Page 1

14 april 2016 39ste Jaargang • nr. 26

‘Ik praat alleen maar, zij zingt’ Pagina 11

Hogepriesteres: ‘Als ik wegval, is het geen alzheimer, maar vodou’

Neanderthaler gebruikte aanmaakpoeder om vuur mee te stoken

We kunnen uitstekend elkaars gedachten lezen, zegt taalwetenschapper

Pagina 3

Pagina 7

Pagina 9

De volksverhuizing blijft Westen moet stoppen met militair ingrijpen, vindt Amerikaanse topadviseur Over een jaar is IS opgerold, voorspelt de Amerikaanse topadviseur en ex-CIA’er Graham Fuller, die deze maand college geeft in Leiden. ‘Maar we moeten het Midden-Oosten zelf laten worstelen.’ ‘Ik verwacht dat IS in minder dan een jaar grotendeels is ver-

DOOR VINCENT BONGERS

nietigd’, zegt de Amerikaanse Midden-Oostendeskundige Graham Fuller (78). ‘Wat zij doen is gruwelijk, maar ik maak me meer zorgen om Europa. Dat schudt echt op haar grondvesten. De vluchtelingenstroom, ontstaan door de oorlog in Syrië, bedreigt het politieke experiment Europa. De samenwerking valt weg. De grensbewaking keert terug en extreemrechts rukt op.’ Fuller was vice-voorzitter van The National Intelligence Council, een van de belangrijkste adviescommissies van de Amerikaanse regering. Als medewerker van de CIA was hij onder andere gestationeerd in Afghanistan, Jemen, Li-

banon en Saoedi-Arabië. Deze maand geeft hij drie lezingen op de Universiteit Leiden over het Midden-Oosten. Europa moet hulp krijgen bij het opvangen van vluchtelingen, vindt Fuller. Ook zijn eigen land schiet schromelijk tekort. ‘Europa draagt nu een veel te groot deel van de last. Je mag van landen als Nederland, Denemarken en Zweden niet verwachten dat ze enorme hoeveelheden opvangen. Het aantal inwoners van die landen is er simpelweg te klein voor.’ Het is essentieel dat er meer landen meedoen. ‘Saoedi-Arabië bijvoorbeeld. En waarom sturen we geen vluchtelingen naar de klassieke migratielanden als de VS en Canada? Of Zuid-Amerika? Stel je hebt een half miljoen Zoeloes die op de vlucht zijn. Als Nederland die allemaal huisvest, dan heeft dat een enorme

impact. Maar in Amerika of Canada zouden ze niet eens opvallen. De voornaamste verandering zou zijn dat er een aantal goede Afrikaanse restaurants bij komen. Het is echt schokkend om te zien hoe weinig Syrische vluchtelingen mijn land opneemt.’ En dat terwijl Amerika volgens Fuller deels verantwoordelijk is voor het ontstaan van IS. ‘Door de inval in Irak is de hele maatschappelijke infrastructuur van dat land vernield. Die poel van chaos en anarchie was uiteraard een perfecte omgeving voor IS. Ook de mislukte aanpak van de oorlog in Syrië heeft niet geholpen. Bashar al-Assad is hoofdschuldige voor die ramp, maar ook mijn land heeft een niet al te gelukkige rol gespeeld.’ Maar zelfs als er rust komt in het Midden-Oosten, blijft het vluchtelingenprobleem bestaan. ‘De migrerende mens is de toekomst van de wereld. Landen verzwakken niet alleen door economische en

politieke crises. Voedsel- en waterschaarste en milieuproblematiek gaan nog voor veel meer volksverhuizingen zorgen. Reken wereldwijd op een constante stroom vluchtelingen. Iedereen die alleen zijn eigen mooie cultuur wil behouden, probeert iets onmogelijks te verwezenlijken. Het wordt een grote mix. Het is een fantasie dat de grenzen dicht kunnen.’ Fuller is zeer kritisch op het beleid dat het Westen de laatste decennia in het Midden-Oosten heeft gevoerd. ‘De aanslagen in Parijs en Brussel zijn natuurlijk vreselijk. Maar het Westen heeft bijgedragen aan de chaos die in het Midden-Oosten is ontstaan. Dit is tweerichtingsverkeer.’ Zijn oplossing? ‘Ik observeer al decennia Amerikaanse interventies in het Midden-Oosten. Eén ding is heel duidelijk: we moeten stoppen met militair ingrijpen. Het mislukt niet alleen elke keer, de problemen worden ook telkens erger. Bombarderen en het inzetten van drones is helaas onvermijdelijk om een einde te maken aan IS in Syrië en Irak, maar daarna moeten we echt stoppen. Een deel van de IS-aanhangers zal uitwijken naar Libië en andere landen. Maar we kunnen ze niet over de hele wereld blijven achtervolgen. Het is aan moslimlanden om die taak over te nemen.’ > Verder lezen op pagina 5

Foto Alex Majoli/Magnum/Hollandse Hoogte

‘Goedkoper tarief voor vluchtelingen’

Studiebijsluiters deugen vaak niet

Meatless monday komt er niet

Minder werkloze afgestudeerden

Alle vluchtelingen moeten voor gereduceerd tarief kunnen studeren, vindt de Universiteitsraad. Maar volgens het college van bestuur is dat ‘niet zo simpel’.

Bij ongeveer een kwart van de opleidingen is de informatie uit de studiebijsluiter slecht vindbaar, blijkt uit onderzoek van het Interstedelijk Studenten Overleg.

Leiden gaat niet één dag in de week vlees in de ban doen, zoals Wageningen en Nijmegen. ‘Iedereen moet zelf bepalen wat hij eet.’

De werkloosheid onder hbo’ers en wo’ers is iets afgenomen, al verschilt het nog per richting. Dat blijkt uit een rapport van de Inspectie voor het Onderwijs.

Pagina 4

Pagina 4

Pagina 5

Pagina 5

Bandirah Pagina 12


2

Mare · 14 april 2016 Geen commentaar

Apenrots DOOR BART BRAUN De in Amerika werkende primatoloog Frans de Waal heeft weer een boek uit, en dus is hij nu tijdelijk in Nederland. Maandag bezocht hij een congres over wetenschapscommunicatie, en daar wist hij de aanwezigen op de kast te krijgen met zijn stelling dat je ‘alleen een topwetenschapper kunt zijn als je 90 uur per week werkt’. Eerlijk is eerlijk: De Waal is ook echt een toppere wetenschapper dan wie er verder ook in die zaal zat. Misschien dus, dat er inderdaad een heel kleine subklasse van mensen bestaat die weinig slaap nodig heeft, en die jaarin-jaar-uit op topniveau kan functioneren met zulke eindeloze werkweken. Het kan. Laten we, voor de lengte van deze column, aannemen dat het echt zo is. Dan is er nog steeds een probleem. U, beste lezer, bent namelijk vrijwel zeker niet een van die mensen. Normale mensen moeten wel genoeg slapen; je gaat eerder dood aan slaapgebrek dan aan voedselgebrek. Normale mensen veranderen in enorme eikels als ze chronische stress hebben, bijvoorbeeld omdat ze opgejaagd worden door een baas die vindt dat je negentig uur per week moet werken om op de apenrots te mogen blijven. Nou hebben we er bij Mare niet zo’n last van als u een eikel bent. We spreken u hooguit enkele uren per jaar. Maar mensen die zich over de kop laten jagen, maken veel meer fouten, en krijgen veel minder vaak originele ideeën. Als de universiteit te weinig mooie wetenschap produceert, hebben we wél een probleem. Een paar jaar terug ondervroegen we voor deze krant topwetenschappers van deze universiteit over hun ‘Eureka-ervaring’. Wanneer, waarom en hoe ging ineens het spreekwoordelijke gloeilampje branden? De een kreeg het bij het zwemmen, de ander bij het lezen over iets dat net buiten zijn vakgebied viel, eentje lag in bed te soezen. Weet u wat werkelijk helemaal niemand zei? ‘Nou, ik deed een meetmarathon in het lab van 16 uur, en ineens viel het kwartje.’ Soms moet een meetmarathon nu eenmaal, en soms is er een keiharde deadline of een noodgeval. Dat is echter wat anders dan je complete leven ombouwen tot een permanent noodgeval. Als het in het nieuws gaat over blunderende politici, ontploffende spaceshuttles, onethische bankiers of chirurgen die een patient laten sterven, komt altijd ergens achteraf ter sprake dat de verantwoordelijken zo onmeunig hard gewerkt hadden. Alsof dat een excuus is, in plaats van de essentie van het probleem. U moet juist het tegenovergestelde doen. Ga kikkers kijken, biljarten, of zwemmen, en op tijd naar bed. Aai af en toe eens een kind over de bol. Lees een universiteitskrantje op zijn tijd, en zo vaak als maar kan een goed boek. Speaking of which: die nieuwe van Frans de Waal is best goed, maar niet zo goed als zijn eerdere werk. Hij had er beter wat meer rust voor kunnen nemen.

Colofon Redactie-adres Reuvensplaats 3, 2311 BE Leiden Postbus 9500 2300 RA Leiden Telefoon 071–527 7272 Website mareonline.nl E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000 Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl Redactie

Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Petra Meijer p.meijer@mare.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl Isa de Grood (stagiaire) Isadegrood@gmail.com Medewerkers

Laura Kervezee • Esha Metiary • Marc van Oostendorp • Benjamin Sprecher • Tim Meijer Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Dokwerk Communicatie Art direction en vormgeving Marcel van den Berg Drukwerk Rodi Rotatiedruk, Broek op Langedijk Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • Prof. dr. F. Israel (vicevoorzitter) • Birgül Açiksöz • Joline Cramer • drs. Bart Funnekotter • drs. Malou van Hintum • mr. Folkert Jensma • Merian Kuipers • Josephine Say • Prof. dr. Nico Schrijver • Marieke Vinkenoog • Dr. Hans Vollaard • Christian van der Woude Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op IBAN NL68RABO0103257950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200092091) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare.leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

Column

Met zoveel koop je een hoop Ik woon nu bijna een maand in het stadje New Haven, Connecticut. Ik had graag iets geschreven als ‘het slaperige stadje’, of ‘het pittoreske stadje’, maar New Haven is niet slaperig, al helemaal niet pittoresk, en als je zou verwachten dat je een universiteitsstadje toch op z’n minst als bruisend moet kunnen kenmerken zou je er daarmee ook ver, ver naast zitten. Nee, ik zal New Haven beschrijven aan de hand van het volgende voorval: zaterdagnacht werd voor de deur van mijn favoriete diner, een typisch Amerikaans café/restaurant met slechte koffie, vet eten en nog vettere personeelsleden, een man in zijn kruis geschoten, toen hij om half drie ‘s ochtends ruzie kreeg met iemand die later door de politie werd omschreven als ‘a black man wearing a hoodie’. En daarmee was de zaak afgedaan. Het was, naast een aantal berovingen, de derde schietpartij sinds ik hier ben gaan wonen. Dat roept twee vragen op. De meest prangende zullen we nooit beantwoord krijgen: had de aard van de ruzie ook echt iets met de ballen van het slachtoffer te maken, of was het mikpunt van het schot door de dader willekeurig gekozen? De tweede vraag dan: waarom voel ik me ondanks deze criminaliteit toch redelijk veilig? Ik woon weliswaar in New Haven, maar toch ook niet. Want midden in New Haven ligt de campus van Yale University, dat met 26 miljard dollar in de kas een van de rijkste instituten op aarde moet zijn. En voor zoveel geld koop je een hoop. Een sporthal in de vorm van een kathedraal bijvoorbeeld. Of een eigen Picasso, voor als je een keer college moet geven over Picasso. En natuurlijk een nighttime safe rides and walking escort service. Dat wil zeggen, ik bel een telefoonnummer, en na 20 minuten komt iemand van de 150 man sterke Yale Security Department mij in een busje escorteren naar mijn eindbestemming. In het officiële voorbeeld staat hoopvol dat ze je van

kantoor naar huis willen brengen, maar deze dienst wordt natuurlijk vooral gebruikt om van en naar de kroeg te gaan. De service loopt dan ook van zes uur s ‘avonds tot zes uur ‘s ochtends. Voorts staan er ruim 500 zogeheten blue phones verspreid over de campus, waar je op een knop drukt en direct met de politie in contact komt. En dan heb ik het niet over de New Haven politie. Nee, die houdt zich, om het maar op z’n plat Leids te zeggen, alleen bezig met paupers. Yale heeft haar eigen Yale Police Department. Vlak nadat ik hier aankwam, kreeg ik uitleg over de plekken die ik moest vermijden. ‘Zie je die heuvel in het zuiden?’ vroeg de vriendelijke politieman. ‘Dat is Latino-bendegebied. Daar moet je absoluut niet komen. En weet je die gefrituurde kip-zaak achter de sporthal? Een straat verderop begint een ander bendeterritorium. Daar mag je absoluut niet komen. En die betonnen gebouwen vlak bij de straat waar je woont? Dat is the jungle. Laatst is daar een Connecticut state trooper beroofd van zijn dienstwapen. Absoluut niet komen.’ ‘Maar maak je geen zorgen’, vervolgde hij. ‘Wij zorgen voor de campus en die is redelijk veilig.’ Ter vergelijking: de New Haven-politie heeft 350 man voor de hele stad, de Yale-politie heeft 90 man. Het gevolg is een bizarre tweedeling. Terwijl letterlijk drie straten buiten mijn kantoor het gang-territorium van The Bloods begint, houdt de Yale-politie zich vooral bezig met fietsen die niet op slot staan. Wat vond de Yale politieman daar zelf van? ‘If your superintendent tells you often enough not to care, then in the end you don’t care.’ BENJAMIN SPRECHER is bijna gepromoveerd bij het Centrum voor Milieuwetenschappen, en vers begonnen aan zijn postdoc in Yale.


