Page 1

2 april 2015 38ste Jaargang • nr. 25

‘Gelukkig hoef ik niet naakt’ Pagina 11

‘Rome is mooi’, schreven Egyptische soldaten aan hun moeders. ‘Stuur eten’

De stroomvoorziening in bacteriën. ‘Een eiwit houdt niet van metaaldraadjes’

Stress door studiedruk. Helft studenten kampt met psychische klachten

Pagina 3

Pagina 7

Pagina 9

Mijn brein is stuk Lichamelijk en geestelijk letsel van de Nederlandse missie in Uruzgan Wat gebeurt er als je op een bermbom rijdt? Een militair en chirurg promoveerde deze week op de verwondingen van de Nederlandse soldaten in Uruzgan. En een militair legt uit wat de explosie met hem deed. ‘Niets zat nog op zijn plaats.’

‘We zaten in een Patria pantserwagen’, vervolgt Veldhuizen. ‘Dat maakte voor ons het verschil tussen leven en dood. Mijn handen en voeten zaten gelukkig nog waar ze hoorden. Ook mijn medepassagiers waren relatief in orde. Je bent bezig met overleven. Je staat stil, dus je bent een schietschijf voor de Taliban. Maar je weet ook: er is nooit één bom, er zijn er altijd meerdere. ‘Door de adrenaline had ik geen pijn. Die voelde ik later pas, toen ik zag dat ik helemaal bont en blauw was. Er was geen ziekenhuis op onze basis. We hadden alleen arts, maar daar ben ik niet heengegaan. Ik had geen klachten. ‘De cultuur binnen de Luchtmobiele Brigade is er een cultuur van niet zeuren. Je hebt geen tijd voor reflectie. Van de 150 dagen in Uruzgan bracht ik er 135 buiten de poort door. Je pakt een douche, probeert wat te slapen en weg ben je weer. ‘Soms waren we een stel neanderthalers. We lieten mensen achter waarvan we wisten dat ze de nacht niet zouden overleven. We kregen baby’s in handen gedrukt die we niet konden meenemen en wer aan wanhopige ouders teruggaven. We hadden niet geleerd om daarmee om te gaan. ‘Er was nog een probleem. De mensen die we moesten helpen, deden verschrikkelijke dingen. Wij moesten boeren in acht weken opleiden tot politieagenten. Dat kan niet. Zo krijg je analfabete agenten die ook nog een zwaar wapen mochten dragen. Die macht misbruikten ze. ‘De kinderverkrachtingen waren het ergste. We kregen een bacha voor de nacht aangeboden, een jongetje opgemaakt als meisje. In het begin was ik heel naïef. Dan behandelde ik een jongen met een anusruptuur. Hij was op een bezemsteel gevallen, zeiden ze dan. Ik walgde daarvan. We slaagden er niet in de kinderen te beschermen. Dat vreet aan je geweten.’

DOOR VINCENT BONGERS ‘Het duurde nog

geen drie seconden, maar naar mijn gevoel gingen er minuten voorbij. Ik zat met twee andere militairen in het een na laatste voertuig van een konvooi. Plotseling kwam er licht van beneden. Vreemd, dacht ik nog, dat hoort niet. Na de flits kwam de drukgolf en de enorme klap. Gruis en stenen sloegen op het dak. Het is best lastig om met volle bepakking naar buiten te klimmen, maar op zo’n moment word je een klein acrobaatje. Het dak van het voertuig leek wel een maanlandschap. Niets zat nog op zijn plaats.’ Niels Veldhuizen (1978) reed op 10 december 2008 in Uruzgan op een bermbom. Hij was als militair verpleegkundige uitgezonden naar Camp Hadrian nabij de Afghaanse stad Deh Rawod, als onderdeel van de ISAF-missie, die duurde van 2006 tot 2010. Hij overleefde de aanslag, en schreef er een boek over dat vorig jaar verscheen: Oorlog in mijn kop. Militair en chirurg Rigo Hoencamp werd ook uitgezonden naar Afghanistan. En ook hij schreef een boek: Task Force Uruzgan, Afghanistan 2006-2010: medical aspects and challenges, waarop hij dinsdag in Leiden promoveerde. Bermbommen zorgden er voor het meeste letsel, aldus Hoencamp, die geen interview met Mare wil. ‘In 85 procent van de gevallen waren explosieven het letselmechanisme’, schrijft hij in zijn proefschrift. Van de 24 gesneuvelde soldaten stierven er 11 door een zogeheten improvised explosive device (IED). ‘Dit wapen zorgt voor een specifiek slachtofferpatroon.’

Nederlandse militairen van de luchtmobiele brigade op patrouille in Uruzgan. Foto Evert-Jan Daniels/Hollandse Hoogte

Volgende week geen Mare

‘Summerschool voor nieuwelingen’

Te weinig tijd om tentamens te leren

Helaas, de gratis koffie is op

Vanwege Pasen komt er volgende week geen Mare uit. Mare 26 verschijnt op 16 april. Mededelingen voor dat nummer moeten uiterlijk 13 april ter redactie zijn.

Het college van bestuur overweegt een summerschool te starten voor eerstejaars zonder studerende ouders. ‘Ze moeten weten hoe het hoort.’

Studenten krijgen te weinig tijd om zich voor te bereiden op tentamens, rekende een universiteitsraadslid uit. Het college van bestuur reageerde ‘geschrokken’.

Bij de automaten in de universitaire gebouwen moet weer worden betaald. De fabrikant verloor drie maanden aan omzet door het einde van de chipknip.

Pagina 4

Pagina 4

Pagina 2 en 5

> Verder lezen op pagina 8

Bandirah Pagina 12


2  Mare · 2 april 2015 Geen commentaar

Dude, die leszz is egt dom Door Petra Meijer Ophef in de universiteitsraad. De studiekeuzecheck – die scholieren moet helpen bij het maken van een studiekeuze - bevat ‘een gevaarlijke vraag’. De Universiteit Leiden vraagt scholieren of hun ouders gestudeerd hebben. Studie-uitval onder eerstegeneratiestudenten is namelijk hoger dan bij studenten van wie de ouders wel hebben gestudeerd. ‘De

Colofon

universiteit kan het antwoord gebruiken als selectie-instrument: ‘Jij mag hier niet studeren omdat je ouders niet universitair zijn opgeleid’, stelde Fenna Poletiek van personeelspartij Abvakabo. Vice-rector Simone Buitendijk reageerde geschokt en stoorde zich zelfs aan de suggestie van Abvakabo. En terecht, want wie de speerpunten van Buitendijk ook maar een beetje in de gaten houdt, weet dat ‘diversiteit’ haar middle name is. Volgens Buitendijk wordt de informatie helemaal niet verzameld om studenten buiten de deur te houden, maar om ze te hélpen. Ze denkt erover om een summerschool op te richten, waar Zij van de Academie ‘zulke studenten’ wel eens even uit zullen leggen hoe het hier eigenlijk heurt. Want, stelt Buitendijk, wie thuis niet heeft meegekregen hoe het er op de universiteit aan toe gaat, ‘weet niet hoe hij zich daar dient te gedragen’. Dát is pas schokkend. Waar hebben we het hier over? Wij vegen onze billen af met wcpapier, in plaats van met de hand? Wij eten hier met mes en vork? U hoeft uw schoenen niet uit te doen voor u de collegezaal betreedt? Het komt ongetwijfeld voort uit de beste bedoelingen, maar heeft nu werkelijk niemand door hoe ontzettend denigrerend dit klinkt? Terwijl de doctoranduskindjes in Rimini en Ibiza kennis maken met meneer Wodka, wordt in Leiden de elitaire achterstand van het plebs vlijtig weggewerkt om hun intrede in de academische wereld zo soepel mogelijk te laten verlopen. Op de eerste dag van de summerschool worden de studenten snel gescreend, want zoals Buitendijk al zei: ‘We kunnen ze helpen, maar dan moeten we wel weten wie het zijn.’ Een opstaand kraagje: +1. Bouwvakkersdecolleté: -1. Vervolgens scanderen ze het Io Vivat, leren ze dat spieken en plagiaat hier wél uit den boze zijn, witte sportsokken in de chocolademelk verdwijnen en dat je geen e-mails stuurt naar je professor waarin je hem aanspreekt met: ‘Yo dude, je leszz is egt kankerdom.’ En als er tijd over is, leren ze meteen hoe ze zich in hun vrije tijd dienen te gedragen. Een beetje trekken aan de revers van elkaars jasje is stoer, overdreven luid ‘politesse’ schreeuwen als je stilte wilt normaal. Aan het eind van de zomer zijn de eerstegeneratiestudentjes veranderd in een net netwerkclubje. Ze krijgen een busje haarlak mee naar huis, om de nieuw aangemeten haarmatjes in model te houden. Als Buitendijk daadwerkelijk wil dat iedereen zich aan de universiteit thuis voelt, wordt het misschien tijd om niet langer te denken in termen als ‘wij’ en ‘zij’. Ze cancellet de summerschool-plannen als de wiedeweerga en wenst álle kids een fijne tijd in Ibiza. En wil je toch weten hoe het hier eigenlijk heurt? Dan zien we je in de El Cid-week.

Redactie-adres Pieterskerkhof 6 2311 SR Leiden Telefoon 071–527 7272 Website mareonline.nl E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl

Column

De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000 Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl Redactie

Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Petra Meijer p.meijer@mare.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl Veerle van der Gracht (stagiaire) vgrachtmare@gmail.com Medewerkers

Talitha Dehaene • Tim Meijer • Esha Metiary • Marc van Oostendorp • Benjamin Sprecher Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving M-space Drukwerk Rodi Rotatiedruk, Broek op Langedijk Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • Prof. dr. F. Israel (vicevoorzitter) • drs. B. Funnekotter • J. Daemen • S. Grootveld • mr. F.E. Jensma • M. Kuipers• dr. S.J. van der Linde • prof. dr. N.J. Schrijver • dr. J.P. Vollaard • F. Vermeeren • C. van der Woude Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op bankrekening 1032.57.950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200900100) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare.leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

Hier heb je een ballon Afgelopen week zat ik op de grond in een overvolle zaal van het Leidse muziekhuis Qbus, te luisteren naar een verhaaltje van journalist Joris Luyendijk. Hij had twee jaar lang mensen uit de Londonse financiële sector geïnterviewd en betoogde dat er sinds de financiële crisis eigenlijk helemaal niets veranderd is, omdat de onderliggende oorzaken van die crisis niet zijn aangepakt. Het zijn niet de individuele bankiers die een crisis maken, maar de onderliggende regels die het systeem vormen. En aangezien die regels nog precies hetzelfde zijn, kunnen we wachten op een nieuwe crisis. Dat herken ik heel erg uit mijn eigen onderzoek: het is niet zo dat er ergens een grote samenzwering is van rijke mensen die graag het klimaat naar de knoppen helpen, maar de onderliggende regels van ons systeem zitten zo in elkaar dat het bijna niet anders kan dan dat we op een klimaatramp afstevenen. Nu vond ik dat zelf een heel belangwekkende ontdekking, maar mijn vrienden? Eerst: wat is er aan de hand? Omdat Nederlands beleid er via belastingvoordelen heel erg op gericht is om iedereen zo snel mogelijk aan een hypotheek te krijgen– liefst ook nog voor 120 procent van de waarde van het huis – creëer je een enorme hoeveelheid geld. Geld dat letterlijk uit de ijle lucht gegrepen is, want banken mogen tien keer zo veel geld uitlenen als ze zelf op de balans hebben staan. Zo veel geld in de huizenmarkt pompen zorgt vervolgens voor een enorme huizenbubbel. Een gemiddeld huis is sinds mijn geboorte bijna vier keer zo veel waard geworden, en, misschien wel belangrijker, ten opzichte van een gemiddeld inkomen is een huis nu bijna twee keer zo veel waard. Vervolgens zijn Nederlanders zo gewend geraakt aan steeds maar meer geld uit huizen trekken, dat we ons consumptiepatroon daarop hebben gebaseerd. Onze economie is zo ingericht dat als, zoals tijdens de crisis, de huizen-

prijs iets daalt en we plots geen gratis geld meer krijgen de rest van de economie ook in elkaar zakt. Onze regeringspartij VVD is doodsbang om serieus over dit probleem na te denken en doet er alles aan om die huizenbubbel op te blijven pompen. Luyendijk had dan ook geen goed woord over voor die partij. Dat meldde ik natuurlijk onmiddellijk aan de VVD’er in de vriendengroep. Zijn antwoord? ‘Ja, als journalist die een boek wil verkopen heeft hij er natuurlijk alle belang bij een provocerende conclusie te trekken.’ Grappig, want juist dit fanatieke VVD-vriendje had als eerste van ons jaren geleden al een huis gekocht, moest het vervolgens tijdens de crisis met enorm verlies verkopen, en heeft nu wéér een huis gekocht, ervan uitgaande dat de huizenbubbel maar zal blijven groeien. Nu snap ik ook wel dat een dikke hypotheek die als molensteen om je nek hangt tot een verregaande vorm van het stockholmsyndroom kan leiden. Maar van de rest van mijn vriendengroep had ik toch meer verwacht. Het is immers onze generatie die door de hebberigheid van onze ouders in de penarie zit, zowel huizenmarkt- als klimaattechnisch. Toen ik dit in onze WhatsApp-groep probeerde aan te kaarten (toegegeven, niet het meest voor de hand liggende podium) was de reactie: een plaatje van een clown met als tekst ‘goed verhaal, hier heb je een ballon’, een plaatje van een jongen die melodramatisch onder de motorkap van een auto kijkt: ‘yep, that’s the engine’, en een plaatje van Wout Zijlstra, Nederlands sterkste man, die met een Friese vlag zwaait. Zo ver gaat de apathie onder mijn vriendengroepje: ze nemen niet eens de moeite om er een grappige meme bij te zoeken. Dat wordt nooit wat met de wereld. Benjamin Sprecher is promovendus bij het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden


