Page 1

18 april 2013 36ste Jaargang • nr. 25

Heerlijk anti-alles Pagina 11

We hebben geluk, zegt Steven Pinker. De wereld wordt steeds zachtaardiger

Vijf maanden in de wacht voor een Leidse master. Een UvA-student is boos

Even een kaartje leggen met Bill Gates. Bridge en de nieuwe hoerigheid

Pagina 7

Pagina 8

Pagina 9

Kenneth Marcus. Foto Kees van de Veen

Het duistere toerisme Waarom bezoeken we plekken waar gruwelen plaatsvonden?

Toen hij de lange rijen zag kleumen voor het Achterhuis, wilde de Amerikaanse historicus Kenneth Marcus meer weten over deze vreemde vorm van toerisme. Mare bezocht met hem het doorgangskamp Westerbork. het kamp? Echt ongelofelijk’, zegt de Kenneth Marcus, professor geschiedenis aan de University of La Verne in Californië. Hij kijkt naar haarscherpe zwart-witbeelden van een vrouw die sierlijk danst op een podium. Een man met saxofoon komt op, samen swingen ze er op los. In een volgende scène spelen twee heren een sketch. Even later blijkt dat de beelden wel degelijk in kamp Westerbork zijn geschoten. De Duits-Joodse kampgevangene Rudolf Breslauer maakte

de film in opdracht van kampcommandant SS-Obersturmführer Albert Konrad Gemmeker. Het is een optreden in het voorportaal van de hel. De acteurs en dansers wacht een vrijwel zekere dood in de concentratiekampen in Polen en Duitsland. Met die gedachte in het achterhoofd doen de vrolijke beelden pijn aan de ogen. Van 1939 tot 1942 werden in Kamp Westerbork in Drenthe Joden opgevangen die gevlucht waren uit Duitsland. Vanaf 1942 wordt het een Durchgangslager waaruit meer dan 107.000 Joden, Roma en Sinti en verzetsstrijders op transport werden gesteld naar de vernietigingskampen. Ook regisseur Breslauer overleefde de oorlog niet. Gemmeker zat slechts kort vast en overleed in 1982. Al die tijd volhoudend dat hij niets van de Shoah wist. Marcus, die in het kader van het Fulbright programma dit semester

gastdocent is bij de opleiding geschiedenis, is een onderzoek gestart naar dark tourism. Hij wil weten waarom mensen plekken bezoeken waar gruwelen hebben plaatsgevonden. En hoe deze terreinen zijn ingericht en hoe hun status in de loop der tijd verandert. Het is een relatief jong onderzoeksveld. De term is in 1996 bedacht door John Lennon en Malcolm Foley van Glasgow Caledonian University. Het wordt ook wel thanatoerisme genoemd, een verwijzing naar Thanatos, de personificatie van de dood, in de Griekse mythologie. ‘Ik ben hierin geïnteresseerd geraakt door de toenemende aandacht voor kampen in de Verenigde Staten waar Japanse Amerikanen in de Tweede Wereldoorlog vastzaten. In Amsterdam zag ik een lange rij toeristen buiten in de snijdende kou wachten om het Achterhuis te bezoeken. Dat is toch frappant. Ik wil

graag weten waarom dat zo is.’ Zijn aandacht richt zich weer op de filmbeelden. De revue was op dinsdagavond, de dag dat de treinen naar Auschwitz en Sobibor vertrokken. Ook Anne Frank en haar familie werden hier op transport gesteld. ‘Juist dan probeer je natuurlijk tegen beter weten in de moed er in te houden’. Het kamp wordt nu door 130.000 bezoekers per jaar bezocht, de helft daarvan zijn kinderen. ‘Maar opvallend genoeg werd het terrein na de Tweede Wereldoorlog niet meteen gesloopt maar bleef het in gebruik.’ Eerst werd het een interneringskamp voor NSB’ers. ‘En toen zaten er ook nog 850 joden die nog niet elders konden worden opgevangen. Dat moet een moeilijke en surreële situatie voor hen zijn geweest.’ Ze werden zelfs ingezet om de NSB’ers te bewaken. In 1971 werd het kamp gesloten nadat het onderdak had gegeven aan

Studieschuld is toch geen gewone schuld

Weinig animo voor raadslidschap

Puntenverlies dreigt voor trage student

Taxus bedreigd door ‘Koos Kettingzaag’

Het Bureau Krediet Registratie (BKR) gaat studieschuld op een andere manier meetellen dan gewone schulden. Eerder was hierover ophef ontstaan.

De zetels voor personeelsleden in de faculteitsraad van Geesteswetenschappen raakten maar met moeite gevuld. De voorzitter: 'Het is slecht voor je cv.'

Cijfers van rechtenstudenten die in 2009 aan hun bachelor zijn begonnen en die eind augustus niet hebben afgerond, verliezen hun geldigheid.

Een boom bij het bestuursbureau moet wijken voor een koningslinde. Op Twitter woedt de strijd tussen @TitusdeTaxus en @Kooskettingzaag.

Pagina 4

Pagina 4

Pagina 5

Pagina 5

DOOR VINCENT BONGERS ‘Is dit gefilmd in

Molukkers. De barakken werden afgebroken. Pas de tweede generatie na de oorlog kreeg er behoefte aan om een monument op te richten op het terrein. Het Nationaal Monument werd in 1970 onthuld. Pas in 1983 werd er echt werk gemaakt van het herdenken en werd het herinneringscentrum met museum geopend. Er werd voor gekozen om de barakken niet te herbouwen, slechts de fundamenten zijn zichtbaar. Een klein stuk van de muren van de strafbarakken is in beton herschapen. ‘Ik ben verbaasd over deze “suggestie”. Ze wilden niet reconstrueren maar suggereren. Ik zou de voorkeur hebben voor reconstructie, zodat je naar binnen kunt lopen en het gevoel krijgt hoe het was. In het museum krijg je wel een inkijk. Daar hebben ze een klein deel van het interieur nagebouwd, compleet met stapelbedden en houten vloer. Dat was erg effectief, ook door de geluidseffecten van krakende bedden en huilende baby’s. Het maakt het dagelijks leven van de gevangen bijna tastbaar.’ Tom Janssen (22) uit Den Bosch duwt een kinderwagen naar een maquette van het kamp en legt uit waarom hij naar Westerbork is gekomen. ‘Wij zijn geïnteresseerd in de oorlog. We wilden ook een culturele lading geven aan het familieweekend en niet alleen maar lol hebben. Het is wel indrukwekkend.’ Ook Marie Louise Kooter (37) en Karin de Lange (29) zijn met jonge kinderen op stap. ‘Wij willen ze toch wat meegeven, iets educatiefs’, zegt Kooter. ‘Het is goed om hier te zijn, om te zorgen dat het niet nog een keer gebeurt.’ De Lange: ‘Het is ook een eerbetoon aan de mensen die hier hebben vastgezeten en later zijn vermoord. Het mag niet worden vergeten.’ Marcus: ‘Dat vind ik toch opvallend. In Nederland en vooral Duitsland natuurlijk is er erg veel aandacht voor de kampen. In Frankrijk is er weinig sprake van dit soort soul searching en schuldgevoel. In ieder geval ben ik het niet tegengekomen, toen ik er woonde.’ Hoe dat komt? ‘Wellicht heeft dat te maken met de hoge graad aan collaboratie. Er is minder een gevoel van “Het is verschrikkelijk wat er is gebeurd. De gedachte is meer: “Zo was het nu eenmaal.”’ > Lees verder op pagina 6

Bandirah Pagina 12


2

Mare · 18 april 2013 Geen commentaar

Neveneffect: leraar worden Ben jij ook zo genaaid door die ene glossy brochurefolder van je opleiding waar je nu al twee jaar met flinke tegenzin college volgt? Dat krijg je ervan als je je als naïeve zesdeklasser gaat oriënteren op een studie. De ene brochure ziet er nog strakker uit dan de andere, de lekkerste chick van de studie is ervoor gefotografeerd en de vakinhoud is zo aantrekkelijk mogelijk geformuleerd. Om niet nog meer scholieren in deze nare val te lokken is er nu iets nieuws: de universitaire studiebijsluiter! Delft gaat hem als eerste invoeren en om zo studenten in spé beter voor te bereiden op zijn studiekeuze. Leiden kan natuurlijk niet achterblijven. Daarom alvast de studiebijsluiter van Nederlandse taal en cultuur, toevallig mijn eigen studie

DOOR SEBASTIAAN VAN LOOSBROEK

1. Arbeidsmarkt. Baanzekerheid is een heikel punt. Je bent na afronding van de opleiding een geesteswetenschapper en dat zegt eigenlijk al genoeg. Je zal het moeten doen met een vage baan als communicatieadviseur of beleidsmedewerker. De richting Journalistiek is weliswaar een echte

Colofon Redactie-adres Pieterskerkhof 6 2311 SR Leiden

studententrekker, maar in die sector valt nauwelijks droog brood te verdienen. Gelukkig is er steeds meer vraag naar docenten Nederlands in het middelbaar onderwijs. Een derde van de studenten komt daar dan ook terecht. Voordeel: als je voor de zoveelste keer wordt gevraagd: ‘Een studie Nederlands? Wil je leraar worden?’ hoef je niet meer uit te leggen dat je iets anders ambieert maar antwoord je: ‘Daar zal het wel op uitdraaien.’ 2. Aantal eerstejaars. Dit wordt elk jaar minder. De meeste scholieren hebben inmiddels door dat je je kansen vergroot bij een faculteit als Rechten. Wees dus niet verbaasd als je straks met tien lotgenoten je tijd moet doorbrengen. 3. Contacturen. Schrijven is schrappen, zeggen ze bij de opleiding. Bezuinigen is minder colleges, zeggen ze in de politiek. Dus reken op z’n acht uurtjes in de week. De rest van de tijd moet je zelf de discipline opbrengen om de theorie tot je te nemen. Laatste waarschuwingen: heb niet de illusie dat je een uitmuntende recensent wordt na het vak ‘Analyse van proza’ of een speechwonder à la Obama na ‘Retorische analyse’. En wanna be-romanciers: ga vooral geen Nederlands studeren. Je wordt toch ook geen politicus na een studie politicologie? Wist je al dat je minder schrijfopdrachten krijgt dan de gemiddelde sociaalwetenschappelijke student? Dan weet je het nu. Op je gezondheid!

Telefoon 071–527 7272 Fax 071–527 7288 Website mareonline.nl E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl

De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000

Column

Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl Redactie

Thomas Blondeau redactieleiden@gmail.com Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl Sebastiaan van Loosbroek (stagiair) vanloosbroek1992@gmail.com

Judith van Hoogdalem (stagiaire) j.j.van.hoogdalem@umail.leidenuniv.nl Medewerkers

Robbert van der Linde • Petra Meijer • Benjamin Sprecher • Marit de Vos • Geerten Waling • Anne van de Wijdeven Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving Marijke Hoogendoorn • richgirl-design.com Drukwerk Dijkman Offset Amsterdam Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Fax 023 - 571 76 80 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • prof. dr. A.J.W. van der Does • drs. B. Funnekotter • dr. H. Heestermans • L. ten Hove • D. Jacobs • prof. dr. J.J.M. van Holsteyn • Prof. dr. F. Israel • mr. F.E. Jensma • E. Kastelein • S. Kerkhof • E. Merkx • C. Regoor • prof. dr. N.J. Schrijver • R.van Wijk • C. van der Woude Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op bankrekening 1032.57.950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200900100) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare. leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

Managers & medezeggenschap In mijn mailbox een belangrijk bericht van de Franse Nationale Bibliotheek. Of ik mij verkiesbaar wilde stellen voor een positie als abonneevertegenwoordiger in de medezeggenschapsraad. Dit alles natuurlijk niet voordat elk stadium van een fatsoenlijke democratische verkiezing is doorlopen: drie voorrondes, verkiezingsdebatten, lastercampagnes. Nergens wordt democratie zo bloedserieus genomen als in Frankrijk. Voor je het weet ben je daar klantenvertegenwoordiger in de ondernemingsraad van de bakker op de hoek, zit je in de medezeggenschapsraad van je favoriete disco en doe je de kascommissie van de straatkrant. Is dat stapelen van politieke functies geen probleem? Welnee, zelfs de Franse parlementariërs zijn tegelijkertijd minister of burgermeester. Het moge duidelijk zijn dat een wereld vol medezeggenschap een utopie is gebleken. Inspraak is goed, maar zodra die inspraak verandert in pure macht - vaak vetomacht - verliest een bedrijf, universiteit of samenleving alle slagkracht. Het heeft Frankrijk economisch kapot gemaakt en ook Nederland is niet aan de ‘zegeningen’ van 1968 ontsnapt. Maar in koopmansland Nederland heeft het er vooral toe geleid dat bestuurders de moeilijke besluiten die ze moeten nemen gaan verpakken in allerhande blije boodschappen. Luister maar naar ons college van bestuur... Een bezuiniging is een ‘kans’, krimp is een ‘uitdaging’. Sterker nog: bezuinigingen leiden eigenlijk automatisch tot excellentie. Nou, dat is toevallig! Is dat niet precies wat de regering van ons wil? Minder geld, meer excellentie? Negatieve maatregelen frame je niet zo maar weg met marketingtaal. De mondige kiezer, werknemer of consument prikt daar dwars doorheen. Net als de bibberende treinreizigers die op een besneeuwde wintermorgen de commercieel directeur van HiSpeed (mevrouw Kaper, nomen est omen) op Radio 1 hoorden zeggen dat de Fyra last had van ‘opstartproblemen’. En dan doelde ze op het project, niet op de locomotief. Maar verder was het een trein met ‘de beste prijs-kwaliteitverhouding’. Zo ‘best’ zelfs dat het inmiddels onzeker is of we die dure treinstellen ooit nog langs Leiden zullen zien razen. Een ander mooi voorbeeld van hoe het niet moet

gaf onze onlangs opgestapte rector magnificus. Die weigerde in een interview met Mare te praten over de ophef over zijn riante vertrekregeling in tijden van bezuinigingen en ontslag. Uiteindelijk zag hij van een deel van die beloning af. Zijn enige commentaar: ‘Er werd gewoon te veel over geschreven en gepraat en dat was niet in belang van de organisatie.’ (Mare, 17) Dat klinkt nou niet echt als een berouwvolle boetedoening van een tot inkeer gekomen bestuurder. Maar het goede nieuws: erover schrijven en praten werkt dus wel! Ook de kritische vragen in de Universiteitsraad hebben geholpen. Juridisch is die raad misschien een tandeloze tijger, in de praktijk blijkt ze toch een blok aan het been van de bestuurder. Al is het maar omdat een mailtje aan Mare zo is verstuurd en een rel snel is geboren. Deze niet te onderschatten soft power van massa, media en medezeggenschap doet langzaam het besef doorsijpelen dat we op weg zijn naar een nieuwe bestuurscultuur. De enige optie die managers in dit tijdperk hebben is eerlijkheid en openheid. Elke uitvlucht of maskerade is een schot in eigen voet. Een goede manager gaat hier niet alleen in mee, maar draait de zaak om. Nu is het altijd de Universiteitsraad die in haar vergaderingen vragen stelt aan het college van bestuur, en opheldering eist over gevoelige dossiers. Een slim college probeert het eens helemaal andersom en gaat vragen stellen aan de raad. Sterker nog: het geeft de raad in een vroeg stadium alle informatie over fusieplannen, bezuinigingsoverwegingen en ICT-aankopen en vraagt haar mee te denken. Wat is er mis mee om je personeel en studenten serieus te nemen? Door er vanaf het begin af aan samen in te staan, is er nooit ruimte voor een debacle zoals op de VU. Nogmaals: onbeperkte inspraak stimuleert een radendemocratie die zelfs de meest verstokte utopisten niet zouden verdragen. Maar te weinig laat de macht over aan de grootheidswaan van managers met een schaalvergrotingsfetisj. Medezeggenschap is de eeuwige zoektocht naar een wankel evenwicht. Geerten Waling doceert en promoveert bij geschiedenis


