tafel, red.)’

Maar valt er wel echt te praten? Politiek is compromissen sluiten, koehandel, pingelen. Het geloof is rotsvaste zekerheid. Jullie interpretatie van de Bijbel geeft echter geen wisselgeld. ‘De Bijbel is echter ook geen politiek handboek waarin staat “Gij zult den pensioenleeftijd op 67 jaren zetten.” Onder Rutte-I kon de SGP op materiële zaken overeenkomsten bereiken, om zo op immateriële zaken iets binnen te halen. (VVD-standpunten over koopzondagen en bij-

Leiden is van oudsher een liberaal bolwerk. Lopen de politieke discussies bij politicologie hoog op? ‘Dat valt wel mee. Omdat we politicologie studeren zet iedereen sterk in op de inhoud, dat maakt de discussies vooral heel leuk. In de wandelgangen probeerde ik wel eens een discussie aan te gaan met een jongen die PVV stemt, maar dat werd beperkt tot “Hou je bek”. Dat vond ik niet zo wetenschappelijk klinken.’ DOOR BART BRAUN

Frutti di Mare

’s Nachts sexy dingen spotten

Glühwein bij de lichtval. Foto Gabriël Olthof

DOOR GABRIËL OLTHOF ‘Op een goede avond vind je soms wel tweehonderd soorten nachtvlinders!’ vertelt gids Wouter Moerland enthousiast. ‘Maar vanavond niet, want het is koud en het waait.’ Het is elf uur ‘s avonds. ‘Eerlijk gezegd was ik liever thuis op de bank’, moppert Bas van Klaveren, een van de tien biologiestudenten die mee is met de nachtvlinder-excursie van de Leidse Biologen Club. ‘Juist hier in de Wassenaarse Duinen zijn erg veel soorten te vinden omdat er veel verschillende typen habitat bij elkaar komen: bos, duinen en grasland, dus uit elk gebied vind je hier vlinders’, vervolgt Moerland. Hij leidt de verkleumde studenten binnen in een klein houten huisje, waar de eerste gevangen vlinders al in plastic potjes op de tafel staan. ‘Kijk’, zegt hij bewonderend over een dikke mot met prachtige pasteltinten rood en geel: ‘Dit is het groot avondrood. Misschien gaan we ook de agaatvlinder zien, ook echt een sexy ding!’ ‘Oh shit’, verzucht Cathelijne Aten, ‘geen

batterijen mee voor de camera.’ Prompt worden de batterijen uit de meegesleepte zaklampen gehaald. ‘Foto’s voor alles’, vindt Jordy van Kampen. De biologen beginnen gretig aan de meegenomen glühwein en warme chocolademelk. Cynthia Meijs snuift genietend de warme kruidige alcoholgeur op: ‘Aah! Dáár had ik zin in.’ ‘Genoeg geouwehoerd’, vindt Moerland. ‘Naar buiten.’ Hij leidt de biologen naar de lichtvallen: grote lampen met een wit laken erachter. Ondanks het slechte weer hebben die toch aardig wat rondfladderende vlinders aangetrokken en die worden met enige moeite in de plastic potjes gewurmd om te determineren. ‘Ze komen op m’n gezicht af!’ roept Romilda van Buuringen. Moerland: ‘Je bent nog te bleek en reflecteert het licht.’ ‘Er zijn toch ook soorten zonder mond?’ wil Dino van Zeni weten. ‘Klopt helemaal, antwoordt de gids. ‘Die vreten zich een paar jaar vol als rups en leven dan als volwassenen alleen voor seks.’ Binnen aan tafel probeert Lisa Smit wijs te worden uit een van de vele determinatieboeken. ‘Ik heb een

spannertje’, zucht ze. ‘Gelukkig zijn er daar maar 100 bladzijdes van.’ ‘Ah dit is de zeldzaamste van de avond: een grijze worteluil!’ Moerland laat een potje zien. Voor het ongetraind oog is het een onooglijke grauwe mot als alle andere. ‘Het begon ooit als een verplichte opdracht voor de opleiding biologie’, zegt hij. ‘Maar voor ik het wist zat ik bij mijn ouders in de tuin ‘s nachts motten te vangen. Wat ik zo leuk vind is de enorme diversiteit: er is elke keer weer wat nieuws te ontdekken.’ Het zijn niet alleen grauwe vlinders, ook de felrood en zwart gekleurde sint-jacobsvlinder en de witte tijger (met zwarte stippen en een dikke bontkraag) komen voorbij. Met een glühwein in de hand en het gezang van een nachtegaal op de achtergrond wordt langzaamaan duidelijk waarom het ‘nachtvlinderen’ een vaste activiteit is van de Leidse Biologen Club. ‘En nou wegwezen!’ Als Moerkerk de biologiestudenten naar huis stuurt, is het half twee geweest, en nog steeds koud en waaierig. Maar niemand klaagt meer.


26 mei 2016 · Mare

11

Achtergrond

De wolken van Laurens Nabestaanden eren MH17-slachtoffer met verhalenbundel Laurens van der Graaff, leraar Nederlands en student bij het ICLON, kwam om bij de ramp met de MH17. Schrijvers, studievrienden en zijn ouders presenteerden zaterdag een verhalenbundel. ‘Hij was echt een ongelofelijk sympathieke vent. Dat zou ik ook zeggen als hij nog leefde.’ ‘We waren net klaar met de lerarenopleiding van het ICLON.Twee weken ervoor was ons afscheid’, vertelt Mirre van der Heiden. En toen werd op 17 juli 2014 de MH17 uit de lucht geschoten, met daarin Laurens van der Graaff, en zijn vriendin Karlijn Keijzer. Afgelopen zaterdag, Laurens zou 32 geworden zijn, verscheen het boek Wolken en andere voetstappen. ‘Het was Laurens’ droom om zelf een boek te schrijven’, vertelt zijn vader, Wim van der Graaff. ‘Dat is er niet van gekomen, maar nu is er wel een boek namens hem.’ Met verhalen en gedichten van leerlingen van het Geert Groote College in Amsterdam, waar Laurens leraar Nederlands was, en enkele andere scholen. ‘Er was een pot opgezet vanuit de herdenking’, vertelt Van der Graaff. Namens Karlijn ging er een bijdrage naar onderzoek in Amerika. Zij deed daar PhD-onderzoek naar medicijnen tegen kanker en Alzheimer. ‘Over de bestemming van Laurens’ geld hebben we nog een poos gedubd.’ Van der Heiden: ‘Laurens’ ouders hebben ons, vier vrienden van de lerarenopleiding, bij hen uitgenodigd. Ze dachten aan onderwijsinnovatie, maar het moest niet op de grote hoop van een fonds belanden. We hebben zelf een project over literatuur en schrijven opgezet.’ De titel komt van Laurens zelf. Van der Graaff: ‘Toen hij een jaar of drie was, op een zomermiddag, ging zijn moeder met hem wandelen. Hij zat in de kinderwagen, keek naar de lucht en zei: “De wolken zijn de voetstappen van God. En de lucht is het zand.”’ Er was nog 5200 euro extra nodig. De leerlingen kregen

