Page 1

26 april 2012

35ste Jaargang • nr. 27

Door dik en dun Pagina 15

Rugbyderby Leiden-Delft: bebloede knieën, modder en ‘fucking veel vlees’

Asielbeleid minder streng dan het lijkt. ‘Een spel waarin de aanhouder wint’

De laatste verzetshelden blikken nog één keer terug. ‘Iedereen is dood’

Pagina 3

Pagina 6

Pagina 8 en 9

En… wat nu?

Onzekerheid over onderwijsbeleid Schaft dit demissionair kabinet naast de langstudeerboete ook de stufi af? Een prognose van Zijlstra’s speerpunten. Wie de hervormingen van staatssecretaris Halbe Zijlstra geen warm hart toedraagt, heeft afgelopen dagen vast lopen toosten en highfiven. Maar die feestvreugde is misschien wat al te voorbarig. ‘Dit weekend las ik in allerlei kranten dat er nu een boel niet uitgevoerd kan worden. Dat kun je helemaal niet zeker zeggen’, zegt Joop van Holsteyn, hoogleraar politicologie. ‘Het is gebruikelijk dat een demissionair kabinet terughoudend is met stevige ingrepen. Maar dat is meer een conventie dan een

DOOR THOMAS BLONDEAU

formele regel. Als er voldoende zetels zijn voor een bepaald voorstel, dan wordt daarmee ingestemd. Voor nieuwe controversiële dingen wordt gewacht op het mandaat van de kiezer. Maar voor oude controversiële zaken gaat dat niet op.’ Deze week wordt een lijst van controversiële onderwerpen samengesteld door Eerste en Tweede Kamer. Daarbij wordt traditioneel ook rekening gehouden met de wensen van de minderheid. Wat betreft onderwijs, is op dit moment alleen waarschijnlijk dat het speciaal onderwijs zal worden ontzien. Exit Kabinet Rutte betekent dus niet einde oefening Zijlstra. ‘Alles gaat gewoon door tenzij de Kamer onderwerpen controversieel verklaart’, aldus een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs. Nu

lijkt de regeringsval vooral voor lichte agendawijzigingen te zorgen. Zo stond het sociaal leenstelsel waarbij de stufi in de masterfase vervangen wordt door een lening - geagendeerd voor afgelopen maandag. Dat is nu verschoven naar een nog onbekende datum. GroenLinksKamerlid Jesse Klaver twitterde zaterdag al dat het sociaal leenstelsel controversieel zou moeten worden verklaard. De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) zag Ruttes gang naar de majesteit met de nodige vreugde. De vakbond spande samen met andere studentenbelangenverenigingen een zaak tegen de Nederlandse Staat aan om de langstudeerboete onrechtmatig te laten verklaren. Vakbondsvoorzitter Pascal ten Have: ‘De kans dat we gaan winnen acht ik nu een

stuk groter. Ik verwacht sowieso dat partijen een hele stelselwijziging voor het hoger onderwijs zullen opnemen in hun verkiezingsprogramma.’ Een stemadvies voor de student wil ten Have nog niet geven aan de student. ‘Dat is echt afwachten waar de partijen mee komen. Het CDA had in zijn verkiezingsprogramma ook geschreven dat ze de basisbeurs wilden behouden. Dat voornemen heeft niet lang stand gehouden.’ Advocaat en Leids rechtenhoogleraar Tom Barkhuysen die de zaak zal bepleiten verklaart: ‘Vooralsnog verandert er niets voor ons. De wet is immers al aangenomen in de Eerste Kamer. We richten ons nu op de voorbereiding van de rechtszaak op 21 mei.’ RTL Nieuws publiceerde een lijst met hoofdpunten waarover al een akkoord was bereikt in het Catshuis. Onder het kopje onderwijs springen twee zaken in het oog: de omzetting van de bachelorbasisbeurs naar een sociaal leenstelsel en - nog opmerkelijker - de afschaffing van de langstudeerdersboete. Stel dat LSVb bakzeil haalt bij de rechter, dan treedt de langstudeerboete per 1 september 2012 in werking. Wie dan langer dan drie

jaar over zijn bachelor doet of langer dan een jaar over zijn master, betaalt 3063 euro bovenop het wettelijke collegegeld. Maar gezien het hoofdpuntenlijstje is het aannemelijk dat de boete altijd maar tijdelijk was bedoeld, allicht om de prestatiebeursstudenten sneller te laten afstuderen. Dat de basisbeurs sowieso verdwijnt, ligt in de lijn der verwachtingen. Niet alleen de CDA, VVD en de PVV staan hierachter. De PvdA pleitte al onder Balkenende voor de invoering van een sociaal leenstelsel. Van de grotere partijen is alleen de SP voor het behoud van studiefinanciering. Uit een recente meting van het ministerie van Onderwijs bleek overigens dat slechts 27 procent van de universiteitsstudenten bekend waren met de invoering van het leenstelsel in de masterfase. Meer onduidelijkheid is er over de toekomst van het vouchersysteem voor de deeltijdstudies. De deeltijders werden onevenredig hard geraakt door de langstudeerboete omdat er geen uitzondering voor hen werd gemaakt. > lees verder op pagina 4

Echte adel, of namaak? Jaarlijks ontmoet de jonge Nederlandse adel elkaar op het Haagsch Debutantenbal in het Kurhaus te Scheveningen. Het liefdadigheidsfeest is niet exclusief toegankelijk voor wie blauw bloed heeft. Dat is niet naar ieders zin. Maar, zegt baron en Leidse student Frans van Panthaleon van Eck: ‘Vroeger was het echt exclusief voor de adel, nu kan iedereen die het leuk vindt meedoen.’ En: ‘Het zijn juist de mensen die het niet of net niet zijn die er altijd over beginnen.’ Volgens historica Ileen Montijn, die een boek schreef over 250 adel in Nederland is Leiden, na Utrecht, het bolwerk van studerende adel. Lees meer over kleiduiven schieten, zegelringen, bijgekochte achternamen en op pagina 10-11. Foto Taco van der Eb

Volgende week geen Mare

Rechtenstudenten kunnen niet spellen

Studenten hekelen nota studiesucces

Geen geld voor extra bestuursmaanden

In verband met de meivakantie zal er volgende week geen krant verschijnen. Mededelingen voor Mare 28 dienen voor maandag 7 mei ter redactie te zijn.

Meer dan de helft van de eerstejaars rechtenstudenten heeft een onvoldoende gehaald voor de taaltoets. Het bestuur vindt de resultaten ‘dramatisch’.

Vooral de compensatieregeling en het beperken van het aantal herkansingsmogelijkheden stuit op veel kritiek van de geesteswetenschappenstudenten.

In ruil voor stevige bezuinigingen zouden studenten- en studieverenigingen extra bestuursmaanden krijgen. Maar volgens het college is de pot leeg.

Pagina 4

Pagina 5

Pagina 5

Bandirah Pagina 16


2

Mare · 26 april 2012 Geen commentaar

Nu met nog meer behartiging! Binnenkort mogen we weer naar de stembus, mensen. Nee, niet voor die Haagse egoparade van gedateerde ideologieën. Ik heb het over verkiezingen die er echt toe doen. Ik heb het over de universiteitsraadsverkiezingen. Vanaf negen mei zijn de elektronische stemlokalen weer een weekje lang geopend. Nu de overheid steeds meer verantwoordelijkheid bij de universiteiten wil neerleggen, is het zaak ook daadwerkelijk van dat politieke recht gebruik te maken. Of de hypotheekrenteaftrek nog bestaat als je afgestudeerd bent, houdt je als achttienjarige minder bezig dan hoe hoog het bsa ligt. En of er überhaupt genoeg studieplekken zijn om die punten binnen te blokken. Het personeel weet dan weer dat de vakbond zich moet laten gelden in tijden van bezuinigingen. Het belang van de universiteitsraad is echter zo evident dat het nauwelijks nog wordt verdedigd. Al jaren cirkelt de opkomst rond een vijfde van het aantal kiesgerechtigden. Dan spreek je niet meer van een achterban. Dat is je borrelclubje. Onlangs besloot de raad zelfs achter gesloten deuren over het bsa te vergaderen. Dat deze krant daar vragen bij stelde, kon rekenen op wat kregeligheid bij de leden. Zorgwekkend want het is – in de microcosmos van een universiteit – niet anders dan regentesk gedrag. Laat ons met rust, wij beslissen voor u. Ervan uitgaand dat dit voorval het bestuurlijke equivalent is van a slip of the pen, blijft de zorg om de povere opkomst. Een raad met een stevig mandaat zal zich niet gauw laten wegbluffen door het doordrukvermogen van het college. Nu zullen met name de studentenpartijen best aan de kar gaan trekken. Wat debatten, posters, gadgets, een mascotte hier en daar. Zoals alle voorgaande jaren. En zoals Benjamin Franklin al zei (met Obama in zijn kielzog): waanzin is het herhalen van telkens hetzelfde gedrag en toch een andere uitkomst verwachten. Wordt het daarom geen tijd voor wat anders dan wasmiddelreclametechnieken, beste studentenpartijen? Jullie willen allemaal beter onderwijs, betere koffie, betere begeleiding en betere aansluiting met het verenigingsleven. Natuurlijk, de een wil wat meer duurzaamheid, de ander wat meer waskracht, nog een ander wil ethiek in het vakkenpakket en weer een ander is veel fosfaatvrijer dan de ander. Maar is de verzuchting van de supermarktklant ook niet van jullie op toepassing: ‘Ach, het is slechts de verpakking die verschilt.’? De student kan binnenkort stemmen op vier studentenpartijen met elk dertig kandidaten. Wat als volgend jaar die 120 mensen nu eens samen zouden gaan werken? Wat als er één studentenpartij komt? Bestaansrecht: de student. Goed, gun de christenen hun status aparte. Kun je nog wat debatteren. Maar komaan BeP, LVS en SGL, geloven jullie zelf nog in jullie onderscheidende karakter? De hervormingen van het hoger onderwijs zijn van dien aard dat de tijd van kabbelende vergaderingen voorbij is. Zijn jullie het jullie kiezer niet gewoonweg verplicht om de krachten te bundelen? DOOR THOMAS BLONDEAU

Colofon

Redactie-adres Pieterskerkhof 6 2311 SR Leiden Telefoon 071–527 7272 Fax 071–527 7288 Website mareonline.nl E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl

De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000

Column

Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl Redactie

Thomas Blondeau redactieleiden@gmail.com Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Judith Laanen redactie@mare.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl Constanteyn Roelofs (stagiair) Medewerkers

Rivke Jaffe • Petra Meijer • Benjamin Sprecher • Anne van de Wijdeven Secretariaat Judith Laanen Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving Marijke Hoogendoorn • richgirl-design.com Drukwerk Dijkman Offset Amsterdam Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Fax 023 - 571 76 80 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • I. Bronstring • A. Brouwer • prof. dr. A.J.W. van der Does • B. van der Donk • J. Egberts • drs. B. Funnekotter • dr. H. Heestermans • prof. dr. J.J.M. van Holsteyn • Prof. dr. F. Israel • mr. F.E. Jensma • D. van der Klugt • A. Liemburg • R. Nieuwenkamp • mw C. Regoor • prof. dr. N.J. Schrijver Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op bankrekening 1032.57.950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200900100) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare. leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

Zelfhaat Toen ik net in Leiden studeerde vroegen twee Duitse toeristen me waar de V&D was. Ik was op weg naar college, zelf lichtelijk verdwaald, en had bovendien geen idee waar de V&D was. Weken later realiseerde ik me dat ik hen compleet de verkeerde kant op had gestuurd. Bij de gedachte dat ze uren door de regen hadden gedwaald kon ik een grijns niet onderdrukken; het was allemaal erg Wo ist der Bahnhof. Er zijn dan ook weinig dingen zo vervelend als dagjesmensen die je lastigvallen terwijl je zelf wel wat nuttigs te doen hebt. Gelukkig schenken weinig dingen je zoveel voldoening als passief-agressieve maatregelen nemen tegen diezelfde dagjesmensen. Nu zijn we soms de bedagjesmenste, en soms de dagjesmens. Dit weekend liep ik bijvoorbeeld door Londen en deed ik verwoede pogingen om dat gedeelte van mijn identiteit dat een baan zoekt in de Randstad, een scriptie moet schrijven, en nog een week afwas heeft staan te vergeten ten bate van het gedeelte dat misschien ooit wel een te dure flat in Zuid-Londen huurt en zich alleen indien strikt noodzakelijk in The City begeeft. Ik was daar blijkbaar zo goed in dat ik me spontaan begon te ergeren aan de aanwezige toeristenpopulatie. Je kan het wijten aan Calvijn of aan Paars I, aan Henk en Ingrid of de legale prostitutie en wietproblematiek, maar hij schuilt in ons allemaal. De zelfhatende Nederlander in het buitenland. Zodra we in de Parijse metro iemand het over een sak’re koer horen hebben, iemand due expresso’s horen bestellen of iemand luid horen oreren dat Santa Claus dus echt wel gebaseerd is op onze Sinterklaas krimpen we collectief ineen. Wat érg! Tenslotte zijn we zelf ster-ogige wereldburgers, idealistisch maar op de hoogte van wat er speelt op het wereldtoneel, nieuwsgierig en tolerant, bereid nieuwe dingen te

proberen en respectvol naar andere talen en culturen toe. De rest van Nederland niet. De rest van Nederland is bekrompen en eet in Shanghai bij de McDonald’s. De rest van Nederland praat gewoon harder als hun gebroken Engels niet wordt begrepen. Behalve wij! Wat zijn jij en ik globetrotters, lezer. Wat zijn inheemse bewoners blij om ons een biertje te mogen komen brengen of ons de weg te mogen wijzen. In een Taiwanees dim sum restaurant in Soho bevond ik me toevalligerwijs aan een tafel naast een verzameling Nederlanders die wantrouwig in hun dumplings prikten met hun eetstokjes. Het tafereel getuigde van een zeldzaam Hollandse droefenis. In het Engels gnuifde ik met mijn tafelgenoten over zoveel tentoongespreide treurigheid, tot één der tafelgenoten zo enthousiast char siu bao tot zich trachtte te nemen dat één van haar eetstokjes spontaan in tweeën brak. Enkele van de aanwezige Londenaren staarden zwijgend naar onze tafel, maar wat nog veel erger was: de groep Nederlanders keek naar ons met de blik die ik zo goed kende. De blik die me volledig door de grond deed zakken van ironie. Het was de blik van de zelfhatende Nederlander in het buitenland. Ze zeiden niets, maar ik wist wat er door hen heen ging. Alsof afgesproken gnuifden we daarna niet meer over de tafel naast ons. In de trein terug naar banenzoektocht, scriptie en afwas las ik in The Daily Telegraph dat ons aller minderheidskabinet gevallen was. Zo blijkt maar weer dat je uiteindelijk helemaal niet naar het buitenland hoeft om een zelfhatende Nederlander te zijn. Dat gaat in eigen land zo mogelijk nog makkelijker. Anne van de Wijdeven Masterstudent literatuurwetenschap