2 april 2015 · Mare 3 Mensen

Mamma, wees niet bezorgd Egyptische soldatenbrieven uit het Romeinse leger ‘Rome is een leuke plek’, schreven Egyptenaren die er in de Oudheid dienden. Met hun brieven kan papyroloog Arthur Verhoogt hele families reconstrueren. Door Marleen van Wesel ‘Het zijn een soort tweets uit de Oudheid. Even laten weten dat je nog leeft, en meteen ook de groeten aan je tante’, vertelt Arthur Verhoogt over de brieven die Egyptische soldaten uit het Romeinse leger naar huis stuurden. Verhoogt is hoogleraar Papyrologie en Grieks aan de Universiteit van Michigan en houdt dinsdag de jaarlijkse Papyrologielezing van de Universiteit Leiden en het Rijksmuseum van Oudheden. Ook is hij als affiliated researcher verbonden aan het Leids Papyrologisch Instituut en werkt hij dit collegejaar als fellow-in-residence bij het NIAS in Wassenaar. De brieven die hij onderzoekt, werden tussen 1924 en 1935 ontdekt bij opgravingen door de Universiteit van Michigan, bij de plaats Karanis. ‘Door het droge Egyptische zand zijn ze overgeleverd. Je denkt misschien zulke brieven te vinden op de plaats van soldatenhuizen, maar ze zijn gevonden op de afvalhoop uit de Oudheid: tussen bouwmaterialen, gebroken glas, stukken hout en linnen.’ Een aantal daarvan is in de jaren vijftig al bestudeerd en uitgegeven. Verhoogts eigen onderzoek gaat verder: hij reconstrueert hele families. ‘Er zijn bijvoorbeeld zo’n veertig brieven bewaard uit een notabe-

lenfamilie, vooral tussen de vader en zijn zoon die in het leger ging. Dat was best een streberig mannetje. Trots schreef hij naar huis dat hij weer een hogere rang bekleedde.’ Egypte was destijds ingelijfd bij het Romeinse Rijk en in het leger konden ook Egyptische jongens carrière maken. ‘Daar was het Romeinse leger professioneel genoeg voor. Een goede soldaat, ook uit Egypte, kon het schoppen tot centurion. In de eerste twee eeuwen waren er overigens geen langdurige oorlogen gaande. Veel brievenschrijvers halen gewoon hun pensioen.’ Wel blijkt dat het leger wat minder gestroomlijnd georganiseerd was dan in de geschiedenisboeken staat. ‘De soldaat uit die notabelenfamilie schrijft dat je niet veel geregeld krijgt zonder de juiste connecties, en dat een beetje geld ook altijd helpt.’ Wat ook niet uit de geschiedenisboeken blijkt, is het belang van familie. ‘Wie bij het Romeinse leger ging, mocht niet trouwen. Uit de brieven blijkt dat er vaak toch wel vrouwen en kinderen waren.’ De onverschrokken Romeinse militairen waren dus eigenlijk ook familiemannen. ‘Een andere soldaat, uit de Alexandrijnse vloot, schreef zijn brieven tijdens zijn verlof echt niet vanuit de haven. Hij ging naar z’n moeder.’ Niet alleen van de elite bleven brieven bewaard. ‘Er zijn er ook van een ongeletterde soldaat uit de Romeinse vloot. Aan de verschillende handschriften is te zien dat hij mensen inschakelde om naar huis te schrijven. Zijn moeder in Karanis zal de belastingman gevraagd

Mummieportret en een brief van Egyptische soldaten. ‘Het voorlezen was een openbare aangelegenheid.’ Portret Altes Museum (Berlijn), brief University of Michigan

hebben om de brief voor te lezen. Dat was een openbare aangelegenheid: het hele erf stroomde vol.’ Waar de notabelenzoon boos werd als hij geen antwoord kreeg of vroeg om benodigdheden, hield de ongeletterde soldaat het beknopter. Zijn brieven gingen immers door meerdere handen. ‘En hij hoefde

geen dingen te vragen, want zijn familie kon toch niets leveren. “Mama, ik ben goed aangekomen, wees niet bezorgd. Rome is een leuke plek”, dat was het wel.’ Karanis staat erom bekend, maar ook in de rest van Egypte zijn schrijfsels opgedoken. ‘De afgelopen decennia zijn er in de Oos-

telijke Woestijn veel beschreven potscherven gevonden. Soldaten zaten daar in forten om de steengroeves te beschermen tegen bendes. Op scherven is wat minder schrijfruimte, en vaak ging het tussen soldaten onderling. Zij hielden het dus helemaal kort: “Stuur vis en groenten.”’

Frutti di Mare

Je moet niets. Dit is geen marteling Door Petra Meijer ‘Het was een soort moerasmodder. Het bleef aan je kleven, superzwaar. Er vielen ook mensen flauw.’ Abderrahman Lahdidioui (21, psy-

chologie) showt de schrammen op zijn benen. Hij liep ze zaterdag op tijdens de Viking Run, een wedstrijd met allerlei obstakels. ‘De organisatie had iets te

veel modder aangemaakt. Door de wind en de regen was het behoorlijk koud, dus de Iceman – een bak vol ijsklontjes – mochten we niet in.’

‘Je kunt het niet half doen, dan spring je op een groepsgenoot.’ Foto Marc de Haan

Voor het universitair sportcentrum hebben studenten zich verzameld voor de zogeheten ‘gladiator work-out’. ‘Dat is een circuittraining met zowel krachtals cardio-elementen’, legt instructrice Natascha Nieuwenhuizen uit. ‘We trainen het hele lichaam: je wordt er sterker en strakker van. Ik probeer de deelnemers te corrigeren en te motiveren.’ Maar, zegt ze tegen de studenten: ‘Je moet niets. Dit is geen marteling. Geef je eigen grenzen aan.’ ‘Eerder trainden we binnen, maar sinds vorige week gaan we naar buiten’, zegt Joey Brokaar (22, Life Science & Technology). Het zit de deelnemers mee, want ondanks de harde wind schijnt de zon. ‘Als het regent gaat de work-out gewoon door’, zegt Nieuwenhuizen. ‘Dit is een gladiator training. Als echte bikkel laat je je niet afschrikken door wat waterdruppels.’ De meiden vergapen zich ondertussen aan de omgeving. ‘Ah, kijk! Een konijntje! Denk je dat ik er een mee naar huis kan nemen?’ ‘Vang het konijn. Daar kunnen we de work-out wel mee afsluiten’, zegt Mark Hoorens (22, Life Science & Technology) bedenkelijk. Ze beginnen met een warming up. Ze maken jump squats (‘Billen laag’), burpees, joggen en springen. Vervolgens worden er in sneltreinvaart allerlei bootcamp-oefeningen doorheen gejaagd. Nieuwenhuizen legt een touwladder op het grasveld. De studenten moeten met hun handen in de sporten gaan staan, zichzelf opdrukken, en dan

een vakje naar rechts verplaatsen, tot ze de hele ladder hebben gehad. Zodra een oefening is afgerond, gaat deze meteen over in de volgende. Ook de aanwezige bankjes en fietsenstallingen zijn hindernissen. ‘Oké en sprint, sprint, sprint. Yes! Maak hem af, ga door. Come on!’ Terwijl Nieuwenhuizen de gladiatoren aanmoedigt, worden de hoofden langzaam rood. Opvallend is dat veel oefeningen in tweetallen worden uitgevoerd. Als kruiwagens racen ze bijvoorbeeld tegen elkaar over het veld, tot ze door hun armen zakken of echt niet meer kunnen. ‘Dit is goed voor de kipfilets. Geef alles wat je hebt!’ Omdat de studenten moeten samenwerken, is opgeven er niet bij. De groep moet op een rijtje in de ‘plank’-houding gaan staan, waarna de voorste in de rij over de anderen heen springt, en dan achteraan sluit. ‘Je kunt het niet half doen, dan spring je op je groepsgenoot.’ De groep verschilt elke week, iedereen met een sportkaart kan aanhaken. ‘Maar er beginnen al wel stamgasten te ontstaan’, zegt Coen Breedveld (23, scheikunde). De verhalen van Lahdidioui werken aanstekelijk, want in september willen ze waarschijnlijk samen meedoen aan een obstacle run. Nieuwenhuizen ziet het al helemaal voor zich. ‘We gaan er met zijn allen naar toe in een grote touringcar en slepen elkaar er doorheen.’


6  Mare · 2 april 2015 Opinie

Zonder taal gaat het niet Waarom zelfstandige academische studies onmisbaar zijn Universiteiten vergeten in hun onleesbare instellingsplannen vol muisgrijs uitzendbranchejargon het enorme belang van talenonderwijs, schrijft Emile van Brakel. Hoog tijd voor eerherstel, of zo u wilt, hervalorisatie. Wat is er over van de academische geest die de gemeenschap intellectueel aanvuurt, en waarin bijvoorbeeld een student rechten colleges Frans volgt omdat hij zich wil verrijken? Die geest is allang weggevlogen. Nederland is bij goed (middelbaar) onderwijs gebaat, omdat niet alleen in de handel, maar ook in de wetenschap talenkennis waardevol is: de Duits- en Franstalige wetenschapswereld is een andere dan de Engelse. Toch daalt het niveau in alle talen, waaronder het Nederlands, al decennia lang. Het daalt en daalt en daalt tot in blatant nihilisme. Sommige scholen bieden de vakken Frans en Duits niet meer aan bij gebrek aan leerkrachten. Het is tijd om deze vakkrachten, een ‘product’ van geesteswetenschappen, te herwaarderen en dit tot uitdrukking te laten komen in een slimmere onderwijsfinanciering. Het is bovendien noodzaak dat door het hele land de klassieke studierichtingen Duits en Frans blijven worden aangeboden. Universitaire bestuurders zijn gebonden aan zogenoemde instellingsplannen. Dit zijn onleesbare documenten in muisgrijs uitzendbranchejargon. Het Universiteit Leiden Inspiratie en Groei Instellingsplan 2010 ‐ 2014 spreekt over ‘proactief academisch ondernemerschap’ waarin men moet ‘zoeken naar mogelijkheden om de baten te vergroten’. De UvA stelt in het instellingsplan Oog voor Talent dat zij ‘van alle wetenschappelijke medewerkers verwacht dat zij extern acquireren’. Hierin schuilt een probleem voor bepaalde onderwijsrichtingen voor welke er niet goed een andere financiering denkbaar is dan de publieke eerstegeldstroom. Er zijn vele universitaire producten die niet direct vermarktbaar zijn: op het octrooi van de Senseo kun je geld vangen, geen bedrijf echter zal ooit een cent neerleggen voor een leraar. Zijn zulke producten daarom meteen

‘Nichts ist schrecklicher als ein Lehrer, der nicht mehr weiß als das, was die Schüler allenfals wissen sollen.’ Voor de studenten: dit personage van Wim de Bie gold ver voor jullie geboorte als humor. Foto VPRO niet – het grote toverwoord! – valoriseerbaar? Neen natuurlijk niet! Er zijn heel veel zaken die je niet kunt verkopen op de markt, maar die toch van grote waarde zijn, omdat de markt zelf niet buiten hen kan bestaan. Zonder taal gaat het niet. De minister van Onderwijs ziet dit ook in, getuige haar brief aan de Tweede Kamer van 3 maart jongstleden: ‘De waarde van een [kleine talen-]opleiding staat […] niet gelijk aan het aantal studenten dat een op-

leiding volgt.’ Om vervolgens te stellen dat het aan de lokale besturen is om beslissingen te nemen: ‘Juist om het instellingbeleid niet afhankelijk te maken van het aantal studenten per opleiding, biedt de huidige lump sumfinanciering instellingen de ruimte om de middelen in te zetten waar ze het hardst nodig zijn.’ Maar waar is dat dan? De beslissing blijft vooralsnog uit. Al in februari 2013 schreef de Koninklijke Nederlandse Akademie

van Wetenschappen (KNAW) in de kritische reflectie Effecten van universitaire profilering en topsectorenbeleid in de wetenschap in Nederland: ‘In de prestatieafspraken staan beloftes voor toekomstige opleidingsrendementen. […] De consequenties hiervan zijn op dit moment nog niet te overzien, maar een maatschappelijk ongewenst effect kan zijn dat in bepaalde vakgebieden onvoldoende leraren worden opgeleid.’

Het wordt tijd om in te zien dat het handhaven van het onderwijsniveau door de zelfstandigheid van studierichtingen als Duits, Frans, of Italiaans te garanderen, op rijksniveau bezien, werkelijk niets kost. Dit temeer omdat het blijven aanbieden van de klassieke studierichtingen, het vormen of aanbieden van andere, studierichtingen-doorsnijdende curricula niét in de weg staat. Met de KNAW wil ik de minister en haar beleidskaders vooral op het hart drukken, niét het beproefde kind met het badwater weg te gooien. Excellentie, garandeert u de expertise! Het is de hoogste tijd dat de waarde van het gehele talenonderwijs, met name van Frans en Duits, opnieuw wordt vastgesteld, gehervaloriseerd zo u wilt. Ten eerste omdat onze kinderen geen direct vermarktbaar product afnemen, maar een taal en cultuur deelachtig willen worden. Ten tweede omdat hernieuwd niveau, elan, samenhang en opbouw van het gehele talenonderwijs, van het primaire niveau af, de bitterste noodzaak is. Als de minister besluit om nóg verder geografisch af te slanken door nog maar op een of twee plaatsen Duits of Frans aan te bieden, betekent dit dat het academisch leraarschap voor deze schoolvakken wordt opgegeven, omdat met geen mogelijkheid aan de landelijke behoefte aan vakbekwame vwo- leraren kan worden voldaan. Dán worden pre-academici nog alleen maar onderwezen door non-academici. Dat wil Nederland niet. Academisch gevormde talenstudenten zijn de fine fleur, achter wier bestaan vele mensen, oneindig veel cultuurgoed en daarmee ook grote economische activiteit schuilt, die zich weliswaar niet direct toont, maar tegelijkertijd onvervangbaar is. Niemand weet precies wat de waarde van een leraar Frans of Duits is die jarenlang les geeft, omdat niemand kan zeggen wat alle leerlingen gaan doen. Wel weet ik dat zo’n leraar een steeds grotere zeldzaamheid is geworden. Emile van Brakel schrijft zijn letterkun-

dig proefschrift in het Duits, denkt mee met De Nieuwe Universiteit Leiden en heeft enkele jaren in het middelbaar onderwijs als leraar gewerkt.