DOOR MARLEEN VAN WESEL

een workshop crowdfunding. ‘En toen is er een wonder gebeurd’, zegt Van der Graaff. ‘Via hun eigen netwerkjes hebben die kinderen de klus in drie weken geklaard: maar liefst 130 procent zamelden ze in.’ Van der Heiden was samen met Laurens begonnen aan de lerarenopleiding in Leiden, in het kader van het traineeprogramma Eerst de Klas. ‘Hij kon hard werken, maar vooral op het laatste moment. Hij kreeg het altijd voor elkaar om goede cijfers te halen of om iets later te mogen inleveren. Docenten waren weg van hem’, vertelt ze. Zijn echte studententijd beleefde hij in Amsterdam, waar de dichter Daan Doesborgh een studiegenoot was. ‘Vlak voor mij was hij redacteur bij Propria Cures’, vertelt hij. ‘Toen is ons contact geïntensiveerd.’ ‘Ik vond dat altijd een schunnig krantje’, zegt Van der Graaff. ‘Maar ook een kweekvijver voor bekende auteurs. Seks was een onderwerp dat vaak opdook. En er werden regelmatig schrijvers en politici afgekraakt. Laurens heeft Harry Mulisch eens flink onder handen genomen.’ ‘En Danny Mekić’, herinnert Mare-columnist en Propria Curesredacteur Tim Meijer zich. ‘Als je meer beroepen hebt dan vingers, zo schreef Laurens, dan heb je óf lepra, óf je heet Danny Mekić. Zijn teksten zaten vol met zulke absurde voorbeelden. Hij schreef ook heel snel. Hij presteerde het gerust om binnen een uur negenhonderd leesbare woorden op papier te hebben én dan ook nog een punt te maken.’ Doesborgh: ‘Als ik oude jaargangen van PC lees, moet ik soms onbedaarlijk hard lachen. En als ik dan kijk wie die stukken geschreven heeft, zijn ze meestal van Laurens.’ ‘Bij Propria Cures is hij steeds meer gaan schrijven’, zegt Van der Graaff. ‘Op de universiteit is hij een beetje aan het dwalen geweest. Hij switchte van politicologie naar Nederlands. Laatst vond ik in zijn nalatenschap een papier, van een assessment uit die tijd. Zijn moeder en ik hebben altijd voor de klas gestaan, en uit die test bleek dat hij zich daar tegen heeft afgezet. Na de overstap naar Nederlands kwam hij min of meer per ongeluk toch voor de klas terecht. Op het

Geert Groote had hij zijn plek helemaal gevonden.’ ‘Hij was een van de weinigen die al in het onderwijs werkten’, vertelt Van der Heiden. ‘We keken een beetje tegen hem op.’ Ze keek wel eens mee tijdens zijn lessen. ‘Die waren niet eens heel modern. Hij stond gewoon voor het krijtbord. Toch wilden zijn leerlingen echt voor hem werken. Hij stond dicht bij hen.’ Van der Graaff: ‘Soms nam hij zijn nakijkwerk mee naar ons. Hij was fan van Acda en De Munnik en de Jeugd van Tegenwoordig. Met hun teksten leerde hij leerlingen om hun eigen gedachten onder woorden te brengen. Dat was geweldig en ontroerend om te zien.’

‘Als je meer beroepen hebt dan vingers, heb je óf Lepra, óf je heet Danny Mekic´’ Doesborgh gaf wel eens gastlessen aan Laurens’ leerlingen. ‘Over poëzie bijvoorbeeld, of middeleeuwse handschriften, het onderwerp van mijn studie. Ik geef vaak workshops, maar eigenlijk alleen voor het geld. Ik vind het namelijk niet leuk om te doen, maar voor zijn leerlingen kwam ik graag mijn bed uit. Ik weet niet wat hij met hen deed, maar ze waren opvallend gemotiveerd en geïnteresseerd.’ Meijer merkte al iets soortgelijks bij de Amsterdamse studentenroeivereniging Skøll. ‘Laurens was net voorzitter geworden toen ik lid werd. Hij kende haast alle zevenhonderd leden bij naam.’ Hij kende ook veel poëzie uit zijn hoofd. ‘Vooral “Aan Rika” van Piet Paaltjens begon hij soms ineens voor te dragen. Onder PC-redacteuren, of in de kroeg. Als ik hem

later nog wel eens tegenkwam bij Skøll, zei hij: “Fijn dat we eindelijk even niet pretentieus over poëzie hoeven te praten, maar over sport, zuipen en vrouwen.”’ Bij Skøll leerde Laurens ook Karlijn kennen. Nu liggen ze samen begraven aan de overkant van de Amstel, op Zorgvlied. ‘Propria Cures heeft eens een bizarre foto geplaatst van Laurens en Joost Zwagerman op het Boekenbal’, weet Doesborgh. Zwagerman werd regelmatig onder vuur genomen door het blad. ‘Niemand wist dat die foto zo snel nog eens afgedrukt zou worden, nu ze er allebei niet meer zijn.’ ‘Laurens had al veel banden in de literaire wereld’, vertelt Van der Heiden. Zonder budget vonden ze verschillende schrijvers, onder wie Maartje Wortel en Nina Polak, bereid om mee te werken aan het boekenproject. Ook Doesborgh gaf toch maar weer een workshop. ‘Ik herkende dezelfde geestdrift die ik bij Laurens in de klas ook gezien had. Ik kan me voorstellen dat het allemaal haast grotesk klinkt, maar dat komt omdat hij écht een ongelofelijk sympathieke vent was. Dat zou ik ook zeggen als hij nog leefde.’ ‘Bijzonder troostend’, noemt Wim van der Graaff het boek. ‘Het is mooi als iets doorgaat, in welke vorm dan ook.’ Hij heeft al een aantal verhalen gelezen. ‘Eén ervan ging over een vader die altijd voor de veilige optie had gekozen, en aan zijn zoon vertelde hoe hij steeds op de snelweg was gebleven, nooit eens was afgeslagen om te verdwalen en de mooiste dingen te ontdekken. Schitterend.’ Alexander Croes heet de schrijver. ‘Die springt er echt uit’, vindt ook Van der Heiden. ‘Maar in

alle verhalen klinken grote dromen, die de leerlingen ook najagen. Het geeft een mooi tijdsbeeld. Je ziet hoe ze zich afzetten tegen hun ouders, maar soms juist ook schrijven over huisje-boompje-beestje, heel komisch. Ik denk dat Laurens er blij mee zou zijn geweest. Hij was er eigenlijk gewoon bij, zaterdag.’ Wolken en andere voetstappen. Schrijversproject i.m. Laurens van der Graaff. Nieuwe Druk, 216 pgs. € 20