26 april 2012 · Mare 3 Mensen

Foto’s Maarten Hartman

Weer wordt de vete uitgevochten De rugbyderby Leiden-Delft Zaterdag speelde het Leidsch Studenten Rugby Gezelschap (LSRG) de finale van de Nederlandse studentenbeker tegen het Delftse DSR-C. ‘Telkens denk ik: nog één wedstrijd… Mijn vrouw gelooft dat inmiddels niet meer.’ Door Marleen van Wesel Met

een luid ‘Hee pik, waar is je das?’ begroeten de spelers elkaar zaterdagmiddag voor de Leidse koffiezaak Lebkov. ‘Rugby is a gentleman’s sport’, verklaart geschiedenisstudent Hans Nielsen (20). De stropdas, die je moet verdienen, is heilig. De glimmende auto’s, soms zelfs met kinderzitjes, waarmee LSRG naar Utrecht afreist, verraden dat niet alle leden nog studeren. Teamoudste en dertiger Paul Langereis: ‘Rugby is geen sport die je in vier of vijf jaar volledig beheerst. Er zijn enorm veel regels en bovendien is het handig om wat oudere, bredere kerels in je team te hebben.’ Ergens wil hij na veertien jaar wel eens stoppen. ‘Telkens denk ik: nog één wedstrijd… Mijn vrouw gelooft dat inmiddels niet meer. Maar hier wordt een oude vete uitgevochten.’ Nielsen: ‘Dit is een klassieke vedettepot.’ In de poulefase verloor Leiden nog nipt van DSR-C, dat een klasse hoger speelt. ‘Maar vandaag kunnen we best winnen’, voorspelt Langereis als hij onderweg de ruitenwissers van zijn Lexus nog eens aanzet. ‘Bovendien wordt het een prachtige, zonnige dag,’ Onlangs ging LSRG nog op trip naar Wales. Nielsen: ‘Daar speelden we tegen woeste kale reuzen. Wij waren kleiner, maar wel sneller.’ Rechtenstudent Wout Schrama (20): ‘Het mooie aan rugby is dat er altijd een

sfeer van wederzijds respect hangt. Je hoort niemand schelden, zeker niet tegen de referee. Hoe hard we ook op elkaar tekeer gaan, in de derde helft zijn we allemaal kameraden.’ Onder een dreigende lucht vangt de finale aan. Toegebruld door hun supporters grijpen de Leidenaren de bal na een line out, waarbij beide teams een speler in de lucht gooien om een ingeworpen bal te vangen. Verrassend snel belandt de bal met een dropkick tussen de Delftse palen, waardoor LSRG met 3-0 voor staat. Nadat de bal even later ook nog over de tryline wordt gedrukt, staat het 8-0. Dan breekt de zon door en vervolgt het spel onder een helblauwe lucht. Die voorspelling van Langereis klopt alvast. Schrama kan enige verbazing nauwelijks onderdrukken. ‘Zou het dan toch?’ Even later komt de bal gevaarlijk dicht bij de tryline van Leiden. Met een maul, waarbij de speler met de

bal omringd wordt door teamgenoten en de groep als een traag maar robuust geheel over het veld schuifelt, probeert LSRG een score door Delft te voorkomen. Tevergeefs, de eerste helft eindigt met 8-5. Schrama, zijn gezicht weer in de plooi, is tevreden. ‘Nog niemand van ons is het veld uitgeslagen. Dat is mooi.’ Een aantal supporters op krukken illustreert dat fysiotherapeute Anne Cruijsen (23), die altijd met het team meegaat, soms echter hard nodig is. Cruijsen: ‘Ik studeer fysiotherapie en een studiegenoot wees me tijdens 3 October op deze functie. De volgende ochtend kon ik ineens de handen uit de mouwen steken tussen veertig brede gasten.’ Schrama: ‘Meestal wrijft ze een paar keer over de zere plek en dan is het weer goed. Geen idee hoe ze dat doet.’ Voorlopig hoeft de enige dame van de Leidse afvaardiging alleen aan te moedigen. Na de rust lopen Delftse aanval-

len richting de tryline aanvankelijk uit op penalty’s voor Leiden. Al snel staat het 13-5, even later 20-5. Maar de tegenstanders ruiken wraak. Her en der slingeren ze LSRG’ers bruut door de lucht. Geheel volgens het motto ‘Wij slopen’ op hun shirts, gesponsord door een klusbedrijf, stevenen ze af op de Leidse tryline. Na een scrum wordt het 20-10, daarna 20-15 en al snel 20-17. Tien minuten voor het einde van de wedstrijd weet LSRG met een dropkick de voorsprong iets te vergroten tot 23-17. Schrama haalt opgelucht adem. ‘Nu zit er minimaal een try tussen.’ De opluchting is maar van korte duur. Delft slaat terug. Een try (de rugbyvariant van een touchdown) maakt het 23-22 en vier minuten voor het einde van de wedstrijd, haalt Delft Leiden in met 23-24. Het laatste fluitsignaal dat de ondergang bevestigt, lijkt maar niet te komen. De Leidenaren klampen zich

vast aan de benen van DSR-C’ers en laten zich meters voortsleuren door het gras en de modder. Nu en dan wordt een DSR-C’er vakkundig het veld af gejonast. Met enig resultaat: een laatste penalty voor Leiden. De penaltynemer bukt om zijn veters tergend langzaam te strikken. Voor het eerst in de wedstrijd verstomt en het gebrul langs de zijlijn. Onder een doodse stilte schopt hij de bal. Net langs de verkeerde kant van de paal. Terwijl de spelers van LSRG zich verbijsterd laten neerstorten in het gras, kijkt Nielsen even op zijn telefoon. ‘Jongens, het kabinet is zojuist met ons ten onder gegaan!’ Nadat iedereen is opgekrabbeld vormen de LSRG’ers, met bebloede knieën, hun witte sportbroeken onder een laag modder, een erepoortje voor DSR-C. Nielsen: ‘Dit was een pot voor in de boeken. Volgens mij voelen we deze klap morgen pas.’ Schrama: ‘Nu gaan we fucking veel vlees eten. Misschien winnen we de derde helft nog wel.’ Terwijl de spelers afdruipen naar de kleedkamers staat de fysiotherapeute al in de kantine te barbecueën met de reserves en de supporters, die zich op grote kannen bier storten. In een hoek zet de rockband Huub Hefner and the Sex Offenders een nummer van de Stones in. Twee leden van de Utrechtse Studenten Rugby Society, die als derde eindigde, springen op tafel en trekken onder een bierdouche en luid gezang van de rest van de zaal hun kleren uit. ‘Dit is de zumba’, verklaart Schrama. ‘Nadat je voor het eerst gescoord hebt, verdien je zo je stropdas.’ In Leiden gaat het er nog wat ruiger aan toe. ‘Daar rennen we altijd naakt een rondje om het Rapenburg.’


4  Mare · 26 april 2012 Nieuws

Faculteit stopt met nieuwbrief Forum, de nieuwsbrief van de faculteit Geesteswetenschappen verscheen vorige week voor het laatst. Geesteswetenschappendecaan Wim van den Doel verklaart de reden, het dalende aantal lezers en geringe bereik, in het laatste nummer als volgt: ‘Het probleem was simpelweg dat er teveel nieuwsbrieven zijn gekomen en die vele nieuwsbrieven op hun beurt weer zijn ondergesneeuwd in de lawine van e-mails waarmee we iedere dag te maken hebben.’ Hij zoekt nog naar alternatieve methoden om studenten en medewerkers op de hoogte te houden van actuele zaken, zoals het dossier Studiesucces. Sinds enige tijd heeft de decaan een twitteraccount, namelijk @vddoel, maar hij staat open voor andere suggesties.

Loopbaanbeleid goed Een aantal docenten bij Rechten klaagde vorige maand over het gebrek aan kennis bij afdelingen over het nieuwe facultaire loopbanenbeleid voor het wetenschappelijk personeel. Tijdens de faculteitsraad van maandag bleek dat het stuk bekender is bij de medewerkers dan door de docenten ingeschat. Het beleid lijkt bovendien te werken, blijkt uit een evaluatie. ‘Het beleid heeft redelijk goed gefunctioneerd’, aldus bestuurslid Kees Pafort. ‘De wetenschappelijke directeuren gaan zorgvuldig met de notitie om en zijn begonnen om bevorderingsverzoeken van hun instituut langs de lat van de notitie te leggen.’ Weet de facultaire werkvloer ook hoe het zit? ‘We kregen van de wetenschappelijke directeuren de indruk dat de meeste medewerkers wel op de hoogte waren. We hebben er wel veel aangedaan om het beleid bekend te maken.’ Docent bedrijfswetenschappen René Orij erkende dan eerder gedacht. ‘Er kwamen nog al wat collega’s op mij af om te vertellen over hun ervaringen. Ik zou ook graag in de evaluatie meer willen zien over hoe medewerkers de procedure ervaren.’

Requisitoir De Leidse rechtenstudent Allard Altena heeft vrijdag de Nationale Requireerwedstrijd gewonnen. Requireren is wat een officier van justitie aan het begin van een rechtszaak doet: hij of zij houdt op basis van het strafdossier een pleidooi over wat er is gebeurd, en formuleert aan de hand daarvan een strafeis. Het vijftien minuten durende requisitoir van Altena werd door de jury geroemd om zijn retoriek en zijn evenwichtige betoog. Ook diende hij de voor de wedstrijd opgetrommelde topadvocaat Cees Korvinus afdoende van repliek. Zijn overwinning levert hem een plek op bij een speciale achter-de-schermenweek voor talentvolle rechtenstudenten.

Speuren naar Rembrandt Leidse archeologiestudenten gaan de komende tijd op zoek naar sporen van het huis waar Rembrandt ter wereld kwam. Ze hopen daarmee de oorspronkelijke ligging exact te kunnen bepalen. Ongeveer is dat al bekend, getuige de gevelsteen op een modern appartementencomplex in de Weddesteeg die verwijst naar het geboortehuis van de schilder. Het complex hoeft niet te wijken voor het onderzoek, want de oorspronkelijke bebouwing stond verder naar voren, op de steeg zelf.

Skiffkampioen Nicole Beukers (21) heeft namens Njord het Nederlands Kampioenschap in de skiff gewonnen. In een groot deelnemersveld trad ze op zaterdag na twee voorrondes naar voren als grote favoriet voor de finale; met 7.56.47 noteerde ze de snelste tijd. Op zondag volgde de halve finale, waar ze wederom al haar concurrenten voorbleef. Ze sloot de dag soeverein af met een tijd van 7.49.82, ruim vijf seconden sneller dan de nummer twee.

Dramatische taaltoets Meer dan helft rechtenstudenten haalt onvoldoende Meer dan de helft van de eerstejaars rechtenstudenten heeft een onvoldoende gehaald voor de taaltoets. Het bestuur vindt de resultaten ‘dramatisch’ en wil volgend collegejaar scherpe consequenties verbinden aan het zakken voor de toets. Door Vincent Bongers Dit bleek tijdens de faculteitsraad van maandag.

De raad steunt het beleid. Deelname was dit jaar al verplicht, maar aan onvoldoendes werden echter nog geen consequenties verbonden. Vanaf volgend collegejaar moeten de studenten de toets halen om door te stromen. Zij krijgen hiervoor in totaal vier pogingen. Lukt het dan nog niet, dan is het einde oefening. In november vorig jaar maakten 998 studenten de toets. 55 Procent van hen slaagde er niet in om de 78 van de 95 punten te halen die nodig

Het woord is aan u > Vervolg van de voorpagina In de Eerste Kamer zorgde dat voor een motie die de ongelijkheid tussen deel- en voltijders moest wegwerken. Vorige week dinsdag heeft Zijlstra de onderwijscommissie van de Senaat uitgelegd dat deze benadeelde groep aanspraak kan maken op gelden uit het profileringfonds, een pot geld voor studenten die vertraging hebben opgelopen door bijzondere omstandigheden. Een tijdelijke oplossing, want Zijlstra wou een soort studiebonnen invoeren voor deeltijders. Knelpuntberoepen zoals leerkracht of verpleegkundige zouden die bonnen dan voordeliger kunnen krijgen dan deeltijders die voor minder arbeidsmarktfähige opleidingen opteren. Deze zogeheten leerrechten zouden pas in 2017 worden ingevoerd. Het is maar de vraag of dat dan nog aan de orde is. Daarbij dient opgemerkt dat Balkenende al sprak over leerrechten voor het gehele onderwijs. Tot slot zijn daar de prestatieafspraken waarbij de universiteiten kans maken op extra geld als ze tegemoet komen aan bepaalde criteria, zoals studiesucces of aantal contacturen. Hoewel dit door verschillende juristen ongrondwettelijk is genoemd wil zowel Zijlstra als de Vereniging van Universiteiten er verder mee aan de slag. In het Catshuisplan stond dat deze beloningen geschrapt zouden worden. De vraag is nu of dit ook gebeuren zal. Arie Slob, Chris-

tenUnieleider vroeg daar dinsdag tijdens het crisisdebat helderheid over van VVD’er Stef Blok. Deze bleef echter uit. ‘Ik ga ervan uit dat de prestatieafspraken nog steeds zullen blijven staan en voor 1 mei naar de staatssecretaris zullen worden gestuurd’, zei rector Paul van der Heijden maandag tijdens de universiteitsvergadering. De student met studievertraging zal zich dus voorlopig niet onder de langstudeerboete weten uit te komen. En wie nu zestien is, zal waarschijnlijk nooit een klassieke beurs ontvangen. Tenzij de SP almachtig wordt. Het woord is nu weer aan u. TB

zijn voor een voldoende. De herkansing in januari 2012 verliep iets beter, maar de meeste herkansers haalden weer geen voldoende. Waar gaat het mis? Eigenlijk gaat vrijwel alles fout, maar vooral met de leesvaardigheid en tekstbegrip van de eerstejaars is het heel slecht gesteld. Maar liefst 87 procent van de deelnemers scoorde een onvoldoende op de deeltoets leesvaardigheid. En daar maakt het rechtenbestuur zich grote zorgen om. ‘Als het daar-

aan schort, kun je echt in de problemen komen’, zei portefeuillehouder onderwijs Pauline Schuyt. ‘Als een student een wettekst leest en niet weet wat het verschil is tussen mits en tenzij, dan kan dat desastreuze gevolgen hebben.’ Het gaat vaak in de discussie over taalvaardigheid over d’s en t’s. ‘Maar dat kun je nog oplossen door iemand jouw tekst te laten nakijken. Voor andere spellingsproblemen is er de spellingcontrole op de computer.’ Zo’n oplossing is er niet voor een gebrek aan taalbegrip. Juist door de slechte resultaten voelt het rechtenbestuur zich gestrekt om het taalbeleid voort te zetten. ‘We zetten hard in met de taaltoets maar we blijven deze weg volgen. Er moet iets gebeuren aan de taalvaardigheid.’ Het bestuur heeft de lat wat betreft de normering hoger gelegd dan vorig jaar. ‘Eigenlijk moet je Nederlands foutloos zijn als je hier studeert.’ Gezakte studenten konden voor 20 euro een cursus volgen. ‘We zijn heel teleurgesteld dat daar niemand op is afgekomen. Ook voor de organisatoren was dat heel vervelend. Wij hebben als faculteit een aanbod gedaan, dat is niet aanvaard.’ Er zijn wel oorzaken aan te wijzen voor het massale wegblijven van cursisten. ‘Dit jaar was de toets verplicht maar niet verbindend. De indruk bestaat dat studenten nu dachten: “Het zal allemaal wel.”’ Veel studenten dachten zelf ook dat ze een voldoende hadden gehaald. ‘Dat viel dus zwaar tegen.’ Ook zat er tussen de toets en de herkansing een tentamenperiode. Er komt volgend jaar meer ruimte tussen taaltoets en de herkansing. Verder komt er in de tutorgroepjes nog meer aandacht voor taal. ‘Even een cursusje doen, is wellicht niet voldoende voor elke student’, zei Alex Neumann van studentenpartij SGL. Schuyt: ‘Als het niet lukt om in twee maanden het gat naar een voldoende te overbruggen dan vraag ik me af of je hier wel kunt studeren. Dat is ook het signaal dat we willen afgeven.’