In memoriam

J.C. (Hans) Bleijerveld (18 september 1932 - 16 maart 2015) Op 16 maart jongstleden overleed Hans Bleijerveld, jarenlang het gezicht van de westerse afdeling van de bibliotheek van het Sinologisch Instituut. Hans was de eerste student die in Leiden Koreaanse Taal- en Letterkunde als hoofdvak koos. Dat betekende dat hij eerst het kandidaatsexamen Japanse Taal- en Letterkunde (dat ook de studie van het klassiek Chinees inhield) moest afleggen. Tijdens de vele jaren van zijn studie werkte Hans daarnaast als student-assistent, en talrijke inmiddels gepensioneerde sinologen en japanologen herinneren zich nog levendig zijn inleidende colleges. Na het behalen van het doctoraal examen verbleef hij enkele jaren in Korea ter voortzetting van zijn studie. Ook was hij daar werkzaam als docent Nederlands. Na zijn terugkeer naar Nederland met zijn partner Kunho Lee werd Hans medewerker bij de bibliotheek van het Sinologisch Instituut, waar hij samen met Eline Schoone-Tjiong verantwoordelijk was voor alle voorkomende bibliotheekwerkzaamheden, van selectie en verwerving tot catalogisering en uitlening. Hans verrichte zijn werkzaamheden met grote kennis van zaken, en in zijn contacten met de gebruikers van de bibliotheek was hij altijd uiterst behulpzaam. In de periode van zijn werkzaamheid bij de bibliotheek in de jaren ’80 en ’90 nam de belangstelling voor Oost-Azië explosief toe. Dat betekende ook dat de werkdruk voor de medewerkers van de bibliotheek sterk toenam, niet alleen door het stijgende aantal studenten en medewerkers dat een beroep deed op de collectie, maar ook door het steeds groeiende

aantal publicaties. Gelukkig waren de financiële middelen in die jaren aanwezig voor de aanschaf van die titels, maar ze moesten wel allemaal besteld en verwerkt worden. Dat gebeurde ook zonder mankeren. Op deze wijze speelde Hans een belangrijke rol bij het handhaven en vergroten van de kwaliteit van de bibliotheek van het Sinologisch Instituut. De snelle groei van het bestand maakte het echter onmogelijk om de boeken in de open opstelling nog langer op onderwerp te plaatsen, en toen het besluit eenmaal was genomen om de boeken voortaan op formaat te plaatsen was Hans, ondanks het gemopper van sommige medewerkers, onverbiddelijk. Hans’ eigen onderzoek op het terrein van de Koreaanse letterkunde was gericht op de moderne Koreaanse poëzie van de vroege jaren van de twintigste eeuw. Toen hij in 1997 met pensioen ging boden de medewerkers van de afdelingen Talen en Culturen van China en Talen en Culturen van Japan en Korea hem een kleine bloemlezing aan met vertalingen van hun favoriete gedichten uit het Chinees, Japans en Koreaans, onder de titel Vijfhonderd opzichters van vijfhonderd bibliotheken doven de lichten (Leiden: Plantage, 1997), als blijk van waardering voor een bijzonder mens.

Wilt Idema, m.m.v. Koos Kuiper


4  Mare · 2 april 2015 Nieuws

Wetenschapsagenda Sinds dinsdag is het voor alle Nederlanders mogelijk om vragen in te dienen bij de Nationale Wetenschapsagenda. Die moet, als het aan minister Bussemaker ligt, mede gaan bepalen aan welke wetenschap Nederland geld gaat uitgeven, de komende tien jaar. In juni komen er conferenties waar de vragen door wetenschappers en mensen uit het bedrijfsleven worden beoordeeld. De meest geschikte vragen komen in de Nationale Wetenschapsagenda te staan; de presentatie daarvan vindt plaats in november. Op de website bevindt zich een lange lijst aan voorbeeldvragen, zoals ‘Wat gebeurt er binnenin de aarde en wat merken wij daarvan?’ en ‘Hoe realiseren we duurzame voedselzekerheid, voedselveiligheid en voedselkwaliteit voor een groeiende wereldbevolking?’. Elk daarvan is een prima voorbeeld van vragen die de wetenschap zelf allang stelt. Originelere ideeën inleveren kan tot en met 1 mei. Subsidieverstrekker NWO roept wetenschappers op om daar vooral aan mee te doen.

Nieuwe vereniging Sinds vorige maand is Leiden een nieuwe studentenvereniging rijker. Lugus is een club die ondernemende studenten van HBO en Universiteit wil helpen door werkplekken aan te bieden, workshops te organiseren en andere ondersteuning te bieden. De vereniging komt voort uit de universitaire ‘Vrijplaats’ voor ondernemers, maar is nu geformaliseerd met een bestuur en een pand: het oude kantoor van de Kamer van Koophandel aan de Stationsweg. Volgens voorzitter Rembrandt Donkersloot telt Lugus nu 33 deelnemende bedrijven. De ambities zijn, zoals het ondernemers past, groot: het concept-beleidsplan spreekt over ‘een betere economie, een aantrekkelijkere stad, minder werkeloosheid onder afgestudeerden en ondernemingen die wereldwijd bekend zullen zijn.’

Incheckboete Studenten en andere OV-reizigers met een abonnement, zouden geen boeten moeten krijgen als ze vergeten in te checken. Dat vond reizigersorganisatie Rover altijd al, maar na een succesvolle crowdfunding-actie hebben ze daar ook juridische onderbouwing bij. ‘Uit de juridische analyse blijkt dat een afgekocht reisrecht altijd toereikend is voor de te maken reis en daarmee voldoet aan de eisen van artikel 47 van de Wet Personenvervoer 2000. Een boete voor zwartrijden kan daarom niet aan de orde zijn’, schrijven Rover en de Consumentenbond in een open brief aan de vervoerders. De organisaties roepen ook de Tweede Kamer en verkeers-staatssecretaris Wilma Mansveld op om die Wet Personenvervoer aan te passen, zodat duidelijker is hoe het nou zit met inchecken.

Sterrenkundige overleden Afgelopen maandag overleed de Leidse sterrenkundige Ingrid van Houten-Groeneveld. Zij is vooral bekend geworden door de vele planetoïden die ze ontdekte. Telkens als u las dat er een planetoïde vernoemd was naar Harry Mulisch of Govert Schilling, ging dat om een exemplaar dat zij en haar man Cees van Houten hadden gevonden. De Van Houtens ontdekten, samen met Amerikaan Tom Gehrels, meer dan 4600 planetoïden, waarvan er 900 een naam kregen. Een collega van de Van Houtens vernoemde een exemplaar naar haar. Ingrid van Houten was tot op zeer hoge leeftijd actief op de Leidse Sterrewacht, en is 93 jaar geworden.

Rectificatie In de introductie van het artikel over het Napoleonsymposium in de Mare van vorige week (‘De rijke erfenis van de kleine keizer’) stond abusievelijk vermeld dat letterkundig historica Lotte Jensen Leids is. Zij werkt aan de Radboud Universiteit. Nijmegen

Te weinig studietijd Onvoldoende weken voor tentamens Studenten krijgen te weinig tijd om zich voor te bereiden op tentamens, rekende een universiteitsraadslid uit. Het college van bestuur reageerde ‘geschrokken’ en beraadt zich op maatregelen. De universiteit voert met rendementsmaatregelen de druk op studenten én docenten steeds meer op. Zo is er een bsa in het tweede jaar en moet dat advies ook uiterlijk 15 augustus gegeven zijn. Het gevolg is dat studenten steeds minder onderwijsweken per semester hebben. Ook docenten hebben hier last van. Zij krijgen bijvoorbeeld steeds minder tijd om tentamens na te kijken. Door Vincent Bongers

Joost Augusteijn, universiteitsraadslid voor personeelspartij AbvaKabo, sloeg aan het rekenen. Hij schreef een notitie over het aantal studieweken dat opleidingen hun propedeusestudenten voorschotelen. Een studiepunt staat voor 28 uren studie, aldus het studentenstatuut van de universiteit, schrijft Augusteijn. Het bachelorprogramma bestaat uit 180 studiepunten. Dit betekent dus dat studenten 28 maal 60, dus 1680 uur studietijd, per jaar moeten krijgen. Gedeeld door 40 (uitgaande van een 40-urige ‘werkweek’) betekent dat 42 weken studietijd. Dat is 21 weken per semester. Het totaal van 42 weken per jaar wordt alleen gehaald door bio-farmaceutische wetenschappen en natuurkunde. De meeste andere studies blijven ver onder de 42 weken. Een semester

van 16 weken is eerder regel dan uitzondering. Studies als politicologie, bestuurskunde, archeologie, Japankunde en international studies halen een totaal van slechts 32 weken. ‘De meeste studenten aan deze universiteit worden dus niet in staat gesteld om te presteren naar hun vermogen, doordat ze haastwerk moeten afleveren. Hier zullen ook rendementen negatief door worden beïnvloed’, schrijft Augusteijn. ‘De universiteit doet niet wat zij belooft aan studenten’, zei hij vorige week tijdens de universiteitsraadsvergadering. ‘De vraag is wat we daar aan gaan doen? Deze week reageerde het college tijdens de overlegvergadering op de notitie van Augusteijn. ‘We nemen de analyse heel erg serieus’, zei vice-rectormagnificus Simone Bui-

tendijk. ‘Maar we kunnen hier nog niet inhoudelijk op reageren. We bespreken het in het onderwijsberaad en vragen de faculteiten deze gegevens met hun opleidingen te delen. Wij horen graag wat hun reactie is. Dan wordt duidelijk of we ook actie moeten ondernemen. En wat we dan moeten doen.’ ‘Gaat het college nu zelf onderzoek doen naar het tweede en derde jaar? En deelt het college de mening van de raad dat dit echt een probleem is?’ vroeg Augusteijn. Buitendijk: ‘Uiteraard gaan we dit uitzoeken. We zijn geschrokken van deze cijfers. Maar het is niet zo dat we tegen besturen zeggen: “Regel er even twee maanden bij.” We moeten eerst weten wat er precies speelt. Maar als die analyse er is, spreken we hier met de raad verder over.’

Deel faculteiten wil digitale toetszaal Er komt mogelijk een grote zaal waar studenten digitale toetsen kunnen maken. Vooral de faculteiten Rechten en Geneeskunde zien er veel voordelen in. Faculteiten met kleinere opleidingen zijn minder enthousiast. Ook het bestuur van de Faculteit der Sociale Wetenschappen zag wel wat in de tentamenzaal. ‘Het gaat om een grote zaal die plaats biedt aan 525 studenten. De schermen zijn dan in de tafels verzonken, zodat er ook reguliere tentamens gemaakt kunnen worden. Vooral bij tentamens met open vragen is het handig om digitaal te toetsen. Bij multiple choice-tentamens valt er nog maar weinig tijdwinst te halen’, zei portefeuillehouder bedrijfsvoering Menno Tuurenhout. Het faculteitsbestuur wilde de studenten bovendien behoeden voor avondtentamens. Die zouden zo nu en dan nodig zijn om de zaal rendabel te maken. ‘We weten dat de cognitieve prestaties van volwassenen ’s ochtends optimaal zijn. Bij adolescenten is dat aan het begin van de middag. Om zeven uur ’s

avonds tentamen maken leek ons in elk geval geen goed idee’, zei decaan Hanna Swaab. Vice-decaan Paul Nieuwenburg gaf echter aan dat het wel een mogelijkheid was, als stu-

Weer betalen voor koffie De koffie op de universitaire faculteiten en in de universiteitsbibliotheek is niet meer gratis. ‘Alle warme drankenautomaten met betaalsysteem zijn vervangen’, zegt woordvoerder Caroline van Overbeeke. ‘En de betaalsystemen zijn weer in gebruik gesteld.’ De automaten zouden in het najaar van 2014 vanwege de opheffing van de chipknip omgebouwd worden naar contactloos betalen, maar wegens fabri-

cageproblemen bij koffiefirma Maas International was de koffie voor de Leidse student gratis gemaakt. Dit als service van de universiteit aan de student, volgens Van Overbeeke. In januari werd duidelijk dat Maas er iets langer over ging doen dan eind december aangegeven was. Uiteindelijk heeft de student drie maanden van de gratis koffie kunnen genieten. De gemaakte kosten zijn voor de rekening van Maas. De universiteit zelf heeft geen verlies gemaakt. VVDG

UvA krijgt commissies De Universiteit van Amsterdam krijgt twee onafhankelijke commissies. Eentje die de financiële situatie van de universiteit gaat onderzoeken, en eentje die de mogelijkheden voor decentralisering en democratisering in kaart gaat brengen. Het universiteitsbestuur en de clubs waar ze mee overleggen maakten dat woensdagavond rond het ter perse gaan van deze krant bekend. De commissies formuleren advie-

zen en leggen deze voor aan de academische gemeenschap. Alle organisaties mogen meepraten over die commissies: de inspraakorganen die er al waren, de vakbonden, de Maagdenhuisbezetters van De Nieuwe Universiteit, personeelsorganisatie Rethink UvA en de ontevreden geesteswetenschappers van Humanities Rally moeten samen bepalen wie er in die commissies mag en wat ze precies gaan doen. BB

denten liever ’s avonds dan ’s ochtends tentamens maken. ‘Als jullie dat willen, is dat zeker bespreekbaar’, zei hij tegen de studentleden van de faculteitsraad. De opleiding

psychologie had daarnaast aangegeven liever geen twee tentamens achter elkaar in de zaal in te roosteren, uit angst voor fraude. PM