18 april 2013 · Mare 3 Mensen

Foto Taco van der Eb

Delen helpt wetenschap vooruit Leidse onderzoekers pleiten voor openbaarheid data Wetenschappers moeten hun onderzoeksdata voor iedereen openbaar maken, vindt Paul Wouters. Technisch kan het allang, maar onderzoekers aarzelen nog steeds. Door Sebastiaan van Loosbroek Met drie co-auteurs van de Universiteit Leiden schreef Paul Wouters het internationale rapport The value of research data – metrics for datasets from a cultural and technical point of view dat vorige week werd gepubliceerd. De directeur van het Cen-

071 -527 …

Paul Wouters: ‘Oude knarren moeten leren publiek verantwoording af te leggen.’

trum voor Wetenschap en Techniek Studies (CWTS) pleit ervoor dat wetenschappers hun data delen met de buitenwereld. Dat zou fraude verminderen. Bovendien is veel onderzoek gefinancierd met publieksgeld. ‘De discussie over het delen van data is er al sinds het begin van de wetenschap, vanaf de zeventiende eeuw. Niets nieuws dus. Wat wel nieuw is, is dat wetenschappers tegenwoordig heel actief zijn op het web. Dat maakt het delen van data op nieuwe manieren mogelijk. Veel

onderzoekers hebben daar nog steeds aarzelingen bij. Ze zien zichzelf als de eigenaar van hun data. Ze willen de gelegenheid hebben om foutjes eruit te halen voor ze de gegevens beschikbaar stellen voor analyses van andere onderzoekers.’ Nu worden onderzoekers nog beoordeeld op hoe vaak ze gepubliceerd hebben in welk prestigieus tijdschrift en hoe vaak ze worden geciteerd - niet op de bijdragen die ze leveren aan het delen van hun data. Dat moet veranderen, vindt Wouters, want het kost veel tijd om die te

verwerken en toe te lichten. Toch is het van belang dat het wel de norm wordt, want volgens Wouters helpt het delen van data de wetenschap met sprongen vooruit. ‘Fouten kunnen sneller worden bestreden doordat er meer wetenschappers naar kijken. Dat vergroot de objectieve waarde van het onderzoek. Daarnaast kunnen onderzoekers die het vanuit een ander perspectief bekijken op nieuwe ideeën komen. Je versnelt zo het proces van wetenschappelijke ontdekkingen. Bovendien bevordert het de transparantie, wat mooi helpt tegen fraude.’ Maar veel wetenschappers staan dus niet te springen om mee te gaan in Wouters’ plan. De vraag is hoe die overgehaald kunnen worden. ‘We moeten de wetenschappers overtuigen van de voordelen. Gelukkig maakt de nieuwe generatie onderzoekers veel gebruik van social media waarop ze informatie delen. De gedachte is dat die generatie minder de neiging heeft de data voor zichzelf te houden dan de mijne. Als dat inderdaad zo is, lost het probleem zichzelf op. En de oude knarren die nu hoogleraar zijn moeten leren dat ze publiek verantwoording afleggen als ze publiek gefinancierd worden.’ Daar moet wel een beloning tegenover staan. ‘Daarvoor zijn verschillende modellen waarmee we kunnen experimenteren. Je kunt kijken naar de hoeveelheid werk die de wetenschapper heeft geïnvesteerd in het delen van de data, en door wie de data vervolgens worden gebruikt. Het waardesysteem zal te vergelijken zijn met hoe we nu kijken naar hoe vaak een wetenschapper is geciteerd.’ Financiële beloning werkt niet, denkt Wouters. ‘Ik denk dat wetenschappers het belangrijker vinden dat het meeweegt in hun carrière. Financiële impulsen werken maar tijdelijk.’

Bulderen als drug en medicijn is topsport. Na drie minuten hardlopen is je hartslag net zo hoog als na twintig seconden intensief lachen’, vertelt Sharon de Meneges, lachtherapeute van beroep. Maandag geeft ze een lachworkshop bij studievereniging Emile van pedagogische wetenschappen. Lyke Dijkhuizen (18, eerstejaars pedagogische wetenschappen), lid van de activiteitencommissie van Emile, kwam op het idee van de workshop: ‘Een vriendin van me loopt vaak langs het Vondelpark en dan ziet ze altijd een groepje mensen in een kringetje lachen. Toen dacht ik: dat kunnen we ook doen met de studievereniging.’ Het lokaal in het faculteitsgebouw van Sociale Wetenschappen, waarvan de muren beplakt zijn met papieren smileys, loopt langzaam vol. Het gezelschap is vrouwelijk, op een enkele jongen na. De Meneges vertelt wat er gaat gebeuren. ‘We gaan lachyoga doen. Het is bedacht door een cardioloog in India. Weten jullie waarom lachen zo gezond is? Omdat je stofjes aanmaakt die een positief gevoel geven. Net als wanneer je een wijntje op hebt, hardloopt of een pilletje hebt genomen.’ En, voegt ze eraan toe, het verlaagt de stress en helpt tegen vervelende griepjes. Om warm te draaien doet ze een paar oefeningen voor. Eerst moeten de polsen los, vervolgens moeten ze de ellebogen naar achteren bewegen - ‘Dan kunnen jullie alvast oefenen als jullie later gaan werken’. Verder moeten er harde oergeluiden worden gemaakt. ‘Zonder gêne.’ Daarna is het tijd voor wat ‘zelfhulp

met de handen. Dat klinkt fout, maar het is iets anders dan jullie denken.’ Massage van de handen zorgt namelijk voor een goede energiedoorstroming. De deelnemers leggen de handen op elkaar en moeten bukken. Dan veren ze op en dienen een enorme lach uit te stoten. Hier en daar wordt gegiecheld. ‘Nu ga ik jullie in groepen indelen. Groep één gaat de hartelijke lach doen, groep twee de buiklach en groep drie de

giechellach. De buiklach is de lage lach van de Kerstman. Dan stuur je je adem naar beneden.’ Ze verdeelt de groepjes en geeft als een dirigent aan welke groep wanneer moet lachen. In no time is het lokaal gevuld met een oorverdovend lawaai van piepende en bulderende studenten. ‘Stop maar!’ roept de therapeute lachend. ‘Het doet pijn aan m’n oren. Jullie zijn allemaal geslaagd. Het kind in jullie

Orde houden in de klas is een van de lastigste dingen voor een leerkracht in opleiding. Romi de Jong promoveerde op een onderzoek over hoe leraren het beste chaos in de klas kunnen voorkomen. De leerlingen hielpen haar. U heeft leerlingen vragen laten invullen over stageleerkrachten. Waarom? ‘Er zijn natuurlijk leerkrachten die als een les enorm uit de hand loopt, vinden dat het best een gezellig uurtje was. Dus het is van belang dat we ook informatie krijgen van de leerlingen. Hoe zit dat in die koppen van de leerlingen?’ Hoe groot is de groep die wanorde voorkomt? ‘Dat is lastig in cijfers uit te drukken. Maar uit een analyse van de informatie van de leerlingen blijkt dat dertig procent van de stageleerkrachten aan het einde van de lerarenopleiding een gunstig sociaal klasklimaat weet te creëren.’ Is dat niet heel weinig? ‘Het is inderdaad best een kleine groep. Maar het is heel belangrijk om er rekening mee te houden dat het stagiairs zijn. Een groot deel van de leerkrachten leert pas hoe ze orde moeten houden als ze zijn afgestudeerd. Al doende leer je wat dat betreft toch het meeste. Ook ervaren leerkrachten slagen er niet altijd in dat gunstige klasklimaat te verkrijgen en het hele jaar te behouden. Het wordt nooit 100 procent.’ Wat viel op aan antwoorden die leerlingen gaven op uw vragen? ‘Er is een aantal methoden om wanorde te voorkomen of in te perken die we sensitief noemen. Sensitief disciplineren is bijvoorbeeld uitleg geven welk gedrag wel en niet wenselijk is, of goed gedrag belonen.’ Gebeurt dat vaak? ‘Veel leerkrachten zijn hier huiverig voor omdat ze denken dat ze dan als softie gezien worden, maar dat is niet zo. Een schouderklopje kan wel degelijk heel goed werken. Een leerkracht verliest gemiddeld gezien geen overwicht als deze zich vriendelijk opstelt.’

Frutti di Mare

Door Sebastiaan van Loosbroek ‘Lachen

Softie vs boeman

is nog niet verdwenen!’ De enige jongen die deelneemt, Andy van der Linden (19, eerstejaars pedagogische wetenschappen), vond het fantastisch. ‘Ik hou van lachen! En deelname was ook maar twee euro.’ Vond hij het af en toe niet een beetje ongemakkelijk? ‘Nee, helemaal niet. Ik heb geen enkel gevoel voor schaamte. Op een gegeven moment heb ik aan één stuk door gelachen.’

Maar straffen is soms toch wel nodig? ‘Uiteraard. En we zijn er ook achtergekomen dat leerlingen ook helemaal niet negatiever denken over leerkrachten die straffen uitdelen. Leerkrachten, met name beginnende leerkrachten, zijn best wel een beetje bang om te straffen. Ze willen niet als een boeman overkomen, terwijl leerlingen het helemaal niet vreemd vinden als er gestraft wordt.’ Is het verstandig om eens flink tekeer te gaan in de klas? ‘Nee. Een agressieve aanpak werkt niet. Uit je slof schieten, schreeuwen, sarcastische opmerkingen, of grappen ten koste van een leerling - dat kun je beter niet doen.’ Waarom niet? Uit de reactie van leerlingen blijkt dat leerkrachten dan niet alleen onvriendelijk gevonden worden, maar tegelijk ook overwicht verliezen. Het levert weinig op.’

Therapeutisch lachen. ‘Ik heb geen enkel gevoel voor schaamte.’ Foto Taco van der Eb

Is er nog een verschil tussen mannen en vrouwen die voor de klas staan? ‘Ja, bijvoorbeeld bij een agressieve manier van disciplineren. Zowel bij mannelijke als bij vrouwelijke leerkrachten hangt dit negatief samen met het klasklimaat. Niet alleen omdat de leerkracht als minder vriendelijk wordt gezien, maar ook omdat deze in de ogen van leerlingen minder overwicht heeft. ‘Het genderverschil is dat dit effect voor vrouwelijke leerkrachten sterker is dan voor mannen. Zij worden veel meer als vijandig gezien dan mannelijke leerkrachten met dezelfde agressieve aanpak.’ VB


4  Mare · 18 april 2013 Nieuws

Beer Pong blijkt bacteriebron Het drankspelletje Beer Pong kan je besmetten met nare ziekmakers. Voor de leek: bij Beer Pong vul je aan twee kanten van de tafel een aantal glazen met bier. Aan elke kant van de tafel staat een speler, en die moet proberen om een pingpongballetje of kroonkurk in een glas aan de overkant te werpen. Studenten van de Amerikaanse Clemson University maakten een rondje over hun campus om wat van die balletjes te verzamelen. Niet alleen waren daar soms ziekmakende bacteriën als Salmonella, Listeria en de darmbewoner E. coli op te vinden, de studenten lieten ook zien dat die bacteriën van het balletje in het bier terecht kunnen komen.

Nieuwe LUC-dean Het college van bestuur heeft een nieuwe dean benoemd voor Leiden University College The Hague. Jos Schaeken volgt per 1 juli Chris Goto Jones op. Schaeken studeerde Slavische taal- en letterkunde en promoveerde aan de Universiteit Leiden in 1987, toen hij pas 24 was. Na verschillende functies bij universiteiten in binnen- en buitenland is hij sinds 2003 hoogleraar Slavische en Baltische talen en cultuurgeschiedenis bij zijn alma mater. Van 2005 tot 2009 was hij ook wetenschappelijk directeur van het LUCL.

Prominente pikken De uitspraken en wijsheden van de Facebook-pagina Prominente Pikken en Snerpende Hertjes hebben Minerva geïnspireerd tot het maken van een lied. Het nummer, getiteld Snerpend Hert, volgt de beslommeringen van een prominente pik, met swag, in frases als ‘Ben dol op arbeid, ach lul, kan er uren naar kijken’ en ‘Daarna zoek ik een hertje voor mijn kroonjuweel, dit prominente lid tussen mijn benen is wat zij wil’. Een afvaardiging van Minerva neemt met het lied deel aan het Intercorporaal Songfestival dat op 2 mei in Leiden wordt georganiseerd. Het nummer is te beluisteren op YouTube.