DUO, bedankt nog! Een bruiloft, een MacBook Air, vliegtuigtickets, het opknappen van een oude Mercedes, het lidmaatschap van een studentenvereniging en liters bier: allemaal zaken die studenten betaald hebben van hun studiefinanciering. En daar zijn ze DUO dankbaar voor. Op www.duobedankt.nl kun je je dankwoorden kwijt, met vermelding van het geleende bedrag en een foto van je trouwdag of je vakantie. Initiatiefnemers Christian van Ommeren en Adriaan van Rossum vinden het tijd dat er eens wat positiefs over de overheid gezegd wordt. Ze vinden het geen lange neus naar staatssecretaris Halbe Zijlstra, die

onlangs de leenangst onder studenten bagatelliseerde met een waarschuwing van Plasterk uit 2009 dat studenten niet te veel moeten lenen en zeker niet voor wereldreizen en televisies. Van Rossum, die zelf bijleende voor een motor: ‘Iedereen snapt dat studiefinanciering niet toereikend is voor het studentenleven. We vullen het zelf aan door te werken en de meeste studenten worden gedeeltelijk gesponsord door hun ouders. Zo kun je je kamer, collegegeld en studieboeken betalen. En een mooie televisie.’ DUO-medewerker Henk Bakker weet het initiatief te waarderen. ‘Gelukkig begrijpen we bij DUO niets van ironie, dus dit initiatief is gewoon leuk’. MvW

Docenten mogen colleges kuisen Rechtendocenten wier college beschikbaar wordt gesteld op de site van de faculteit, mogen hun verhaal voor publicatie eerst inzien en eventuele ongelukkige uitspraken verwijderen. Dat bleek maandag tijdens de faculteitsraadvergadering. De faculteit wil meer gebruik gaan maken van zogeheten weblectures op Blackboard. Al in eerder stadium hadden docenten in de raad vragen gesteld over de online colleges. Ze vroegen bijvoorbeeld of onhandige opmerkingen daaruit konden worden

geknipt. ‘Dat kan’, aldus portefeuillehouder onderwijs Pauline Schuyt. ‘Soms kun je in het vuur van het betoog dingen zeggen die misschien niet helemaal politiek correct zijn.’ De mogelijkheid ter correctie dient dan ook als bescherming van de docent. Verder wilde de raad weten van Schuyt of er veel online wordt gekeken naar de colleges. ‘De kijkcijfers vertonen, en dat zal niemand verbazen, een piek voor tentamens en hertentamens. Ze worden in ieder geval wel bekeken ter voorbereiding op tentamens. Dat lijkt ons een positieve zaak.’ Of de lectures ook hogere

slagingspercentages met zich meebrengen, is volgens Schuyt niet in te schatten omdat ‘er teveel variabelen een rol spelen.’ Niet alle afdelingen staan te juichen om online beschikbaar gemaakt te worden. ‘Sommige vakken zijn heel enthousiast, die nemen nu al vrijwillig colleges op. Anderen zijn wat terughoudender.’ Het bestuur moet nog een standpunt innemen over het wel of niet verplicht stellen van de weblectures. Daar gaan we nog met de opleidingen een discussie voeren.’ Binnenkort stuurt het bestuur een notitie over het onderwerp naar de raad. VB


26 april 2012 · Mare 5 Nieuws

Geen extra bestuursmaanden Verenigingen zijn boos In ruil voor stevige bezuinigingen zouden studenten- en studieverenigingen extra bestuursmaanden krijgen. Maar volgens het college is de pot leeg, bleek maandag tijdens de universiteitsraad. Door Vincent Bongers ‘We hebben heel

diep in ons eigen vlees gesneden’, zegt Stijn van den Wijngaard, bestuurslid van de Plaatselijk Kamer voor Verenigingen (PKvV), over de onderhandelingen met het college over een nieuwe regeling bestuursmaanden. ‘Er is echt flink bezuinigd. Maar we verwachtten naast heel veel zuur ook een beetje zoet. Nu blijkt het alleen heel veel zuur te zijn.’ De maanden zijn bevroren en de bestuurders zijn hun ov-vergoeding kwijtgeraakt. De beurzen zijn vastgesteld op 250 euro voor uitwonenden en 90 euro voor studenten die thuis wonen. De bedragen zijn bevroren en variabelen zijn uit de regeling gehaald. Het college heeft een maximum van zeven ton ingesteld. Het gat tussen het totaal aan uitgaven in

Singelloop goed bezocht

de nieuwe regeling en deze zeven ton zou op voet van 80/20 verdeeld worden tussen het Studieverenigingen Overleg Platform (StOP) en de PKvV. Volgens de studenten is er nog wel geld beschikbaar. ‘Hoe hoog het bedrag is, weten we niet. We vinden alleen wel dat het geld er moet komen. Tijdens de onderhandelingen is ons ook niet verteld dat er mogelijk geen extra bestuursmaanden zouden komen.’ De SGL-CSL studentenfractie in de universiteitsraad wilde maandag van het college weten hoe het nu zit. Volgens vicerector Simone Buitendijk is er vorig jaar 59 duizend euro meer uitgegeven aan bestuursmaanden dan de limiet van zeven ton. ‘Er valt nu wel geld vrij door de nieuwe regeling. Maar als je dat bedrag er af haalt kom je toch weer rond de 700 duizend uit. We weten niet of er nog ruimte is voor extra maanden. We zeggen wel toe dat als het geld er wel is, het niet aan iets anders wordt uitgegeven.’ Volgens Tim Fleur van de SGLCSL is nu ook het probleem dat de verenigingen geen inzicht krijgen

over eventuele extra maanden. ‘Het zou fijn zijn als er een schatting wordt gemaakt. Want anders kan het niet gebruikt worden waar het voor bedoeld is. Ik vind het vreemd dat de berekening nog niet gemaakt is.’ Buitendijk: ‘Het lijkt vrij zeker dat er niet meer bestuursmaanden zijn. We gaan geen extra geld uitgeven dat er niet is.’ Fleur begrijpt niet hoe er geen geld over kan zijn. ‘Ik snap het gewoon niet. Tijdens de onderhandelingen werd toch de indruk gewekt dat er ruimte was voor extra maanden.’ Volgens de vicevoorzitter van het college en financieel specialist Willem te Beest, zijn er vorig jaar al teveel middelen toegekend. ‘En blijft er waarschijnlijk niets of heel weinig geld over voor de extra bestuursmaanden.’ Van den Wijngaard is het niet eens met de lezing van het college: ‘Het is heel pijnlijk om te merken dat maar een deel van de onderhandelingsresultaten wordt uitgevoerd. En dat terwijl het juist zo’n hoopvolle samenwerking met het college was. Het was eigenlijk een handreiking voor niets.’

Vrijdag werd Leiden weer omsingeld door horden sportfanaten die hun best deden de 6,5 kilometer zo snel mogelijk af te leggen. Van de bijna vijfduizend deelnemers eindigde de zestienjarige Noah Schutte als eerste, de jongste winnaar ooit. Foto Taco van der Eb

Streakende Minervanen terechtgewezen Het gezelschap India Orientalis dat op woensdagavond 14 maart in het deftige Haagse Hotel Des Indes collectief de broek liet laten zakken is inmiddels bestraft. De interne Raad voor de Rechtspraak zocht het incident uit, het vonnis werd onlangs geveld. Daarmee is het tijdelijke ‘tentverbod’ dat voor de leden van het gezelschap gold, voorbij. Wat het vonnis precies was, wil preses Guido van Rooy niet zeggen. Wel kan

hij bevestigen dat alles nu ‘gesmoord is’. Ook heeft hij een gesprek met de universiteit gehad over het incident, maar daar wil hij liever niet op in gaan omdat hij daarover eerst overleg moet plegen met de universiteit of hij er wel iets over mag zeggen. ‘Het is allemaal afgehandeld. Alle partijen kunnen nu weer overgaan tot de orde van de dag.’ Heeft hij nog ideeën over hoe dit soort incidenten tegen te gaan in de toekomst? ‘Daar ben ik me nog over

aan het beraden.’ Wat is de aanpak bij nog zo’n overtreding? ‘Ik denk niet dat ze het nog eens gaan doen, vanwege het gezichtsverlies voor hun gezelschap en de vereniging.’ Caroline van Overbeeke, woordvoerder van het college van bestuur, bevestigde dat de voorzitter ter verantwoording is geroepen, maar wil niet op de inhoud ingaan. ‘Maar het is niet ongebruikelijk dat de universiteit en de verenigingen over en weer contact hebben na incidenten.’ JL

‘Brede bachelors mislukten eerder’ ‘Ik ben niet per se tegen een brede bachelor,’ zegt Ton van Haaften, hoogleraar Taalbeheersing. ‘Maar het ligt er enorm aan hoe die opleiding vormgegeven wordt.’ Vorige week donderdag sprak hij op het debat Buitenlandse talen – handelsmerk of overbodige luxe? aan de Campus Den Haag. Fried Keesen is als Director of Education van het Utrechtse University College nog veel bredere bachelors gewend dan het Leidse alternatief waarin de opleidingen Frans, Duits en Italiaans samengaan. Dat de opleidingen in die constructie hun zelfstandigheid verliezen, is door betrokkenen fel bekritiseerd. Keesen: ‘Een voordeel is dat studenten uiteindelijk verschillende methodes op waarde kunnen schatten.’ Volgens Van Haaften sluit dat prima aan bij de groeiende behoefte aan vergelijkend onderzoek in het taalonderwijs. Naast voordelen ziet hij wel praktische bezwaren. ‘Het klinkt misschien niet onredelijk om een aantal kleine opleidingen te combineren tot één sterke grote, maar in de jaren tachtig is zo’n poging ook mislukt. De opleidingen die toen overbleven zijn kwalitatief alleen maar achteruit gekacheld. Kwantitatief ook: in de praktijk trek je niet alle studenten naar die ene plaats.’ Naast het verleden wordt volgens hem ook de toekomst te veel buiten beschouwing gelaten. ‘In de jaren

tachtig zag men Chinees als een of andere esoterische taal met vier studenten, nu is dat een bloeiende studie. En Duits, momenteel een kleine studie, is de grootste taal van Europa en bovendien die van onze belangrijkste handelspartner.’ Keesen: ‘Je weet niet hoe de wereld er over twintig jaar uitziet.’ Van Haaften: ‘Nu al is het een beetje naïef om te denken dat je er met Engels wel komt. Daarvan bestaat namelijk niet één soort die momenteel als lingua franca dienst doet. Wie Engels spreekt met een Fransman of Arabier heeft enige kennis van zijn taal en cultuur nodig om hem echt te begrijpen. Je stemt daar onbewust je keuzes in het Engels op af.’ Dat is volgens beide sprekers overigens geen argument tegen de brede bachelor. Van Haaften: ‘Juist dat vergelijkende aspect is hier van toepassing.’ Mits studenten uiteindelijk de diepte in kunnen, ziet hij zelfs een oplossing voor zijn grootste zorg, de geleidelijke afname van studenten, staf en kennis. ‘Maar dan moeten studenten wel naar die opleiding getrokken worden.’ Ook daar ligt volgens Keesen een taak voor brede bachelors. ‘Ze zijn het perfecte antwoord op de perverse prikkels waardoor studenten vaak voor de verkeerde opleiding kiezen. Ze vormen een kader waarbinnen je je later pas focust. Zo zal het kwaliteitsverlies uiteindelijk wel loslopen.’ MVW

Studenten hekelen nota studiesucces Met alarmerende e-mails getiteld ‘Red Geesteswetenschappen’, een petitie en Facebookevents riepen studieverenigingen hun leden op om de faculteitsraad te bezoeken voor een punt dat aanvankelijk niet eens op de agenda stond: het dossier studiesucces. Zitplaatsen waren er gistermiddag te weinig, waardoor faculteitsdecaan Wim van den Doel na het openen van de vergadering te midden van alle drukte even wankelde op zijn stoel. ‘Deze is eigenlijk kapot, maar het was de laatste.’ Commentaar op het plan was er des te meer. Studentenraadslid Skander Mabrouk (LVS) bekritiseerde namens de studentenpartijen vooral de voorgestelde compensatieregeling, waarbij een propedeusediploma al behaald kan worden met vijftig van de zestig studiepunten, mits een aantal hoge cijfers de onvoldoendes compenseren. Ook tegen het zere been van de studenten is het voornemen om herkansingsmogelijkheden te beperken. De nota studiesucces motiveert dergelijke maatregelen met onderzoeken waaruit blijkt dat studenten beter presteren wanneer ze zich op minder zaken tegelijk hoeven te concentreren. Ook zou de wetenschap dat ze slechts één kans voor een tentamen krijgen, hun prestaties verhogen. Studentenraadsleden en de aanwezige studieverenigingen erkennen het achterliggende probleem van vertraging en uitval bij geesteswetenschappenstudenten. Slechts zeventien procent haalt in drie jaar het bachelordiploma en slechts dertig procent van de studenten rondt een eenjarige master daadwerkelijk in die tijd af. Maar de huidige plannen willen ze van tafel en ze wensen inspraak bij het bedenken van alternatieven. Mabrouk: ‘De oplossing kan ook worden gezocht in meer persoonlijke begeleiding.’ Van den Doel wierp tegen dat er momenteel niet voor niets al sprake is van een 3.3-versie van het plan dat in september is opgezet: ‘In de faculteitsraad is het wel degelijk voortdurend besproken.’ Assessor

Geesteswetenschappen Arjen Liemburg illustreerde de wens om meer inspraak bovendien, door te wijzen op een meedenkbijeenkomst voor studenten aanstaande dinsdag 1 mei, waarvoor zich nog maar vier studenten hebben aangemeld. Studentenraadslid Marc Newsome (BeP) vindt de mate waarin tot nu toe, en waarschijnlijk ook op de meedenkbijeenkomst, naar studenten wordt geluisterd echter een wassen neus. ‘We zien in de meest recente versie nog maar weinig terug van ons commentaar.’ Faculteitsraadslid Eep Franken nuanceerde het geringe aantal aanmeldingen. Alleen studieverenigingsbesturen en studentenraadsleden kunnen zich daarvoor aanmelden. Een inhoudelijke reactie op de genoemde alternatieven wilde Van den Doel in mei pas geven, wanneer studiesucces alvast wel op de agenda staat. MVW

Harvard plugt Open Acces De teller van de Elsevier-boycot op TheCostofKnowledge. com is inmiddels de tienduizend overschreden. De wetenschappers die boos zijn op het uitgeversconcern kregen deze week krachtige hulp. De prestigieuze Harvard University is het zat om tienduizenden euro’s abonnementsgeld per tijdschrift te betalen, en stuurde haar personeel een memo. Harvard roept haar wetenschappers op om in de vrij toegankelijke Open Access-bladen te publiceren. De wetenschappers die in de redactie van een vakblad zitten, kregen het verzoek om de inhoud van die bladen open acces te maken. ‘Overweeg op te stappen als dat niet kan’, aldus de brief. Het aanhouden van de bladen van grote wetenschappelijke uitgevers als Elsevier en Kluwer is ‘financieel onhoudbaar.’ Harvard is de rijkste universiteit ter wereld, en maakte in 2011 bekend een pot geld van 32 miljard dollar te beheren.


