Page 1

19 april 2012

35ste Jaargang • nr. 26

‘Omarm de middelmaat’ Pagina 2

Na het flirten wachtte de galg: hoe de seksuele moraal veranderde

Na de Delfste ontdekking van Majorana-deeltjes gaan Leidenaren rekenen

Van Lodewijk Napoleon tot soldaten in Irak: ook op het slagveld wordt gelezen

Pagina 3

Pagina 7

Pagina 9

Guernica (1937, 349 × 776 cm). Schilderij Pablo Picasso

De Spaanse Burgeroorlog en ik In de Spaanse Burgeroorlog (19361939), waaraan Studium Generale een reeks lezingen heeft gewijd, viel een half miljoen doden. Voor schrijver en Leids alumnus Gerardo Soto y Koelemeijer, zoon van een Spaanse vader, bleef het lange tijd een verborgen geschiedenis. Als kind spendeerde ik elke zomer met ouders en zus aan de mediterrane zee. We verbleven standaard vijf weken in het krappe appartement van mijn grootouders, in de calle de Francisco Almarche in Benetússer, een dorpje ten zuiden van Valencia. In een oranje Renault 5, de achterbank naar voren geklapt – gordels achterin bestonden nog niet – legden

wij 2000 kilometer af. Mijn zus en ik lagen languit op de koffers, omgeven door bollen Edammer kaas voor alle ooms, tantes en grootouders. We vertrokken wanneer de avond viel, Parijs even na twaalven, Frankrijk in de nacht. Mijn vader reed vierentwintig uur aaneen, gespannen, met korte tussenpauzes voor koffie. Franse biljetten in de linkerschoen, Spaanse in de rechter. Aan de grens viel er zichtbaar een last van zijn schouders. Zijn ergste nachtmerrie: autopech in Frankrijk. Omdat hij noch Frans noch Engels sprak. We verdeelden de dagen tussen strand en familie. Ik bewaar goede herinneringen aan die tijd. Misschien wel omdat als kind veel langs je heen vloeit. Zo was ik me niet bewust van het feit dat Spanje kort daarvoor nog

geleid werd door een dictator. Hoe kon ik ook anders? Ik was de taal niet machtig en mijn vader had me nooit iets over Franco verteld, noch over de Spaanse Burgeroorlog. In een van mijn postzegelalbums had ik een aantal pagina’s gevuld met Spaanse correos. De eerste postzegels waren beeltenissen van Franco op middelbare leeftijd, een Engels rode van 1; een mintgroene van 1,50; een magenta van 2; een ultramarijne van 3, en een karmijnrode van 4 pesetas. Onder Franco prijkten de tientallen portretten van de jonge Juan Carlos, de huidige koning. De gelijkenissen waren opvallend: dezelfde afmeting, dezelfde in het oog springende kleuren, hetzelfde lettertype. Hoewel mijn vader me hielp de postzegels te verzamelen, te weken in lauw water

en ze op logische wijze te ordenen, zweeg hij over hun relatie. Lange tijd heb ik geloofd dat Juan Carlos de oudste zoon van Franco was. Het leeftijdsverschil op de postzegels wees bovendien in die richting. Er was een tweede mogelijkheid waarop mijn vader het thema aan had kunnen zwengelen. Ik was een jaar of acht en bladerde in La Voz, het blad van en voor Spaanse werknemers van Hoogovens (waar hij bijna veertig jaar zou werken) en trof een afbeelding aan van Picasso’s Guernica. Gebiologeerd keek ik naar de getallen onder het schilderij: 3,49 meter hoog, 7,76 meter breed. Ik kon me niet voorstellen dat dit de werkelijke afmeting was. Mijn vader vertelde slechts dat Picasso het doek had geschilderd als aandenken aan een

‘Wat is einddoel? Hoe ver gaan we?’

Studenten getroffen door ‘strontvloed’

Niet betrokken bij Rotterdamse fraude

‘Niet vrijblijvend meebabbelen’

De universiteitsraad oordeelt positief over de alliantie met Rotterdam en Delft, ondanks onduidelijkheden. ‘Het is een “voorlopige go”, niet meer dan dat.’

Bij de bewoners van het oude klooster aan de Vrouwenweg stroomde het riool over. ‘SLS Wonen zegt niet aansprakelijk te zijn voor de schade.’

Volgens een rapport van het LUMC zijn geen Leidse wetenschappers betrokken geweest bij de misstappen van de Rotterdamse onderzoeker Don Poldermans.

Geesteswetenschappen neemt studenten niet serieus bij de huidige hervormingen, schrijft een groot aantal bezorgde studieverenigingen.

Pagina 4

Pagina 4

Pagina 5

Pagina 6

bombardement op het gelijknamige Baskische dorp door de Duitsers. In mijn hoofd was de link naar de Tweede Wereldoorlog snel gemaakt. Zo kon het gebeuren dat ik niet veel later een spreekbeurt hield over Spanje, waarbij de grotten van Altamira uitgebreid ter sprake kwamen, net als de Romeinse en Moorse overheersing, Picasso en Dalí, en het WK voetbal, dat in ’82 in Spanje plaatsvond. Vol trots toonde ik mijn klasgenoten mijn collectie sinaasappelpapiertjes, maar met geen woord repte ik over Franco, noch over de burgeroorlog. Dat mijn vader Franco een klootzak vond, begreep ik pas vele jaren later. > Verder lezen op pagina 6

Bandirah Pagina 12


2

Mare · 19 april 2012 Geen commentaar

Een totaal mislukt leven Horace McDonald stond niet vooraan toen het geluk werd uitgedeeld. Het begon al met zijn hinkende loopje. Polio had zijn ene been korter afgezoomd dan het andere. Dat en zijn alleenstaande moeder maakten hem al vroeg tot het object van spot. De kinderen in zijn Texaanse geboortedorpje speelden niet met hem maar gooiden steentjes naar zijn – ook nog eens rosse – krullenbol. Daarom bleef hij meestal thuis. En studeerde. Dankzij een beurs kon hij naar de universiteit. Geen steentjes meer. En dus ook geen dwang om achter zijn bureau te blijven zitten. Hij haalde zijn eerste jaar niet. Te beschaamd om dat aan zijn moeder te vertellen, hield hij de schijn op en ging werken in een hamburgerrestaurant. Daar zag hij hoe het bakken van een hamburger bestond uit een aantal handelingen die telkens dezelfde waren. ‘Dat kan ik ook’, dacht hij. Omdat zijn eigen achternaam al was ingepikt in de hamburgerbranche, vernoemde hij het restaurant naar zijn - ondertussen aan longemfyseem overleden – moeder. Het werd een flop. McDonald werd taxichauffeur. Een totaal mislukt leven dus. Althans, naar de maatstaven van onze maatschappij. Horace McDonald is een verzonnen personage omdat verhalen als de zijne niet worden opgetekend. Erger nog, de mensen die Horaces leven hebben, schamen zich er vaak voor. Ten onrechte. Niets tegen inspirerende fakkeldragers maar de meesten van ons zullen het nooit worden. Men koopt meestal de biografie van Steve Jobs zonder ooit maar in zijn buurt te komen. Gelukkig maar, anders waren er geen taxichauffeurs meer. Of huisartsen, want iedere geneeskundige zou specialist willen zijn. We moeten van dit kabinet harder studeren en harder werken. Als de poorten van het Catshuis openzwaaien, zal dat - behalve de bezuinigingen - de boodschap zijn. Willen we deze welvaart in stand houden, dan moeten we allemaal een flinke tand bijzetten, onze schouders eronder zetten, zestig uur werken… Want China dit, onze pensioenen dat. Dat hard werken echter niet altijd leidt tot meer succes, zowel op maatschappelijk als individueel niveau, is de weinig populaire realiteit. Kijk naar uw studie of loopbaan. Universiteit Leiden? Geen Cambridge of Harvard? Nee, een cum laude zit er wellicht niet in. Hoelang werkt u nu al aan dat proefschrift? Schaamt u zich ook niet een beetje voor dat gebrek aan publicaties? U ziet, het kan altijd beter. En nadat u de Nobelprijs hebt gewonnen, nemen we even kijkje naar uw gezinsleven. Onlangs oogstte psychologiehoogleraar Paul Verhaeghe veel bijval door de tekortkomingen van de prestatiemaatschappij op te tekenen. Kinderen worden steeds vaker gediagnosticeerd met ADHD, ODD, CD, ASS, obesitas en anorexia. Bij de volwassenen constateerde hij ernstige stijgingen op het vlak van depressie en sociale angst. Wie niet succesvol is, kan daar blijkbaar maar beter een goede reden voor hebben, was zijn redenering. Eenzijdig nadruk leggen op excellentie is makkelijk, hol en op den duur gevaarlijk. Middelmaat is onze natuurlijk omgeving. Leer ervan houden. Kijk op tijd tv, bak een hamburger en scoor een zes. Wacht, dat hoef ik u niet te vertellen. Dat doet u al. DOOR THOMAS BLONDEAU

Colofon

Redactie-adres Pieterskerkhof 6 2311 SR Leiden Telefoon 071–527 7272 Fax 071–527 7288 Website mareonline.nl E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl

De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000

Column

Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl Redactie

Thomas Blondeau redactieleiden@gmail.com Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Judith Laanen redactie@mare.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl Constanteyn Roelofs (stagiair) Medewerkers

Rivke Jaffe • Petra Meijer • Benjamin Sprecher • Anne van de Wijdeven Secretariaat Judith Laanen Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving Marijke Hoogendoorn • richgirl-design.com Drukwerk Dijkman Offset Amsterdam Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Fax 023 - 571 76 80 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • I. Bronstring • A. Brouwer • prof. dr. A.J.W. van der Does • B. van der Donk • J. Egberts • drs. B. Funnekotter • dr. H. Heestermans • prof. dr. J.J.M. van Holsteyn • Prof. dr. F. Israel • mr. F.E. Jensma • D. van der Klugt • A. Liemburg • R. Nieuwenkamp • mw C. Regoor • prof. dr. N.J. Schrijver Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op bankrekening 1032.57.950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200900100) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare. leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

Bestaat een niet-Nederlands uiterlijk? De afgelopen weken was een artikel van Leidse criminologen en juristen volop in het nieuws: uit hun onderzoek blijkt dat politierechters verdachten met een niet-Nederlands uiterlijk strenger straffen. Een belangrijk onderzoek, want het wijst op de institutionalisering van discriminatie binnen het rechtsstelsel, bij uitstek een institutie waar gelijke behandeling centraal zou moeten staan. Blijkbaar is Vrouwe Justitia toch niet zo blind. In de media ging het uiteraard over de verontrustende conclusie dat de besluitvorming van politierechters bevooroordeeld is. Verder ging een belangrijk deel van de discussie over statistische termen: het gebruik van de term ‘odds’ (kansverhouding) werd vaak verward met de term ‘kans’. Ik was zelf bij het lezen van het artikel (gepubliceerd in het Nederlands Juristenblad) geïntrigeerd door een ander aspect, namelijk het gebruik van de term ‘niet-Nederlands uiterlijk’. Hoe meet je zoiets? Wat is een ‘niet-Nederlands uiterlijk’, en hoe operationaliseer je het als variabele? Je komt al snel uit bij andere, politiek-filosofische kwesties uit: wat is überhaupt ‘Nederlands’? Aan de Universiteit van Amsterdam is een groep sociologen en antropologen bezig met een onderzoek naar de ‘culturalisering van burgerschap’. Zij kijken naar hoe, binnen Nederlandse discussies over burgerschap, de nadruk is verschoven van juridische definities naar culturele definities. Nederlanderschap wordt steeds minder gezien als een nationaliteit, een staatsburgerlijke status, en steeds meer als een culturele eigenschap of affiniteit. Dit Amsterdamse onderzoek biedt een sterke analyse van recente maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. Maar het belang van uiterlijke, lichamelijke kenmerken in processen van in- en uitsluiting komt nauwelijks aan bod. Hoe zit het met de ‘somatisering’ van burgerschap? Bewust of onbewust is voor veel mensen Nederlanderschap niet alleen een kwestie van paspoort of cultuur, maar ook van uiterlijk. Hoeveel generaties je familie ook in Nederland woont, hoe cultureel aangepast je ook bent, als je uiterlijk ‘afwijkend’ is (van een blonde, blauwogige norm?) zal je vaak als ‘niet-Nederlands’ worden ingedeeld. Het Leidse onderzoek werd uitgevoerd op basis van

observaties door studenten met een gestandaardiseerde checklist. Bij navraag begreep ik dat de variabele ‘nietNederlands uiterlijk’ gebaseerd was op een combinatie van de subjectieve inschatting van de observant, en de registratie van het geboorteland van de verdachte. Bij onduidelijkheden moesten observanten dit kenmerk open laten. Als er onzekerheid bestond of het uiterlijk van de verdachte al dan niet Nederlands was, werd die case niet opgenomen in de analyse. Dit was slechts in tien van de 541 zaken het geval, dus de observanten voelden zich vrij zeker over hun vermogen het onderscheid tussen een Nederlands en een niet-Nederlands uiterlijk te maken. Ik vind dit soort onderzoek ontzettend belangrijk. Het is dan ook niet mijn bedoeling de onderzoekers aan te vallen. Wel wil ik graag een kanttekening zetten bij hun categorisering. Als we niet uitkijken, draagt ons wetenschappelijke werk ook bij aan de somatisering van burgerschap. Studenten – en allicht zelfs rechters – denken een trefzeker onderscheid denken te kunnen maken tussen Nederlandse en niet-Nederlandse gezichten of lichamen. Kunnen wij wetenschappers het ons permitteren om die assumpties, of die taal, kritiekloos over te nemen? Als we er in ons onderzoek vanuit gaan dat – hoe subjectief gedefinieerd ook – er iets bestaat als een nietNederlands uiterlijk, versterken we de associatie tussen nationaliteit en fenotype. Mijn eigen discipline, de antropologie, heeft een roemloze geschiedenis van somatische categorisering. Diverse vormen van ‘antropometrie’, van schedelmeten tot visuele ordeningen, werden ingezet om de mensheid in een afgebakende serie standaardtypen te verdelen. Daarnaast heb ik zelf een uiterlijk en een naam die vaak als niet-Nederlands worden geïnterpreteerd. Het is waarschijnlijk vanuit die combinatie van disciplinaire en persoonlijke kenmerken dat ik er altijd extra huiverig voor ben als wetenschappers impliciet de aanname onderschrijven dat nationaliteit aan het lichaam af te lezen is. Rivke Jaffe Universitair docent culturele antropologie


