Issuu on Google+

16 mei 2013 36ste Jaargang • nr. 27

‘Je moet niet te diep snijden’ Pagina 16

Emeritus schrijft boek over monumentale dodenakker vol Leidse celebrities

Ga stemmen! Maar op wie? De lijsttrekkers over hun successen en plannen

Pagina 3

Het recht van dieren: koeien slachten mag wel, katten schoppen weer niet

Pagina 8 en 9

Pagina 11

Op kamers 2.0 Facebook is de nieuwe fusie Steeds meer studenten willen een zelfstandige woonruimte, met eigen keuken en schone wc. Maar wat blijft er dan nog over van het huisgevoel? Mare onderzocht het succes van het nieuwe wonen in ‘de Zwarte Dozen’. heb samen met een vriendinnetje cupcakes gebakken, maar zij zit vol en ik eet ze niet. Wie komt er eentje halen?’ ‘Mag ik van iemand een soldeerbout lenen?’ ‘Ik heb een paprika en een half pak melk over. Wil jij ze hebben?’ Het is slechts een greep uit de vele berichtjes op de Facebookgroep van ‘de Zwarte Dozen’, de twee zwarte studentenflats aan het Hildebrandpad, achter de Hogeschool Leiden. In de flats hebben 504 studenten een eigen woonunit: een kamer van 24 vierkante meter met een eigen keukentje en een badkamer van nog eens drie bij drie. Huisgenoten lijken de bewoners niet te missen. De Facebookgroep getuigt van een levendige community. ‘Toen de flat werd opgeleverd zaten we allemaal in hetzelfde schuitje’, vertelt Tobias Schrama (21), student life science & technology. ‘Niemand wist hoe je een wasmachine moest aansluiten, wat de handigste manier was om je kamer in te delen of welk formaat gordijnen je moest kopen. Zo is de Facebookgroep ontstaan. Maar al snel gingen we op dezelfde manier activiteiten organiseren: een avondje weerwolven, tv kijken of samen pannenkoeken eten.’ ‘Ik heb me in het begin behoorlijk eenzaam gevoeld’, bekent bestuurskundestudent ChiHo Yip (22). Hij klopte regelmatig aan bij zijn buren, maar die hadden weinig behoefte om te socializen of waren simpelweg nooit thuis. ‘Toen ik de Facebookpagina ontdekte en lid werd van de bewonerscommissie leerde ik ineens veel leuke mensen kennen.’ De groep werd steeds groter. Er

kwam een kamerverkiezing, waarbij iedereen foto’s plaatste van zijn nieuw ingerichte kamer. Er werd een ‘vind je buren’-document aangelegd en in kaart gebracht wie er over een EHBO- of reanimatiediploma beschikten. Schrama: ‘Op een gegeven moment gingen steeds meer mensen dingen via de groep verkopen – van Ikea-hoogslapers tot tosti-ijzers en vuurgarnalen. Toen hebben we een aparte Marktplaats voor de flat ingericht. We hebben ook een document voor het verzamelen van Superdieren of Albert Heijn-mini’s voor de pedagogiekmeisjes, anders word je gek van alle berichtjes.’ De meeste bewoners zijn enthousiast over de groep. Zo werd er begripvol gereageerd op het oproepje van Maxine Lampers (21, pedagogiek) die haar glas niet in de glasbak durfde te gooien omdat een grote spin er zijn intrek had genomen. Via Facebook worden schroevendraaiers, game controllers en tondeuses geleend en er wordt collectief geklaagd over de schoonmaak. De bewoners vragen opvallend vaak om bier of wijn, terwijl de alcoholvrije sixpacks vlot van de hand worden gedaan. Yip: ‘Iedereen wil wel eens wat stoelen lenen voor een verjaardagsfeestje, of een matras als er iemand komt logeren.’ Renita van Werkhoven, student pedagogiek: ‘Ik verzamel draaidoppen van etenswaren voor een collega van mijn moeder. In ruil voor grote hoeveelheden doppen investeert een recyclebedrijf in de aanschaf en opvoeding van blindengeleidehonden. De hele flat spaart mee. Elke dag vind ik nieuwe doppen in mijn brievenbus.’ Vorig jaar bleek uit onderzoek naar de Leidse studentenhuisvesting dat de vraag naar zelfstandige woonruimte sterk toeneemt, vooral onder studenten die nu voorzieningen delen. Studenten die het ouderlijk huis nog moeten verlaten hebben minder problemen met een gedeelde douche en keuken. Leiden kampt nog steeds met

een tekort van 3650 woonruimten. Dat tekort wordt voornamelijk veroorzaakt door nieuwe studenten die binnen een jaar op zichzelf gaan willen wonen. Er zijn wel ge-

noeg onzelfstandige woonruimten met gedeelde voorzieningen, als de studenten met de wens om naar een zelfstandige woonruimte te verhuizen dat ook zouden kunnen.

‘Tentamenboete moet fors omlaag’

‘Kantine is te duur en te kort geopend’

KITLV’ers en NIAS naar Amsterdam

Tandenborstels tellen gaat door

De universiteitsraad wil de boete van 75 euro voor te laat inschrijven voor tentamens drastisch verlagen. 'Een studente barstte in huilen uit, zoveel had ze niet.’

Bèta's klagen over het UFB: de kantine is te duur en te kort open. ‘Je kan soms niet weg bij een experiment, en dan moet je repen uit de automaat eten.’

De onderzoekers van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde moeten naar Amsterdam. Er is nog wel kans dat de collectie in Leiden blijft.

Na een pilot wordt het beleid: Leiden gaat structureel controleren of studenten die een uitwonende beurs ontvangen, toch niet stiekem bij hun ouders wonen.

Pagina 4

Pagina 4

Pagina 5

Pagina 5

DOOR PETRA MEIJER ‘Ik

Maar het tekort aan woonruimten met eigen voorzieningen is aanzienlijk. > Verder lezen op pagina 6

Bandirah Pagina 16


2

Mare · 16 mei 2013 Geen commentaar

Drilsessies DOOR MARLEEN VAN WESEL Met brutere hamerslagen dan ooit worden de toekomstige academici aan de vooravond van hun eindexamens nog even bijgespijkerd. Tienduizenden ouders – en hier en daar ook schooldirecties – betalen examentrainingsbedrijfjes grif voor de drilsessies. Ook deze universiteit sleurt via de Stichting Studiebegeleiding Leiden (SSL) vijfduizend scholieren door de examenstress. De verrijkende werking van de cursussen wordt op de SSL-website bevestigd door de deelnemers zelf met: Soms heb je van die dagen / dan zit je vol met vragen / Maar dankzij de docenten / en met name Martijn / vind ik wiskunde nu echt superfijn! En: Ik kan niet dichten / en ook niet tekenen / maar sinds de cursus / wel met natuurkundeformules rekenen. Dit zijn enquêtereacties die er niet om liegen, maar de SSL-cursuscoördinator beloofde de deelnemers in nrc.next deze week bovendien ‘een punt hoger op het examen’. En dat kunnen ze wel gebruiken: sinds dit jaar mag je voor Engels, Nederlands én wiskunde nog maar één onvoldoende scoren, die bovendien minimaal een 5 moet zijn. En sinds vorig jaar moet het gemiddelde van de vakken waarin je centraal eindexamen (CE) hebt gedaan minimaal een 5,5 zijn. Een 4,499999 is dus niet meer voldoende voldoende. En oh ja, de zak met studiefinanciering is bijna leeg. Wie dit jaar niet slaagt en pas in 2014 begint, moet het

Colofon Redactie-adres Pieterskerkhof 6 2311 SR Leiden Telefoon 071–527 7272 Fax 071–527 7288 Website mareonline.nl

doen met het leenstelsel. De Leidse universiteit priegelt intussen niet met honderdsten, maar verhoogt de toelatingseisen gerust met hele cijfers. Bijna de helft van de eerstejaars geneeskunde, 150 van de 315, moet in 2014 worden aangenomen via de zogeheten decentrale selectie. Aankomende studenten hoeven daarbij geen loting te doorstaan, maar moeten voldoen aan eisen die de opleiding stelt. Te denken valt aan het volgen van programma’s aan het Pre-University College of het schrijven van een overtuigende motivatiebrief. Deze regeling bestaat voor verschillende opleidingen, ook aan de Universiteit Leiden, al sinds collegejaar 2000-2001, maar geneeskunde wil nu opvallend genoeg ook eisen gaan stellen aan de cijferlijsten van aankomende studenten. Je zou zeggen dat cijfereisen voor de universiteit al gesteld worden op het vwo-eindexamen, waar een 5,5 niet voor niets voldoende heet. Het ingangscriterium voor geneeskundestudenten wordt echter ‘minimaal een 6,5 gemiddeld voor de vereiste profielvakken én het vak Engels én het vak Nederlands’, zo is te lezen in het voorstel Decentrale Selectie van de bacheloropleiding. En voor alle duidelijkheid: dat geldt niet voor de cijfers op het vwo-diplomasupplement, maar al voor de schoolexamencijfers uit je overgangsrapport van 5- naar 6 vwo. Het is waar wat ze zeiden/ voor een goed CE ga je naar Leiden luidde nog zo’n pareltje uit de SSL-enquêtereacties. Maar mét een goed CE keert deze cursusdeelnemer hier misschien niet terug, als hij in de vijfde heeft zitten lanterfanten. Een 6,4 is bij geneeskunde namelijk niet voldoende. Hopelijk kan hij dichten en tekenen.

E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl

De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000

Column

Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl Redactie

Thomas Blondeau redactieleiden@gmail.com Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl Judith van Hoogdalem (stagiaire) j.j.van.hoogdalem@umail.leidenuniv.nl

Trucje

Medewerkers

Robbert van der Linde • Petra Meijer • Benjamin Sprecher • Marit de Vos • Geerten Waling • Anne van de Wijdeven Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving Marijke Hoogendoorn • richgirl-design.com Drukwerk Dijkman Offset Amsterdam Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Fax 023 - 571 76 80 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • prof. dr. A.J.W. van der Does • drs. B. Funnekotter • dr. H. Heestermans • L. ten Hove • D. Jacobs • prof. dr. J.J.M. van Holsteyn • Prof. dr. F. Israel • mr. F.E. Jensma • E. Kastelein • S. Kerkhof • E. Merkx • C. Regoor • prof. dr. N.J. Schrijver • R.van Wijk • C. van der Woude Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op bankrekening 1032.57.950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200900100) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare. leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

De eindexamens zijn weer begonnen! Je hoort het op steeds meer scholen: examentraining. Voor ons een verre herinnering. Tentamentraining is een stuk minder veelvoorkomend, en bovendien bepalen we zelf wel of we een jaartje langer doorstuderen omdat dat ene tentamen gewoon slecht getimed was. De druk is min of meer van de ketel. Je bent geneeskunde binnen gewandeld met je acht gemiddeld, en nu volstaat een zes. Oh ja! De zesjescultuur. Daar heb je al genoeg over gehoord. Zal ik je dan ook niet mee vervelen. Het gaat nu even over scholieren, en examens. Als docent hoor ik dat er trucjes zijn die je je leerlingen bij kan brengen. Die trucjes hebben over het algemeen een hoog bijgeloofgehalte. ‘Als er een woord in het antwoord staat dat in de luistertoets genoemd wordt, is dat niet het antwoord, maar een instinker.’ Dat soort technieken. Ze zeggen dat het werkt. Examentrainingen zijn niet voor niets zo populair. En misschien is het ook allemaal wel waar: dat als er ‘altijd’ in één van de meerkeuzeantwoorden staat, dat dat dan sowieso fout is. Dat als twee antwoorden op elkaar lijken één van de twee sowieso het goede is. Misschien ga je dan wel van een vier naar een zes. Scholen hebben ook een quota. En het gaat er toch om dat je dat examen haalt? Maar hier word ik zo woest van, zo nietsontziend razend: wat leerlingen hier voornamelijk van leren, wat leerlingen hier exclusief van leren, is dat er cheats zijn voor kennisverwerving. Dat je op weg naar zelfverbetering prima een stuk kunt afsnijden. Dit zijn de leerlingen die als studenten (en kijk, hier gaat het opeens over jou) vlak voor een tentamen beginnen te leren en het dan halen omdat het allemaal nog zo vers in hun geheugen zit. De leerlingen die een maand later alles kwijt zijn. Weet ik alles van. Was ik zelf ook. Ben ik, en dit is mijn persoon-

lijke en tragische zelfbesef, nog steeds. We leren scholieren dat het gaat om het cijfer. Dat leren we ze omdat we het zelf denken. En we denken het zelf omdat het, in de context van employability, in de context van langstudeerlijfstraffen, en in de context van beloning naar product in plaats van inzet, inderdaad gaat om het cijfer. In een maatschappij als de onze is het het resultaat dat het belangrijkste is, want een resultaat kan je te gelde maken en een leerproces niet. Vandaar dus trucjes. En vandaar dat we allemaal functioneren op de helft van ons kunnen omdat dat makkelijker is en we hebben het al zo druk. Druk met stagneren. Druk met genieten van de druk die van de ketel is. Hier is een trucje: werk hard. Realiseer je dat je vaak iets leert zonder dat je daar een beloning voor krijgt. Realiseer je dat een afgesloten vak niet betekent dat je klaar bent met dat onderdeel van je ontwikkeling. Blijf leren. Leer nieuwe dingen. Verbeter de dingen die je al kent, en kunt. Het maakt niet uit of het hier gaat over Frans, internationaal strafrecht, een taart bakken, of skiën. En als je deze zomer afstudeert en gaat werken, zie de onvermijdelijke en oneindige trainingsessies op je werk dan niet als noodzakelijk kwaad. Zie het als een voorrecht. Als een kans. Ja? De toets begint nu. 1. Wat zegt docent Anne van de Wijdeven over toetsing in dit fragment? a. Dat het altijd het belangrijkste is dat je een voldoende haalt. b. Dat er trucjes zijn om een voldoende te halen. c. Dat leren een doel op zichzelf is. Anne van de Wijdeven is literatuurwetenschapper en docent Engels in opleiding


16 mei 2013 · Mare 3 Mensen

071 -527 …

Kerkhofkenner Kallenberg: ‘Armen liggen hier niet.’ Foto Taco van der Eb

Het hoeft niet zo netjes Emeritus brengt ode aan monumentale dodenakker Tussen het water van de Binnenvestgracht en de Zijlsingel, ligt al tweehonderd jaar Begraafplaats Groenesteeg verscholen onder heel veel groen. Emeritus hoogleraar Lodewijk Kallenberg schreef er een boek over en gaf Mare een rondleiding. Samen met de huiskat. Door Marleen van Wesel ‘Zie je daar de

grafzerk van de moeder van Vincent van Gogh? Die is nog geen twintig jaar oud’, vertelt Lodewijk Kallenberg, emeritus hoogleraar wiskunde, op begraafplaats Groenesteeg, waarover hij het boek Leidse Glorie

schreef. ‘De originele steen is vernield nadat de begraafplaats in 1975 werd gesloten. De jeugd kon toen haar gang gaan. De natuur trouwens ook.’ Een ingezakte, half in de aarde verdwenen grafsteen illustreert het verval, maar veel stenen zijn inmiddels gerestaureerd en het gras wordt tegenwoordig gemaaid, drie keer per jaar, zodat narcissen en tulpen vrolijk kunnen woekeren. ‘Het hoeft ook weer niet te netjes’, vindt Kallenberg. Terwijl de schemering invalt, wandelt hij rustig verder, gevolgd door een zwarte kat. ‘De huiskat van de Groenesteeg’, stelt hij het dier voor. Kallenbergs boek gaat niet alleen

over de illustere figuren die hier begraven liggen, maar ook over de reusachtige beuk en andere bomen en planten die van de monumentale dodenakker een fleurig park maken. Onder de takken van een treurberk en een treures liggen Leidse ondernemers, zoals uitgever Brill en dekenfabrikant Scheltema. En ook academici, zoals de naamgevers van het Snouck Hurgronjehuis, de Matthias de Vrieshof en de Kaiserstraat. En bijvoorbeeld hoogleraar artsenijkunde en toxicologie Van der Burg, die de slachtoffers van de Leidse gifmengster Goeie Mie onderzocht. ‘De slachtoffers zelf, afkomstig uit arme wijken, kwamen

hier niet terecht. Groenesteeg was voor de rijken, die tot 1813 in kerken werden begraven. Napoleon verbood dat, vanwege de stank. De oudste graven zijn dan ook heel sober, met een platte steen, vaak zonder tekst. Zo werd de kerkvloer nagebootst.’ Het jongste graf dateert van 2004. ‘Een enkeling die ooit een eeuwigdurend graf heeft aangeschaft, maakte er een juridische strijd van om hier na de sluiting nog begraven te worden.’ De allereerste begrafenis, op 19 maart 1813, was van een tien maanden oud meisje. Eind negentiende eeuw werd haar graf, inmiddels gedeeld met haar vader en andere familieleden, geruimd. ‘Schedels en andere restanten van geruimde graven, maar ook uit afgebroken Leidse kerken, kwamen op het knekelveld terecht.’ Tegenwoordig wordt het veld bedekt door een dikke laag kruipende klimop met in het midden zes bijenkasten. Behalve de trouw volgende huiskat is er ook een imker. Even verderop is een open plek met wat bankjes, die ooit dienst deed als keerlus voor lijkkoetsen. ‘Hier zie je hoe hoog de begraafplaats ligt’, vertelt Kallenberg terwijl hij door de bosjes naar de lager gelegen huizen aan de overkant van de singel wijst. ‘Heel vroeger was deze plek een verdedigingsbolwerk, maar ook voor een begraafplaats komt die hoogte goed van pas. De lijken werden zo beschermd tegen het singelwater, waardoor ze extra zouden gaan rotten.’ Op 2 november, met Allerzielen, zal hier nog één keer een zwarte koets halt houden. ‘In het kader van het jubileumjaar zullen we dan de begrafenis van een stinkend rijke Leidenaar uit 1846 zo authentiek mogelijk naspelen.’ Intussen is het donker geworden als hij door de poort, over de Laatste Brug, de stad weer in loopt. De zwarte kat blijft op de oprijlaan zitten. Leidse Glorie – Rondleiding over de historische Begraafplaats Groenesteeg is te bestellen via kallenberg@math.leidenuniv.nl voor €14,95.