Damesvoetballers kampioen Het team Dames 1 van de Leidse studentenvoetbalvereniging Football Factory wordt zondag tot kampioen gekroond in de voorjaarscompetitie van de vijfde klasse. Het team traint op de velden van het Universitair Sportcentrum en de thuiswedstrijden werden de afgelopen tijd dan ook gespeeld op het nieuwe kunstgrasveld. De LVV Football Factory werd in 2008 opgericht en heeft ook twee herenteams. Met name het damesvoetbal zit sinds kort in de lift. Afgelopen seizoen kwam er een tweede damesteam bij en trainer Roel Gielkens hoopt na de zomer zelfs een derde team in te kunnen schrijven bij de KNVB.

Quintus zoekt verhaal Op zaterdag 25 mei organiseert Quintus voor de vijfde keer de Museumnacht Leiden. Op het programma staan onder meer een wipe-outbaan bij het Sieboldhuis, lasergames in de Pieterskerk en lezingen van Maarten van Rossem, Lydia Rood en Freek Vonk. In de programmering is ook nog een plekje over voor een voordracht door de student die de Museumnachtverhalenwedstrijd wint. Het thema van de wedstrijd is ‘verleiding’ en inzendingen moeten beginnen met het volgende citaat van schrijver Gustaaf Peek: ‘Die laatste zin had iets hardnekkigs, iets wat zich niet liet wegvegen. Wat is durf als met durf niets valt te doen? Hij begon.’ Aanlokkelijke verhalen van maximaal duizend woorden moeten voor 15 mei gestuurd worden naar office@sebes.nl onder vermelding van Museumnacht Korte Verhalenwedstrijd. Het winnende verhaal wordt gepubliceerd op de website of in de papieren versie van Mare.

Kabinet wil kleine talen behouden Minister en KNAW oneens over ‘witte vlekken’ Het kabinet wil voorkomen dat unica verdwijnen en investeert extra in fundamenteel onderzoek. Door Vincent Bongers Dat blijkt uit een brief van de minister Bussemaker van onderwijs waarin ze reageert op een rapport van de Koninklijke Akademie voor de Wetenschappen (KNAW). De wetenschapskoepel waarschuwt voor het ontstaan van ‘witte vlekken’ in de wetenschap en vindt dat er te weinig geïnvesteerd wordt in fundamenteel onderzoek. De moderne talen zijn het voornaamste slachtoffer. Wegens bezuinigingen sluiten op veel plaatsen

opleidingen met een te gering aantal studenten. Bussemaker schrijft met het rapport in de hand dat het allemaal wel meevalt met de problemen. ‘Vooralsnog lijkt er geen reden te zijn om aan te nemen dat er op korte termijn witte plekken in het onderzoekslandschap ontstaan.’ Zij wil voorkomen dat er vakgebieden en unica ‘tussen wal en schip raken’. Om dat voor elkaar te krijgen moet er eerst een door alle universiteiten een gezamenlijke visie komen over kleine studies: Wie doet wat? Vorige week bleek echter dat het probleem urgent is. Aan de Rijksuniversiteit Groningen verdwijnen

Deens, Noors, Fins en Hongaars, schrijft universiteitsblad UK. ‘Ook wordt een flink aantal leerstoelen geschrapt, blijkt uit de reorganisatieplannen van de faculteit letteren.’ Bussemaker deelt niet de zorgen van de KNAW over de investeringen in onderzoek. Het rapport werd immers opgesteld voordat het kabinet 100 miljoen extra vond om via subsidieverstrekker NWO te verdelen. ‘De ruimte voor vrij en ongebonden onderzoek is geborgd.’ Ook schrijft de minister dat het kabinet ‘voornemens is eenmalig 50 miljoen in te zetten voor publiekprivate samenwerking op het terrein van fundamenteel onderzoek.’

Studieschuld is geen gewone schuld Een studieschuld gaat op een andere manier meetellen dan gewone schulden bij het Bureau Krediet Registratie (BKR). Een studieschuld is wat anders dan een uitstaande lening voor het kopen van een auto. In het BKR-register krijgt een studieschuld voortaan dan ook een andere codering. Kredietverstrekkers kunnen wel zien dat iemand een studieschuld heeft, maar ‘studenten hoeven zich geen zorgen te maken dat een bij BKR geregistreerde studieschuld veel te zwaar gaat meewegen als ze een krediet of

hypotheek aanvragen.’ Het BKR trok in maart aan de bel: met de invoering van het sociaal leenstelsel zou tot veel meer studieschulden leiden. Jaarlijks melden zo’n 20.000 afgestudeerden zich bij de schuldhulpverlening. Minister Bussemaker antwoordde vorige week op Kamervragen naar aanleiding van het BKR-bericht. 14Ja, studenten krijgen meer schuld dankzij het leenstelsel, maar de terugbetaling is gekoppeld aan je draagkracht. Ook rekende het BKR torenhoge schulden voor, omdat ze uitgaan van een rente van 7,6 pro-

cent, terwijl de minister rekent met 2,5 procent. Die 7,6 noemt de minister ‘misleidend hoog.’ De afgelopen tien jaar was gemiddelde rente over stufi 2,6. Dat is echter uitzonderlijk laag, volgens het BKR. Hun percentage hadden ze niet zomaar verzonnen, dat is de gemiddelde rente over de laatste twintig jaar. ‘Bovendien is de baangarantie voor hoger opgeleiden en bijbehorend salaris niet meer zo vanzelfsprekend als een aantal jaar geleden. Enige voorzichtigheid met het aangaan van leningen lijkt ons inmiddels op zijn plaats.’ BB

Geen verscherpte plasregels in Leiden De Universiteit van Maastricht heeft strengere regels opgesteld om fraude tijdens tentamens te voorkomen. Studenten mogen nog maar één keer naar de wc tijdens tentamens. Wat doet Leiden tegen ‘wc-fraude’? ‘Als je moet, dan moet je!’ Directeur van student- en onderwijszaken Jeroen ’t Hart laat weten dat er geen universiteitsbrede regels zijn voor het maken van tentamens. ‘Examencommissies stellen richtlijnen vast, waarbij ook een artikel wordt opgenomen dat betrekking heeft op de orde tijdens tentamens. Ik heb nog nooit vernomen dat een opleiding beperkingen stelt aan toiletbezoek.’ Sylvia Boekee van JobMotion, het bureau van de universiteit dat onder meer verantwoordelijk is voor de surveillanten, laat weten dat er geen maximum verbonden is aan het aantal toiletbezoeken van studenten. Bovendien denkt JobMotion dat zo’n maatregel niet te handhaven is. ‘Het lukt misschien nog bij een groep van twintig studenten, maar vaak zijn die aantallen aanzienlijk groter. Dan zijn er meestal ook nog verschillende tentamens in één zaal. Niet te doen dus. Als je moet, dan moet je!’ Er worden door de surveillanten van JobMotion wel voorwaarden gesteld aan het toiletbezoek. ‘Alle telefoons moeten worden ingeleverd bij de “toiletsurveillant”. Deze toezichthouder telt verder het aantal studenten dat naar de wc wil en laat

hen zo nodig wachten. Tijdens het tentamen mogen de telefoons ook niet op de tafels liggen.’ Leiden lijkt hiermee een van de meer soepelere regels te hebben om-

trent wc-bezoek tijdens tentamens. Zo meldt het Delftse universiteitsblad Delta dat studenten daar de zaal helemaal niet uit mogen zolang het tentamen nog bezig is. JVH

‘Faculteitsraad is niet goed voor je cv’ De negen zetels voor personeelsleden in de faculteitsraad van geesteswetenschappen zijn voor de komende twee jaar weer gevuld, maar dat ging niet bepaald vanzelf. Voor aanvang van de raadsvergadering van maart, op de dag van de deadline, waren er nog maar zes aanmeldingen. Op de valreep kwamen nog twee aanmeldingen binnen bij het secretariaat. Het leidde tot cynische felicitaties voor de zittende raadsleden die zich opnieuw verkiesbaar hadden gesteld. Er hoeft immers niet gestemd te worden. Een belangrijke oorzaak voor het lage animo is de hoge werkdruk, volgens de raadsleden. ‘Bovendien is het aanzien dat je hiermee krijgt gering. Het is slecht voor je cv’, vindt raadsvoorzitter Jan Sleutels. ‘Of in elk geval niet góéd’, benadrukt zijn collega Marion Boers. De functie heeft namelijk geen wetenschappelijke waarde. In een volgende vergadering zullen de raadsleden met het bestuur van gedachten wisselen over de kwestie. ‘Misschien moeten we ook onderzoeken of het aantal benodigde raadsleden kleiner kan worden. Dan wordt in elk geval het quorum gehaald’, merkt Sleutels nog op. Dat is het minimum aantal personen om ergens over te mogen stemmen. Een dag later bleek er tóch nog een negende aanmelding te zijn, per post. Een buitenpromovenda die zichzelf ook verkiesbaar wilde stellen, werd juist afgewezen. ‘Om in aanmerking te komen om de personeelsgeleding te vertegenwoordigen, moet je tot die geleding behoren’, verduidelijkte Sander Bos, voorzitter van het stembureau van de faculteit. Linda Bleijenberg, die in de universiteitsraad zit namens promovendipartij PhDoc, vindt dat jammer. ‘Deze situatie geldt voor steeds meer promovendi. Iedereen op de universiteit ziet hen als collega’s, alleen op papier zijn ze dat niet. Ze hebben echter net zo goed te maken met zaken die in de faculteitsraad besproken worden. Het wordt bovendien behoorlijk lastig voor onze partij als een groot deel van onze achterban geen stemrecht heeft.’ MVW


18 april 2013 · Mare 5 Nieuws

Next danst niet meer Het is einde verhaal voor discotheek Next, gevestigd aan de Langebrug. Een jaar geleden besloot de rechter al dat er niet meer gedanst mag worden in de uitgaansgelegenheid, maar nu heeft de Raad van State het hoger beroep dat de Next had aangespannen ongegrond verklaard. Vorig jaar trok de gemeente Leiden de dansvergunning in vanwege overlast met de buurt. Het gebruik van het pand als dansgelegenheid is in strijd met het bestemmingsplan, waarin vastgelegd is dat die buurt bedoeld is voor gezinswoningen. De Next heeft een dwangsom opgelegd gekregen: per geconstateerde overtreding zal er €25.000 betaald moeten worden. Next was niet bereikbaar voor commentaar. JVH

Den Haag verwacht ruimtetekort Groei is een ‘feestje met managementproblemen’ De faculteit Den Haag groeit en is financieel gezond maar de toestroom van studenten naar de opleidingen bestuurskunde en international studies kan voor problemen zorgen. Door Vincent Bongers Dat bleek vorige

week tijdens de faculteitsraad. Bestuurskunde is van Leiden naar Den Haag verhuisd. ‘De toegenomen overhead is een punt van zorg’, zei directeur bedrijfsvoering Rolf Oosterloo. ‘Het personeelsbestand groeit en we moeten meer studenten opvangen.’ Daarnaast is Den Haag gastheer voor een grote opleiding van de faculteit Geesteswetenschappen: International studies. ‘Als het aantal bestuurskundestu-

denten uitkomt boven de 240, komen we voor een uitdaging te staan. Kunnen we dat nog opvangen binnen de gebouwen? De aanmeldingen voor bestuurskunde zien er beter uit dan verwacht. Dus wellicht wordt dat een feestje, maar wel eentje met wat managementproblemen.’ Den Haag is in ieder geval bezig met het zoeken nog en locatie met onderwijsvoorzieningen. Het pand aan de Lange Voorhout, dat eerst afgestoten zou worden, blijft in gebruik. Maar aanvullende opties zijn vereist. Personeelslid Sander Dikker Hupkes stelde het nieuwe gebouw bij het Anne van Buerenplein voor. In augustus wordt dit in gebruik genomen door het university college. Maar volgens Otterloo zijn de mogelijkheden daar beperkt. ‘Het college is een exclusieve en residentiële

opleiding. De kleine zaaltje willen we voor het university college gebruiken. Alleen in de grote zaal kunnen andere studies terecht. Je kunt vrij makkelijk na de entree van het gebouw naar die zaal toe. Daar heeft de LUC-community geen last van. Op het moment dat je overal binnenloopt, wordt het concept van het college geweld aan gedaan. Dat is niet de bedoeling. Daar betalen de studenten van het LUC ook voor.’ Ook in de bespreking van de onderwijs- en examenregelingen (OERen) van het LUC kwam de wat afwijkende status van het college aan bod. ‘Daar staat een morele visie in over wat voor soort mensen het college aflevert’, zei personeelsraadslid Patrick Overeem. ‘Wat voor levenshouding je dient te hebben, het respecteren van verschillende culturen

en levensstijlen, protesteren tegen onrecht. Dit lijkt me niet de taak van een academische instelling.’ Er staat bijvoorbeeld in dat studenten een positieve bijdragen leveren aan wereldvrede, veiligheid en duurzaamheid. ‘Je krijgt het idee dat een student politiek correcte opvattingen moet hebben. Wat doe je met iemand die niet zo tolerant is?’ Decaan Jouke de Vries: ‘Er wordt echt niet voorgekookt hoe je moet zijn. Maar er zit een normatief aspect in de opzet van het college. Het is een soort mission statement.’ Overeem reageerde daarop dat het goed was dat op het college mensen verschillend denken. ‘Is er bijvoorbeeld plaats voor een klimaatscepticus?’ De decaan gaf daarop aan dat ‘er ruimte zat’ is voor kritische geluiden.