14 april 2016 · Mare 3 Mensen

Vodou-ritueel in Port au Prince, Haïti. ‘Het heeft niets te maken met spelden in poppen steken.’ Foto Neil Brandvold

Je geeft iets en je vraagt iets Enige vodou-hogepriesteres van Nederland spreekt over haar geloof Toen auteur Maria van Daalen werd gegrepen door vodou, wilde ze niet vanaf de zijlijn toekijken. Inmiddels is ze gewijd tot hogepriesteres. ‘Ik dacht: ik ben hier veel te blank, blond en Europees voor.’ DOOR VINCENT BONGERS ‘Het is eigenlijk

een party’, zegt schrijver, dichter en vodou-priesteres Maria van Daalen. ‘Tijdens een ceremonie is er muziek. We dansen en zingen. De liederen nodigen de spirits uit om ook naar het feestje te komen. De priesters raken een voor een in trance. Ze zijn dan een voertuig voor een spirit. De aanwezigen stellen de priester vragen, en de spirit geeft antwoord. Veel privacy is er niet. Tijdens een bijeenkomst van dertig personen, weten de 29 anderen precies wat er bij jou allemaal speelt.’ Van Daalen geeft maandag een lezing in Leiden over haar geloof, tijdens het congres congres ‘Elves, Spirits, and Aliens: Superhuman En-

tities in New Religions. ‘Vodou is een van de circa vijfentwintig religies uit de Caraïben met wortels in Afrika. Het is ontstaan tussen de zestiende en negentiende eeuw, in de smeltroes van de slavenhandel. Vodou gaf steun aan mensen van wie de families uit elkaar waren getrokken.’ De religie kent geen heilig boek. ‘Het is een orale traditie bestaande uit tweeduizend liederen. Een belangrijke rol spelen de loa, dat zijn spirits. Je kunt deze omschrijven als engelen of heiligen. Het is een direct geloof. Je spreekt een loa aan en vraagt om hulp. Je geeft iets en je vraagt iets. Dat kan door een kaars aan te steken of iets te offeren. Het heeft niets te maken met zombies en het steken van spelden in poppen. In Louisiana in de Verenigde Staten zie je wel winkels met dat soort zaken, maar dat is voor de toeristen.’ Haïti is van 1919 tot 1934 bezet geweest door Amerikanen. ‘De protestantse marines die terugkeerden naar huis brachten verhalen mee over in hun ogen mysterieuze en

enge rituelen. Die ervaringen vonden dan weer de weg in boeken en films.’ Op Haïti vond eerder al de enige geslaagde slavenopstand plaats. ‘Die duurde van 1791 tot 1804, toen was het eiland in het bezit van Fransen. De troepen van Napoleon werden in de pan gehakt. Dat kon alleen door magie, was het verhaal. Dus dat gaf vodou ook al een bepaalde reputatie.’ Dat tijdens een vodou-ceremonie met geesten wordt gecommuniceerd is voor buitenstaanders ‘heel exotisch’, geeft Van Daalen toe. ‘Maar in elk geloof speelt magie een rol. Kijk maar naar de rooms-katholieke kerk. Wijwater is iets magisch. En dat geldt ook voor een kaarsje branden voor een overleden familielid.’ Van Daalen kwam in contact met vodou via Afro-Amerikaanse literatuur. ‘De schrijver Ishmael Reed verwerkt veel vodou in zijn boeken. Dat vind ik heel interessant en ik besloot meer te weten te komen over deze religie. Ik wilde echter niet van-

af de zijlijn toekijken, maar het zelf meemaken. Ik ben een aantal keer naar Haïti geweest en ben tot Manbo Asogwe, hogepriesteres, gewijd. Daarvoor verbleef ik twee weken in een tempel – de eigenlijke ‘opleiding’ is een leven lang. Eerst hield ik het priesterschap nog af. Ik dacht: ik ben hier veel te blank, blond en Europees voor. Maar de spirits kijken niet naar huidskleur, vertelden ze mij toen.’ Van Daalen is de enige Manbo Asogwe in Nederland en heeft een sosyete (congregatie) van rond de tien personen. ‘Je treedt toe tot een nieuwe familie. Tijdens de ceremonie wordt duidelijk welke spirit voor jou de belangrijkste is. Ik zeg niet om welke spirit het gaat, alleen de personen die tegelijkertijd met jou zijn ingewijd weten dat.’ Soms raakt ze ook buiten een ceremonie in trance. ‘In 2012 vertelde ik in een radio-uitzending over vodou. Daar zong ik een liedje: “Hallo spirit. Kom gezellig op visite.” Dat was om half acht ’s avonds. Het volgende

moment dat ik mij herinner, is dat ik in de auto zit naast de technicus. Ik vroeg hem: “Waar gaan we heen?” Hij zei dat hij me zoals beloofd naar station bracht. Het bleek negen uur te zijn. Ik was anderhalfuur in trance geweest. De man zei tegen mij dat hij best was geschrokken. Mijn ogen zagen er toen ik aan het zingen was ineens heel raar uit. Ik had overigens wel gewoon verteld over vodou. De spirit Legba sprak via mij. Deze spirit is van de communicatie, van de taal. Dus die houdt van praten. Ik heb tijdens de uitzending vragen beantwoord, maar Legba was aan het woord. Ik moet soms oppassen dat ik niet in een trance raak en een tijd afwezig ben. Op schrijversbijeenkomsten na een glaasje wijn of twee, bestaat de kans dat dat gebeurt. Maar als ik tijd kwijt ben, dan is het geen alzheimer maar vodou.’

verhalen over buitenaards leven komt toch al uit de tweede eeuw na Christus. De Griekse schrijver Lucianus van Samosata schreef in zijn Verae Historiae een bizar verhaal waarin reizigers op de maan terechtkomen. Daar is een strijd gaande tussen bewoners van de maan en de zon. Sommigen hebben hondenkoppen, anderen lijken op paddenstoelen. Op internet kun je een Engelse vertaling vinden, getiteld A True Story.’

een vrij technisch boek beschreef hij de ringen van Saturnus. ‘Aan het eind van zijn leven schreef hij nog een veel leuker boek: De Cosmotheoros. Daarin speculeert hij dat hemellichamen bewoond zouden kunnen zijn. Hij weet inmiddels de grootte van sommige planeten ten opzichte van de aarde, de enórme afstanden ertussen, dat er maantjes zijn, maar nog niets over oppervlaktedetails en atmosfeer. Hij gelooft dat er wezens kunnen bestaan, Dwaalstarrelingen, die mogelijk op de mens lijken, maar er misschien juist heel anders uitzien. ‘Net als veel wetenschappelijke teksten verscheen het eerst in het Latijn, maar er volgden veel vertalingen. De oorspronkelijke Nederlandse vertaling staat op mijn website. Je moet het zeventiende-eeuws wel even begrijpen, want een moderne

vertaling is er niet, maar het is een heel leuk werk.’ Staan er ook plaatjes in? ‘In een zeventiende-eeuwse Nederlandse vertaling van de Verae Historiae staan wel illustraties van hoe Lucianus’ wezens in díe tijd werd voorgesteld. De Cosmotheoros is vooral geïllustreerd met figuren van planeten, geen buitenaardse wezens. In de negentiende eeuw en aan echt begin van de twintigste eeuw komt de vroege sciencefiction pas echt los. Dat gebeurt ook al snel in films. Tegenwoordig kun je het met animaties zo gek maken als je wil, maar toen waren filmmakers vaak wat beperkt. Er moest toch een mens in zo’n pak passen.’

‘Nee, pas in de jaren zestig schreef Erich von Däniken bibliotheken vol over aliens, die bijvoorbeeld de piramides gebouwd moeten hebben. Zulke ideeën ontstonden pas na 1947 (het Roswellincident, red.). Vanaf toen namen straaljagerpiloten vreemde lichten waar en had men het over vliegende schotels, die misschien wel bemand waren. Uit 1968 komt ook de film 2001: A Space Odyssey uit, rond de tijd van de eerste maanlanding dus. Daarin maken mensapen een grote stap in de evolutie, nadat ze een achtergelaten monoliet bestuderen. Aliens komen nooit in beeld, dat maakt het zo’n superieure film. Maar ufo-bezoekjes zijn een beetje een American thing.’ MVW

Speculeren die oude bronnen ooit over buitenaardse bezoekjes aan de aarde?

Kaiser Lente Lezingen: Rob van Gent, Oude Sterrewacht, za 16 april, 14.00

‘Elves, Spirits, and Aliens: Superhuman Entities in New Religions.’ Maandag 18 april, Lipsius (028), het congres begint om 19.30

071 - 527 …

Aliens: True story Sterrenkundige Rob van Gent van de Universiteit Utrecht vertelt tijdens de Kaiser Lente Lezingen over antieke denkbeelden over buitenaards leven. Hoe antiek zijn die denkbeelden eigenlijk? ‘Het idee dat de hemel bewoond wordt, door goden of engelen, is al heel oud. Ideeën die wat meer aansluiten op onze moderne voorstellingen van hemellichamen en mogelijk ook levens, anders dan de mens, is pas de laatste eeuwen wat meer uitgewerkt. Een van de vroegste

Wanneer begon het meer op onze voorstellingen te lijken? ‘In de zeventiende eeuw ging men veel meer begrijpen over planeten en sterren. Tot dan waren dat slechts lichtjes aan de hemel. Christiaan Huygens was misschien wel de belangrijkste, maar niet de eerste, die erover schreef. Met zijn zelfgemaakte kijkers ontdekte hij veel nieuwe dingen. In


4  Mare · 14 april 2016 Nieuws

Salaris hoogleraren Hoogleraren mogen niet meer verdienen dan ministers. Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken heeft daarvoor een conceptwetsvoorstel gepubliceerd. Momenteel geldt er vanuit de Wet Normering Topinkomens (WNT) al een plafond, ter hoogte van een ministerssalaris van 179 duizend euro, voor bestuurders in de publieke en semipublieke sector. Ook voor de rector magnificus van de Universiteit Leiden bijvoorbeeld. Dat wil Plasterk dus flink uitbreiden, onder meer naar hoogleraren en presentatoren bij de publieke omroep. Voor artsen en luchtverkeersleiders zal de wet niet gelden en er zijn ook uitzonderingen mogelijk, wanneer de volledige ministerraad het ermee eens is. Volgens het laatste jaarverslag, over 2014, had de Universiteit Leiden één medewerker ‘van wie de bezoldiging de WNT-norm te boven gaat’. Het betrof een ‘eenmalige vertrekregeling’ van een universitair hoofddocent die sinds 1985 in dienst was.

Dure nakijkfout De Erasmus Universiteit (EUR) moet ruim negenduizend euro betalen door een nakijkfout. Een oud-student psychologie liep door de fout een jaar studievertraging op en stapte naar de rechter. In september begon haar masteropleiding in Amsterdam, maar vlak voor aanvang moest ze nog een herkansing halen. De bachelorstudent behaalde een 5,2 en zag de master aan zich voorbij gaan. Een verzoek tot versnelde inzage werd door de universiteit verworpen. Tijdens het inzagemoment bleek het antwoordblad een foutje te bevatten. Ze had eigenlijk een voldoende gehaald, maar kon niet meer instromen. De student eiste een schadevergoeding van 23.000 euro. De Erasmus Universiteit stelde ‘niet onrechtmatig te hebben gehandeld’ en meende dat van schade geen sprake was. De rechter veroordeelde de instelling echter tot het betalen van ruim negenduizend euro en de proceskosten.

Nieuwe kamereisen Bouwtechnische voorwaarden opleggen, voordat een bestaand pand wordt opgedeeld in kamers, en misschien ook wel nadat al een vergunning is verleend: daarmee overweegt de gemeenteraadscommissie Stedelijke Ontwikkeling kameroverlast tegen te gaan. In een aantal wijken wordt al jaren geklaagd over onder meer fietsen- en geluidsoverlast, door de zogenaamde verkamering van huizen. In februari legde het college van burgemeester en wethouders zes mogelijke oplossingen voor. Voorwaarden stellen om fietsparkeeroverlast te voorkomen, of woningvorming vergunningsplichtig maken in de plaatselijke Huisvestingsverordening, behoren ook nog tot de mogelijkheden. De andere twee opties: een quotum voor het aantal nieuw op te delen woningen of anders een maximum aantal bewoners, lijken niet op een meerderheid in de raadscommissie te kunnen rekenen.

Voltaprijs De Leidse natuurkundige Michel Orrit heeft de Edison Volta Prize 2016 gewonnen. Dat is een eerbetoon dat de European Physical Society elke twee jaar uitreikt aan een individu of groep van maximaal 3 wetenschappers ter erkenning van een buitengewone prestatie in natuurkundig onderzoek. Behalve een medaille hoort daar ook een bedrag van tienduizend euro bij. Orrit was dit jaar de enige winnaar, dus hij hoeft dat geld niet te delen. Orrit ontvangt de onderscheiding vanwege zijn bijdragen aan de optica en de single-molecule microscopy.

Rectificatie In het artikel ‘Een kluwen zonder leiders’ in Mare 25 is criminoloog Jasper de Bie verkeerd geciteerd. Het citaat ‘Hij wordt tot takfir, ongelovige, verklaard’ klopt niet. Het principe van ongelovig verklaren heet takfir. De persoon in kwestie wordt tot kafir (ongelovige) verklaard.