Openingstijden UB iets aangepast Vorige week bleek al dat de universiteitsbibliotheek aan de Witte Singel vanaf 1 september 2015 in het weekend langer open blijft. Op advies van studenten zijn de openingstijden in het voorstel van het college van bestuur nog iets aangepast. Op zaterdag kunnen studenten volgend collegejaar om tien uur ’s ochtends terecht bij de UB. De bibliotheek sluit dan om elf uur ’s avonds. Voor de zondag gelden dezelfde openingstijden. Net afgezwaaid universiteitsraadslid Marc Hogenhuis van studentenpartij LVS had het college verzocht om uit te zoeken of er mogelijkheden waren om de openingstijden van de UB te verruimen. Veel studenten willen dit immers heel graag. ‘We legden het verzoek voor aan UB-directeur Kurt De Belder en die was zeer enthousiast’, zei vice-collegevoorzitter Willem te Beest tijdens de universiteitsraads-

vergadering maandag. ‘Die had overigens ook al geconstateerd dat er bij studenten behoefte was aan ruimere openingstijden. Het bleek dat de UB geen financiële ruimte had om langer open te blijven. Het college verhoogt de universitaire bijdrage aan de bibliotheek dan ook. Van 1 september 2015 tot 1 september 2018 ontvangt De Belder jaarlijks 130.000 euro om de verruiming mogelijk te maken. Te Beest: ‘We gaan natuurlijk wel evalueren of de ruimere openingstijden ook benut worden’. Het college stelde in eerste instantie voor om een uur later open te gaan en uur later te sluiten. Hogenhuis plaatste een poll op zijn Facebookaccount met een aantal alternatieve openingstijden. Uit de resultaten van deze poll kwam naar voren dat de meeste studenten graag wilden dat de UB van tien tot elf open is. Het college en de UB gaan hiermee akkoord. VB


2 april 2015 · Mare 5 Nieuws

‘Bepaalde groepen hebben hulp nodig’ College wil kloof met eerstegeneratiestudent overbruggen Het college van bestuur overweegt een summerschool te starten voor eerstejaars zonder studerende ouders. Door Vincent Bongers Dat bleek maandag tijdens de vergadering van de universiteitsraad. Vorige week klonk er kritiek in de raad op het feit dat in de studiekeuzecheck werd gevraagd naar de opleiding van de ouders van scholieren. Een aantal leden wilde af van die vraag vanwege het risico dat die informatie zou worden gebruikt voor selectie aan de poort. Simone Buitendijk was ‘geschrokken’ van de argwaan van de raad jegens de studiekeuzecheck, bleek maandag tijdens de overlegvergadering. Volgens haar was er echter geen enkele sprake van dat de vragenlijst wordt gebruikt voor selectie. Mark Bakker van studentenpartij BeP wilde graag duidelijkheid van

het college over de vragen over de studiekeuzecheck: ‘Wat is nu het doel van de vragenlijst? En wie krijgt die ingewonnen informatie?’ ‘Er zijn drie doelen’, legde Buitendijk uit. ‘Het is een matchingsinstrument. Dat moet de universiteit doen van het ministerie van Onderwijs. Er zijn vragen bij die scholieren nog eens laten nadenken over hun studiekeuze. We dachten als we deze lijst hebben dan is het ook verstandig om informatie in te winnen waar studieadviseurs iets aan hebben. De antwoorden op bepaalde vragen, kunnen dienen als predictoren van studiesucces. Het derde doel is het aanleggen van een database. We willen in de loop van de tijden groepen studenten volgen. De gegevens zijn geanonimiseerd. We willen weten welke factoren bepalend zijn in succesvol studeren.’ Fenna Poletiek van de personeelspartij AbvaKabo noemde vorige

week tijdens de raadsvergadering de vraag naar de opleiding van de ouders ‘gevaarlijk.’ Volgens haar is het ook niet nodig om de gevoelige vraag in de lijst op te nemen. ‘Er is geen reden om de matching te koppelen aan die twee andere doelstellingen. Stel vragen over ouders als de student al binnen is en wellicht studieproblemen heeft. Deze vragenlijst schept alleen maar verwarring en een student kan zelfs het gevoel bekruipen dat het voor selectie kan worden gebruikt. Dan gaan ze wellicht de lijst niet eerlijk invullen.’ Buitendijk liet weten niet te begrijpen wat er nu zo gevaarlijk aan de vraag over het opleidingsniveau van ouders is. ‘Het gevaar is dat het niet alleen matching aan de poort wordt maar ook selectie aan de poort. Dat is een risico’, legde Marc Hogenhuis van studentenpartij LVS uit. Buitendijk werd duidelijk getriggerd door de opmerking. ‘Ik ben

heel bezorgd over wat de raad vindt van deze vraag. En dan druk ik me nog heel zacht uit. Ik vind het heel raar dat de suggestie wordt gewekt dat deze informatie als selectie-instrument wordt gebruikt. De raad weet dat we juist heel veel doen om studenten te helpen en het studiesucces te vergroten. Ik ben geschrokken van de suggestie dat wij vragen naar de opleiding van ouders om studenten buiten de deur te houden. We gaan natuurlijk ook niet jongens weigeren omdat we allemaal weten dat die minder succesvol studeren dan meisjes. Bepaalde groepen hebben meer hulp nodig. Het is juist een risico als we dat niet doen.’ Uit onderzoek blijkt dat studieuitval onder eerstegeneratiestudenten hoger is dan bij studenten van wie de ouders wel hebben gestudeerd, aldus Buitendijk. De kloof tussen studenten die uit een gezin komen waar de ouders wel

hebben gestudeerd en studenten wier ouders niet hebben gestudeerd wordt volgens haar steeds groter. ‘Dat heeft te maken met bekendheid met studeren, en weten hoe je je moet gedragen. We zijn aan het nadenken over een summerschool voor studenten die deze achtergrond niet hebben. We kunnen ze helpen maar dan moeten we wel weten wie het zijn. Het is juist een heel mooie manier om studenten te kunnen helpen.’ De raad wil in ieder geval dat het college garandeert dat informatie uit de studiekeuzecheck niet voor selectie wordt gebruikt. Een aantal raadsleden ziet de gewraakte vraag liever helemaal verdwijnen. De gehele raad wil dat scholieren die de check invullen, heel duidelijk wordt gemaakt waar hun gegevens voor worden gebruikt en dat ze ook de kans krijgen om aan te geven dat bepaalde dat niet gebruikt mag worden.

‘Waar waren jullie al die tijd?’ Nog niet iedereen heeft zijn plek gevonden rondom de Nieuwe Universiteit, na de politieke wending van vorige week. Toen besloot de actiebeweging als partij mee te doen aan de universitaire verkiezingen tussen 18 en 22 mei.

Potje zwerkbal Leden van studentenvereniging Minerva spelen Zwerkbal tijdens de Goede Doelendag, afgelopen woensdag. De vereniging zet zich onder de naam ‘Minerva for YOUth’ in voor twee doelen. Enerzijds voor Xenia, een jongerenhospice in het centrum van Leiden waar terminale jongeren tussen 15 en 35 jaar worden verzorgd. ‘Het functioneert op particulier geld, en wij willen deze hospice steunen door hen meubels aan te bieden’, aldus Sander van Diepen (25, geschiedenis). Met het andere doel, Friends for Life, hoopt de vereniging Keniaanse studenten een studiebeurs te kunnen bieden. ‘Dit geld betalen ze later terug, en dat wordt weer geïnvesteerd in een nieuwe generatie studenten.’ Leden betalen op de Goede Doelendag niet tachtig cent maar een euro voor een biertje. De extra omzet gaat evenredig naar de goede doelen. Minerva-preses Christiaan de Vries verwacht ongeveer 4000 euro op te halen, waarvan 25 procent naar de doelen gaat. Foto Taco van der Eb

(…)

‘Viezeriken’ ‘Is het mogelijk om de schoonmakers weer te laten komen om dit democratische proces, waarvan ook de UvA het belang erkent, in een hygiënische omgeving te laten verlopen?’ De Maagdenhuisbezetters zijn wel groot genoeg om een universiteit te willen hervormen, maar niet om een wc te schrobben. (Brief aan het bestuur van de UvA, 26 maart) ‘P.S Wat te doen met de studievertraging die de hardwerkende studenten oplopen. Is er mogelijk sprake van compensatie in studiepunten voor deelname aan de commissies die zullen worden ingesteld?’ En iets met rendementsdenken (Dezelfde brief. Zou niemand gezien hebben dat er ‘satire’ bij staat, of voegden ze dat later toe?)

‘Geacht CvB, uw afwachtende en opbouwende aanpak heeft, zoals dat gaat met zachte heelmeesters, tot een letterlijk stinkende wond aan het Spui geleid. Het is tijd om de Dettol ter hand te nemen. Deze viezeriken vertegenwoordigen ons niet.’ Andere studenten geesteswetenschappen van de UvA klagen in de Volkskrant (31 maart) dat ‘elke vernieling wordt beloond met een extra debat’ ‘We horen dat universiteiten steeds vaker de grens van de cao opzoeken. Dan krijgen promovendi bijvoorbeeld een contract van 0,9 fte voor drie jaar, terwijl het bijna niemand lukt om binnen vier jaar klaar te zijn.’ Nog meer rendementsdenken. Campus Den Haag-promovenda Charlotte de Roon, nieuwe baas van Promovendi

Netwerk Nederland, tegen het Hoger Onderwijs Persbureau (31 maart) ‘De uit de VVD gezette Johan Houwers is terug. Op 25 maart maakte hij zijn rentree als onafhankelijk Kamerlid. Pure zetelroof! De verontwaardigde VVD’ers hebben gelijk vanuit politiek en electoraal perspectief. Alleen: dat gelijk telt niet. Politieke bezwaren wijken voor staatsrechtelijke regelingen, die veronderstellen dat het Kamerlid een eigen mandaat heeft, los van de partij die dat mandaat mogelijk heeft gemaakt. Dus mag het voortaan ietsje minder, die verwijten van zetelroof? Recht gaat boven partijpolitiek.’ Politicoloog Joop van Holsteyn legt het nog maar een keertje uit. (NRC Handelsblad, 28 maart)

‘Lastig’, noemde Bert van Laar de situatie dinsdagavond, tijdens de inmiddels wekelijkse bijeenkomsten van de Nieuwe Universiteit Leiden. ‘Het is een signaal aan alle studenten dat de huidige raadsleden hun werk niet goed doen.’ Van Laar studeert wijsbegeerte in Leiden en muziekwetenschap aan de UvA. Bij beide universiteiten zet hij zich in als studentraadslid, in Leiden namens studentenpartij BeP. De NU-bijeenkomsten worden vooralsnog trouw bezocht door BeP-leden, maar die bevinden zich daar nu in een vreemde positie. Van Laar: ‘Waarom niet gewoon samenwerken? De bestaande partijen kunnen toch aan de slag met de punten uit de actiebijeenkomsten?’ ‘Als jullie wel goed werk leverden, waarom zouden deze bijeenkomsten er dan zijn?’ reageert Jonas van Donselaar, nummer drie op de lijst NU Leiden. Nicholas Vrousalis, docent politieke filosofie en aanwezig op alle NUbijeenkomsten tot zover, vindt dat er heus nog samengewerkt kan worden op overeenkomstige standpunten. ‘Studentenpartijen, waar waren

jullie al die tijd?’ vat Van Laar verschillende geluiden uit de zaal samen. ‘Maar ook voor ons is dit een momentum.’ Hij pleit voor coördinatie en samenwerking. ‘Leden van andere partijen zijn erg welkom op onze bijeenkomsten’, reageert Cissie Fu, bijeenkomstleider en docent politieke theorie. Volgens haar is er al wel samenwerking, bijvoorbeeld bij het overbrengen van het statement van NU Leiden aan het College van Bestuur. Niet alleen de bestaande partijen twijfelen over hun positie. ‘De meesten van ons blijven hier maar kort, weten nauwelijks hoe het systeem werkt. Ze voelen zich er niet helemaal bij horen’, verwoordt een internationale student de sentimenten uit haar omgeving. ‘We willen niemand buitensluiten’, benadrukt Fu. ‘Perspectieven vanuit jullie oorspronkelijke universiteiten komen juist erg van pas.’ Van Laar had nog een praktische kanttekening. ‘Er staan drie kandidaten op jullie lijst. Ook bij veel stemmen zal de invloed beperkt blijven, want het stembureau accepteert nooit dat er nog een extra vierde persoon uit de achterban wordt bijgehaald.’ Navraag bij Daniël Mandel, voorzitter van het Centraal Stembureau, bevestigt dat: ‘In de Tweede Kamer kan dat ook niet.’ De universiteitsraad heeft acht zetels voor studenten. MVW

Democratiseringseisen ‘Wat als een bestuurder besluit om een nucleaire silo te bouwen in het Lipsius?’ vraagt docent Nicholas Vrousalis dinsdagavond tijdens de vierde bijeenkomst van de Nieuwe Universiteit Leiden. Het klinkt misschien wat uit de lucht gegrepen, maar NU Leiden bespreekt haar democratiseringseisen. Zo zouden studenten en medewerkers in staat gesteld moeten worden tot het terugfluiten van bestuurders in gevallen van vertrouwensbreuk. Over dat punt en de formulering ervan is al enige tijd gesproken, wanneer uit de zaal de vraag klinkt voor welke concrete situatie dit middel eigenlijk nodig zou zijn. Promovendus Emile van Brakel haakt na Vrousalis in met een scenario dat zich werkelijk al eens

heeft voorgedaan: ‘Toen Paul van der Heijden (voorganger van rector magnificus Carel Stolker, red.) Mare wilde opdoeken, had ik deze mogelijkheid maar wat graag gehad.’ Uiteindelijk wordt er ingestemd met het punt, evenals met twee andere democratiseringseisen. NU Leiden wil dat het College van Bestuur voortaan gekozen wordt door en verantwoording moet afleggen aan de universiteitsraad. De raad moet bovendien meer inspraak hebben op het beleid en afspraken met de minister. Deze punten gelden ook voor andere niveaus, zoals de faculteiten. ‘Het belangrijkst is dat we niet machteloos staan wanneer het erop aankomt, zoals de mensen aan de UvA laatst’, besluit docent Cissie Fu. MVW


2 april 2015 · Mare

7

Wetenschap

Magische dans der elektronen De stroomvoorziening in bacteriën ontrafeld

Varenseks In The American Naturalist staat een opmerkelijke beschrijving waar Hortusmedewerker Harry Roskam aan meeschreef. Het gaat om een naar Roskam vernoemde varenvariant, xCystocarpium roskamiaum, die voorkomt in de Franse Pyreneeën. Dat x-je betekent dat het om een hybride gaat: een kruising tussen twee varenfamilies. Net zoals een muilezel een hybride is tussen een paard en een ezel, is deze plant een kruising tussen een Cystopteris en een Gymnocarpium. Het verschil: ezels en paarden zijn ongeveer 2,4 miljoen jaar geleden uit elkaar gegaan als soorten. De laatste gemeenschappelijke voorouder van de twee hybridiserende varens leefde 60 miljoen jaar geleden. Dat is alsof je als mens seks hebt met zo’n zwart-wit pluizebeest uit Madagascar (een ringstaartmaki), en er levensvatbaar nageslacht van komt. De varen is net zo onvruchtbaar als een muilezel, maar kan zich via wortelstokken verspreiden. Blijkbaar ontstaan bij varens minder snel barrières tussen afsplitsende soorten dan bij andere levende wezens. Dat zou dan weer helpen verklaren waarom er relatief weinig varensoorten zijn, vergeleken met andere planten.