Ministeries investeren minder in wetenschap Het bedrag dat de overheid besteedt aan wetenschappelijk onderzoek daalt de komende jaren tot 4,3 miljard in 2017. In 2011 was dat nog 5 miljard en dit jaar 4,8. Dat staat in het overzicht Totale Onderzoek Financiering (TOF) 20112017 van het Rathenau Instituut. Vooral de investeringen van de ministeries van Economische Zaken, Infrastructuur en Milieu en Volksgezondheid, Welzijn en Sport nemen af. De daling was al voorzien en komt vooral voort uit de maatregelen uit

het regeerakkoord van 2010. Het kabinet besloot toen minder op directe en meer op indirecte uitgaven focussen. De optelsom van 4,3 miljard bevat alleen de rechtstreekse investeringen. Hiernaast reserveert de overheid nog 1,1 miljard euro in 2013 voor belastingvoordeel voor onderzoek en ontwikkeling door het bedrijfsleven. Vanaf 2014 zal dit blijven hangen op 1,2 miljard per jaar. De daling van de directe investeringen wordt dus niet helemaal gecompenseerd. MVW

Puntenverlies dreigt voor trage student De cijfers van rechtenstudenten die in collegejaar 2009 aan hun bachelor zijn begonnen en die op 31 augustus nog niet hebben afgerond, verliezen hun geldigheid. De faculteit wil dat studenten in de gevarenzone zich melden bij hun studieadviseur. Mogelijk kunnen zij hun studie nog redden. De regeling is dat studenten maximaal de nominale studieduur plus een jaar uitloop mogen doen over de studie. ‘Dat is dus in totaal vier jaar om je driejarige bachelor af te ronden’, zegt studieadviseur Birgit Wildenburg. ‘Haalt een student dat niet, dan vervallen alle cijfers van bachelorjaren twee en drie. De propedeusecijfers blijven staan.’ De regeling geldt voor alle opleidingen. De examencommissies kunnen de geldigheid van de cijfers verlengen met maximaal een jaar. Dan moeten studenten wel een gemotiveerd verzoekschrift indienen, waarin ze aangeven hoe de achterstand wordt weggewerkt. Tot nu toe loopt het nog niet storm met die verzoekschriften. ‘Voor 31 mei moet een verzoekschrift binnen zijn bij de examencommissie,’ zegt Pauline Schuyt van het rechtenbestuur. ‘Er zijn er pas 25 binnen. We doen er alles aan om juist de studenten die in de gevarenzone zitten en die niet durven aan te kloppen, over te halen om hun situatie onder ogen te zien. Met de studieadviseur kun-

nen ze dan bekijken wat de mogelijkheden nog zijn.’ Volgens de onderwijsmanager Hester Minnema, zijn er 435 studenten die in 2009 zijn begonnen nog niet afgestudeerd. ‘Voor een groot deel van deze studenten is het geen probleem om nog op tijd af te studeren. Er zitten rond de 230 studenten in de gevarenzone.’ Wildenburg: ‘Het gaat dan om studenten die voor 1 september 2013 nog meer dan 30 punten moeten halen. Een deel gaat daar ongetwijfeld in slagen. Anderen vallen al onder bepaalde regelingen met betrekking tot functiebeperking, bestuursmaanden of persoonlijke omstandigheden. Die krijgen waarschijnlijk extra tijd, maar het is voor ons niet duidelijk hoe groot die groep is. Zij moeten daarom wel een verzoek indienen. Als studenten zich niet melden, kunnen we ook niets voor ze doen.’ Minnema: ‘We hebben drie weken geleden nog een brief gestuurd waarin we de studenten oproepen om zich te melden bij hun studieadviseur. En er komen nog steeds studenten uit de hoge hoed.’ Volgens Schuyt zijn er nog ‘studenten met serieuze problemen’: ‘Het optimisme en zelfoverschatting van studenten is vaak groot: “Ik haal nog even 90 punten.” Deze studenten moeten contact opnemen met de studieadviseur. Want dan is er de dreiging dat ze alle tentamens gaan doen en die allemaal niet halen.’ VB

Eten tegen de dorst De vier christelijke studentenverenigingen - NSL, Panoplia, Ichthus en Gomarus - halen het geld op door drie weken een restaurant te runnen. De zogeheten Happietaria op Bernhardkade 40 wil dertigduizend euro ophalen voor het water- en sanitatieproject in Afghanistan. Momenteel staat de teller op zesduizend euro. Voorzitter Anneleen Heijboer: ‘In Afghanistan moeten nieuwe waterputten worden gebouwd. Met het geld dat we inzamelen kunnen mensen worden opgeleid op het gebied van hygiëne. Ook leert de lokale bevolking hoe ze waterputten moeten bouwen.’ Foto Taco van der Eb

‘Titus’ wijkt voor Oranje Biologen vinden het jammer dat er een boom uit de tuin van het bestuursbureau plaats moet maken voor een ‘k(r)oningslinde’. Om de kroning van koning Willem-Alexander luister bij te zetten wil de universiteit begin volgende week een kroningsboom planten. Een linde, want lindes kunnen heel oud worden, en zijn daarom traditioneel om te planten bij bijzondere gebeurtenissen. De linde komt in de tuin van het bestuursbureau aan het Rapenburg. Om er plek voor te maken, moet een van de taxussen in de tuin weg. Bioloog Roelant Jonker vindt het zonde: ‘Er staan al honderd lindes aan die gracht, en die zijn biologisch

gewoon minder interessant. In die taxus schuilen, vooral ’s winters, veel vogels. Ik vind het prima dat er een linde komt, maar die taxus moet gewoon blijven.’ Universitair woordvoerder Caroline van Overbeeke benadrukt dat de boom geen monumentale status heeft, en dat de universiteit hem gewoon mag kappen van de gemeente. ‘Er zitten geen nesten van bijzondere vogels in, ook daar hebben we naar gekeken.’ Jonker: ‘Ze zullen best binnen de wet opereren, maar dat betekent niet dat het ook ethisch, esthetisch of ecologisch verantwoord is. Een creatievere oplossing was mogelijk geweest.’ In de Leidse gemeenteraad heeft GroenLinks heeft inmiddels het col-

lege gevraagd direct in actie te komen en een andere plek te vinden voor de linde. ‘De Leidse Oranjevereniging heeft alternatieve locaties aangeboden’, aldus raadslid Pieter Kos. Daarnaast heeft de bomenstrijd zich verlegd naar Twitter. De taxus smeekt vanaf een eigen twitteraccount (@TitusdeTaxus) Leidenaars, gemeenteraad, media en WillemAlexander om hulp. Een tegenhanger-account is ook al opgestaan: @Kooskettingzaag (profielfoto: een oranje kettingzaag) die zich openlijk verheugt op het doorzagen van ‘die opgeschoten conifeer.’ Bij het ter perse gaan van deze Mare twitterde Kos dat de universiteit zal onderzoeken of Titus kan verhuizen naar het singelpark. BB


6  Mare · 18 april 2013 Achtergrond

Souvenirs zijn zo gek nog niet > Vervolg van de voorpagina Marcus kijkt uit over het kampterrein. Er staat een wachttoren met daarnaast het nationaal monument Westerbork: een stuk treinspoor van negentig meter lang. Aan een kant steken de gekartelde en van kogelgaten voorziene rails in de lucht alsof ze door een boosaardige kracht uit de grond zijn gerukt. Naast het kamp zijn veertien enorme parabolische antennes gebouwd:

de Westerbork synthese radio telescoop. ‘Het terrein werd onderdeel van een wandelen fietsgebied, compleet met entertainment voor de kinderen. Het is opgezet als een toeristenbestemming.’ Niet iedereen is er bezig met het verleden. ‘We hebben er niet echt binding mee’, zegt Antje Fleurke (67) die met haar man het terrein bezoekt. ‘We wilden wat in de bossen wandelen.’ Op de voormalige appel-

plaats zijn 102.000 stenen in de vorm van Nederland geplaatst. Ze verwijzen naar de mensen die na de oorlog niet terugkeerden. Op sommige plekken zijn foto’s van slachtoffers tussen de stenen gestoken. ‘Het is een soort openluchtmuseum’, aldus Fleurke. ‘De een ziet er wat in, de ander niet. Bij de foto’s op de monumenten, vraag ik me af: “Moet dat nou weer?” Ik zie het nut er niet echt van in. Voor oude

mensen die het hebben meegemaakt is het anders. Die zijn kapot als ze hier weer weggaan.’ In Amerika bezoeken volgens Marcus steeds meer toeristen de interneringskampen. Ook komt er geld vrij voor onderhoud. ‘In 2006 heeft de overheid 38 miljoen dollar beschikbaar gesteld voor het behoud van tien kampen.’ In Manzanar in Californie werden gedurende de

Anne Frank, vermoedelijk de bekendste gevangene van Kamp Westerbork.

Vijf duistere plaatsen

Tweede Wereldoorlog meer dan 10.000 Japanse Amerikanen vastgehouden. ‘Daar komen veel meer studenten dan schoolkinderen, dus wat dat betreft is het anders. Ook is er geen mix van plezierige en serieuze zaken op hetzelfde terrein.’ Tussen 2000-2010 bezochten meer dan 750.000 mensen Manzanar De meeste van de negen andere internment camps in de VS worden waarschijnlijk geen hot tickets voor toeristen. ‘Dat komt alleen al door de relatief geïsoleerde ligging. Al moet gezegd worden dat Westerbork ook niet al te makkelijk is te bereiken met het openbaar vervoer.’ Toegang tot het kamp is gratis, het museum kost € 6,50. Dat roept ook de vraag op of dit soort dark tourism sites verder geëxploiteerd gaan worden. Er is in ieder geval geld mee te verdienen. Marcus: ‘Misschien komt het nog eens zover dat er souvenirs in de verkoop gaan: stukken prikkeldraad of zoiets. Een absurd idee, lijkt het. Zwarte humor. Maar zo gek is dat ook weer niet. Toeristen kopen ook stukjes Berlijnse muur. En er zijn honderden mensen omgekomen bij vluchtpogingen naar het Westen.’

Het Anne Frankhuis in Amsterdam trekt per jaar meer dan een miljoen bezoekers. In concentratiekamp Auschwitz, in het Zuidwesten van Polen, kwamen naar schatting 1,1 miljoen mensen om. Vorig jaar trok het kamp 1.430.000 bezoekers. De Killing Fields in Cambodja. Onder het bewind van de Rode Khmer, dat van 1975 tot 1979 duurde, kwamen naar schatting tussen de 1,7 en 2,5 miljoen Cambodjanen om. Het massagraf Choeung Ek en de Tuol Sleng gevangenis worden door veel toeristen bezocht. Tsjernobyl en Prypjat in Oekraïne. In 1986 vond er een explosie plaats in reactor nummer vier van de kerncentrale in Tsjernobyl. Het is onduidelijk hoeveel slachtoffers er zijn gevallen. Prypjat is een spookstad dichtbij de centrale. Rondleidingen kosten rond de 150 dollar. Toeristen die Londen bezoeken, kunnen een Jack the Ripperwalk doen. Deze massamoordenaar sneed in 1888 van minstens vijf prostituees de keel door. Het is nooit opgehelderd wie de moorden op zijn (of haar) geweten heeft. In de wijk Whitechapel worden rondleidingen georganiseerd waarin de bloodstained trail of terror van de Ripper kan worden gevolgd.

Door vincent Bongers

Academische Agenda

Maretjes De prijs voor een Maretje bedraagt €8,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan. Studentenbridge Leiden biedt aan: gratis kickstartcursus in drie lessen (26/4, 3/5, 10/5), met afsluitend toernooi (500 euro prijzengeld) op 31 mei. Inschrijven en meer info? www.studentenbrigdeleiden.nl 500 euro prijzengeld voor Leids Studentenbridgetoernooi. Deelname uitsluitend voor deelnemers kickstartcursus Studentenbridge Leiden. Inschrijven? www.studentenbrigdeleiden.nl Lezing: ‘De mystieke weg van groei’ Het Bodhisattva-ideaal. Door Het Theosofisch Genootschap. Toegang gratis. Woensdag 24 april, 20.00 uur. Leiden, Lorentzkade 15a (vlakbij Lammenschansweg). Inlichtingen: 0713617417, www.stichtingisis. org.

Wil je graag je kennis delen? En heb je zin om op kamp te gaan in de zomervakantie? Eerst kennismaken kan ook op onze Introdag. Kijk op www.anderwijs.nl! Je leven lang plezier, hersentraining en psychologisch inzicht stimuleren? Doe mee aan de kickstartcusus bridge en maak kans op een mooie prijs (500 euro prijzengeld) in het afsluitende toernooi. Inschrijven: www.studentenbridgeleiden.nl Ik ben op zoek naar een verantwoordelijke, energieke, autochtone Nederlandse persoon om tijd door te brengen (6 uur per week) met mijn twee kinderen (6 en 7). E-mail Marie: vijendranmarie@googlemail.com Doe meer met je kennis. Help een leerling op streek in 1 uur per week. Leiden-Noord, Onderwijswinkel. Basisonderwijs: 28 Marokkaanse, Turkse, Somalische en Nederlandse leerlingen hebben bijles taal en rekenen nodig. Groep 4 t/m 7. Zes leerlingen met vergoeding van €5,- tot €7,50. Voortgezet onderwijs: Twee Marokkaanse brugklassers hebben hulp nodig bij Nederlands of wiskunde. Marok-

kaanse jongen, economie, rekenen, 2vmbo. Marokkaans meisje, wiskunde, Nederlands, Engels, brugklas vwo. Marokkaanse tweeling, jongens, wiskunde, natuurkunde, Nederlands, vmbo-TL, 2havo. Leiden-Zuid, buurthuis Vogelvlucht. Basisonderwijs: 17 Marokkaanse, Turkse, Somalische leerlingen hebben bijles taal en rekenen no-

dig. Groep 4 t/m 7. Zes leerlingen met vergoeding van €5,- per uur. Voortgezet onderwijs: Marokkaanse jongen, rekenen, Engels, mbo-economie. Bijles kan ook bij een leerling thuis gegeven worden. Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma, woe en do, 15-17u. Tel: 071-5214526. Ons e-mailadres is hdekoomen@owwleiden.nl.