‘Lager tarief voor vluchteling’ In plaats van tienduizend euro collegegeld betalen De universiteitsraad wil dat vluchtelingstudenten die geen beurs ontvangen van de Stichting voor Vluchteling Studenten UAF toch de kans krijgen om voor gereduceerd tarief in Leiden te studeren. Het college van bestuur wil juist inzetten op samenwerking met het UAF. DOOR VINCENT BONGERS Studenten van buiten de Economische Europese Ruimte (EU plus Liechtenstein, Noorwegen en IJsland) betalen het instellingscollegegeld. Dat is een veel hoger bedrag dan het wettelijk collegegeld dat dit academische jaar op 1.951 euro is gesteld.

Een vluchtelingstudent uit bijvoorbeeld Syrië moet dus eigenlijk het instellingscollegegeld betalen. En dat is prijzig. Een bèta-bachelor kost bijvoorbeeld 13.000 euro per collegejaar. Alfa’s en gamma’s betalen rond de 10.000 euro. Geneeskundestudenten zijn met een bedrag van 15.000 euro het duurste uit. De masters van alle opleidingen zijn nog duurder. Vluchtelingstudenten die een beurs krijgen van het UAF, betalen een gereduceerd tarief dat is gelijk gesteld aan het wettelijk collegegeld van 1.951 euro. Maar de stichting kan jaarlijks slechts 750 plekken financieren. Volgens de stichting studeren er nu 27 studenten in Leiden met een

UAF-beurs. De raad roept het college van bestuur in een advies op ‘een open houding aan te nemen’ ten opzichte van ‘vluchtelingstudenten die niet via het UAF bij de universiteit komen.’ ‘Zorg dat de drempel zo laag mogelijk blijft voor deze groep’, zei Koen Hamelink van studentenpartij LVS vorige week tijdens de universiteitsraadsvergadering, ‘zodat zij wellicht ook in Leiden kunnen studeren.’ Volgens vice-rector Simone Buitendijk is het ‘nog niet zo simpel’ om vluchtelingstudenten die geen steun krijgen van de stichting te helpen. ‘Er komt een notitie waarin op een rijtje wordt gezet tegen welke pro-

blemen vluchtelingstudenten aanlopen. En op welke manier wij hen het beste kunnen helpen. Er zijn al veel initiatieven, die willen we zoveel mogelijk ruimte geven. De universitaire lerarenopleiding ICLON traint bijvoorbeeld gevluchte Syrische docenten.’ ‘Maar als je niet aan alle eisen voldoet, is het niet zo makkelijk om hier te gaan studeren. Het is de vraag of we mensen buiten de reguliere kanalen goed kunnen helpen. We sturen er voorlopig dan ook op aan om meer studenten via het UAF in Leiden te laten studeren. Daar zetten we meer vaart achter.’ Op 25 mei sluit de universiteit een convenant met het UAF. Wat daar precies in staat is nog niet bekend.

Studiebijsluiters vaak niet in orde Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) hield 45 grote opleidingen uit het hoger onderwijs tegen het licht, en stelde vast dat die vaak niet het hele verhaal vertellen. Bij ongeveer een kwart van de opleidingen is de informatie uit de studiebijsluiter niet goed vindbaar op de website. Daarnaast is de informatie die wel op de websites staat vaak te rooskleurig en soms zelfs onjuist. De studie civiele techniek in Delft meldt bijvoorbeeld dat een civiel ingenieur ‘verzekerd is van een baan’; terwijl in de bijsluiter staat dat na anderhalf jaar 63 procent van de afgestudeerden werk op TU-niveau heeft. Communicatiewetenschappen aan de UvA heeft het over een goed arbeidsmarktperspectief, maar is op dat vlak een van de slechtst scorende WO-opleidingen: slechts 31 procent van de communicatiewetenschappers werkt op niveau na 18 maanden. De studiebijsluiter bestaat sinds 2014, en is bedoeld om te zorgen dat de juiste studenten op de juiste plek terecht komen. In het overzicht is te zien hoe studenten hun studie waarderen, het aantal eerstejaars dat de opleiding doet, het aantal contacturen dat eerstejaars wordt aangeboden, het percentage studenten dat door-

stroomt naar het tweede jaar, het percentage studenten dat binnen vier jaar een bachelor heeft en het percentage studenten dat 1,5 jaar na afstuderen een aansluitende baan heeft. In de steekproef van het ISO zaten ook vier Leidse opleidingen:

rechten, politicologie, international studies en bestuurskunde. Die hebben wel netjes naar de bijsluiter gelinkt, en maken geen overdreven beloftes over de arbeidsmarkt. International Studies, een jonge opleiding die simpelweg nog geen cij-

fers over hun afgestudeerden heeft, maakt het niet mooier dan het is, en blijft in algemeenheden hangen: ‘Als afgestudeerde zul je werkgevers veel te bieden hebben’ Aankomend studenten hebben nog tot 1 mei om zich op te geven voor hun studie. BB

Een hongerloon en betalen voor printen Externe promovendi in Leiden krijgen minder geld en minder toegang tot faciliteiten. Cathelijn Waaijer, jij werkt bij het CWTS, de afdeling van de universiteit die onderzoek doet naar wetenschap. En je hebt net een nieuw artikel uit, zagen we? ‘Klopt. In 2012 hielden we met het Leids Promovendi Overleg (LEO) een enquête onder de Leidse promovendi, en die resultaten zijn nu gepubliceerd in het vaktijdschrift Research Evaluation.’ Dat artikel maakt onderscheid tussen promovendi die zijn aangesteld bij de universiteit, de aio’s en oio’s, en externe beurspromovendi. Maar Leiden deed toch helemaal niet mee aan de experimenten met bursalen? ‘Het Nederlandse bursalenexperiment heeft hier niets mee te ma-

ken. Leiden kent nu ook al mensen die zonder aanstelling promoveren, bijvoorbeeld met een beurs van de Indonesische of Chinese overheid. Die hebben dan een gastaanstelling of een studentenkaart.’ Je hebt bij LEO gezeten, en bij het landelijke Promovendi Netwerk Nederland. Kan je dan nog neutraal dit onderzoek doen? ‘Ik denk van wel. De enquêtes zijn door anderen afgenomen, en ik heb de data netjes volgens de regelen der kunst vergeleken. Als ik vatbaar was geweest voor beïnvloeding, waren er wel grotere verschillen uit gekomen. Uit de enquête bleek bijvoorbeeld dat externe promovendi minder begeleiding krijgen, maar dat verschil was niet significant en heb ik daarom niet uitgelicht. Bovendien weet je door je bestuursfunctie beter wat er speelt, en welke onderzoeksvragen je moet stellen.’

Wel significant is het salarisverschil: veertig procent van die externe promovendi verdient minder dan €1000,- per maand. ‘We vonden ook dat ze minder toegang hadden tot voorzieningen als een eigen werkplek, een eigen computer of gratis printen.’

zen van jullie resultaten? ‘Er is overleg geweest met onder meer de vice-rector. Het belangrijkste dat daaruit kwam, is dat promovendi die fulltime werken, een werkplek krijgen. Ze hoeven dus niet meer in de UB te zitten, zoals vroeger nog weleens voorkwam.’

Wacht even. Je verdient minder dan het minimumloon, en dan moet je ook nog eens je eigen laptop meenemen? ‘Zo zou je het kunnen zeggen, ja. Het is waarschijnlijk geen universitair beleid geweest om de twee groepen anders te behandelen, maar dat was wel het resultaat. Als er te weinig middelen zijn voor dingen als congresbezoek of boeken, ontstaat er ook inhoudelijk ongelijkheid. En dat is precies waar het Promovendi-netwerk bang voor is.’

Je mag niet Roemenen voor een euro per uur champignons laten plukken; waarom mag je dan wel Indonesiërs voor een hongerloon onderzoek laten doen? ‘Voor de juridische kant van het verhaal moet je niet bij mij zijn. Ik ken wel een verhaal over de TU Delft, waar men ontdekte dat Chinese beurspromovendi naar de voedselbank moesten. De TU heeft toen gezegd dat een promotiebeurs een bepaald minimumbedrag moet zijn. Ik kan me voorstellen dat meer universiteiten dat doen.’ BB

Wat vonden de universiteitsba-


14 april 2016 · Mare 5 Nieuws

Meatless Monday gaat niet door Universiteit gaat geen vlees uitbannen De universiteit gaat voorlopig geen Meatless Monday invoeren. Een deel van de universiteitsraad is voorstander van het beperken van het aantal vleesmaaltijden in de Leidse en Haagse kantines. Een dag in de week kan vlees best vervangen worden door een vegetarische hap, is het idee van de Meatless Monday. De universiteiten van Wageningen en Nijmegen hebben zo’n vega-dag al DOOR VINCENT BONGERS

wel ingevoerd. Het Leidse college van bestuur ziet het echter niet zitten. ‘Wij stellen ons op het standpunt dat iedereen zelf moet bepalen wat hij eet’, zei vice-collegevoorzitter Willem te Beest vorige week tijdens de bespreking van het milieubeleidsplan 2016-2020 in de universiteitsraad. ‘Dus als iemand vegetarisch wil eten, moet die mogelijkheid er wel zijn. Maar dat is wat anders dan vlees een keer per week uitbannen. Ook iemand die vlees wil eten, moet dat kunnen.’ ‘Je hoeft niet alle vleesgerechten te

vervangen’, stelde personeelslid Joost Augusteijn van Abvakabo. ‘Je kunt ook kiezen voor minder vleesgerechten. Verander de balans.’ Te Beest: ‘Dat lijkt me geen enkel probleem. Maar dat moet je met beleid doen, een beetje voorzichtig mee zijn. Anders komen er klachten.’ De raad vond overigens dat de milieuplannen van het college wel wat ambitieuzer mogen. De universiteit neemt een ‘te afwachtende houding’ aan blijkt uit het advies van de raad. Zo kan de universiteit nog stuk energiezuiniger dan nu gepland.

Te Beest is het daar niet mee eens. ‘Het Gorlaeus neemt nu nog zestig procent van al de energie die de universiteit gebruikt, voor zijn rekening. We slaan nu een grote slag met de bouw van de nieuwe bètacampus. Ons aardgasverbruik neemt vanaf 2016 naar verwachting met 20 procent af, als gevolg van de ingebruikname van de campus in september.’ Het is verder de bedoeling dat de universiteit in 2020 haar CO₂-footprint met vijftig procent heeft gereduceerd. ‘Dat is een grote stap’, aldus het college.

De raad wil dat het college meer inzet op het plaatsen van oplaadpalen voor elektrische auto’s. Er komen alleen palen als daar vraag naar is, vond Te Beest. ‘We hebben niets aan oplaadpunten die onbenut blijven.’ Augusteijn: ‘Als je geen palen hebt, komen er ook geen auto’s. Dat is nu precies een voorbeeld van de afwachtende houding van het college.’ Te Beest zag dat toch anders. ‘Je kunt wel overal zomaar van die dingen neerzetten, maar dat is ook niet goed voor het milieu. We proberen mee te lopen met de vraag die er is.’

Minder werkloze afgestudeerden Het hoger onderwijs in Nederland staat er financieel goed voor. Dat blijkt uit de Staat van het Onderwijs, het jaarlijkse rapport van de Inspectie voor het Onderwijs, dat gisteren gepresenteerd werd. Het aantal studenten dat de laatste jaren begon aan een opleiding in het hoger onderwijs daalde licht. Vooral op het hbo overigens, doordat er minder doorstroom vanuit het mbo is. Ook het aantal hbo’ers dat doorstroomt naar een universitaire master is de laatste jaren wat gedaald. Nu ligt het iets onder de zeven procent. Van de eerstejaarsstudenten aan de universiteit viel in collegejaar 2013-2014 zeven procent uit. Op het hbo was dat zeventien procent. 28 procent van de uitgevallen wo’ers en 22 procent van de hbo’ers schreef zich het jaar daarna voor een andere opleiding in, en nog eens respectievelijk vijf en zes procent het jaar dáárna. Van de wo-studenten die in hun tweede jaar nog aan boord waren, haalde 68 procent binnen vier jaar

een bachelordiploma in 2013-2014, een kleine stijging ten opzichte van een jaar eerder. Op het hbo was dat 57 procent, een kleine daling juist, volgens schoolbestuurders vanwege de aangescherpte diploma-eisen. De werkloosheid anderhalf jaar na het afstuderen nam onder hbo’ers en wo’ers iets af, maar het verschilt per richting: ‘Afgestudeerden van de medische studies kennen bijna geen werkloosheid, bij de alfa-studies is in 2015 anderhalf jaar na hun afstuderen 7 procent werkloos’, staat in het rapport. Over het algemeen is de onderwijsinspectie best positief gestemd over de kwaliteit van het hoger onderwijs. Dat komt deels door het accreditatiestelsel dat in 2011 is ingevoerd, dat opleidingen keurt aan de hand van een aantal eisen. ‘Financieel staat het hoger onderwijs er momenteel goed voor’, constateert de inspectie verder. De inspectie ontving bovendien minder klachten over het hoger onderwijs in 2015: 138, tegenover 149 in 2014. MVW