Frutti di Mare

‘Sport maakt je twee keer zo slim!’ Door Marleen van Wesel Een

promotiefilmpje knalt op groot scherm de gigantische nieuwe sportzaal in. Shots van voetballende, judoënde, spinnende en dansende studenten wisselen af met beloftes als ‘meer studiepunten’ en ‘minder kans op overlijden aan hart- en vaatziekten door sporten tijdens studie’. De boodschap van de opening van het gerenoveerde Universitair Sportcentrum is duidelijk: sporten is goed voor je. ‘Echt waar’, benadrukt presentator Dolf Jansen terwijl hij op zijn eigen lichaam wijst. ‘Dit is het resultaat van 35 jaar hardlopen. Niet van een terminale ziekte dus.’ Jakhalzen en Bureau Sport-presentatoren Frank Evenblij en Erik Dijkstra, die in de officiële uitnodiging stonden aangekondigd, bleken verhinderd door ‘familieomstandigheden’. Irrelevante grapjes moeten Jansen, die vlug als vervanger werd ingevlogen, dus misschien vergeven worden. Alhoewel: ‘Prachtige sportzaal! Gisteravond belde er thuis een donateur aan, van Alzheimer Nederland. Ik heb hem verteld dat hij al drie keer was langs geweest.’ Vicerector Simone Buitendijk wordt door Jansen op het podium uitgenodigd om het kostenplaatje van de grote verbouwing uit de doeken te doen. ‘Geen idee, eerlijk gezegd’, geeft Buitendijk toe. ‘Ik heb een collega die over geld gaat. En daar heb ik alle vertrouwen in.’ Zelf heeft ze geen sportkaart. ‘Ik ren liever door het park. Apparaten zijn niet zo mijn ding, maar een zumbales lijkt me hartstikke leuk.’ Het thema van de opening, achieve more through sport, kan ze wel beamen: ‘Het is wetenschappelijk onderbouwd. En daar ben ik wel van, als wetenschapper.’

Daarna davert er een videoboodschap van voormalig zwemkampioene en staatssecretaris voor sport Erica Terpstra door de zaal, die het nog preciezer weet: ‘Leiden is tóp, man! De wetenschappers in Leiden hebben uitgerekend dat iemand die sport twéé keer zo slim is!’ Hoogleraar theoretische sterrenkunde Vincent Icke brengt het even later iets genuanceerder. ‘Er is wel een correlatie tussen sport en andere prestaties, maar je kunt je afvragen of dat het gevólg is van sporten, of dat het komt door iemands instelling.’ Zelf heeft hij

jarenlang gezeild en karate beoefend. Leidse studentsporters uit verschillende disciplines rennen intussen in tenue langs het podium en de Leidse aerialista’s geven een imposante demonstratie, hangend in lange knalroze doeken hoog boven de zaal. Overigens zijn niet alleen de zaal en alle andere faciliteiten van het sportcentrum de afgelopen tijd grondig aangepakt, tot tevredenheid van de Leidse studenten. ‘Ook de begeleiding wordt veel persoonlijker’, weet Wouter Nieuwenhuis (25), student geneeskunde en studentlid van de sportraad, na afloop op de borrel. ‘Het

sportcentrum gaat zich meer richten op individuele sporters, met begeleiding en advies.’ ‘Zo hoef je je sportkaart na twee zumbalessen niet te verwaarlozen, maar kun je ontdekken dat je bijvoorbeeld eigenlijk meer iets met kracht dan met dans wil’, vult collega-raadslid en bestuurskundestudent Amela Halilovic (23) aan. Best tóp, zoals Terpstra al aangaf. Maar de raadsleden weten nog wel een verbeterpunt. Halilovic: ‘De sportraad zelf zou wel een grotere rol in mogen nemen. Nu zijn we gewoon aangesteld door de directeur van het sportcentrum. Maar we zouden graag een overkoepelende organisatie willen worden voor alle Leidse sportverenigingen. Een soort sport-PKVV dus, waarvoor kan worden gestemd.’

Presentator Dolf Jansen (links) en hoogleraar sterrenkunde Vincent Icke Foto Taco van der Eb

Op z’n elfendertigst Van het bestaande lijstje van 25 Friese leenwoorden in het Nederlands zouden er slechts negen echt Fries zijn, ontdekte de Leidse hoogleraar Oudfries Rolf Bremmer. Hij wist er nog wel acht extra te vinden. Waar kwam dat lijstje van 25 woorden vandaan? ‘Dat werd in 1995 samengesteld door de taalkundige Nicolien van der Sijs. Ze had een computer losgelaten op diverse woordenboeken. Daaruit kwam een chronologisch overzicht van wanneer woorden voor het eerst in het Nederlands voorkwamen, en waar ze volgens grote woordenboeken vandaan kwamen.’ Hoe kwam u erbij om die woorden eens kritisch te onderzoeken? ‘Na vragen van studenten tijdens de colleges. En leenwoorden hebben nu eenmaal iets leuks: ze zeggen iets over de gebieden waarop verschillende culturen met elkaar in aanraking zijn gekomen. Wijn is bijvoorbeeld een heel oud leenwoord uit het Latijn. In de zestiende en zeventiende eeuw kwam er een stortvloed van Franse leenwoorden in het Nederlands en nu is er de invloed van Engelse taal in het bedrijfsleven. Ook Friese leenwoorden brengen die cultuuroverdracht in beeld. Woorden als fierljeppen en skûtsjesilen gaan over typisch Friese dingen die in de negentiende en twintigste eeuw in de rest van het land aandacht kregen.’

Gaat het ook wel eens over zaken die niet typisch Fries zijn? Of reikt de Friese invloed zover niet? ‘Niet heel ver, met in totaal zeventien woorden. Een enkel Fries leenwoord, zoals sjouwen, is wat algemener. Het dook voor het eerst op in West-Friesland, waarschijnlijk via de havens. Het is verwant aan schuiven, maar die sj-klank maakt het meteen een verdacht woord. In het Nederlands komt die eigenlijk niet voor: show en sjaal zijn ook duidelijk leenwoorden. In het Fries wel: schieten is daar bijvoorbeeld sjitte. Sjoelen stond dan ook in het lijstje van Van der Sijs, maar dat bleek een Engels leenwoord te zijn. Oorspronkelijk werd een soortgelijk spel door Engelse matrozen gespeeld.’ Welke woorden heeft u nog meer van de lijst kunnen halen? ‘Eiland, gier (mestvocht), berooid, vieren (van een lijn) en feeks bleken bijvoorbeeld niet uit het Fries te komen. Terwijl ook de f-klank aan het begin van feeks verdacht is. Nederlandse woorden beginnen eerder met een v, of het zijn leenwoorden. Fiets is bijvoorbeeld helemaal een onduidelijk woord. Maar Fries is het in elk geval niet. ‘Ik kon overigens ook wat woorden toevoegen, grietman bijvoorbeeld. Tot halverwege de negentiende eeuw was dat een soort burgemeester, maar dan van een Fries district. Er waren dertig grietenijen en elf steden. De uitdrukking “op z’n elfendertigst” komt ook voort uit de bestuurlijke organisatie van Friesland.’ Zullen er in de toekomst nog meer Friese leenwoorden komen? ‘De trend is eerder andersom, met de vloed van Nederlands waaronder het Fries momenteel bedolven wordt. Klunen is nog een redelijk recente toevoeging. In de jaren veertig kwam het soms al voor, maar sinds de Elfstedentochten met Evert van Benthem gebruikt heel Nederland het. En Vlaanderen trouwens ook. Wanneer iets specifieks of karakteristieks uit Friesland veel aandacht krijgt, zou het dus nog kunnen. De titel van het artikel dat ik hierover schreef is niet voor niets: It giet oan.’ MvW


4  Mare · 16 mei 2013 Nieuws

Reputatieranglijst De universiteitenranglijst van deze week is de QS World University Rankings. Die kijkt vooral naar reputatie en het aantal personeelsleden per student, terwijl andere lijsten meer de nadruk op de onderzoeksprestaties leggen. Leiden is nummer 75, beste Nederlandse universiteit is de UvA op 62, en de top bestaat zoals altijd uit de bekende Angelsaksische universiteiten, met een verrassende dertiende plek voor de Eidgenössische Technische Hochschule te Zürich. Het MIT in Boston staat op nummer één.

Klussende voorzitters De voorzitters van de vijf grote studentengezelligheidsverenigingen Minerva, Augustinus, SSR, Quintus en Catena, waren afgelopen vrijdag op klusuitje. Voor de Stichting Present Leiden gingen de presessen klussen bij een gezin in de Merenwijk. ‘We merken dat er veel mensen zijn die best iets willen doen voor de samenleving, maar niet goed weten waar ze terecht kunnen’, legt Doortje van Helden van de stichting uit. ‘Wij helpen dan een brug te slaan tussen vrijwilliger en hulpvraag.’ Ook de sjaarzen van Quintus en Minerva werken samen met Present tijdens hun kennismakingstijd. De voorzitters waren enthousiast over hun klusmiddag. ‘Leuk om eens met iets anders bezig te zijn’, aldus Ivo Klap van Augustinus.

Titus de Taxus mag nog even blijven De taxusboom die bij de ingang van het bestuursbureau staat, blijft daar voorlopig nog wel even staan. ‘Titus’ zoals de boom is gaan heten, zou eerst plaats maken voor de vlaggenmasten van de universiteit. Die maakten op hun beurt plek voor de koningslinde die de universiteit plaatste. Uiteindelijk moet Titus verhuizen naar het nog aan te leggen Singelpark. ‘Ik vond het idee dat de universiteit een oude boom in de versnipperaar wilde gooien erg raar’, vertelt GroenLinks-gemeenteraadslid Pieter Kos. Hij spant zich nu in om de verhuizing te regelen. Volgens de universiteit zal die zo’n negenduizend euro kosten, maar Kos hoopt met de hulp van meewerkende bedrijven de prijs te kunnen drukken. ‘De verplaatsing zal ergens in oktober zijn, als het groeiseizoen voorbij is’, vertelt hij.

Wil Roebroeks wordt Akademiehoogleraar Archeoloog Wil Roebroeks is benoemd tot KNAW-hoogleraar. De Koninklijke Nederlandse Akademie der Wetenschappen wijst elk jaar twee prominente profs aan, die elk een miljoen euro krijgen, zodat ze zich meer aan hun onderzoek kunnen wijden. Roebroeks houdt zich bezig met vroege mensachtigen, zoals Neanderthalers, oude Homo sapiens en hun voorouders. In 2007 won hij de Spinozaprijs voor zijn onderzoek. De andere benoeming tot Akademiehoogleraar was voor de Utrechtse moleculair bioloog René Bernards.

Wel Leidse Schans De bouwplannen voor de Leidse Schans, een studentencampus met 1900 woningen, zijn weer uit de ijskast gehaald. Regeringsplannen om het puntensysteem aan te passen waarmee de maximale huurprijs bepaald wordt, belemmerden de plannen eerder dit jaar flink. De huurprijs zou daardoor te laag worden om de campus rendabel te maken voor de ontwikkelaars. Nadat VVD en PvdA toch maar van het nieuwe puntensysteem afzagen, was het lot van de Leidse Schans enige tijd onduidelijk. De bouw van de eerste twee blokken start in november. De Ondernemersvereniging Lammeschansweg Kanaalpark maakt momenteel nog bezwaar.

‘Examenboete te hoog’ Universiteitsraad verzet zich tegen fors oplopende boete De universiteitsraad wil de boete van 75 euro voor te laat inschrijven voor tentamens drastisch verlagen. De boete was een voorstel van het college van bestuur. Door Vincent Bongers Zolang de boete niet verlaagd wordt, geeft de raad geen positief advies op het voorstel van het college van bestuur (cvb) om de inschrijvingen voor tentamens te harmoniseren. Een voorstel

waar de raad overigens zelf om gevraagd heeft. Het college stelt voor de reguliere inschrijftermijn voor tentamens tien dagen voor afname te sluiten. Studenten die te laat zijn, zouden zich dan tot twee werkdagen voor het tentamen toch kunnen inschrijven door 30 euro te betalen. Studenten die echt hebben liggen slapen, kunnen zich daarna ook nog melden. Daar staat dan wel een boete van 75 euro op. Faculteiten kunnen besluiten om

Klachten over dure kantines De studentengeleding van de bètafaculteitsraad verdiepte zich in wat de achterban wilde. ‘Eén punt kwam steeds weer terug: de kantine’, vatte raadslid Lucas van der Meer het samen. De prijzen zijn te hoog en de openingstijden te kort. Molecular Science and Technologystudent Mohamed Bahida: ‘Je kan soms niet weg bij een experiment, en als je dan eindelijk klaar bent, ben je gedwongen je te behelpen met de repen uit de automaat.’ In de kantines van het Leids Universitair Medisch Centrum en andere universiteiten kun je goedkoper eten, weten de studenten. Uit de personeelsmonitor van de universiteit bleek al dat het personeel van de bètafaculteit de klachten deelt. Nu zitten er aan alle faculteiten wel mensen die ontevreden zijn over hun kantine, maar bij Wiskunde en Natuurwetenschappen speelt mee dat daar niets te kiezen valt. Een jurist die de KOG-kantine zat is, kan naar buiten lopen om de binnenstadse horeca en supermarkten te bezoeken. Vanaf het Snellius is het twintig minuten lopen naar het centrum van Oegstgeest – dat van Leiden is nog ietsje verder.

Directeur Gert Jan van Helden kent de klachten, want die komen elke paar jaar weer langs. ‘De antwoorden zijn steeds hetzelfde: het Universitair Facilitair Bedrijf (UFB) staat los van deze faculteit. De prijzen worden niet door ons bepaald. Over de openingstijden kunnen we het hebben, maar als die langer moeten worden, gaat dat geld kosten.’ Echte oplossingen ziet hij dan ook niet: ‘Van het UFB af? Verwacht daar geen wonderen van. De TU Delft heeft dat gedaan, maar goedkoper is het niet geworden.’ Sterker nog: vorig jaar organiseerden Delftse studenten een massale protestactie tegen de hoge prijzen van cateraar Sodexo. ‘De kantine subsidiëren, zoals het LUMC doet? Daar doet de fiscus moeilijk over. Als de nieuwbouw klaar is (over 10 jaar, red.) hebben we één grote kantine, die kan in elk geval lekker open blijven.’ Navraag leert dat het LUMC geen geld toelegt op het eten. ‘Wat zou kunnen verklaren waarom het bij ons goedkoper is, is het hogere volume: zo’n tweeduizend klanten per dag. Dat drukt de prijzen natuurlijk’, aldus woordvoerder Marleen van ’t Oever. ‘De béta’s mogen best bij ons komen eten.’ BB

deze boetes niet te heffen. 75 Euro vindt de raad echter niet acceptabel. ‘Het is echt een probleem’, zei Ide Hendriks van studentenpartij SGL. ‘Ik heb zelf wel eens bij rechten een tentamen gehad waar een meisje erachter kwam dat ze zich niet had ingeschreven en 75 euro moest betalen. Ze barstte in huilen uit want dat geld had ze niet.’ Vicerector Simone Buitendijk verklaarde de boete als volgt: ‘Dit bedrag komt voort uit een discussie die in de faculteitsraad Rechten is gevoerd. De studentenpartijen stelden een bedrag voor van honderd euro. Dat vond het rechtenbestuur wat veel. Laten we daar 75 euro van maken. Daar stemde de raad mee in.’ Hendriks vond dat geen sterk argument. De vicerector liet weten dat het college niet van plan is om het bedrag te verlagen. ‘Ik vind het eigenlijk heel genereus dat de faculteiten

studenten de kans geven zich nog laat in te schrijven. Het kost wat als je te laat met dingen bent. Dat is in de hele maatschappij zo. Een Leidse student moet toch kunnen plannen.’ Joost Augusteijn van personeelspartij AbvaKabo: ‘Ik ben al jaren lid van de examencommissie geschiedenis. En er zijn nu eenmaal heel veel studenten die niet zo goed georganiseerd zijn als u. Er zijn ook studenten die dit gewoon blijven doen, een zeer langzame leercurve hebben. Het is een reëel probleem. U moet de zorg van de raad over de hoogte van het bedrag serieus nemen.’ Pieter Krol van studentenpartij CSL: ‘Het mag best wat kosten. Maar een lager bedrag is ook best afschrikwekkend. 75 Euro is een hele hoop geld. Het kan ook hard oplopen: stel dat je meer dan een tentamen vergeet. Ik denk ook dat studenten dan maar het tentamen niet maken. En dat is ook niet wat je wil.’