Cherenkov-ring Nederlandse en Britse onderzoekers vogelden uit hoe elektronen door een fotosynthese-eiwit lopen. Dat is belangrijk voor de bouw van nieuwe sensoren en, misschien, op de biologie geïnspireerde zonnepanelen. ‘Eiwitten houden niet van metaaldraadjes.’ DOOR BART BRAUN Wij bestaan, letterlijk, uit sterrenstof. De koolstofatomen die in uw lichaam zitten, zijn ooit ontstaan in een ontploffende ster. Maar de enige reden dat die atomen zo mooi verwerkt zijn tot u, is sterrenlicht. Dat van de zon, om precies te zijn. Vrijwel al het leven op aarde bestaat bij de gratie van wezens die de energie uit zonlicht weten op te slaan, in een proces dat fotosynthese heet. De planten doen het echte werk, en u profiteert daarvan door ze op te eten. Planten zijn het bekendste voorbeeld, maar het zijn niet de enige organismen die aan fotosynthese doen. Er zijn ook bacteriën die het kunstje beheersen. Eén specifieke soort, Rhodobacter sphaeroides, trekt al jaren de aandacht van biologen, natuurkundigen en alles daartussenin. Het is ook mogelijk om het eiwit waarmee hij licht opvangt uit de bacterie te halen, en in een elektrische schakeling te zetten. Dan werkt het nog steeds, en het resultaat is een techno-organisch nanomachientje waar een piepklein stroompje doorheen loopt als er licht op schijnt. ‘Het werkt ook als een diode’, aldus natuurkundige Muhammad Kamran. Dat is het onderdeel in een elektrische schakeling dat de stroom in één richting stuurt. ‘Je zou verwachten dat de elektronen twee kanten op kunnen gaan, maar dat gebeurt niet. Er wordt ontzettend veel onderzoek gedaan naar dat molecuul. Wetenschappers willen ze gebruiken als sensor, of in zonnepanelen. Maar als je dit eiwit op wil nemen in een elektrische schakeling, moet je wel weten wat hij daar precies doet.’ In een recente publicatie in Nature Communications leggen Kamran, hoogleraar biofysica Thijs Aartsma en collega’s van de Vrije Universiteit en de University of Bristol uit hoe dat zit. Het lichtopvang-mechaniek van de bacterie – onderzoekers noemen dat het reactieve centrum – bestaat uit een chlorofyl-gedeelte met twee armen. Als er een stroompje over

de schakeling staat, gaan er elektronen door het molecuul lopen. Dat doen ze maar langs één van de twee armen, de zogeheten A-arm. Dan gaan ze ook nog maar één kant op. Om de elektronendans in kaart te brengen, onderzocht Kamran drie soorten reactieve centra. Eentje van een gewone Rhodobacter, en twee in Bristol gefabriceerde mutanten, waarvan bij elk één van de armen stuk was. Die centra legde hij vervolgens onder een tastmicroscoop, die als de naald van een platenspeler over het oppervlak van de centra beweegt. De microscoop meet de piepkleine krachten die op de naald inwerken, en vertaalt die in een beeld. Tasten duurt langer dan kijken en tasmicroscopen zijn duur, maar ze maken het wel mogelijk om zoiets piepkleins als elektronen die langs een eiwit bewegen te volgen. Bij het bestuderen van de reactieve centra bleek dat de mutante eiwitten met een kapotte A-arm het niet meer doen. Er gaat geen stroompje meer lopen als er licht op het reactieve centrum valt.

Ook bleek dat de elektronendans volgens een ander stappenplan verloopt dan wetenschappers altijd dachten, en dat is geweldig interessant voor onderzoekers die aan Rhodobacter en zijn eiwitten werken. ‘Het artikel staat nu drie weken online, en de uitnodigingen voor congressen stromen ineens binnen’, vertelt Kamran. De belangstelling komt deels van mensen die willen weten hoe fotosynthese precies werkt. Rhodobacter is een belangrijk modelsysteem in dat onderzoek, omdat de bacterie gemakkelijk is op te kweken. Ook werkt het fotosynthese-apparaat bij deze soort iets eenvoudiger dan bij planten. Een belangrijke toepassing is de bouw van biosensoren. Kamran: ‘In de reactieve centra zitten onderdelen die kunnen binden aan verschillende stoffen, zoals herbiciden. Als dat gebeurt, loopt er geen stroompje meer. Mijn collega Michael Jones uit Bristol heeft onlangs aangetoond dat je zo ontzettend lage concentraties aan stoffen kan opsporen.’ Op de biologie geïnspireerde

zonnepanelen zijn nog verder weg, waarschuwt hij. ‘Sowieso werkt het reactieve centrum beter als je er een moleculaire antenne op zet.’ In een eerder artikel in Bio-Macromolecules, samen met collega’s van de VU, liet Kamran zien dat dan veel meer stroom te winnen valt. Het probleem is echter dat veel van die gewonnen energie vervolgens weer verloren gaat, en niet netjes in de schakeling terechtkomt. ‘Eiwitten houden niet van metaaldraadjes’, verzucht de onderzoeker. Een ander probleem is dat eiwitten vrij snel slijten, vooral buiten een cel. Daar heeft de bacterie niet zo’n last van, want zelfs als een eiwit stuk gaat, kan hij kan weer nieuwe exemplaren aanmaken. In een elektrische schakeling is die cel er echter niet. ‘We moeten een manier vinden om ze stabiel te houden’, zegt Kamran. ‘Er zijn een hoop mensen die proberen om andere stoffen te maken, die erop lijken maar die langer meegaan. Ook voor die groep wetenschappers is ons werk belangrijk: als je wilt weten hoe je iets namaakt, moet je wel weten hoe het werkt.’

De aarde wordt vanuit de ruimte bekogeld met hoogenergetische deeltjes: een enkele atoomkern of proton, maar soms met de energie van een gesmashte tennisbal. Als zo’n deeltje botst met de moleculen in de lucht, ontstaat er een zogeheten air shower: een lawine van verschillende deeltjes en straling, waaronder radiostraling. Als je een stelsel van antennes hebt die met elkaar verbonden zijn, dan kan je die radiostraling meten. De ene antenne meet het nèt ietsje eerder dan de andere, en dus kan je uitrekenen waar de shower begon en hoeveel energie het ruimtedeeltje had. In Nederland hebben we zo’n antennestelsel. De grootste ter wereld, zelfs: LOFAR heeft 25.000 antennes, verdeeld over 48 stations, waarvan er acht in het buitenland liggen. Het is eigenlijk gebouwd om sterrenkunde mee te bedrijven, maar je kan er dus ook mee aan deeltjesfysica doen. In het vaktijdschrift Astroparticle Physics beschrijven LOFAR-onderzoekers, waaronder de Leidse astronomen Huub Röttgering en Mike Garrett, metingen aan air showers. Omdat er zo snel zoveel radiostraling gevormd wordt, gaan de golven elkaar versterken, ongeveer zoals de supersonische schokgolven achter een vliegtuig. Bij radiostraling heet dat een Cherenkov-ring, en de auteurs hebben voor het eerst metingen aan zo’n ring verricht. Voor de normale sterrenkundige metingen van LOFAR maakt het af en toe opduiken van air showers overigens weinig uit. Op een meting van vele uren moeten ze enkele tientallen nanoseconden aan data weggooien: dat valt te overzien.

Vleesvrij

Rhodobacter sphaeroides doet aan fotosynthese. Wetenschappers kunnen de verantwoordelijke eiwitten in een elektrische schakeling stoppen. Net als een diode (foto boven) sturen ze de stroom dan in één richting.

Het zou beter zijn voor het milieu als de mensheid veel minder vlees at. Eén van de dingen die een plantaardiger eetpatroon in de weg staan, is het klassieke beeld dat vlees macho is. Als mannen het idee hebben dat een ‘echte man’ vlees hoort te eten, zullen ze waarschijnlijk ook meer vlees eten. In Nederland eten mannen ongeveer dertig procent meer vlees dan vrouwen. In het etensonderzoekblad Appetite beschrijft een groep onderzoekers, waaronder Jan Boersema van het Centrum voor Milieuwetenschappen, een studie naar vlees eten in Nederland. Daarbij vergeleken ze autochtone Nederlanders met mensen van Turkse of Chinese komaf. Bij alle groepen eten de mannen meer en vaker vlees dan de vrouwen. De Turken zijn het traditioneelst: zij vertonen het grootste verschil tussen man en vrouw, en de meeste weerstand tegen vleesloze dagen. Wellicht dat er veel te winnen valt met speciaal op Turkse mannen gerichte campagnes, opperen de auteurs. Die campagnes zouden de matigheid en halal-heid van vleesvervangers kunnen benadrukken.


8

Mare · 2 april 2015

Achtergrond

071 -527 …

Ze zeggen net niet: hij is gek

Nazikunst

> Vervolg van de voorpagina ‘Ik heb de missie gewoon afgemaakt. Pas in Nederland kwam ik er achter dat er iets mis was. Ik kreeg nachtmerries, en duldde geen tegenspraak meer. ‘Ik was altijd een vriendelijke jongen, maar nu werd ik al woest als iemand de pindakaas op de verkeerde plek in de kast zette. Voor een militair is het van levensbelang dat alles op de juiste plaats staat. Als dat niet zo is, dan kan dat in een crisissituatie je dood betekenen. Ik was nog steeds in vechtmodus. ‘Ik zocht uiteindelijk hulp toen ik woedend werd op een kind dat een bal tegen mijn hoofd gooide. Mijn

zonnebril vloog van mijn gezicht. Ik was door de dolle heen. Gelukkig heb ik niet geslagen. Mijn vrouw zei: “Nu is het afgelopen met dat gekloot. Je gaat naar de dokter.” ‘Het traject verliep moeizaam. Ik ging naar de militaire huisarts. In plaats van vijf dagen duurde het acht weken voordat ik terechtkon bij een psycholoog. Posttraumatische stressstoornis (PTSS), luidde de diagnose. Dat is goed te behandelen, maar mijn therapie sloeg niet aan. Ik had klachten die werden omschreven als “vaag”. Ze zeiden nog net niet: “Hij is gek.” ‘Ik heb altijd gedacht dat er meer aan de hand was. En dat bleek uiteindelijk ook te kloppen. Defensie

legt inmiddels iedereen die door een bermbom is getroffen, onder de MRI-scanner. Na een hersenscan bleek dat ik littekens heb van kleine bloedingen in mijn hersenen. ‘Bij een explosie heb je eerst een drukgolf naar buiten. Daarbij kun je interne bloedingen oplopen en raken je organen beschadigd. Dan volgt de drukgolf naar binnen. Bij die tweede klap zijn eiwitstolsels in mijn hersenen ontstaan. Pijnprikkels bereiken mijn hersenen via een omweg. Daardoor worden er andere zintuigen geactiveerd. Als ik bijvoorbeeld een nagel in mijn arm zet, dan voel ik de pijn uiteindelijk wel, maar ik ruik en zie deze ook. Het is onduidelijk of daar iets

aan te doen is. ‘Officieel ben ik nog in dienst van Defensie. Maar ik gebruik allerlei zware medicijnen en dat gaat volgens de instanties niet samen met het leven van een militair. Als ik me relatief goed voel, doe ik werk op projectbasis. ‘Mijn brein is stuk. Mijn littekens zijn aan de buitenkant niet te zien. Dat is wel een groot verschil met militairen die zichtbare verwondingen oplopen. Mensen snappen minder goed dat er toch echt iets met je aan de hand kan zijn.’ Niels Veldhuizen, Oorlog in mijn kop. Uitgeverij Nieuw Amsterdam 176 pag., € 18,95