‘Straks komen de fruitvliegjes’ De bewoners van de Pelikaanhof zijn dinsdag een petitie gestart. Ze willen een alternatief voor de vuilnispas die de Gemeente Leiden nu bijna een jaar gebruikt. ‘Officieel ontvang je die per vier personen, maar veel gangen ontvingen er maar één. Soms wel voor zeven of acht bewoners’, vertelt initiatiefnemer Miriam Schouten, studentbeheerder van het pand. ‘Niet iedereen weet dat je in dat geval nóg een pas kunt aanvragen. En dan nog kun je de vuilniszak niet even mee naar buiten nemen onderweg naar college. Dan zitten je ganggenoten zonder pasje’, zegt Schouten. Een oplossing hebben ze overigens ook: ‘In het begin, toen het vuilnissysteem in fases werd ingevoerd, konden bewoners de containers nog met hun keycard openen.’ Dat is hun toegangspas voor het gebouw. Via studentenhuisvester DUWO is er contact met de gemeente. ‘DUWO ziet ook wel dat we hier een groot probleem hebben, maar hun onderhandelingen hebben nog geen resultaat. Volgens

de gemeente zou het iets van achthonderd euro kosten, veel geld in elk geval, om alleen nog maar te onderzoeken of openen met die keycard mogelijk is. Maar we weten dus al dat werkt.’ Tot de invoering van de vuilnispas, konden bewoners hun vuilnis dagelijks op het einde van hun gang kwijt. Sinds ze naar de containers buiten het gebouw moeten, merken de beheerders veel overlast van rondslingerende vuilniszakken. Ze vrezen dat het in de zomer erger wordt. ‘Ze gaan lekken, het wordt vies. We hebben wel een ongediertemannetje, maar straks komen de fruitvliegjes weer.’ Bij het ter perse gaan van deze Mare waren er 87 handtekeningen. De gemeente had toen nog niet gereageerd. De beheerders zullen de handtekeningen uiteindelijk overhandigen aan huurderscommissie BRES. ‘Er wonen minstens vijfhonderd studenten in de Pelikaanhof, maar met 150 handtekeningen zouden we al heel blij zijn’, zegt Schouten. Ze voegt eraan toe: ‘Het blijven studenten.’ MVW

Graspollen gooien Geheel volgens de traditie bekogelen toeschouwers van de studentenroeiwedstrijd de Varsity elkaar met graspollen. Zondag wonnen de Amsterdamse roeiers van Nereus het koningsnummer de Oude Vier. De enige Leidse overwinning werd behaald tijdens de besturenrace. Minerva ‘trok blik’ in de overnaadse twee, namens Njord. De studentenrace op het Amsterdam-Rijnkanaal werd voor de 133e maal gehouden. Foto Merijn Soeters

Laat het Midden-Oosten met rust > Vervolg van de voorpagina Maar wat gebeurt er als IS verdwijnt? ‘Irak is aan een pijnlijk proces van herstel begonnen. De sjiieten, voor het eerst in de geschiedenis van het land op democratische wijze aan de macht gekomen, zijn te hard geweest tegen de soennieten. Samenwerking is essentieel om het land bij elkaar te houden. Syrië is een veel grotere rotzooi. De VS bestreed Assad door strijdersgroepen te steunen, waar allerlei radicalen tussen zaten. Dat is een fout geweest. Obama realiseert zich nu ook dat de opvolger van Assad waarschijnlijk een nog erger figuur is. Het land moet bij elkaar blijven. Assad is de minst erge van de kwaden. De Russische interventie heeft een positief effect gehad. Het maakte duidelijk dat het geen oorlog tussen het Westen en de islam was.’ In zijn boek A World without Islam (2010) riep Fuller op om anders naar het Midden-Oosten te kijken. Zijn boodschap: de problemen hebben er weinig met de islam te maken. ‘Begrippen als “clash tussen de Westerse- en de islamitische cultuur” of “de schuld van de islam” zijn dooddoeners. Het Israëlisch-Palestijns conflict draait niet om religie. Het heeft te maken met het Europese schuldgevoel ten opzichte van de Joden. De Palestijnen zijn weggeduwd. Ze zijn hun land kwijt: hindoes of boeddhisten hadden dat ook niet geaccepteerd.’

Hetzelfde geldt voor terrorisme. ‘Hezbollah is een heel serieuze partij in Libanon. Als die naam valt, dan volgt vaak meteen de opmerking dat het een terroristische organisatie is. Dat is de lezing van Israël, die nemen we gewoon over. Het is dwaas om Hezbollah zo af te serveren. De partij heeft een gewapende tak, dat is duidelijk. Maar het is de belangrijkste politieke organisatie in Libanon. Daar heb je gewoon mee te maken als je iets wilt bereiken.’ Of neem Turkije: dat is nu vaak onterecht de gebeten hond, vindt Fuller. ‘Het is een modern democratisch islamitisch land, het enige land in het Midden-Oosten dat de militairen uit haar politieke systeem heeft verwijderd. De Turken zijn heel pragmatisch en gematigd, en laten zich niet meeslepen in radicalisme. De islamistische AK-partij heeft tien

jaar met succes geregeerd, alleen de laatste drie jaar gaat het helaas fout. Erdogan trekt teveel macht naar toe, is gevaarlijk ambitieus en autocratisch. Hij begint los van de realiteit te raken. Hoe hij de pers aanpakt, is absurd. Dat gebeurt soms met leiders als ze lang zitten. Maar mocht hij weggestemd worden bij de volgende verkiezingen, dan vertrekt hij ook. Ik geloof niet dat hij met een coup aan de macht wil blijven.’ Hoe ziet Fuller de toekomst van het Midden-Oosten? ‘Ik kan helaas niet anders dan de huidige situatie als “catastrofaal” omschrijven. Maar het is aan de landen zelf om met een strategie te komen. Het Westen gedraagt zich teveel als een overbezorgde ouder. Laat ze met rust. Ze moeten zelf worstelen. Anders blijft het politieke systeem in al die landen infantiel.’ VB

‘Terrorisme stond niet op de agenda’ ‘Inlichtingen vergaren is het op een na oudste beroep in de wereld’, aldus exCIA’er Graham Fuller. Maar hij houdt er niet van om er spannende verhalen over te vertellen. ‘Het als iets opwindends en spectaculair omschrijven, staat me niet aan. Het is heel bevredigend als je belangrijke informatie weet te bemachtigen die eigenlijk niet beschikbaar is. Meer wil ik er niet over zeggen. Ik ben al dertig jaar weg. De focus lag op het in de gaten houden van de Sovjet-Unie. Terrorismebestrijding, nu de belangrijkste taak van de CIA, stond niet eens op mijn agenda. De dienst is nu vier keer zo groot en meegesleept in zeer onfrisse zaken als waterboarding, zomaar mensen van de straat grissen om ze vervolgens in een vliegtuig naar Guantánamo te zetten. Dat soort dingen deden wij vroeger niet.’


6  Mare · 14 april 2016 In Memoriam

Graag nóg meer geschreven Politicoloog Hans Daalder (1928–2016)

Links: bij zijn afscheid in Leiden, in 1973, krijgt Hans Daalder ‘tegen zijn zin’ een koninklijke onderscheiding opgespeld door premier BiesheuFoto Universitair Panopticum vel. Rechts: Daalder (als tweede van links) in discussie met collega’s. Naast hem zitten Robert Dahl en Stein Rokkan. 

Vorige week overleed politicoloog, Drees-biograaf en oud-decaan Hans Daalder. Zijn memoires zijn het waard om terug te lezen, vindt Rudy Andeweg. Op 4 april overleed Hans Daalder, emeritus hoogleraar Politicologie aan onze universiteit, op 87-jarige leeftijd. Voor het grote publiek zal Daalder vooral bekendheid genieten als de auteur (samen met Jelle Gaemers) van de vijfdelige biografie van Willem Drees waarvan in 2014 het laatste deel verscheen. Toch was die biografie een project waaraan Daalder vooral de periode na zijn emeritaat in 1993 wijdde. Maar de belangstelling voor (politieke) geschiedenis waarvan de Drees-biografie een uiting is, loopt als een rode draad door heel zijn werk en publicaties. Het was die belangstelling die hem na de Tweede Wereldoorlog dreef naar de nieuwe opleiding aan de ‘Zevende Faculteit’ van de Universiteit van Amsterdam (toen nog de Gemeente Universiteit) waar hij de studie geschiedenis kon combineren met het nieuwe ‘wetenschap der politiek’. In veel van zijn publicaties over bijvoorbeeld de Nederlandse politiek, zorgde zijn historische inslag voor de nuance, de aandacht voor de uitzondering, en voor de invloed van personen. Een tweede rode draad is het in-

ternationaal-vergelijkende perspectief. Na zijn afstuderen zette hij zijn studie voort aan de London School of Economics, en verbleef hij voor kortere of langere tijd aan Harvard, Berkeley, Palo Alto, Leuven, het Juan March Institute in Madrid, Wenen, etc. Daardoor, en door zijn deelname aan internationale onderzoeksprojecten, groeide zijn belangstelling voor politiek buiten Nederland (hij promoveerde op het Britse kabinet) en voor de vergelijkende analyse van politieke verschijnselen. Hij is daarbij sterk beïnvloed door bijvoorbeeld Robert Dahl en door Stein Rokkan, beiden ook persoonlijke vrienden. Daalders hoofdstuk ‘Opposition in a Segmented Society’ in Dahls beroemde Political Oppositions in Western Democracies (1966) behoort mede door de combinatie van historisch en vergelijkend perspectief tot de beste analyses van de toenmalige Nederlandse politiek. De twee rode draden komen ook terug in de door Joop van den Berg en Bart Tromp samengestelde bundel papers van Hans Daalder (Politiek en Historie, 1990) met een deel over de Nederlandse politiek en Geschiedenis, en een deel over vergelijkende politieke wetenschap. Samen met Arend Lijphart is Daalder onder politicologen vooral bekend om zijn werk over democratische stabiliteit in verdeelde samenlevingen: Hoewel ‘Daalder en Lijphart’ nogal eens in één adem

worden genoemd, waren er ook duidelijke verschillen in hun benadering van de consociational democracy. Daalder had, ondanks zijn belangrijke theoretische bijdrage (‘The Consociational Democracy Theme’ in World Politics 1974) , vooral oog voor het historisch detail en Lijphart, ondanks diens beroemde case study over Nederland, had meer belangstelling voor het abstracte model. Als gevolg daarvan zag Daalder de Nederlandse pacificatiedemocratie eerder als een voortzetting van een aloude elitecultuur terwijl Lijphart het ontstaan daarvan juist als een abrupte breuk (een self-denying prophecy) interpreteerde. Daalder werd in 1963 benoemd tot hoogleraar Wetenschap der Politiek aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, waar hij ook decaan is geweest, en later aan de faculteit der Sociale Wetenschappen. Met Daalders benoeming voegde Leiden zich betrekkelijk laat in het gezelschap universiteiten waar politicologie werd bedreven (na UvA, Vrije Universiteit en Nijmegen), maar die achterstand werd snel goed gemaakt door Hans Daalders dadendrang. Vlot gingen opleidingen van start, aanvankelijk vooral aan de juridische faculteit, en de staf werd in rap tempo uitgebreid, met de benoeming van bovengenoemde Arend Lijphart tot hoogleraar Internationale Betrekkingen als belangrijk wapenfeit. Met andere Nederlandse hoog-

leraren politicologie stond hij aan de wieg van omvangrijke dataverzamelingen zoals het Nationaal Kiezersonderzoek, en vooral het Parlementsonderzoek waarmee Nederland een op dat terrein betrekkelijk unieke longitudinale reeks heeft opgebouwd. Hij was een van de oprichters van het tijdschrift van de Nederlandse Kring voor Wetenschap der Politiek (NKWP), Acta Politica, in 1965. Jarenlang kwam de Kring voor het Etmaal bijeen in Helvoirt, niet geheel toevallig de plaats waar de familie Daalder een vakantiehuis had. In 1970 nam hij, met zeven andere hoogleraren, het initiatief voor het European Consortium for Political Research (ECPR). Van 1976 tot 1979 was hij de tweede voorzitter van deze organisatie die nu niet meer weg te

denken is uit de Europese politicologie. In die periode was hij ook de eerste voorzitter van het Department of Political Science aan het pas opgerichte Europees Universitair Instituut in Florence. Zijn bestuurlijke bemoeienis strekte zich soms ook uit tot universitair-politieke conflicten, waarvan de zaak-Daudt aan de UvA zonder twijfel de belangrijkste is geweest: na de Maagdenhuisbezetting in 1969 kreeg de Amsterdamse politicoloog Hans Daudt kritiek van zijn studenten, die zijn colleges ‘niet maatschappijkrities genoeg’ vonden, ‘confrontatiestudie’ eisten, en meer ‘antikapitalistiese literatuur’. Zijn memoires (Universitair Panopticum; Herinneringen van een gewoon hoogleraar, 1997) zijn dan ook niet alleen de moeite van het lezen waard voor Leidse politicologen. Voor Daalder zelf lag bij dat bestuurlijke werk waarschijnlijk toch niet zijn grootste belangstelling. In het interview dat Barbara Vis met hem hield voor het jubileumboek van de NKWP (2015) vroeg zij hem naar een dieptepunt in zijn loopbaan. Hij antwoordde met een karakteristieke omweg: ‘Ik heb een uitermate rijk leven gehad. Ik heb veel gepubliceerd, vaak in te korte tijd, en ook wel over belangrijke onderwerpen, en contacten opgedaan met mensen in het veld die ertoe deden. Desondanks heb ik niet het gevoel dat ik alles heb geschreven wat ik had willen schrijven. Dat kwam vooral door tijdrovende bestuurstaken en door op zich belangrijke werkzaamheden, zoals het stimuleren van onderzoek en het uitbouwen van de studierichting en het vak in den lande.’ Wij zijn Hans Daalder veel dank verschuldigd voor dat vele bestuurlijke werk ten dienste van zowel de politicologie als de Universiteit Leiden, en voor het gelukkig toch zo omvangrijke wetenschappelijke oeuvre dat hij ons nalaat. RUDY ANDEWEG is hoogleraar empiri-

sche politicologie

De Leidse bezetting (1969) Uit Daalders academische memoires Universitair Panopticum: Herinneringen van een gewoon hoogleraar. ‘Mijn vrouw en ik besloten onze zoon mee te nemen naar het ‘bezette’ Leidse Academiegebouw. In de gang naar het groot auditorium stond een kraam met stapels ‘revolutionair proza’, bemand door een lange, bebaarde psycholoog. Ik zei hem dat mijn zoon het verschijnsel ‘bezetting’ in ogenschouw kwam ne-

men. Hij boog zich naar het kind over, en vroeg hem op patroniserende toon wat hij daar allemaal zo van dacht. Geprezen zij zijn antwoord: ‘Ik vind het maar een kinderachtige boel! Omdat ze dat in Tilburg zo nodig moeten, hoeven jullie het toch niet na te apen!’ Toen wees hij naar een banier boven een kraam waarop stond ‘Naar een demokratiese universiteit’. ‘En jullie kunnen eigenlijk niet goed spellen ook!’