Leidse Studentenraad opgeheven Vanaf komend academisch jaar houdt de Leidse Studentenraad (LSr) op te bestaan. De raad had als taak het college gevraagd en ongevraagd te adviseren over zaken die voor studenten van belang zijn. Voorzitter van de LSr Christel de Lange vindt het jammer dat de raad opgeheven wordt, maar snapt het besluit wel. ‘Ik had het wel een beetje zien aankomen, omdat er de laatste tijd steeds minder behoefte was aan input vanuit studenten. We gaan nog wel een advies schrijven voor het college van bestuur om ervoor te zorgen dat er toch nog gevarieerde groepen studenten bij de besluitvoering betrokken worden.’ Universitair woordvoerder Caro-

line van Overbeeke laat weten dat de functie van de LSr overbodig is geworden. ‘Het college vindt input van studenten heel belangrijk. Het wordt in die behoefte voorzien door het Leids Assessoren Overleg (LAssO), waar elke maand mee vergaderd wordt. Die besprekingen blijken heel effectief, omdat de assessoren goed op de hoogte zijn van wat er speelt en een grote achterban hebben. Daardoor sluit de agenda van het LAssO goed aan bij die van het college.’ Dat was met de agenda van de LSr minder het geval, aldus de voorlichtster. ‘De LSr bepaalt haar eigen agenda, en vaak kwam de raad met adviezen over onderwerpen die al behandeld waren. Dan zijn de adviezen niet bruikbaar en dat is zonde van hun inspanningen.’ JVH


16 mei 2013 · Mare

5

Nieuws

KITLV-onderzoekers weg uit Leiden Onderzoekers verbonden aan het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) vertrekken naar Amsterdam. Er bestaat nog wel een kans dat de collectie in Leiden blijft. De decanen van Rechten, Geestes-, Sociale wetenschappen en Archeologie stuurden in november vorig jaar een brief naar het college van bestuur waarin ze de verhuizing ‘een dramatisch verlies’ voor de Leidse academische gemeenschap noemen.  KITLV-directeur Gert Oostindie zei eerder in Mare het ‘ zeer, zeer treurig’ te vinden als het instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) naar Amsterdam zou vertrekken. ‘De geplande clustering van de Geesteswetenschappeninstituten van de KNAW in Amsterdam gaat door’, zegt Oostindie nu. ‘Maar wat betreft het KITLV wordt er nog een voorbehoud gemaakt. Er komt nog overleg tussen de universiteit en de KNAW over het instituut. Wellicht blijft het instituut in Leiden.’ Hans Chang, algemeen directeur van de KNAW, legt uit dat er nog geen definitief besluit genomen is. ‘Maar er is wel een standpunt opgesteld waarin we de koers van de komende tijd aangegeven. We willen dat de zes Geesteswetenschappeninstituten van de Akademie meer gaan samenwerken. We willen deze

clusteren in Amsterdam en extra investeren in de ondersteuning van de instituten.’ De Akademie heeft twee locaties op het oog. ‘De onderzoekers willen we onderbrengen in een gebouw van de Universiteit van Amsterdam. Dat wordt waarschijnlijk het OostIndisch Huis van de UvA. De collecties willen we huisvesten in het internationaal instituut voor sociale geschiedenis aan de Cruquiusweg.’ De wetenschappers van het KITLV die in dienst zijn van de KNAW worden in ieder geval naar Amsterdam gehaald. ‘De collectie is van een aparte vereniging’, aldus Chang. ‘We gaan nu eerst overleggen met de directeuren van de zes instituten. Dan volgen nog gesprekken met de vereniging en het Leidse college van bestuur. Het is mogelijk dat we na deze gesprekken onze koers nog wijzigen.’ Een van de andere KNAW-instituten, het Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences (NIAS), vertrekt wel naar Amsterdam. Dat is nu nog gevestigd in een fraai duingebied in Wassenaar. Menig Leids onderzoeker werkte daar in alle rust aan onderzoek en speelde er een partijtje volleybal in de tuin. ‘We willen de NIAS-activiteiten anders inrichten. De NIAS fellowships richten op verjonging en internationalisering van onze eigen instituten’, aldus Chang. VB

Tandenborstelcontroles in Leiden Frauderende student kan hoge boetes verwachten De gemeente Leiden gaat structureel tandenborstelcontroles uitvoeren. Ambtenaren gaan op pad om te kijken of studenten die een uitwonende beurs ontvangen, toch niet stiekem bij hun ouders of andere familieleden wonen. Dit blijk uit een brief van het college van burgemeesters en wethouders aan de gemeenteraad. Helemaal nieuw zijn de controles niet. In 2011 en 2012 deed Leiden al mee aan een pilot van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Maar die waren zeer kleinschalig. In andere grote studentensteden wordt er al langer gecontroleerd De dienst stelde voor de pilot aan de hand van risicoprofielen tien dossiers samen en Leidse ambtenaren werden er vervolgens op uit gestuurd. Het bleek dat er bij acht gevallen iets niet in orde was met de adressen. Dat is gerapporteerd aan DUO. ‘De pilot draagt dus bij aan het op orde houden van de Gemeentelijke Basis Administratie’, schrijft DOOR VINCENT BONGERS

het college. De gemeente zal doorgaan met de controles en heeft dan ook een convenant gesloten met DUO. Hoeveel controles er volgen hangt af van de dossiers die de dienst levert. De gemeente krijgt 300 euro per dossier betaald. ‘Dat is kostendekkend’ volgens de gemeente. Studenten mogen controleurs de toegang weigeren. De ambtenaren moeten zich identificeren en precies uitleggen wat ze komen doen. Volgens de website van de dienst moeten frauderende studenten de te veel ontvangen studiefinanciering terugbetalen. Daarnaast krijgen ze een boete die 50 procent

bedraagt van de toegekende studiefinanciering over de periode waarin het misbruik heeft plaatsgevonden. Die boete moet direct en in één keer betaald worden. ‘Ook ouders, tantes, ooms, vrienden en kennissen kunnen een boete opgelegd krijgen, als blijkt dat zij hebben meegewerkt aan het misbruik maken van de uitwonendenbeurs.’ Bij herhaling van het misbruik komt een student niet meer in aanmerking voor studiefinanciering. De ten onrechte verkregen stufi moet worden teruggestort en daar bovenop volgt nog een boete gelijk aan dit bedrag.

Verkiezingen: ongeldige stemmen en partijdigheid De stemmen voor de faculteitsraadverkiezingen voor Geesteswetenschappen die op maandag en dinsdagochtend zijn uitgebracht, zijn door het centraal stembureau ongeldig verklaard. En Minerva en Quintus zouden SGL steunen. Sander Bos, voorzitter van het Stembureau Geesteswetenschappen: ‘Maandag bleek dat niet alleen studenten van Geesteswetenschappen opgeroepen waren om te stemmen, maar ook per ongeluk een groep studenten van Campus Den Haag.’ Dat leverde een aantal van 285 extra ‘stemgerechtigden’ op. ‘Om vragen over de legitimiteit van de uitslag te voorkomen, hebben we toen besloten de verkiezingen te sluiten en de uitgebrachte stemmen ongeldig te verklaren.’ De Haagse studenten die werd op-

geroepen om te stemmen volgen een studie die deels onder de faculteit Geesteswetenschappen valt. Studenten die maandag en dinsdagochtend gestemd hebben, worden opgeroepen dit nogmaals te doen. Marc Hogenhuis, lijsttrekker van Lijst Vooruitstrevende Studenten (LVS), beschuldigt de studentenverenigingen Minerva en Quintus ervan een voorkeur voor een bepaalde partij uit te dragen. Volgens Hogenhuis mocht zijn partij geen campagne voeren op de sociëteiten van de verenigingen. Dit recht zou exclusief voorbehouden zijn aan de Studenten Groepering Leiden (SGL). Er zou verder geen plek geweest zijn voor andere partijen. Voorzitter van Quintus Stijn van den Wijngaard bevestigt dat er slechts één partij campagne heeft gevoerd op de sociëteit. ‘Wij hebben

de SGL de gelegenheid gegeven bij ons langs te komen omdat we het belangrijk vinden onze leden extra met de partij in aanraking te brengen. Dit omdat de SGL zich altijd heeft hardgemaakt voor de belangen van de actieve student. Overigens worden onze leden verder niet verplicht om op SGL te stemmen.’ Pepijn van Ham, preses van Minerva, ontkent de aantijgingen dat de SGL wordt voorgetrokken door de vereniging. ‘Onze leden hebben de gelegenheid gehad om hun partij, welke dan ook, te promoten.’ Studenten die geen lid zijn van Minerva waren niet welkom om campagne te voeren. ‘Wij vinden dat er genoeg andere mogelijkheden voor hen zijn, bijvoorbeeld via de social media.’ JVH > Zie lijsttrekkers op pagina 8 en 9

Bèta’s steggelen over spelregels Een nieuwe regel in het Onderwijs- en ExamenReglement deed de wenkbrauwen fronsen bij de faculteitsraadsvergadering van FWN. Als je onderwijs volgt aan de universiteit, val je onder een Onderwijsen Examenreglement, kortweg Oer. Daar staat bijvoorbeeld in dat jij je docent niet mag filmen, en in welke talen de universiteit haar vakken aanbiedt. Elk jaar schaaft de universiteit wat aan haar Oeren, en elk jaar moeten faculteitsraden daarmee akkoord gaan in een procedurele stap die Mare meestal niet eens vermeldt.

Bij de bèta’s ging de raad maandag niet zomaar akkoord. Reden was de bepaling dat nieuwe studenten elk jaar onder het nieuwste Oer vallen. Oftewel: wie in 2000 met zijn studie begon, valt nog steeds onder het Oer van collegejaar 2000/2001, maar wie dit collegejaar begon, valt in 2024 onder het Oer van het collegejaar 2023/2024. Dat is handiger voor de universiteit, die alle studenten volgens dezelfde regels kan behandelen. Het is echter ook een regel die voor studenten vervelende gevolgen kan hebben, zeker als de studie wat uitloopt. ‘Studenten vinden dat de

spelregels vanaf het begin van de studie vast zouden moeten liggen’, vond informaticastudent Lucas van der Meer. Voorzitter Avalon van Binsbergen begon in 2006 met haar studie wiskunde. ‘Als ik me aan de huidige regelingen zou moeten houden, heb ik een probleem.’ De inderhaast gebelde universiteitsraad – die al eerder akkoord was gegaan – legde uit dat het de bedoeling was dat er wel overgangsregelingen komen als studenten door een Oer-aanpassing in de problemen dreigen te komen. Pas daarna ging de faculteitsraad akkoord. BB

Geneeskunde wil strenger selecteren Het Leids Universitair Medisch Centrum wil voor het collegejaar 2014/2015 de helft van de geneeskundestudenten aannemen op basis van decentrale selectie. Ingangscriterium voor de kandidaten is minimaal een 6,5 gemiddeld voor de vereiste profielvakken en de vakken Engels en Nederlands van het Programma van Toetsing en Afsluiting vwo-5 naar vwo-6. De decentrale selectie wordt ingevoerd voor 150 van de 315 beschikbare plaatsen. De studentenpartijen in de universiteitsraad zijn kritisch over het cijfercriterium, bleek maandag tijdens de raadsvergadering. ‘Het college heeft altijd gezegd dat een vwo-diploma voldoende is om aan de universiteit Leiden te studeren’, zei Anne-Marie Leichsenring van de SGL. ‘Dat is wel iets wat we in ons achterhoofd moeten houden. Decentrale selectie is er nu juist ook voor studenten die op basis van andere kwalificaties dan cijfers worden beoordeeld, bijvoorbeeld omdat ze heel gemotiveerd zijn. We moeten wel zorgen dat er niet een

groep studenten buiten de boot valt puur door de hen behaalde cijfers.’ Het gaat slechts om minder dan de helft van de kandidaten volgens vicerector Simone Buitendijk. ‘Studenten met een zes kunnen mee in de loting. Wel hebben die nu al weinig kans. We komen hier nog op terug in de raad mocht decentrale selectie breder ingevoerd worden.’ Cynthia Pullen van studentpartij BeP: ‘Er is wel een groot verschil tussen überhaupt uitgesloten worden en het hebben van een kleine kans.’ Marc Hogenhuis van studentenpartij LVS vond het ‘raar’ dat juist bij decentrale selectie cijfers een bepalende rol spelen. ‘Er zijn studenten die geen hoge cijfers hebben gehaald maar juist andere kwaliteiten hebben die hen geschikt maakt.’ Het college wilde verder niet ingaan op de toekomstige ontwikkeling van decentrale selectie. Buitendijk: ‘We wachten eerst op nieuwe wetgeving van het kabinet op dit punt. Maar we willen natuurlijk graag dat alle talentvolle studenten de kans krijgen om hier te studeren.’ VB


6  Mare · 16 mei 2013 Achtergrond

Het kabinet bezuinigt, wij niet Het gaat goed met de universitaire financiën, zegt Willem te Beest De universiteit hoeft ondanks forse kortingen die het kabinet de komende jaren oplegt niet te bezuinigen. ‘We hebben ons goed voorbereid.’ Dat blijkt uit het financiële jaarverslag en de kadernota 2014-2017. In de kadernota wordt een beeld geschetst van de financiën van de universiteit voor de komende jaren. ‘We hebben in 2012 een positief resultaat van ruim twintig miljoen’, zegt vice-collegevoorzitter Willem te Beest. ‘Dat is mooi. We hadden 18 miljoen begroot. Dit is heel belangrijk voor de universiteit. De komende jaren loopt het resultaat terug naar twee miljoen. Dat komt doordat er meer studenten komen, met als gevolg dat de universiteit meer docenten aantrekt. Er is geld om dat te doen. ‘Verder starten er meer onderzoeksprojecten op en ligt het in de planning dat het aantal promoties toeneemt. En het behalen van de prestatieafspraken moet ook gefinancierd worden. Ook daarvoor hebben we de middelen.’ Te Beest wijst erop dat ook het huidige kabinet flink gaat bezuinigen. In totaal meer dan negen miljoen tot en met 2017, blijkt uit de kadernota. ‘Dat liegt er niet om. We zijn gelukkig in staat om dit op te vangen zonder zelf te bezuinigen. Dat komt omdat we dat eerder al wel hebben gedaan. We hebben ons goed voorbereid.’ De universiteit gaat er wel van uit dat het marktaandeel de komende jaren blijft stijgen en uiteindelijk bijna 9 procent is in 2017. ‘Dat lukt wel. International studies en het university college trekken meer studenten en zijn nog niet volgroeid. Dat heeft al een grote impact.’

Door Vincent Bongers

De universiteitsraad was afgelopen maandag blij met de mooie cijfers. Wel vindt de raad dat de faculteiten te traag zijn met het aantrekken van nieuwe docenten. Te Beest stelt dat de faculteiten er hard aan werken om de vacatures op te vullen maar dat de middelen om dat te doen pas recentelijk beschikbaar zijn gekomen. ‘Het vorige kabinet had grote kortingen over ons afgeroepen. De universiteit is toen gaan bezuinigen. Daarna volgden de prestatieafspraken met toenmalig staatssecretaris voor het hoger onderwijs Halbe Zijlstra en kregen we een deel van de gekorte middelen weer terug. Maar het was te laat om nog in 2012 die gelden te besteden. Dat gaat de komende jaren wel gebeuren. We hebben er alle vertrouwen in dat we ook blijven voldoen aan de prestatieafspraken en er zo voor zorgen dat het geld structureel bij ons blijft. ‘Ook van belang is dat we recentelijk overeenstemming hebben bereikt met de belastingdienst over de BTW van de jaren 2008-2012. We kregen 8 miljoen terug.’ Daarnaast stelt Te Beest ook vast dat ondanks de beschikbaarheid van geld en gunstige arbeidsmarktomstandigheden de faculteiten ‘moeite hebben om vacatures te vervullen.’ De financiering van mogelijke bouwplannen voor een nieuw geesteswetenschappencomplex zijn niet verwerkt in de kadernota. De raad vroeg zich af waarom dat zo is. ‘Dat is nog niet aan de orde. We doen dat pas als het financieel kan. Eerst is de bouw van de eerste fase van het bètacomplex aan de orde. Dan volgt de tweede fase. In de tussentijd gaan we kijken of de bouw van geesteswetenschappen mogelijk is.’ Er gaat ‘echt niet voor 2018 een schop in de grond’ liet hij de universiteitsraad maandag weten.