6  Mare · 26 april 2012 Achtergrond

Uitzetcentrum Airport Rotterdam, uitgeprocedeerde asielzoekers worden per charter uitgezet naar Irak, begeleid door Koninklijke Marechaussee. Foto Joost van den Broek/HH

De aanhouder wint Asielbeleid werd helemaal niet steeds strenger, betoogt historicus Er gaapt een gat tussen papier en praktijk van het Nederlandse asielbeleid. ‘Het is een soort spel’, zegt historicus Tycho Walaardt. ‘Stoere taal en een humanitaire uitkomst gaan vaak samen.’ Door Vincent Bongers Asielzoekers met een lange adem krijgen, ondanks de stoere taal van politici, toch vaak toestemming voor verblijf in Nederland. Dat blijkt uit onderzoek van historicus Tycho Walaardt (1975), die deze week promoveert op een studie naar het gat tussen papier en praktijk bij asielaanvragen tussen 1945 en 1994. ‘De Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) wijst veel asielzoekers af en wacht dan af wat er verder gebeurt’, zegt Walaardt die in 2000 en 2001 aan deze dienst verbonden was. ‘De sfeer van de gesprekken is vaak negatief. Bij de IND probeer je door het verhaal van de asielzoeker heen te prikken. Veel asielzoekers huilen tijdens de verhoren, maar daar leer je mee omgaan. Troost ze eerst, maar daarna moet het verhaal wel op papier. Het geeft ethische dilemma’s. Soms weet je dat iemand liegt, maar hoe schrijf je dat op in mijn rapport? Dat doe je natuurlijk wel, maar tegelijkertijd weet je dat het vaak zielige mensen zijn. Dat een asielzoeker uit een ander land komt dan hij zegt, betekent natuurlijk niet dat hij geen goede reden heeft om asiel aan te vragen. Asielzoekers vertellen ook wat ze denken dat de IND wil horen. Maar dat is wel te begrijpen.’ Voordat hij bij de IND werkte, was Walaardt vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk. ‘Toen gaf ik adviezen aan asielzoekers die nog een nader gehoor bij de IND moesten ondergaan. Door deze achtergrond werkte

ik anders dan veel van mijn collega’s bij de dienst.’ Na een afwijzing van de IND, volgt vaak een lang en slopend debat. ‘De analyse daarvan is de kern van mijn proefschrift. Er ontstaat op een gegeven moment een patstelling tussen asielzoeker, advocatuur, rechters, ambtenaren en mensen die zich inzetten voor de asielzoekers, en personen die juist brieven schrijven om asielzoekers niet toe te laten.’ Is het niet jammer dat zijn onderzoek ophoudt in 1994? Wallaardt: ‘Ik werk vooral met persoonsdossiers van Justitie en en had alleen toegang tot die dossiers tot aan dat jaar. Latere dossiers kon ik alleen gedeeltelijk inzien. Het gaat mij vooral om het debat tussen de voorstanders en de tegenstanders van toelating. Ik wilde ook de brieven van hen die opkomen voor asielzoekers of juist niet kunnen bekijken.’ Volgens Walaardt heeft Nederland altijd op papier een streng asielbeleid gevoerd: alleen echte vluchtelingen worden toegelaten. ‘Het beleid wordt ook niet steeds aangescherpt, zoals sommige politici willen doen geloven. Het was altijd al lastig om als vluchteling erkend te worden. Toch vinden asielzoekers vaak een manier om zich in Nederland te vestigen. Er zit dus een gat tussen beleid en praktijk.’ Er worden steeds andere manieren gezocht en gevonden om mensen in Nederland toe te laten. ‘In de periode van de Wederopbouw trok de arbeidsmarkt aan. Niet geloofwaardige en niet vervolgde asielzoekers, in de ogen van Justitie dan, kregen toch toegang omdat ze werk vonden.’ Begin jaren zeventig ging het economisch slechter en werd er een andere manier gevonden om ze hier te houden. ‘We zagen het belangrijker worden van humanitaire redenen en zichtbaar was een

invloedrijke lobby, onder meer van kerken. Het is een soort spel waarin de aanhouder wint en uiteindelijk is dat vaak de asielzoeker.’ Hij geeft een voorbeeld van een Tamil uit Sri Lanka. Die was in de jaren tachtig, zoals veel Tamils, naar Nederland gekomen. Hij woonde in Lochem en kreeg geen asiel. Uitzetting naar Duitsland, het land waar hij eerst was terechtgekomen en eigenlijk asiel had moeten aanvragen, dreigde. Een plaatselijke kerk ving hem op en gaf hem onderdak. Hij werd na veel pijn en moeite uitgezet. Hij keerde weer terug naar Nederland omdat hij trouwde met een vrouw die hij in de kerk had ontmoet. ‘Maar er zijn natuurlijk ook asielzoekers die het wachten zat werden en vertrekken.’

‘Typisch Nederlandse oplossing: Niet uitzetten en ook geen vluchtelingenstatus geven.’ Ook in de jaren vijftig was officieel het beleid dat alleen echte vluchtelingen asiel kregen. De realiteit was anders. Eind jaren vijftig kwamen er drie Tsjechen tegelijkertijd via Duitsland Nederland binnen: een student, een vrouw en een zakenman. Ze hadden een vergelijkbare achtergrond en vroegen om toelating als vluchteling. ‘De vrouw trouwde met een Nederlander en kon op die manier blijven. De zakenman vond via zijn netwerk een baan en kreeg op economische gronden een verblijfsvergunning. De student, die volgens de Binnenlandse Veiligheidsdienst diep in het verzet zat en dus een echte reden had om te vluchten, werd uitgezet naar

Duitsland. Juist de actieve anticommunist kwam er niet in.’ Uitzetting wordt pas echt lastig als de lokale gemeenschap en de media zich ermee gaan bemoeien. Dat leidt dan tot dossiers vol kindertekeningen. ‘Toen het verzoek van een echtpaar met kleine kinderen uit Sri Lanka werd afgewezen, dienden ze op andere gronden een nieuwe aanvraag in. Er verscheen een brief van een familielid waarin stond dat zij werden gezocht in Sri Lanka. “Je kunt niet terugkomen”, luidde de boodschap. School, buurt en media gingen zich er vervolgens mee bemoeien. Klasgenootjes stuurden tekeningen naar de IND. De buurt liet in een brief weten dat de Sri Lankanen zich aangepast hadden en waren verwesterd. Uiteindelijk mocht de familie op humanitaire gronden blijven.’ Het is een geval dat lijkt op de zaak van het Afghaanse meisje Sahar in 2011. Zij woont al tien jaar in Nederland en mocht uiteindelijk blijven. ‘Dat had niets meer te maken met de oorspronkelijke reden waarom de familie asiel vroeg. Maar minister Leers stond zo onder druk dat hij haar moest laten blijven. Het lijkt een aanrader: “Pas je aan. Bouw een netwerk op.” Dat is een effectieve strategie. Al is dat wel moeilijker geworden omdat vluchtelingen steeds vaker in asielzoekerscentra belanden. Dat begon midden jaren tachtig met de Tamils. Daarna werd dat algemeen beleid. Daar bouw je uiteraard moeilijker contact op met Nederlanders. Het was een soort ontmoedigingstactiek.’ In de meeste asieldossiers lopen de spanningen niet zo hoog op. ‘Dat had bij de zaak Mauro ook gekund. Het ministerie had in mijn optiek naar manieren moeten zoeken om zijn zaak geruisloos op te lossen. Maar de oplossing is ook typisch

Nederlands: Niet het volle pond geven. Niet uitzetten en ook geen vluchtelingenstatus geven. Iedereen proberen tevreden te houden.’ De praktijk van het beleid is wel veranderd de laatste jaren.’De procedure gaat bijvoorbeeld sneller. Een grotere groep krijgt vlot te horen waar ze aan toe zijn. Asielzoekers kunnen hun zaak rekken, door een tweede aanvraag in te dienen.’ Er keren nu ook gedwongen asielzoekers terug naar bijvoorbeeld Irak. ‘Dat was tot voor kort ondenkbaar. In de periode voor 1994, de periode waarover mijn onderzoek gaat, werden er wel mensen uitgezet, maar dan alleen naar België en Duitsland, indien zij door die landen waren gereisd, maar zelden naar hun herkomstlanden. En dat ging al met veel drama gepaard. Nu wordt er een vliegtuig gehuurd en een hele groep asielzoekers wordt onder begeleiding van de marechaussee teruggevlogen naar het land van herkomst. Maar als een land van herkomst de mensen niet terugwil dan wordt uitzetten moeilijk. Ambtenaren van de IND dragen asielzoekers voor bij hun ambassade om papieren te krijgen zodat ze kunnen worden uitgezet.’ Er veranderde in de periode 19451994 best veel, constateert Walaardt. Maar er bleef ook veel gelijk. ‘Politici en beleidsmakers bepleitten een streng beleid, maar de praktijk was vaak milder. Stoere taal en een humanitaire uitkomst gingen vaak samen. De ambtelijke beslissers hoopten dat de uiteindelijke inwilliging geruisloos zou kunnen zijn, maar er was juist veel kabaal voor nodig voordat ze over stag gingen.’ Tycho Walaardt Sacré van Lummel, Geruisloos inwilligen, Argumentatie en speelruimte in de Nederlandse asielprocedure, 1945-1994. Promotie was dinsdag 24 april


26 april 2012 · Mare 7 Wetenschap

Attack van de killercellen Medicus Cees Melief probeert virussen preventief ‘bij de kladden grijpen’ Leidse onderzoekers werken aan een vaccin dat door virussen veroorzaakte kanker moet helpen genezen. Door Bart Braun Virussen zijn over het algemeen zo simpel dat het bijna saai is. Sliertje erfelijk materiaal, zakje eiwit eromheen, klaar. Ze zijn zo klein dat ze met een gewone microscoop niet zichtbaar zijn, en ze kunnen zich niet voortplanten zonder hulp van een levende cel. Maar zo klein als ze zijn, zo groot zijn de problemen die ze kunnen aanrichten. Beruchte doodmakers als aids en griep zijn het gevolg van virusinfecties. Er zijn ook virussen die kanker kunnen veroorzaken: de ‘maagdenprik’ die meisjes van twaalf sinds 2009 kunnen krijgen, beschermt tegen twee kankerverwekkende virussen. Vrouwen van boven de dertig wordt in Nederland gevraagd om mee te doen aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker (het ‘uitstrijkje’), en ook dat draait vooral om kanker die door virussen wordt veroorzaakt. De virussen in kwestie zijn humane papillomavirussen (HPV). Er zijn er zo’n 120 verschillende versies, netjes genummerd van HPV-1 tot HPV120. De meeste varianten veroorzaken helemaal geen symptomen, van anderen krijg je wratjes en van een paar boosdoeners – met name nummers 16 en 18 – kun je kanker krijgen. De reden dat die maagdenprik

zo jong moet, is dat de HPV-kankers vaak seksgerelateerd zijn: baarmoederhalskanker, schaamlipkanker, peniskanker. Mondkanker door HPV komt vaker voor bij mensen die veel orale sekspartners hebben gehad, en er is wel eens geopperd dat mensen die aan anale seks doen ook een anusuitstrijkje zouden moeten krijgen. Waar dat uitstrijkje precies genomen wordt, maakt verder weinig uit; de procedure blijft hetzelfde. Een verpleegkundige schraapt wat weefsel los, en dat gaat naar het lab. Daar zoekt iemand naar kankercellen, naar cellen die eruit zien alsof ze wel eens kankercel zouden kunnen worden, en naar kwaadaardige HPVvarianten. Dat laatste is niet per definitie slecht nieuws: bij veel mensen lost het immuunsysteem dat zelf op zonder dat er kanker ontstaat. Maar niet bij iedereen. Dat brengt ons naar de werkkamer van prof.dr. Cees Melief, verstopt ergens achterin het Leids Universitair Medisch Centrum. Hij werkt aan een vaccin tegen kankerverwekkende humane papillomavirussen; een vaccin dat moet genezen in plaats van voorkomen. In het Journal of Immunotherapy van deze maand beschrijft hij de stand van zaken. Melief: ‘Een preventief vaccin zorgt dat het lichaam antistoffen aanmaakt tegen een ziekmaker; zodat die bij de kladden gegrepen wordt nog voordat hij in een cel zit. Als je eenmaal geïnfecteerd bent, werkt zo’n vaccin niet meer, want dan zitten de virussen al

aan de binnenkant van een cel.’ Zijn vaccin is gericht op een andere aanpak van het afweersysteem: de zogeheten Killer-T-cellen. Aan de buitenkant van lichaamscellen zitten zogeheten HLA-eiwitten. Dat zijn een soort vlaggenstokken waaraan de binnenkant van de cel af te lezen is. De stoffen aan de binnenkant van de cel worden in stukjes geknipt, en buiten opgehangen aan de HLA’s. De Killercellen bepalen aan de hand van de geëtaleerde stukjes wat ze met een cel doen. Zit er een virus in de cel, dan zitten er als het goed is stukjes virus op de buitenkant, en dan eet de Killercel de besmette cel op. Vergelijk het met een studentenhuis: zolang er kerstbomen, ondergoed, fietsen of desnoods vlaggen aan de voorgevel hangen, is er niets aan de hand. Hangen er dode baby’s, dan doet de politie een inval. Het vaccin van Melief en zijn team bestaat uit middellange stukjes eiwit die lijken op de eiwitten van het papillomavirus. De zogeheten dendritische cellen verwerken die, en die sturen vervolgens de killercellen aan. Om de vergelijking door te zetten: je stuurt de hoofdcommissaris een setje foto’s, zodat hij goed uit kan leggen hoe de agenten het verschil kunnen zien tussen een plaspop en een echte baby. De eerste proeven, bij kleine groepen vrouwen met zorgwekkend weefsel in het uitstrijkje, verliepen gunstig, aldus Meliefs overzichtsartikel.

Om te zorgen dat het vaccin ook ooit echt bij patiënten terecht gaat komen, richtte Melief in 2004 het bedrijfje ISA Pharmaceuticals op; ISA voor Immune System Activation. De hoogleraar die een artikel schrijft over de werkzaamheid van een vaccin, is ook de hoogleraar die er baat bij heeft dat die werkzaamheid goed wordt beoordeeld. Keurt de slager hier zijn eigen vlees? ‘We hebben de afgelopen tijd gezien dat universitair onderzoekers ook zonder commercieel oogmerk de fout in kunnen gaan’, zegt Melief. ‘Voor mij is winst geen motivatie; ik wil gewoon zien dat dit vaccin aan de goegemeente ter beschikking komt, en dat het niet bij een puur academische trial blijft. De eisen die aan de productie van vaccins worden gesteld zijn zo hoog, dat de KWF Kankerbestrijding domweg het geld niet had. Van mij wordt natuurlijk volstrekte integriteit verwacht: je hoeft maar één faux pas te maken en je levenswerk ligt aan diggelen.’ Uiteindelijk hopen Melief en co het vaccin nog verder te kunnen verbeteren, zodat behandelaars het in combinatie met andere kankertherapieën kunnen toepassen. Voor het zover is moet er nog meer onderzoek gedaan worden: blind, gerandomiseerd en met grotere groepen patiënten. Alleen zit de economische crisis nog in de weg. ‘Elke investering wordt wel twintig keer tegen het licht gehouden. Ik had gehoopt dit sneller van de grond te hebben.’

Balansdag In het vakblad Family Practice beschrijven onderzoekers van TNO, het Voedingscentrum en het Leids Universitair Medisch Centrum het effect van twee Nederlandse campagnes om overgewicht tegen te gaan. Overgewicht kan ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid, en het blijkt ontzettend moeilijk om kilo’s die er eenmaal aan zijn gekomen er blijvend af te krijgen. Als je kan voorkomen dat mensen dikker worden, valt er dus een hoop te winnen. Om dat te bereiken lanceerde het Voedingscentrum de ‘balansdag’. Het idee was dat je na een dagje uitbundig eten of drinken juist extra goed let op wat je eet, om zo te compenseren. De campagne kreeg een hoop kritiek van diëtisten, en dat maakt het interessant om te weten of het nu werkte, of niet. Of dat zo is, durven de onderzoekers niet met absolute zekerheid te zeggen. Er was geen controlegroep die opzettelijk buiten het bereik van de campagne werd gehouden. Ook bleek een grote groep Nederlanders de advertenties en spotjes te hebben gemist. Bij de voornaamste doelgroep, laag-opgeleide allochtone mannen, leek er wel een effect te zijn: mensen uit die categorie die ze wel mee hadden gekregen, kwamen gemiddeld minder aan.