Brief In deze rubriek kunnen lezers reageren op artikelen in Mare. De redactie behoudt zich het recht voor bijdragen in te korten of te weigeren. Over weigering wordt niet gecorrespondeerd. Mail naar redactie@mare.leidenuniv.nl

De inclusieve gebedsruimte, een mensenrechtenbotsing In de Mare van 7 april schrijven Aniek Smit en Bram Hoonhout dat het universitaire diversiteitsbeleid niet gebaat is bij de spot zoals Geerten Waling deze gebruikt (‘Diversiteit draait niet om pasta’, Mare 25). Hij zou niet alleen de ‘diversity officer’ gekarikaturiseerd hebben; Walings sarcasme zou het zelfs onmogelijk maken om de positie van ‘ondervertegenwoordigde groepen’, waaronder vrouwen en allochtonen, te verbeteren. Ja, zelfs hen in hun mensenrechten beknotten.

Walings artikel van 24 maart (‘Waar blijft de échte diversiteit?’, Mare 24) zegt echter niets over deze groepen en er valt geen spottend woord over de diversiteits­ambtenaar in te bekennen. Ik zie juist de verdienste van de door Waling retorisch knap, strak volgehouden gedachtenoefening over een ideaaltypische inclusieve gebedsruimte: deze hyperbool ontbloot de praktische problemen die zich onvermijdelijk zouden aandienen bij zo’n geheel neutrale gebedsruimte, waar alle mogelijke gods-

diensten ten volle en te allen tijde hun rituelen en gebruiken ten uitvoer brengen. Zo’n gebedsruimte gaat niet werken, bijvoorbeeld als een groep de andere overheerst. Dat wordt hilariteit op zijn best; in het slechtste geval ruzie. Walings gedachtegang voert naar de wezenlijke vraag: is het wel de taak van een openbare onderwijsinstelling om gebedsruimte ter beschikking te stellen? Tot welke grens is het mogelijk en wenselijk om de private godsdienstoefening mee te nemen in een (semi-)

overheidsgebouw? In deze vraag schuilt niets kwaads of onwilligs. Zij zegt niets over het wel of niet slagen van een diversiteitsbeleid, maar wijst op de botsing van mensenrechten die zo’n ruimte zou opleveren. Dáárop blijven Smit en Hoonhout elk antwoord schuldig. De voorts door Smit en Hoonhout aangedragen punten – inhoudelijke argumenten zijn het niet – zijn niets dan kift. Op beledigd toontje rekenen zij Waling tot ‘onze generatie die ironie

tot kunst verheft’. Nee, ironie en spot zijn van alle tijden: Paaltjens, Multatuli, Hermans... Catullus reeds! Waar Smit en Hoonhout het betweterige vingertje heffen en ‘tuh-tuh-tuh’ sissen in zelfgenoegzaamheid, schetst Waling op slimme en geestige wijze de praktische en theoretische grenzen van religieuze vrijheid in openbaar toegankelijke gebouwen. Dát is een constructieve bijdrage. EMILE VAN BRAKEL is promovendus

Duitse taal en letterkunde


14 april 2016 · Mare

7

Wetenschap

Geen kannibalistische koukleum Neanderthaler kon zelf een vuurtje stoken

In La Guerre du feu (1981) gaan oermensen op zoek naar vuur.

Er steeds meer bewijs dat Neanderthalers de eerste Europeanen waren die de overgang van passief naar actief vuurgebruik maakten, aldus Leidse archeologen. ‘De beeldvorming van ons uiterst primitieve familielid verandert.’ Vuur aansteken en brandend houden was duizenden jaren lang een cruciale vaardigheid, schrijft de Noorse auteur Lars Mytting in zijn besteller De man en het hout. Maar door de introductie van aanstekers en cv-ketels gaat de kunst van het kappen en kloven van geschikt brandhout en het vuur maken langzaam verloren. Tegelijkertijd merkt iedereen die weleens voor een knisperend haardvuur zit dat onze liefde voor vuur nog niet is gedoofd. ‘Het gaat niet alleen om gezelligheid’, schrijft Mytting. ‘Het lijkt ook alsof de band met de alleroudste energiebron van de mensheid in ons geworteld is.’ Ook Charles Darwin onderstreept het belang van vuur als energiebron voor de mens. De beheersing van vuur is volgens hem, naast taal, de grootste ontdekking van de prehistorische mens. Maar is vuurbeheersing wel een door de moderne mens (Homo sapiens) verworven vaardigheid? Of moeten we verder terug in de tijd? Hierover bestaat nog geen consensus, vertelt de Leidse archeologe Marie Soressi. ‘Sommigen beweren dat het actieve gebruik van vuur 1,8 miljoen jaar geleden is ontstaan in Afrika, bij de Homo erectus, een nauw verwante voorganger van Homo sapiens. Anderen betogen dat vuurproductie een relatief late uitvinding is van de

DOOR NORBERT PEETERS

moderne mens.’ Als archeoloog moet je voorzichtig zijn, waarschuwt de universitair docent. ‘Sporen van actief vuurgebruik zijn zeer lastig terug te vinden in het archeologische bestand.’ Van vuurbogen en –ploegen, waarbij twee houtjes tegen elkaar wrijven, blijven de restanten nauwelijks bewaard, en zeker geen tienduizenden jaren. Zelfs houtskool hoeft geen aanwijzing te zijn, zegt Soressi. ‘Het is moeilijk om uit te sluiten of je te maken hebt met de overblijfselen van een natuurlijke brand, veroorzaakt door bijvoorbeeld blikseminslag.’ Het is goed denkbaar dat er een lange periode is geweest waarin vuur enkel via een natuurlijke brand ontstond en dat vervolgens aan de gang moest worden gehouden. Volgens de onderzoeksgroep van de Leidse hoogleraar en Spinozaprijs-winnaar Wil Roebroeks, waartoe ook Soressi behoort, is er steeds meer bewijs dat Neanderthalers de eerste Europeanen waren die de overgang van passief naar actief vuurgebruik hebben gemaakt. Een belangrijke aanwijzing hiervoor werd onlangs gepubliceerd door de Leidse onderzoeksgroep in Nature Scientific Reports. ‘De publicatie is eigenlijk een herziening van een vondst van de Neanderthalersite Pech-de-l’Azé in Zuidwest-Frankrijk waarop ik promoveerde’, vertelt co-auteur Soressi. ‘Tien jaar terug deed ik mijn promotieonderzoek naar vuurstenen artefacten die daar waren gevonden.’ De vreemdste vondst bestond uit een paar honderd stukken mangaandioxide,

een metaalsoort. ‘Kleinere fragmenten en een residu van zwart mangaan op stenen vertelden ons dat Neanderthalers het verpulverden tot poeder. Het leek logisch een parallel te trekken met het gebruik van rode oker als lichaamsversiering.’ Een soort prehistorische, zwarte make-up dus. ‘Ik vond geen praktische toepassingen voor mangaan’, zegt Soressi. ‘Daar kwam verandering in toen Peter Heyes, een afgestudeerd chemicus, aan de studie archeologie begon. Ik vroeg hem om op basis van zijn expertise een nieuwe blik te werpen op de brokken.’ Heyes kwam tot de conclusie dat mangaanpoeder de ontbrandingstemperatuur van hout verlaagt. In samenwerking met de Technische Universiteit Delft bleek het mogelijk om de effecten van mangaandioxide op het verbrandingsproces te meten in een gecontroleerde omgeving. Houtsnippers die behandeld worden met dit poeder ontbranden bij 250 graden. ‘Dat is maar liefst honderd graden minder dan je normaal nodig hebt om houtsnippers te laten ontbranden.’ Dit vormt een belangrijke aanwijzing die de hypothese ondersteunt dat Neanderthalers actief vuurgebruik kenden. ‘Je hebt immers niets aan het poeder als je al een vuurtje

Mangaandioxide werkt als een aanmaakblokje uit de oertijd hebt.’ Een andere aanwijzing is dat bij de opgraving enkel mangaandioxide-ertsen gevonden zijn. Dat was vreemd, want in de directe omgeving zijn naast dit metaal allerhande mangaanertsen. Maar deze beïnvloeden de ontbrandingstemperatuur niet. ‘Een volgende stap moet zijn om te kijken of er residu van mangaandioxide te vinden is in de houtskoolrestanten die zijn opgegraven op deze site.’ ‘In de laatste twintig jaar is er veel gebeurd rondom de beeldvorming van de Neanderthaler. Tot twee decennia terug zag men deze soort als een uiterst primitief familielid.’ Zo ook in de film La Guerre du feu (Queeste naar vuur, 1981) van de Franse filmmaker Jean-Jacques Annaud. Destijds stond deze film bekend als een respectabele

reconstructie van het leven van de prehistorische mens. De film opent met een aanval van de zogeheten Wagebu-stam op een groep primitieve mensen (Ulams), waarbij de laatstgenoemden hun meest kostbare bezit verliezen: hun vuur. Omdat zij alleen vuur aan konden houden en niet zelf konden maken, trekt een drietal overlevenden eropuit om nieuw vuur te vinden. Dit blijkt een reis vol ontberingen, waarbij het drietal bijvoorbeeld op de vlucht slaat voor een groep kannibalistische Neanderthalers. Uiteindelijk ontmoet het drietal een groep cro-magnon mensen, die de techniek beheersen om vuur te maken. Dit beeld van de Neanderthaler als kannibalistische koukleum verdwijnt langzaam. Zo toonde Wil Roebroeks samen met de Amerikaanse archeologe Paola Villa aan dat Neanderthalers meer dan 200.000 jaar geleden reeds zeer vernuftig te werk gingen met vuur. Zo verkregen zij via een zorgvuldig gecontroleerd vuur lijm uit berkenbast, die zij gebruikten om stenen speerpunten vast te zetten in houten speerschachten. ‘Niet alleen dien je hierbij de luchttoevoer af te sluiten’, vertelt Soressi. ‘Ook moet de temperatuur heel nauwkeurig geregeld worden.’ Dit alles lijkt erop te wijzen dat de Neanderthaler qua cognitieve vermogens niet onderdeed voor de anatomisch moderne mens uit diezelfde periode. De laatste jaren lijkt de archeologie steeds meer de vruchten te plukken van multidisciplinair onderzoek. ‘Om het prehistorische leven te reconstrueren zijn etnografische bronnen van groot belang. Ook spelen wetenschappelijke disciplines zoals botanie, genetica en scheikunde een steeds grotere rol.’ Zo onderzoekt Jac Aarts (verbonden aan de universiteit van Wageningen) of het gebruik van vuur genetische sporen heeft achtergelaten in het DNA van de moderne mens en andere mensachtigen. Recent genetisch onderzoek heeft in ieder geval reeds aangetoond dat Neanderthalers en moderne mensen samen de nacht hebben doorgebracht. Misschien wel bij een romantisch, knapperend haardvuurtje.

Klonteren Leidse natuurkundigen kunnen eenvoudige structuren bouwen door piepkleine plastic bolletjes te laten samenklonteren. Het gaat om zogeheten colloïden: piepkleine deeltjes die zo klein zijn dat ze zich homogeen door een vloeistof kunnen verdelen. De vetbolletjes in melk zijn colloïden, bijvoorbeeld. Zo’n mengsel met colloïden is niet altijd even stabiel. Als je iets zuurs in je melk gooit, gaat het schiften: er vormen zich klonten in plaats van een glad mengsel. In natuurkundeblad ACS Nano beschrijven onderzoeker Daniela Kraft en drie collega’s een kunststukje dat juist gebruik maakt van die klontereigenschap. Zij gebruikten bolletjes van polystyreen, het spul waar koffiebekertjes en piepschuim van zijn gemaakt. Door daar tactisch zuur, zout of olie bij te gooien, konden ze de klontvorming heel nauwkeurig sturen. Zo vormen er een aantal verschillende micro-klontjes, waarvan de grootte zich laat tweaken door het mengsel langer of korter te laten staan. In theorie zou je, als je dat proces echt goed in de vingers hebt, allerlei superkleine dingen en machines kunnen bouwen.

Fakers Als studenten een psychologisch trauma moeten faken, ebt dat vervolgens nog een tijdje na. De criminologische vakliteratuur over posttraumatische stress na een misdrijf is nogal verwarrend: hoeveel maakt de daarop volgende rechtsgang precies uit? Helpt financiële compensatie, en zo ja, hoe goed? Een van de problemen bij zulke studies is dat de onderzoekers niet altijd even goed rekening houden met simulanten: mensen die hun trauma faken of overdrijven, bijvoorbeeld om verzekeringsgeld los te krijgen. Om dat verschijnsel beter te begrijpen, onderwierpen drie Leidse criminologen 94 studenten aan een experiment. Ze moesten zich inleven in het slachtoffer van een steekpartij, en vervolgens vragenlijsten invullen, onder meer over de ernst van hun symptomen. Een gedeelte kreeg de opdracht om dat zo eerlijk mogelijk te doen, anderen moesten juist hun symptomen overdrijven. Vervolgens kregen ze even pauze, en daarna moesten ze nog een keer dezelfde vragen invullen, maar nu allemaal eerlijk. Dan scoren de jokkebrokken nog steeds anders dan de controlegroep. ‘Er kan gespeculeerd worden dat een gedeelte van de mensen die een beroep doet op het Schadefonds Geweldsmisdrijven niet zozeer lijdt aan post-traumatische stress, maar aan de gevolgen van het simuleren’, schrijven de onderzoekers voorzichtig.