Laurens van der Graaff. Foto Hajo Hoffs

Illustratie het uit besproken boek


12  Mare · 26 mei 2016 Maretjes De prijs voor een Maretje bedraagt €9,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@ mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan. Doe meer met je kennis! Vrijwilligers gezocht voor één uur per week bijles en huiswerkbegeleiding op verschillende locaties of bij de leerling thuis. Leiden-Noord, 31 leerlingen, basisonderwijs, groep 4 t/m 8, waarvan 2 met vergoeding van €4 per les. *Spelling, rekenen, groep 7, €5-6 per les. *Rekenen, groep 8, €10,- per les. *Rekenen groep 4, €10,- per les. Voortgezet onderwijs: *Duits, 2vmbo-tl. *Nederlands, 3havo. *Wis-, natuurkunde, 4havo. *Wiskunde A, 4havo. *Twee brugklassers havo, wiskunde, €5-6 per les. Leiden-Zuid, 17 leerlingen basisonderwijs groep 4 t/m 8. Voortgezet onderwijs: *Biologie, Nederlands,

wiskunde, brugklas mavo-havo. *Engels, Frans, brugklas havo-vwo. *Natuurkunde, Engels, 5vwo. Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma, wo en do 15-17u. Tel. 071-5214256. E-mail: hdekoomen@owwleiden.nl. Gezocht Uitbreiding Zorgteam (m/v 23 t/m 35 jaar) Ik ben Pauline, 28 jaar en rolstoel gebonden. In 2012 ben ik in Leiden gaan wonen om te studeren aan de Universiteit. Om zelfstandig te kunnen wonen, heb ik hulp nodig bij persoonlijke verzorging, max. 3,5 uur per dag. Deze uren zijn verdeeld over meerdere zorgmomenten verspreid over de ochtend, middag en avond. Om de continuïteit te kunnen waarborgen zoek ik uitbreiding van het zorgteam. Betrouwbaar, integer, open, maar ook doortastend zijn, vind ik belangrijk. Ervaring in de zorg is geen vereiste, uurloon vanaf €12,50. Meer weten en/of solliciteren? Neem dan contact op met 071 888 00 48 of mail info@care2all.nl.schansweg). www.stichtingisis.org

childcare centre 2015 AWARD WINNER FOR SOUTH HOLLAND REGION * In an independent survey parents assess the childcare centre as a 9.2

(217 reviews)

Already for 35 years de Kattekop has been the child care centre for staff and students of Leiden University and affiliated institutions. Within walking distance of Leiden Central station. Open from 07.30 hrs. till 18.30 hrs. More information www.dekattekop.nl tel. 071 5176363 *reviewplatform Opiness.nl

Academische Agenda Prof.dr. S.M. Groeneveld zal op vrijdag 27 mei een oratie houden bij de benoeming tot hoogleraar bij de faculteit Governance and Global Affairs met als leeropdracht Public Administration with a focus in Public Sector Management. Mw. J.A. Downs hoopt op dinsdag 31 mei om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘HIV and Schistosomiasis: Studies in Tanzania’. Promotor is Prof.dr. M. Yazdanbakhsh. Mw. K.B. Gast hoopt op woensdag 1 juni om 10.00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Insulin resistance and atherosclerosis: the role of visceral fat’. Promotoren zijn Prof.dr. F.R. Rosendaal en Prof.dr. J.W.A. Smit (Radboud, Nijmegen). Dhr. G. de Bruin hoopt op woensdag 1 juni om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Chemical tools to monitor and control proteasoom activities’. Promotoren zijn Prof.dr. H.S. Overkleeft en Prof.dr. G.A van der Marel. Mw. M.M. van Buuren hoopt op woensdag 1 juni om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Analysis of the neo-antigen specific T cell response’. Promotor is Prof. dr. T.N.M. Schumacher.

Dhr. D. Henneman hoopt op woensdag 1 juni om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Measuring, comparing and improving clinical outcomes in gastrointestinal cancer surgery’. Promotor is Prof.dr. R.A.E.M. Tollenaar. Dhr. M. Wijzenbroek hoopt op donderdag 2 juni om 10.00 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Hydrogen dissociation on metal surfaces’. Promotor is Prof.dr. G. J. Kroes. Dhr. E. Zoni hoopt op donderdag 2 juni om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Novel Regulators of Prostate Cancer Stem Cells and Tumor Aggressiveness’. Promotor is Prof.dr. R.C.M. Pelger. Mw. D.D. van Kleef hoopt op donderdag 2 juni om 15.00 uur te promoveren tot doctor in Governance and Global Affairs. De titel van het proefschrift is ‘Changing the Nature of the Beast: How organizational socialization contributes to the development of the organizational role identity of Dutch veterinary inspectors’. Promotor is Prof.dr. F.M. van der Meer. Mw. A.R. Petty hoopt op donderdag 2 juni om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Rechtsgeleerdheid. De titel van het proefschrift is ‘The Legal Conception of “Religion”’. Promotor is Prof.dr. P.B. Cliteur.

Wie nomineert u voor de Mr. K.J. Cath-prijs? Beste ambassadeur voor de universiteit Welke medewerker of student van de Universiteit Leiden (of groep van medewerkers of studenten) heeft volgens u in de afgelopen jaren de naam van onze universiteit op een positieve manier naar buiten gebracht? Wie verdient volgens u een prijs, omdat hij of zij zo’n goede ambassadeur voor onze universiteit is? Wie heeft door zijn of haar acties ervoor gezorgd dat veel mensen de Leidse universiteit kennen en waarderen? U kunt nu uw kandidaat nomineren! Want bij de opening van het academisch jaar in september wordt weer de Mr. K.J. Cath-prijs* uitgereikt. Elke twee jaar gaat deze prijs naar een van onze medewerkers of studenten (of een groep) die een positieve bijdrage levert aan de naam van de universiteit, door prestaties in het onderwijs of onderzoek, of in de ondersteuning daarvan. Nomineer nu uw kandidaat! Vertel ons waarom u vindt dat uw kandidaat (medewerker, student of groepering) de prijs verdient. Prijswinnaars 2014: Wouter Bruins, ondernemende student 2012: Maartje van den Heuvel, collectiespecialist Fotografie en Fotografica van de Universitaire Bibliotheken Leiden. 2010 Stichting Students In Free Enterprise (SIFE) Leiden Nomineren U kunt vóór 6 juni 2016 schriftelijk een gemotiveerd voorstel indienen. Stuur deze naar de jury in een envelop gemarkeerd ‘Cath-prijs’ naar Jury Cathprijs, t.a.v. drs. Rosalien van der Poel, chef kabinet, Postbus 2500, 2300 RA Leiden, of per e-mail aan r.h.m.van.der.poel@bb.leidenuniv.nl met in de onderwerpregel: Cath-prijs. * De prijs is ingesteld in 1988 bij het bij het afscheid van mr. K.J. Cath als voorzitter van het College van Bestuur, en bestaat uit een oorkonde en een bedrag van € 2.500.

For rent Campus Verbeekstraat Leiden New, self-contained and furnished student apartments (varying from 24 m2 to 59 m2)

From

Highlights apartments Leiden Exclusively available to full-time students Self-contained, luxury studios (private kitchen, private bathroom) Fully furnished and equipped with kitchenware and linen package Short-Stay (length of residence 6 to 11 months)

, 0 5 €5 osts ervice c s g in d inclu ure & furnit

Well located relative to College and University of Leiden, Leiden Central and LUMC

Apply directly and for free: cameloteurope.com/Leiden cameloteurope.com/leiden Camelot-16-UK-advert-verbeekstraat-264x188-V1.indd 1