Optimisme Optimistische mensen leven langer. Als je met een testje meet hoe optimistisch iemand is, bestaat er een duidelijk verband tussen de uitslag, en de kans om de komende jaren te overleven. Dat gaat zelfs op als ‘de komende jaren’ een periode van veertig jaar is, volgens een Amerikaans onderzoek naar studenten en hun levensloop. In het vakblad Age gaan Leidse en Wageningse onderzoekers nog een stapje verder. Zij volgen al jaren meer dan tweeduizend ouderen van tenminste 89 jaar. Als je zo oud bent, zijn je kinderen meestal ook al pensioengerechtigd, en dit onderzoek ging over die kinderen. Er is een verband tussen het optimisme van de kinderen en de overlijdenskans van de ouderen, bleek. Wat betekent dat nou? Sleuren positief denkende mensen hun ouders erdoorheen, zit optimisme in de familie, of blijf je optimistischer zolang je ouders niet doodgaan? Dat laat zich statistieksgewijs nog niet zo makkelijk uit elkaar peuteren, maar de auteurs vermoeden dat alle drie de verklaringen een rol spelen.

Bionanoduurzaam

Vaccinatiecampagne van de GGD tegen baarmoederhalskanker, in 2011. Foto HH

Planten en sommige bacteriën zetten via de biochemische weg zonlicht en chemische stofjes om in meer van zichzelf: fotosynthese. Die truc bestaat al meer dan drie miljard jaar, en heeft dus een flinke voorsprong op menselijke zonnepanelen, die pas sinds een jaar of vijftig worden gebouwd. Wellicht dat ons gebruik van zonne-energie nog wat kan leren van de ouwe rotten in het vak. Natuurkundige Gerhard Magis hoopt komende dinsdag te promoveren op zijn onderzoek naar half-biologische zonnepanelen. Hij plakte stukjes van de fotosynthetiserende bacterie Rhodobacter sphaeroides op een goudlaagje, en ging meten. Wat bleek: er gaat inderdaad een stroompje lopen, en nog een heel behoorlijke ook. Dat dat überhaupt kan, is al heel wat. Jammer genoeg was het na een dag of drie wel afgelopen: de lichtoogstende apparatuur van een bacterie werkt toch beter in een bacterie dan op een goudlaag.


8  Mare · 26 april 2012 Achtergrond

Toen kwam de oorlog. En de Vlak voor Bevrijdingsdag blikken de laatste Leidse verzetshelden, Pier Na een moeizame vlucht naar Engeland, waarbij hij onder meer te voet de Pyreneeën overstak, werd Pierre Louis d’Aulnis de Bourouill opgeleid tot spion. ‘Na de oorlog waren sommige clubgenoten al burgemeester en advocaat. En ik was nog helemaal niks.’ ‘Voor de oorlog leefden we in zalige nonchalance.’ Pierre Louis d’Aulnis de Bourouill (Delft, 1918) kwam aan in 1938, terwijl de donkere wolken zich boven Europa samenpakten. Al was daar in Leiden weinig van te merken. ‘Over politiek hadden we het nooit, slechts af en toe over de Duitsers. Het leven draaide om de sociëteit. We waren er elke dag. Je kon er dagelijks eten voor 75 cent, maar ook grote diners laten aanrukken – de wijnkelder was voortreffelijk. Verder was er in Leiden niets. Je ging naar Den Haag om de was te doen bij je ouders, en naar Noordwijk voor het strand en de meisjes.’ Het studentenleven kende ook veel luxe. ‘We hadden destijds oppassers. Die kwamen je ’s ochtends wekken met een kopje thee. Ze poetsten je schoenen en deden boodschappen. Met vijf man en een hospita deelde ik een huis op de Breestraat. De hospita zorgde voor het huishouden en de goede zeden. Ik herinner me haar opwinding nog goed toen ze op een dag een paar damesschoenen in de gang vond. ‘Op de universiteit was de verhouding met de docenten gemoedelijk. Professor De Blecourt ging met ons fuifroeien, en daarna mee eten en drinken op sociëteit. Als hij naar huis moest zetten we hem met zijn wandelstok in de rails van de Blauwe Tram, die indertijd nog door de Breestraat reed. Zo kwam hij vanzelf weer bij zijn huis in Oegstgeest. ‘Omdat ik als reservist al in 1939 was gemobiliseerd, zag ik de bui wel hangen. Maar voor velen kwam de realiteit van de oorlog als een verrassing. Op sociëteit was het voor de oorlog niet duidelijk wie later de verzetshelden zouden worden. De hiërarchie in de zaal was duidelijk. De eerstejaars zaten tussen de pilaren, de alleroudsten bij de haard. Daartussenin had iedereen zijn eigen plaats. Alleen op uitnodiging kon je ergens anders zitten.’ Tijdens de oorlog, bij de training in Londen of ondergronds in Holland, viel dat onderscheid weg. ‘Een Leienaar vraagt een Leienaar – zo werkt dat. In totaal heb ik met zo’n twintig mensen uit Leiden in het verzet samengewerkt.’ Het boegbeeld van de oorlog blijft voor veel Nederlanders Erik Hazelhoff Roelfzema, de Soldaat van Oranje. ‘We zagen hem nooit op het corps, hij was altijd op avontuur. Finland, de Verenigde Staten – met Leiden had hij niet zoveel op.’ Pas later, in Londen, werden de twee zeer nauw bevriend. ‘Een enkeling – het waren er zeer weinig – viel voor de verlokkingen van de idealen en de discipline van de Duitsers. Het meest opvallend waren de gebroeders Krantz, zij zijn allebei aan het Oostfront gestorven. Daar kun je van alles van vinden, maar ze streden openlijk: het was geen verraad. Het waren voor de oorlog beste kerels, graag gezien op sociëteit. Met de apolitieke nonchalance had dat weinig te maken, op het moment dat je je bewondering voor de Duitsers uitsprak viel iedereen over je heen. ‘De Duitsers hadden vanaf het begin al spionnen in Leiden rondlopen. Zo was er bijvoorbeeld een Joodse kleermaker die door de Duitsers als lokaas werd gebruikt. Hij beloofde mensen naar Engeland te brengen – daar zijn velen ingetrapt.’ Bij de Duitse inval verdedigde d’Aulnis het luchtruim van Den Haag als commandant van een afweerpost bij Wassenaar. Tijdens een verkenningstocht stond hij, slechts gewapend met een klewang, oog in oog met een troep vijandelijke parachutisten; door snel weg te duiken ontweek hij hun kogels. De tocht naar Engeland was lang en moeizaam. De directe route via de Noordzee was afgesloten, dus trachtte hij via Gibraltar Engeland te bereiken, waarna hij te voet de Pyreneeën overstak. Met medevluchter Cees Drooglever Fortuyn bereikte hij maanden later Londen. Hij werd opgeleid tot spion en in 1943 weer in Nederland gedropt. Gemakkelijk ging dit niet: tijdens de training brak d’Aulnis een been en de eerste vlucht eindigde toen het vliegtuig tegen een dijk vloog. Eenmaal goed en wel geland speelde d’Aulnis een sleutelrol in het verzet. In de verzetsgroep Kees, rond Leidenaar Kees Dutilh zorgde hij voor de communicatie met Engeland. Hij was 23 maanden actief, het langst van alle spionnen. ‘Achteraf bleek dat de Duitsers me nooit op het spoor zijn gekomen. Ik heb veel geluk gehad.’ D’Aulnis gaf in 1943 de order voor het controversiële bombardement op Huize Kleykamp, waar kopieën van alle Nederlandse persoonsbewijzen bewaard. Het huis werd gebombardeerd op klaarlichte dag, omdat alleen dan de brandbestendige archiefkasten open stonden. Toen de rook optrok bleek slechts een kwart van de documenten vernietigd. Zestig mensen vonden de dood, maar de actie was een succes: de verzetstrijders konden nu met vervalste persoonsbewijzen rondlopen. Voor zijn daden ontving d’Aulnis in 1950 de Militaire Willemsorde, de hoogste militaire onderscheiding. ‘Toen ik terugkwam was ik al getrouwd en had ik twee kindertjes. We woonden op een woonboot in de Rijn. De sociëteit was weer open, maar van mijn club was niet veel meer over: veel mensen hadden in de eerste paar jaar van de oorlog nog hard doorgestudeerd. Hoewel de universiteit gesloten was kon je met

Pierre Louis d’Aulnis de Bourouill: ‘Tegenwoordig komt niemand meer op het idee om in de zaal kaviaar te bestellen.’

zelfstudie, repetitoren en tentamens maken in Amsterdam toch afstuderen. Na de oorlog waren sommige van mijn clubgenoten al burgemeester en advocaat, terwijl ik nog helemaal niks was. Door het sociëteitsleven en de mobilisatie had ik maar een tentamen gemaakt, Romeins recht of zoiets. Elke dag reed ik dan op een motorfietsje naar Leiden: overdag studeerde ik op zolder van de sociëteit en ’s avonds was ik weer in de zaal te vinden. ‘Mijn laatste clubgenoot overleed zes jaar geleden. Uit mijn eigen Leidse tijd is iedereen dood.’ Op reünies en activiteiten met de gezelschappen en zijn huis op de Breestraat was d’Aulnis

jarenlang van de partij. ‘Tegenwoordig moet er veel harder gestudeerd worden. Bovendien hebben de meesten nu niet het zakgeld dat wij vroeger hadden. Qua geest is het allemaal zoveel eenvoudiger geworden. Niet alleen bij het corps, maar in Nederland in het algemeen. Grote diners met goede wijnen zijn zeldzaam en niemand komt meer op het idee om in de zaal kaviaar te bestellen. En dan de kleding: die is over het algemeen zo verschrikkelijk. De meeste jongens komen tegenwoordig overal in T-shirt. En altijd weer die spijkerbroek! Wij konden best rommelen, maar we liepen er verdomd goed bij.’


26 april 2012 · Mare 9

e zee riep: ga naar Engeland! re Louis d’Aulnis de Bourouill en Hans Hoets, terug op hun verzetsjaren

Hans Hoets: ‘Ik reed met mijn fiets dwars door de stoet NSB’ers.’ Foto’s Taco van der Eb

Hans Hoets studeerde rechten in Leiden toen de oorlog uitbrak. Vermomd als zeeman wist hij vanuit Rotterdam Zweden te bereiken. In het ruim van een bommenwerper vloog hij vervolgens naar Engeland. ‘De lessen van de toneelclub kwamen goed van pas.’ ‘Op de dag dat de Duitsers Parijs innamen werd er een grote parade gehouden door het centrum van Den Haag. Aan het

eind liepen Nederlandse verraders van de NSB, trots in ganzenpas. Op dat moment schoot ik vol, en reed met mijn fiets dwars door de stoet.’ Het bleek de eerste van vele verzetsdaden te zijn van Pieter Hans Hoets (Den Haag, 1921), toen nog scholier aan het Nederlands Lyceum te Den Haag. Na zijn eindexamen volgde de voor die tijd logische stap: rechten studeren in Leiden. ‘Toen kwam de oorlog, en de zee riep: ik moest naar Engeland!’ De eerste poging strandde in Scheveningen. ‘Met een paar maten probeerden we de haven per zeiljacht te verlaten, maar er

stonden wachtposten op het havenhoofd.’ In de volgende jaren spioneerde Hoets in opdracht van ‘Broer’ Moonen, ritmeester van de cavalerie en een van de eerste leiders van het verzet. In 1942 werd Moonen opgepakt en de universiteit gesloten. ‘Ik dook onder in Oegstgeest en bereidde me met zelfstudie voor op de tentamens, die je in Amsterdam nog wel kon doen.’ Na een jaar onderduiken kwam in 1943 de grote vlucht, per boot. ‘In de haven van Rotterdam zijn we een bruine kroeg binnengestapt. Mijn medevluchter, altijd de brutale, stapte meteen op een paar dames van lichte zeden af. Die hadden wel wat connecties: een van de meisjes, Marianne, heeft ons geholpen met onderdak en een schip’. Via het scheepvaartministerie en de vader van een vriend uit Leiden, reder in Rotterdam, werd een monsterboekje geregeld. Tot slot was er nog een onderzoek van de Gestapo. ‘Gelukkig bestond dat uit de vraag: waarom wil je varen? In mijn beste imitatie van een Rotterdamse zeebonk zei ik: “Op zee is het goed eten en drinken, baas!”’ Zo begon een reis naar Zweden. ‘Aan boord moest ik vooral niet laten merken dat ik geen zeeman was, overal zaten dubbelspionnen. Ik praatte in een plat Haags accent over voetbal. Hierbij kwamen de lessen op de toneelclub van het Nederlands Lyceum goed van pas. In Zweden werd ik aangesteld als medewerker van de geheime dienst, en moest ik Nederlandse vluchtelingen bij aankomst doorlichten. Snel leerde ik dubbelagenten en leugenaars van oprechte Engelandvaarders onderscheiden. Zo vroeg ik soms enthousiast door over allerlei typen Duitse wapens en legereenheden: als iemand daar te gretig te veel details over vertelde, kon je er donder op zeggen dat het een gedeserteerde Oostfrontsoldaat was.’ Eenmaal stond Hoets oog in oog met de vijand. ‘Er arriveerde een man die zich uitgaf als baron Pieter van Lynden. Omdat hij van adel was, hoefde hij niet in quarantaine en mocht hij bij de gezantsschapssecretaris slapen. Mijn chef, jonkheer Gevers Deynoot, kwam de dag erna buiten adem bij mij op kantoor, zwaaiend met zijn adelsboekje – deze baron bleek helemaal niet te bestaan! De nepbaron bezwoer ons dat hij onder een schuilnaam reisde, omdat er een verrader in Zweden zou zitten. De volgende dag stapte hij weer op de boot, zogenaamd voor een missie in bezet gebied. Later bleek het Anton van der Waals te zijn geweest, de grootste verrader die 83 verzetsmensen de dood had ingejaagd. ‘In 1944 werd ik door Koningen Wilhelmina ontvangen in The Netherlands House in Londen. Eindelijk had ik Engeland bereikt, in het bommenruim van een Liberator. Ik werd benoemd tot hoofd van de Politieke Inlichtingen- en Veiligheidsdienst van het ministerie van Koloniën. Ik wilde graag naar Indië, het land waar mijn ouders het grootste deel van hun leven hebben gewoond. Op het laatste moment was er besloten dat ik naar Nederland werd overgeplaatst. De vijftig agenten die uiteindelijk op Java zijn afgezet, zijn allemaal omgekomen.’ Maar ook de bootreis naar Nederland was niet zonder gevaar. ‘De hele zee lag vol mijnen, die dropten de Engelsen ’s nachts uit bommenwerpers. Bovendien waren er overal Duitse controles.’ Na de oorlog bouwde Hoets een bestaan op in de Verenigde Staten. Ook hier was het avontuur nooit ver weg. ‘Voor de oorlog had ik ooit eens een formuliertje ingevuld voor studeren in het buitenland, maar dat was ik eigenlijk vergeten. Toen kwam er plots een brief: ik mocht naar Yale met een beurs. Door een misverstand had ik een vak niet gehaald: toen zat ik daar, zonder geld, zonder diploma: ik heb me toch ingeschreven voor nog een jaar Yale en met werk op een boerderij mijn collegegeld verdiend. Zo stond ik ineens hooi te scheppen en fokpaarden bij de daad te helpen. Uiteindelijk heb ik het diploma gehaald. Ik ben blijven zitten op school, de eerste vluchtpoging naar Londen mislukte, in Leiden en Yale heb ik vakken over moeten doen – maar ik heb altijd doorgezet. Geef nooit op!’ ‘Na de studie ben ik begonnen als leraar Frans op een middelbare school in Ohio. In de avonduren studeerde ik weer rechten: met mijn Nederlandse diploma kon ik de Verenigde Staten niet aan de slag, een diploma van Yale of niet.’ Via een advocatenkantoor in New York kwam hij terecht bij Coca-Cola, waar hij als vice-president op 62-jarige leeftijd zijn carrière besloot. Na zijn pensionering begon het volgende grote avontuur. ‘Een van mijn klasgenoten op Yale was hoofd van het gerechtshof in de Filippijnen. Hij heeft me toen gevraagd om de geroofde miljarden van de voormalige dictator Marcos terug te vinden.’ Met succes wist Hoets de verloren miljarden terug te geven. Over zijn leven schreef Hoets verschillende boeken. heeft geschreven wisselen het grote en het kleine elkaar voortdurend af. Van persoonlijke anekdotes over Den Haag voor de oorlog schakelt hij moeiteloos over naar geopolitieke bespiegelingen over transatlantische betrekkingen; wereldleiders en vorstinnen treden schouder en schouder op met hoertjes en zeebonken. ‘Omdat er al genoeg professionele historici zijn die het grote verhaal hebben opgeschreven is het ook belangrijk dat de persoonlijke verhalen bewaard blijven. Het grote zal voor mij altijd verweven zijn met het kleine.’ De boeken zijn er al, komt er ooit net als bij Soldaat van Oranje ook nog een film? ‘Met MGM was al een deal gesloten voor een film. Met een Engelandvaarder de wereld in, met een scenario van Leon de Winter. Opeens ging de studio failliet en ging het plan helaas niet door.’