Vitamine Vitamine B6 is nodig voor een goede eiwitstofwisseling, en het goed functioneren van het immuunsysteem en zenuwstelsel. Daar wil je dus geen gebrek aan hebben. Als je huisarts zo’n gebrek vermoedt, stuurt die een buisje met bloed naar het lab. Daar bepalen ze het B6-gehalte, en dat kan op verschillende manieren. In theorie zouden die allebei prima moeten werken, maar in de praktijk lopen de meetresultaten behoorlijk uiteen. Tijd voor een grondig onderzoek. Een groep onderzoekers van Nederlandse ziekenhuizen, onder wie Christa Cobbaert van het Leids Universitair Medisch Centrum, ging aan de slag en vergeleek de meetresultaten op verschillende machines. Eerst in hun eigen labs, en daarna ook bij de commerciële laboratoria waar de buisjes van artsen heengaan. Uit de testresultaten bleek dat één bepaalde meetmethode (die van het Duitse bedrijf Chromsystems) stelselmatig hogere waardes geeft dan de andere aanpakken. Bij gebrek aan goed referentiematieraal is echter onduidelijk of dat komt doordat dit de enige juiste, of juist de enige onjuiste aanpak is. In elk geval zou je als lab je grenswaarden af moeten stemmen op je meetmethode, adviseren de onderzoekers in Clinical Chemistry and Laboratory Medicine.


8

Mare · 14 april 2016

Maretjes

Maretjes extra

De prijs voor een Maretje bedraagt €9,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare. leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan. Doe meer met je kennis! Vrijwilligers gezocht voor één uur per week bijles en huiswerkbegeleiding op verschillende locaties of bij de leerling thuis. Leiden-Noord, 31 leerlingen, basisonderwijs, groep 4 t/m 8, waarvan 2 met vergoeding van €4 per les. *Spelling, rekenen, groep 7, €5-6 per les. *Rekenen, groep 8, €10,- per les. *Rekenen groep 4, €10,- per les. Voortgezet onderwijs: *Duits, 2vmbo-tl. *Wiskunde, Nederlands, 2vmbo-kader. *Rekenen, brugklas havo-vwo, €5,- per

les. *Nederlands, 3havo. *Wis-, natuurkunde, 4havo. *Wiskunde A, 4havo. *Wiskunde, brugklas havo-vwo. *Twee leerlingen wiskunde, 3vmbo-tl. *Twee brugklassers havo, wiskunde, €5-6 per les. Leiden-Zuid, 17 leerlingen basisonderwijs groep 4 t/m 8. Voortgezet onderwijs: *Engels, brugklas vwo. *Wiskunde, Engels, 4havo. *Biologie, Nederlands, wiskunde, brugklas mavo-havo. *Engels, Frans, brugklas havo-vwo. *Natuurkunde, Engels, 5vwo. Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma, wo en do 15-17u. Tel. 071-5214256. E-mail: hdekoomen@owwleiden.nl. Lezing: Reïncarnatie en karma: de impact op je levens Door Stichting I.S.I.S. Toegang gratis. Woensdag 20 april, 20.00 uur. Plaats: Leiden, Lorentzkade 15a (vlakbij Lammenschansweg). www.stichtingisis.org

Maretjes-extra zijn bedoeld voor semi-commerciële instanties. De prijs voor een Maretje-extra is €23,– incl. BTW voor elke vijfendertig woorden. U kunt deze advertenties uiterlijk op de vrijdag vóór het verschijnen van Mare opgeven bij Bureau van Vliet B.V., postbus 20, 2040 AA Zandvoort, telefoon 023-571 47 45. E-mail: Zandvoort@bureauvanvliet.com Wil jij ook van je hooikoorts af? Of weet je iemand die last heeft van hooikoorts? Doe mee aan een onderzoek naar een natuurlijk geneesmiddel. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Hogeschool Leiden. Geef je snel op. De start = begin mei. Aanmelden en meer informatie: www.hsleiden.nl/hooikoortsonderzoek2016

Academische Agenda Prof. Mr. N. Huls zal op vrijdag 15 april om 16.15 uur een afscheidscollege houden met de titel ‘Vergeef ons vaker onze schulden’. Dhr. M.J. van Duijn hoopt op woensdag 20 april om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘The Lazy Mindreader’. Promotoren zijn Prof.dr. I. Sluiter en Prof.dr. A. Verhagen.

Mw. F. Çetinözman hoopt op woensdag 20 april om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘PD-1 expression in primary cutaneous lymphoma’. Promotor is Prof.dr. R. Willemze. Mw. I. Pulyakhina hoopt op donderdag 21 april om 10.00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘A telescope for the RNA universe: novel

bioinformatic approaches to analyze RNA sequencing data’. Promotor is Prof.dr. J.T. den Dunnen. Mw. J. Fortuin hoopt op donderdag 21 april om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Sociale Wetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Birds of a feather....? Selection and Socialization Processes in Youths’ Social Networks’. Promotor is Prof.dr. P.H. Vedder.

Met grote droefheid hebben wij het bericht ontvangen van het overlijden van

Roeland Schuitemaker Roeland studeerde vanaf 2015 Geneeskunde in het LUMC. Roeland blijft in onze herinnering als een leergierige, enthousiaste en geïnteresseerde student. Wij wensen zijn familie en vrienden de kracht toe dit grote verlies te verwerken.

de eerste minuten, van levensbelang. Help haar met protheses en revalidatie op lilianefonds.nl

www.hartstichting.nl voor een reanimatiecursus bij jou in de buurt.

78x50 6min.indd 1

In memoriam

Ik start een Zumbamarathon. Wat doe jij?

Leids Universitair Medisch Centrum Prof. dr. P.C.W. Hogendoorn Lid Raad van Bestuur en decaan

Ga naar kwfmarathonweken.nl

24-10-13 17:05

Semi-intensive language courses May - July 2016

Eager to improve your language proficiency? The Academic Language Centre offers a wide range of semi-intensive language courses. The courses consist of two classes per week for a duration of six weeks. Unsure about your starting level? You can take a free entry test through our website or at the Language Centre. Please note that dates and times may be subject to change. Check our website for the latest information!

English English 4: Tuesday 17 May - Thursday 23 June 12.15-14.00 hrs English 5: Tuesday 17 May - Thursday 23 June 14.15-16.00 hrs

Spanish Spanish 1: Tuesday 7 June - Thursday 14 July 18.15-20.00 hrs Spanish 2: Tuesday 7 June - Thursday 14 July 20.15-22.00 hrs

Japanese Japanese 1: Tuesday 7 June - Thursday 14 July 18.15-20.00 hrs Japanese 2: Tuesday 7 June - Thursday 14 July 20.15-22.00 hrs

English for Academic Purposes Academic Writing (one lesson per week): Tuesday 17 May - Tuesday 21 June 15.15-17.00 hrs

German German 1: Tuesday 31 May - Thursday 7 July 18.15-20.00 hrs German 2: Tuesday 31 May - Thursday 7 July 20.15-22.00 hrs Arabic Arabic 1: Monday 6 June - Thursday 14 July 18.15-20.00 hrs Arabic 2: Monday 6 June - Thursday 14 July 20.15-22.00 hrs

Russian Russian 1: Tuesday 7 June - Thursday 14 July 18.15-20.00 hrs Russian 2: Tuesday 7 June - Thursday 14 July

French French 1: Monday 6 June - Thursday 14 July 18.15-20.00 hrs French 2: Monday 6 June - Thursday 14 July 20.15-22.00 hrs. Italian Italian 1: Monday 6 June - Wednesday 13 July 18.15-20.00 hrs Italian 3: Monday 6 June - Wednesday 13 July 20.15-22.00 hrs

Chinese Chinese 1: Monday 6 June - Thursday 14 July 18.15-20.00 hrs

20.15-22.00 hrs

NEW! Chinese Conversation Monday 6 June - Monday 11 July 18:15-20:00 hrs

For information on course schedules,prices, course content and availability, check our website :

www.atcleiden.nl

The Academic Language Centre is locatedin the Lipsius building (room 1.25).


14 april 2016 · Mare 9 Achtergrond

In de jaren dertig van de vorige eeuw demonstreerde de Amerikaanse politieman John Larson (rechts) zijn nieuwe uitvinding: de leugendetector.

Wij zijn luie breinbrekers Dankzij de evolutie kunnen we elkaars gedachten steeds beter lezen Mensen zijn de beste gedachten­­ lezers van het dierenrijk, en dat kost ze niet eens zoveel moeite, stelt taalwetenschapper Max van Duijn. ‘Pas bij misverstanden, surprise­party’s, complotten en dubbel­spionnen moet ons brein écht aan de slag.’ DOOR PETRA MEIJER ‘Als een kraai meer voedsel verzamelt dan hij nodig heeft, begraaft hij het voor later. Daarbij houdt hij heel precies in de gaten of er een andere kraai is die dat ziet. Zodra die betreffende kraai weg is, graaft hij het eten weer op en verstopt hij het ergens anders. Maar, voor hen geldt: it takes a thief to know a thief. Uit onderzoek blijkt dat kraaien dat alleen doen als ze zelf ooit eten hebben gestolen’, vertelt taalwetenschapper Max van Duijn, die volgende week hoopt te promoveren op zijn onderzoek naar het menselijke vermogen om gedachten te lezen. ‘Dat maakt de mens uniek. Wij begrijpen wat er in anderen omgaat, zonder dat het op onze eigen ervaringen gebaseerd is. Je hoeft geen moordenaar te zijn om een krantenkop over een moord te begrijpen. We werken met een symbolisch representatiesysteem dat loskomt van het hier en nu. Dat maakt ons de beste gedachtelezers van het dierenrijk.’ Volgens veel wetenschappers hebben mensen die breinbreek-skills constant nodig. In een gesprek moet je je bijvoorbeeld kunnen voorstellen dat een ander weet wat jij bedoelt en daarom verwacht dat jij begrijpt dat hij hetzelfde voor ogen heeft. ‘Op deze manier wordt het heel ingewikkeld’, geeft Van Duijn toe. ‘Volgens veel wetenschappers zijn mensen in staat

om vijf, zes of zeven van die ordes van ingebedde geestesgesteldheden te begrijpen. Ze beweren dan ook dat dit soort constructies veel van ons cognitieve vermogen vragen.’ Een vreemde conclusie, vond hij. ‘In het laboratorium hebben we het moeilijk met de inbeddingen, maar als je een normaal ontwikkeld mens van de straat plukt, kan die er in de praktijk spectaculair goed mee omgaan.’ Als voorbeeld noemt hij Shakespeare’s toneelstuk Othello. ‘Het publiek begrijpt al snel dat iemand wraak wil nemen op een ander. Hij doet dat door een complot te bedenken, waarin hij zegt dat de vrouw van die ander vreemdgaat, terwijl dat eigenlijk niet zo is.’ In een laboratorium zou dat op ingewikkelde wijze kunnen worden vertaald naar: ‘Iago heeft de bedoeling Cassio ervan te overtuigen dat Desdemona zal proberen Othello te doen inzien dat Cassio de bedoeling had om het belang van de publieke zaak te dienen toen hij Montano aanviel.’ Van Duijn: ‘Dat is moeilijk te verwerken, terwijl de meeste volwassenen het toneelstuk Othello prima kunnen begrijpen.’ Volgens hem komt dat doordat mensen bij meer dan drie inbeddingen haast automatisch overschakelen naar de verhalende modus. ‘Wie een verhaal vertelt, heeft een hele trukendoos vol technieken om verschillende perspectieven te delen. Door karakterisering worden personages tot leven gebracht, er is sprake van een tijdverloop in episodes en er wordt gebruik gemaakt van frames: stukjes samenhangende kennis die de verteller kan activeren. Wij weten bijvoorbeeld wat er bedoeld wordt met wraak, met een complot, of met overspel, en kunnen de informatie in dat licht interpreteren.’

‘Als ik vraag hoeveel ramen er in je huis zitten, dan kost het moeite om meteen antwoord te geven. Maar als je meer tijd krijgt, stel je je voor hoe je alle ruimtes van je huis doorwandelt en de ramen telt. Als iemand een verhaal vertelt, is dat verhaal eigenlijk zo’n wandeling door je huis. Je hoeft zelf niet aan de slag om het je allemaal voor te stellen, omdat de verteller dit al voor je doet.’ Volgens Van Duijn is er nog een reden waarom mensen niet zo goed hoeven te zijn als de lab-experimenten van ons vragen. ‘We leven in steeds complexere sociale omgevingen. Net als veel wetenschappers geloof ik dat onze hersenen onder evolutionaire druk steeds groter zijn geworden: de hypothese van het sociale brein. Maar ik denk dat we niet alleen op individueel niveau slimmer zijn geworden. Onder diezelfde evolutionaire druk hebben we ook gedeelde, sociaal-culturele gereedschappen ontwikkeld die gedachtenlezen gemakkelijker, of in de meeste gevallen zelfs overbodig maken. Deze gereedschappen zitten in ons collectief geheugen en worden van generatie op generatie overgedragen door middel van taal en verhalen.’ ‘We zijn dus eigenlijk luie gedachtenlezers. Pas als er afwijkingen ontstaan, moeten onze hersenen écht aan de slag. Bij misverstanden hoor je de betrokkenen vaak zeggen: “Oooh, maar ik dacht dat jij bedoelde dat…”. Dat werkt zo ook bij andere “extremen” op gedachtenleesgebied, zoals surpriseparty’s, complotten en dubbelspionnen.’ In een eerder artikel kwam Van Duijn ook tot de conclusie dat geoloog Alfred Issendorf uit de roman Nooit meer slapen van W.F. Hermans best eens de moordenaar van zijn gids

Arne zou kunnen zijn, en duizenden mensen daarover hebben heen gelezen. ‘Alfred is een onbetrouwbare verteller. De schrijver maakt gebruik van onze gedachtenlees-luiheid om van een bepaalde default uit te gaan.’ Een veelvoud aan ingebedde ordes is echter geen garantie voor een goed verhaal, zegt Van Duijn. ‘Er wordt wel eens gezegd dat verhalen met vijf ordes goed zijn, omdat deze onze natuurlijke verwerkingscapaciteit maximaal uitdagen. Dat is quatsch. Bij een slechte verteller kunnen al die perspectieven heel verwarrend werken.’