‘We moeten docenten aantrekken. Er is geld om dat te doen.’ Foto Taco van der Eb

Heerlijk, je eigen plekje hebben > Vervolg van de voorpagina Uit de Apollo monitor Studentenhuisvesting 2012 bleek dezelfde discrepantie tussen vraag en aanbod. Het model berekent – op basis van de kwalitatieve vraag en het aanbod aan woonruimte dat jaarlijks beschikbaar komt door zowel nieuwbouw/ verbouw als doorverhuizen - elk jaar een optimaal bouwprogramma dat het best tegemoet zou komen aan de wensen van alle studenten. Om daar tot 2020 optimaal aan te voldoen zouden er in Leiden 1210 woonruimten bijgebouwd moeten worden: het gaat dan om slechts twintig kamers met gedeelde voorzieningen, om 740 kamers met eigen voorzieningen en om 450 zelfstandige woningen. Bewoners hebben dus wel de lusten van een studentenhuis maar niet de lasten, verklaart Schrama het succes van het nieuwe wonen. ‘Je kunt er zoveel van maken als je zelf wilt, maar het is ook heel gemakkelijk om de deur achter je dicht te trekken en je van alles af te sluiten.’ ‘Ik krijg acuut smetvrees als ik aan gedeelde badkamers denk’, zegt Yara

van Langen (22, Internationale Betrekkingen en Organisaties en Chinees). ‘Als ik met vrienden afspreek komen ze meestal naar mij toe. Hier hoeven we niet te wachten tot er plek is in de keuken en het is geen ramp als je even je afwas laat staan.’ Psychologiestudente Anne Sophie Naus (21) verhuisde vanuit haar ouders naar de Zwarte Dozen. ‘Een groot studentenhuis is niets voor mij. Hier heb ik lekker mijn eigen plekje, maar we leven niet langs elkaar heen. Zo deel ik samen met mijn buurjongen een kat.’ Van Langen: ‘Toen ik over deze flats hoorde was ik er snel bij. Ik heb slechts elf dagen ingeschreven gestaan, maar de wachttijd is nu al opgelopen tot 14 maanden.’ Agaath Bont (20, psychologie) beaamt dat de units in trek zijn. ‘Ik kom van de Klikspaanweg. Het samenwonen was goed om mee te maken, maar op een gegeven moment ben je er wel klaar mee. Mensen vragen wel eens of het niet eenzaam is, maar ik vind het heerlijk om een eigen plekje te hebben. Ik woon ook op een leuke verdieping. Zo organiseerden we een high tea om de gang te leren kennen

en gaan we regelmatig samen barbecueën of eten. Ik denk dat er meer flats met zelfstandige units moeten komen, maar het was wel leuk geweest om op elke verdieping een fusie te hebben.’ Hoewel veel bewoners bewust kiezen voor een kamer met eigen voorzieningen, is er dus wel degelijk behoefte aan offline gezelligheid.

‘Wat je ook probeert te organiseren, er is altijd wel gezeur’ Samen met andere leden van de bewonerscommissie zette Van Langen zich in om onder de flat een bar te realiseren: ‘Chilldebrandpad’. ‘Het idee was gebaseerd op de Pelibar. Als we de huur met 3,70 euro per maand zouden verhogen, konden we een gemeenschappelijke ruimte maken met een bar, grote banken en voetbal- en pooltafels. De plannen lagen klaar, maar sommige bewoners waren woedend over de voorgestelde

huurverhoging. Toen hebben we het moeten afblazen.’ Mark Schoonderwoerd (22), student biologie en medisch laboratoriumonderzoek, van ‘partyfloor vier’ heeft om die reden een beetje hekel aan de Facebookgroep gekregen. ‘Wat je ook probeert te organiseren, er is altijd wel gezeur’, zegt hij, terwijl hij de bal weggooit voor de enorme herder van een ganggenoot. Samen met twee vrienden kocht hij vorig jaar tijdens het EK anderhalve kilometer aan oranje vlaggetjes. ‘We hebben overal aangebeld met de vraag of mensen ze aan hun ramen wilde bevestigen, maar hoewel we veel leuke reacties kregen, wilden sommige mensen gewoon niet open doen. Op Facebook werd er geklaagd over het geluid van de wapperende vlaggetjes. Ook onze plannen om een eigen Hildebrand-versie van de Olympische Spelen te organiseren stuitte op kritiek.’ Daarnaast vindt Schoonderwoerd de Facebookgroep nogal afstandelijk. ‘Als je suiker nodig hebt moet je niet achter de computer gaan zitten, maar gewoon even je eigen gang langs gaan. Ik ken bijna iedereen op

deze verdieping. In de eerste week na de verhuizing hadden we hier al een feestje. We gaan ook regelmatig samen stappen of barbecueën.’ De offline tactiek van verdieping vier lijkt succesvol, want hun feestjes worden ook op andere verdiepingen genoemd. Had Schoonderwoerd niet liever in een ‘normaal’ studentenhuis gewoond, waar studentikoze plannen misschien met meer enthousiasme ontvangen worden? ‘Ik was lid van Quintus en wilde als ik thuiskwam niet weer met het verenigingsleven geconfronteerd worden. Bovendien houd ik er niet van om eerst twintig pannen af te moeten wassen voor ik kan koken.’ Als beheerder van de Facebookgroep wordt Schrama soms ook gek van het geklaag, maar hij ziet er ook de charme van in. ‘Je schrijft je hier eigenlijk in voor een appartement, dus wat dat betreft is de sfeer uniek. Gezeur en kritiek houd je altijd als je met zoveel mensen op dezelfde plek online bent. Wat dat betreft zijn de Zwarte Dozen een soort klein Nederland: er is altijd wel iets.’ Door Petra Meijer


16 mei 2013 · Mare 7 Wetenschap

Depressie De wonden van kindermishandeling draag je nog lang met je mee. In het Journal of Affective Disorders beschrijft een groep psychologen, onder wie de Leidse Roos van der Mast, het verband tussen mishandeling in je jeugd en depressie op latere leeftijd. En dan ook echt ‘later’: dat je depressief kan worden van jeugdleed was al langer bekend, maar hier ging het specifiek om zestigplussers. Van de 378 ondervraagde depressieve ouderen bleek ietsje meer dan de helft als kind het slachtoffer te zijn geweest van lichamelijk, geestelijk of seksueel geweld, terwijl dat in de niet-depressieve controlegroep slechts voorkwam bij één op de zes mensen. Zelfs na je zestigste kan een slechte jeugd nog een depressie veroorzaken. De onderzoekers vermoeden dat deze mensen hun hele leven een soort psychologische balans hadden, en dat die op latere leeftijd ineens verstoord raakt.

Wratrisico Gevangenis De Boei te Wonosobo, residentie Bagelen op Oost-Java, 1893. Door systematisch ongeveer honderd dergelijke locaties te bezoeken ontdekte arts Adolphe Vorderman dat gevangenen die ongepelde in plaats van witte rijst aten, geen beriberi kregen. Foto Rijksmuseum voor Volkenkunde

Een geniale pionier Nederlandse arts bleek een wetenschapper avant la lettre In het Nederlands-Indië van de negentiende eeuw deed arts Adolphe Vorderman onderzoek naar het verband tussen de ziekte beriberi en het eten van verschillende soorten rijst. Leids epidemioloog Jan Vandenbroucke stofte zijn aantekeningen af. ‘Het was schitterend.’ Zo af en toe komt het nog voor in Nederland: beriberi. Meestal bij alcoholisten, en heel soms bij zieke oude mensen. De symptomen zijn verwarrend voor dokters: soms hartfalen, soms verlammingen, weinig plassen. De dokter die de zeldzame ziekte niet herkent en de patiënt doorstuurt naar een hospice, moet dat vergeven worden. Eenmaal in handen van goede verzorging knapt de patiënt ineens geweldig op. Dat komt door het eten: beriberi ontstaat door een gebrek aan vitamine B1. Tegenwoordig moet je als westerling behoorlijk beroerd eten om beriberi op te lopen, maar door de eeuwen heen was de ziekte een enorm probleem, met name in Azië. Desondanks duurde het tot het einde van de negentiende eeuw voordat duidelijk werd dat het iets met voeding te maken had. De ontdekking dat beriberi een gebreksziekte is, en niet wordt veroorzaakt door een ziekmaker van buitenaf, staat in de schoolboeken op naam van de Nederlander Christiaan Eijkman. De kippen in Eijkmans laboratorium ontwikkelden beriberi toen ze ander voer kregen, en dat

Door Bart Braun

zette hem uiteindelijk aan tot een serie experimenten. Daarin stelde hij vast dat iets dat in ongepelde rijst zit – maar niet in gepelde, witte rijst – de ‘anti-beriberifactor’ bevatte. Het leverde hem een gedeelde Nobelprijs op, samen met de Brit Frederic Hopkins, die vitamine A en D ontdekte. Zo werken Nobelprijzen, en zo werken schoolboeken. In het echt staan wetenschappers vrijwel altijd op de schouders van reuzen, of in elk geval mede-onderzoekers. In het geval van Eijkman waren dat er meerdere, maar vandaag beperken we ons tot Adolphe Vorderman. ‘Vorderman en Eijkman hebben

‘Ik heb zelden iemand gelezen die op zo zijn hoede was om zichzelf te begoochelen’ elkaar over beriberi gesproken. Dat kan ergens ’s avonds, op een veranda in het toenmalige Batavia (nu Jakarta, red.) zijn geweest, eind negentiende eeuw’, vertelt epidemioloog prof.dr. Jan Vandenbroucke. ‘Vorderman merkte toen op dat hij nooit gevallen van beriberi had gezien in gevangenissen waar de mensen ongepelde rijst te eten kregen.’ Vandenbroucke werd tijdens een sabbatical te Oxford gewezen op Vordermans werk. ‘Een Britse collega dacht eigenlijk dat het om een experiment met soorten rijst ging. Dat was niet zo, het was een beschrijvend onderzoek, maar het was wel schitterend. Ik heb zelden iemand

gelezen die zo op zijn hoede was om zichzelf niet te begoochelen, en om niet begoocheld te worden.’ In een recent artikel in het Journal of the Royal Society of Medicine zet Vandenbroucke de aanpak op een rijtje. Om te kijken of zijn idee wel klopte, schreef Vorderman eerst een aantal gevangenissen aan met een uitgebreide vragenlijst, zonder ze te vertellen waar hij naar op zoek was. Hun antwoorden bevestigen zijn vermoeden. Vandenbroucke: ‘Stap 2 was een grote rondreis. Hij is waarschijnlijk in wel honderd gevangenissen geweest om te zien hoeveel beriberi daar voorkwam. Hij nam ook onaangekondigde kijkjes in de keuken, om te beletten dat de rijsthandelaren daar ineens andere rijst neer zouden leggen.’ Vorderman nam monsters van de rijst mee, en legde die genummerd voor aan rijsthandelaren in de hoofdstad. Pas nadat die met hun conclusies over de rijstsoort kwamen, koppelde hij die conclusies aan de gegevens van de gevangenisartsen over het aantal beriberi-gevallen – en vond een heel duidelijk verband. ‘Hij heeft alles gedaan om te voorkomen dat hij in zijn classificatie zou worden beïnvloed. Het was geen experiment, maar toch zou je het dubbelblind kunnen noemen’, aldus Vandenbroucke. ‘Vordermans opzet trof mij, omdat ik hetzelfde meerdere keren per jaar moet vertellen aan mensen hier in het Leids Universitair Medisch Centrum die onderzoek willen gaan doen. Zij hebben vrijwel altijd de neiging om te oordelen als arts over hun patiënten, en daar zit altijd wat fingerspitzengefühl bij. Elk individu

is immers anders; als twee mensen dezelfde licht verhoogde bloeddruk hebben, kan een arts prima concluderen dat dit voor de één niet zo ernstig is en geen behandeling behoeft, en voor de andere wel – afhankelijk van de andere karakteristieken van die persoon. Dat is prima in de geneeskunde, dat moet zelfs. Maar in een wetenschappelijk onderzoek niet! Je moet een procedure opstellen die transparant is, die voor de buitenwereld – de lezers van je onderzoek – garandeert dat altijd hetzelfde oordeel over een patiënt getrokken wordt, zonder enige mogelijkheid van beïnvloeding in de richting van “gewenste” resultaten. ‘Zelfs als dat voor een specifieke patiënt niet het meest nauwkeurige oordeel is. Wij propaganderen al jaren dat onderzoekers daarover moeten nadenken, maar Vorderman had daar geen opleiding in gehad. Hij gaf avant la lettre inzicht in hoe je wetenschap moet doen. Woorden als bias en vertekening kende hij niet, maar hij had het wel door. Geniaal, eigenlijk.’ De bevindingen van Eijkman en Vorderman werden niet bepaald juichend ontvangen. Sommige mensen die over de gezondheidszorg in Nederlands-Indië gingen, vatten de conclusies op als een beschuldiging dat gevangenen ongezonde voeding kregen, en vielen hun onderzoeksmethode aan. Eijkman heeft jarenlang kritiek van hem en andere wetenschappers gekregen voordat hij eindelijk, in 1929 pas, zijn Nobelprijs zou krijgen. Vorderman heeft dat niet meer meegemaakt, hij stierf in 1902.

Basisschoolkinderen hebben vaak wratjes, maar waar halen ze die vandaan? Ouders weten dat: in het zwembad, of de douche van de sportclub. Nou moet je het niet zeggen waar die kinderen bij zijn, maar vrij veel van de dingen die ouders denken te weten, zijn eigenlijk niet waar. Zo ook bij wratjes. Onderzoekers van de LUMC-afdeling Public Health deden een grote wrattenstudie bij meer dan 1100 basisscholieren. De belangrijkste risicofactoren zijn huisgenoten met wratten, en klasgenootjes met wratten. Vergeleken daarbij zijn openbare plekken eigenlijk verwaarloosbaar, in termen van wratrisico. Waarschijnlijk vallen er meer wratten te voorkomen door kinderen thuis en op school hun wratjes te laten bedekken dan met teenslippers in het zwembad, schrijven de onderzoekers in Pediatrics.

Sponzen en zakpijpen Foto L. Becking

Sponzen Veel stoerdere promoties dan die van de Leidse biologe Lisa Becking komen maar zelden voor. Becking ploegde door de jungles en mangrovewouden van Indonesië om daar nog onontdekte zoutwatermeertjes te vinden. Daar ging ze dan de plaatselijke diersoorten verzamelen om mee terug te nemen naar Naturalis. In Marine Ecology Progress Series beschrijft ze met twee collega’s de samenstelling van twee van die meren. Voor koraal zijn zulke meertjes vaak te warm en te brak, maar sponzen zitten er des te meer. Becking en co vonden maar liefst 85 soorten in die twee kleine meertjes. Van die sponzen komt het merendeel niet voor in de zee die een paar honderd meter verderop ligt, en een gedeelte komt zelfs alleen in die meren voor. De mariene meren zijn echt unieke ecosystemen, die meer studie en bescherming verdienen, aldus de drie biologen.


8  Mare · 16 mei 2013 Verkiezingen

Deze mensen willen u

Alle studentenpartijen willen de universiteit verbeteren, allemaal willen ze ‘kritisch meedenken

De universitaire verkiezingen zijn in volle gang. Stemmen kan nog tot vrijdagmiddag vier uur. Vier universiteitsraad. Wat hebben de lijsttrekkers al voor elkaar gekregen en waar willen zij zich nog o Cynthia Pullen (23), lijsttrekker Bewust en Progressief (BeP), zesdejaars bio-farmaceutische wetenschappen. ‘Wij willen de samenwerking tussen de universiteitsraad en faculteitsraden verbeteren. Die is deze raadsperiode niet soepel verlopen, bijvoorbeeld rond de opheffing van Hebreeuwse en Joodse studies. Dat heeft vervelende gevolgen gehad, dat wil BeP voorkomen. ‘Verder richten we ons op het verbeteren van onderwijs en onderzoek, bijvoorbeeld de kwaliteit van de honourstrajecten. Het college wil dat steeds meer studenten die volgen. Wij vinden groei prima, maar dat mag niet ten koste gaan van kwaliteit. Je moet dus niet de eisen aanpassen om meer studenten te laten instromen. ‘De universiteit is geen hogeschool, en moet dat ook niet worden. Daar waken we echt voor. Het gaat niet om feitjes stampen maar om academische vorming. ‘De Basiskwalificatie Onderwijs wordt verplicht voor docenten. Dat is een goede zaak maar we vinden dat docenten ook inspirerend onderwijs moeten geven. Koppel bijvoorbeeld vaker onderzoek aan onderwijs. Docenten doen vaak boeiend onderzoek, deel dat met de studenten. ‘Ook de faciliteiten voor studenten hebben altijd onze aandacht. Een tijd geleden is verbetering van de wifi-dekking door BeP op de agenda gezet. Dat wordt nu ook aangepakt door het college. ‘De universiteitsraad moet het college van bestuur scherp in de gaten houden. Het college denkt soms te makkelijk dat zij wel weet hoe het werkt. Maar wij komen van de werkvloer, en ervaren het beleid. Neem bijvoorbeeld de invoer van het studieplan voor alle studenten. Hierdoor worden studies steeds schoolser. Als een student wil afwijken van de lijn, komt deze in een bureaucratische rompslomp terecht. Het plan moet niet worden gebruikt om studenten te straffen. Het zijn geen kinderen, maar volwassen mensen. Verder verhoogt het ook nog eens de werkdruk voor studieadviseurs. ‘Studenten worden soms bang gemaakt om naast hun studie een bestuur te doen. Dat is jammer want het heeft zoveel voordelen. Toen ik lid was van het bestuur van onze studievereniging heb ik heel veel geleerd. ‘BeP was altijd een actiepartij, maar dat is wel veranderd. De studentengemeenschap vraagt niet meer zo om spandoeken. Het heeft vrij weinig effect om met een groep studenten te gaan protesteren. Studenten goed informeren, beter samenwerken met partijgenoten in de faculteitsraden en het beleid van het college kritisch volgen en beoordelen, is effectiever.’

‘Er is meer dan die acht halen’

Marc Hogenhuis, 23, lijsttrekker Lijst Vooruitstrevende Studenten (LVS), derdejaars bestuurskunde.