Campusverbeekstraat

recruitment@cameloteurope.com 17-05-16 11:39


26 mei 2016 · Mare Achtergrond

13

071 - 527 …

Het volk mort Revolutionaire koorts veranderde Parijs en Berlijn in kruitvaten

Dwangarbeid Hoogleraar Koreastudies Remco Breuker doet samen met mensenrechtenspecialisten onderzoek naar Noord-Koreaanse dwangarbeid binnen de EU. De uitbuiting kwam aan het licht nadat een Noord-Koreaanse arbeider stierf in een Poolse fabriek. Wat is er aan de hand? ‘In Europa is veel vraag naar goedkope arbeid en Noord-Korea kan dat leveren. De communistische staat stuurt hoogopgeleide Noord-Koreanen naar Polen. Het is een match made in heaven. Ze kosten net zo weinig als illegalen, zonder de nadelen van illegale arbeid. Of om het even plat te zeggen: dit is de natte droom van elke fabrieksbaas.’ Hoe werkt dat? ‘De arbeiders krijgen van de staat alles wat ze nodig hebben bij vertrek, en in Polen krijgen ze een werkvisum. Tot zo ver is alles oké. Maar de Noord-Koreaanse arbeiders werken 16 uur per dag en hebben slechts één dagdeel per week vrij. Ze hebben geen vrijheid van beweging, mogen geen tv kijken of kranten lezen, en niet met Poolse collega’s praten. Op hun “vrije dag” hebben ze verplicht ideologische sessies en zelfkritiekbijeenkomsten. Je kunt dus zeggen dat Noord-Korea haar mensenrechtenschendingen naar de EU zijn ëxporteert.’

De Franse Assemblée Nationale op 15 mei 1848.

In 1848 vonden ontevreden burgers elkaar in clubs, bij diners, of desnoods onder een eenzame populier om zich te bezinnen op democratische hervormingen. Historicus Geerten Waling promoveerde op deze voorlopers van politieke partijen en ziet parallellen met de huidige onvrede. ‘Ik had nooit kunnen denken dat menselijke stemmen in samenklank zo’n ontzagwekkend geluid konden voortbrengen’, schrijft filosoof en staatsman Alexis de Tocqueville over de massa opstandelingen die op 15 mei 1848 voor de deuren van het Franse parlement in Parijs staat. Even later stroomt een zee van mensen de zaal binnen. Ze beleggen een chaotische volksvergadering. ‘In naam van het volk, dat is bedrogen door zijn vertegenwoordigers, verklaar ik de Nationale Vergadering voor ontbonden’, verklaart een van de leiders. Al snel veegt de Nationale Garde het parlement leeg. De coup is mislukt. Zo komt er een einde aan een periode waarin er op allerlei plekken in de stad democratische experimenten plaatsvinden. Veel van de bestormers zijn actief in tientallen clubs die een paar maanden eerder zijn opgericht. In zaaltjes, cafés en theaters komen mensen samen om te debatteren over hoe de Franse democratie vorm moet krijgen. Historicus Geerten Waling promoveerde dinsdag op een onderzoek naar deze clubs, die hij beschouwt als voorlopers van politieke partijen. ‘In 1848 breekt op verschillende plekken in Europa de revolutie uit’, vertelt Waling. ‘In enkele decennia verdubbelt het aantal inwoners van steden als Parijs en Berlijn. Daarnaast stijgen de voedselprijzen enorm. Dat zorgt voor een enorm revolutionair potentieel. De steden worden een soort kruitvaten.’ In Parijs komt het tot een explosie. DOOR VINCENT BONGERS

Daar begint de revolutie met onvrede over een banket. ‘Politieke vergaderingen en verenigingen waren verboden’, aldus Waling. ‘Bij diners kon je buiten de censuur om over politiek discussiëren en toosten op allerlei idealen.’ Tot de regering in februari 1848 zo’n banket verbiedt. ‘Dat wordt niet gepikt, er volgt een opstand. De Nationale Garde weigert te schieten op de mensen op de barricaden. De koning denkt: “Ai. Dit gebeurde vijftig jaar geleden ook tijdens de Franse Revolutie. Ik ben weg hier.” Hij wil zijn hoofd behouden en vlucht naar Engeland.’ Even lijkt de toekomst helemaal open te liggen. ‘Een stel journalisten roept de Tweede Republiek uit. Er komt vrijheid van vereniging en pers. Het algemeen kiesrecht voor mannen wordt uitgeroepen. Even lijken de neuzen allemaal dezelfde kant op te staan. Dat zag je trouwens ook bij de Occupy-beweging en de bezetting van het Maagdenhuis. Het is een moment van gekte. De euforie verdampt echter snel weer. Dan gaan persoonlijke belangen spelen, en blijkt dat er toch verschillende ideeën zijn over hoe het verder moet.’ In Parijs ontstaat een groot aantal clubs. ‘Bij burgerschap hoort een politieke taak, is het idee. Het bestuur wordt niet langer alleen aan gegoede burgerij en adel overgelaten. De clubs zijn volksvergaderingen die haast elke avond samenkomen. Maar het gaat verder dan alleen praten. De clubs organiseren verkiezingscampagnes en voeren allerlei parlementaire taken uit. Ze controleren de regering – buiten de gevestigde politiek om.’ Overal heerst clubkoorts. Er komt een overkoepelende organisatie: de “Club des Clubs”. ‘Er is zelfs bijna sprake van een club van de doofstommen. Die kwam er uiteindelijk niet, maar het feit dat iemand zo’n club wilde opzetten, geeft aan hoe hevig de verenigingsmanie was.’ Ook in Berlijn mort het volk. ‘Daar verzamelen duizenden on-

Bron: Bibliothèque nationale de France

tevreden mensen zich rond “de eenzame populier” op een militair oefenterrein bij de stad, of bij zogeheten Ecken-vergaderingen op de hoek van de straat.’ Die debatsessies evolueren door naar clubs. ‘In Berlijn blijft de koning overigens aan de macht. Hij onderhandelt met de opstandelingen. Dat was nog nooit eerder gebeurd. Het is dan ook een heftige gebeurtenis voor de Pruisische conservatieven. “Wat krijgen we nou”, is eerst hun reactie. “De koning moet het leger inzetten om de opstand de kop in te drukken.” Maar het interessante is dat de conservatieven - onder leiding van Otto von Bismarck, de latere Pruisische minister-president en architect van de Duitse eenheid in 1871 - zelf ook clubs oprichten en meedoen aan het debat. In Frankrijk bloedt de revolutie dood en komt er een autoritair regime dat veel verworven vrijheden weer intrekt. Ook in Duitsland is er een krachtige reactionaire bewe-

ging die de revolutie de kop in drukt. ‘1848 is eigenlijk een raar moment in de verder vrij autoritaire Duitse geschiedenis. Pas na de Tweede Wereldoorlog verandert dat echt. Maar autocratische leiders leren door 1848 wel een lesje. De retoriek van de revolutionairen wordt geleend, maar niet hun ideeën. Elke leider grijpt de macht ineens “namens het volk”. Dat zie je daarna ook bij Mussolini en Hitler.’ In Nederland zijn er nauwelijks vergelijkbare clubs in 1848. ‘Er is hier overigens ook al veel meer een parlementaire traditie dan in Frankrijk of Duitsland. Koning Willem II is uiteraard op de hoogte van de gebeurtenissen in Parijs en stemt dan ook maar snel in met de liberale Grondwet van Thorbecke. Een 1848-revolutie blijft hier dus uit.’ Geerten Waling, 1848, Clubkoorts en revolutie. Democratische experimenten in Parijs en Berlijn. Promotie was 24 mei