Maretjes extra Maretjes-extra zijn bedoeld voor semi-commerciële instanties. De prijs voor een Maretje-extra is €23,– incl. BTW voor elke vijfendertig woorden. U kunt deze advertenties uiterlijk op de vrijdag vóór het verschijnen van Mare opgeven bij Bureau van Vliet B.V., postbus 20, 2040 AA Zandvoort, telefoon 023-571 47 45. E-mail: Zandvoort@bureauvanvliet. com Scholten - Degelijk juridisch onderwijs en tentamentraining in kleine groepen (max 6 studenten) door een ervaren en professionele docent. Cursus ‘inleiding burgerlijk recht’ vanaf

15 april 2013. Tentamentraining ‘inleiding burgerlijk recht’ vanaf 13 mei 2013. Voor meer informatie: www.gijsscholten.com of gijs.scholten@planet.nl. Verpakapotheek verpakt geneesmiddelen op maat voor ouderen. Wij zijn op zoek naar studenten die als oproepkracht tijdens de vakantieperiode kunnen helpen. Het betreft eenvoudige werkzaamheden ter ondersteuning van ons verpakproces. Bij interesse ontvangen wij graag van een email met uw contactgegevens. E-mail: jzijlstra@verpakapotheek.nl

Mw. T. Karalidi hoopt op dinsdag 23 april om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Broadband polarimetry of exoplanets’. Promotor is prof.dr. C.U. Keller. Hr. J. Ulloa Hung hoopt op dinsdag 23 april om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Archeologie. De titel van het proefschrift is ‘Arqueología en la Línea noroeste de La Española. Paisajes, cerámicas e interacciones’. Promotor is prof.dr. C.L. Hofman. Mw. J.S. Lee hoopt op woensdag 24 april om 16.15 te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Buddhist writers in colonial Korea: Rethinking Korean literature, religion and history during the colonial period, 1910-1945’. Promotoren zijn prof.dr. W.C.A. Walraven en prof.dr. R. Breuker. Hr. S.M. Schramm hoopt op donderdag 25 april om 10.00 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Imaging with AberrationCorrected Low Energy Electron

Numij 89 x 50

08-02-2013

Microscopy’. Promotor is prof.dr.ir. R.M. Tromp. Mw. W.L. van Eldik hoopt op donderdag 25 april om 11.15 te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘The role of CHAP in muscle development, heart disease and actin signaling’. Promotor is prof.dr. C.L. Mummery. Hr. J.J.H. Beck hoopt op donderdag 25 april om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Sexual abuse evaluation in urological practice’. Promotor is prof. dr. R.C.M. Pelger. Hr. H.U. Scherer hoopt op donderdag 25 april om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Basic Disease Mechanisms in Rheumatoid Arthritis’. Promotoren zijn prof.dr. T.W.J. Huizinga en prof.dr. R.E.M. Toes. Mw. M.Y.H.G. Erkens hoopt op donderdag 25 april om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Rechtsgeleerdheid. De titel van het proefschrift is ‘Rechtspleging in arbeidszaken’. Promotor is prof. mr. G.J.J. Heerma van Voss. 15:23

Pagina 1

advertentie

Nederlandsche Uitgeversmaatschappij B.V. Voor al uw: • • • •

PROEFSCHRIFTEN WETENSCHAPPELIJKE PUBLICATIES PERIODIEKE UITGAVEN OPMAAK EN DTP 071-5143747 • info@numij.nl • www.numij.nl


18 april 2013 · Mare 7 Wetenschap

De kans dat je voortijdig aan je einde komt door oorlog neemt door de eeuwen steeds meer af.

Het slagveld na Igor Svyatoslavichs gevecht met de Polovtsen van Viktor Michailovitsj Vasnetsov (1848-1926)

Het gaat goed met ons Steven Pinker viert de menselijke vooruitgang in zijn Tinbergenlezing Het Journaal mag dan misschien een andere indruk geven, maar de wereld is vreedzamer dan ooit. Dat betoogt psycholoog en Harvardhoogleraar Steven Pinker in zijn duizend pagina’s tellende boek The Better Angels of Our Nature. Het ging de afgelopen jaren niet zo goed met de Tinbergenlezing. Het begon als het mooiste visitekaartje van de universiteit, waar elk jaar een van de grootste schrijvende biologen ter wereld. Jared Diamond, Richard Dawkins, Edward Wilson, Frans de Waal: het waren stuk voor stuk meesters van zowel de pen als hun vakgebied. Daarna kwam de klad er een beetje in. De lezing verhuisde van de statige Pieterskerk naar het Gorlaeusgebouw, en ook met de sprekers ging het minder. Neil Shubin en Tim Birkhead hebben mooie boeken geschreven, maar het zijn geen A-listers. Sarah Hrdy’s Tinbergenlezing werd overschaduwd door de lezing van primatologe Jane Goodall een week later, en Marc Hauser bleek achteraf een wetenschappelijke fraudeur te zijn. De Tinbergenlezing van 2013 is nog steeds in de industriële collegezaal van het Gorlaeus, maar met Steven Pinker staat er in elk geval weer een spreker van ouderwets formaat. Psycholoog Pinker (Montreal, 1954) doet onderzoek naar waarneming en taalverwerving, en schreef twee technische handboeken over het laatste. Hij is hoogleraar aan Harvard, en auteur van vijf populair-wetenschappelijke boeken over hersenen, kennis, en taal. Zijn zesde publieksboek verscheen in 2011, en is andere koek. The Better Angels of Our Nature –

Door Bart Braun

en ook Pinkers Tinbergenlezing op 3 mei – gaat over een van de belangrijkste trends in de menselijke geschiedenis: de afname van geweld. Je zou het niet zeggen als je naar ons nieuws en ons entertainment kijkt, maar we leven in de veiligste plaats en tijd uit de menselijke geschiedenis. Een verstandig mens neemt zo’n bewering niet zomaar aan, en daarom is Better Angels een schrikbarende 1026 pagina’s dik. Pinker werkt hard om zijn stelling over de steeds minder gewelddadige mensheid te onderbouwen. Hij gebruikt daarvoor historische beschrijvingen, dierenstudies, archeologisch, antropologisch en economisch onderzoek. Soms rekent hij wel erg naar zijn uitkomst toe. Zo vindt Pinker dat je om oorlogen met elkaar te vergelijken, je moet corrigeren voor het aantal mensen dat toen op aarde woonde. Zo berekend waren de Mongoolse veroveringen in de dertiende eeuw veel erger dan het Mao-regime, ook al eisten ze allebei ongeveer veertig miljoen slachtoffers. Dat lijkt merkwaardig: volgens deze manier van denken was de Holocaust een lachertje vergeleken met de Bijbelse eerste moord door Kaïn, toen een kwart van de wereldbevolking eraan ging. Aan de andere kant: als je een mocht kiezen in welk tijdstip je geboren werd, wat zou je beste keuze dan zijn? Belangrijke factor om mee te wegen is de kans dat je voortijdig aan je einde komt door oorlog, moord of gewelddadige executies voor lichte vergrijpen. Dat overkomt anno nu 1 op de 100.000 West-Europeanen, inclusief de soldaten die we naar Afghanistan, Mali en Irak sturen. We herinneren ons meer oorlogen naarmate ze korter geleden waren, maar er was vroeger veel meer en veel vaker oorlog. Sinds het

einde van de Koude Oorlog is het zelfs vrediger dan ooit. Voor moord geldt hetzelfde: dankzij de media druipt het bloed van onze schermen en komen de Tristans en Volkerts groot de huiskamer binnen. Het staat in schril contrast met de cijfers: daarin zie je dat de kans om vermoord te worden in de vroege Middeleeuwen maar liefst honderd (!) keer zo groot was als nu. Komt het door de toegenomen welvaart? Juist de oude rijken die meer te besteden hadden, lieten zich in met gruwelijke veroveringen, kruisigingen en arenagevechten.

Het beeld van de nobele wilde die in harmonie leeft met de natuur is vrijwel altijd onjuist Godsdienst? Pinker wijst erop dat de God van Abraham groot voorstander is van genocide, verkrachting, slavernij, en het doden van ongelovigen, en dat Zijn volgelingen die praktijken allemaal bezigden, door de eeuwen heen. Maar wat dan wel? Pinker somt verschillende verklaringen op. De belangrijkste is de opkomst van de sterke overheid die een geweldsmonopolie claimt. In de woorden van filosoof Thomas Hobbes zouden de levens van mensen zonder die overheid ‘solitary, poor, nasty, brutish and short’ zijn. Hobbes had natuurlijk geen idee waarover hij praatte: hij is nooit Europa uit geweest, en de beschrijvingen van andere volken die hij kreeg waren onbetrouwbaar. Het lijkt er echter op dat hij deson-

danks gelijk had. Het klassieke beeld van de nobele wilde die in harmonie leeft met de natuur en zijn schaarse medemens, is vrijwel altijd onjuist. De Semai, beschreven in het boek The Semai: A nonviolent people of Malaya, scoren 30 moorden per 100.000 Semai per jaar. De Inuit uit Canada komen op drie keer zoveel. Bovendien: de Semai voeren dan misschien geen oorlogen, maar daarmee zijn ze een uitzondering onder de statenloze volken. Die voeren meestal vrij vaak oorlog, en in verhouding tot hun bevolking gaat het daar hard aan toe: Pinker middelt wat antropologische en historische studies, en komt uit op een voorzichtige schatting van meer dan vijfhonderd oorlogsdoden per 100.000 mensen per jaar. Wat vergelijkingsmateriaal: het negentiende-eeuwse Frankrijk, met de Revolutie, Napoleontische oorlogen en de strijd met de Pruisen, kwam op 70. Rusland in haar bewogen twintigste eeuw: 135. Wat geldt voor oorlog en moord, gaat ook op voor verkrachting, vechtpartijen en de omgang met vreemden of anderskleurigen, betoogt Pinker. Er zijn meer slaven dan ooit, maar slavernij is illegaal in elk land. Bio-industrie bestond ook al in het Elizabethaanse Engeland en verdwijnt maar niet, maar volksvermaak als ganzentrekken en kattenwerpen is barbaars geworden. Het is allemaal niet perfect en dat zal het ook wel nooit worden, maar we maken vooruitgang, mensheidsgewijs. Toch bekruipt de lezer na verloop van tijd het gevoel dat een vleugje cultuurrelativisme het boek geen kwaad zou doen. Ja, als je mocht kiezen wanneer je werd geboren, zou een verstandig mens kiezen voor nu. Ja, wij vinden de daden en mores van onze voorou-

ders barbaars. Maar in hoeverre is alles pure vooruitgang, en in hoeverre is iets vooral perspectiefwisseling? Het aantal moorden op kinderen is sterk gedaald, maar wat zouden onze voorouders vinden van geïnstitutionaliseerde abortus? Ze zouden onze huidige omgang met verslaafde criminelen – niet ophangen, maar op gemeenschapskosten verzorgen en dan vrijlaten zodat ze meer misdaden kunnen plegen – vast wel als minder gewelddadig betitelen. Maar zouden ze het vooruitgang noemen, of een achteruitgang die erger is dan geweld? Pinker lijkt zijn schouders op te halen bij dat soort kritiek. ‘Ik definieer geweld zoals iedereen dat doet: oorlog, genocide, verkrachting, moord, aanvallen, terrorisme, huiselijk geweld, pesten, enzovoort’, mailt hij. ‘Elke categorie komt voor in mijn boek, inclusief abortus, iets dat de meeste mensen sowieso niet als geweld zouden betitelen. Zelfs in de landen waar het illegaal is, wordt het door de wet anders behandeld dan de moord op een kind. Dus zelfs als het aantal abortussen net zo hoog zou zijn als kindermoord vroeger was – en het aantal abortussen daalt gestaag sinds de jaren tachtig – dan is dat nog steeds een belangrijke historische verandering.’ Zelfs met die kanttekening is The Better Angels of Our Nature een uitdagend geschreven en grondig onderzocht boek. Wie nog twijfelt voor hij zich aan 1026 pagina’s wijdt: de Tinbergenlezing is gratis. Moet je wel even naar het Gorlaeus fietsen. Tinbergenlezing: Steven Pinker – A history of violence Vrijdag 3 mei, 19:00 Gorlaeusgebouw Toegang is gratis, wel opgeven via www.tinbergenlezing.nl


8  Mare · 18 april 2013 Opinie

Ik wil die verdomde premaster volgen! Al vijf maanden probeert een Amsterdamse student zich in Leiden in te schrijven UvA-studente Talitha Dehaene wil niets liever dan een master criminologie volgen in Leiden. Maar dat is haast een onmogelijke opgave. Verslag van een ontmoedigingsstrijd. Ik ben Talitha, 21, Vlaams maar goed ingeburgerd. In juni studeer ik af aan de Universiteit van Amsterdam, in de bachelors literatuurwetenschap en sociologie. Daarna wil ik de master forensische criminologie in Leiden doen. Dat kan, mits ik nog 30 ects via een premastertraject haal. Zeiden ze. Sinds november al probeer ik me hiervoor aan te melden. Maar niemand weet hoe dat moet. Ik heb gebeld, gemaild, bezocht. Ik heb de mastercoördinator, studentenadministratie, studentendecaan, toelatingscommissie, studieadviseurs en het informatiecentrum gesproken. Elk van deze heeft mij een ander verhaal en/of advies gegeven. En dat is frustrerend. Mijn plan blijkt een volstrekt unicum te zijn in de Leidse academische wereld. Hold the phone – een afgestudeerde die bij ons een premaster wil volgen? Alsof het hier een frietkot is of zo, waar we zomaar schakeljaartjes uitdelen met een dikke toef mayonaise op? Nee hoor. Ga eerst maar even langs die en die en die en als je na al die verwarring nog zin hebt om bij ons te studeren, by all means, waag dan nog maar eens een poging. En bel ons. Hoor ons wachtmuziekje aan. We dare you. Zullen we eens kijken hoeveel doorschakelingen je het kan volhouden voor je gillend van frustratie achter je laptop gaat zitten, wanhopig een gelijkaardige master ergens in Nederland zoekt en vervolgens met tranende ogen dan maar Maastricht moet googlemappen? Er kunnen onderhand al weddenschappen worden afgesloten over de exacte dag waarop je langzaam begint te breken en dan toch maar de

Brief In deze rubriek kunnen lezers in maximaal 300 woorden reageren op artikelen in Mare. De redactie behoudt zich het recht voor bijdragen in te korten of te weigeren. Over weigering wordt niet gecorrespondeerd. Mail naar redactie@mare.leidenuniv.nl

Bandirah Zoals altijd vind ik het prettig Mare te lezen na een college op donderdag. Daarbij lees ik de achterpagina als laatste, evenals de cartoon van Bandirah. Vrijwel alle ‘Bandirah’s’ vind ik getuigen van een ietwat bijzonder gevoel voor humor, maar ieder het zijne. Tot de Bandirah van 11 april 2013. De suggestie wordt gewekt dat de jonge vrouw slachtoffer is of zal worden van een groepsverkrachting. Dit Bandirah-tekeningetje getuigt van een erg slechte smaak, de subtiliteit ontbreekt en de ondergeschiktheid van de vrouw aan de man wordt hiermee pijnlijk tentoongesteld. Ik vind het minachtend en verachtelijk. Ik ben atheïst, heb geen vriendin en ben geen voorvechter van vrouwenemancipatie. Floris van Hindevoort student geneeskunde

datum van het toelatingsexamen in Mestreech in je agenda schrijft. Maar ik wil helemaal niet naar Maastricht. Ik heb nu eindelijk een overtuigende harde ‘g’. Wat ik wil is die verdomde premaster volgen, een ding dat blijkbaar ergens op de grens tussen wel en niet bestaan vertoeft en alleen maar op theoretisch niveau besproken kan worden. De catch is namelijk: hij is ‘officieus’.