19 april 2012 · Mare

3

Mensen

Opgehangen wegens flirten Lezing over eeuwen overspel, collectieve masturbatie en ander onzedig gedrag Eerst was het de vrouw die arme weerloze mannen verleidde en hen in het ongeluk liet storten. Daarna werd de man afgeschilderd als een geil dier, steeds op zoek naar weerloze prooien. In The Origins of Sex beschrijft de Britse historicus Faramerz Dabhoiwala hoe de seksuele moraal in de loop der eeuwen veranderde. Het is de winter van 1644 in de Amerikaanse koloniën. James Britton is ziek en verwacht spoedig te zullen bezwijken. Zijn geweten speelt op en hij bekent zijn zonden. Britton vertelt dat hij na een nachtje flink doorhalen zonder succes heeft geprobeerd seks te hebben met Mary Latham, een jonge getrouwde vrouw uit een goede familie. Onmiddellijk worden de autoriteiten ingeschakeld. En die nemen geen halve maatregelen. Latham woont inmiddels ver weg, maar toch worden er ’s nachts agenten op pad gestuurd om de pas achttienjarige Mary op te pakken en naar Boston te brengen om daar terecht te staan voor overspel. Seks hebben ze niet gehad maar een stevige flirt is voldoende voor de galg. Opvallend is dat Mary overspel bekent en bereid is te sterven als genoegdoening voor haar vreselijke zonde. Maar eerst wordt de berouwvolle Britton opgehangen. In de schaduw van de galg spreekt Mary het toegestroomde publiek toe en doet nogmaals boete voor haar verschrikkelijke daad tegen God en maatschappij. Even later bungelt ook zij aan de strop. Dit schrijnende verhaal komt uit het dit jaar verschenen boek The Origins of Sex van de aan Oxford verbonden Britse historicus Faramerz Dabhoiwala. Vrijdag geeft hij een lezing in Leiden. Het is een extreem voorbeeld van de seksuele moraal die in de zeventiende eeuw heerste. De Puriteinse kolonisten die naar Amerika vertrokken waren strenger in de leer dan hun Europese broeders. Maar ook in Europa bestreden staat en kerk overspel, seks buiten het huwelijk en masturbatie met steeds meer overtuiging. ‘Vrijwel de gehele bevolking stond hier achter’, zegt Dabhoiwala. ‘Overspel en prostitutie waren ten strengste verboden door God. Mensen geloofden daar heilig in. Het niet ingrijpen en straffen kon wel eens betekenen dat niet alleen de daders maar de gehele bevolking door Hem gestraft zou worden. Vele overspelplegers werden ook buiten de autoriteiten om hard aangepakt.’ Minder dan een eeuw later was de cultuur in Engeland maar ook in de rest van Europa fors veranderd. Er werd opener gesproken over seksualiteit. Kerk en staat hielden zich minder bezig met overspel. De vleselijke lusten waren meer een privézaak geworden. Dabhoiwala zocht uit waar deze revolutie vandaan komt. ‘Gedurende de Verlichting verdwijnt het rechtlijnige denken over geloof. Veel filosofen nemen de bijbel niet meer letterlijk. De grenzen tussen welk gedrag acceptabel is welk gedrag niet worden wazig. Ook de scheidslijn tussen privé en publiek wordt minder duidelijk. Opvallend is ook dat in de zeventiende eeuw vrouwen werden gezien

DOOR VINCENT BONGERS

als animators van overspel. Zij waren wellustig en grepen elk moment aan om arme weerloze mannen te verleiden en hen zo in het ongeluk te storten. De schuld verschuift in een korte tijd naar mannen. Dabhoiwala stelt dat een belangrijke rol hierin is weggelegd voor vrouwelijke schrijvers. ‘Vrouwen worden in de 18e eeuw pas echt in de gehoord in het publieke debat. De schrijfster en filosoof Mary Astell heeft bijvoorbeeld een grote invloed.’ Al in 1700 schrijft zij over de rol van mannen: ‘tis no great matter to them if women, who were born to be their slaves, be now and then ruined for their entertainment.’ Maar als snel verschijnen er romans, vaak geschreven door vrouwen, die mannen afschilderen als wilde geile dieren die steeds weer op zoek gaan naar een weerloze prooi. In het buitenland gebeurt in grote lijnen hetzelfde. ‘De roman Sara Burgerhart van Betje Wolff en Aagje Deken is echt een treffend Nederlands voorbeeld.’ Ook kent Nederland een aantal vrijdenkers op het gebied van seks. Dabhoiwala noemt de filosoof Adriaan Beverland. Die schreef als student in Leiden het boek De peccato originali (1678). ‘Daarin beweert hij dat de zondeval in de Bijbel eigenlijk draait om Adam en Eva die seks hebben. Zijn interpretatie werd niet erg gewaardeerd. Hij moest vluchten naar Engeland. Daar was het klimaat kennelijk toch wat beter voor dit soort vrijdenkers.’ In de tweede helft van de achttiende eeuw worden bij de elite buitenechtelijk relaties makkelijker geaccepteerd. Sommige prostituees werden zelfs beroemdheden en het onderwerp van prenten, verhalen en krantenberichten. Lucratief was het beroep ook. Fanny May, een beroemde prostituee voor de hogere klasse, was zo succesvol dat ze volgens de overlevering eens een biljet van 20 pond tussen twee sneetjes brood stopte en de geldsandwich vervolgens

‘De moderne Pygmalion’ van de Engelse schilder Thomas Rowlandson (1756-1828) De tinnen schaal van de club Beggar’s Benison waarop leden gezamenlijk ejaculeerden. De heren van de Schotse sociëteit lazen samen pornografie, lieten vrouwen strippen en dronken uit glazen in de vorm van een fallus.

opat. Zo liet ze zien haar neus op te halen voor dat soort karige bedragen. Sommige gentlemen gingen zich te buiten aan seksuele uitspattingen in erotische sociëteiten. Een bekende was the Beggar’s Benison, die vestigingen in Glasgow, Edinburgh en zelfs Sint Petersburg had. De heren lazen er pornografie, lieten er vrouwen strippen, dronken er uit glazen in de vorm van een fallus. Centraal stond het gezamenlijk masturberen. Geëjaculeerd werd er op een speciale tinnen schaal met obscene afbeeldingen.

Maar wat merkte de rest van de bevolking over de nieuwe manier van denken? Prostituees werd in ieder geval met iets andere ogen bekeken. Ze waren nog steeds een gevaar voor de maatschappij. Vooral omdat ze ziekten verspreiden. Maar er kwam ook compassie en medelijden voor hun lot. Hun werk werd steeds vaker gezien als een noodzakelijk kwaad. Vooral in Engeland gingen maatschappelijke organisaties en filantropen zich intensief bezig houden met het opvangen en rehabiliteren van vrouwen die het slachtoffer waren geworden van witte slavernij.‘Het idee dat vrouwen van nature kuis waren en door onderwijs en discipline weer op het rechte pad konden worden gebracht, werd vrij algemeen.’

In zogeheten Magdalen Houses werden gevallen vrouwen onder een regime van keihard bidden en werken geplaatst. Contact met de buitenwereld werd geminimaliseerd. De vrouwen moesten de medewerkers vaak vader en moeder noemen. Zij zelf waren ‘daughters of shame’. Het werd in Europa van 1800 in ieder geval ongebruikelijk om overspel en prostitutie actief te vervolgen. In landen als Iran zijn zware straffen op onzedig gedrag nu nog aan de orde van de dag. ‘Ook hier geldt dat dit beleid alleen bestaat omdat een groot gedeelte van de bevolking hier achter staat.’ Toch hangt er wel iets in de lucht. ‘Delen van mijn boek werden op de website van een krant gepubliceerd. Dat betekende dat er uit landen vanuit heel de wereld reacties kwamen, ook bijvoorbeeld uit Pakistan. Lezers schreven: “Ik zie in mijn omgeving

ontwikkelingen die lijken op wat er in de achttiende eeuw in Engeland gebeurde.” En veel landen waar er een strikte seksuele discipline heerst, hebben bepaalde ontwikkelingen zoals de massale trek naar de stad later plaatsgevonden dan in Europa. ‘Die migratie zet de oude seksuele moraal stevig onder druk.’ Dabhoiwala verwacht dan ook dat in bijvoorbeeld de islamitische wereld binnenkort een seksuele revolutie uitbreekt. ‘Seksuele vrijheid is vaak een bijproduct van de zucht naar bijvoorbeeld de vrijheid van religie. Het is niet het uitgangspunt van revolutionairen. Dat was het ook niet van de Verlichtingsfilosofen.’ Faramerz Dabhoiwala, The Origins of Sex, A History of the First Sexual Revolution, Allen Lane/Penguin Books. 496 pag, € 30,99 Lezing op 20 april, 15.30 uur, Lipsius


4  Mare · 19 april 2012 Nieuws

Langstudeerboete iets soepeler Wie binnen een maand na aanvang stopt met een studie en de rest van het collegejaar bij geen enkele onderwijsinstelling meer staat ingeschreven, verspilt niet meteen een heel jaar voor de langstudeerdersboete. Aanvankelijk zou dat wel het geval zijn, maar na Kamervragen besloot staatssecretaris Halbe Zijlstra van Onderwijs de maatregel iets aan te passen. Anne-Wil Lucas (VVD), die de Kamervragen eerder deze maand had gesteld, liet weten verheugd te zijn over het snelle handelen van de staatssecretaris. Eerder dit jaar moest Zijlstra al een andere fout uit de langstudeerderswet erkennen, toen bleek dat zogenoemde premasterstudenten, die na het hbo willen doorstromen naar de universiteit, wel erg benadeeld werden. Samen met de VSNU gaat hij deze kwestie oplossen.

Meer kamers In het gebouw van de voormalige sociale dienst naast het Kamerlingh Onnes gebouw komen 35 studio’s voor studenten. De woningen moeten begin 2013 gereed zijn. Maar SLS wonen heeft nog meer plannen voor datzelfde gebied. Het nieuwere gedeelte van het gebouw van de sociale dienst wordt gesloopt. Ook de voormalige brandweerkazerne gaat tegen de grond. Daar komen appartementen voor studenten voor in de plaats. Het is de bedoeling dat er 217 kamers in de nieuwbouw komen. Het nieuwe complex zou medio 2013 als af moeten zijn. Met de sloop van de oude gebouwen wordt nog dit voorjaar begonnen. In het oude gebouw van het Da Vinci College aan het Lammenschanspark komen tijdelijke kamers voor 65 studenten. Het is niet duidelijk hoe lang de kamers beschikbaar blijven. Dat hangt ook af van de vorderingen van het Leidse Schansproject. Dit megaplan voorziet in 1900 studentenwoningen en wordt gerealiseerd op grond waar nu het Da Vinci College staat. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Kences, de koepel van studentenhuisvesters, willen meer weten over de woonsituatie en woonwensen van studenten en zijn een enquête begonnen. Meedoen kan op wonenalsstudent.nl.

Rathenau: minder geld De Nederlandse overheid gaat minder geld uitgeven aan wetenschappelijk onderzoek, blijkt uit een analyse van het Rathenau-instituut. Dat is een onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) dat samenleving en politiek adviseert over wetenschap en techniek. De directe overheidsbijdrage aan wetenschappelijk onderzoek daalt van 4,8 miljard euro in 2012 naar 4,5 miljard in 2016. Tegenover die daling staan maatregelen om bedrijven te helpen bij investeren in wetenschappelijk onderzoek. Hiervoor heeft de regering een bedrag gereserveerd dat oploopt van € 1,1 miljard naar € 1,2 miljard in 2016. Per saldo leidt dit tot een daling van € 200 miljoen in 2016. Begin dit jaar stelde het Rathenau nog dat het om een daling van 400 miljoen euro zou gaan, maar toen bleek dat ze de maatregelen voor bedrijven over het hoofd hadden gezien.

Rugbyfinale Het Leidse Studenten Rugby Gezelschap (LSRG) heeft de finale van de Nederlandse Studentenbeker bereikt. In de halve finale had het LSRG met 16-8 afgerekend met de Utrechtse concurrentie. Zaterdag 21 april spelen zij om 15:00 uur in Utrecht de finale tegen DSR-C uit Delft. Pikant detail is dat LSRG in de poulefase van het toernooi verloor van DSR-C. LSRG zint dan ook op revanche en volgens een mail van bestuurslid Robbert van der Linde ‘is er geen zoetere wraak dan in de finale winnen van de aartsrivaal.’ De wedstrijd wordt gespeeld op het veld van de Utrechtse Rugbyclub, Sportpark Rijnvliet 5.