‘We zijn volwassen mensen, geen kinderen’

‘We willen het Universitair Facilitair Bedrijf eens goed onder de loep nemen. Er gaat een grote som geld naartoe, maar het UFB scoort in onderzoeken continu slecht bij studenten en medewerkers. De printshops zijn te duur en de kwaliteit te laag. De catering is een probleem. 3,50 vragen voor een broodje is echt onzin. Het moet niet nodig zijn voor een student om zijn bankrekening leeg te trekken om wat te eten op de universiteit. Ik wil weten waar al dat geld precies blijft en kijken of het toch echt niet goedkoper kan. ‘De kwaliteit van de docenten blijft een belangrijk aandachtspunt. Daar is mede door onze inzet al vooruitgang in geboekt. Zo is er meer aandacht om het Engels van docenten te verbeteren. ‘De LVS heeft er heel scherp op gelet dat studenten de ruimte behouden om naast de opleiding zich optimaal te ontplooien. En dat blijven we ook doen. Excelleren doe je niet alleen met cijfers, er is meer dan die acht halen. Een goede ontwikkeling naast de studie is van belang. ‘We hebben ook concrete resultaten geboekt. De faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen wilde bijvoorbeeld dat studenten een bepaald aantal punten moesten halen om een bestuursbeurs te krijgen. Dat is een rare eis. Daar hebben we over gesproken en dat is ook weer teruggedraaid. Verder zijn de onderwijsbalies op de faculteiten toegankelijker geworden voor studenten. Dat is mooi om voor elkaar te krijgen. Het bsa-voorstel van het college dat door inzet van de raad is afgezwakt van 50 naar 45 punten, dat zijn belangrijke resultaten die studenten direct raken. ‘In de raad heeft de LVS aangekaart dat studenten geconfronteerd werden met frauduleuze bedrijven die nepstages in het buitenland aanboden. Onoplettende docenten stuurden mails van deze bedrijven door naar hun studenten, die daardoor de mist in gingen. Op dit soort dingen moet de universiteit ook scherper zijn. Want je wilt studenten juist prikkelen om wel naar het buitenland gaan en daar stages te volgen. ‘Er bestaat ten onrechte het beeld bij een te grote groep studenten dat de raad niets voorstelt. Dat is erg jammer en daar moeten we echt iets aan doen. Zonder de invloed van de raad zou de universiteit er voor studenten er toch een stuk slechter uitzien.’


16 mei 2013 · Mare 9

uw stem

n’ met het bestuur. Waarin verschillen ze?

studentenpartijen strijden om acht zetels in de op storten? Pieter Krol (22), lijsttrekker Christelijke Studentenfractie Leiden, vierdejaars psychologie. ‘Het aantal docenten met een Basiskwalificatie Onderwijs moet omhoog. Ook bij hoogleraren moet er op de kwaliteit worden gelet. Ga er niet klakkeloos vanuit dat het hebben van een titel ook goed onderwijs betekent. Gemakzucht sluipt er gemakkelijk in. ‘Wetenschappelijke integriteit staat bij ons nog altijd hoog op de agenda. In de studie moet er aandacht zijn voor wat wel en niet mag. We hebben ons ingezet voor de invoering van het anti-plagiaatprogramma Ephorus. Dat wordt nu ook gebruikt. ‘Onze partij is gebouwd op christelijke normen en waarden. We werken niet vanuit het principe: “Alles wat je kunt afbranden, moet je ook afbranden.” Ik hou er niet van om zomaar iets te roepen over iets waar ik weinig van weet. ‘De CSL heeft een constructieve houding. We denken kritisch mee met het college van bestuur. We zijn door het college overtuigd om Joods en Hebreeuws als aparte studie op te heffen, maar we hebben er wel mede voor gezorgd dat de expertise behouden blijft en wordt ingebed in andere opleidingen. ‘De universiteit heeft prestatieafspraken gemaakt met het ministerie van Onderwijs. Daaraan gekoppeld komt er wat extra geld uit Den Haag om het onderwijs te verbeteren. Nu lijkt het dat het faculteitsbestuur op mijn eigen faculteit Sociale Wetenschappen juist geld oppot dat ze aan nieuwe docenten moet besteden. We hebben het college daar op aangesproken en de faculteit komt met een plan om dit op te lossen. Je moet niet als een gek geld over de balk smijten, maar het is van groot belang die extra docenten er komen. Voor het werkgroeponderwijs is dat essentieel, met name bij grote studies. Daar kan een goede docent echt studenten enthousiast maken voor onderzoek. ‘Bij het studieaanbod ligt de nadruk de laatste jaren vooral op nieuwe Engelstalige opleidingen: International studies, een psychologiebachelor in het Engels. Mooi, maar dit is wel een universiteit in Nederland en dit moet dus niet ten koste gaan van nieuwe en oude opleidingen in de eigen taal. ‘We willen dat studenten zich breed ontwikkelen. Door excellentieprogramma’s te volgen, maar zeker ook door het besturen van studie- en studentenverenigingen. Daar hebben werkgevers ook oog voor. De CSL gaat zich er hard voor maken dat er ruimte blijft voor zaken naast de studie.’

Door Vincent Bongers foto’s taco van der eb

Deadline: vrijdagmiddag Bij deze universitaire verkiezingen worden leden van de studentengeleding van de universiteitsraad gekozen. Dit is het belangrijkste medezeggenschapsorgaan van de universiteit. De acht personeelsleden hebben een termijn van twee jaar. De acht studenten hebben een termijn van een jaar. Verder zijn er ook verkiezingen voor de beide geledingen van alle faculteitsraden en de studentenraad van het LUMC. Daarnaast zijn er verkiezingen voor de dienstraden van het Bestuursbureau, ICLON, ISSC, SOZ, UBL, UFB en Vastgoed. Hoe stem je als student? Ga naar http://studenten.leidenuniv.nl. Klik op de link ‘universitaire verkiezingen begonnen’. Klik op ‘meer informatie en stemmen’. Stem met je ULCN wachtwoord. Hoe stem je als werknemer? Ga naar http://medewerkers.leidenuniv.nl. Kies op de link ‘universitaire verkiezingen begonnen.’ Klik vervolgens op ‘meer informatie en stemmen’. Stem met je ULCN wachtwoord. Stemmen kan nog tot vrijdag 17 mei tot 16.00 uur

‘Eerstejaars moet kunnen wennen’

‘Niet meteen alles afbranden’

Merel Schuppert (21), Lijsttrekker Studentengroepering Leiden (SGL), vierdejaars rechten. ‘De SGL legt de nadruk op het behartigen van belangen van studenten die lid zijn van studentenverenigingen, in een studievereniging veel werk verrichten, naast de studie sporten of een tweede studie volgen. We willen goed in de gaten houden dat studie op een manier is vormgegeven dat er ruimte is voor al dit soort bezigheden. ‘In de faculteitsraad Rechten heeft de SGL heel concreet het beleid mede vormgegeven. Er wordt een nieuw curriculum voor de bachelor ontwikkeld. Wij hebben ervoor gezorgd dat het eerste half jaar van de studie niet te zwaar wordt. Het hoeft niet heel makkelijk te zijn, maar er moet ruimte zijn voor eerstejaars om te wennen aan de studie, te verhuizen naar Leiden en lid te worden van een vereniging en nieuwe vrienden te maken. Het is ook in het voordeel van de universiteit dat studenten niet achterop raken en redelijk soepel door het eerste jaar rollen. Daarna mag de studie best zwaarder worden. ‘Het is best te begrijpen dat studenten sneller moeten studeren, maar dan wel in combinatie met excellente docenten, die je meer leren dan de stof voor het tentamen. Maar je moet ook de kans krijgen om je buiten de studie te ontplooien. Een bestuursjaar moet mogelijk blijven. We bepleiten ook dat excellente studenten niet alleen diegenen zijn die hoge cijfers halen. Het zijn ook studenten die zich op meerdere vlakken weten te profileren. Daar moet je ook naar kijken als universiteit. Verder is het belangrijk dat studenten die een tweede studie doen wel vrijstellingen behouden. Dei staan nu onder druk. ‘De universiteit zet in op e-learning. Natuurlijk is het handig als colleges op internet zijn te volgen. Het persoonlijk contact tussen docent en student is echter ook heel belangrijk. In discussie gaan met de docent, of tijdens colleges vragen stellen, daar leer je veel van. Met e-learning valt het contact weg. Totaal digitaliseren haalt het academische karakter er uit. ‘We kijken ook naar kleine dingen: beschikbaarheid van genoeg computers die ook werken, meer kluisjes. ‘Het is afwachten wat we op ons bord krijgen van de politiek. Dat is vaak weer een verrassing. Het belangrijkste is dat we in goed overleg met de faculteiten en het college van bestuur het beste resultaat voor studenten bereiken. Daarbij willen we ook graag tot langetermijnoplossingen komen.’


10

Mare · 16 mei 2013

Opinie

Weg met de ja-knikkers Geef faculteitsraadsleden reële beloning en vrijstelling Het is logisch dat faculteitsraden steken laten vallen, constateert Linda Bleijenberg. Als de academische gemeenschap een goede en representatieve medezeggenschap wil, moet daar ook wat tegenover staan. In Mare 25 verscheen onlangs een stuk (‘Faculteitsraad is niet goed voor je cv’) waarin diverse leden van de faculteitsraad Geesteswetenschappen aangaven wat volgens hen de reden was voor de geringe belangstelling van medewerkers voor een zetel in de raad. Ze noemden de hoge werkdruk - volgens de personeelsmonitor een hardnekkig probleem binnen de Universiteit Leiden - als voornaamste oorzaak; daarnaast speelt het volgens hen mee dat deelname aan de universitaire medezeggenschap weinig doet voor een academisch cv. In het huidige klimaat draait het om publiceren, publiceren, publiceren, en vanuit dat gezichtspunt is alle tijd die je in medezeggenschap steekt verloren tijd. Maar dat zijn niet de enige redenen: het imago van de faculteitsraad speelt ook mee. Zo bestaat er in de Leidse wandelgangen de indruk dat een raad niet veel meer heeft dan ‘ja-knik-recht’, zoals een collega het ooit wat geringschattend formuleerde. Het moet ook gezegd worden dat de tegemoetkoming die er vanuit de universiteit tegenover dit belangrijke werk staat zeer matig is: voor het schamele bedrag van € 150 wordt een lid geacht negen vergadercycli voor te bereiden en bij te wonen. Daar is de tijd die het kost om contact te houden met de achterban nog niet eens bij inbegrepen, zeker op een gefragmenteerde faculteit als die van Geesteswetenschappen geen sinecure.

Raadsleden hebben dus andere motieven om zich kandidaat te stellen. Dat kan het algemeen belang van een flinke groep medewerkers zijn, maar bijvoorbeeld ook meer persoonlijke drijfveren, zoals bezorgdheid om de eigen baan, of om het voortbestaan van het eigen kleine en dus bedreigde instituut, of vanuit rancune om de laatste reorganisatie. Ook die laatste groep, met zeer beperkte agenda’s, komt zonder problemen in de raad, omdat er nauwelijks kandidaten zijn. Een gerelateerd probleem is de representatieve samenstelling van de raad. Idealiter is elk instituut binnen een faculteit vertegenwoordigd, evenals de verschillende categorieën medewerkers (academisch en ondersteunend personeel, promovendi); maar bij een gebrek aan kandidaten is die evenredige vertegenwoordiging ver te zoeken. Het onvermijdelijk gevolg: men laat soms steken vallen. Een voorbeeld daarvan is de discussie over de opheffing van Joods-Hebreeuwse studies, waarbij de raad zonder veel omhaal haar goedkeuring gaf voor een zeer discutabele maatregel die later op het bord van de Universiteitsraad terechtkwam. Tegelijkertijd is er aan de Nederlandse universiteiten een groeiend besef dat de belangen van staf en studenten niet perse overeenkomen met de belangen van hun bestuurders. Aan de Rijksuniversiteit Groningen zijn inmiddels al wat alarmbellen gaan rinkelen: daar kondigde de Letteren-faculteit recent aan diverse unieke leerstoelen te willen schrappen, omdat die te weinig rendabel zouden zijn. Kleine talenstudies liggen sowieso in heel Nederland onder vuur, omdat ze in het huidige bestuursmodel, gedicteerd door financiële overwegingen, lastig te verantwoorden zijn. Het leidde

begin dit jaar tot de oprichting van het landelijke Platform Talenstudies, dat via Tumblr, Facebook en Twitter verslag doet van ontwikkelingen op dit gebied. Ook aan de Amsterdamse Vrije Universiteit, waar de recente bestuurscrisis de gemoederen flink bezighoudt, zijn medewerkers en studenten zich bewust van de noodzaak tot alertheid. Op de website van de ‘Verontruste VU’ers’ wordt gesteld dat de ‘vermarkting’ van het academisch onderwijs alle Nederlandse

universiteiten aangaat, en dat er een fundamentele omslag nodig is. Minister Bussemaker lijkt zich ook te realiseren dat er iets moet gebeuren: vorige maand kondigde ze in een brief aan de Tweede Kamer aan harder op te treden tegen bestuurders wiens ‘morele kompas niet goed genoeg staat afgesteld om in het onderwijs te werken’. Een van de middelen die ze daarvoor gaat inzetten is de versterking van de medezeggenschap. Daar lijkt de tijd meer dan ooit rijp voor. Onlangs riepen Leidse promovendi Jelmer Renema (brief in Mare 19) en Geerten Waling (column in Mare 25) al op tot een nieuwe bestuurscultuur: een klimaat waarin academici zelf bepalen hoe ze bestuurd willen worden, en waarin de ‘soft power van massa, media en

medezeggenschap’ bestuurders uitnodigt tot samenwerking, openheid en transparantie. In het licht van het bovenstaande zou een passende beloning en gedeeltelijke vrijstelling van andere taken voor faculteitsraadsleden een goede eerste stap zijn in het versterken van de medezeggenschap. Maar nog belangrijker is de mentaliteitsverandering die de Leidse wandelgangen nodig hebben: het wordt tijd de mythe van het ja-knik-recht aan de kant te zetten, en de effectiviteit van soft power te omarmen. Linda Bleijenberg is promovendus bij Geesteswetenschappen. Zij zal in juni 2013 Maarten Jansen opvolgen als lid van de Universiteitsraad, namens promovendipartij PhDoc.

Een ja-knikker, gebruikt om aardolie te winnen

De route is niet eenvoudig Rector kondigt universiteitsbrede discussie over open access aan Leiden moet meer werk maken van open access, schreef Jos Damen onlangs in een open brief aan de rector magnificus (‘Mag de deur open?’, Mare 24). Deze week geeft Carel Stolker antwoord. Beste Jos, Het onderwerp dat je aansnijdt, is belangrijk. Leiden maakt al veel werk van open access. Eerst maar even iets van een overzicht. Onze universiteit heeft een zeer intensief gebruikt repository (http://openaccess.leidenuniv.nl). Publicaties die op deze wijze beschikbaar komen, worden vaak gedownload: zo’n 1,5 miljoen keer per jaar. Zo zijn de Leidse proefschriften sinds 2006 onmiddellijk of na een embargo wereldwijd digitaal beschikbaar. Onze UBL is een founding partner van OAPEN (http://www.oapen. org), het door de EU ondersteunde initiatief om open access-boeken te publiceren op het gebied van de sociale en geesteswetenschappen. Daarnaast publiceert onze Leiden University Press een aantal open access-tijdschriften en een reeks

boeken in open access. LUP is verder ook een partner in het initiatief Knowledge Unlatched (http:// www.knowledgeunlatched.org) waarin bibliotheken en uitgevers een oplossing willen vinden voor de huidige crisis van het wetenschappelijke boek en de publicatie ervan op een heel andere wijze willen financieren waardoor ook de mogelijkheid ontstaat om wetenschappelijke boeken via open access te gebruiken. Via de onderhandelingen die op nationaal niveau door de Nederlandse universiteitsbibliotheken

met uitgevers worden gevoerd over de aanschaf van elektronische publicaties worden open accesspilots ingericht (Springer en Elsevier) en wordt ook geprobeerd afspraken te maken over zogenoemde apc’s, article processing charges. charges Onze universiteit is ten slotte ook via LERU met de Europese Commissie in gesprek over open accessontwikkelingen en -beleid. Er gebeurt dus veel op dit gebied in Leiden, en dat is ook nodig omdat open access naar alle waarschijnlijkheid een steeds grotere impact zal hebben op de wetenschappelijke communicatie. Er zijn er maar weinig die daar aan twijfelen.