Slachtoffers hebben vaker stress Deze week promoveerde militair en chirurg Rigo Hoencamp op het proefschrift Task Force Uruzgan, Afghanistan 2006-2010: medical aspects and challenges. Daaruit blijkt dat Niels Veldhuizen veel geluk heeft gehad. Hij mag dan beweren dat de Patria pantserwagen ‘het verschil tussen leven en dood maakte’, de platte bodem van dat voertuig bleek juist uiterst kwetsbaar te zijn bij ontploffingen van bermbommen, aldus Hoencamp. Defensie stapte daarom al snel over op de Bushmaster, een voertuig met een bodem in een V-model. Die vorm zorgt ervoor dat de energie van de explosie langs de zijkanten wordt weggeleid. ‘De aanschaf van deze voertuigen was heel verstandig’, zei de promovendus dinsdag tijdens de verdediging van zijn disserta-

tie. ‘Dat scheelde zeker honderd slachtoffers.’ De belangrijkste punten uit zijn dissertatie: • Hoencamp deed onderzoek naar de naar Uruzgan uitgezonden medici. Het blijkt zij niet vaak lijden aan een posttraumatische stressstoornis. • Bijna de helft van de chirurgen en anesthesisten had na uitzending echter wel behoefte aan een onafhankelijke coach om mee te praten over hun ervaringen. Veel geënqueteerden benadrukken dat het van belang is dat ze met een breed sociaal netwerk binnen en buiten Defensie kunnen praten over wat ze hebben meegemaakt. • Hoencamp volgde ook de groep gewond geraakte militairen toen zij eenmaal terug in Nederland

waren. Het blijkt dat vijf jaar na uitzending ruim 90 procent van hen nog in actieve dienst is. • Het blijkt echter dat hun ‘kwaliteit van leven’ significant lager is dan die van de controlegroepen. ‘Ze hebben onder andere meer last van stress’, schrijft Hoencamp. ‘Het eerder oppikken van signalen van verhoogde stress is van groot belang. Adequater behandelen is dan mogelijk.’ • Hoencamp is voorstander van een NAVO-breed registratiesysteem van verwondingen. Dan komt er beter inzicht in het soort verwondingen dat militairen oplopen. ‘Ook is het noodzakelijk om materialen te ontwikkelen die er op zijn gericht om de nek en het hoofd beter te beschermen. Van de behandelde Nederlandse militairen had 32 procent een verwon-

ding aan deze lichaamsdelen.’ • Om slagveldverwondingen goed te kunnen behandelen, zijn chirurgen met een specifieke opleiding nodig’, stelt Hoencamp. ‘De huidige civiele heelkunde voorziet niet in de minimaal benodigde competenties van een militair chirurg. Dat gat groeit steeds verder, omdat er steeds meer sprake is van superspecialisatie. Weinig chirurgen worden nog blootgesteld aan verwondingen aan botten, borst en bloedvaten. Een gericht trainingsprogramma om chirurgen en anesthesiologen voor te bereiden op oorlogschirurgie ontbreekt op dit moment.’ • Zijn aanbeveling: ‘Stuur chirurgen in opleiding voor een periode van vier tot zes weken naar conflictgebieden als onderdeel van hun medische opleiding.’ VB

Foto Evert-Jan Daniels/HH

Kunsthistoricus Ger Jacobs promoveerde op de Franse beeldhouwer Aristide Maillol (1861 –1944), wiens composities door de nazi’s werden misbruikt. Waarom koos u voor Maillol en niet voor bijvoorbeeld Rodin? ‘Over Rodin is zoveel gezegd en geschreven dat je er nauwelijks iets aan kunt toevoegen. Maillol staat bekend als voortzetter van de klassieke traditionele kunst en voorloper van de moderne beeldhouwkunst. Dat zijn prachtige, vreedzame vrouwenbeelden invloed hadden op de propagandistische uitwaskunst van de nazi’s had ik niet verwacht. Dat maakt het juist zo interessant. ‘Zijn composities en motieven zijn overgenomen, gebruikt en misbruikt door Arno Breker, de lievelingsbeeldhouwer van Adolf Hitler. Brekers “ariariseerde” Maillols beelden die vervolgens als het voorbeeld van de übermensch aan het Duitse volk getoond werden. Ze stonden op straat, in parken en voor gebouwen. Zij waren zo aanleiding tot het zaaien van rassenhaat. Dat was compleet het tegenovergestelde van Maillols beelden, die staan voor evenwicht, harmonie en vrede.’ Waarom liet Maillol zijn kunst misbruiken? ‘Maillol heeft de geariariseerde versies van zijn motieven en composities duidelijk gezien bij zijn bezoek aan de Brekertentoonstelling in Parijs 1942. Maar hij stak zijn kop in het zand. Als eregast bij een galadiner roemde hij Breker als “de Michelangelo van Duitsland”, terwijl hij bij thuiskomst Brekers beelden in bedekte termen bekritiseerde. Maar het was oorlogstijd, voor veel kunstenaars een tijd van noodgedwongen opportunisme. ‘Daarnaast had hij zijn Duitse connecties ook nodig. Zo werd zijn joodse model Dina Vierny in Parijs opgepakt en op de concentratiekamplijst gezet. Via Breker kreeg Maillol haar vrij.’ Was hij een landverrader? ‘Hij werd verdacht van collaboratie. Het was moeilijk te bewijzen, want Maillol had twee gezichten. Aan de ene kant hielp hij neergehaalde Engelse piloten en vervolgde kunstenaars dankzij zijn vluchtroute door de Pyreneeën naar Spanje. Maar in dezelfde maand aanvaardde hij voor zijn verjaardag ook een aubade door de harmonie van een Duits oorlogsschip dat in de haven van het nabijgelegen Port Vendres lag. Daarnaast had hij volgens Breker ook een opdracht voor de nazi’s aangenomen.’ ‘Ik sprak de Duitse kasteelheer Joe Bodenstein die zijn kasteel heeft omgedoopt tot het Arno Brekermuseum. Toen ik begon over Maillols toenmalige Franse model Dina Vierny sprak hij over “die Hexe von Paris”. Toen ik het model sprak, schold zij hem uit als “Le Nazi de Cologne”. De oorlog is nog steeds een gevoelig onderwerp.’ Hoe denkt u inmiddels over zijn kunst? ‘Voor mij heeft het verhaal achter Maillol wel invloed gehad op mijn beeld van hem. Mijn bewondering is in de loop van het onderzoek veranderd in verwondering. En dat is eigenlijk veel interessanter. ‘Verder ben ik steeds genuanceerder gaan denken over kunstenaars in oorlogstijd. Daarom wil ik wel iets zeggen over de kunstwerken. Over personen moeten ethici of filosofen maar oordelen. Ik heb de oorlog als 4-jarige jongen meegemaakt en ik ken de verhalen van mijn vader.’ VVDG


2 april 2015 · Mare 9 Achtergrond

Jullie snappen er geen fuck van Helft van studenten heeft psychische klachten Het zou de mooiste tijd van je leven moeten zijn. Maar toch zoekt 49 procent van de Nederlande studenten hulp bij een psycholoog. ‘Studeren is nu eenmaal eenzaam en verrekte lastig.’ Door Marleen van Wesel ‘“Ik moet hier niet zijn”, denken ze soms. Ze zitten hier dan wel te janken, maar er is toch veel groter leed in de wereld?’ vertelt jongerenpsycholoog Laure Klerks. ‘Onzin. Je voelt je wel kut namelijk.’ Steeds meer studenten nemen plaats op de bank van pallethout in haar praktijk Jongerentherapie Leiden. Op tafel staat een doos tissues. Anderen vinden hun weg naar de studentenpsycholoog in Plexus. Elke doordeweekse ochtend tussen elf en kwart voor twaalf kun je je melden bij PITstop voor het spreekuur. ‘Per jaar zullen het er zo’n 800 zijn’, vertelt Emile Dingjan, een van de zes studentenpsychologen van de universiteit. Kinder- en volwassenenpsychologen staan volgens Klerks vaak ver van de studentenwereld af. ‘Een jongere denkt dan: jullie snappen er geen fuck van. Starten met studeren is nu eenmaal eenzaam en verrekte lastig.’ 49 Procent van de Nederlandse studenten kampt met psychische klachten, of heeft dergelijke klachten gehad, zo blijkt uit een onderzoek van de Landelijke Studentenvakbond uit 2013. Iets minder dan de helft van hen had tijdens het onderzoek nog steeds last. Onder hbostudenten waren die aantallen nog net iets hoger. De meest genoemde klacht was depressie, gevolg door vermoeidheid en stress. Concentratieproblemen en faalangst speelden ook mee. Studiedruk en rendementsmaatregelen zijn de meest genoemde oorzaken, gevolgd door familieomstandigheden en teveel activiteiten naast de studie. Die eenzame eerstejaars is slechts één verhaal. Grofweg hoort Klerks er nog drie regelmatig voorbijkomen: ‘Studenten die zich na drie afgebroken studies afvragen: en nu? Anderen lopen pas later vast, wanneer de scriptie écht niet wil vlotten. En dan zijn er nog degenen die wél helemaal heppie-de-peppie lijken. Die storten zich in het verenigingsleven, drinken gigaveel, tot ze zich plotseling afvragen: waar ben ik eigenlijk mee bezig? Achter zulk feestgedrag kan onzekerheid en eenzaamheid schuilgaan.’ Ook Dingjan spreekt studenten uit alle studiefasen. ‘We signaleren wel dat jongeren tussen hun achttiende en eenentwintigste in korte tijd veel meemaken. Ze raken wel eens behoorlijk dronken, proberen middelen uit, maar het lijkt allemaal niet zo gek veel uit te maken. Rond hun eenentwintigste beginnen ze het geneuzel in studentenhuizen zat te worden. Ze realiseren zich plotseling: oeps, ik word volwassen. En dat heeft een keerzijde. Ze schrikken van de maatschappelijke verantwoordelijkheid en beginnen zich vragen te stellen over hun toekomst.’ In de mailbox van de scriptiebegeleider blijft het intussen stil. ‘Studenten denken: het zal wel niet goed zijn, ik stuur het nog maar niet op, ik ben maar een prutstudent. Die angst verlamt, waardoor je nóg meer deadlines mist.’ Een eerste gesprek met de studentenpsycholoog is een ‘taxatie van de vraag’, volgens Dingjan. Die moet eigenlijk studiegerelateerd zijn. ‘Een

‘Ik had het intens moeilijk. Maar liever nu, dan later, met drie kinderen en een vaste baan.’ 

Foto Caroline Gos

De mooiste tijd van je leven? Hoezo?

Midlifecrisis: liever nu dan later

‘Het is niet zoals op tv. Dat je op de bank komt vertellen dat je maar geen date vindt’, zegt een tweedejaarsstudente geschiedenis (20). ‘Toch voelde het in het begin knullig om te praten over hoe ik mijn leven moest inrichten.’ Ze was zeventien toen ze in Leiden, waar ze was opgegroeid, vastliep als eerstejaars rechten. ‘Het voelde als falen. Achteraf gezien was ik te jong. Mijn ouders vonden dat ik moest studeren. Dat drukte nogal op mijn schouders. Ik bleef hangen in mijn veilige middelbare-school-wereld. Je studententijd moest de gelukkigste tijd van je leven zijn en ik dacht alleen maar: hoezo?’ Ze switchte naar geschiedenis. ‘Mijn studie was het enige dat goed ging. Daarnaast had ik weinig. Het stapelde zich op. Ik wilde heel graag lid worden van een vereniging, maar ik durfde er niks.’ Daarom ging ze zelfs niet mee met het verenigingsweekend. ‘Ik

dacht: ze vinden me allemaal stom. Dat werd zó groot.’ Via de huisarts belandde ze bij een psycholoog. ‘Een vrouw van zestig. Die begreep er niks van.’ In september startte ze bij Jongerentherapie Leiden. Ze heeft nog een paar gesprekken te gaan. ‘Maar wat moest gebeuren, is nu klaar.’ Nare gevoelens duiken soms nog op. ‘Maar nu herken ik ze.’ Met vrienden heeft ze het er niet vaak over. ‘Sommigen heb ik verteld over de therapie. Ik bleek helemaal niet de enige te zijn. Het zou bespreekbaarder moeten zijn. Maar dat ik hier anoniem wil blijven, zegt ook wel wat.’ Ze wil haar bachelor afmaken. ‘Daarna vertrek ik naar Amsterdam om psychologie te studeren. Nu heeft mijn studie nog voorrang, maar daar is het halen van mijn bsa genoeg. Ik ga vol voor andere dingen. Al mijn pijlen zijn nu op Amsterdam gericht.’

‘Ik deed haast niets anders dan piekeren, huilen en vooral veel slapen’, vertelt een tweedejaarsstudente bij een kleine geesteswetenschappenopleiding (23). Ze was gestopt met de kunstacademie en rechten vlotte ook niet. ‘Om mijn studie te redden stapte ik naar de studentenpsycholoog. Ik dacht aan faalangst, omdat ik telkens zo zenuwachtig was voor tentamens.’ Ze belandde bij de faalangstgroep van de studentenpsychologen. ‘Alles was total chaos. Dingen die moesten gebeuren, deed ik nog wel. Op verenigingsborrels stond ik erbij als een lijk. Ik kreeg het idee dat die faalangst onderdeel van een groter probleem was.’ Op aanraden van vriendinnen kwam ze bij Jongerentherapie Leiden terecht. ‘In het begin, lopend naar huis, was ik alleen maar meer in de war. Maar al snel kreeg ik concrete handvatten. Dan wilde ik ruzie ma-

ken met mijn vriendje, maar dacht ik net op tijd, of soms net te laat: dit moet ik ánders aanpakken.’ Vriendschappen met clubgenoten of huisgenoten verloor ze niet. ‘Ook dat vriendje is gebleven. Zij zagen het weer beter gaan.’ Ruim anderhalf jaar later, bij haar huidige studie, heeft ze nog nooit een tentamen hoeven herkansen. De psycholoog bezoekt ze nog elke twee maanden. ‘Toen iedereen de mooiste tijd van z’n leven beleefde, had ik het intens moeilijk. Maar liever nu, dan later, met drie kinderen en een vaste baan. Ik heb al ontzettend veel geleerd. Het was een soort midlifecrisis tijdens mijn studententijd. Maar ik wist dat het voorbij zou gaan. Ik had alleen even iemand nodig. Ook al had ik geen ziektes, mijn ouders waren niet gescheiden, er waren geen rare dingen aan de hand.’ Nog steeds heeft ze geen idee wat er aan de hand was. ‘Maar het boeit ook niet. Het is weg. En nu gaat het goed.’

traumatisch ongeluk of een ernstig zieke ouder heeft zonder meer ook invloed op je studie. Maar als persoonlijke problemen de overhand hebben, verwijzen we je door. Daarvoor hebben we een goede sociale kaart. We kennen de personen naar wie we studenten sturen.’ Dat kan een eerstelijnspsycholoog zijn, zoals Klerks. ‘Minder milde problema-

tiek vraagt om de tweede lijn, via de huisarts. Studenten die psychotisch of ernstig depressief zijn, kunnen we rechtstreeks laten plaatsen. Maar zulke crisisgevallen komen hooguit vier keer per jaar voor.’ Soms is er überhaupt geen doorverwijzing nodig, en kan een student weer vooruit na maximaal vijf gesprekken. ‘De wachtlijst is nu vijf

weken. Dat willen we terugbrengen naar maximaal drie’, zegt Dingjan. ‘Ook geven we workshops en trainingen. Zo hebben we de zelfvertrouwensgroep, de afstudeergroep en de studieondersteuningsgroep.’ Ook bij Klerks kun je in vijf sessies een eind komen. ‘Sommigen blijven langer, of komen nog eens terug voor een soort

apk’tje. Veel studenten besluiten uiteindelijk een grote reis te maken, kiezen een nieuwe studie of gaan alsnog op kamers.’ Grote stappen, die niet per se direct louterend werken. ‘Zo’n reis kan geen fuck aan zijn, maar je hebt nu blijkbaar wel de ballen om op je bek te durven gaan. Daardoor voel je je onafhankelijk. En bén je dat ook.’