‘Wat is het einddoel?’ Raad geeft een ‘niet meer dan voorlopige go’ voor alliantie De universiteitsraad heeft een positief advies gegeven over de notitie waarin de strategische alliantie tussen de universiteiten Leiden, Delft en Rotterdam wordt uitgewerkt. Maar de raad heeft ook kritiek. Door Vincent Bongers Dat bleek maan-

genschap een eerlijke kans te geven. Juist nu kunnen we van nut zijn. We willen niet achter de kar aan lopen.’ Heel andere kritiek kwam er van Floske Spieksma, universitair docent aan het Mathematisch Instituut en lid van de personeelspartij Universitair Belang. ‘Er is een groot verschil tussen papier en werkvloer als het om samenwerken gaat. Daar schuilt

een gevaar in. Ik lees dan dat we misschien nauwer gaan samenwerken met Delft op het gebied van wiskunde. Er wordt zelfs gesproken over een gemeenschappelijk instituut. We werken al jaren samen met Delft op het gebied van onderwijs.’ Volgens Spieksma wordt die samenwerking gefrustreerd door steeds weer nieuwe plannen. ‘Nu

gaat Delft weer gebruik maken van een ander semestersysteem. Dat betekent dat ons gezamenlijk onderwijs bijzonder ingewikkeld gaat worden. Het kost veel energie om dat dan weer in goede banen te leiden.’ Spieksma vreest dan ook dat de werkvloer door de alliantie weer wordt geconfronteerd met veel veranderingen en dus extra werk.

dag tijdens de raadsvergadering. Een aantal raadsleden waarschuwde het college dat de discussie over de samenwerking nog lang niet is gesloten en dat informatievoorziening beter moet. ‘De discussie over het dossier is eigenlijk nog maar nauwelijks begonnen’, zei André Maaskant van de SGL-CSL studentenfractie in de raad. ‘Hoe ver willen we gaan met zo’n samenwerking? Wat is het einddoel? Daar is nog te weinig over gesproken.’ ‘Het advies is een “voorlopige go” om de plannen naar de staatssecretaris te kunnen sturen’, zei fractiegenoot Tim Fleur. ‘Niet meer dan dat.’ Staatssecretaris voor het hoger onderwijs Halbe Zijlstra wil voor 1 mei de prestatieafspraken van de universiteiten binnen hebben. Een speciale commissie buigt zich dan over deze plannen. De staatssecretaris wil dan ook weten hoe het met de samenwerkingsplannen staat. ‘De alliantie biedt veel mogelijkheden en kansen, maar ook veel gevaren’, aldus Fleur. ‘Mijn fractie is compleet ontevreden over de informatievoorziening door het college. De sfeer wordt daar steeds negatiever over. We verzoeken dan ook het college met klem om na 1 mei dit dossier weer op te pakken en de medezeg-

Onduidelijkheid over bestuursmaanden De studentenfractie SGL-CSL heeft vragen aan het college van bestuur over het uitblijven van duidelijkheid over de verdeling van een deel van bestuursmaanden. In maart sloten de raad en het college een akkoord over de bestuursvergoeding. Er werd fors ingeleverd door studieen studentenverenigingen. De maanden zijn gefixeerd en de bestuurders zijn hun ov-vergoeding kwijtgeraakt. De beurzen zijn vastgesteld op 250 euro voor uitwonenden en 90 euro voor studenten die thuis wonen. De

bedragen zijn bevroren en variabelen zijn uit de regeling gehaald. ‘Dat is best ongunstig geweest’, zegt Tim Fleur van SGL-CSL. ‘Maar daar stond ook iets tegenover. Het idee was dat er daar meer bestuursmaanden voor terug zouden komen. Het college heeft een maximum van zeven ton ingesteld. Het verschil tussen het gefixeerde bedrag en de zeven ton op voet van 80/20 verdeeld worden tussen het Studieverenigingen Overleg Platform (StOP) en de Plaatselijke Kamer voor Verenigingen (PKvV). ‘Maar de afdeling Studenten en

Onderwijszaken (SOZ) wil geen schatting geven van het bedrag dat nog te verdelen is’, aldus Fleur. Dus weten de verenigingen niet hoeveel maanden er nog te verdelen zijn. Zij kunnen dan ook geen gebruik maken van de mogelijkheid. En dat terwijl sommige verenigingen al nieuwe besturen aan het formeren zijn. Het is dus best nijpend.’ Jeroen ’t Hart, directeur van SOZ, wil nog niet ingaan op de kwestie. ‘Het is een rondvraag van de SGLCSL. Het college reageert maandag.’ VB

Prestatieafspraken toch niet grondwettelijk De welles-nietesdiscussie over grondwettelijkheid van de prestatieafspraken in het hoger onderwijs duurt voort. Staatssecretaris Zijlstra wil dat het budget dat onderwijsinstellingen ontvangen deels afhangt van studiesucces en de hoeveelheid contacturen. Volgens hem is de vrijheid van onderwijs, zoals opgenomen in artikel 23, daarmee niet in het geding. ‘De opvatting dat er voor de voorwaarden voor de prestatieafspraken geen wettelijke basis zou zijn, deel ik niet’, schreef Zijlstra vorige

week in een reactie op Kamervragen van de SP, GroenLinks en de SGP. ‘Evenmin deel ik de suggestie dat er sprake zou zijn van schimmigheid van kwaliteitseisen.’ De Tilburgse hoogleraar onderwijsrecht Paul Zoontjens betwijfelt dat, zei hij onlangs tegen het Hoger Onderwijs Persbureau. In de wet is namelijk vastgelegd aan welke objectief vast te stellen ‘deugdelijkheidseisen’ instellingen moeten voldoen. Volgens Zoontjens is het niet aan de staatssecretaris zelf om te bepalen welk onderwijs deugdelijk is, zeker niet aangezien hij eigenlijk

toch niet zulke heldere criteria hanteert om instellingen met elkaar te vergelijken. Hij adviseert Zijlstra dan ook de criteria eerst uit te werken tot een wetsvoorstel. Anders kunnen onderwijsinstellingen de maatregel aanvechten, wanneer deze door de ministerraad wordt goedgekeurd. In dat geval kan de rechter de maatregel vernietigen. Zijlstra liet in zijn brief ook weten ‘de nodige consequenties’ te trekken als de Raad van State oordeelt dat de wettelijke grondslag toch ontoereikend is. MvW

KIA: ‘Onderwijs is verbeterd’ De tweede voortgangsrapportage van de Kennis en Innovatieagenda (KIA) is binnen. Het doel van dit programma is om in 2020 bij de top vijf te horen op de Competitiveness Index van the World Economic Forum. Nederland is nu zevende, na Zwitserland, Singapore, Zweden, finland, de VS, en Duitsland. Op het gebied van onderwijs en onderzoek zijn er positieve berichten: het onderwijs verbeterd, mede door dalende aantallen uitvallers en meer toegekende diploma’s. De Nederlandse onderzoekers worden geprezen voor hun goede resultaten, hun hoge volume van publicaties en de hoge impact van de artikelen. Wel valt het relatieve aantal onderzoekers in Nederland tegen bij de vijf koplopers. Het heikele punt zijn de teruglopende overheidsinvesteringen in onderwijs en onderzoek; hierin blijft Nederland achter bij de top 5. Op het gebied van ondernemerschap is het goede nieuws dat steeds meer startende ondernemingen aan de slag gaan met nieuwe technologie. Wel mogen gevestigde bedrijven sneller opschakelen naar innovatieve technieken. CR


19 april 2012 · Mare 5 (...)

Nieuws

Groene smurrie kotsen ‘Wisten wij veel. Het waren de jaren zeventig en China was een arm land. Hooguit interessant vanwege zijn rijke verleden en de leer van Confucius. Het aantal studenten dat zich jaarlijks bij de Universiteit Leiden meldde om zich op het Chinees te storten was dan ook op één hand te tellen. Maar wat zijn we nu blij dat we die studie niet hebben afgeschaft.’ Prof.dr. Rens Bod (inmiddels UvA) wil dat ‘we onze onderzoeksagenda niet laten afhangen van de grillen van achttienjarigen’. (de Volkskrant, 4 april) ‘De blikken van de elitaire Leidse studenten at Leiden Centraal: walgelijk.’ @raegoncuracao (Twitter, 12 april)

Iedereen is welkom, vooral neerlandici. ‘Dat er geen alternatieven voor het neoliberalisme zijn, is flauwekul. De stakende schoonmakers staken niet alleen voor loonsverhoging, maar ook voor iets dat totaal niet in het neoliberalisme past: respect voor goed uitgevoerde, maar economisch niet heel winstgevende arbeid. Dat het neoliberalisme dit respect niet kan opbrengen, is logisch: een schoonmaker kun je niet virtueel in stukjes knippen om via schimmige constructies aan onwetende spaarders en pensioenen te verkopen.’ Natuurkunde-promovendus Jelmer Renema veegt de vloer aan met Frits Bolkesteins bewering dat het kapitalisme de enige optie is. (de Volkskrant, 14 april)

‘Nou, we weten dat we weer in Lae (in Papoea-Nieuw-Guinea, red.) zijn. Vanochtend namen we een taxi naar het Instituut voor Bosonderzoek. Op weg erheen rende een kerel op de auto af en zwaaide met een pistool. De chauffeur bleef maar “sorry, sorry” roepen en zei dat het pistool vast een speelgoedding was. Toch is het is hier schijnbaar veiliger dan eerst, een paar weken terug waren er rellen.’ Dagboekaantekening van bioloog Ed de Vogel (NRC Handelsblad, 14 april) ‘Soms slaat iemand een vlieg dood in de lift en kijk je een week lang tegen een smerige vlek aan. Maar ja, zolang mijn medebewoners niet met driehonderdzestiggraden-draaiende hoofden en groene smurrie kotsend door het gebouw trekken, ben ik gelukkig.’ Tweedejaars geneeskunde Maaike van der Plas stelt weinig eisen aan haar studentenhuis (Leidsch Dagblad, 11 april)

‘Strontvloed’ in klooster aan Vrouwenweg De bewoners van het oude klooster aan de Vrouwenweg, kregen tijdens Pasen een onaangename verrassing: het riool stroomde over. Tamara Can van verhuurder SLS Wonen: ‘Op eerste paasdag is er een toilet ontstopt. Het probleem leek verholpen, tot alles ’s nachts onderliep.’ Het was de tweede keer in korte tijd dat reparateurs kwamen voor een verstopping door urinesteen. ‘Dat is een kalksoort waar je niet echt iets aan kunt doen. Wel vonden ze ook maandverband en tampons. Met een soort draaiende veer hebben ze geprobeerd het probleem te verhelpen, maar achteraf bleken ze slechts een klein gaatje gemaakt te hebben, met een overstroming als gevolg.’ Op tweede paasdag heeft SLS Wonen het pand schoongemaakt en de toiletten zijn opnieuw gerepareerd. Sander Toet (21, student Japans) woont boven de gang waar het probleem zich voordeed. ‘De strontvloed liep naar beneden, waardoor een verdieping lager een laag van vijf centimeter poepwater stond. Drie dagen lang stonk het alsof er een beerput ontploft was.’ Zijn eigen toilet was twee dagen buiten gebruik. ‘Als we naar de wc wilden, moesten we wachten tot we met een groepje waren en dan konden we aanbellen bij onze overburen. Zij reageerden gelukkig heel aardig. Met gevaar voor hun eigen spullen hebben ze ‘s nachts zelfs iets tussen de deur gelegd, zodat ze hem niet voor ons open hoefden te doen.’ Volgens Toet kwamen er de laatste tijd wel vaker

loodgieters. ‘Een van hen vertelde mij dat DUWO en SLS Wonen eigenlijk te weinig aan onderhoud doen.’ De derrie stroomde ook door het zelfstandige appartement van pedagogiekstudent Nadia Varekamp (20). ‘Ik was er met Pasen niet. Om een of andere reden hebben de schoonmakers mijn woning overgeslagen. Toen ik een natte, smerige vloer aantrof, stond het er al twee dagen.’ Na een middag zelf schoonmaken kreeg ze de gele vlekken en de stank niet uit haar vloerbedekking. ‘Ook kon ik vier paar laarzen, die op de grond stonden, weggooien. Ik heb geen inboedelverzekering. SLS Wonen zegt niet aansprakelijk te zijn, maar een van de betrokken loodgieters heeft gezegd dat achterstallig onderhoud de oorzaak is.’ Can vindt het vervelend voor Varekamp, maar SLS Wonen heeft alleen een opstalverzekering, voor ‘nagelvaste’ onderdelen van het gebouw. ‘We wijzen onze bewoners er bij het tekenen van het contract op dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor een inboedelverzekering. Dat de schoonmakers niet bij haar zijn geweest komt omdat het niet is toegestaan om zonder toestemming van de bewoner binnen te gaan.’ De ontstoppingsservice is volgens Can ook niets aan te rekenen. ‘In de rioolwereld is het niet vreemd om twee keer in korte tijd opgetrommeld te worden voor dezelfde klus. Pas in een later stadium gaan ze met een camera in de buizen kijken. Voor dit soort dingen heb je dus een inboedelverzekering.’ MvW

Geen Leidse betrokkenheid bij fraude Poldermans Nog wel vraagtekens over co-auteurschap Volgens een rapport van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) zijn geen Leidse wetenschappers betrokken geweest bij de misstappen van de Rotterdamse onderzoeker Don Poldermans. Poldermans nam in november 2011 ontslag bij het Erasmus MC toen bleek dat de testuitslagen in zijn onderzoeksdossiers niet te herleiden waren tot de gegevens in de dossiers van zijn patiënten. Ook handelde hij niet altijd met de toestemming van zijn patiënten. Daarbij ging het om een meting naar bloed dat eigenlijk voor een ander

Door Bart Braun

onderzoek gedoneerd was. De aandacht verlegde zich daarna naar Poldermans’ medeauteurs, waarvan de Leidse cardioloog prof. dr. Jeroen Bax de voornaamste is. Het LUMC zette een onderzoekscommissie op, onder leiding van prof.dr. Gertjan Fleuren. In de commissie zaten uitsluitend medewerkers van het LUMC en het Erasmus MC. Hun eerste bevindingen verschenen afgelopen vrijdag. Conclusie: ‘Er zijn geen aanwijzingen dat Leidse onderzoekers waren betrokken bij de schending van de wetenschappelijke integriteit door Prof. Poldermans.’ Ook heeft Poldermans nooit iets met Leidse patiënten te maken gehad.