Toch is het voor universiteiten ook een lastig onderwerp; een ideologische benadering helpt niet echt. Een uitspraak als ‘de universiteit betaalt reeds drie keer voor een publicatie’, jij gaat daar in je brief in mee, is niet alleen onjuist, maar creëert ook veel onduidelijkheid en helpt ons niet verder. De route is dan ook niet eenvoudig. De verandering in het business model dat open access voorstaat heeft wereldwijde implicaties voor zowel universiteiten, fondsenverstrekkers, onderzoekers/auteurs, bibliotheken als uitgevers. Het gaat dan niet alleen om de toegankelijkheid van publicaties, maar ook om de financiering ervan, de publicatiecultuur, evaluatie, de disseminatie (verspreiding) van onderzoeksresultaten, en de verdere innovatie van de wetenschappelijke communicatie en van de wetenschap zelf. Juist vanwege het belang van deze ontwikkeling wil de universiteit wel verdere stappen zetten, maar dit vooral weloverwogen doen, en in samenwerking met de verschillende partijen die bij de wetenschappelijke communicatieketen zijn betrokken. Later dit jaar zal deze discussie universiteitsbreed worden gevoerd, op basis van een gespreksnota over

open access en open data van de bibliothecaris van onze universiteit, Kurt De Belder. Als universiteit zullen we een open access-beleid moeten formuleren waarbij onder meer aan de verschillende aspecten genoemd in jouw brief aandacht zal worden gegeven. Maar ook dan zal blijken dat bepaalde oplossingen niet noodzakelijkerwijs de effecten zullen hebben die zij beogen. Hoewel ‘universiteiten als Princeton en Harvard’, je noemt ze in je brief ‘een duidelijke Open Access Policy’ hebben, garandeert dit bijvoorbeeld niet dat daardoor meer open access-publicaties beschikbaar komen. In het repository van Princeton zijn 2.195 publicaties beschikbaar en in dat van Harvard 11.252 publicaties. Vergelijk dat eens met Leiden waar 19.257 publicaties beschikbaar zijn, zonder een formeel open access beleid. Die vergelijking maakt jouw vijf vragen ondertussen niet minder relevant, maar ze laat wel iets van de complexiteit van het onderwerp zien. We komen er dus op terug! Met hartelijke groet, Carel Stolker, rector magnificus


16 mei 2013 · Mare 11 Achtergrond

Een advocaat voor Fikkie Intrigerend dierenrechtenboek van Leidse filosofen Een soezende poes het raam uitschoppen is dierenmishandeling. Maar een half miljard dieren per jaar de kling over jagen is goed voor de bio-industrie en juridisch gezien geen enkel probleem. Twee Leidse rechtenfilosofen maakten een bundel over de ruis tussen dierenliefde en -leed. Als de Canadese popster Justin Bieber op Twitter het devies: ‘God is great’ publiceert, retweeten 120.000 van zijn fans dat. Als hij iets in het gastenboek van het Anne Frank Huis schrijft, is dat wereldnieuws. Als hij zijn hamster, genaamd PAC aan een fan geeft, zorgt dat – u begint vast een tendens te ontwaren – voor ophef. Niet vanwege Biebers onbaatzuchtigheid maar omdat experts erop wezen dat zo’n beestje flink wat problemen kan ondervinden door de stress van een plotselinge verandering van omgeving. Machteld Zee haalt het knaagdierincident aan in haar bijdrage aan het pas verschenen boek Bij de beesten af! - een verzameling essays over dierenrechten die ze samen met Bastiaan Rijpkema compileerde. Beiden promoveren bij de Leidse afdeling Encyclopedie en filosofie van het recht. Hoe kan het dat de westerse wereld naar de zakdoek grijpt als het om het welzijn gaat van PAC en bultrug Johannes maar probleemloos het servet instopt om Bertha 38 weg te werken? Een standpunt innemen tussen deze twee morele uitersten,

Door Thomas Blondeau

dat is wat de verschillende auteurs in dit boek betrachten. Dat gebeurt aan de hand van uiteenlopende thema’s zoals ritueel slachten, het houden van huisdieren en de vrije uitloop van honden in het New Yorkse Central Park. De bijdragen zijn afkomstig van nationale en internationale experts zoals de Leidse hoogleraar Paul Cliteur, milieufilosoof Floris van den Berg, politica Marianne Thieme, de befaamde (voor sommigen zelfs beruchte) bio-ethicus Peter Singer en de Amerikaanse topauteur Jonathan Safran Foer.

Zwitserse lama’s moeten minimaal met zijn tweeën worden gehouden Dat (op misschien wat slakken, mosselen en garnalen na) dieren pijn kunnen voelen, daar zijn de auteurs van deze bundels het wel over eens. En dat je er zoveel mogelijk aan moet doen om die pijn te vermijden, ook daar is weinig verschil van mening te bespeuren. In een doorlichting van de ideologie van de Partij voor de Dieren haalt politicoloog Meindert Fennema wel even Thierry Baudet aan (die een lans brak voor stierenvechten) maar dat is een zeldzaamheid. Hoewel Singer en Thieme natuurlijk al eerder, elders en uitgebreider aan bod zijn gekomen, is het toch weer even met de ogen knipperen als de laatste het getal van een half

miljard geslachte dieren in herinnering brengt. Zoveel dieren sterven er in Nederlandse bio-industrie op jaarbasis. Dat zijn honderd dieren per gemiddeld gezin van 3 personen. Echt verrijkend zijn die essays die stilstaan bij de vraag hoe die dierenrechten nu vorm te geven en op te volgen. In de inleiding wordt het voorbeeld aangehaald van de dierenadvocaat, de Tierschutzanwalt, die aangesteld is door het kanton Zürich. Zwitserland mag dan volgens de samenstellers misschien wel het beste land ter wereld zijn voor dieren die in de buurt van mensen moeten leven, er moet ook nog iemand opkomen voor die woordenloze schepsels. Bijvoorbeeld voor die ene zielige lama zonder vriendje. De Zwitserse wet schrijft immers voor dat lama’s minimaal met zijn tweeën moeten worden gehouden. Een nationale dierenadvocaat kan er voor de bevolking echter nog niet vanaf. In een artikel dat draait rond de vraag of dierenrechten dan ook in de grondwet moeten terechtkomen, stipt Rijpkema alvast een veelzeggende juridische omwenteling aan. Sinds januari dit jaar zijn dieren voor de Nederlandse wet niet langer ‘zaken’ (= ‘voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten’, aldus het Burgerlijk Wetboek). Dieren worden nu ook in hun subjectiviteit erkend. Betekent dat dat er nu ook een extra hoofdstuk toegevoegd moet worden aan de grondwet? Nee, betoogt de rechtenpromovendus, want er wordt al veel te veel opgenomen in dergelijke monolithische en moeilijk open te breken constructies. Rijpkema spreekt zelfs van een mensenrechtenexplosie. Beter is het om

bestaande wetten ook open te stellen voor dieren. Fennema kan zich vinden in het schadebeginsel (‘zoveel mogelijk schade voor zoveel mogelijk subjecten vermijden’) van dierenactivisten maar vraagt zich af hoe te handelen als dieren zich daar zelf niet aan houden. Of in zijn kenmerkende zwierige stijl: ‘Ik vrees dat de dierenactivisten zwijgend toekijken hoe Reintje de Vos mijn kippen opeet. Als ik, als vertegenwoordiger van mijn kippen, de dader terecht zou stellen, zouden de dierenactivisten mij onmiddellijk ter verantwoording roepen. Het gaat er mij niet om dierenactivisten belachelijk te maken. Ik wil alleen maar laten zien dat het opkomen voor wezens zonder stem(recht) vanuit democratisch standpunt helemaal niet eenvoudig is.’ Voor de poëtische coda van Safran Foer (over de liefde voor George, zijn bastaardteef) maakt Zee een afsluitende denkwandeling langs verschillende denkers waarom dieren geen rechten horen te hebben. Zo is het volgens de Amsterdamse neuropsycholoog Bob Bermond maar de vraag of dieren in staat zijn negatieve emoties zoals pijn te ervaren. Ze zouden immers het bewustzijn missen om die pijn als zodanig te ondergaan. Negatieve prikkels kennen ze wel, maar ze zijn niet in staat daarop te reflecteren – met uitzondering van mensapen en mogelijk dolfijnen. Ter illustratie geeft Zee het voorbeeld van de leeuwin die er geen graten in ziet te paren met het mannetje dat een paar dagen eerder nog haar jongen heeft doodgebeten. En waarom zouden we dieren verheffen tot het morele en juridische

niveau van mensen? Is het niet gewoonweg een andere soort die zelf niet in staat is om morele keuzes te maken? Een verkeersslachtoffer in coma heeft dan misschien minder verstandelijke vermogens dan een koe, toch eten we die eerste niet op. Simpelweg omdat het een mens is en in potentie dus een bewust en reflecterend wezen.

‘Het is de vraag of dieren pijn kunnen ervaren’ Of dieren nu wel of niet rechten verdienen, laat onverlet dat de mens, simpelweg omdat hij wel kan nadenken en keuzes maken, plichten heeft tegenover het dier. Als we een hond willen hebben – al is het maar de vraag of dat altijd in het voordeel is van Fikkie – moeten we hem ook naar de dierenarts brengen. Als we vlees willen eten, is er geen reden om het dier langer te laten lijden dan noodzakelijk is. De evenwichtsoefeningen die de samenstellers van deze bundel uitvoeren, kan teleurstellend zijn voor de dierenvrienden van de harde lijn. Maar voor die veel grotere groep van twijfelaars, vleesminderaars, flexitariërs, poezenmensen, natuurliefhebbers en duurzaamheidsdenkers is dit boek een weloverwogen opmaat voor wat misschien wel de volgende grote emancipatiegolf is. Bij de beesten af! Over dierenrecht en onrecht, Bastiaan Rijpkema en Machteld Zee (red.), uitgeverij Bert Bakker, 228 pgs., € 19,95

Away from the Flock, 1994, Damien Hirst


12  Mare · 16 mei 2013 Advertenties De Universiteitsraad geeft als centraal medezeggenschapsorgaan van de universiteit een stem aan het personeel en de studenten van de Universiteit Leiden; de Raad adviseert het College van Bestuur in beginsel op alle beleidsterreinen (onder meer onderwijs, onderzoek, personeelsbeleid, arbeidsomstandigheden, financiën, universitaire strategie) en oefent bovendien ten aanzien van een aantal besluiten een instemmingsrecht uit. De Raad nodigt u uit te solliciteren naar de functie van

VOORZITTER VAN DE UNIVERSITEITSRAAD (v/m) voor de periode van 1 september 2013 tot en met 31 augustus 2014. De voorzitter wordt gekozen voor de periode van één jaar; herverkiezing – steeds voor de termijn van één jaar – is mogelijk. Kandidaten dienen bij voorkeur (oud-)student of (oud-)medewerker van deze universiteit te zijn. Het is niet vereist dat de voorzitter lid is (geweest) van de Raad. De voorzitter van de Universiteitsraad heeft onder meer tot taak: • het voorbereiden, bijeenroepen en leiden van de raadsvergaderingen en de overlegvergaderingen met het College van Bestuur; • het leiden van de werkzaamheden van de Raad; • het coördineren van de werkzaamheden van de commissies van de Raad; • het onderhouden van contacten met onder anderen het College van Bestuur en diens medewerkers en, in voorkomende gevallen, met de Raad van Toezicht, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, collega-voorzitters in den lande en met name (de leden van) de faculteitsraden; • het inhoudelijk opzetten en organiseren van de scholing en training van leden van de universitaire medezeggenschap; • het onderhouden van de website door het jaar heen en in het bijzonder rond de verkiezingen; • het bijhouden van sociale media; • het organiseren van relevante werkbezoeken.

ZUIDERZEEMUSEUM ENKHUIZEN

De voorzitter wordt in haar/zijn werkzaamheden ondersteund door de griffier van de Universiteitsraad. Van kandidaten voor de functie wordt verwacht dat zij, naast uitstekende communicatieve vaardigheden, beschikken over bestuurlijke ervaring en dat zij kennis hebben van de universitaire bestuurs- en medezeggenschapsstructuur. Tevens zullen kandidaten zich de systemen voor het webbeheer eigen moeten maken. Beschikbaarheid voor twee jaar is een pre.

BUITENMUSEUM

Het tijdsbeslag van de functie is gemiddeld maximaal 3 dagen per week, waaronder tenminste de gehele maandag en de dinsdag- en donderdagochtend. Een voorzitter voortkomend uit de studentgeleding van de Universiteit Leiden ontvangt een vergoeding voor maximaal 0,6 fte; een voorzitter voorkomend uit de personeelsgeleding van de Universiteit Leiden wordt voor maximaal 0,6 fte van haar/zijn werkzaamheden vrijgesteld en vervangen gedurende de periode dat zij/hij als voorzitter werkzaam is, een en ander volgens de daarvoor geldende regelingen. Een voorzitter niet voortkomend uit de student- dan wel personeelsgeleding van de Universiteit Leiden ontvangt een adequate financiële tegemoetkoming. Gegadigden voor het voorzitterschap van de Universiteitsraad kunnen zich schriftelijk kandidaat stellen. De kandidaatstelling dient vergezeld te gaan van een curriculum vitae, een korte schets van de taakopvatting van de kandidaat en bij voorkeur enkele referenties. Schriftelijke kandidaatstellingen dienen woensdag 5 juni 2013 in het bezit te zijn van de Griffier van de Universiteitsraad, mevrouw M.J.A. Stol-Loos, Bestuursbureau, Postbus 9500, 2300 RA Leiden. Voor nadere informatie kunt u zich wenden tot de griffier van de Raad, Marrie Stol (tel. 071 527 3125; mja.stol@bb.leidenuniv.nl). Op www.ur.leidenuniv.nl kunt u meer informatie vinden over de Universiteitsraad en zijn werkzaamheden.

KIES HOE JE KOOPT en bepaal zélf je maandlast! 1

2

3

met onze Starterslening

met Grondafsplitsing

op de oude manier

v.a.

€421,- p.m.*

Benodigd gezamenlijk bruto maandinkomen ca.

€ 1.890,-*

óf

v.a.

€466,- p.m.* Benodigd gezamenlijk bruto maandinkomen ca.

€ 2.206,-*

óf

€521,- p.m.*

v.a.

Benodigd gezamenlijk bruto maandinkomen ca.

€ 2.337,-*

* De genoemde bedragen zijn gebaseerd op een 3-KAMER APPARTEMENT van € 144.850 v.o.n. Voor overige appartementen zijn de maandlasten nóg lager. Dit zijn rekenvoorbeelden die uitgaan van een netto hypotheeklast bij een bepaalde situatie en hypotheekrente. De kosten voor de VvE en evt. benodigde verzekeringen zijn hier niet in meegenomen. Aan bovenstaande berekeningen zijn geen rechten te ontlenen.

n.

de

ei

l rs

ou

.y

w

w

w nl

erkoop Start v

dag woens i 22 me

17

Locatie ROC Leiden, Bѐtaplein 18 Leiden Tijd 18.00-20.00 uur

1-kamer appartementen v.a. € 78.900 v.o.n.

5

2-kamer appartementen v.a. € 119.850 v.o.n.

Nu bereikbaarder dan ooit.... met de Starterslening! Maar liefst 65 kansen op een slimme start in (y)ours Leiden. En buitengewoon bereikbaar door ons concept ‘Kies hoe je koopt’! Een huis kopen is slim. Op een hypotheek los je af, waardoor je hypotheek steeds lager wordt. Dat betekent veiligheid, vermogensopbouw én goedkoop wonen, nu en in de toekomst. Interesse in een van deze woningen? Onze adviseurs leggen je graag uit hoe ‘Kies hoe je koopt’ werkt en wat de voordelen zijn van de verschillende koopmogelijkheden. We helpen je met je huis én met je hypotheek. Gratis en vrijblijvend. Niet meer dan normaal toch? Voor meer informatie ga je naar www.yoursleiden.nl of bel je Bart van Gils 06-51463257 of Martin Switzar 06-53338470. (Y)OURS LEIDEN IS EEN PROJECT VAN:

43

3-kamer appartementen v.a. € 144.850 v.o.n.

BIJZONDER BETAALBAAR DUURZAAM WONEN DAT IS

J A A R

G E N I E T E N


16 mei 2013 · Mare 13 In deze rubriek kunnen lezers in maximaal 300 woorden reageren op artikelen in Mare. De redactie behoudt zich het recht voor bijdragen in te korten of te weigeren. Over weigering wordt niet gecorrespondeerd. Mail naar redactie@mare.leidenuniv.nl

Het moge duidelijk zijn dat deze Bandirah cartoon geenszins bijdraagt aan een constructieve discussie rondom dit onderwerp. Madelaine van Mackelenbergh, student life science en technology en voorzitter van het Leids universitair roze netwerk LGB

Eerlijke verkiezingen: een pijnlijke desillusie

Bandirah (2) Lichte verbazing en een geamuseerde glimlach vielen mij ten deel bij het lezen van de brief van Floris van Hindevoort (Mare 25, 18 april). Ik kan me slechts bij hem aansluiten wat betreft het ‘bijzondere gevoel voor humor’ dat in de Bandirah-cartoons tentoon wordt gespreid, maar ben het absoluut niet eens met zijn interpretatie van de door hem als ‘minachtend en verachtelijk’ omschreven cartoon. In de literatuurtheorie bestaat de consensus dat de betekenis van een tekst niet bij de auteur gezocht mag worden; betekenis van tekst wordt aangebracht door interpretatie van de lezer. Omdat er een eindeloze hoeveelheid lezers bestaat heeft een tekst in theorie dus ook een eindeloze reeks interpretaties. Deze interpretaties hoeven alleen niet allemaal juist te zijn; iets wat Van Hindevoort in zijn brief terdege bewijst. Wat mij betreft wordt in de cartoon nergens de suggestie gewekt van groepsverkrachting: een groep van 7 mannen en 1 vrouw wordt te midden van een ruimte vol lege (drank?)flessen getoond, allen naakt. De vrouw huilt, en krijgt van de mannen een tekening aangeboden. Een voor de hand liggende analyse zou zijn: ‘De mannen en de vrouw zijn aan het drinken. De vrouw heeft teveel gedronken en begint dus te huilen (een causaal verband waar de heer Van Hindevoort het gezien zijn emancipatoire positie wel mee eens móet zijn). De mannen trachten de vrouw op te vrolijken door middel van een tekening.’ Hoe de heer Van Hindevoort uit dit innemende schouwspel van menselijke compassie een groepsverkrachting destilleert is mij een raadsel en baart me eerlijk gezegd ietwat zorgen. Afsluitend dan nog even een opmerking over Van Hindevoorts (vermeende) po-