10  Mare · 2 april 2015 Opinion

Why Leiden University needs democratization UvA problems are Leiden problems, claim Thomas Fossen, Cissie Fu, and Nicholas Vrousalis. ‘If we want to avoid the mess, we need such structural reform.’ One response to the Maagdenhuis occupation sometimes heard in Leiden is that the problems in Amsterdam do not directly concern Leiden University. The immediate problems that sparked the protests in Amsterdam appear to be specific to the UvA: real estate speculation, imposed mergers between faculties, top-down restructuring of faculties, and sudden deep budget cuts. A set of more general concerns, such as “rendementsdenken” in teaching and research and the exploitation of temporary staff, affect Leiden as well. However, they result from the way in which teaching and research are funded by the government, and therefore appear to be matters for The Hague, not Leiden University in particular. The reality is that all these problems concern Leiden directly. To see why, we need to step back for a moment and ask: What made the Amsterdam malaise possible in the first place? Why did the most egregious problems occur there, rather than in Leiden? To cut a long story short, these problems are rooted in the structure of university governance: who gets to make the decisions, and to whom those decision-makers are accountable. In general, it is clear who makes the decisions within the university:

the Executive Board at the level of the whole university, the Faculty Board at the level of each faculty, and the Board of each institute or department at the sub-faculty level. To whom are these decision-makers accountable? The head of the institute to the dean, the dean to the rector, and the rector to the Board of Supervisors. Finally, the Board of Supervisors is appointed by the Minister of Education. So decisions flow downward, while accountability flows upward. It is this structure of governance that provoked the situation in Amsterdam. The fact that decisions and accountability flow in opposite directions entrenches a disconnection between management and the academic community. As a consequence, unresponsiveness to staff and students does not diminish the ability of decision-makers to make decisions. Furthermore, the accountability of management to the Board of Supervisors, an organ that has no meaningful connection to the academic community it oversees, fosters a mentality, with accompanying standards of successful management, that is alien to the values of the community it governs. This structure of power in the university is largely enshrined in law. It is the same for Leiden and Amsterdam. So the explanation for the apparent lack of urgency in Leiden as opposed to Amsterdam is: sheer luck. There is no structural reason why governance at Leiden University should be different from Amsterdam. UvA’s management pressed through decisions and policies with profound in-

fluence on the academic community with little regard for its members and values; we are not accusing the current Leiden Executive Board of the same rashness, or of tyrannical intentions of any kind. The crucial point, nonetheless, is that we are entirely dependent on the ongoing good will of those appointed by an external body. There are no structural safeguards against the Leiden Executive Board pushing through a megalomaniac project such as, for instance, a merger between the universities of Leiden, Delft, and Rotterdam. Leiden has just been fortunate, thus far. This is why Amsterdam problems are Leiden problems too. We should not be in a situation where we are entirely subjected to the arbitrary will of those in charge. A good master is still a master. In brief: the fact that those in charge, at all levels at the university, are accountable to no one except managers higher up the hierarchy, fueled the current situation in Amsterdam. A similar structure exists in Leiden. It follows that the democratization of the university is as imperative here as it is in Amsterdam. It is about control, not communication Because the problem does not concern the intentions that the decisionmakers actually hold, but the intentions that they can and may very well form, our appropriate response cannot only consist in demanding more openness and transparency. Our university is already open to suggestions for improvement. The rector recently

issued a personnel monitor to assess employee satisfaction, stating: “Your opinion counts, so let your voice be heard!” Whether your opinions have any effect on decisions, however, remains entirely up to the management. Instead of relying on the good will of the powerful, staff and students who constitute the academic community should exercise control over the running of the university. Absolute and arbitrary rule is compatible with openness and transparency. Consider the regime of Louis XVI just prior to the French Revolution. The monarchy conducted a vast operation to collect cahiers de doléances, grievance books, from the various estates. Lists of concerns were submitted from all over the country, from large cities to small villages. These ranged from disaffection with local leadership and unfair taxes to pigeons eating crops. The king listened to his subjects, but of course it remained entirely up to him to decide whether and how to address their concerns. As subsequent events showed, openness without control is both ineffective and dangerous. In Leiden, there are councils representing staff and students at the subfaculty, faculty, and university level. But, not unlike the Estates-General under an absolute monarch, these councils have no significant decision-making power or any way to hold decision-makers to account. The miserable turnout in council elections betrays their feebleness. In short, the academic community needs to have more control over the way in which it is governed. Decisions

affecting the community should be subject to effective deliberation with and contestation from its members. Reverse the direction of accountability There is much to say about the way in which self-government might be implemented at different levels of the university. Here is one concrete proposal that addresses the heart of the problem. The idea is to make the Executive Board directly accountable to the University Council instead of the Board of Supervisors. More concretely the proposal would: 1. Let the Executive Board and the Rector Magnificus be appointed by and be accountable to the University Council. 2. Give the University Council the right to amend and approve all policy, budgets, and agreements with the government. 3. Give the Board of Supervisors an advisory role and a formal check on the quality of budgets and policies. On this proposal, decision-makers are accountable, first and foremost, to the academic community. Accountability flows downward. If we want Leiden to avoid the mess of the UvA, we need such structural reform. Thomas Fossen and Cissie Fu are assistant professors of political philosophy at the Institute for Philosophy. Nicholas Vrousalis is assistant professor of political philosophy at the Institute of Political Science.

Maretjes De prijs voor een Maretje bedraagt €9,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan. Doe meer met je kennis! Vrijwilligers gezocht voor één uur per week bijles en huiswerkbegeleiding op verschillende locaties of bij de leerling thuis. LeidenNoord, 25 leerlingen, basisonderwijs, groep 4 t/m 8, waarvan 8 met vergoeding van €5-7,- per les. Voortgezet onderwijs, 11 leerlingen Nederlands, economie, Engels, wiskunde, natuurkunde, waarvan 2 met vergoeding van €5,- per les. Marokkaans meisje, Engelstalige grammatica, tweedejaars mbo-4-opleiding. Ook hulp

gezocht bij: *Twee jongens, Nederlands, burgklas. *Biologie, geschiedenis, 2mavo. *Economie, 4vmbo. *Natuurkunde, scheikunde, 2vmbo. *Wiskunde A, 4vwo. €5,- per les. *Engels, Nederlands, 4havo. Engels, biologie, 4vmbo-t. *Engels, 5vwo. *Wiskunde, rekenen, brugklas vmbo. *NASK, geschiedenis, Engels, 2havo. *Engels, 3vmbo-TL, tot €10,- per les. * Natuur-, scheikunde, 4havo, €5,- per les. *Engels, Nederlands, brugklas atheneum. * Wis-, natuurkunde, biologie, 4havo. *Geschiedenis, Nederlands, brugklas vmbo. Leiden-Zuid, 10 leerlingen basisonderwijs groep 4 t/m 8. Voortgezet onderwijs, wiskunde, 2vmbo. Economie, 5vwo. Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma, wo en do 15-17u. Tel: 071-5214256. E-mail: hdekoomen@owwwleiden.nl. In april starten nog de LAKcursussen

Academische Agenda Mw. J.C.M. Schilder hoopt op dinsdag 7 april om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Motor dysfunction in complex regional pain syndrome’. Promotor is Prof.dr. J.J. van Hilten. Prof.dr. A. Plaat zal op maandag 13 april een oratie houden bij benoeming tot hoogleraar bij de faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen met als leeropdracht Data Science. Mw. S.L.J. Verbeke hoopt op dinsdag 14 april om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Primary Vascular Tumours of Bone: Towards a new classification based on pathology and genetics’. Promotor is Prof.dr. J.V.M.G. Bovée. Mw. L. Schrier hoopt op woensdag 15 april om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Non-invasive monitoring of pharmacokinetics and

pharmacodynamics for pharmacological drug profiling in children and adolescents’. Promotoren zijn Prof.dr. A.F. Cohen en Prof.dr. J.M.A. van Gerven. Mw. N.A. de Glas hoopt op woensdag 15 april om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Treatment of older patients with breast cancer’. Promotor is Prof.dr. C.J.H. van de Velde. Mw. W.A. Heemskerk-van den Berg hoopt op woensdag 15 april om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Dysphagia in Huntington’s disease’. Promotor is Prof.dr. R.A.C. Roos. Dhr. M. van Leeuwen hoopt op donderdag 16 april om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Stijl en Politiek’. Promotoren zijn Prof. dr. T. van Haaften, Prof.dr. J.C. de Jong en Prof.dr. A. Verhagen.

Kracht van Expressie, Familiegeschiedenis schrijven en Instant Composition for Music & Dance. Inschrijven via www. lakcursussen.nl. Korting voor HSL- en UL-studenten!

de gemeente en de universiteit? Dan zijn wij op zoek naar jou! Kijk op onze website www.huurdersverenigingbres. nl voor meer informatie. Solliciteren kan tot 15 april.

Heb jij zin om vrijwilligerswerk te doen met straatkinderen in het buitenland? Tussen de 18 en 30 jaar oud? Bezoek dan www.samen.org en meld je aan voor het informatieweekend!

Algemeen bestuurslid gezocht Wil jij tijdens je studie bestuurservaring opdoen tegen een aantrekkelijke bestuursbeurs? Je inzetten voor de belangen van 6.000 studenten en direct inspraak hebben op het beleid van studentenhuisvesting? Overleg voeren met DUWO,

Wil jij lobbyen in Brussel of UNESCO toespreken in Parijs? Word jongerenvertegenwoordiger Europese Zaken of jongerenvertegenwoordiger naar UNESCO! Kijk op: jongerenvertegenwoordigers.nl. Deadline voor aanmelden: 4 mei

Klaar voor het jaar van je leven? NJR, koepel van jongerenorganisaties zoekt bestuursleden! Kijk op njr.nl/vacatures Deadline voor solliciteren: 18 april

Maretjes extra Maretjes-extra zijn bedoeld voor semicommerciële instanties. De prijs voor een Maretje-extra is €23,– incl. BTW voor elke vijfendertig woorden. U kunt deze advertenties uiterlijk op de vrijdag vóór het verschijnen van Mare opgeven bij Bureau van Vliet B.V., postbus 20, 2040 AA Zandvoort, telefoon 023-571 47 45. E-mail: Zandvoort@bureauvanvliet.com


2 april 2015 · Mare Cultuur

Agenda

Je moet het kunnen ruiken

FILM

Dansende naaktmodellen in de stadsgehoorzaal De Britse kunstschilder Lucian Freud liet naaktmodellen uren poseren. Jens van Daele maakte er een dansvoorstelling over. ‘Er is geen ontkomen aan de naaktheid.’ DOOR VEERLE VAN DER GRACHT ‘Het

stuk laat je kijken door de ogen van Lucian Freud’, vertelt Patricia van Deutekom. ‘Wij zijn net zoals zijn modellen: er wordt veel uithoudingsvermogen van ons gevraagd. Zij moesten vaak 48 uur poseren, wij moeten scènes uitvoeren, langer dan we fysiek aankunnen.’ Choreograaf Jens van Daele maakte een voorstelling over de Britse kunstschilder, die in 2011 overleed. Van Deutekom: ‘Er was geen ontkomen aan de naaktheid.’ Eén meisje opent de show door naakt op te lopen en haar kostuum aan te doen. Op het eind doet een jongen zijn kostuum juist weer uit. Ik hoef gelukkig zelf niet naakt. Ik dacht altijd dat wanneer ik het concept zou snappen ik het zou durven. Maar toen Jens het aan ons voorstelde, durfde ik niet meer. Het is toch moeilijk zo’n grens over te gaan.’ About Lucian gaat niet alleen over uithoudingsvermogen, maar ook over eerlijkheid en openheid. Van Daele: ‘Ik wil de dansers als eerlijke personen neerzetten en tonen zoals ze zijn. De dansers stellen zich kwetsbaar op: ze moeten zelf denken en zich blootgeven. Het is een goede uitdaging voor ze.’ ‘Voor mij is echtheid iets doen zonder opsmuk, mooimakerij en laten zien wie je bent’, vertelt Van Deutekom. ‘Je leeft je helemaal in, zodat het

publiek echt meemaakt wat jij voelt.’ De zes dansers van het stuk zijn in de loop van de tijd erg hecht geworden. ‘Je leert elkaar goed kennen door partner- of grondwerk. Dan lig je al bij de eerste repetitie op elkaar op de grond’, vertelt Van Deutekom. Zo maakt de groep samen veel mee. Van Deutekom: ‘We hadden één iemand die plots een ernstige blessure had. We wisselen nooit van cast, maar hebben het samen opgelost en dat heeft ons als groep

krachtiger gemaakt.’ Het is dan ook moeilijk voor de dansers om zo’n intense periode van repeteren en voorstellingen af te sluiten. ‘Zo’n gevoel krijg je nooit meer terug’, zegt Van Deutekom. ‘We zijn een outsider in de danswereld’, vertelt Van Daele. ‘Volgens mensen met een professionele dansachtergrond moet alles volgens de regels, en dat doen we niet. We maken hedendaags danstheater. Het gaat over dingen die nu leven. Zo hebben mensen

tegenwoordig weinig persoonlijk contact, door hun telefoon, laptop en tablet. Contact via Skype lijkt echt, maar is het niet. Daarom is een voorstelling geven zo geweldig. Dan zitten mensen tenminste rechtstreeks voor je in een stoel en kun je echt iets vertellen.’ Van Deutekom: ‘Je moet iets kunnen ruiken, horen en voelen.’ Jens van Daele’s Burning Bridges: About Lucian, Theater Ins Blau Wo 8 april, 20:30, vanaf €12.50

Alle media misbruiken One Man Show van Ronald Snijders in Theater Ins Blau

DOOR PETRA MEIJER ‘Al tijdens mijn studententijd was ik met een absurdistisch groepje aan het toeren. Mijn scriptie ging over ironie als postmodernistisch fenomeen in de tijdsgeest van de jaren 90. Je zag het toen bij Quentin Tarantino, Jiskefet en Paul de Leeuw. Ironie neemt geen stelling in, geeft niet prijs wat je vindt’, zegt Ronald Snijders, terwijl hij zich verontschuldigt voor zijn ‘enorme kater’. Hij is jarig. ‘Tegenwoordig is er meer satire. Cabaretiers verkondigen een mening met de suggestie van een alternatief voor hetgeen ze belachelijk maken. Dat spreekt mij minder aan. Het absurdisme biedt geen alternatief: het is gewoon vreemd. Satire reageert op de buitenwereld, absurdisme meer op de binnenwereld. De beleving wordt gekanteld, met een lach als resultaat. Kijk naar Monty Python. Ik houd van idioterie, maar op een intelligente manier.’ In One Man Show trekt een showmaster met een wervelwind van gasten, nieuwslezers en kandidaten aan je voorbij, allen door Snijders vertolkt. Zelfs de showdanseressen en konijnen ontbreken niet. ‘Het is een ouderwets groots tvamusement, inclusief showballet, orkest en rare onderdelen zoals de pincode-loterij. Het gaat razendsnel. Ik wil het publiek constant een stap voor zijn.’