‘Leiden “adviseert” me om niet af te studeren, alles te laten vallen en achterover leunen’ Premasters blijken sowieso al een moeilijk begrip te zijn aan de Universiteit Leiden. Ze bestaan ‘eigenlijk’ niet, maar toch ook weer wel. Er is een verlaagd collegegeldtarief voor premastertrajecten – maar toch kreeg ik een e-mail waarin stond dat ‘Leiden geen premasters aanbiedt’. Wanneer ik vragen heb over desbetreffende onbestaande premaster, krijg ik wel degelijk heldere antwoorden van de mastercoördinator, maar die weet dan weer niet hoe het zit met aanmelding of collegegeld. Dat weten ze bij Plexus! Zeiden ze. Alleen weten ze daar ook niet hoe ik me moet aanmelden voor een officieuze premaster. Vraag het even aan de studieadviseurs. Vraag het even aan het OIC. Vraag het even aan de toelatingscommissie. Wacht, ik verbind u door. Wachtmuziekje. Wachten. Een ogenblik geduld. Well, don’t mind me, ik wacht al vijf maanden. Telkens wordt me gevraagd wat ik precies wil. Ik leg het uit. Een premaster, graag, alsjeblieft? Het is nu zover gekomen dat de UL me ‘adviseert’ om dit jaar niet aan de UvA af te studeren. Ik moet nu stoppen met mijn scriptie en alles laten

vallen, tot september achterover leunen. Ik kan namelijk uitsluitend als gaststudent deze broodnodige Heilige Drievuldigheid aan vakken volgen. Dit zou volgend jaar maandenlang pendelen – en als allochtoon is dat zonder studenten-OV – betekenen, om alsnog alles in Amsterdam af te maken. Natuurlijk heb ik vier jaar lang keihard gewerkt om twee voltijdse bachelors tegelijk af te maken (braafjes volgens de regels van het instellingstarief, jawel), maar de UL vindt het blijkbaar volstrekt normaal dat ik vervolgens toch mijn afstuderen een jaar zou moeten uitstellen. Voor 30 ects. Die ik klaarblijkelijk op geen enkele andere manier kan halen. Ja. Dan pas ben ik de premaster waardig.

Die overigens niet echt bestaat. Of had ik dat al gezegd? De laatste toevoeging in de soap is namelijk dat mijn volledige verzoek tot toelating tot de master is afgewezen, simpelweg omdat er geen schakeltraject bestaat. Vreemd, want ik heb me in via het inschrijfsysteem oIEM toch écht wel specifiek aangemeld voor de ‘premaster forensische criminologie’, zoals die daar letterlijk in het dropdown menu vermeld staat. De toelatingscommissie daarentegen heeft, het spijt ons zeer, echt geen flauw idee hoe ik er toch in godsnaam bijkom dat er een schakeltraject zou bestaan? Hoewel alle medewerkers van de UL die ik tot nu toe heb gecontacteerd ontzettend hun best hebben

gedaan om me te helpen, blijf ik toch verbijsterd over het schijnbaar totale gebrek aan communicatie tussen de verschillende afdelingen en organen van deze universiteit. Wanneer me bij de mastervoorlichting verzekerd wordt dat ik ook met mijn vooropleiding deze master zal kunnen volgen, mits een schakeltraject, maar ik vervolgens vijf maanden lang van het kastje naar de muur wordt gestuurd en uiteindelijk te horen krijg dat er eigenlijk helemaal geen sprake is van zo’n traject, dan kan ik niet anders dan hoofdschuddend vaststellen dat er iets heel erg mis is. En een misnoegde brief schrijven. Talitha Dehaene is bachelorstudent literatuurwetenschap en sociologie aan de Universiteit van Amsterdam

Wat krijg ik voor mijn collegegeld? Universiteiten vullen hun zakken over de rug van ambitieuze studenten De minister wil excellente studenten ‘geen strobreed in de weg’ leggen. Maar van degenen die alsnog een tweede master willen volgen wordt flink geprofiteerd, schrijft Skander Mabrouk. Hiephoi, de tweede studie is straks niet meer duurder. Goed nieuws voor mij en anderen, al is het natuurlijk bestuurlijk wanbeleid om dat nu pas bekend te maken en studenten het hele jaar in onzekerheid te laten of de ‘uitzonderingsregeling’ het komende collegejaar gehandhaafd blijft. Minister Jet Bussemaker vindt dat je excellente studenten ‘geen strobreed in de weg’ moet leggen. Het gaat hier echter alleen over tweede studies die je start tijdens je eerste studie, terwijl tweede studies die je later nog besluit te doen wel veel duurder zijn. Er is geen enkele rechtvaardiging voor dit onderscheid. Waarom zouden degenen die tussendoor even willen gaan werken om later met een tweede studie te excelleren wél ontmoedigd moeten worden? Waarom kost een tweede master eigenlijk – schrik niet – 13.600 (alfa/

gamma) of 17.200 euro? En waarom doet men alsof een masterstudie verschrikkelijk duur is en studenten zwaar worden gesubsidieerd? Want laten we eens even rekenen. In mijn master politicologie kreeg ik, naast individuele begeleiding voor mijn scriptie, in totaal 16 hoorcolleges (60 man) en 40 werkcolleges (20 man) van elk twee keer 45 minuten. Per jaar had ik dus 84 uur college waaraan gemiddeld 31 man deelnam (gewogen gemiddelde: 31,4). Als ik hiervoor 1771 euro collegegeld betaal, is dit 21 euro per uur voor mij als student; vermenigvuldigd met 31 is dit 660 euro wat in totaal voor een collegeuur wordt betaald. Natuurlijk betaal je ook voor het nakijken van je papers, feedback op je scriptie, toegang tot de UB, het legen van universitaire prullenbakken, het opdweilen van voetsporen, etc. Maar dan nog. Het is een erg hoog bedrag voor wat je krijgt. Laat staan als iedereen 13.600 euro zou betalen; dan zouden de kosten per collegeuur per student 162 euro bedragen! Het is dus duidelijk dat er flink wordt geprofiteerd van degenen die later een tweede master besluiten te doen. De echte ‘kosten per student’ zijn niet te meten, want het is niet duide-

lijk welke aspecten van de universiteit ten gunste komen aan de student. De subsidie van de overheid aan de universiteiten wordt dan wel op basis van studentenaantallen bepaald, dit geld wordt niet direct besteed aan colleges voor studenten, maar aan organisatie en onderzoek. Je kunt zeggen dat studenten middels het onderwijs ‘profiteren’ van de onderzoekskennis van professoren, maar het lijkt me niet hun rol om daar financieel aan bij te dragen. Onderzoek komt de hele samenleving ten goede en moet dus betaald worden door de overheid, niet door arme studenten. Denk eens na over het volgende: een masterstudent betaalt geld, terwijl een promotiestudent 24.000 euro betaald krijgt. Beiden doen (grotendeels) zelfstandig onderzoek, schrijven een publicatie en produceren dus kennis. Maar ze worden klaarblijkelijk heel anders beschouwd. Als de promovendus gebruikmaakt van universitaire faciliteiten en begeleiding is dat ten behoeve van zijn werk als onderzoeker. Maar bij een masterstudent is het ten behoeve van zijn persoonlijke ontwikkeling waarvoor flink moet worden betaald (‘stude-

ren is investeren’). Het is maar net hoe je het bekijkt: is een student een producent of een consument van kennis? Allebei, en aangezien de waarde en het gebruik van kennis niet te meten is, kun je niet zeggen hoeveel een student kost dan wel oplevert. Onze grote vriend Halbe Zijlstra, gelukkig al even weg uit onderwijsland, beantwoordde in 2011 als staatssecretaris van hoger onderwijs Kamervragen over de hoge collegegelden. Hij vond ‘dat de overheidsfacilitering stopt na één bachelor en één master’ en dat de overheid daarna ‘geen rol’ meer heeft. Een nogal kortzichtige benadering, want mogen universiteiten dan zomaar hun zakken vullen over de rug van ambitieuze studenten? Volgens Zijlstra was het ‘aan elke instelling om gemotiveerd te bepalen welk instellingscollegegeld zij studenten in rekening brengt’ en heeft de medezeggenschap op dit punt adviesrecht. Een goed aandachtspunt voor de universiteitsraad dus in elk geval! Skander Mabrouk is masterstudent politicologie en voorzitter van de Lijst Vooruitstrevende Studenten. Hij schreef dit stuk op persoonlijke titel


18 april 2013 · Mare 9 Wetenschap

Bridgetoernooi bij studievereniging De Leidsche Flesch, afgelopen dinsdag. Foto Taco van der Eb

Ik verkoop mijn hersens Leidse alumnus bridget met de grote jongens in Amerika Bill Gates doet het. De Pelikaanhof doet het. Je kunt er aardig je geld mee verdienen. Wie poker te saai vindt en schaken te langdradig gaat bridgen. Door marleen van wezel Bridge vooral

een hobby voor ouden van dagen? Niet in de Verenigde Staten. ‘Hier is het meer iets voor rijke mensen, die graag zoveel mogelijk toernooien willen winnen. En daar huren ze gerust mensen voor in die beter kunnen bridgen dan zij’, vertelt Tim Verbeek (28) vanuit zijn hotelkamer in Miami. Afgelopen jaar studeerde hij af aan de Universiteit Leiden in de politieke wetenschappen. Sindsdien reist hij regelmatig Amerikaanse bridgetoernooien af, namens die rijke sponsors. Een week eerder zat hij nog tweeduizend kilometer verderop in Saint Louis. ‘Ik ben altijd al een spelletjesfanaat geweest. Mijn ouders hadden vroeger, voor ik er was, fanatiek gebridged en toen ik tien was wilde

mijn vader het weer oppakken. Mijn moeder had er niet zo’n zin in, maar ik wel. Ik kwam tussen van die oude omaatjes terecht, maar binnen twee jaar werd ik al derde bij het Nederlandse jeugdkampioenschap. Het was al een leuk spelletje, maar toen ik regelmatig begon te winnen werd het nog leuker. Op mijn vijftiende speelde ik mijn eerste EK.’ Verschillende overwinningen volgden, waaronder die op het WK voor jeugd in 2009 in Istanbul. Maar om uiteindelijk met de grote jongens in Amerika mee te mogen doen, was behalve talent, ook een beetje geluk nodig. ‘Het ging zo: ik was op een toernooi, op de Azoren – ik zeg het er maar bij, misschien komen we dan ooit nog van dat stoffige imago af. En daar ontmoette ik een Amerikaanse jongerenspeler die nog een teamgenoot zocht. Het draait in dit wereldje minstens zo om connecties als om talent.’ Om geld draait het, althans in vergelijking met poker, dan weer aanzienlijk minder. ‘Dat maakt poker zo hip. Ik heb ook wel gepokerd trouwens, niet heel serieus, maar vol-

Tim Verbeek (links) speelde pas nog tegen Bill Gates. ‘Zo goed was hij niet.’ Eigen foto

doende om te weten dat bridge een stuk interessanter is. Je gaat veel meer in het spel op. Ik ken best wel wat voormalige pokeraars die alleen nog maar bridgen. We blijven natuurlijk spelletjesmensen.’ Dat hij, als spelletjesmens, nog niet helemaal kan rondkomen van het bridgen, vindt hij geen probleem. ‘Misschien als ik nog wat meer Amerikaanse toernooien zou doen. Dat ben ik van plan, maar

‘Geld maakt poker hip, Maar bridge is een stuk interessanter’ eerst moet ik nog wat bijschnabbelen in Nederland. De echte topspelers verdienen in elk geval een zeer goed jaarsalaris. En met “zeer goed” bedoel ik écht goed: zeker anderhalve ton.’ Verbeek behoort naar eigen zeggen nog tot de ‘subtoppers’, maar hij heeft niet eeuwig de tijd meer om de top nog te bereiken. ‘Bij bridge kun je tot je dertigste gelden als aanstormend talent, daarna heb je wel een vast niveau bereikt. Ik heb dus nog twee jaar om tot de beste drie koppels door te dringen die in het officiële Nederlandse team zitten. Ik vermoed dat ik nu bij de zevende zou zitten.’ Intussen vult hij zijn cv voor de zekerheid aan met vrijwilligerswerk voor de PvdA. ‘Dat is tenminste relevante werkervaring, bridgen levert vooral een hoop rare werkervaring op. Het is ontzettend leuk, maar het brengt geen zeker bestaan met zich mee. De Nederlandse bridgebond heeft 117.000 leden en we groeien, maar eigenlijk alleen in het ‘topsegment’, wat betreft leeftijd dan. Gemiddeld zijn onze leden 68. Over twintig, dertig jaar zijn de

meesten dood. Misschien gaat de hele sport er wel aan.’ Verbeek klinkt pessimistischer dan hij is. Sterker nog, hij zou bridge aan iedereen aanraden. ‘Het is heel uitdagend. Net zo moeilijk als schaken, alleen duurt een potje zeven en een halve minuut, in plaats van vier uur.’ Bovendien spelen de Leidse bridgers vaak ’s avonds, dus dan is er nog genoeg tijd voor nabesprekingen aan de bar. ‘Meestal vloeit het bier al rijkelijk tijdens de laatste potjes. Er staat nergens geschreven dat dat niet mag.’ In Miami gaat het er onder de bobo’s intussen wat serieuzer aan toe. ‘Bill Gates loopt hier ook rond, om

Hoe speel je het? De 52 speelkaarten worden over de vier deelnemers verdeeld. Ieder van hen krijgt een windrichting toegewezen. Noord en zuid vormen een paar, evenals oost en west. Het spel begint met bieden: aangeven hoeveel slagen je denkt te kunnen maken. De paren mogen daarbij onderling echter niet praten, knipogen of kuchen. Wel mogen ze communiceren aan de hand van de zogenaamde biedconventies. Vervolgens beginnen de slagen, oftewel: de speelrondes. Om de beurt leggen de deelnemers een kaart in de gevraagde kleur. Wanneer dat niet gaat, wordt er getroefd: gespeeld met een willekeurige kaart. De hoogste troefkaart wint de slag. Degene die bij het bieden bepaald heeft of er in klaveren, schoppen, enzovoorts gespeeld wordt, is de ‘declarer’. Wanneer hij of zij het ‘contract haalt’, dus het aantal slagen uit de biedronde haalt, krijgt zijn partij punten. Zo niet, dan gaat hij down en krijgt de tegenpartij punten. Wie met deze informatie nog niet uit de voeten kan, of nog meer bridgejargon wil leren, kan terecht op www.studentenbridgeleiden.nl.

maar een rijk iemand te noemen. In San Francisco heb ik een tijdje geleden tegen hem gespeeld. Mijn bridgemaat had het niet door. Hij had het een beetje gehad voor die dag, dus hij zette zijn stoel scheef, om onderuit te kunnen zitten. Later werd hij aangesproken door anderen: “Did you just turn your back on Bill Gates?” Nou ja, we hadden wel gewonnen. Maar zo bijzonder is dat eigenlijk niet hoor, want zo uitzonderlijk goed speelt Bill Gates niet. Hij is wel een liefhebber en een belangrijke sponsor van het jeugdbridge. De rijke mensen voor wie ik speel, vertelden trouwens vol trots aan hun vriendjes dat zíj gewonnen hadden van Bill Gates. Wat dat betreft ben ik gewoon een entertainer. Het heeft zelfs iets hoerigs. Ik verkoop mijn hersens, in plaats van mijn lichaam.’