Wel stelde de commissie vraagtekens bij het co-auteurschap van Bax. Hij en Poldermans hebben meer dan tweehonderd gezamenlijke publicaties. ‘Of de inhoudelijke bijdrage van de Leidse onderzoeker aan de publicaties voldoende was om het co-auteurschap te rechtvaardigen kon door de Commissie slechts in enkele gevallen met zekerheid worden vastgesteld.’ Bax heeft alle vragen vanuit de media afgewimpeld. Poldermans gaf tegenover het artsenblad Medisch Contact aan dat ook hij een radiostilte wil aanhouden: ‘Dat is de enige manier om deze nachtmerrie te overleven. Ik zoek momenteel naar een nieuwe baan, en verwacht die snel te vinden.’

Bedrijfsleven: ‘Behoud talenstudies’ Een actiecomité dat de studenten van de bedreigde studie Frans in Leiden vertegenwoordigt heeft een marktonderzoek gedaan in het bedrijfsleven. Samen met onderzoeksbureau WhyFey heeft het comité 341 respondenten gevraagd naar hun mening over de huidige politieke koers in het onderwijs. Slechts 7,2 procent van hen denkt dat het een goed besluit is om de opleidingen Duits, Frans en Italiaans te laten samengaan in Taal, Cultuur

en Mediaopleidingen. 71,4 Procent vindt dat onverstandig. 91,9 Procent van de respondenten vreest dat Nederland door het huidige onderwijsbeleid uiteindelijk met een tekort aan taalspecialisten zal kampen. Staatssecretaris Zijlstra scoort voor zijn beleid dan ook het rapportcijfer 3,5. Camille Clerx (20), een van de initiatiefnemers: ‘De resultaten tonen aan dat er in het bedrijfsleven onvrede heerst over de ontwikkelingen. En dat terwijl de studenten daar uiteindelijk wel terecht moeten komen.’

Momenteel zijn de taalopleidingen in Amsterdam (plaats 30), Leiden (35) en Utrecht (45) nog hoog in de THES-ranking terug te vinden, maar de studenten vrezen een situatie zoals in Groningen, waar de studie Frans ‘nog amper is herkennen’ in de brede bachelor. De strijd tegen het samenvoegen van talenstudies duurt intussen dan ook voort. Via de online petitie Red De Studie Frans hebben inmiddels ruim vierduizend sympathisanten hun steun betuigd. MvW > Zie ook opinie pagina 6

Foto Merijn Soeters

Nereus wint Varsity, Njord ‘heeft er de tering in’ ‘Ik heb er flink de tering in.’ Christian Godlieb, preses van Njord verwoordt de ontreddering na de teleurstellende voorronde van de oude vieren op de Varsity, 8 april op het Amsterdam-Rijnkanaal bij Houten. Vooraf waren de verwachtingen hooggespannen. ‘Onder leiding van twee topcoaches is er vanaf september intensief getraind, een veel langer voorbereidingstraject dan normaal.’ Men hoopte voor het eerst in 25 jaar het befaamde gouden blik weer

naar Leiden te halen, maar tevergeefs. De rest van de ploegen deed het niet veel beter; alleen de lichte acht wist zich te plaatsen voor de finale, waar een 5e plaats werd behaald. De roeiers van Asopos deden het beter: bijna alle startende ploegen bereikten de finale, maar een eerste plaats zat er helaas niet in. ‘We plukken de vruchten van de intensieve, professionele coaching die we sinds dit jaar hebben. Voor het hoofdnummer kunnen we nog geen goede oude

vier formeren, maar daar wordt steady aan gewerkt’, aldus opperhoofd John van Brugghem. De Amsterdamse vereniging Nereus was soeverein. Ze schreven niet alleen het hoofdnummer op hun naam, maar lieten ook zien dat er nog volop belofte is voor de toekomst: bij de andere zware nummers (oude twee, zware nieuwelingen vier, zware overgangs vier, jonge acht) waren de Amsterdammers zeer succesvol. CR


6  Mare · 19 april 2012 Achtergrond

De vallende soldaat, het iconische beeld van de Spaanse Burgeroorlog Foto Robert Capa/HH

Waarom zweeg mijn vader zo lang? > Vervolg van de voorpagina We keken samen de film El Lute, over het leven van Eleuterio Sánchez Rodríguez, eens de meest gezochte crimineel van Spanje. Bij het zien van zoveel onrecht kreeg mijn vader het te kwaad en stak hij een tirade af. Aan fascisten had hij een broertje dood. Het is mooi hoe mijn vader het woord imbeciel uitsprak, half Nederlands, half Spaans, niet precies wetend op welke lettergreep hij de klemtoon moest leggen. Maar dat Franco er in zijn ogen een was, daar liet hij geen twijfel over bestaan. Hoe vaak heb ik niet aan moeten horen dat mijn vader als kind honger leed. Dat hij vanaf zijn zevende op het land moest werken, als oudste jongen van het gezin. Dat er van de twaalf kinderen zes op jonge leeftijd stierven. En dat vlak voor zijn geboorte zijn oudere broer, die Gerardo heette, net als mijn grootvader, het leven liet. Dat hij zelf als gevolg daarvan, door het leven moest met de naam van de overledene. Maar de burgeroorlog kwam nooit ter sprake. Die begon pas te leven toen ik in ‘99 besloot een rondreis door het land te maken en ik mij verdiepte in zijn recente geschiedenis. Dat was het

moment dat mijn vader het zwijgen verbrak. Stukje bij beetje begreep ik wat van de armoede waarover hij zo vaak had gesproken; hij zag twee jaar na de oorlog het levenslicht, in 1941. Het land lag in puin. Langzaam maar zeker werd ik de Spaanse geschiedenis ingezogen. Om iets van hem te kunnen begrijpen, moest ik terug in de tijd. Ik las en las. Zijn verhalen voedden mijn verbeelding en vormden de aanleiding voor het verhaal van mijn debuutroman, dat zich afspeelt in zijn geboortedorp Santa Amalia, vlak voor en tijdens het uitbreken van de oorlog. Legio auteurs, filosofen en kunstenaars hebben zich met het thema beziggehouden. De laatste romantische oorlog. Sommigen van hen hebben actief meegevochten. Zowel Hemingway als Orwell bevonden zich destijds in Spanje, net als Albert Helman. De eerste twee schreven er een roman over. Helman deed verslag. Pablo Neruda schreef een gedicht getiteld ‘Spanje’. Weer anderen vonden er de dood, zoals de befaamde Spaanse dichter Federico García Lorca. Wie iets van het huidige Spanje wil begrijpen, kan niet om de burgeroorlog heen. In het land heerst grote ver-

deeldheid. Er wordt vaak gesproken over de twee Spanjes. Toch is er lang gezwegen over wat er is gebeurd in de oorlog en de jaren onder Franco. Bij de overgang naar de democratie werd afgesproken het verleden te laten rusten. De vorige premier, de socialist Zapatero heeft mede geprobeerd het tij te keren. Zijn grootvader werd gefusilleerd in de oorlog. Langzamerhand komen de verschrikkingen boven. Talloze massagraven zijn blootgelegd. Sinds enkele jaren is men in de

ban van een nieuw schandaal. Vanaf het eind van de oorlog tot halverwege jaren negentig zijn er duizenden kinderen bij hun ouders weggehaald omdat hun ouders aan de ‘verkeerde’ kant stonden of arm waren. Schattingen lopen tussen de dertig- en driehonderdduizend gestolen kinderen. De oorlog en de dictatuur die er op volgde zijn belangrijke thema’s in de hedendaagse Spaanse literatuur. Als zoon van een Spanjaard, als liefhebber van de Spaanse literatuur en cultuur,

en als volger van de Spaanse politiek, ontkom ik niet aan de burgeroorlog. Het blijft me fascineren. Langzaam begin ik te bevatten hoe het zo ver heeft kunnen komen. Wat ik echter nooit heb begrepen is waarom mijn vader er zo lang over heeft gezwegen.

pogingen tot revolutie met honderden dooden, bijna tienduizend stakingen, enige honderden kerken en kloosters verbrand, ontelbare politieke aanslagen, gevangenissen vol met politieke gevangenen, bijna een millioen werkloozen, een verstoord oeconomische leven, een grondwet die door in elkaar loopende perioden van staat van beleg geen of vrijwel geen toepassing heeft kunnen vinden.’ De oorlog wordt gezien als opmaat voor de Tweede Wereldoorlog. Hitler, Mussolini en Stalin waren reeds aan de macht en hebben zich met het conflict bemoeit.

Republikeinen (waaronder communisten, anarchisten en socialisten) streden tegen Nationalisten, die uiteindelijk als winnaar uit de bus kwamen, met als gevolg een dictatuur onder Generaal Franco. In de burgeroorlog vonden naar schatting een half miljoen mensen de dood. Pas na Franco’s dood op 20 november 1975 werd Juan Carlos koning en onderging Spanje een transitie naar een democratie.

Gerardo Soto y Koelemeijer studeerde literatuurwetenschap in Leiden en schreef in 2006 de roman Armelia, een familiegeschiedenis tegen de achtergrond van de Spaanse Burgeroorlog. Momenteel werkt hij als docent wiskunde.

500.000 doden De Spaanse Burgeroorlog is een ideologisch conflict dat begon op 17 juli 1936 met een staatsgreep en dat afliep op 1 april 1939. De oorlog is het resultaat van een strijd die volgens historici is terug te voeren tot 1808, het begin van de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Ook de jaren vlak voor het uitbreken van de oorlog zijn allerminst stabiel. De hispanist dr. J. Brouwer, die zelf in 1943 werd geëxecuteerd schreef in 1936: ‘Overziet men de geschiedenis van de Republiek van April 1931 tot Februari 1936, dan ziet men ongeveer dertig ministeriëele crisissen, drie parlementen, twee

De Studium Generale over de Spaanse Burgeroorlog is te volgen op dinsdagavond 24 april, 8 en 22 mei, Lipsiusgebouw, zaal 011, 19.30 - 21.00 uur

Opinie

Wij eisen inspraak Studieverenigingen voelen zich gepasseerd Geesteswetenschappen neemt studenten niet serieus bij de huidige hervormingen, schrijft een groot aantal bezorgde studieverenigingen. ‘Het bestuur wil zijn geweten zuiveren door ons een volstrekt vrijblijvende vorm van meebabbelen aan te bieden, om vervolgens zijn eigen gang te gaan.’ De Faculteit der Geesteswetenschappen moet hervormen. Je zou zeggen: dat doen we samen – bestuurders,

studenten en docenten. Maar dat gebeurt niet. Het faculteitsbestuur gaat volkomen ontransparant te werk. De pijnlijkste consequentie daarvan: een compensatieregeling die hoe dan ook zal leiden tot diplomadevaluatie. Wij, een aantal studieverenigingen van de faculteit, hekelen de huidige houding van het bestuur en maken ons ernstige zorgen over de gevolgen daarvan. De regering wil het universitair onderwijs snel hervormen. Aandachtspunten tijdens deze hervorming zijn onder andere het studierendement (minder uitval, sneller afstuderen), het stimuleren van excellentie

en het opnieuw inrichten van het opleidingenaanbod. Hoewel een aanzienlijk aantal van de huidige studenten deze hervorming waarschijnlijk niet meer zal meemaken, zou je toch verwachten dat ze kunnen meedenken over de invulling van deze hervormingen. Als er wat onderwijs betreft één partij is die je ervaringsdeskundige kunt noemen, dan toch zeker de studenten. Maar het faculteitsbestuur doet liever een beroep op een voor ons willekeurig ogende selectie onderzoeken en een aantal van de Verenigde Staten afgekeken visies op onderwijs.

Toegegeven, er is één moment geweest waarop de studieverenigingen inspraak hebben gehad. Dat was een chaotisch gesprek met de student-assessor van het faculteitsbestuur. Dit gesprek is echter niet genotuleerd; de student-assessor stuurde ons een eenzijdig verslag dat geen recht deed aan onze bezwaren. Over het geheel voelen wij ons geenszins serieus genomen. Verder worden wij in een passieve positie gemanoeuvreerd. Er gaat een beleidsnotitie rond, maar er mag slechts op de details worden gereageerd. De grote lijnen staan praktisch al vast – terwijl wij juist ook kritiek van een meer fundamentele aard hebben. Dit is geen transparantie – om van inspraak maar te zwijgen. Veeleer krijgen wij de indruk dat het faculteitsbestuur zijn geweten wil zuiveren door ons een volstrekt vrijblijvende vorm van meebabbelen aan te bieden, om vervolgens zijn eigen gang te gaan.