10  Mare · 26 april 2012 Achtergrond

Echte adel denkt: doe eens Ervaringsdeskundigen over kleiduiven schieten, bijgekochte achternamen en vooroordelen Wat betekent het nog om van adellijke komaf te zijn? En hoe onderscheid je de nepadel van de echte? ‘Het zijn juist de mensen die het niet of net niet zijn, die er altijd over beginnen.’ Door Constanteyn Roelofs ‘Als

ik mijn identiteitskaart moet laten zien bij een tentamen of iets dergelijks dan worden mensen wel nieuwsgierig.’ Aldus baron Frans van Panthaleon van Eck (commerciële economie, 21). ‘Maar het is allemaal niet meer zo belangrijk in deze tijd, een groot deel van de tradities rond de adelstand is allang verdwenen.’ ‘Zo’n nonchalante houding is kenmerkend voor de Nederlandse adel’, zegt de Leidse historica Ileen

Montijn. Zij schreef het boek Hoog geboren, 250 jaar adellijk leven in Nederland. Montijn: ‘De adel is eigenlijk niets, maar het wordt wat omdat mensen vinden dat het wat is. Het is zo’n mooi onderwerp omdat je zo goed het fenomeen sociale distinctie kan onderzoeken.’ Een zeer groot deel van de adel is hoger opgeleid, zegt Montijn. ‘Utrecht is vanouds het bolwerk van de studerende adel. Leiden is een goede tweede keus. Voor de adel zijn er wel speciale gezelschappen, in Leiden is dat bijvoorbeeld Colonel Colt, een pistoolschietgezelschap van Minerva.’ Minerva en het jaarlijkse Wiener Ball in Noordwijk zijn de eerste twee dingen waar iedereen aan denkt bij studerende adel. Van Panthaleon van

Eck is tweedejaars bij het corps. Was dat vanzelfsprekend? ‘Dat ik lid ben van Minerva is lang niet zo vanzelfsprekend, ik studeerde al twee jaar in Leiden en wilde eigenlijk wel uit huis. Met de mensen van mijn studie heb ik niet zoveel, en ik was vooral op zoek naar een leuk studentenhuis. Mijn zus, lid bij Vindicat, het corps in Groningen, raadde me aan om eens bij Minerva te gaan kijken.’ Jonkheer Jeroen van Lidth de Jeude is vierdejaars. ‘Eigenlijk zou ik vanwege mijn studie natuurkunde naar Delft gaan, maar Leiden leek me leuker. Ik heb bij alle verenigingen een kijkje genomen. Sommige clubgenoten kwamen er pas na twee jaar achter dat ik van adel ben. Op Minerva speelt het voor mij totaal geen rol, waarom zou ik er ook over beginnen?’

Even uitrusten op het jaarlijkse Debutantenbal in het Scheveningse Kurhaus, een traditonele ontmoetingsplaats voor de jonge adel Foto Taco van der Eb

Het beeld van de vereniging als adellijk bolwerk blijkt ook niet uit de cijfers: per jaar worden er zo’n 300 mensen lid, maar zijn er slechts 5 a 15 van adel. Voor sommige mensen blijven de vermeende verlokkingen van de adelstand desondanks groot. In Leidsche kringen gaan meesmuilende verhalen rond over studenten die amechtig proberen van adel te lijken. Met een traditionele kledingsstijl en kelen vol hete aardappels doen ze hun best. Sociaal conservatisme en een flegmatieke devotie voor de oranjes zijn een must. Sprekend voorbeeld is de jongen die bij de gemeente de achternaam van een verre voorouder toevoegde om zichzelf een adellijk voorkomen te geven. Ook een zegelring werd aangemeten. Uit China, dat was lekker goedkoop. Traditiegetrouw was het Wiener-

ball tezamen met het debutantenbal in Den Haag de opening van het seizoen en de presentatie van de jonge freules die hun eerste saison in de beau monde van de residentie beleefden, maar tegenwoordig steeds meer het podium voor de nieuwe rijken, aldus de kenners. Panthaleon: ‘Ik heb twee jaar geleden wel meegedaan, het hoort er toch wel bij. Vroeger was het echt exclusief voor de adel, nu kan iedereen die het leuk vindt mee doen. Sommige mensen doen er wel erg extreem over, dan denk ik wel eens, doe eens even chill. Het zijn juist de mensen die het niet of net niet zijn, die er altijd over beginnen. Ik vond het vooral een mooi feestje.’ Volgens Montijn is er wel een kentering in de houding van de adel. ‘De tijd dat ik studeerde, de jaren zeven-


26 april 2012 · Mare 11 Opinie

even chill tig, was de tijd van het grote wegkruipen. Mensen op de universiteit durfden zich absoluut niet te laten voorstaan op een adellijke titel. In de jaren daarna is de houding verandert: de adelsvereniging heeft meer leden dan ooit, er is een bloeiende jeugdafdeling en ook op internationaal gebied doet Nederland weer mee.’

‘Ik heb niet het gevoel dat het koningshuis dat nog allemaal wil, zo’n adelstand’ De Vereniging Jonge Adel Nederland (VJAN), met ongeveer 400 leden tot 35 jaar, organiseert borrels en activiteiten voor haar leden, zoals een autorally en kleiduiven schieten. Daarnaast organiseert de vereniging ook liefdadigheidsactiviteiten. Alleen: erover praten is een ander verhaal. De vereniging wilde niet meewerken aan dit artikel. Ze willen zich niet profileren als homogene groep en zijn het er niet mee eens dat de adel als ‘exotische diersoort’ in de media wordt neergezet. Blijkbaar is de hernieuwde openheid en profilering toch nog niet zo doorgezet. Panthaleon: ‘Ik ben wel een keertje mee wezen kleiduiven schieten, voor de gezelligheid. Maar het trekt me nu niet zo. Misschien dat ik er later nog wel een keer lid van de VJAN wordt, als ik wat meer tijd heb. Het kost ook allemaal weer contributie, en als elke student moet ik ook een beetje op de centjes letten. Maar je hebt mensen en families die er heel erg mee bezig zijn, met de tradities en adelsclubjes. Ik ben zelf misschien wat moderner. Voorlopig ben ik nog bezig met mijn studie en het studentenleven – al die ridderschappen en adelborrels komen later nog wel.’ Dat er niet alleen een sociale kant aan het verhaal zit, onderschrijft Maarten von Balluseck. Hij combineert in zijn studie familiegeschiede-

nis met zijn academische opleiding. ‘Als een van de weinigen in Nederland houd ik mij bezig met adelsrecht.’ En over de huidige stand van zaken is Von Balluseck allerminst te spreken. ‘De Tweede Kamer heeft bij de laatste revisie, in de jaren negentig, overhaast en onvoldoende geïnformeerd een nieuw wet tot stand gebracht: de Wet op de Adeldom (WoA) . Zo is er een eigenaardig systeem ontstaan waarin historisch gewoonterecht is gecombineerd met eigentijdse denkbeelden.’ Von Balluseck: ‘In mijn vrije tijd ben ik bezig met de Werkgroep Adelsgeschiedenis. Hier komen historici en geïnteresseerden, zowel van adel als niet van adel, bij elkaar om de geschiedenis van de adel en adellijke families te onderzoeken. Het zijn specialisten uit allerlei richtingen, waaronder genealogen, historici en sociologen.’ In zijn familiegeschiedenis komt alles bij elkaar. ‘Mijn familie is van Russische komaf en uiteindelijk via Pruisen in Nederland terecht gekomen. Aldaar zijn wij opgenomen in de Nederlandse adel.’ Met de WoA werd toetreden tot de adel onmogelijk (zie kader). Von Balluseck betreurt deze sterfhuisconstructie: ‘De enige manier waarmee het koninklijk huis excellente burgers kan belonen is met een lintje – dat is toch een beetje pover.’ Volgens Van Eck is het niet zo’n probleem. ‘Ik heb niet het gevoel dat het koningshuis dat nog allemaal wil, zo’n adelstand. Het is niet meer echt van deze tijd. Ook zou het openstellen van de adel de sfeer van traditie en nostalgie die er nu omheen hangt weghalen.’ Van Lidth: ‘Ergens is het wel goed zo, het is niet gek dat de verheffing in de adelstand is gestopt.’ Is er nog wel een rol voor de adel? ‘Het blijft nu toch een mooi element van cultuur en geschiedenis in de samenleving.’ Het boek Hoog geboren, 250 jaar adellijk leven in Nederland van Ileen Montijn is verschenen bij uitgeverij Contact.

Trouw met de prinses of toon schimmige documenten Ambities? Toetreden tot de adel is in Nederland nog slechts bij hoge uitzondering mogelijk. Anders dan bij andere vorstenhuizen, zoals het Belgische en het Engelse, mag koningin Beatrix geen mensen meer verheffen in de erfelijke adelstand. Na de Tweede Wereldoorlog besloot de kroon dat de adel als stand had afgedaan. Verheffing van belangrijke personen of families in de adelstand werd krachtens de tweede kamer afgeschaft. Naar Nederland verhuisde edellieden uit het buitenland kunnen wel worden opgenomen in de Nederlandse adelstand, evenals mensen die achter in een archief toch bewijs aantreffen dat hun familie ooit van adel is geweest. Burgers die in het huwelijk treden met een lid van het koninklijk huis worden soms ook opgenomen in de adelstand. Dit is onderhevig aan de tijdgeest: Pieter van Vollenhoven, echtgenoot van prinses Margriet werd als eerste burger in het oranjehuis niet in de adelstand verheven. De echtgenotes van de prinsen, allen burgermeisjes zijn dit echter wel. Mabel Wisse Smit mag zich gravin van Oranje Nassau, gangsterliefjesverleden ten spijt en Maxima is zelfs een heuse prinses, ondanks dat haar vader betrokken was bij een gruwelijk regime. Kortom, óf met schimmige documenten aantonen dat je van oude (buitenlandse) adel bent, óf trouwen met een prinsesje. Naar verwachting komt Amalia in 2022 in Leiden aan.

Foto Taco van der Eb

De teamsporten worden bedreigd Prijsverhoging gaat ten koste van studentensport Oud-studenten moeten in plaats van 130 voortaan 350 euro gaan betalen voor een sportkaart. Dat gaat ten koste van de studentensport, betogen verschillende verenigingen. Naar aanleiding van de tariefwijzigingen van de sportabonnementen willen we graag uiteenzetten wat de nadelige consequenties van deze beslissing zullen zijn voor de toekomst van de verenigingen. De nieuwe tarieven zorgen voor een grote uitstroom van huidige leden, omdat sporten elders goedkoper is geworden. Deze uitstroom is niet op te vangen met de reguliere aanwas van nieuwe studentleden. Op de korte termijn heeft dit tot gevolg dat de ledenaantallen sterk zullen dalen. Onderzoek onder de studentensportverenigingen wijst uit dat de uitstroom van leden groot

zal zijn. Deze uitstroom behelst méér dan enkel de leden die onder het hogere tarief vallen. Er zullen ook veel studenten vertrekken, omdat het niveau waarop gesport kan worden zal dalen en er een verlies is van technische ondersteuning. Er lijkt dus een domino-effect te gaan plaatsvinden, in het bijzonder binnen de teamsporten. Om deze reden is opheffing van verenigingen voor teamsporten een reële dreiging. Als deze verenigingen te gronde gaan, zal dit afbreuk doen aan de diversiteit van studentensport in Leiden. Voor aankomende sportieve studenten zal Universiteit Leiden dan ook minder aantrekkelijk worden. Het alumnibeleid van de Universiteit Leiden “richt zich op het behouden en versterken van de verbondenheid” van de alumni. Echter, de vertrekkende leden van de sportverenigingen zullen grotendeels juist de alumni zijn die nog sterk bij

de vereniging betrokken zijn. De beslissing om de tarieven te verhogen staat dus lijnrecht tegenover dit beleid. Andere universiteiten voeren een beleid waarbij studenten en oud‐studenten samen een teamsport beoefenen en de oud‐studenten dus aan de desbetreffende universiteit verbonden blijven. Een goed voorbeeld hiervan is de Technische Universiteit Delft. Oud‐ studenten krijgen de mogelijkheid tegen een gereduceerd tarief te sporten, en blijven daardoor aan de TU Delft verbonden. Jorien van Hoorn, Voorzitter LUSV Basketball, namens de studentensportverenigingen, A.L.S.Z.V. De Blauwe Schuit, Panic Ultimate, Asopos de Vliet, Qravel, Aquamania Sanjigen, K.S.R.V. “Njord” SKC, Levitas, Thor,LSD, Wushu, LUSV Badminton, Sportraad, LUSV Basketball, PKVV

In deze rubriek kunnen lezers in maximaal 300 woorden reageren op artikelen in Mare. De redactie behoudt zich het recht voor bijdragen in te korten of te weigeren. Over weigering wordt niet gecorrespondeerd. Mail naar redactie@mare.leidenuniv.nl

Rectificatie

In het bericht ‘Tekenspeeksel’ (Mare 26) is een fout geslopen. De genoemde onderzoekers, Sebastian Reuter en Nina Dehzad, zijn niet verbonden aan het Leids Universitair Medisch Centrum maar aan de Johannes Gutenberg-Universität te Mainz. Onderzoeker Christian Taube is wél verbonden aan het LUMC, maar was niet vernoemd.

Beleefd!

In Mare van 19 april werd gesuggereerd dat vooral neerlandici welkom zijn op de UR-lijst van ABVA-KABO voor de komende verkiezingen: ‘Wordt onze kandidaat’ stond op onze affiche. Moeten die neerlandici leren hoe het wél moet? Is dat ‘Word onze kandidaat?’, zonder t? Nee, want de t is niet meer dan een - toegegeven ouderwetse - beleefdheidsvorm. Aan beleefdheid zelf is niets

Brief

ouderwets. Universitaire (werk)verhoudingen varen er wel bij. ABVA-KABO blijft zich daarvoor inzetten, niet alleen op aanplakbiljetten. - Ouderwets? Anders dan gewoonlijk was Mare ook niet helemaal bij de tijd: de uiterste termijn voor aanmelding is allang verstreken. Maar gestemd kan er nog wél! Hendrik Kaptein, fractievoorzitter ABVA-KABO in de UR


12  Mare · 26 april 2012 Maretjes

De prijs voor een Maretje bedraagt €8,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@ mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan. Doe iets met je kennis. Help een leerling op streek in 1 uur per week. Vijf leerlingen uit groep 7 zoeken dringend hulp bij taal, rekenen en studievaardigheden. Marokkaans meisje, wiskunde, Engels, kopklas; Marokkaans meisje, taal, rekenen, kopklas; Afghaans meisje, Nederlands, NT2, Marokkaanse jongen, wiskunde, 2-VMBO. Een leerling Speciaal Onderwijs heft bijles nodig; 34 leerlingen Ba.O. groep 3/tm 6 zoeken hulp bij taal en/of rekenen, van wie twee met vergoeding. Bijles in Onderwijswinkel, buurthuis Vogelvlucht, of bij leerling. Ook zoeken wij vrijwilligers voor bijles/huiswerkhulp op twee basisscholen en op het woonwagencentrum Trekvaartplein, Leiden. Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma-, woe en do. 1517u. Tel: 5214256.