Waar speel je het? Niet alleen Tim Verbeek en Bill Gates, ook de Leidse rector magnificus Carel Stolker steunt bridge onder jongeren, zo verklaart hij op de website en in de flyer van Studentenbridge Leiden. Met dit initiatief hoopt de Leidse bridgeclub Pelikaanhof All Stars studenten te enthousiasmeren. De club heeft al wat studenten in de gelederen, maar ronkende slogans als ‘Altijd al een heer willen meppen of een vrouw willen dekken?’ en een kickstartcursus moeten dat aantal de komende tijd opdrijven. De cursus, die uit drie lessen bestaat, wordt aangeboden op de vijf grote verenigingen, De Leidsche Flesch en het Chemisch Dispuut Leiden. Bovendien kunnen alle studenten terecht in de Pelikaanhof van 20.00 tot 23.00 uur op 26 april en 3 en 10 mei. Deelnemers worden klaargestoomd voor een afsluitend toernooi op vrijdag 31 mei.


10

Mare · 18 april 2013

English page

A degree certificate for 800 Euros Going undercover to talk to diploma crooks How difficult is it to obtain a fake degree certificate? And do you get value for money? Mare went hunting for diplomas. “You’re not going to get in? Don’t you trust me?” Sunday afternoon, 14.20 hours. Damrak, Amsterdam. My telephone rings.

BY SEBASTIAAN VAN LOOSBROEK

“Hello, I’m here. Where are you?” “Can you see the red coach?” “Yes, I can see it.” “In two minutes’ time, a blue Seat will drive up, walk towards it.” As he says, a little later, a blue Seat turns up. A bloke unlocks the doors. “Well, hello.” “Hey, I’m Mario. OK, get in, then we’ll go for a drive.” “I’m not getting in.” “You’re not getting in? Don’t you trust me? I’ve got to keep an eye out for the police, mate. We can’t stay here. The police might think I’m selling cocaine, you see. Here’s your envelope; you owe me eight hundred Euros.” How easy is it to acquire a fake university degree? And what does it cost? I start trawling the Internet for fake certificates and after an afternoon of clicking, I discover a few email addresses for potential sellers. I send emails to a few and eventually two reply. A degree certificate costs five hundred Euros from diploma-yoel@hotmail. com and his reputation is reliable, he says in his email. “We’ve had experience with producing different degree certificates since 2006 and so far no one’s been disappointed.” The competition, diploma_kopen@hotmail. com, is more expensive, demanding eight hundred Euros. Besides, his email states that it’s impossible to get a medical degree certificate – perhaps his conscience bothers him. It also says: “We do not accept any liability for the (inappropriate) use of the purchased product. You should be aware that you bear the sole risk for its use.” Both “companies” guarantee that they deliver certificates with signatures, logos and watermarks that “can’t be distinguished from the genuine article”. “diploma-yoel” is even willing to send a draft of the forged UvA Law Degree certificate. If I like it, I can buy it, filled in, with signatures and everything. As I want to be able to tell a fake from a real one, I make an appointment with Marleen Bakker, at the Student Desk of the Amsterdam Law Faculty. There it is evident that the draft does not bear the slightest resemblance to a genuine diploma. The layout is different, the order of the details is different, the font is different, and the three crosses that represent Amsterdam are missing. The draft also contains words and logos that Bakker does not recognise at all, such as “Testimonial” and the motto “In Dei Nomine Feliciter” (Happily in God’s Name). It takes some time, but then I discover that the motto belongs to the Radboud University Nijmegen. Conclusion: the producer of this certificate wants five hundred Euros for some straightforward copy-pasting.

I’m hoping that “diploma_kopen” has something better to offer, but he refuses to send a draft in advance. There is nothing for it: I’ll have to make an appointment. I have to go to Amsterdam where I’ll be told to proceed to a more specific location. When I arrive, I’m rung twice, by different people with ex-directory numbers. The first wants to know whether I have arrived and the second asks whether I know how much the certificate costs. The blue Seat appears half an hour later, and after some persuasion, Mario agrees to park the car so that we can talk outside. We have to keep walking round Damrak because he won’t stay in one place. I ask him questions as casually as I can.

news story about arrested forgers, there are no known cases of forged Leiden degree certificates, according to university spokesperson Caroline van Overbeeke. The Hague District Court Public Prosecutor’s Office, part of the Public Prosecution Service, confirms her statement. “There haven’t been any cases of fake Leiden degree certificates, there are none pending and no employers have reported any fakes”, says press officer Ilse de Heer. But how much priority does the Public Prosecution Service give to forged certificates? Evert Boerstra says: “Fraud involving certificates is not a separate issue, but that applies

cate has a vertical layout, but I know that a real Leiden certificate has a horizontal layout.” “I see what you mean. But that won’t worry employers, will it now? All they see is a degree certificate presented by an honest Dutch lad, and they’ll assume it’s alright. They’re not going to give you the third degree, are they?” “But what if there’s somebody working there who went to Leiden and knows that a degree certificate isn’t supposed to look like that. Won’t that be odd?” “Just say it’s a different issue.” The Nuffic, the Netherlands Organi-

“Am I breaking the law if I buy a degree certificate which is officially a fake?” “Er, yes, that makes you a fence. The worst that could

happen to you is you could spend three days in a holding cell. That’s not too bad, mate.” “What about you, you sell them?” “I’m just the courier, you know, I don’t know what’s in here.” “So you don’t make the certificates yourself?” “No of course not. I just collect your eight hundred Euros. I don’t have anything to do with the rest.” “Do you sell many certificates?” “Not that many.” “You don’t often get requests?” “I don’t know - I really don’t know, mate. All I know it that the guys who make them deliver quality stuff. We’ve never had any complaints.”

to many crimes that do have the police’ interest and the Public Prosecution Service’s attention. If you suspect that a certificate is fake, you can report it to the police, and depending on the prospect of conviction and whether the forgery is thought to be largescale, the police will contact the Public Prosecution Service to ask whether anything should be done, and if so, what.”

“Manufacturing, buying and selling a fake certificate is punishable under Section 225 of the Penal Code,” explains Evert Boerstra at the National Office of the Public Prosecution Service. “The buyer and the seller are both guilty of forgery of documents.” Under this Section, both parties could get as much as six years at Her Majesty’s leisure so much for “three days in a holding cell.” Although you sometimes see a

I take Mario’s certificate out of the envelope and I can tell immediately that it does not resemble a real one: the layout is vertical rather than horizontal. However, it is printed on good quality paper, the university logo is clearly defined and the paper has both a watermark and signatures. An employer who is not familiar with the layout of a genuine Leiden degree certificate could easily fall for it. “I’ve noticed something: this certifi-

zation for International Cooperation in Higher Education, also checks the authenticity of certificates and advises employers to ask for the original documents with original, sworn translations. They should also try to be familiar with the contents and layout of the most common documents. “If an employer still has doubts, he can get in touch with DUO or the educational institute concerned,” says Nuffic press officer Dirk Haaksman. The certificates sent to Nuffic are not “from science subjects, but the Arts and Humanities, courses that require some level of experience of life too.” Although no instances have been

reported to the Public Prosecution Service, DUO says that it received some two thousand requests last year from employers who want to know whether an applicant was registered in DUO. “The employers still need the applicant’s permission”, explains press officer Daniël Blok. “We have a diploma register of everyone who has been awarded a diploma from an acknowledged educational institute. Employees who are unsure about an applicant or employee can find out whether that person is registered in DUO or not in a few easy steps.” It is impossible to register in DUO yourself. Blok adds: “The institute from which you graduated always sees to the registration, and it’s done using automatic systems.” Mario’s claim that a fake certificate could pass as an older issue doesn’t hold either. “The layout hasn’t changed in the last decade”, says Leiden beadle Willem van Beelen. “The diplomas have not been altered at all since the introduction of the Bachelor’s and Master’s degrees. Besides, all Bachelor’s degree certificates look alike - only the name of department is different, of course.” Although it is clear that the certificate crooks don’t base the documents on a real document, they use convincingly real paper, with or without a watermark. How secure is the paper for degree certificates? University spokesperson Caroline van Overbeeke replies: “The paper is kept under lock and key. We use very special paper with the university blue pre-printed on it for things like the seal and the border. The paper also features the university seal as a watermark and we have our own university font that is, in theory, not available on home printers.” It’s clear that Mario’s printer doesn’t have that font either. The certificate has far more text than a real one, and it’s printed in a different font. And there’s another mistake: the term “Testimonial” printed in large letters on its side is not used on the real thing. I’m not going to buy it and it’s time I told him so. “This certificate’s wrong, it’s not a real one.” “No, obviously it’s not a real one.” “But it doesn’t even look like one.” “Not a problem, mate! Employers just check whether it has a watermark and some signatures, and whether the logo has definition. And it’s got all that.” “I brought a copy of a Leiden degree certificate with me and it looks very different to yours. I don’t want a certificate that doesn’t look like the real thing. In your email, you said that you couldn’t tell them from the genuine article. This diploma is different.” “So, you don’t want it?” “No, I don’t want it.” I put the diploma back in its envelope, hand it back to Mario and wish him all the best. His phone rings, he answers and walks off.


18 april 2013 · Mare 11 Cultuur

Agenda depressiviteit en teenage hate spatten er vanaf. Daar herken ik mezelf wel in. Sinds mijn dertiende ben ik anti-alles. Dat is altijd zo gebleven. Misschien is het alleen maar erger geworden.’ Lada: ‘Dat gevoel van wij drieën tegen de wereld is gewoon lekker.’ Little Richard: Here’s little Richard (1957) Lada: ‘Rock-‘n-roll van nul tot nu, daar houden we alle drie van. En hij heeft dezelfde intensiteit, energie en oprechtheid die punkbands ook hebben. Echte swagger.’ Van Merlot: ‘Chuck Berry had dat ook wel, maar Little Richard gaat nog net een stapje verder.’

traumahelikopter met v.l.n.r. Daan van Dalen, Mark Lada en Roel van Merlot. Foto Excelsior

Wij tegen de wereld De vijf beste platen volgens traumahelikopter De Groningse garageband traumahelikopter wil ‘strippen tot het minimum’ en staat volgende week in LVC. ‘Sinds mijn dertiende ben ik anti-alles.’ Hou het hard en simpel. Koester je tienerhaat. En vergeet de bassist. Gewapend met slechts twee gitaren en twee trommels maakt het trio traumahelikopter (met kleine t) garagerock. ‘Strippen naar het minimum’, noemt zanger-gitarist Mark ‘Lada’ van der Ploeg (25) dat. Het genre werd vernoemd naar de plek waar jonge Amerikanen vijftig jaar geleden The Beatles probeerden na te apen. Zo ontstond gaandeweg een beweging waarin een hang naar Door Frank Provoost

eenvoud en een aantoonbaar gebrek aan technische vaardigheden tot de aanbeveling strekten. traumahelikopter heeft geen garage, maar een oude school aan de rand van Groningen. Lada woont er samen met gitarist Daan van Dalen (24), wiens kamer ook dient als repetitiehok. Eindhovenaar Roel van Merlot (36) doet er drie uur over om zijn mede-bandleden te bereiken. Maar dat geeft niks hoor, zegt hij. ‘We oefenen toch bijna nooit.’ Twee singletjes en één cassettebandje bracht de band uit, die volgens het Amerikaanse blad Maximum Rock ’n Roll ‘fucking great’ waren. Hun in januari verschenen debuut telt elf nummers en duurt 27 minuten, ongeveer even lang als een optreden. Lada: ‘Langer hou ik het

niet vol.’ Vorige maand gaf de band zestien shows in de VS, 26 april volgt LVC. Om onvoorbereide bezoekers van dienst te zijn vroeg Mare om gepast huiswerk. Om beurten leggen Lada en Van Merlot een plaat op de draaitafel. G.G. Allin and The Jabbers: Always Was, Is And Always Shall Be (1980) Lada: ‘Hoewel we ook putten uit stomp-bandjes uit de sixties, is punk toch belangrijker voor ons. Dit is de ultieme punkplaat door de ultieme punker. Die ranzigheid en zwartgallige ironie is waanzinnig. Ik zoek dat ook op als ik liedjes schrijf: jeugdige onzekerheid, broken teen spirits, recalcitrantie.’ Van Merlot: ‘De woede, verveling,