Wij zijn bereid ons constructief op te stellen en wij willen luisteren naar goede argumenten wanneer het faculteitsbestuur hervormingen oppert. Kortom: wij willen serieus worden genomen als volwaardig gesprekspartner. Als die gelegenheid ons niet geboden wordt, moeten wij ons op een andere manier laten gelden. Het gaat om ons onderwijs en onze toekomst. Studieverenigingen Albion (Engelse Taal en Cultuur), Gibalaux (Franse Taal en Cultuur), HSVL (Geschiedenis), MOST (Ruslandkunde), NNP (Nederlandse Taal en Cultuur), LKV (Kunstgeschiedenis), Sababa (Hebreeuwse en Joodse studies), Symposion (Wijsbegeerte), Tanuki (Japanstudies & Koreastudies), T.F.L.S. (Godsdienstwetenschappen) en vanuit de faculteitsraad Marc Newsome (BeP) Gijs Drijer (SGL) en Skander Mabrouk (LVS)


19 april 2012 · Mare 7 Wetenschap

Nu zijn wij weer Leidse theoretici gaan de ontdekking van Majorana-deeltjes doorrekenen ‘De experimentele natuurkundigen hebben hun zet gedaan, en nu zijn de theoretici weer aan de beurt.’ Twee Leidenaren gaan de metingen van de Delftse hoogleraar Leo Kouwenhoven analyseren. ‘We moeten samen gaan begrijpen wat er aan de hand is.’ Door Bart Braun Wie ook maar een milde belangstelling heeft voor het nieuws uit de wetenschap, zal het niet zijn ontgaan: de Majoranafermionen. Delftse en Eindhovense natuurkundigen onder leiding van prof.dr. Leo Kouwenhoven kondigden vrijdag op de website van Science aan dat hun metingen erop wezen dat ze de deeltjes hadden aangetroffen in hun nanodraadjes. Kouwenhoven mocht aanschuiven bij premier Rutte en bij Pauw & Witteman. Sommigen begonnen zelfs al over de Nobelprijs. Zover is het nog niet: Nobelprijzen laten sowieso vele jaren op zich wachten, en Kouwenhovens ontdekking is daarnaast nog met teveel onzekerheid omgeven. Niet voor niets heet zijn Science-publicatie ‘sporen van Majorana-fermionen’ en niet ‘bewijs voor Majorana-fermionen’. In Het Parool kondigde Kouwenhoven aan dat hij samen met Leidse wetenschappers verder zou gaan werken aan zijn metingen. Michael Wimmer en Anton Akhmerov zijn twee van die Leidenaars. Het zijn theoretisch natuurkundigen uit de groep van hoogle-

raar theoretische natuurkunde Carlo Beenakker, en ze kijken uit naar de samenwerking. Eerst even de basis. Het spul om ons heen – lucht, poezen, de aardbol - bestaat uit spul dat ontieglijk veel kleiner is. Natuurkundigen delen dat kleinere spul op in twee categorieën. Aan de ene kant de bosonen, vernoemd naar Satyendra Nath Bose. Aan de andere kant de fermionen, die vernoemd zijn naar Enrico Fermi. Het verschil tussen bosonen en fermionen zit hem in een eigenschap die natuurkundigen ‘spin’ noemen: piepkleine deeltjes als elektronen lijken zich te gedragen alsof ze om hun as draaien. Bosonen hebben andere spin-waarden dan fermionen. Elektronen en de zogeheten quarks zijn allemaal fermionen; als je die in de juiste verhoudingen samenvoegt, krijg je atomen. En als je atomen in de juiste verhoudingen samenvoegt, krijg je een poes, of een aardbol. Natuurkundigen beschrijven de eigenschappen van al die superkleine deeltjes in een stelsel van wiskundige vergelijkingen die we tegenwoordig het standaardmodel noemen. Meneer Majorana – een promovendus van Fermi – liet 70 jaar geleden zien dat er volgens die wiskunde een bepaald soort deeltje moet kunnen bestaan: het Majorana-fermion. En dat is wat Kouwenhoven heeft ontdekt, toch? Niet helemaal: ‘Wat Leo gevonden heeft is niet precies waar Majorana het over had, en het zijn eigenlijk ook geen fermionen’, aldus Akhmerov. Mensen in de vastestoffysica laten graag gewone materie zich gedragen

op een ongewone manier, legt hij uit. De elektronen in Kouwenhovens nanodraadje gedragen zich alsof er een Majorana aanwezig is. Dat betekent echter niet dat zijn Majorana’s ook echt op zichzelf staande dingen zijn, zoals Ettore Majorana dat voor zich zag. Wimmer: ‘Je kunt het vergelijken met de Cooper-elektronenparen in een supergeleider. Supergeleiders werken doordat twee elektronen samen gaan werken als één ding, een Cooperpaar. Maar dat Cooperpaar is niet echt een ding als een elektron; het is een quasi-deeltje.’ Net als deze Majorana’s. Akhmerov tovert een plaatje tevoorschijn op zijn laptop. ‘Deze afbeelding zat bij het Science-artikel, maar de media hebben die nauwelijks hem gebruikt omdat hij er zo saai uitziet. De piek in het midden komt door de Majorana’s, zeggen de Delftenaren. Ze hebben namelijk alle andere verklaringen die voor de hand lagen uitgesloten. Dat is geen bewijs dat het wél Majorana’s zijn; het is een uitspraak over de waarschijnlijkheid ervan.’ Wimmer: ‘Het lijkt nou misschien alsof we Leo’s vindingen bagatelliseren, maar dat is niet zo. Die club uit Delft heeft geweldig werk verricht.’ Akhmerov: ‘De experimentele natuurkundigen hebben hun zet gedaan, en nu zijn de theoretici weer aan de beurt. Wij gaan dit spel zeker meespelen, en kijken of we deze metingen goed kunnen verklaren in termen van Majorana’s: zou je verwachten dat die deeltjes in deze omstandigheden dit zouden doen? We moeten samen begrijpen wat er aan de hand is.’

Een van de redenen dat die Majorana’s zo interessant zijn, en de reden dat Microsoft zoveel geld in het onderzoek van Kouwenhoven stak, is dat je ze in theorie kan gebruiken om een quantumcomputer mee te bouwen. Gewone computers werken met nullen en enen, de zogeheten bits. In een quantumcomputer kan zo’n bit echter tegelijk nul en één zijn, en dat zorgt er dan weer voor dat je bepaalde problemen veel sneller op kan lossen dan met de krachtigste gewone computers: simulaties van hoe eiwitten zich opvouwen, of van quantummechanische verschijnselen, bijvoorbeeld. Majorana-fermionen zijn handig omdat quantumcomputers enorm gevoelig zijn voor verstoringen. De Majorana’s worden in paren gevormd, vangen een elektron in, en gaan dan uit elkaar naar de twee kanten van het Delftse nanodraadje. Volgens de wondere wetten van de quantummechanica ontstaat dan een bijzondere situatie: eigenlijk zit het elektron nu in allebei de Majorana’s tegelijk. Als je die twee Majorana’s laat opheffen, komt er of wel, of niet een elektron tevoorschijn. ‘Dat maakt ze geschikt als quantum-bit’, aldus Akhmerov. Het feit dat de Delftse Majorana’s quasi-deeltjes zijn die vooralsnog alleen kunnen bestaan in een indium-antimoondraadje van net boven het absolute nulpunt, zien de Leidse fysici niet als een probleem. Akhmerov: ‘Nou en? Dan houd je je computer toch koud?’ Wimmer: ‘De elektronen in je computer van nu doen het ook niet zonder draad.’

Tekenspeeksel Als je huisdier een teek op heeft gelopen, kan die daar soms wel wekenlang in de vacht blijven zitten. Dat is eigenlijk best raar: een splinter die je een paar dagen laat zitten, is er tegen die tijd wel uit gezweerd. Blijkbaar hebben teken een aantal biochemische trucs om het afweersysteem van het lichaam om de tuin te leiden. De teek Ixodes scapularis scheidt bijvoorbeeld in zijn speeksel de stof sialostatine af. Dat stofje remt de productie van het afweerstofje Interleukine-9. Handig voor die teek, maar misschien ook wel handig voor mensen met een immuunsysteem dat te hard werkt. In het Journal of Immunology staat een internationale studie naar sialostatine waaraan de Leidse longonderzoekers Sebastian Reuter en Nina Dehzad meewerkten. Genetisch gemodificeerde astma-muizen konden stukken beter ademen nadat ze de tekenspuugstof hadden gekregen, zo bleek. De onderzoekers vinden dat vooral interessant omdat het ze meer leert over de rol van het immuunsysteem bij astma, maar sluiten niet uit dat sialostatine ooit doorontwikkeld kan worden tot medicijn voor mensen.

Rimpels Als je in bad ligt, wordt je huid rimpelig. Dat komt niet omdat hij zompig wordt van het vocht: mensen die een vinger verloren maar er later weer aangenaaid kregen, krijgen geen rimpels op die vinger. Je lichaam besluit dat het rimpeliger moet worden en geeft dat besluit via de zenuwen door. Met die kennis kun je dus bepalen of iemands zenuwen nog goed werken. In Clinical Neurophysiology beschrijven drie Leidse neurologen hoe je een bepaald soort zenuwschade het beste kunt aantonen. Nu gebeurt dat nog met een blokje dat afwisselend warm en koud wordt, maar dat kost tijd en vereist dat de patiënt mee kan werken. De ‘rimpeltest’ is goedkoop, maar hij werkt niet bij alle patiënten even goed. Een andere optie zijn zogeheten Neuropad-pleisters; die kijken of je voet nog goed kan zweten, een andere functie waarvoor de zenuwen goed moeten werken. De Neuropad geeft minder vaak een vals alarm dan de rimpeltest, maar hij mist wel vaker een patiënt. Het slimste is het om de twee combineren, schrijven de onderzoekers. Of het beter werkt dan de standaardmethode is onduidelijk, maar het is in elk geval sneller en goedkoper.

Anti-hiv-plant De plant Artemisia annua wordt al duizenden jaren gebruikt tegen malaria, en in tegenstelling tot een hoop andere planten die al duizenden jaren gebruikt worden, werkt ‘ie nog ook. Aangezien er in Afrika meer dan tweehonderd miljoen mensen malaria hebben, wordt er daar nogal eens een kopje A. annua-thee gedronken. Iets anders dat voorkomt in Afrika is het hiv-virus. Hiv is relatief nieuw, dus zijn er geen planten die al duizenden jaren gebruikt worden om het te behandelen. Er gaan echter wel geruchten dat de artemisia-thee een beetje zou helpen om hiv te vertragen. Twee Leidse en twee Zwitserse farmacologen besloten eens te gaan testen of dat echt zo is. In een celkweek in elk geval wel, zo staat te lezen in het Journal of Ethnopharmacology. Ook Artemisia afra, een familielid van de anti-malariaplant, werkte. Rooibosthee, gebruikt als controle, doet dat jammer genoeg niet. Nou is In Vitro niet hetzelfde als In Vivo, dus waarschuwen de onderzoekers dat er eerst meer bewijs moet komen voor de anti-hiv-werking van Artemisia-soorten.


8  Mare · 19 april 2012 Maretjes

Advertenties

Maretjes extra

De prijs voor een Maretje bedraagt €8,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan.

WWW.VAWO.NL

VAKBOND VOOR DE WETENSCHAP

EEN NIERPATIËNT MOET ER HEEL VEEL VOOR OVER HEBBEN OM EEN BEETJE NORMAAL TE LEVEN. Want dialyse is geen leven, maar

Doe iets met je kennis. Help een leerling op streek in 1 uur per week. Vijf leerlingen uit groep 7 zoeken dringend hulp bij taal, rekenen en studievaardigheden. Marokkaans meisje, wiskunde, Engels, kopklas; Marokkaans meisje, taal, rekenen, kopklas; Afghaans meisje, Nederlands, NT2, Marokkaanse jongen, wiskunde, 2-VMBO. Een leerling Speciaal Onderwijs heft bijles nodig; 34 leerlingen Ba.O. groep 3/tm 6 zoeken hulp bij taal en/of rekenen, van wie twee met vergoeding. Bijles in Onderwijswinkel, buurthuis Vogelvlucht, of bij leerling. Ook zoeken wij vrijwilligers voor bijles/huiswerkhulp op twee basisscholen en op het woonwagencentrum Trekvaartplein, Leiden. Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma-, woe en do. 15-17u. Tel: 5214256.

WAT HEB JIJ OVER VOOR EEN NIERPATIËNT? STEUN ONS. KIJK WAT JIJ KUNT DOEN OP NIERSTICHTING.NL

Hey muzikant! Op zoek naar een leuk en goed orkest? Kom dan op woensdag vanaf 20.00 uur langs tijdens de repetitie en luister of speel mee! Meer informatie: www.leidseharmoniekapel.nl

VERDEDIGT U BIJ EEN REORGANISATIE LOOP MEE IN DE NACHT

VAN DE VLUCHTELING

1 AVONDJE UIT 1 WEEK ZIEK óverleven. En de wachtlijst voor transplantatie is lang. De Nierstichting zet alles op alles om de wachttijd op een donornier te verkorten en ondersteunt onderzoek naar nieuwe en betere behandelmethoden. Dat kunnen we niet alleen.