Lezing “Homo Ludens II: The Role of Play in Human Biological and Cultural Evolution” door Peter Gray. Woensdag 9 mei, 16:00 uur, Hooglandse Kerk (Leiden). Info en kaartverkoop op www.labyrintleiden.nl . Zeiler? Maar geen zin in de zorg voor een eigen boot? Kijk op www.balgerij.nl en zeil mee op de open dag op 19 mei tussen 10.00 en 14.00 uur. Leuke bijverdienste voor ondernemende student met rijbewijs, die wil assisteren met de verkoop van Afrikaanse kleding op markten en festivals. Bel voor informatie Angela: 0612893409. Conferentie ‘sociaal ondernemerschap’ in Perscentrum Nieuwspoort door SIFE Universiteit Leiden. Deelnemers zijn o.a. Jan Pronk, Ton Dietz, HIVOS, FMO Bank, SPARK en VVD. Meer informatie en aanmelding op www.sifeleiden.nl/conferentie! Gezocht: Voor verschillende onderzoeken van de afdeling anesthesiologie van het LUMC zijn wij op zoek naar gezonde mannelijke vrijwilligers (1845 jr), die tegen vergoeding mee

willen doen aan pijn- en ademhalingsonderzoeken. Indien u belangstelling heeft, neem dan contact op met drs. Merel Boom, of prof. dr. A. Dahan, tel: 071-5262301 of  m.c.a.boom@ lumc.nl.

Maretje extra Maretjes-extra zijn bedoeld voor semi-commerciële instanties. De prijs voor een Maretjeextra is €23,– incl. BTW voor elke vijfendertig woorden. U kunt deze advertenties uiterlijk op de vrijdag vóór het verschijnen van Mare opgeven bij Bureau van Vliet B.V., postbus 20, 2040 AA Zandvoort, telefoon 023-571 47 45. E-mail: Zandvoort@bureauvanvliet. com VACATURES Leiden (+ regio en Bollenstreek) Thuiszorg, Hulp bij het huishouden. Studenten (v/m) gezocht. Ook vakantiewerk ! Jij bepaalt waar en wanneer (6 – 24 uur p.w) Solliciteren ? Brief met CV www. thuiszorginholland.nl

Adv Minorenmarkt (kleur):18-04-12 14:08 Pagina 1

advertentie

Hoe je je bachelor in Leiden richting geeft.

Academische Agenda Prof.dr. Delemarre-van de Waal zal op vrijdag 27 april met het uitspreken van de oratie benoemd worden tot hoogleraar bij de faculteit Geneeskunde/LUMC om werkzaam te zijn op het gebied van de Kindergeneeskunde. B.N. Whitehead zal op donderdag 26 april om 13.45 uur promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Pickpocket compounds from Latin to Romance ‘. Promotor is Prof.dr. A.M. Lubotsky. M.H. Nieuwenhuis zal op donderdag 26 april om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Optimizing diagnosis, surveillance, and management of hereditary polyposis syndromes’. Promotor is Prof.dr. H.F.A. Vasen. R.K. Buter zal op donderdag 26 april om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Sociale Wetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Scientific structures in context‘. Promotor is Prof.dr. A.F.J. van Raan. J.G. Magis zal op dinsdag 1 mei om 11.15 uur promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Shedding Light on Surface-Assembled Photosynthetic Systems’. Promotor is Prof. dr. T.J. Aartsma.

A. Suwignyo zal op donderdag 3 mei om 13.45 uur promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘The Breach in the Dike: Regime change and the standardization of public primary-school teacher training in Indonesia (1893-1969)’. Promotor is Prof.dr. J.L. Blussé van Oud Alblas. M. Heusinkveld zal op donderdag 3 mei om 15.00 promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Studies on local APC and HPV-specific T cells as prelude to the immunotherapy of human tumors’. Promotoren zijn Prof.dr. S.H. van der Burg en Prof.dr. G.G. Kenter. J.A. van Diepen zal op donderdag 3 mei om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘The role of inflammation in lipid metabolism‘. Promotoren zijn Prof.dr. L.M. Havekes, Prof.dr. J.A. Romijn en Prof.dr. P.C.N. Rensen. R. van Rijn zal op dinsdag 8 mei om 13.45 uur promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘A Structural View of Pd Model Catalysts - HighPressure Surface X-Ray Diffraction’. Promotor is Prof.dr. J.W.M. Frenken. A. Weber zal op dinsdag 8 mei om 15.00 uur promoveren tot doctor

in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Hybrid Ambitions: Science, Governance, and Empire in the Career of Caspar G.C. Reinwardt (1773-1854)’. Promotor is Prof.dr. J.L. Blussé van Oud Alblas. S.R. Soeters zal op dinsdag 8 mei om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Tamale 1907-1957: Between Colonial Trade and Colonial Chieftainship’. Promotor is Prof.dr. R.J. Ross. J. de Lange zal op woensdag 9 mei om 13.45 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘A sight for sore eyes: assessing oncogenic functions of Hdmx and reactivation of p53 as a potential cancer treatment’. Promotor is Prof.dr. P. Ten Dijke. F. Porta zal op woensdag 9 mei om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Mesoporous Silica Nanoparticles as Drug Delivery Systems’. Promotor is Prof.dr.ir. J.G.E.M. Fraaije. P. Voskamp zal op woensdag 9 mei om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Local effects of immunosuppressants in the skin and impact on UV carcinogenesis’. Promotor is Prof.dr. R. Willemze.

advertentie

Solliciteer voor het voorzitterschap van de Leidse Studentenraad

Ontdek het 10 mei op de Minorenmarkt Of je je bacheloropleiding nu wilt verbreden of verdiepen, interesse hebt in de minor Internationaal management en cultuur of de Educatieve minor. Op de Minorenmarkt kun je je licht opsteken over alle keuzemogelijkheden. Donderdag 10 mei, 16.00-17.30 uur, in het Arsenaal. Kom je informeren! www.hum.leidenuniv.nl/studiepunt

Universiteit Leiden. Universiteit om te ontdekken. advertentie

Goed voorbereid op een succesvolle toekomst!

Mastervoorlichtingsavond: 9

mei 2012

Meld je aan www.tilburguniversity.edu/master-avond

De Leidse Studentenraad is een onafhankelijk adviesorgaan van het College van Bestuur, dat gevraagd en ongevraagd advies geeft over studentenzaken. Bovendien reikt zij jaarlijks de LSr Onderwijsprijs uit. De LSr bestaat uit 9 leden, waaronder een voorzitter.

Voor het Academisch jaar 2012-2013 zoekt het College van Bestuur:

Een voorzitter van de LSr Hij of zij heeft: − 1 of 2 jaar de tijd voor het voorzitterschap van de LSr; − Ruime ervaring als commissie- of bestuurslid; − Een duidelijke visie op universiteitszaken; − De ambitie om de universiteit te verbeteren; − De capaciteit om de raad en vergaderingen te leiden en haar te vertegenwoordigen; − Uitstekende communicatieve en motiverende vaardigheden; − 8 uur in de week de tijd voor deze functie. Vergoeding Voor de functie is een vergoeding beschikbaar.

Meer informatie? U kunt bellen met de huidige voorzitter, Christel de Lange, (06-83178958, c.e.de.lange@umail.leidenuniv.nl) of met de secretaris Sandra van den Berg (071-527 7255, s.j.m.van.den.berg@sea.leidenuniv.nl). Solliciteren? Stuur uw sollicitatiebrief voorzien van CV voor 8 mei naar drs. J. ’t Hart, directeur Studenten- en Onderwijszaken: j.t.hart@sea.leidenuniv.nl.

mare-lsr 120420.indd 1

20-04-2012 14:14:26


26 april 2012 ¡ Mare 13 Advertenties

Eye Care Foundation werkt aan het voorkomen en bestrijden van oogaandoeningen in ontwikkelingslanden

giro

5 25 25

0800-8003

Eye Care Foundation works at preventing and fighting eye diseases in developing countries

www.eyecarefoundation.nl


14  Mare · 26 april 2012 English page

Tick spit If your pet gets a tick, the tick can stay hidden in its fur for quite a few weeks. That is rather strange: if you leave a splinter in your finger for a few days, it will fester and work itself in that time. Apparently, ticks have a number of biochemical tricks to outdo your immune system. For example, the tick Ixodes scapularis produces the substance sialostatin in its saliva, which restricts the production of the antibody Interleukin-9, and while that is very useful to the tick, the substance could be used to help people with overactive immune systems. Leiden lung researcher Christian Taube has been working on an international study into sialostatin, and this study is featured in The Journal of Immunology. It reveals that genetically modified asthmatic mice can breathe more easily when they have been injected with this tick spit. This information is particularly interesting as the researchers could learn more about the role of the immune system in asthma, although they cannot rule out the possibility that sialostatin might eventually be adapted for use as a medicine in humans.

Anti-HIV plant

Professor Leo Kouwenhoven from Delft with PhD students Kun Zuo (left) and Vincent Mourik at the lab. Photo by Sam Rentmeester

Now it’s our turn Leiden theorists to continue work on the discovery of Majorana particles “The experimental physicists have made their move, and now it’s the theorists’ turn.” Two Leiden scientists are to analyse the results of measurements produced by Professor Leo Kouwenhoven from Delft. “Together, we’re going to find out what’s going on.” By Bart Braun Even those who have only the slightest interest in science news cannot have missed it: the Majorana fermions. A group of physicists from Delft and Eindhoven headed by Professor Leo Kouwenhoven announced on the Science website last Friday that their measurements indicated that they had discovered particles in their nanowires. Kouwenhoven was invited to join Prime Minister Rutte and go on the TV show Pauw & Witteman and there are even rumours of a Nobel Prize. But that’s getting ahead of ourselves. First of all, Nobel Prizes are only awarded after years of waiting and Kouwenhoven’s discovery still holds too much uncertainty. Not without reason, his article in Science is called “Traces of Majorana fermions” rather than “Evidence for Majorana fermions”. Kouwenhoven announced that he would be joined by scientists from Leiden in his work on the measurements. Michael Wimmer and Anton Akhmerov are two of those Leiden scientists; they are two theoretical physicists from Professor of Theo-

retic Physicist Carlo Beenakker’s group and they are looking forward to this partnership. But first, let’s go back to the basics: the stuff around us – air, cats, the earth – consists of stuff that is much, much smaller and physicists have divided that stuff into two categories. On the one hand there are bosons, named after Satyendra Nath Bose, and on the other you have fermions, named after Enrico Fermi. The difference between bosons and fermions is in the property physicists call “spin”: tiny particles such as electrons act as if they are rotating on their axis and bosons and fermions have different spin values. Electrons and quarks are all fermions: if you put them together in the right proportions, you get atoms. And if you put atoms together in the right proportions, you get a cat, or the earth. Physicists describe the properties of all these tiny, tiny particles in a system of mathematical equations we know today as the standard model. Seventy years ago, Mr Majorana – one of Fermi’s PhD students – established that a certain kind of particle must exist, according to the maths: the Majorana fermion. And that is what Kouwenhoven has discovered, isn’t it? Not quite: “What Leo has found is not precisely what Majorana was talking about and actually they aren’t really fermions”, says Akhmerov. People studying Solid State Physics like to make ordinary matter act in unusual ways, he explains. The electrons in Kouwenhoven’s nanowire act as if a Majorana is present; however, that does not mean that

Majoranas are things in their own right as Ettore Majorana imagined them to be. Wimmer adds: “You could compare it to the Cooper electron pairs in a superconductor. Superconductors work because two electrons together will work as one thing: a Cooper pair. But the Cooper pair isn’t a real thing like an electron, it’s a quasiparticle.” Just like these Majoranas. Akhmerov conjures up a picture on his laptop. “This image accompanied the article in Science, but the media hardly used it because it looks boring. The peak in the middle is caused by the Majoranas, according to the people in Delft; you see, they have excluded all the other obvious possibilities. But that doesn’t prove that these things are Majoranas, it’s a statement about the likelihood of it.” Wimmer continues: “It might seem as if we’re playing down Leo’s discoveries, but we’re not. That lot in Delft have done some really impressive work.”

“It might seem as if we’re playing down the discovery, but we’re not” Akhmerov explains: “The experimental physicists have made their move, and now it’s the theorists’ turn. We are going to get involved in this game, that’s for sure, and we’ll see if we can explain these measurements properly in terms of Majoranas: should we expect these particles

to act like that in those circumstances? Together, we’re going to find out what’s going on.” One of the reasons why the Majoranas are so interesting, and the reason why Microsoft has poured so much money into Kouwenhoven’s research, is that, in theory, you could use them to build a quantum computer. Ordinary computers use noughts and ones, or bits, as they are called. But in a quantum computer, a bit can be both nought and one at the same time, and that means that you can solve certain problems much faster than with the most powerful of regular computers, for things like simulations of folding proteins or quantum mechanical phenomena. Majorana fermions would be useful because quantum computers are very susceptible to disturbances. The Majoranas form pairs, catch an electron and then split up towards opposite ends of the Delft nanowire. According to the amazing laws of quantum mechanics, a very special situation arises, as the electron would be in both Majoranas simultaneously. If you allow the two Majoranas to cancel each other out, an electron would, or would not, appear. “Which makes them very suitable as quantum bits”, adds Akhmerov. The fact that the Delft Majoranas are quasiparticles which, for now, can only exist in an indium antimonide wire just above absolute zero is not a problem for the Leiden physicists. Akhmerov exclaims: “So what? Just keep your computer cool!”and Wimmer adds: “At the moment, the electrons in your computer can’t work without wire.”

For thousands of years, people have been using the plant Artemisia annua to treat malaria and, in contrast to many other plants that have been used for thousands of years, its effect has been confirmed. As more than two hundred million people in Africa have malaria, A. annua tea is a popular beverage. Another disease prevalent on the African continent is the HIV virus, a relatively new phenomenon without a history of healing plants. However, there are rumours that artemisia tea might help slow down the development of HIV. Two pharmacologists from Leiden and two from Switzerland decided to test whether there was any truth to the claim. And, as you can read in the Journal of Ethnopharmacology, it works on cell cultures and so does Artemisia afra, a relation of the malaria plant. Redbush tea, used for control, did not have any effect, which is a pity. Nevertheless, In Vitro is not the same as In Vivo, and accordingly the scientists warn that we need more evidence before the antiHIV effect Artemisia varieties can be validated.

Wrinkles If you take a long bath, your skin starts to wrinkle but the moisture doesn’t cause that: someone whose finger has been cut off and re-attached will not get wrinkles on that finger. Your body decides that it has to be wrinkly and relays that message via your nerves. This knowledge can help us find out whether a person’s nerves are working properly. Three Leiden neurologists describe how to establish a certain kind of nerve damage in Clinical Neurophysiology. At the moment, this is done by alternating heating and cooling a block, but it takes time and requires the patient’s cooperation. The “wrinkle test” is cheap, but does not work as well in some people as in others. Another option is the “Neuropad plaster” which tests whether your foot can still produce sweat. The Neuropad produces fewer false alarms than the wrinkle test, but misses a patient more often. The researchers advise that it is best to combine these two tests, although it is not clear whether this is better than using the standard method, but at least it is faster and cheaper.