Nieuwe clubkoortsepidemie op komst De tijd is rijp voor een nieuwe golf democratische clubs, vindt Geerten Waling. Juist ook in Nederland. ‘Democratie doet altijd pijn.’ ‘Onze partijdemocratie brokkelt af. Het raadgevend referendum over de Oekraïne is aangevraagd door twee keer zoveel mensen als er leden van partijen zijn. Het Forum voor Democratie, de aanjagers van het referendum, kun je vergelijken met de organisaties in mijn proefschrift. Bij bijeenkomsten van het Forum hangt wel een clubsfeer. ‘Misschien komen er wel weer meer clubs, al zal de vorm uiteraard anders zijn dan in 1848. Discussie vindt nu natuurlijk vooral plaats op internet. Geenstijl heeft al laten zien een machtsfactor te zijn in het referendum. Er worden vast meer democratische initiatieven gestart die vergelijkbaar zijn met het Oekraïne-referendum. In discussies over handelsovereenkomst TTIP valt bijvoorbeeld het woord “referendum” al. ‘Democratie is lelijk en doet altijd pijn. Er wordt door beide kanten met modder gegooid. Wat er in april gebeurde is een reality check voor de traditionele politieke partijen. Die blijven achter in het debat. Representatieve democratieën die stammen uit de negentiende eeuw richten zichzelf te gronde als zij niet overgaan tot ingrijpende democratische hervormingen. ‘De politieke elite ziet dit ook wel in. De referendumwet is er niet voor niets gekomen. Ik hoop dat het lukt om de democratie te hervormen, want ik ben zeker geen voorstander van revolutie.’

Hoe weet het regime of de arbeiders zich aan de regels houden? ‘Mensen van de veiligheidsdienst gaan mee om dit te controleren, maar ze hoeven echt niet met hun geweer te zwaaien. De enige Noord-Koreanen die uitgezonden mogen worden zijn mannen met een goed huwelijk, en bij voorkeur twee kinderen. Vrouw en kinderen blijven achter in Pyongyang en zodra de arbeider iets doet wat niet mag, lopen zij gevaar.’ Uw onderzoek baseert zich op verklaringen van Poolse collega’s en gevluchte Noord-Koreanen. ‘Ja. Ik kan niks zeggen over de gevluchte Noord-Koreanen omdat ik daarmee hun familie in gevaar breng.’ Kan dit zomaar? ‘Noord-Korea is goed op de hoogte van de juridische constructies in de EU. We kunnen geen directe geldstroom zien, maar de bedrijven waar dwangarbeid plaatsvindt, worden overeind gehouden met leningen van de EU voor de ontwikkeling van werkgelegenheid in Polen. ‘Noord-Koreaanse dwangarbeid was al bekend in landen als China en Rusland. Nu het probleem ook in Polen is gesignaleerd ontstaat er een mogelijkheid tot het aanpakken van de Noord-Koreaanse mensenrechtenschendingen. Met deze kennis kan de EU Noord-Korea onder druk zetten. Maar daar ben ik blijkbaar naïef in geweest. Want toen ik het voorstelde lachte de EU me recht in mijn gezicht uit.’ Is de EU op de hoogte dat Noord-Korea van haar leningen profiteert? ‘Zeker, en toen ik naar de EU stapte met ons onderzoek waren er ook wel parlementsleden die belangstelling hadden. Maar de ambtenarij niet. Volgens hen was er geen probleem, terwijl zij 33 miljoen euro aan leningen geven. Ik ben een voorstander van de EU, maar ik ben mijn geloof wel aan het verliezen - er is geen enkele wil om wat te doen.’ IDG


14  Mare · 26 mei 2016 English page

Gardening Life on Mars Bacteria could detoxify the soil of the Red Planet There’s a definite problem for anyone hoping to grow anything on Mars: the soil is toxic. A team of Leiden students hopes to solve the problem using biotechnology. BY BART BRAUN “Mars is a fixer-upper of a planet”, entrepeneur Elon Musk said once. “But we could make it work.” Musk is the founder of PayPal, Tesla Motors and SpaceX, a spaceflight company that, if it were up to him, will put man on Mars. But for now, robots make up the entire population of Mars and there is plenty to do before anything else can take up residence there. It involves plenty of both very minor and very major problems and to find out about one of them, we must turn our attention away from from Mars and Musk’s Silicon Valley and towards Leiden’s Sylvius Building. “We are the first Leiden-only team to take part in this international biotechnology competition, iCEM”, explains Biology student Valentijn Broeken. “The objective is to think up a challenge and solve it using biotechnology.” “Mars is a hot topic right now”, his team mate and fellow Biology student Lisanne van Oosterhoud adds. “We want to solve a problem on that planet. Microbiologist Dennis Claessen, the researcher who is working with us, was very excited about it.” Broeken continues: “If you want to grow plants in greenhouses on Mars like they do in The Martian (a science-fiction story by American author Andy Weir – ed.), you have a problem. Relatively speaking, there is quite a lot of poisonous perchlorate in the soil. Plants absorb it and become poisonous too. It’s a problem on Earth too, in some places. We

don’t have any means of solving it on Mars yet. Perchlorate has the chemical formula CIO4-, which means that the chemical agents can be converted into relatively harmless chloride ions (CI-, the stuff we eat as cooking salt) and oxygen (O2, the stuff we breathe). There are a few microorganisms that do it for us: the bacterium Dechloromonas agitata is the one we know the most about. Van Oosterhoud: “We want to transfer the bacterium responsible for breaking down perchlorate to another bacterium, E. coli, which lives in intestines. We hope they’ll be effective there too.” Why can’t we just send that Dechloromonas to Mars? For a start, it’s a relatively unknown bacterium, while E.coli is one of the most researched beings in the world, the most prominent workhorse in microbiology. Researchers know how to grow it, genetically adapt it, etc. It’s the established technology, and that makes working with it easier: if your skis don’t fit in your car, it’s easier to fit a rack onto your car roof than to turn your skis into a snow scooter that can also drive to Austria. The Mars detoxifier will also need to undergo much more revision before it’s ready for the Red Planet. The surface of Mars is inhospitable, being bitterly cold. It also has radiation bombs that rip organic molecules to pieces, but even in greenhouses, Earth bacteria are probably not suited for a life on Mars. They might have to endure more UV and cosmic radiation than on Earth, and then there’s the question of the effects of Mars’ lower gravity – about forty per cent less than gravity on Earth. That’s the question the Leiden iGEM team want to tackle first: Airbus’s division Defence & Space has already lent them a “Random Posi-

In the movie The Martian, Matt Damon plays a potato farmer. tioning Machine”. “It’s a sort of reverse centrifuge”, explains Broeken. “It rotates your cells to erase the effects of gravity because gravity works on all sides, as it were. We can adjust it so that the cells point downwards exactly forty per cent of the time, to simulate the gravity on Mars.” “We expect certain genes to switch on or off more often due to the changes in gravity”, says Van Oosterhoud. “And if they do, the ‘promotor’, i.e. the piece of DNA that switches those genes on and off, will be the centre of our attention”, adds Broeken. “And then we could use it to switch the genes we’re interested in on and off on Mars.” Van Oosterhoud explains: “We at least want a promotor that we know will work in Martian gravity. It would be a pity if the gene switches