ROTTERDAM - DEN HAAG 17 - 18 MEI 2012

Gezocht: Voor verschillende onderzoeken van de afdeling anesthesiologie van het LUMC zijn wij op zoek naar gezonde mannelijke vrijwilligers (18-45 jr), die tegen vergoeding mee willen doen aan pijn- en adem-

halingsonderzoeken. Indien u belangstelling heeft, neem dan contact op met drs. Merel Boom, of prof. dr. A. Dahan, tel: 071-5262301 of  m.c.a.boom@ lumc.nl. Lezing “Homo Ludens II: The Role of Play in Human Biological and Cultural Evolution” door Peter Gray. Woensdag 9 mei, 16:00 uur, Hooglandse Kerk (Leiden). Info en kaartverkoop op www.labyrintleiden.nl

Ontdek de masters van de Universiteit Leid

I am looking for 1 person or 2 to take care of my house and cat, 01-06/0107, near center Leiden, 0641518061, elizabeth.kager@gmail.com

Gezocht: Voor onderzoek naar de effecten van eenmalige dosering van een geneesmiddel op de informatieverwerking zijn wij op zoek naar lichamelijk en psychisch gezonde vrouwelijke vrijwilligers (18-35jr). Het geneesmiddel wordt al jaren voorgeschreven voor de behandeling van bijnierschorsproblemen en lage bloeddruk. Wij zijn op zoek naar vrouwen van West-Europese afkomst die niet roken. De vergoeding bedraagt €50 (plus eventuele reiskosten). Indien u belangstelling heeft, kunt u contact opnemen met Danielle Hamstra, tel: 071-5273991 email: clinicalresearch@ fsw.leidenuniv.nl Lezing: De Theosofia in het Buddhisme. Door Theosofisch Genootschap. Toegang gratis. Woensdag 18 april, 20.00 uur. Plaats: Centrum voor Onderwijs en Advies, Lorentzkade 15a . Inlichtingen: 0713617417, www.stichtingisis.org.

advertenties

Voor het begeleiden van het tutoraat voor eerstejaars Bachelorstudenten zijn we op zoek naar studenttutoren. Het is de taak van een studenttutor om, samen met een docenttutor, een groep van 30 studenten tijdens het eerste jaar van hun studie te begeleiden. Je wordt aangesteld in de functie van student-assistent, in de periode van 13 augustus 2012 tot 31 januari 2013 voor gemiddeld 3 uur per week. Vereisten: • je hebt je propedeusediploma behaald en je bent derde- of ouderejaars student Rechtsgeleerdheid, Fiscaal recht, Notarieel recht of Criminologie; • je bent flexibel inzetbaar; • je voelt betrokkenheid en affiniteit met de faculteit; • je hebt goede communicatieve vaardigheden; • je hebt ervaring met het begeleiden van studenten; • je hebt goede studieresultaten; • je bent aanwezig bij de wekelijkse, verplichte voorbereidingsbijeenkomst.

Alle studenttutoren krijgen een training ter voorbereiding op hun werk. Je sollicitatiebrief moet, samen met een cv, cijferlijst en foto, vóór 10 mei 2012 binnen zijn bij het onderwijsinformatiecentrum, coördinatiepunt tutoraat, t.a.v. tamarinde rutten. vermeld op brief en envelop ‘vacature studenttutoren’. mailen kan ook naar tutoraatLLP@LAW.Leidenuniv.nl met de vermelding ‘vacature studenttutoren’. Inlichtingen op dinsdagen en donderdagen van 10.00u-12.00u bij: onderwijsinformatiecentrum, coördinatiepunt tutoraat. tel.: 071-527 7653 e-mail: tutoraatLLP@Law.Leidenuniv.nl

Scholten. Degelijk juridisch onderwijs en tentamentraining in kleine groepen door een ervaren en professionele docent. Cursus/tentamentraining ‘inleiding burgerlijk recht’ vanaf 16 april 2012. Voor meer informatie: 0715126714 of gijs.scholten@planet.nl

VACATURES Leiden (+ regio  en Bollenstreek) Thuiszorg, Hulp bij het huishouden.  Studenten (v/m) gezocht.  Ook vakantiewerk !  Jij bepaalt waar en wanneer  (6 – 24 uur p.w)  Solliciteren ? Brief met  CV www.thuiszorginholland.nl

Kom in maart naar de Masterdage dan zestig masters van de Univers bijzondere specialisaties.

www.nachtvandevluchteling.nl

Gezocht: Studenttutoren m/v

Maretjes-extra zijn bedoeld voor semi-commerciële instanties. De prijs voor een Maretje-extra is €23,– incl. BTW voor elke vijfendertig woorden. U kunt deze advertenties uiterlijk op de vrijdag vóór het verschijnen van Mare opgeven bij Bureau van Vliet B.V., postbus 20, 2040 AA Zandvoort, telefoon 023-571 47 45. E-mail: Zandvoort@bureauvanvliet.com

Mr. K.J. Cath-prijs 2012 In 1988 is bij het afscheid van mr. K.J. Cath als voorzitter van het College van Bestuur de “Mr. K.J. Cath-prijs” ingesteld. De prijs, bestaande uit een oorkonde en een bedrag van € 2.500 wordt tweejaarlijks toegekend aan een medewerker of student werkzaam/studerend aan de Universiteit Leiden, die in de voorafgaande periode de naam van de universiteit op positieve wijze naar buiten heeft gebracht door onderwijs- of onderzoekprestaties of de ondersteuning daarvan, een en ander in de ruimste zin van het woord. Het kan daarbij zowel één persoon als een groepering betreffen.

Bevoegde en ervaren docente (Brits diploma) geeft bijles Engels aan scholieren en volwassenen in Oegstgeest. Tevens hulp met Engelse essays. Voor meer informatie: 071-5172201.

Academische Agenda Prof.dr.C. Waaldijk zal op vrijdag 20 april met het uitspreken van de oratie benoemd worden tot hoogleraar bij de faculteit Rechtsgeleerdheid om werkzaam te zijn op het gebied van Comparative sexual orientation law. J.J.C.M. Damen zal op donderdag 19 april om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Het woord is aan het beeld.Vijf Nederlandse beelden na 1960’. Promotor is Prof.dr. C.J.M. Zijlmans. T. van Gent zal op donderdag 19 april om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Mental health problems in deaf and severely hard of hearing children and adolescents’. Promotor is Prof.dr. Ph.D.A. Treffers. T. Walaardt Sacre van Lummel zal op dinsdag 24 april om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘ Geruisloos Inwilligen. Argumenten en speelruimte in de Nederlandse asielprocedure, 1945-1994’. Promotor is Prof.dr. M. Schrover. H.A. Borgdorff zal op dinsdag 24 april om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘The Conflict of the Faculties. Perspectives on Artistic Research and Academia’. Promotoren zijn Prof.dr. C.J.M. Zijlmans en Prof. F.C. de Ruiter.

www.mastersinlei

De prijs wordt uitgereikt door de voorzitter van het College van Bestuur ter gelegenheid van de opening van het academisch jaar 2012-2013 op maandag 3 september 2012. De plechtigheid zal plaatsvinden in de Pieterskerk, aanvangstijd 15.00 uur. Ter voorbereiding van de werkzaamheden van de door het College van Bestuur in te stellen jury wordt de universitaire gemeenschap opgeroepen personen of groeperingen voor te dragen.

U kunt vóór 18 juni 2012 schriftelijk voorstellen met motivatie indienen in een envelop gemarkeerd “vertrouwelijk Cath prijs” bij drs. P. van Slooten, Algemeen Directeur tevens Secretaris College van Bestuur, Postbus 2500, 2300 RA Leiden, of per e-mail aan r.h.m.van.der.poel@bb.leidenuniv.nl.

Universiteit Leiden. Univ

Leer Beatrice de Graaf kennen en ontdek wat terroristen beweegt

mare-univ leiden 120330.indd 1

02-04-2012 14:03:13

Onze mensen zijn wereldspelers op het gebied van onderzoek en onderwijs. Daarom zijn wij een universiteit zonder grenzen, een universiteit die verbindt. Lees meer over ons onderzoek naar terrorisme en de opleidingen die hierbij aansluiten op universiteitleiden.nl

Bij ons leer je de wereld kennen


19 april 2012 · Mare

9

Achtergrond

Leesmuizen op het slagveld Historicus brengt vijf eeuwen militaire boekcultuur in kaart Militairen zijn grotere boekenwurmen dan je zou verwachten, ontdekte promovendus Louis Sloos. Sommige officieren hadden zelf leesclubjes. ‘Zij behandelden samen Don Quichot of Goethe.’ ‘Ze hebben heel wat geschreven om elkaar de hersens in te slaan, zeggen sommigen.’ Louis Sloos (1972) opent de deur van het boekendepot van het Legermuseum in Delft, waar hij conservator is. ‘Hier staan 250.000 boeken vanaf 1500. Vanaf toen begon men oorlog niet langer alleen als een praktische zaak te beschouwen. Er kwam een theoretische onderbouwing bij.’ De opkomst van het buskruit dwong artilleristen en vestigingsbouwers tot nadenken over het verstevigen van hun vestigingen en het aanpassen van hun geschut. ‘Karel VIII van Frankrijk trok in 1494 met een leger van 40.000 man over de Alpen naar Italië. Daar was men nog niet berekend op enorme overmacht en gigantische slachtpartijen. Met de kogels die zijn nieuwe vuurwapens afschoten tijdens veldslagen ontketende hij een debat over oorlogsvoering.’ Doordat ook de boekdrukkunst zich in die tijd snel uitbreidde, kwamen de militaire uitgaven rond 1500, vooral met boeken voor ingenieurs en artilleristen, in een stroomversnelling terecht. De invasie van de hertog van Alva met zijn Spaanse leger in de tweede helft van de zestiende eeuw had voor de Nederlanden hetzelfde effect als Karel VIII voor Italië. ‘De wetenschap in het algemeen kende een bloei tijdens de Tachtigjarige Oorlog, door de komst van bijvoorbeeld Justus Lipsius, Simon Stevin en de boekdrukker Christoffel Plantijn naar de Noordelijke Nederlanden.’ Alles wat in de lange rijen boekenkasten te vinden is, valt onder wat Sloos de ‘militaire boekcultuur’ noemt: het gedrukte boek als communicatiemiddel binnen de krijgsmacht, maar ook de leescultuur onder militairen, de boekproductie door militairen en de wisselwerking tussen de krijgsmacht en de samenleving op dit gebied. Dat is tevens het onderwerp van het proefschrift waarop Sloos onlangs in Leiden promoveerde. Het onderwerp is minder obscuur dan het lijkt, legt hij uit. ‘De militaire cultuur in het algemeen, en ook de leescultuur, vormt een mooie afspiegeling van de maatschappij. Alle ontwikkelingen op het gebied van druk- en uitgeverijgeschiedenis, alfabetisering en trends vind je terug in de militaire publicistiek. En omgekeerd heeft juist het leger op een aantal punten behoorlijk wat invloed gehad op de algemene boekcultuur. Denk aan de alfabetisering in de negentiende eeuw, die werd bespoedigd door onderwijs aan soldaten, of aan de opkomst van pocketboeken in de twintigste eeuw. Ook droeg het leger

DOOR MARLEEN VAN WESEL

in belangrijke mate bij aan technieken zoals de ontwikkeling van de lithografie.’ Rond 1500 hadden officieren een brede smaak, zegt hij. ‘Ze waren meestal van adel en beschikten over fraaie boekenkasten met, naast militaire boeken, ook poëzie en romans. Uit een onderzoek naar boedelinventarissen en conduitelijsten blijkt dat ze die boeken daadwerkelijk opensloegen. Door de Verlichting werd van mensen een zekere universele kennis verwacht, die ze lezend opdeden. Een commandant noteerde bijvoorbeeld over een kornet, die regelmatig in de boeken dook, al hielp het in dit geval niet veel: “Hij leest om zich op verscheiden wetenschappen toe te leggen, edoch zijne denkbeelden blijven confuus.”’ Hoewel Nederland in de zeventiende en achttiende eeuw een belangrijke producent was van militaire literatuur, kwamen er omstreeks 1830 pas eigen publicaties. In de Napoleontische tijd kwamen er al wel veel vertalingen van Franse werken op de Nederlandse markt. ‘Lodewijk Napoleon was een echte soldatenkoning. Hij leverde een belangrijke bijdrage aan de professionalisering van het Nederlandse leger in de negentiende eeuw. Ook ontstond er onder zijn bewind tussen 1806 en 1810 een gespecialiseerde uitgeverij-boekhandel, door de gebroeders Van Cleef.’ Zelf was Lodewijk Napoleon overigens een aardige boekenwurm, getuige de lijst van zijn bibliotheek die is opgenomen in Sloos’ proefschrift. Een nieuw genre in Nederland in de eerste helft

van de negentiende eeuw was het zedenkundige boek. ‘Vanaf de invoering van de dienstplicht in 1810 kwamen alle rangen en standen, zelfs het schuim der natie, in het leger terecht. Dat was de aanleiding voor een beschavingsoffensief vanuit onder andere de kerk en de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen. Aanvankelijk stond in die boeken uitvoerig uitgelegd dat je niet mocht vloeken, niet te veel moest drinken en hoe je met vrouwen moest omgaan. In de tweede helft van de negentiende eeuw, toen de krijgsmacht de distributie als het ware overnam van de kerk, werden rekruten met boekjes meer aangezet tot heldenmoed.’ Het effect van deze fatsoenspogingen blijkt uit een anoniem pamflet uit 1890, waar een oud-militair klaagt dat ‘de vuilste taal, het verschrikkelijkste vloeken, de ontucht en de dronkenschap’ nog altijd beschouwd werden als een vorm van kranigheid. Hoewel zestiende-eeuwse offi-

cieren zich al verdiepten in poëzie, kwamen pas in de tweede helft van de negentiende eeuw vermakelijke militaire boeken op, zoals spannende romans over de diensttijd. ‘Mede door de dienstplicht kwamen ook intellectuelen, zoals de schrijver Lodewijk Mulder en de tekenaar Willem Staring, in het leger terecht. Mulder schreef het satirische werk De Stokvischorders, over zijn eigen ervaring met de toenemende absurde regeltjes waar militairen zich aan moesten houden. Staring maakte daar later spotprenten bij. Staring is later nooit meer bevorderd. Maar hij werd sindsdien wel regelmatig gevraagd voor illustraties.’ Boeken geschreven door militairen vonden gretig aftrek, vooral in garnizoenssteden, maar ook op andere plaatsen. Ze werden met regelmaat gerecenseerd door vooraanstaande literaire bladen als De Gids. Tussen prachtig bewaarde boeken uit het Ancien Régime wijst Sloos in het depot op ellenlange rijen sjofel