Mummies aan de lopende band Pronkstukken van spectaculaire archeologische ontdekking Mummiekisten voor priesters waren rijkelijk versierd en tegelijk een massaproduct. Het Rijksmuseum van Oudheden toont topstukken uit de eigen collectie en die van het Louvre en het Vaticaan. Door Judith van Hoogdalem ‘In 1891 deden twee Fransen in het Egyptische Thebe een bijzondere ontdekking: op acht meter diepte vonden ze 153 mummiekisten.’ Ze waren terechtgekomen in het ondergrondse graf Bab el-Gasus (‘de deur van de priesters’), waar zogeheten Amon-priesters hun doden begroeven. ‘Het geldt nog steeds als een van de spectaculairste ontdekkingen ooit’, zegt Christian Greco. Hij is conservator bij het Rijksmuseum van Oudheden, waar vanaf 20 april de tentoonstelling ‘Mummiekisten van de Amon-priesters’ te zien. Negen mummiekisten staan hierin centraal, aangevuld met een kist uit het Louvre en een uit het Vaticaans Museum. Amon was de belangrijkste god in Thebe, die vaak afgebeeld werd met een ramskop. De farao was in het oude Egypte de enige die in een tempel mocht komen. Greco: ‘Maar hij kon natuurlijk niet alle tempels in het land af, en daarom waren er priesters. Die stonden eigenlijk tussen de mensen en de goden in, en hadden als belangrijk-

ste taak de goden tevreden te stellen.’ Dat deden ze bijvoorbeeld door offers in de tempel te brengen. De Franse ontdekkers waren bang dat de tempel leeggeroofd zou worden. Daarom haalden ze binnen negen dagen de hele gang leeg en brachten ze de kisten en andere voorwerpen, zoals lijkbeeldjes, naar een museum vlakbij Caïro. De haast waarmee dat gebeurde heeft ervoor gezorgd dat er veel verloren is gegaan. ‘Geen van de mummies is bewaard gebleven. In een artikel uit 1907 werd geschreven dat er toen al 59 mummies verdwenen waren. Tegenwoordig is van geen van de mummies de locatie bekend.’ In de tentoonstelling zijn ook afbeeldingen opgenomen waarop je kan zien hoe er in die tijd door archeologen te werk werd gegaan. ‘We weten dat het museum destijds propvol stond met kisten en andere voorwerpen uit het graf. Dat was ook de aanleiding voor Egypte om de kisten te verdelen over zestien landen, waaronder Nederland.’ In 1893 kwamen vier kisten aan in het Rijksmuseum van Oudheden. Maar waarom zijn deze mummiekisten zo bijzonder? ‘Normaal gesproken werden mummiekisten niet overdadig versierd, want ze werden in graven gelegd die al gedecoreerd waren. Tijdens de Derde Tussen Periode (1070-945 v. Chr.) werden de kisten van Amon-

priesters echter begraven in ondergrondse galerijen, omdat Thebe toen niet veilig was en bovengrondse graven vaak werden leeggeroofd. De spreuken en symbolen voor het hiernamaals die gewoonlijk op de muur van het graf stonden, staan nu op de kist zelf. Daarom zijn die veel rijker versierd dan andere kisten.’ In de zaal zijn die straks van dichtte bekijken. Restauratoren zullen op zaal de kisten gaan herstellen, en geïnteresseerden hebben de mogelijkheid om vragen te stellen. Elke kist heeft een verhaal. ‘Er ligt er hier een waarin ooit een man begraven is. Dat is te zien aan de blauwe kleur van de pruik. Onder deze verflaag zit echter nog een andere kleur: rood. Daardoor weten we dat de kist oorspronkelijk voor een vrouw bedoeld was. De baard van de man is er duidelijk later opgeverfd. De kisten werden dus hergebruikt.’ De verhalen zijn echter niet biografisch. ‘Een andere kist van een Amonpriesteres vermeldt op de buitenkant de titels en functies van de overledene. Maar, de plek waar de naam hoort te staan is leeg. Waarschijnlijk was er dus sprake van massaproductie: de kist werd alvast gemaakt, de naam werd later ingevuld.’ Mummiekisten van de Amon-priesters Rijksmuseum van Oudheden 20 april t/m 15 september €9,50 (studenten: €5,50)

The Kids (1978) Lada: ‘Belgium’s finest. Hun eerste plaat hebben ze echt de essentie van punk weten te vangen. Het zijn zulke goede liedjes, met zulke goede melodieën.’ Van Merlot: ‘Ze spelen ook nog steeds. Dan stomen ze aan één stuk door, net zoals de Ramones dat vroeger deden.’ Jacques Dutronc (1966) Lada: ‘Een prachtige freakbeat-chansonnier. Hij is een soort Franse Rob de Nijs, maar dan goed. Een enorme branieschopper, maar daarmee heeft hij wel het hart van Françoise Hardy mee veroverd.’ Van Merlot: ‘Het is geen gimmick, of zo. Hij is echt heel goed.’ Clone defects: Shapes of Venus (2003) Van Merlot: ‘Zij maken een beetje wat wij ook maken, alleen dan met een normale bezetting van twee gitaren, bas en drums. Ik heb één floortom, één snaredrum, één bekken en ik drum staand. Je kunt maar een paar ritmes spelen. Daardoor blijft het primitief, maar swingt het ook eerder. Ik kan het iedereen aanraden.’ Lada: ‘En alles past in één auto.’ traumahelikopter, Birth of Joy, & dj De Rooie Neger LVC, vrij 26 april, € 12,50

FILM TRIANON Oz: The Great and Powerful 3D za, zo, 14.15 Iron Man 3 3D. wo. 14.15 + 18.30 + 21.30 Oblivion dagelijks 18.30 + 21.30 Call Girl zo, ma, di 21.30 The Place Beyond The Pines do, vr, za 21.30 Safe Haven dagelijks 18.45 + 21.30 App do, vr, za 19.00 KIJKHUIS A Late Quartet dagelijks 18.30 Spring Breakers dagelijks 21.00 Daglicht dagelijks 19.00 + 21.30 LIDO G.I. Joe: Retaliation 3D dagelijks 18.45 21 and Over dagelijks 18.45 + 21.30 Identity Thief dagelijks 18.30 + 21.30 Snitch dagelijks 21.30 Valentino dagelijks 19.00, za, zo, wo 14.30 Silver Linings Playbook dagelijks 21.30

MUZIEK LVC Nobody Beats The Drum Vrijdag 19 april 23.00 €10,QBUS Chameleon met Sinta Wullur Zaterdag 20 april 21.00 €12,50 Americana Treasures met Barnaby Bright Donderdag 25 april 21.00 €10,-

T H E AT E R LEIDSE SCHOUWBURG Ashton Brothers Vrijdag 19 april 20.15 Leo, Circle of Eleven Woensdag 24 april 20.15 INS BLAU Een poppenhuis, regie Maren Bjørseth Dinsdag 23 april 20.30 STADSGEHOORZAAL The Bootleg Beatles & Orchestra Vrijdag 19 april 20.15 Hans Liberg Donderdag 25 april 20.15

DIVERSEN SCHELTEMA Theatercafé Zondag 21 april 15.00 Utopisch Nest Woensdag 24 april 19.00 DE TWEE SPIEGHELS Biguine Balade Vrijdag 19 april 21.00 Galactic Grooves Zaterdag 20 april 16.00 LEIDS WEVERSHUIS Expositie Meesterlijke Weefsels t/m 28 april MUSEUM VOLKENKUNDE Fototentoonstelling Sacha de Boer: Gjoa Haven t/m 5 januari 2014 21 december 2012: Het einde van de wereld? t/m 12 mei 2013 MUSEUM BOERHAAVE Leydse Weelde t/m 5 mei 2013 Geletterd en geleerd t/m 16 juni 2013 RIJKSMUSEUM VAN OUDHEDEN Mummiekisten van de Amon-priesters 20 april t/m 15 september 2013 Couperus en de Oudheid t/m 25 augustus 2013 MUSEUM DE LAKENHAL Gratis instaprondleiding Zondag 21 april 14.00


12

Mare · 18 april 2013

Het Clubje

Bolwerkers

Proeven doen met praatjesmakers

Foto Taco van der Eb

‘Ik maak me nooit druk om verlies’ Het bestuur van Blackjack- en Rouletteteam Leiden Kasper Richmond (21, criminologie, links): ‘Het Blackjack- en Rouletteteam werd jaren geleden opgericht door het vergane Quintus-dispuut BunBury Circle. Een aantal Cobranen (van het dispuut Cobra, red.) heeft de spullen later overgenomen. Het is nog best lastig om al die tafels ergens te laten. Hiervoor stond het bij iemand op de wc. Nu ligt het bij mij op zolder.’ Jens Bruggemann (21, geneeskunde): ‘In de tijd van BunBury Circle was het echt heel groot. Ik heb gehoord dat die jongens op hun hoogtepunt van alles wat ze verdienden in de zomer twee weken op vakantie konden. Inclusief eten, drinken en stappen.’ Richmond: ‘Dat zouden wij ook wel willen.’ Bruggemann: ‘Op dit moment zitten we in een soort overgangsperiode. Een groepje oudere Cobranen heeft het druk met vaste banen. We proberen nu wat jonge gasten aan te trekken.’

Richmond: ‘Mensen schakelen ons in op gala’s, bruiloften en lustrumfeesten. We hebben drie blackjacktafels en een roulettetafel en komen altijd in smoking. Zeker aan het begin van de avond is het een uitdaging om de juiste sfeer te scheppen en mensen naar de tafels te krijgen. Aan het eind van de avond, als iedereen wat beschonken is, gaat het gemakkelijker.’ Bruggemann: ‘We spelen eerst wat spek-en-bonen-rondjes om erin te komen en er is genoeg tijd voor uitleg. Blackjack is bij mannen meer geliefd dan bij vrouwen, die houden meer van roulette. Ze denken dat het ingewikkeld is, maar na een korte uitleg kan iedereen meedoen.’ Richmond: ‘Laatst kwamen er twee meisjes die het wilden leren. Maar na een kwartiertje hadden ze het wel weer gezien en gingen ze dansen. Zo gaat het altijd. Mannen blijven hangen: een goed glas whisky erbij en een beetje kletsen.’

Bruggemann: ‘Je deelt niet alleen de kaarten, maar moet ervoor zorgen dat mensen een leuke avond hebben. Ik zeg bijvoorbeeld tegen mijn gasten: "Het is nog niet echt je avond, hè, zal ik nog een extra keertje voor je schudden?" Des te later het wordt, des te meer ruimte er is voor grapjes.’ Richmond: ‘We drinken zelf ook wel iets op zo’n avond, maar je moet wel helder blijven. Als je een telfout maakt of iemand vergeet, dan moet je uitbetalen.’ Bruggemann: ‘Bij mijn allereerste klus waren de oprichters van BunBury Circle aanwezig. Ze kwamen bij mij aan tafel en speelden me helemaal blut. Dat was wel even spannend.’ Richmond: ‘Maar in principe ben je als bank in het voordeel. We spelen volgens vaste regels. Een kaart pakken bij zestien en stoppen bij zeventien bijvoorbeeld. Het is fijn als mensen weten waar ze aan toe zijn. Wat dat betreft heb je dus ook geen speciale vaardigheden nodig om

croupier te zijn. Het blijft een kwestie van geluk hebben.’ Bruggemann: ‘In een zeldzaam geval krijg je het vermoeden dat iemand kaarten kan tellen. Dan doe je er een extra deck bij.’ Richmond: ‘Ik maak me eigenlijk nooit druk om verlies. Je moet gewoon zorgen dat de mensen aan je tafel blijven en een leuke tijd hebben.’ Bruggemann: ‘De meest memorabele avond vond ik een lustrumfeest op mijn oude middelbare school. Ze hadden de ruimte ingericht als jaren-30-café in Chicago. De tafels stonden in een halve cirkel, met de roulette in het midden. De heren liepen in smoking, de dames in cocktail. We stonden onder van die poollampen met een groene kop en nipten af en toe van ons glas whisky. Dat was een perfecte avond, waarop onze aanwezigheid ook heel sfeerbepalend was.’ DOOR PETRA MEIJER

Amerikanen maken graag praatjes met onbekenden. In een mate die voor ons zo ongebruikelijk is, dat het soms lijkt of ze eenzaam zijn. Maar daarvoor doen te veel verschillende mensen het te vaak. Ik zat in een vliegtuig en het was weer raak: tijdens het instappen spreekt een man mensen in de rij voor hem aan en even later begint hij te kletsen met de dame naast mij. Het zag er onwijs gezellig uit, maar ik wist beter: dit is weer een heerlijk Amerikaans potje ‘We kennen elkaar niet, maar praten alsof dat wel zo is.’ Na zeven maanden in de States moest ik het ook wel kunnen dacht ik, dus ik ging American style en sprak de dame naast mij aan. Het bleek dat ze de man niet kende en ze vertelde mij dat het in het Zuiden nog veel gebruikelijker is om een praatje aan te knopen dan in het Noorden. En dan niet de ‘Hi, how are you today?’ van een winkelbediende, maar gezellig elkaar leren kennen in de rij voor een kassa of bij de bushalte overal eigenlijk. Zou de kans op een praatje ook groter zijn in Zuid-Nederland dan in Groningen? Wel als we de Brabanders mogen geloven die een soort marketingstrategie van hun Brabantse gezelligheid hebben gemaakt. In het algemeen denk ik dat wij Nederlanders toch wat minder van het babbelen zijn. Dat zie je altijd zo goed in de trein, waar iedereen duidelijk in zijn eigen ‘anti-contact-schildje’ gekeerd zit. Pas wanneer er wordt omgeroepen dat de trein vertraagd is, beginnen langzaam de eerste kopjes uit de schildjes op te steken voor een collectieve klaagzang over de NS. Iets heel anders dan het gezellige, meestal optimistische, Amerikaanse praatje. Met hun oneliners weten die het contactmomentje ook weer tijdig te beëindigen: gooien ze er een mooie ‘was a pleasure talking to you’ in en dan is het weer voorbij. Toch leuk om eens in Nederland wat onbekenden aan te spreken; gewoon om te kijken hoe het uitpakt. Ongetwijfeld krijg je er een paar mooie Hello Goodbye-momentjes voor terug (dat tv-programma dat mensen op Schiphol vraagt waar ze naartoe gaan of op wie ze wachten). Ik heb er in ieder geval weer een nieuw experiment bij voor in eigen land. En als ik een te stugge, nuchtere Hollander tref die er niet van gediend is kan ik altijd nog terugvallen op het excuus dat het in Amerika heel gebruikelijk was om een praatje te maken en hem een very nice day te wensen. DOOR MARIT DE VOS Vijfdejaars studente geneeskunde doet dit collegejaar onderzoek in een ziekenhuis van Harvard Medical School in Boston.

Bandirah

Mare  

Leids Universitair Weekblad