Gimme a ride! I enjoy studying in the Netherlands. Education and living standards are high, and the Hague - my hometown for almost two years now - is a fascinating place to live in. One thing that particularly appeals to me is the internationality which Leiden University is ambitious to promote. Not only at my campus, but also throughout the humanities and even the University as a whole I notice efforts to include non-Dutch students. This is great! And it would be even greater if it were thought through all the way. And I’m not talking about student finance - I understand that only students who have been living in the Netherlands for a longer time should be entitled to receive the Dutch taxpayers’ money. I’m talking about free transportation: the Dutch get it, the internationals don’t. But don’t international students need public transport just as much as their fellow Dutch students? Leiden has a buzzing student life to offer; there is a great variety of extracurricular activities, from studium generales over sport facilities to fraternities. Likewise, The Hague is a hub for international institutions that often invite students to their events. For international students, each of these activities has an additional cost of €6,80 - a return ticket from or to Leiden. International students, both in The Hague and Leiden, should be encouraged rather than hampered, to gather as much Bildung as possible in both locations. However, in order to obtain a free OV card I am required to work 56 hours a month. This injustice is justified by making free OV travel part of student finance. Again, I am  not

tins of meat which had been treated with gamma rays to sterilise them. Those genes make bacteria extremely resilient to radiation, UV light and dehydration. Isn’t it possible to make a kind of super-detoxifier that can survive outside a greenhouse and that can turn perchlorate into oxygen to improve Mars’ atmosphere sufficiently for humans? “It’s certainly not our intention to turn Mars into a second Earth!” exclaims Broeken. “If you turn such a bacterium loose, Mars would be covered in it. We don’t know for sure whether there is or isn’t any other life there, and what the consequences would be. Also, we’re only spending one summer holiday on this project as it is; we don’t need to solve every imaginable problem.”

Advertentie

Opinion

The Dutch get it, the internationals don’t. But free OV travel should be given to all students, says Felix Bornheim.

on here in the lab but not on Mars.” The students are aiming to produce “biobricks” rather than build a fully functional perchlorate-guzzler suitable for Mars. Biobricks are pieces of DNA such as genes or promotors that are easy to copy and paste using methods laid down by the international community. Just as different computers can communicate because they use a standard software protocol, the biobrick agreements are standard in biotechnology. Broeken continues: “If the system is then developed for E.colli, and there’s a proof of concept, you can transfer it to another bacterium. There are already thousands of biobricks, including a number of genes belonging to the Deinococcus radiodurans bacterium, first found in

asking for a full student finance for internationals, but free OV travel would ensure equal access to education and should therefore be granted to everyone. Besides the educational aspect this would also enable international students to see more of the country the chose to study in. There are lots of sites to enjoy, friends to visit and cities to be discovered. But leave aside the fun part of traveling; sometimes it is just necessary. For my part, I can assure you that studying in a university with campuses scattered over two cities does require me to travel from time to time. You don’t need to rely on my word alone: if you’re a Dutch student, try to imagine how much liberty you would have to give up if it weren’t for your free OV card. Ask any international student, and they will most likely agree that free OV travel would enable them to do and learn more. Now, I reckon the first argument to be raised against this claim is ‘budget issues’ - after all, someone has to pay for all this. In that case, free travel between the Leiden and The Hague would be a good thing to start with; this really shouldn’t hurt whichever institution is responsible for this too badly. Changing this issue might take a lot of time, paperwork and convincing, but it’s an important project, just as important as the first steps towards the internationalisation of Leiden University. Because if we allow the process to stagnate half way, we may never call it a success. And as long as no one can give me a sound reason why international students should not have the same rights as the Dutch, I will refuse to renounce them. FELIX BORNHEIM is an international student from Germany, following the Bachelor of International Studies in The Hague

Who do you want to nominate for the Mr. K.J. Cath prize? The University’s best ambassador Which member of staff or student (or group of staff or students) at Leiden University do you believe has made the most positive contribution to the reputation of our University in the past few years? Who do you think deserves an award for being an excellent ambassador for our University? Whose activities have ensured that more people have come to know and value Leiden University? You can nominate your candidate now! The Mr. K.J. Cath prize* will again be awarded at the opening of the Academic Year this September. Every two years the prize goes to one of our members of staff or students (or a group of staff or students) who has made a positive contribution to the reputation of the University, through his or her achievements in teaching or research, or in supporting these activities. Send in your nomination now and tell us why you think your candidate deserves the prize. Prize winners 2014: Wouter Bruins, entrepreneurial student 2012: Maartje van den Heuvel, collection specialist, Photography and Photographics, Leiden University Libraries 2010 Students In Free Enterprise Foundation (SIFE), Leiden How to nominate your candidate You have until 6 June 2016 to submit a written and substantiated proposal. Send your nomination to the jury in an envelope marked ‘Cath prize’, for the attention of Rosalien van der Poel, Head of Rector’s Office, P.O. Box 2500, 2300 RA Leiden, or by email to r.h.m.van. der.poel@bb.leidenuniv.nl mentioning ‘Cath prize’ in the subject field. * The prize was set up in 1988 on the retirement of Mr. K.J. Cath as President of the Executive Board and comprises a certificate and a sum of € 2,500.


26 mei 2016 · Mare 15 Cultuur

Agenda

Táá-túú-tóó-néél Cuculum maakt locatietheater tussen de ambulances

Toneelvereniging Cuculum: ‘Soms scheurt er een echte ambulance weg.’ Tijdens de voorstelling Ter Plaatse kan het zomaar gebeuren dat er een ambulance vertrekt. ‘Soms gaan de zwaailichten al aan in de garage. Dan is het mis.’ DOOR PETRA MEIJER ‘Slopen! Slopen!’ scandeert een groep beschonken jongeren, terwijl ze tegen de zijkanten van een antieke ambulance beuken. De agressie is gespeeld, maar op de tribune krimpt een vrijwilliger van het Nationaal Ambulance- en Eerste Hulp Museum toch in elkaar. ‘Als ‘ie dat maar overleeft.’ Tegen een decor van oldtimer-am-

bulances spelen tien studenten van toneelvereniging Cuculum het stuk Ter Plaatse. Op de achtergrond prijken oude couveuses, gevuld met plastic poppen in plaats van baby’s. Op de vloer een been en een los hoofd. ‘Ik wilde graag locatietheater maken, en me laten inspireren door de bijzondere ruimte en de verhalen die daaraan verbonden zijn’, zegt regisseur Nicoline Raatgever. ‘Omdat ik zelf niet uit Leiden kom, vroeg ik de studenten om locaties te zoeken’ ‘We hebben gekeken naar kerken, lege industriële panden en bijvoorbeeld ook naar de Burcht’, zegt Jes-