Vrijdag geeft Van Duijn een TEDx-lezing in Delft. Vooraf kreeg hij het verzoek of hij het woord ‘gedachtenlezen’ kon vermijden, omdat dat te esoterisch zou klinken. ‘Dat is juist niet het geval. Gedachtenlezen gaat niet met behulp van een glazen bol en ook niet met een fMRI-scanner. In een scanner is het mogelijk om een grof onderscheid te maken: denkt iemand aan Madonna of denkt iemand aan friet? Het is nog niet mogelijk om vast te stellen of iemand aan Febo-friet of biofriet denkt. Of aan Madonna of Lady Gaga. En ik betwijfel of dat ooit gaat gebeuren.’

Gedachtenlezen en Mindf*ck Gedachtenlezen spreekt tot de verbeelding. Max van Duijn verzorgde wel eens lezingen bij optredens van illusionist Victor Mids, bekend van het televisieprogramma Mindf*ck. Van Duijn: ‘Vraag je mensen om zich een gekleurd stuk gereedschap voor te stellen, dan denkt het merendeel aan een rode hamer. Coldreaders lezen gedachten door op signalen af te gaan en op basis van statistieken een educated guess te doen. Bovendien zorgen ze altijd voor een volgende kans, door te werken met een open einde. Victor zal nooit vooraf zeggen: “Ik ga uw huisdier raden”. Via een omweg komt hij tot de conclusie dat iemand een konijn in de tuin heeft, maar hij had ook uit kunnen komen op een vriend in het buitenland. ‘In feite is het een goed doorgetrainde variant van wat we allemaal al de hele dag door doen als we ons voorstellen wat iemand anders denkt. We gaan af op signalen en intuïtieve statistieken. Als we niet zeker zijn van onze zaak proberen we meer informatie in te winnen. Bovendien houden goochelaars vaak rekening met meerdere opties. De meest waarschijnlijke uitkomst werd van tevoren bijvoorbeeld in een envelop achterop mijn jasje geplakt. Maar er hing ook een envelop onder het tafelblad.’ Het tweetal sprak eens af met een advocaat bij café Barrera. ‘Victor was iets later en de advocaat bestelde alvast een Weizen. Deze zat niet op de tap, dus de barman somde vijf andere biertjes op. De man koos een La Chouffe. Toen Victor aankwam bestelde hij een Weizen. De advocaat zette al meteen grote ogen op. Vervolgens koos Victor uit de vijf biertjes een La Chouffe. De advocaat was volledig van slag. “Dat meen je niet! Dat meen je niet! Begint het nu al?” ‘Victor speelde natuurlijk perfect mee, maar gaf later toe dat het gewoon toeval was. Zo zie je: een goochelaar is ook een frame.’


10  Mare · 14 april 2016 English page

A policeofficer in the Laakkwartier area in The Hague in 2004. After a 14 hour siege two members of the Hofstad jihadist network were arrested. Foto Taco van der Eb

A leaderless jumble How the hierarchy among Dutch jihadists dissolved Initially, Dutch networks of radical Muslims were headed by experienced fighters from abroad. However, at present, home-grown jihadists in particular are fighting among themselves for the top spot. BY VINCENT BONGERS “One of jihadists in my research wears Nike shoes”, say Jasper de Bie. “A trivial detail, perhaps. But some of the group believe that it’s obvious that you can’t wear a Greek goddess on your feet. You are only allowed to worship Allah and wear orthodox clothing. In fact, if he keeps on wearing those shoes, some of the jihadists won’t have anything more to do with him and he would be declared an infidel.” The criminologist has discovered that there is plenty of deep dissension on radical websites. “They frequently discuss ideological issues: what is the true religion? But evidently, clothes are a topic, too. Points of view are vigorously defended, they try to make fools of each other and slanging matches are common, causing disputes that can weaken a network.” De Bie has analysed fourteen Dutch jihadist networks from the period between 2000 and 2013. He studied police files, attended court hearings and spoke to jihadists’ lawyers to map out links. He is hoping to be awarded his doctorate for his research next week. He applied a network analysis to the contacts between 176 men and 33 women. “It’s a numerical tool that allows you to see the connections between people and then determine who the most important player is. I used police information and so on to trace who has contact with whom and how often, in other words, I ‘tallied’ them. But it’s also important to

find out what they discuss among themselves.” The networks were anonymised. “The police made that a condition for using the confidential data. It would be great if scientists could have access to those sources more often and by quicker means” Clashes within networks sometimes have major consequences. De Bie read, in reports of police interviews from 2004, how one jihadist spread a rumour about someone in the network: the man allegedly visited prostitutes. Seeking revenge, the victim of the rumours reported that the rumour-monger was a potential terrorist to the Immigration and Naturalisation Service, who immediately prevented him from travelling. “Rows like that can temporarily put a network out of operation.” He adds that, in thirteen years, the division of roles has changed considerably. “In the 2000-2003 period, quite hierarchical networks were set up by people from abroad who had ‘jihad experience’. They mainly recruited people who weren’t born in the Netherlands. A number of leaders had already fought abroad, which was considered prestigious by the rest. They also spoke Arabic fluently and knew more about the ideology – even more reason to look up to them.” To illustrate, De Bie describes a network from that period. “It consisted of 34 people who tried to persuade people to fight, mainly in Afghanistan and Pakistan. In the analysis, I make a distinction between key members and supporters. The first network had four key members: the leaders, who each supervised a cell. The key members communicated with each other but the rest of the cells hardly communicated among themselves, although there were some connections. Some

of them started recruiting very openly, for example, at amateur football matches or at the mosque while others engaged in criminal activities to facilitate the network: shoplifting, housebreaking and forging passports. Those networks contained may illegal aliens who would find forged documents quite useful. Some of the key members were deported, as they were often in the country illegally – in fact, that network ceased to exist because a lot of expertise was lost that way.” Between 2005-2006, the hierarchical cell structure started to disappear. “The networks became more obscure, more fluid and – remarkably – there were more home-grown radicals, people who born in the Netherlands or grew up here. There was less seniority, with hardly any age difference between the people who made themselves leaders and the rest. That caused quite a lot of friction. Many of the guys also knew each other through the social media. It was a leaderless jumble of jihadists, which made it difficult to tackle the entire network.” The same dynamics can be found in networks from the 2008-2013 period. “Those networks mainly consisted of radicals who were either born in the Netherlands or who grew up here too. They realised that the police were far from always achieving convictions for recruiting, shanghaiing or for membership of a terrorist organisation: ‘Hey, we’re not going to be prosecuted so let’s move our activities a bit more into the open.’ So their activities were less secretive. The training sessions to prepare for fighter for travelling to war zones were more visible, even though they were not very substantial, mainly runs through the woods and the dunes. At the same, the international as-

pect gained in importance as more jihadists who had acquired experience abroad as fighters returned to the Netherlands to share their knowledge. “Those people had better foreign contacts too, which is very important. You see, they need a broker, an agent who arranges meetings with the people at the other end, otherwise the efforts to fight abroad usually come to nothing.” If experienced jihadists become too influential among the networks, should the government jail returning Syria fighters as a precaution? De Bie: “I can understand the fear, but without grounds for suspicion, I don’t think it’s either feasible or desirable. How long would you detain them? And on what grounds? I think it would be a dangerous move.” De Bie is already very careful with his opinions on current affairs. “A scientist should stay close to his research. I won’t say anything about matters I know nothing about in the

media. Recently, Radio 1 sent me an email asking: ‘Would you say something live on our programme?’ They didn’t say what it would be about, but presumably they were discussing the aftermath of the attacks in Brussels. I don’t do those kinds of interviews. “There were jihadists who were travelling to Belgium or France in the networks I studied. I suspect that they don’t operate very differently there, although the way a country deals with integration issues affects the extent to which people radicalise. But I couldn’t say whether the Netherlands has its own ‘Molenbeek’; I hardly know that district and what I know is what I have read in the papers. Sometimes I’m annoyed by the fact terrorism experts don’t know any more about a certain case than the journalists who interview them, although the commentary by those specialists is regarded as ‘science’. We need to be more careful about that.”

“Jihadists brag about their arrest” Criminologist Jasper de Bie has some recommendations for the government for dealing with jihadist networks. “Jihadist networks have something to offer illegal immigrants: housing and money, so be careful how you treat refugees. At the moment, most of them are fleeing from extremists so it’s unlikely that they’d join a jihadist network. However, if you make accommodation for refugees too stark, they might start looking for something better in alternative places that are beyond our control.” “An arrest raises the status of a jihadist. They brag about it, especially if the police deployment was impressive. ‘We were very defiant and we resisted arrest’, they’ll boast. Or they’ll claim that they have learned the prison’s layout off by heart so that escape is an option. On arrest, a jihadist was blindfolded and conveyed to the court jail; during the trip, he named all the streets along the route, much to the driver’s annoyance. Some men turn their arrest into encouragement for the rest of the network: ‘We’ll carry out our mission for our brothers and sisters in prison too.’” “More exposure could reinforce a jihadist network. The government can’t control the media, which is a good thing, but authorities can decide to keep out of the spotlight. Or just report: ‘The suspect has been arrested.’”


14 april 2016 · Mare Cultuur

Agenda

Hoog van de toren zakken Musicalsterren gaan samen solo Tim Teunissen en Merel Baldé spelen in grote toneelvoorstellingen als Anne en Soldaat van Oranje. In The Double Show spelen ze ieder een eigen solostuk. ‘Ik praat alleen maar. Merel zingt er ook bij.’

DOOR MARLEEN VAN WESEL ‘Ik speel een Leidse scholier, met een vet Leids accent, die na zijn eindexamen op het podium van de aula staat voor zijn medeleerlingen. Hij was nogal een pestkop, maar zijn verontschuldigingen gaan van kwaad tot erger. Hoe meer hij sorry zegt, hoe meer hij beledigt’, vertelt acteur Tim Teunissen (1992). Het is een van de personages uit zijn solovoorstelling Vluchten kan altijd. Zijn eigen middelbareschooltijd was ook in Leiden. ‘Er zitten wel dingen van vroeger in, al zou ik niet specifiek weten wat. Ik denk dat er wel wat klasgenoten van vroeger komen kijken, maar ik denk dat zo’n figuur

voor iedereen wel herkenbaar is.’ Op zijn achttiende begon hij aan de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie, waar hij Merel Baldé (1991) leerde kennen. Inmiddels spelen ze in blockbusters, hij in de toneelvoorstelling Anne, zij de vrouwelijke hoofdrol in Soldaat van Oranje. Aanstaande dinsdag spelen ze in Theater Ins Blau echter ieder een solovoorstelling als onderdeel van The Double Show. Teunissen: ‘Het is onze ambitie om met eigen teksten aan de slag te gaan. Op de Toneelschool schreven we al veel eigen stukjes, monologen en sketches. Daarmee gaan we nu de zalen in. Soms is het lastig te combineren met die grote projecten. Het is hard werken, maar als je het wil, moet je ervoor gaan.’ De boekverfilming van A.F.Th. van der Heijdens De Helleveeg, waarin hij te zien is als het jeugdvriendje van tante Tiny, draait sinds kort in de bioscoop. ‘Ik speel nu elke zondag nog twee keer in Anne en Merel nog maar drie keer per week in Soldaat van Oranje. En met dit werk kun je natuurlijk ’s avonds ergens spelen en overdag repeteren voor iets anders.’ Teunissen en Baldé spelen in The Double Show allebei een solo van een half uur. ‘Ik begin, dan is er een pauze, en daarna is Merel aan de beurt. Onze voorstellin-

gen staan eigenlijk los van elkaar, maar zo kunnen we een avondvullend programma presenteren. Er zit wel een overeenkomstige regie overheen: we werken allebei met regisseur Gijs de Lange. En ook de thema’s komen overeen. Er zit veel humor en tragiek in.’ Bij Teunissen komt dat tot uiting in verschillende personages. ‘Ik speel allerlei extravagante types achter elkaar, die ergens spijt van hebben, of die iemand pijn hebben gedaan, maar dat niet goed kunnen uiten. En Merel, hoe had zij het ook alweer opgeschreven? Straks zeg ik het weer verkeerd… ‘“Een brutale show over de worstelingen van een controlfreak: Nederhop in een sexy jasje.” Dat was het. Ik praat alleen maar, en Merel zingt er ook bij. Maar we hebben allebei dezelfde vorm van ironie.’ Die is ook terug te vinden op de poster. Daarop poseren Teunissen en Baldé als op een Vanity Fair-achtige cover. ‘De bovenkant is heel gelikt, maar aan de onderkant zie je nog een deel van de studio. Zo is het ook met onze personages: ze blazen hoog van de toren en intussen zakt de grond onder hun voeten weg.’ The Double Show Theater Ins Blau, dinsdag 19 april, 20.30, vanaf €12,50