ogende boeken. ‘In de negentiende eeuw kwamen de kazernebibliotheken op en tijdens een missie, bijvoorbeeld terwijl ze op wacht stonden, sloegen militairen regelmatig een boek open. Lezen was zo populair dat boekjes goedkoop op grote schaal werden geproduceerd.’ Sommige officieren verenigden zich zelfs in militaire leeskringen. ‘Zij behandelden samen ook literaire werken, zoals Don Quichot en zelfs Goethe.’ Ook bijbeltjes werden halverwege de negentiende eeuw gratis verstrekt aan Nederlandse soldaten, om analfabete soldaten samen mee te laten oefenen, en natuurlijk om de ‘bijbelse waarheid’ over te brengen. De boekjes, beschikbaar gesteld door het Nederlandsch Bijbelgenootschap, waren precies zo groot ‘dat de borstzak der tuniek voldoende ruimte aanbood’. Terwijl in de Amerikaanse burgeroorlog soldaten gered werden doordat het zakbijbeltje soms kogels tegenhield, had het Nederlandse leger het vrij rustig. Vermakelijke heroïsche beschrijvingen van eerdere oorlogsdaden hielden in de chauvinistische negentiende eeuw de krijgsmachtsgeest er in. Vanaf de Tweede Wereldoorlog geven sommige uitgevers Amerikaanse soldaten boeken mee op missie. Zedenprekende boeken, bijbels en reglementen, maar ook pocketromans. Ondanks moderne vormen van vermaak ging in 2003 nog altijd wat leesvoer mee naar Irak, zoals een bewerking van een filosofisch oorlogswerk van de Chinese generaal Sun Tzu uit de vierde eeuw voor Christus. Ook in Nederland speelt het boek nog een belangrijke rol bij Defensie, zegt Sloos. ‘Ondanks de digitale mogelijkheden lenen cadetten, ook van lagere niveaus, behoorlijk wat boeken bij de bibliotheek van de Koninklijke Militaire Academie. Een opvallende ontwikkeling is wel dat militairen tegenwoordig meer opgeleid worden tot een soort diplomaten. Ze doen uit boeken veel kennis op over het volk, de taal en het geloof van het land waar ze heengaan. Daarover is nu een debat gaande. Minister Hillen vindt eigenlijk dat ze minder voor ontwikkelingswerker moeten spelen en weer meer moeten vechten. Maar Defensie is eigenlijk wel trots dat militairen overal waar ze komen midden in de maatschappij staan.’ Sinds 1850 stellen militairen na een missie bijna altijd een gedenkboek samen. ‘Dat doen ze nu nog steeds. Kameradenboeken zijn het, met foto’s en teksten over wat ze samen beleefd hebben, vaak betaald van het geld dat hun bar binnenbrengt.’ In de talloze kasten kan hij zo snel geen voorbeeld vinden. Wel komt hij een prachtige Korpsgeschiedenis tegen, geïllustreerd door Willem Staring. ‘Aan zo’n hoogtepunt van art nouveau wordt in de boekwetenschap nauwelijks aandacht besteed. Daar hangt nogal een hoog Betje-Wolffen-Aagje-Dekengehalte.’ Gewapend met kennis. 500 jaar militaire boekcultuur in Nederland Louis Ph. Sloos Vantilt, 544 pagina’s, 3 april 2012.


10  Mare · 19 april 2012 English page

In Hongkong, dried geckos are sold in pairs, male and female. They apparently work against all kind of ailments.

Ill at ease with Chinese medicine Symposium on Eastern medicine meets with criticism Should you take Chinese herbal potions or not? A symposium centred on this issue in an attempt to remove both charlatanism and mistakes. Alternative medicine, as Australian comedian Tim Minchin once said, by definition, has either not been proved to work, or been proved not to work. Alternative medicine that has been proved to work is called “medicine”. Nevertheless, this has not stopped a good many people from spending an awful lot of money on the first two kinds of medicine, which is rather a waste, and can even be unhealthy: an exotic herbal preparation could cause permanent liver damage, for example. And it seems ungrateful towards all the people, governments and companies who invest whole life times and huge amounts of cash in the third kind of medicine. Consequently, in the Netherlands in 1880, an organisation, the Dutch Society against Quackery, was founded to submit complaints about misleading advertisements, to call in the Health Care Inspectorate to check on all too imposturous therapists and to rail against things like healing crystals, homeopathic anti-flu granules and anyone who styles him or herself “pH-technician”. And last winter, the Society was displeased with Leiden University, due to a conference on traditional Chinese medicine that was to be held in the Gorlaeus Building last week. “That kind of medicine is an atavism (a reversal to an ancestral type). People believe in meridians and vital energy influenced by Yin and Yang. None of the traditional Chinese herbal preparations has been able meet any of the customary standards and quality requirements necessary for European registration and no one expects this ever to change. Besides, these preparations may be harmful,” Catherine de Jongh, a doctor and the Society’s

By Bart Braun

Chair, wrote to Rector Paul van der Heijden. “I am appealing to you to stop the conference or to dissociate your university from it. If you do not, the Chinese medicine community will compromise Leiden University’s good reputation and make the medical faculty look foolish.” In response, the Rector invoked the university’s Praesidium Libertatis principle, arguing in favour of an open-minded but scientific attitude towards other ideas and opinions. The conference went ahead anyway. In his office at the Gorlaeus, organiser Professor Rob Verpoorte listens resignedly to the Society’s accusations. “I wrote to De Jongh to say that we are pursuing the same goal: Evidence-Based Medicine. And if research proves that a Chinese therapy doesn’t work, that’s fine by me.” The conference’s title is Good Practice in Traditional Chinese Medicine research in the post-genomic era. “For the past three years, my group was part of a network funded with European money to determine how to prove whether Chinese medicine worked or not, and we discussed the results at the conference,” he explains. In March, Verpoorte and his colleagues published an article under the same title in the Journal of Ethnopharmacology. “The Society against Quackery is partly right in claiming that there is no evidence – although a number of Chinese herbal concoction trials are currently being held in America. After all, there is a lot wrong with very many articles, although that doesn’t just apply to this field of science.” In the article, Verpoorte and his fellow researchers clarify the minimum requirements to which a study must comply. For instance, it is not always clear which plant is to be researched. “It sounds silly, but it’s not. We classify the plants according Mr Linnaeus’ method, which dates from the eighteenth century, but five thousand years ago, Chinese physicians had never heard of Linnaeus.

Consequently, sometimes an article might discuss a specific plant with a Chinese name while we know two varieties of it.” And that can cause problems. In the nineties, Belgian users of a certain diet pill suddenly developed cancer. It emerged that the Chinese name Fang Ji indicated several plants, most of which make you need to pee more, but this particular variety was carcinogenic. By the same

token, Western buyers might make a similar mistake: the difference between Japanese and Chinese star anise is not always easy to see, but the second kind is not fit for human consumption, although the plant was still marketed. Verpoorte wants to find a reliable way of proving the effect of the first, unproven, field of medicine. “We have to be practical. What do we really need? Where does the effect of a

placebo end? Where does the effect of food end and where does medicine begin? You can’t simply claim that something is wrong because its effect hasn’t been proved. I just want to see it proved, to see whether it works or whether it doesn’t work.” Nevertheless, things seem to be working out between the Society against Quackery and Verpoorte: a member of the Society gave a talk at the conference.

“They must read the literature first” Leiden Professor of Analytical Biochemistry Jan van der Greef was the only Dutch speaker at the conference. “Ninety per cent of Western medicine only works on forty per cent of the patients”, says Professor Jan van der Greef. “If you and I were to have the same illness, we would react differently to a drug, which is why the pharmaceutical industry is currently working on personalized medicine, medicine that is modified to suit the patient. And we are working closely with China to do just that.” Besides being a professor in Leiden and doing research at TNO, Van Der Greef is also the Director of the Sino-Dutch Centre for Preventive and Personalized Medicine. “The medicine we have in the West is designed to work very effectively for one complaint: one disease, one target, one medicine. However, that actually only works when you are completely affected by the disease, and even then it doesn’t always cure you. But if you discover that the organisation is running into trouble at an earlier stage, you can work on health promotion instead of disease management.” He has an example of what he

means by organisation: Western doctors are accustomed to look out for one, or a few, substances, called biomarkers. Your blood sugar level tells us something about diabetes, the relationship between LDL and HDL cholesterol in your blood tells us something about the risks of cardiovascular disease. If, using powerful technology, you could see not how one or two biomarkers react but how many or all genes, proteins and metabolic products respond, you would have a far better picture of the self-organisation and dynamics of a system. Perhaps your cholesterol is only constant because somewhere in your body the factor that keeps it constant is working overtime. The design and use of this kind of technology is called, depending on whom you ask, system biology or –omics, with “omics” denoting an accumulation of genomics, transcriptomics, metabolomics and other similar terms that refer to a whole collection of biological data. Van der Greef prefers to use the term “system biology”: “Omics means a lot measuring and trying to construct a system, while system biology concentrates on measuring regulatory processes.” Van der Greef adds: “Last year, we

published an article with the Leiden Analytical Bioscience group in Plos One on a group of patients with a Western diagnosis: rheumatism. A Chinese doctor divided the group into two, and gave them different treatments. Using metabolomics (studying the metabolic products, ed.), we could distinguish these two groups in biochemical terms too. If you can diagnose things more precisely, you are step closer to personalized medicine.’ The Leiden conference was criticised by the Society against Quackery, but Van der Greef is used to flak, because as well as doing this study on Chinese medicine, he also conducts research into controversial topics such as biophotons. In 2006, the Society nominated Van der Greef for its “Meester Kackadoris Award for the advancement of quackery”. “However, they did not substantiate it with any scientific arguments against my papers,” says Van der Greef. The Professor says that he would rather discuss the issues with them than fight them. “But they must read the literature first, and find out what it’s all about. There’s no proof that it works, so my opponents say, but should I only research things that have already been proved?” BB


19 april 2012 · Mare 11 Cultuur

Agenda

Niet bang voor zeven kwarts Jungle by Night in Plato en LVC Ook Nederlandse bodem blijkt vruchtbare grond voor de door de Nigeriaan Fela Kuti (1938-1997) beroemd geworden afrobeat. Negen man van 17 tot 23 jaar spelen onder de naam Jungle by Night binnen- en buitenland plat met Afrikaanse grooves.

Spelen jullie dezelfde muziek als de Afrikaanse voorbeelden? Jac van Exter (gitarist, 19): ‘Nee. We geven er een eigen draai aan. We spelen met verschillende maatsoorten en ritmes, zijn niet bang voor een zeven kwarts of een zes achtste. Dat vinden we leuk, maar het is geen wiskunde.’ Sonny Groeneveld (drummer, 23): ‘We jammen soms gewoon. Dan zitten we in een groove zonder te tellen.’ Van Exter: ‘In de studio merkten we dat we een echte liveband zijn. In het

begin stonden we daar heel hard te rammen.’ Groeneveld: ‘Ik was vol energie aan het drummen en dat is niet altijd nodig. Soms is goed om iets wat rustiger te spelen.’ Jullie traden al op met jullie afrobeat-helden. Hoe reageerden ze? Van Exter: ‘Je houdt er geen rekening mee dat je hen ooit een hand mag geven, dat is de eerste shock.’ Groeneveld: ‘Het is al onwerkelijk

dat je samen hen op een affiche staat, en dan reageren ze ook nog enthousiast. Tony Allen, de drummer van Fela Kuti, stond de hele tijd naast het podium naar ons optreden te kijken. Hij is ten eerste een drummer en daarnaast de grondlegger van de afrobeat. Het gaf me een raar gevoel en ik werd er een beetje zenuwachtig van. Maar na het optreden vloog hij mij in de armen en zei: “Je doet het goed! Heb vertrouwen in jezelf. Twijfel niet. Het is tof dat jullie je eigen ding doen, je hoeft geen klassieke afrobeat te spelen.”’ Hoe ben je tot dat genre gekomen? Groeneveld: ‘In onze vriendengroep is het niet raar om naar die muziek te luisteren. We gingen vroeger ook al samen op platenjacht: zoeken naar samples en elkaar inspireren met afrobeat, maar ook met hiphop en funk.’ Van Exter: ‘Maar gemiddeld gezien luisteren jongeren toch meer naar Afrojack en andere dance. Dat is de norm.’ Groeneveld: ‘Heel veel mensen kwalificeren onze muziek als “aanstekelijk.” Kennelijk is het toch wel leuk om een band te zien spelen zelfs als ze muziek maken zonder vocals. Groeneveld: ‘Het ligt niet ver af van de Amerikaanse funk van de jaren 70, die erg populair was.’ Van Exter: ‘We spelen ook op dance festivals. In house zit veel dat is afgeleid van de afrobeat. Bijvoorbeeld de repeterende ritmes die een hypnotiserend effect hebben.’ Negen man en geen leider. Hoe werkt dat? Van Exter: ‘We zijn heel kritisch naar elkaar toe. Proberen veel mogelijkheden uit in een nummer. Dan zijn we het uiteindelijk wel eens of sluiten een compromis. De kritiek is niet persoonlijk bedoeld, het gaat om de muziek.’ Groeneveld: ‘Het gaat er soms pittig aan toe maar dat kunnen we hebben van elkaar. Voordeel is natuurlijk dat je negen mensen hebt die meedenken, dan loop je niet zo snel vast. Er komt steeds wat nieuws.’ Door Vincent Bongers