Inspiratie haalt hij vooral uit de media. ‘Welke taal wordt daar gebruikt? Hoe lees je die berichten en waarom slik je ze in veel gevallen voor zoete koek?’ Door strakke, herkenbare mediavormen perfect te imiteren, kan Snijders de inhoud naar hartenlust manipuleren. Als serieuze nieuwslezer verkondigt hij dat uit wetenschap-

TRIANON Still Alice dagelijks 19.00 + 21.30, vrij. za. zo. ma. 15.30 KIJKHUIS The Look of Silence dagelijks 21.00 LIDO Divergent Series: Insurgent 3D dagelijks 18.30 + 21.30 The Kingsman: The Secret Service dagelijks 21.30

MUZIEK

DE TWEE SPIEGHELS 5 jaar De Twee Spieghels do. 9 april 20.00 gratis Jeroen Vrolijk: Pianist Series vrij. 10 april 21.00 gratis SSR ROTTERDAM Bont & Blauw 31 maart & 2 + 3 april 22.00 €9 GEBR. DE NOBEL Collision: Marco Bailey, Industrialyzer, Niereich, B2B Hackler & Kuch vrij. 3 april 23.00 vanaf €15 The Answer + Support: White Miles + The Picturebooks vrij. 10 april 20.00 vanaf €17.50 STADSGEHOORZAAL BLOF: In Het Midden Van Alles vrij. 10 april 20.15 vanaf €29 THEATER INS BLAU Daniel van Klaveren zo. 12 april 14.00 vanaf €8 SIJTHOFF GRAND CAFÉ Pianist Maurits Roes zo. 12 april 15.30 LEIDSE SCHOUWBURG Het Groot Niet Te Vermijden: For Once In My Life za. 11 april 20.15 vanaf €19.50 Joost Spijkers & Band zo. 12 april 14.30 vanaf €13.50 Frank Boeijen: In Concert 2015 do. 16 april 20.15 vanaf €19.50 AALMARKTZAAL Lunatree: Andriessen, Reich, Lang do. 16 april 20.15 vanaf €20

THEATER

‘Ik wil de dansers tonen zoals ze zijn.’ Foto Judith Zwikker

Gebleken uit wetenschappelijk onderzoek: mannen met een pistool hebben vaker gelijk. Welkom in het absurdistisch universum van Ronald Snijders. ‘Ik houd van idioterie, maar op een intelligente manier.’

11

pelijk onderzoek is gebleken, dat mannen met een pistool vaker gelijk hebben dan mannen zonder pistool. Snijders goochelt met woorden. Voor het boek De alfabetweter (‘iemand die beweert betere woorden te weten dan tot nu toe met het alfabet zijn gemaakt’) bedacht hij samen met Fedor van Eldijk duizend nieuwe woorden die het niet gaan halen. Van de weerman (‘een man die twee keer van geslacht is veranderd’), het tepelschaartje (‘schaartje om tepels mee af te knippen. Bijvoorbeeld. wanneer men helemaal krankzinnig geworden is’) tot de verwekkerradio (‘de radio van je (echte) vader’): zijn vondsten creëren een bizarre wereld die hij zonder al te veel moeite aan zijn publiek weet te verkopen. ‘Soms versta of lees ik dingen verkeerd. Maar het maken van nieuwe woordgrappen is af en toe ook echt ambachtswerk. Fedor en ik zitten elke week een paar uur samen online in een document te werken.’ Ook zijn Twitterfeed @NormaleMensen staat vol talige grapjes. ‘Show in Tiel gaat wegens omstandigheden gewoon door’, twitterde hij na de grote stroomstoring vorige week. En: ‘Wolf nu ook gezien in Nederlandse dierentuin.’ Snijders: ‘Later zou ik nog wel eens een film willen maken. Verder heb ik elk ander medium al kunnen misbruiken.’ Ronald Snijders, One Man Show Theater Ins Blau 16 april, 20:30 uur, € 17 Foto David Cohen De Lara

LEIDSE SCHOUWBURG Rayman & Brainpower: Twee-eiig za. 4 april 20.15 vanaf €15 Noord Nederlands Toneel: De twaalf gezworenen vrij. 10 april 20.15 vanaf €14.50 Eric van Sauers: Ontroert di. 14 april 20.15 vanaf €13 THEATER INS BLAU Jens van Daele’s Burning Bridges:About Lucian woe. 8 april 20.30 vanaf €12.50 Artemis: De dag dat de papegaai zelf iets wilde zeggen vrij. 10 april 20.30 vanaf €13.50 Ronald Snijder: One Man Show do. 16 april 20.30 vanaf €14.50 LUCENT DANSTHEATER Nederlands Dans Theater: Strong Language do. 16, vrij. 17, za 18. april 20.00

DIVERSEN

VOLKENKUNDE Tentoonstelling: Geisha 10 oktober 2014 t/m 25 mei 2015 MUSEUM DE LAKENHAL Tentoonstelling: Een Deftige Parade. De Selectie van Rudi Fuchs 11 oktober 2014 t/m 31 mei 2015 RIJKSMUSEUM VAN OUDHEDEN Tentoonstelling: Carthago 27 november 2014 t/m 10 mei 2015 MUSEUM BOERHAAVE Tentoonstelling: Foodtopia 6 februari 2015 t/m 1 november 2015 BOEKHANDEL KOOYKER Opening Boekhandel Kooyker za. 4 april 14.00 ODESSA De DEAL Foundation: benefietavond Malaysia Temptation do. 9 april 21.00 VAN STOCKUM Frank Okker: Rouffaer, de laatste Indische ontdekkingsreiziger do. 16 april 19.00 gratis


12

Mare · 2 april 2015

Kamervragen

Inburgeren

Vragenlijst

Foto Taco van der Eb

‘Het is nog een beetje kaal’ Taylor Mae Bouwman (20, internationale betrekkingen en organisaties) Huis: De Leidse Schans. Omegaplantsoen 370 Grootte:13 m2 Kost: 280 excl. Bewoners: 2 Is dit je eerste kamer? ‘Ik kom uit Leiden. Anderhalf jaar geleden wilde ik uit huis, maar ik vond het ook een beetje eng. Ik kende een meisje uit mijn voetbalteam dat haar studio op het Hildebrandpad voor drie maanden in de onderhuur deed. Zo kon ik het even rustig uitproberen.’ Hoe beviel dat? ‘Het was wel chill, maar de noodzaak was er nog niet echt, dus na de drie maanden ben ik weer bij mijn ouders gaan wonen. Als je op kamers gaat moet je ineens alles zelf betalen. Daar-

naast zag ik het niet zitten om te wonen in een groot, ranzig studentenhuis met twintig mensen. Met zo’n nasty vloer en waar iedereen zijn shit laat staan. Ik ben echt geen neuroot, maar het moet wel een beetje netjes zijn.’ Heb je daarom voor dit appartement gekozen? ‘Ja. Op het Hildebrandpad vond ik het toch een beetje saai. Iedereen zat achter zijn eigen gesloten deur. Ik stond al ingeschreven bij DUWO en wist dat ze hier gingen bouwen. Ons gebouw bestaat voornamelijk uit studio’s, maar er zijn ook vijf appartementen. Mijn huisgenootje en ik hebben allebei een eigen kamer, maar een gezamenlijke woonkamer en keuken. Dat is wel zo gezellig. En omdat we hier allemaal tegelijk kwamen wonen, schept dat een band. We heb-

ben al twee keer met de gang gegeten. Er ontstaat een soort community.’

huiskamer klinkt hol en is nog behoorlijk ongezellig.’

Zijn er nadelen? ‘We worden elke dag om zeven uur ’s ochtends wakker van de machines. Het geluid van boren en klussen gaat de hele dag door. De Gamma aan de overkant doet goede zaken.’

Wat vind je het fijnste aan je kamer? ‘Mijn bed! Ik ben echt ongelofelijk lui, dus heb al mijn werkcolleges om negen uur ingepland. Op die manier push ik mezelf; anders ga ik alleen maar Netflix kijken en blijf ik de hele dag tegen mijn college aanhikken. Zo heb ik tijd om ’s middags of ’s avonds te werken. Ik werk bij Albert Heijn – vandaar ook alle moestuintjes. ‘Mijn kamer is nog een beetje kaal, er moet meer kleur komen. Ik wil een muursticker met een corny tekst of gekleurde bloemen. Een mooie reden om naar Ikea te gaan. Ik houd van Ikea: je wilt één ding hebben, en komt met honderd spullen thuis.’

Heb je zelf ook geklust? ‘We hadden verf en laminaat gekocht, toen bleek dat we niets aan de woonkamer mochten veranderen. Je betaalt in principe voor je kamer, dus de woonkamer is eigenlijk nog van DUWO. Daar ligt een lelijke felblauwe linoleumvloer en ook de witte muren mochten niet worden geschilderd. We hadden verf laten mengen, dus die konden we niet meer terugbrengen. De

DOOR PETRA MEIJER

Deze week boog het college van bestuur zich samen met de universiteitsraad over de vragenlijst die scholieren van het ministerie van Onderwijs moeten invullen om te zien of ze geschikt zijn voor hun gekozen studie. Een van de vragen op de lijst is de vraag of de ouders van de scholier al dan niet gestudeerd hebben. De raadsleden van de verschillende studentenpartijen mogen het dan niet zo’n probleem vinden, maar de Abvakabo, de personeelspartij in de raad, heeft volkomen gelijk als ze stelt dat zo’n vraag niet thuishoort op een vragenlijst voor aanstaande studenten. Ik ben zelf zo’n ‘social climber’. Mijn moeder is opgeleid tot psychiatrisch verpleegkundige, mijn vader is begonnen als technisch tekenaar. Ook mijn opa’s en oma’s hebben nooit gestudeerd. Volgens de statistieken heb ik daarmee een grotere kans dat ik mijn studie niet zal afmaken. Nu ben ik weliswaar al zes jaar bezig, maar ik ben nog steeds van plan om mijn studie netjes af te ronden. Volgens andere statistieken zou ik als eerstegeneratiestudent vaker een studie kiezen met een grote kans op een baan en een hoog inkomen, zoals econometrie, rechten of bedrijfskunde. Na een bachelor geschiedenis ben ik nu bezig met een master filosofie. Dat ik de eerste in mijn familie ben die ooit aan een universiteit is begonnen, gaat niemand iets aan. Dat de vragenlijst nu alleen maar gebruikt wordt om te kijken of iemand geschikt is voor een bepaalde studie en geen invloed heeft op de toelatingskansen, maakt daarbij niet uit. Het zegt niets over mijn geschiktheid of mijn ouders gestudeerd hebben. Net zoals het niet uitmaakt of ik aan depressies leid, ADHD heb of met links schrijf. Tenzij je een pilotenopleiding wil volgen, natuurlijk. Wat zou je wel moeten vragen? Waarom je voor een bepaalde studie hebt gekozen, of wat je van een studie verwacht. Als je je inschreef voor astronomie omdat je graag wil weten wat de sterrenbeelden zeggen over je toekomst, lijkt me de kans dat je de studie zult afronden klein. Ook een taaltoets, of wiskundetest voor de bètastudies, zou wat mij betreft mede mogen bepalen of iemand toegelaten wordt voor een bepaalde studie. Er is niets tegen selectie aan de poort. Maar selecteer op relevante dingen. Al geeft het natuurlijk een veel beter beeld voor zowel de scholier als de opleiding wanneer de aspirant-student gewoon een half uurtje zou gaan praten met de studiecoördinator, de studiebegeleider of een docent van een eerstejaarscollege. Dan kan je gewoon even kennis maken en hoef je geen ingewikkelde vragenlijsten te verzinnen met verschillende categorieën en een cijfer om aan te geven of je het eens bent met een bepaalde stelling. Maar dat zullen ze in Den Haag wel weer te weinig bureaucratisch vinden, en te menselijk bovendien. TIM MEIJER

Bandirah

Mare 25 (38)s  
Mare 25 (38)s  

Leids universitair weekblad Mare

Advertisement