Dit kan ik met jou doen Tentoonstelling over macht en het geweld in iedereen De expositie Might as well in het Haagse kunstcentrum Nest gaat over macht. Video-kunstenaar Julika Rudelius en schilder Ronald Ophuis lichten hun werk toe. ‘Kindsoldaten zijn geen enge jongens.’ ‘Ik heb heel wat House of Cards-momentjes gehad’, zegt Julika Rudelius. Toen de kunstenares politici zocht om in haar film te spelen merkte ze hoe ze zelf door een lobbyist eindeloos werd bespeeld. ‘Hij belde me midden in de nacht op en nodigde me bij hem thuis uit. Hij had zomaar echt in House of Cards kunnen spelen.’ In haar video-installatie Rites of passage solliciteren jonge studenten bij gevestigde politici in Washington. De mannen gaan dicht tegen de jongens staan en kijken hen indringend aan, de jongens kijken vol bewondering naar hen op. Rudelius: ‘Je ziet vaak dat hele seksuele gebaren gebruikt worden, maar dat die niet betekenen “ik wil wat met jou” maar “dit kan ik met jou”. Hoe kun je bij jezelf blijven als je vanaf het begin af aan vernederd wordt?’ Maar tegelijkertijd is alles manipulatie, zegt ze. ‘De jongens manipuleren met hun schoonheid en jeugd.’ In de film zeggen de personages steeds dezelfde dingen: ‘The moment there is a flicker of self-criticism, the magic falls away.’ Of: ‘It’s about the messenger, not the message’. ‘Zo wil ik laten zien dat de woorden van politici totaal leeg zijn. Toen ik de film draaide, rond de verkiezing van Obama, dacht iedereen nog dat politici het volk dienen. Nu is het alleen nog maar toneelspel. Als je in de po-

DOOR ISA DE GROOD

11

litiek omhoog wilt, moet je constant buigen, behalve als je geld hebt. Ik vraag mij af: waarom willen we of door een stinkrijke of door een compleet vernederd persoon geregeerd worden? Beide kunnen niet meer vrij nadenken.’ Birkenau, het schilderij van Ronald Ophuis, veroorzaakte een storm aan brieven van kinderen van Holocaustoverlevenden. ‘Het beeld dat kinderen van hun ouders als slachtoffer hadden werd geschaad, doordat de Auschwitzgevangenen in Birkenau een vrouw misbruiken. De overlevenden zelf hadden geen moeite met het beeld.’ Ophuis bezoekt plaatsen waar geweld heeft plaatsgevonden, zoals Srebrenica, en interviewt daar mensen die het meegemaakt hebben. In zijn atelier maakt hij een foto van acteurs die de scène naspelen waarmee hij vervolgens een schilderij maakt. De interesse voor de motieven van geweld heeft hij altijd gehad: ‘Al als kind in de kerk verwonderde ik mij waarom het volk schreeuwde om de executie van Jezus’. Toch schuwt hij ervoor zijn schilderijen een moreel kader te geven. ‘Met het slachtoffer identificeren geeft je een zuiver gevoel over jezelf. Maar ik vraag me af, wat zouden die mensen zelf doen in die situatie?’ Slachtofferschap maakt niet heilig, volgens Ophuis, en is vooral vernederend. ‘Wroeging, spijt kom je heel weinig tegen bij daders, ook al willen slachtoffers dat heel graag horen. Ik wil dat mensen zich door mijn schilderijen kunnen verplaatsen in het geweld van een ander: kindsoldaten zijn geen enge jongens. Een samenleving komt niet verder als mensen zich niet ook kunnen identificeren met het kwaad.’

Waar Rites of passage waarschuwt over de afbraak van de democratie als een arena van lege uitspraken waar een politicus nooit echt gekend kan worden - is Birkenau een oproep voor meer inzicht in geweld.

Want, zegt hij: ‘Geweld huist in ons allemaal.’ Tentoonstelling Might as well, Nest, De Constant Rebecqueplein 20b, Den Haag, t/m 13 mei

Jonge studenten solliciteren in de video-installatie Rite of Passage.

Birkenau, concentratiekamp-schilderij van Ronald Ophuis.

FILM

TRIANON Demolition Do za zo ma di wo 21.30 KIJKHUIS A Bigger Splash Dagelijks 21.30 LIDO Triple 9 Za zo wo 18.30 Do vr ma di 21.30

MUZIEK

DE TWEE SPIEGHELS Vr 15 april 21.00 Antreas Yerolatsitis band Za 16 april 16.00 Federico Nuti Rhodes trio Ma 18 april 21.00 Jamsessie olv Matthijs Sepers en Lucas Meijer Wo 20 april 21.00 Electrified Rifs QBUS Shishani & The Afro Namibian Tales. Za 16 april 21.00 uur vanaf €10 GEBR. DE NOBEL Champion Sound: Leidsche Breakbeat Community Vr 15 april 00.00 vanaf €16 Record Store Day Afterparty ism Velvet & Plato met: The Deaf, Eerie Wanda, Bird on The Wire, Blue Crime, Boogie Beasts, Takyon Za 16 april 20.00 vanaf €10 RIJKSMUSEUM VAN OUDHEDEN Syrië-dag avondconcert Ma 18 april 19.30 vanaf €7,50

THEATER

THEATER INS BLAU Blue Monday – A Kiss Me Production: His Own Room Ma 18 april 20:30 uur vanaf €10,00 Tim Teunissen en Merel Baldé: The Double Show Di 19 april 20:30 uur vanaf €12,50 Dansvoorstelling Iván Pérez: Exhausting Space Wo 20 april 20.30 vanaf €13,50

DIVERSEN

RIJKSMUSEUM VAN OUDHEDEN Egypte: Land van onsterfelijkheid T/m wo 2 oktober Vlijmscherp verleden T/m wo 2 oktober Baalbek bewonderd T/m zo 25 september Ex Oriente Lux en Music and Beyond: Syrië-dag Ma 18 april 09.00-17.00 Opgeven via website EOL Leidse papyrologielezing: Bijbelse boeken van een oude Egyptische vuilnisbelt: christelijke papyri in context Di 19 april 20.00 aanmelden: f.a.j.hoogendijk@hum.leidenuniv.nl UNIVERSITEIT LEIDEN Kaiser lente lezingen Za 16 april 14.00-15.00 €4 Dr. Rob van Gent: Antieke denkbeelden over buitenaards leven RESEARCH CENTER FOR MATERIAL CULTURE African arts and literature today lezingen Wo 20 april 19.30-22.00 BOEKHANDEL KOOYKER Lezing Ap Dijksterhuis: op zoek naar geluk Di 19 april 19.30 €7,50 reserveren via info@kooyker.nl BOEKHANDEL VAN STOCKUM Lezing Hans Dijkhuis Zo 17 april 14.00 aanmelden: l eiden@vanstockum.nl GORLAEUS LABORATORIUM Van Leeuwenhoek lezing: As time glows by: Circadian rhythms in cyanobacteria from molecules to populations Do 21 april 16.00 OUDE STERREWACHT Lezing Leidse weer-en sterrenkundige kring: Waarnemen van exoplaneten door coronagrafie Di 19 april 20.00 CAMPUS DEN HAAG LUCIS lezingen Voormalig vicevoorzitter National Intelligence Council CIA Graham Fuller: The New Geopolitical Face of the Middle East Do 14 april 15.30-17.00 Stichthage gebouw


12

Mare · 14 april 2016

Kamervragen

Column

Spraakgebrek

Foto Marc de Haan

‘Die boeken zijn tijdcapsules’ Sven Koenen (24, rechten) Huis: Gerrit Doustraat 29-A Grootte: 10 m2 Kost: 290 euro Bewoners: 7 Hoe ben je aan deze kamer gekomen? ‘Na de bachelors geschiedenis en rechten in Utrecht wilde ik voor mijn master naar Leiden. In Utrecht is het ontzettend lastig om een kamer te vinden. Mijn kamer daar was kleiner én duurder dan deze kamer, en ik woonde in Kanaleneiland. ‘Dat is echt de achterbuurt van Utrecht. Hier spelen kinderen in de straat, daar niet. Overal lagen ampullen van lachgas en elke week kregen we een bericht van de politie. Zo was er een keer ingebroken bij de moskee achter onze straat. Niet ’s nachts, maar om half twee ’s middags, tijdens een dienst.’

Voor Utrechtse begrippen is je kamer dus een koopje? ‘Ja, ik woon dicht bij de universiteit, kan hardlopen langs de Singel en als ik uit mijn raam hang, zie ik de Sterrewacht. In Utrecht woonde ik in een flat met drie andere mensen die door de huisbaas random bij elkaar waren gestopt en niet per definitie een band hadden. ‘Deze kamer kreeg ik tijdens mijn eerste keer hospiteren in Leiden. Het ging er heel gemoedelijk aan toe. In Utrecht had je van die verschrikkelijke hospiteerrondjes, waarbij iedereen geforceerd lacht om elkaars prutgrapjes.’ Volgens je huisgenoten kwam je hier aan zonder slaapspullen maar met een grote hutkoffer vol boeken? ‘Je voelt je toch het snelste thuis door persoonlijke bezittingen mee te nemen.

Naast mijn studieboeken heb ik veel klassiekers: Julius Caesar, Cicero, Vergilius, Homerus, Livius, Dostojevski, Kafka, Tolstoj, Les Miserables, Moby Dick en Dracula. Mijn favoriete boekje is Tale of two cities van Charles Dickens. ‘Ik heb ook een verzameld werk van Jean-Jacques Rousseau uit het eind van de achttiende eeuw. Het is echt een soort tijdcapsule, die ik tegenkwam op een vlooienmarkt. Het was pure hebzucht, ik móést het hebben. En een originele uitgave van de notulen van de Vergadering van Notabelen van 29 maart 1814. Het lijkt misschien een nietszeggend vodje, maar toen is ons Koninkrijk ontstaan.’ Wat staat er nog op je verlanglijst? ‘Een pagina uit een Gutenbergbijbel. Maar zo’n bijbel kost 5,4 miljoen euro.’

Verder nog bijzondere voorwerpen? ‘De banier met een uil erop. Hij komt uit Sienna. Ik was daar tijdens de Palio – de paardenraces. Verschillende wijken strijden tegen elkaar en er heerst een soort renaissancegevoel. De paarden worden gezegend en mensen lopen in harnas door de straten. Het is levensgevaarlijk: zonder zadel galopperen ze door de scherpe bochten. Het hele jaar wordt naar de races toegeleefd. Daar sta je dan ineens als nuchtere Nederlander tussen. ‘Ik ben ook gehecht aan deze Biggetje-beker. Mijn ouders wonen in Wenen en elk jaar lopen de inwoners het Sylvesterpfad. Met die bekers gaan ze door de straten om van de muziek te genieten en glühwein te halen: van stoere biker tot ieniemienie huisvrouw.’ DOOR PETRA MEIJER

Bandirah

Je hoeft het niet je levensdoel te maken, maar voordat je deze aardkloot verlaat zou je voor de lol eens moeten proberen om een Limburger tegen de vleug te strijken. Uit ervaring weet ik dat het lastig is om zo’n rustige zuiderling op stang te jagen, maar mocht dat je wel lukken, dan heb je de meest hilarische ervaring van je leven. Ooit wel eens een Limburger vol gas horen schelden? Ik bedoel maar. Afgezien van de hoogblonde HijDie-Niet-Genoemd-Mag-Worden, vind ik alle Limburgers vrij sympathieke mensen met een al even vriendelijke, hoewel soms onverstaanbare, tongval. Ik heb me laten vertellen dat er niet één enkel Limburgs accent of dialect is en dat de gouwspraak uit het zuiden voor Noord-Limbo’s ook compleet abracadabra is. Omdat ik zelf ook uit een provincie kom waar de dialecten om de vijf kilometer veranderen, kan ik die Limburgers wel waarderen. Sinds een paar maanden, echter, schommelt deze waardering. Om de zoveel tijd word ik door bedrijven in Venlo gebeld. Niet omdat ze mij nou zo graag willen spreken, maar omdat een of andere Limbo zijn eigen telefoonnummer niet fatsoenlijk over de lippen krijgt en per abuis het mijne doorgeeft. Heb je al een regio-gerelateerde spraakachterstand, krijg je ook nog te kampen met een spraakgebrek. Dat noem ik pas verneukt. ‘Goedemorgen, we zouden op de kinderpoli van het VieCurie Medisch Centrum graag een afspraak maken voor uw dochter Isa. Kunt u ons terugbellen?’ Verbijsterd luister ik de voicemail nog een keer af. Google vertelt mij intussen dat de zojuist genoemde kinderpoli zich in Venlo bevindt. Goh, wat een verrassing. Arme Isa. Misschien is het kind wel doodziek en moet ze acuut opgenomen worden, wil ze nog enige kans op herstel hebben. Zit je toch maar mooi met zo’n ouder opgescheept die zichzelf niet verstaanbaar kan maken en dus andermans telefoonnummer doorgeeft. Lekker bezig, man. Maar goed, in de tussentijd blijft de Rabobank in Venlo mij maar bellen vanwege een geweigerde overboeking, is de voorruit van mijn auto gerepareerd en kan ik mijn creditcard weer naar hartelust leegtrekken. Helemaal mooi, alleen heb ik er helemaal geen rijbewijs, laat staan een auto, en ben ik ook niet in het bezit van een creditcard. Zodra de netcode 077 op mijn scherm verschijnt, zie ik de bui al hangen. Dan denk ik aan mijn Venlose vriend die nog steeds zijn auto mist en ernstig om krediet verlegen zit. Ik zie voor me hoe ghhhodverdommes met een zachte g spuit, en opeens zijn die telefoontjes niet zo vermoeiend meer. ESHA METIARY

Mare 26 (39)  

Leids universitair weekblad