Jungle by Night: Hidden Zaterdag 21 april Plato Leiden, 18u. Funked Up festival, LVC, € 10

Jungle by Night (met als tweede van rechts Sonny Groeneveld en in het midden Jac van Exter) Foto Nick Helderman

Onze love is toch stront Lezing Robert Vuijsje in de Burcht Na de falende multiculturele samenleving te hebben beschreven in zijn succesdebuut drukt Robert Vuijsje nu op een ander maatschappelijk pijnpunt. Maar net niet hard genoeg. Door Thomas Blondeau Ga je om met zwarte vrouwen omdat je erop geilt of omdat je ze als brevet van je eigen ruimdenkendheid ziet? Het is de rode draad in de tragikomische roman Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje. Het hoofdpersonage gaat bij voorkeur met zwarte vrouwen naar bed, zijn familie probeert er krampachtig ontspannen mee om te gaan. De plaatsvervangende schaamte, de zerp opgetekende observaties en de kurkdroge stijl werden bejubeld en bekroond. Diezelfde woordtrant hanteert Vuijsje ook in zijn tweede roman Beste vriend, een portret van Samuel Green, een beroemde man die tegen de grenzen van zijn eigen leven aanloopt. Hij is een zichzelf recycle-

rende BN’er, alleen nog maar bekend om het bekend te zijn. Hij gaat voortdurend naar openingen, premières en onbenullige tv-programma’s. Als een schaduwvisje hangt er een coach om hem heen, voortdurend inspirerende clichés fluisterend. Met zijn beroemde, egocentrische vader heeft Green afgerekend door beroemder en egocentrischer te worden. Hij vervreemdt van de zwarte Venus, zijn jeugdliefde bij wie hij een zoon heeft. Roem als een streven op zich is misschien wel het meest veelzeggende symptoom van onze veilige, saaie en soms akelig lege bestaan in het Nederland van de 21ste eeuw. Een roman rond dat thema leent zich voor satire, maatschappijkritiek en ongemakkelijke conclusies over onze eigen culturele obsessies. Maar het vergt ook de nodige originaliteit en slagkracht. En daar ontbreekt het soms aan in dit boek. Te veel herhaling zowel van grappen, scènes, beschrijvingen als dialogen. Sommige aspecten lijken direct ontleend aan de door Vuijsje

bewonderde Brat Pack-generatie. De opsomming van merknamen lazen we al eerder bij Bret Easton Ellis, de verhaspelingen zoals ‘Onze love is toch stront’ wanneer er ‘strong’ had moeten staan, kennen we van Jay McInerney. Evenals hun zakelijke beschrijvingen van decors, het drama van de roem, de plots toeslaande gekte. Nu bestaat er geen literatuur zonder beïnvloeding of jatwerk maar Vuijsje had ook wat van de radicaliteit van zijn voorbeelden mogen lenen. Pijnlijk vermakelijk zijn de vele mini-machtspelletjes die over Beste vriend verspreid zijn: tijd rekken op de rode loper, weten waar je moet staan om goed op de cover te komen, ieder gesprek voeren alsof je een interview geeft. De verwijdering tussen Samuel en Venus wordt treffend en tergend traag beschreven. Het boek leest uitermate soepel en verraadt schrapwerk van chirurgische precisie. Maar het besef dat zowel samenleving als het hoofdpersonage geobsedeerd zijn door het grote zwarte gat van de roem, had pijnlijker opgetekend mogen worden. Beste vriend, Robert Vuijsje, Nijgh & Van Ditmar, 224 pgs., € 17,50

Burcht Literair: Robert Vuijsje Do 26 april, 20u15 Sociëteit De Burcht Voorverkoop in Selexyz Kooyker of telefonisch bij Liesbeth Feyen (071-5652459) en Mieke Heddema (071-5170686)

FILM TRIANON The Hunger Games dagelijks 18.15 + 21.30 za. zo. + wo. 14.00 Swchwrm za. zo. + wo. 14.30 The Best Exotic Marigold Hotel dagelijks 18.45 Quiz dagelijks 21.30 The Descendants dagelijks 18.45 Extremely Loud & Incredibly Close dagelijks 21.30 KIJKHUIS Intouchables dagelijks 18.45 + 21.15 ( ma. niet ) El Premio maandag 19.00 film met debat A Dangerous Method dagelijks 19.15 Shame dagelijks 21.30 LIDO Titanic 3D dagelijks 20.30 vrij. za. zo. 13.30 + wo. 14.00 Wrath of the Titans 3D dagelijks 19.00 + 21.30 Project X dagelijks 19.00 ( vrij. niet ) Haywire dagelijks 21.30 ( vrij. niet ) Bel Ami dagelijks 18.45

M U Z IE K

VELVET MUSIC LEIDEN Record Store Day o.a. Case Mayfield, Alamo Race Track, Houses Za 21 april, 10.30-22u, gratis LVC Funked Up: o.a. Jungle By Night The Magnificent 8, DJ Maestro Za 21 april 20u €10,Scott Kelly (Neurosis) + Oldseed Ma 23 april 20u €10,Academiegebouw Musici rond het Academie-orgel Woe 25 april 13u gratis

T H E ATER

LEIDSE SCHOUWBURG Edo Brunner en Arie Koomen Do 19 april 20.15 €22,50 €20,- €17,50 Mathilde Santing Vrij 20 april 20.15u €25,- €22,50 €20,Napoleon op Sint-Helena (toneel) Woe 25 april 20.15u €28,- €25,50 €23,STADSGEHOORZAAL Eric Vloeimans, Fay Lovsky, Jeroen van Vliet & Gatecrash Woe 25 april 20.15u €24,- €21,50 €19,-

D I V ERSEN

boekhandel selexyz kooyker Lezing Koen Haegens Do 19 april 19u, toegang gratis RVSP klantenservice.kooyker@selexyz.nl Universiteitsbibliotheek Literaire Avond Do 19 april 19u30-22u ‘Topografisch geheugen: Topstukken uit de verzameling Nederlandse topografie’ t/m 29 april 2012 RIJKSMUSEUM VAN OUDHEDEN Week van de Klassieken t/m 26 april 2012 Nieuws uit het Midden-Oosten t/m 31 aug 2012 Eilanden van de Goden t/m 2 sept 2012 MUSEUM BOERHAAVE In gesprek met de bibliothecaris Zo 22 april 12.30u €7,50 CJP €3,50 Het Gewichtige Lichaam t/m 9 sept 2012 NATURALIS Naturalia, van circusdier tot wetenschappelijk object t/m 19 aug 2012 SIEBOLDHUIS Van Haai tot Koi t/m 8 juli 2012 MUSEUM DE LAKENHAL Toverlantaarns t/m 12 aug 2012


12  Mare · 19 april 2012 Het clubje

00 :26 PM

Tulpenvelden

Foto Marc de Haan

‘De concurrenten zijn suffe hutten’ Quintus-dispuut Chloé Marion Overmars (21, rechten): ‘Chloé, die naam had iets met de godin van de vruchtbaarheid te maken geloof ik.’ Marieke Kortsmit (22, wiskunde en informatica): ‘Sammy, jij bent hier de sjaars, jij weet dat nog wel.’ Sammy Koning (20, media en entertainmentmanagement): ‘Iets met Zeus ook.’ Marion: We onderscheiden ons van andere disputen.’ Marieke: ‘We hebben bijvoorbeeld elke donderdag een borrel.’ Sammy: ‘Daar gaan we jasje-dasje heen.’ Marisa van Marwijk (20, bestuurskunde): ‘Net als Quintusmannen. De meeste vrouwendisputen hebben een trui.’ Marieke: ‘Soms borrelen we ook op maandag, maar dan kunnen we gewoon onze eigen kleren aan. Na vier jaar bij

Bandirah

Chloé mag je “Oud Wijf” worden.’ Marion: ‘Dan mag je zelf weten of je nog naar de activiteiten komt.’ Marieke: ‘En mag je ook later komen.’ Marion: ‘Veel Chloés zitten in commissies.’ Sammy: ‘Chloés zitten overal.’ Marisa: ‘We onderscheiden ons ook wel met ons doorzettingsvermogen in de verkiezing van het Leukste Dispuut van Nederland.’ Sammy: ‘Ja, we zijn heel fanatiek.’ Marieke: ‘Om genomineerd te worden hebben we verschillende disputen van Quintus, SSR en Augustinus verslagen.’ Sammy: ‘Nu we zijn uitgeroepen tot leukste dispuut van Leiden strijden we tegen veertien andere disputen uit verschillende studentensteden.’ Marion: ‘Mensen kunnen stemmen via www.leukstedispuut.nl. Met opdrachten

krijgen we bonusstemmen.’ Marisa: ‘We hebben bijvoorbeeld een filmpje gemaakt waarop Sammy rennend een pizza moest eten.’ Marieke: ‘Ik had net honger, dat scheelt.’ Marion: ‘Nu moeten we reclame maken. We hebben al een dag met een bord langs de Hooigracht gestaan.’ Marieke: ‘En we spreken mensen aan in de Haarlemmerstraat.’ Marion: ‘Vooral echte Leidenaren moeten we goed uitleggen wat een dispuut is. Uiteindelijk reageren ze wel leuk.’ Marisa: ‘Heel Leiden staat achter ons.’ Marieke: ‘Een van onze concurrenten is het Tappersgilde uit Eindhoven.’ Marisa: ‘Dat zijn de barmannen van een faculteitskroeg van de Technische Universiteit.’ Marieke: ‘Ook dat soort mensen mag meedoen.’

Sammy: ‘De meeste concurrenten nemen de wedstrijd niet zo serieus.’ Marieke: ‘Suffe hutten zijn het.’ Marisa: ‘Tot vorige week was het aantal stemmen zichtbaar op de website. Het was een nek-aan-nekrace tussen een dispuut van Amsterdamse roeiers en Chloé.’ Marion: ‘Het scheelde toen echt maar twintig stemmen.’ Sammy: ‘Volgende week vrijdag wordt de uitslag bekend gemaakt op een eindfeest in Utrecht.’ Marion: ‘Daarna vertrekken we meteen op dispuutsweekend naar Texel. Om de overwinning te vieren.’ Marieke: ‘Of toch in elk geval om bij te komen van het lobbyen.’ Door Marleen van Wesel

Met elk straaltje zon verschijnen er meer toeristen. Ik zie ze vooral op het station, waar ze gele treinen fotograferen. Laatst nam er iemand een foto vanuit de trein, door de vieze raampjes heen naar buiten. Ik keek op en zag tientallen banen met gekleurde tulpen. Hoewel ik er elke dag langskom, waren ze me nog nooit opgevallen. Wat me wel op was gevallen, was de zee van gekleurde zadelhoesjes in de fietsenstalling. De zadels kleuren blauw, een week later groen en daarna langzaam geel. Het zijn de tulpenvelden van de stad. Twee weken geleden kwam ik bij de fietsenstalling en hing er een briefje aan mijn wiel. Hij stond keurig in de vakken. Schijnbaar eigent de gemeente zich fietsen toe als deze vier weken lang op een plek staan. Een vreemde had dus met zijn vingers de maagdelijke banden van onze fietsen behangen met witte briefjes met rode kruizen. Elke dag werd het leger van briefjes uitgedund. De gevallenen bezaaiden de straattegels, de overgeblevenen wapperden in de wind, als voorbode van wat er zou komen. Ondertussen gaat het leven in de trein door. Een vrouw verschoont de luier van haar kind, omdat het kind ‘een uur in de wind’ stinkt. Naderhand stinkt het kind niet meer, wel de hele coupé. Bij de deuren staat een Oost-Europees echtpaar. Iedereen verstaat het gesnauw van de man tegen zijn echtgenote, als is de taal ons vreemd. Bij zijn voeten staat een plastic tas, maar daarin de door iedereen gehate accordeon. Het is het raadsel van het jaar: hoe is het mogelijk dat deze mensen in elke stad waar je komt hetzelfde irritante riedeltje spelen? De conducteur verschijnt en er ontstaat paniek. Hij dreigt met de politie. ‘Kinderen, kinderen’, jammert de vrouw. ‘Ik heb ook kinderen’, zegt de conducteur, alsof de vergelijking opgaat. Hij schrijft een bon uit en belt de politie. Ik vraag me af waar zij de boete naar toe gaan sturen. De zinloosheid van de actie hangt in de lucht. ‘Mooi zo, ik heb ook voor mijn treinkaartje betaald’, zegt de jongen naast me. Ik houd mijn mond. ’s Avonds bij de fietsenstalling valt het me op dat er weer een groter deel van de witte kaartjes aan de fietsen is verdwenen. Maar er zijn nog genoeg ‘foute’ rijwielen over. Niet alleen roestige wrakken, maar ook glimmende hertjes. Morgen neem ik een schaar mee, en bevrijd ik alle banden. Ik print witte kaartjes vol hartjes en bloemen met de tekst ‘Jouw fiets werd gered’. Of ik vergeet de schaar, en kijk naar de gekleurde zadels. Ik verbaas me over de mensen die altijd meelopen als de trein het station binnenrijdt, alsof het de kans verhoogt dat je bij een deur terecht komt. Ik zal stilstaan, of in een rebelse bui precies de andere kant op lopen. Ik verbaas me over de mensen die echt gratis koffie halen bij vertraging. Over meisjes die hun mascara bij durven te werken in een volle trein. Over hoe ze in hun spiegeltje turen met geopende mond. Over oma’s die de stiltecoupé vullen met gekwebbel over kleinkinderen. En misschien werp ik ook een blik op de tulpenvelden. Na de treinreis geef ik de accordeonspeler voor het station een euro. Petra Meijer

Mare 26  

Leids universitair weekblad

Mare 26  

Leids universitair weekblad

Advertisement