Maretjes De prijs voor een Maretje bedraagt €8,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare. leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan. Doe meer met je kennis. Help een leerling op streek in 1 uur per week. Leiden-Noord, Onderwijswinkel. Basisonderwijs: 28 Marokkaanse, Turkse, Somalische en Nederlandse leerlingen hebben bijles taal en rekenen nodig. Groep 4 t/m 7. Zes leerlingen met vergoeding van €5,- tot €7,50. Voortgezet onderwijs: Twee Marokkaanse brugklassers hebben hulp nodig bij Nederlands of wiskunde. Marokkaanse jongen, economie, rekenen, 2vmbo. Marokkaans meisje, wiskunde, Nederlands, Engels, brugklas vwo. Marokkaanse tweeling, jongens, wiskunde, natuurkunde, Nederlands, 2vmbo-TL, 2havo. Marokkaanse jongen, wiskunde, brugklas. Somalisch meisje, wiskunde, Nederlands, economie, 3VMBOTL. Leiden-Zuid, buurthuis Vogelvlucht. Basisonderwijs: 17 Marokkaanse, Turkse, Somalische leerlingen hebben bijles taal en rekenen nodig. Groep 4 t/m 7. Zes leerlingen met vergoeding van €5,- per uur. Voortgezet onderwijs: Marokkaanse jongen, rekenen, Engels, mbo-economie. Twee Marokkaanse

sitie wat betreft vrouwenemancipatie: Het gelijk in de slachtofferrol duwen van een vrouwelijk personage getuigt inderdaad van weinig compassie voor vrouwenemancipatie. De mannelijke personages als vanzelfsprekend de rol van verkrachters aanmeten zou daarentegen de meest notoire mannenhaatster het schaamrood op de kaken brengen, en mag met recht een daad van misandrie genoemd worden. Matthijs van der Laan, student literatuurwetenschap

Bandirah (3) De Bandirah achterop Mare vormt meestal een leuke afsluiter van een doorgaans uitstekende universiteitskrant. Soms is het puzzelen om de boodschap of bedoeling van de tekening te ontcijferen, maar aan de boodschap achter de cartoon in Mare 25 van 18 april valt niet te twijfelen. In de cartoon worden twee mannen met een baby getoond waarvan er een zegt dat hij de baby, wanneer hij 18 is, helemaal de tyfus wil neuken. Een dergelijke typering van twee mannen die kennelijk ouder/verzorger van het kind zijn, roept een naar gevoel op (hetgeen ongetwijfeld de bedoeling van de cartoonist was). Het moet daarnaast echter ook in de context van de discussie over de geschiktheid van homo-(pleeg)ouders worden gezien. Tot voor kort leek deze discussie in Nederland wellicht afgesloten en keken we met enige verwondering naar een land als Frankrijk waar nog volop wordt gedemonstreerd tegen homo-adoptie en vele anderen die adoptie van ‘hun’ kinderen door homo-ouders niet toe staan. De ophef rond de lesbische pleegouders van een Turks pleegkind maakt pijnlijk duidelijk dat lang niet iedereen dit zo vanzelfsprekend vindt.

meisjes, Engels, brugklas VMBO. Bijles kan ook bij een leerling thuis gegeven worden. Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma, wo en do, 15-17u. Tel: 071-5214526. E-mail: hdekoomen@ owwleiden.nl. Gezocht: verzorgende begeleidster. Voor onze dochter in Lisse. Het aanbieden van praktische vaardigheden en verzorging. Ben je zelfstandig, communicatief, initiatiefrijk, neem dan contact op voor deze bijbaan-vakantiebaan. 0252-416856 / frvaneeden@gmail.com Vrijdagavond 31 mei vindt in de Pélibar het Leids Studenten Bridgetoernooi plaats. Inschrijven: www.studentenbridgeleiden.nl. Zowel voor gevorderde als beginnende bridgers. Assertiviteits- en mindfulnesstraining: Leren om op een ontspannen manier voor jezelf opte komen? 2 ervaren psychologen geven effectieve training op 4 maandagavonden (3-24 juni 2013) in centrum Leiden. Kosten € 295, vergoeding door verzekering mogelijk. Bel 06-17678684 of mail info@praktijkequilibre.nl Vrijwilligerswerk naast je studie? Verschillende anderstalige mannen willen graag Nederlandstalige mannen ontmoeten om samen te oefenen met de taal. Informatie over Taalontmoetingen: Radius 071-707 42 00. Oproep - Wie wil er een bijdrage leveren voor boeken over hoogbegaafde kinderen

We leven in Nederland anno 2013 in een democratische samenleving die gebaat is bij hoge verkiezingsopkomsten. Bij studentenvertegenwoordigingen, zoals de universitaire verkiezingen voor de universiteitsraad en faculteitsraden, is een hoge opkomst helaas slechts een illusie. Afgelopen maandag zijn de verkiezingen begonnen en op deze eerste campagnedag wordt vaak iets meer dan de helft van de uiteindelijke opkomstpercentages behaald. Zo ook voor de Faculteit der Geesteswetenschappen; totdat op dinsdagochtend de teller abrupt van bijna 12 procent terugstortte naar 0.00 procent. Zonder overleg of communicatie naar een der participerende studentenpartijen heeft het Stembureau besloten om alle stemmen voor Geesteswetenschappen nietig te verklaren en de verkiezingen te resetten. Door een foutief aangevinkt hokje was er een kans dat

met minder begaafde ouders en Verborgen hoogbegaafdheid? Wie wil zijn of haar levensverhaal op dit terrein willen vertellen? (Als men dit wenst kan men natuurlijk anoniem blijven of kan er met een pseudoniem gewerkt worden). Interesse? Stuur een mail voor meer informatie over een of de twee onderwerpen. Je bijdrage kan van grote betekenis zijn voor vele andere mensen. Met vriendelijke groet, Ben Daeter - bendaeter@me.com OPPAS gevraagd. Voor 2 kinderen van 10 en 12 jaar, op wisselende dagen, in Oegstgeest. Bel voor informatie 06-46622354.

Maretje extra Maretjes-extra zijn bedoeld voor semi-commerciële instanties. De prijs voor een Maretjeextra is €23,– incl. BTW voor elke vijfendertig woorden. U kunt deze advertenties uiterlijk op de vrijdag vóór het verschijnen van Mare opgeven bij Bureau van Vliet B.V., postbus 20, 2040 AA Zandvoort, telefoon 023-571 47 45. E-mail: Zandvoort@bureauvanvliet.com VACATURES Leiden (+ regio en Bollenstreek) Thuiszorg, Hulp bij het huishouden. Studenten (v/m) gezocht. Ook vakantiewerk! Jij bepaalt waar en wanneer  (6 – 24 uur p.w) Solliciteren? Brief met CV www.thuiszorginholland.nl

enkele studenten van de Faculteit Campus Den Haag ook voor de Faculteit der Geesteswetenschappen zouden kunnen stemmen. Voor het Stembureau wogen de alreeds 500 uitgebrachte stemmen en inmiddels anderhalve dag aan verkiezingsinspanningen hier niet tegen op. Dit alles was al moeilijk te behappen geweest als erover gecommuniceerd zou zijn, echter kwam dinsdag in meerdere contactmomenten met het Stembureau duidelijk naar voren dat de communicatie hierover vanuit de Universiteit naar studentenpartijen geen prioriteit genoot. Gelukkig is het twitteraccount van @URLeiden wel belangrijk genoeg: daar werd openlijk gesproken over deze blamage. Eigenlijk zouden we bij de Lijst Vooruitstrevende Studenten (LVS) niet zo verbaasd moeten zijn over deze stand van zaken binnen de Leidse studentenwereld. De desillusie van een eerlijke verkiezingsweek gaat bij de studentenverenigingen doodleuk verder: zowel Minerva als Quintus verbieden andere partijen dan de SGL om als studentenpartij aanwezig te zijn binnen de vereniging. Het blijkt maar weer dat de verkiezingen er wel toe doen, want welke partij er ook gekozen wordt, dit soort aanfluitingen moeten koste wat kost voorkomen worden in de toekomst. Er valt nog veel te winnen de komende dagen, dus vergeet niet te stemmen! Fu Zandy, Lijst Vooruitstrevende Studenten (LVS)

Brieven

Kapitaalvernietiging Er wordt nu meer bekend over het plan om de gebouwen aan de Witte Singel te slopen (Mare 23, 28 maart). Als argument wordt genoemd de niet efficiënte verhouding tussen bruikbare en holle ruimtes. ‘Slechts de helft van de oppervlakte is bruikbaar.’ Dat geldt niet voor het Nederlands Instituut voor het Nabije Oosten (NINO), Witte Singel 24-25. De indeling van dit gebouw verschilt volkomen van die der andere. Die is wel efficiënt. Want het NINO heeft voor de aanvang van de bouw overleg gehad met de architect. Ruimten zijn aangepast aan de behoeften: grote bibliotheek, een kluis met de collectie kleitabletten, een magazijn voor de uitgebrachte boeken en tijdschriften, etc. Naar schatting één derde van het gebouw. Waarom slopen? Het lijkt ook onmogelijk, deze situatie in een nieuw gebouw over te doen. Denk alleen maar aan de kluis. Slopen van het bestaande betekent een verlies aan kapitaal en efficiëntie. NINO is in dezelfde positie als de universiteitsbibliotheek. Die mag blijven, omdat het gebouw speciaal voor zijn behoeften is ingericht en het te veel heeft kost om die nu af te breken. Laat om soortgelijke redenen NINO gewoon staan. M. Stol, medewerker NINO

Academische Agenda Mw. J.M.P. Nobels hoopt op dinsdag 21 mei om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘(Extra)Ordinary letters: A view from below on seventeenth-century Dutch’. Promotor is prof.dr. M.J. van der Wal. Hr. G.C.W. de Ruiter hoopt op dinsdag 21 mei om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Misdirection and guidance of regenerating motor axons after experimental nerve injury and repair’. Promotor is prof.dr. M.J.A. Malessy. Hr. M.T. Akhtar hoopt op woensdag 22 mei om 10.00 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Cannabinoids and Zebrafish’. Promotor is prof.dr. R. Verpoorte. Hr. P.F Chimento hoopt op woensdag 22 mei om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Two-dimensional optics: Diffraction and dispersion of surface plasmons’. Promotoren zijn prof. dr. E.R. Eliel en prof.dr. G.W. ’t Hooft. Mw. M.M. Jöris hoopt op woensdag 22 mei om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Challenges in unrelated hematopoietic stem cell transplantation’. Promotor is prof. dr. F.H.J. Claas.

Hr. M. Iqbal hoopt op woensdag 22 mei om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Application of NMRbased metabolomics to identify bioactive compounds in herbs, spices and fruits’. Promotor is prof.dr. R. Verpoorte. Mw. H.E. Auvinen hoopt op donderdag 23 mei om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Glucocorticoids, metabolic adaptations, and recovery: studies in specific mouse models’. Promotoren zijn prof.dr. A.M. Pereira Arias en prof.dr. P.C.N. Rensen. Hr. M.W.J.M. Wouters hoopt op donderdag 23 mei om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Measuring and improving quality of care in surgical oncology’. Promotoren zijn prof.dr. R.A.E.M. Tollenaar en prof.dr. J. Kievit. Hr. M.M. Ewing hoopt op donderdag 23 mei om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Post-interventional atherosclerotic vascular remodeling’. Promotoren zijn prof.dr. P.H.A. Quax en prof.dr. J.W. Jukema. Mw. A.F. Mollema hoopt op donderdag 23 mei om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Rechtsgeleerdheid. De titel van het proefschrift is ‘Het beperkte recht’. Promotor is prof.mr. W.G. Huijgen.


14  Mare · 16 mei 2013 English page

Kenneth Marcus at Camp Westerbork

Photo by Kees van de Veen

Dark tourism Why do we visit the scenes of atrocities?

When he saw the long queues of people braving the cold to get into the Anne Frank House, American historian Kenneth Marcus wanted to find out more about this strange sort of tourism. Mare accompanied him on a trip to Westerbork, a transit camp. By Vincent Bongers “Was this filmed in the camp? It’s almost unbelievable”, exclaims Kenneth Marcus, a history professor from the University of La Verne in California. He studies the razor-sharp black and white images of a woman dancing gracefully on a stage. A man with a saxophone joins her and together they lose themselves in the music. In the next scene, two gentlemen do a sketch. Later on, we can confirm that the images were indeed shot inside Camp Westerbork: a German-Jewish prisoner of the camp, Rudolf Breslauer, was ordered to make the film by the camp’s commander, SS-Obersturmführer Albert Konrad Gemmeker. The performance was given at the gateway to hell. Almost certain death in the Polish and German concentration camps awaited the actors and dancers and, with that in mind, you can’t help thinking how hopeless those happy images are. Between 1939 and 1942, Jews who had fled Germany were sent to Camp Westerbork in Drenthe, which became a Durchgangslager in 1942. More than 107,000 Jews, Roma and Sinti and resistance fighters were deported to the death camps from Westerbork. The film’s director Breslauer did not survive the war. Gemmeker spent a short time in prison and died in 1982, denying any knowledge of the Holocaust to the bitter end. Marcus, who is here as a guest lecturer at the history department as part of the Fulbright scheme, has launched a study into dark tourism. He wants to know why people want to visit the scenes of atrocities, how

these sites are arranged and how their status changes over time. This is a relatively new field; the term was coined in 1996 by John Lennon and Malcolm Foley at Glasgow Caledonian University. The phenomenon is also known as thanatourism, referring to Thanatos, the personification of death in Greek mythology. “I grew interested in this subject because more and more people are showing an interest in the camps where Japanese Americans were interned in America during the Second World War and then, in Amsterdam, I saw long queues of tourists waiting outside in freezing weather to visit Anne Frank’s house. It’s so weird. I would like to know why we do it.” He turns his attention to the film images again. The revue was held on Tuesday evening, the day the trains left for Auschwitz and Sobibor. Anne Frank and her family were deported from here too. “Of course, you try to keep your hopes up at this point, even though you know it won’t do any good.” Nowadays, the camp attracts 130,000 visitors per year, half of whom are children. “But oddly enough, the site wasn’t demolished immediately after the war, it was still used.” Initially, it was used as an internment camp for members of the NSB, the National Socialist Movement of the Netherlands. “There were still 850 Jews living there at the time, as they had nowhere else to go yet. That must have been a difficult and surreal situation for them.” They were even asked to guard the NSB members. The camp was eventually closed in 1971, after it had been used to accommodate a group of Moluccans, and the barracks were demolished. However, the second generation after the war felt the need to set up a monument on the site and the National Monument was unveiled in 1970. Nonetheless, it was 1983 before any real work was done to commemorate the dead and before the

memorial centre and its museum were opened. It was decided that the barracks should not be rebuilt, but the foundations should remain visible. A small area of the walls of the penal barracks has been recreated in concrete. “I’m surprised about this ‘suggestion’: they did not want to reconstruct the camp, but ‘suggest’ it. I think I would have preferred to reconstruct it so that you can walk inside and experience how it was to live here. The museum gives you a glimpse of that life, with its reproduction of a small part of the interior, complete with bunk beds and wooden floor. It is very effective, and the sensation is enhanced by the sound effects of beds creaking and babies crying. The day-to-day life of the prisoners is almost tangible.” Tom Janssen (22) from Den Bosch pushes a push chair to a model of the camp and explains why he has come to Westerbork. “We’re interested in the war and we wanted to add a bit of culture to this family weekend it’s not just about having fun. This is very impressive, mind.” Marie Louise Kooter (37) and Karin de Lange (29) have brought young children along too. “We want them to know about this, we want to educate them”, explains Kooter, “It’s good to come here, to make sure it won’t happen again.” De Lange adds: “It’s a tribute to all the people who were imprisoned here and then murdered. We mustn’t ever forget them.” Marcus remarks: “That aspect always strikes me: there is a great deal of interest in the camps in the Netherlands and Germany, but in France there is very little of this kind of soul searching and guilt. Well, at least, I didn’t come across it when I lived there.” How come? “It probably has something to do with collaboration. The French don’t see it as ‘What happened was terrible’ but more ‘That is just the way it was’.” Marcus stares across the camp. Next to the watch tower is the Na-

tional Monument Westerbork: a ninety-metre piece of railway track, serrated along one side, full of bullet holes and one end leading off into the air as if some malevolent force has ripped it from the ground. Fourteen enormous parabolic antennae have been erected next to the camp, the Westerbork synthesis radio telescope array. “The site is now part of a hiking and cycling recreation area, complete with children’s entertainment. It has been converted into a tourist destination.” Not everyone is concerned with the past. “It doesn’t really mean much to us”, says Antje Fleurke (67) who is visiting the site with her husband. “We just wanted go for a walk in the woods”. 102,000 bricks have been placed so that they form the shape of the Netherlands on the former muster ground square. They represent the people who never returned home after the war. Photographs of victims have been stuck between the bricks in some places. “It’s like an open-air museum”, remarks Fleurke. “Some people see something in it, others don’t. When I see those pictures, I think ‘Is that really necessary?’ I just don’t see the point. It might be different to older people who lived through it. They are devastated after coming here.” According to Marcus, the numbers of tourists visiting the internment camps in America is growing steadily and money has been set aside for maintenance. “The government reserved 38 million dollars for the conservation of ten camps in 2006.” More than 10,000 Japanese Americans were incarcerated in Manzanar in California during the Second World War. “It’s visited by far more students than schoolchildren, so that’s one thing that’s different, and there’s no mixture of fun and serious matters on the same site.” More than 750,000 people visited Manzanar between 2000 and 2010, but most of the other nine internment camps in the United States are

not as likely to become hot tickets for tourists. “That’s mostly due to their relatively isolated locations, though I must say that Westerbork isn’t exactly easy to reach by public transport either.” Admission to the camp is free but the museum charges € 6.50, raising the question of whether more of this sort of dark tourism sites will ever be run as a business. After all, there is money to be made from them. Marcus adds: “Perhaps one day they’ll even sell souvenirs: pieces of barbed wire and so on. It seems absurd, black humour, but it’s not entirely improbable. Tourists buy pieces of the Berlin Wall, and hundreds of people died trying to flee to the West.”