Foto Marc de Haan

sie Melman (23, archeologie). ‘Het ambulancemuseum was ook een optie. De medewerkers reageerden meteen positief.’ Raatgever: ‘We interviewden ambulancebroeders, chauffeurs en iemand van de meldkamer. De broeders praten in hun eigen jargon, dus je leert meteen van alles. Wat is ABC-stabiel? Als er meerdere ambulances nodig zijn, voert de leidende ambulance een andere kleur zwaailicht dan de andere. Dat soort dingen.’ Julia van den Berg (24, afgestudeerd orthopedagoge): ‘Ik wist niet dat een groot deel van de ritten eigenlijk gepland is. Patiënten worden

van het ene naar het andere ziekenhuis vervoerd, of opgehaald uit het buitenland.’ Melman: ‘Er staat ook een cool hippiebusje dat als bedrijfsambulance werd gebruikt. Blijkbaar was de ambulance vroeger particulier geregeld. Naast technische uitleg hoorden we natuurlijk ook aangrijpende verhalen. Bijvoorbeeld over de zelfmoord van een jong kind. Echt knap hoe ze daarmee omgaan.’ Van den Berg: ‘In een deel van de scènes beelden we de verhalen uit. In andere scènes spelen we onszelf, zodat we ook kunnen reflecteren. Daarnaast gebruiken we eigen verhalen en tekst van Toon Tellegen.’ Raatgever: ‘De locatie is interessant omdat achter de oude ambulances een glazen wand te zien is waarachter de parate wagens staan. Met enige regelmaat scheurt er dus op de achtergrond echt een weg. Dat is lastig, want je bent de aandacht van je publiek kwijt, maar het is ook deel van de fun. Als het tijdens de voorstelling gebeurt geven we er ook gewoon aandacht aan.’ Van den Berg: ‘Tijdens de doorloop vertrokken er in anderhalf uur tijd zes ambulances. Soms gaan de zwaailichten al aan in de garage. Dan is het mis.’ Heeft het ambulancemuseum ook nadelen? ‘We hopen op droog weer. Als het regent, hoor je dat hard op het dak’, zegt Melman. Raatgever: ‘En er is weinig plek. We moeten het publiek er een beetje instouwen. Per avond kunnen er veertig mensen komen.’ Studenten Toneelvereniging Cuculum, Ter Plaatse. Nationaal Ambulance- en Eerste Hulp Museum, Vondellaan 43 26, 27 en 28 mei 20.30 uur, 29 mei 15.30 uur €10 (studenten €7,50)

Geesten oproepen en parachutespringen Zweven en griezelen tijdens mysterieuze museumnacht Zaterdagnacht worden de Leidse musea bezet door een handlezer, spokenfluisteraar, tantraleer­ meester en een spook. ‘Neem mij mee’, fluistert het spook van het Sieboldhuis. ‘Wij boksen met achttien studenten een hele nacht voor elkaar, en het wordt alleen maar groter’, zegt bachelor-studente Eva Brandel. Terwijl de Museumnacht in de grote steden opgezet wordt door hoge piefen uit de museumwereld, is het in Leiden alleen studentenarbeid. Zij hebben zich door hun eigen fascinaties laten leiden. Zo raadt Brandel, hoofd PR, aan om in CORPUS, de Oculus Rift, een virtualrealitybril op te zetten, om te voelen hoe het is om parachute te springen. Eva Ros, programmeur museumnacht bij Museum Volkenkunde wil het stereotypebeeld over handlezen en tantra onderuit halen. ‘Bij het thema mysterie denken veel mensen: “Oh wat zweverig, iemand met een glazen bol.” Maar er zit wel echt een wetenschap achter. Iemand met een langere ringvinger dan wijsvinger is bijvoorbeeld avontuurlijker ingesteld, door meer testosteron.’ In Museum Volkenkunde kunnen mensen ook een workshop volgen DOOR ISA DE GROOD

bij tantraleermeester Jeroen Biegstraaten. ‘Tantra wordt in het algemeen gerelateerd aan seksualiteit, maar het is vooral een spirituele beweging waarbij je leert om te durven voelen’, aldus Ros. ‘Hoe kan ik het muurtje wat ik om mezelf heen heb gebouwd, tegen schaamte bijvoorbeeld, afbreken?’ Een van de tantraoefeningen is het lang in de ogen van een onbekend persoon kijken. Voor wie dat te eng is, biedt Spooksessies in het Sieboldhuis uitkomst, waar Tijs Huys van PS-Theater Japanse volksverhalen vertelt. Maar hij wil de traditie en symboliek in de volksverhalen vasthouden en Spooksessies is niet de eerste de beste blood and gore. ‘Ik ga heus niet in een kimono zitten, maar ik probeer via taal iets wat buiten ons ligt op te roepen. Om de geesten op te roepen moet ik bijvoorbeeld kaarsen aansteken, maar ik moet ze na het verhaal ook doven anders blijven de geesten voor altijd rondzwerven.’ Echte kaarsen mag Huys overigens niet gebruiken in het museum, hij heeft een lichtsysteem gecreëerd met hetzelfde effect. De Japanse verhalen gaan, volgens Huys ‘niet over de typische monsters die we in horrorfilms zien, maar eerder over iets dat verdwijnt…’ Huys: ‘De spookverhalen die we hier kennen zijn veel explicieter. In It is het

monster gelijk te herkennen als een bloeddoorlopen grijnzende clown. Ik vond It gruwelijk, maar de volle maan in de film was prachtig – je weet dan dat er iets gaat komen. De symboliek zoals die van de maan en de suggestie van een spook, is heel sterk in de Japanse verhalen.’ Een van de verhalen gaat over een geest die steeds terugkomt en te horen is in een heel oud huis. ‘Het spook moet meegenomen worden, het klopt niet in de ruimte, doordat

iets in het verleden niet is opgelost.’ Opeens begint Huys indringend te fluisteren: ‘Neem mij mee, neem mij mee’. Maar dan met een hoog vrolijk stemmetje: ‘Neem mij mee, neem mij mee!’ Dit spook kan net zo goed een Kasparspookje zijn als It, eng en lief tegelijk. Museumnacht, The strangest things come out at night, za 28 mei, 20.00 tot 01.00 u. Zie ook: museumnachtleiden.nl

FILM TRIANON Louis Theroux: My Scientology Do vr ma di 15.15 18.45 Za zo 18.45 Strike a pose Vr zo di wo 19.00 Do za ma 21.30 KIJKHUIS Heimat, hoofdstuk 1 en 2 (Fernhweh en Die Mitte der Welt) Zo 14.00 ma 19.30 Noma - My perfect storm Do za ma wo 16.00 LIDO Mother’s Day Dagelijks 18.30

MUZIEK DE TWEE SPIEGHELS Tortilla : Stedenband Leiden-Torun Do 26 mei 21.00 Gijs Idema Quartet Vr 27 mei 21:00 Cannonball Tribute Band Za 28 mei 16:00 Mark Lotz Quartet Zo 29 mei 16:00 Jamsessie o.l.v. Sven Rozier Ma 30 mei 21:00 GEBR. DE NOBEL The Golden grass + Tamarin desert Vr 27 mei 20.00 €7,50 OUDE SCHOOL WARMOND Northern lights Zo 29 mei 20.30 €10 Museumnacht afterparty met DJ Admin Za 28 mei 00.00 €13,50 KOORNBRUG EN VELVET MUSIC INSTORE Leiden Open Zo 29 mei 13.00-19.15 LOKHORSTKERK Inloopconcert Do 26 mei 17.00 MAREKERK Opera en pianoconcert Za 28 mei 16.00 LUTHERSE KERK Bach orgelconcert met Adriaan Hoek Vr 27 mei 17.00

THEATER IMPERIUM THEATER Voorstelling TWEE Do 26, Vr 27 en Za 28 mei 15.00 en 20.30 vanaf €10 BURCHTPLEIN Olympus van de poëzie Zo 29 mei 20.30-23.00 gratis LEIDSE SCHOUWBURG Orkator: Distel Do 26 mei 20.00 vanaf €11 The little foxes Za 28 mei 20.15 vanaf €11