26 april 2012 · Mare 15 Cultuur

Agenda

Gewoon aan je kruis krabben

FILM TRIANON The Avengers dagelijks 18.15 + 21.30 ( ma. niet ) za. zo. + di. wo. 14.00 The Best Exotic Marigold Hotel dagelijks 18.45 ( ma. niet ) Shame zo. di. wo. 21.30 The Hunger Games za. zo. di. wo. 14.00 Titanic 3D dagelijks 20.30 ( ma. niet ) KIJKHUIS Intouchables dagelijks 18.45 + 21.15 ( ma. niet ) A Dangerous Method dagelijks 21.45 LIDO Battleship dagelijks 18.30 + 21.30 ( ma. niet ) The Cabin in the Woods dagelijks 21.30 ( ma. niet ) American Pie: Reunion dagelijks 18.45 + 21.30 ( ma. niet ) One for the Money dagelijks 21.30 ( ma. niet )

‘Lekker een stereotype kerel spelen’ Hoofdrolspeelster en studente Engels Lotte Lemstra vertolkt een stoere macho in A Streetcar Named Desire. Door Vincent Bongers De centrale gang

in de kelder van het Lipsius is vooral geschikt om een goedkope horror te schieten. De grijze betonnen muren zijn nog net wat naargeestiger dan het witte systeemplafond en het galmt er lekker. Maar als de studenten van de Leiden English Freshers zich een lekker sappig Louisianaaccent aanmeten, is het broeierige New Orleans ineens niet meer zo ver weg. De southern twang wordt af en toe verstoord door de schel piepende wieltjes van afvalcontainers die door een medewerker van het UFB worden afgevoerd. De toneelgroep van de studie Engels voert elk jaar minimaal een stuk op. Dit jaar staat A Streetcar Named Desire van Tennessee Williams uit 1947 op het programma. ‘Je krijgt hier een beetje dat claustrofobische gevoel, dat past wel bij de sfeer van het stuk’, zegt regisseur Jodie Mann. ‘De personages zitten dicht op elkaar gepropt in een kleine woning. Maar nu merken we wel dat we wat meer ruimte nodig hebben.’ In Streetcar bezoekt Blanche Dubois, een zuidelijke bloem die enigszins verwelkt is, haar zus Stella in New Orleans. Zij woont met haar lompe en achterdochtige echtgenoot

Stanley Kowalski in een armoedig huisje. Blanche is een getroebleerde vrouw die leeft op leugens en op de vlucht is voor haar verleden. Ze legt het aan met Harold Mitchell, een vriend van Stanley. Al snel loopt de spanning op en vliegen de vier personages elkaar in de haren. ‘Ze is een escapist en fantaseert er op los om de situatie waar ze in zit te ontkennen’, zegt studente internationaal recht Lisette Heijma, die Blanche DuBois speelt. ‘Het is een vrouw die op zoek is naar liefde, maar eigenlijk niet weet wat dat is. Als ik haar speel denk ik eigenlijk het meest aan Vivian Leigh in het beginstuk van Gone with the Wind. Dat is de vrouw die Blanche eigenlijk wil zijn.’ ‘Het is een tijdloos stuk’, zegt Larissa Schulte Nordholt, eerstejaars geschiedenis, die Stella speelt. ‘Vol rauwe emoties, seks, depressie en geweld.’ Heijma: ‘De personages staan steeds op scherp. Streetcar staat bol van de psychologische spanning.’ Studente Engels Lotte Lemstra heeft een extra uitdaging. Zij moet als vrouw de macho Marlon Brando gestalte weten te geven. Die speelde in de originele Broadway-uitvoering en de filmversie uit 1951 de rol van Stanley. ‘Het geeft wel een beetje druk’, zegt Lemstra. ‘Ik heb vorig jaar al een mannenrol gespeeld: Horatio in Hamlet. Maar nu is het een hoofdrol, en dan ook nog in de schoenen

M U Z IE K

van Brando staan. Het is leuk, maar ook moeilijk. Je wilt toch overtuigen als man. Ik vind het wel lekker om een stereotype kerel te spelen.’ Ter voorbereiding veel slechte Amerikaanse series kijken helpt om dat voor elkaar te krijgen. ‘Maar ik maak ook een lijstje met typische mannenmaniertjes. Over de bebaarde kin wrijven, of aan het kruis krabben natuurlijk.’ Het is ook best een beetje eng om Stanley te spelen. ‘Hij doet beangstigende dingen, anderen lijden onder zijn gedrag.’ Mann legt uit waarom ze voor een vrouw als Stanley heeft gekozen. ‘Er

zijn twee redenen. Er auditeren weinig mannen, maar Lotte heeft ook dat sterke stoere in zich. Ze deed gewoon een hele goede auditie.’ Ze had eerst het plan om van Stella en Stanley een lesbisch paar te maken. ‘Maar dat zag er niet zo heel overtuigend uit. De acteurs dachten ook dat het publiek er door verward zou raken. Het was wel leuk geweest om een beetje herrie te schoppen met het stuk. Maar zo is het ook goed.’ Leiden English Freshers, A Streetcar Named Desire LAKtheater, 2 & 3 mei, €10,- (studenten €8,-)

Leven van de bloemenlucht Het lijf als variétéshow in Boerhaave De tentoonstelling Het Gewichtige Lichaam toont de geschiedenis van de vasterij tot hedendaagse twijgmodellen.

Kurt Stellaert, Zonder titel, 2009.

Door Judith Laanen en Marleen van Wesel Het is donker, warm en ruikt het er

muf en stoffig. De wanden zijn zwart, de lichten gedimd. ‘Dat creëert sfeer, maar het is ook om de oude prenten te beschermen’, verklaart museumsup-

poost Nick van Velzen. Het eerste object van de tentoonstelling Het Gewichtige Lichaam dat in het oog springt, is een zadel. Nadere inspectie van het bordje leert dat het hier gaat om een ‘volautomatisch massageapparaat’ van Gustav Zander, die in de negentiende eeuw meer van dit soort afslankmachines fabriceerde. De geschiedenis van de vasterij, daar komt de eerste helft van de expositie op neer. De nadruk ligt op religie en hoe en waarom men door de eeuwen heen wel of niet at. Maar ook welke oplichterij ermee gepaard ging: zo was er ene Eva Vliegen, ook wel Besje van Meurs, die in 1594 haar eetlust verloor. Zij zou van bloemenlucht leven en werd daardoor een anorexia-beroemdheid. Twintig jaar later dacht men dat ze het loodje had gelegd, maar dat bleek onjuist. Weer dertig jaar daarna werd ze thuis met allemaal geheime voorraden voedsel en drank ontdekt. Tussen westerse beelden, tekeningen en affiches uit de afgelopen eeuwen, hangt ook een kleine vitrine met welvarende Boeddhabeelden. Tussen hen zit een uitgemergelde Arhat, deze ‘vooraanstaande’ uit de Boeddhistische cultuur overwon alle ver-

langens, ook honger. Verderop lezen we een dieetpamflet uit 1863 van een begrafenisondernemer die tientallen kilo’s afviel door weinig zetmeel tot zich te nemen - een voorloper van de South Beach-achtige diëten van tegenwoordig. We vervolgen onze weg langs Britse politieke cartoons over te dikke politici en affiches van dikke mensen die als attractie werden uitgerold in variétéshows. Een zaal verder is ook de eenentwintigste eeuw vertegenwoordigd. Daar is alles nog wat walgelijker en bevreemdender, al was het maar vanwege de huidige sensatiezucht naar het schoonheidsideaal. Alles wat je kunt bedenken komt aan bod: van plastic vleessculpturen van vette onderbenen tot fotomodellen die haast tot twijgjes zijn gephotoshopt. Het meest interactieve onderdeel van de collectiezijn de twee lachspiegels die tegenover elkaar geplaatst zijn. Eenmaal buiten hebben we best trek in een ijsje. Het Gewichtige Lichaam: over dik, dun, perfect of gestoord Museum Boerhaave: 13 april t/m 9 sept. €7,50 of gratis op vertoon van collegekaart Volslank: een geschiedenis door dik en dun

LVC Flipper (USA) + Adolf Butler Do 26 april 20u €10,KLIKK presents Matthias Tanzmann Zo 29 april 23u €14,Dope D.O.D. + Vlijmscherp Do 3 mei 20u €12,50 Boo Boo Davis Woe 9 mei 20u €10,Café de Tregter Singersongwriter Renée Stevense + Little Birdie (Canada) Vrij 27 april 21.30u gratis Academiegebouw Musici rond het Academie-orgel Woe 2 mei 13u gratis BURCHT KLASSIEK Pianoconcert George Fomichef Zo 6 mei 16u €7,50 €5,-

T H E ATER

imperiumtheater In de ban van Richard Do 26 april 20.30u gratis Theatersport Moeders Mooiste Vrij 27 april 20.30u €7,LEIDSE SCHOUWBURG Jan Jaap van der Wal Do 26 april 20.15u €20,- €17,50 €15,Flow My Tears Vrij 27 april 20.15u €26,- €23,50 €21,De Prooi Za 28 zo 29 april 14.30u €26,- €23,50 €21,- €9,Daniel Lohues Di 1 mei 20.15u €21,- €18,50 €16,Hamlet Woe 9 mei 20.15u €23,- €20,50 €18,-

D I V ERSEN

rap architectuurcentrum Lezing Jos van den Broek (W&N) muziek: trombonekwartet Bones Do 26 april 17u toegang gratis BURCHT LITERAIR Robert Vuijsje, interview Maarten Dessing Do 26 april 20.15u, €10,- €7,Bierproeverij Eigen Wijze Lentebierwandeling Zo 6 mei, inschrijven www.bierwandeling.nl Universiteitsbibliotheek ‘Topografisch geheugen: Topstukken uit de verzameling Nederlandse topografie’ t/m 29 april 2012 RIJKSMUSEUM VAN OUDHEDEN Nieuws uit het Midden-Oosten t/m 31 aug 2012 Eilanden van de Goden t/m 2 sept 2012 MUSEUM BOERHAAVE Het Gewichtige Lichaam t/m 9 sept 2012 NATURALIS Naturalia, van circusdier tot wetenschappelijk object t/m 19 aug 2012 SIEBOLDHUIS Van Haai tot Koi t/m 8 juli 2012 MUSEUM DE LAKENHAL Toverlantaarns t/m 12 aug 2012


16  Mare · 26 april 2012 Kamervragen

00 :27 PM

Het onverwachte

Foto Taco van der Eb

‘Ik hou van spullen met een verhaal’ Willemijn Sneep (22), afgestudeerd filosoof, volgt minor journalistiek Huis: BHXXX (Boerhaavelaan 30) Bewoners: 14, dubbelgemengd (Quintus, SSR en Augustinus) Grootte: 28 m2 Huur: €375,-, inclusief Een benedenkamer aan de straatkant, veel overlast? ‘Totaal niet. Dit is een rustige straat.’ Behalve wanneer jullie huisfeesten geven dan. ‘Haha, ja. Het huisfeest van vorige zomer is tot nu toe het meest uit hand gelopen. Er ging toen een fles door mijn raam, geen idee waar die vandaan kwam. Op het moment dat het gebeurde was ik niet in mijn kamer, maar een huisgenootje die in de buurt

Bandirah

stond kreeg allemaal glas over zich heen. ‘Ik heb toen twee nachten met een stuk plastic over het gat moeten slapen. Normaal komt er rond de 200 man, nu waren het er ook ineens bijna 300. Van het overschot aan entreegeld hebben we toen de schade aan mijn raam betaald.’ Hebben jullie nog huisrituelen? ‘Ja, biggen. Zodra we thuis komen als we uit zijn geweest springen we bij degenen die Sjaak Afhaak hebben gespeeld die avond op bed om nog even te kletsen, of muziek te maken. Zoals met pollepels op potten en pannen slaan.’

Hoe is de relatie met de buren? ‘Goed hoor. Aan de ene kant zit een ander studentenhuis, aan de andere kant normale mensen. Oh sorry, werkende mensen.’ Je meubilair ziet er niet uit alsof het van de Ikea is. Waar heb je die koffer vandaan? ‘Die is van mijn grootmoeder. Ik weet niet of ermee gereisd is, ik heb ‘m gekregen toen de zolder werd opgeruimd. Ik hou ervan als spullen een verhaal met zich meedragen. Die witte stoel heb ik van het grofvuil gered, en het donkergroene kastje heb ik meegenomen van ’s werelds bekendste braderie in Lille, Frankrijk, toen ik daar een half jaar studeerde.’

Past wel bij zo’n oud huis. ‘Ik weet niet precies hoe oud het is, maar het moet van voor de elektriciteit zijn. Dat zie je aan de pijpen en bedrading, die overal uit de muren komen. En als je de deur open laat staan, valt hij dicht omdat alles scheef is. Dat maakt het wel weer een leuk huis.’ Wat doet die racefiets in je kamer? ‘Die is te mooi om buiten te laten staan. Als je zo’n fiets in de regen laat staan, wordt-ie al snel gaar en gammel. Mijn barrel staat buiten, hier fiets ik alleen op als ik ver moet, dat is prettiger. Of als de band van mijn andere fiets leeg is.’ Door Judith Laanen

Ze kreeg Anne toen ze negentien was. De naam leidde – ondanks de roze kleertjes – tot verwarring: was het een jongen? Iemand opperde dat kinderen als Anne aan verstandelijk gehandicapten worden gegeven, om zo te testen of ze in staat zijn een kind op te voeden. Een ander vermoedde dat ze zwanger was, en zo alvast kon oefenen. Maar ze was niet verstandelijk gehandicapt, en – godzijdank – ook niet zwanger. Ze werd gechanteerd voor studiepunten, al was ze zelf de enige die dit niet doorhad. De pop ging overal mee naar toe. Op haar lichaam zaten grote stickers en zwarte draden. Als het kind huilde, zou haar hartslag oplopen, het stressniveau stijgen, misschien. Als het kind huilde, begonnen wij uitgebreid te zuchten en te steunen. ‘Kan je niet ergens anders heen met dat pokkekind?’ Haar wangen kleurden rood, meer om ons dan om de baby. We namen Anne mee uit wandelen en zaten met haar in de zon. Als Anne begon te janken waren er eigenlijk maar drie opties. Ze wilde eten, poepen of boeren. Het leven had nog nooit zo simpel geleken. We gaven haar de fles (een magneetje), een schone luier (een magneetje) en klopten op haar schouders (met een magneetje). Als je goed oplette zag je hoe ze de starende blikken soms vergat. Met vlakke hand klopte ze het plastic kind op de rug. Het plastic gaf niet mee. Toen ik een blauwe maandag psychologie studeerde was Anne gelukkig nog niet van de partij. Maar ook ik bracht vele uren door in de benauwde hokjes. Voor de wetenschap, eigenlijk voor de studiepunten, meer nog voor het geld. Zodra je de deur doorliep wist je dat je werd voorgelogen en bedonderd. Om ‘sociaal wenselijk gedrag’ te voorkomen, is bij psychologische onderzoekjes namelijk niets wat het lijkt en onbeschoft gedrag geoorloofd. Ik moest geld delen met mensen die ik sprak via de computer. Ik kon alles zelf houden, het eerlijk delen of weggeven. Zelf houden is asociaal, bij weggeven ligt het er te dik bovenop. Ik deelde alles eerlijk. Ondertussen ging er op de gang iemand onderuit. Het werkelijk onderzoek draaide natuurlijk om de bereidheid deze persoon te helpen. Ben je braaf ijsjes aan het verkopen, aan het onderhandelen of scorelijsten aan het invullen? Die geniepige onderzoekers interesseert het eigenlijk niets. Verwacht het onverwachte. De vraag van de week was dus ook wat Anne werkelijk aan het licht moest brengen. Vol argwaan bekeken we het ding. Toen haar tijdelijke moeder even weg was trokken we aan haar been, maar ze gaf geen kik. Toen we Anne hard aan haar hoofd schudden, begon ze te huilen. Haar tijdelijke moeder snelde dichterbij: ‘Blijf van mijn kind!’ Toen we ons afvroegen of Anne ook kon verdrinken besloot ze dat een weekendje weg met veertig mensen misschien toch niet zo’n goed idee was. Het liefste had ze deze dagen in rust doorgebracht. Na elke huilbui had ze moeten invullen hoeveel mensen er in de buurt waren geweest. Wat een toevalligheid. Veertig te veel voor een rustige hartslag. Petra Meijer

Mare 27  

Leids Universitair Weekblad