Five dark places The Anne Frank House in Amsterdam attracts more than a million visitors per year. It is estimated that 1.1 million people died in Auschwitz concentration camp in the southwest of Poland. Last year, the camp attracted 1,430,000 visitors. The Killing Fields in Cambodia: it is thought that between 1.7 and 2.5 million Cambodians were killed under the regime of the Khmer Rouge, which lasted from 1975 to 1979. Many tourists visit Choeung Ek mass grave and Tuol Sleng prison. Chernobyl and Pripyat in Ukraine: In 1986, there was an explosion in reactor number four of Chernobyl’s nuclear power plant. Nobody knows how many people died, but Pripyat, close to the plant, has become a ghost town. Guided tours cost about 150 dollars. Tourists in London can go on the Jack the Ripper-walk. In 1888, this mass murderer cut the throats of at least five prostitutes and nobody ever discovered who was responsible for the murders. Guided tours through the Whitechapel district follow the Ripper’s “bloodstained trail of terror”.


16 mei 2013 · Mare 15 Cultuur

Agenda

Knikkeren met een genie

FILM

Tentoonstelling over alleskunner en knutselaar Huygens Binnenkort opent Museum Boerhaave een tentoonstelling over de meest veelzijdige wetenschapper van de 17e eeuw, Christiaan Huygens. ‘Hij kon alles, hij was de rest altijd een stapje voor.’ Door Judith van Hoogdalem Ga er maar

aan staan. Een boek schrijven over het uiterlijk en gedrag van aliens, het slingeruurwerk,een buisloze telescoop en een toverlantaarn uitvinden en je eigen lenzen slijpen. En dat ook nog eens in de zeventiende eeuw. Christiaan Huygens (16291695) deed het. ‘Huygens is ongetwijfeld de meest veelzijdige wetenschapper van de 17e eeuw geweest’, zegt conservator Tiemen Cocquyt. In de tentoonstelling is een collectiegedeelte waar objecten, geschriften en aantekeningen van Huygens te zien zijn. Dit wordt aangevuld met instrumenten die op groot formaat zijn nagebouwd, zoals de ‘preparaatrevolver’ die Huygens ontwikkelde voor de microscoop om verschillende preparaten makkelijker te vergelijken. Zo kunnen bezoekers, met name kinderen, zelf ondervinden wat de uitvindingen van Huygens precies voorstelden. ‘Christiaan Huygens paste wetenschap op alles toe. Als hij iets tegen-

kwam wat hij niet goed genoeg vond, ging hij proberen het te verbeteren.’ Zo vond hij het onhandig dat telescopen telkens maar langer werden. Dat kwam omdat er nauwkeuriger naar de hemel gekeken kon worden als de lenzen verder uit elkaar stonden. Op een gegeven moment waren die lenzen soms wel twintig meter lang, wat heel onpraktisch was. ‘Huygens bedacht toen een buisloze telescoop: de wetenschapper stond op de grond en keek door de lens, en de tweede lens werd op een hoge mast gemonteerd. De buis tussen de twee lenzen werd ertussen uitgehaald.’ Wat de veelzijdigheid van Huygens nog extra benadrukt, is dat hij niet alleen de theoretische kant beheerste, maar ook zijn instrumenten vaak zelf maakte. ‘Christiaan Huygens sleep bijvoorbeeld zijn eigen lenzen. Hij was altijd op zoek naar het beste glas.’ Museum Boerhaave is in bezit van 32 originele lenzen, waarvan een paar te zien zijn in Vindingrijk. Een ander praktisch probleem waar Huygens in zijn dagelijks leven op stuitte was de grote afwijking die klokken hadden. Om de tijdmeting nauwkeuriger te maken vond hij het slingeruurwerk uit. ‘Zo bracht hij de afwijking van een kwartier per dag terug naar zo’n vijftien seconden per dag.’ In de collectie van Boerhaave is de oudste slingerklok ter wereld

Buisloze telescoop van Huygens. Voor dit ontwerp bestond moest er soms met telescopen van 20 meter lang gewerkt worden

te zien. ‘Dit klokje is niet door Huygens zelf gemaakt, maar wel in zijn opdracht. Japanners komen speciaal hiervoor naar Nederland. Het is wel jammer dat de slinger zelf verborgen zit in een kastje.’ Kinderen kunnen in de tentoonstelling in een raket zitten om naar de verhalen uit Huygens’ boekje Cosmotheoros (1698) te luisteren, waarin de wetenschapper speculeerde

‘Hij was veel meer dan een nuchtere, rationele wetenschapper’ over leven op andere planeten. Huygens ging er vanuit dat buitenaardse wezens, net als hij, aan sterrenkunde deden. ‘Daarvoor moesten ze aantekeningen maken en instrumenten bouwen, en dus zullen ze wel handen, armen en ogen hebben gehad.’ Op Jupiter waren de wezens waarschijnlijk groter dan de aardse mens, omdat Huygens berekend had dat de planeet veel groter is dan de Aarde. In de tentoonstelling is ook een knikkerbaan opgenomen. ‘Ik wilde het in eerste instantie eigenlijk niet, omdat ik niet zo snel een duidelijke connectie zag tussen knikkers en het werk van Huygens. Maar toen ik

door zijn manuscripten aan het bladeren was, zag ik opeens een tekening van een knikkerbaan. Huygens heeft alles al een keer gedaan.’ Maar wat voor persoon was de succesvolle wetenschapper eigenlijk? ‘Als ik in brieven zijn afwijzende reacties op het werk van andere wetenschappers zie, denk ik dat hij best betweterig was. Hij was aristocraat en hoefde niet te werken voor zijn geld, dus hij zat de hele dag een beetje te tekenen.’ Cocquyt denkt dat de wetenschapper echter ook bescheiden was, bijvoorbeeld over zijn uitvinding van de toverlantaarn. ‘Toen zijn vader, de diplomaat Constatijn Huygens, aan zijn zoon vroeg of hij een toverlantaarn wilde maken voor vrienden, bedacht de uitvinder een smoes om eronder uit te komen. Misschien was hij bang dat de toverlantaarn een vermaakobject zou worden, en dat mensen voorbij zouden gaan aan de optica die erachter zat. Juist dat vond hij zo fascinerend.’ Toen Huygens stierf in 1695, liet hij zijn verzameling manuscripten per testament na aan de Universiteit Leiden, waar hij zelf twee jaar studeerde. De vele manuscripten en vooral de tekeningen die Huygens maakte waren inspirerend voor Cocquyt. ‘De echte Huygens is moeilijk te doorgronden. Hij laat in zijn brieven weinig los over zijn gevoelens. Maar als je gaat graven in zijn tekeningen, dan krijg je een veel kleurrijker beeld van hem.’ Huygens tekende bijvoorbeeld een ontwerp voor een verende sandaal, en dansende skeletten voor de droomlantaarn. ‘Huygens was veel meer dan een nuchtere, rationele wetenschapper.’ Vindingrijk, over de uitvindingen van Christiaan Huygens Museum Boerhaave 30 mei t/m 27 oktober 2013 €9,50/gratis met studentenkaart

Christiaan wie? Christiaan Huygens (1629 - 1695) was een Nederlandse wis-, natuur- en sterrenkundige, uitvinder en schrijver van vroege sciencefiction. Hij was een van de leidende figuren van de zeventiende-eeuwse wetenschap. Zijn vader Constatijn Huygens was staatsman, diplomaat, dichter en componist, waardoor hij een brede opvoeding kreeg. Hij studeerde rechten en wiskunde aan de Universiteit Leiden van 1645 tot 1647. 2013 is het Huygensjaar. Bij de tentoonstelling Vindingrijk in Museum Boerhaave worden aanvullende lezingen verzorgd. In de Universiteitsbibliotheek is verder vanaf 23 mei de tentoonstelling Huygens in Leiden te zien. In Den Haag zijn activiteiten en tentoonstellingen in het Haags Historisch Museum, in de Grote Kerk, in de Koninklijke Bibliotheek, in Museum Meermanno en Museum Bredius. Ook zijn er boot- en koetstochten.

Christiaan Huygens, 1671

Caspar Netscher Museum Boerhaave

TRIANON Oz: The Great and Powerful 3D za, zo, ma, wo 14.15 The Great Gatsby 3D dagelijks 18.15 + 21.30, za, zo, ma, wo 14.00 Oblivion dagelijks 21.30 Safe Haven dagelijks 18.45 KIJKHUIS Two Mothers dagelijks 19.00 + 21.30 Daglicht dagelijks 21.00 LIDO Iron Man 3 3D. dagelijks 18.30 + 21.30, za, zo, ma, wo 14.00 Jurrasic Park 3D dagelijks 18.30 Evil Dead dagelijks 21.30 Scary Movie 5 dagelijks 19.00, za, zo, ma, wo 14.30 Olympus has Fallen dagelijks 21.30 The Big Wedding dagelijks 18.45 + 21.30, za, zo, ma, wo 14.30

MUZIEK LVC Decompression ft Luke Slater Vrijdag 17 mei 23.00 €16,Glue Factory Zaterdag 18 mei 23.00 €7,50 QBUS The Wood Brothers + The Jason Serous Band Vrijdag 17 mei 21.00 €10,An Evening with Charlie Parr Donderdag 23 mei 21.00 €10,-

T H E AT E R LEIDSE SCHOUWBURG Javier Guzman Woensdag 22 mei 20.15 Het Groot Niet Te Vermijden Donderdag 23 mei 20.15 INS BLAU My First Suicide Vrijdag 17 mei 20.00 STADSGEHOORZAAL Residentie Orkest met Wibi Soerjadi Zaterdag 18 mei 20.15 Amsterdam Sinfonietta Zondag 19 mei 11.30

DIVERSEN SCHELTEMA Theatercafé Zondag 19 mei 15.00 Science Café Dinsdag 21 mei 20.00 DE TWEE SPIEGHELS Jeroen Vrolijk - pianist series Vrijdag 17 mei 21.00 Filippo Bianchini trio Zondag 19 mei 16.00 LEIDS WEVERSHUIS Dromen met Saskia t/m 16 juni MUSEUM VOLKENKUNDE Fetish Modernity - Hoezo modern? t/m 21 juli Een huis vol Indonesië t/m 21 juli MUSEUM BOERHAAVE Geletterd en geleerd t/m 16 juni 2013 RIJKSMUSEUM VAN OUDHEDEN Mummiekisten van de Amon-priesters t/m 15 september 2013 Lezing Oosterse bronnen Bijbel Donderdag 23 mei 20.00 €5,MUSEUM DE LAKENHAL Gratis instaprondleiding Zondag 19 mei 14.00 Leidse Salon Zondag 19 mei 15.00 LEIDSE HOFJES CONCERTEN Zondag 19 en maandag 20 mei Diverse locaties


16

Mare · 16 mei 2013

Kamervragen

Bolwerkers

Angst en verbroedering

Foto Taco van der Eb

‘Die stormvogel heb ik zelf opgezet’ Auke-Florian Hiemstra (20), student biologie Huis Middelstegracht 20b Kamer: 11 m2 Betaalt: 252 euro Bewoners: 14 Je noemt je kamer ‘een Klein Naturalis’. Hoe kom je aan vitrines vol schelpen? ‘In de herfstvakanties ging ik altijd met mijn ouders naar Schiermonnikoog, waar ik uren op het strand doorbracht. Je hebt daar een klein schelpenmuseumpje. Daar ging ik heen om mijn vondsten te determineren. Mijn kamer is een soort expositieruimte met kustvondsten uit Nederland. De kamer bij mijn ouders beschouw ik als mijn collectietoren: daar ligt alles uit het buitenland.’ Wat zijn je meest bijzondere schatten? ‘Mijn rendierwervel uit de voorlaatste ijstijd en mijn zeehondenkaak. Ik ben ook

Bandirah

erg trots op de Noordse stormvogel, want dat is de eerste vogel die ik zelf heb opgezet. Prepareren is een echt ambacht. Ik ben nu ongeveer drie jaar in de leer. Avondenlang heb ik toegekeken voordat ik langzaamaan wat kleine dingen mocht doen. Het is net een medische operatie. Terwijl je snijdt, moet je precies weten hoeveel druk je op het mesje zet. Doe je dat verkeerd, dan zitten de veren vol vlekken. Als je die vogels later in musea ziet staan, is dat toch wel erg speciaal.’ Heb je alles zelf gevonden? ‘Nee, mijn nautilusschelpen heb ik bijvoorbeeld in museumwinkels gekocht, net als mijn degenkrabfossiel. Een paar jaar geleden wilde ik dolgraag met mijn twee neven naar een groeve in het Duitse Solnhofen. Daar kan je allerlei bijzondere fossielen vinden. We hebben twee jaar lang een tijdschrift over de natuur

gemaakt om geld te sparen voor de trip. Toen ik in het winkeltje dit degenkrabje zag, kon ik het niet laten mijn laatste spaargeld er aan uit te geven. Dan koop ik gewoon wat minder kleding of schoenen. Degenkrabben hebben tien ogen en blauw bloed: daar moet je wel een beetje verliefd op worden.’ Maar wel geld voor een Rietveldstoel? ‘Die heb ik met mijn vader getimmerd, de maten stonden op internet. Ik hoopte maar dat hij lekker zou zitten, want in het museum mag je dat niet uitproberen. Ik houd ook van Mondriaan. Ik heb Mondriaanposters, een Mondriaanagenda en Mondriaanboxershorts.’ Wat vind je zo fijn aan deze kamer? ‘Ik woon slechts een half uurtje bij het strand vandaan. Soms heb ik ’s avonds om elf uur ineens zin om schelpen te

zoeken, dan loop ik ’s nachts over het strand. Het uitzicht is ook leuk, want ik heb een grote boom voor mijn raam. Ik heb zelfs al eens een specht gezien.’ En je hebt een pijl nodig om je bed te kunnen vinden? ‘Dat is een restant van mijn cornflakesfestival. Uit cornflakespakken knipte ik allemaal pijlen waarmee ik vanaf de bushalte een route uitzette naar mijn cornflakesfeest. Na afloop gingen we ’s ochtends met zijn allen cornflakes eten. Ik houd van cornflakes. En van pizza’s, op mijn prikbord houd ik bij hoeveel ik er eet. Dit jaar heb ik er al 35 gegeten en – in naam van de wetenschap - één gedronken. Uit de blender zijn ze niet op hun lekkerst, maar iemand moest het toch proberen.’ DOOR PETRA MEIJER

Vier weken nadat twee snelkookpannen in het hart van de stad ontploften, hangen de vlaggen nog steeds halfstok. Op de stadsbussen knippert er niet alleen de bestemming, maar ook “Boston Strong”. Op maandag 15 april, Patriots Day én Marathon Monday, was ik op weg naar het vaderlandslievende feestje van een collega (‘because America was built on the tradition of day drinking’). Op mijn route dacht ik wel even een stukje marathon mee te kunnen pakken, maar de mensenmassa bij de finish maakte daar enige route onmogelijk. Met velen anderen kreeg ik het idee om via een warenhuis met een achteruitgang de massa te omzeilen. Samen werden wij getuige van een hard knallend geluid aan de voorkant van datzelfde warenhuis. Het was duidelijk dichtbij en klonk als metaal. Bij het zien van de paniek van Amerikaanse omstanders probeerde ik mijn Hollandse nuchterheid te houden (‘die Amerikanen dachten natuurlijk altijd weer meteen aan een terrorist attack…’). Na dertien seconden en een tweede bom, overwon mijn adrenalinepeil het van mijn nuchterheid. De stille paniek werd opgevolgd door talloze sirenes en agenten die huilende en rennende mensen weg van de plek des onheils sluisden. Door mijn hoofd speelde de vraag of ik in de open lucht of juist binnen moest blijven. Ik hoorde een Amerikaan zijn familie vertellen om juist weg van de hoge gebouwen te gaan, maar tegelijkertijd kon het gevaar natuurlijk ook uit de lucht gekomen zijn. In de nasleep probeerden de Amerikaanse media en het volk al snel het leed om te zetten in een kans om te tonen dat zij zich niet lieten intimideren. Mensen toonden strijdkracht en strijdlust bovendien. Een Amerikaanse anchorman reageerde hier gevat op door te stellen dat men, als in een CSI-aflevering, ‘na de reclame verwachtte te weten wie de dader was’. De meest opvallende quote was nog wel dat deze gebeurtenis ‘je vertrouwen in de medemens versterkt’. Hoewel de angst die ik ter plekke ervaren had, je zeker deed verbroederen met de andere mensen, voelde ik toch ook sterk de aanwezigheid van een ‘ieder voor zich’-instinct. Ik maakte me geen illusies: als er één uitweg zou zijn, was mijn buurman net zo goed over mij heen gelopen. De verslaggever doelde op de vele hulpverleners en omstanders die in plaats van wég van het gevaar, direct op de bommen in waren gerend. De mensen die over hekken klommen om de slachtoffers met afgerukte ledematen direct te hulp te schieten. Om die reden worden vaak twee bommen achter elkaar gebruikt, vertelde weer een andere verslaggever, want dan raakt de tweede ook nog eens de hulpverleners. Ik ben het maar als volgt gaan bekijken. Zoals een noodsituatie je zowel verbroedert met je naasten, als dat het je hun ‘overlevingsconcurrent’ maakt; zo win én verlies je een beetje vertrouwen in je medemens bij een terroristische aanslag. MARIT DE VOS

Vijfdejaars studente geneeskunde doet dit collegejaar onderzoek in een ziekenhuis van Harvard Medical School in Boston.


Mare