DIVERSEN

Spookprent van Utagawa Kuniyoshi (1844)

RIJKSMUSEUM VAN OUDHEDEN Egypte: Land van onsterfelijkheid T/m wo 2 oktober Vlijmscherp verleden T/m wo 2 oktober Romeinse kust T/m zo 25 september Baalbek bewonderd T/m zo 25 september UNIVERSITAIR SPORTCENTRUM Open sportweek: gratis sporten T/m 29 mei MUSEUMNACHT LEIDEN Za 28 mei 20.00-01.00


16

Mare · 26 mei 2016

Het clubje

Column

PSSS

Van links naar rechts: Dexter Wessel, Martijn Kortleve, Veerle de Brouwer, Rafael Martig, Merel Streng en Aldert Prast. Foto Taco van der Eb

‘Vallen hoort erbij’ Studenten wielervereniging Cyclops

Martijn Kortleve (27, molecular science & technology): ‘Wielrennen wordt steeds populairder. Natuurlijk ook omdat de Tour en de Giro door Nederland kwamen. Vooral onder vrouwen is het in opkomst. We denken dat veel studenten een racefiets hebben, maar in Leiden was er nog geen studenten wielervereniging. Zo kwamen we op het idee om Cyclops op te richten: voor studenten van verschillende verenigingen die samen willen fietsen.’ Veerle de Brouwer (21, kunstgeschiedenis): ‘Wielrennen wordt steeds populairder, maar met het imago van wielrenners zit het nog niet zo goed.’ Aldert Prast (25, fiscaal recht): ‘Ik ben wel eens onterecht uitgescholden.’ Rafael Martig (23, biologie): ‘Sommige groepen wielrenners denken dat ze de

weg ownen. Dat is niet alleen vervelend voor andere verkeersdeelnemers. Ik denk dat andere wielrenners daar ook wel eens last van hebben.’ De Brouwer: ‘Ik probeer echt mijn best te doen om aardig over te komen. “Pardon, mag ik er even langs. Fijne dag nog.” Aan de andere kant: ik heb wel een keer een kind aangereden.’ Merel Streng (20, international studies): ‘Maar daar kon jij helemaal niets aan doen. Dat kind reed op de andere helft van de weg.’ Dexter Wessel (23, biologie en lerarenopleiding): ‘Met ongelukken zijn we niet bekend, maar iedereen is wel eens gevallen. Dat hoort erbij.’ De Brouwer: ‘Vooral in het begin, als je nog moet wennen aan de schoenen die je in en uit je pedalen moet klikken. Ik

vond dat behoorlijk eng. Vooral als het druk was bij het stoplicht. Maar je went er snel aan. Ook je conditie wordt snel beter. In het begin ging ik hooguit een uur fietsen.’ Streng: ‘Dat is geen probleem. Beginners zijn ook welkom. Je hoeft echt nog geen tientallen kilometers te kunnen fietsen.’ Kortleve: ‘We zitten nu nog in de beginfase. Een deel van de groep kent elkaar van studentenorkest Collegium Musicum. Het blijkt best lastig om trainingen te plannen. Als de één kan, kan de ander weer niet. En omdat de groep nog klein is, ben je toch afhankelijk van een harde kern. Als we meer studenten bij elkaar krijgen, wordt het makkelijker om trainingen te organiseren.’ Rafael Martig (23, biologie): ‘Het zou

leuk zijn om met een groepje studenten van Cyclops deel te nemen aan het Nederlands Studenten Kampioenschap.’ Kortleve: ’Het niveau is hoog en je moet echt zorgen dat je in het peloton blijft.’ Martig: ’In de toekomst is er van alles mogelijk: een eigen tenue, vakanties organiseren… maar in eerste instantie willen we gewoon samen trainen. De beginners doen bijvoorbeeld veertig en de gevorderden zestig kilometer. ’ De Brouwer: ‘In onze vrije tijd rijden we trouwens wel gewoon op studentenbarrels door de stad. Of we nu nog een flink eind gaan fietsen? Nee, we gaan frituren.’ DOOR PETRA MEIJER

Meefietsen? Zie www.cyclopsleiden.nl

Bandirah

Maandenlang had ik er naar uitgekeken; de dag dat mijn scriptie af zou zijn. Dan hoefde ik niet langer in mijn eentje thuis te lezen en te schrijven terwijl buiten het leven ook zonder mij gewoon door ging. Dan zou ik ook weer naar buiten kunnen, mijn vriendin weer eens zien, met mijn vrienden in de kroeg hangen, eigenlijk alles behalve aan mijn scriptie werken. Afgelopen woensdag was het zo ver. Mijn scriptie was klaar. De laatste spelfouten waren eruit gehaald, de laatste kromme zinnen recht geschreven. Ik printte het geheel uit, leverde het in en plotseling had ik geen idee meer wat ik in godsnaam moest gaan doen. Alle dingen die me zo leuk leken om te doen toen ik er nog geen tijd voor had, waren plotseling niet meer de moeite waard. Bovendien, waar ik vaak genoeg bij vrienden en medestudenten had meegemaakt dat de scriptie zelf veel stress opleverde, werd ik plotseling overvallen door een paniekerig gevoel dat ik al in maanden niet meer had ervaren. De afgelopen maanden was het hard werken geweest, maar tegelijkertijd ook prettig overzichtelijk. Eerst had ik een hoofdvraag en een paar deelvragen bedacht, vervolgens moest ik een aantal boeken en artikelen lezen om de vragen te kunnen beantwoorden, daarna verdeelde ik de antwoorden logisch over een aantal hoofdstukken en paragrafen en toen was het eigenlijk alleen nog maar een kwestie van het inkleuren van de kleurplaat die ik zelf getekend had. Nu was ik klaar met studeren en had ik niet eens meer een kleurplaat om in te kleuren. Ik bedacht me dat ik voor het eerst sinds mijn vierde helemaal niets meer te doen had. Sterker nog, als ik zelf niets zou ondernemen zou ik tot mijn zevenenzestigste niets meer te doen hebben en geen geld krijgen, waarna mijn AOW gestort zou worden. Ik zou het nog een paar maanden uit kunnen zingen met mijn spaargeld, maar daarna zou ik mijn huis niet meer kunnen betalen, geen boodschappen meer kunnen doen en noodgedwongen terug moeten verhuizen naar m’n ouders. Als ik geluk had, zou ik mijn intrek mogen nemen in de schuur van m’n ouders en mijn dagen slijten zoals Frank van Putten uit van Kooten en de Bie; op alles wat mijn moeder zou zeggen met mijn tanden op elkaar ‘ja moeder’ en ‘nee moeder’ antwoorden en de hele dag fantaseren over zwieren met zo’n lekker blond ding. En dan word ik daar nog niet eens voor behandeld, voor mijn PSSS, mijn postscriptie stressstoornis, want ik denk dat je het zo wel kunt noemen. Dus mocht u nog een baan voor me hebben, of een andere interessante dagbesteding, dan houd ik me van harte aanbevolen. Ik kan aardig schrijven, werk goed onder druk en heb er geen problemen mee om mijn eigen koffie te zetten. U weet me te vinden. TIM MEIJER

Mare 29 (39)  

Leids universitair weekblad

Advertisement